Rond tien uur daalden we af voor het ontbijt. Zoals altijd deed Lief zich tegoed aan twee borden vol heerlijkheden en had ik aan een croissantje en wat yoghurt meer dan genoeg. Het gezelschap om ons heen waren oude dames en heren, natuurlijk vermoedelijk van onze leeftijd, maar zo voelde dat niet, en we probeerden nog te achterhalen in welke taal zij spraken. Het klonk als Italiaans, Portugees, Spaans en dan weer erg Slavisch. Niet te doen dus.
We wandelden in een heerlijk zonnetje richting de Mariakerk, maar schoten een zijstraatje in en kwamen derhalve eerst langs een oud Orthodox exemplaar. Iedereen die er langs kwam sloeg een Orthodox kruis (voorhoofd, kin, rechts, links), in de kerk stond een vrouw devoot te staan. Geen handen gevouwen, niet geknield, geen ogen gesloten, maar te staan met de ogen gericht op…Tja, op wat eigenlijk. Een meneer kwam naar binnen en begon omstandig de drie altaarfoto’s te begroeten. Dat ging zo: Sla een orthodox kruid en wijs naar de grond in een diepe buiging, herhaal dat nog twee keer en kus bij de derde keer de foto. Dit deed hij bij alle vier de foto’s. De vrouw die binnenkwam sloeg slechts een zo’n kruis en kuste de foto. Kortom het is geen wet van Meden en Perzen. Goed om te weten. Maar er was alle gelegenheid om het weelderige altaar te bekijken, de iconen en de stoeltjes, die aan de zijkant voor vast stonden, als koorstoelen van de kapel. Een mooi en sfeervol sfeertje.

Na het godvruchtig bezoekje liepen we langs het grote theater naar het theatercafé, waar we goed zicht hadden op de menigte, die uit de aankomende bussen kwam zetten, al dan niet verzameld onder leiding van een gids met vlaggetje. Japanners, Chinezen, burgers en buitenlui. De café Freddo en de Latte smaakten goed. Tussendoor fietsen en stepten er mensen en wandelden de wandelaars richting Vrijheidsplein. De Mariakerk had ook haar deuren uitnodigend open, maar bleek alleen het voorportaal opengesteld te hebben. Binnen stonden indringende bordjes dat toeristen toch vooral buiten de roodwitte linten moesten blijven. Er kwamen achter ons nog veel toeristen binnen, die allen het deksel op hun neus kregen. Maria zat achter de hermetisch gesloten ijzeren hekken, devoot maar onbereikbaar. Daar stonden we dan met ons goede geloof.
Het werd langzamerhand tijd voor het park, we kenden de weg van gisteren, maar ontdekten tegelijkertijd de vele doorgangen van straat tot straat, al dan niet met artistieke ateliertjes, alternatieve winkeltjes, barbiers, cafeetjes en anderszins. Een wereld van gezelligheid buiten de grote flaneerstraten om. Boffen. Zo ontdekten we ook de grote markt in een buitenwijk die aan het opruimen was. Bij uitleg van een mevrouw bleek deze er elke dag te zijn. Ziezo, het programma was voor morgen al voor een halve dag ingevuld. Zo werkt dat. Het museum was er vlakbij. Een en een is twee. Wat let ons. Naar het grote park om ons te laven aan de groene wereld en de betrekkelijke rust, door de mensen om ons heen te observeren en vooral de stappen van de kinderen te volgen die bewust of onbewust onder moeders of vaders vleugels uit probeerden te wandelen. Vredige taferelen.
Een afzakkertje in de hoofdstraat, langs de mini-supermarkt tegenover het hotel en daarna werd het tijd voor de gezellige binnentuin met de ons inmiddels vertrouwde duiven en de fontein. Indrukken voorbij laten komen en vastzetten. Schrijven komt na het uitrusten.