Trappen af zijn zoveel makkelijker. We hadden alles in de vroege ochtend gedaan en waren klaar voor een stadswandeling na een heerlijk ontbijt. We gingen op zoek naar de Donau. We wilden deze groene oase met eigen ogen aanschouwen. De oude binnenstad is heel plezierig om te bewandelen, brede straten, grote pleinen en een heel middenstuk wat gereserveerd was voor een groot aantal terrassen. Slim. De twee grote pleinen waren heel ruim van opzet. Je had hier nog bedelaars, verkoopsters op straat en muzikanten, die soms zelfs een versterker te voorschijn hadden gehaald. Kennelijk was het toegestaan. Het vrijheidsplein was het grootst, maar naar de Donau toe waren er grote bouwkraters. Het was een winkelcentrum in wording. De Donau was er een straatlengte van vandaan. Ze oogde minder uitnodigend dan gedacht omdat elke vorm van terras of koffietentje er aan de paden langs weerskanten ontbrak.
Alleen aan de overkant van de boogbrug stond er een, dus wandelden we, al stijgend, pffff ‘hakke-hakke-puf-puf’, er op aan. Twee grote bussen met veel mensen er naast, die al kletsend de doorgang versperden, en een vrouw van de receptie, die eerst zei dat ‘een drankje’ niet mogelijk was, daarna ‘niet op zondag dus’ en toen met de boodschap kwam dat het vol was. Haha, nogal rigoureus, maar tja, dat mocht natuurlijk. Dan maar aan de linkerkant langs de vele bankjes lopen naar de rechte brug er recht tegenover, aan de andere kant van dezelfde oever, waar ik slechts de trap, ‘puf-puf’, hoefde te bestijgen. Aan de andere kant een fietspad en een looppad en een baan voor steppen en skeelers, met banken onder een beschutte wingerdhaag. O zaligheid. In dit tempo met voldoende uithijg-momenten kan ik de wereld aan.

Door het park liepen we terug naar de oude stad. Het leek het Wilhelminapark of het Vondelpark wel. Overal jonge gezinnen, mensen in het gras, liefdespaartjes, lezers, zonaanbidders en kinderen die uitgelaten kraaiden. In een piepklein muziektentje zat een koffiebarretje dat grif aftrek vond. Heel veel jonge mensen zaten, op allerlei mogelijke plekken rondom, te genieten van een modern bakkie troost, waarschijnlijk met havermelk of matcha. Een genoeglijke zondagssfeer. Het heerlijke weer als trekpleister bij uitstek.
Zo kwamen we terug in de terrassen-hoofdstraat waar we begonnen waren, met links een Orthodoxe kerk, waar af en toe een priester of een non uit kwam lopen. Die nonnen zagen er wel heel streng uit met hun zwarte lange habijten en sluier, hijab-gewijs, terwijl de mannen eruit zagen als onze aalmoezenier van de kabouters vroeger, maar dan in een zwarte pij in plaats van een bruine.
We vonden een plekje op een leuk terras, een beetje beschut en achteraan, zodat er een enorm overzicht was op de rustende en wandelende mensen voor ons. Bij het vriendelijke meisje konden we in het Engels bestellen. Dat is niet overal zo. Lief zocht passende Servische woorden op. Alsjeblieft, dankjewel, goedendag, fooi, tien procent enzovoort. Zijn talenknobbel werd verwend vandaag. Vanuit een donkergrijs verleden vlamde het spelen met een vreemde taal op. Zo was hij ook aan Hongaars en Japans begonnen. Japans verzandde weer, maar Hongaars gaat hem steeds beter af sinds de Kisbolt, het kleine dorpswinkeltje, in ere is hersteld. Hongaars met de Hongaren leert sneller dan uit een cursusboek.
Op zoek naar een restaurant moesten we overal een etage hoger via trappen, maar mijn koek was op. Dan maar naar de gezellige binnentuin van ons restaurant/hotel ‘Fontana’, waar gasten zich laafden aan het heerlijke eten en de duiven zich aan het frisse water in de spuitende fontein.