Uncategorized

Klein maar fijn

Gisteren in de tuin vond ik in de oude pot, die er al tijden stond, een lief klein onooglijk bloemetje, maar van een schoonheid, waar een mens stil van kan worden. ‘Wilde Bertram’, zei de oude stellig. Wie ben ik om aan zijn botanische kennis te twijfelen, maar thuis zocht ik het toch voor de zekerheid eens op. Wilde Bertram lijkt in de verste verte niet op de door mij gevonden kleine bloem. Iets om over te peinzen. Normaliter heeft de oude een ijzersterk geheugen.  Het zegt meer iets over de stelligheid waarmee hij zijn bewering staaft.

007-5.jpg

Toen ik een foto van de kleine ging maken, moest ik wat blad opzij houden. Daardoor zag ik het blad van de bloem. Het leek op klavertjevierblad. Google gaf uitsluitsel. De Latijnse naam was Oxalis Violacea, ook wel ‘Love in Vein’ genoemd en in het Nederlands klaverzuring of wilde klaver. Romantisch, er stroomde liefde door de tuin. Het was niet het klavertjevier. Hoe vaak kropen we als kind met de neus op de grassprieten om tussen de klaver in het weiland het klavertjevier te spotten. Het Geluk lag voor het oprapen, maar je moest er wel voor speuren. Wat waren we blij met dat kleine geluk.

Recensie: Marian Donner – Zelfverwoestingsboek

Bij een lieve medeblogger las ik in haar overpeinzingen van de dag bij het boek van Marian Donner met de titel ‘Het Zelfverwoestingsboek. Er was een recensie verschenen in Tzum van de hand van André Keikes. Het boek zelf is een pleidooi om weer mens te worden van vlees en bloed. Het neoliberalisme en de gedachte dat liefde en geluk maakbaar en te koop zijn, te overstijgen door weer te leven. Het Bourgondische leven te omarmen en op te houden met aan al die normen te voldoen, die reclame en maatschappij tegenwoordig opeisen, door wie er niet aan voldoet te veroordelen. Als je niet meeloopt in de ratrace ben je ‘ongelukkig’.

André Keikes benoemde het mooi. ‘Al die overgelukkige, breedlachende mensen in perfecte situaties, nooit eenzaam, nooit diep in de schulden, altijd blij in hun pukkelvrije lijven. Wie gelooft er in dat sprookje…’

Een waar sprookje. Waar de bergen hoog zijn, zijn de dalen diep. Ooit hadden we bij een van de zussenweken het over dat harnas dat wij vrouwen moeten dragen als je mee wilt in de vaart der volkeren. Dat wordt ons tenminste aangeraden en vertelt. Maar als vrouw van de jaren zeventig heb ik de losbandige vrijheid gevoeld en beleefd. Borsten hoefden niet  opgehouden te worden, het bikini-bovenstuk kon uit. Hangers waren geoorloofd. We waren trots op ons lijf.

undefined

We worden ouder. Deze generatie heeft alles in zich om te lijden onder de groeiende druk gezond te leven en in de pas te blijven lopen. Elke rimpel wordt achterstand. Het groeit met de jaren. De druk van de longen zorgt voor ongemak bij het harnas, de bikini voor schaamte, de push ups voor gêne. Ik ben het eens met Marian Donner. Ooit schreef Anja Meulenbelt ‘De schaamte voorbij’. Het leverde met name herkenning op. We zijn er hard aan voorbij gehold de afgelopen jaren.

001

Geluk is een klavertje vier. Dat nou ook weer niet. Wel is Klein Geluk vaak met een hoofdletter te schrijven. Je vindt het gratis en voor niets. Geluk is namelijk onbetaalbaar. Het zit in een zonsondergang bij zee, in een pootje van poes Pluis, dat haar bekkie omsluit, in de kinderen en hun kinderen, in het nietigste bloemetje in  mijn tuin. Het is te vinden in mijn geheime tuin, als je de schreeuwers opzij duwt en het zonlicht erover laat schijnen. De Oxalis Violacea, klein maar fijn. .

7 thoughts on “Klein maar fijn

  1. Waarom herken ik me zo duidelijk in jouw woorden? 🙂

    “De hemel geeft, wie vangt, die heeft” (Toon Hermans) We mogen en kunnen vangen, elk op onze eigen manier.

    Leef je leven, en laat regeltjes voor wat ze zijn. Vaak zien we door de bomen het bos niet langer.
    Of in het bos de bomen niet meer…..

    Liked by 1 person

Comments are closed.