Uncategorized

Een mens is nooit te oud om te leren.

Gisteren was er op de NPO een documentaire over origami, het betere Japanse vouwwerk. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. De origami kraanvogels zijn oneindig sierlijk en mooi. Ooit hebben we op school voor een kerstmarkt honderd kraanvogels gevouwen, die aan bijna onzichtbaar nylondraad tegen het prachtige diepblauwe gordijn werden gehangen op het podium. Daar hingen ze de hele kerst lang in alle eenvoud vreedzaam  te vliegen. Ze brachten een intieme warme sfeer.

Kraanvogel.

Ooit moest ik vouwen onder het scherp toeziende oog van de nonnen op de kleuterschool in het Ondiep. We kregen een vierkant vouwblaadje en duidelijke instructies, stap voor stap. De zuster stond erbij en keek nauwlettend toe of we de instructie opvolgden. Dat was het, realiseer ik me nu. Ze stonden altijd en torenden hoog boven je uit. Daarmee vergrootten ze de afstand en wekten de indruk van overwicht. Het lange zwarte habijt van zware stof en de zwarte sluier onderstreepten dat nog extra. Als een vouw scheef ging, sisten ze tussen hun tanden het euvel recht. Vouwen is nooit mijn favoriet geworden.

Ademloos heb ik gisteren gekeken hoe de wetenschap Origami heeft omarmd en uitgeplozen. Hele constructies in de bouw zijn te baseren op de zo simpel ogende gevouwen kreukels. Overal in de natuur zijn de basisprincipes van de edele vouwkunst terug te vinden. In de vleugels van een insecten en vogels, in het ontluikende jonge groene blad, in de eiwit-ketens in ons lichaam, in onze eigen schedel waar de hersenen keurig in opgevouwen zijn.

Spring Into Action, ontworpen door Jeff Beynon,

Door het nauwkeurig te bestuderen weet de wetenschap het in te zetten en grootscheepse ontwikkelingen te maken in de ruimte, in de architectuur, in de medische wetenschap. Een stent in een bloedvat bijvoorbeeld, die origami-gewijs is gevouwen, heeft een elasticiteit die vele malen groter is dan wat nu gebruikt wordt.

Herinnering: Opa Driehuis zit aan de eetkamertafel en leest een krant. Zijn sigaar blaast dikke wolken rook. Daar doorheen ritselt zijn krant een eigen melodie. Hij is zacht en lief en aaibaar ondanks zijn hoed en pak en rook. We plukken aan zijn hand en plooien de dunne velletjes. ‘Pom pom pom’ neuriet hij. Als de krant wordt dichtgeslagen kijkt hij ons aan met glimmers in zijn ogen en razendsnel vouwt hij een hoed van de nieuwsgaring. ‘Een twee drie vier, hoedje van, hoedje van, een twee drie vier, hoedje van papier’ en even later hebben we ze op. Mooie steken, een admiraal waardig, overdwars als Napoleon of recht vooruit als een maarschalk ter veld en marcheren we de kamer uit.

In het strakke regime van de gezusters Jonkman paste het vouwblad als een handschoen. Geen individuele uitschieters, geen persoonlijke touch maar louter en alleen het vervullen van de staccato opdrachten. Eerst moest het vierkante vouwblaadje in vieren gevouwen, dan van puntje naar puntje, dan op elkaar en zo ging het door tot er molens, bloemen, boten, vliegers, schoenen voor de pepernoten van zwarte Piet uitrolden. Rijen lang, allemaal van dezelfde kleur en vorm, identieke basisvormen. Als het niet lukte moest het overnieuw tot elke vouw haarscherp op haar plek viel.

Ik heb nauwelijks meer gevouwen na die stageplek. Alles wat het persoonlijke ondersneeuwde bleef links liggen. Elke zelfbedachte creatie werd met liefde tentoongesteld, of het nu op elkaar geplakte papiertjes waren of gestapelde kleenexdozen maakte niet uit. Het ging met name om het voorstellingsvermogen, de uitgebreide verhalen erom heen en de scheppingsdrang. Vouwen werd toevalligheid.

Nu, door de Origami Code gisteren op televisie, boort het vouwen letterlijk een nieuwe dimensie aan. Een mens is nooit te oud om te leren. Morgen maar eens kraanvogels vouwen met de kinderen…om mee te beginnen. Wie weet.

Een gedachte over “Een mens is nooit te oud om te leren.

Reacties zijn gesloten.