Uncategorized

Sprookjes bestaan echt.

Gisteren las ik in de kring het laatste stuk voor van Hans en Grietje uit het dikke sprookjesboek van Grimm. De kinderen luisterden ademloos. Slimme Grietje deed alsof ze niet wist hoe de oven werkte, waar je in kon kruipen om te zien of het vuur goed brandde en met minachting over zoveel domheid kroop de heks er zelf in. Grietje maakte de ijzeren deur snel dicht en schoof de grendel ervoor. Daar hield mijn plastische beschrijving op, waar de echte tekst nog verder ging. Wat er met de heks gebeurde konden ze op hun eigen wijze invullen.

Het was een manier om de werkelijkheid te verbloemen en de oorsprong daarvan lag in het verleden. Mijn leesrepertoire was breed met de onnavolgbare bibliotheek in de Elsstraat en met een moeder die geen leeftijdslimiet stelde. Op die wijze ontvouwde zich het sprookje van Blauwbaard. Plastisch en in geuren en kleuren met de mooie platen uit het oude boek van moeder de Gans van Charles Perrault ontrolde het hele verhaal zich als een film in mijn hoofd. Ik zag de zuster boven bij het halve ronde raampje zitten, ik hoorde het meisje roepen ‘Zuster Anna ziet gij nog niets komen’ en de maag bleef wee bij de ontdekking, die haarfijn uitgefilterd werd met het wanhopig wrijven over de sleutel en die Blauwbaard in toornige woede deed ontsteken.

Othello en Desdemona door Théodore Chassériau

Jaren later bij het zien van een vertelling van Othello door Joris Lehr, die als attributen met wapperende was aan de droogmolen, een strijkplank en knijpers werkte en daarmee onder zijn vaardige handen de klassieker tot leven liet komen, liepen twee kinderen na het eind van de voorstelling langs en constateerden welgemoed de aanwezigheid van het aantal doden. Het hield de gemoederen bezig en later op de avond vielen mij de woorden in.

Vuile was

Othello liet zich leiden door de holle frasen van Jago

en wanhoop blinddoekte zijn geest,

‘Wel vier doden’ constateerde de kinderziel tevreden

prachtige voorstelling en nu naar andere beslommeringen

thee met een koekje en misschien nog een uurtje naar ballet

Desdemona en consorten in de koelkast gezet

maar ‘s avonds komen ze, die doden uit een grijs verleden,

dwalen dreigend door het heden van die kinderziel

scheppen nieuwe verhalen waar strijkijzers en knijpers

maar vooral de vuile was

uit de doeken wordt gedaan

De Achillespees van een kinderhiel 

Als kind spookten vooral de gruwelen lang na. Dat euvel bracht het huidige verbloemen maar ook de verschrikte blik in de ogen van een klein beschermd prinsesje in de kring bij het zien van de houtgravure van de heks bij haar peperkoeken huis. Lekker griezelen werd het nooit, het bleef bij gruwelen en resulteerde in een bedlamp, die aan moest blijven, terwijl ik, ondanks dat, duizend doden stierf achter mijn onrustig gesloten ogen.

Op een dag ontdekte het kind in mij achter de boeken in de boekenkast thuis nog een boek. Het was een fotoboek van de mensen in de concentratiekampen Bergen-Belzen en Auschwitz. Ze lagen in de houten kooien boven elkaar en tuurden mij apathisch met holle ogen  aan of stonden vertwijfeld in hun gestreepte lappen naar de grond te staren terwijl, een paar bladzijden verder maar, hun knokige beenderen op een hoop gegooid werden in een diepe kuil.

001

Als aan de grond genageld kwam het besef dat sprookjes als die van Blauwbaard echt bestonden. Het bedlampje is nooit meer uit gegaan.

 

Een gedachte over “Sprookjes bestaan echt.

Reacties zijn gesloten.