Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Kinderstemmetjes klateren omhoog langs de gevels en bereiken ons door de open ramen. Ze zijn op weg naar een van de drie scholen verderop in de wijk. Het is zo’n kalm begin van een echte mooie augustusdag. Zon, blauwe lucht, het vroege verkeer dat met tussenpozen stil valt en dan die groepjes die richting school trekken. Ouders met kinderen, oma met kinderen, rugzakken op, zomers gekleed. In het eerste huis aan de overkant brandt gek genoeg de kachel. Dat is te zien aan de rookpluim die omhoog kringelt. Toch altijd wonderlijk, bij zo’n heerlijke zwoele ochtendtemperatuur.

Het avontuur gisteren begon veel gehaaster. Snel een kop koffie, het hele riedeltje aan ochtendritueel achter elkaar in versnelde en aangepaste vorm. Om kwart voor tien zaten we in de auto op weg naar Katwijk, waar de beloofde maaimachine stond. Om elf uur precies belden we aan bij een groot appartement in de badplaats. Uit de deur stapte een man met een oplader en accu in de hand die de maaier voor zich uit duwde. Wat toen losbrak was een spraakwaterval aan informatie over de flat, de VVE, de elektrische auto’s onder zijn woning, de illegale laadpaal, de milieuschade die ze opleverden, de brandveiligheid van de hybrides, het gemopper op zijn mede-bewoners. Hij haalde er duizelingwekkende cijfers en bedragen bij en kwam steeds dichterbij staan. Af en toe tikte hij onze schouders aan om iets te benadrukken met een ‘Wat denk je wat…’.

Stel je voor dat we voor zijn deur een elekrische auto hadden geparkeerd. Hij zwoer bij benzine-auto’s en ging vervolgens door naar de lithium delving, schakelde moeiteloos over naar de elektriciteitscentrales, zonnepanelen en de talrijke windmolens die het uitzicht en de horizon bedierven op zee. Wij hipten van het ene op het andere been probeerden af en toe er tussen te komen, beaamden iets en laveerden hier en daar mee om maar een ingang te vinden om zijn verhaal te stoppen, de grasmaaier te betalen en op weg te kunnen gaan. Het enige voordeel was dat we in de parkeergarage stonden waar het heerlijk koel was. En passant vertelde hij dat er veel verzet was tegen zijn denkwijze, maar meer nog tegen het feit dat hij alles overhoop haalde om de groei van laadpalen tegen te gaan. En terwijl hij met brandweervoorschriften, bezwaren en onkunde van de verzekeringen goochelde snapten wij wel waarom hij niet geliefd was in de flat, naar eigen zeggen. Eindelijk los van de man, die en passant ongevraagd hielp de maaier de auto in te werken, vervolgden we onze weg. Door de verhalen murw geslagen besloten we niet naar zee te gaan maar naar de tuin om de maaiers om te wisselen.

Alle energie was eruit en er was een onbedwingbare zin in dropjes. Dus stopten we bij een tankstation in Harmelen, waar we een sanitaire stop hielden en met twee saucijzenbroodjes en twee zakken drop naar het tuinencomplex reden. Maaier uit de auto, het euvel, door de man aangebracht, kon lief verhelpen en al rollend naar onze eigen tuin. Omdat ik er kennelijk nog al woest en dus grappig uitzag, wilde lief een foto van me maken. Telefoon niet in de zak te vinden. Waar o waar, niet in de rugzak, in geen van de broekzakken, misschien in de auto dan. Hij liep de kilometer terug terwijl ik de maaier liet snorren, die het uitstekend deed op het toch al te natte lange gras.

Geen telefoon in de auto, conclusie, hij lag nog op de wc-rol-houder in de benzinepomp. Maaier opgeborgen, de oude meegenomen en spoorslags naar de benzinepomp gereden. Helaas pindakaas. De telefoon was verdwenen. Het was een grote domper op de vreugde omtrent de gevonden maaier. Zoonlief gebeld wat te doen en na de stort om de oude maaier te dumpen, naar huis.

In zo’n telefoontje zit alles. ‘Google account opzoeken en wachtwoord veranderen’, adviseerde zoonlief. Maar daarna begon het zoeken naar de diverse wachtwoorden. Voorwaar, een speld in een hooiberg.

Overpeinzingen

De bakermat voor later

Het was even zoeken naar het huis waar de reünie gehouden zou worden. Kruip -door,sluip-door de wijk, straatje in, straatje uit tot ik in een wijk kwam met een doodlopende straat en helemaal aan het eind stond een huis met een grote tuin. Daar wachtte de gastvrouw ons op. Onderweg reden twee dames me voorbij, die ik allebei herkende. Het koste me trouwens helemaal geen moeite om de meiden van weleer te ontdekken tussen rimpels en aangelengde lijven door. Er was van alles wat. Schommelende moekes, tanige sporters, ons paardenmeisje, altijd nog even kwiek. Er waren er veel die het langer dan veertig jaar hadden volgehouden in het onderwijs en er waren erbij, die nog steeds een paar dagen werkten. Ze vertelden hoe heerlijk dat was, omdat ze op handen gedragen werden en zich alleen maar met de groep hoefden bezig te houden, geen vergaderingen, geen observaties of het invullen van papieren. Koffie werd voor hen gehaald, ouders blij, want de kinderen hoefden niet naar huis, kinderen blij, want zo’n oude juf van de kleuterkweek weet van wanten en team en directeur dolgelukkig, want de kinderen waren onder de pannen.

Zo was het. Er was koffie en thee, water met citroen, bonbonnetjes die langzaam weg dreigden te smelten en cake voor een weeshuis. Eerst moest iedereen begroet en ‘geraden’ worden, wat soms hilarische taferelen opleverde. Daarna was er de ruimte voor een lang rondje met levensverhalen. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ luidt het spreekwoord en inderdaad, vijftig jaar geschiedenis is er lang genoeg voor. Het leed was mooi verpakt in droge opsommingen, of werd versneld verteld, soms meer als constatering van een feit. Er werd ademloos geluisterd, soms wiegden de hoofden heen en weer in een verwondering, of door de ernst van de zaak. Leed kon altijd erger, leerden we in die korte tijd. Er waren mannen overleden, aan het dementeren geslagen, er waren huwelijken gestrand en nieuwe trouwpartijen, er waren verhuizingen van de ene kant van het land naar de andere. Maar de meesten woonden nog altijd dichtbij de stek waar ze ooit begonnen waren. Er werden kinderen geboren, soms met de grootste moeite. Heel veel van onze groep schilderden, tekenden, bleken kunstenaars te zijn geworden of hielden zich op binnen de kunstkringen van de stad. Iemand had een galerie.

Zo verweefden de beelden met de verteller samen en die omlijsting zorgde voor nog meer herkenning. De meegebrachte hapjes werden klaargezet, pasta’s, kazen, soep, salades, Turks brood, tapas. De wijn en het water kwam op tafel. Daarna brandden de verhalen over vroeger los, hadden we unaniem toch spijt van de manier hoe zuster Magdalien door ons werd aangepakt met spotprentjes en tegenspraak. Zuster Adolpha, de tekennon, werd door sommige, met een door haar, erkend talent op handen gedragen en anderen die minder goed bevonden werd, als minder aardig gevonden. Iemand zei ‘ik wilde nooit naast jouw bordtekeningen tekenen, dan was het verschil veel te groot’. O ja, het bordtekenen. Ach wat deed ik daar graag aan mee. Iemand vertelde over haar frisse tegenzin over de vouwlessen. ook dat had ik verdrongen, maar nu wist ik eindelijk waarom ik nooit wilde vouwen in mijn eigen groep. Daar kwam dus de aversie vandaan. Die vouwmappen was ik allang vergeten.

De tijd vloog voorbij en voor we het wisten gingen de eersten alweer naar huis. We beloofden er de volgende keer geen twintig jaar meer tussen te laten zitten. Met alle vrouwkracht werden de resten ingepakt en meegenomen, de vaat naar binnen gedragen en de gastvrouw bezwoer ons om alles verder te laten staan. Dat varkentje zouden zij en haar man wel wassen. In de app de dankbetuigingen, voor iedereen was het genieten geweest. Belangrijk voor het ophelderen van bepaalde zaken uit het verleden die weggezakt waren en leerzaam door de verschillende visies op het leven. Onze rebelse groep krachtige vrouwen van toen en nu, die er stuk voor stuk mochten zijn. De bakermat voor later.

Overpeinzingen

Wat zijn ze me dierbaar

Zoonlief vordert gestaag op de zolder. Hij heeft achter de ketel een open hoek afgetimmerd en ineens is het veel meer kamer geworden. Nog een stuk op maat zagen en die klus is geklaard. Zo trots op zijn precieze manier van werken, die ik vooral van vroeger van zijn vader herken. Wij doen de boodschappen, die voornamelijk uit presentjes bestaan. Twee flessen met lekkers voor de gastheer en de gastvrouw van die avond, een stadsbier met de dom op de fles voor hem en een fles sauvignon met de tour d’eiffle voor haar, een grote bos bloemen voor degene die haar huis beschikbaar stelt voor de reunie van vandaag. Maar eerst spoorslags richting Tiel, waar het kleine bloemenparadijs van vriendinlief en vriendlief ligt.

In weze is het niet verder dan een half uurtje hier vandaan. We worden met open armen ontvangen en een rondje door de bloementuin is de eerste gang, weelderig en in volle bloei staat alles, tussendoor haar keramieken en sculpturen van cortenstaal. Veel vrouwfiguren en abstract werk. Daarna het atelier, het vers gemaakte werk in olieverf om te bewonderen, de dochters en de nieuwe abstracten. Kleurrijk en expressief zoals ze zelf is.

In ons hoofd de herinneringen aan vroeger. Toen ze de school binnen kwam wandelen en de regie over de groep naast me kreeg. Hoe we altijd, woordeloos bijna, op dezelfde golflengte zaten met ons improvisatievermogen en de grote verbeeldingskracht. De aankleding van de groep en daarna bij elk nieuw project was een groot feest. Nooit werd er iets nagemeten bij het maken van een decor en alles gebeurde op het oog. Het klopte altijd. Nieuwe werelden scheppen voor de kinderen was een vanzelfsprekendheid geworden, al hadden we wel in de gaten dat het een gave was, die we alle twee bezaten. Het huiskameridee van de Jenaplan kreeg, samen met onze andere vriendin, een warme en eigen uitstraling. Een kring met zachte banken en fauteuils waar je in weg kon zakken om al liggend en hangend te luisteren naar de verhalen en gesprekken. Een veilige en geborgen plek in de voetsporen van het Reggio-onderwijs. Experimenten op grote schaal, nieuwe manieren om kinderen wegwijs te maken en te volgen in hun eigen ontwikkeling, ervaringsgericht, als een handschoen die ons naadloos paste. Onze knutsel-en bouwhoek, het speelhuis en de werkplekken waren zo rijk als maar kon ingericht, met materiaal dat zonder restricties gebruikt kon worden en de grote kunstwerken schuwden we niet. Een feest waren die dagen, waarin we nog niet werden gehinderd door methodes en regels, maar vrijelijk ons gang konden gaan.

In dezelfde lijn lag het straattheater, wat we samen deden en waarmee we optraden in het stadje, dat eigenlijk was voortgekomen uit de toneeltjes tijdens de inleiding van de projecten en die glorieuze typetjes opleverden. Bep en To, twee gezusters, die al monkelend elkaar de ruimte probeerden af te troeven en elkaar stuwden tot grote hoogte of de twee supporters van FC. Utrecht. Ook parodieën op Hummie van de Tonnekreek, die door ons werd omgedoopt tot Tonnie van de Hummelkreek en een van haar diva’s werden tot leven gewekt. Regelmatig lagen we in een appelflauwte bij het verzinnen van deze groots uitgevoerde rollen. Bij een etentje vorige keer hadden we die herinneringen allemaal opgehaald. Gisteravond ging het met name over het leven zelf. Hoe was die liefde tussen mij en lief tot stand gekomen, vroeger en nu weer. Een sprookje, waar eigenlijk een boek van zou moeten komen. We zaten aan de tafel buiten onder de parasol bij een laat avondzonnetje met uitzicht over het groene weiland en het aangrenzende maisveld. Manlief stond in de keuken en bereidde een heerlijke maissoep met een tajineschotel van bieten uit de eigen tuin en we raakten niet uitgepraat. De kinderen, de liefde, het leven, beloften, toekomst en verleden, alles in een warm vertelraam, passend bij de idyllische sfeer. Een mooie deelzame avond, sfeervol, vanuit het hart.

Dierbaar is het woord wat past. Wat zijn ze me dierbaar.

Overpeinzingen

In geuren en kleuren

Een volle agenda voor dit weekend in het overvolle huis, waar het laveren tussen de dozen is, omdat er laminaat gelegd gaat worden op de zolder en alles op de eerste verdieping komt te staan. De kast is leeg en uit elkaar gehaald. Wat een ruimte.

Ooit is hij door de vader van de kinderen in elkaar gezet van oud steigerhout. Een ruwe kast met een schoonheid aan taal in zich. Ik moet denken aan het spreekwoord:’Een ruwe bolster, een blanke pit.’ Zo’n kast dus. Ze mag een volgend leven slijten in de schuur van dochterlief. Haar robuuste voorkomen is anders dan de gladde gelikte Billies van een bepaald warenhuis, die de wand beneden vullen. Gladdekkers zijn het, die kasten, maar doeltreffend en aangeschaft omdat de prijs de doorslag gaf in een periode dat dubbeltjes nog omgedraaid werden tot het kwartjes waren.

De schoonheid van taal maakte veel goed en door de gladde uitstraling en de veelheid, die het aan boeken kon bergen werd het een van de lievelingen van het huis. Net zo gekoesterd als de rotan leunstoel van oma Driehuis. Die is in elk huis waar ik gewoond heb, deel van het geheel geweest. Later kreeg ik haar evenknie erbij, erfenis van een, helaas te vroeg gestorven, neef. Ze staat nu nog in het atelier op de tuin. Ooit zullen ze weer beide naast elkaar pronken, in ere hersteld. Tijdloze meubelstukken.

In de keuken staat een Engels buffet met een oude verweerde spiegel er boven. Eigenlijk een onhandige kast, waarbij je diep moet bukken om te speuren naar je ingrediënten. Tegenwoordig haal ik er een keukenstoel bij en ga ervoor zitten, sinds het gemak om door de knieën te gaan is afgebrokkeld vanwege de tand des tijds. Ze mag blijven omdat het nog een stukje nostalgie is en doet denken aan oude huizen met lambrisering, hoge plafonds, krakende vloerdelen. Een vleugje vroeger naast al de praktische doorsnee meubels. Een kast om te worden bezongen, zoals Annie M.G.Schmidt dat zo mooi kon.

Vandaag viert kleinzoon zijn verjaardag, dan racen we door om bloemen voor de gastvrouw van de reünie morgen te halen en om een goede fles wijn aan te schaffen voor de lieve mensen, waar we vanavond zijn uitgenodigd om te komen eten. Gisteren wilde ik bij de kinderen langs, maar de globetrotters waren naar familie in Friesland en zoonlief moest voor een kleine ingreep naar het ziekenhuis. Als het goed is zien we ze straks weer allemaal op het feestje van de twaalfjarige.

Door de plotseling vrij gekomen tijd besloten we ons te oriënteren op de nieuwe maaimachine. Drie bouwmarkten in met deze drukkende hitte viel tegen. De teleurstelling dat de prijzen huizenhoog gestegen bleken, hielp niet mee aan het goede humeur. Schrikbarende prijzen voor de accu alleen al. Even een dipje, maar daarom niet getreurd. Op marktplaats vonden we vanmorgen een goed ogend tweedehandsje. Nu afwachten of we in de prijzen vallen. Het scheelt ons minstens 300 euro. Tel uit je winst.

Gisteren zijn twee zussen vertrokken voor een trip naar IJsland. Sinds de opvolger van het boek Het Zoutpad van Raynor Winn, dat zich afspeelt in dat land met een barre trektocht er dwars doorheen, heeft het nog meer mijn belangstelling. Zelf zou ik de ruige klautertochten niet meer op kunnen brengen, maar door er over te lezen voel je de wind en de regen op je gezicht en neem je stug de meest onherbergzame hellingen. Lezen is voor mij een uitkomst, daar waar ik helaas veren moest laten vallen. Straks zijn er de verhalen in geuren en kleuren.

Overpeinzingen

Ondertussen gaat het werk gewoon door

Wat een mens allemaal niet in ere houdt. Voor de continuïteit in het opruimen maak ik zes tassen, één voor ieder kind en één voor de werkkamer. De laatste onder het kopje: ‘Nog nader uit te zoeken.’ Gevolg van al dat ruimen is dat ik al vroeg in de ochtend bezig ben met dagindeling, aanpak en verloop. In mijn hoofd dan hoor. Ik verzet geen stap. Lief slaapt de slaap der onschuldigen en ik zie nog net twee kleine vleermuizen vliegen. Vroege schemermorgen.

Het werk vordert gestaag, de kast is bijna leeg. Op de platen-en stripboek-verzameling na. Die mogen ook naar de kringloop, maar vooral bij de eerste wil ik de kinderen met een platenspeler er nog even doorheen laten lopen. Mijn eigen platencollectie zit er niet tussen. Die bewaar ik voor een eigen platenspeler. Buiten de ruimte die het in het hoofd schept, is het vooral aanpoten. Straks kunnen zoonlief en vriendin aan de slag om hun eigen optrekje te maken. Het mes snijdt van twee kanten. Er zijn weer stappen gezet in het proces van gemak voor het nageslacht en de zolder zal straks een keurige kamer zijn. Had al jaren geleden gekund, maar is er nooit van gekomen.

Vroeger had ik woeste plannen voor de kinderkamers met hele verbouwingen van kasteel tot boot, maar we kwamen nooit verder dan het aftimmeren van de schotten, waar de dametjes met behulp van de verkleedkist onmiddellijk hun eigen lappenparadijs van hadden gemaakt van mooie oude sari’s, die daarin te vinden waren. Hele verhalen speelden zich af, daar op zolder. Dat was vooral in het oude huis, hier werd alles weggestopt voor het oog, opgeruimd staat netjes. Maar zoden aan de dijk zette het niet, want wat er dan allemaal te voorschijn komt…Je wilt het niet weten.

Het ruimen van mijn ouderlijk huis is kennelijk aan mij voorbij gegaan. Daar weet ik niets meer van. Onze vader en moeder moesten naar het bejaardentehuis, omdat mijn vader hulpbehoevend was. Mijn moeder was de jongste van de bewoners. Alleen de boeken die ik erfde staan mij bij. Hele dozen met een voorwoord van mijn moeder erin, waarom het boek zo interessant was en dat we het nooit weg moesten doen. Ook nu kom ik er weer een paar tegen. Het noodlot, in de vorm van waterschade, maakte destijds een keuze van wel of niet bewaren voor het grootste gedeelte overbodig.

Het is zaak een dergelijke erfenis zo klein mogelijk te houden. Waarvan akte. Van een lieve blogvriendin kreeg ik de titel door van het boek: ‘Opruimen voor je doodgaat’, De auteur noemt het ‘een ritueel om te reflecteren op je leven’. De schrijfster is een Zweedse en in Zweden kennen ze het gegeven als ‘Döstädning’. Bij het aanklikken kom ik op een inkijkexemplaar en dat is al verhelderend op zich. Mooi om over het taboe heen te stappen dat het begrip ‘Dood’ nog altijd met zich mee brengt.

Het brengt nieuwe mijmeringen. Volgende week word ik zo oud als mijn moeder geworden is, want twee maanden later is ze plotseling en totaal onverwacht gestorven. Het stemt tot nuchterheid. Je kunt er dus niet vroeg genoeg mee beginnen. Volgens mij kunnen de kinderen van nu veel makkelijker ergens afstand van doen dan wij. Per slot van rekening zijn wij een product van de bewaargeneratie onder het motto: ‘Je weet nooit wat er komen gaat’. Ook de bijbehorende zuinigheid werd met de paplepel ingegoten. Ze hadden net een oorlog achter de kiezen. Dan komen waarden in een ander voetlicht te staan.

Wat zo’n actie al niet te weeg brengt aan gedachtengoed. Het hoofd zit nu vol verleden met de bedoeling er leegte in te laten vallen. Daar is tijd voor nodig. Ondertussen gaat het werk gewoon door.

Overpeinzingen

Om ooit nog eens afgestoft te worden

Stef Bos bedenkt, als hij de jaarringen ziet van een houten schijf van een oude boomstam, dat hij vanaf jongs af aan van binnen naar buiten heeft geleefd en komt tot de conclusie dat het de hoogste tijd wordt om van buiten naar binnen te gaan leven. Het is een opmerking die een onderdeel vormt van het slotaccoord van zijn column in het nieuwe Zin-magazine. Dan schrijft hij dit: ‘Mijn leven eens te leven in een dwarsdoorsnede. Een te volle rugzak met beelden en levenservaring uit te pakken en achter te laten, wat ik niet meer nodig heb.’

Het zet aan tot denken. Er zijn al wat dingen uit die rugzak van mij verdwenen. Iedere keer als je in een nieuwe fase van het leven komt, schaaft de nieuwe wereld de beelden bij, laat liggen wat niet meer nodig is, brengt nieuwe ervaringen binnen. Zaak is om van de overvolle rugzak een tas te maken die het hoognodige herbergt. Van die mooie gedachten die je nodig hebt op gegeven momenten met in het achterhoofd de wetenschap, dat een mens minder nodig heeft dan hij doorgaans denkt. Wat daarbij helpt is het ontspullen. Een huis dat door de jaren heen is volgestiefeld met hebbedingetjes, belangrijke zaken van de kinderen, kleinoden die verzameld zijn te ontdoen van allerlei overbodige ballast.

Nu zoonlief de zolder confisqueert en ik hem toch een tijdelijk warm welkom wil heten, is het moment gekomen om die oude zolder, de boekenkasten, de meubels, de snuisterijen, uit te zoeken en op te ruimen. Het is op een ander vlak maar qua intentie hetzelfde als Stef is overkomen daar bij die oude boom. Mijn huis moet voor eenderde deel leeg en daarmee mijn hoofd ook. De buitenste schil wordt afgepeld en wat overblijft is hopelijk een binnenkant die te overzien en te doorgronden is. Van buiten naar binnen.

De verzameling stripboeken sorteer ik en leg ze op stapeltjes. Ooit daarmee begonnen in de jaren dat Lief en ik gingen samen wonen in Leiden. Minstens een keer in de week sjouwden we het kleine stripboekenwinkeltje aan de Breestraat binnen, waar twee grote ronde angora-poezenlijven als matrones op de uitgestalde stapels strips lagen en kochten de nieuwste Rode ridder, of de nieuwste Suske en Wiske. Ik maak foto’s, zet ze op de familie-app. Niemand wil ze nog. Verbleekte nostalgie.

Er zijn dvd’s met de schijven er nog in, films die je zo van het internet af kan halen. Niet verwonderlijk, ook die mogen weg. En er zijn boeken. De bundels met kindergedichten, zo gekoesterd, zo belangrijk bij de groei, de schoonheid van het woord, die blijven nog even of gaan naar dochterlief met een groep onder haar hoede. Dan die oude Miezelientje, ondertussen al stokke-oud, loopt met haar kleine poezenpootjes al die jaren vrolijk door het kleurrijke bos op de kaft. Oude schoenen van de jongens, laminaat dat uit de kamers beneden is gekomen en improvisatorisch op zolder is gelegd, wordt vervangen door een nieuwe.

Tassen met spulletjes moeten worden doorgespit, gewogen om een keuze te kunnen maken, wegdoen of blijven. Heeft het meerwaarde, vals sentiment of nostalgie? Kan ik het doorgeven? De dagboeken gaan naar de werkkamer. Af en toe lees ik een stapeltje brieven door. Zo reis ik door het leven heen. Inderdaad, aardse zaken allemaal, wat overblijft zijn de gedachten, dierbare herinneringen en ook die mogen naar de zolder van de ziel. Goed verpakt om ooit, bij een schrijven of een mijmering, nog eens afgestoft te worden.

Overpeinzingen

Genoeg stof tot praten

Geen auto te bekennen op de parkeerplaats van het tuinencomplex. Er heerst doodse stilte. Wat je hoort is het ruisen en ritselen van bomen en struiken in de wind. Zij trekt rimpelingen in het water. Zon wisselt af met versnelde wolken. Er staan welgeteld twee fietsen. Een van de buurman en een bij het Griekse huis in het midden. Grieks omdat ze in mediterraan blauw met wit is geschilderd. Ik denk aan het huis van een moeder van de kinderen op school die haar kamers had ingedeeld met een thema. Op zolder was de Griekse kamer, compleet met amfora’s en andere snuisterijen.

Hier krijgt de zolder langzamerhand ook een compleet ander uiterlijk. Na iedere klus komt er weer een andere bij. Nu zal er ook nieuw laminaat gelegd gaan worden. Zoonlief regelt alles zelf. Beneden tegenover de schuur staan de spullen te wachten op de kraakwagen van de gemeente. In de halletjes staan dozen opgestapeld. Het maakt me altijd wat onrustig. Nu alles buiten staat, is de werkkamer gelukkig weer leeg.

Terug naar de tuin. Ze lag er troosteloos en gehavend bij. Door het natte en vochtige weer van de afgelopen tijd was het gras uitgegroeid tot lange natte slierten en ze had zich er in elk bloembed even zo vrolijk weer tussen gewrongen. Van de aanpak van drie weken geleden en de opgeruimde tuin was niets meer terug te zien. Diep ademhalen, moed verzamelen en aan de gang. Bij de pakken neer gaan zitten had geen zin, al zonk de moed me soms in de schoenen.

Lief begon aan zijn klus. Twee oude rotan stoelen die vergaan waren, kort knippen en in vuilniszakken doen. Die mochten weg. Terwijl ik voortploeterde met de oude haperende grasmaaier, ging hij daarna in de weer met de snoeischaar aan de achterkant, waar de begroeiing de doorgang belemmerde op het pad langs de tuinen. De accu’s van de maaier hadden het ook zwaar en lieten het afweten na tweederde van de tuin. Ook te begrijpen. Het laatste restje met de hand knippen dan maar. Nu het kort was kon het drogen. Dat scheelde een slok op een borrel bij de volgende maaibeurt.

Om vijf uur waren we er wel klaar mee. Lief had gisteren zes grote vijgen van zijn schoonzus gehad. Daar ga ik jam van maken met verse gember en een snuf kaneel. Het is een voorproefje voor de grote oogst dadelijk in Verweggistan, waar de grote vijgenboom tegenover het terras weer afgeladen vol zal zitten. Ook de hazelaar werpt haar vruchten af. Ik vond een fijn recept voor hazelnoten-pesto, maar dan moeten ze eerst een goede zes weken gedroogd worden. Dat zal een heerlijke kaasplank worden met een vers stokje, kaas, vijgenjam en pesto.

Bij thuiskomst lag het laatste kinderboek in de bus. De titel is ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt’ van Edward van de Vendel en Martijn van der Linden. Een boek vol gedichten, die goed te gebruiken zijn voor de taallessen in de blokperiode. Het ziet er prachtig uit. De gedichten zijn geen alledaagse exemplaren. Ze zijn geschreven in een Wat-als constructie en geven adviezen. Een meesterlijk gedicht is ‘Wat je moet doen als je opa steeds meer vergeet.’ Het begint ontroerend. ‘Opa heeft een gummend hondje in zijn hoofd./Zo stel je je dat voor/dat is hoe je het gelooft./Dat hondje veegt met zijn pootjes,/ en zijn vacht en zijn staart/door alle gedachten/die opa bewaart…’ Met de komst van het laatst boek kan ik eindelijk beginnen. Raar ritueel eigenlijk. Ik wil ze na elkaar lezen en dan de recensies achter elkaar schrijven. Vers van de pers.

Zondag is er een reünie van de kleuterkweek. Iemand heeft haar huis beschikbaar gesteld. Lekker dichtbij in Houten en er komen zo’n vijftien mensen uit onze oude groep. Iedereen maakt wat lekkers klaar. De meesten van ons hebben elkaar ruim vijftig jaar niet meer gezien. Ik ben benieuwd. Als we al die jaren willen overbruggen, is er genoeg stof tot praten.

Overpeinzingen

Aan de slag

Schoondochter had me uitgenodigd voor een tochtje door dat grote Zweedse warenhuis met aansluitend een drankje ergens op een mooie plek in Utrecht samen met de jongste kleinzoon. Dat hoefde ze geen tweede keer te vragen. Lief ging derhalve naar zijn broer in de Hoek, om die te helpen zijn dozen vol verleden door te spitten, waar hij sinds zijn permanente verhuizing mee bezig was. Het samenvoegen van twee huishoudens brengt een broodnodige opruiming teweeg als er één huis verkocht wordt. Met bus en trein ging hij spoorslags zijns weegs.

Ik haalde mijn lieve schatten tegen tweeën op. Het was natuurlijk mij niet om de boodschappen te doen, maar wel om al die gestolen ogenblikken, waarop ik knuffels en flesjes kon uitdelen aan de kleine pork. Hele gesprekken kan je met hem hebben, omdat hij zeer geïnteresseerd is in de klanken en je probeert na te doen met zijn mondje. ‘Uhhhh, prrrrr, ruhruh’. Het gemak waarmee mijn lieve aangetrouwde dochter met hem rondsjouwt en gewoon haar eigen leven weet te delen met de kinderen is zo natuurlijk en vanzelfsprekend. Ik kan er grote bewondering voor hebben. Hoe spastisch ik reageerde, vroeger, op de reacties van de buitenwereld. Daar heeft ze absoluut geen last van. Zij maakt haar eigen keuzes.

Er moesten een paar houten kistjes gehaald worden en een nachtlampje, dus liepen we de enorme afstand pratend over serieuzere zaken langzaam door. Het was maandag en daarom goed te doen. Vragen en raad over opvoeding, ideeën, gedachten passeerden. De kleine sliep in zijn comfortabele draagzak en droomde op de harteklop van zijn moeder. Om hem in slaap te wiegen mocht hij nog wat drinken uit de borst, die keurig verstopt bleef in de teddyberen zak. Er was toch veel veranderd vergeleken met vroeger. In een van de nieuwe tenten aan de Kanaalweg was er ruimte voor een versnapering, een verschoning van de kleine en kon ik met hem kletsen en een flesje geven, kietelen en liedjes zingen. In de lichte ruimte waren bijna geen andere bezoekers en later kwamen er nog meer moeders met hun baby’s . Een uitgelezen plek dus voor jonge ouders en voor dorstige fietsers op weg naar ergens.

Tijd vliegt als gezelligheid de overhand heeft en pas rond zessen stonden we weer voor haar huis. Zoonlief was al thuis en hielp met uitladen. Ze zouden pasta eten, maar ik had de jongste zoon beloofd te koken. Die was in de middag in ons huis bezig geweest met de aanpassingen op zolder, alles om er een knus optrekje van te maken. Alleen maar goed, want dat zette mij aan om versneld op te ruimen, iets wat ik steeds voor me uitgeschoven had, omdat we er niet meer hoefden te zijn. Nu zou de ruimte weer volop gebruikt worden.

In het halletje boven staan de verhuisdozen opgestapeld en wij laveren er tussendoor. Het is maar tijdelijk, want morgen komt het grof vuil langs om alle overtollige zaken op te halen. Ik probeer er wel een beetje de hand in te houden, want de opruimwoede van zoonlief mondt vaker uit in een ‘weg-is-weg’ en ‘opgeruimd staat netjes’.

De oude boekenkast moet leeg. Er kan veel naar de kringloop, maar er staan ook nog dagboeken, schriften met gedichten en verhalen en ‘antieke’kinderboeken in, die ik ooit met verve heb voorgelezen aan mijn eigen kleintjes.. Dergelijke zaken sorteer ik liever zelf. De kast is misschien voor een van de andere kinderen, want die is ooit, in 1980, door hun vader eigenhandig van steigerhout en vloerdelen gemaakt en heb ik jaren van het ene naar het andere huis gesleept. Goed om er doorheen te spitten.

Vandaag wacht eerst de tuin. Het belooft goed weer te worden en ons eigen stukkie grond is hard aan een stevige aanpak toe. Er gaan weer twee accu’s mee. Tegelijk kijken we deze week uit naar een nieuwe maaier, die minder snel zal afslaan. Dochterlief wilde samen met ons doen, maar dat hoeft niet. Wij schaffen hem aan en zij hebben eveneens het vruchtgebruik. Na die Europa-reis kunnen ze hun centen wel ergens anders aan besteden, besluiten Lief en ik. Hup in de benen en aan de slag.

Overpeinzingen

Om over te mijmeren

Het beloofde een mooie dag te worden. Zou het zo warm en zonnig zijn als de dag daarvoor. Toen smoorde ik ‘s middags weg onder mijn zorgvuldig uitgekozen outfit in de vroege ochtend. ‘Laagjes, laagjes,’ fluisterde mijn moeder. Dat dan maar.

Onder een bewolkte hemel, de mooiste luchten zijn hier te aanschouwen, zelfs in grijstonen, reden we naar Otterloo. Daar was het Kröller-Muller museum, een uitgelezen combinatie om te kunnen wandelen, fietsen en kunst en schoonheid te aanschouwen. Er waren meer mensen op het idee gekomen, getuige de overvolle parkeerplaats, waar net een stel bezig was hun boeltje in te pakken. Daar schoof Truusje de vrije parkeerplaats binnen. Gelukt. Een flinke rij bij de kassa, omdat we nog kaartjes voor het Nationale Park de Veluwe moesten kopen en de mededeling dat alle witte fietsen vergeven waren. Dat werd dan het eerste gedeelte wandelen richting museum. Het was al met al toch een stief kwartier lopen. Ik kweek deze week wandelkuiten. Smalle bospaadjes met tientallen sparrenappels in de zanderige grond kronkelden naar de begeerde plek.

Daar waren banken aan het begin waarop even uit te blazen viel, recht tegenover Meneer Jaqcues van Oswald Wenckenbach. De broer van dit heertje, ‘de Spoetnikkijker’ staat, bijna identiek, met hondje op het Servaasbolwerk in Utrecht. Leuk om hem hier ook te zien.

De rij voor de ingang was kort, maar door al het brede glaswerk zag ik al dat het spitsroeden lopen zou worden met al die mensen. Maar ja, zondag, vakantie, veel natuur, een beeldentuin en redelijk weer, dat moet wel aantrekkelijk zijn voor velen. Toch lukte het om af en toe in een van de tentoonstellingsruimtes op een bank te wachten en dan de kans schoon te zien om een doek goed op je in te laten werken. Verster, Gauguin, Redon, Israëls tot mijn grote vreugde, Toorop, Monet, Renoir, Van Gogh natuurlijk, en tussen de sculpturen Zadkine, Giacometti, Picasso. Er viel meer dan genoeg te genieten. Als je het bezoek ook als een kunstwerk op zich beschouwde viel er vanaf zo’n bank veel te observeren. Dagjesmensen, educatieve ouders en of opa’s en oma’s met hun (klein)kinderen, toeristen in alle toonaarden. De bewonderaars, de snelle doorlopers, de dwalers, en volgens Zebedeus, ‘De aarzelaars en de Zekerweters, ze waren er allemaal. Daar tussen door hadden de cipiers hun argusogen opgezet om alles nauwlettend in de gaten te houden.

Op een goed moment, we hadden al ruim twee uur gekeken, zat ons hoofd vol. We besloten om in de beeldentuin een bank uit te zoeken, verder weg van het gedruis. In stilte, oh wat kan stilte zalig zijn, genoten we van de ruisende bomen, de vogels, het wuivende gras, de wandelaars die als miniaturen aan de overkant wandelden, de blauwe lucht en de zon die doorkwam. Maar vooral die rust.

Het was écht genoeg geweest, besloten we. Zelfs de beeldentuin ging er niet meer in. We zouden naar fietsen speuren om makkelijker terug te komen en dat was spannend, want witte fietsen kennen geen andere aandrijving dan de benenwagen. Voor mij nog een dingetje. Het verliep gesmeerd. De wegen waren vlak, de fiets gleed soepeltjes door en alleen bij een hochie -op moest ik een tandje bijzetten. Natuur had haar eigen kunst te pronken gelegd in de gedaante van houten sculpturen, omgevallen bomen, doorgegroeid tot wonderlijke vormen, takken die ter ondersteuning dienden, staketsels die omhoog rezen richting het hemelgewelf, hier en daar afgewisseld met het zich ver strekkende stuifzand en soms zelfs al bloeiende heide. Wat een mooie afsluiting van de dag. Een briesje joeg de rest van de muizenissen een deur verder. We besloten de dag bij het wapen van Odijk, waar nog net een tafeltje voor twee te vinden was. Gelaafd en gelouterd, met veel om over te mijmeren.

Overpeinzingen

Gemak dient de mens

In de vroege ochtend maakten we ons op voor wat een drukke en emotionele dag zou worden De, lang naar uitgekeken, thuiskomst van onze vier globetrotters. Er was een heel plan gemaakt. Zoonlief haalde taart, de slingers, boodschappen om de eerste dag te overleven en bestelde een vegetarische rijsttafel voor twee personen bij de hun welbekende Indische toko, ik zorgde voor een mooie bos bloemen en de taart. Alles uit naam van beider families. Franse dochterlief en schone zoon hielpen de jongste en zijn lief om al hun spullen naar ons huis te verkassen en ze poetsten gezamenlijk het huis aan kant.

Ondertussen werd alles versierd, bloemen en cadeautjes op tafel en kaarten klaar gezet. We verstopten ons in de keuken, telefoontjes op film en foto in de aanslag en giebelend om de geluiden die we hoorden. De kinderen waren onder de indruk, jongste kleindochter sliep heerlijk door alles heen en de allerjongste kleinzoon keek met grote ogen vanaf mijn schoot naar het tafereel dat zich ontvouwde.

Toen kleindochter als eerste binnenstapte en vlak daarna haar vader klonk er een luid ‘Welkom thuis’. Omhelzen, vasthouden, nog een keer omhelzen, knuffies voor de kinderen, warm en dankbaar dat we waren dat ze weer heelhuids thuis waren gekomen na al die maanden. En natuurlijk was iedereen oneindig trots op hen. Taart en baby-geknuffel, tranen en een vol gemoed, maar ook opgewekt gebabbel, uitwisselen van de laatste loodjes en na allemaal weer geland te zijn, tijd om ieder zijns weegs te gaan.

We hadden ons ‘s morgens gehaast om klaar te zijn voor de komst van zoonlief en zijn lief. Hij zou alle spullen brengen. Tijdens het wachten op hem had ik de roos en de kleine maar fijne bloemen van het Chinese lantaarntje vereeuwigd. Ze bloeit voor het eerst in al die jaren. Toen het een en ander te lang ging duren belden we dochterlief, die in het huis van de globetrotters aan het poetsen was. Ze hadden al een paar keer gereden en het in de schuur gezet. Niets van gemerkt en goed hoor, dan konden wij eindelijk bloemen halen en een kaart en nog een klein welkomstcadeau uitzoeken.

Dat werd een boek vol weetjes en bijzonderheden om op safari door de eigen stad te trekken: Prentenboek Utrecht met teksten van Brigitte Nieubuur en illustraties van Ellen de Bruijn. De bloemenwinkel was gesloten, de volgende, een wijk verderop, ook, maar eindelijk, driemaal is nog altijd scheepsrecht, konden we een mooi groot plukboeket als welkomstgeschenk meenemen. In de straat waar ze straks de caravan en de auto moesten stallen had zoonlief een plek gevrijwaard, middels twee terrasstoelen met een lint ertussen. Slim. Het vouwgordijn werd dicht gedaan om de verrassing nog groter te maken. Ze wisten niet dat we als familie er allemaal zouden zijn. Toen de vlaggetjes arriveerden en de taart en de boodschappen konden we verder met de aankleding. Het zag er feestelijk uit. Kaarten met lieve woorden, vlaggetjes beschreven met welkomstteksten.

Na een stief uurtje hadden ze het rijk alleen en rond zessen konden ze smullen van de bestelde rijsttafel, iets wat ze het meest gemist hadden, dus een uitstekende keuze. Bovendien hadden ze vast geen zin meer om te koken. Gemak dient de mens

Overpeinzingen

In ons waterland

Het heeft veel voordelen als je over een imaginaire geest beschikt. Immers daar rollen vaak de mooiste verhalen uit. Maar het kan ook tegen je werken. Vannacht hadden we zo’n staaltje anti te pakken. Tijdens het lopen naar de badkamer keek ik naar buiten en zag dat er wat gerommel was bij de auto. Ik keek nog beter en zag duidelijk een figuur die voorovergebogen aan de achterkant stond, zich af en toe oprichtte en dan weer verder ging met naar alle schijn, duistere praktijken. Van hier af kijk ik op de auto neer die op het parkeerterrein achter de tweede rij maisonnettes staat. Op gerede afstand dus. Hardop zei ik dat er iemand achter de auto bezig was. Lief gaf aan dat hij sliep. De lieverd kwam toch even kijken. Daar is niemand schat, je verbeeldt het je. Uiteindelijk moest ik het beamen. We lagen weer bijna te slapen toen we opgeschrikt werden door een explosie gevolgd door een grote rookwolk erachter aan, pal achter de bomenrij. Wat een wonderlijke nacht. Om dicht tegen de brede schouders van lief te kruipen.

Hij kent het wel van mij. In het verleden heeft hij en later de zonen meer dan eens door het huis moeten speuren op zoek naar vermeende inbrekers, gewapend met stoffer of iets anders wat voor handen kwam. Waar die angst toch vandaan kwam, weet ik niet. Ik heb het vaak verweten aan het boek ‘Pietje Bell en de bende van de zwarte hand‘. Je moet toch ergens een onschuldige verklaring vandaan halen. Dat boek had wel enorme indruk op me gemaakt.

Lief had destijds zwarte band judo en dat stelde me wel gerust. Als het moest zou hij me tot op het scherpst van de snede verdedigen. Nu ook nog, al zegt hij zelf dat dat vermoedelijk niet meer mogelijk is. Veilig en geborgen zijn twee begrippen die me nu doorgaans rustig laten slapen, behalve af en toe zo’n ene keer dan van teveel verbeelding of als schaduwen er een potje van maken.

De laatste rondgang door de tuin van dochterlief zorgde voor een dubbel energieverbruik. Niet alleen was de lucht vochtig en zwaar, maar de grasmaaier had er maar weinig zin in vandaag en ook al harkte Lief al het gemulchde gras eruit zodat het makkelijker zou gaan, sloeg ze om de haverklap af. Het wordt tijd voor een nieuwe, was onze conclusie. In ieder geval is de entree nu bramenvrij en het meeste gras gemaaid.

Vandaag komen ze thuis en met angst en beven zie ik dat mijn moeder haar schoonmaakemmers daarboven in de wolken allemaal tegelijk heeft omgekieperd, want het komt met bakken uit de lucht zetten. Stiekem duim ik dat ze de voortent al ingepakt hadden, zodat die droog kan worden opgeborgen.

Tot mijn schrik lees ik dat Ester Naomi Perquin haar laatste column in de Groene heeft geschreven. Wat jammer. Ze gaat zich richten op het schrijven van langere stukken over macht en machtsmisbruik. Iemand om te blijven volgen.

Ik denk terug aan de terugreis eergisteren van Amsterdam naar Utrecht centraal. Toen we afdaalden met de roltrap naar de stopplaats voor de bus schoot een klein oud mannetje ons aan in een geel werkpak. Hij vroeg ons hoe laat het was, terwijl boven hem een bord met de digitale tijd en het vertrek stond aangegeven. Daar wezen we hem op. ‘Dat kan ik niet lezen mevrouw, dat begrijp ik niet, sorry, ja ik kan het niet”. Ik vertelde hem toen dat 18.56 stond voor ‘vier voor zeven’, Hij bedankte ons blij en toen hij in zijn bus zat, zwaaide hij nog een keer. Iemand die de tijd niet kan lezen, dat kan dus. Zoals je kinderen ook moet bijbrengen wat klokkentijd en digitale tijd is. Het tijdloze mannetje verdween in de bus naar Vianen. De stand van de zon zou hij vast wel begrijpen, bedacht ik me, maar ja, waar is die als je haar zo hard nodig hebt hier in ons waterland.

Overpeinzingen

De nabije toekomst

‘Amsterdam die grote stad is gebouwd op palen’. Zo luidde het versje dat ons vroeger met de paplepel werd ingegoten. Omdat we per ongeluk aan de achterkant van het station naar buiten gingen, zag ik eindelijk het ‘IJ’ in volle glorie. Ik had ze alleen maar van de overkant zo gezien. Prettige gewaarwording. Overal toeristen, waar je maar kijken kon. Onder de oude spoorbrug door richting het centrum. Nichtlief en haar man woonden al jaren aan de Prinsengracht. Een mooie wandeling vanaf het station. We dwaalden door het centrum, Warmoesstraat, Zeedijk, wat een bekende namen. O ja, de Wallen haha. Geen Peeskamertje meer te bekennen. Alles was verpakt in heel veel eettentjes, koffieshops en tattoowinkeltjes. Klein maar fijn, heeft men gedacht. Sommige waren uitgebouwd naar achteren toe in lange pijpeladen. Met de filmische blik van Cock met Cee, OO, Cee, Ka liepen we er doorheen, dieper de stad in. Langs de grachten, het Rokin en daar voor de zekerheid toch maar even gekeken hoe we moesten lopen. Onderweg zochten we naar een bloemenwinkel, maar die waren niet te vinden. De ooit zo volprezen bloemenmarkt bleek uit kitsch en kunstbloemen te bestaan. Toeristen kopen geen bloemen. Een gevleugeld gezegde.

Het viel reuze mee, we waren aardig in de richting gelopen en hadden net op tijd de route geraadpleegd. De Herengracht af, de Vijzelstraat door. Daar was gelukkig de ons welbekende grootgrutter en in plaats van bloemen besloten we dan maar twee lekkere wijnen mee te nemen. Het hoekje om en daar was de Prinsengracht.

Tijdens de wandeling viel op dat er nog genoeg minder drukke straten en pleinen te vinden waren, als je maar achter het centrum door liep en dat er veel rommel en troep op straat lag, waarschijnlijk door het openscheuren of/en het open pikken van de vuilniszakken.

Nichtlief deed de deur open en ging ons voor de lange gang door van het statige herenhuis. Beneden in hun mooie stadstuin die groter was dan je zou verwachten, stond de tafel uitnodigend gedekt. Manlief kwam intussen naar beneden. Het huis was opgedeeld in drie bel-etages, waarvan zij de bovenste verdieping tot hun beschikking hadden en het souterrain. Van daaruit werd de lunch geserveerd. Een heerlijke gazpacho, aardappelsalade, zalm met bonenschotel en vers zuurdesembrood van de Vlaamse broodbakker op de hoek met voor de feestelijkheid een Bonne Blanc erbij. De flessen wijn werden in liefde ontvangen.

Deze intieme ontmoeting was uitstekend geschikt om de jaren die tussen onze laatste gezamenlijke ontmoeting lagen weg te poetsen. In een notendop en soms wat langer gleden levens in geuren en kleuren met de nodige anekdotes voorbij. Vragen over Hongarije en de politiek, hoe Lief daar terecht was gekomen, over de kinderen, over het leven nu en over hun leven in die mooie oude stad. Het bleek dat ze vaak op fietsvakanties waren geweest door heel de wereld. Een prestatie van formaat en natuurlijk was er de belofte naar Hongarije toe te komen om daar ook al fietsend het land te verkennen.

Het was een waardevolle ontmoeting in deze oase van groen en bloemen met af en toe de verdwaalde klanken van een trompet dat tegen de huizen opklom. Aan alle gezelligheid kwam een eind en we kregen de tip om door de Reguliersgracht terug te lopen omdat dat een levendige en gezellige weg was naar het station. Dat bleek bewaarheid. We liepen langs enorme terrassen, aanschouwden Rembrandt op het Rembrandtplein en kwamen moe maar voldaan aan bij het station.

Binnen een uur zaten we thuis op de bank met een goed gevoel, een mooie herinnering om op terug te kijken en een fijne belofte voor de nabije toekomst.

Overpeinzingen

Prachtige horizon

Augustusnachten, ik hou ervan. De ramen zijn beslagen en de kamer kermt om frisse lucht. Of is het mijn eigen benauwdheid. Ik zet ze op een kier. Drie uur en de gedachten stormen af en aan in flarden binnen. Ik hou mijn ogen dicht, want dan rust je ook uit, wist onze moeder al te vertellen. Ze had er zelf bij tijd en wijle last van. Af en toe glijdt er een koude luchtstroom langs mijn wang. Lief droomt de slaap der onschuldigen. Het huis ademt stilte.

Gisteren kwam zoonlief met een interessante vraag. Of hij me iedere dag een vraag mag stellen, waar ik dan zelf het antwoord voor opschrijf. Tenminste, dat laatste hadden we samen bedacht. Ik ben beter met geschreven taal en weet het dan meer vorm en inhoud te geven. Goed plan, vonden we beiden. Anders blijven onwetendheden later als een wolk om je heen hangen, kan ik uit ervaring spreken. En dan had ik nog wel een moeder die er in haar laatste jaren een dagboek op nahield. Een enkele keer liet ze daar ook haar ziel uit, maar vaker ging het over de problemen die opdoemden door mijn vader zijn ziekte en schreef ze ook heel bewust voor ons, de kinderen.

Ik schrijf ook heel bewust voor de kinderen, maar ‘mijn hart ligt op de tong’, zoals het spreekwoord placht te zeggen. In al die tijd heb ik vaak gedacht dat dit bloggen in mijn lange periode van alleen-zijn vooral als uitlaatklep diende. De verhalen die je zou delen met een partner. Dat ik het derhalve ook wereldkundig kon maken. Bovendien is delen helen. Ook dat heb ik aan den lijve mogen ondervinden. Woorden, en vooral als de juiste jou vinden, bieden troost en halen de druk van de ketel.

Gisteren liepen we, na het planten water geven bij dochterlief, het Centraal museum binnen. Er was een tentoonstelling die ‘Bezoek aan de Horizon’ heette. Diverse kunstenaars hadden hun gedachten laten gaan over hun eigen horizon en hun eigen reis door het leven. De diversiteit was groot. Naast kunstenaars die geïnspireerd raakten door de Italiaanse landschapsschilders waren er moderne versies daarop, maar ook een enorm wandkleed, sculpturen, waarvan een levensgrote prikkeldraadversperring waar je doorheen mocht lopen, een tegeltableau waar overduidelijk de opkomende zon centraal stond en een zelfgebouwde houten auto op gas, aangedreven door een houtgasgenerator, waarmee de kunstenaar vijftien landen had doorkruist.

Naar aanleiding daarvan verdiepten we ons thuis wat verder in de kunstenaar, die ook met een zelfgemaakt vliegtuigje naar Kenia was gevlogen en die in een film van meesters van Holland vertelde over zijn ontmoetingen die op zo’n reis het meest waardevol bleken te zijn. In zijn achterhoofd zat altijd de wijze opmerking van iemand: ‘De lucht is overal hetzelfde’. En zijn grootste vijand was de angst in zijn eigen hoofd. Alleen al bewust daarvan te zijn, helpt om het tegen te gaan. Dat laatste onderschrijf ik. Vaak is de angst groter dan de gebeurtenis. Muizenissen, zoals die waar je wakker van kan liggen, drijven vaak op het ‘Wat…Als’. Zodra je dat in de gaten hebt, zijn ze al getackeld. Vroeger zei men: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’.

Na alle opgedane indrukken tekenden we ons eigen landschap op een klein vierkant paneeltje met pastelkrijt of intuïtief via kleurgebruik en wandelden we na een glaasje op de valreep richting ons witte Truusje die buiten de Singel geparkeerd stond. Door de Agnietenstraat, langs de vrijwoningen van de Kameren van Maria van Pallaes, de Tolsteegsingelbrug over naar het Hieronymus waar de herinneringen uit het verleden op kwamen dagen, omdat we eens per jaar daar de Salesianen van Don Bosco bezochten. Nu waren er schitterende appartementen gekomen in het statige gebouw.

Lief trakteerde op een kookloze avond met een eenvoudige maaltijd bij de Chinees. Onverwachts de dag met onze eigen prachtige horizon.

Overpeinzingen

Tel je zegeningen

Als je op zoek bent naar mijmer-momenten, dan is het boek van Koos Meindertz: Zebedeus en het ganzenbord van Wikke een uitstekende inspiratie. In korte hoofdstukken laat hij Zebedeus los met zijn vele gedachten en zijn mooie ontmoetingen. Ze roepen stukje bij beetje vraag voor vraag op en geven antwoorden in heldere en logische, soms raadselachtige maar te begrijpen verklaringen. De ruimte tussen de woorden in geven in verschillende lagen alle stof tot nadenken. Omdat lief er aan begon, wilde ik eindelijk toch weer gaan lezen. Zo’n duwtje in de rug is soms nodig. Nu kan ik voort. In een adem valt dit verhaal tot je te nemen, ware het niet dat het fijner is om inderdaad steeds even stil te staan bij de vele waarheden, vragen of antwoorden die het brengt. Annette Fienieg maakte er een prachtige stilistische omlijsting voor. Heerlijk.

Een appje van nichtlief. Op de bonnefooi een aanbod om donderdag tussen de middag een lunch met lief en mij te hebben in hun tuin aan de Prinsengracht. En net als bij Zebedeus valt het ons toe, want er staat niets anders op de agenda. Nu de zomer schuchter het land weer intrekt een uitstekende lokatie, zo’n prachtige ommuurde stadstuin. Een van die geheimen die Amsterdam herbergt. We hebben voor het laatst in de jaren zeventig een dag in Noordwijk doorgebracht. Dit wordt eigenlijk een hernieuwde kennismaking voor Lief, al hebben we elkaar eerder gezien bij het een of andere optreden in Utrecht, waaraan zuslief meedeed. Toen was er de weg naar het station om wat uit te wisselen, met zussen en broer erbij. Maar dit wordt dus weer als vanouds. Iets om naar uit te kijken. We zijn tweelingnichten, geboren op dezelfde dag, rond nagenoeg hetzelfde uur, dat maakt het extra bijzonder.

De verjaardag van broer en zus werd op bescheiden wijze gevierd met een hapje en een drankje. Wij als ‘de vijf kleintjes’ waren er. Met z’n vijven vormden we de hekkensluiters van het grote gezin van elf kinderen en daardoor hebben we het meest met elkaar opgetrokken. De grote broers gingen in die periode dat we nog klein waren al bijna het huis uit. Het was een genoeglijk samenzijn.

Gisterenavond kwamen de Benjamin en schoondochterlief alvast wat spullen brengen. Zaterdag komen de globetrotters weer thuis en zullen zij tweeën hier tijdelijk komen wonen tot er nieuwe en passende woonruimte gevonden is. Het zal weer even wennen zijn, nu we allemaal zo gewend zijn aan onze eigen modus en gewoonten. Een kwestie van geven en nemen, inschikken en aanpassen. De werkkamer is er om terug te trekken als het te druk wordt. Ik ben niet anders gewend dan samen met zoonlief te zijn, maar voor lief en schoondochter is het natuurlijk andere koek. Het blijft speuren naar een nieuw onderkomen.

Zuslief vertelde dat sommige mensen aan haar vroegen of ik geen rolstoel nodig had en dat ik dat niet wilde. Ik kan weliswaar niet met hun mee marsen, maar kuieren kan ik heel goed, kuieren en zitten zijn voor mij de manier om de hele wereld door te gaan. Lief kuiert graag met mij mee en als hij zin heeft om flink de pas er in te zetten gaat hij alleen op stap. Een rolstoel is alleen maar bevorderlijk voor het minder bewegen, is mijn opinie. Hou me ten goede. Als ik hem echt nodig zal hebben, ga ik hem heus gebruiken. Maar nu is het niet goed voor lijf en leden. Ik zou veel te belemmerd worden in de dagelijkse bewegingen en daardoor immobiel worden. Oefening baart kunst. Datgene wat ik nog wel kan, en dat is veel naar mijn bescheiden mening, zijn kerven op de balk, die ik zorgvuldig en met liefde koester. Tel. Je zegeningen.

Overpeinzingen

Een wens voor ieders geluk

‘Strik je je veters, struikel je nog over je gedachten‘ las ik op de social media, een Loesje-spreuk die zoals altijd te denken geeft. Het zou een mooi nieuw spreekwoord kunnen zijn. Iets in de trant van ‘Heb je al je zaakjes op orde, is er altijd wel iets dat dwars ligt’ of ‘als alles gladjes verloopt zorgt je hoofd wel weer voor vuurwerk’. Je kan het mooie Nederlands er ook aan aflezen. Strik en struikel is een combinatie om jaloers op te zijn. En dat op de hele vroege ochtend.

De pimpelmezen zijn terug. Duif en kauw waren er al, omdat ik voer had meegenomen uit het tuincentrum en het op de voederplank had gestrooid. Die grote knapen zorgen er voor dat de kleintjes zorgvuldig hun tijd kiezen. Daarom had ik wat voer in de oude vogelkooi gestrooid, daar konden ze met gemak doorheen vliegen terwijl die grote snavels er meer moeite mee zouden hebben.

In de app beelden van onze globetrotters in Berlijn, die druk de voortent aan het leegtrekken waren, omdat er een overvloed aan regen was gevallen in de tijd dat zij de stad bezochten. Het kon ook haast niet uitblijven, want de buien van gisteren hier trokken verder richting Duitsland en namen in niets af als je de radarbeelden moest geloven. Ik moest denken aan de Spaanse vakanties van lang geleden, toen we op een camping in Tarragona in een dalletje stonden met onze grote logge tent en er ook een puts hemelwater naar beneden kwam. In de vroege ochtend dreef broer op zijn luchtbed bijna naar buiten, in mijn verbeelding deed hij dat ook echt. Die plas werd steeds groter naarmate de jaren vorderden. Verhalen worden sterker als ze lang op de plank blijven liggen en steeds weer worden afgestoft. Dat is het leuke van belegen herinneringen.

Broer en zus zijn jarig, de tweeling. Ze waren eigenlijk er de oorzaak van dat ik helemaal niet had verwacht een tweeling te krijgen, want naar de volksmond werd een dergelijke heuglijke gebeurtenis een generatie overgeslagen. Niet dus. Toen ik in de 26e week hoorde dat de dokter er niet meer van kon maken dan twee viel ik bijna van mijn stoel. Ze werden een maand te vroeg geboren dus moesten we alle zeilen bij zetten om op tijd een babykamer klaar te hebben. Daarna was het een groot feest met veel bezoek, ook van volslagen onbekende familieleden. Van de geboorte van broer en zus kan ik me niet veel meer herinneren. Toch was ik al zeven jaar. Hoe werkt zo’n geheugen toch.

Gisteren bij zomergasten was er een indrukwekkend gesprek tussen Arib en Theo Maassen. We krijgen steeds meer bewondering voor deze man, die op een aimabele manier zijn gast de ruimte geeft en over een goed luisterend oor beschikt. Ischa Meijer en Annie M.G. Schmidt kwamen langs in een fragment en daarbij had ik een aanval van nostalgie naar de goede oude tijd, toen humor en kwinkslag zonder haken en ogen door konden. De luchtigheid waarmee Annie aangaf dat ‘dit’ er maar uitgeknipt moest worden. Iets waar ze later schouderophalend op terug kwam. ‘Ach, laat maar doorgaan, wat kan het me ook schelen’. Kundige mensen alle twee. Een ander fragment ging over de onderdrukking van de vrouw in de tijd van het dictatoriale regime van koning Hassan ll. Deerniswekkend hoe het recht op leven geschonden werd door diens wetten en de handhaving daarvan tot in lengten der dagen.

De boodschap die Arib uit haar harde levenslessen trok komt niet overeen met de beschuldigingen en aantijgingen in de politiek. Heel even lichtte ze een tipje van de sluier op, zodat we een glimp van deze voor haar pijnlijke ervaring konden vangen. Theo omzeilde de druk die er op lag en een eerlijke en oprechte avond werd afgesloten met een fragment uit Les Indes Galantes van Rameaux en daarmee met de juiste boodschap. Een roep om vrede en een wens voor ieders geluk.

Overpeinzingen

Als je er maar een tandje bij zet

Een regenachtige dag smeekt om een stoofpot. Vlak daarvoor gelezen dat vleesvervangers ook niet altijd gezond zijn en dat je ze ook niet nodig hebt als je maar een balans aanbrengt in bonen, noten, groenten en eventuele zuivelproducten als je vegetariër bent. Derhalve op zoek gegaan naar zo’n heerlijke aubergine/linzen-stoofschotel aangevuld met boterbonen, tomaat, olijf, verse oregano en rozemarijn. Zo’n stoofje is tenminste in ongeveer drie kwartier klaar met linzen uit blik en anders ietsje langer tot de linzen gaar zijn. Lief vond het heerlijk en bleef niet door eten, maar bewaarde de rest voor deze dag omdat dat een nog lekkerder potje beloofde te zijn met die ingetrokken kruidensaus. Zilvervliesrijst erbij en weer klaar. Smullen maar.

Zoonlief had ons van de week gewezen op die ene supermarkt die net iets goedkoper is dan alle andere. Ik kan weliswaar niet alle producten krijgen, maar daardoor sla je aan het improviseren en dat levert vaak een onverwacht lekkere maaltijd op. Door Verweggistan heb ik dat wel geleerd. Met Indiaas eten kom je er nog wel een beetje, maar een lekkere boemboe voor het een of ander in je oosterse maaltijden is goed zoeken. Natuurlijk neem je wat mee van hier, maar tja, als de sambal op is, dan ga je ‘m toch zelf maken en straks de pepers ook nog verbouwen, durf ik wedden.

Straks zijn de vijgen aan de beurt. Dus sprokkel ik al verschillende bereidingswijzen binnen, buiten de onvolprezen jam en chutney’s. Als ik denk aan vorig jaar en hoe die grote vruchten met een enorme plof op het terras vallen en kneuzen, hoop ik dat we nu precies op tijd komen. Ik denk het wel. Zo ontdekte ik ook dat walnoten met vijgen en blauwe kaas of geitenkaas een goede combinatie is. Leuk. Ik kijk er naar uit om ermee te experimenteren.

Gisteren hebben we genoten van een herhaling van een aflevering van de Verwondering met de sympathieke Paul Haenen. Het meest opmerkelijke dat hij vertelde, was over de momenten in de tijden dat hij niet kon slapen en zich herinnerde wat zijn typetje dominee Gremdaat dan pleegde te zeggen in de toespraak, die hij iedere avond als een soort epiloog hield, tijdens Corona. Iets in de trant van: De essentiele problemen komen vanzelf wel terug. Laat de problemen van je afglijden. En…’Wat lig ik hier lekker en wat is mijn bed lekker warm’. Dan lukt het om in slaap te vallen.

Hij had nog een lumineus idee voor de tweede kamer om een ‘Dag van Begrip’ in te stellen. Geen enkele negatieve opmerking meer, maar bij de interruptie alleen maar met complimenten strooien. Ik zag het plotsklaps heel beeldend voor me en bedacht me dat het een goede manier zou zijn om mensen bewust te laten worden van de tactloosheid waarmee sommige dingen gezegd werden en welke mogelijkheden er zijn om het positief te verpakken. Daar zette hij ook een dag van onbegrip tegenover, een hele dag lang en zo over de top dat je er misselijk van werd en echt weer zin had in een ‘gewone’ dag. Heerlijke humor met een ware ondertoon. Het zijn de groten der aarde, die dat kunnen bewerkstelligen. Het is de filosofie van een goed kinderboek, waar ik hetzelfde in terug kan vinden. Alles op een speelse en verfijnde manier om mensen er op te wijzen dat alles vriendelijker kan. Als je er maar een tandje bij zet.

Overpeinzingen

De koek was op

We hadden zin om naar de Hortus Botanicus in Leiden te gaan, de stad waar we de voetstappen uit ons leven samen hebben liggen. Maar bij nader inzien zagen we er van af, omdat de hortus midden in de stad lag en het parkeren een dingetje was. Een dagje voor de trein besloten we, maar niet nu. Dan gaan we naar de Hortus in Utrecht, dichtbij, parkeren voor een habbekrats en alle ruimte. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was vergeten dat Lief deze hortus rond het oude fort nog nooit gezien had. Als je het voor het eerst aanschouwt is het helemaal een paradijs, zeker als je het terrein kent als een oud en verlaten fort in een rommelige omgeving.

Bij tijd en wijle moest hij even stil staan om alle indrukken te laten bezinken. Wat een rijkdom en schoonheid aan natuur. We besloten eerst kalmaan de rotspartijen te beklimmen. Er waren legio voorbeelden van hoe we het in Hongarije kunnen aanpakken met de rotsige en droge stukken daar. Kleine miniplantjes die zich glansrijk als een mos-tapijtje over de stenen hadden gevleid, een zacht en glooiend groen. Hier en daar piepte bloeiende planten er tussendoor en glipte er een hagedisje weg. Met de machtige boompartijen en de indrukwekkende bedden met bloemen, het uitzicht op de grote waterpartijen, verderop de bamboebossen, moerasvelden, meerkoeten met hun jongen die in een rap tempo over de weg waggelden van het ene naar het andere water. In een woord, adembenemend. Even uitrusten van de klim met een glas citroen met basilicum siroop en lief met een vlierbloesem-powerdrank, beiden met citroenschijf, ijsblokjes en een rietje. Feestelijke versnapering.

Toen we richting de vlindertuin en de kassen liepen kwamen we vriendinlief van lang geleden tegen met haar drie bonuskinderen en hun vriendinnetje. Ze hadden net de vlindertuin bezocht, een vrolijke uitwisseling, een paar dikke knuffels, waar je weer heel lang op teren kan en daar gingen ze weer, door voor een ijsje. Dag Lieverd. Alles is hier mogelijk. Ondertussen kregen we een app van zoonlief die een ‘rara, waar ben ik’-foto opstuurde. ‘Leiden misschien’, opperde ik en ja hoor. Ze gingen naar de Hortus Botanicus in Leiden. Dat was toevallig. We hadden in de ochtend precies hetzelfde idee gehad. Daar waren de gigantische bladeren van de reuzewaterlelie, de Victoria Amazonica, zoals je in de oude Hortus in Utrecht kan vinden. In de tropische kassen hier waren er slechts de kleinere, maar niet minder mooi. Wel waren er allerlei verrassingen te vinden, zoals vreemde vogels, waaronder een Razend Roeltje, die zich nauwelijks verroerde en verderop liep een kleine bosmuis met aan de andere kant nog een of ander jong kuiken. Twee kleine meisjes die door de kas huppelden hadden het Roeltje ontdekt tussen de wirwar aan planten. Moeder gaf trots toe dat het haar speurneuzen waren, want ze vonden ze sneller op hun ooghoogte dan wij kijken konden.

De vlindertuin werd druk bezocht en eigenlijk is ze een beetje uit haar jasje gegroeid, maar daardoor worden de ontmoetingen ook intiemer. Een lieve jonge vrouw wees ons op de grote vlinder die roerloos aan een blad hing en zich niet verroerde. Er werd wat af geflitst en met telefoontjes gezwaaid ten einde al het moois op de foto te krijgen. Vanuit de gang had je zicht op de bordjes met rottend fruit waar de vlinders zich met hun kleine roltongen aan te goed deden. Lief ontving als extra een prachtig zwart exemplaar op zijn mouw, die een aantal tellen lang doodstil bleef zitten. De jonge vrouw liep net langs ons heen en aarzelde, maar natuurlijk kon zij er ook een foto van schieten, zo dichtbij en uitgesproken zag je ze niet vaak. Het liefst ga ik vroeg in de ochtend naar de Hortus, als het nog rustig is en je op het bankje in de vlindertuin kan zitten mijmeren temidden van al dat schoons.

We moeten nog een keer terug voor het nieuwe gedeelte achteraan, dat ook een staaltje van natuur-kunst beloofd te worden, maar dat is voor later, want de koek was op.

Overpeinzingen

Zoals de dag ook werd beleefd

Het regent pijpenstelen, dus we bedenken een dag binnen. Op bezoek bij het allerjongste kleinkind om de mooie pop te brengen, die ik in Straelen had gekocht. Natuurlijk mochten haar broers het uitpakken, de oudste bleef zich vervolgens met het papier vermaken terwijl de middelste met de pop aan de haal ging tot mams haar boven op een plank posteerde. Ziezo veilig gesteld tot de kleine meid wat groter zou zijn.

We hadden een heerlijke paar uurtjes met een goed gesprek tussen het gestoei van de jongens door. Nieuwe boekjes om te lezen en stiften voor op het raam. Oma tekent een dino bij de dino’s van de oudste. De benjamin, die geen benjamin meer is, sinds zijn kleine zus is geboren, werd tollend van de slaap voor zijn middagdutje omhoog gebracht. Goed nieuws ook. Er mag een hele verdieping op het huis gebouwd worden. Het bezwaarschrift van de buren van de hoek is ongegrond verklaard, dus nu hebben ze eindelijk straks voldoende ruimte. Ze kwamen nog net een kamertje tekort.

Na dat genoeglijke samenzijn zakken we af naar het Kunsthal KAdE in Amersfoort. Het is gemakkelijk te bereiken en ligt tegen de binnenstad aan. Het is druilerig weer en perfect om ergens binnen de boel te gaan verkennen. De tentoonstelling ‘Wonderbaarlijke wezens’ bestaat vooral uit videobeelden, diorama’s en ook een afdeling met tekeningen naar aanleiding van wat de Griekse filosoof Aristoteles vol verwondering over de natuurlijke wereld van dieren schreef, die hij observeerde, bestudeerde en rangschikte. ‘On Marvellous Things’ is een verzameling anekdotes over deze wereld. Sommige van de teksten zijn gebaseerd op waarnemingen, anderen zijn ontsproten uit mythische verhalen over het mysterieuze en magische dierenrijk.

Er is een tentoonstelling met etsen, houtsnedes en gravures uit het Rijksmuseum naar aanleiding van een dik plakplaatjesboek, de Historiae Animalium van de Zwitser Conrad Gessner (1516-1565) een van de grondleggers van de zoölogie. Twee eeuwen lang bepaalde dit het beeld dat mensen hadden van de voor hen vreemde dieren. De houtsnedes variëren van behoorlijk natuurgetrouw tot interpretaties van dieren, inclusief fantasiedieren zoals de eenhoorn.

Een video laat zien hoe kaalslag gepleegd wordt door een groep gieren op een chique gedekte tafel midden in een desolaat landschap en weer een andere toont aan hoe een octopus in een glazen object kan kruipen en er vervolgens weer soepeltjes uitglijdt na zich in honderd bochten te hebben gewrongen. Overal valt kleur, magie en verwondering te oogsten door de vervormende beelden. Niets is wat het lijkt of juist wel. Bij de diaorama’s zet af en toe een onderdeel zich piepend en krakend in beweging en geeft zo een nieuwe dimensie aan de voorstelling .

Alles deed me sterk denken aan het boek ‘Terra Incognita‘ van Raoul Deleo, waarin de auteur ons meeneemt naar een nieuwe wereld en waar de dieren er evenzo vervreemdend en toch bekend uitzien. Natuurlijk lag het te koop in de museumshop. Verder waren er verleidelijk mooie sterk afgeprijsde kunstboeken in de aanbieding, die ik glansrijk heb weerstaan. In het kleurrijke KAdE cafe praten we genoeglijk na over alles wat er te zien viel en valt het kleine beeld op een baksteen me op. een peinzend mannetje aan de kade is mijn eerste indruk. Dat werd versterkt door een oude man voor het raam in een van de fauteuils, met een vinger bedachtzaam langs zijn wang, klaarblijkelijk in een diepe slaap verzonken. Aandoenlijk en bijzonder, zoals de dag ook werd beleefd.

Overpeinzingen

Het mes snijdt altijd aan twee kanten

Zoonlief op bezoek met zijn kleine zoon in een draagzak, heerlijk warm en goed te doen omdat de afstand hemelsbreed niet zo ver is. Tussen de buien door trouwens, want de hemel vindt het noodzakelijk om alle emmers in een keer leeg te storten over moeder aarde. Voordeel is dat het droogteprobleem in een klap opgelost is. Nu maar hopen dat het het gezegde ‘pompen of verzuipen’ niet gaat benaderen.

Het kleine ronde bolletje van ons porkie is kaalgeschoren, naar landseer van mams haar voorouders, en op het kleine kale bolletje beginnen opnieuw kleine stoppeltjes te groeien. Nuu lijkt hij een evenbeeld van zijn vader. Wat een heerlijk mannetje. Hij groeit als kool. Ik geef hem de fles en daara is er tijd voor een verhaaltje van kikker en pad, over de vlieger die niet wilde vliegeren. Hij luistert naar de vreemde stemmetjes en blijft muisstil, natuurlijk moet het herenpaard en het damespaard en het boerenpaard er aan te pas komen en dan is het alweer tijd om te gaan slapen. We brengen ze weg en zetten de twee schatten voor het huis af. Op naar de apotheek, maar die blijkt gesloten tussen de middag. Ik stel voor om naar Utrecht te rijden en bij Swaak de missende gebrande omber van Cobra op te halen.

Als we in Utrecht de parkeergarage inrijden, blijkt dat we allebei geen portemonnee bij ons hebben. Geen nood, de telefoon is er nog. Maar er blijft iets knagen voor het betalen van de parkeerautomaat. Doorgaans pakt de Wallet deze niet en moet ik de kaart trekken.

In Swaak, het walhalla, is het gezellig druk. Rissen mensen zijn op zoek, vooral naar, zoals ik vermoed, studiemateriaal voor zoon of dochter nu de academie weer bijna begint. De stad ademt een rommelige zomerdrukte met veel toeristen en overvolle terrassen. In de parkeergarage wordt de nood bewaarheid. De pas op de telefoon pakt niet. Wat nu. Waar halen we vier euro vandaan. We besluiten te gaan wandelen en te speuren naar een geldautomaat. Nergens. Bij navraag bleek dat er enkel nog een was op het Vredenburg en een bij de Neude. Zadelstraat uit, proberen bij het scoren van een broodje geld bij te mogen pinnen, nul op rekest. Dan maar door de Hema, wie weet. Mis Poes, nu waren we op de Oude Gracht in de buurt van de Neude en het Vreeburg. Bij de grote supermarkt het zelfde euvel. De automaat pakt de Wallet niet. Lief zag in een helder ogenblik een oranje leeuwen-logo. Gelukkig. Een informatiepost. De meneer legde aan de hand van mijn telefoon licht ongeduldig uit, dat je geld uit de muur kan halen met een code. Hij liet het me zien op mijn eigen telefoon en toverde een code tevoorschijn waarmee ik geld kon halen aan de overkant bij een geldautomaten-winkel die daar was. Ik denk dat hij zich nog lang heeft afgevraagd van welke planeet wij kwamen. Maar het werkte!

Met de vijftig gepinde euro’s in de hand trokken we de stad weer door, dwars door de Hema, waar we twee dingen kochten om aan kleinere briefjes te komen en met een opgewekt gemoed konden we bij de parkeermeter eindelijk met een briefje van tien betalen, een dure geldopname dus.

Het was een van die levenslessen, die altijd wel ergens doorklinken. Nooit zonder portemonnee de deur uit. Ook was er het besef, dat het niet lang meer zou duren of je kunt nergens meer terecht voor contant geld, en dat gaat harder dan je denkt. Het mes snijdt altijd aan twee kanten.

Overpeinzingen

En plukken we ruimschoots de vruchten

Lief had het lumineuze idee opgevat om een bioscoopje te pakken in Utrecht. Code geel voorspeld, dus met de bus vanuit hier, de halte is een straat verderop, tot aan de Neude, slenteren langs het oude postkantoor en langs de Oude Gracht, genieten van de mensen in allerlei gradaties om je heen. Kleurrijk Utrecht en erg geliefd bij ons. Toen de eerste spetters vielen liepen we net in de Schoutenstraat. We waren dichtbij onze lievelingsbios De Slachtstraat, het oude het Hoogt.

Ik had in de ochtend uitgebreid het programma bestudeerd en we vielen allebei voor de film The Hundred Flowers, een Japanse film over een moeder en haar zoon. De moeder glijdt langzaam maar zeker af in haar dementie. De zoon mist een aantal herinneringen. Moeder vergeet ze. Als hij een dagboekje van haar vindt, komen ze langzaam in zijn geheugen terug en kan hij zijn moeder uiteindelijk beter begrijpen.

Zij vergeet en hij herinnert is een mooi gegeven. Alsof er iemand stiekem de gedachten doorsluist naar een volgend leven. Zoals we gewend zijn is het een hele rustige film, niet traag, maar bedachtzaam met enkele schrikbarende momenten. Het is genieten van de mooie bescheiden Japanse gebaren en de moeder met de afgepaste pasjes van een geisha. Op de gekste momenten is hij haar kwijt, zoals hij haar ooit jaren geleden als kind letterlijk kwijt was. Dat ze elkaar vinden, ook al is moeder mijlenver in haar geestelijke wereld van hem verwijderd, geeft een ontroerende ontknoping op een subtiele wijze.

In het nagesprek in een hoek aan een tafeltje voor twee met een glaasje en een portie vegan bitterballen kwam natuurlijk dementie ter sprake en het is goed om er bij stil te staan, maar niet een onderwerp om over te piekeren als je nog nergens last van hebt. Mooi om het ook te relativeren en te bedenken voor wie het de grootste schrijnende ervaring is.

Ik denk terug aan de televisieserie waarin Loes Luca een moeder speelt die dement wordt en haar dochter tot wanhoop drijft, Automatisch kom ik ook terecht bij de dames en heren, die alleen en in zichzelf gekeerd hun eigen vrije wereld creëerden met de beperkte ruimte in een bejaarden-of-verpleegtehuis. Die soms, heel soms, ineens weer de herinnering nabij waren, maar doorgaans tamelijk ‘tevreden’ hun beperkte leventje leefden. Een vrouw die neuriënd haar petit-fourtjes(keuteltjes)schikte in haar pantoffel in afwachting van de visite die zo dadelijk zou komen, staat in mijn geheugen gegrift omdat ze in de witte pon met witte haren en een zacht gezicht er zo breekbaar maar gelukkig uitzag.

Voor de omstanders is het vreselijk om langzaam maar zeer zeker in hun mist te verdwijnen en te weten dat er geen bestaansrecht meer kan zijn als zoon of dochter, maar dat je eventueel wordt gebombardeerd tot een jongere uitvoering van je vader of moeder in hun beleving. Ze worden een schim van wat ze waren met zo’n glazige uitdrukking in de ogen, onbereikbaar en ver weg.

We kijken elkaar aan en weten dat we elkaar moeten koesteren in het hier en nu, omdat er altijd een ongewis moment kan zijn dat het anders wordt. Maar als dat vooralsnog niet het geval is, hoeft het idee niet binnen te wandelen dat het zo zou kunnen worden. Zolang dat niet het geval is, plukken we ruimschoots de vruchten.