Overpeinzingen

Dat kon niet meer deren.

De dag begint helder. Geen bril meer nodig. Arm duur montuur. Misschien kan ik haar laten ombouwen tot zonnebril. En al die andere eerder aangeschafte brilletjes, waarvan ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om ze zomaar weg te gooien. Dat is het nadeel van hechten aan persoonlijke gebruiksvoorwerpen, ook al omdat ze maatgeleverd zijn en het derhalve wel heel toevallig zou zijn als iemand in een kringloopwinkel precies dezelfde oogafwijking zou hebben als ik had. Wat is wijsheid.

In plaats van een dichte kruin van groen boven de daken tegenover het slaapkamerraam zie ik nu dat ze takken dragen en helemaal niet zo dik in het groen staan momenteel en wat ik ook zomaar zie aan de boom hier vlakbij, dat er lentespruiten aan groeien. Bijzondere waarneming.

Over de badkamervloer ga ik het niet hebben. Je kan het natuurlijk als nadeel beschouwen dat je alles weer helder ziet, maar misschien is het qua gezondheid een voordeel. Daar moet in ieder geval een stevig dweiltje over. Wat je allemaal niet mist bij kippigheid.

Alle dagen Valentijn vinden lief en ik en derhalve gaan we vandaag net als al die andere dagen in het jaar iets leuks doen. Om de ogen te testen in het verkeer besluiten we niet ver weg te gaan. De keuze valt op het kleine museum in Vianen, waar een tentoonstelling is over Ina Boudier Bakker, de schrijfster, die in de Voorstraat aldaar heeft gewoond. Men viert in de stad honderd jaar Voorstraat. Ina Boudier Bakker heeft erover geschreven in haar boek ‘Het straatje’.

Het rijden gaat perfect. Wat een verschil in zicht. Truus wordt netjes buiten de stadskern geparkeerd en we wandelen langs jaloersmakende erkerwoningen naar diezelfde straat, want daar ligt het museum aan. Tegenover het huis van de schrijfster in de druilerige regen, dat dan weer wel. Dat was de reden om niet te gaan wandelen, wat we anders zeker ook hadden gedaan. Dit stukje was precies lang genoeg om de coiffure in weerbarstige krul te toveren.

In het museum zaten twee dames achter een tafel om ons te ontvangen. We mochten de jassen in de garderobe hangen, niet meer dan een kast, en ons werd de weg gewezen naar de tentoonstelling. Het is er klein maar knus en alles ademt vroeg twintigste eeuws, dus is het niet moeilijk om in de sfeer te komen. Er zijn vitrinekasten met snuisterijen uit het gezin, schilderijen van haar moeder en Isaac Israëls. Ook hingen er nog drie vlugge schetsen van haar door de schilder gemaakt. Er was een film met Maarten van Rossem over haar tamelijk droeve leven, maar het geluid werd overstemd door de afzuiginstallatie. Er waren nauwelijks mensen, dus konden we, door er vlakbij te staan, toch best wel het een en ander meekrijgen. Bovendien, zo bedacht ik me, valt er op youtube terug te kijken.

Als bonus was er ook een tentoonstelling van de houtskooltekeningen van Sama Shihadi, een Palestijnse, die vooral tegen de heimwee en om troost te bieden haar enorme doeken maakt in groot contrast. De lucht boven de landschappen wordt hagelwit gehouden. In haar kunst zoekt ze verbinding met het land, dat haar grootouders in 1948 moesten verlaten. Saillant detail is het feit dat ze bij haar geboorte een Israelisch paspoort kreeg en daarmee nu een vluchteling in eigen land is. De vluchtelingenstatus is de verbinding tussen haar en het werk van de schrijfster, die in de periode van 1917 tot 1922 de kwestie van de opvang van Hongaarse vluchtelingenkinderen in de Voorstraat beschreef.

Beneden was er een historisch overzicht van de stad ingericht. Opmerkelijk vond ik de aandacht voor de feministe Joke Smit, een Viaanse, die in de jaren zeventig wedijverde voor een vijfurige werkdag en de voordelen daarvan had vastgelegd in een lijst van tien punten en die eveneens een periode in die beroemde Voorstraat heeft gewoond.

Wie de plaquettes volgt komt tenslotte uit bij een fijn restaurant op de hoek. Afsluiten met een wijntje en mijmeringen over de krakend verse kennis van daarnet. De dag druilde door, maar dat kon niet meer deren.

Overpeinzingen

De gastvrouw en ik

Zoonlief was precies op tijd. Natuurlijk had ik die nacht gedroomd over een goed oog dat alles recht zou trekken. Het rechteroog is mijn leesoog en het linker wordt mijn ver-affie straks als de nieuwe lens geplaatst is. Samen trekken ze het in evenwicht. Een uitgebalanceerde blik, wie droomt daar nu niet van. Ik kon niet wachten.

Geanimeerd gesprek op de weg er naar toe. Zie ik er tegenop? Geenszins. De vorige keer was een wonderschone ervaring en ik hoop dat nu weer mee te maken. Natuurlijk zal het anders zijn, omdat je voor een deel al denk te weten wat er gaat gebeuren. Het bewustzijn kan zich gaan focussen op de dingen die je door de kleurenpracht niet had opgemerkt, stelde ik me voor. Dit keer zou ik elke handeling registreren, nam ik me voor.

Van hier naar het Antonius in Woerden was een kippen-eindje. Zoonlief liep mee naar binnen om te zien waar ik straks alleen de witte deur door zou gaan. Nog even babbelen van te voren in de wachtkamer die ik vorig keer niet had opgemerkt. Daar zou Lief in alle rust wachten tot ik terugkwam. Het boek van Cusanus, over de wetende onwetendheid, om tijd en eeuwigheid te doden. Straks weet ik in ieder geval meer.

Lieve omhelzing van beiden, druk op de bel en opnieuw die hartelijke ontvangst met het noemen van mijn naam erbij. Fijn om herkenning te zien. Er zaten maar twee mensen aan de tafel en ik kon doorlopen naar het kamertje van de verpleegkundige voor de intake, de controle en de eerste druppels. Er zouden er nog vele volgen.

Wonderlijke bijkomstigheid: De heer aan de tafel had dezelfde achternaam als ik. Dat betekende check, check en dubbelcheck voor iedereen. Dit is mevrouw! Met een uitroepteken. Maar ze zijn zo geroutineerd in het eindeloos controleren. Dat zat wel snor. De lens van mijnheer bleef voor de beste man en ik kreeg mijn eigen lens.

Je zit er vaak met mensen die er de vorige keer ook waren geweest. Dat is iets dat meehelpt aan het ‘op je gemak stellen’. Natuurlijk kom ik uit de ziekenhuiswereld en dat betekent dat de sfeer me volledig vertrouwd is en me geen angst inboezemt. Geen last van witte-jassen-vrees. De gespannen mevrouw van de vorige keer was er niet en alles verliep nu van een leien dakje. Vlot en geroutineerd. Binnen de kortste keren was ik aan de beurt en liet me de overige druppels, als laatste de codeïne, aanmeten, evenals het heerlijke warme dekentje om de voeten.

Achteruit werd ik naar binnen gereden, dezelfde oogarts als de vorige keer zou me helpen. Die waarschuwde, dat het wel eens een compleet andere beleving zou kunnen zijn. Er waren inderdaad wat dingen waar ik me de vorige keer minder bewust van was geweest. Nu begreep ik dat de oude lens ter plekke werd vergruisd en dat de nieuwe lens zich vanzelf zou uitrollen als ze was aangebracht. Ook dat zag ik gebeuren. De kleuren in een spectrum van mosterdgeel(de jodium), roze/rood tot turquoise aan toe en alles wat er tussen lag, ontvouwden zich nog even wonderschoon. Dat alles zonder ook maar het minste te voelen buiten het prikken van de Betadine en een lichte druk om. Niets wat een mens niet hebben kan en minder dan bij de tandarts in de stoel. ,

De versiering, het plastic kapje, werd aangebracht en in de ontvangstruimte viel me warme thee en de zoete koek met dik boter ten deel. Een vriendelijke groet en tot nooit weerziens. De enige plek waar we dat lachend en in volle overtuiging tegen elkaar konden zeggen, de hartelijke gastvrouw en ik.

Overpeinzingen

Dan bof ik dubbel

Vandaag is de tweede staaroperatie. Het linkeroog is aan de beurt. Straks komt zoonlief ons ophalen en dochter komt ons tussen de middag om ons weer naar huis te rijden. Af en toe knijp ik het linkeroog dicht om te kijken wat ik straks de eerste helft na de operatie zal kunnen zien. Niet veel dus. Lezen gaat, want rechts is het leesoog geworden en alles wat op afstand is, is wazig. De haute-couture zonnebril gaat mee. Ze is groot genoeg om het doorzichtige plastic kampje af te dekken zometeen. De make-up blijft af. Het betekent opnieuw even wennen.

Lief is er bij al mag hij niet mee de operatie-unit op. Er gaat een dik filosofisch boek mee, dus hij vermaakt zich vast. Straks of morgen een verslag in geuren en vooral kleuren. Als het net zo’n prachtige ervaring wordt als de vorige keer, dan bof ik dubbel.

Overpeinzingen

Het werkt op kleine schaal altijd

Zoonlief had een apparaat meegenomen met een afstandsbediening, zodat we nu de meest recente films kunnen huren en vooral bekijken op het grote tv-scherm, in plaats van op mijn Ipad. Er ontsluit zich zowaar een nieuwe wereld. Hou me ten goede. Er gaat niets boven een intiem bioscoopbezoek aan een van de filmhuizen om daar een film te bekijken. Het pluche, het grote beeld, het overweldigende geluid, de andere geïnteresseerden en de borrel erna met het onvermijdelijke doorlichten van wat het met ons deed, zijn allemaal extra hoogtepunten van zo’n uitje.

Dit te ontvangen op je eigen tv is bijna decadent te noemen. Je huurt een film en krijgt voor aanzienlijk minder geld op je lievelingsbank je eigen persoonlijke vraag geserveerd op een presenteerblaadje én, ook niet onbelangrijk, de keuze is reuze. Bovendien kan je even weglopen voor een versnapering, zitten je knieën niet klem tegen de stoelen voor je en is toiletbezoek mogelijk.

Voor-en nadelen liggen voornamelijk in de sfeergevoeligheid. Maar voor een echte beleving dempen we het licht en verdwijnen in het verhaal dat ons geboden wordt. Gisteren zagen we de drie uur durende film ‘Oppenheimer’. Dan is weg kunnen lopen af en toe een zegen, kan ik jullie uit eigen ervaring vertellen. Bovendien hebben we er in twee avonden naar gekeken. De film vraagt om aandacht en concentratie verdwijnt als de vermoeidheid het brein insluipt. Nu konden we beiden keren met wakkere geest aanschouwen. Wat een spanning. Dat wel. Eerst de ontwikkelingen van Oppenheimer om bekend te raken met de quantum-mechanica, de ontmoeting met de oude Einstein waarin de kiem gelegd werd voor een haat-actie uit een volstrekt onverwachte hoek, wat aan het eind van de hele film uit de doeken werd gedaan. Een domme vooringenomenheid die een hoop teweeg had gebracht.

Wat een film, wat een acteur is die Cillian Murphy en helemaal, wat een ogen heeft de man. Geen aangemeten lenzen of iets dergelijks, maar hij beschikt daadwerkelijk over de indringende blik die bij een bevlogen wetenschapper hoort en die met het grootste gemak daarmee vriend en vijand kweekt. De moeite waard dus. De levenslange morele tol die Oppenheimer moest betalen was het schuldgevoel dat hem zijn leven lang bijbleef. .

De zondag was begonnen met een schudden van de kaarten. Nodig om in de dagelijkse bezigheden de puntjes op de i te krijgen en de geest in balans te brengen. Nuances zijn soms nodig.

Daarna volgde een wandelingetje naar het stadscentrum, waar ik op een zondagmiddag al lang niet was geweest en de geopende winkels als verbazingwekkend ervoer. In mijn herinnering was dat alleen op de koopzondagen zo. Als je niet mee blijft lopen in de vaart der volkeren, raak je al snel achterop. Ondanks de voorspelde stortbuien bleef het droog en was het een aangenaam gekuier.

Dochterlief had een bezoek aan onze tuinen gebracht en al vol verve van alles ingeslagen voor haar plan om te gaan ‘moezen’. De tuin van mijn ouwe buuf heeft namelijk handige bakken waar op een overzichtelijke manier verschillende groenten en kruiden een weg kunnen vinden. De Filosoof en tante Pollewop hadden zelf respectievelijk viooltjes en zomer-asters uitgekozen.

Een goede keus en een goed plan. Nieuwe bloei als opsteker als een tegenhang voor de roerige tijden. Het werkt op kleine schaal altijd.

Overpeinzingen

Het lastigste wat er was

Toen we gisteren in de namiddag thuiskwamen van het boodschappen doen hoorden we voor het eerst de merel, die uitbundig over zijn dag verhaalde in langgerekte melodieuze trillers. We stonden stil, het hoofd naar boven gericht, ogen die de kale takken en de daken afspeurden naar de kleine gevederde vriend temidden van die zachte en lenteachtige avondlucht. Een van de eerste bodes. Helder en onmiskenbaar.

Daarvoor waren we naar zoonlief en zijn gezin geweest. Het was een ware ziekenboeg en hij had al vermeld dat er virussen rondwaarden, misschien minder goed voor mij, maar we hadden elkaar al sinds de kerst niet meer ontmoet, dus dat betekende ‘negeren’ die dreiging. Gewoon gaan en zien waar het schip strandde. Onze schone dochter had al twee weken last van een flinke oorontsteking en de kleine krullebol had symptomen die wel heel erg op de bof leken. Zijn bleke snoetje, de dikke klier onder zijn wang, zijn stijve nek waren symptomen die ook pasten bij die kinderziekte, die nauwelijks meer voorkomt maar af en toe een opleving heeft ondanks de inentingen. Pas na de tweede inenting op negenjarige leeftijd schijn je echt immuun te zijn. De Benjamin, die geen Benjamin meer was, sinds de komst van zijn zusje, had te weinig geslapen en liet zich flink gelden. Zuslief lag doodgemoedereerd en stilletjes te genieten op haar kleedje, geen greintje ongein voor dat schatje, sterke vrouw. Een huis vol kinderen.

Gisteren hadden we met zoon en zijn vrouw het ook gehad over veel kinderen. Hoe deed jij dat is dan de vraag die ik krijg. ‘Vraag het maar eens aan mijn moeder’, zou ik daar op moeten antwoorden. Dat was pas een klus. Elf kinderen, een man die vanwege zijn nachtdiensten niet gestoord mocht worden in zijn slaap, geen moderne middelen en wel bergen van alles. Bergen was, bergen strijk, bergen groenten om schoon te maken, bergen stofnesten, bergen rommel en een ieniemienie huis. Misschien was dat een geluk bij een ongeluk.

We werden altijd bij het minste of geringste redelijke weer naar buiten gebonjourd, waar trouwens alle kinderen uit de buurt ook vertoefden. Of we werden ingezet als helpende hand, niet dat dat altijd even gladjes verliep. En toch kon ze het aan. Ze managede de hele santemekraam en slechts af en toe als we aan het zeuren waren of op haar zenuwen werkten, schoot ze uit haar slof.

In ons jonge gezin werd het huishouden nadrukkelijk op de tweede plaats gesteld. Eerst de kinderen dan de rest. ‘Als je nu afstoft, ligt het er straks weer’. Een ijzeren logica, maar niet altijd even handig. Soms zag ik door de zich opstapelende bergen geen uitweg meer. Dan liet ik helemaal de boel de boel. Nee, een echt huishoudelijk type ben ik nooit geweest in die dagen. Nu gaat het me beter af. Mede dankzij de hulp van Lief, die vriendschap heeft gesloten met de robotstofzuiger die we van zoonlief kregen, die hem niet meer gebruikte. Stoffie wordt om de dag door de woonkamer gedirigeerd en elke dag door onze slaapkamer. Lief ziet er nauwlettend op toe dat er niets wordt overgeslagen. Daar komt een bepaalde mate van toewijding aan te pas. Een discipline die ik mis bij bepaalde huishoudelijke bezigheden.

De longetjes zijn het stiekem wel eens met deze stofvrije ruimten. Maar oh, wat herken ik de momenten als het even minder gedisciplineerd er aan toe gaat, zoals bij zo’n ziekenboeg. Alle vier om mij heen liggend met witte toetjes op de bank en sluimerende onrust in mijn hart over de ernst van de kwaal, waarbij steevast gezegd werd dat we het even moesten aanzien. Zorg om de kinderen. Weifelend tot besluiten komen. Het lastigste wat er was.

Overpeinzingen

Ze zijn te sprokkelen

Daniël Boissevain vertelt in de nieuwe Zin in een interview hoe hij nu geniet van het ‘burgerlijk’ bestaan. Huishoudelijke klusjes ‘s morgens vroeg op en ‘s avonds op tijd in bed duiken. Gisteren las ik op FB het grote verlangen van een lieve vriendin. Ze mijmerde over vroeger en de simplistische wijze, waarop een en ander zich toen ontvouwde. Alles was niet meer dan wat het beloofde te zijn. In deze onrustige wereld ga je vanzelf verlangen naar alles wat je als positief en goed hebt ervaren, naar zekerheden die er nu niet meer zijn. Natuurlijk is dat gegeven ook maar persoonlijk. Wat, als je in een geheel ander milieu was opgegroeid, of met sores en ellende.

Maar doorgaans waren er overeenkomsten die voor iedereen golden. De zomers waren warm, de winters waren koud. Er waren ijsbloemen, hoogstammige boomgaarden waar je je tweeling-kersen kon plukken om in je oren te hangen, er was leven in de sloot die in een glazen pot bewonderd kon worden, de lucht was blauw, de bliksem angstaanjagend prachtig en de natuur was fris en groen. Konijnen dartelden naar hartelust evenals de hazen in het veld. De winkels roken naar de kruiden en de koffie die ze in losse zakken verkochten, de kamer rook naar boenwas en er hing een worteldoek met een glimmende koperen salamander op de schoorsteenmantel bij opa en oma. Het eenvoudige kruisje met palmtak aan de muur. Koffie werd handgefilterd, de lekkernij erbij: Zoete koek met dik boter. We sliepen met vieren of zevenen in een kamer. Allemaal zekerheden uit een jeugd.

Wat we vergeten in dat verlangen, dat onze kinderen destijds en de kinderen van deze tijd hun eigen verlangens waarborgen en opslaan als herinneringen. Ze zijn net zo waardevol voor hen als voor ons. Onze herinneringen behoren niet tot de zekerheden van nu.

Onze opa’s en oma’s konden ook mijmeren over hun jeugd en hoe goed dat was. De paardenhoeven op de kinderkopjes, de handelaren langs de deur, de gaslantaarns, het grote kolenfornuis als centraal deel in de kamer, de zondagse visites. Een ander leven.

Huiselijkheid is er om rust te kweken in de hectiek. Je eigen bubbel, je eigen kleine leven waar het goed toeven is. Een milde veilige basis te midden van de onrust, waar je eigen zekerheden nog altijd hun werk doen.

Stef Bos schrijft in dit Zin-magazine-nummer over het sluimerende pessimisme van nu dat een tegengif nodig heeft. Leer van de ontmoetingen met mensen, die je wat kunnen meegeven, drijvend op eigen ervaringen. Leer de schoonheid van de natuur zien, verdiep je in paddestoelen en hun ragfijne ondergrondse netwerk, merk de trekvogels op en hun niet te bevatten vermogen om de weg terug te vinden, sta eens stil bij een collectie postzegels en de fascinerende geschiedenis erachter. Met andere woorden, verdiep je in een prachtige wereld, die onder de onze verscholen ligt. Kleinoden.

Gisteren was ik in het ziekenhuis voor controle en mijn nieuwe oog ziet meer dan normaal, hoe fantastisch is dat. Bij het bezoek aan mijn dochter eerst een heerlijke lunch met vers walnoten brood en een zalige pompoensoep, Poes spon vredig tussen de meegebrachte tulpen en een oude bos, het gesprek ging de diepte in en het was een gelukzalig moment, zomaar midden op de dag.

Met zoonlief en zijn gezin vonden we in de middag een tentje in Vianen waar ze, buiten de hebbedingen die er te koop waren, ook heerlijke vlierbloesem-limonade schonken met haverkoek of een lekkere salade serveerden. Het lachebekje zat erbij te glunderen in zijn kinderstoel, een en al aandoenlijke en meeslepende vrolijkheid. Toch zagen we ook nog kans om wat serieuzere onderwerpen aan te snijden, dieper in te gaan op vragen en eveneens tussendoor alle aandacht te geven aan de kleine. Genieten binnen bereikbaarheid. De goede geneugten van het leven, ze zijn te sprokkelen.

Overpeinzingen

Zuinigheid met vlijt overwint altijd

Toen ik van de week op zoek ging naar wat paneeltjes voor kleinzoon, zag ik vanuit mijn ooghoek op zolder, waar zoonlief woont met onze lieve schone dochter, een kwijnende plant. Sinds jaar en dag kan ik er niet goed tegen. Dat zielige half vergane, troosteloze en treurende groen, dat ergens in een hoekje staat te verpieteren. Ik vroeg aan haar of ik mocht proberen de plant op te kalefateren. Dat was prima, maar ze dacht dat er weinig leven meer in zou zitten.

Lief ging met haar mee naar boven om de ongelukkige op te halen. Ik had die eerste keer allang gezien dat er nog genoeg leven in zat. Het is een kwestie van geloof. Als je maar vertrouwen hebt in de plant zelf, komt het echt goed. De snoeischaar deed het betere werk. Eerst alle dode bladeren er uitgeknipt. Vervolgens de plant flink laten laven aan fris helder water, zodat alle potgrond verzadigd was en een mooie grotere om-pot gezocht. Vervolgens een plekje gevonden in de buurt van haar grote broer: Het geldboompje, die tot het plafond reikt. Planten gedijen op gezelschap.

Nu schudt ze haar bladeren en staat verschrikkelijk mooi te wezen deze Calathea Warscewiczi. Een plant met een dergelijke mooie naam moet wel heel bijzonder zijn. Ze komt uit het Amazonegebied en is van oorsprong een schaduwplant. We gaan haar eens lekker vertroetelen.

Ik vond ons, want Lief hielp mee bij het opkalefateren, net een paar van die straatmadelieven op zoek naar zielige planten. Ik weet dat ze bestaan en de straat afspeuren op zoek naar dit soort afgedankte kneusjes en eigenlijk is het eervol werk, waar je na verloop van tijd de vruchten van kan plukken. Er bestaan zelfs plantenasiels. Hier worden ze mee naar toegenomen, gezond gemaakt, waarna ze meegenomen kunnen worden door een nieuwe eigenaar. Die is blij, de plant is blij en de verzorger is blij. Tel uit je winst. Dat zouden ze met die andere asiels ook moeten doen.

Het is niet eens zo’n gek idee om ze mee te nemen. Het enige waar ik bang voor ben is dat je een of andere plantenziekte mee de kamer in sleept, waardoor de goede planten ook kunnen worden aangetast. Spint of luis zijn absoluut ongewenst, hoe gek ik ook op de natuur ben. Ineens krijg ik ondraaglijk veel zin in de Hortus. Daar is de atmosfeer in de tropische kas zo heerlijk aards, zwaar en vochtig. Niet om er lang in te verblijven trouwens, maar eventjes, om de sfeer te proeven. De kas hier in Utrecht is dicht en de Botanische tuinen gaan pas 1 maart weer open. De oude hortus is gelukkig wel toegankelijk en toch ook niet te versmaden. Zo dienen de ideeën zich aan.

Gisteren bezocht ik nog een kringloop maar vond geen pasta-machine en geen plantentafeltje. Wel een heleboel andere leuke voorwerpen, waar ik op dat moment geen behoefte aan had. Het hele voorval met de plant heeft me ook weer aan het denken gezet omtrent ons koopgedrag. Consuminderen is een loffelijk streven. Minder snel weggooien en minder snel kopen zou kunnen helpen verduurzamen op kleine schaal. Ik ben voor. Op alle gebieden eigenlijk. Want al is het gras bij de buurman altijd groener, die van jou redt het ook. Zuinigheid met vlijt overwint altijd.

Overpeinzingen

We gaan het zien

Op Instagram kwam ik een betaalbaar alternatief tegen voor het drukken van de tetra-etsen. De vrouw die op een leuke manier uitlegt hoe een en ander werkt, had een ontmantelde pastamachine ervoor gebruikt. Je haalt het snijgedeelte eraf en door de verstelbare standen van de roller heb je een prima-op de dikte van je te drukken object-pers.

Omdat het vaak apparaten zijn die wel worden aangeschaft maar door de bewerkelijkheid van het schoonmaken ook net zo snel worden afgeschaft, dacht ik eerst maar eens wat kringlopen af te gaan. Ik speurde alle schappen af tussen de huishoudelijke apparaten. Buiten alle fonduepannen, racletten, rechauds en meer van dat soort gebruiksvoorwerpen stonden ze helaas niet. De ultieme drukpers, een deegroller, vond ik bij de laatste kringloop en een glazen snijplank om de inkt op uit te smeren. De roller was een prachtig ouderwets onverslijtbaar exemplaar van hard hout. Toch geslaagd.

Omdat ik in de buurt was, wipte ik aan bij zus en haar man. Die zaten net aan de middagborrel. Zus was ook bezig in de keuken en had een prutje opstaan voor de Telor Pedis. Manlief had de frikadel gemaakt van tartaar die ik vast mocht proeven en zalig smaakte. We kletsten bij over ons eigen wel en wee en dat van de familie en na een gemoedelijk uurtje met goede raad en mooie verhalen was het tijd om de boodschappen te gaan doen en huiswaarts te keren.

Lief was de schuur ingedoken om daar de boel te effenen, omdat er zo hier en daar wat van de kinderen achter was gelaten en de ruimte derhalve vol stond met ongeordende brokstukken waar de familie muis zich prima in had vermaakt. Er waren veel plastic zakken de container ingegaan waarvan de inhoud niet meer te redden was geweest. Er kwam ook nog een afzichtelijk schilderij naar boven van een van de exen, met een goede kwaliteit aan doek. Die kon ik wel gebruiken. Zo rommelde de dag verder.

Prompt droomde ik vannacht over grijze muizen en een tamme witte rat, die op een gegeven moment boven op een vogelkooi zat om een vink aan te vallen. De stof tot dromen ligt op straat. Vandaag zal ik de oude schildering witten met gesso. Ik hoop dat ik die hier heb staan en jullie moeten even duimen dat het portret in acryl gemaakt is, dan kan ik er eventueel ook gewoon over heen. Dat geeft altijd een mooie gelaagdheid. Enfin, dat soort ideeën vallen in nu dochterlief onze afspraak van vrouw tot vrouw heeft afgezegd, omdat er een akkevietje tussen was gekomen. Soms is vertrouwelijk bijpraten een cadeautje. Nu gaan we het vrijdag een plek geven tijdens de lunch.

De dag van de tweede staaroperatie nadert gezwind en ik kan niet wachten tot ik alles in de juiste proporties kan zien. Met het rechteroog is het prima lezen, maar het lijkt wel of het linkeroog nu anders participeert. Vermoeiende aangelegenheid.

Vriendinlief stuurde een appje. We zien elkaar minder doordat we allebei een nieuw leven zijn ingestapt. Door het beperkt aanwezig zijn hier zijn er veel gebruikelijke ontmoetingen tussen de wal en het schip geraakt. Goed om te beseffen hoe dat voor een ander voelt. Ik weet het natuurlijk, maar heb de neiging om het weg te duwen. Dat maakt het dragelijker in eerste instantie al hoewel het daarna begint te knagen. We weten allebei dat we voor eeuwig in elkaars hart zitten, daar twijfelen we geen moment aan. Maar gewoon. Zo’n ouderwetse heerlijke knuffel, de slappe lach krijgen om die gekke invallen van ons, verhalen verzinnen voor nieuwe projecten of een lunchafspraak om even bij te tanken en elkaar te voeden, letterlijk en figuurlijk. Dat deel is het fysieke gemis.

Wie weet hoe het straks loopt. We gaan het zien.

Overpeinzingen

Vogels geven het goede voorbeeld

Wat een snoepwinkel is de Crea-Art in IJsselstein. Uitbundige uitstalling in de schappen van elk klein onderdeel tot het grotere werk. Hobby in alle toonaarden, maar zelfs voor de professionele gebruiker is er bijna alles te verkrijgen. We waren op pad om wat eenvoudige eerste ets-middelen aan te schaffen. Weliswaar waren er geen etspennen, maar wel scherpe klei-hulpmiddelen die zich er uitstekend voor leenden en alles op het gebied van linoleum tot en met de drukinkt aan toe.

Lief vond het op een ouderwetse kruidenierswinkel lijken en mij deed het vooral denken aan de bekende oudste drogisterij op het Neude, drogisterij Woortman, die alles, maar dan ook alles in huis heeft. Ik kwam er al met mijn moeder als er een periode was waarin ontluisd moest worden. Het rook er geheimzinnig, een beetje zoals het geroken zou hebben in de wonderlijke woonstee van Catweazle, altijd bezig met zijn proefjes. Een mengsel van kamfer, boenwas en lampolie, krakende planken onder de voeten, de ladenkasten tegen de wand, veel attributen hangend aan het plafond, de volgestouwde toonbank, dat alles om de de authentieke uitstraling te behouden. Iets dergelijks dus maar dan alles wat op het creatieve vlak nodig is om tot resultaten te komen.

Drama bij het project: ’De tijd keert om’

Ik kwam met een beste buit thuis. Wel had ik voor de zekerheid, voor het geval we geen lege tetra-pakken van dochterlief kunnen krijgen, ook nog drie linoleumplaten meegenomen. Dan kunnen we in ieder geval voort met de edele druktechnieken. Glas ligt hier ook wel om kleinzoon de eerste beginselen van de monoprint bij te brengen. Altijd leuk en leerzaam. Heerlijke lessen waren dat op school. We konden naar hartelust experimenteren, omdat de kinderen van mij alle materialen door elkaar mochten gebruiken. Vingerverf, ecoline, drukinkt, acryl, sterke lijm, wasco, gouache. Daar kwamen de mooiste bevindingen uit, die soms zelfs voor mij nog nieuw waren. Het zorgde voor voeding van de creatieve geest die kinderen eigen is als je ze de ruimte geeft.

Er moest ook een tube Burned Umber bij, maar die zijn we vergeten mee te nemen. Mijn palet is simpel, doorgaans Oker, Burned Sienna, Burned Umber en een tikkeltje Cadmium rood, Aquamarijn, en Titaan-wit. Dat volstaat doorgaans. Als er echter één ontbreekt, merk je dat natuurlijk onmiddellijk.

Vriendinlief stuurde foto’s door van haar inleidend toneelstukje voor het project ‘Mijn Lijf’, ze was in de rol van Sheila Snijgraag gekropen. Heerlijk hilarisch en het brengt me terug naar de gouden tijden op school. Drama hadden we allemaal wel in ons pakket en we speelden vaak de sterren van de hemel met onze zelfbedachte typetjes. Kinderen zaten er in één keer helemaal in en konden aan de slag daarna. Experimenteren, onderzoeken, uitvogelen, ondervinden en alles binnen de kaders van het project. Prachtig concept natuurlijk.

We hebben op een van de streamers mooie Arthouse films gevonden. Gelukkig maar. Daar waren we al langer naar op zoek, omdat we meer betekenis zoeken in het geheel. Gisteren keken we de Chinees-Taiwanese film ‘A Sun’. Het begint nogal heftig maar daarna is het eigenlijk een verhaal vol diepgang en heel goed gespeeld. ‘Niets is wat het lijkt ‘. Dat viel er uit te filteren. Het is een familiedrama met een Kaïn-en-Abelachtige inslag. Het einde gaf een verrassende draai aan het verhaal.

Tijd om met de wind mee te waaien. Vogels geven het goede voorbeeld

Overpeinzingen

Wie weet wat daar nog uit groeien kan

Vriend van Lief had ons uitgenodigd voor zijn verjaardagsfeest. Hij had in januari de 70 aangetikt en wilde dat groots vieren met al zijn familie, vrienden en kennissen, maar vlak voor de datum was er iets tussengekomen, waardoor het hele feest moest worden afgeblazen. Dit was de herkansing. Het was pas in de avond en ik merkte dat met name dat idee iets was om overheen te stappen. Tegenwoordig waren avonden en ochtenden al heilig. Hoe goed het was om toch te gaan bleek nadat we terug konden kijken op een super gezellig samenzijn.

Het was in een gelegenheid waar we wel vaker waren langsgekomen, maar dat we toch nooit hadden bezocht. De Nar, Café der Kunsten. Dat beloofde wat bij aankomst. Gelukkig was er nog plek voor Truus. Er liepen al stelletjes en groepjes mensen een richting op die wij kennelijk ook moesten volgen. Aan de achterkant van een feestelijk met kleine lampjes versierd gebouw was de ingang. Daar moesten we een grote houten veranda voor over. Wat een leuke plek. Overal grappige en getimmerde voorwerpen, een geenszins alledaags café. Bont en vrolijk net als de vriendenkring van vriendlief. Hartelijke rasechte Utrechters met de wortels stevig in het schoolwezen. Joviaal werden we begroet. Lief was direct onder de pannen, want er bleken heel wat oud-collega’s rond te lopen. Het was een groot warm bad voor hem en al gauw werd hij meegetroond naar nog meer collega’s.

Daar zit je dan wat verloren. Ik kende alleen de vriend en zijn vrouw en die waren begrijpelijk druk bezig met het ontvangen van die schare vrienden. We hadden een tafeltje opgezocht omdat ik niet heel erg in de benauwende drukte wilde zijn, dan zou ik het niet zo lang uit kunnen houden. De consequentie was nu, met het verdwijnen van de wederhelft, dat ik wat verloren aan het tafeltje zat. Wel fijn om alles eens goed te observeren. Een bont gezelschap was het zeker. Onze gastheer is een hartelijke man, iemand die graag mensen om zich heen verzamelt en een brede interesse toont voor alles wat er gaande is. Zijn vrouw is al net zo.

Na een half uurtje zo vertoefd te hebben, ben ik lief toch maar gaan uitnodigen met zijn collega’s aan het eenzame tafeltje te komen zitten. ‘Strakjes’, beloofden de collega’s die druk aan de rebbel waren, maar Lief ging gelukkig mee. Daarna plofte er spontaan een van de echtgenoten van de collega’s bij ons neer. Hij bleek vooral last te hebben van de akoestiek. Niet zo verwonderlijk met al het geroezemoes en de muziek, die soms wat harder werd gezet.

De lieve jonge bediening wist ons wel te vinden en niet veel later was onze tafel met overvloedige lekkernijen gevuld. Er ontstond een geanimeerd gesprek met de man, die onmiddellijk mijn patchouli rook en daardoor een aanval van nostalgie meemaakte. Hij had het zelf in de jaren zeventig ook gebruikt. Wat een heerlijke geur was het toch, vond hij nog. De band was gesmeed. Tel daar een wat dover gehoor bij op en de zelfde golflengte was bereikt. We konden elkaar goed verstaan omdat we luid en duidelijk konden praten in deze rustige hoek. We raakten gedrieën in een geamuseerd gesprek. Even later kwam zijn vrouw erbij, een goede collega van lief. Zo werkt dat dus.

Met de vrouwen die er waren had ik dat ons-kent-ons-gevoel. Allemaal vrouwen van dezelfde leeftijd met onze kinderen en kleinkinderen, uit dezelfde onderwijshoek, gelijkgestemde gedachten. De beloften om elkaar nog eens te zien binnen niet al te lange tijd waren dan ook niet loos. Dat gaat er zeker van komen. De collega’s onderling hadden al een reünie bedacht.

Al heel lang had ik niet zo vaak handen geschud en mijn naam genoemd. Een fris en nieuw gezelschap toevoegen aan je kennissen en misschien wel vriendenkring. Wat een rijkdom is dat. Bovendien had ik heel sterk het idee dat we, hoe dan ook, elkaar vast ergens ontmoet zouden hebben. Wie weet wat daar nog uit groeien kan.

Overpeinzingen

Utrecht op haar best

De reis, lopend door de Utrechtse binnenstad, kon op mijn dooie akkertje nu er zeeën van tijd waren. Ik volgde aandachtig de gevels en de gebouwen, bleef stilstaan voor een etalage met wonderlijke prullaria van een kunstenaar en prees de stadse geveltuinen, ook al benam menig klimop of de takken van een blauwe regen een onbelemmerde doorgang. Een kniesoor die daarop let. Hier en daar een geveldicht om over te mijmeren, dan weer een ingemetselde afbeelding. De rechtbank bleek een restaurant te zijn geworden. Het Domplein, nu zo goed als autovrij, een werelds plein met de statige kerk aan de ene en de ingepakte Dom aan de andere kant. Het academiegebouw functioneerde als licht in de opkomende duisternis. Er liepen nog steeds toeristen met fototoestellen of mobieltjes in de aanslag in hun hand om alles vast te leggen.

Bij de theaterschool Dom Under moest ik zijn. Het heette zo omdat je er ook de mysterieuze diepe krochten onder de dagelijkse voetstappen kon verkennen en je je in het historische verleden mocht wanen. Er boven was de muziekschool gehuisvest en meer naar achteren de theaterzaal. Door de vrolijke vrouw achter de bar liet ik me de weg wijzen. Trap op en rechtdoor. Er was gelukkig een lift. Toen ik deur opende, keek ik in een grote donkere ruimte waar een aantal kinderen heen en weer renden over het podium. Kleinzoon zag me en kwam een knuffel halen met de melding dat ik te vroeg was. Beneden was een barretje met tafels en stoelen, dus ik zou me wel vermaken. Met een biertje 0.0 onder handbereik ontspon zich de kakofonie van het moment. Twee dames waren, woordelijk verstaanbaar, in een kennelijk geanimeerd gesprek. Er was muziek, maar er klonk ook gepingel van een leerling die op de piano haar repertoire te beste gaf. Ouders met kinderen, een dollend meisje met haar vader of misschien wel een oom, gierend gelach. Zwijgende jongeren met koptelefoons op boven hun verlichte computerschermen als rustpunt in het geheel.

Het werd, al naar gelang de tijd verstreek, steeds drukker en onrustiger. Eindelijk ontwaarde ik de twee dochters met hun gezinnen in het kielzog. Kleinzoon had een groot publiek. We zaten op de voorste rij aan de linkerkant en de drama-juf kondigde aan dat de kinderen het thema ‘Hoog Catharijne’ zelf hadden gekozen. Korte scènes, snelle acties. Hier en daar niet altijd goed verstaanbaar. Ze hadden er voldoende ‘slang’ in verwerkt en het eeuwige mobieltjes-turen kwam eveneens goed naar voren. Snel geld verdienen en Yo-Bro-handjes waren ruim vertegenwoordigd. Natuurlijk speelde kleinzoon de sterren van de hemel. Regelmatig lagen zijn broers en neef en nicht in een deuk. Oma haar moeizame gehoor had wat problemen met sommige gebromde antwoorden van minder hard pratende tegenspelers en met de snelheid.

Het tweede deel van de voorstelling bestond uit geïmproviseerd theater in viertallen met opdrachten uit het publiek. Vooral dat was erg leuk, vond ik. Al met al waren we natuurlijk trots op onze eigenheimer, hij werd in de bloemetjes gezet. Veel te snel, na een half uur, was het weer voorbij. Allemaal naar buiten op dit onchristelijke uur, want het was half zes. De maaltijd moest gekookt, de kleintjes naar bed. Alles verdween al fietsend. Mijl op zeven om met de auto te gaan. Ik wandelde terug naar de Herenstraat en vervolgens naar de Singel. Het leverde een aantal mooie plaatjes op. Het kost wat,maar dan heb je ook wat. Utrecht op haar best.

Overpeinzingen

Langs een verstilde gracht

Heerlijk. De nieuwe Groene even doorgespit. Met name de rubrieken in Dichters en Denkers. Marja Pruis met een overpeinzing over in de war zijn en wanneer dat problematisch lijkt te worden. Is dat het moment waar je je tandenborstel op een wonderlijke plek opbergt en vervolgens drie maal de receptie belt van het hotel waar je vertoeft, om vervolgens de beschamende vindplaats te ontdekken. Of als je per ongeluk op de fiets de bewegwijzering van de dochter volgt en op een kruispunt belandt waar fietsers niet welkom zijn? Te weten dat je in de war bent, wanneer begint dat? We hebben allemaal wel eens een vergeet-moment. De gewoonste zaak van de wereld. Ooit, jaren geleden heb ik eens een ‘vergeet-dagboek’ bij gehouden, met woorden die ik me niet meer kon herinneren, die ik echt, even of langer, kwijt was. Het was in een periode waarin de werksituatie veel stress opleverde. Niet zo verwonderlijk dus. Maar op een gegeven moment, stel ik me zo voor, zijn excuses niet langer aanwezig. Als de tijdelijke aard verdwenen is, dan mag je je zorgen maken, maar weet je dat dan nog.

Gisteren moesten we naar de Uithof omdat de dochter van lief een minor had over een muziekstudie die ze volgde aan de PABO. Daar zou ik maar heel even blijven kijken om vervolgens richting centrum van Utrecht te gaan voor de jaarlijkse voorstelling van theater-kleinzoon, kunstenaar in de dop. Maar bij het gesteggel om dichterbij de Hoge School te kunnen komen, schatte ik in, dat ‘even vlug’ geen haalbare kaart zou worden. Na beraad met lief besloten we op te splitsen. Hij de dochter en ik de kleinzoon. Dat was rustgevender. Na een belletje met zoonlief kon ik hem, nu ik tijd had, nog wat Soto brengen en daarna moest ik een parkeerplek gaan zoeken in Utrecht. De Singel had ik al bedacht, daar is het precies een euro minder duur dan bij de Dom. Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.

Rondje nostalgie werd het, want ik liep de Herenstraat door, waar Lief en ik in de jaren zeventig nog wel eens kwamen. Ooit hadden we daar in de gezellige vrij kleine ruimte van het enorme pand, de legendarische Dubliners mogen aanschouwen. Nog altijd is het refrein van het laatste lied ‘The Wild Rover’ dat ze speelden, geliefd gebleven en woordelijk op te lepelen. Niet dat dat zo ingewikkeld was hoor. De letterlijke tekst ervan is ‘And its no, nay, never(klap, klap, klap, klap) No, nay, never, no more, will I play the wild rover, no, never, no more.’

Er tegenover lag het steegje waar onze kroeg ‘de Bedstee’ zich bevond. De enige kroeg die na sluitingstijd de mensen die binnen waren, duldde tot de volgende ochtend. Daar ben ik niet naar op zoek gegaan. Ik zag de ingang van de oude Tiel Utrecht, waar ik een blauwe maandag nog als koffiemeisje had gewerkt als puber en waar ik net zo snel weer verdwenen was, omdat toen al de cultuur me niet aanstond. Foute grappen over meisjes die de koffie schonken uit grote ketels. Ik was er duidelijk niet op mijn plek. Dan gaat een fijne werkkring boven de ambitie.

Vervolgens voelde ik een spoor van jaloezie bij het zien van de bewoners van sommige van die enorme panden aan de Nieuwe gracht. Een man die bij het goudgele lamplicht in een makkelijke fauteuil zijn krant zat te spellen. Grote planten, imponerende kunst aan de muur. Oh…Zo te wonen en te wandelen op een zondagmorgen langs een verstilde gracht.

Overpeinzingen

Maar dat zal niet lang meer duren

Tuin heeft haar winterkleed nog stevig aan, al zijn hier en daar wel sporen van fris leven onder de dorre takken. Het waterschap heeft de sloten van het perceel af laten lopen en nu was de bodem toch minder drassig dan ervoor. Ook waren ze uitgebaggerd en alles lag er weer keurig bij. Niet dat het pad gevrijwaard was van plassen en modder, maar spitsroeden lopen hadden we intussen wel geleerd op deze veengronden.

Ze lag er lieflijk en braaf bij. Verwinterd maar fier. Afgelopen juli en augustus hadden we immers hard gewerkt om alles al grotendeels winterklaar te maken. De wilgen stonden er goed bij, konden eventueel een snoeibeurt gebruiken, maar dan moest de grond toch echt wat droger zijn. Iets wat nu, met het werk van de dijkgraaf, wel sneller zou gaan gebeuren.

Eerst inspecteerden we de tuin van dochterlief en haar gezin, nu ze naast die van ons waren gekomen. De verzakking in het huisje viel me eigenlijk alles mee. Er waren lekker veel bakken waar ze zo aan de slag zouden kunnen. Het pad moest worden opgehoogd en de rommel van de vorige eigenaresse afgevoerd en dan had je een mooie lap grond. Er stonden veel fruitbomen en bessenstruiken in. Braam was aardig ingedamd. Ze zullen er als gezin een hoop plezier aan beleven en met het grasveld van mijn tuin erbij is het een ideale plek om er te toeven, want natuurlijk bundelen we de krachten.

Vol verwachting ontsloot ik het atelier. Alle vertrouwde spulletjes stonden, ondanks storm en tegenwind, nog braaf op hun plaats. Lief en ik gingen zitten om de sfeer goed op te kunnen snuiven. Wat was het er prettig en wat had ik het gemist, die oude vertrouwde doeken, merendeels af, de naar een likje verf verlangende kwasten, mijn oude penselenkoker, het stilleven van de bal met de twee bustes er tegenaan geleund. Wie waren het ook al weer, die twee. Het grote Bulkboek, waarin ik de verschillende werkzaamheden en overpeinzingen had beschreven, lag eronder. Alle foto’s aan de waslijn, bron van inspiratie, waren door het zonlicht wat kromgetrokken en de libelle van karton was haar achterlijf verloren, maar de vlinders hingen nog steeds vrolijk aan het uitklapraampje.

Vanuit het atelier had je mooi zicht op de tuin. Ik speurde nog in de laadjes naar drukinkt en een roller voor de volgende atelierles van kleinzoon, maar die liggen in het atelier in Hongarije. Dat krijg je als je van alles twee hebt. Dubbele luxe. Lief zag vanuit zijn ooghoek roodborst aanwippen, eerst op het gevlochten wilgentenen hekje en later dook ze naar de grond. Maar ik was net te laat voor de foto.

De appel stond op haar twee benen nog even krom. Het stinkende nieskruid, ofwel de Helleborus Foetidus, stond prachtig te bloeien, eigenlijk het enige plantje dat zich goed kon laten bewonderen. Smeerwortelkronen kwamen overal uit de grond zetten. Daar had ik er liever wat minder van gezien. Mollen en woelmuizen waren verdwenen, dat was aan het ontbreken van de hopen te merken. De engel en het cherubijntje hadden weliswaar gewaakt over het geheel, maar waren toch van het voetstuk gevallen, waarschijnlijk tijdens de laatste twee pittige stormen. Uit de vijver kwamen groene sprieten opzetten.

We observeerden en brachten de klussen in kaart. Nog een paar dagen wachten en dan was de grond zo ver dat we iets konden gaan ondernemen. Dat hadden we toch goed ingeschat. Bovendien was het afwachten of de winter nog eens langs zou komen. In het atelier scheen de zon en niet in de laatste plaats op de uitbundige vaas met zonnebloemen, niet helemaal af, maar wel een vrolijk geheel. Die is het eerst aan de beurt, straks, nam ik me voor en lief keek vooral naar de wilgentakken.

We besloten om om de andere tuinen achter ons heen te wandelen en genoten van het weidse aanblik. Ik meende al kieviten te zien dartelen, maar ik zal over twee weken met twee goede ogen nog eens kijken. Haha. Nu zie ik alles wat vliegt blind aan voor zelf verzonnen gevogelte. Maar dat zal niet lang meer duren.

Overpeinzingen

Wat een groot cadeau

Een heerlijke zonnige dag ligt in het verschiet. Een van de neven is jarig en ik schrijf op de familiepagina een felicitatie voor hem. Vandaag wordt het een tuindag. Een uitgelezen moment en het is best een beetje spannend. Hoe gaan we het aantreffen en met name dan de veengrond na al die nattigheid.

Gisteren was het een enerverend dagje met kleinzoon die voor zijn eerste echte schilderles naar mij kwam. Vlak voor zijn bezoek had ik op de voorzolder nog wat lege paneeltjes gevonden waar hij op kon schilderen. Lekker plat.

Natuurlijk kan er niets op een lege maag, dus de twee gebakken eitjes op twee broodjes gingen er in als koek. Ziezo, nu konden we beginnen. Eerst was er de tekenles in mijn schetsboek, hij wilde zichzelf tekenen. Kijken naar de verhoudingen, naar de vorm van het hoofd, een beetje van alles. Stukje anatomie, waar zitten de ogen, de neus, hoe vind je mond en kin, hoe ziet die neus eruit. Ipad erbij en aandachtig observeren. Kijken is lijken. ‘Eerst werd de sweater op de nek geplakt, o nee, toch maar rondom, hoe doe je dat dan, wanneer zit de nek erin, waar begint die nek eigenlijk’, vragen en vragen. Heel goed. En vooral moest ik boven op mijn arsenaal aan kennis gaan zitten. Hij mocht het eerst zelf zien. Hetzelfde gold voor de verhoudingen en voor het aanhechten van zijn armen aan zijn zelfportret. Die had hij al met handen en al getekend en ze liepen ver weg van zijn lijf. ‘Kijk goed, wat zie je eigenlijk maar?’ ‘O ja.’ ‘Je ziet heel vaak wat je weet, dan vul je het zelf in, maar het klopt niet.’ ‘Ik zie maar twee halve armen er vlak langs’. Dus schildert hij die. Een eye-opener. Zo werken we nog een beetje door.

De aandacht is er, de opperste concentratie en een schrander weten na de uitleg.

Nu wilde hij wel aan een schilderij beginnen. Daarvoor twijfelde hij tussen het Vrijheidsbeeld en een vikingschip. Beiden natuurlijk niet de makkelijkste onderwerpen. Voor het doel van deze dag, schilderen als impressie, koos hij voor de laatste. Oké. ‘Geen sinecure lieverd, maar we gaan het proberen’. Een goed voorbeeld was al snel gezocht. Het was een cruciale opdracht, want hier valt of staat zijn plezier en zijn enthousiasme met het schilderen mee.

Dus was de volgende les, het mengen van de kleuren op het palet. Dat was eigenlijk al voldoende. Ook hier was er de vreugde van de ontdekking. Een tipje van dit, een tipje van dat en dan nog een kleur erbij en het wordt exact de kleur die we nodig hebben. Klopt het? Check, check en dubbel check. Beide blauwe kleuren zijn toch heel anders, waarom. Licht en donker erin verwerken. Hoe hou je je kwast, hoe maak je een streek. Veel basis in een keer. Maar ook hier ging hij met de volle aandacht aan de slag en kreeg er steeds meer plezier in. Hij aan de ezel en ik achter hem. Toen we klaar waren ruimden we alles op. Dat hoort er ook bij. Opnieuw lol in het schoonmaken van de kwasten met warm water en Driehoek zeep in de holte van je hand en het juiste droogproces. Jong geleerd, oud gedaan.

Af en toe was een pauze noodzakelijk, maar gaandeweg raakte ik steeds trotser op hem. Hij, mijn grote spring-in-het-veld, die altijd zo beweeglijk was, focuste zich volkomen op het werk en dat voor drie uur lang, zonder dat de aandacht verslapte. Het resultaat mocht er zijn en toen zijn vader hem kwam halen kon hij opgetogen met een zelfportret in een lijstje en het eerste ‘echte’ olieverfschilderij naar huis. Wat een prachtige middag. Wat een groot cadeau.

Overpeinzingen

Samen leven

De overbuurvrouw kuiert over de straat. De armen over elkaar, haar lange vest houdt ze angstvallig om zich heen geslagen om niets van de ochtendkou binnen te laten dringen. Haar lange rok piept er onderuit. De haren in een snelle paardenstaart. Een peinzende tred. Voeger zeiden mijn ouders dan: Een stuiver voor je gedachten’, als je met de blik naar binnen gekeerd de wereld aanschouwde. Je was er wel maar toch ook niet. Met geen pen te beschrijven, die gedachten van dat ogenblik.

Kleinzoon appte gisteren met de vraag of hij vandaag langs mocht komen om te schilderen. We gaan werken aan zijn portfolio. Dat heeft hij nodig voor zijn school. Er zijn wel honderd ideeën langs gekomen vanmorgen vroeg. Maar eerst maar eens afwachten wat hij er van verwacht en wat hij aan fantasie meebrengt. De ezel staat klaar, er is een maagdelijk doek.

Gisteren is de dag voortgekabbeld. De gure wind hield me binnen. ‘Watje’, fluister ik mezelf dan in. Eens een koukleum, altijd een koukleum. Het is nooit anders geweest.

In de nieuwe Vrij Nederland vraagt iemand zich af of Links zich manifesteert als een doorgeslagen strenge juf die met haar dunne lange vinger in de rug van alles wat tegenstaat prikt. Ik moet denken aan een verzuurde oude vrijster, zoals ze vroeger werden afgeschilderd, die arme eenzame oude vrouwen.

In de Volkskrant een schrijnend verhaal over een vrouw, die duidelijk tussen de wal en het schip is gevallen en buiten de wereld zweeft. Helaas nu letterlijk. Een aantal dagen geleden is ze dood in haar bed gevonden. Haar pruik had ze niet op. Ooit als man geboren, als enig kind, bij ouders die vurig hoopten op éen sterke jongen van stavast, een krachtig type. Verheerlijking van het uniform en van Hitler. Maar de arme ziel voelde zich vrouw in een mannenlichaam. Midden twintigste eeuw was dat een garantie voor spot en uitgesloten worden. Mensen zijn hardvochtig. Eenzaam en alleen in een vervuild huis, een treinrails met treintje in het midden van de kamer, een bureaustoel, meerdere verouderde computers.

Waarom schreven die jongens uit het VN de rechtlijnigheid toe aan een ‘Juf’ en niet aan een Meester met zijn strakke normen en waarden. Hij vertelt van een werkzame periode in de Laak, een vergeten wijk in Den Haag, met schimmelwoningen en mensen in nood. Ook daar eenzame ouderen en de ene situatie nog schrijnender dan de andere. Hij ontmoette er geen linkse stemmers ondanks de partijprogramma’s over sociale en economische behoeften van het volk. Hier betekende links de kloof tussen rijk en arm. Links is de elite en ze smaakt naar bedorven chocolademelk.

Hij eindigt zijn artikel ermee, dat de strenge juf is weggepest door de ‘Bully’ van de klas, lees rechts, die in het gat sprong dat links liet liggen. De vrouw uit de volkskrant heeft er niets meer aan. Ze had graag omarmd willen worden zoals ze was. En dat is precies wat het leven is. Jezelf mogen zijn met al je eigenaardigheden, links of rechts of dwars door het midden, hoe je er ook over denkt en hoe je er ook uit ziet. Geen bully’s meer die uit frustratie blijven jennen, geen strenge juffen die de boel dichttimmeren, geen oude knarren met rechtlijnige ideeën zolang ze anderen beletten zichzelf te mogen zijn. En anders, als ze iedereen in hun waarde weten te laten, ook goed. Verbonden zijn, waardering hebben, ruimte geven, breeduit durven meten en, zo eenvoudig als het klinkt, samen leven.

Overpeinzingen

Dat geeft de burger moed

Lief is onderweg naar Breda. Met de bus dit keer. Geen overstap, redelijk snel vervoer, geen ongemakken zoals zich de laatste tijd op het spoor voordoen. Ik ben benieuwd hoe zijn ervaringen zijn met een lange busreis.

Ondertussen lummel ik nu ik de kans heb en kijk eerst achterstallige docu’s zoals die van Coen ter Braak over Joost Zwagerman en natuurlijk hakt deze er zwaar in. Zijn lieve en goede vrienden laten een kant zien van deze dichter en schrijver die ik me nooit bewust ben geweest, maar waar ik vast al meer over had kunnen weten. Het is een indringend portret geworden, waarbij het einde gevat is in een lied/gedicht van hem door Wende gezongen. Daarin komen al zijn angsten aan bod. De manier waarop hij naar de wereld kijkt, is zo vooral iets om overal angst voor te hebben.

Als een vriend van hem zijn dood een vergissing noemt, denk ik dat je de gedrevenheid door de waan in het hoofd geen vergissing meer kan noemen. Die is er en daar handel je naar. Wie ben ik om dat te weerleggen. Ik ken het proces niet, ben er anders mee bezig. Kunnen wij in het hoofd en de geest, van de ander kijken? Misschien hopen we dat het een vergissing is. Zijn ex-vrouw zegt het goed. Het zijn de processen die er gaande zijn die er voor zorgen dat het gebeurt. Ik kan me daar achter scharen. Schuld is wat mij betreft geen optie in deze. Daar heeft iedereen natuurlijk een andere mening over en dat is een goed recht.

Zware kost dus op de vroege morgen. Gisteren na de dag van de expositie heb ik eerst een bloemetje geregeld voor vriendinlief die zich zo heeft ingespannen mijn werk in te lijsten. Rond twaalven besteld en om 14.00 had ze het al in huis, precies zo groot en precies de paars-tinten die het op het plaatje had laten zien. Chapeau voor de bloemist en geweldig gedaan.

Na de expositie zijn we nog met een stel etsers gaan dineren in Nieuwkoop. Weer de eindeloos smalle weggetjes over om helemaal aan het eind het restaurant te vinden. Een prachtige zonsondergang met grazende schapen in de wei als ondertoon bij deze gebeurtenis. Gelukkig met voldoende parkeerplek en een handig concept, namelijk een drie-gangen-menu voor nog geen 20 Euro. Voor mij te veel waarschijnlijk, maar voldoende groot-eters om mijn toetje bijvoorbeeld over te nemen en de amuse bestond uit drie piepkleine voorgerechtjes. Het was een mooie afsluiting.

Degenen die hun werk te koop hadden aangeboden hadden hier en daar voldoende en naar tevredenheid verkocht. We zaten er in de wetenschap dat we elkaar hooguit nog eens met een reunie zouden kunnen zien, maar de meesten waren een aantal jaren ouder dan ik en het leven neemt nou eenmaal altijd een eigen wending, dus was het toch ook een zoet samenzijn van herinnering en weemoed. Een mooi gevoel, ‘Weemoed’. Een verlangen naar wat ooit was en tevens een weten van nooit meer op die manier.

Rond negenen waren er warme omhelzingen die bij diezelfde wetenschap hoorde zonder de tranende emoties, die je erbij had kunnen denken. Ben je mal. Zo loopt het leven nu eenmaal. Hoe was het ook alweer? Als er een deur dichtgaat, opent zich een andere. Dat geeft de burger moed.

Overpeinzingen

En zo was het

Gisteren waren er twee belangrijke gebeurtenissen. De herdenking van het overlijden van de vader van de kinderen en de finissage van de etsen die in het Regthuys van Nieuwkoop ten toon waren gesteld de afgelopen drie weken. Een dubbel gevoel, dat wel. Om kwart voor twaalf zaten we in het restaurant de liefhebber te Kamerik, waar alle kinderen op twee na voor een lunch bijeen zouden komen. Een van de kleinkinderen was in de ochtend ziek geworden, misselijk en de hele rataplan, dus die kon er niet bijzijn.

De kerk was net uitgegaan in het klein dorp en we ontdekten dat Kamerik een ruim kerkbezoek telde, waarbij de gelovigen in groepen en groepjes nog stonden na te praten na de dienst. Het deed me denken aan vroeger, als de familie aan de overkant te kerke ging en met hun hoedjes, mantels en lange rokken, hun zwart-gekousde benen door de straat wandelden. Pa en ma voorop, de kinderen er vlak achter.

Het restaurant was net open gegaan. Het was er een beetje donker en en koud. Een familie ging met hun stokoude vader of moeder, dat was niet duidelijk, aan de tafel voor zitten, om een kop koffie te nuttigen. Onze tafel was achterin de zaak en stond keurig klaar. Een lieve jonge vrouw was daar de boel aan het redderen. Na vijf minuten druppelden de kinderen en kleinkinderen binnen. We bestelden een heerlijke lunch en er viel zowaar ook een goede vegetarische keuze te maken. Het was een beetje krap in de tijd, maar goed te doen. We aten wat versneld de soep op en gingen vast vooruit. De weg er naar toe en later de weg naar Nieuwkoop ging over kronkelige smalle Meent-weggetjes en was met mijn beperkt vergezicht van het linkeroog lastig. Menig gesputter vergezelde de rit. Lief was het derde oog.

De kinderen zouden ons later achterop komen. Het was goed dat we die keuze hadden gemaakt, want onze lieve vrienden kwamen beide al voor de kinderen er waren. Ze waren er natuurlijk voor de hele tentoonstelling maar toch vooral ook voor het werk van ons, etsvriendin en ik. Niet voor niets vormden we een kunsttheekransje met z’n drieën, als oud-collega’s en kunstminnende vriendinnen. De mannen waren er ook. Even later kwamen de kinderen aan en bewonderden het werk, toonden hun trots, maar stiekem was ik vooral trots op hen, frisse blommen tussen overwegend wat ouder publiek, een volgende generatie vol beloften. Dochterlief en haar gezin hadden een mooie narcis en een zelfgemaakte boekenlegger bij zich, creatieve expressie. Ze zal gekoesterd worden in het boek van ‘De Moeders van Mahipar’. De ontmoeting met de moeder van een van mijn leerlingen van vroeger was een verrassing. Dankzij haar had ik mijn voorzichtige schreden op het schilderpad uitgebreid en waren we op het idee van het volgen van de etsweekenden gekomen. Haar dochter was er ook en het werd een kleine hartelijke Jenaplan-reunie. Het was natuurlijk ook een feest op zich om alle vrienden van de etsweekenden te zien. We waren allemaal ouder geworden en ik had een aantal sinds een paar jaar niet meer gezien, omdat ik door omstandigheden de laatste weekenden had gemist.

Er was onmiddellijk die goede sfeer van het samenzijn en er viel heel wat aan bewondering te incasseren en aan herinnering te koesteren. De gastvrouwen wandelden er tussendoor en na de speech van een van hen, brachten ze zorgvuldig gemaakte hapjes rond met een drankje erbij. Een extra zonnetje.

‘Kijk mijn moeder shinen’, schreef mijn dochter in een boodschap op Instagram met een leuk filmpje, een compilatie van bezoek en werk, maar de glimlach gold vooral hun aandacht en hun vragen, de bewondering en hun lof. Zo werkt dat dus. De aandacht ervoor zorgt voor een bedding en de hang naar meer. Ze had er een lied van Melanie onder gezet. Een extra betekenis, want dat was de zangeres van mijn jeugd, waarvan ik elk lied uit mijn hoofd kende met heel mijn hart. Dubbele betekenis. De tekst? Here I am. En zo was het.

Overpeinzingen

Een uitgelezen dag

Een prachtig begin van de dag. Heerlijk zonnig optimisme en de garantie op een mooie wandeling. De dag ervoor had ik gelezen over de Plantage van Willem III dat ik niet kende en lief ook niet. Het ligt in de buurt van Elst en is een gebied met de schraalgraslanden en boomgroepen en struweel, dat voornamelijk bevolkt wordt door Galloway-runderen en Konikspaarden.

Het bleek om een gebied te gaan, waarbij de ingang niet was waar de tomtom ons heen bracht. Daar slechts een woonhuis, beschermd gebied en geen parkeermogelijkheid. Iets terug voor de brug was wel een parkeergedeelte en de officiële ingang van het park. ‘Zoekt en gij zult vinden’. Het was weliswaar spitsroeden lopen tussen de vele vijgen op de grond maar het cadeau wat daarvoor in de plaats kwam was wonderschoon. Natuurlijk speelde het weer daar een belangrijke rol bij. Stralende blauwe lucht en een al verwarmende zon. Weinig wandelaars en mooie paden. Het mooiste cadeau, want al zo lang niet meer gezien, was de grote populatie huppelende konijntjes die dankbaar van de bramenbosjes her en der gebruik maakten en soms parmantig rechtop de oren spitsten.

We wandelden door de grote groep paarden heen en gaven ze volop de ruimte, de Galloway’s waren duidelijk passanten gewend, want toen er al een stelletje gepasseerd was en wij er ook aankwamen stapten ze bedaard over het pad heen om zich bij de rest van de kudde te voegen en verder te grazen. Ze keurden ons geen blik waardig.

Het lopen ging voor het eerst sinds weken weer helemaal op en top. In ons kabbelende tempo, zonder raspende ademhaling en met dat mooie zicht, dat kleur al zoveel meer diepte gaf. Wel kan ik nu niet wachten tot het andere oog aan de beurt is, want dan moet de nieuwe lens alles in het juiste perspectief plaatsen.

We wandelden tot we weer bij de doorgaande autoweg aankwamen en staken over om te zien of er een weggetje te vinden was naar de uiterwaarden van de Nederrijn die er in het zonlicht aanlokkelijk glinsterend bij lag. Het bleek echter dat de toegang daartoe juist aan de andere kant lag, een smal klompenpaadje, een trap naar beneden en een bank om uit te rusten. Daar zag ik een enorm konijn, dacht ik. Maar waarschijnlijk was het toch een haas, zoals lief opperde. Met het zicht op de rivier was het goed uitrusten. Daarna langs hetzelfde klompenpad weer verder met vrij uitzicht op de uiterwaarden. Het pad kronkelde omhoog en een hek bracht ons weer terug naar de ingang van de parkeerplaats. Mooi werk.

We probeerden daarna een restaurantje te vinden om even gezellig te zitten maar buiten de molen en een pannenkoekenhuisje met geblokte rood-witte gordijnen was er niets. Doordat we telkens afsloegen reden we de dijk op en kwamen tenslotte uit bij Wijk bij Duurstede. Daar wist ik wel wat gezellige tenten. We vonden een klein rond tafeltje voor twee aan het raam achterin de zaak en genoten van alles wat ons werd voorgezet. Wat een prachtige dag. Toch nog zo’n vier kilometer gewandeld in totaal, veel mooie beelden op het netvlies en het prachtigste lenteweer wat je maar kon bedenken. Een uitgelezen dag.

Overpeinzingen

Het wijst zich vanzelf

‘Welke boeken wil jij lezen’, vraagt WordPress aan de lezer om de inspiratie te prikkelen. Er liggen er nog wel wat op mijn stapeltje. Ik ben bezig met de biografie van Theo Thijssen, daar gaan heel wat leesuren inzitten. Het verzamelde werk van de dichter Menno Wigman, kleine juweeltjes en goed voor minstens een gedicht per dag en de nieuwste aanwinst, een boek dat we unaniem met de boekenclub hebben gekozen is er een van Forugh Karimi: ‘De moeders van Mahipar’.

De eerste en de laatste zijn dikke pillen. Dan is er nog een hele boeiende, namelijk de biografie over Tonia Stieltjes door Esther Schreuder, de subtitel is Activiste, model en wilskrachtdokter. Een sterke vrouw, een van de eerste Surinaamse vrouwen in Nederland rond 1900. Ze heeft model gestaan voor Sluijters, was bevriend met Mondriaan en ze stond aan de wieg van de arbeidersemancipatie, ten bate van de dienstbodes, werk wat ze zelf ook verrichtte. Het boek is verluchtigd met veel fotomateriaal wat het lezen nog aangenamer maakt. Lief is het nu aan het lezen en geniet zienderogen. Keuze te over, misschien wel te veel.

Vannacht bij een gang naar de badkamer stootte ik mijn tweede teentje, die naast de grote, aan de poot van een overtollige fauteuil, daar tijdelijk neergezet en van binnen verbeet ik de pijn om met mijn vader binnensmonds te roepen, ‘Non-Sacre-Ju’. De ‘Ju’ stond voor Dieu, maar dat kon je als rechtgeaard vader niet zeggen in het bijzijn van je kinderen. Ik hompelde terug naar bed en nu zit ik met een kleine gekneusde teen, verweesd gevoel, straks maar in een ijzig lapje wikkelen om de steken te minderen. Stomme stoel, of stomme half dichte slaapogen. Het mag allebei.

De zon schijnt en licht de dag bij. Beter dan dat sombere grauw dat er voor zorgt dat ik trek heb in zuurkool en andere stampotten. Tot onze vreugde is de vegetarische rookworst heerlijk. Mooie ontdekking.

Ik lees over de plantage van Willem III, toevallig gaat de hele Groene bijna over de Nederlandse slavernij en gisterenavond zagen we een groot deel van Sporen van Slavernij, met een uitzending over de herkomst van Jeangu Macrooy en zijn tot slaaf gemaakte voorouders. Wat een boeiend relaas. Jeangu torent hoog boven de andere afstammelingen uit en er is een groot contrast met de nederigheid van het leven daar aan de oevers van de rivier in vergelijk met het leven hier. Boeiende verhalen om naar te kijken en te luisteren. We hadden eerst de film over Diana Nyad gekeken, de zwemster die het presteerde om op 64-jarige leeftijd van Cuba naar Florida te zwemmen, de zogenaamde Key West. Er sprong vooral uit dat het hele team er omheen veel belangrijker was dan de zwemster zelf. Uiteindelijk had ze dat zelf ook in de gaten. Zonder hulp was het echt niet mogelijk geweest. Deze film was op zich boeiend, maar de docu over de slavernij was het betere werk.

De plantage Willem III is van oorsprong een tabaksplantage, die door de familie Ruys in 1853 was gesticht. De beschrijving van het natuurpark is weelderig en beloftevol met een grote diversiteit aan dieren. We weten niet of er te wandelen valt, maar het is zeker de moeite waard om het te gaan proberen.

Nu maar hopen dat de teen in die zwarte kloffen van me uit de voeten kan qua ruimte. Het wijst zich vanzelf.

Overpeinzingen

Om zeker nog eens met een bezoek te vereren

Gisterenmorgen kon het bestaan dat oma in haar pyjama en ochtendjas zoonlief en kleinzoon met zijn stralende glimlach ontving. De laatste verdween prompt omdat de reusachtige zonnebril de helft van het vertrouwde gezicht bedekte. ‘Ik ben het, kiekiek’. Het hielp niet maar er kwam een zekere mate van gewenning bij het voortduren van het bezoek. Gezellig. Van de weeromstuit vergat ik iets aan te bieden. Ach ja. Zoonlief is kind aan huis geweest voor jaren. Hij had zelf wel wat gepakt. Alle smikkels om de kleine af te leiden had hij meegenomen. Geen moeite koste dat. Het is een heerlijk lachebekje zolang hij zijn vader maar ziet.

Daarna zwaaien, voetstappen op de galerij, kushandjes en weg waren ze weer. Wij bedachten dat het nu droog was en we wel een korte wandeling konden maken. De bloei van de toverhazelaars speelde allang door mijn hoofd. Daar valt nu van te genieten. Kalmthout, waar een arboretum is dat bekend staat om zijn grote getale Hamamelis, was te ver weg voor nu, maar het Gimborn in Doorn lag praktisch onder handbereik. Nog nooit bezocht dus een uitgelezen moment. Weliswaar was het weer wat druilerig, maar ergens moest je de energie en een glimlach vandaan halen.

Er viel wel entree te betalen. Een handige automaat zorgde ervoor dat dat kon zonder aanwezigheid van iemand. Ook het hek klikte automatisch open. Daar liepen we. Twee nietige wezentjes temidden van een indrukwekkende verstilde natuur. Sparren en dennen die tot aan de hemel reikten, rododendronstruiken in uitbundige knop, bloeiende winterheide in wit en paars, nog nooit gezien, wonderlijke Japanse dennen met neerhangende takken en, jawel hoor, bloeiende Hamamelis. Tussen het struweel waren vennen en kleine stroompjes met helder, stilstaand water. Het leven erin hield zich schuil. Nog teveel winter, al getuigden de bomen en struiken al van een ontwakende lente.

Overal klonken vogels, kleine mezen of mussen vlogen bij de ingang in en uit. Ruim aangelegde paden of kleine kronkelweggetjes tussen de hei door wezen ons de weg. Wat een uitgestrekt gebied was het nog. Wonderlijk dat schoonheid zo dichtbij kon zijn. We zagen een papierberk, waarvan ik me met gemak kon voorstellen dat de afkalverende bast gebruikt werd om daadwerkelijk papier van te maken, er waren diverse soorten cypressen, ook uit Noord-Amerika, zoals de Douglasden. Er was een deel gevuld met Tsuga’s, wonderlijke dennen met grote zijstammen over de grond als een natuurlijk aangelegde bank. Lief die in zijn hoofd heeft om met hout te gaan werken in ons bos in Hongarije, kreeg een staaltje te zien van brokken hout bij een omgehakte boom, waar al van alles met een beetje verbeelding in te herkennen viel. Hout vertaalt zichzelf.

Het berkenbos bewaren we voor een later bezoek, want eigenlijk hadden we maar een uurtje tot sluitingstijd. Tussendoor stonden overal bankjes of kleine prieeltjes. Aan alle bomen hingen naambordjes, die nu nog moeilijk te lezen waren voor mij. Aan het begin was een bezoekerscentrum met planten en struiken en kleine snuisterijen. Onbemand. Dat wel. Lief had ontdekt dat het park heette naar de inktflesjes van vroeger. Inderdaad. Gimborn-vulpeninkt. Er was een grote vitrinekast waar die vertrouwde nostalgie terug te vinden was, compleet met de grote fles, waaruit je de inktpotjes in de lessenaars mee moest vullen. Boeken voor kinderen, sjaals, kaarten, hangers van natuurlijk materiaal, alles was voorhanden om een tijdje rond te kunnen neuzen.

Zeer de moeite waard, naar onze bescheiden mening en om zeker nog eens met een bezoek te vereren.