Overpeinzingen

Het oog rijkelijk verwend

De gastvrouw bracht me een heerlijk kopje thee met ‘een zoete koek, met dik boter’. Dat mompelde ze er schalks achteraan. Het lekkerste dat er bestaat. Een taartje voor mij. Als ik me goed voelde, mocht ik gaan. Dat was al ras na mijn versnapering. Ondertussen mijmerde ik nog wat na over al die bijzondere beelden, die ik letterlijk op of in mijn netvlies had gezien en de stem van het gonzende apparaatje, dat als een robot had geklonken, het grappige deuntje erbij en het gesuis in het linkeroor. Bij het volgende oog nog beter waarnemen en vasthouden.

Beneden zaten dochterlief en lief aan de thee. Ze hadden over van alles en nog wat zitten babbelen en mijn komst was vroeger dan verwacht. Ze bekeken het glazen kapje. Dat was geen vervelend gezicht. Beter dan een wit gaasje ervoor geplakt. Dat had ik gezien bij het ziekenhuis in Amersfoort. Daar zaten bij de ingang heel veel mensen met zo’n gaasje voor één oog te wachten op vervoer. Geen vrolijke binnenkomst.

Ik voelde me echt opperbest en had enorm zin in een saucijzenbroodje. Soms moet je jezelf kietelen. Dochterlief vroeg of ik al wat kon zien. Het was nog een grote wazige boel, niet in de laatste plaats door de mist in het beslagen kapje. Er zaten wel gaatjes in, maar de warmte bleef er toch in hangen. Bovendien stond de pupil wagenwijd open alsof ik zwaar aan de drugs was geweest.

Naar huis en daar was er thee en voor haar een broodje kaas. Toen ze weg was om de jongens op te halen voelde ik de moeheid toeslaan. Het verlangen om het hoofd te vleien in de kussens was groot. Door een mix van al die verse indrukken en vreemde stoffen in het oog was het niet zo verwonderlijk. Lief haalde de twee kussens van boven, ik kroop onder de plaid en liet me meevoeren in de gelukzaligheid van rust en doezelde zowaar een paar uur weg. De zaligheid van de stilte.

In de loop van de avond trok de mist op en meende ik al veel meer te kunnen onderscheiden, maar de volgende morgen mocht het kapje eraf en toen ontdekte ik de kleuren en helderheid van bijvoorbeeld de beelden en letters op de Ipad pas goed. Wat een hemelsbreed verschil. Van zoonlief had ik de dag ervoor een zonnebril te leen gekregen, maar ik wilde voor twee weken zonnebril wel een beetje een aardige om tegen aan te kijken. Vanuit de brillenwinkels in het centrum kozen we de meest centrale.

Daar vonden we een paar opvallende modellen. Dat was de enige eis. Het moest niet een gewone huis-tuin-en-keukenbril zijn. Als ik dan toch eindelijk, misschien voor de tweede keer van mijn leven, een zonnebril aan zou schaffen, dan gelijk maar de meest bijzondere die ik kon krijgen. Het betere paswerk begon. Gelukkig had de verkoop het te druk met hun andere klanten en mochten we het in alle vrijheid allemaal zelf beoordelen. Ik koos voor groot en met een bijzonder montuur. Er was er al een met gouden spikkeltjes, maar op de valreep zagen we het toppunt van leuk. Iets met vegen en vlekken, ze was enorm, maar dat was precies helemaal goed. Mijn haar zat niet, maar dat vond de bril niet erg.

De verkoper verschoot van kleur toen ik geen verzekering wilde en schouderophalend tegen hem zei: ‘Is ie weg, dan is ie weg‘. Natuurlijk wreef hij hem nog extra op, moest ik de bril controleren op oneffenheden en hem nogmaals passen of ie goed zat. Ze kwam glansrijk door de ballotage-commissie. Buiten het zicht van de winkel visten we het etui uit het tasje en deed ik de nieuwe bril op. Ziezo. Wat voor merk was het eigenlijk. Oeps. Haute Couture. Haha, op gevoel toch een goede keus, al had de bril het helemaal aan zichzelf te danken. Het oog rijkelijk verwend.

Overpeinzingen

Een mooie ervaring

Eindelijk was het dan zover. Dochterlief kwam ons ophalen, want ik mocht natuurlijk niet rijden na de ingreep. Ze was er stipt om kwart voor negen en wij stonden al klaar. Lichte spanning, dat wel. Je weet natuurlijk niet wat je te wachten staat. Het Antonius in Woerden is een kleinschalig ziekenhuis met brede gangen, waar de apotheek en de winkeltjes waren ondergebracht en een groot restaurant, met voldoende zitruimte en de belofte aan lekkernijen achter de glazen vitrines.

Achter het restaurant waren de liften. De operatie-unit was op eenhoog. Daar, bij twee witte gesloten deuren, moest ik aanbellen. Dochter en lief hadden me begeleid, maar mochten niet mee naar binnen en zouden hun tijd slijten in het restaurant. Een vriendelijke gastvrouw zorgde voor een warme ontvangst. Het was een betrekkelijk open ruimte met een balie, nog een ruimte met dubbele deuren, een tandartsenstoel en een plek voor een tweede, wat kluisjes, een kapstok en daar tegenover een leestafel met drie wachtenden er omheen. Aan het eind nog een kamertje.

Ik mocht aan de tafel plaats nemen. De tas had ik met mijn lieverds meegegeven. De telefoon en de bril zouden zo direct in het kluisje mogen. Op de tafel waren twee stapels tijdschriften en een dubbele bonbonnière waar verpakte sneetjes zoete koek op lagen. Uitnodigend, een frêle toets in die medische nuchterheid.

Daar zag ik hoe een mevrouw werd klaar gemaakt voor de operatie. Groen mutsje op, blauwe deken over zich heen. Ze was zichtbaar nerveus. Haar dochter zat met twee tassen aan tafel en was de minst aanspreekbare.

Ik werd het kamertje binnen geroepen voor een intakegesprek met een verpleegkundige, een checklist werd afgevinkt en een klein pijltje kwam boven het rechteroog. Vergissingen uitgesloten. Daarna mocht ik terug naar de tafel.

Mijn vorige plek was alweer bezet dus ik ging naast de mevrouw aan de overkant zitten. Ze had eenzelfde pijltje boven het rechteroog. Ondertussen was de mevrouw van daarnet na een stief kwartiertje alweer terug, trillend en duizelig. Alle spanning samengebald, bedacht ik me. De vrouw naast me maakte zich niet druk. Je weet toch niet wat er komen gaat, vond ze. Dat moest ik beamen. We nemen het zoals het zich aandient. Ze had er alle vertrouwen in en wat daarna volgde was een opsomming van kwalen en operaties die al de revue waren gepasseerd, een indrukwekkende staat van dienst. De mevrouw die net geholpen was nam plaats naast haar dochter en kwam bij met een kop koffie en een plakje koek met boter. Ze ging op het verhaal van de overbuurvrouw in en ineens zaten we midden tussen de geschiedenis van wel of geen borstimplantaten. De dochter kon daar over mee praten en mevrouw naast me had ook een dochter, die…Zo verstreek de tijd en had inmiddels weer twee mannen teruggebracht van de operatie. Allemaal hadden ze een vriendelijk glazen kapje op het rechteroog net als mevrouw aan tafel.

De stoel kwam binnen bereik en de deken waar ik ingestopt werd was heerlijk warm. Daar had de moederlijke mevrouw van de ontvangst voor gezorgd. We praatten over de ins and outs van het werk. Ze had op veel plekken gewerkt, waar ik ook de voetsporen had liggen. Ze was voedingsdeskundige geweest voor ze deze baan kreeg. Weer vloog de tijd. De OK-assistente kwam me al babbelend halen.

Wat me opviel was de vriendelijke en warme sfeer onderling. Dat zorgde ervoor dat er rust gecreëerd werd, waar wij ons als patient comfortabel bij konden voelen. Elke stap werd uitgelegd. Het hoofdeinde van de stoel ging naar beneden, er gleed een doek over mijn hoofd, ik kreeg nog een aantal druppels en ik mocht naar het midden van het enige streepje licht kijken. Fel lampje kwam er boven en daarna begon er een kleurenspel alsof ik in de Artificial Intelligence tentoonstelling liep van de Kunsthal. De mooiste roze-roden schoten voorbij. Er gebeurde wat, maar ik ‘liep’ door die prachtige tunnel van kleur. Bij het wisselen van de lens veranderde het beeld. Schaduwtinten, geel/goud dooraderd. Hou het beeld vast, schoot het door mij heen. Bij het volgende oog zal ik alles nog nauwkeuriger tot me nemen, nu was het een ondergaan. Maar wat een knappe techniek, wat een pracht uitvinding, dat dit mogelijk was.

Met het grappige kapje op kwam ik weer onder de hoede van mijn verzorgster. Al met al een mooie ervaring.

Overpeinzingen

Wat wijsheid is blijft gissen

Hoeveel water kan de dag dragen. Storm Isha heeft haar woedende rukwinden om de daken gelegd en is nu wat gekalmeerd. Glazenwassers, ik las over de maffia-praktijken, zijn hier niet nodig. Het slaapkamerraam spoelt onder de aanhoudende waterval glanzend schoon. Een geluk bij een ongeluk. Je kan zeggen: De dag huilt. Je kan ook zeggen: De dag spoelt zich schoon. Mijn halfvolle glas kiest voor het laatste. Tuin is een brug te ver vandaag en al zo lang.

De eerste oogdruppel zit erin, de rest komt na de staarbehandeling morgen. Je ziet even wazig, meer is het niet. Van alle kanten wordt me bezworen dat het een fluitje van een cent is. Of dat bewaarheid wordt, laat ik jullie morgen weten. Ik kan vanaf mijn vijftiende blind typen, dus mocht ik niets zien, dan zou dat vooralsnog geen probleem moeten zijn met lief als controleur achter de hand.

Een wonderlijk telefoontje over een bestelling die niet gedaan is door ons, voicemail afgewacht natuurlijk. ‘Spam’, zegt zoonlief. Dus de prullenbak in.

Het feest gisteren was in Hilversum in een gerenommeerd restaurant in een nog deftiger buurt. Villa’s aan de ene kant en Dudok aan de andere kant. Plekje op het nog ijzige parkeerterrein. Een zaaltje vol met pratende, lachende, onderhoudende mensen. Ons kent ons, maar wij, de vijf kleintjes, kennen niemand behalve de jarige. Spannend is het wel.

We zitten in een rustig hoekje, waar de decibellen van het gebabbel makkelijk langsheen glijden. Zuslief pakt van een lege statafel een borrelplankje met kaas, prosciuto en chorizo. Er komen de geijkte warme hapjes langs, bitterballen, vlammetjes en kroketten. De jarige is in de wolken. De gemiddelde vrouwen zijn rond de 1.80, vroeger waren wij de langste van de klas. Jaren lengen maar centimeters korten.

Een lieve blogvriendin schrijft over haar uitje. De hamamelis staat in bloei. In veel arboreta is ze te bewonderen. Ze ging zelf op bezoek in het Arboretum in Kalmthout, dat bekend staat om zijn vele hamamelissoorten. Tot mijn grote vreugde is het vlak over de grens in de buurt van Roosendaal. Afhankelijk van de ogen mogelijk een bezoek in het (heldere) vooruitzicht. Heerlijk zijn die uitwisselingen waardoor mensen weer inspiratie opdoen en ideeën geboren worden. Haar Hollandse naam, de toverhazelaar, zorgt voor nog meer verbeeldingskracht, haar geur is bedwelmend en sprokkelt op die manier een lieflijke ondertoon mee. Honderden toverhazelaars beloven een woud van tere elfen. Misschien kunnen we een stek meenemen voor in de hof.

In de groene staat een artikel over de toename van het aantal coaches. Voor elke moeilijke beslissing is wel een coach te vinden. Bij het ontdekken van je kinderwensen, je rouwproces, je bevalling, het opvoeden, het daten. Er zijn veel ervaringsdeskundige coaches en dat staat nog wel eens de objectiviteit in de weg. Het roept bij mij de vraag op of we niet snel geneigd zijn om ons eigen plaatje op een ander te plakken. Wat voor de een een middel is kan voor de ander juist het tegenovergestelde zijn. ‘Ieder vogeltje zingt zo het gebekt is’. Met het putten uit mijn spreekwoordenkennis valt me tegelijk in dat dat misschien wel onze coach was vroeger. Die wijsheden van weleer, die te pas en te onpas werden opgelepeld en heel vaak hout sneden. Een quoot uit het artikel: De coach verkoopt de mythe dat, als je maar weet wat je wil, als je je kernwaarden en persoonlijke missie kunt formuleren, dat jouw bijdragen aan de samenleveing dan per definitie waardevol zullen zijn. Alleen vanuit verbinding met jezelf kun je jouw unieke talent met de wereld delen’, aldus de coach.

Je proeft de ironie van de schrijfster. Het aanwassen van coaches en ook de vraag ernaar zet aan tot peinzen. Heel veel hebben we door het leven heen zelf uitgedokterd. Met vallen en opstaan, natuurlijk, maar ook met de ervaring dat elke domper een opstap was naar beter en vaak op eigen kracht of met een goed gesprek. Wat wijsheid is blijft gissen.

Overpeinzingen

Wie weet wat er van komen gaat

Gisteren kwam aan bod dat het toch zoveel makkelijker kan zijn om op tijd te spiegelen aan iemand met meer kennis van een onderwerp dan jezelf hebt. Een leermoment dus. Tijd te over om daarna de kaarten te schudden en het handelen onder de loep te nemen, te overpeinzen en te erkennen waar elkaars fouten een obstakel vormen voor een soepel lopend gesprek. Niets is ons vreemd. Dergelijke momenten zijn vooral heilzaam. Dat is goed. Want zolang ze dat zijn en daarmee alleen al een verbond smeden, voelt het goed. De weg er naar toe is wat ongelukkig, maar uiteindelijk klaart de lucht.

Zondagrust. Verhalen trekken voorbij. Een eigenzinnige filosoof, het nieuwe boek van Peter Middendorp wordt besproken waarin hij de vrouwen van de daders aan het woord laat komen, en uitvoerig komt de demente vader in Londen van een ITer aan bod, die mantelzorg op afstand verleent middels camera’s in het huis van de oude man. Geen sinecure lijkt me dat. Iets om zenuwachtig van te worden als die camera’s steeds weer activiteiten melden.

In het verschiet ligt de verjaardag van schone zus, straks, dat in een restaurantje gevierd gaat worden. Verder ligt de dag nog open in volle maagdelijkheid. Wie weet valt er wat te wandelen, nu de kou uit de lucht trekt.

Een lieve blogvriendin schreef over haar sportieve activiteiten en ik kan alleen maar bewondering voelen voor de kilometers die ze op de fiets maakt. Met het grootste gemak pittige afstanden fietsen en straks een fietsvakantie langs de Maas plannen. Ooit had ik het idee om in de voetsporen van Remy uit Alleen op de Wereld langs de Loire te rijden per fiets. Daar dreef de Zwaan, waarvan ik in dat hoofdstuk nog niet wist, dat zijn moeder aan boord was. Wel was er een donkerbruin vermoeden. Waarschijnlijk was het de sfeertekening van die glanzende witte sierlijke boot die over het rimpelloze water gleed. Hoe schilder je lieflijkheid. Allen op de Wereld was het eerste boek waardoor ik begreep dat je kon reizen zonder uit je luie leesstoel te komen.

Over twee dagen ga ik onder het mes. Het blijkt wel degelijk een operatie te zijn. Er worden vier incisies gemaakt waarmee de lens los komt en vervangen kan worden door een nieuwe. Er is een kleine, echt minieme, aderlating voor nodig. Ik mag die dag geen make-up op en twee weken lang geen oogmake-up. Het is geen drama maar wel is er alleen dat ochtendgezicht dat lief zo vertrouwd is en de rest van de wereld eigenlijk niet kent. Sinds eeuwen begint de dag met een vleugje mascara en een streepje Kohl onder het oog. Lippenstift en klaar voor het podium.

Enfin, is dat alles dan valt het natuurlijk reuze mee. Aan alle kanten hoor ik bemoedigende verhalen, bijvoorbeeld dat ik straks de tuin weer in 3D kan zien. Belangrijker, ik kan zometeen zonder zorg weer tegen het licht in kijken en dan toch de gezichten zien. Dat is nu echt niet mogelijk. Ook zal de pimpelmees zich weer onderscheiden van de vink of de koolmees.

De nacht dat de winter verdween, bedenk ik me, bij het zien van de schone straten, waar geen spoortje sneeuw meer te ontdekken valt. Een mooie titel, die ik opsla achter een van de deuren van het hoofd. Google leert me dat het een knisperverse regel is. Wie weet wat er van komen gaat.

Overpeinzingen

Zolang informatie aan alle kanten nog zo welig tiert

De ochtend vult zich met overpeinzingen, al dan niet gevoed door artikelen in de krant, een column in de nieuwe Groene van de onvolprezen Marja Pruis over de dichter Wigman en ook een van Rebekka de Wit, flarden van de opgezochte gedichten van eerst genoemde, een docu van Close-Up over de street-art van JDL, dat staat voor Judith de Leeuw, de heel jonge Nederlandse street-artist die wereldwijd levensgrote afbeeldingen maakt en dus ook wereldberoemd is. Onder welke steen heb ik geleefd, vraag ik, onwetende, zich af.

Van de dichter Wigman luister ik gedichten terug, o.a. voorgedragen door Maria Neeltje Min(weer die steen, ik dacht dat ze ons allang had verlaten)en geniet van zijn woordenspel. Opnieuw de steen. Nooit eerder van Wigman gehoord. Er schuiven dus kennelijk hiaten in mijn belevingen van alle dag. Kennis die ik graag zou willen weten en toch mis. Misschien is mijn bronnenveld wat sleets en ben ik aan vernieuwing toe. Ik bestel de verzamelde gedichten van Wigman. Ze raken.

Rebekka de Wit schrijft over een tante, die zo secuur appels schilt voor de kinderen, dat die tot hun twaalfde niet weten dat appels een schil hebben. Iets dergelijks zou nooit voorkomen als ze bij mij in de groep hadden gezeten. Mijn schatjes van vier tot zes jaar hebben menig appeltje geschild om appelmoes mee te maken of andere gerechten. We hebben zelfs eens een verkiezing gehouden over vergeten groenten, met een proef-wedstrijd, om te kijken welke groente ze het lekkerst vonden. Het waren er zeven. Er was een stembus bij met heuse stembriefjes waarop je je voorkeur kon tekenen. Welke het geworden is, weet ik niet meer, maar nog wel dat we de grootste lol hadden met het hele project.

En ik lees een blog over een stel dat gaat eten in een duur restaurant. Ze genieten van de amuses en de heerlijkheden die daarna volgen en halen herinneringen op. Ze raken niet uitgepraat. Wel bemerken ze dat het stel naast hen stuurs voor zich uit blijft kijken en zwijgend de maaltijd nuttigen, waarop hij eindigt met te zeggen dat zij zijn hele dag heeft verpest. Daarna beent hij kwaad weg, gevolgd door zijn al even kwade partner. Daarop smeekt de vrouw van het andere stel om toch vooral nooit zo te worden en haar lieve eega sust haar woorden geruststellend.

Er is een documentaire over Joost Zwagerman, die ik angstvallig bewaar om later te bekijken, nadat het schrijven van een andere blogger me erop attent had gemaakt. Lief kijkt over mijn schouder mee naar wat ik allemaal opzoek en af en toe laat zien of horen. ‘Laten we er op een ander tijdstip samen naar kijken’, zegt hij. Als hij dat graag wil, lijkt het me ook een goed en voedend plan. Afgesproken dus.

Bij de boekenbabbel eergisteren hadden we het over een interessant probleem. In het gelezen boek kwam het dilemma naar voren of je kinderen alles altijd moet vertellen. Hier ging het over een vader die fout was in een oorlog, maar die een andere identiteit had aangenomen en daarna de meest lieve en warme vader bleek, die je je maar kon voorstellen tot hij zelfmoord pleegde en zijn echtgenote erachter kwam wie hij in werkelijkheid was geweest. Een van ons meende stellig dat je niet alles hoefde te vertellen. Dan moet je informatie, die belangrijk kan zijn voor het kind, achterhouden, verzwijgen. Wat als een kind op latere leven erachter komt. Ik vertelde dat ik altijd al moeite had met het toneelstukje over sinterklaas, de man die niet bestaat, maar waar ieder kind heilig in gelooft. Ouders die de waarheid niet vertellen geeft een reden tot wantrouwen. We komen er niet uit. Vragen ook niet om eenduidigheid, maar meer naar wat wijsheid is. Heeft ieder mens geheimen?

Met het levensverhaal opschrijven naar aanleiding van de vragen die zoonlief stelde in het najaar, had ik een en ander ook mooier af kunnen schilderen, maar de waarheid brandde bijna uit mijn vingers. Natuurlijk kon ik niet anders dan die opschrijven. Daar hebben ze, naar mijn bescheiden mening, recht op. Foute vaders zijn erg, maar het verzwijgen van de fouten evenzo.

Het is natuurlijk voor ieder persoonlijk, maar het geeft stof tot nadenken en bij een eventueel diner zullen er geen stiltes vallen zolang informatie aan alle kanten nog zo welig tiert.

Overpeinzingen

Een waarborg voor echte vriendschap

De wereld is verpakt in pop-art en sepia onder een blauwe lucht hier in de straat. De boekenbabbel kwam gisteren bij elkaar, dit keer in een dorp vlak bij Tiel en het was alsof we weer op weg waren naar Parijs. Warm opeengepakt, weliswaar als haringen in een ton, vloog onze energieke chauffeuse op haar winterbanden over de weg. Al in de auto begonnen de uitwisselingen, het was immers alweer twee maanden geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hadden. Niet over het boek trouwens, geen woord over het boek, dat bewaarden we voor later.

Hartelijke ontvangst, het hek stond al open en er was ruim parkeergelegenheid op het erf. Een witte weidse stilte buiten het geknars van het grint onder onze voeten. De gezellige woonkamer, warm en badend in het licht. Knuffels voor iedereen, uitgelaten gebabbel, gelach, stemmen die zich met de ontvankelijkheid verenigden. Koffie en thee in ruime heerlijke grote kommen, lekkers van de bakker erbij, heel of gehalveerd. Eigenlijk was er een te lange radiostilte geweest, dat bleek wel uit de diverse onderwerpen voordat we aan het boek begonnen. Een van ons moest de anderen vooral op het doel van de avond wijzen, voordat de tijd verzanden zou in alleen maar gezelligheid en ervaringen.

Iedereen had het gekozen boek, De Camino gelezen , geschreven door Anya Niewierra. Op de vraag van iemand bleek de schrijfster ondanks haar naam toch echt van origine een Nederlandse te zijn, die in Limburg woonde. De meningen waren praktisch eensluidend. Spannend, vlot geschreven, pakkend vanaf de eerste bladzijde tot aan de laatste, een verhaal dat de lezer volkomen op het verkeerde been zette, gegis dat je bleef achtervolgen, de hele camino lang, wel iets teveel toevalligheden.

De laatste opmerking nodigde uit tot anekdotes over hoe toevallig het leven kan lopen. Dat beaamden we allemaal, maar zo vaak en zo veel achter elkaar: Het rotsblok, de paraplu, het vergiftigde hondje, de verwisselde kamer. Het kan in het boek niet op. De dader bleef in raadselen gehuld tot bijna aan het eind. Een aanrader, dit boek, voor wie van spanning houdt en graag wat te raden heeft. Een heel ander genre dan dat we doorgaans gewend zijn te doen.

Bij de borrel splitste het geheel zich eigenlijk op in twee groepen. Dat kwam meestal niet voor, dan hielden we het centraal, maar waarschijnlijk door de ruime kamer, hielden we het graag op gehoorsafstand. In ons groepje hadden we het over ouder worden, de pensionering, het erin groeien, het langzaam tot rust komen en ook over de vreugde van het in staat zijn om te kunnen lummelen. Dat is een kunst op zich. Niet meer de denkbeeldige zweep achter je te voelen van vaak zelfopgelegde dwang en prestatieplicht. Een korte analyse leerde dat dat doorgaans met vorming in de jeugd had te maken. Lummelen is voor de zondaars, daar kan je je eeuwig schuldig over blijven voelen. Het kost tijd en inzicht om dergelijke staat van zijn te omarmen.

De andere groep had het over rouw en rouwverwerking, maar inderdaad is het moeilijk te volgen door de afstand.

De gastheer en gastvrouw verwennen ons met een heerlijke borrel en bijbehorende hapjes. De innerlijke mens komt niets te kort. Het wereldleed is een ogenblik in de wandelgangen genoemd met het opdoemende toekomstbeeld, maar vervolgens weet iemand het gesprek weer in luchtiger banen te leiden door over de alternatieve Sprokkelhorstavond te beginnen waar de gastvrouw ook optrad.

Dat kan in zo’n vertrouwd gezelschap, waar ieder elkaar na aan het hart ligt. Alles is bespreekbaar, alles mag zich aandienen, niet in de laatste plaats de goede herinneringen van vijf van ons in Parijs, dat bijzondere samenzijn en het vertrouwen dat we hebben in elkaar. Een waarborg voor echte vriendschap.

Overpeinzingen

Mijn dag kon niet meer stuk

Gisteren begon een beetje grijzig. Het weer had ervoor gezorgd dat zin tot in de tenen was gezakt. Tot de telefoon begon te trillen. Een mij onbekend nummer. Lief was al naar beneden en ik moest in de benen om te gaan douchen, maar dat wilde dus nog niet zo. Wachten op een eventuele voicemail. Warempel, een goede vijf minuten later een berichtje. Het Antoniusziekenhuis, poli oogheelkunde. Of ik terug wilde bellen, als ik eerder geholpen wilde worden. Ineens kreeg de dag meer glans. Eerder was ons zeer aangelegen. Dan hoefden we niet tot ver in april de controle af te wachten. Elke week langer in onze geliefde hof in Verweggistan was meegenomen.

Ik werd maar liefst vier keer doorverbonden eer ik de Veronique weer aan de lijn had, die haar boodschap voor mij had ingesproken. De operaties konden plaats vinden op 23 januari en 13 februari, of ik dat wilde. Vliegensvlug schoten allerlei eventuele handelingen ter voorbereiding door het hoofd. Vraagje voor haar over de te bestellen oogdruppels die een dag van te voren in het oog moesten worden gedruppeld. Geruststellend antwoord. Die zouden ruim op tijd zijn. Dan waren er geen bezwaren meer.

Ik verbrak de verbinding en begreep toen pas dat 23 januari al volgende week dinsdag zal zijn. Een nog veel prettiger bijkomstigheid was het tijdstip, dat nu verschoof van kwart over zeven naar kwart voor tien. Beter. Bovendien kwam ik nu niet in de knel met afspraken die in Maart iets te dicht op elkaar gepland stonden, zoals de uitvoering van het koor van dochterlief en de drie-dames-avond van de dochters en ik, waarbij we naar Claudia de Breij in Carré zouden gaan. Alleen maar voordelen. En het allerbelangrijkste: Ik zou de wereld dan al weer met helder zicht tegemoet treden.

Lief was al net zo enthousiast, Een planning voor het verloop van de dag was nu gauw gemaakt. Eerst naar het tankstation, dan naar de apotheek, dan naar de kringloop en dan naar de supermarkt. Het was een geluksdag vandaag, want alles lukte. De druppels besteld, die er waarschijnlijk de volgende dag al zouden zijn, bij de kringloop vonden we de snijbonenmolen, zo’n heerlijke ouderwetse handmolen, waaruit de snijbonen als kleine grashalmen te voorschijn kwamen en in de wandelgangen nam ik twee prachtige delen van Van Gogh mee, door het Kröller-Müller in 1990 uitgegeven, met al zijn schilderijen en, het belangrijkste, zijn tekeningen met vele onbekende schetsen. De jongen die ons hielp moest de prijs nog bepalen en mompelde wat. Ik verstond 25 euro per deel, wat ik misschien wel teveel vond, maar het bleek 5 euro per stuk te zijn. Kaasje. Zie je wel. Mijn geluksdag. Een appje van de apotheek, dat we de medicijnen op konden halen uit de automaat. De druppels waren binnen. Jottem, het liep gesmeerd.

Er was wel een wonderbaarlijke gebeurtenis geweest, die dag. Mijn soksloffen waren nergens te vinden. De avond ervoor had ik ze uitgedaan samen met de andere kleding en nu waren ze verdwenen, foetsie, opgelost. Vreemde zaak. Het hele huis was binnenstebuiten gekeerd, maar geen spoor te zien.

Enfin, de snijbonenmolen deed prima haar werk en had de bonen binnen de kortste keren tot keurige sprietjes gemalen. De blote billetjes in het gras, zoals mijn moeder die kon maken, zonder stampot trouwens, werden met gebakken aardappeltjes en een kaasschnitzel opgediend. Ze waren nostalgisch lekker.

De jubelstemming bleef erin. Mijn dag kon niet meer stuk.

Overpeinzingen

Wie weet wat dat oplevert

‘En…Hebben jullie het leuk gehad’ vroeg schone zoon enthousiast aan tante Pollewop en mij. Wij keken elkaar aan en zeiden allebei met een lang gezicht: ‘Nee hoor, we hebben de hele dag niks gedaan, alleen maar verveeld, helemáál niet geknutseld, helemaal niet, en het duurde zo lang’. ‘We hebben ook niets verstopt hoor’, zei tante, ‘Helemaal geen knutsels verstopt’, en ze tuurde broeierig richting een plek achter het aanrecht.

‘Ach wat jammer nou’, zei haar vader, ‘Wat spijtig’. En hij speurde in het rond. Hij liep de gang in om zijn jas op te hangen, na eerst een blik te hebben geworpen op de bewuste plek. De filosoof die op de bank zat, liep regelrecht naar de verstop-plek. Zuslief en ik gebaarden in alle toonaarden, met wapperende handen en het schudden van het hoofd, dat hij niets mocht verraden en hij besloot ‘Partner in crime’ te spelen om zijn zusje te helpen, pakte de plaid van de bank en vleide die extra over de zoekhoek.

Paps kwam binnen en vertelde het maar vreemd te vinden dat de plaid net nog op de bank lag, maar nu ineens in de hoek. Hij tilde een punt op, waarop tante enthousiast gewag maakte van het feit dat daar nu juist wel de knutsels lagen. Natuurlijk wist hij dat allang en hij had ook de tafel gezien, die bezaaid lag met alles waarmee te knutselen viel. ‘Gefopt’ . Trots lieten we zien wat er geproduceerd was. Een mooie doos, die eigenlijk op haar zijkant moest liggen, maar als hij stond was de witte-watten-lucht op precies de goede plek. Hoog boven. Er was een vlinderzwembad, met een meisje erin met dubbele armen en benen die zij had getekend en ik had uitgeknipt en die nu parmantig in de blauw gekleurde eierendoosdeksel zat, met geponsde vlindertjes op de rand geplakt. Er was een vriendjespoes voor hun zwarte poes Daisy, van een bruin doosje gemaakt en een speeltuin voor de poes, waar ze doorheen kon kruipen als ze zou krimpen tot maatje pink.

Eigenlijk had ik met haar naar het Griftpark willen gaan, naar de dierenweide, maar daar had mevrouw geen oren naar. Ik was de Ipad vergeten mee te nemen, maar dat alles kwam uiteindelijk een ultieme knutselmiddag ten goede. Daarnaast was er ruimte om twee keer naar een filmpje te kijken van het gedicht van A.M.G. Schmidt over Zwartbessie, de zwarte kip met zwarte spikkels naar aanleiding van haar getekende roze kip met zwarte spikkels, twee voorleesboeken, een mal liedje uit de koker van deze oma, die bij elke gelegenheid wel een lied op kon dissen. Deze ging over een pot met pindakaas, met een opera-uithaal aan het eind. Alles wilde ze minstens twee keer horen.

Kortom, we hadden ons geen ogenblik verveeld en hadden de dieren en de Ipad totaal niet gemist. Wat U zegt. Een kinderhand is gauw gevuld. Volgende week is de laatste keer, daarna hebben ze eindelijk plek op de opvang. Lief was aanvankelijk meegegaan maar na drieën naar een vriend gewandeld die toevallig een straat verderop woonde. Hij zou op eigen gelegenheid terugkomen om aan voldoende beweging te komen.

Ik zal die gemoedelijke uurtjes missen. In ieder geval valt er lang op de herinnering te teren. Zo is dat. Er worden vast nieuwe mogelijkheden aangeboord en wie weet wat dat oplevert.

Overpeinzingen

Knusse momenten om te koesteren

Appje van zoonlief met een toegevoegde foto. De kleine krullebol en de benjamin, die geen benjamin meer is, allebei met rode blossen op de bank. Ziekies. Griepje. De enige die nog vrolijk rond dribbelt is de kleinste vrouw des huizes getuige een tweede foto. Ze kijkt olijk de wereld in. Sterke vrouw.

Het doet me denken aan een foto in het ongeordende archief. Vier kindertjes in pyjama en met rode koontjes op de bank rondom mijn zieke lijf, op mijn toet ook rode konen, over de benen de in kleurrijke blokjes gebreide sprei. Ach ja met jonge kinderen is het halen en brengen in de winter qua gezondheid, vooral als ze er wat vatbaarder voor zijn. Dochterlief belt met een videogesprek. Help, beiden in ons ochtendtenue op bed. Moeders mooiste met verwarde koppies. Nou ja, ik dan. Dochter ziet er, hoe dan ook, altijd fris en fruitig uit. De souplesse van de jeugd, haha.

Gisteren waren we even oppas voor de jongste van zoonlief. Schone dochter had een beurs hier in Nieuwegein, waar ze haar gezicht moest laten zien. Lief was gelukkig ook mee, want de kleine man wordt het meest rustig als je hem wiegt. Met zijn dertien kilo is dat voor mij te zwaar. Dat red ik niet meer jammer genoeg. Natuurlijk wilde hij het flesje niet, maar een boterham met smeerkaas ging er gelukkig goed in. Totaal de baby’s ontwend of eigenlijk ben ik nooit een echt babymens geweest. Ik begrijp ze niet goed. Vroeger met vier betrekkelijk jonge kinderen was er met de oudste twee altijd uitvoerige communicatie, maar met de tweeling was het vooral maar afwachten wat de diverse signalen betekenden.

Pijn kon ik goed onderscheiden, maar of ze wilden slapen, geknuffeld wilden worden, wat te eten wilden hebben, of krampjes hadden met de bijbehorende spuitluiers, dat laatste viel op een gegeven moment natuurlijk wel te ruiken, was het betere giswerk. En, ik zat er, moet ik bekennen, nog wel eens naast. Vanaf hun eerste woorden ging het goed.

Zodra er taal aan te pas kwam was het gis-leed geleden. Ach ja. Mijn babyromantiek was vooral te vangen in mijn eigen hulpeloosheid, handelingsonbekwaam dichtte ik mezelf toe. Maar toch zijn ze alle vijf groot geworden en goed terecht gekomen, zoals dat heet. Een van mijn lieve schone dochters leerde me dat huiltjes verschillend zijn, zij wist aan te geven wat ze nodig hadden aan de manier van huilen. Nooit geweten. Je bent nooit te oud om te leren.

De daken zijn wit en de straat hier ook. De ekster speelt ton-sur-ton op de nok van het dak. De postbode probeert met zijn afgeladen fiets het evenwicht te bewaren op die gladde ondergrond. Dapper en een hele uitdaging. Toch komt de zon al door en zal het straks weer allemaal gesmolten zijn. Wat overblijft is wat mistroostige drab.

Tante Pollewop en haar broer kunnen misschien binnenkort terecht op het dagverblijf, weliswaar op andere dagen, maar dat is wel fijn voor alle partijen. Natuurlijk zal ik het gekeuvel met haar missen. Het bedelen om te mogen tekenen op de Ipad, de Barbapappa puzzel, het knutselen. Lief zit er bij en geniet van het gemoedelijke gebabbel, honderduit over allerlei onderwerpen, zoals dat gaat op die leeftijd. Knusse momenten om te koesteren.

Overpeinzingen

Er valt altijd een mouw aan te passen

In de Groene van deze week komt Marlène Dumas aan het woord, of eigenlijk in beeld. Ze heeft een aantal foto’s en schilderijen en een sculptuur uitgekozen en schrijvers gevraagd daar de woorden bij te voegen. Ze is wat onrustig over dit idee. Zien de schrijvers wat zij ziet in de beelden. Alleen dat al is een interessant gegeven. Zoek een beeld en vraag drie mensen om te omschrijven wat zij er in zien of bij denken. Het zullen drie totaal verschillende verhalen worden. Des te boeiender natuurlijk. Stel je voor dat we elkaar eenheidsworst verkopen. Hoe saai zou dat zijn.

Het is de kunst van het edele sparren. Vlak voordat we een project wilden opstarten op school kwam er eerst zo’n spar-ronde, waarbij iedereen zijn of haar associaties bij het onderwerp te berde bracht. Dat leverde heel vaak gouden invallen op, waardoor het gegeven tot volle wasdom kon komen en het geheel alleen nog een kwestie was van uitwerken. De snelheid waarmee de ideeën over de tafel rolden was niet voor iedereen bij te houden. Ook is het een werkwijze waarin je moet groeien. Op een gegeven moment heb je door hoe het werkt. Niets moet en alles mag en, niet onbelangrijk, alle wegen zijn open, zelfs voor iets wat onmogelijk lijkt. Dat heeft geresulteerd in grootse projecten, bouwbreed en schoolbreed met als inleiding altijd een toneel, een poppenspel, een film of een geheimzinnige brief. In ieder geval iets dat de betrokkenheid van de kinderen zou waarborgen. Wie wil er nu niet meedenken om een gegeven probleem op te lossen.

Als er open vragen bleven liggen vond ik het helemaal leuk worden. Dat sprak de fantasie tot op grote hoogte aan. Zodra de kinderen zelf aan het associeren gingen was het kostje gekocht. Het verhaal schreef zich op zo’n manier zelf. Wij als leerkrachten zagen er alleen op toe dat de leerdoelen erin verwerkt werden, maar ook dat kon spelenderwijs.

Het is mooi om te lezen dat de Haarlemse Rijkskweekschool waar Theo Thijssen op zat, een charismatische en vooruitstrevende directeur aan het roer had staan, die in de periode 1888-1921 vanuit Hart, Hoofd en Handen werkte, een gegeven wat de vernieuwers van het onderwijs in onze tijd evenzo hoog in het vaandel hebben staan. Er werd al onderricht gegeven in muziekonderwijs, handenarbeid en motorische vorming. Vooruitstrevende vakken naast de kernvakken. Daarbij bleef Van der Ley een klassieke patriarch. Die combinatie zorgde voor een uitgebreide basis, waar menig school nu een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Onderwijs waar de vonken vanaf vliegen.

Dat enthousiasme mis ik soms, lekker sparren, hersenspinsels de ruimte geven, associeren. Dat is de reden dat we de schoonheid van de uiting nodig hebben, in beeld, in woord, in gebaar, waarmee we zelf aan de slag kunnen gaan en lief en ik na een museumbezoek altijd natafelen over welke indrukken het achterliet. Wat roept het op, wat zegt het ons.

Gisteren in de druilerigheid van deze natter dan nattere winter ging ik verder aan het doek. De afmetingen kloppen niet, maar het beeld kristalliseert zichzelf al uit. Het blijft boeiend. Stug doorgaan en erbij blijven. Er valt altijd een mouw aan te passen.

Overpeinzingen

Daar lenen grauwe dagen zich uitstekend voor

Ineens weet ik waar, de afgelopen dagen, de vermoeidheid vandaan komt die me af en toe lamgeslagen tot de divan veroordeelt. Ik heb sinds twee weken extra oestrogeen op aanraden van de uroloog. Vannacht, het uitgelezen moment om na te denken, had ik de tegenwoordigheid van geest om een en ander na te trekken, zo ook de bijwerkingen van het paardenmiddel. Daar stond het. Griepverschijnselen en/of grote vermoeidheid onder andere. Dat verklaarde dat grauwige toetje dat elke morgen in de spiegel hangt. Tel alle drukke belevenissen van deze culturele week erbij op en zie daar. Probleem uitgeplozen, de verlossing nabij. Vanaf vandaag wordt de dosis gehalveerd want dat stond al in de planning. Dan moet het toch beter gaan. Het is een zoveel rustiger vaarwater als je de oorzaak hebt achterhaald.

De krant brengt gelukkig weer de boekenbijlage met een paar boeiende wederwaardigheden. De biograaf Jaap Cohen die over het leven in tegenstellingen van Theo van Gogh schreef en een pittig, maar te onderschrijven, stukje over de aantijgingen van Connie Palmen aan het adres van de biografe van Ischa Meijer, Annet Mooij, in de column van Sylvia Witteman. Zondagochtend is gezegend met al het leesvoer bij het kopje koffie op bed. Het ei van de expositie en de etsen is gelegd en nu kunnen we weer voort met de tijd. Dat betekende een hoofdstuk van Theo Thijssen, een nieuwe korte serie, wat schrijfwerk en de belofte aan zoonlief om morgen op de kleine te passen.

Er hangt opnieuw een dikke dichte neveldeken over de stad. Het weer schiet maar niet op. In Hongarije is het net zo wisselvallig en hangt het ook op een paar graden onder of boven nul met soms zon en vaker bewolking. Er komt weer een winter aan, belooft een van de weermannen. ‘Eerst zien en dan geloven’, zegt deze ongelovige.

Ingmar Heytze is in de weken nadat ook zijn moeder is overleden, zijn vader al een jaar ervoor, druk bezig met het leeghalen van het ouderlijk huis, zo staat in het magazine van de krant van zaterdag te lezen, Hij zegt het mooi. Alsof je ‘op een bepaalde manier twee levens uitwist’(…)Wat volgt is een wonderlijk onderzoek naar waarde-wat hebben de dingen die je bewaart, te maken met de mensen die in je herinneringen voortleven. Welke dingen gaan over hun fascinaties en bezigheden en kunnen dus misschien wel weg?’

Wie zal het zeggen. Niemand weet dat het hele kleine lepeltje tussen het oude bewaarde bestek van mevrouw Hazelzet afkomstig is, die op haar sterfbed het aan haar man gaf voor mij, als dank voor het zorgen of weet iemand nog dat het ringetje, nu in twee helften, gekocht is bij de drogist op Terschelling op de dag van mijn huwelijk. Zelfs Lief, waag ik te betwijfelen, zal niet meer weten dat de oranje ketting in een van de laden het allereerste cadeau van hem was in de jaren zestig.

Alles wat tot de eigen beleving behoort is mijn achterblijvers vreemd of ik moet er over geschreven hebben, waardoor het een nieuwe betekenis krijgt. Door de grote hoeveelheid die de dichter op zijn dak kreeg, ruimde hij zijn eigen kasten uit. Ook dat omschrijft hij prachtig. ‘Als je bereid bent om geregeld je eigen bezittingen te verminderen, creëer je ruimte om de levens van anderen door jouw leven heen te weven’. Daarbij doelt hij niet alleen op de memorabilia van zijn ouders die bewaard gaan blijven, maar ook ruimte voor nieuwe dichters, schrijvers en kunstenaars. Iets wat ik kan onderschrijven. De boekenkast boven is leeg en eigenlijk zijn er nog twee door te spitten. Daar lenen zich grauwe dagen uitstekend voor.

Overpeinzingen

De harmonie hersteld

Uitpuffen. Wie kent het verschijnsel niet. Als er een paar drukke dagen zijn geweest of een vroege volle ochtendagenda, een dag vol emoties of een drukke dromennacht dan volgt er bij mij steevast een moment dat ik even uit moet puffen, bijkomen, bijtanken, noem het maar. Een pas op de plaats in ieder geval. ‘Nu even helemaal niets ja!’ hoorde ik laatst bij de een of andere reclame. Dat dus. Geen sores, geen vraagstukken, geen adviezen, niets van dat alles, o ja en ook geen bezoek. Het lijf kan het niet aan of de geest niet of beiden hebben er eventjes problemen mee. Nooit lang hoor, het duurt nooit lang, maar deze winter is er zo een dat er maar moeilijk bij te tanken valt en de motor van de geest heeft nu eenmaal voeding nodig.

Dat moment is nu. Opladen middels lanterfanten, een betere remedie is er niet. Schakel vooral ook het brein uit, want als dat blijft malen, val je binnen de kortste keren van de regen in de drup. Ergo, eerst schrijf ik me leeg, dan zet ik de televisie aan met een niemendalletje en dan ga ik ontspannen, een heerlijke hutspot brouwen met snufjes nieuwe energie erin en stukgeslagen uren. Kan ook zijn dat er nog een tukkie volgt.

Wat benijd ik mijn vader die vroeger direct na het eten zijn volle maag de ruimte gaf en breeduit in zijn seniorenstoel, die toen nog gewoon Pa’s stoel heette, met de benen hoog en zijn mond open luid snurkend, grommend, snuivend in slaap viel, zomaar op een klaarlichte dag, ongeacht wie er om hem heen darde.

Dat lukt me niet. Zodra de ogen dicht zijn, zijn er beelden. Ze bewegen, of komen oppoppen en verdwijnen weer in dat rozerode licht achter die dichte schellen. Soms helder een duidelijk, soms vaag en onherkenbaar. Overdag zeker, maar vaak ook ‘s nachts of in een ochtendslaapje rond een uur of zes. Ze blijven bij dat laatste veelal op het netvlies staan en zijn dan woordelijk te herhalen. Met dank aan het oefenen van het fenomeen ‘dromen opschrijven’.

Vanmorgen moest ik een ets vervangen waarvan het glas gebroken was. Ik was de etsmap vergeten en wist niet meer welke ets het moest zijn. Ik zocht en zocht en iemand vertelde me dat er een klok opstond. O ja nu wist ik het weer. En daar trok de klok voorbij aan mijn geestesoog en had de vorm van een Mariakaakje of Brusselse kermis, zo’n rechthoek met een geschulpte rand.

Dat was de droom en zo werd ik wakker. Maar die barst was echt en deze ochtend zouden Lief en ik naar Nieuwpoort afreizen om het gebroken glas in de ets te vervangen voor een nieuwe. De klok in de droom stond voor het tijdstip waarop het moest gebeuren, want dat was betrekkelijk vroeg en de angst om me te verslapen deed mee. Nee, het was geen ets met een klok. Integendeel.

In het nevelige grijs reed Truus ons naar Nieuwpoort, waar de expositie was. Vriendinlief had samen met onze leermeester en een goede etsvriend er hard aan gewerkt om de historische ruimte van het oude raadhuis in te richten. Etsen, linosnedes, keramiek van om en nabij elf kunstenaars. Geen sinecure. Maar ze hadden alles een sfeervolle en prachtige plek gegeven. Lief hielp me het glas te verwisselen, want ik ben een ei met lijsten, heb het geduld niet. Hij ontdekte ook waardoor het kwam. Met vier klemmetjes stond alles te strak gespannen en omdat het glas dun was, knapte het snel. Nu hangt het weer met drie stuks en helemaal heel. Een mooi gezicht. De mensen, die er waren, blij, wij blij en de harmonie hersteld.

Overpeinzingen

Voldoende stof tot spreken

Rotterdam is altijd een beetje mijl op zeven bij de gedachte dat ik er doorheen moet rijden. Amsterdam, Den Haag en natuurlijk Utrecht, dat ik op mijn broekzak ken, rij ik met het grootste gemak, evenals de kleinere steden, Zwolle, Nijmegen, Deventer, Almelo, het maakt me niets uit. Maar Rotterdam ken ik gewoon minder goed. Ik ben niet meegegroeid met deze enorme stad, heb de veranderingen niet meegekregen. Het zit tussen de oren, zover is duidelijk, want zelfs voor Parijs draai ik mijn hand niet om.

Vanwaar die ingebeelde gespannenheid. Een boeiend vraagstuk om te onderzoeken, ergo, misschien moet ik vaker die kant op. We reden langs de Maasboulevard en keken onze ogen uit. Als je het hebt over een metropool, dan hoort Rotterdam daar helemaal bij. Het schijnt ook steeds populairder te worden. In ieder geval zagen we een aanzienlijk aantal toeristen foto’s schieten.

Lief en ik hadden de Kunsthal met de grote overzichtstentoonstelling van Ai Wei Wei op het oog. Die omgeving kende ik gelukkig wel. De parkeergarage had nauwelijks geheimen en naar de hal toelopen was alleen een kwestie van trappen lopen en stukjes wandelen. Dat was nog prima te doen op eigen tempo. De lift was helaas buiten werking.

Altijd een wonderlijke binnenkomst aan de kant van het museumcafé en het kleine compacte winkeltje. We kregen bandjes voor om de polsen en dachten onmiddellijk terug aan de festivals en feesten van vroeger waar iedereen met een polsbandje liep. Zo ook hier. Jassen in de kluis gepropt, rugzak idem dito en gaan. Vol verwachting klopt ons hart. De rode loper in het auditorium langs brede rijen stoelen liep omhoog. Stoelen genoeg om uit te rusten. Boven begon onmiddellijk het grote kijkfestijn aan alle kanten. De kunsthal(1 tot en met 7) bood veel, zo niet teveel voor een keer. Ai Wei Wei zou in principe genoeg zijn, maar de tentoonstelling over Artificial Intelligence stond ook op de planning. Eens zien hoever we kwamen. Het was er in ieder geval druk genoeg.

Ai Wei Wei is een groot mensenrechtenactivist, die met zijn installaties, sculpturen, schilderijen, lego-werk, fotografie, videokunst en beelden zijn omgeving wakker schudt voor wat er gebeurt aan autoritaire machtsinvloeden in zijn land en in de wereld op een indringende wijze. Hij put daarbij ook uit eigen ervaring. De tentoonstelling heet ‘In Search of Humanity’. Dat dat aanvaringen en botsingen met zich meebrengt, als hij het aan de praktijk wil toetsen, kan niet uitblijven.

Als je niets afweet van het werk van Ai Wei Wei dan is het handig om eerst de omschrijving van de Kunsthal te lezen, anders mis je sommige belangrijke informatie voor het tot stand komen van bepaalde kunstwerken en de manier waarop het gemaakt is. Zo is de vloer van zonnebloempitten die daar ligt, gemaakt van 1000 kilo porseleinen handbeschilderde zonnebloempitten als woordloze kritiek op het handelsmerk van goedkope Chinese producten ‘Made in China’ of loop je voorbij aan de stuurloze fietsengroep, met de nadruk op stuurloos.

Je kan natuurlijk ook de eerste indrukken onbevangen waarnemen om vervolgens nog een keer te gaan en dan ingelezen te zijn. Dan voel je bepaalde indrukken zoals ze onbevooroordeeld binnenkomen. Beide manieren zijn een aanrader. Aan aandacht was er in ieder geval geen gebrek en dat op de minst drukke dag van de week, de donderdag, volgens de statistieken.

Als afsluiter is een soepje in het museumcafé niet te versmaden. AI liet een boeiend schouwspel zien, maar heel erg diep zijn we daar niet ingegaan net als de tentoonstelling van de dertig jonge kunstenaars over Sex, Drugs en Rock and Roll, Soms is genoeg genoeg en met Ai Wei Wei heb je voldoende stof tot spreken.

Overpeinzingen

In de hele zaal kon je een speld horen vallen

Het nieuwe Zin-magazine was er gisteren en ik bewaarde het nog even in zijn knisperende plastic tot vandaag om het bij het prachtige ochtendgloren als cadeautje uit te pakken. Natuurlijk was de eerste gang naar de column van Stef Bos, die altijd van die heerlijke meedenkers toevoegt aan zijn stukken. Nu ook weer. Zijn vader was een ordentelijk man die zijn persoonlijke en zakelijke leven nauwkeurig archiveerde, met naam en toenaam en data, keurig gerubriceerd. Stef Bos had deze eigenschap overgenomen van zijn grote voorbeeld.

Derhalve kon hij bij het opzoeken van de originele tekst van het lied ‘Papa’ deze moeiteloos haast, terugvinden. Alsof je naar jezelf keek veertig jaar geleden vond hij. Bovendien was er nog iets aan dit liedje. Normaal gesproken verzon hij alle teksten en puzzelde en schrapte net zo lang tot het klopte in alle facetten, maar dit lied was hem toegekomen. Er stonden zinnen in die hij nauwelijks herkende als ‘ontstaan uit eigen koker’.

Dan schrijft hij de voor mij onsterfelijke woorden: ‘De wezenlijke inzichten vind je niet. Ze vinden jou. Je moet er alleen voor open staan en klaar zijn om ze waar te nemen’. Dat was iets wat me zo vaak had geïntrigeerd bij het teruglezen van mijn stukjes. Had ik dat geschreven. Dat wel, maar hoe was ik aan die wijsheid gekomen. Er zitten vast geheime kamertjes in het hoofd, waar achter een dichte deur heel veel wijsheid besloten ligt, die zich bij tijd en wijle laat sluizen.

Gisteren zijn lief en ik in het kader van onze culturele dagen naar Utrecht getogen om in het Louis Hartlooper, ooit het oude politiebureau Tolsteeg waar onder andere mijn vader werkte als brigadier-wachtcommandant, de film ‘The old Oak’ te gaan bekijken. De recensies waren onverdeeld enthousiast. We waren vroeg en kozen een Lehdes, een Marokkaanse linzensoep, waar de lepel stijf rechtop in kon blijven staan, zo rijk gevuld was ze. ‘Om lekker warm te worden’, lachte de vriendelijke jongen die de kommen kwam brengen. Er zat room bij, die we prompt per ongeluk eerst op het brood smeerden, tot ik de roomboter ontdekte. Oops, o ja. Er af schrapen en in de soep. Boter op het broodje en het leed was geleden. We zaten heerlijk in betrekkelijke rust in dat zijkamertje van het doorgaans drukke restaurant.

De kaartjes waren via internet besteld, maar er was geen bevestigingsmail binnengekomen, dus had ik nog even na gebeld. Het zat in het bankverkeer, waardoor het filmtheater dan te laat het geld binnenkreeg en de reservering niet door kon gaan. Kaartjes afhalen aan de kassa, was het recept. Laat in de middag kwam pas de bevestiging, voor de twee stoelen naast die van onze gereserveerde. Haha, navraag leerde dat wij die telefonisch bestelde eerste twee stoelen ook zelf hadden. Je moet altijd bij de les blijven. De lieve kaartverkoper gaf ons onze eigen stoelen per kaartje. Ziezo geregeld.

De film is een dikke aanrader. Eigenlijk voor iedereen. Een soort handleiding hoe om te gaan met andere culturen en hoe elkaar te versterken. Een ongelooflijk ontroerend verhaal voert de ondertoon, maar de hoop en de liefde zijn de belangrijke leidraden. De kortzichtigheid van drie mannen in de kroeg: The old Oak’, wordt door de hartveroverende gebeurtenissen uiteindelijk teniet gedaan. Een zakdoek is geen overbodige luxe. In de hele zaal kon je een speld horen vallen.

Overpeinzingen

Dubbel genieten

Zonovergoten dag, ideaal voor een ritje naar het Singer in Laren, om de tentoonstelling over Sonia Stieltjes met schilderijen van Sluyters, maar ook van de hedendaagse schilders Brian Elstak en Iris Kensmil te gaan bewonderen. De vrouw achter de balie ontving ons vriendelijk en vroeg ons of het bekend was dat er een wisseling van de tentoonstelling plaats vond. Sonia was gebleven en de huiscollectie. We hadden het al zo opvallend rustig gevonden op het parkeerterrein, waar je doorgaans oeverloos lang naar een plek moest zoeken, maar waar nu riante parkeermogelijkheden te over waren. Bijna juichend riepen lief en ik dat we voor Sonia kwamen. Wat heerlijk. Een bijna leeg museum. De doeken voor ons alleen. Hoe kwamen we aan die mazzel. De tentoonstelling die komen zou heette: Frisse wind, impressionisme van het Noorden. Die bewaren we voor een volgend bezoek.

Voordat we bij de geschiedenis van Sonia aankwamen bekeken we de vaste collectie nog eens een keer. Om onder de indruk te blijven van Mauve en Sluijters, Gestel, Bart van der Lek en Mondriaan onder andere. Heerlijk. Tijd om in detail te treden en elke streek te bewonderen nu het zo rustig was. De twee koeien van Julien Dupré lagen er kalm te grazen vlak bij de prachtige dames van Sluijters, de schapen van van Mauve en de Claire Obscure van Moes, het meisje met de groene hoed van Gestel. Al die ogen op ons gericht zorgden voor een diep respect. Schoonheid te mogen inademen in alle rust is een zegen.

We wandelden door tot aan de gang waar het werk en het levensverhaal van het model en de activiste Tonia Stieltjes uitgebreid aan bod kwam. Even daarvoor hadden we in de filmzaal haar levensverhaal gehoord, zoals het ook beschreven werd in haar Biografie, geschreven door Esther Schreuder. Grote bewondering voor de beide eerder genoemde moderne kunstenaars. Brian had de nadruk gelegd op het slavernij verleden van de vader en zijn komst naar Nederland en Iris Kensmill had de aandacht van het naaktmodel verlegd naar de prachtige uitstraling die deze vrouw had en wiens gezicht bij Sluijters door de schaduw van de hoeden letterlijk en figuurlijk in het duister was gehuld. Al met al een prachtige aanvulling op het geheel. Het maakte het plaatje van de vrouw compleet en heel. Ze was veel meer dan alleen een naaktmodel.

We wandelden door de lange gangen en de lege zalen terug naar de museumwinkel, waar ik haar biografie op de kop tikte en we samen nog een cadeautje voor een verjarende vriend uitzochten. Daarna naar het oude vertrouwde restaurant, dat er nog altijd precies hetzelfde uitzag. Een tafel met zicht op de prachtige, nu koude, Ouddolf-tuin, om bij de borrel onze bevindingen uit te wisselen. Een dag als een klaverblad, een geluksmoment.

Op de terugweg zagen we de grote villa Vita Nuova, waar Jan Sluijters met zijn geliefde Greet van Cooten nog twee jaar heeft gewoond. Hun uitzicht, dat had bestaan uit ongerepte natuur, was inmiddels vervangen door een netwerk van snelwegen. De villa stond echter nog fier overeind.

We prijsden ons gelukkig dit moment te hebben uitgekozen. De luxe je praktisch alleen te wanen is ver te verkiezen boven een veelheid aan tentoonstellingen. Er kan altijd maar een bepaalde hoeveelheid aan mooi in het hoofd met daarna voldoende tijd om alles nog eens rustig de revue te laten passeren. Dubbel genieten.

Overpeinzingen

Om te koesteren dus

Een stralende dag vandaag. De staart van kauw piept over de rand van de dakgoot. Ze vliegt af en aan, om steeds dat plekje als uitvalbasis te gebruiken. Schoonzoon bericht dat de filosoof ziek is geworden. Hij wilde gisteren zo graag naar school, maar was na een paar uurtjes alweer thuisgekomen. Schoonzoon blijft voor hem en tante Pollewop zorgen. Donderdag zou ik ook al de honneurs waar nemen voor dochterlief en dribbel van school halen, maar ook die is ziek. Het is een gemeen longvirus, dus heeft ze liever niet dat ik met mijn kwetsbare longetjes in de buurt kom. Zo lief en zo zorgzaam. Kleine maar mooie gestes waarop het goed toeven is.

Het voelt als drie vrije dagen. Een museum is het eerste waar we aan dachten. Vandaag dichtbij en morgen of overmorgen wat verder weg. Dus vandaag wordt het Laren, naar de tentoonstelling Tonia, model(van Sluijters en Mondriaan) en activiste. Voor donderdag kiezen we de lang gekoesterde wens om naar Ai Wei Wei te gaan, tenminste, we nemen een dagkaart en mogen zo naar alle tentoonstellingen. Een of twee is meestal genoeg aan indrukken. Dan kan er niet meer bij. We gebruiken de tips van vriendinlief. Mond-op-mondreclames werken per slot van rekening het best. Het wordt daardoor een onverwachte kunstweek.

Gisteren was ik toevallig eindelijk begonnen aan de eerste streken op het lege doek. Het was zo mooi en helder weer en het doek was zeer verleidelijk door de lichtval. Rond half vier zouden we schoondochter wegbrengen naar een afspraak, maar verder hadden we tijd genoeg. Eerst maar even het kameratelier opgeruimd. Dat was hard nodig. Als het aan kant is blijft het een knus hoekje. Vilten rondjes onder de schildersstoel, zodat ik naar hartelust naar achteren en naar voren kon schuiven en in sepia een eerste opzet voor het vierde portret in de serie ‘Hongaarse vrouwen’,

Niet geheel ontevreden. Natuurlijk moeten de verhoudingen nog op hun plek geduwd en gekneed, maar dat is een kwestie van doorgaan. Alles valt op een gegeven moment op de juiste plek en dan klopt het.

Vriendinlief appte me mijn vijf etsen door, keurig ingelijst en een nog in wording. Het was gelijk een goede oefening voor haar eigen, te verkopen, werk, dat daarom veel perfecter moest zijn. Ze werkt secuur en vond de tweekleuren passe-partouts wel even een dingetje om te snijden. Het is nauwkeurig pas-en-meetwerk. Met mijn chaotische rommelaanpak volstrekt niet voor me weggelegd, al wil ik het natuurlijk nog wel eens onder de knie krijgen.

Volgende winter belooft museum Voorlinden trouwens een tentoonstelling van Michaël Borremans, waar ik me nu al op kan verheugen. Ooit een overzichtstentoonstelling in Brussel gezien met mijn lieve vriendinnen en nu kan ik niet wachten om zijn nieuwe werk, waaronder ook zijn beelden, te bewonderen. Wat een heerlijk vooruitzicht.

Op de afspraak waar we onze schone dochter gisteren naar toe moesten brengen kwam ik een oud-leerlinge en dochter van vriendin en collega tegen. Super om even met haar te babbelen en om te horen wat ze op dit moment doet. Zij herkende mij trouwens, want met mijn kippige ogen(nog wel)herken ik niemand. Ze was nog steeds sprankelend en enthousiast. Wat een cadeautje.

De kleinste cadeaus die je onverwacht uit mag pakken zijn zo waardevol. Om te koesteren dus.

Overpeinzingen

Een kalm gemoed voor de toekomst

Natuurlijk viel gisteren de zonnige dag niet in het water na de misgelopen afspraak van de dag ervoor door een griep die een streep door de rekening had gehaald. Deze zonnige zondag wilden we vieren met een heerlijke frisse winterwandeling. Mijn zwarte mantel is niet warm genoeg. Dus hees ik me in de dikke gevoerde parka van lief, dubbele warmte, en trok echte wollen sokken aan. Die met het ruitje, overgebleven van mijn act als Engelse tuindame. Ach, dat lijkt nu al een eeuwigheid geleden. De dikke das, van een oude wollen deken gemaakt, doet dienst als optimale buffer tegen de scherpe Noorderwind. Op naar hèt bos van Utrecht, Amelisweerd.

Dat hadden meer Utrechters bedacht. De parkeerplaats was overvol. Kennelijk verhitte het de gemoederen, want toen ik nietsvermoedend een van de laantjes inreed, zat een man in een enorme hummer die kennelijk aan het wachten was tot iemand uit zijn parkeerplaatsje draaide. Even daarvoor had hij ons in het eerste laantje gepasseerd. Hij zat driftig te gebaren naar ons, dat we achteruit moesten rijden en dat het eenrichtingsverkeer was, dat stond op de weg aangegeven. Verbaasd keken we elkaar aan. Hou je rustig beste man, we waren nog niets van plan hoor. We gebaarden hem dat hij kalm moest doen en vooral aan zijn hart moest denken. Al die opwinding is niet goed voor een mens en het hele euvel was de sop in de kool niet waard.

Maar hij bleef zich opwinden en zijn vrouw begon ook mee te gebaren. We reden achteruit en hoopten dat de beste man vooral tot rust zou komen in zijn eigen belang. In de middelste laan vonden we twee lege parkeerplekken. We waren hooglijk verbaasd over zijn woede. Je gaat naar een bos om tot rust te komen en te genieten van de natuur en dan maak je je zo vreselijk druk om je parkeerplaatsje en het vermeende idee dat iemand dat in wilde pikken. Hoe tegengesteld kan het zijn.

Enfin. ‘Adem in , adem uit’, zeiden we en begonnen aan onze wandeling. Het was zo druk als we hadden gedacht, maar Amelisweerd kent genoeg paden om rustig en in stilte te kunnen genieten van de zon die prachtige plaatjes toverde op deze winterdag. Een mooie boom in vol ornaat, de oude boomgaard, de Kromme Rijn glinsterend en slingerend door de weilanden, een zon achter de wolken naast de jeugdherberg en het klompenpad langs de bunkers. Af en toe liepen we in de ganzenpas omdat er andere mensen passeerden. In het weiland speurden mannen rond, sommige liepen meters te meten. Geheimzinnige handelingen. Zouden ze wichelroedes hebben. Met onze koude neuzen liepen we voort. Niet slecht, toch alweer 5600 stappen deze tocht.

Op de terugweg haalden we de boodschappen voor de hete bliksem. Er lagen nog net vier goudrenetten in de krat. Pfff, net op tijd. Een zak jonagold ernaast, de uien, de vega-little Willies, en de aardappelen, extra groot en kruimig. ‘Grote stappen, snel thuis’,hoorde ik mijn moeder zeggen. En zo is het. Sinds deze winter schil ik de aardappels niet meer en het is net zo lekker en waarschijnlijk voedzamer.

In mijn overpeinzingen van de dag bedacht ik me, dat we overdag twee hete bliksems hadden meegemaakt. Het was ons allang duidelijk aan welke we de voorkeur gaven. O ja, en mijnheer wensen we een kalm gemoed in de toekomst.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

Een belletje in de vroege ochtend. Het is nog voor negenen. ‘Lieverds, onze afspraak moeten we helaas afzeggen’. Als reden werd de vrouw des huizes genoemd, die opnieuw een aanval van lichte griep had, dat geresulteerd had in veel en zwaar hoesten en het ledigen van de maaginhoud. Hoe omschrijf je zulks minder drastisch. Dat is niet mogelijk, omdat het beeld als plastiek in je hoofd gegoten zit met de daarbij behorende gevoelens van onbehaaglijkheid en eenzaamheid. Je moet het toch alleen doen, per slot van rekening.

Het was wel een streep door de rekening, want we zouden met broerlief, diens vrouw en een bevriend echtpaar hier uit de stad in het hotel van broer, op loopafstand van ons, gaan dineren. Alles was in kannen en kruiken, de tafel besproken en iedereen had er heel veel zin in. De mens wikt maar…Precies, dat dus.

Dan maar focussen op de kerstboom, die terug moest naar het afhaalpunt. We hadden evenals het voorgaande jaar een duurzame kerstboom genomen. Ze worden na gebruik weer in het bos terug gezet, waarbij we vurig hopen dat die van ons het zou overleven omdat er nogal een betamelijke hoeveelheid naalden naar beneden kwam.. Keurig in haar netje en in een oude doek gewikkeld brachten we haar naar haar broers en zussen. Krabbeltje eronder, die garant stond voor het statiegeld dat we hadden betaald en door naar de supermarkt voor de boodschappen van vandaag, nu er een diner was uitgevallen.

Zoonlief had heerlijke Pides gehaald, vers uit de oven en ik had zin in feta, grote olijven en sla in de olijfolie erbij. Dat was alweer een tijd geleden, dat ik dat gegeten had. Morgen ga ik even langs de Turkse winkel in het winkelcentrum vlakbij om een blik feta te kopen. Lekkerder nog dan die uit de potjes. Smaken kunnen ook nostalgie oproepen en daardoor extra lekker smaken.

De kinderen hebben trouwens op het moment een absolute voorkeur voor stampot. Het maakt ze niet uit. Zuurkool, andijvie, hutspot, spinazie alles is wenselijk en daardoor kreeg ik ook onbedaarlijke trek in blote billetjes in het gras. Dat wonderlijke gerecht met witte boterbonen en snijbonen. De laatste heb ik al, nu nog een pot boterbonen of cannellinibonen op de kop zien te tikken. Even verderop lees ik over Hete Bliksem. Mijn moeder maakte dat vaak, omdat we van de groenteman, die Duikkie heette en altijd met zijn wagentje voorreed, een kist wormstekige rinse goudrenetten kochten voor weinig. Uitstekende appel voor dit gerecht met aanvullend nog wat zoete appelen. Een echt Utrechts recept, schijnt het. Straks bij ons in een Vega jasje. Vroeger vooral geliefd vanwege de kosten. Voedzaam en goedkoop, dat was het.

Schoondochter is glutenvrij, dus alles wat het eenvoudiger maakt is meegenomen. Om de een of andere manier zijn de basis-grondstoffen voor de glutenvrije gerechten behoorlijk aan de prijs. Vooral het meel is duur.

Vandaag begint de vorstweek als we de weerberichten moeten geloven. Ik geloof dat mijn mooie wijde winterjas nooit warm genoeg is en zal er dus dikke truien onder moeten dragen en dubbele broeken misschien. Ik bevries al bij de eerste graad onder nul.

Het doet me denken aan de handbalmiddagen in de Bernardhal in de koude winters van de jaren zestig. Je kreeg er nauwelijks de tijd om je warm te lopen voor het potje en na de wedstrijd moesten we poedelen bij de drinkfonteintjes, ronde bakken met zo’n zes kranen, waar omheen wij in die koude hal ons met nog veel kouder water moesten behelpen. Brrrr. Daarna was het dode vingers opwarmen bij de zwarte kolenkachel thuis. Dat hele proces leverde mij in ieder geval een stel wintervingers voor de rest van mijn leven op als ik geen maatregelen tref, de Bernhardhal wintertenen.

Deze winter belooft vooralsnog een week te duren. Dat is nog wel te overzien. Dan kunnen we eindelijk naar de tuin, waar al het water in de bodem bevroren zal zijn. Goed aangekleed, dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Een leven als een luis op een zeer hoofd

Lieve Blogvriendin schrijft over een smakkert die ze maakt op het perron in de haast een op het punt van vertrekkende trein te halen. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Het doet me denken aan de keer dat ik bijna van boven naar beneden was gekukeld op een trap van het museum Zsolnay in Pécs. Lief kon me nog net grijpen, anders was ik aan een vrije val begonnen.

Lang geleden, zeker 15 jaar misschien, zou ik in de eindkring van de groep, terwijl een aantal ouders ons wekelijkse slotfestijn meemaakten, gauw nog een muziekje opzetten. Ik bleef in de pijp van mijn wijde witte zomerbroek haken en klapte voorover de kring weer in. Daar lag ik. Bont en blauw en met een bult op mijn voorhoofd dat al gauw de contouren aannam van een groot ei. Quasimodo. Liefst had ik de grond open willen roetsen om te verdwijnen in het gat. Zo’n ervaring zou je verre van de kinderen willen houden. Maar het leed was al geschied. Dapper verbeet ik de pijn, bracht de kring tot een einde, deed mijn werk en ging naar huis. In de loop der nacht verstijfden en bevroren een aantal spieren en in de ochtend kon ik niet meer op of neer. Een klein hoekje, inderdaad.

Goed beschouwd zijn er niet veel van dit soort sterke verhalen te vertellen. Of het moest de eerste kennismaking met een Spartamatic zijn. Ik mocht een rondje rijden van vriendin, vergat te vragen waar de rem zat, en lag vervolgens een kwartier later in de greppel naast de Zuilense laan te spartelen met de brommer bovenop me.

Wat een kommer en kwel, maar op een mensenleven viel alles reuze mee. Veel ellende heb ik fysiek niet eens zo meegemaakt. Kort samengevat nog een keer een rondtollende kever op gladde beijzelde weg, een duikel over de kop met de renault 6 in den Haag door een botsing tussen mij en een meneer in een dikke Triumh, een muskietenaanval naast een riviertje aan de rand van Kopenhagen, enkele nervous breakdowns tijdens de overgang, wat hyperventilatie, achteraf gediagnosticeerd als COPD en verder nauwelijks fysiek leed.

Tel uw zegeningen. Als je bedenkt dat mijn ouders beiden de oorlog hebben doorstaan en de armoe in de jaren vijftig. Wij dat laatste ook natuurlijk, maar in het nostalgische terugdenken zien we enkel nog de fijne herinneringen, die alles wat moeilijk was overschaduwen. Deze generatie heeft vooral gemazzeld.

Utrechts Archief: De Amandelstraat

Er waren minder media dan nu. Terloops kwamen boodschappen binnen via de buizenradio, later de kleine zwart/witte televisie met één net, uitgebreid naar drie op een gegeven moment, Er was geen reclame. Alles kabbelde kalm de huiskamer in. We speelden op straat en we keken soms televisie. Nieuws op de radio werd summier afgespeeld. Kleine potjes hebben grote oren. Het behoeden voor de boze buitenwereld was de algehele tendens. Pais en vrêe stond hoog in het vaandel. Bovendien waren er genoeg kleine problemen. Er moest brood op de plank, er moesten elf monden gevoed, het kleine leven bedde zich in de basale behoeften van het moment. Iedere week weer de was, altijd stoffen en strijken en koken, opruimen en naar de kerk gaan. Clubjes, bezoek ontvangen, verjaardagen vieren in bescheiden mate en voor ons kinderen veel buiten spelen..

Daar was onze eigen wereld, naast die van de boeken die ik las, avonturen in je luie stoel of nog liever, in je bed met een zaklampje. En de verhalen in je hoofd, niet te stuiten maar altijd goed voor wat klein drama met zus tussen de stapelbedden in, evenals de films die mijn vader in het clubhuis draaide. Goed beschouwd: Een leven als een luis op een zeer hoofd.

Overpeinzingen

Met beide voeten op de grond

Weer een interessante vraag van WordPress. Of je meer aan het verleden dan aan de toekomst denkt. Onmiddellijk schiet me te binnen: Het Verleden en het Heden ben je, de toekomst word je. Als een rode draad loopt het verleden door het heden heen. Het heeft ons gevormd tot waar we nu zijn. Het brengt herinneringen, belangrijke lessen en soms verlangen naar de nostalgie van weleer. Om te koesteren, niet om in te blijven hangen. Dat is een groot verschil. Helemaal los van elkaar denken is niet mogelijk. Daar waren teveel personen die een belangrijke rol hebben gespeeld of spelen in mijn leven. Ze hoeven niet op een voetstuk gehesen, maar ze hebben van nature al een flinke lading, waar ik me regelmatig aan kan schurken.

In de huidige wereld denk ik liever niet na over de toekomst. Dat vind ik een mistig begrip. Al gauw zijn het wensen en verlangens, die met één ingreep van de een of ander teniet gedaan kunnen worden. Het allerliefst neem ik alles zoals het komt. Go with the flow. Geen staaltje van berekeningen, maar op de golven van het leven. Kan het in deze tijd anders. Zo heb je alles en zo heb je niks.

De agenda vult zich deze eerste maand van het jaar alweer snel. Aan alle kanten vliegen de afspraken binnen. Goed de agenda bijhouden en tijdig op de rem trappen is dan een goed voornemen.

Naast me ligt de biografie van Theo Thijssen geschreven door Peter-Paul de Baar. Eindelijk ben ik er in begonnen. Biografieën, heb ik geleerd, kiezen zelf het geschikte moment uit. Tenminste, ze doen dat bij mij. Ineens kan ik in een opwelling zo’n lijvig boekwerk oppakken en beginnen, om volledig er door ingepakt te worden en door te lezen. Maar misschien ben ik van te voren onbewust moed aan het verzamelen, omdat je weet, dat het veel tijd zal kosten. Ik vind het nu al een aanrader. Het is fijn geschreven, stukjes dagboek, anekdotes, de geschiedenis van Amsterdam aaneengeregen tot een makkelijk en vermakelijk leeswerk.

Even daarvoor had ik de discussie op Tzum over de biografie van Ischa Meijer gezien. Connie Palmen versus Annet Mooij. Wonderlijk dat iemand zo’n ongenuanceerde mening kan spuien, terwijl iedereen weet dat daar een eigenwaarde aan ten grondslag ligt. Palmen laat zich erg in de kaart kijken, waardoor ik een onbedwingbaar verlangen krijg om het boek met eigen ogen te aanschouwen en er mijn eigen mening over te vormen. Iets te berde brengen zou moeten gaan zonder vuilspuiterij en beledigingen. Mensonwaardig en het sop in de kool niet waard.

Gisteren was de trompettist Ibrahim Maalouf bij Janine Abbring op bezoek tijdens Wintergasten van de VPRO. Lief en ik hadden precies op dat moment veel bij te praten over onze wederzijdse daginvulling. Lief was met vriendlief op stap geweest, hadden een filmpje gekeken en lekker gegeten en ik was weggezakt in het zalige nietsdoen, dat we bij tijd en wijle dienen te beoefenen als tegenhang voor de drukte. Genoeg te vertellen dus.

Heerlijk, die terugkijk-functie bij NPO Plus. Zeer de moeite waard als we onze diverse vrienden mogen geloven en het voorstukje beloofd al een boeiend geheel. Deze Wintergasten was sowieso behoorlijk boeiend en ingrijpend. Ideaal voor regenachtige grijze ochtenden waar we er nog steeds genoeg van hebben. Volgende week zal het afgelopen zijn. Dan kunnen de schaatsen weer uit het vet. Niet die van mij hoor. Ik denk dat ik een potentiële bottenbreker ben als ik op de schaats sta. Zeker nu de routine het af laat weten met die zachtere herfstige winters van ons, de laatste tijd. Ik blijf liever met beide voeten op de grond.