Overpeinzingen

Een zwoele bries

Het uitzicht. Half twee in de vroege middag. Ik zit op de veranda van de datsja in de afgebladderde rieten stoelen die nog altijd op een verfbeurt wachten en geniet van de rust. Er zijn al diverse acties geweest. De normale huishoudelijke beslommeringen. Was gedraaid, was opgehangen, ontbeten, medicijnen…Het gebruikelijke riedeltje. Maar ook het antwoord op de zesde vraag van zoonlief afgeschreven.. Een om flink over na te denken, daarom duurde het wat langer. ‘Wat vond je belangrijk in onze opvoeding. En nu terugkijkend, zou je dingen anders hebben gedaan.’Volgens lief was het antwoord ontroerend, maar daar ga ik niet over oordelen. Het was recht uit mijn hart geschreven, dat zeker, want daar hebben ze recht op, al die schatjes van mij.

Vanmorgen was er ook de rust om in het boek van Laura van Hasselt te beginnen. Een biografie over Piet van Eeghen, een van de aanleggers van het Vondelpark. De titel: ‘Geld, Geloof en Goede vrienden.’

In dat boek beland je pardoes midden in de negentiende eeuw. Een stinkend Amsterdam met gasthuizen die eerder sterfhuizen dan ziekenhuizen konden worden genoemd. De gegoede burgerij trok des zomers naar de buitenhuizen langs de Vecht en elders in het land. Amsterdam stond te boek als erbarmelijk in die dagen, tot er een arts was die de handen uit de mouwen stak en opkwam voor betere gezondheidszorg. Hij stichtte met enkele vrienden uit zijn netwerk, waaronder Piet van Eeghen, die met een dochter van de burgervader was getrouwd, een Vereeniging voor Ziekenverpleeging. Deze had een Protestante insteek. Er kwam dankzij de kennis van de bouwwereld van van Eeghen een modern ziekenhuis aan de Prinsengracht. Drie oude pakhuizen werden omgebouwd en uitgerust met de nieuwste snufjes. Eer de gasthuizen werden aangepakt gingen er nog wat decennia overheen. Het ziekenhuis berustte op een klassensysteem en werd grotendeels betaald met giften, aandelen, de elite. Het grote voordeel van dit nieuwe ziekenhuis was,, dat er ook verpleegsters werden opgeleid. Zo konden vrouwen uit de gegoede stand toch werken en tegelijk onderwezen worden, mits protestant en ongehuwd of weduwe.

Het is moeilijk voor te stellen dat in die dagen de hele bestuurlijke macht in handen was van voornamelijk mannen. Pas na die periode kwamen er ook vrouwen in het bestuur van de VvE. Een boek dat een doekje open doet over hoe macht en bestuur, bezit en rijkdom en niet te vergeten geloof een rol hebben gespeeld in de welvarende groei van Amsterdam. Dit is niet de eerste biografie die me bijzonder intrigeert. Ze maken je vooral bewust van rolverdelingen en patronen en geven daarmee een beter zicht op waar we vandaan moesten komen als vrouw om eindelijk dat mannelijke bolwerk te kunnen doorbreken.

Een van de vriendinnen van school is met haar gezin in IJsland en zit op een rots, als een soort kleine zeemeermin van Kopenhagen en vraagt zich af, bij het zien van de prachtige en overweldigende natuur daar, maar ook in de wetenschap dat er veel voorgoed verdwenen is, hoe we zelf op een duurzame manier een steentje kunnen bijdragen tegen die afkalving. Volgens mij is alleen al de bewustwording van het feit an sich, dat er zoveel veranderingen plaats vinden, de juiste stap in de goede richting. Een aantal gewoonten maken op die momenten plaats voor een weloverwogen keuze om ‘liever te zijn voor moeder aarde’ in de diepste zin van het woord.

Twee koolwitjes spelen hun wervelende late zomer-middagdans. Ze draaien om elkaar heen en dartelen omhoog en omlaag. Vanmorgen zag ik twee koninginnenpages en een klein icarusblauwtje. We horen de grote bontespecht en horen hem ook hameren, maar hij laat zich niet zien. De wielewaal vliegt af en aan, maar laat zich niet horen. Misschien vinden ze het ook te warm.

Hier is het in ieder geval heerlijk. Hoog en droog en een zwoele bries

Overpeinzingen

De schoonheid en de stilte

Twee dagen van drukte. Gisteren die mooie maar volle overdekte markt in Pécs, dat een echte voedingsmarkt was en vandaag om acht uur onderweg naar de zondagmarkt in Kaposvar, die uit de meest uiteenlopende artikelen bestond én nog een betamelijk stuk vlooienmarkt. Die van gisteren was druk, die van vandaag was kneiterdruk. De ingang dat uit zo’n typisch mooi Hongaars huis bestond met in het midden een open poort, leek vandaag de functie van poort naar de bijenkorf op zich genomen te hebben omdat mensen erin en eruit zwermden. De meest kleurrijke types van allerlei ras en stand. We wandelden langs de bonte kramen, zagen kinderhanddoeken met hun poppenlijven aan een hangertje hangen, paraplu’s te kust en te kleur, netjes uitgeklapt staan en arme ganzen die ze aan een knijper aan hun snavel van groot naar nog groter hadden gehangen.. Ach goshie. Gelukkig waren ze van pluche.

Als je stil stond bij een kraam kwam er onmiddelijk iemand met een vraag op je af. Ik stelde het me zo voor dat ze vroegen of ze me konden helpen. Temidden van alle wonderlijke verzamelde koopwaar stond daar stralend wit een frisse kaascaravan met twee hele jonge mensen erin. Aanvankelijk hadden we niet door dat het bord met de aankondigingen over de kaassoorten in het Nederlands geschreven was en wilden we in het Hongaars een beste beentje voorzetten. Toen ik ze goed bekeek vroeg ik voorzichtig maar eens of het Nederlanders waren. Bevestiging en een fijn gesprek over markten, kazen en hun vader volgde. Ze stonden ook nog in Kaposvár op de overdekte markt maar dan op vrijdag. Leuk om ze nog eens te ontmoeten en tegen die tijd was de oude kaas, die wij bij hen kochten, allang opgesoupeerd met verse vijgenjam en zouden we aan een nieuwe toe zijn.

Deze bijzondere vlooienmarkt was een echte toeristenmarkt. ‘Kijken, kijken, en niet kopen’. Een bekend en veel gebruikt principe. Daarom stonden ze veel liever op de stadse weekmarkten. Dit was eigenlijk een terrein, dat ook gebruikt werd voor circussen en op zondag die ene toeristen-attractie.

Voor 2,60 per stuk, 1000 forinten schafte ik twee nieuwe bovenstukjes aan. Sommige dingen zijn nog altijd waanzinnig goedkoop.

Daarna wandelden we naar onze witte Truus, die blakend in de zon stond te schitteren en reden ermee naar het centrum van Kaposvar. Gratis parkeren en om half elf een zondagse rust over de stad. De brede winkel-allee’s oogden nog breder, omdat er nauwelijks mensen liepen. Een handvol toeristen uit eigen land, een zwerver met uitgestoken hand die daarna alle prullebakken onder de loep nam op zoek naar voedsel. Ze doen hier nog niet aan statiegeld voor blikjes. Ook liep er een figuur, die duidelijk een hemiplegie had doorgemaakt, zwaar leunde op een wandelstok en schuifelend en trekkend een wankele gang van bank naar bank vervolgde. Luid ‘Jó Napot’ (goede dag) roepend naar iedere voorbijganger, waarbij een kind verschrikt in de benen van zijn moeder vloog en anderen met een stugge pas de vaart erin zetten. Vaker ving hij bot dan een vriendelijk woord. De laatste die voorbij kwam kreeg een tierende scheldkanonnade over zich heen. Eigenlijk tegen niemand in het bijzonder en de mensheid in het algemeen.

Achter een verkoelend 0.0 bekend Hollands biertje zagen we de stad ontwaken en het lied van Jacques Dutronc kwam zomaar op: Il est cinq heure, Paris s’éveille.’ Heerlijke herkenning en overeenkomsten. Een balkon dat schoongemaakt werd, een meisje dat haar auto in de winkelstraat parkeerde om hem uit te laden, beierende kerkklokken, twee electrische steppen die de glooiende straten door zoefden. Zondagmorgen, een ideale ochtend om te genieten van de schoonheid en de stilte.

Overpeinzingen

Tijd om aan de slag te gaan

Na gedane arbeid was het zoet rusten gisteren. We zaten onder de hazelnootboom en de zon filterde zachtheid er onder. Af en toe kwam er een koele bries langs. Het is hier dan ook niet warmer dan zo’n 25 tot 29 graden. Alles is wel kurkdroog en de bomen hebben zich alvast hier en daar maar een herfsttint aangemeten. Volgende week woensdag beloven ze pas weer regen.

Luieren is een kunst op zich. Na dat een uurtje gedaan te hebben, bedacht ik dat ik misschien alvast een achtergrond op het doek kon schilderen, tot ik wist welk onderwerp zich zou aandienen, want dat dat zo moest gebeuren was al een vanzelfsprekendheid geworden. Dus wandelde ik met leesboek, Ipad en telefoon naar de Datsja, waar het nog betrekkelijk koel en donker was. Ramen wagenwijd open, deur open en de schapenvachten op de stoel. De complete nocturnes van Frédéric Chopin in een uitvoering van Jan Lisiecki op de Ipad en aan de slag. Een opzet in Siena en eenmaal bezig had ik de smaak weer te pakken. Toch de stoute schoenen aangetrokken en met een zelfportret in de weer, dubbel omdat de spiegel erachter stond.

Het was zo’n sfeer waar niets meer op af te dingen viel. Lief was inmiddels ook naar de veranda getrokken en zat met zijn gezicht naar ons bos te lezen in het boek van Piloot van goed en kwaad, dat door Joost Conijn geschreven was. De kalme natuur, de zoete klanken van de nocturnes, de rust die er uitstraalde van de lezende man voor mijn open raam waren de juiste ingrediënten om de penselen met verve hun werk te laten doen.

Vogels bleven ten enenmale weg. Het was waarschijnlijk een tikkeltje te warm, maar lief had in de vroege ochtend toch een soort gaai gespot. Die horen we steeds, maar hij weet buiten beeld te blijven. Hij zat toen ook bij de Datsja en ik zat op het terras achter het huis te schrijven. Af en toe viel er met een zware plof een overrijpe vijg op de grond. Goed voor de vlinders en alles wat rondvloog aan kever, vlieg, bij en wesp. Van de laatste zien we weinig dit jaar. Wel kwam er een gifgroen, bijna neon, klein spinnetje bij mij kijken. Misschen werd hij aangetrokken door de groentinten in de schilderjurk die ik aanhad. Haha. Hij bleef angstvallig dicht in de buurt.

Lief pakt nog wat dode takken aan nu het niet te heet is en straks willen we naar de overdekte markt in Pécs. We hebben uien nodig voor de basis-ingrediënten en kunnen dan ook gelijk langs de Tesco om er wat ieniemienie jampotjes op de kop te tikken voor het thuisvolk. Een lapje erover met een elastiekje en klaar is een origineel Hongaars aandenken.

Gisteren ben ik ook in het boek begonnen die we uitgekozen hebben met de leesclub: ‘Het ongelukskind’ van Beatrice Salvioni. De proloog is even slikken en begint nogal rigoureus. Ze schrijft echter prachtig en het verhaal zelf leest als een trein. Het rijke Roomse leven komt er ook uitgebreid aan bod. Dat roept weer de nodige herinneringen op. Dat komt dan goed uit, want met de vragen van zoonlief ben ik daar toch volop mee bezig.

Vraag 5 was wat makkelijker te beantwoorden: Op welke plek in je leven heb je je het meest thuis gevoeld? Daar hoefde ik hier niet zo lang over na te denken. Langzamerhand neemt mijn geschrijf de omvang van een boek aan. Tel daar deze dagelijkse blogs bij op en reken maar uit. De schatjes hebben heel wat om terug te lezen. Het is inmiddels kwart over acht. De stapel takken slinken, tijd om aan de slag te gaan.

Overpeinzingen

Nu doorstomen

Klaas Vaak kon de weg niet vinden. Zeker verdwaald op de uitgestrekte poesta. Er is anders zand genoeg. Daar ligt het niet aan. De oorzaak: Een droom over een overleden kennis, die zo levensecht bleek, tot twee maal aan toe, dat ik er wakker van werd. Dus luisterde ik in het donker naar de nog steeds een beetje vreemde geluiden. De honden die af en toe luid blaffen, het geruis van de doorgaande weg, waar het verkeer maar overheen blijft gaan en weer de honden. Om half vijf hou ik het voor gezien. Koffie en een puzzeltje of twee, maar de slaap blijft zich verstoppen.

De uitleg op een dromen-site is duidelijk. Je sluit negatieve eigenschappen af of laat ze voor wat ze zijn. Een schone lei om mee te beginnen. Dat is wat ik er uit filter. Er zijn meerdere interpretaties.

We hebben besloten deze week te gebruiken om te aarden. De vermoeidheid van de reis achter ons te laten, het huis te omarmen, de noodzakelijkste bezigheden als eerste aan te pakken. Daar zijn we dan ook druk mee bezig. Ik zal twee flesjes druivensap maken en vier potten vijgenjam en de rest is voor de vogels, de vlinders, de wespen en de vliegen, die allen er een koningsmaal aan hebben.

Het boek van Zebedeus en het ganzenbord van Wisse is uit. Het is teveel in flarden gelezen en voor mooi zal ik het nog een keer in één vlucht moeten lezen. De biografie blijf ik voor me uitschuiven. Het heeft te maken met de druk die hier vanzelf weg valt. Als je het toelaat, heerst er een weldadige kalmte. Niets moet, alles mag. Natuur speelt een grote rol. De grote wereld komt binnen via app en in nieuwsflarden, alléén de koppen.

Ik lees ‘Het gelukkige eiland’ van Marit Törnqvist uit. Een boek waar veel in te zien valt en dat veel overpeinzingen oplevert. De korte teksten erbij. Kleine filosofische bespiegelingen in een zoektocht naar het gelukkige eiland. Op iedere bladzijde prachtige tekeningen in verschillende technieken. De schoonheid in een boek. De toekomst is hier geen gesloten boek. Het eiland is leeg, er is niemand, het is er stil. Hier kan en mag alles. Schrijf je eigen eiland. Schrijf je een weg naar geluk.

De drie stammetjes van de fluweelboom die over zijn van de dikkere bundel mogen blijven staan totdat we weten welke wijsheid daarin te betrachten valt. Ze schutten toch een beetje het privé-karakter van de tuin af. Dat willen we graag zo houden. Maar de blauwe regen die weer ver in de stam klimt, moet eruit.

Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt/gedichten waar je wat aan hebt een boek van Edward van de Vendel & Martijn van der Linden. Het kookboek voor het oplossen van je problemen, met grappige, fantasievolle, irreëel oplossingen of toch minder onnatuurlijk als je denkt. Hoe gekker, hoe leuker. Maar er is ook mooie poetische en tedere raad, bijvoorbeeld in ‘Wat je moet doen als je moeder huilt’ : Ga/ naast haar zitten/tegen haar aan geschoven:/je armen van onder tot boven/dicht op die van haar./…En dan verderop: Als ze voelt dat ze eventjes op je mag leunen/spoelt er een beetje gedoe/uit haar hoofd/Hoe?/dat doet er niet toe/

Of ‘Wat je moet doen als je tante dood is gegaan,, die je niet zo goed kende’

Mooie afwisseling in absurde en tedere poëzie. Een boekje waarbij de taal gewoon binnen komt vliegen, spelenderwijs, elk woord is goed. Verzin er zelf eens een paar. Ook hier zijn de tekeningen een waardevolle aanvulling. En als je zelf iets wil verzinnen, begin dan met het gedicht ‘Wat je moet doen als je superblij bent’ dat aanraadt om dan wat aandacht te besteden, aan de spullen die het sullige werk voor je deden. Je sokken bijvoorbeeld, of de knoop aan je broek, je zuchten, het wc-papier, het zweet…Goede raad is niet duur en in dit boek krijg je het gratis en voor niks, nou ja, bijna dan.

Tussen de bedrijven door zit er nieuwe oogst in de pan. Druiven, vijgen en citroensap samen met een beetje suiker. Eens zien wat het wordt. Er zijn nog twee potjes om te vullen.

Fijn dat er een leesbegin is gemaakt, nu doorstomen op alle fronten.

Overpeinzingen

En geldt het niet voor alles wat we doen

Lief voert hele stukken fluweelboom naar achteren. De bomen achter het prieel moeten er aan geloven. Ze zijn te oud en vallen om bij de minste of geringste storm. Het zijn eigenlijk mooie parasollen, maar als je er een in de tuin zet, heb je er binnen een oogwenk ontelbaar veel staan aan spruiten. Dat is het mooie van de natuur. Ze geeft zelf het werk aan dat staat te gebeuren. Als je er voor open staat, helpt zij mee beslissen.

Hij kwam trouwens met twee glanzende pruimen aan. Er staat een boom volop met vrucht helemaal achter in het bos, bij de oude appel en perenboom. Die had ik nog niet ontdekt. Iedere wandeling is er een van wonderen. Steeds weer ontdek je nieuwe veranderingen.

De vierde vraag van zoonlief is er ook een om langer over te peinzen:‘Welke dag of welk moment uit je leven zou je willen herbeleven als dat zou kunnen en waarom?’

Eigenlijk zijn er diverse mooie momenten in het leven. Parels noem ik ze meestal. Dat is wat ik schrijven moet, denk ik. De ketting die leven heet en die me siert, dat zijn de dagen die fijn zijn om aan terug te denken. De geboorte van de kinderen op de eerste plaats. Een opnieuw geboren worden als vrouw, als moeder met alle oerkracht die er in ons huist. Dat waar mannen jaloers op zouden kunnen zijn. Dat ons nederige lijf tot zoiets moois in staat is, is een wonder op zich.

Wat ook bijzonder was, is de opbloeiende liefde die me na 26 jaar alleengaan overkomen is. Het feit dat we samen lief en leed weer mogen delen en de rijkdom waar we van mogen genieten. De reizen samen die we daardoor weer kunnen maken, de mooie plekken die we op ons pad vinden, de intense beleving en het ontdekken van die nieuwe wereld.

Of ik het zou willen herbeleven allemaal is moeilijker te beantwoorden. Gebeurtenissen passen in het tijdslot waar ze zich in bevinden. Iedere stap die gezet wordt is een waarborg voor de volgende. Daar zou ik niet in willen roeren, omdat het leven dan een hele andere wending zou hebben gehad.

Ik las de profielschets van Joost de Vries in de Groene over Robert Oppenheimer , die te boek staat als ‘De vader van de atoombom”. Wat een wonderlijke figuur was dat toch. Aan de ene kant bijzonder poetisch, erudiet, hij las sanskriet, was een bewonderaar van de Baghavad Gitä en vreemde talen leerde hij in een oogwenk. Hij behoorde volgens de auteur tot de grootste abstracte denkers in de academische wereld. Toen hij voor het eerst hoorde dat de kern van een atoom te splijten was, kon hij niet anders dan voortgaan op die weg. Hij vond dat hij geen keuze had. Dat het een fact of nature was. God heeft het gedaan, of de schepper of in wie of wat je gelooft. Dit is moeder natuur en dus is het onvermijdelijk. Je kunt je er niet voor verstoppen. We bezitten het proces niet. We hebben het niet bedacht. Het bestond altijd al als een mogelijkheid’. Maar Oppenheimer was, tragisch voor hem, het ene genie dat de mensheid naar dat onvermijdelijke punt bracht. De trailer van de pas verschenen film van regisseur Nolan belooft een aangrijpende film. Hoe zou de man op zijn daad en zijn leven hebben teruggekeken. Toch de moeite waard om te gaan kijken, lijkt me.

Nog even wat aardse zaken. Gisterenmorgen kwam lief ineens aanzetten met mijn bril. Die had ik bij het snoeien van de druif verloren en was niet meer boven water gekomen. Gelukkig loopt hij steeds zeer bedachtzaam door de tuin en zag ineens iets glinsteren toen de zon er op scheen. Ik hoef hem niet vaak meer te gebruiken, maar soms is het nodig als leesbril bij al te kleine lettertjes. En juist die had ik nodig voor het lezen van het artikel. Hoe een en een twee wordt, oftewel: Toeval bestaat niet. En geldt dat niet voor alles wat we doen?

Overpeinzingen

Komt het er nog van vandaag

Later dan anders met een goede reden. Vanmorgen nog voor de eerste kop koffie heb ik eerst het onkruid van de kinderkopjes gehaald in het prieel. Heerlijk zwoel was het toen nog. Daarna nog wat druiven geplukt en de bereiding van de vruchten kwam daarna. Vijgen wassen en fijn snijden, druiven rissen, potjes uitkoken. De druiven in de ene en de vijgen in de andere pan, die laatste met geleisuiker en citroensap en op een laag pitje gezet. Ziezo. Daar tussendoor de koffie. Het was maar goed ook want de zon is moordend heet en brandt alsof het hoog zomer is. Toch is het slechts 24 graden, maar er staat geen zuchtje wind.

Eigenlijk is het een te leuk werkje en ik vermoed dat het nog wel enkele weken door zal gaan. Het volgende project diende zich al aan. ‘Jonapot’ werd er geroepen en daar was de hoogwerker die naar een opening in het dak moest kijken. Daarvoor moest hij door het hek van de buurvrouw naar binnen. Ik stond op het punt van douchen, maar ja, die hoogwerker ging ook langs het badkamerraam. Toch maar even niet. De arm van de hoogwerker bleek niet goed te werken en het was wachten op de monteur. Die constateerde dat de wagen niet stabiel genoeg stond en dan zegt het bakkie eigenlijk: Tot hier en niet verder. Het is te gevaarlijk. Inmiddels was vriend van lief ook langs gekomen, hoofdschuddend om deze overbekende Hongaarse werkwijze. Het gaat nooit helemaal zoals het kan, hoorde ik hem denken.

Ziezo de vijgen staan op z’n kop in te dikken in de potjes. We hebben hier nog geen staafmixer, dus het is de grove variant. Het beetje wat er niet meer bij kon, mag in de kwark voor Lief, die er van smult.

Het is heerlijk op oude kaas, die ik niet direct kon vinden, maar dochter vertelde dat er oude kaas uit onze eigen hoofdstad in de supermarkt in Szigetvár lag. Morgen maar eens kijken. Twee volle potten vijgenjam en een restje en nog een vijgenboom vol om verder te gaan. We komen onze tijd wel door.

Van lezen komt nog niet veel en van schilderen ook niet. Ik moet eerst even de gang erin zetten. Zodra er dan andere bezigheden aan de orde zijn, verdwijnen de woorden als sneeuw voor de zon. Minder concentratie, te veel om aan te denken, noem het maar.

De druivensap is ook klaar. Het is een fles vol geworden. Lief neemt een foto van mijn trotse hoofd bij de drie producten van huisvlijt. Het is lang geleden dat ik me bezig hield met inmaken, jam maken en brood bakken. Het stamt uit de tijd toen de kinderen klein waren en er nauwelijks pot te verteren viel door gebrek aan geld. Nu gaat het veel meer om de sport. Je eigen gegarandeerd biologische oogst. Daar hoort ook geen moeten bij achter de deur te staan.

Zoonlief heeft alweer zijn derde vraag gesteld. De tweede was: Hoe was het om op te groeien in een gezin van elf kinderen. Hoe woonden jullie bijvoorbeeld met zovelen. Met wie trok je het meest op? En hoe kijk je terug op je kindertijd.

Vraag 3 kwam vandaag. Hij schoeit het nu op een andere leest: Welke levenslessen zou je ons als kinderen mee willen geven? Die natuurlijk ook voor je kleinkinderen gelden?

Beide weer om eens stevig voor te gaan zitten en om goed te overdenken. Het zal een latertje worden dat derde antwoord, want nu ga ik eerst naar de Datsja om mijn atelier gebruiksklaar te maken en dan misschien…Wie weet! Komt het er nog van voor vandaag.

Overpeinzingen

Als dat geen luxe is

Twee vlinders dartelen om de vijg heen en lijken dronken te zijn van de geur die de overvloed aan vijg verspreidt. Ze maken er een tikspelletje van en kunnen er geen genoeg van krijgen om rondjes achter elkaar aan te blijven vliegen. Even later spot ik er een op de afvoerpijp van het terras. Omdat ik hem ongezien kan benaderen, blijft ze prachtig voor me poseren.

We hebben gisteren alle weelderige en overtollige groei aangepakt. De druif had hosta en klimop volledig ingepakt met haar lange uitlopers. Lief ging de bijvoet te lijf en de pol met siergras, die helaas beiden het bloementuintje volledig hadden ingekapseld. Geen blommetje meer te zien. Toch. Maar eens kijken naar een paar stevige bloeiende struiken die onze afwezigheid glorieus zouden kunnen doorstaan. De druif was zo gesnoeid en onder het struweel kwamen soms pierige en vaker prachtige trosjes blauwe druif te voorschijn, die zich nu weer volop in de zon kunnen koesteren.

Het is heerlijk zonnig met verfrissende vlagen wind tussendoor, waar we ons uitbundig aan laven. Na gedane arbeid natuurlijk. Om half vijf is alles opgeruimd en is er tijd om te gaan uitrusten met een goed glas wijn voor mij en een oud bruin voor lief. We zitten voor Buddha die dan nog verscholen is achter de uitdijende rozemarijn en de vijg. Vogels vliegen heen en weer. We horen de merels, spotten een lichte onbekende vogel ter grootte van een duif, maar krijgen hem niet goed in het vizier. De heggenmussen en nog kleinere vogeltjes hippen tak op, tak af in de bosjes aan de zijkant. De bladeren ruisen in de wind. Dankzij vriend die in onze afwezigheid het gras heeft gemaaid en bijgehouden zitten we er nu ontspannen bij en kunnen genieten van de doorkijkjes die zijn gemaakt.

Ik bedenk naarstig wat we kunnen eten. Er is een blik bonen en er liggen diepvriesdoperwten en voorgebakken patat in de vriezer. Uien zijn er ook nog. Een combinatie is gauw gemaakt. Dat gaat het worden. Ik vind nog een doosje met drie eitjes in de koelkast. Mooi, het menu dient zich vanzelf aan. Aan de slag.

Door de donkere kamer wordt ik hier later wakker en misschien is het ook nog een rest vermoeidheid door de lange reis van twee dagen. Ik slaap tenminste als een roos. De vrijgekomen druiven glanzen in de ochtendzon. Gisteren heb ik bekeken wat we met een overvloed kunnen doen en dan kom je uit op druivensap, druivenjam met kaneel, en nu vraag ik me af of druivenjam met vijgenjam samen ook een goede combi is. Ik ga zoeken en kom een heerlijk recept van druiven-vijgenjam en tijm tegen. Er gaat geen suiker in, daar dient het gezeefde sap van de druif voor. Natuurlijk iets om uit te proberen.

Gisteren stuurde oudste zoonlief mijn eerste vraag op: ‘Wat zijn enkele van je meest memorabele momenten/herinneringen uit je jeugd, die je mede hebben gevormd tot wie je nu bent of die nog altijd in je geheugen gegrift staan?’

Wat een brede vraag. Daar moest ik even goed over nadenken. Niet om iets te kiezen, maar omdat ik niet een, twee, drie wist waar te beginnen. Ik ben maar gewoon gaan schrijven en toen leek het net of er een verborgen deur in mijn hoofd was opengegaan en stroomden de herinneringen naar buiten. Wat leuk om dat te doen. Met één hoofd in het verleden en één hoofd in het paradijs, als dat geen luxe is.

Overpeinzingen

Aan de slag maar weer

De zon schijnt in mijn gezicht, de wind waait door de haren en wij zitten met een kop koffie op het ons zo vertrouwde terras met uitzicht op de ontplofte tuin. Gisteren kwamen we moe maar voldaan aan. Het hek stond uitnodigend open en de luiken van het huis waren opgetrokken. De auto van onze trouwe vriend hier. stond voor het huis geparkeerd. Tot onze verrassing had hij wekelijks de tuin gemaaid en het zag er nu al veel beter uit dan alle andere keren dat we terug kwamen. Hij is geen tuinman en had de tuintjes gelaten voor wat ze waren. Ontplofte bijvoet, siergras en druif zorgden voor een woeste aanblik evenals de overvolle vijg.

Straks met goede moed aan de slag, maar allereerst even bij schrijven. Vrijdag 1 september had ik mijn haren in de henna en met een plastic zak over de smurrie en een handdoek daar overheen, was ik net op tijd klaar, want ineens waren er beneden stemmen. Zoonlief en schone dochter waren met hun lieve kleine naar het consultatiebureau geweest en stonden met taart voor mijn onbeholpen, weinig feestelijke outfit. Haha. Maakte niets uit. Ons kent ons. Wel blazen, vond zoonlief die één kaarsje in de taart had geprikt omdat ik nu een jaar over de 70 was. Zingen, een wens doen en blazen. Hoera, het pad naar de wijsheid bereikt. Niets moet meer en alles mag.

Ze bleven maar even en waren belangrijk voor het feestelijke tintje aan de dag, evenals de vele felicitaties die ik over de sociale media of in mail, per post en app kreeg. In de middag kwamen dochterlief en mijn lieve jongste zus bij verrassing langs en kwam schoondochter naar beneden. Dat leverde een genoeglijk verjaardagsuurtje op met de taart en een kop thee. Fijn om bij te kletsen want zuslief was met de fotozus naar IJsland geweest en deelde haar ervaringen met ons. Een mooi land, prachtig zelfs, maar in een week wel veel om te moeten bekijken en dan te weinig tijd om er tot in de vezels van te kunnen genieten als je met een groep bent. Om foto’s te maken natuurlijk wel een unieke reis. Het natuurschoon daar is ruig en ongekend of adembenemend puur.

In de ochtend na de taart had ik kalm de twee koffertjes ingepakt en ‘s avonds konden we genieten van een welverdiende rust. Zaterdag zouden we in alle vroegte vertrekken.

Het lukte wonderwel. Zoonlief hielp sjouwen en zwaaide uit. Om half negen zaten we bepakt en bezakt in de trouwe Truus en reden door een dikke mist de zon tegemoet. Rond Arnhem waren de nevels opgetrokken. Een heerlijke rit met maar één kleine file bracht ons naar het wat oubollige hotel in Beieren, waar buiten op het terras precies nog een tafel over was om aan te schuiven. De kaart was al even degelijk en rustiek uitgevoerd als de houten meubels binnen. Schnitzel en gordon bleu met patat en een schoteltje sla erbij. Ze schonken heerlijke bellen witte wijn en bloemenvaasjes koud bier. Na de rit een waar genoegen. De kamer zou een ‘room with a view’ op de stad moeten zijn, maar daarvoor moest ik vervaarlijk uit het raam hangen. Gaf niets. In het donker heb je toch je ogen dicht.

De nacht die er op volgde was voor mij rampzalig want ons open raam bleek vlak boven de grote installatie voor de ventilatie van het hotel te staan. Ik dacht in het donker dat het de ventilator van de kamer was en wilde lief niet wakker maken. Het geluid dat steeds weer aanzwelde klonk als dat van een vliegtuig dat rondjes in de kamer vloog. Slapen was er niet meer bij. Knoop nog op het hele uur het gebeier van de enorme klok naast de kerk er aanvast en je hebt gegarandeerd een slapeloze nacht.

Het ontbijt was prima en de prijs was heel billijk en spreidde zich als een zacht doekje over de zware nacht. Truus kende de weg, we reden via Wenen naar Kaposvar en vandaar richting ons dorp. Boodschappen konden nog net gehaald worden bij de grote Duitse supermarkt-keten.

Met vriendlief wisselden we wederwaardigheden uit onder het genot van een drankje en wat te knabbelen. Vandaag gaan we samen eens kijken waar het werk zich heeft opgestapeld. Aan de slag maar weer.

Overpeinzingen

En zo is het maar net

Ik stond gepikt en gesteven in de aanslag toen zoonlief appte dat ze van huis weg reden. Dat betekende dat ik naar beneden kon stiefelen en daar op hem zou wachten. We hadden een lunchafspraak en de jongste kleinzoon was ook van de partij. We zouden naar IJsselstein gaan naar een betrekkelijk nieuw restaurant. Ik was er al eens geweest met hem samen en dit keer was hij dat vergeten.

De kleine hield hij in zijn arm en zo liepen we van de parkeergarage naar het restaurant waar, vergeleken met de vorige keer, een groot terras was bijgekomen. Als je de straat inkeek, zag je en face de statige toren van de Nicolaas-basiliek. Sfeervol accent in dit mooie oude stadje.

We kozen een tafeltje binnen ergens helemaal achteraan, waar we ongestoord kind konden uitpellen en verschonen(er was geen andere gelegenheid verder)en waar heen en weer te lopen viel om de kleine in slaap te wiegen. Verwend als hij was, was dat zijn manier om in slaap te komen. Daardoor was het wel het grootste deel de taak van zoonlief zelf. Toch kwamen we tot hele mooie gesprekken, onder andere over vroeger.

Vooral de tweeling had hun vader toen hij gezond was niet zo lang gekend. Zoonlief wilde weten hoe de verdeling was tussen huishouden en werk en ik legde uit dat zijn vader moeite had met gezag en in zijn impulsiviteit nog wel eens de baan liet voor wat het was. De logische volgende vraag was hoe het dan zat met de financiën. We kregen een uitkering in die dagen dat de kinderen klein waren. Het was geen vetpot met 1100 gulden per maand. Zoonlief dacht dat ieder van ons dat kreeg. Daar moest ik hem wijzer maken. ‘Nee lieverd, vroeger kreeg je maar een uitkering als je getrouwd was.’

Het was even stil. Peinzend bedacht hij dat het toch allemaal wat moeilijk was geweest met vier kleine blagen. Daarna vroeg hij wie het meest op mij leken van de vijf kinderen in ons gezin. Ik vertelde dat ik in allemaal een stuk van mezelf had teruggezien. De een had het optimisme, bij twee zat het ondernemen erin, het goedlachse zat er bij allemaal wel in. Ik werd eigenlijk niet gauw boos, maar als ik het eenmaal was door onrechtvaardig gedrag kon de ander zich beter bergen. Ook dat herkende ik.

Daarna hadden we het over de opvoeding vroeger. Ik vertelde van de ervaringen die we in de Boekenclub hadden opgedaan, waarbij mensen helemaal ondersteboven waren van het boek van Bart Chabot: ‘De hand van mijn vader.’ Alleen de twee oudsten, waaronder ik, hadden het een heel herkenbaar boek gevonden. Zo was het nou eenmaal. Het was heel gewoon in die tijd, dat je bij het uithalen van kattekwaad een tik er vlak voor kon krijgen, of dat er met het grootste gemak een pantoffel door de kamer scheerde en op een haar na je hoofd miste.

Zo waren er meer gezinnen waar van alles aan de hand was of die in een te krappe ruimte met teveel mensen zaten, waardoor conflicten al gauw werden uitgelokt. Het is mooi dat wij die barbaarse principes van opvoeden verre achter ons hebben gelaten en dat het nu veel minder voor komt dan toen.

Zo babbelden we de klok rond, terwijl de kleine het minder naar zijn zin had en zoonlief zijn uiterste best moest doen om te wiegen, in of uit de draagzak die hij had meegenomen. Ik sneed zijn lunch in stukken en dan kon hij het staande aan een hoge tafel naar binnen schuiven. Zo ging het ook. Voor elk probleem was een oplossing te vinden.

We gingen kleindochter ophalen en spoorslags naar huis om nog even met haar te kunnen knutselen. Toen haar moeder aan kwam rijden kon ik naar beneden na veel geknuffel, het was per slot van rekening voor twee maanden. We beloofden te face-timen.Als we in Verweggistan zijn zal hij iedere dag een vraag stellen en ik zal hem dan schriftelijk antwoorden. Het is een heerlijk idee om alles wat diep is weggezakt weer naar boven te kunnen halen. Maar nu is het tijd om te gaan ruimen en inpakken. Hoofd in de henna, koffertjes in de aanslag, boeken en tijdschriften, tekenspullen uitzoeken en wat oude doeken meenemen waar overheen geschilderd mag worden. ‘Kill your darlings, zolang ze niet van vlees en bloed zijn’. En zo is het maar net.

Overpeinzingen

Een goed begin is het halve werk

Tussen alle spullen had ik nog een doosje met poppenkleren gevonden, die allemaal door oma-oma gebreid waren, ooit, lang geleden toen mijn beide dametjes zo in de weer waren met hun baby-poppen. Degelijk en prachtig spul eigenlijk. Ze had zich er niet als een Jantje-van-Leiden van afgemaakt. Er waren jurkjes bij met ingebreide patroontjes.

Die moesten alvast meegenomen naar de kleindochter, die nog steeds dik in de weer was met haar zestal poppen en popjes.. Ze reed ze rond in de rieten poppenwagen, sommige mochten in bad, ze werden al naar gelang aangekleed en uitgekleed. Schooltje spelen zoals mijn meiden deden, zal wel volgen in een later stadium. Van generatie op generatie is dit spel doorgegeven. Ook ik koesterde ooit beer en poppen alsof het mijn kroost was.

In de grote tas die ik had meegenomen zat nog meer leuk spul. Een muziekdoosje met een draaiend danseresje en een klassiek deuntje eronder en een serie grappige ouderwetse maskers, die ik ooit op de kop had getikt in de kringloop. Een koddig gezicht.

Onder het genot van een kop thee hielp ik haar met het aantrekken van de jurkjes en bracht haar de beginselen bij van hoe een nietig knoopje in een lusje kon worden gestopt. In een handomdraai had ze van haar magneten kleine stoeltjes gemaakt en aangekleed en wel mocht het hele stel op de foto, gezusterlijk naast elkaar. Haar broer had het nu veel te druk met een vriend om mee te spelen. Dat kon later ook nog. Ze moesten die middag naar de training van het voetbal en gingen alvast een balletje trappen op het plein.

Na een plensbui, waarin dochterlief wafels ging bakken voor bij de thee en de jongens giechelend en rennend weer binnen waren komen stormen, was er nog even tijd voor een genoeglijk samenzijn en toen de bui bina over was ging ik op Amersfoort aan, na eerst een paar dikke knuffels en kusjes-kruisjes te hebben uitgedeeld, waar ze de komende twee maanden op zouden moeten teren.

De zon kwam alweer door met dat de reis vorderde. Het leverde prachtige luchten op die voor een afwisselend schouwspel zorgden. Aanvankelijk stond ik voor een dichte deur, maar na een rondje rijden, hoorde ik, bij de tweede keer schelle stemmetjes in de speeltuin achter het huis en ja hoor, daar liep schoondochterlief met de drie kinderen. De jongens dolden op de glijbaan en de kleine pork lag in de kinderwagen lekker te soezen.

Mijn komst was een teken om naar binnen te gaan. De hele dag in huis met de drie was te lang, dus tussen de buien door had ze het hele stel uitgelaten. Manlief moest werken tot negen uur ‘s avonds. Terwijl ik met de jongste kleindochter mocht knuffelen en nog een kop thee kreeg, kon moeders koken, kregen de jongens eten en speelden ze hun uitgelaten spel. Af en toe werd er een mand met speelgoed omgekieperd. Na het eten wilde de lieve krullebol die bijna naar school ging even laten zien hoe goed hij kon tellen en haalde de telramen te voorschijn. Één voor zijn broer en één voor hem. Hij herkende ook al letters. De D van de naam van papa. Toen we de B van mij gingen zoeken in twee prentenboeken gingen vervolgens beide verhalen van A tot Z erin als koek.

Ondertussen had schoondochter de borst gegeven en waren de jongens uitgespeeld en aan bed toe. Tijd om op te stappen. Met stevige knuffelarmpjes om mijn benen en door de drie uitgezwaaid konden zij en ik er weer even tegen. Toeterend, op vraag van de krullebol, reed ik de straat uit, de einder tegemoet.

De beloning vannacht was de volle maan, die hier roerloos, haast boven het huis op ooghoogte zo leek het, hing en de ochtend begon met een flard regenboog. Een goed begin is het halve werk.

Overpeinzingen

Een waar genoegen

Gisteren hielden we een spontane langzaam-aan actie. De hele week had al in het teken gestaan van doorbikkelen, nu was het moment daar om een pas op de plaats te maken. Boodschappen en daarna thuis bijkomen. In alle rust hapjes maken, geen traditionele maar experimentele. De boekenclub zou langs komen.

Vlak voor achten druppelde het stel binnen. Liefdevolle omhelzing die de tijd deed wegsmelten. Het laatste etentje was twee maanden geleden. We hadden de bijeenkomst vervroegd omdat ik er anders niet bij kon zijn. Via de zoom is het lastig en niet makkelijk om mee te kletsen, laat staan de gezellige borrel na onze gesprekken te delen. Eerst waren er de gebruikelijke uitwisselingen en later de huishoudelijke mededelingen. Een van ons zet de bijeenkomsten voorlopig even op pauze, omdat hij merkte dat zijn agenda iedere keer overvol bleef en het schrappen voor wat meer vrijheid moest zorgen. Iets wat we allemaal begrepen. Ik denk dat ieder van ons met hetzelfde bijltje heeft gehakt. Soms is het opgeven van al die ‘leuke’ dingen een voorwaarde. En ‘op pauze’ zetten betekent nog niet ‘aan de kant zetten’. Er gloort hoop aan de horizon.

Ik had wel hapjes gemaakt, maar iets lekkers voor bij de koffie was er bij ingeschoten. Omdat ik toch al met bladerdeeg in de weer was besloot ik van het laatste deeg mini-appelhapjes te maken.

De meningen over het boek ‘Man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen kwamen praktisch overeen. Twee van ons hadden het in een adem uitgelezen en de rest had er langer over gedaan. Zijn zoektocht naar rust bracht hem op uitzonderlijke plekken, waar vooral de lege ruimte in die onmetelijke natuur het meest daaraan voldeed. Het bleef een tegenstelling, die hang naar rust en het naarstige zoeken er naar. Wat opviel was zijn verbondenheid met de mensen om hem heen, toen hij in Nieuw Guinea was

In mijn beleving had het boek qua spanning anders ingedeeld moeten worden. Het eerste hoofdstuk was het meest ‘adembenemend’, het laatste niet, omdat het zich meer tussen de mensen afspeelde en er regels waren die vergunningen eisten, waarvoor je lang moest soebatten.

We waren het er over eens dat ‘stilte’ uitdiepen niet het sterkst naar voren kwam, al deed hij in het eerste deel wel pogingen en was zijn omschrijving van de overweldigende indruk die alles op hem maakte en waarin de nietigheid van de mens welhaast tastbaar werd, haast poëtisch te noemen. Mij werd gevraagd hoe mijn stilte was, daar in Hongarije. Daarvoor moest ik eerst het drukke leven hier omschrijven en dat tegen die immense rust van daar afzetten. Hier zijn er de kinderen en kleinkinderen, afspraken, allerlei ontmoetingen met etentjes of borrelhapjes, leuke musea, films en natuur. In het tweede thuisland is er vooral niets buiten de stilte, de grote tuin, het schilderen en lezen, het luisteren naar muziek en elkaar.

Zoals gewoonlijk mondde het gesprek op het eind uit in mooie verhalen met een persoonlijke noot, maar nu hadden we nog een item dat alvast doorgenomen diende te worden. De Parijs-reis ter ere van ons vijfjarig jubileum. Hoe gaan we er heen. Met de auto, met de trein, hoe willen we slapen, waren er mensen die wilden delen of liever alleen sliepen voor dat broodnodige ‘even een moment voor jezelf’. Zo graasden we diverse mogelijkheden af en het draaide er op uit, dat we met auto’s zouden gaan en de rest in de app zouden bespreken. Om half twaalf gingen de laatsten naar huis. Een warme knuffel, een zwaai, en tot in november. Het was weer een waar genoegen.

Overpeinzingen

Voor al wat nog komen ging

Regen komt met pijpenstelen naar beneden. Het zet een streep door de maaibeurt die we de tuin wilden geven. Niet getreurd want er is genoeg te doen. De zolder moet verder leeg. Het is mooi om te zien hoe het langzaam maar zeker dankzij de timmeractiviteiten van zoonlief steeds meer een knusse kamer wordt. Hij heeft er lol in en dat is de garantie op doorzetten.

Op de witte kasten die er staan staan, liggen nog lijsten, ernaast staat een rol met schetsen van een van de eerste tekencursussen en een rol van later, met tekeningen a la Dumas, ergo portretten met gewassen inkt. Foto’s maken en in de vuilniszak.

Tussen de papieren en de stapels platen vind ik nog een bakje met brieven van lieve vrienden. Die ik na het lezen toch laat verdwijnen. Wat heeft een ander aan deze correspondentie. Geen eindeloze, maar te hooi en te gras een brief, van mensen waar men zich geen voorstelling van kan maken. Met mijn moeders brieven kan ik inderdaad zo’n dik boek vullen zoals van Gogh aan zijn broer en diens vrouw. Maar de rest mag weg. Hier en daar een foto en vort met de geit.

À la Dumas, schetsen en in de zusterpost.

Ik kom een mapje tegen met mijn vierde jaars verpleegstersspeld, rapporten en beoordelingen, stageplekken, oproepen voor de eindgesprekken en wie de mentoren waren. Dat bracht me in vogelvlucht terug naar 1977 in het oude AZL. Met de namen kwamen de gezichten door alsof ik in een glazen bol keek. Ineens viel alles op z’n plek. Het was een tijd, waarin ik de herinneringen in het diepst verborgen laatje in mijn hoofd had gestopt. Het was alsof de deur opensprong. Er was een lijst met kledingvoorschriften: Onder andere mochten dames alleen japonnen dragen. We kregen er acht. Er moest verplicht een witte onderjurk onder. De schoenen moesten van een gesloten model zijn, zwart, wit, donkerblauw of bruin, van een zodanig maaksel dat de patiënt géén hinder ondervond van het lopen, geluiddempend materiaal. Geen suède. Zweedse klompen waren verboden.

Ook de nagels moesten goed verzorgd en kort geknipt zijn en lang haar diende te worden opgestoken, half lang mocht niet in het gezicht hangen. Maar fantasiekousen mochten in het vierde jaar wel, netkousen weer niet. Dat was al een hele vooruitgang, want in het begin van de opleiding mochten we enkel vleeskleurige kousen aan. Als je geen onderjurk droeg werd je naar huis gestuurd met een fikse reprimande.

Het hing in die dagen van regeltjes aan elkaar en dan hanteerde men in een Academisch ziekenhuis nog een tamelijk vrijheid. In de streekziekenhuizen was het vaak nog strenger. De hiërarchie was alom aanwezig. Het had voornamelijk te maken met het inkomen dat je had. Je was particulier verzekerd of zat in het ziekenfonds. Daar had je ook drie klassen afhankelijk van de hoogte van de premie. De eerste klassers lagen op klasse-afdelingen in een kamer alleen en kregen als snack in de middag saucijzen-of nierbroodjes en ander lekkers, en werden geconsulteerd door de hoogleraar of professor himself. Toch hebben we in de nacht wel eens een rolstoelen-race gehouden door de gangen van klas Intern als het te rustig was. In de ochtend bij de overdracht kwam de hoogleraar binnen met zijn wapperende schortpanden en werden wij verpleegkundigen geacht te gaan staan.

Op een van mijn rapporten prijkt een negen voor de verpleegkundige praktijk. Kennelijk ging het me nog zo slecht niet af. De opleiding was door de interactie die er was met patiënten, met collega’s, met artsen en co-assistenten, met het bezoek, een opstap naar de samenleving in een groter verband. Er werd een flink beroep gedaan op je empathisch vermogen. Eigenlijk waren het vier jaren van vorming voor het leven, waarin er veel gebeurde en soms je hele gedachtengoed door elkaar werd gehusseld. Gelouterd kwamen we na de diploma-uitreiking naar buiten met een goed gevulde rugzak voor al wat nog komen ging.

Overpeinzingen

Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting

Natuurlijk was ik veel te vroeg wakker gisteren. Om negen uur zouden we met de voorbereidingen beginnen. Het werd een tikkie later, maar toen ging het ook rap. Lief vroeg om een workshop ‘Eenvoudig mastercheffen’ en hij ging met de opdrachten ‘augurk in de cervelaat rollen, zilveruitjes op blokjes kaas prikken en pannenkoeken besuikeren en snijden in vieren’ voortvarend aan de slag. Ik maakte de vegaworst in bladerdeeg, de knakworst in bladerdeeg en de grote glazen schaal vulde ik met vers fruit voor de bowl: Blauwe bes, aardbei, druif, meloen, sinaasappel, appel. Daaroverheen bruisend koud water en siroop. Een heerlijk toetje. De keuken is klein, leek zelfs nog veel kleiner en de tafel bood uitkomst, daar kwamen alle lekkere hapjes op te staan. Na het bladerdeeg waren de Pide en de afbakbroodjes aan de beurt.

So far, so good. En toen ging de bel. Wonderlijk hoe alles zich in betrekkelijke rust had voltrokken en hoe na de komst van zoonlief met het gezin de lijsten uit mijn hoofd verdwenen als sneeuw voor de zon. De klusjes werden onmiddellijk uit handen genomen en toen dochterlief er ook nog bij kwam werd ik bijkans de keuken uit gedirigeerd. Haha. Wat lijken ze toch veel op mij. Ik kon eindelijk wat aan mijn toet doen, die nog in de slaapstand stond en de broodnodige puffen nemen. Langzaam vulde de kamer zich met rijdende autootjes, schelle kinderstemmen, kleine beestjes uit de blikken trommel met bijbehorende geluiden, het bassen van de stemmen en gelach. Er werd geknuffeld en gezoend tot de hele schaar er was op een van onze lieve kleindochters na. Een uitgelezen moment voor een groepsfoto.

Maar eerst de inwendige mens. Dochterlief kwam aan met een van de kleine appeltaarten met drie kaarsjes erop en een hartelijk ‘Lang zal ze leven’ en daarna was het buffet geopend. Nou hoef je dat tegen de kleinkinderen maar een keer te zeggen. Binnen enkele minuren liepen ze als bezige bijen naar de korf vol lekkers en weer terug. Kauwende monden, stralende toetjes, stoeien en dollen met elkaar. Gewend aan de rust in huis was het een orkaan van lawaai, maar o zo herkenbaar en o zo gezellig. Mijn rijke kroost. Lief deed het fantastisch. Hij kan de drukte, waar hij in moest groeien, al helemaal naast zich neerleggen en lette er nauwelijks meer op. Zat rustig te praten met schoonzoon over belangrijkere zaken en schoondochter over de Molukken.

Ik zat op de poef en kreeg achter elkaar de twee jongsten op schoot, een voor de fles, maar het was te druk en hij kreeg zijn rust niet om te drinken, dus gingen ze naar boven. De oudsten zagen hun kans waar en speelden op de trap ongestoord hun games, een eindeloze vingervlugheid op de telefoontjes, de Benjamin dribbelde rond met zijn nieuwsgierige oogjes, bekeek alles tot in detail en schonk af en toe zijn liefste glimlach aan iedereen die er open voor stond. Smelt.

Kleindochter in haar mooie jurk met stoere kloffen er onder gleed af en toe nog even naar een beschermende arm af van paps of mams en toen ze gewend was ook van mij en lief. De dag vulde zich met warmte en met liefde, een hoop gekrakeel en gezelligheid. Slimme kleinzoon hoorde een vraag van de oudste zoon over rijkdom, wat of dat was. Veel geld of veel vrienden. Aandachtig luisterde hij, dacht even na en zei toen: ‘Geen geld, geen eten en dan ben jij er ook niet’. Ergo: ‘Als er geen eten is, ga je dood’. Geen nuances maar een beredenering in de rechte lijn en slim bedacht. Dat de sociale context toch wel belangrijk was kreeg hij als les om te overpeinzen mee. Mooie momenten. Drie van de kleintjes deden temidden van de ruis een spel, gingen er volledig in op, terwijl er aan alle kanten om hen heen gelopen, gelachen en gebabbeld werd. Mooi zo’n bubbel die niet te verstoren valt.

De groepsfoto werd gemaakt voordat de eerste luitjes alweer vertrokken. Ze kregen kraamvisite in de middag. Na een noedelsoep met ei, taugé en bawang goreng en nog een tamelijke rustige afsluiting ging iedereen op huis aan, aan de armen de tassen met bakjes van de restanten. Genoeg voor een weeshuis. Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting.

Overpeinzingen

Een vredige gedachte

Regen op de ruit maar de zon schijnt er doorheen, wat het minder erg maakt. Het is jammer, dat de komende week toch regenachtig beloofd te worden. Dat maakt het maaien op de tuin lastig. Met het lange natte gras staakt de maaier sneller. De lijstjes van aanpak voor vandaag zijn gemaakt. Vanaf elf uur druppelt iedereen binnen al naar gelang de slaapjes van de kleinsten uitvallen. Een scala aan bedrijvigheid zal de komende uren vullen. Nu eerst nog even de, betrekkelijke, rust. In mijn hoofd ben ik allang bezig met wat er aan voorbereidingen te wachten staat.

Vroeger op school hadden we schoolbrede feesten met kerst en aan het einde van het jaar. De feestcommissie paste mij als een handschoen, al ben ik organisatorisch niet sterk. Ken uw zwakheden. Daar waren weer andere mensen voor. Maar thema’s bedenken en uitvoeren lukte gek genoeg wel. Gelukkig hadden we een commissie met ouders van hetzelfde kaliber, die allemaal zo hun stiel hadden en zich daar dan ook op konden werpen. Juist omdat de feesten schoolbreed waren en er van alles aangekleed moest worden, de hele school in de winter en in de zomer het hele speelplein, waren al die handen broodnodig. De kracht van Jenaplan zit hem in die samenwerking met iedereen, team, kinderen én ouders. Het feest vandaag is een fractie van die grote feesten, maar de catering en de organisatie ervan is minstens zo veel werk.

Lief wil helpen dus heb ik achter elkaar opgeschreven wat er aan handelingen zal passeren. Het moet te doen zijn. Natuurlijk is er te weinig ruimte, wat normaal is tijdens een verjaardag. De kamer krimpt ter plekke. Naar buiten zal vandaag best moeizaam zijn. Er is nog een werkkamer boven, waar het grut kan gamen en spelen.

Boven klinkt gerommel. Zoonlief is bezig met het aftimmeren van een deel van de zolder. Het is voor het eerst dat hij met passen en meten muurtjes optrekt en deuren plaatst, maar hij heeft er lol in. Die jongen heeft gouden handen. Wat zijn ogen zien, kan hij maken. Het voordeel van het focussen op een ding tegelijk, en dan niet even vlug maar heel secuur en degelijk. Dat heeft hij absoluut niet van mij. Ik ben van oorsprong iemand die flanst. Met lappen en een nietmachine kom ik een heel eind voor de aankleding van een decor en om een bepaalde sfeer neer te zetten. Dat lukt in een handomdraai. Vraag me niet iets precies te doen of de meetlat te gebruiken. Het gaat op het oog of het gaat niet.

Zo hebben we allemaal onze kwaliteiten. Vroeger hadden we in de groep aan de muur een lijst met de twaalf eigenschappen waarvan kinderen vonden dat ze er goed in waren. Op die manier konden ze zien wie ze bij het samenwerken nodig hadden om een klus te klaren. Het werkte perfect. Tegelijkertijd was het een probaat middel om de voordelen van de groep te laten zien, maar ook dat je niet voortdurend aan hoeft te staan of mee zou moeten denken in het groepsproces. Er was ruimte voor het individu.

Wat zou het fijn zijn als de wereld zo in elkaar stak. Luisteren naar elkaar, elkaar de ruimte gunnen en geven én samenwerken. Een vredige gedachte.

Overpeinzingen

Om te koesteren

De werkkamer is, op de tassen voor de kinderen na, opnieuw helemaal klaar voor gebruik. Er valt weer te zitten, te lopen en er is nog steeds bergruimte. De dagboeken staan gezusterlijk op één plank bij elkaar dit keer. Ook nu gingen persoonlijke brieven, kattebelletjes, kaarten en ansichten weg, alleen de vakantiekaarten van mijn ouders en de brieven van mijn moeder zijn er tussenuit gehengeld. Wat heeft ze enorm veel geschreven. In de acht jaar dat ik in Leiden woonde, kregen we iedere week een brief helemaal volgeschreven tot aan de zijkanten en de bovenkant toe. Geen regeltje wit meer te zien.

Vannacht kwamen de ‘te-doen-lijstjes’ weer spoken. Dat vinden ze leuk. Het begint met de visite voor morgen. Dan komen alle kinderen en kleinkinderen mijn verjaardag vieren. Die is pas 1 september, maar dan maken we ons op voor de reis. Wat zet ik ze voor. Een lekker soepje, stokbrood met wat kazen, pannenkoekjes of ga ik voor de klassieke borreltafel van vroeger, te beginnen met de huzarensalade van mijn moeder, de vega-gehaktballetjes, de kaas met een zilveruitje erop geprikt, de vega knakworst in bladerdeeg, een augurkje in een plakje salami, gevulde eieren en als drank de grote bowlschaal met vers fruit, vlierbloesem-siroop en munt en sprankelende bubbels. Alles klaar zetten op de grote tafel en zelfbediening. Wie honger heeft, hapt wat. Dat lijkt me zo relaxed.

Beginnen met thee, koffie, sapje of water voor de kinderen en taart natuurlijk. Als we bij elkaar zijn, zijn we met 22 mensen. Dan is dit een fijne manier . De kinderen kunnen spelen en eten en wij hebben voldoende tijd om wetenswaardigheden uit te wisselen. Als het mooi weer blijft, kunnen we in het park aan de overkant aan de wandel gaan.

Zo bedenk ik het menu bij elkaar, terwijl er enkele sterren aan het pinkelen zijn, er een zwoele nachtbries door het open raam waait en alles nachtelijk stil is op het geruis van de A2 na. Als er ineens een hevige regenbui losbarst moet ik de ramen op een kier zetten omdat het inregent. Even plotseling als ze gekomen is, is ze ook weer verdwenen. Lief is diep in slaap maar wordt op den duur wakker door mijn gewoel. Ik probeer me verder stil te houden. Pas tegen zessen val ik in slaap vol met dromen over school, beeldend werk dat voor geen meter klopt en waar de kinderen mee aan de haal gaan. Dat komt vermoedelijk door de heen-en-weer-schriften van mijn collega en mij, die ik gisteren heb doorgekeken. Opvallende gebeurtenissen op een werkdag, de lesstof aangehaald, de perikelen besproken. In mijn droom luistert er vooral niemand naar mij. Gelukkig strookte dat niet met de werkelijkheid. De schriftjes heb ik bewaard.

Er was ook nog een portfolio van een kind, dat halsoverkop vertrokken is van school. Door het vele werk dat we er aan hadden om het te maken en door de leuke projecten die er in stonden, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om het weg te doen. Er staat een foto in van mijn ‘Bike-Art’’ die we destijds gemaakt hebben. Een fiets met geweven stroken stof door de spaken heen, die in de gemeenschapsruimte als ‘Kunst’ aan de muur werd gehangen. Ook een foto van mijn weefgetouw, dat bestond uit tule dat in een leeg frame van een poppenkast was gespannen. Zowel aan de binnen-als aan de buitenkant zat een kind, ze kozen een draad en gaven de naald aan elkaar door, dwars door het tule heen. Zo borduurden ze een waar kunststuk bij elkaar. Dat was in het kader van samenwerken.

De kinderen mochten de portfolio’s vullen met foto’s, al dan niet zelf gemaakt van hun prestaties en dan aan mij vertellen wat ze er van geleerd hadden. Dat schreef ik erbij. Zo’n leuke pilot werd het, dat we het hebben doorgezet voor de volgende groepen. Dergelijke ingevingen en acties mis ik, zeker bij het zien van de beelden. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Echte vriendschap voedt op alle fronten

De hele dag zaten we met het hoofd in mijn verleden. Tassen met spullen uit de uit elkaar gehaalde boekenkast, vooral ook veel persoonlijke dagboekjes, heen-en-weer-schriften van stagiaires die bij mij stage liepen, van de oppas van de jongste en van het dagverblijf waar hij op zat, diploma’s, kaarten en brieven van vroeger. Ongelooflijk wat een mens allemaal bewaren kan. Het levert weemoed op, maar het bijbehorende sentiment blijft uit. Er moet ruimte gemaakt worden en dit alles zal mijn kinderen niet helpen, Dagboeken en schriften mogen blijven, maar kaarten, brieven en dat soort persoonlijke dingen van mij mogen weg. Hier en daar zet ik nog iets op de foto, maar de meeste herinneringen zitten toch gewoon in mijn hoofd.

Alleen de brieven van mijn moeder aan lief en mij, maar dan verstuurd in de jaren zeventig, bewaar ik trouw. Ik dacht dat ik ze allemaal verzameld had, maar dat was niet het geval. Wat had ze het het idee omarmd als ze zou zien dat we elkaar weer gevonden hadden. Vanaf haar wolk misschien toch nog. .

Het boekje van de stagiaires is me dierbaar. Er valt uit te lezen dat ik in heel wat harten liefde voor het jenaplanonderwijs en voor het vak heb kunnen planten en dat beschouw ik als een groot goed. Immers, de mooiste erfenis is het doorleven en doorklinken in een ander. Dat geldt ook voor al mijn lieve kinderen uit de groep. Lief verloste me van de zakken vol, door alles steeds weg te sluizen naar de afvalcontainers en wat nog deugde voor de kringloop brachten we voor drieën weg. De rest bleef op de werkkamer liggen voor later.

Daarna even opfrissen en met een grote bos prachtige bloemen dwars door Utrecht heen naar het huis van onze lieve vrienden. Spontaan waren vriendinlief en ik tot een datum gekomen, zomaar ineens, temidden van de druk bezette dagen.

Daar in de luwte van de stadstuin viel de onrust en de drukte van ons af en genoten we van de heerlijke en uitgebreide tapas, die vriendinlief had klaargemaakt. Daarna van een heerlijk voorgerecht dat uit Portugese pepers uit de oven bestond, met slechts wat zout en olie erover, de padron. Nooit van gehoord en nog nooit gegeten. Niet zo heet als de gewone groene peper, een heerlijkheid. Daarna een uitgebreide vegetarische lasagne en koffie of thee met baklava toe. Uitgebreid en bijzonder lekker. Zo heerlijk, dat ik vergeet er foto’s van te maken en alleen het tafelkleed vereeuwig.

De gesprekken schoten heen en weer. School kwam langs en de kinderen. Vakantie-ervaringen, Hongarije en het huis, het werk van beiden, de luxe van drie dagen werken aan het begin van de week, liefhebberijen, het schilderen. Verwachtingen voor de toekomst, droomscenario’s. Alles met een warme ondertoon. De jaren die we samen op school hadden doorgebracht, verweven met elkaar, waarbij we lief en leed hadden gedeeld, kinderen hadden zien opgroeien, ups en downs, de huiselijke beslommeringen, de nodige lichamelijke ongemakken opgevangen en besproken, de liefde gedeeld en trouw gebleven aan elkaar, stond garant voor een band voor het leven.

De dochter die ik als baby nog in de armen had gehad kwam even langs op weg naar de volleybal, uitgegroeid tot een mooie ranke dame, een zweem vriendinlief, een vleug van paps.

De paar regendruppels probeerden we dapper te trotseren. Het was zo heerlijk daar in die mooie tuin met de passieflora breed in bloei en vruchtdragend, het uitzicht op oude bomen er omheen, de statige huizen aan de achterkant, de druivenranken tegen de muur, de spinnende poes. Met de laatste hap Lasagne zette de bui door. Naar binnen dan maar, even redderen en in de sfeervolle kamer voor de liefhebbers nog een baklava en thee of koffie. Dochterlief kwam er even bij zitten en met een hartelijk afscheid, uitgezwaaid door alle drie, reden we naar huis. Echte vriendschap voedt op alle fronten.

Overpeinzingen

We schateren het uit

Een werkkamer vol met de meest uiteenlopende dingen. Mijn erfenis voor het nageslacht zal toch eerst aan een grondige inspectie onderhevig moeten zijn. Zoals het er nu bij ligt, is er voor een buitenstaander geen doorkomen aan. Dus haal ik diep adem, maak eerst mijn bureaustoel leeg en ga er midden in zitten om de eerste de beste tas uit te pluizen. Er wordt gewikt en gewogen. Heeft het meerwaarde voor iemand, in de huidige staat of anderszins, vergt het een aanpassing, een oppoetsen of kan het weg, omdat het haar glans en betekenis verloren heeft. Een vergaan kapitaal van oude platen en stripboeken, mijn allereerste LP van Adamo in het Italiaans met een hap eruit, alsof de platenspeler honger had. Ik kan me niet meer herinneren wat er precies mee gebeurd is, wel dat het me door de ziel sneed en toch verbleekte ook dat pijntje weer.

Zo spit ik tas na tas door, terwijl Lief in de ruimstand onmiddellijk alles afvoerde onder de kopjes: Kringloop, oud papier, afvalcontainer. Wat mocht blijven werd in tassen voor de kinderen gedaan of bewaard op de tafel en in de boekenkast. Om half een was de vloer voor het grootste gedeelte leeg. We konden het naar beneden brengen, voorts naar trouwe Truus slepen om spoorslags naar de kringloop te rijden waarvan we wisten dat alles in dank werd aanvaard en verwerkt. Het kostte de nodige zweetdruppeltjes maar dan had je ook wat.

Nadat alles was afgevoerd reden we richting dochterlief. Bij het aanbellen klonk er een luid gejuich. Dat is nog eens een ontvangst. Dikke knuffels om mee te beginnen en bij de thee kwamen de verhalen. We hadden bellenblazen voor ze meegenomen, omdat er niets boven deze prachtige doorschijnende kleurrijk glanzende schoonheid gaat in een beetje zonneschijn. We gingen raden waar ze naar toe vlogen, gedragen door de wind. Een paar gingen echt naar de hemel, in een zweverige gang, steeds hoger en hoger.

De filosoof had vanmiddag zijn eerste voetbaltraining. Daar had hij zijn Ajax-tenue voor nodig. Hij hees zich al vroeg in de kleren en was er helemaal klaar voor, popelend en wel. Hij mocht meefietsen met een buurjongetje en zijn vader.

Dochterlief vertelde hoe snel ze weer in de wisselwerking zaten van de sociale omgeving. Bijvoorbeeld als de kinderen iets aan wilden trekken waar ze zin in hadden, dan kon dat op reis in die veilige bubbel van het gezin zonder oordeel of waardeoordeel. Hier speelde veel meer de mening van anderen een grote rol. Wat vinden ze ervan op school, hoe zullen mijn vrienden dat vinden, wat denkt men nu dan wel niet van mij. Gek of ongepast, de geijkte rolverdelingen, aannames zijn allemaal veel duidelijker aanwezig. Zelfs dochterlief had er met kleding uitkiezen ook meer last van. We zijn het ons wel bewust en weten dat het onzin is, maar toch laten we de oren hangen naar de algehele doorgaande gewoontes van het leven hier. Wij weten er alles van. Want als we in Hongarije zijn, heb ik er ook veel minder last van. Daar kan ik me vrijelijk bewegen. Maar het voordeel dat het opgeleverd heeft, is dat ik hier ook losser ben geworden daarin. Ik hoef niet de mevrouw uit te hangen als ik geen mevrouw ben. ‘Je bent wel een dame’, zegt lief en we schateren het uit.

Overpeinzingen

De kraal tot glans wrijven

De lucht is alweer geklaard. Lief heeft een nieuw toestel en al zijn gegevens zijn meegekomen met zijn nieuwe simkaart. De oude wordt gewist zodra iemand de telefoon opent. Volgende week komt er een extra dik hoesje om dit flinterdunne telefoontje en vanaf gisteren heb ik alleen nog maar een man die zijn mobiel tracht te doorgronden. Blij dat alles ten goede is gekeerd. Deze dame is wel twee keer zo slank en fijn als de vorige.

De tijd sijpelde gisteren weg als los zand door al deze perikelen. Voor lief met het hoofd vol van de narigheid was het wissen van de gegevens van de oude het eerste wat lucht bracht. Een nieuwe telefoon aanschaffen het tweede en er daadwerkelijk weer doorheen kunnen scrollen bracht de juiste balans opnieuw. Ziezo. Akkevietje een geklaard, door naar het volgende: De telefoon eigen maken en doorgronden.

Vanaf hier ga ik over op de dingen die ons nog te wachten stonden. De werkkamer wil ik toonbaar hebben voordat we vertrekken. Dat betekent voor vandaag aardig wat ritjes richting kringloop. Stripboeken, oude elpees, verschoten jassen, overtollige kleding, prullaria van jaren. De dagboeken er zorgvuldig tussenuit filteren, dat die niet per ongeluk meegaan op de grote hoop. De schriften van de kinderen zijn al grotendeels uitgesorteerd op teksten met tekeningen, de rest mag echt weg. Van drie van de vijf kwam ik nog een schoolmap met alle verslagen tegen en hun eigen geschreven belevingen van bijbehorende jaren. Die mogen naar de eigenaren zelf.

Zo ploeg ik me door alles heen. Tanden op elkaar en voort. Vanmiddag staat er een afspraak met mijn lieve globetrotter-dochter. Daar neemt het gewone leven weer een aanvang. De kinderen gaan allebei naar school, ouders aan het werk alsof er nooit een rondreis van maanden is geweest. Het natuurlijke verloop der dingen, de alledaagse beslommeringen went sneller dan gedacht.

Vandaag, als er nog een gaatje is, zal ik ook het vignet voor Oostenrijk voor de heenreis van volgende week bestellen. Voor Hongarije hebben we een doorlopend vignet voor een jaar. Wel zo handig.

De laatste dagen voor vertrek vullen zich met ontmoetingen en bezigheden. Een etentje hier, een feestje daar, het bij elkaar komen van onze grote familie. Zondag zullen ze er allemaal zijn op een kleindochter na, die dan naar haar vader gaat. Ach ja. De twee zussen in IJsland sturen foto’s van een fris maar mooi eiland, met natuurschoon zoals je dat hier niet ziet. Een ruig landschap, maar oneindig spannend zo hier en daar en in nevelen gehuld. Broer is in Nederland op pad en de andere zus vertrekt aanstaande zaterdag voor een cruise door Scandinavië. Een nieuwe ervaring voor onze verstokte Griekenland-gangers. Daar zijn inmiddels weer grote branden uitgebroken. Een lieve blogger die haar zoon in Canada aan het bezoeken is, vertelt ook over de rook die boven het land hangt door bosbranden die overal woeden. Ondanks alles trekken ze er wel op uit. Ze hebben onder andere al een ontmoeting met een zwarte beer achter de kiezen, wat bibberaties opleverde maar ook een bijzondere ervaring, in ieder geval uitzonderlijk genoeg om nog verjaarspartijtjes lang als anekdote op te dissen.

Verjaarspartijtjes. Straks, over anderhalve week, ben ik alweer een jaar ouder. Samen met het opruimen van het huis roept dat enigszins nostalgische ogenblikken op als ik er bij stil sta. Het leven als een kralenketting. Elk jaar een kraal erbij, nieuwe beloften, nieuwe ervaringen, nieuwe herinneringen. Een prachtige parelketting dus. Straks mag ik de kraal tot glans wrijven.

Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Kinderstemmetjes klateren omhoog langs de gevels en bereiken ons door de open ramen. Ze zijn op weg naar een van de drie scholen verderop in de wijk. Het is zo’n kalm begin van een echte mooie augustusdag. Zon, blauwe lucht, het vroege verkeer dat met tussenpozen stil valt en dan die groepjes die richting school trekken. Ouders met kinderen, oma met kinderen, rugzakken op, zomers gekleed. In het eerste huis aan de overkant brandt gek genoeg de kachel. Dat is te zien aan de rookpluim die omhoog kringelt. Toch altijd wonderlijk, bij zo’n heerlijke zwoele ochtendtemperatuur.

Het avontuur gisteren begon veel gehaaster. Snel een kop koffie, het hele riedeltje aan ochtendritueel achter elkaar in versnelde en aangepaste vorm. Om kwart voor tien zaten we in de auto op weg naar Katwijk, waar de beloofde maaimachine stond. Om elf uur precies belden we aan bij een groot appartement in de badplaats. Uit de deur stapte een man met een oplader en accu in de hand die de maaier voor zich uit duwde. Wat toen losbrak was een spraakwaterval aan informatie over de flat, de VVE, de elektrische auto’s onder zijn woning, de illegale laadpaal, de milieuschade die ze opleverden, de brandveiligheid van de hybrides, het gemopper op zijn mede-bewoners. Hij haalde er duizelingwekkende cijfers en bedragen bij en kwam steeds dichterbij staan. Af en toe tikte hij onze schouders aan om iets te benadrukken met een ‘Wat denk je wat…’.

Stel je voor dat we voor zijn deur een elekrische auto hadden geparkeerd. Hij zwoer bij benzine-auto’s en ging vervolgens door naar de lithium delving, schakelde moeiteloos over naar de elektriciteitscentrales, zonnepanelen en de talrijke windmolens die het uitzicht en de horizon bedierven op zee. Wij hipten van het ene op het andere been probeerden af en toe er tussen te komen, beaamden iets en laveerden hier en daar mee om maar een ingang te vinden om zijn verhaal te stoppen, de grasmaaier te betalen en op weg te kunnen gaan. Het enige voordeel was dat we in de parkeergarage stonden waar het heerlijk koel was. En passant vertelde hij dat er veel verzet was tegen zijn denkwijze, maar meer nog tegen het feit dat hij alles overhoop haalde om de groei van laadpalen tegen te gaan. En terwijl hij met brandweervoorschriften, bezwaren en onkunde van de verzekeringen goochelde snapten wij wel waarom hij niet geliefd was in de flat, naar eigen zeggen. Eindelijk los van de man, die en passant ongevraagd hielp de maaier de auto in te werken, vervolgden we onze weg. Door de verhalen murw geslagen besloten we niet naar zee te gaan maar naar de tuin om de maaiers om te wisselen.

Alle energie was eruit en er was een onbedwingbare zin in dropjes. Dus stopten we bij een tankstation in Harmelen, waar we een sanitaire stop hielden en met twee saucijzenbroodjes en twee zakken drop naar het tuinencomplex reden. Maaier uit de auto, het euvel, door de man aangebracht, kon lief verhelpen en al rollend naar onze eigen tuin. Omdat ik er kennelijk nog al woest en dus grappig uitzag, wilde lief een foto van me maken. Telefoon niet in de zak te vinden. Waar o waar, niet in de rugzak, in geen van de broekzakken, misschien in de auto dan. Hij liep de kilometer terug terwijl ik de maaier liet snorren, die het uitstekend deed op het toch al te natte lange gras.

Geen telefoon in de auto, conclusie, hij lag nog op de wc-rol-houder in de benzinepomp. Maaier opgeborgen, de oude meegenomen en spoorslags naar de benzinepomp gereden. Helaas pindakaas. De telefoon was verdwenen. Het was een grote domper op de vreugde omtrent de gevonden maaier. Zoonlief gebeld wat te doen en na de stort om de oude maaier te dumpen, naar huis.

In zo’n telefoontje zit alles. ‘Google account opzoeken en wachtwoord veranderen’, adviseerde zoonlief. Maar daarna begon het zoeken naar de diverse wachtwoorden. Voorwaar, een speld in een hooiberg.