Overpeinzingen

Voor al wat leeft

‘De zoete last van het ongeleefde leven’ lees ik in de column van Marja Pruis in de digitale Groene. De zin blijft hangen door de verfijning en daarmee de verfraaiing van het onderwerp. ‘Het ongeleefde leven’, is dat het oorspronkelijke leven dat je voor jezelf gewenst zou hebben toen je eraan begon of is het de gedachte aan wat het allemaal geweest had kunnen zijn terwijl het jouwe al grotendeels heeft plaats gevonden.

De dag is vroeg begonnen. Kwart voor vijf en klaar wakker, omdat ik eigenlijk iets te benauwd ben. Opstaan, koffie maken en langzaam de duisternis plaats zien maken voor het ontwaken van de dageraad, tot de buurman twee huizen verderop een grote bouwlamp aanklikt die daar een einde aanmaakt, maar wel weer sprookjesachtige taferelen op de muur van het terras tovert.

Ongeleefd, dat is dus het niet dag zien worden door een buurman die je dat pretje ontneemt. Ongeleefd is wat er nu gebeurd op andere plaatsen op de wereld, waar ik geen deel van uitmaak. Wacht even, dat is mijn ongeleefde leven, maar het is wel degelijk geleefd. O jeetje. Filosofisch denken en dat zo vroeg in de ochtend. Ongeleefd kan al niet, als ik mijn corrector moet geloven. Het zou ‘onbeleefd, ingeleefd of ongeliefd’ kunnen zijn, maar ongeleefd is het geen van drieën. Die drie begrippen kunnen zich wel voordoen in dat ongeleefde leven van mij, zou zelfs een thema kunnen zijn. Stel je voor dat ik ongeliefd was, of onbeleefd, hoe zou dan mijn ongeleefde leven eruit hebben gezien. Chaos in dat wakkere hoofd van mij.

Gisteren heb ik lief geschilderd. Dat wil zeggen, een jongere en vrouwelijke versie van hemzelf. Nu vind ik het wel een mooi portret, maar het is maar een zweempje hem. Natuurlijk zou ik het aan kunnen passen, maar ik geloof dat ik er voor kies het helemaal over te doen en dit portret te laten zijn zoals het is. Een vleug herkenning.

Lief was in de tuin aan het schilderen met zijn kleine zaag en zijn scherpe blik. Hij heeft al doende een Berceau of loofgang gecreëerd aan de linkerkant van de tuin. Deze zichtlijnen zijn er nu overal. Zo schep je diepte in een landgoed en schoonheid. Dat heet schilderen bij hem, alleen bij hem naar de werkelijkheid. Haha.

Er liep net een wonderlijk beestje in de slaapkamer. Bij nader bekijken met de zaklamp van de telefoon zag het eruit als een verzameling pootjes. Geen spin, maar bij nader onderzoek, lief had hem naar de vloer van de gang geloodst, bleek het toch uiteindelijk een prachtig krekeltje te zijn. Hij bleef tenslotte heel stil zitten op de hand van lief. Dat leverde een paar mooie plaatjes op. Ik zeg: ‘Krekelgeluk op de vroege morgen brengt vast een dag zonder zorgen’. Denk ook onmiddellijk aan de krekels van Vasalis, die in Afrika geconfronteerd wordt door een plotseling aanzwellend getjirp van krekels, waarmee ze zich bewust wordt van de tijd, een klok die tikt en die maar doorgaat.

‘Er is geen rust. Er is geen nacht/oneindig en geen stilte stil./Geen groot verlangen, geen enkele wil/kan maken, dat hij even wacht,/de eenmaal aangevangen tijd.’

De krekel zit nu veilig buiten, op de bladeren van de hosta en kan tjirpen tot in het oneindige. Fijner voor dat mooie beestje en beter voor ons. Een tjirpende krekel in je kamer brengt een enorm lawaai met zich mee. Ooit zat ik in Huize het Oosten en hield de wacht, toen krekels ook een concert aanhieven en ik bang was dat de hele ziekenboeg klaar wakker zou zijn als het lang zou duren. Maar even plotseling als dat het opgekomen was, ebde het ook weer weg.

Het is weer inktober en gisteren was het item: Dream en in mijn beleving kan er maar een droom bewaarheid worden. Een betere wereld voor al wat leeft.

Overpeinzingen

Uithijgen en erbij blijven

Er zijn nog zes vragen te gaan. Nummer 25 gaat over mijn COPD en hoe zeer zoonlief mijn positieve houding ten aanzien van deze aandoening respecteert. Hoe of ik het ervaren hebt en wat de tekortkomingen zijn die het me oplevert.

In het geval van aangedane longen voltrekt zich het proces geleidelijk. Het allereerste moment dat ik merkte dat er iets haperde was bij het instuderen van de nieuwste Hongaarse choreografie met onze volksdansgroep Cioful. Ik kon het tempo niet meer bijbenen en legde het halverwege af. Een en een is twee. Als iets met het vorderen van de leeftijd, ik was net vijftig geworden, niet meer gaat, worstel er dan niet mee door, maar zoek een nieuwe hobby. Intuïtief wist ik waarschijnlijk dat het alleen maar tot meer aftakeling zou leiden. Als je iets moet zien te voorkomen is het dat gevoel. Niets depressievers dan het niet mee kunnen komen.

Het volgende moment was ook zo’n cruciale en onverwachte actie. Tijdens het optreden in ons toneelstuk voor Nederlandse basisschoolkinderen in Parijs aan het NVTC ontdekte ik tijdens een rolwisseling en een nogal gehaast verkleden, dat er geen lucht genoeg was. Lichte paniek, een hervatten van de ademhaling en een sussende redevoering met mijzelf was het gevolg. ‘Kalm, kalm, kom tot rust, haal adem, armen boven je hoofd, neem een flinke teug, het komt goed’. Deze vorm van persoonlijke mindfulness zette zoden aan de dijk, zonder verdere gevolgen, maar de toon was gezet.

Hoe het verder ging heb ik eigenlijk al beschreven. Wakker worden met een gevoel dat je het niet zou redden kwam mij op de diagnose hyperventilatie te staan. Diverse keren ging het mis met de ademhaling. Geen aanwijsbare oorzaak tot dan toe, tot op een keer een van de andere huisartsen in de praktijk bedacht dat het misschien raadzaam was om een spirometrie te doen, ofwel een longblaastest. De uitslag was alarmerend. Volgens de toen geldende meetnormen had ik Gold 3 en er waren maar vier stadia. Na verwijzing ging het in het ziekenhuis verder met het onderzoek en blaasfunctietesten en daarna keerde ik met een aantal richtlijnen naar huis.

De voornaamste oorzaak was het werken met de stoffige zakken kleding in de kringloop waar een ventilatiesysteem ten enenmale ontbrak. Alle stof van tafels vol kleding regelrecht in de longblaasjes. Ja ja. Nog steeds is het eerste wat ik doe bij het binnenlopen van een kringloop, stiekem een glimp opvangen van de sorteerkamer om veelal te ontdekken dat het nog steeds droevig is gesteld met het afvoeren van de vuile lucht.

Beperkingen kwamen op de gekste momenten. Iedere week gingen wij, drie van de vier zussen, vaak een wandeling maken, maar na verloop van tijd merkte ik dat ik merendeels achteraan liep te sloffen en alleen maar foto’s van de achterkant van de zussen kon maken. Bovendien traineerde ik de boel, vond ik zelf, ook al bezwoeren ze dat het geen belemmering was, maar dat ik het aan moest geven. Dan hielden ze natuurlijk pas op de plaats. Dat zou ik om de haverklap moeten doen. Het werd er niet gunstiger door. Ook hier was het beter om af en toe eens mee te gaan bij het bezichtigen van een stadje, waarbij je dan slenteren kon en sneller een plek vond om even op adem te komen, maar de wandelingen werden allengs minder. We gaan nog wel een week weg ieder jaar, maar ik kan niet verhelpen dat het soms voelt als het bekende blok aan het been, waarbij ik de rol van blok heb. Ze doen hun uiterste best hoor, daar ligt het niet aan, maar het is mijn gevoel van eigenwaarde dat het meest in de weg zit. Ook omdat ik soms nergens last van heb en dan soms weer, bij heuveltjes of stukjes lopen van niks, ongelofelijk moet bijhijgen om zuurstof te happen. Je kan er geen peil op trekken. Dat is het ongewisse in dit ziektebeeld.

De lucht in Nederland is erg verslechterd. In Hongarije merk ik dat nog het best. Hier is minder verkeer, veel meer natuur, veel minder vocht in de lucht. Het voelt beter. Alleen de obstakels, het hochie op of een flinke trap beklimmen gaat zoals altijd moeizaam. Met rust tussendoor kom ik een heel eind. We zijn nu bijna zover dat ik mijn draagstoeltje mee ga nemen om af en toe even te kunnen zitten en uithijgen.

Dat is het motto. Uithijgen en erbij blijven.

Overpeinzingen

Een reëel ongemak

Ik zit in de Datsja en ben toch even teruggelopen om een dikke trui en een warme sjaal over de zomeroutfit heen te gooien. Als de zon doorbreekt is het onmiddellijk 25 graden, maar zodra er wolken voorschuiven, keldert de temperatuur en met het windje erbij krijgt het een wat herfstig karakter. Wel had ik van de nood een deugd gemaakt om tegelijkertijd thee, chocola en voor mij een nog niet genuttigd crackertje met kaas mee te nemen. Vanmorgen was ik aanvankelijk druk met het schrijven op de lange vraag van gisteren en eergisteren over de goede eigenschappen, die ik ieder kind toe wilde dichten. een tijdrovende klus en de volgende vraag stond al klaar: ‘Hoe oud was je toen je in de overgang kwam en hoe heb je dat ervaren? Heb je ooit hulp gekregen van de dokter of andere (homeopathische)medicijnen?

In deze twee maanden ga ik een heel eind door dat verleden van mij en alles wat er gebeurd is. De kinderen spelen daar voortdurend een belangrijke rol in en ze zijn dichterbij dan ooit ook al hebben ze het zelf natuurlijk nog niet door. Oudste zoon wel, omdat die de vragen stelt.

Vanmorgen hadden we daar ook een gesprek over. Als je aanhoort, wat een ander vertelt of geschreven heeft en je geeft er geen mening over, omdat je vindt dat het de visie van de ander is, die je moet respecteren, dan kom je nooit tot een gesprek. Dan valt het klankbord weg. Waarom schrijf je een blog. Vaak om ook echt gehoord te worden. Opmerkingen over je gedachtengang kan dan alleen maar een aanvulling zijn, omdat je ermee kan lopen stoeien, maar ook omdat het de nodige verheldering kan brengen. Er moest even over nagedacht worden. De geest heeft voeding nodig en alleen de schoonheid van de omringende natuur is dan niet genoeg. We kijken elke avond een film, maar ik ben ze een beetje zat, omdat het niet de films zijn die we normaal gewend zijn te kijken in de filmtheaters en die we zorgvuldig hebben uitgezocht op een bepaalde diepgang, waar dan een eventuele gedachtewisseling uit voortvloeit.

We schudden de kaarten opnieuw en nemen ons voor om meer te lezen, af en toe een betere film te zoeken en het verhaal goed uit te pluizen alvorens te bekijken. Misschien zijn er ook betere documentaires te vinden bij NPO Plus. Goede voornemens zijn bij tijd en wijle nodig. Het lucht op, terwijl hier het luchtruim dichttrekt.

Die overgang bij mij begon met het wakker worden op een ochtend toen ik rond de vijftig was, in de stellige overtuiging dat ik dood zou gaan. Een raar gevoel rond mijn hart, hartkloppingen, benauwd en een wonderlijk naar binnen trekken van het bewustzijn. Toen ik de vervangend arts belde, het was natuurlijk in een weekend, kon ik komen en hij plaatste de diagnose ‘hyperventilatie’. Geen fijn stempel, kan ik jullie verzekeren. Vanaf toen werden al de klachten die ik daarna kreeg, waarbij regelmatig het hart een duit in het zakje deed, geschaard onder de kop ‘Hyperventilatie’. Drie keer op de cardio opgenomen geweest, wonderlijke ervaringen in een overvolle groep kinderen meegemaakt, soms weer op huis aan gemoeten. Ik was niet in orde maar het was gediagnosticeerd. Hyperventilatie, het zit tussen de oren. Geen medicijnen, geen nadere onderzoeken, de pimpelpaarse neus ten spijt en de absurd hoge bloeddruk waarmee ik op de eerste hulp terecht kwam. Ondertussen was de menstruatie aan het afbouwen. Aan de overgang begon ik pas te denken toen ik er opvliegers bij kreeg. Het hele gedoe had me vreselijk onzeker gemaakt over het lichamelijk functioneren. Toevallig kreeg ik een artikel onder ogen, dat nogmaals over vrouwencardiologie ging en waarin men bevestigde dat klachten van vrouwen vaak worden toegeschreven als iets wat tussen de oren zou zitten. Pas toen bekend werd dat COPD de grootste boosdoener was, begon ik me zelf ook weer wat te herpakken. Een bevestiging van wat ik eigenlijk allang wist. Het was een reëel ongemak.

Overpeinzingen

Alles wat roert en zich laat roeren

De herfstastertjes zijn onmiddellijk veroverd door talloze bijen. Ze zwermen er lustig omheen en doen zich te goed aan de zoete nectar. Het is vooral het kleine leven dat hier welig kan tieren. Alles wat vliegt heeft voedsel in overvloed. Een paradijs zoals je je ook voor jezelf zou wensen. Kleine Holle Bolle Gijsjes in luilekkerland. De vlinders zijn soms zo dronken, dat ze tollend moeten uitrusten op een van de houten pilaren van het terras. Druif, vijg, bloemen in overvloed.

Gisteren kwam vriendin vanaf de wijnberg per fiets naar ons. Stevig half uurtje fietsen, met een extra bandage om de knie, want het betere trapwerk en super banden om haar racefiets. Ze bewonderde het landgoed en de bedrijvigheid in de Datsja en daarna zaten we heerlijk onder de hazelaar en overbrugden opnieuw de jaren. Ze vertelde dat ze naar het thermaalbad in Szigetvar was geweest. Ze was er voor het laatst met haar, nu overleden, man. De herinnering aan alles en het goede gesprek dat ze daar nog hadden gevoerd had een kraantje opengezet en de zilte tranen stroomden haar over de wangen. Al het verdriet kwam eruit, misschien ook wel het schrijnen van het gemis, de zorg die er geweest was, en alles wat niet meer gedeeld kon worden. Dat was toch al steeds aan de hand. De emoties golfden hier op en neer. Logisch, als je bedenkt dat ze hier de laatste keer nog samen waren geweest.

In de Groene van deze week stond toevallig een artikel van de analyticus over ontroerd. Iemand omschreef zichzelf als een huiler, die om een ander huilt, niet zozeer om zichzelf en verklaarde dat voor zichzelf positief omdat er in contact gestaan werd met de emotie. De analyticus echter draaide het om. Durf jij wel met je eigen emoties te dealen of scherm je het af en kan je daarom zo snel om andere aandoenlijkheden huilen.

Natuurlijk betrek ik het op mezelf. Ontroerd kan ik raken van mooie dingen, van oude mensen, van een bevende hand. Ik kan in vervoering raken van mijn gedachten over opvoeden als ik aan anderen wil uitleggen, waar mijn passie precies inzit. Maar dat is een ander huilen, dat vind ik hooguit vervelend omdat ik dan niet goed uit mijn woorden kan komen.

Wat is huilen vanuit je diepste emotie. Dat is wat er nu met vriendinlief gebeurde. Dat voelde ik mee en begreep het onmiddellijk. Te vaak heb ik aan die kant van de lijn gestaan. Dat diepste verdriet, omdat iets voorgoed veranderd zal zijn.

De analyticus geeft een goede raad. Schaam je niet voor je verdriet, voor de tranen die het oproept. Laat niemand je ontroering afpakken. Er was een tijd, dat geroerd worden voor en door anderen als een groot talent werd beschouwd. Misschien zou je toen wel als professionele rouwer worden ingehuurd. Niet omdat je verdriet had, maar om de ontroering in het algemeen te vieren. Om te vieren dat alles altijd en overal in beweging is.

Vriendin schaamde zich zeker niet. Bovendien was er al water genoeg aanwezig. Een waterval verdriet kon ernog wel bij. We hebben langzamerhand door het leven wel geleerd dat je verdriet er mag zijn. Tegenwoordig schrijf ik het op en geef dat aan een ander om mijn passie of mijn ontroering voor te laten lezen door hen. Ik weet dat ik er niet uitkom. waarom pijnigen als alles op te lossen valt. Nu hoef ik alleen maar te knikken, met die brok in mijn keel. Bij verdriet, bij vreugde, bij passie, bij schoonheid. Inderdaad, om alles wat roert en zich laat roeren.

Overpeinzingen

Zo werkt dat

Er bleek toch een groot tuincentrum te zijn in Pécs. Niet, zoals over het algemeen het geval is, toegevoegd aan een bouwmarkt, maar een op zichzelf staand bedrijf met kassen rondom. Eindelijk gevonden waar ik al zo lang naar op zoek ben. Op de kale plek in het tuintje waar de Bijvoet had gewoekerd wilde ik heel graag herfstasters hebben. Een sterke vaste plant, die het wat langer uit kon houden dan de gemiddelde bloemensoort. We moesten er een stukje de berg voor op. Het gaat me steeds makkelijker af om de weg te vinden in deze stad, waarvan de infrastructuur allengs duidelijker wordt. Aan het aantal kerken in iedere wijk is duidelijk te zien, dat een aantal dorpen zijn toegevoegd aan de stad zelf. Zo werd het groter en groter. Die kerken staan er allemaal nog. Sommige goed onderhouden, anderen totaal in verval. Bijzonder vind ik dat.

We reden de kleine straat de eerste keer voorbij, omdat het eerder een steeg leek. Toen we het eenmaal hadden ontdekt, moesten we verder naar boven rijden. Daar kwamen we op de plaats van bestemming aan. We zagen een lieflijk huis met een groen houten balkon over de hele breedte en een mooie bloementuin ervoor. Dat kon ook haast niet anders.

Bescheiden hadden we de auto op een klein parkeerhaventje aan de zijkant van het huis geparkeerd en we liepen naar achteren. Daar bleek een walhalla aan planten, bomen en struiken verscholen te liggen, tegen de berg op. Goed onderhouden met uitgebreide drainage-systemen . Trapsgewijze terrassen met hun koopwaar. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Niet langer hoefden we te verzinnen hoe we wat bloeiend goed vanuit Nederland naar hier konden krijgen. Dat zou een totaal overbodige missie zijn, want de prijzen lagen gemiddeld lager dan in Nederland.

Asters in diverse kleuren, winterviolen te over in de grote kassen, bloeiende Oleanders, grote pollen Begonia’s en Petunia’s, maar ook clematissen en rozen in alle maten en soorten. Klein grut, groot grut en voor lief, heideplanten en muurbloemen in grote getale. Kruiderijen te kust en te keur met vooral een uitgebreide salieverzameling.

We hebben in de tuin een rotsachtige heuvel, waar die heideplanten echt goed zouden staan. We besloten ons te beperken tot de asters en pas als de grond was voorbereid tot de koop van de bloeiende heide over te gaan. Het personeel was vriendelijk en er heerste een kalme sfeer. Opgetogen over de gedane ontdekking reden we weer naar huis.

Dat zijn allemaal kleine veroveringen, die ervoor zorgen dat je je nog meer thuis gaat voelen.

De buurman was met hele andere zaken bezig. Terwijl lief de vlier achter de Datsja aan het snoeien was, zag hij hoe twee tuinen verder de nieuwe bewoners een groep witte ganzen had lopen. Buurman was er in gedoken en had er een uitgehaald, die hij kennelijk voor de slacht wilde gebruiken. Niet zachtzinnig ging hij te werk en uiteindelijk kwam er een knuppel aan te pas om het dier af te maken. Er stond een dochter bij, die toch maar even het hoofd afwendde.

Ik dacht aan de achtertuin in de Amandelstraat en opa Driehuis die een kip onder handen nam, maar ook Flappie, het lied van Youp van ‘t Hek kwam naar boven. Eigenlijk weet ik het wel. Het is geen barbarij, maar een duidelijke andere inslag, typisch voor het platteland én een cultuurbepaalde handeling. Je houdt dieren voor het vlees of de eieren. Alleen zijn wij er verder van af gaan staan. Bewust door veranderende inzichten. Zo werkt dat.

Overpeinzingen

Joost mag het weten

WordPress vraagt welke merken er onlosmakelijk verbonden zijn met mij. Haha, geen een. Want een Secondhand-Rose is nooit merkenvast. Wat consumpties betrof: Mijn vader wilde altijd alleen maar dat ene Utrechtse koffiemerk, had een vast merk zware shag en een voorliefde voor de enige echte Ossenworst en mijn schoonvader wilde niets anders dan de, in zijn ogen, enige echte sinaasappellimonade.

Maar van eten en drinken zijn wij, zeker hier, totaal niet gebonden aan een bepaald merk. Als enige andere restrictie hebben we zonder vlees en zo gezond mogelijk, met weinig of liefst geen kleurstoffen, e-nummers en andere toevoegingen. Toen we vroeger op vakantie gingen naar het buitenland was de auto extra zwaar beladen onder de levensmiddelen, tot aan aardappelen toe, die allemaal mee moesten. Dat alles in het kader: ‘Wat de boer niet kent, vreet hij niet’. Dat laatste is niet helemaal juist. Dankzij mijn vader, die wel van lekker hield, leerden we in de jaren zestig de oosterse keuken kennen.

Mooie vraag voor vandaag, over waar je van droomt en waar je dan niet aan toekomt om dat te verwezenlijken.

Ik schrijf er een paar uit en besluit als volgt:

Dromen zijn wensen en wensen zijn gekoesterde verlangens. Je bent nooit te oud om te dromen en weet je wat zo leuk is, dat je dat altijd en overal kan doen. Zo droom ik ook wel eens van een tuin vol bloemen, waar je nauwelijks iets aan hoef te doen, omdat het zo goed is aangelegd met de juiste grond eronder. Haha. Dromen zijn ook vaak utopiën. Zorg dat je altijd wat te dromen hebt.

Gisteren had het snoertje van de Ipad het spontaan begeven. Het ene deel stak er nog in en de draad kwam er met een paar missende tandjes uit. Lief dacht dat ik er onder leed omdat er nog te schrijven viel, maar niets was minder waar. Er bleek gewoon in Szigetvar een Eurotechnics te zitten, die wel dat merk snoer had, over merken gesproken.

Dus na het ochtendritueel op pad. De jonge verkoper hielp ons vriendelijk en efficiënt. Met een nieuw snoer in de tas besloten we het stadje eens goed van binnenuit te bekijken, want we waren wat vroeg voor het bezoek aan een vriendin van Lief, die op de Wijnberg een huisje had en gisteren uit Holland was aangekomen. Ze wilde nog een keer afscheid nemen van de plek waar zij ooit met haar man vol idealen begonnen was om er een fijne vakantieplek van te maken tot manlief een ernstige spieraandoening kreeg. Ze was er al vier jaar niet geweest en kwam nu omdat haar man dit jaar overleden was en ze haar gemis en grote liefde nog een keer daar wilde voelen en meemaken. Afscheid nemen is vooral het gemis een plek geven in je geest en in je hart.

Het deerniswekkende bosje bloemen dat we bij ons hadden, kochten we van een vrouwtje die aan het bedelen was in de kerk, waar lief net 1000 forinten in een offerblok had gefrommeld. Dan kan je bijna niet weigeren. Bovendien hadden we een lieve en aandoenlijke welkomstgroet. Zij was ongelooflijk blij met, nog een keer, 1000 forinten, omgerekend ongeveer 2,58. De kerk was prachtig en door het hek heen konden we ons vergapen aan een rijke keur van ornamenten.

Bloemetjes voor vriendin, die zich inmiddels door het spinrag heen had gebaand en haar huisje weer betamelijk op orde had. Wat een uitzicht vanuit hier. We genoten alle drie van de vele verhalen en verslagen en van alle punten van overeenkomst. ‘Alsof ik je al jaren ken’, zei ze bij het afscheid. Dat was geheel wederzijds. We gaan elkaar nog vaak ontmoeten. Zo dapper daar op die eenzame plek met een wat wonderlijke Hollander aan de voet van haar landje en tussen alleen maar afwezige Hongaren in. Het was er dood-en doodstil. Dan hou ik toch wel van de reuring hier in het dorp.

Het is dagpauwogen-tijd en een gekartelde aurelia fladderde lustig er tussendoor. Waar nu de Atalanta’s gebleven zijn? Joost mag het weten.

Overpeinzingen

Een gelukkig mens

De dag van mijn leven. Nou ja. Het begon wat bewolkt maar allengs brak de zon toch door het grijze dek heen. De dag was kalm aan het verlopen. Beetje rommelen, beetje lezen, beetje puzzelen en in de ochtend had ik zoals gewoonlijk geschreven. De vraag van zoonlief voor gisteren luidde: ‘Welk advies zou je aan je jongere zelf willen geven met alle kennis en ervaring die je nu hebt opgedaan in je leven’. Naar aanleiding van mijn blog van gisteren gaf ik ze het advies van Lao Tse mee met de volgende toevoeging:

De rode draad, die door de blog van gisteren heen liep, had alles te maken met het zoeken naar je eigen pad. (…) Je wordt opgeslokt door drukke bezigheden, beslommeringen van alledag, nieuwe ontwikkelingen op je werk en thuis en soms ben je dan in je hoofd zo hard aan het rennen dat het de hoogste tijd is voor een pas op de plaats. Dat advies zou ik mezelf mee hebben willen geven. Vergeet niet tussen alle bedrijven door geregeld een pas op de plaats te maken, even los te komen van al wat belangrijk schijnt maar het in wezen niet is. Samen met je partner en met je kinderen. Leef bewust met elkaar, leer van elkaar, hou van elkaar en vertel het elkaar. Ga regelmatig er even tussenuit, zodat je tot jezelf kan komen. Omarm je, haal diep adem, wees je bewust, voel de natuur en maak je klaar om een volgende carrousel mee te draaien. En dan weer een pauze in te lassen. Een pas op de plaats. Geef het handen en voeten want wie het gevoel door kan geven aan iets wat rechtstreeks vanuit je gedachten daardoor vorm krijgt, zal de druk van de wereld beter aankunnen, daarvan ben ik overtuigd.

Soms voel ik me een opvoedend vingertje en vraag me dan af of het goed is het zo op te schrijven. De bedoeling is, dat ze zelf blijven denken en het niet klakkeloos overnemen. Maar als ik naar mijn schatjes kijk, weet ik eigenlijk zeker dat ze dat ook altijd zullen blijven doen en dat ze me niet als belerend zullen ervaren. Ik heb net zoveel gestruikeld als zij in hun leven zullen doen. We leren ervan.

Na het boodschappen doen en een kloddertje hier en daar, mijn moeder en haar vriendin (neem ik aan), zal ik ze in sepia of grijstinten vereeuwigen. Dat laatste is misschien zelfs het mooist. Voor mezelf heb ik al bedacht dat het niet hoeft te lijken, omdat het om de impressie gaat. We zullen zien hoe dat uitpakt. Maar waarom was het de dag van mijn leven.

Simpel. Toen ik Lief had gewaarschuwd dat we op de veranda even lekker konden borrelen bij zicht op de zon die het bos achter de datsja had ‘aangezet’ en naar het huis liep om wat lekkers te halen, bekeek ik de paar schamele bloemen nog even in het kleine tuintje naast het terras. Opeens zag ik hem met mijn kippige ogen vlak voor mijn neus bij de kleine gele bloem: De kolibrie-vlinder. Veel over gehoord en nog nooit zelf aanschouwd, en nu begreep ik waarom niet. Als je het diertje niet kent, kijk je over de wat mottige uitstraling heen, mottig in de letterlijke zin van het woord. Als een hele grote mot. Niet heel uitbundig van kleur, een zacht oranje met fluwelig bruin. Waanzinnig dat het zo maar voor mijn ogen bleef fladderen en met zijn lange tong met gezwinde snelheid nectar opzoog. Ik kreeg weliswaar de kans niet om het vast te leggen, maar mijn dag kon niet meer stuk. Dat zijn ook momenten voor een pas op de plaats. Er even in blijven hangen in dat klein geluk.

Hier zit een gelukkig mens.

Overpeinzingen

Alleen al de gedachte eraan.

Op Instagram kwam ik een mooie uitspraak van Lao Tse tegen, de Chinese wijsgeer, die eigenlijk onmiddellijk vervulde. Het is als volgt:

Let op je gedachten, ze worden woorden.

Let op je woorden, ze worden daden.

Let op je daden, ze worden gewoonten.

Let op je gewoonten, ze worden karakter.

Let op je karakter, het wordt je bestemming.”

Lao Tse

Hij is de auteur van de Tao te Ching, het boek van de weg en de deugd, de grondlegger van het filosofische Taoïsme.

Toen lief en ik in de jaren zeventig onze levensweg probeerden vorm te geven, kwam daar een hoge dosis belangstelling voor de Oostere wijsgeren bij kijken. We lazen de I Ching, het boek der veranderingen en zochten naar meer verdieping. Geen dogmatisch geloof maar meer een beleving die ruimte zou laten voor de eigen gedachten en ervaringen. Blind achter het Zen Boeddhisme aan leek ons niet de juiste manier, maar de wijsheden die er voor ons al door een ander waren uitgefilterd, bleven om te koesteren. In vrijheid, dus niet gebonden aan één bepaalde richting.

Citaten eruit lazen we ook. De uitdaging was vooral het bekijken in hoeverre dat toe te passen was op de dagelijkse praktijk. Het principe van het Yin en Yang was er daar ook een van. Het zoeken naar een evenwicht was de vorming voor later. Wat kon je laten, wat was goed om te doen, hoe kon je in je gedrag de beheersing breien die soms zo broodnodig was in een maatschappij vol mensen. Het laten leiden door emoties bleek vaak averechts te werken, door pauzes in te lassen en er over na te denken, werd het allemaal liefdevoller, vrediger zo je wilt.

Misschien klinkt het allemaal wat gedragen, maar dat was het niet. Het was een waarachtig zoeken naar een weg, die we samen naar voldoening konden bewandelen, waarbij ieder van ons dezelfde vrijheid zou hebben. Gezien de tijd waarin we leefden, was dat geen doorsnee ontwikkeling.

Dat maakt dit citaat los, nu ik het zomaar vanmorgen voorbij zag komen.

Later toen lief en ik een eigen weg waren ingeslagen en ik getrouwd was en kinderen had, teerde ik op de geestelijke voeding van toen, maar de tijd deed haar gebruikelijke duit in het zakje. Tao van Poeh kwam toch wel, met een heimelijk verlangen, in de kast en werd gekoesterd. Er waren meer van dergelijke boeken. De boeken van Arnold Lobel bijvoorbeeld ‘Van muizensoep tot tranenthee’ of ‘Kikker en Pad’ en wat te denken van de filosofische dierenverhalen van Toon van Tellegen. Of de capriolen van de kleine ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carrol. Stuk voor stuk boeken om wijsheden uit te filteren, die ruim toepasbaar zijn in je eigen denken en waar je niet vroeg genoeg mee kan beginnen. ‘De Tao van Poeh en de Teh van Knorretje’ is daar ook niet bij te versmaden. Al mag Iejoor ook een flink aandeel krijgen in de kracht van het Taoïstische denken. Hij zorgt ervoor dat anderen het tot het uiterste op hem kunnen toepassen. Hij is bij uitstek altijd somber, zijn zelfbeeld is abominabel slecht en hij is daardoor doorgaans wat narrig. Die kracht zit in de wisselwerking die zijn vrienden met hem hebben en die hem hebben geaccepteerd en in hun hart gesloten, zoals hij is. Iejoor is Iejoor. Hoeveel kracht gaat uit van de houding van zijn vrienden. .

Laten we in deze wereld wat Tao doorschemeren in wat we doen, ook al vergissen we ons vaak genoeg en handelen we in tegenstrijd met wat onze wensen en verlangens zijn. Het is de bewustwording die voldoet en die de onvolkomenheid erkent en omarmt.

Een mooie balans of alleen al de gedachte eraan.

Overpeinzingen

Nog elf vragen te gaan

Door het plotselinge temperatuurverschil kreeg ik al rond een uur of vier verschrikkelijk trek in een zelfgebrouwen heldere soep. We hadden de dag ervoor Japanse champignonnen op de kop getikt, dus met uien, veel knoflook, paprika au julienne, de champignonnetjes in de olie gesmoord, afgeblust met een bouillon en een vierkantje Chinese noedels erin, zaten we om vier uur al aan een heerlijke opkikker, gegarneerd met een lente-uitje. Altijd als ik te koud voel of rillerig is dit de remedie om je aan te laven. Snel klaar en voedend.

Daarna keken we de film over Breivik zijn gruwelijke acties op het eiland, waar de socialistische jongeren bij elkaar waren gekomen voor een zomerkamp. Het volgde een groot deel een van de nabestaanden en het proces tegen de ultra rechtse nationalist. Niet een film om vlak voor het slapen tot je te nemen, trouwens. Er volgde nog veel denkwerk voor ik de slaap kon vatten en natuurlijk leverde het weer wonderlijke dromen op. In de ene werd onze Truus door een of andere onverlaat in de Laryxstraat op een trailer gereden en moesten we hemel en aarde bewegen, ik, mijn vader en mijn broer, om de man ervan te overtuigen dat hij de auto weer netjes terug diende te zetten. In de tweede droom was ik druk aan het werk op school, maar verder herinner ik me daar niets meer van.

De ochtend begon voornamelijk met lezen in Piet van Eeghens biografie, waarin nu eindelijk het Vondelpark aan bod kwam en ook het Sarphatipark wordt genoemd. Lief inspecteerde ondertussen de zolder en kwam met een verdroogde mus naar beneden. Alles was droog gebleven na alle stortbuien van gisteren en vannacht, waarin het weer behoorlijk te keer was gegaan met onweer en veel nattigheid.

Zo kabbelen de dagen van binnen zitten aan ons voorbij en doen we kleine klussen in en om het huis. De scheefgroeiende Yucca’s zijn verpot en indien dat wenselijk was, gekortwiekt, alles is gestoft en gestofzuigd en het schrijven gaat tussen de bedrijven ook gewoon door.

De vraag van vandaag kwam van de andere dochterlief: ‘Hoe of ik hun vader heb leren kennen en wat me was bijgebleven van de eerste periode samen. En wat ik leuk aan hem vond en hij aan mij.’

Ik had dat al wel aangehaald, maar nu draai ik dus de film terug naar het allerprilste begin van de ontmoeting. Deze schrijfperiode zet mijn tijdsbegrip soms op een andere voet. Met een been in het verleden en een been in het heden is niet altijd even makkelijk. Daar had ik ook last van toen ik mijn moeders dagboeken uitschreef en ineens weer in de jaren zeventig vertoefde. Bij het uitwerken van de brieven aan Lief en mij was dat weer erg fijn, dat hinkepinken op twee benen, omdat we toen net weer met elkaar omgingen en niet alleen het nieuwe samenzijn gestalte kreeg. maar ook de herinneringen aan het allerprilste begin weer tot leven kwamen. Dubbel verliefd zeg maar. Hoe het leven toch lopen kan.

Ik bedacht me vannacht wel, dat de antwoorden natuurlijk ook vanuit het moment geschreven zijn en in de rust en stilte die me nu toekomt. Dat zorgt er voor dat ik alles goed kan overdenken. Toch blijven het te allen tijde momentopnames. Voor de grap zou ik, om een vergelijk te hebben, volgende maand of over een half jaar, dezelfde vragen nog eens moeten beantwoorden. Zijn de antwoorden dan nog even identiek? Dat is de vraag. In hoeverre tellen omstandigheden mee, ook al teer je op naar waarheid beantwoorde herinneringen. Interessante materie. Iets om aan een nader onderzoek te onderwerpen. Bovendien gaat het om een gekleurde waarneming. Het is hoe ik het ervaren en beleefd heb. Zoonlief had heel fijntjes geschreven dat ik hen niet hoefde te sparen in mijn antwoorden. Lief hoor. Dat is waarom ik zo veel van ze hou. Hij kent dat moederhart van buiten en straks ook helemaal van binnen. Nog elf vragen te gaan.

Overpeinzingen

Kalm bewegen

Het is twee uur en nu ben ik pas aan het dagelijkse schrijven toe. Alles had te maken met de zeventiende vraag inmiddels van zoonlief. ‘Hoe ervaar jij het nu, het zijn van mama van ons? En hoe was dat voor jou toen wij jonger waren. Baby, pubers, het huis uitgaan, vriendjes, vriendinnetjes, etc?’ Goed voor een doorleven en een weerspiegeling van mijn moederschap. Het is wat hoor, deze actie van zoonlief. Het lijkt wel ‘Een reis om het leven in dertig vragen’, in variatie op het thema van Gulliver: ‘Reis om de wereld in 80 dagen.’ Maar ik ben hem er dankbaar voor. Ik had het zelf ook voor geen goud willen missen, die duik in het verleden.

De nieuwe vraag is interessant en komt van een andere vragensteller, namelijk dochterlief: Is er een moment of gebeurtenis, die de manier waarop jij de wereld ziet radicaal heeft veranderd?

Daar moest ik eveneens flink over peinzen. Er zijn momenten van grote veranderingen geweest in mijn leven, maar dat was de vraag niet. Het gaat om mijn kijk op de wereld. Ik ben een pacifist, altijd geweest zolang ik me kan heugen. Alles heeft waarschijnlijk te maken gehad met een keer dat ik door wat meiden van school achterna ben gezeten en in het poortje door hen werd gemolesteerd met trappen en slaan. Dat leverde heel wat blauwe plekken op. Huilend klopte ik bij mijn moeder aan. Ze ging niet mee in het verhaal en vond dat ik het zelf op kon lossen. ‘Ga maar met ze praten’. Haar manier van het vergroten van de zelfstandigheid. Maar een vriendin van mijn moeder die op visite was, vond het onzin en is op hoge poten naar de moeder van de grootste ka gelopen. Het hielp zowaar, die ordinaire scheldpartij waar mijn moeder zo’n vreselijke hekel aan had. Wonder boven wonder. Waar ik en misschien mijn moeder met mij, bang was dat ik dan van Kaatje nog een keer een rekening gepresenteerd zou krijgen, gebeurde niet. Zo zie je maar, er is niet onvoorspelbaarder dan de mens.

In mijn ogen is elke vorm van geweld zinloos. Dat gevoel heb ik ook sterk bij straf. Er zijn andere vormen te vinden voor het bewust worden van je handelen. Mensen vonden PSP-ers over het algemeen maar softies en het strookte niet met de werkelijkheid. Een vredige wereld is een utopie. dat hoorde ik vaak. Natuurlijk. Maar het kan maar niet uit mijn hoofd, dat goed voorbeeld goed doet volgen, al is het op kleine schaal en alleen in je omgeving. Is mijn kijk daarop veranderd. Dat geloof ik niet. Wel mijn visie op de wereld en de problemen waar moeder aarde op het ogenblik mee aan het worstelen is en waar ik me niet bewust genoeg mee heb bezig gehouden. Ze smijt het ongenoegen met handen vol tegelijk de wereld in. Geen makkelijk onderwerp dus. De moeite waard om er zorgvuldig mee om te gaan.

Gisteren was het broeierig warm, een voorteken voor het weer van vandaag. De atalanta’s waren dronken van de vijgen en dartelden om elkaar heen om maar zo veel mogelijk te snoepen. Keuze genoeg, er waren er nog een heleboel. Ineens ontwaarden we eindelijk een dagpauwoog ertussen. De kartelige aurelia die ik daarvoor had gespot was te rusteloos om vast te leggen. Vannacht brak er een flink onweer los, een zegen voor de natuur, want alles was kurkdroog.

Nu het regende was het hét moment om de kaart die bij aankomst in de brievenbus hier lag, met lieve groetjes en verjaarswensen van de globetrotters, in de grond te stoppen. Er zaten namelijk vergeet-me-niet-zaadjes in het papier. Nu met regen voor vandaag en morgen, zou de grond goed nat worden, zonder dat ze weg zouden spoelen. Twee vliegen in een klap, zo’n kaart. En de liefde natuurlijk die het ons gratis bezorgt. Je moet het ijzer smeden als het heet is, per slot van rekening.

Het bezoek aan Szigetvar ging niet door. Het werd al veel te vroeg veel te heet. ‘Kalm bewegen,’ zegt Lief dan, en dat is wat het wordt op dergelijke dagen. Kalm bewegen.

Overpeinzingen

Dubbele pret

Vannacht schoof ineens een passend cadeau voor lief tussen alle overpeinzingen. Niet dat ik het nu al vertel. Wat een wonderlijke gedachten kunnen je bezighouden. Soms volkomen uit het niets. Zijn verjaardag is nog minstens twee weken weg. Je kunt nooit te vroeg jezelf met goede ideeën belasten. De keuze wordt dan makkelijker.

Een kennis van lief appte plotseling. Ze zou haar wijnhuisje in een dorp verderop vanuit Nederland bezoeken en vroeg zich af of het leuk was om elkaar te ontmoeten. Altijd leuk. Het duurt nog even voor ze aankomt, want ze reist per trein. Dat doet ze al een aantal jaar zo schijnt het. Nieuwe mensen ontmoeten is altijd leuk.

Wijnhuisjes tegen de helling

Vandaag, op deze uitdag, blijven we dichter bij huis. We gaan Szigetvar wat beter verkennen. Er is een pracht theater, een plein waar in de vakantie vaak rockconcerten worden gegeven. De burcht hebben we met de kleinkinderen bezocht toen ze hier waren. Het park is altijd de moeite waard om door te wandelen, alleen wordt het tegen de middag 30 graden. Een temperatuurtje om rekening mee te houden.

Gisteren liet de wateroplosbare olieverf zich zonder water en met een medium prima uitsmeren over het al bestaande doek met authentieke olieverf van de vier zussen. Nog altijd een hele klus. Wel leuk om te doen natuurlijk. Inspiratie was het mooie kunstencentrum in Pécs. Er schijnt zelfs een museumstraat te zijn. Zou het te vergelijken zijn met de mall in Washington. Dat uitstapje bewaren we voor volgende week. Lief dacht dat Bobeta pop betekende en dus namen we aan dat er een poppenmuseum was in het Zsolnay cultuurcentrum. Maar dat bleek niet zo te zijn. Het woord bestaat zelfs niet in het Hongaars, maar het is vermoedelijk een samentrekking van de beginletters. Pop komt er niet in voor. Pop is Bab.

In de biografie van Piet van Eeghen wordt de armoede duidelijk die er twee eeuwen geleden heerste in Amsterdam en andere steden. Als je meeloopt in het Amsterdam van nu, kom je op plekken waarvan je je afvraagt hoe het in godsnaam mogelijk was, dat mensen zo dicht op elkaar leefden zonder de in onze ogen normaalste voorzieningen als licht, water en wc. Men gebruikte toen vaak nog een schijtton en de kamertjes waren vaak nog zonder ramen. Denk de lucht erbij die in het bedompte hok moet hangen en je weet al wat er aan ziektes en ongein heerste. Te bedenken dat de allerrijksten in panden woonden van 800 vierkante meter of nog meer. Dankzij die allerrijksten ging het bestuur van de stad en de ovverheid eindelijk wel overstag om mee te gaan in de vaart der volkeren en een eigen woningbouwvereniging op te richten.

Straks stort hij zich op de aanleg van het Vondelpark. In Utrecht was er de familie van Kol, die het Julianapark door Copijn, de park en landschapsarchitect, liet aan leggen, met de vraag of de gemeente het onderhoud zou willen bekostigen. Het zou nog uitgebreid worden met het gebied van het werkspoor. Maar men verweet hem onder de kosten van het onderhoud uit te willen komen en trok dat laatste aanbod in. In 1928 werd het door de erfgenamen aan de gemeente Utrecht verkocht en in 1935 werd het park uitgebreid en kreeg het zijn huidige naam. Dat het een gouden plek was voor de arbeidersgezinnen rondom het park wist mijn moeder aardig te benutten. Er werden er heel wat uurtjes doorgebracht, hetzij met de oppas, hetzij met mijn moeder zelf. En altijd mochten we even op het hobbelpaard, vlak bij de ingang en altijd als het goed weer was en warm genoeg pootje baden in het pierenbadje bij Beer, die dankbaar om de aandacht het water uit zijn bek spoot. Dubbele pret.

Overpeinzingen

Onmisbaar in een mensenleven

De hele dag op de benen met een hoofd zo vol van al het schoons dat we zagen, dat het nauwelijks te verwerken was en vandaag zou het staartje volgen. Het meisje achter de kassa in het Zsolnay cultuurcentrum vertelde dat we alles binnen drie uur konden bekijken, maar dat de kaartjes twee dagen geldig waren. Er waren minstens vier musea, een laboratorium, twee exposities, een conservatorium een niet te bezoeken keramiekfabriek in bedrijf en dan al die architectonische hoogstandjes van typisch Hongaarse makelij met tegeltjes om te zoenen zo mooi.

We keken onze ogen uit en waren voornemens om dag twee zeker terug te gaan. Vanmorgen bij het wakker worden, bleek al hoe al dat moois nog aan het nawerken was. Kon daar wel nog meer schoonheid bij. We moesten wijs zijn en bedenken dat we het voor de prijs niet hoefden te laten om een volgende keer er naar toe te gaan, als we bijgekomen waren van alles wat aan ons oog voorbijgetrokken was. Dat zou nog wel even duren.

Ik ben niet echt van het ach en wee om porselein al zie ik de kunst er wel aan af, maar gisteren op de afdeling Art Deco werd ik volledig geraakt door de voorstellingen die om de vazen heen gekruld waren, de prachtige ranke vrouwenfiguren en de faun en Pan en wonderlijke dieren die afgebeeld stonden in prachtige kleuren op het plateel. Vlak daarvoor was ik bijna onder aan de lange trap terecht gekomen toen ik het opschrift boven de deur fotografeerde en daarbij niet keek waar mijn voeten terecht kwamen. De engeltjes op mijn schouder grepen me stevig bij de lurven en trokken me weer omhoog. Met dank aan boven.

Nu we besloten hadden om de bezienswaardigheden opnieuw te spreiden en ons oude voornemen uit te voeren, één dag thuis, één dag weg of daaromtrent, het mag eens een dagje schelen, zag alles er al weer rustiger uit en werd het in het hoofd wat kalmer.

Bovendien was ik gisteren niet aan de vraag van zoonlief toegekomen die zich had afgevraagd welke rolmodellen er in mijn leven waren geweest en nog. Al sparrend met lief bedachten we dat je niet kon spreken van rolmodellen. Er is niemand bij waarvan ik denk ‘Goh ik wou dat ik zo was’. Er zijn echter met regelmaat mensen of ontmoetingen geweest die zaadjes hebben geplant of iets in werking hebben gezet, omdat ik er dieper over na ging denken en daardoor voor een bepaalde richting koos.

Mijn juf Nederlands op de ULO, ze heette juffrouw van Harte, was bijvoorbeeld iemand die me de literaire wereld heeft binnengezogen. Ze vond mijn opstellen goed, liet me gedichten declameren en ik ging er gedichten door schrijven, leerde op een podium te staan. In wezen bracht ze me de literatuur en het drama. Twee richtingen die mijn leven lang belangrijke factoren bij veel van mijn ondernemingen zijn geweest.

Zuster Adolpha op de kleuterkweek deed een goede duit in het zakje, door mijn tekeningen de hemel in te prijzen. Dat was voor mijn onzekere puberbrein een goede opsteker, waarbij ze me aanzette tot nieuwe technieken en experimenten.

Juffrouw Weldam van de kleuterschool op Kanaaleiland, ik heb haar al eens genoemd, gaf me regelrecht de visie op wat voor juf ik wilde worden en hoe perse niet( niet als de andere juffen op al die diverse scholen).

Tussen de mensen die ik in het ziekenhuis verpleegd heb, zat regelmatig ook zo’n zaadjesplanter. Er is niet veel voor nodig. Soms is een opmerking al voldoende om het een en ander te duiden, soms werden regelrecht de kaarten geschud. Bewust leven is wat er gebeurt als de kwetsbaarheid van de mens boven komt drijven. Even zo vrolijk was dat de interactie met mijn kinderen en de kinderen op school. Open staan voor nieuwe ontwikkelingen, niet vastgeroest zijn, zijn daarbij belangrijke voorwaarden.

Dat dat niet altijd gelijkgestemden hoeven te zijn moge duidelijk wezen. Juist de contradictie roept met recht nogal eens op tot zelfreflectie en daarmee tot nieuwe denkbeelden.

Met mijn klankborden is het goed toeven. Door te brainstormen ontstaat er een proces in mijn hoofd dat tot grote hoogten aan kan zetten. De fantasie en het beelddenken scheppen meer dan eens een volkomen nieuwe werkelijkheid. Of daar handen en voeten aan gegeven wordt, hangt van het moment af. Maar het moge duidelijk zijn, dat voeding voor de geest onmisbaar is in een mensenleven.

Overpeinzingen

Een stralende omlijsting

Tussen de antwoorden op de vraag van zoonlief door, was het weer tijd voor vijgenpluk en jampotjes koken. Heel veel vijgen blijven voor de natuur achter. Wantsen, zweefvliegen, wespen, vliegen, vlinders komen als bijen op de zoete Nectar af. Soms zitten er wel vijf of zes insecten op een vrucht en laven zich aan de heerlijke zoetigheid. Lief loopt rond met de grote snoeitang en modelleert het land naar eigen wensen en verlangens. Dat doet hij goed. Het beheer volgt het natuurlijke verloop en alleen als een tak een dakgoot of een dak bedreigt grijpt hij rigoureus in. Schilderen met de natuur noemt hij het.

Ondertussen is de vijgenjam klaar en in de potten gestopt, op z;n kop staan de potjes en potten af te koelen op een schone theedoek. Een restje voor nu, bij de oude kaas die we vorige week zondag op de markt hadden gekocht. Yummie.

De druiven waren zo vol zoemend leven, dat ik ze maar laat hangen. Ook de vogels komen regelmatig wat lekkernij halen. De bioclub heeft vanavond vergadering. Zoom werkt hier maar matig, dus hebben e afgesproken dat ik, als ik hier ben, de biijeenkomst oversla en dat we gaan plannen op de aanwezigheid. Ze willen me niet kwijt. Daar was ik even bang voor. Maar ik kreeg van allen zulke lieve reacties terug, dat ik me zeer vereerd en een tikkie verlegen voelde. Wel wil ik het boek gewoon nog uitlezen, want boeiend is het wel.

Vannacht spookte de auto door mijn hoofd. Die is rijp voor een onderhoudsbeurt na haar eerste 15000 kilometer, maar ja, we zitten hier en niet in Nederland. Een afspraak met de garage staat er al op maandagmorgen 6 november, maar ik meende twee dagen geleden wat lampjes te zien branden. Eerst maar eens goed kijken wat Truusje aangeeft over haar innerlijk gemoed.

Dan is er nog een ander experiment waar ik een dezer dagen aan wil beginnen. Er staan twee schilderijen waar nog veel aan te verhapstukken valt, maar die met de authentieke olieverf zijn geschilderd. Dus niet met de wateroplosbare. Nu wil ik er met die laatste olieverf overheen zonder water te gebruiken. Toch eens zien of dat lukt. Ik heb namelijk wel heel veel baat bij het achterwege laten van de mediums die ik bij de gewone gebruik. Spannend, dat wel.

Ondanks de opkomende zon, die lief zo prachtig heeft vastgelegd aan het eind van het achterland, loopt het nu toch echt naar oktober toe en is het aardig fris in de vroege morgen. Ik ben naar binnen gevlucht om aan de keukentafel in de warmte de blog te schrijven. Ik had al een betamelijke tijd buiten gezeten. Het is Kuka-dag, lees vuilnisbakkendag, die hier nog aan huis worden opgehaald. Soms staan ze al voor achten voor je deur, dus lief schrok vanmorgen om zes uur wakker toen hij de buurvrouw haar Kuka buiten hoorde zetten. Weg droom, weg warm slaapgenot, wreed verstoord omdat de plicht riep. Nou ja, het voordeel was dan een schitterend plaatje van de opkomende zon. Tel uw zegeningen. Vandaag gaan we naar het grote cultuurcentrum in Pécs.

Het belooft een hoeveelheid aan kunst en schoonheid te herbergen. Tenminste, lief diept dat op uit verre herinneringen van lang geleden. Het is iedere keer weer een verrassing of alles er nog staat, of dat men het verbeterd heeft in de loop der jaren. Opnieuw een uit-dag dus. Het weer past zich aan aan ons schema en zorgt voor een stralende omlijsting.

Overpeinzingen

Een gouden stelregel

Jottem. Eindelijk regen. Nog niet in grote getale, maar de eerste buitjes zijn alweer achter de rug. De zon doet verwoede pogingen door het grijze dek heen te breken. Met succes af en toe. De verwachting is dat er nog veel meer nattigheid valt. De bomen ogen onmiddellijk groener en frisser, maar dat zal het verlangen zijn, dat zich in mij genesteld heeft. De bomen zijn taai. Ze zijn gewend om diep de grond in te moeten op zoek naar water. Dat komt hun onderlinge netwerk alleen maar ten goede leerde mij een van de plantenboeken die ik vorig jaar gelezen heb.

De vraag van zoonlief behelst mijn baantjes van het verleden en nu, incluis het vrijwilligerswerk. Soms haal ik de chronologische volgorde door elkaar, maar de verschillende banen weet ik allemaal nog. Als puber werden we geacht ons eigen zakgeld te verdienen. Er was geen geld om ieder te voorzien van een extra maandelijkse of wekelijkse bijlage. Dus stapte ik als veertien of vijftienjarige met trillende benen en een onrustig gemoed op mijnheer Heijmans van de Spar af op het gloednieuwe grote winkelcentrum in Overvecht en vroeg of hij nog mensen kon gebruiken. Daar begon mijn glorieuze carrière. Ervaring mocht ik opdoen op elke afdeling, groenten, brood, slagerij, uitbenen incluis, en als laatste op de kassa, wat lastiger was dan nu want je moest razendsnel uit je hoofd leren tellen. Rekenen was al nooit mijn beste vak. Aan het eind van de dag moest het saldo kloppend zijn. Dan stond je met bevend hart voor de baas, als er toch een verschil bleek te zijn. Later mocht ik ook één zomer het campingwinkeltje aan de camping in de Lage Vuursche runnen. Dat was feest. Ik voelde me een echte filiaalhouder.

Supertrots was ik toen ik met een zak appelen in de Spar mocht poseren voor het reclame-krantje in de huis-aan-huis-bladen. A star was born.

Daarna zou ik op gaan passen bij de poelier aan de Vleutense weg. De bedoeling was dat ik zowel op de kinderen zou passen met een zaterdagse bad incluis, het huis schoon zou houden, zou koken, op de winkel zou passen in de tijden dat het gezin aan tafel zat, de zaterdagse boodschappen zou doen in de Kanaalstraat en vervolgens de winkel zou opruimen en schoonmaken, die enorme, verschrikkelijk aangekoekte, kippengril incluis en dat alles voor de somma van 25 gulden. Ruim tien uur werk. Van mijnheer, die vriendelijker was dan zijn vrouw, kreeg ik dan wel een zak kippenvleugeltjes en maagjes mee, waar mijn moeder weinig anders mee kon dan soep trekken, maar de vader van een van mijn vrienden kon er geweldige mooie aspics van maken. Oeverloos geduld moest je hebben om vet, vel en vlees van de botjes af te schrapen.

Toen er getornd werd aan mijn vakantiewensen, nam ik ontslag en ging werken in de automatiek aan het Willem van Noortplein. Dat was, denk ik wel, de leukste baan. Je mocht eten zoveel als je wilde en dat was na een week patat met klodders verse mayonaise al snel klaar. De oude baas had zelf een slagerij ernaast en daarnaast was hij ook de eigenaar van de drogisterij. Wat niemand wist was dat je op de zolder van het pand in alle twee de winkels kon komen.

Omdat hij niet tegen de lucht van spiritus kon, begonnen we de slagerij daarmee al om vier schoon te maken. Dan vluchtte hij naar zijn huis, verderop aan het plein en hadden we het rijk alleen samen met Jan, de slagersknecht. Het was hard werken maar gezellig en we tarten de zuinigheid van de oude baas, door een schepje extra frieten op de puntzak te gooien en ook werd de trekker van de mayonaisehouder twee keer overgehaald. Klanten moet je verwennen niet waar.

Dan waren dit nog maar de puberbaantjes de eerste drie jaar van mijn werkzame leven. Dankzij het grote gezin thuis had ik wel leren aanpakken en dat werd niet altijd als loon naar werken gewaardeerd. Bovendien zocht ik de afwisseling, ook om zoveel mogelijk te leren met de gedachte in het achterhoofd, als je het niet probeert, leer je het nooit. Een gouden stelregel.

Overpeinzingen

Weer een mijlpaal gehaald

‘Blijf nog maar even lekker doezelen,’ adviseerde lief. Vannacht heeft iemand stiekem lood in mijn benen gestopt te hebben. Ik luisterde vervolgens naar een bosmaaier die aan de overkant dreinend door het gras tijgerde, naar een vrouwenstem die ergens naar toe riep en naar een meisje dat schril antwoord gaf. Geluiden van de straat die steeds meer aanzwellen vertellen dat het later wordt. De telefoon geeft kwart over zeven aan.

En dan opeens is er zon op de deurpost van de slaapkamer en schijnt uitnodigend op de muur. Het sein om op te staan.

Dat lood in de benen kwam door gisteren. We zouden naar Mánfa gaan maar uiteindelijk werd het het Püspökszentlászloi Arboretum. Dat betekende, o zalig zijn zij die reizen in onwetendheid, dwars door het Mecsek-gebergte heen naar een van de kleine dorpen die daar tegen de helling aangeplakt liggen. Er stonden stippellijntjes bij. Dat bleek de toegangsweg naar het Arboretum, dat midden in een natuurgebied lag, waar auto’s niet gewenst waren. Truus werd onder aan de berg geparkeerd en daar gingen we in het kalme tempo over een losse keitjes-pad richting die aanlokkelijke tuin. Ergens halverwege rees ineens, als een Goliath, een enorme houten reus uit de grond vanaf zijn middel. Op zijn lange houten armen was het goed rusten. De omgeving was prachtig en vooral doodstil. De berg met haar lange en zo te zien aanmerkelijk oude woudreuzen oogde met het gefilterde zonlicht als een vredige oase.

Toch werd de stilte en het gekras van twee raven verstoord door het knerpen van de keien onder de banden van auto’s, die ook nog grijze stof als een spoor achter zich aan lieten slingeren. Wij als brave tweevoeters foeterden licht over het slordige der mensheid om milieuwensen te negeren als het gaat om eigen gemak. Te vroeg gefoeterd. Toen we eindelijk boven kwamen, daar waar we bijna moesten zijn, was er een dorp met bewoonde huizen. Ze zagen lieflijk uit met hun bloeiende oleanders en de geraniums onder ieder raam. De bewoners mochten hun auto of helemaal vooraan op een parkeerplaats parkeren of toch tegenover hun huizen. Dat verklaarde veel.

Verlangend keek ik bij iedere bocht omhoog, zagen we al een entree, was er ergens een bord waar de onuitspreekbare naam van het arboretum stond. Helemaal aan het eind van de weg, waar een bron was, die in een uiterst dun straaltje uit een pijp kwam lopen en waar voorbijgangers en bewoners hun flessen vulden, zagen we eindelijk een poort met een uitnodigende open deur. Eindelijk.

We hoefden niet te betalen en al gauw bleek waarom niet. Dankzij de droogte was er niet veel in bloei, maar de aanleg van het park was prachtig. Er was een vijver met waterlelies achter de treurende takken van een enorme wilg. Monet had er met liefde zijn penselen voor laten wapperen. Twee bankjes aan de zijkant bleken uit te kijken op…het te hoge riet met nauwelijks een doorkijkje op de romantische vijver.

Bij het omlopen een soort vlondertje met een put. Daar kon je goed in het water kijken en al vorsend ontdekte ik een roodwangschildpad, terwijl de ene na de andere kikker vliegensvlug een duik in het water nam met een forse kikkersprong. Veel zevenblad, verdroogde hortensia’s, maar nog bloeiende oleanders. De azalea’s waren vanwege de droogte ook niet voor een tweede keer gaan bloeien. Er stond een keur aan bijzondere bomen en boompjes. Helaas, een restaurantje om te laven was er niet. Wel bleek het huis als een bisschoppelijk kasteel te boek te staan en dat was te merken aan het bisschoppelijke teken boven op het dak van de kapel. Het was een indrukwekkend geheel. Natuurlijk kon je er de berg aflopen, maar dat deden we wijselijk maar niet. Een keer op en af was voldoende. Dat bleek na de terugweg wel. Bijna zeven kilometer gelopen, waarvan de helft bergopwaarts. Weer een mijlpaal gehaald.

Overpeinzingen

Een zegening voor de smachtende natuur

De vragen van zoonlief komen achter elkaar. Vanmorgen had ik de vraag over hoe ik de toekomst zag nog maar half uitgeschreven. Zoonlief dacht dat ik al klaar was. Maar een toekomstbeeld scheppen is iets wat langer tijd vergt en soms is het iets om absoluut langer over na te denken. Hij veronderstelde dat ik misschien er niet mee geconfronteerd wilde worden of het wilde ontwijken. Bij het ouder worden denk je natuurlijk over hoe het zou moeten gaan als een van beiden ziek wordt of hulp nodig heeft.

Met de zussen heb ik allang besloten bij de dag te leven. Mijn moeder was van de ene op de andere dag er plotseling niet meer. Nu zou me dat een ideale manier lijken, maar uit ervaring weet ik dat het voor de kinderen een hard gelag is. Het kostte moeite om zo’n sudden death te aanvaarden. Er lag nog zoveel open, er waren nog zoveel vragen, die hadden we nog moeten kunnen bespreken met elkaar.

Daarom was ik zo blij met het voorstel van zoonlief. Natuurlijk wil ik het verleden best voor een deel boekstaven. Helemaal uitschrijven is schier onmogelijk. Daarvoor was het al te lang. Er verandert veel en naarmate je ouder wordt, lijkt dat ook nog eens sneller te gaan. Vroeger was er nog geen telefoon en nu loopt iedereen er mee in de hand. Dat alleen al. Al die razendsnelle ontwikkelingen, waarvoor we ons uiterste best moeten doen om ze bij te sloffen. Het zorgt ervoor dat je af en toe de tijd stil wil zetten en dat is precies wat hier, in dit paradijsje, kan. De knop gaat om. Er zijn slechts nog koppen van kranten, maar verder vogels, bomen, bloemen, insecten te kust en te keur, fladderende vlinders en absolute stilte op de weg na.

Gisteren kreeg ik een filmpje door van de demonstraties op de A12. Vriendlief zat er midden tussen. Er was sprake van grote solidariteit onder de mensen daar. Er kwam een vleugje vroeger voorbij met dat filmpje. Waar hebben we ons vaker zo druk over gemaakt, dat we allemaal vredelievend gingen protesteren. Hier is het er niet. Hier sluiten we de wereld bewust een beetje buiten, omdat het haast niet te doorgronden valt wat er gaande is aan natuurrampen en oorlogen.

Vandaag hebben we een uit-dag. Eerst hadden we het plan opgevat om weer naar Kroatië te gaan en nu naar het gebied waar de Donau en de Drava samen komen, maar dat betekende opnieuw twee uur rijden er naar toe. Een keer per week een langere reis is voldoende, bleek na de broodnodige rustdag gisteren na de overweldigende bergtocht van de dag ervoor.

Lief heeft een Arboretum ontdekt hier niet ver vandaan en we wilden al naar de vallei ten westen van het Mecsek-gebergte. Nu slaan we twee vliegen in een klap. Om tien uur is het arboretum open en het plaatsje Mánfa ligt er vlak bij. Op de foto’s ziet het er prachtig uit. We gaan het zien en beleven, misschien kunnen we er ook nog een paar herfstasters op de kop tikken. Kroatië stellen we uit tot ergens midden in de week. Aan het eind wordt er onweer voorspeld. Dat zou een zegening zijn voor de smachtende natuur.

Overpeinzingen

Op nog meer overwinningen

We gingen naar Kroatië om een waterval te kunnen zien. Ze hebben ze hier ook in het Mecsekgebergte, maar niet bereikbaar met de auto, alleen langs een voor aangedane longen lange weg te hoog, letterlijk en figuurlijk. Het was ruim twee uur rijden, maar te doen. Negen uur waren we er klaar voor. Het was zonnig, niet te warm, helder zicht. Bij Barcs gingen we de grens, lees rivier de Drava, over. Het was ondanks de vrijdag rustig onderweg. Wat opvalt in Kroatië zijn de vervallen huizen, die op het erf staan met een gloednieuw huis ernaast, asof ze het oude nog niet willen afbreken, of een gloednieuw huis in aanbous, dat al bewoond wordt en dat eruit ziet alsof het al een hele tijd in aanbouw is, getuige begroeiing tegen het huis.

‘Onwetend reizen’, daar schreef joost Conijn over en dat het werkt bleek deze reis.

We hadden een route uitgestippeld naar het Park Prirode Papuk zonder te weten hoe de weg in elkaar stak. Het had een betamelijk aantal haarspeldbochten. Op het laatst leek ik wel een echte coureur, soepeltjes door de bochten maar wel met aangepaste snelheid, want gelukkig was de weg er naar toe en de weg terug op een haar na, of een auto of drie, leeg en helemaal voor ons. Als ik het vooraf geweten had, waren we er misschien niet eens aan begonnen. Dat is precies wat onwetend reizen inhoud. Als je het niet weet, maakt het niet uit en is de verrassing er een die om directe oplossingen vraag. Voordeel? Kom maar op, Mecsek gebergte. Ik lust je rauw, want nu waren we hoger dan hoog geklommen. Even wennen, dat wel!

Vier kilometer voor het hoogste punt van Papuk ging het asfalt over in een weg met stenen en steentjes. Tamelijk ruig nog hoger. Ik zette de auto aan de kant en we liepen een stuk omhoog tot het prachtige uitzicht op de bergkammen aan de overkant, bezochten een gedenkteken voor elf mensen die allen in 1991 waren overleden. Er stond uitleg bij, maar in het Kroatisch en dat beheersten we nog niet. We besloten na een klein stuk naar beneden te hebben gereden toch de weg te nemen naar een andere geasfalteerde weg naar boven. We kwamen tot onze verrassing uit bij een slagboom en een vriendelijke dame, die uitleg gaf over wat er op het park te vinden was. In goed Engels vertelde ze over een sportveld, een speelparadijs voor de kleintjes, een waterval en een restaurant. Een waterval, we hadden het niet verkeerd verstaan. Even geïnformeerd of dat niet te veel klimwerk was. Ze wees vaag met haar duim en wijsvinger een eindje uit elkaar. Niet zo ver dus. Doen. Het kostte drie euro, die we op moesten duikelen, omdat we de hele tijd met forinten in de weer waren geweest.

Eerst het moois en dan het lekkers besloten we, en lief hoefde niet zo nodig een rondje schommels. Wel hadden we in een kleine beek een zoetwater-kreeft gespot die kal voortkroop door het heldere water.

De onwetendheid gebied te zeggen dat de logica in het begin ook afwezig bleef. Watervallen vallen neer, dus die moeten een heel eind de berg af, wij ook. En een berg af moet vervolgd worden door een stijgende lijn, zonder bankjes. Maar het zicht op de geweldige rotsen en de kracht van de natuur had ik voor geen goud willen missen. Het waren smalle maar sterke stromingen, die klaterend neerdaalden op verschillende punten en voortgleden over de gladde uitgesleten rotspartijen. Ik voelde me Alice in Wonderland. Het was voor het eerst dat ik aan de voet van die immens grote rotspartijen stond. Zo indrukwekkend had ik ze nog niet gezien. We genoten allebei met volle teugen, maar tja, de weg ging voort. Omhoog dus. Gelukkig waren er genoeg omgevallen boomstammen en rotsblokken, waar ik even op adem kon komen en we hoorden alweer stemmen dichtbij.

Het was nog nooit zo van toepassing geweest als nu. Moe maar voldaan op alle fronten. Over mijn persoonlijke zege en overwinning, over de ontmoeting met de natuur in deze oorspronkelijke staat van moeder aarde en over het ontzag die die onmetelijk grote rotsen hadden opgewekt ten opzichte van de nietigheid van de mens. Tijd om dit te vieren met een herdersstoofpot en een klassieke authentieke bonenstoofpot met natuurlijk een vaasje alcoholvrij bier. Proost en op nog meer overwinningen.

Overpeinzingen

Een dag met een gouden randje

De nieuwe vraag van zoonlief voor het verslag; ‘Mama vertelt’, zoals hij het genoemd heeft, lijkt geloof ik zo op het oog makkelijker dan het in werkelijkheid is. ‘Welke talenten bezit je? Welk talent had je nog meer willen gebruiken in je leven tot nu? En als je zou mogen kiezen, welk talent had je willen bezitten?

Ik bedenk me dat de kleuterkweek een goede basis was. Ik was een laatbloeier en vrij naïef. Maar daarna had ik misschien toch beter kunnen kiezen voor een studie Nederlands en kunstgeschiedenis, vervolgens de kunstacademie om dan als creatieve vormgever in de meest brede zin van het woord te gaan werken. Dan zou mijn talent vanzelf aan bod gekomen zijn en hebben kunnen uitgroeien. Nu blijft het rommelen in de marge. Als aanvullend talent had ik wel graag wat meer organisatievermogen op alle vlakken willen hebben en wat meer doorzettingsvermogen in het afmaken van waar ik mee bezig ben geweest. Inlijsten van schilderijen bijvoorbeeld. Een groeiproces, dat laatste maar nu veel moeizamer door het zelf uit vogelen.

Aan de andere kant denk ik ook dat het begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling vanaf vier jaar me ook past als een handschoen en dat ik gaandeweg mijn schoolloopbaan daar toch wel een hele duidelijke visie op heb ontwikkeld. In de overdracht zou ik nog wat handiger mogen zijn. Als mijn passie aan bod komt, komen mijn emoties altijd mee en dat belemmert me zeer om te vertellen wat ik beoog. Ziezo, daar zijn toch wat antwoorden komen meeliften met deze blog. Straks weet ik wat te antwoorden.

Gisteren was het een uit-dag. We wilden naar de Bron in Széchenyi Forrás in Pécs, maar misten een afslag. De weg door het Mecsek gebergte verloopt nogal grillig met veel haarspeldbochten en het is een onoverzichtelijk geheel daardoor. Vooral als de concentratie bij de loop van de weg is. Wat we wel vonden en de vorige keer gemist hadden, was de weg naar de hoogste toren van Hongarije, boven op de top van de berg, de televisietoren, de TV Torony, met een prachtig uitzicht over Pécs en het aangrenzende gebergte. Er bleek hard gewerkt te worden om de oude toren een aangename toeristische attractie te laten zijn. We konden met de lift naar boven en dat was maar goed ook, want het gevaarte was 80 meter hoog. Op de verdieping net beneden het hoogste punt was het restaurant, dat was voor later. Eerst het uitzicht bewonderen.

Het geheel deed me denken aan Panorama Mesdag, maar dan in het echt. Je kon helemaal rondom lopen en de omgeving aan alle kanten bekijken. Het was een beetje mystieke sfeer door de heiige aanblik op sommige punten. Was het beneden nog pufheet geweest, hier viel het weg door de wind die om het gebouw blies. Panorama Pécs was het bewonderen waard, de nietigheid van de mensheid kregen we er bij cadeau. Wat een mooie plek en wat fijn dat we de reis in onwetendheid na de gemiste afslag doorgezet hadden. De term Reizen in onwetendheid komt van Joost Conijn en stond in zijn boek ‘Piloot van goed en kwaad’. Het is de waarborg voor avontuur en ontdekking en absoluut een aanrader, behalve als je een hotel wilt hebben en er geen voor handen is.

Toen we tot in detail de stad en haar omgeving hadden uitgeplozen streken we beneden in het restaurant neer en bestelden een Hongaarse rundvleessoep en ik hoopte ernstig op een heerlijke heldere bouillon. Die wens ging ook nog daadwerkelijk in vervulling en we kregen een krachtig getrokken soepje voorgeschoteld. Ik proefde mijn moeders kookkunst en het feest kon niet meer stuk. Wat een heerlijke dag.

Toen de Aldi ook nog Chinese mie, sojasaus en gebakken uien in de aanbieding had, was het geluk compleet. Een dag met een gouden randje.

Overpeinzingen

Aan al wat in ons broedt en leeft

De vijg gonst van leven. Letterlijk en figuurlijk. Er komen nog wel een paar potten jam vanaf. Gisteren was het nog een rustdag omdat het 32 graden beloofde te worden. Bovendien wilde ik verder aan het doek werken. Het spiegelbeeld was moeilijk. Het ging niet zoals ik me wenste. Dan brengt een gordijn uitkomst natuurlijk. Nog niet helemaal klaar, maar toch vordert het gestaag.

Zuslief heeft op de cruise die ze aan het maken was, covid opgelopen. Een hoofd vol watten. Zwager ook, maar die was eerder begonnen en al weer bijna klaar. Zo’n schip met al die mensen op elkaar gepakt wil wel, natuurlijk. Hier horen we er niet over. Maar dat is niet zo vreemd. We lezen geen Hongaarse kranten.

Gisteren had ik mijn agent van de auto aan de lijn. Eigenlijk waarschuwde Truus dat ze een onderhoudsbeurt nodig had, maar wat zoon al vermoedde en ik nu zeker weet, is dat het in deze staat van de auto nog niets uitmaakt of dat pas over een paar duizend kilometer meer gebeurt. Op aanraden van de man heb ik wel alvast een afspraak geboekt voor november en heb ik weer een vaste garage. Altijd fijner.

Ik zit voor het eerst met een sweater aan buiten. Tot gisteren kon dat nog een korte mouw zijn, maar nu had ik er zelfs een wollen sjaal bij nodig om te genieten van de opkomende zon en het toch warm te hebben. Nu tegen achten breekt ze goed door en kan er weer wat uit. Herfst in aantocht, dan wordt het hier op de tuin met al haar bomen extra mooi.

In een van mijn oude Groene Amsterdammers haalt de Opheffer de zolderkamergesprekken uit de jaren zeventig aan met de vraag: ‘Wat is nou literatuur. Als Nabokov literatuur is kan Annie M.G. Schmidt het dan ook zijn. Waarom wel en waarom niet? Staat Nabokov hoger dan Schmidt? Of is dat onzin?’

Jaren later interviewde hij Annie, die als antwoord het volgende zei: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik een dienstmeisje ben met zo’n schort voor en dat ik even binnen mag komen en dat de hoge heren aan tafel zeggen: Goed gedaan, Annie. En dat ik dan een knicksje maak en dien te vertrekken’.

Hoe herkenbaar wat Annie daar omschrijft. Zo werd er neergekeken op kinderboeken en werden boeken, door vrouwen geschreven, al snel veroordeeld tot de ‘damesromannetjes’, het badinerende verkleinwoord incluis. Waanzin ten top naar mijn bescheiden mening en achteraf gezien volkomen achterhaald. We mogen ons gelukkig prijzen dat jeugdliteratuur steeds vaker de plek krijgt dat het verdient, dat auteurs genoemd worden en dat sekse er steeds minder toedoet bij het predikaat goed boek. Het criterium zou moeten zijn: Word ik geraakt door het boek, het verhaal, de taal, de poetische omschrijvingen? Dan mag je het verheffen tot literatuur, al was het alleen al om wat het voor jou betekend heeft. En juist jeugdliteratuur is zo belangrijk omdat het als eerste vormend is voor de modus waardoor je blijft lezen.

De verkorte versie van de vraag van zoonlief vandaag is: ‘Waarin lijken we op jou en waarin op papa?.

Die is een stuk makkelijker te beantwoorden dan de vraag van gisteren. Die heb ik in de middag in de Datsja voor het open raam, in de vredige rust van de tuin, uitgebreid uitgeschreven en hier en daar een traan weggepinkt. Het diende zich trouwens vanzelf aan. Het lijkt bij de vragen van zoonlief wel alsof mijn vingers op het toetsenbord van de ipad een volstrekt eigen leven leiden. De stroom aan woorden is niet te stoppen. Het moet eruit. Zoals vroeger. ‘Tot de pen was leeggeschreven.’ Met dank aan Annie, die haar woordenschat heeft gedeeld met ons en waardoor we zo in staat zijn om handen en voeten te geven aan al wat in ons broedt en leeft.

Overpeinzingen

Omdat in zwart water niet te zwemmen valt

Een wolk heggemusjes stijgt op en daalt neer, tak op, tak af. Voortdurend zijn de struiken aan de zijkant in beweging. Het worden er steeds meer. Lief maait het gras voor met de kleine damesmaaier, hij houdt haar iets hoger, dan blijft er nog gras staan. Haha. Anders maait deze tante de grassen eruit met wortel en al. Ze kan maar op een stand. De tuin zelf is gisteren gemaaid met de grote maaier.

Het probleem van de onzichtbare specht en de nog meer onhoorbare wielewaal is opgelost. Het blijkt dat het vrouwtje Wielewaal, die ik vanmorgen vroeg de vijgenboom in zag vliegen en die zich overduidelijk tegoed deed aan een sappige zoete vijg ook een gaaiachtig gekrijs en een spechtachtig geroep kan laten horen. Goed om te weten, dan hoeven we niet langer te zoeken. Een foto zat er niet in, want zodra ik bewoog was ze weer weg.

Aan mij de eer vandaag om zoon de mooiste herinneringen aan mijn vader en moeder te vertellen en de andere opa en oma te omschrijven. Dat kost me niet zo veel moeite, want ook al was mijn vader thuis echt streng, de keren dat hij ontspannen was staan ook nog in mijn geheugen gegrift. Met mijn moeder was de band veel inniger. Dat kwam ook doordat ze op een gegeven moment moest mantelzorgen voor mijn vader en ze de problemen die daarbij opdoken graag wilde delen. Op zondag nam ik haar mee voor een wandelingetje. Even weg uit de sfeer. Dan hadden we gesprekken over onze opvoeding vroeger, hoe ze in godsnaam elf kinderen kon opvoeden naast dat enorme huishouden. Waardevolle en verrijkende gesprekken. Maar wat had ik graag dezelfde vragen willen stellen als zoonlief nu aan mij doet. Er waren erbij, maar lang niet zo diepgaand als nu.

Ik krijg net de volgende vraag(nummertje 8) opgestuurd. ‘Wat was de moeilijkste tijd van je leven’. Oef, die is wel heel ruim. Normaliter maken we allemaal geregeld ups en downs mee. Er zijn er nogal wat geweest. Zoals altijd werd het daarna toch weer lichter. Vergeten gaat niet, maar het tij zo keren opdat er mee te leven valt, is altijd mogelijk gebleken. Een mensenleven als dat van mij bestrijkt niet voor niets 71 jaren. Misschien moet ik het uitsmeren in gradaties van de verschillende emoties, de verdrietige, de pijnlijke, de eenzame, de onhandige, de onrechtvaardige. Maar het zou een zwaar verhaal worden en dat moet toch altijd tegen de lichte kanten gewogen worden anders krijg je een verkeerd beeld. Naast elk dal was er ook een berg of vice versa. Na elke wolk steeds weer de zon. Of vice versa. Al heeft het vaak tijd nodig. Soms was die me niet gegund en dan ga je door tot het niet meer gaat. Vroeger zeiden ze ‘Na regen komt zonneschijn’. Uit ervaring kan ik zeggen dat het klopt, ook al lijkt die dikke regenwolk soms oneindig te duren.

Tegen de kinderen op school zei ik altijd bij een naderende regenbui tijdens een dag Kamp, ‘Blazen schatjes, zo hard je kunt. Dan verdwijnt ie vast en zeker’. Dat deden ze dan braaf en vaak hielp het echt. Maar ja, ik kon ook de zon bellen om mooi weer te bestellen. Hoe was het ook al weer: Als je er zelf maar in gelooft. Zoals er een Antonius mijn beste vrind bestaat om kwijtgeraakte dingetjes te zoeken, zo vallen of staan we bij geloof in het leven en dat alles weer ten goede keert. Het kan kort of lang duren, het kan al die emoties oproepen die ik hiervoor beschreven heb, het kan ongelooflijk veel kosten en soms is er een hele lange adem voor nodig, maar toch blijf ik geloven in ‘veerkracht’ en het ‘in oplossingen denken’. Eenvoudigweg omdat in zwart water niet te zwemmen valt.