We waren gisteren op verkenning in Szomogy, de streek achter de Baranya van ons uit gezien. We hadden daar een intrigerend weggetje gezien op de route naar Kaposvar, voorbij de Bőszénfa Szarvasfarm en tot nu toe genegeerd, maar dit keer waren we vastbesloten om daar linksaf te slaan. Soms zijn plotselinge invallen de beste, begrepen we aan het eind van de middag. De weg voerde ons regelrecht het Zselici Csillagpark in, een natuurgebied met een planetarium. Het Zselicpark bevindt zich in de asteroidengordel tussen de banen van mars en jupiter. In de eerste week van juni zijn er nachtelijke rondleidingen in het park. Jammer dat we geen voorkennis hadden met de zonsverduistering. Officieel was het het eerste sterrenkijkpark in Europa in 2009.

Er is een hotel middenin en het lijkt ons gaaf om daar eens een paar nachtjes te vertoeven. Niet alleen ‘s nachts, maar ook overdag is het er prachtig met woudreuzen waarbij een mens verbleekt tot een speldenknopje. De informatie stond in het Hongaars op een groot informatiebord, wat ik er net nog even op nageslagen heb, om het met de app te vertalen. We reden door en kwamen uit bij Szenna, een dorpje dat we al eens eerder bezocht hadden en waar het openlucht museum is. In het bos erachter zagen we op een wandeling voor de eerste keer de Hop, met haar prachtige en bijzondere geluid. Zoiets vergeet je nooit meer.
In een dorp verderop dat Bárdudvarnok heette, stuitten we op een groot meer, dat achteraf een waterzuivering bleek te zijn, maar waar een deel was afgezet en gezwommen kon worden. Het is bijzonder omdat er wel heel veel vismeren zijn in dit droge land, maar weinig gebruikt mag worden als zwemwater. We prentten de route in ons hoofd door de naam van het dat dorp een aantal keren te herhalen. Altijd handig als er bezoek langs komt, zo’n natuurzwembad. In de buurt zou ook een Hobbithuis zijn, dat je kan huren. Als er één fan is van de boeken van Tolkien(niet van de film) ben ik dat wel. Wat zou ik daar graag willen toeven.
We wilden onderweg een restaurantje bezoeken, maar konden het, een twee drie, niet vinden en reden toen maar via Szigetvar naar huis. Het werd dus het prakje van gister. Nasi op eigen wijze. De bramensiroop smaakte me daarna wonderwel. Minder zoet dan de Seringensiroop en de vlierbloesemsiroop. Wel weer had ik er bevroren vruchtjes in gedaan.
Vandaag loopt de thermometer weer op en houden we ons koest. Het boek mag uit en buiten lezen gaat niet lukken. De longen trekken het minder goed. Gisteren kwam er in een bijhuis bij het hotel waar we even uitstapten om een korte wandeling te maken, zulke smerige rook uit de schoorsteen, dat we gauw verder reden. Ik geloof, van al zijn leven, dat ik daar wat irritatie heb opgelopen.
Morgen gaan de zussen en broer de bloeiende hei op. Momenten die ik mis, maar waarvan ik denk dat ik ze nog wel eens dunnetjes over kan doen. Volgend jaar hoop ik rond eind augustus met mijn verjaardag thuis te zijn zodat ik dan als een cadeautje aan mezelf misschien wel een bloeiende hei te zien krijg. Wie zal het zeggen.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.