Overpeinzingen

Tijd vliegt met puur vermaak

Vorige week hadden dochterlief en schone zoon al gevraagd of ik op maandagmiddag de kinderen wilde ophalen en ze een middagje wilde vermaken. Nou zijn tante Pollewop en de filosoof kinderen die je eigenlijk nooit hoeft te vermaken. Eerst een poosje op de tablets en ik aan mijn Hongaars, want ik was mijn leesboek vergeten en daarna aan de knutsel.

Bij school staan brengt altijd gevoelens mee van nostalgie, een glimp vroeger achter de ramen. Een van de juffen zat buiten met een paar kinderen. Ze had eenzelfde sjaal losjes omgeslagen als ik had. Dat schiep sowieso een band. Het plein stroomde vol met mensen. Uitgelaten, wat excentrieke oma’s, vaders met kleine kinderen in het kielzog of voor hen uit, gehaaste moeders, mensen van een oppascentrale of BSO, opa’s die zich al snel terugtrokken uit de drukte. Een mierenhoop buiten op het schoolplein.

Ik vond het altijd zo fijn dat bij ons iedereen binnen mocht wachten. Onze groepen hadden deuren die je open kon schuiven en die van mij ging ook daadwerkelijk helemaal open, zodat ouders konden meegenieten van de laatste kring. Een liedje of een verhaal, een stukje reflectie op het werk. Kinderen die glommen van trots met publiek erbij en hun ouders evenzo trots op die knappe kinderen. Altijd een win-win situatie, maar ook een druk verkeer in de gangen. Toch was het fijn en zijn er warme herinneringen overgebleven.

Hier stonden we buiten in de kou en ik moest vijf minuten wachten voordat tante Pollewop met een blij gezicht op me kwam toe gehuppeld. ‘Oma!’ Ze ging haar stepje ophalen en daar was de filosoof ook. Warme knuffels en nog een tweede step erbij die samen met gemak in de achterbak van Agaath pasten. Het was niet al te ver naar huis, maar het was lekker warm in de auto en ik kon even bijkomen. Toen we er waren, ging de filosoof nog even wat lekkers bij het tankstation halen met zijn step, pinpas mee met goedkeuring van paps. Zo gaat dat tegenwoordig. Hij kwam terug met een zakje m&m’s en natuurlijk was het boffen dat ik niet echt dol was op chocola nu ik alleen het zoete of het bittere proef. Met de precisie van een chirurg verdeelde hij aandachtig de inhoud van het zakje in evenveel en dezelfde kleuren in twee kleine bakjes. Smullen maar onder het gamen. Dubbel lekker en dubbel leuk.

Daarna kwamen de tekenblaadjes en twee etuis vol met stiften en potloden op tafel, schaar erbij en een spannend verhaal van Juf Braaksel op de telefoon. Onze middag kon niet meer stuk. Het knipte, plakte, vouwde, tekende, kleurde er lustig op los aan alle drie de kanten van de tafel en de filosoof kreeg het patent op het kleinst gevouwen papieren vliegtuigje. Helaas was de foto onduidelijk, anders had ie erbij gezeten, en hij maakte een figuurtje dat kon groeien, die door tante Pollewop in een oogwenk werd nagetekend. Ze maakte ook nog een geheim zakje met wel zes geheimpjes erin, die natuurlijk niemand mocht weten, anders was het geen geheimpje meer. Ik tekende een luiaard op een tak na van een ansichtkaart.

Tante Pollewop had nog honger en ik beloofde een boterham met de gekozen appelstroop te maken maar er was nog maar één sneetje en nog wel vier rijstewafels. Van de nood een deugd maken leerden we vroeger, dus een dubbele rijstewafel met appelstroop was ook goed. Met een siroopje erbij was de zoete honger weer gestild. Voor we het wisten kwam paps achterom en zette zijn fiets in de schuur, terwijl dochterlief bijna op hetzelfde moment vóór de fiets neerzette. Paps ging koken en dochterlief en ik konden even babbelen.

Tijd vliegt met puur vermaak.

Overpeinzingen

Deze bijzondere dag

‘Schrijf over een aantal van je favoriete familietradities’ vraagt WordPress aan mij. Alsof het zo moet zijn. Want gisteren hadden we een van de belangrijkste familietradities van ons gezin. Het herdenken van het moment dat de kinderen zonder hun vader verder moesten in het leven. Ze waren nog relatief jong. De tweeling was 16 en de meisjes waren respectievelijk 18 en 20. Het was een druk bezochte droevige bijeenkomst met alle dubbele gevoelens vandien.

De kinderen gingen regelmatig met hem naar het strand van Egmond en daar heeft hij vanuit zijn urn ook de vrijheid in zee gekregen. Hij was gek op de adelaar, toonbeeld van kracht, vrijheid en visie en dat werd ook zijn personificatie voor ons in brede zin. Iedere grote roofvogel is een teken. Onderweg zagen de passagiers wel een grote. Zo werkt dat. Roofvogels waren er gisteren niet op het strand. Maar we namen alvast een voorproefje op vandaag, de werkelijke datum van overlijden, en waren met het hele stel naar Vrijstaat Nederzandt getogen tussen Noordwijk en Zandvoort in. Een toepasselijke plek voor onze vrijbuiter.

Het strand is er breed en er wordt druk gewerkt, wat af te lezen is aan de hekken, het opgehoopte zand en de linten her en der, maar het strand en de weg er naar toe zijn ongemoeid gelaten. Een heerlijk breed strand met prachtig zicht op horizon en zee en alleen maar zee. Geen windmolen te bekennen gelukkig. Mooi en ongerept lag het daar met een late zon als bonus en heel veel scheermesjes om de boodschappen in het zand te kunnen schrijven. Een behapbaar windje en de koude horen er een beetje bij op deze dag. Die zon was al een bof. Normaliter stormt en regent het en is het nog veel kouder.

Iedereen was dicht ingepakt. Onze jongste telg, de kleine kwikzilver, liep met een buitenmaats stuk hout te sjouwen, formaat surfplankje, en liet het niet meer los, de jongens dolden wat heen en weer en de rakkertjes zochten krabjes en andere presentjes van de zilte zee voor bij hun verzameling. De filosoof had zijn korte (kika)broek aan en nauwelijks rode knieën, bewonderenswaardig. Tante Pollewop hinkstapte tussen alles door. Wij dronken het prachtige licht en het glinsterende water als een verrassing dat ons in de schoot geworpen was.

Toen we allemaal compleet waren, op een kleindochter na, konden we onze boodschappen aan de zee meegeven. Aandoenlijk was Dribbel, die in kriewelhandschrift zijn boodschap voor opa in het zand schreef en daarbij zo hard drukte dat steeds het scheermesje brak. Maar hij zette door. Njong had alleen maar een schepje nodig om zich oeverloos lang te vermaken met zand en water en totaal geen last te hebben van de kou. Dat gold niet voor ons. Op een gegeven moment waren we toe aan de warmte van de Vrijstaat zelf waar een lange tafel was gereserveerd en waar er uitgebreid gegeten kon worden.

De hoogte was een berg voor mijn gevoel, maar de longen zijn de trappen hier gewend naar de maisonnette toe en training zorgt voor baat hebben bij andere obstakels. Buiten belemmerden vooral de gezellige houtvuren, maar binnen was er geen, gelukkig.

We zaten bijna helemaal alleen aan de lange tafel en dat was goed. Negen kleinkinderen van 2 tot 16 zorgen voor aardig wat gekrakeel. Maar de sfeer was gemoedelijk en gezellig. Schoondochter reed ons weer naar huis, waar de indrukwekkende Auschwitzherdenking qua ingetogen sfeer en de woorden, het gedicht en de zang de juiste afsluiting waren voor deze bijzondere dag.

Overpeinzingen

Alleen dat idee al zal troostend zijn

Een drukte van jewelste in het stadscentrum, maar ik wilde schilderdoeken kopen en daarvoor moest ik er dus wel zijn. Het was extra druk omdat in het midden teruggebrachte ingepakte pakketjes aangeboden werden tegen kennelijk verleidelijke prijsjes. Er stonden lange rijen. Kopen om de heb? Je weet niet wat je in handen krijgt. ‘Het is een spel’, vond lief. ‘Je kan altijd een gokje wagen’. Maar wij lieten het vooral letterlijk links liggen.

Op het nieuws was een droevig bericht over de doodgereden kraanvogel en de partner, die er bij bleef. Deerniswekkend hoe ze er naast stond en naar het arme dier keek. Ze blijven het hele leven bij elkaar. Normaal worden ze gemiddeld 17 jaar oud maar onder gunstige omstandigheden kunnen ze veel ouder worden, in het wild gemiddeld 40 jaar. Ik had met het paar te doen. Zulke prachtige creaties van moeder natuur.

Gisterenavond bekeken we de tip van vriendinlief op Netflix. The Octopus, my teacher. Een docufilm van Pippa Ehrlich en James Reed over een filmmaker die de roerige wereld ontvlucht en gaat duiken in het kelpwoud voor de kust van Zuid Afrika. Hij sluit ‘vriendschap’ met een prachtige grote octopus, die hem steeds meer van haar wondere wereld laat zien. Ongelooflijk boeiend vonden we het alle twee. Alleen al dat ‘Kelpwoud’ is een bijzondere wereld op zich. Zonder duikerspak en zuurstof en slechts uitgerust met snorkel en zwemvliezen beleeft hij zijn avontuur.

Een ansichtkaart in de bus en de Nieuwe Groene van deze week. De ansicht kwam van twee vriendinnen die het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker hadden bezocht. De ansichtkaart is dan ook van dat mooie fenomeen. Het staat al een tijdje op ons lijstje, dat met de weken langer en langer wordt.

Bij het water geven van de planten ontdekte ik rouwvliegjes rond de orchidee. Help. Maar gelukkig bracht een snel onderzoek op internet een mooie biologische oplossing: Aaltjes. Vermoedelijk zijn ze bij een tuincentrum te krijgen. Morgen maar eens op pad.

In de nieuwe Groene is het ‘probleem’ van deze week iemand die zich niet een kind van deze tijd voelt. Traag en de stilte verkiezen boven lawaai en luieren, middagdutjes, zijn de dingen die als prettig worden ervaren en de analyticus vraagt zich terecht af wat eigenlijk het probleem is. Langzaam leven in een tijd van hectiek is in mijn optiek alleen maar een voordeel als je dat kan, maar misschien geldt dat nu voor mij, omdat we ouder zijn. Deze persoon is pas dertig. Toen ik dertig was stond ik inderdaad midden in dat bruisende leven, pas later zie je wat je gemist hebt door er aandachtig naar te kunnen kijken. Eigenlijk is langzaam leven een groot geluk, al is de vragensteller bang dat het trage onzichtbare leven zal leiden tot een ongemerkt voorbijgaan. Maar de Analyticus adviseert om een partner erbij te zoeken die in dezelfde stilte en rust leeft, om samen een middagdutje te doen of door de tuin te banjeren en vertelt ook dat uiteindelijk, aan het eind van alle dingen, de hardlopers net zo goed opgeslokt worden door de stilte van de tijd. Alleen dat idee al zal troostend zijn.

Overpeinzingen

Zo voelt het dan

De zon is er weer. Wat een bof. Mooi winters helder weer en hier is het niet te koud. Gisteren kregen we een belletje van schoondochterlief. Ze dachten het niet te redden om het huis van Zoonlief zijn vader leeg te halen. Ze zijn al drie weken bezig en het is veel. Dat kan niet anders, want het is heel het leven in een flatje gepropt. 72 jaren heden en verleden.

Lief aarzelt geen ogenblik en gaat zich klaar maken om de handen uit de mouwen te steken. Het wordt mij afgeraden mee te gaan. Veel te veel stof, niet goed voor de aangedane longen. Dochter komt ook en later schone zoon. Vele handen maken licht werk, nou ja, ze zijn er tot ruim in de avond mee bezig.

Ik lees, val bijna in slaap, lees verder en weer vallen de ogen bijna dicht, loop rondjes en lees door. Hoera. Het einde gehaald. Clara Schuman en het wonderlijke leven beschreven. Een recensie in de Trouw over het boek, trekt een aantal van de vermoedens en beweringen die daarin gedaan worden door de schrijfster in twijfel. Sommige feiten klinken ook wel heel tegenstrijdig. We gaan er woensdag over praten en dit keer ben ik er zo mogelijk nog meer nieuwsgierig naar. Nu is er ruimte voor Waak over Haar. Twee boeken door elkaar lezen vind ik nog altijd niet fijn.

Vandaag maar eens even flink in beweging. Eerst een paar extra broeken en dunne truien voor Lief kopen, want hier hangen alleen de kwetsbaar lichte exemplaren. Dat is het nadeel van twee kasten, een in Verweggistan en een hier. Dan grijp je nog wel eens mis.

Eergisteren zagen we de film The North van Bart Schrijver over twee vrienden die samen een lange tocht maken door de Schotse Hooglanden. We hoopten op zoiets als het Zoutpad, maar het bleek een wonderlijke combinatie van eindeloze wandeltochten, niet alleen mét, maar ook zonder elkaar. Dat zegt genoeg over hoe de vermeende vriendschap verliep. Ze komt niet op gang, maar om dat te ontdekken moet je zelf aan het werk. Je moet de moeizame tocht naar het hart van lichaamstaal in oogopslagen en kleine handgebaren hebben en ze komt dan ook de hele weg niet van de grond. De beelden zijn prachtig, de tocht is net zo moeizaam als de vriendschap stroef blijft. Voor liefhebbers van de Schotse Hooglanden een aanrader.

Morgen gaan we naar het strand. Het is bijna de sterfdag van de vader van de oudste vier kinderen en dan trekken we altijd naar zee om daar boodschappen in het zand te schrijven, die de golven dan weer overspoelen en meenemen naar de einder. Het werkt altijd. Het is helend en troostend. Daarna gaan we met elkaar een hapje eten. Normaal is dat een lunch, maar de filosoof had een open dag, dus is alles verplaatst naar een uur of drie. Voor niemand een probleem, dus morgen zijn we compleet. Altijd weer goed voor 22 man/vrouw. Dat betekent reserveren, want zo’n tafel is er niet zomaar. Het is alweer 25 jaar geleden. Tijd beidt, maar gemis wordt er niet minder om, wel zachter, om soms weer op te laaien. De weersvoorspellingen zijn goed. Dat is heel fijn, want we hebben al vaker hele gure dagen meegemaakt. Alsof de natuur meehuilt, zo voelt het dan.

Overpeinzingen

Om de dag te bepeinzen

Het was me het dagje wel gisteren. Vrij laat voor mijn doen wakker, rond zeven uur, en derhalve besloten om het schrijven op te schuiven. Dat voelt altijd een beetje vreemd. Alsof ik verkeerd begonnen ben. Het is zo fijn om eerst de dag ervoor ‘uit je hoofd’ te schrijven en het gevoel te hebben blanco aan een nieuwe dag te kunnen beginnen.

Er was weliswaar weinig spectaculairs gebeurd, twee dagen geleden, omdat ik nog steeds leesdagen maak en weer volop geniet van het in een andere wereld duiken. Maar gisteren stond er een afspraak met de KLOS op het program, de kleuterkweekmeiden. Ooit zaten we als bakvissen in de trein naar Amersfoort om de overige reizigers te vergassen op een driestemmig ‘Piu Non Si Trovano’, zenuwachtig al kwebbelend pedagogiek van het jonge kind te bestuderen, of te giebelen en geiten, zoals het in die dagen heette. Jawel, bakvissen van het zuiverste water, dus.

Nu reed ik in de deftige Agaath naar het station van Amersfoort dat het gemoedelijke elan volledig achter zich had gelaten en er strak, maar opnieuw in de steigers, uitzag. Vriendinlief kwam tien minuutjes later aangelopen. Ze was, in gedachten verzonken, de andere kant op gegaan. Verse nootjes voor het rijden kreeg ik en ik stelde de route in op Soesterberg.

Er volgde bij het huis van onze gastvrouw een hartelijke welkom en de vierde van ons clubje had zich daar al eerder af laten zetten. We hadden ruimschoots de tijd om onder het genot van een gebakje het jaar uit te wisselen. Bezigheden, perikelen rond de gezondheid, families, hobby’s, poezen en huiselijke omstandigheden vonden hun weg. Er was ook nog een voorval dat ons met de neus op de sterfelijkheid drukte, waarbij we ons alle vier toch wat machteloos voelden. Wegnemen kon niet, het was gebeurd, en gebeurde zaken nemen geen keer, sterker nog, onderstrepen alleen maar onze kwetsbaarheid.

Op onze leeftijd bespreek je ook wat er met je bezit moet gebeuren. Een van ons had bij het Rode Kruis een handig boekwerk op de kop getikt van te regelen zaken. Ze heeft kind noch kraai en wil het graag allemaal geregeld hebben. We hebben met het overlijden van de broer van Lief pas nog meegemaakt hoe moeilijk het voor nabestaanden is om door jouw verleden heen te reizen

Toevallig was Lief vandaag afgereisd naar De Hoek om zijn opgeslagen archief bij nichtlief drastisch uit te dunnen. Een tocht door het verleden met de weemoed erachter natuurlijk. Getuigenissen van schoolzaken, ooit verhuurde zomerhuisjes, overleden honden, foto’s noem het maar. Iets wat voor anderen geen zeggenschap of betekenis meer heeft en waar vermoedelijk niemand ooit meer iets mee zal doen. Ik ken het, want een jaar of twee geleden heb ik hetzelfde gedaan, ook met een lach en een traan, dat is er een vast onderdeel van. En foto’s maken van iets wat je je wil blijven herinneren. Ja ja.

Na de lunch volgde nog een kopje thee en was het gelukkig al warmer geworden. In de ochtend bleek de ketel het niet te doen en moest de monteur gebeld worden, die zich nog in geen velden of wegen liet zien. Gelukkig had ze een verwarmingsplaat boven staan en haalde die naar beneden, die zorgde al gauw voor een meer acceptabele temperatuur. Het lokte Annie M.G. Schmidt uit haar doosje met ‘Kouwelijke oom, kouwelijke tante zitten op de canapé met dikke wollen wanten’. Om tien over half vier al belde de taxi aan. Als we niet met z’n vieren zijn, voelt het niet compleet. We doen dit al zo lang. Knuffies en hopelijk tot juli, als er een grotere reünie van onze hele groep zal zijn.

Wij namen wat later afscheid. Naar Amersfoort is hemelsbreed maar 11 minuten rijden. Terug naar huis had ik een hoofd vol associaties en gedachten, en alleen thuis, ook nog even om de dag te bepeinzen.

Overpeinzingen

Ontroerend tot in het diepst van je hart

Gisteren was het leesdag. Lief was voor zijn gebruikelijke dagelijkse wandeltocht richting Utrecht gegaan om de ravage in de binnenstad te gaan aanschouwen. Het was in de Visschersteeg, in het oude centrum, dat deel waar onze voetstappen uit het verleden veelvuldig lagen rond het vaak bezochte Springhavertheater. Ik had me voorgenomen een flinke slag te maken in dat wonderlijke leven van het echtpaar Schuman. Je moet wel op je qui-vive blijven, want de tijden loopt behoorlijk door elkaar heen. De schrijfster Christine Eichel houdt ervan te herhalen en terug te blikken. Als de jonge Brahms in hun leven komt veert het wat uitgebluste echtpaar weer op.

Daarnaast heb ik ook een flink aantal bladzijden van ‘Waak over Haar’ van Jean-Baptiste Andrea gelezen en daar zit ik nu tot over mijn oren in, want het is uitermate spannend en mooi geschreven. Een goed verhaal, een mooie wending tot nu toe. Het duurt even voor je mee kan reizen met de hoofdpersoon, maar als je daar eenmaal bent, laat het verhaal je niet meer los. Een dikke aanrader dus.

We aten bonenschotel. Tussen de bedrijven door en voor de nodige beweging naast het lezen klaargemaakt. Eenvoudige maar heerlijke kost van een mix van uien, knoflook, champignons, aardappelen, paprika en bonen in een mooie Frito met Italiaanse kruiden. Om je vingers bij op te eten.

Jamai had een programma over een koor bestaande uit mensen met dementie. Sommige waren nog veel te jong, 52 of 56 zijn geen leeftijden om van je geheugen af te raken. Het is mooi om te zien hoe Jamai erin gelooft dat muziek de mensen verbindt, maar dat niet alleen, dat mensen met dementie er ook door op kunnen veren. Er was een man die in plaats van te praten, sinds hij niet meer uit zijn woorden kon komen, daarvoor in de plaats een mondharmonica bij zich had, die hij als communicatiemiddel gebruikte. Een vrouw uit Suriname zong bij elk lied de sterren van de hemel, er was er een die dat heel verlegen heel fantastisch deed. Eerst met een dunne stem, die naarmate de vreugde de overhand kreeg, steeds krachtiger uitpakte. Een vrouw, die altijd pianoles had gegeven, zat even achter de piano en viel onmiddellijk terug in haar oude rol van lerares en gaf de pianist aanwijzingen hoe hij het een en ander kon oppakken.

De beschrijving van het leven met iemand met dementie werd aandoenlijk weergegeven door familie van de partners en/of kinderen. Om hun dierbaren weer vrolijk te zien en te zien genieten van het zingen werd ervaren als een geschenk. Ze zagen weer een glimp van hun lieverds, zoals ze voor de aandoening waren. Het optreden met dit koor op een echt podium met publiek erbij, was voor sommigen, die voor de solo’s waren uitgekozen, toch te beangstigend. Dat straalden ze aan alle kanten uit. De vrouw die de hele tijd frank en vrij naadloos goed had gezongen, vergat de woorden of de volgorde en de andere vrouw kwam haperend op gang, maar ging toen los. Een brug te ver misschien.

De strekking van de onderneming was duidelijk. Muziek verbindt en maakt deuren open die langzaam en roestend waren dichtgegaan. Ontroerend tot in het diepst van je hart.

Overpeinzingen

Heerlijke vrijheid, daar houden we van

Deze week staat in het teken van lezen. De biografie van Clara door Christine Eichel moet binnen een week uit en het boek ‘Waak over haar’ van Jean-Baptiste Andrea over twee weken. Een goede stok achter de deur dus. De eerste is doorwerken en de tweede begint nu erg intrigerend te worden. Maar we houden stug vol.

Van de schrijfcoach moest ik mijn haarwortels aan het woord laten. Door de loop van de maanden heen vind ik de stukjes, waarbij het eigen lijf aan het woord is, erg vermakelijk. Alsof je van binnenuit aan het kijken bent. Tegelijkertijd wordt het ook een bewustwordingsproces. Hoe gaan we met onszelf om. Als je het een stem geeft, krijgt het ook betekenis. Van jezelf houden is de onderliggende winst.

Ha vriendin,

Hier zijn je haarwortels. We houden ons met regelmaat koest, met hier en daar een zwak protest door te klitten bij elkaar. Logisch met wat jij allemaal met ons uitgespookt heb. Ten eerste heb je ons jaren achter elkaar met een koud smurrie-papje bestookt. Dat was nog niet eens het ergste, maar door die aanpak bloosden we diep tot voorbij onszelf. Herfstrood zouden we willen beweren of zoals op het hennapakje stond ‘Auburn’. Ooit was het vuurrood met henna naturel, maar zodra dat oranje opbleekte, ging je over op de auburn en omarmde je de herfst. Het was ook in de herfst van je leven, om een psychologische zet te maken, dus het klopte wel. We vonden het maar niks, want niet alleen was het modderig en koud, het moest ook nog eens twee uur intrekken met een plastic zak erover en een handdoek als tulband daar weer overheen.Geen gezicht. Dat begreep jij maar al te goed want niet voor niets hield je ons ver van de buitenwereld in die omstandigheden. Gelukkig heb je nu verkozen om het anders op te pakken. Nog steeds wil je onze natuurlijke habitat niet en verkies je kleurtjes, maar je hebt er god-zij-geloofd-en-geprezen, een natuurkapper bij bedacht. Zo kan het gebeuren dat we eens in de twee maanden worden vertroeteld. Jij op je massagestoel en wij met een hoofdmassage door de lenige handen van de Japanse stagiair. Haar nationaliteit geeft de gevoeligheid van de handen weer. Heerlijk. Wij genieten en hebben daarna wel weer het hoofddeksel met kastanje en andere zachte natuurlijke kleurende elementen eronder en de warme lamp er voor over. Kijk, die warme lamp is al een hele verbetering. Daarna worden we zachtjes met warm water uitgespoeld en volgt nog een minieme massage om ons daarna in een warme handdoek te wikkelen en vervolgens iet of wat aan te lange manen weg te knippen. Daarna gaan ze met zo’n heerlijke föhn op afstand langs ons, langs de hoofdhuid, langs de haren en brengen er wat crème in aan. Floeps, daar verschijnen onze krullen, die er nu eens niet stevig uitgeborsteld zijn, zoals jij zeventig jaar lang gedaan hebt. Het is bijna niet te geloven. We mogen opveren en van plezier krullen we extra uitbundig. Heerlijke vrijheid, daar houden we van. 

_____________________

Overpeinzingen

Zo kan deze geslaagde dag niet meer stuk

Die lieve afwachtende volkstuin van ons, daar op de grens van polderlandschap en de stad wacht trouw, tot we tussen alle drukte door en meer nog afhankelijk van het weer iets aan achterstallig onderhoud kunnen oppakken.

Mijn vergeten snoeischaar hing al twee maanden aan mijn wiedkrukje te wachten en de in de haast achtergelaten vuilniszak aan de achterkant van het atelier stond er nog net zo, maar was wel omgevallen. Het veen om alles heen sopte en slurpte onze schoenen gretig op. Het was een drijfnatte bedoening. Van de week gaat het vriezen en dan wordt het vast beter begaanbaar. De zagen lagen niet in het schuurtje, maar in het huisje van dochterlief. Het scherpe kleintje en de handige Japanse zaag met steel voor het wat hogere werk. De zon had er ook vandaag zin in, dus was het uitstekend weer om aan het werk te gaan. Ik begon met het afgrazen van de oude takkenril. Dat kon niet snel, want er mochten geen vuurtjes meer gemaakt worden en alles moest worden afgevoerd in plastic zakken. Daarvoor moest ik de takken in kleinere stukken breken. Het hout was al vermolmd, dus dat was geen probleem op enkele knoesten na. De takken die van afgelopen jaar waren konden op de takkenril die grensde aan onze tuin en die van de achterbuuf.

Lief was begonnen aan het knotten van de drie wilgen aan de rechter zijkant van het atelier en werd wat gehinderd door de middagzon die er tussendoor scheen, maar ging dapper door. Op een gegeven moment pakte hij zelfs het laddertje erbij. Momenten om je hart vast te houden. Maar met zijn kalme aanpak wist ik toch dat het goed zou komen.

De nieuwe achterbuurtjes kwamen een kijkje nemen en de spullen van hun oude tuin overhuizen naar dit nieuwe onderkomen. Ze zaten eerst op de oude tuin van dochterlief en waren dolblij met dit buitenkansje. Deze tuin was een van de mooiste op het hele complex. Hij is bioloog. Dus dat zat wel snor. Tussen ons in had hij een heg bedacht voor het kleine grut aan diertjes op de tuin en vroeg zich af of ik dat zag zitten. Fijn, hartstikke leuk als er nieuw elan komt. Dat brengt inspiratie met zich mee.

Vooraf waren we bij dochterlief langs geweest om het vest te brengen en even een kopje thee te drinken. Tante Pollewop had in de vroege ochtend van tien tot een een feestje gehad van haar beste vriendinnetje en zat vol aandacht kalm mandala’s in te kleuren. Ik dacht dat de zagen nog bij hen waren, want hun stadstuin had een prachtige metamorfose ondergaan, waarbij ze zelf het voorwerk in de hand hadden genomen en derhalve de zagen nodig hadden gehad. Dat bleek dus toch niet zo te zijn.

Zoonlief had in de ochtend al gebeld om te melden dat hij in de avond de auto op kwam halen en belde nog een keer of er misschien een avondmaal bij in zat voor hem en de kleine Njong. Natuurlijk. Hoe meer zielen hoe meer vreugd, is het credo. We moesten nog boodschappen doen, dus dat kwam goed uit. Spaghetti met balletjes werd het plan en ook in liefde ontvangen. Njong had het blikken paardje met clowntje op de sidetable in de gang ontdekt en vroeg na het eten of hij ermee mocht spelen. Grappig. Dit was de eerste van alle tien de kleinkinderen, die dat specifiek vroeg. Hij ziet nieuwe mogelijkheden.

Bij het afscheid bleef hij verscheidene keren staan om handkusjes toe te werpen en op zijn dribbelbeentjes schalde het over de galerij:’Bedankt voor het eten, Oma.’ Zo kan deze geslaagde dag niet meer stuk.

Overpeinzingen

Hup, in de benen

Heerlijke zonnige dagen maken deze winter tot in de puntjes af. Gisteren besloten we voor een wandeling te gaan in het prachtige park achter het kasteel Haarzuilens. Eerst een klein toertje door het aanlokkelijke polderlandschap met haar kneuterige dorpen en haar smalle weggetjes. En daarna in een omtrekkende beweging op ons doel af. De parkeerplaats was goed gevuld. We waren niet bang voor een te grote drukte, die je bijvoorbeeld in Amelisweerd als achterland van Utrecht wel aan zou treffen op dagen als deze, want het park is groot genoeg en dan heb je ook nog de bezoekers, veelal met kinderen, voor het kasteel zelf. We kozen de minst drukke route en genoten van de schoonheid van het slot, de bijgebouwen en de kapel en de verstilde paden langs de waterpartijen, die er veelvuldig aanwezig zijn. Monet-bruggetjes, nog steeds dunne laagjes ijs, gakkende ganzen, overvliegende eenden, het hertenkamp en de volmaakte stilte op een bankje aan het water. De specht verbrak met tussenpozen en een ritmische roffel de serene kalmte en de gifgroene halsbandparkieten lieten ook van zich horen.

Iedere keer zochten we iets om op uit te rusten. Een bankje (te weinig), een boomstam, een muurtje, alles was goed, als ik maar even op adem kon komen. Dan in een rustig tempo weer door. Geen haast, want geen verplichtingen, geen stress, zon op je toet, natuur en schoonheid om je heen, wat wil een mens nog meer.

We mijmerden over wonen in zo’n omgeving, net als de mensen in de witte villa op het terrein en wisten dat het hier bij dromen zou blijven. In zo’n geval hoop je dat de mensen de zalige paradijselijke omstandigheden zouden waarderen. Nagypeterd was ook even nabij in elke eeuwenoude gerimpelde boomstam, in elk beeld, in elke massief stenen plantenpot. Op het kleine stille weggetje om het park heen zagen we een ooievaar op het nest. Waarschijnlijk het mannetje om het nest te repareren en klaar te maken voor de komst van het vrouwtje. Logisch met deze temperaturen dat de drang om te nestelen groot is. De spechten waren ook al enthousiast achter elkaar aan aan het vliegen. De komende dagen belooft het zonnig te blijven, dan is het overdag al lente en ‘s nachts een tikkeltje afzien bij matige vorst.

De wandeling was goed voor twee uur, waarbij we nauwelijks iemand waren tegengekomen. Tijd om uit te rusten en een late lunch te nemen in Haarzuilen zelf, het kastelendorp, onmiskenbaar door de vrolijke rood/witte luiken aan de ramen. We boften met een tafel voor het raam om het kalme dorpse leven te ervaren. Heerlijk en precies genoeg.

Op de terugweg langs dochterlief die ik kennelijk toch verkeerd begrepen had in een appje. Ze was nu pas naar het pannenkoekenrestaurant met tante Pollewop, damesdag vieren met z’n tweeën nu de mannen in Friesland waren. Dus proberen we het vandaag nog een keer. Zij krijgt een vest, dat mij te klein is en we hopen dan de zaag mee terug te kunnen nemen naar de tuin, om een begin te maken met de eerste wilgenknot en het afgraven van de composthoop.

Hup, in de benen.

Overpeinzingen

Die stilte

Weer zo’n heerlijke zonnige zaterdag net als gisteren. Toen was het een uitstekende gelegenheid om eindelijk de twee flessen olijfolie, vers van de pers van een Spaanse berg casabanana.es op te halen bij vriendinlief, die ik al ergens in december had besteld. Twee biologische Aceite Virgin Extra de Oliva stonden dus al een tijdje op ons te wachten. Eerst een gezellig babbeltje aan de deur en vilten gestanste diertjes in sleutelhangerformaat mee voor alle kleinkinderen. Heerlijke hartelijke ons-kent-ons-ontvangst.

Daarna wilden we door om in het woud der verlichting een vervanger te zoeken voor onze doorbuigende papieren ballonlamp. Ze viel iedere keer voorover omdat de metalen schroefdraad onder aan de steel een soort van lam was. Toe aan vervanging. Twee zaken brachten voldoende-maar ons geen-verlichting, dus grepen we terug naar het betaalbare concept van Zweedse makelij met de welluidende naam: Nymane. Eigenlijk vielen we eerst voor de wat robuustere Hektar in roodbruin, maar die was uitverkocht en later bedachten we dat de kleur ook geen goede match had geweest.

De inwendige mens mocht ook versterkt worden, maar dat was toch een minder goed idee. Alles was lauw, slap en futloos net als de vrouw die ons had bediend. Zoiets werkt door in alles, dat zie je maar weer. Ik kreeg een beetje het idee van een gaarkeuken. Ze was niet onvriendelijk, maar verkeerde met haar hoofd ergens anders. Groene weiden? Bloeiende madeliefjes? Ik hoop het voor haar. Beter dan bij de bakken slappe friet en groenten.

Met de buit op huis aan. En voor de verandering een zeer makkelijk in elkaar te schroeven model zonder extra hulpmiddelen. Alleen de kleine ledlampjes waren even een bestudering waard. Ze moesten erin geklikt worden. Natuurlijk zagen we de gebruiksaanwijzing pas toen we klaar waren, maar dat hebben we vaker bij de hand gehad.

Arme ballonlamp, daar gaat ze naar jaren trouwe dienst en helaas zelfs niet meer her te gebruiken. In Hongarije wel, daar zet je het aan de weg en binnen enkele tellen is het foetsie. Ze kunnen alles gebruiken. Het snoer, de fitting, de stang, het frame voor de kap. Dat is de ware kringloop. Als ik nu met deze arme zielepoot bij de kringloop aan kom zetten, dan nemen ze haar niet aan omdat de staat ondeugdelijk is en word ik doorverwezen naar de vaalt. Zo werkt dat in een welvarend land.

Er waren gisteren twee explosies in de oude binnenstad van Utrecht, achter de Springweg. Het bracht een enorme ravage met zich mee. Gesprongen ruiten, deuren en ramen uit sponningen en het huis zelf, waar na de explosie een brand woedde, was volledig verwoest. Je hele leven in een klap naar de ratsmodee. Het lijkt me verschrikkelijk. De jongen die er woonde met zijn vriend wees naar de open wond tussen de andere huizen, waar alleen nog een stukje gang stond. En in de leegte gaf hij de plek van de woonkamer aan. 26 Levensjaren aan verzamelde herinneringen naar de knoppen.

Een appje naar schoonzus. Hoe of het met haar ging en of er nog sprankjes zonlicht in de duisternis waren. Dat was wel het geval. Ze had ook steun van vriendin en de gemeenschappelijke kinderen. De koren, waar ze dirigeert, waren ook een welkome afleiding. Maar het gemis is er en vooral werkt het bevreemdend, die stilte

Overpeinzingen

Zijn oude vertrouwde zelf

Na alle miezer van vanmorgen heel vroeg was ik blij met de zon toen ik mijn ogen voor de tweede keer open deed, recht uit een droom waarvan ik dacht: ‘Hier moet ik uit’. Onprettig, craquelé glaswand met een gat erin, grote stoet ervoor en ik liep vooraan en achter het glas een figuur met een geweer in zijn hand en een blauwe monddoek voor. De kleur van de monddoek is me helder bijgebleven. Ceruleum blue hue, blijkt, als ik bij Windsor kijk. Ik maak dat ik uit de voeten kom, weg daar en word wakker met zon dus, gelukkig. Vanwege de rug geen kantoor op bed maar aan de eettafel met harde hoge stoel. Steeds even iets kleins ondernemen, planten, vaatje, fornuis, wat gerommel in de marge dus. Bewegen is goed, dat voel ik.

Lief is naar de kapper. Ik geef signalen af als geheugensteuntje. Niet te kort, geen wenkbrauwenknipperij, vorige keer hadden ze ongevraagd zijn borsteltjes onder handen genomen, geen scheiding erin. Dat zijn ook zijn wensen gelukkig.

Gisteren kregen we rond tien uur een belletje van zoonlief. De kleine Njong wilde héél graag met de autootjes van oma komen spelen. Aarzelen. Ik was nog niet helemaal klaar, maar zoon weet mijn gemoed te bespelen en geeft de kleine de telefoon om het zelf te vragen, smelt, smelt. Dus alles in een sneltreinvaartje en net op tijd beneden. Ik had Greetje, de menspop en Miezemuis de handpop van de bovenste plank op de werkkamer afgeplukt en meegenomen. Ziezo. De eerste keer dat ik dat deed was hij er nog bang voor, nu keek hij vol interesse naar de pratende pop en wilde zelf ook, dus met zijn garnalenvingertjes in de opening van het hoofd. Lastig, want de mond is niet heel licht te bewegen. Als ik Greetje om crackertjes laat vragen en ze het met veel gekruimel opeet, schatert hij het uit en ook als zijn vader de rol overneemt. Succes verzekerd, deze Greet. Op school al. Met haar vriend Mo en nu nog steeds, bij alle kleinkinderen.

Het was grijs en regenachtig en mijn schone dochter was met de auto van zoonlief weg, dus ik leende hem mijn auto om dochterlief op te halen en daarna mij weer op te halen om naar de dansles van onze hiphopster in spé te gaan kijken. Lief ging wandelen en wat kleine boodschappen doen voor de broodnodige beweging. De vier kinderen die het groepje vormen, dansten de sterren van de hemel, en de juf evenzo. Ik moest denken aan de tijd dat ik de kinderen van de volksdansgroep les gaf. ‘De rivier de Rhone’ of een spannende stokkendans, enzovoort. Met jaarlijkse optredens als hoogtepunt. Zoonlief zat er ook op, maar zijn tweelingbroer wilde niet, vermoedelijk omdat hij mij ook al als juf in de groep had. Als een moeder téveel juft, is het helemaal niet leuk meer. Dit ging nog net, al heb ik hem wel gewoon door laten gaan, toen ik vond dat hij eigenlijk nog een jaar in de onderbouw kon gebruiken.

Daar hoor ik de sleutel in het slot. Lief steekt zijn gekapte hoofd om de hoek. Gelukkig. De kapster heeft goed naar de instructies geluisterd. Het is prima. Een cm of vier eraf. Hij oogt nog steeds zijn oude vertrouwde zelf.

Overpeinzingen

Om over na te denken

Gisteren reden we om een uur of twee naar Gouda met een missie en de dag had niet vrolijker kunnen beginnen met dat stralende weer Strakblauwe hemel en zon, de hele dag door. Wat een mazzel.

Neef van de oudste(al wat langer overleden) broer van Lief was een van de eigenaren van een grote frietketen, die vooral veel op festivals en evenementen te vinden zijn met hun wagen maar die ook twee zaken hebben in Gouda en Rotterdam.

Dus reden we in Agaath erheen. Piep en piep, mijn twee muisjes voorin op het dashbord, waren helemaal gelukkig, want in Gouda kon je niet om de nationale producten heen, kaas en stroopwafels. Spekkie voor het bekkie voor twee hongerige muizen.

Helaas stond het stadhuis in de steigers maar de mooie torentjes waren nog vrij en staken schitterend af tegen de blauwe lucht. Eerst maar eens een rondje rond de markt, met haar terrassen, die veelvuldig lagen uitgespreid, gezellig en druk bezocht, en de winkels. Naast de grote ketens ook de heerlijke ouderwetse nering met inderdaad de kazen en de stroopwafels veelvuldig aanwezig. We probeerden de route te bepalen aan de hand van de navigatie, maar doken menigmaal een verkeerde straat in. We moesten terug naar het moderne winkelcentrum waar de autogarage in verstopt was. Het bleek hemelsbreed een straatje er vandaan te zijn. Iedere keer als we de naam van de keten intikten, verscheen er onmiddellijk een naam, die er wel op leek, maar het niet was. Vreemd.

Nog liepen we blind er langs omdat we onze ogen uitkeken naar de andere winkels en niet meer op de straten aan letten waren. Aan het eind van de straat moesten we rechtsomkeer maken en nog een stuk teruglopen. Warempel. Achter de visboer was een piepklein winkeltje maar met de vreemde naam erboven. Eens horen wat de eigenaar als verklaring had. Het klopte inderdaad. De vorige eigenaresse was gestopt en deze was er voor in de plaats gekomen. Met die informatie werd duidelijk dat we Neef of zijn werknemers niet hier moesten zoeken. Even een kringloopje in, onverrichter zaken weer eruit en richting de markt om daar een late middagzon op de snoetjes te krijgen. Altijd fijn onder de een of andere heater. De ober, vlot en behulpzaam gaf een uitgebreide info over de borrelhapjes, gelakte kip in chilisaus en een boterham met gesmolten Goudse kaas. Zijn belofte van een smaakvolle hap was niet overdreven.

Gelaafd namen we afscheid van deze mooie stad met haar prachtige oude kern, de geveltjes, de indrukwekkende gebouwen en haar torentjes op het stadhuis die deden denken aan die van de dom in Milaan en de kerken, vooral nu de zon er een prachtig lichtspel van maakte. Geen neef, maar wel een mooie ontdekkingstocht. Middag geslaagd.

Thuis lag mijn bestelde boek in de bus. ‘Jij bent mijn begin’ van de kunstenaar Octavie Wolters. Een boek met prachtige en krachtige linosneden en een filosofisch verhaaltje waarin gezocht wordt naar Het Begin. Een kunstwerk op zich van deze veelzijdige creatieve inspiratiebron. Niet alleen mooie platen maar ook een mooie tekst. Om over na te denken.

Overpeinzingen

Een goed gevulde dag

Vroeg in de morgen een afspraak met zoonlief en de kleine pretletter, zijn dochtertje die, nu de twee andere rakkertjes naar school zijn, het rijk met haar vader alleen heeft. Ze waren al naar het bos geweest en hadden dennenappels verzameld die in haar roze fietsmandje lagen te drogen. Daar hadden ze een grote bonte specht gehoord en gezien en zijn holletje ontdekt, waar zoonlief kleintjes in meende te horen. Een uurtje natuur is al genoeg voor een hele dag. Er valt zoveel te ontdekken. Pop moest aangekleed. Een nieuwe trappelzak. ‘Een trappeldoelie’ wist ik me ineens te herinneren. Zo noemden we ze vroeger. Het woord borrelde en gistte in een keer omhoog. Hoe wonderlijk onze geest toch werkt in het woud der herinneringen.

We waren er rond elf uur. Opgetogen vertelde ze van de specht en zoonlief liet het filmpje zien dat bij het verhaal hoorde. Daarna waren ze boodschappen gaan doen en hadden lekkere koekjes gehaald voor bij de thee voor ons. We konden volop genieten van haar vrolijke en gezellige babbel en bijkletsen met zoonlief. Natuurlijk moesten we ook de blokhut achter in de tuin bewonderen, die schoonpapa met hun hulp had gebouwd. Kranig klusje geweest. Het is ruim en praktisch. Schone dochter was er even. Ze moest naar de fysiopraktijk waar ze werkt, om de reintegratie na haar operatie te bespreken. Dat was dichtbij, een blok verder. Ons bezoek was kort maar krachtig en erg knus.

Daarna gingen we naar het Centraal Museum in Utrecht. Ik prijs me altijd gelukkig dat ik de weg daar blind weet te vinden, want alles is eenrichtingsverkeer geworden en dan moet je de sluipwegen op je duimpje kennen. Het is allemaal zo uitgevoerd om het aantal auto’s te ontmoedigen. Door die malle longen, en zeker met het vocht in de lucht, kan ik niet heel ver weg parkeren. De binnenstad mag dan ook wat kosten.

We liepen langs de piepkleine huisjes, gemoedelijk tegen elkaar aanleunend, De Kameren van Maria van Pallaes, met daarachter het hofje van de Beyerskameren. Een heerlijk stukje oud Utrecht. Iets verderop in die Agnietenstraat lag het Centraal Museum met het Nijntje Museum aan de overkant. Het was even zoeken naar de museumkaart, maar ik had de nieuwe van Lief. Gelukkig maar. Even dachten we met een verlopen pas te staan. Trapje op en trapje af, kalmpjes aan, en een paradijs aan Utrechtse en landelijke buitenplaatsen en ruïnes in inkt of aquarel, minutieus getekend en van een flink formaat.

Het thema was ‘Getekend de natuur’, waar je door vier eeuwen geschiedenis kon wandelen om te zien hoe de houding van de mens ten opzichte van de natuur was veranderd. Als inleiding sprak de Natuur zelf tegen ons:

Soms probeerden jullie mij vast te leggen, te bezitten, te ordenen.  
Maar mijn betekenis, laat zich niet vangen in lijnen.  
Toch vertellen de tekeningen mijn verhaal. En dat van ons samen.  
Over hoe jullie mij zagen en vandaag de dag zien. 
Over hoe ik verander. En over hoe wij samen kunnen leven. 

Getekend, de Natuur.

Aandoenlijk en zo waren er in elke zaal kanttekeningen van de natuur zelf. Een mooie verzameling op deze manier, waarbij ik vooral de etsen van de dode vogels en het molletje van Charles Donker boeiend vond, maar dat was ook omdat ik er met een gekleurde interesse naar toe was gegaan vanwege mijn eigen dode-mussen-ets van een paar weken geleden.

Na deze ene tentoonstelling was de geest verzadigd en besloten we een hapje te gaan eten buiten het centrum. Ook daar betaalde je voor het parkeren een hoofdprijs. Wel heerlijk aan de Kade tussen de studenten van de HKU wat een aangename ongedwongen sfeer gaf. Geen hele maaltijd, want die werd pas een uur later geserveerd, maar kleine borrelhapjes die alles bij elkaar goed genoeg waren. Op die manier lieten we de uren nog eens voorbij kabbelen als mooie afsluiting van een goed gevulde dag.

Overpeinzingen

Meer spelen, goed voor je ziel en zaligheid

Het hele schrijfproces waar ik in september aan begonnen ben vroeg me na te denken over ‘Spelen’ op dag 117. Als voorwoord stond er:

Wat betekent spelen voor jou? Wat speelde je vroeger? Hoe speel je nu***Elk werkwoord nodigt uit om zowel letterlijk als figuurlijk beleefd te worden. Als je jezelf dit eigen maakt, kun je werkwoorden in je schrijven gebruiken als bommen vol betekenis.

Vroeger was mijn wereld een grote speeltuin. Immers, er was niets anders. Geen tv, geen computer, geen draagbare telefoons, cassettedecks, hooguit een 33 toerental grammofoon en de radio met om zeven uur Kleutertje luister. We speelden met name buiten: Kaatseballen, stoepranden, tikkertje, hoepelen, tollen, bokkie piéd, verstoppertje, of je had je driewielertje, je step(soms), en wandelen naar het park was er ook bij om de eenden en de karpers in de grote vijver te voeren met je vader en moeder en de rest van het gezin. We gingen dan naar het Julianapark. ‘s Winters konden we sleeën en schaatsen, sneeuwpoppen maken, een sneeuwballengevecht houden. Ik had de mazzel om kind te zijn in 1963, een van die hele strenge winters met veel sneeuw. Of je speelde een van de vele sprookjes na: ‘Ik was de sneeuwkoningin en jij het jongetje dat haar kwam opzoeken en toen werd ik heel boos’. Tikkertje begon met het versje ‘De maan is rond: De maan is rond, twee ogen, een neus, en een mond’, wat je letterlijk op de rug van de tikker uitbeeldde. Daarna moesten ze gaan aftellen tot tien en ging iedereen zich in de straat verstoppen. We speelden met alle buurkinderen. Ook speelden we thuis bibliotheekje of schooltje na en dan was ik de bibliotheekmevrouw of de juffrouw en de poppen en de zussen waren de leerlingen of ze waren de kinderen die boeken kwamen lenen. Toneel tussen de stapelbedden werd altijd nagespeeld van iets dat we gelezen hadden of een film van mijn vaders draaizondagen in het clubhuis. We bakten aardappeltjes op het klein fornuisje in de poort met zo’n wit blokje om aan te steken. Er was altijd iets te doen en als je niet meer wilde, was er een boek. 

Spelen met Ecoline op school

Toen ik ouder werd, speelde ik graag op school met de kinderen mee. Drama, muziek en creativiteit, alles waar je je fantasie de vrije teugels kon laten. Eigenlijk is de speelsheid nooit uit mijn lijf verdwenen en toen ik daar dan ook weer ging werken zat ik onmiddellijk opnieuw in de begeestering van het experiment. Zolang we dat konden doen was het spelen, zodra er een wedstrijdelement in kwam was het spelelement verdwenen, want dan moest je presteren en dan ga je voor het eindresultaat, terwijl het bij spelen om het plezier ging. Echt plezier, dat je voelt opborrelen vanuit je tenen. 

Als ik nu speel speel ik met materiaal of met olieverf of aquarel en penselen, drukinkt en een etspen, monoprint of andere mogelijkheden die er zijn om iets moois ervan te maken. Vooral ecoline en oostindische inkt laten het spelelement ontwaken omdat je nooit weet waar je uitkomt. Ik zou er weer eens meer mee moeten spelen. Vooralsnog denk ik teveel. Het komt wel. Meer spelevaren, goed voor je ziel en zaligheid.

Overpeinzingen

Rouw wijst zich vanzelf

De column over rouw van Sinan Can kom ik tegen en vooral zijn laatste zin raakt me. ‘Rouw is geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een manier van liefhebben die niet ophoudt’. Een gezegde uit Anatolie is: Iemand heeft zijn aardse jas afgelegd’.

Ik gebruikte vroeger al het woord stofmantel in een gedicht dat in het gedichtenbundeltje staat geschreven dat ik al jaren kwijt ben en dat ergens in de schuur moet liggen naast de zoekgeraakte teddybeer en mijn looppop die net zo oud is als ik. Om hen drieën rouw ik al jaren. Een spijtige rouw, een schuldige rouw, een verweesde rouw, omdat ik ze te goed heb opgeborgen en ik vrees dat ze met de diverse opruimwoedes van de kinderen en mijzelf verdwenen zijn.

Het is weer een heel ander soort rouw dan om al mijn ‘eigen’ doden. De relatie tot hen is voorgoed ondergesneeuwd, maar daardoor ook veilig opgeborgen in de herinnering. ‘Het lichaam verdwijnt maar de aanwezigheid niet’, zegt Sinan Can. In al mijn kinderen zie ik hun vader terug, mijn moeder en vader, mijn opa en oma zelfs, zei het een vleugje, een oogopslag. Mijn handen zijn mijn opa’s handen waar ik zo graag aan mocht plukken als klein meisje omdat zijn velletje dan omhoog bleef staan. Mijn neus is mijn vaders neus. Mijn druppel eraan bij koude, die van mijn oma en mijn moeder.

Sinan gaat verder over een andere rouw, die van het verdwijnen van de realiteit in iemands geest of die van verloren vriendschappen omdat de wegen uit elkaar lopen. Hij vindt het een eenzame rouw, zoals ze sluipend blijft hangen, zonder verbintenis waar die er eerst wel was. Rouw komt altijd onverwacht, bijvoorbeeld bij iets wat een herkenning oproept of iets wat het ineens dichterbij brengt. ‘Het is geen probleem dat opgelost moet worden.’ Het is een emotie, een diepe emotie die meegolft met je stemmingen, met de omstandigheden, met ontmoetingen, met de andere emoties die worden aangesproken.

Iedere begrafenis roept bij mij altijd opnieuw deze verschillende vormen van emoties op. Dat zorgt ervoor dat het naar verloop van de jaren steeds zwaarder lijkt. Je zou eigenlijk het liefst als een struisvogel met je kop in het zand gaan zitten en denken dat iedereen zoals gewoonlijk nog altijd ergens is.

Bij het overlijden van zijn broer had Lief contact met hem op de Hoff en het wonderlijke was dat hij en hun vader en moeder en mijn moeder met Lief mee wandelden naar het eindbos toe in de vroege ochtenduren. Hoe hou je een herinnering levend. Door af en toe open te staan voor wat op je pad komt aan beleving. Doortrokken willen zijn van dat zelfde gemis. Rouw wijst zich vanzelf.

Overpeinzingen

Je bent nooit te oud om nog meer wijsheid op te doen

Vanmorgen vroeg uit de veren en vannacht voor de vermoedelijke Ischias even plat blijven liggen wat dan wel een tikkeltje ten nadele van de slaap is. Veel bewegen en geduld hebben, luid het devies. Amen. Het zij zo. Kwetsbare mensjes worden we op die manier. In dergelijke gevallen moet ik altijd denken aan een interview met Adele, die haar gruwelijke afkeer uitsprak over ouder worden, omdat ze ook last kreeg van steeds meer kwalen en kwaaltjes. Het zijn die laatsten, waar het venijn in schuilt. Het hoofd denkt in twintig en het lijf in zeventig.

Net een ‘zoom’ gehad met de feestcommissie van de volkstuinen. Er komt een lustrum aan in Mei. Er zijn gelukkig weer heel veel jonge mensen bijgekomen met heel veel energie. Tijd voor de oude garde om plaats te maken. Het zit allemaal wat beter in elkaar. Een goede info over gemaakte afspraken en wie wat doet. Goede notulen, vlotte verwerking. Het gaat goed komen.

Ziezo het eerste reisje voor 2026 staat in de planning. Een tripje naar Texel, drie dagen en twee nachten. Mooie locatie met privé parkeerplek. Iedereen die vaker in Texel komt weet hoe belangrijk dat is. We gaan de doos brengen met spulletjes van onze lieve vriendin, die een wijnhuisje had op de berg achter ons huis en twee jaar geleden die in de verkoop heeft gedaan. De doos kon niet mee. Dierbare spulletjes uit het piepkleine poppige huis, die ze niet wilde missen. Even dachten we dat we de doos kwijt waren. Maar Lief heeft hem gelukkig weer gevonden, helemaal achteraan bij de ketel. Ze staat vanaf mijn thuiskomst al in Agaath, in de verborgen bagageruimte. Vanmorgen het hotel geboekt en de overtocht geregeld. Nu het Texelse parkeervignet nog, maar ik kwam er niet doorheen. We hebben er zin in.

Lief wil rond begin maart de Flixbus pakken richting Boedapest. Vandaar alle afspraken. We hebben het drukker dan ooit. Nog een herdenking, een verjaardag, de twee leesclubs en nog meer bezoekjes her en der.

Intussen, in het kader van de beweging, druk geweest met deze boontjes (Loobia Polo) op Iraanse wijze in de pan en straks met de overgebleven Tahdig (rijst) op tafel. Ui glazig bakken/Gehakt rul bakken/ saffraan/kaneel/peper/zout/tomatenpuree erbij, 2 dl water en de boontjes toevoegen. Laten pruttelen tot de bonen gaar zijn. Om en om gekookte rijst, bonenmengsel, gekookte rijst en bonenmengsel. Nagaren in de oven op 150 gr. Smullen.

Ik moet wat bekennen. Want tijdens het koken zag ik ineens het licht. Niet te filmen dat ik zolang er over heb gedaan om iets te ontdekken wat naar mijn vermoeden iedereen gewoon weet. Al tijden, sinds de eerste wegwerppeper-en zoutmolens op de markt zijn, heb ik me doodgeërgerd aan het feit dat ik ze niet kon vullen. Wat een verspilling. Maar goed, aan de andere kant zoveel praktischer in gebruik dan een houten peper-of zoutmolen. Ik heb het natuurlijk met regelmaat tegen beter weten in weer geprobeerd. En vandaag, Eureka, bij een peperfles die maar niet wilde malen, kwam ik er eindelijk achter dat je ze allemaal kunt vullen. Eerst de dop wat omhoog trekken en dan is het losdraaien mogelijk. Ik schaam me een beetje voor mijn suffigheid, maar besloot het verhaal toch te vertellen om anderen die misschien net zo ‘snugger’ zijn als ik, de tip aan de hand te doen. Eindelijk kan ik mijn voorraad grove zeezoutkorrels kwijt. Als een kind zo blij. Je bent nooit te oud om nog meer wijsheid op te doen.

Overpeinzingen

Soms is doen de beste remedie

Na sneeuw komt hier kennelijk regen. De straat vindt het maar niks en houdt de inmiddels grauwig gesluierde drab hardnekkig vast. De hoofdweg voor is al diep donkergrijs. Het zal nog wel even duren hierachter. Ook de daken zijn weer allemaal ontdaan van hun frisse witte teint.

Het balkon weent mee. Troosteloze aanblik, alhoewel de dappere blauwe druifjes en de winterviolen vrolijk hun kopjes opsteken. Het is het grauwe grijs wat de overhand heeft, tranen aan de stoelen, maar de prunus van de onderburen draagt ondanks of dankzij de misère alweer knop.

Met zulk weer en in de wetenschap dat het vermoedelijk binnen blijven wordt vandaag is het fijn om eens de kasten uit te mesten. Er zijn wat nieuwe aankopen gedaan en het oude moet er uit, sommige dingen liggen al vier jaar onaangeroerd in de kast, omdat het van die twijfelgevallen zijn die je altijd nog eens aan zou kunnen trekken. Een oude ‘hippiebroek’ moet er ook aan geloven. Even als het verschoten ribfluwelen colbert van lief en een niet goed passende bruine. Een poncho en een korte jas gaan de koffer in, die zijn voor in Nagypeterd. Twee vuilniszakken vol kunnen naar de kringloop. Het is goed. Zo hangt alles weer overzichtelijk en kan vrij ademen.

Dochter belde en heeft genoten van een weekje thuiswerken, een soort halve vakantie, want wel sneeuw-en ijspret nu niemand er door kon met dit weer. Ook zij was aan het ruimen geslagen eergisteren en de kamer van tante Pollewop, kunstenaar bij uitstek, is weer ordentelijk en net. Verbaasd had die geconstateerd dat ze alles weer kon vinden. Haha.

Bij de schrijfcursus was de schrijfingang van vandaag: ‘Hoofdkussen’ en of je vanuit het kussen zelf wilde schrijven. Verstand op nul, bed in mijn gedachten en daar gaan we dan. Mijn kussen neemt het woord.

Ik ben niet uitverkoren. Ik lig met drie zussen op het grote bed en de ligging staat niet vast. Het is altijd weer afwachten hoe we neergelegd worden. Soms trekt ze ons een grijs, dan weer een zwart of een donkerblauw sloop aan. Al naar gelang de kleur liggen we dan boven-of onderop. Blauw ligt altijd boven. Onze companen, het dekbed en het onderlaken, wisselen mee van kleur. Lichtgrijs, donkergrijs, of turqoise al naar gelang wie aan de beurt is. Onze jurkjes worden dan allemaal vervangen en moeten in de wasmachine, iets waar ze een hekel aan hebben, omdat ze niet van dat gedraai houden en er duizelig van worden. Ze voelen zich, al hangend aan een lijntje, wat verweesd zonder mij, mijn dikbuikige binnenste. Het doet me goed dat ik bij tijd en wijle gemist wordt. Het streelt mijn ego, dat toch nog steeds wat broos is, omdat ik weet, dat ik bij het minste of geringste defunctioneren rucksichloos vervangen zal worden. Dat doet je persoonlijkheid geen goed. Bovendien lig ik hier een aantal maanden van het jaar een beetje doelloos te liggen. Zodra de koffers gepakt worden, weet ik het al. Ze gaat op reis en wij blijven eenzaam achter. Jaja, het leven van een hoofdkussen valt niet altijd mee. 

Nooit gedacht dat ik me ooit verdiepen zou in dit soort alledaagse dingen, maar zo zie je maar. En eerst dacht ik ‘wat moet je ermee’, maar ik kreeg er echt lol in. Soms is doen de beste remedie.

Overpeinzingen

En dat geeft een goed gevoel

Het was een dag vol verrassingen. Het begon vanmorgen vroeg met de verdwenen sneeuw op de bomen en de smeltende laag op het balkon. De voederplank had haar diepste geheimen daardoor prijs gegeven en Kauw en Duif waren gulzig en gehaast aan het pikken geslagen, zowaar naast elkaar, terwijl ze elkaar anders nog wel eens in de ‘veren’ willen vliegen.

Om elf uur werden we bij onze tandarts verwacht, maar daarvoor moest Agaath eerst met een zachte borstel en trekker uit haar dikke winterse duffel geholpen worden. De sneeuw viel er in grote brokken af. Daar was ze dan weer eindelijk. Glanzend zwart, een beste wasbeurt zo’n paar dagen sneeuw.

Bij de tandarts kwam iets na onze aankomst een echtpaar uit de behandelkamer. De man moest even gaan zitten, want hij had last van duizeligheid. Met spijt in zijn stem zei hij dat hij daardoor niet meer kon rijden. Zijn vrouw reed, ook met de caravan, verklaarde hij met niet onverholen trots. ‘Eitje’, vond de vrouw en even was er dat ons-kent-ons-gevoel. Onze tandarts maakt altijd grondig schoon. Ze krabt, ze port, ze schraapt, ze pulkt en daar gaat het tandsteen uit de kleinste hoekjes en gaatjes waar je met de tandenborstel nooit bij kan. Daarna volgt het polijsten en de ‘douche’. Heerlijk glad gevoel. We wisselden de wederwaardigheden uit van het afgelopen jaar. Haar nieuwe stad, ons huis in Hongarije, de reis, de drukte in de praktijk, vakanties. Omdat we met ons tweeën in de behandelkamer waren gegaan had ik, na onderhanden te zijn genomen, tijd om het gesprek gaande te houden. Daar is anders pas tijd voor na de behandeling en dan nog maar in vogelvlucht. De wachtende man in de wachtkamer zag ineens het licht toen hij ons met z’n tweeën zag. Hij had zich heel de wachttijd lang afgevraagd hoe die vrouw toch zo aan de babbel kon zijn. Haha.

Na de boodschappen, wat heerlijk om weer vervoer te hebben, reden we door naar Amelisweerd. Een klein beetje schoonheid snuiven met verstilde natuur en krassende kraaien rond de bomen, kleine dribbelbeentjes achter vaders aan op het glibberige pad, wandelende echtparen op het jaagpad langs De Kromme Rijn. Het sneeuwkleed over het gras en de bevroren plas voor de brug met hier en daar een verdwaalde nijlgans maakten het sprookjesachtige tafereeltje af.

De Veldkeuken is een heerlijke en knusse ambiance, zonder poespas, met veel jonge lui en een handvol oude knarren (wij dus ook). We bestelden een heerlijke lunch, een Aubergine-hachee voor Lief en een soepje voor mij, wijntje erbij en genieten maar. Even het tandartsenbezoek vieren. Weer schoon voor een jaar. Maar zo’n gezellige sfeervolle ruimte is ook leuk om te observeren. Een man die achter het verkeerde groene jasje aanliep omdat hij dacht dat het zijn vrouw was (in bijna net zo’n kleur groen) en even verdwaasd om zich heen keek toen hij dat ontdekte en de andere kant op naar buiten liep.

Tot onze grote verrassing liep onze buurvrouw er, met schort en een bungelende theedoek eraan. Kennelijk werkte ze in de keuken. Ze begroette ons enthousiast en vroeg of wij daar vaker kwamen. Amelisweerd is ons zo’n beetje met de paplepel ingegoten. Het achterland van de Utrechters. Ze bood onmiddellijk aan om af en toe een broodje voor me mee te nemen. Het toeval wil dat we het in de ochtend nog over haar gehad hadden en dat ik de avond ervoor op internet een zuurdesembrood-pakket had besteld. Zuurdesem met oude kaas staat voor mij gelijk aan een taartje voor een ander.

Het kan opnieuw allemaal geen toeval zijn. En dat geeft een goed gevoel.

Overpeinzingen

Met moed, beleid en trouw

De koeien dartelen naar het grote besneeuwde veld buiten. Het komt langs op een filmpje van Blue Sky. Uit alles valt af te lezen dat ze intens blij zijn. Ze huppelen net als bij hun eerste weidebezoek in de lente en slaan met beide poten achterwaarts. De Noorderwind drijft de vlokken tegen het raam op. Lang geleden dat we zo’n sneeuwjacht hebben gehad.

Er druppelen foto’s binnen. In Amersfoort wil de kleine tante ook naar school, maar dan gelijk graag in groep drie om samen met grote broer alvast wat opdrachten te maken. Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Dribbel krijgt weer huiswerk mee voor thuis en zit samen met moeder voor zijn werk, want haar school bleef ook dicht. Het doet dochterlief denken aan Corona, met afgrijzen trouwens.

Hier in de straat staan de auto’s op een na nog op hun plek en vanmorgen vroeg zag ik de pendeldienst toch het jongetje van het vierde huis ophalen. Als er gereden moet worden, valt eerst de auto uit zijn tijdelijke dikke witte vacht te pellen. Kan Agaath daaronder bezwijken?

Ik heb de draad van het breien opnieuw opgepakt, anders komt mijn sjaal nooit af. Langzamerhand wordt het ook een sjaal met een verhaal, want we schrijven inmiddels het derde jaar waarop ze in wording is. Ik hanteer nog steeds een ouderwetse, tikje omslachtige manier van breien: ‘Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. De rechterpen onder de oksel en de linker losjes in de hand. Maar via allerlei voorbijgeschoven prachtige breisels en haar breisters zie ik een techniek waarbij je alles heel dicht aan de vinger houdt. Uitgeprobeerd natuurlijk, en het lukt, maar dan duurt het breien van een pen nog langer. Dan is er ook nog het dilemma van in de knoop geraken. Daar schreef ik over na een opdracht bij de schrijfcursus.

__________________________________

Dag 123).  Iets wat in de knoop zit

Vreemd is het dat we naar de maan kunnen reizen en robotoperaties kunnen uitvoeren, maar dat er nog steeds geen koptelefoontjes zijn uitgevonden die niet voortdurend in de knoop raken. Maar goed, dat is niet het enige wat in de knoop kan raken. Beschrijf vandaag iets dergelijks. Liefs, Geertje

Is het in de knoop raken van iets ook een irritatiefactortje -om met Jochem Myjer te spreken-, of stappen we er vrolijk overheen. Door de loop der jaren leer je vanzelf dat het geen zin heeft om je energie eraan te verspillen. Het enige dat helpt is met stoïcijnse kalmte de knoop door logica trachten te ontwarren en dan werkt het in veel gevallen zelfs wel. Bijvoorbeeld bij het uit elkaar rafelen van een ‘kerstbomenlampjessnoer’. Een van die steeds terugkerende kleine prikjes in een mensenleven. Van lieverlee komt het kartonnetje van je vader weer uit de kast, waar dan het snoertje zorgvuldig omheen gewikkeld wordt. De kans bestaat dat je het volgend jaar ook zo weer af kan wikkelen. En dan is het zaak om ervoor te zorgen dat, met het uit de kerstboom halen van het snoer, het op een logische wijze weer om gewikkeld wordt. Berg het niet te diep op anders is er de kans dat het volgend jaar helemaal niet meer te vinden is. 

Gordiaanse knopen komen in heel het leven voor en met moed, beleid en trouw zijn die te ontwarren en niet rigoureus met het zwaard van Alexander de Grote. Ook hier komen de logica en het geduld weer om de hoek kijken. 

Kalmte zal U redden.

___________________________

Wat de breidraad betreft, ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik zeeën van tijd heb en dus met alle liefde elke, welke knoop dan ook zal kunnen ontwarren. Inderdaad: Met moed, beleid en trouw.

Overpeinzingen

Net wat nodig is

Het is grappig. Op de daken begint de sneeuw rond de schoorstenen te smelten en dat wekt de indruk, dat de daken aan het instorten zijn. Optische illusie dus. Een mooi staaltje boerenbedrog van de natuur. Een kauwtje speelt ton-sur-ton met de zwarte warmteplekken en blijft een poos op de uitkijk zitten op de nog witte nok van het dak.

De rug blijft opspelen, een verrekte pees denkt Lief als ik exact de precieze plek weet aan te wijzen. Dat kan weken duren en iedere vorm van stilzitten is een aanslag op het begin van het lopen. Tijdens het stofzuigen afgelopen zondag had ik geen last. Veel bewegen is het devies.

Zoonlief bedankte me later voor het dagje met de kleine Njong en ik op mijn beurt bedankte hem voor het uitlenen van zijn zoon. Zo voelt het dus, als je er geen vaste oppasdag van maakt, dan blijft het iedere keer weer een cadeautje. Hij had het zelf ook heel leuk gevonden. Fijn om te horen.

Een briefschrijver klaagt in de Groene van deze week erover dat hij het gevoel heeft als oudere naar de marge te worden geschoven. Hij zegt zuinig te zijn op zijn dierbaren maar vindt tegelijk dat die het -in zijn ogen zonder geldige reden- juist laten afweten. Hulp aan anderen noemt hij eenrichtingsverkeer. Het antwoord van de filosoof en psycholoog Arthur Eaton is helder. Vrij vertaald: Hij vindt het juist goed dat we wat meer in de marge toeven en dat we op die manier tijd en gelegenheid hebben om naar binnen af te dwalen en te ontdekken wat daar nog voor onontgonnen terrein ligt. Zo ervaar ik het ook. Het is toch heerlijk om het licht te mogen laten schijnen op de volheid van het leven zonder zelf het middelpunt te zijn. Zo komen er vanzelf nieuwe en andere dingen op je pad.

Met de groep van de kleuterkweek is er spontaan een reünie georganiseerd. Binnen een mum van tijd hadden we enthousiaste reacties van mensen in de appgroep en door de voortvarendheid van een van ons is de datum en de locatie rond. Ik hou ervan, dergelijke snelle beslissingen. Niet te lang dralen maar doen. Ook heb ik met drie anderen een kleine delegatie die elkaar al sedert een aantal jaren eens per jaar zien en er staat in januari ons opnieuw een gezellige dag te wachten. Bij deze vier zit vriendinlief die een boek heeft geschreven en in eigen beheer heeft uitgegeven.

Ik las het in een adem uit. Ze geeft daarin haar spirituele reis weer. Niet alleen vanaf het moment dat ze zich er in ging verdiepen, maar ook alle voorvallen van ver daarvoor. Haar eigen ervaringen die verder reiken dan de grenzen van dit aardse bestaan en ik bewonder haar daar ten zeerste om. Ze staat met beide benen op de grond maar heeft kennelijk een gave die haar de verdieping geeft om het leven en de dood vanuit de hele ziel en zaligheid en de kosmos te doorvoelen en weet er naar te handelen. Intens en heel bijzonder. Het viel voor mij samen met de dood van mijn zwager en hoe dat door Lief werd beleefd, daar in Nagypeterd, ver weg van de stofmantel die wij hier aan het begraven waren. Er vielen opnieuw wat gebeurtenissen op de juiste plek. Het roept verstilling op en mijmering. Nu de schoonheid buiten wegsmelt, letterlijk als sneeuw voor de zon, en eens te meer de vergankelijkheid der dingen in alle eenvoud getoond wordt, is dat net wat nodig is.