Overpeinzingen

De moeite waard

Ontwaken in een witte wereld. Nee, er was vannacht niet een pak sneeuw gevallen, maar er lag een dikke laag rijp op de daken, waarin langzaam een voor een warme strepen werden getrokken omdat er verschillende verwarmingen gingen branden en de schoorsteen warmte uitstraalde. Het gebouw aan de overzijde spiegelde de opkomende zon. Alles werd geregistreerd, simpele schoonheid van het uitzicht over de daken tot een dichte mist in een oogwenk dat beeld aan het oog onttrok maar het evenzo vrolijk na een aantal bladzijden van mijn boek opnieuw als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. Wonderbaarlijke natuur.

Alletwee de boeken waren uit. In de bestelde biografie over Christiaan Huygens had de vorige eigenaar, de onverlaat, met ballpoint zitten onderstrepen en dingen in de kantlijn geschreven. Hij was gelukkig niet verder gegaan dan 100 bladzijden, maar toch. Het boek was 67,00 euro in de verkoop en tweedehands maar 30 euro en de keuze was gauw gemaakt. Nog maar eens een spreekwoord van stal halen. ‘Je mag een gegeven paard niet in de bek kijken’. Dus neem ik de eerste honderd voor lief. Een lijvig werk dat in twee maanden uit moet. Het begint prachtig. We zijn benieuwd.

Omdat het beneden ligt, grijp ik hier boven een van de andere boeken van de stapel en kom uit bij Roxanne van Iperen en haar ‘Dat beloof ik’. Het boek doet pijn. Dat kan, als een verhaal zo schrijnend is als het hare. Als je je in dat meisje van twaalf verplaatst, die alle gruwelijkheden van een vader met meer dan losse handen en een in haar ongeïnteresseerde moeder die de schone schijn proberen op te houden, afschermt van de buitenwereld. Bloed op een marmeren vloer doet extra pijn. Voortdurend wordt er een vlucht genomen als de grond te heet onder de voeten wordt. Weer een nieuw huis, een nieuwe omgeving, een nieuwe school en pesterijen. Alles is verwoord in sprekende beschrijvingen, poëtische taal als het niet zo treurig was en waardoor je wel moet kruipen in haar denkhoofd, een labyrint van gangen en huizen, waarin het makkelijk verdwalen is.

Om stoom af te blazen, soms is de voorstelling te erg, duik ik de nieuwe Groene in en kom bij het verslag van Lieke Marsman die ongeneeslijk ziek is en die de opmerking ‘De dood hoort bij het leven’ bespreekt. Alleen mensen die niet met de dood in de schoenen staan, kunnen zo’n cliché zonder blikken of blozen te berde brengen. Voor haar is de dood de eindigheid, het uiterste staartje van wat leven is. Ze haalt William James aan, Spinoza en verhaalt dat James erop wijst ‘dat wetenschappers zich altijd bewust moeten zijn dat wetenschappelijke kennis nooit compleet is. Er is geen waarheid of er is een situatie waarin die waarheid herzien moet worden.’ Op haar vraag:’Is het leven de moeite waard geweest’ geeft ze aan dat ‘we waarheidsvinding niet moeten opgeven en dat betekent dat je naast het belang van die waarheid ook het feit dat waarheid geen duidelijk eindpunt kent, moet omarmen. Er is ‘misschien’ een bovennatuurlijke kracht. Er is ‘misschien’ een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is misschien waard te leven.’ Ze concludeert dan ‘En vanwege dat ‘misschien’ is het dat zeker’.

Een zonnige dag en derhalve ruimte voor diepzinnig gepeins. Naar aanleiding van het boek en het artikel. Waar vind ik die kwaliteit van leven terug in het boek van Roxanne van Iperen of sterker nog, waar heeft zij haar eigen kwaliteit gevonden in haar ervaringen van vroeger, nu het boek geschoeid blijkt te zijn op autobiografische elementen. Zelf zegt ze erover: ‘Een traumatisch verleden haalt je altijd in.’ Erover schrijven geeft ruimte, lijkt me. En misschien maakt het delen van die ervaringen dat alles de moeite waard.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Wat een heerlijke voorbereidingen waren er gisteren. In een kalm tempo reden Lief en ik naar de kringloop waar ik nog wat kleinere koffiekopjes wilde zoeken. In de grote bekers ziet zo’n klein bodempje Lungo er een beetje triestig uit. We vonden ze en ook nog twee dubbelwandige theeglazen. Daarna naar de super voor lekkere en bijzondere hapjes. De bonuskaart lag nog in de auto en dan treedt er een merkwaardig mechanisme op. Ik weiger artikelen te kopen waar een bonus op zit als je die kaart niet hebt, want dat staat gelijk aan ‘zondegeld’. Een tik die van vroeger is overgebleven. Kijk aan, het meisje achter de balie heeft er nog wel een voor me liggen. Hier zijn we niet vaak voor de boodschappen en achteraf bleek wel waarom. Maar de tas zat vol heerlijkheden.

Beetje poetsen, beetje ruimen, tafels leeg maken. ER was ruim de tijd. In de vroege ochtenduren was zoonlief met de kleine Njong langs gekomen om me te halen zodat ik naar de auto kon kijken bij de garage. Een prachtig exemplaar, sportief, robuust en inderdaad een hogere instap en niet van die stoelen waar je diep in wegzakt. Helemaal top. De kleine mocht thuis even met de auto’s spelen en daarna wandelden ze naar huis omdat broerlief zijn auto mocht lenen.

Om acht uur diende de eerste van het gezelschap zich aan. Zo fijn om de vrienden even goed vast te kunnen houden. Wat was het alweer lang geleden. Pluis haar poezenmand stond klaar en werd in liefde ontvangen. Ze kon mee naar de volgende bestemming. Ze was me te lief om naar de kringloop te doen. De avond begon natuurlijk weer met wat meer persoonlijke verhalen over de kinderen, over het werk, over de invulling van de tijd. Later op de avond kwam de politiek om de hoek kijken en was ieder zich weer even bewust van de gevolgen van deze onrustige periode, waarbij alle vermeende zekerheden op losse schroeven waren komen te staan. Met alle neuzen dezelfde kant op is het prettig toeven.

O ja, er was nog een boek te bespreken. Er bleken toch verschillende bevindingen te zijn. Had het de trant van een damesroman, was het echt een ‘vrouwenboek’. De recensie van de VPRO geeft aan dat het Coibin gelukt was om volmaakt geloofwaardig over de diepste gedachten en gevoelens van een vrouw te schrijven en dat was precies wat we ons afvroegen. Was die Colm Coibin wel een man? Ja dus en dat was een van zijn verdiensten. Was het taalgebruik overbodig lang of juist niet. Had iedereen tussen de regels door kunnen lezen en, ook niet geheel onbelangrijk, waarom werd het boek zo de hemel ingeprezen. Heel subtiel heeft de auteur kunnen aangeven wat het betekent om huis en haard te verlaten voor een geheel nieuwe omgeving en was dat geen vlucht geweest uit het bekrompen dorpsleven. Haar uiteindelijke keuze verbaasde hier en daar.

‘Hadden jullie een voorbeeldzus of broer, waar je je aan op kon trekken,’ was een andere vraag. Eigenlijk had niemand die echt. Er waren grotere en kleinere gezinnen, bij mij wel lievelingsbroers en beschermers van de kleintjes, maar echt een voorbeeld ook weer niet. Generatieverschil maakte bij het lezen ook uit, merkten we. Als het herkenbaar is en je de straten en de mensen voor de geest kan halen, zo’n bemoeizuchtige bitse kruidenierster bijvoorbeeld of de desolate sfeer van Brooklyn, dan leest het ook anders weg. Ook de tijd waarin het zich afspeelde was belangrijk. We zijn vergeten het over het belangrijke feit te hebben dat er voor de eerste keer vrouwen met een donkere huidskleur in de winkel mochten komen. De eigenaresse van de winkel vond dat die vrouwen welkom waren en had speciaal nylons in gepaste kleuren in het assortiment opgenomen. De Step-inns en corseletten waren eveneens een begrip in mijn pubertijd. Dat maakte voor mij de herkenbaarheid zo groot. Geen gebrek aan gespreksstof in ons groepje. De avond vloog voorbij.

Steeds weer blijkt hoe verknocht we eigenlijk zijn door al die jaren van samenkomen heen. In die warme sfeer namen we afscheid terwijl de poll voor het volgende te kiezen boek alweer ter plekke was gemaakt. Keuze uit vier. We zijn benieuwd.

Overpeinzingen

Aan de slag

In de ochtend was er tijd om het leven van Betje Wolff en de diverse recensies over de biografie na te trekken. De meest opmerkelijke feiten schreef ik op. Daarmee vloog de tijd voorbij en rond half twee reed ik richting Utrecht om daar vriendinlief op te halen. Het ritje naar Amsterdam was kalm. Op de een of andere manier had Truus een ingewikkelde route gekozen om naar het centrum te gaan. Mijn medereizigster wist de weg heel goed en het was leuk om op die manier naar de stad te kijken toen ze onderweg alle bekende plekjes opsomde. Rokin, Vondelpark, Leidse plein. Vlak voor het huis vonden we een parkeerplaats, waar natuurlijk wel de hoofdprijs voor betaald diende te worden. Gemak dient de mens.

Het was even slikken bij de trap naar de deur toe en de grote trap naar boven. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Zo gezegd, zo gedaan, dus treetje voor treetje en de beloning was een warme begroeting en een verse thee met een kletskop. Als de vaste kern er is zijn we met vijven. Iedereen had de biografie uitgelezen en we waren unaniem van oordeel dat het een heerlijk boek was, waarbij er wel wat vraagtekens werden gezet bij de bemoeienissen van de biografe zelf en de vele veronderstellingen, die altijd werden aangekondigd. Er waren in het leven van Betje Wolff veel brieven verloren gegaan. Uit haar Franse periode was maar een brief te voorschijn gekomen.

De kijk op de geschiedenis werd ook geroemd en haar rechtsgevoel voor democratie, slavernij, dierenmishandeling en de onderdrukking van de vrouwen evenals haar afkeer van het streng orthodoxe geloof oogstte bewondering. Zeker tegen de achtergrond van de tijd waarin zij leefde. Anekdotes werden aangehaald, gedachtengoed uitgewisseld, discussies niet vermeden, kortom het was een zinvolle middag. Bij de keuze van een nieuwe biografie werden voors en tegens afgewogen. Twee van ons wilden Ischa Meijer, maar de rest niet en na veel titels en namen werd ‘Een eeuw van Licht’ de biografie van Christiaan Huygens uitgekozen, dit keer geschreven door de Engelsman Hugh Aldersey-Williams. Een lijvig werk waar we ons in twee maanden op stuk zullen bijten. De verwachte avondspits terug bleef uit en op dezelfde rustige wijze reden we naar huis. Door ons gebabbel in de auto hadden we niet door dat we er al bijna waren. Mijn passagier moest naar Utrecht Centraal maar met al die wegwerkzaamheden en een onoverzichtelijk woud van stoplichten en borden duurde het even voor ik haar af kon zetten. Als je de wachttijd in ogenschouw neemt is het ontmoedigingsbeleid van de gemeente een succes. Je bent gemiddeld twee keer zo lang onderweg. Geduld is een schone zaak en kalmte zal U redden.

Lief kwam ook net aan en we liepen samen op. Zoonlief had een auto op het oog voor de komende twee jaren en stuurde een filmpje door. Hogere instap en op chic met zwart. Ze heeft al een naam. Agaath gaat ze heten, omdat dat verwerkt zit in het merk. Vanavond komt de andere boekenclub hier. Dat betekent dat ik straks in de benen ga, om bijtijds klaar te zijn. Lekkere hapjes halen en een wijntje, de poetsdoek door het geheel en de laatste bladzijden van Brooklyn uitlezen. Dat moet lukken allemaal. Zoonlief komt vanmiddag voor een proefritje met een surrogaat Agaath. We gaan het zien en beleven. Aan de slag.

Overpeinzingen

Om jaloers op te worden

Vanmorgen al vroeg in de benen. Nog een keer natrium laten checken nu de pantoprazol alweer een vier weken gestopt is. In de uren ervoor had ik al een flinke bres geslagen in het boek Brooklyn van Colm Toibin. Een boek dat pakkend is door de sfeer die beschreven wordt van het Ierland in de jaren vijftig. Er gebeurde tijdens het lezen iets geks. Er vond een samensmelting plaats met het meisje Eilis en mijn jongere ik. Heel duidelijk voel ik, bij elke beschrijving, dat het zo volledig herkenbaar is en de geuren die uit de diverse milieu’s opstijgen, kan ik haast ruiken. Misschien is haar heimwee en het gevoel een vreemde eend in de bijt te zijn zo invoelbaar dat het veel herinneringen omwoelt die diep van binnen lagen opgeslagen. In ieder geval is het een aanrader en gaat het boek vandaag nog uit.

Lief kwam goed aan uit de Hoek, gistermiddag en het was fijn. We hadden elkaar erg gemist ondanks de hectiek der dagen van beide kanten. Het is de saamhorigheid, het weten zonder spreken, de gevoelde verbondenheid, twee zielen ineen die maakt dat je elkaar mist. We hebben elkaar wel lekker veel te vertellen. Lief had het goed gehad, hard gewerkt om zijn archief op te schonen en nichtlief weet nu wat ze nog meer kan archiveren, laten taxeren en ruimen. Al die oude papieren van de belasting, van de huizen, giro-en-bankafschriften het mag allemaal door de versnipperaar. Ik vertelde over de bijzonderheid om de laden met sieraden met de beide dochters op te ruimen en van het bijzondere boodschappen schrijven in het zand.

Zoonlief heeft de voederplank weer op de berkentak getimmerd. Die was eraf gevallen en de dikke dollies en de kauwtjes zijn er een paar dagen verdwaasd naar op zoek geweest. Vinkie en roodborst zakten gewoon af naar de grond. De lange voederbuis nemen we mee naar Hongarije. Het voederen was een groot succes bij alle koolmezen, staartmezen en goudvinkies. Zoonlief wil een microfoontje meegeven, waar we het geluid van de vogels mee op kunnen nemen. Er is nog iets om de vlag voor uit te hangen, want hij heeft met zijn zelfgemaakte vogelwebsite een nieuwe baan binnen handbereik. Hartstikke fijn. Maandag gaat hij beginnen.

Gisteren vond ik een recept voor tagliatelle en die smaakte voortreffelijk. Het enige wat nodig was, was verse gare tagliatelle. Met de roomboter, het citroensap en de basilicum maak je samen met een beetje kookwater van de pasta een romig sausje. Schep dat door de tagliatelle en garneer met parmezaanse rasp, citroenrasp en een toefje basilicum voor het mooi. Subtiele toevoegingen zijn vaak het lekkerst. Voor vandaag ga ik met de andere helft van de gekookte pasta een ragu maken met vegetarische gehakt, champignons en geroosterde roma-tomaatjes.

De lucht is dichtgetrokken en ondefinieerbaar grijs. Een windje bijt venijnig om zich heen. Hoe zal het straks op de tuin zijn. In de eerste week van januari was het zo zompig nat, dat we onze schoenen met een zuigend geluid los moesten trekken of bijna omvielen. Ik vrees dat dat nog niet veel beter zal zijn. We moeten nodig aan de snoei en anders doe ik het met dochterlief en de filosoof, die dat erg leuk vindt. Nu willen we de wilg knotten op ooghoogte, nogal rigoureus, zodat we er volgend jaar goed bij kunnen. In de Baranya is het een verleidelijke 13 tot 17 graden. Om jaloers op te worden.

Overpeinzingen

Een dag met een sterretje

In de vroege ochtend kwamen er appjes langs van de veroverde schatten van de dag ervoor. Tante Pollewop had een schattig kastje met al haar frutsels erin. Zo kwamen ze veel beter uit dan in dat donkere laatje waar ze bij mij in lagen. Dat had ik misschien veel eerder moeten doen. Omdat er voorwerpen zijn die je al heel lang hebt, doorzie je niet meer wat het voor een ander aan waarde kan hebben. Je normaliseert een en ander. Dat was wat ik er uit filterde toen ik zag met welk een zorg en aandacht er mee omgesprongen werd.

Het was de sterfdag vandaag van de vader van de kinderen. Zoals elk jaar zouden we naar zee gaan om de boodschappen over het gemis te laten meenemen door het water. Ook hadden we nog twee stenen tussen de sieraden van de dag ervoor gevonden. Er stond love op. Goed voor de zee en de boodschap. We vertrokken pas om twee uur en de zon scheen toen nog uitbundig. Helemaal voltallig zouden we niet zijn, want de filosoof ging naar een partijtje en werd door zijn vader gebracht en schone dochter en onze kleine benjamin waren een beetje ziek.

Zoonlief had een lange tafel gereserveerd, want als we er allemaal zouden zijn dan waren we met 16. Er waren mensen aan de gereserveerde tafel gaan zitten en het duurde lang voor ze begrepen dat we recht hadden op die plaatsen. Sommige luitjes begrijpen het niet echt, geloof ik. Het kwam gelukkig allemaal goed. Wat een plek hadden we uitgekozen. Er was een of ander Tata Steel toernooi aan de gang en heel het dorp stond vol met auto’s, ook de weg naar het strand toe en op de parkeerplaats, ik werd afgezet en zoonlief zette de auto weg.

Al met al moesten we nog een aardig stukje lopen, terwijl de hoogovens hun vervuilende rook uitbraken en er een stevige wind was opgestoken. Een beetje lijden en afzien paste wel bij onze missie. Binnen hadden ze een open haard aan. Weer ontdekte ik hoe verraderlijk mijn gebrek aan reuk was, want ik rook echt helemaal niets, terwijl de kinderen zeiden dat het wel heel erg rokerig was.

Ik zat naast dochterlief en de kleine njong zat tussen mij en de oudste zoon in, dochterlief en de andere zoon aan de overkant met de twee kleintjes en de grotere kinderen zaten aan de andere kant met schone zoon. Eerst maar eens een heerlijke warme thee in die koude lijven. De kleintjes hielden we bezig door autootjes over de tafel te laten rollen, waarbij een menu tot tunnel werd gebombardeerd. Het meisje dat ons bediende was ontzettend aardig en verontschuldigde zich voor de mensen die een deel van de tafel hadden ingepikt. We stelden haar gerust. We zijn de beroerdsten niet en een van ons kwam later. Overal een mouw aan kunnen passen maakt het leven zo veel aangenamer.

We besloten ook een hapje te eten en daarna zouden we onze boodschappen in het zand schrijven nu het strand nagenoeg verlaten was. Drie waaghalzen stonden nog tot hun middel in zee. En dat het koud was, merkten we later pas goed, toen we na een ongedwongen en gezellige maaltijd dik aangekleed de schemer weer inliepen. De stevige bries was ongeslagen in een ijzige wind. De kleine njong ging in de jas van paps als bescherming tegen het opwaaiende fijne zand. Heen met wind mee ging nog wel. Er lag genoeg hout om te kunnen schrijven. Het was eb, dus zee was ook nog eens een pittig eindje weg. Schone dochter schreef mijn boodschap, omdat bij mij de zuurstof op was. Toch blijft het aandoenlijk om in elkaars nabijheid aan hem te denken, ondanks de kou vervulde het me met warmte. Wat zou hij trots geweest zijn.

Terug probeerden we het ruggelings, maar moesten toch omdraaien. Gelukkig was schoonzoon al de auto gaan halen. Heerlijk. Alle kleintjes erin en naar de parkeerplaats. Zoonlief stond al klaar met mijn auto en reed de weg terug. Een dag met een sterretje.

Overpeinzingen

Volgende keer de rest

Een gat in de dag geslapen na de vermoeiende maar ongelooflijk fijne dag. Heerlijk om de nacht aaneen stuk te kunnen slaan. Dat is echt een bijzonderheid. Ik had om twee uur met beide lieve dochters afgesproken en was precies op tijd klaar. Zoonlief had de eerste drie lades naar beneden gehaald en ik zat aan de grote tafel alvast de eerste kluwen zo’n beetje te ontwarren. Wat een hoeveelheid spaart een mens toch in 70 jaar bij elkaar.

Toen ze er waren, pakten we verscheidene lege tassen. Een grote voor de kringloop, een voor alle lieve schone dochters en zonen, een voor de oudste en een voor de jongste dochter en een voor de kralen voor dochterlief, die er zelf mee aan de slag ging. Het beperkte gedeelte dat ik nog werkelijk weer wilde bewaren ging in een leeg laatje terug.

Het was een bonte verzameling. Het rariteitenkabinet was er niets bij. Buiten alle kralenkettingen, kettinkjes van goud en zilver, oude ringen, nep of echt, wat door onze handen ging, waren er keramieken eenden, keramieken vissen, een dalmatiër en een varkentje van een soort foam, kleine houten knorretjes, een zilveren ballerina, een zilveren poesje, bedeltjes, hangertjes, beschermengelen, een Leda met de zwaan in gruzelementen en een beeld van twee mensen, eveneens in stukken, veel boeddha’s met het hoofd in de schoot en een heleboel stof. Hoe al die koppies eraf zijn gegaan weet ik niet meer. Maar het waren minstens vier stuks.

Het was fijn om het met de meiden te doen. Dat maakte het veel makkelijker om weg te geven en het bezat een hoge mate van intimiteit. Af en toe stikten we van het lachen. Alle sieraden waren echt of hadden er naast gelegen, maar die waarvan ik dacht dat ze ze mooi zouden vinden, konden geen goedkeuring dragen. De jaren zeventig kende ook een hoog gehalte aan kettingen en armbanden van omgeslagen spijkers en metaalfrontjes met felle emaille kleur erop. Op de tafel kwam het te verdelen spul, als het bij beiden of een van hen in de smaak viel. Dat zouden we op het allerlaatst bekijken.

Zo vulden de tassen zich gestaag en ook de tafel lag mudvol na de tiende la. Dochterlief had boven het ladenkastje gelijk uitgezogen met de stofzuiger en ook de onderkant ervan leeg gehaald, dus moest ik ook door een paar herinneringen van school en vonden we een muziekmap die direct in z’n geheel weg kon. Zo werkten we ons gestaag naar ruimte en leegte toe. Maar de echte doosjes en blikjes moesten nog. Het was al tegen vijven, dus besloten we dat een volgende keer te doen. Met tassen vol vertrokken ze weer na een warme omhelzing. Dag schatjes.

Het is dé manier van afstand doen, omdat je weet waar iets, waar toch een herinnering of emotie aan kleeft, gebleven is. Ik heb het zelf echt niet meer nodig. Ik draag twee kleine ringetjes en dat is ruim voldoende. Waar ik heel blij mee was, was de vondst van mijn zilveren aapje, die ik ooit van een oud-leerlinge en haar ouders kreeg en die ik jaren gedragen heb. Waarom de ketting ooit is afgedaan weet ik niet meer, maar het voelt goed om haar weer terug te hebben.

Zo te horen is Lief in de Hoek ook flink aan het ruimen gegaan. Ik ben heel benieuwd. Slaap wilde niet vannacht, omdat alle tien de laatjes en hun inhoud nog steeds door het hoofd woelden. In de ochtend met een vriendelijke droom was die slaap zo ingehaald. Het is goed zoals het is. Volgende keer de rest.

Overpeinzingen

Trots en genoegen

Redelijk bijtijds ging Lief op stap naar de Hoek en kon ik heel kalm opstarten. Ik voelde wel dat ik energie moest verzamelen voor de late middag. Prompt vergiste ik me en kwam een uur te vroeg bij vriendinlief aan, die begrijpelijkerwijs nog niet klaar was. De bonus? Een heerlijke kop thee en even ontspannen bijkletsen. We hadden elkaar al weer een aantal maanden niet gezien, dus in de auto gingen de babbels verder. Het was een uurtje rijden naar Apeldoorn en we hadden een adres gekregen waar we die lieve Truus konden stallen. Een Q-park bovengronds, waar ‘vol’ boven stond maar dat ons nog glansrijk kon herbergen. We hadden afgesproken bij Museum Coda, waar de tentoonstelling ‘Breekbaar’ te bewonderen viel. Een prettig, behapbaar museum met vooral inspirerende objecten. Natuurlijk veel glas, neon en keramiek, een ei om in weg te kruipen waarin je een hartslag hoorde ruisen en gebroken en beschilderd aardewerk. De schoonheid van de imperfectie. Met thee vooraf was een uurtje precies genoeg. Altijd fijn om met de gelijkgezindten van gedachten te wisselen.

Het was een paar straten verder naar het atelier waar de workshop ‘Tuften’ werd gehouden. Onderweg een broodje uit het vuistje en als eersten ter plekke, waar al zes raamwerken met fijnmazig doek waren opgespannen. De afmetingen bleken best groot te zijn, 40×50, daar kon de tekening van kleindochter makkelijk op. Mijn lieve vriendinnen hadden ook mooie ontwerpen gemaakt. De een had de domtoren uitgezocht en de ander een ingenieus ontwerp voor een kussentje op de houten stoel in haar atelier, waar een tube verf en een guts op prijkte. Er stonden krukjes bij iedere tafel en dat was fijn, want je kon het niet echt zittend doen, gezien de kracht waarmee je het tuftpistool zou hanteren. Er kwamen nog drie dames binnen en Laura kon gaan starten met de veiligheidsvoorschriften. Het aan-en-uitpalletje was erg belangrijk en ook de manier waarop je het pistool, dat op zich al redelijk gewicht had, vast moest houden.

De tekening die ik had moest in spiegelschrift. Ik had geen idee hoe ik het om kon draaien, maar gelukkig wist Laura dat wel. Dat scheelde tijd. Met zwarte stift tekenden we ons voorwerp op het doek, het gaf niet als er iets verkeerd ging, want de stift zag je niet op de voorkant terug. Voor elke kleur had je twee klossen nodig en moest je goed erop letten dat draden en snoer niet met elkaar in de knoop raakten. Het grote Tuft-experiment kon beginnen. Eerst wat proefrijtjes draaien. Wow, dat is nog eens iets anders dan kleine kruissteekjes moeten maken. Binnen een mum van tijd loopt het pistool de rijtjes vol, mits je de draad er op de juiste manier in heb zitten en langs een geleider laat lopen. Heel erg in de diepte kwam mijn antinaaimachine-tik weer omhoog, bijvoorbeeld doordat mijn spoel leeg was en ik lustig door naaide. De draad ging bij verkeerd gebruik regelmatig uit de geleiders. Een testje Mens-erger-je-nieten dus. Maar toch kregen we allemaal de smaak te pakken. Gelukkig had ik niet direct door dat er nog aardig wat stof in de lucht hing, maar ik moest wel tussen de bedrijven door steeds even zitten.

Schrale troost. Ik was verre weg de oudste. Laura moest op het laatst, met een geroutineerde hand nog wat achtergrond invullen en daardoor had ik goed zicht op de hand van de meester. Het was al met al een zeer geslaagde workshop, vooral toen we de eindresultaten konden bekijken. Daarvoor werden eerst de losse draden verwijderd, de achterkant gelijmd met latex, de voorkant geschoren en bij mij, omdat ik een schilderij voor tante Pollewop wilde maken, het doek in een lijstje gewerkt. Voor herhaling vatbaar dus, maar niet na vier dagen Texel en in de winter. ‘Regenboogje’ zoals ze haar iPad-tekening had genoemd stond er prachtig op. Wat overbleef bij ons alle zes was trots en genoegen.

https://www.mimosstudio.com

Overpeinzingen

Naar lieve lust

We waren keurig op tijd klaar met inpakken en afsluiten. Het was een fijne plek met wat haken en ogen. Vriendinlief was al onderweg naar het restaurant waar we gisteren met pleegdochter hadden gezeten. Ze wilde alleen koffie want na een uurtje moest ze de ogen van de buurvrouw druppelen. Hun wijkje achter haar huis was inmiddels een spontane knarrenhof geworden, dus de lammen hielpen de blinden tegenwoordig. Echte Noaberschap zoals het hoort. We babbelden er lustig op los en waren allang niet meer verbaasd over alle overeenkomsten die we gemeen hadden. Met een hartelijke omhelzing namen we afscheid. Haar ‘Ik hou van jullie’, bleef nog lang en warm naklinken.

Wij besloten een lichte lunch te nemen van hun bijzondere kaart voor we op pad gingen en ik koos dit keer voor de soep met de naam ‘Clam Chowder’, een rijk gevulde vissoep in een zuurdesembowl. Lief nam de Kimchi-Tosti en wederom was het smullen. De boot vertrok op alle hele uren. We besloten nog een rondje eiland te rijden tot het twee uur zou zijn. Inderdaad langs het atelier in De Koog, waar vriendinlief straks in mei haar etsen en lino’s mag uitstallen. Verder bleef het genieten van bijzondere luchten boven het vlakke Texelse landschap met haar tuunwallen en haar schapen, de imposante duinenrij. De weg terug was goed te doen, net vóór de drukke donderdagspits die rond Utrecht al vorm begon te krijgen.

Er was nog iets anders. Ik had al gemerkt dat de benauwdheid was afgenomen. In het appartement was ik de hele tijd heel benauwd geweest en flink aan het hoesten. Zo erg dat we de nacht hanenwakend hadden doorgebracht. Ik dacht eerst dat het hoesten was afgenomen omdat ik nagenoeg nauwelijks in actie was geweest tijdens het rijden, maar thuis was het ook veel minder. Zelfs met mijn vier trappen-klim om bij ons huis te komen, was er geen amechtige hoestpartij geweest. Deze nacht heb ik als een roosje geslapen. We zijn er van overtuigd, dat er in het vakantiehuis, behalve de verbannen geurstokjes naar de linnenkast, iets in de houten wanden moet hebben gezeten waar het lijf naarstig op reageerde. Zoiets is niet te voorkomen natuurlijk, want hoe weet je dat nou. We ‘sliepen’ met het raam een flink stuk open. Een wonderlijke ervaring was het wel.

Nu, helemaal uitgerust, staan we voor nog een paar leuke dagen. Lief gaat naar zijn nicht in Hoek om zijn archief dat daar staat te bekijken en er de bezem flink doorheen te halen en ik ga met mijn twee lieve vriendinnen eerst naar de tentoonstelling Art in het Coda in Apeldoorn en daarna doen we een workshop Tuften. Daar heb ik heel veel zin in. Misschien gebruik ik wel een ontwerp van kleindochter voor het kussentje. Ben benieuwd of het handmatig of machinaal zal zijn. We gaan het beleven.

Zoonlief heeft gesolliciteerd en was gisteren uitgenodigd voor een tweede gesprek door het enthousiaste team waarna hij werd aangenomen. Wat een goed nieuws. Hij heeft er razendknap werk voor verzet en het is geheel zijn eigen verdienste. We zijn trots op hem.

Het stormt en neef en zijn vrouw wonen aan de Ierse kust. Ze hebben hun kampeeruitrusting klaar liggen. Wijs. Tot nu toe hebben ze gemazzeld. Er zitten al 750.000 aansluitingen zonder stroom. In dat geval zijn er kaarsen bij de hand. Het is niet hun eerste storm. Bij de vorige zaten ze twee dagen zonder stroom. Ervaring maakt wijs.

De kauwtjes vermaken zich uitstekend met de wind. Ze vliegen en spelevaren op de luchtstroom, dartelen en buitelen naar lieve lust.

Overpeinzingen

De moeite waard

De dag begon met een landelijke tafereeltje. Op het kleine weggetje dat langs de voorkant van ons appartement loopt en waar we goed zicht op hebben van bovenaf, stopte een kleine veewagen. Twee vrouwen begonnen hekken van de zijkanten af te halen en die aan elkaar te klinken zodat er een strategisch doorgangetje ontstond. Alle kanten op behalve de goeie was er niet meer bij in ieder geval. Daarna liepen ze richting de overkant, even later waren er de hoeven van een kudde schapen op het weggetje te horen, waarbij de ene helft bovenin het wagentje en de andere helft in de onderkant werd geleid. Het laatste schaap dacht nog even ‘bekijk het maar’ en nam de kuierlatten in tegenovergestelde richting, maar werd rap terug gehaald door de laatste vrouw. Ze zouden ergens anders worden geweid, dachten wij en dat zal niet ver zijn gezien het gebrek aan ruimte. Gisteren had ik het wagentje ook al zien rijden.

Bloemetje voor het nieuwe appartement en op weg naar Lief zijn pleegdochter. Nieuw huis, nieuwe baan, dus een hoop te vertellen. We gingen lunchen in het centrum. Pleegdochter wilde ons meenemen naar de Libanees, maar die was helaas gesloten. Dan door naar het grote restaurant op een monumentale plek midden in Den Burg tegenover het glazen paleis. Er werkte een vriendinnetje van haar dus de ontvangst was hartelijk en goed voor een prachtige plek. Wat hadden ze een heerlijke en aparte menukaart. Combinaties van gerechten die we nog niet zo geproefd hadden. Veel vegetarisch en alles super vers, want zelf gemaakt. Officieel is het een koffiebar, annex bakker, annex restaurant. Zuurdesembroden, pizza’s met compleet ander beleg en tosti’s idem dito. Ik ging voor de kimchi-tosti.

Hun zoetigheden schijnen ook niet te versmaden te zijn. Dat gaan we vandaag proeven als we gaan brunchen met vriendinlief.

Het was genoeglijk bijpraten en fijn om te ontdekken dat ze inmiddels op Texel helemaal haar plekje heeft gevonden en zich als een vis in het water voelt. Had dat er mee te maken dat ze oorspronkelijk van Texel kwamen? Oma woonde er nog en nog wat verre familieleden, maar dat was niet waarom het zo klikte. Het is gewoon een spontane meid en ze heeft haar wortels in de muziek liggen. Den Burg heeft de St Artex Kunstenschool, de plek voor muziek-en-danslessen en beeldende kunst en derhalve heel veel creatieve en muzikale jongeren. Dan is de aansluiting zo gemaakt. Ze heeft een prachtige zangstem. Het is weer eens wat anders dan zingen in een coverband. Zij maken hun hele eigen muziek en niets is leuker dan scheppend bezig zijn.

Inmiddels was het gaan regenen en dat gooide wat roet in het eten, maar toch wilde ik naar de Slufter, een natuurgebied met een open verbinding naar de zee. Er ging kennelijk een vrij imposante trap naar toe. We namen hartelijk afscheid en reden richting De Cocksdorp. ‘Een slufter is van oorsprong een getijdengebied waarbij zout water vanuit zee onder invloed van het tij door een geul in de duinen landinwaarts binnen kan dringen. Er ontstaat een prachtige vegetatie, humusrijk en humusarm, kalkrijk en kalkarm, en droge en natte delen. Het levert een bijzondere flora en fauna op.’ De trap bleek een uitdaging, maar eenmaal boven was het zicht ondanks de regen en de wind adembenemend. We komen nog weleens terug onder betere weersomstandigheden, maar alleen het te mogen zien en die heerlijke stilte ervaren was al meer dan de moeite waard.

Overpeinzingen

Dan vliegt de tijd voorbij

Een lieve blogvriendin had ons de zon gezonden, zei ze. En schone dochter zou de mist wegzuigen. Beiden hebben hun werk goed gedaan, want tijdens onze ontmoeting met vriendinlief, die een heerlijke lunch had voorbereid, brak boven de dartelende mezen en mussen rond het pindasnoer de zon door het wolkendek. In de vroege ochtend hadden we al meer waargenomen dan in de afgelopen weken. Tel uw zegeningen.

Bij de super kochten we een bos bloemen en er ontstond nog een kleine discussie over wel dan niet hyacinthen erin. Ik vond dat niet zo handig, al zijn ze schattig, want niet iedereen kan er goed tegen. Lief had daar nog nooit van gehoord. Maar het gesternte was me gunstig gezind, want vriendinlief was blij dat we die niet genomen hadden. Daar kon ze inderdaad niet tegen. Net zo min als tegen overdadig parfumgebruik, maar gek genoeg wel weer tegen mijn Patchouli, dat veel aardser is.

Het is altijd weer thuiskomen bij vriendinlief. ‘We zijn met hetzelfde soppie overgoten’, om met mijn oma te spreken of ‘uit hetzelfde hout gesneden’, kinderen van die naoorlogse generatie en het schept een band. Ooit waren we beiden lid van de PSP en ze heeft me nog een gebroken geweertje opgestuurd, dat vertrouwde speldje tegen alle geweld. Nog steeds zijn we ervan overtuigd dat geweld alleen maar geweld oproept. Je zou willen dat er weer gezond verstand in de mensheid kwam in plaats van op macht beluste, niets ontziende, brulkikkers.

We raakten niet uitgepraat over alles en iedereen, over onszelf, over Hongarije en kleine en grotere ongemakken. Ze is vooral ook van: Niet zeuren, uithuilen en opnieuw beginnen en leeft daar ook naar. Haar huis is herkenbaar met alle frutsels, foto’s all over the place en er waren opmerkelijke toevalligheden. Bijvoorbeeld, die ene camping waar we van de zomer met de kinderen zitten, die wordt gerund door een broer van een vriend en oudcollega van haar. Daar kwamen we bij toeval achter omdat ik het over de luid knorrende Trudy had, dat enorme varken op die boerderijcamping.

Het andere was nog toevalliger. Haar broodplank was een prachtig ingelegd houten bord en een dergelijk bord hadden we bij het nichtje van Lief gezien in Hoek van Holland, die het net voor haar verjaardag had gekregen. Het bleek van de houtkunstenaar Beer Hendriks uit Amsterdam te zijn die een zwager van vriendinlief was. Nu moeten we erachter zien te komen of dat bord van nicht van dezelfde kunstenaar komt.

Zo trok de middag in gemoedelijkheid en in liefde voorbij en we raakten niet uitgepraat. Wat zijn dit toch cadeautjes. Natuurlijk gaat het te snel voorbij, maar we wilden tegen half vijf nog even de zee en wat zon vangen op het strand. Bij Koog was het strand voor mij nagenoeg onbereikbaar maar bij paal 17 was er goed heen te lopen. Ze waren er druk bezig een fundatie te maken, want de paviljoenen moeten meer naar de waterlijn om de groei van de duinen niet te belemmeren. De mannen waren tot laat in de middag hard aan het werk.

Wij ploeterden door het omgewoelde zand, de sporen door de grote rupsbanden gemaakt, naar de zee. Eindelijk, de zee, maar te laat om een wandelingetje te maken. Te harde wind ook. En helaas gaat het zuurstof happen slecht bij dergelijke snerpende wind. Dan maar een lekker afzakkertje bij het strandpaviljoen met het zicht erop. Een aangenaam sfeertje. De jongen die ons bediende was nieuw en moest veel navragen in de keuken, maar hij komt er wel, want hij was allervriendelijkst. Het is ook geen hoogseizoen en dan is iedere gast welkom.

Morgen gaan we naar ons andere doel op het eiland. Als alles naar het zin gaat, dan vliegt de tijd voorbij.

Overpeinzingen

Wie weet, komt dat later

Rond tienen waren we op pad. Iets anders dan de weg was tot in Den Helder niet waar te nemen. Die weg gelukkig wel. Zo zagen we dat we voorbij Egmond het Rijk der Aalscholvers binnenreden. Op de reeks lantaarnpalen langs de hele weg tot aan het uiterste puntje van Noord Holland toe, zaten ze parmantig te kijken met opgeheven trotse koppies. Hier en daar had er een de vleugels gespreid of wapperde ermee, als wilde hij de nevel verjagen. Saai maar voorspoedig is de juiste omschrijving van de reis en dat alleen maar door de grijze dikke deken. Onze hoop op zon op Texel werd ook nu de bodem ingeslagen. Toen de boot zijn auto’s weer uitbraakte, reden we een even grauw eiland op.

Eerst maar eens de plek opzoeken waar we om vier uur verwacht werden en eventueel eerder in konden als de kamer al klaar was. Een belletje bij aankomst volstond. Maar we wilden kijken waar het was, dan een hapje eten en vervolgens de boodschappen doen, om daarna weer terug te keren naar het skilleplaatsje. Vooraan stond een levensgrote bierfabriek. Een imposant stevig bouwwerk. Makkelijk te herkennen dus. De appartementen lagen achter het rij huizen er naast en was makkelijk te vinden. We probeerden Oudeschild voor een hapje, maar besloten toch naar Den Burg te rijden, waar we de auto bij de plaatselijke super hadden gezet, met de blauwe parkeerkaart en we hadden nu twee uur de tijd om een restaurantje te bezoeken. De eerste was vol en te druk. Het was natuurlijk ook lunchtijd. De tweede was gezellig en in de serre was nog plek. Bij ‘mams’, dachten wij, de oudste zoon indachtig die me altijd zo noemde, maar het was bij ‘Mans’. It is all in a name.

Soep, vegakroketjes met friet en een broodplank met smeerseltjes was goed om de inwendige mens te versterken. Daarna konden we er weer even tegen. De boodschappen waren beperkt. We hadden zoveel niet meer nodig en omdat we weer eerder dan vier uur bij het huis waren, belde ik de eigenaresse op die ons vertelde dat de kamer al op ons stond te wachten met een code onder de naam Tejas. Andere kamernamen hadden ook een hoog yogagehalte. ‘Tejas’ is de Interne straling van het lichaam. Bij de informatie over deze appartementen stond ook dat er een groep een keer per week yoga beoefent.

De kamer is ruim, heel ruim, met een prachtig bed. Ondermatras en een futon op een houten onderstel. Er is geen tv en voor de koffie werd er een beroep gedaan op de barista-kwaliteiten, die we beiden niet hebben. Er was gelukkig een handleiding bij, die Lief vanmorgen maar eens uitgebreid bestudeerde, toen de machine een fout aangaf bij zijn kopje koffie. De mijne was nog goed gegaan. Nog nooit heb ik hem uit zijn hummetje gezien, maar op dat moment had hij er toch even de smoor in. In de vroege morgen koffie door de neus boren is geen goed idee, bleek wel. Het lukte hem wonderwel om het gevaarte met verse bonen aan de praat te krijgen.

In de avond heerlijk lezen en vroeger naar bed dan gemiddeld. Helaas rook ik de geurstokjes niet die op het toilet stonden, maar ze geurden uitbundig en het was goed voor een nachtje hoesten met weinig slaap. Gelukkig sprokkelde ik na half zes tot half negen alsnog een paar uur. We hebben de stokjes nu verbannen naar de linnenkast. Wie weet, gaat het vannacht wat beter. Het uitzicht is rustiek Texel op z’n best. Tuunwallen, geiten, schapen, groene weilanden en iets minder mist, maar nog steeds geen blauwe luchten. Wie weet, komt dat later.

Overpeinzingen

Wat in het vat zit verzuurt niet

Ziezo, ruim op tijd wakker om de eerste voorbereidingen te treffen voor de tocht naar Texel. Koffertje is zo gepakt, boeken mee, wat warme kleding, het spelbord en de gitaar voor vriendinlief en dan kunnen we gaan. Als we er zijn halen we wat boodschappen in een plaatselijke super om de aankomst te vieren en ik hoop dat de frisse zeewind alle ongemakken als benauwdheid en hoestpartijen als sneeuw voor de zon laat verdwijnen. Natuurlijk rekenen we stiekem op een piezeltje zon.

Gisteren was het nog steeds pas-op-de-plaats-dag. Beter voor het kwakkelende lijf, dat almaar niet wil met die vochtige atmosfeer. Wel zijn er aardig wat bressen geslagen in Betje Wolff, die ik hoe langer hoe meer ga bewonderen, al heeft ze ook zo haar eigenaardigheden. Als ik in dit tempo doorlees heb ik het boek over twee dagen uit. Dus neem ik Brooklyn van Colm Toibin ook mee. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Vanmorgen heb ik -X-in de ban gedaan en dat voelde erg goed. Natuurlijk heb ik de media nodig voor de lezers van mijn blog, maar ‘Trump erin, X eruit’ lijkt me een relevante handeling. Op de trap klinkt nog wat gestommel van de kinderen. Ze moesten vroeg weg, dus zodra ze vertrokken zijn kunnen wij in de benen.

Gisteren keken we een programma over mantelzorgers, wiens partners aan dementie leiden. Aandoenlijke verhalen en beelden van mensen in allerlei stadia van de aandoening. Het brengt me altijd weer terug naar het zaaltje van vier vrouwen in het bejaardentehuis waar ik nachthoofd was in de jaren zeventig en trouwens de enige zuster. Daar maakte ik mee dat een van de vrouwen midden in de nacht ineens besef had van haar aandoening. Dat was af te lezen in haar ogen gedurende een aantal minuten om daarna direct weer terug te glijden in een lethargie. Zo aandoenlijk om mee te maken en het is nooit meer van mijn netvlies verdwenen. Nu was het boeiend om te zien hoe de verschillende partners reageerden en van allen was hun reactie te begrijpen.

Tijd om in beweging te komen. Een haastig schrijven dus. Vanmiddag of morgen meer. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

Overpeinzingen

Het wordt tijd

In Trouw verhaalt Andrea Bosman op de laatste dag van het vorig jaar over het feit dat haar dochter zo graag door de open ramen naar binnen kijkt, omdat je je zo bewust wordt van de levens van anderen. Aan dat bewust-zijn dat anderen ook hun levens leiden, heeft de Amerikaan John Koenig het woord ‘Sonder’ toebedacht. Hij was al eens als schrijver, grafisch ontwerper en videomaker in 2009 een website gestart onder de naam the Dictionary of Obscure Sorrows, een woordenboek voor vage gevoelens.

Met zo’n laatste inkijkje nemen mijn gedachten een vlucht net als bijvoorbeeld bij de titel ‘Het kerkhof van de vergeten boeken’, de labyrinthachtige bibliotheek uit de boeken van Carlos Ruiz de Zafon. Voor mij gaan zulke begrippen een totaal eigen leven leiden. Vage gevoelens, wat zijn dat en is dat gelijk aan ‘obscure sorrows’ of gaat de vertaling mank. Ergens blijkt het Engelse woord obscure ook vertaald te kunnen worden naar vergetelheid.

Een vaag gevoel smeult vaak onderhuids en vecht zich een weg naar boven, waar het steeds duidelijker vorm krijgt. Koenig maakt er samengestelde woorden voor, zodat je ze beter kan plaatsen. Bijvoorbeeld: Aftergloom om de eenzaamheid te voelen waar je in kan zakken na een druk evenement, bijvoorbeeld.

Taalbegrippen samenstellen is iets waar ik me wel eens schuldig aan maak als ik schrijf. Sommige begrippen laten zich nou eenmaal niet vangen in bestaande woorden of krijgen meer diepgang met een samengesteld woord. Bovendien is het ook het spelen met taal zelf dat het zo’n boeiende bezigheid maakt, waardoor je verrukt kan zijn van een nieuwe betekenis die je er aan hebt gegeven. Taal je rijk.

Er zijn momenten tegenwoordig dat mijn hoofd alle deuren heeft dichtgetrokken. Er komt geen letter meer naar buiten. Ik staar over de daken met de langgerekte rookpluimen horizontaal, gedreven door de wind, en denk aan niets. Niet aan de pluimen, niet aan de daken, niet aan het zo vertrouwde, niet aan de mensen in andere huizen, niet aan mezelf, niet aan de anderen. Niets, het grote niets.

Is het iets wat de grijsheid oproept? Ik ben er niet rouwig onder, vind het eigenlijk best fijn om nergens aan te denken. Niet in het voren, niet in het verleden, maar in het nu, de daken, de rookpluimen, de starende blik.

Als vroeger op school mijn hoofd tolde van alles wat nog op de rit stond en moest gebeuren, verlangde ik er naar. Niet te hoeven denken, niet te hoeven weten, gewoon te zitten zitten. Dan lukte het nooit. Gedachten namen een vlucht en ook in de avond of nacht bleef het spoken daarboven. Geklep van deuren, het vechten om de voorrang, het over elkaar heen struikelen door de druk die er op zat.

Nu kan ik soms verlangen naar de reuring, de uitdaging, de inspiratie die nu uit alles om me heen moet komen. Ik krijg het niet meer op een presenteerblaadje aangeboden zoals dat in wisselwerking met de kinderen vaak ging. Ik of mijn lieve collega verzonnen iets en zij gingen er mee aan de haal, of omgekeerd. Er ontstonden de mooiste ideeën, plannen, verhalen, gedichten door. Die kriebel haal ik nu uit boeken, artikelen, de kleinkinderen, de kinderen, de mensen op straat, in de super, in het stadscentrum, een film, een mooi stuk muziek. Verhalen verzinnen, woorden er aan geven en de verbeelding weer aan zetten. En ‘s avonds naar binnen kijken. Naar al die andere levens aan de andere kant van het raam. Het wordt tijd.

Overpeinzingen

Ik mag blijven gissen

Ik had er niet eerder van gehoord, maar maandag gaan de kinderen lopen voor Mind. Die organisatie strijdt voor een samenleving die investeert in de psychische gezondheid en alles doet om onnodig psychisch leed te voorkomen. De actie heet de Mind Bleu Monday Run en ze lopen als Valkie voor een Valkie tien kilometer. Hoe trots kunnen we zijn op deze kanjers.

Lief heeft gisteren de tocht ondernomen naar de informatiebalie van de NS, zijn hele reis naar Budapest, onze gezamenlijke reis naar Berlijn en voor mij de reis terug naar Utrecht laten uitstippelen en de stoelen besproken. Zijn nachttrein naar Budapest kende helaas alleen maar ligplaatsen, maar dat is geen punt want hij kan overal in slaap vallen. Het hotel staat aan de Kurfürsterdamm, historischer kan bijna niet. Er is belangrijke geschiedenis geschreven. Maar eerst reizen we maandag af naar Texel. Daar hoop ik vurig op helderheid om ons brein te verlichten nu de dagen al tijden in dichte nevelen zijn gehuld. Als ik de buienradar bekijk zie ik ongeveer wat ik hier ook zie, niets vooral.

Nu Lief op pad was, had ik in de middag alle kans om drie kringlopen in de buurt te bezoeken en bij een ervan vond ik twee mooie wollen truien in nieuwstaat. Altijd fijn als die dan ook maar vijf euro per stuk moesten opbrengen. Ik hoorde mijn wijze zus zeggen dat de kleur te flets is voor onze teint, maar een sjaal om je nek in de juiste kleuren doet wonderen.

In het appartement dat we gehuurd hebben, is geen televisie. De juiste omstandigheden om een grote slag te slaan met lezen in de biografie van Betje. Er valt niet te bezwijken voor een goede film of iets dergelijks. Lief en ik, ik en Lief, de natuur en de stilte, het lijkt ons meer dan voldoende. De eigengereide Betje volgt een fragment van Virginia Woolf avant la lettre: ‘Doe altijd waar je zin in hebt. Dan is er tenminste één mens gelukkig.’ Ik moet daar aan denken als ik dit citaat in de column van Marja Pruis en haar overpeinzingen lees. Het komt uit haar agenda van dit jaar, dat het thema ‘Geluk’ draagt. Marja besluit met de woorden: ‘Ik heb liever dat de ander gelukkig is. Niet omdat ik zo’n goed mens ben, onzelfzuchtig, lief. Ik vind het gewoon rustiger.’ En daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Het leven van Betje is allesbehalve rustig. Ze wast vooral de ZooZoo’s de oren, de stijve geloofsgemeenschap in Nederland en ploegt met haar verzen er doorheen als een olifant door de porseleinkast. Daarmee oogst ze de grootste bewondering van mijn kant. Ga er maar eens aan staan in dat witte-mannen-tijdperk, waarbij vrouwen nagenoeg moesten schitteren door afwezigheid.

Tijdens het opruimen kwam ik het boek van Paul Haenen en Mirja de Vries tegen met de titel ‘Knuffels’. Er staan allerlei verhalen in over geliefde knuffels die van alles hebben meegemaakt. De tweede wereldoorlog bijvoorbeeld, of de watersnoodramp, Er werd om gepest, er werd mee gelachen of ze werden gebruikt als troost in bange dagen, uren, momenten. Er zijn aandoenlijke foto’s bij van letterlijk platgeknuffelde knuffels. Mijn gedachten zijn bij beer, die hopelijk met mijn mechanische looppopje nog steeds ergens in de schuur te vinden is. Mijn verhaal is net zo gruwelijk als die uit het boek in de meeste gevallen. Beer moest dienen als bliksemafleider voor de bende van de Zwarte Hand die, met mijn levendige fantasie, regelrecht uit mijn Pietje Bell was gestapt en rondwaarden in de Amandelstraat en vooral op ons kleine kamertje met de twee stapelbedden met veel kwaad in de zin. Arme beer. Rolde daarom spontaan zijn hoofd van zijn lijf op een kwade dag? Ik mag blijven gissen.

Overpeinzingen

Deze dagvulling

De zware mist was er weer. Slecht weer voor ons. Nauwelijks zuurstof op te diepen. Het hoesten blijft dan ook maar aanhouden. ‘Het gaat wel weer over voor je een jongetje bent’, leerde onze moeder ons. Tegenwoordig kan je dat natuurlijk niet meer zo argeloos zeggen. Voor je het weet, wordt het bewaarheid.

Zoonlief had de auto geleend om naar de kapper te gaan die naar een aantal dorpen verder was verhuisd en was netjes terug op de afgesproken tijd. We besloten om gelijk door te gaan naar ons doel voor vandaag. Het Louis Hartlooper, de bioscoop, eigenlijk nog meer een begrip, dat gevestigd was in het oude politiebureau van vroeger. Er liggen veel voetstappen van mijn vader op de oude uitgesleten granieten vloer. Hij zat met regelmaat op deze post. Het is een prachtig gebouw en eigenlijk bijna te klein om alle mensen voor en na de films op te vangen als ze alleen het restaurant aan de voorkant open houden. Het is er wel heel knus en doet ons tweeën denken aan vroeger. De tafeltjes zijn allen bezet. Mensen lunchen, drinken koffie, werken op een laptop. Vriendelijke jonge mensen doen de bediening. Wij bestellen de kerrie-knolselderij soep met landbrood van de veldkeuken en het was precies het opkikkertje dat nodig was. We hadden ruim een uur de tijd. De film begon om kwart voor twee, lekker vroeg, dan hield je nog wat tijd over.

De jongen die de tickets controleerde was ineens op wonderbaarlijke wijze voorin. Had hij de grote verdwijntruc toegepast. Het was in ieder geval vermakelijk. We zaten comfortabel op de eerste twee stoelen van rij tien. Ruimte voor de benen en niet helemaal ingesloten, zoals het ons het liefst was. De film heette ‘A Real Pain’ en werd aangekondigd als een Amerikaans/Poolse komische dramafilm van Jesse Eisenberg. Dat komische bleek een tragische ondertoon te voeren en daarmee was het heel indringend. Het spel van beide acteurs, die twee Joodse neven speelden, was ijzersterk. Totaal verschillend maar beiden met dezelfde problemen. Als je wilt weten welke dan moet je de film gaan zien.

We liepen over de kade terug naar Truus, die op ons stond te wachten in de parkeergarage. Op het beeld van Jitse Bakker zat parmantig een grote kraai om zich heen te kijken. Onverstoorbaar, tot ik de foto had genomen en toen pas vloog hij op. IJdelheid Uw naam is Kraai, in variatie op een thema.

Onderweg genoten we van de oude wijk, de straattuintjes her en der, de stilte, omdat de geluiden gedempt werden door de mist, een dappere heggenrank pronkte met een uitbundige bloei over het balkonnetje heen. Bij Orloff haalden we het gebruikelijke afzakkertje met de geijkte portie vegetarische bitterballen waarbij we onze gedachten lieten stromen over de film. Indrukwekkend vonden we allebei én we hadden beiden een totaal ander beeld gehad bij de titel. Zo vrij te kunnen spinnen is wat deze geliefde bezigheid zo waardevol maakt. Een van de voordelen in Nederland, dit bioscoopbezoek.

We konden dankzij het vroege uur achter elkaar doorrijden naar huis, onderweg nog een boodschap en thuis nagenieten van wat toch altijd weer een extra cadeau was geweest, deze dagvulling.

Overpeinzingen

Wie weet

Henna op droog haar, stond in het advies voor het gebruik. Ik deed het altijd op vochtig haar. Vooruit, als het resultaat is dat ze beter pakt, wilde ik dat wel proberen. Waarschijnlijk was het papje niet smeuïg genoeg, want het liet zich lastig in masseren. Volgende keer beter. Bovenop bij de scheiding was de dekking minder. Dat kwam ook omdat de azijn op was. Volgende week nog maar eens proberen. Er was wel veel tijd om het tekendagboek bij te werken.

Lief had in de vroege ochtend al de twee tassen met elpees naar de auto gesjouwd voor de ene en de lamp en de schaakstukken voor de andere dochter. Ik hoefde alleen maar langs te rijden. Bij dochterlief zaten de filosoof en tante Pollewop een korte tijd een filmpje te kijken en zelf zat ze te lezen in ‘En uit de bergen kwam de echo’, van Khaled Hosseinii. Ik sjouwde de platen mee en het truitje en de duimelap. Warme knuffels en hete thee. Toen hun digitijd verstreken was kwamen de kinderen er ook gezellig bij en we mijmerden over de op handen zijnde vakantie in de zomer. Er waren filmpjes van Trudy het varken die een immens kabaal kon maken als ze bijna eten kreeg. Inderdaad, meer decibellen dan het spreekwoordelijke speenvarken bracht ze voort. Wat zal het gezellig zijn daar. De caravan is geregeld en de sta-plek eveneens. Sinds heel lang weer kamperen. Daar heb ik zin in, zeg.

De filosoof ging naar voetbal en zou door zijn vader opgehaald worden, maar eerst had hij het nog gezelliger gemaakt door de kaarsjes aan te steken. Daarna ging hij in vol ornaat op de fiets, zo warm mogelijk ingepakt. Het truitje dat ik jaren geleden had gebreid voor dochterlief en waarvan ik dacht dat het een baby-truitje was, bleek Tante Pollewop nog te passen. Trots poseerde ze voor de foto. Kijk nou eens even. Glansrijk de tand des tijds doorstaan.

Nog meer nostalgie. De platenspeler werd van boven gehaald en toen ik behoedzaam, sommige handelingen vergeet je niet, de plaat uit de hoes liet glijden op de vingertoppen en hem voorzichtig op de draaitafel legde, klonk het zo vertrouwde lichte kraken en de eerste tonen van Ellie en Rikkert en ineens kwamen de waterlanders opzetten. ‘Waarom ben je nu zo geroerd’, vroeg dochter. Er bulkte een hele zak met herinneringen open. Dat gebeurde er. Ik was ineens jaren terug in de tijd, in Leiden, met mijn eigen pick-up en luisterde naar mijn eigen vertrouwde muziek, kon elk lied woord voor woord meezingen. Nog steeds trouwens, letterlijk. Het was op de Hoge Rijndijk. Lief zat in de stoel te lezen en ik luisterde muziek. Er was een warme en vertrouwde sfeer. Het draaien van platen is eigenlijk heel meditatief. Ik had met veel moeite afstand gedaan van al die lievelingen en nu kwam het even in volle hevigheid boven. Maar het was des te waardevoller. Want als ik ergens van weet dat ze in goede handen zijn, is het daar wel, bij hen samen.

Mijn opruimwoede werkte trouwens aanstekelijk, want een van mijn oud collegaatjes en studiegenoot liet een foto van een kattebelletje van mijn hand zien, aan haar gericht, met een uitnodiging voor het een of andere feest, waar het vooral op grond-slapen uit zou draaien omdat er nog tien mensen bleven overnachten. Ook hier schrijven we de jaren zeventig. Dat kon toen allemaal nog.

Dochterlief maakte een heerlijk maaltje, spaghetti met groene saus van Broccoli en Spinazie, ui en knoflook, de lievelingsmaaltijd van tante Pollewop, die al die tijd dat wij aan het draaien of koken waren, zoetjes haar fantasie uitrolde over haar dieren, de playmobil en de magneten bouwblokken.

Wat een bijzondere middag was het geworden. Een om te koesteren. Op Spotify ga ik maar eens op zoek naar de zo vertrouwde muziek. En er wacht nog een hele grote mand met platen. Mindere Goden dan die twee tassen, maar ook geliefd. Wie weet.

Overpeinzingen

Zin in

Het zicht op de wereld is deze nacht, met de opkomende mist, sterk veranderd. Na de vage daken zie ik slechts nog de contouren van een bomenrij. Het kantoor erachter met zijn grote neonreclames op de gevel is weg, foetsie, geen piezeltje neon breekt door de grijze massa heen. Wonderlijke gewaarwording. En dan is dit maar tijdelijk. Ik denk aan al die mensen die deze ochtend een totaal ander aanbeeld te zien krijgen, maar dan voorgoed. Weggerukt is die vertrouwde omgeving. Het huis van de buren, de jongen die de kranten de brievenbus inwerpt aan de overkant, de roze vlinderstruik vol met zoemend en fladderend geluk. Zwart geblakerd, weggevaagd.

Op sociale media kom ik het lied van de troostvogel tegen, de tekst is van Drs. P en er is een vertolking van Herman van Veen, maar hier wordt het gezongen door Jelka van Houten, wiens oudste dochter er mee thuis kwam van school. Daar had hun leraar het aan de groep geleerd, vertelde ze bij Groentenman op Zondag. Ze zong het ter plekke samen met die groep. Ik kende het ook niet, het is prachtig. Je zou iedereen deze troostvogel gunnen.

In de biografie over Betje Wolff lees ik over de brand in de houten Amsterdamse schouwburg en de reacties van de rechtzinnige dominees daarop, die citaten uit de bijbel aanhaalden, waarin God dreigt vuur te zenden naar de wufte steden en de woedende reactie van Betje daarop: ‘Ontaarde Menschen,…durft gij wel zo liefdloos wezen?/Schynheiligen, hebt gy dan harten als staal?’ Dappere Betje en dat in 1772. Destijds hadden ze ook een vorm van sociale media. Men schreef pamfletten over van alles en nog wat die, al dan niet met vooraankondiging in de kranten, werden gedrukt en verspreid en vooral gelezen, waarop dan weer reacties kwamen in voors of tegens. Het blijft een boeiende historie.

De film waar we gisteren in de middag naar toe wilden had nog slechts plaatsen vlak voor het scherm. Dat zou niet aangenaam zijn geweest. Nu zit het in het vat voor donderdag, plaatsen op de achterste rijen op de hoek. De film is ‘A real pain’, van Jesse Eisenberg. We hebben er zin in.

Het betekende wel, dat ik derhalve door kon met ruimen. De trommel van zijn vader naar de oudste zoon, waar het vooralsnog de meeste overlevingskansen heeft, samen met de twee plastic bakken van onder de werktafel. Twee tassen met elpees naar dochterlief, kledingkast verder uitgeruimd, de inhoud van een boekenkast overgeheveld naar de andere. Alle dagboeken staan weer bij elkaar. Lief heeft nu in de kast bij zijn werktafel ruimte voor printer en mappen. Het overtollige spul mocht opnieuw naar de lang-zal-ie-leven-kringloop. Dat doen we direct er achteraan.

Als je eenmaal begint met schoon schip maken, krijg je de smaak te pakken. Straks, na Texel, zal ik er mee door blijven gaan, tot aan de laatste te verdelen spullen toe. Het ladenkastje met de sieraden, klatergoud en kralen van generlei dan emotionele waarde wil ik met de dochters eerst bekijken en dan in de groep gooien. Het antieke kastje mag ook mee. Elke kastruimte die er in een huis is, vult zich ongemerkt en met het oog op een eventuele nieuwe fase zijn wij de meest aangewezen personen om er bressen in te slaan. Ze krijgen al genoeg om door te worstelen. Als een appartement of een klein huisje op de hei(dat laatste liever) zich aandient valt er makkelijker te verkassen nu dit werk al gedaan is. Belangrijk ook dat het in rust en met aandacht gebeurt. Bij een verhuizing moet het hals over kop, voorzie ik.

Straks gaat het haar in de henna. Lief gaat aan de koffie met een van zijn nieuwbakken vrienden. In de middag is dochterlief aan de beurt. Gezellig op de thee en een hapje mee-eten, maar vooral bijkletsen. In de zomervakantie gaan we in een gehuurde caravan op hun lievelingscamping staan voor een week, zij zijn er dan ook. Ze stuurt een filmpje van een avondwandeling in de zon en een juichende filosoof en tante Pollewop. Ik heb er nu al zin in.

Overpeinzingen

Ruimte winnen

Naar aanleiding van een gesprek tijdens het bezoek aan zuslief afgelopen vrijdag en een opmerking van dochterlief op nieuwjaarsdag toen we voor de zoveelste keer de stoelen niet konden vinden in de overvolle kast kreeg opruimen vandaag prioriteit nummer een. Bovendien hadden we gisteren de geleende stoelen voor het familiale kerstdiner bij zoonlief opgehaald en die konden er echt nooit meer in.

‘Volle maan’ en ‘het op je heupen krijgen’ zijn twee onafscheidelijke factoren en derhalve vaker in beeld. Kleding is altijd makkelijk. Op een paar klassiekers na, waar veel hart in zit, mocht alles langer dan een jaar niet gedragen naar de kringloop. Dan gaat het snel hoor. Binnen een fractie van seconden hadden we twee vuilniszakken vol en was de kast behoorlijk leeg. Ook mijn zwarte items, veelvuldig vertegenwoordigd, moesten er aan geloven. Ziezo, dat was één.

Daarna de kast met rariteiten. Een kastje erin met oude videobanden, daarvan wilde ik die, waar de kinderen nog opstonden en een paar van de diverse kersttonelen van school, bewaren, maar de rest mocht allemaal weg. Eerst de kratten eruit. Een met stofzuiger-hulpstukken, een met kerstspullen, een met overjarig speelgoed, een mand met oude autootjes van de jongens, die konden bij de speelmand voor als de kleinkinderen kwamen, de serie handpoppen van de Fabeltjeskrant.

Bovenop het kastje stond een oude koffer met een mand met Egyptische schaakstukken van gips, de reismand van Pluis, mijn tweede gebreide babytrui voor dochter 2 en haar duimelap, een tentje voor op het strand, een lege koelbox. Dit was de afdeling ‘wie biedt’, fotootje opsturen en de reacties kwamen vanzelf. Schone zoon de schaakstukken, dochter haar truitje terug , de reismand naar iemand van de leesclub, die er dolblij mee was, de koelbox naar zoonlief, het tentje voor onszelf, plat in de auto voor ‘je weet maar nooit’.

Na alles te hebben ingepakt, bleven er zes tassen met banden over voor de kringloop, waren de oude kapotte maar nostalgische Chinese parasol en wat houten planken voor de werf, kon de lege oude grote plastic bak ook mee, Lief sjouwde alles de trappen af in een keer of vijf en zoog de kast uit, ik nog een beetje na, ordende de rails en de strips voor de elektra en alles wat nog een deur verder naar iemand moest, mocht weer netjes terug. We konden tevreden zijn over het resultaat.

Eigenlijk had ik niet veel puf meer om alles dezelfde dag weg te brengen, want het liep al tegen half vijf, maar de kringloop was tot zes uur open. Lief kreeg het met zachte drang voor elkaar om me overstag te laten gaan. Vooruit maar weer. Dan zijn we er vanaf. Hij had natuurlijk gelijk. De werf was dicht dus daar kon de lading in de achterbak morgen heen. Opgeruimd staat netjes. Trots showde ik de bijna lege kast aan de familie in de app. Trots dat daar kinderstoel en reservestoelen hun plekje hadden gekregen, zo voor het grijpen. Vandaag ga ik verder met de kast. Een kwestie van even doorpakken en dan komen we een heel eind met ruimte winnen.

Overpeinzingen

Duurzaam hergebruik is altijd goed

Omdat er in de familie nogal wat wintervirussen rondwaren, van griepachtige verschijnselen tot aan krentenbaard toe, besloot dochter een balletje op te gooien om een wandeling te maken met wie er mee wilde. We hadden ze al niet gezien met oud en nieuw, omdat er het een en ander was mee gekomen uit Frankrijk aan ziektekiemen. Dan worden ze zeer voorzichtig naar ons toe, wat ik natuurlijk hogelijk op prijs stel.

Amelisweerd hadden we bedacht en zij en zoonlief kwamen met de hele bubs er naar toe. Wel de coordinaten van de parkeerplek opgestuurd, want het is al vaker voorgekomen dat het ene deel in Oud Amelisweerd aan het wachten was en de ander in Rhijnauwen. De jongens hadden heel groot het pannenkoekenhuis in hun ogen staan. Dat was in ieder geval een wandeling van om en nabij de anderhalve kilometer heen en dan weer terug. Met de drie kleintjes erbij goed voor een middag onderweg.

We moesten even wachten, maar gelukkig was de speeltuin naast het complex. Zodra er een grote tafel vrij kwam konden we er met z’n tienen zitten. Wat fijn. De kinderen hun ogen waren gemiddeld groter dan hun maag en de slagroom bij de warme chocomel, was zo ongelooflijk veel, dat je alleen met dat hapje al vol zou zitten en dan moesten de pannenkoeken nog komen. Aan zo’n grote tafel met elkaar zijn we een huishouden van Jan Steen. Alles krioelt, wil niet of wel, en alle eigen willetjes gaan in de weer. De kleine krullebol lag onder de tafel, ons dametje in de kinderstoel wilde er af en toe ook uit, of er moest iemand onder begeleiding naar het toilet. Kortom ogen, oren en handen tekort. Dochterlief en ik hadden een soepje uitgekozen, lief alleen een chocochoco, dat een klein taartje bleek te zijn met alweer dezelfde dot slagroom, want die houdt van kalm eten om er van te genieten en in deze ongeleide chaos was dat toch niet helemaal haalbaar.

De kinderen kregen kleurplaten met kleurtjes die geen van allen een punt hadden. D
an werkt dat zoethoudertje natuurlijk niet. Na een stief uurtje paste schone zoon een betaaltruc toe, want ik had om de rekening gevraagd aan de serveerster en die kwam maar niet terug. Het bleek dat hij erna stiekem was gaan betalen. ‘Dan een tikkie, hoor’, zeiden zoonlief en ik. Hij gaf ons een echt tikkie en lachte ons vierkant uit. Knuffeltje en opnieuw aan de wandel. Onderweg was die van drie heel benieuwd wat er toch in die ronde bolletjes zou zitten die overal in het gras lagen, want ze waren allemaal dicht. ‘Dat zijn beukenootjes in een jasje,’ legde ik uit en als het voze beukennoten waren had de eekhoorn ze natuurlijk meegenomen. Anders was hij bij ieder voos nootje zeer teleurgesteld geweest.

De twee grote boys liepen elkaar voortdurend vliegen af te vangen en te dollen, maar zorgden er ook voor dat de bal op de weg bleef en dribbel verleende een heldendaad door hem uit de dichte beukenhaag te vissen. Er waren nieuwe schoenen waar op gelet moest worden, want zodra je buiten de paden trad, was het moddergehalte hoog. De koeien in de stal oogsten bewondering, vooral de naar ons toegekeerde schoften, die voor de kleintjes van reusachtige afmetingen waren.

Toen we na de Veldkeuken bij het laantje kwamen was er een prachtige oranje/roze lucht en moest er even stil gestaan worden bij het flinterdunne ijs in de plas.

Met warme knuffels of al naar gelang zonder namen we afscheid. Dag lieverds, het was ons een waar genoegen en tot gauw. Toen we boodschappen hadden gedaan reden we bij zoonlief langs om de geleende klapstoelen en stapeltonnen op te halen die nodig waren met de kerst en een overtollige gouden lamp, die toch te laag werd bevonden. Dan is ie voor dochterlief. Duurzaam hergebruik is altijd goed.

Overpeinzingen

De zon tegemoet

Zo stralend het in de ochtend hier was, bleek het niet overal in het land te zijn. Op weg naar Eindhoven was het net of er nog een scherpere scheidslijn getrokken werd boven en onder de grote rivieren, maar nu letterlijk. Voor Zaltbommel was het een stralende zonnige winterdag en na de brug doken we een verstikkende deken van nevel in. Dat immense grijs bleef ons vergezellen tot we in de stad aankwamen, die we geen van beiden echt goed kenden. Ooit was ik er wel aan de periferie geweest. Of het nu kwam door het weer, door het zoeken naar een juiste parkeerplek, of door de wonderlijke mengeling van oud en nieuw, maar onze eerste indruk was dat het een troosteloze aanblik bood en, met een korte wandeling naar het restaurant waar we hadden afgesproken, werd die gedachte steeds meer bevestigd.

Op het terras van het restaurant was kennelijk een plaatselijke sportclub neergestreken die allen stevig aan het bier zaten. Het restaurant van twee verdiepingen met een open vide was ook vol. Maar onze lieve schatten hadden gelukkig een plaats weten te vinden en misschien had zoonlief wel gereserveerd. Lief ziet gemiddeld een paar keer per jaar de kinderen van zijn ex. en we hadden toevallig even daarvoor afgesproken dat we wat vaker ervaringen zouden uitwisselen, omdat we bijvoorbeeld niet goed wisten welke leeftijd de kleine pork had en waar hij aan toe was. Op de bonnefooi hadden we een een grote set stiften gekocht en een boek van de waanzinnige boomhut. Hij bleek pas vijf te zijn. Het boek was nog iets boven zijn petje. ‘Om voor te lezen,’ beloofde zijn vader, maar de stiften vond hij prachtig. Hij ordende zijn lievelingskleuren vooraan, blauw, bruin en oranje, met daarbij een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde tint.

Het was een genoeglijk samenzijn met het uitwisselen van wederwaardigheden, kleine kwinkslagen van het porkje en het registreren van elkaars verjaardagen. De schone dochter kwam uit Brazilië en ze hadden daar een klein appartement gekocht vlak bij haar moeder, zodat ze die konden verhuren en minstens een keer per jaar er naar toe konden gaan, met eventueel de gedachte om er te gaan wonen als de tijd rijp was. Wat een mooie vooruitzichten. Helaas een vliegreis te ver voor ons, maar een mooie missie. Ze bleken 16 jaar getrouwd te zijn en zouden dat vieren met deze lunch en onze ontmoeting, daarna kwam opa de kleine halen en gingen zij door naar de sauna.

Kennelijk nemen Brabanders geen genoegen met een bescheiden portie eten, of het lag aan het concept waar het restaurant zich van bediende, maar de borden die werden opgediend, waren overvol. Gelukkig had ik op het laatst voor een soepje gekozen, want de bestelde Eggs Benedict voor zoonlief vielen tot over de rand van het grote bord heen en bij de andere borden was het al niet beter. Na de lunch wandelden we naar de hal van een winkelcentrum, waar opa al stond te wachten en een uitgebreide lectie gaf van zijn muntenverzameling terwijl de kleine met zijn moeder nog een cadeautje aan het uitzoeken waren.

We namen hartelijk afscheid en liepen weer in eigen tempo richting de parkeerplaats, ons opnieuw verbazend over de troosteloosheid van de stad. Iemand had met een grote hand een verzameling nieuwbouw hap-snap tussen de statige oude gebouwen geplempt. En een aantal van die oude gebouwen waren industriële vervallen percelen, waar hier en daar kennelijk al te rotte tanden tussen uit waren gefilterd. Gehavend, dat was het juiste woord, dachten wij. Twee mannen die flesjes aan het verzamelen waren uit prullebakken versterkte die gedachte. De weg terug leek sneller en we konden opgelucht adem halen toen we uit de dikke deken opnieuw naar de goede kant reden over de brug van Zaltbommel heen, de zon tegemoet.