Uncategorized

Zoveel mensen, zoveel zinnen

Gisteren kreeg ‘de langschrijver’ een advies van ‘een kortschrijver’.  “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg” was de quote die boven het stuk van 120 woorden stond.

Het vraagt om nuances. Ik lees altijd veel en boeken kunnen me niet dik genoeg zijn. Ik hou van de longreads van de Newyorker en het NRC of de Correspondent en de uitgebreide filosofieën van Brainpickings zijn me lief. Ik hou van woorden omdat ik er mee boetseer en kneed én omdat ik geleerd heb de zin van de onzin te onderscheiden, mijn zin.

Soms heb je een sfeertekening nodig of wil je een situatie schetsen met veel of weinig woorden, net hoe het uitkomt. Dat men minder zou lezen omdat er meer staat gaat voor mij niet op. Ik waag het te betwijfelen of ik daar alleen in sta.

006

Mijn moeder nam, zodra de eerste wankele schreden in de wereld van de letter waren gezet, ons mee naar de kleine huisbibliotheek in de Elsstraat. Daar stonden alle kamers van het huis, een verkapte arbeiderswoning, vol met boeken. Daar stond ze aandachtig voor de boekenkast, met haar hoofd schuin geheven. Af en toe trok ze er een boek uit en bladerde wat. Hier en daar viel dat stil, als ze een stuk tekst las. Wij bestudeerden haar en zagen hoe het hoorde. Hoofd schuin, letters vangen die je lezen kon en er een boek uitpakken. Heerlijk imitatiegedrag. Lezen werd met de paplepel ingegoten.

Thuis las ik vooral in bed, onder de dekens met een zaklamp als broerlief  het nodig vond het licht uit te draaien, omdat het bedtijd was. Mijn broer vaderde en werd dan soms de spelbreker. Letters eten, ik heb het altijd gedaan, mijn hele  leven lang en heb boeken nodig om de leeshonger te stillen.

Nu, met de nieuwe media, komt het woord aangevlogen, verblijft een wijle op het vinkentouw en verdwijnt weer. Mooie woorden en zinnen van anderen nestelen zich in mijn hoofd. Kleine kostbare parels, die soms meer zeggen dan een shortread of een longread. Sommige verhalen, gebeeldhouwd bijna, vliegen regelrecht mijn ziel binnen door het onderwerp, de woordkeus, het verfijnde filigraan, waar tussen de regels het ongeschrevene een nieuw verhaal vertelt.

Mijn verhalen zoeken iedere dag een weg naar buiten. Ze dienen zich bij voorkeur vroeg in de ochtend aan. Ik strijk, met de slaap nog in mijn ogen, over mijn hart en schenk ze een podium. Soms poëtisch, soms emotioneel, soms bombastisch, soms realistisch, net hoe het uitpakt.

Toen ik 11 jaar was, kreeg ik mijn eerste dagboek. Ze was geel met gouden letters. Ik schreef er mijn eerste woorden in, aarzelend, maar allengs brutaler met ongezouten puberale meningen, die schreeuwden om vrijgelaten te worden op een wit vel. Mijn vader onderschepte ze en velde een oordeel over onbegrepen angsten van zijn dochter. Het heeft heel lang geduurd eer ik weer die eerste onbevangenheid zou bezitten.

Ik rijg de woorden aaneen, lang of kort, net wat zich aandient. Ik schrijf voor wie het lezen wil en om de honger te stillen naar het geschreven woord. ‘Zoveel mensen, zoveel zinnen’ wist mijn moeder. ‘Leven en laten leven’ zei mijn oma. Daar was alles mee gezegd.

Uncategorized

Een leven lang.

Verslagen schrijven is in het hoofd van het kind kruipen en daar twee uur lang vertoeven. Opmerkelijk wat van een heel jaar is blijven hangen. Een oogopslag, een kleine grijns, een onzekerheid, wat bravoure, de liefde voor iets, de bewogenheid die vriendschap echt maakt.

Het kompas.

Soms schrijf je in tegenstrijdigheden, zijn er zwijgende getuigenissen van het niet doorgronden, waar andere kwaliteiten juist wel uit de verf komen. Het vergt zorgvuldigheid. Het gekozen woord gaat een leven lang mee, sterker nog, legt waarschijnlijk de kiem voor het kompas, waar het kind op kan varen. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee, bedachtzaam rondwaren in dat hoofd, laveren tussen beweegredenen en een eigen mening, indruk, aanname wegpoetsen. Verslagen vragen om uiterste concentratie. Na twee verslagen geschreven te hebben is de koek op. Het hoofd moet leeg, lekker uitwaaien in de frisse buitenwind en ruimte maken voor een nieuw kind.

Dat die verslagen een keer per jaar een feit zijn zorgt ervoor dat het hele jaar op het ontdekken en doorgronden de focus ligt. Het verandert de insteek van een observatie. Je blijft altijd op zoek naar de kern.

In de zesde klas van onze oude lagere school kreeg ik een psychologische test. In het verslag over de bevindingen  werd uitvoerig beschreven wie ik was en waar ik voor moest waken, of mijn ouders althans, om de opvoeding te laten slagen. Er werden een aantal etiketten opgeplakt, waaraan mijn toekomst kleefde en ik wist er niets van.  Aan de hand van het verslag werd een schoolkeuze gemaakt en dat zette de ondertoon.

Jaren lang heb ik geprobeerd langs verschillende omwegen de stempels van me af te krabben. Uiteindelijk is het me gelukt, maar gevrijwaard van onzekerheid ben ik niet. Het is iets wezenlijk anders om aan een mening handen en voeten te moeten geven, dan zelf de mening te mogen vormen. Daar ligt het verschil.

 Kinderen kunnen veel meer dan we denken. Als we filosoferen met de hele groep, dan zijn ze vrij van denken. Ze worden niet beïnvloed door wetenschap of techniek, het hoofd is leeg en alleen met de vraag bezig. Ze slaan automatisch aan het beredeneren en het levert juweeltjes van uitspraken op.

Tijdens een van die lessen, alweer wat jaren geleden, waren we aan het terugdenken in de tijd. Kind, ouder, opa en oma. Hoe zijn die opa en oma er dan gekomen was een vraag. Daar kraakten de hersentjes weer. ‘Iedereen heeft een papa en mama natuurlijk’ zei een kleine pragmaticus. Dat was het bevrijdende woord en we duikelden pardoes in de bet-bet-bet-bet-bet-bet overgrootvaders en moeders. De stok wees het aan op de tijdlijn, steeds gemiddeld 60 jaar terug, tot in de middeleeuwen. Ineens waren we tijd aan het vertalen naar een begrip dat binnen het voorstellingsvermogen lag. Waarop er moeiteloos over werd gestapt naar Grootvaders klok en de wolf met de zeven geitjes. Want als je vrij bent van vooroordelen is het associëren boeiend en levert het heerlijke nieuwe mogelijkheden op.

Zonder methode mag je je laten meevoeren op de stroom van gedachten die zich aandienen. Een onderwerp schiet van de fantasiewereld naar de realiteit en weer terug en allen willen helpen om het naadje van de kous te vinden. Die betrokkenheid tekent het welbevinden en dat welbevinden is de basis voor de kwaliteit van leren. Dat wordt geboekstaafd en is terug te zien. Een leven lang.

Uncategorized

Bommen en granaten

Het was een prachtige eerste pinksterdag. De dag ervoor had ik de hele dag op de tuin vertoefd en nu moest ik meters gaan maken met het schrijven van de verslagen. Het kwam maar langzaam op gang,. Ik was klaar met het tweede verslag en drukte op de knop ‘opslaan’ en toen kwam er een foutmelding. Alles wat ik geschreven had, was weg. Ik heb het programma binnenstebuiten gekeerd, de computer vervolgens, maar wat ik ook probeerde, de lege vakjes staarden me zwijgend aan. Geen woord meer.

 Stripmuur in Brussel.

Ik was toe aan Kapitein Haddock’s bommen en granaten. Wat een deceptie. Ik heb de laptop dichtgeklapt en ben boodschappen gaan doen. Dat hielp. Die korte pauze was precies voldoende om de accu weer op te laden en opnieuw te beginnen. Na iedere opmerking sloeg ik het onmiddellijk op. ‘Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen’.

Het is niet de eerste teleurstelling in mijn leven en zeker ook niet de allergrootste, maar ik moest het wel handen en voeten geven. Ik poste het op facebook en kreeg troostgevende gedachten ervoor in de plaats. Het lost niets op, maar het verzacht.

me

Op school is er een meisje dat onmiddellijk, bij alles wat tegen zit, in haar wiek schiet. Ze slaat haar kleine armen over elkaar, de kin zakt op haar borst en haar pruillip komt boven drijven. Ze fronst haar voorhoofd in een kwaaie rimpel, zodat iedereen op afstand kan inschatten, dat er een dikke donderbui achter wacht. Dat overkomt haar wel vier keer per dag. Ze keert zich van je, af als je het uit wil leggen en het kost een berg overredingskracht om haar over die bui heen te krijgen. Ergens is het hoofdstuk ‘na regen komt zonneschijn’ niet aangekomen bij dit schatje en wacht ze op het bekende goedmakertje ofwel toegevertje, dat helaas bij mij nooit komt.

‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’, zei mijn moeder vroeger. Daarmee legde ze in een klap de verantwoordelijkheid bij ons neer en niet bij zichzelf. Als je er niet uitkwam, dan moest je maar mokkend door het leven. Eigen schuld, dikke bult en naarstig ging ze voort met al het werk, dat haar nog restte. Ze had het veel te druk om aandacht te schenken aan één zo’n koter, als er nog tien rond liepen. Ze had er eenvoudigweg geen tijd voor. Al vroeg leerden we oplossingsgericht te denken.

Negeren en geen aandacht schenken werkt het beste. Zodra iets wat negatief is de volle aandacht krijgt is het hek van de dam. Dat weten we ook best wel, maar om de goede sfeer te behouden, pamperen we zo’n kleine mopperpot tot in het oneindige met als rendement nog veel meer nuffigheid en narigheid.

Het is moeilijk om de juiste weg erin te bewandelen. Ik ging als vroeger in de moederrol oeverloos lang redeneren, waarom bepaald gedrag niet kon, compleet met argumenten en voorbeelden. Dat vonden mijn kinderen minder geslaagd, dus verzonnen ze van alles en nog wat om onder mijn preken uit te komen. Intuïtief had ik een middel gevonden dat als anti-pruillip werkte.

Ik ga zo weer aan de verslagen. Voor vandaag staat de teller op twee. Ik zal het zorgvuldiger doen dan de eerste keer. Ik wist van Parnassys dat het iets voor eeuwig kan laten verdwijnen, maar was het vergeten. Ik begrijp dat we zelfverantwoordelijk zijn, maar een beetje hulp van hogerhand is niet teveel gevraagd, lijkt me. Het is anno 2017. Bij Google Drive wordt alles automatisch opgeslagen. Een systeem dat door zoveel scholen gebruikt wordt, zou onfeilbaar moeten zijn. Daar behoort het opslaan bij. Het zou in ieder geval een hoop commotie besparen en alle bommen en granaten van Haddock.

Wie de schoen past, trekke hem aan.

 

Uncategorized

Taal heelt

Een van mijn oud collega’s is gaan werken op de taalschool. Ze deelde gisteren een filmpje op Facebook, waarin deze kinderen stuk voor stuk hun dromen vertelden. Deze film zou iedereen in Nederland moeten zien. Alleen al om te begrijpen dat, iedere keer als het woord vluchteling valt, zo’n lieve schat er achter schuilt. Een kind dat haar hoop vestigt op de toekomst en die de donkere zijde van het verleden zo snel mogelijk wil vergeten. Dromen krijgen een extra betekenis als er hoop doorheen fluistert en verlangen. Elk kind heeft ze, waar je ook geboren bent.

Op de Amsterdamse straatweg. Foto: Wikipeida.

Wat wilde ik later worden? Het duurde nog heel lang voor we groot zouden zijn. Vroeger regeerden volwassenen en de tijdbeleving was vele malen trager dan nu. De oorlog lag achter ons en ondanks het geploeter om rond te komen en de grote gezinnen woonden we weer in het land van melk en honing. Als vierjarige wilde je moeder worden of werken bij de Gruyter, waar het altijd zo lekker rook naar vers gemalen koffie. Op de U.L.O waar juffrouw van Harten bij Nederlands de scepter zwaaide, was mijn droom die van redacteur omdat ik bij de schoolkrant mocht, maar ook kinderverhalen schrijfster of dichter. Voor het nut van het algemeen werd het de opleidingsschool voor kleuterleidsters, de Sancta Maria te Amersfoort met sommige nonnen nog in lang habijt en sluiers. Het dromen bleef, door de werkelijkheid die nooit helemaal bracht wat ik ervan verwachtte. Nog steeds spelen verlangens en hoop een rol, maar die allerprilste zouden we  moeten koesteren.

In de groep is het verhelderend om te horen wat kinderen voor wensen hebben. Sommige willen in de dierentuin werken, dokters zitten er altijd bij en de eeuwige politieman, of de stoere brandweerman ook, profvoetballers zijn er nieuw bijgekomen, die waren er in mijn tijd niet.

Deze ‘taal’kinderen uit alle hoeken en gaten van de wereld hebben als enige overeenkomst, dat ze de Nederlandse taal nog niet beheersen. Ze krijgen binnen een tot anderhalf jaar een intensief taal en integratieprogramma en mogen daarna uitstromen naar een basisschool of naar het voortgezet onderwijs. Er is vooral aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Er gebeurt veel met spel om de herinneringen handen en voeten te geven, dat klinkt door in de wensen van deze jonge mensen.

009

Ik heb een Poolse jongen in de groep. Hij is eigenlijk te groot en te oud voor de onderbouw, waar hij nu in zit. Er is een extra moeilijkheidsfactor, omdat hij eerst van Polen naar Nederland kwam, vervolgens naar Engeland verhuisde voor twee jaar en nu weer terug is in Nederland. Hij spreekt heel binnensmonds en ik vang elke bekende letter om er een woord mee te breien, zijn Engels is net zo koeterwaals. De voertaal thuis is Pools. Hij zou perfect passen op zo’n taalschool. Met de dag zie ik, dat we nog niet eens een tipje van de sluier hebben kunnen oplichten van wat er in dit kind aan kwaliteiten schuilt. Taal is zijn grote struikelblok geworden, omdat hij in verwarring is gekomen door drie talen op het meest cruciale moment van de taalontwikkeling.

Ik zou willen, dat er op school tijd gemaakt kan worden voor dit soort bijzondere behoeften. Er valt nu een gat met alles wat wegbezuinigd is, anders hadden we het onderwijs wel passend gekregen. De Remedial teacher, de Intern Begeleider, de logopedist, de fysiotherapeut zijn er niet meer of dun gezaaid qua aantal uren, schoorvoetend komen er hier en daar taalcoaches.

De dromen van de kinderen zijn vrij en vol belofte. In hun hart is de kiem gelegd van de hoop door de mogelijkheden die er zijn. Taal koestert de kiem en geeft hen vleugels voor hun droomvlucht. Wie zaait zal oogsten. Lucebert wist het, taal heelt.

ik ben de stem die geen stem geeft
aan wat al reeds stem heeft
maar die op een pijnlijk zwijgen
het wonderbeeld van een woord legt
en als het dan van alle angst genezen is
weet wat ik met dit alles heb gezegd

 

Uncategorized

Varen op het kompas van de ziel

In het filmhuis het Hoogt draait een indrukwekkende film, die op de IDFA van 2016 al werd bejubeld. Ik kreeg vanmorgen de trailer onder ogen en heb gebiologeerd gekeken naar de beelden. In een paar flarden trekt een heel leven aan je voorbij. Een vrouw die ooit vermaard was om haar vernieuwende flamencodans, zit in een stoel en vertelt. Met passie verwoordt ze levendig wat flamenco met een mens doet. Ze beschrijft hoe haar ziel een voor een de deuren opent van haar gedrevenheid, haar hartstocht, haar liefde voor het samenkomen van de intense gevoelsbeleving en haar lichaam, een opnieuw geboren worden, een samensmelten, een vervloeien van het diepste innerlijk en de krachtige uitingsvorm, haar taal, die Flamenco heet. De vrouw is Antonia Santiago Amador, of kortweg ‘La Chana’.

Er is een stukje film van haar waarin ze bij de opening van het Amsterdamse Spaanse filmfestival op het podium zit. Door haar knieën kan ze niet meer staand dansen. De zaal verstomt bij het horen van de eerste klanken van de rauwe en toch zo liefdevolle, muziek, het opzwepende klappen van de handen, de lijdzame en toch zo strijdbare blik en handen die het hart uit haar lijf rukken en voor de voeten van de kijkers gooit. ‘Hier, hier ben ik, in al mijn nietigheid met al mijn gebreken, maar trots op wie ik ben. Ik. Ooit overmand door een slechte zigeuner, maar weer terug op het podium. Lichamelijk misschien versleten maar het vuur brandt’ Dat vertellen haar handen en het driftige voetenwerk, dat nog niets heeft ingeboet aan kunde en gave. In  mijn beeldvorming is ze al uit de stoel verrezen. Geen seconde ouder als in haar glorietijden van weleer in de jaren zeventig.

Deze vrouw verdween van het wereldtoneel door haar man, die jaloers op haar succes was. Het hele verhaal leest als een roman met alle cliché’s van dien, maar dankzij de energieke verschijning op het podium wordt het een tragedie, van waaruit de Phoenix herrijst uit haar as en met furore nog eenmaal haar ziel naar buiten keert om ons te tonen dat de grote liefde niets aan kracht heeft ingeboet. Ze is nu zeventig jaar.

074

De film is het debuut van Lucija Stojevic, die door toeval la Chana ontmoette. Lucija noemt het einde bitterzoet omdat het definitief een afscheid van deze flamencodanseres van haar grootste passie zal zijn. De grote kracht van deze vrouwen is het geloof in zichzelf en de dingen die ze doen, waardoor het doel  behaald kan worden. Beiden hebben met een ijzeren doorzettingsvermogen ondanks tegenslagen bereikt wat ze wilden. Lucija vond een manier om de documentaire te maken ondanks het geworstel om de financiën, La Chana wist haar naam onsterfelijk te maken door nog een keer te schitteren met haar flamboyante stijl in het dansante en in het hartverscheurende liefdesverhaal van haar leven.

Als een trailer van een documentaire al zoveel los maakt, hoe zal mijn gevoel dan zijn na het zien van het origineel. Deze prachtige humorvolle vrouw is geboren voor de dans, haar voeten zijn altijd blijven dansen, ondanks het lichamelijke ongemak. Ze zit als een koningin op het podium en iedereen is gebiologeerd door de bezielende handen, voeten en haar meeslepende mimiek. De rode schoentjes, het sprookje van Hans Christian Andersen, flitsen mijn gedachten binnen. Niet vanwege de moraal, maar omdat voeten niet kunnen stoppen met dansen. Het vuur diep binnenin haar is blijven branden en het is de motor, de kracht van haar bestaan. Varen op het kompas van de ziel en wij mogen een stukje meevaren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uncategorized

Een hele echte muis

Gisteren probeerde de stagiaire een les te geven, waarin ze de kinderen het verschil tussen echt en nep uit wilde leggen. Ze liep er hopeloos in vast.  Ze had wel plaatjes op de laptop van een getekende baby en een echte, van een tekenfilm Nemo en een echte clownvis en een animatiefilm en een film over het dagelijkse leven.

Al gauw raakten we verstrikt in de definitie van echt en nep en kwamen we op het niveau van de filosofie terecht. Een gouden horloge dat niet echt is, is een nep horloge, maar wel weer van echt metaal gemaakt. Een kerstboom van plastic is nep, maar wel weer echt een boom van plastic. Ze begonnen zelf spontaan alles te bekijken en op te noemen, te zoeken naar lego en wat je er mee kon bouwen, een huis bijvoorbeeld, dat dan geen huis van steen was en derhalve nep, maar toch een huis, maar dan van lego. De benoeming van echt en nep is niet zuiver op de graad, zoals het werd voorgesteld. Het woord imitatie is geen enkele keer gevallen. Een meesterlijke imitatie van Rembrandt is geen echte Rembrandt, maar nog steeds een prachtig schilderij.

Heerlijk om even in te duiken en verder te zoeken dan onze neuzen lang zijn. In Tegenlicht bepleit filosoof en kunstenaar Koert van Mensvoort dat de tegenstelling in denken tussen echt en onecht onderuit moet. Hier in het westen wordt het maken van replica’s beschouwd als vervalsing, maar in Azië gaan ze daar heel anders mee om. Daar staat de beleving voorop en bouwen ze hele digitale voorstellingen met bewegende imitaties van schilderijen, om het zo echt mogelijk aan de bezoeker voor te kunnen schotelen. Hele westerse steden worden nagebouwd.

Koen van Mensvoort pleit ervoor om dat denken in tegenstellingen uit het raam te gooien, omdat het ons niet helpt, maar eerder verwarring sticht. Het komt vooral door het waardeoordeel dat wij westerlingen eraan hebben gehangen. Echt is goed en nep is bedrog. Maar iedereen die een clownvis ziet, zal onmiddellijk aan de kleine Nemo uit de gelijknamige film denken. daar kan je niets aan doen, dat roept het digitale beeld op.

In het programma Tegenlicht van de VPRO heet hij ons welkom in de digitale wereld van de alledaagse onwerkelijkheid. Dat is op zich al een prachtige tegenstelling. Koen van Mensvoort vergelijkt ons met een stelletje mopperaars, die vinden dat alleen echte kunst telt. Maar Taiwan wil kunst bij de kleine man brengen en doet dat middels een digitale wereld waarin bijvoorbeeld het meisje met de parel van Vermeer tot leven komt en zelfs het podium op stapt om iedereen kennis te laten maken met Vermeer.

In deze mediawereld is er heel veel wat we echt noemen , maar wat weer nep was in grootmoeders tijd. Koen van Mensvoort geeft als mooi voorbeeld dat een scan van Vermeer meer informatie geeft en daardoor boeiender is dan het schilderij zelf, waar alle toeristen zich om heen staan te verdringen en dat kleiner is dan een postzegel.

Een dergelijke ervaring had ik wel in het Louvre bij het zien van de Mona Lisa. Dat hele kleine doek, met een zaal vol  bewonderaars er voor zodat ik niets zag, heb ik overgeslagen. Dat had geen meerwaarde, maar de digitale tour door het Louvre waarbij het doek lange tijd minutieus te bewonderen valt heeft dan pas echt waarde.

https://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/09-03-2014/VPWON_1209786

Wat is echt en wat is nep. In de journalistiek wordt men geacht objectief te zijn, maar gevoel en emotie zijn bijna niet te scheiden van het onderwerp, ook al is een journalist nog zo integer. Als objectiviteit niet langer absoluut is, vervagen de grenzen tussen objectief en subjectief. Met name in de fotografie kan je het origineel van bewerkte foto’s nauwelijks meer onderscheiden. Virtuele technologie ontwikkelt zich snel en maakt de beleving nog echter, alsof je op locatie bent als je naar een film kijkt, straks zijn er ook 4D films te zien, waarbij de wind door je haren strijkt en het opspetterende water je haren nat maakt. Het is alsof je er zelf onderdeel van uitmaakt. Het is een andere, een nieuwe werkelijkheid. Dat weten ze in Taiwan en Azie al lang.

Inderdaad. Gooi met Koen nep of echt het raam uit en bekijk alles op de juiste waarde. Welke  impact heeft het op jou. De enorme doeken van Rothko hebben door hun imposante afmetingen een grotere lading voor mij dan een virtuele afbeelding ervan zal hebben, maar bij de Mona Lisa werkte het precies andersom.

Gisterenavond had mijn lieve Pluis een hele echte muis mee naar binnen genomen. Ik woon twee hoog. Dat was geen fantasie en geen verzinsel, ik heb hem gered, zijn hartje klopte in zijn keel. Dat voelde ik. Echt is niet langer van virtueel te onderscheiden, maar de waarneming vertelt in welke wereld je de werkelijkheid aan het beleven bent. Waar een les al niet toe kan leiden.

027

 

 

Uncategorized

Domweg gelukkig aan de Gageldijk

De slaap mijmert nog een beetje na in mijn ogen. Door het raam zie ik de lucht verkleuren van een zachtrode gloed naar oranje/goudgeel en ik weet dat er weer zo’n prachtige dag als gisteren aankomt. Ik was op de tuin. Als je een volkstuin bezit, dan ben je op in plaats van in de tuin. Maanden lang, tijdens de vroege lente, had ik haar laten versloffen en eigenlijk net gedaan alsof ze er niet was. Maar in de meimaand ben ik begonnen met een rigoureuze opruiming. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat er bij mij weinig doorsnee ‘volkstuin’ te vinden is. Hooguit wat kruiden. Het is eerder een nuffig stadstuintje.

105

De andere tuinders om me heen zijn bezig met het aanleggen van houten bakken, waarin de groente welig tiert. Vooraan op de tuin zijn de echte ouderwetse tuinders, veelal mensen met een andere culturele achtergrond dan ik. Zij kennen als geen ander de klappen van de zweep. Al vroeg in het voorjaar liggen hun tuinen hoopvol omgespit, bemest en ingezaaid erbij. Ze werken hard. Er zijn er die de tuin strak en gestroomlijnd opgezet hebben. Anderen oogsten precies hetzelfde, maar met een gemoedelijke rommelpotterij. Alsof je door een Turks boerendorp loopt. Ze roepen naar elkaar over de sloot heen, de klanken verwaaien met de wind mee. Als ik langs kom steken ze joviaal een hand op.

Daar op het tweede deel van de tuin hebben vrouwen de overhand. Iedere week weer staat er ineens een nieuw huis, zijn er houten bakken, ligt er een nieuw gazon of een pad van houtsnippers. Het spelletje Farmville van ooit, maar dan in het echt, zonder het jengelend muziekje. Daar kon je met een druk op de toetsen een complete moestuin met boerderij aanleggen. Net zo strak als de goed geoliede tuinders vooraan. Daarnaast viel het stuk grond te verrijken met mooie hekken, fruitbomen, huizen en dieren. Er moest wel geoogst worden, anders verdorde de groente. Het was behoorlijk dwingend en daardoor verslavend, want niets was leuker dan het steeds mooier, groter en beter te maken. Slimme lui die spelletjesmakers.

Tuin is handen uit de mouwen met sportschoolfanatisme. In ruil daarvoor geeft ze me iedere lente weer een bloemenzee en even zoveel onkruid om te trekken. De schrepel is onmisbaar. Het blijft een bultig weiland, maar door stukje bij beetje te ontginnen, is het gelukt het om te vormen naar een oase van rust, met zes bedden, een hoekje met fruitbomen en een piepkleine vijver, waar twee eenden hun dompelbad nemen. Een koddig gezicht, die twee dikkerds gemoedelijk in dat kleine postzegeltje.

Als je heel stil aan de zijkant bij de haag blijft zitten, zie je pas wat er werkelijk leeft. Niets vermoedend komt haas aan lopen, of zit groenvink op een tak in de hoogste boom te kwinkeleren. Gisteren vloog Vlaamse gaai de fruitbomen in. Hij kraste het paradijselijke genoegen van vier fruitbomen vol jonge vrucht naar ieder die het horen wilde.

Als je voorbij gaat aan wat je ziet en de verbeelding laat spreken, valt er veel te beleven in mijn lapje paradijs, groot genoeg om van te genieten en tegelijkertijd bewerkbaar klein. Domweg gelukkig aan de Gageldijk om met Bloem te spreken, die hier zijn naam eer aan doet. Iedere tuindag weer.

Uncategorized

De sleutel naar geluk

Het komt twee keer op mijn pad in een tijdsbestek van 24 uur, dan verdient het aandacht. Op Twitter komt opdoemen ‘Worden wie je bent’ en bij Brain Pickings kom ik het boek Enormous Smalness tegen, a story of E.E. Cummings, een prentenboek over Cummings leven geschreven door de dichter Matthew Burgess en geillustreerd door Kris di Giacomo.

E.E. Cummings die zichzelf een auteur van beelden en een tekenaar van woorden noemde, schreef vernieuwende poezie, waarin hij speelde met kapitalen, lettertypes, woorden en de ruimte tussen het geschreven woord in, de dichterlijke ruimte die soms meer zegt, dan woorden beschrijven kunnen. Deze Biografie voor kinderen over zijn leven werd gemaakt met passie en liefde en kwam voort uit de bewondering van Claudia Bedrick, de oprichtster van de uitgeverij van kinderboeken, Lion Books, die de dichter Burgess benaderde waardoor, na vier jaar lange nauwe samenwerking, dit bijzondere boek van een bijzonder mens het licht zag.

Het verhaalt, hoe je kan roeien tegen de stroom in, zolang je in jezelf blijft geloven. Het laat zien dat er ontmoetingen op ons pad komen, die de inspiratie vormen voor het eigen leven, omdat ze de persoonlijkheid weten te versterken en daarom meer dan waardevol zijn. Een van Cummings gedichten waarin het benoemd wordt, is  ‘Als’.

AlsAls sproetjes lieftallig zijn, en dag nacht is,En mazelen mooi zijn en een leugen geen leugen is,Dan zou 't leven heerlijk zijn,--Maar de dingen zouden niet kloppenWant in zo'n droeve staatZou ik geen ik zijn.

Als de aarde hemel is, en hier ginder is,En verleden heden is, en vals waar is,Dan klopt dit in zekere zin,Al zou ik in twijfel zijn,Want met zo'n voorwendselsZou jij niet jij zijn.

Als angst moedig is, en globes vierkant zijn,En vuil proper is, en tranen vrolijk zijnDan zou alles fraai lijken,--Toch zou iedereen vertwijfeld zijn,Want als hier daar zou zijnDan zouden wij geen wij zijn.

© E.E. Cummings, 1910(vertaald door Lepus)

Eigenlijk zegt hij ‘Alles vormt iedereen’ De vrijheid om de keuzes zelf te mogen maken, zorgt ervoor, dat je jezelf kunt blijven.

Jaren geleden op school: Het meisje van vier kwam schuchter binnen aan de hand van haar moeder, die groot en imposant was. De verlegenheid duurde, maar toen ze geaard was en de knutselhoek had ontdekt, kwam er een heel ander kind te voorschijn. Ze kwebbelde honderduit en kwam handen en voeten tekort om zich te laven aan de bron in haar hoofd, die zich geopend had. Ze bruiste, het was mijn zonnetje in de groep op dat moment, humoristisch, creatief en een inspiratie voor haar omgeving.

Afbeeldingsresultaat voor floddertje boek

Toen begonnen de klachten van moeder te komen over de kleding van haar dochter. De sokken waren besmeurd, ze had vlekken op haar jurk, ze kreeg de lijm niet meer uit de kleren, er zat verf op de dure lakschoentjes. Hoe ik haar ook bezwoer, dat school een atelier was en dat we, als er hard gewerkt werd, op dat vlak wel eens wat fout kon gaan, ze bleef hardnekkig klagen.

Mijn smeekbeden om oude kleding aan te doen, druiste regelrecht tegen haar mening in. Haar dochter moest ordentelijk en net door het leven als een echt meisje en niet als een halve wildebras. Binnen een tijdsbestek van een half jaar was het meisje van het spontane creatieve kind een schuchter, onhandig, braaf en verlegen schepseltje geworden. Er kwam niets meer uit haar handen. Haar moeders moraal drukte zwaar op haar gemoed. Later toen ze ouder werd werd ze stil en teruggetrokken. Ze zat zichzelf enorm in de weg, omdat er een blauwdruk op haar geplakt was, die niet strookte met haar oorspronkelijke zelf.

De opmerking ‘Worden wie je bent’ werd geretweeted door iemand uit het onderwijs. Vroeger zei men: ‘Men kan iemand maken of breken’. Ieder opvoeder, ouder, leerkracht, grootouders, au pair, zou zich dat bewust moeten zijn. De impact, die moeders wil had op dat meisje, was enorm. Het tij viel niet te keren. Het schrijnt bij mij na al die jaren nog.

‘Alles is mogelijk, zolang je maar trouw blijft aan jezelf en nooit opgeeft, ook al schijnt de hele wereld te zeggen dat je er mee moet stoppen.’zei de juffrouw van Cumming toen hij elf was. Zijn moeder maakte een klein boek van zijn geschreven gedichten, zijn vader speelde de machtige olifant, die de muze was van de jongen. Alles versterkte op zijn pad zijn persoonlijkheid.

Na dat veilige leven trok hij naar Frankrijk tijdens de eerste wereldoorlog. Ging daarna gedichten schrijven en uitgeven, maar werd ook verguisd en zijn poëzie werd niet altijd begrepen. Toch ging hij door in navolging van de overtuiging dat het enige afdoende antwoord op kritiek was:’Goede kunst te maken’. En dat deed hij.

‘Het vergt moed om te zijn wie je werkelijk bent’ schreef hij en daarmee zette hij alle deuren wagenwijd open en schreef poëzie voor al diegenen, die erin geloofden, hun hart openstelden, hem toelieten.Wat zou ik graag aan dat  kleine meisje van weleer dit verhaal mee willen geven. Vertrouw op jezelf en geloof in je kwaliteiten. Het is de sleutel naar Geluk.

Uncategorized

Verwonder je slechts.

Op het literaire weblog Tzum stond een filmpje, waarin Maarten het Hart ons het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis met de titel ‘De wereld waar ik buiten sta’ aanbeval. We zouden het minstens moeten lezen omdat niemand over 500 jaar meer weet hoe je aardappelen moet schillen.

Ik zou het voornamelijk om de titel al hebben kunnen kiezen. Wat een prachtige titel. Het veronderstelt onmiddellijk heel veel, als je niet weet waar het dagboek overgaat. Ik heb het niet gelezen en weet ook niet of ik dat ga doen. Ik weet nog heel goed hoe je aardappelen moet schillen. Ik ben van de generatie Zand, Zeep, Sodabakje, de wasketel op het vuur, de mattenklopper en het klokje van zeven uur op de radio als enig vermaak. Het zal al moeite kosten om de digitale wereld voor te schotelen, dat er een tijd is geweest dat het zonder die wereld moest. Hoeveel ouderen zullen nu niet buiten de wereld staan, omdat ze vergeten zijn de aansluiting te maken.

De recensies over dat boek zijn niet allemaal onverdeeld even positief. Ze kampt met nogal wat wraakgevoelens, wat niet verwonderlijk is als je ouders gedeporteerd zijn naar Westerbork en je zelf ondergedoken bent. En passant laat ze weten dat alle Duitsers na de oorlog gedood moeten worden, omdat ze dom zijn. Boude beweringen, die tonen dat ze onverbloemd en vrij heeft geschreven. Haar melancholische inslag, haar angst en de onrust maken het sterk.

Er zijn veel werelden waar ik buiten heb gestaan en even zovele waar ik midden in sta. De ziekenhuiswereld en de schoolwereld maken onderdeel uit van mijn beleving, de gezinswereld en de wereld van de natuur, de literaire boekenwereld en de wereld van de kunst, de wereld van het volksdansen, de wereld van de moderne dans, de wereld van het kind, de wereld van de rockmuziek, de wereld van de klein muze, de wereld van het woord. Zo heeft ieder mens een mengelmoes van werelden. Bij elkaar vormen ze het individuele leven en geven er een persoonlijke kleur aan. Ik hou van al mijn werelden.

009-001

Aan het eind van dit schooljaar ga ik afscheid nemen van de wereld van het jenaplanonderwijs. Dat voelt goed omdat de cirkel rond is. De school gaat samen met een andere school op in een nieuwe vorm van onderwijs. Het is eigenlijk meer een nieuwe kapstok, waaraan een oude jas hangt, want ze gaan werken met kernconcepten, die vroeger gewoon verhalend ontwerp of project heette. Met 25 jaar ervaring in het draaien van zelf verzonnen projecten en verhalen ging het schrijven nog meer behoren tot de innerlijke cirkel van mijn eigen leven. Ze werden talrijker en groter, vol spannende avonturen voor de kinderen en lumineuze ontdekkingen aan de hand van hun eigen en onze bevindingen. Het werden echte vieringen, zoals het een goed Jenaplanconcept betaamt.

Het is de wereld, waar alle andere werelden moeiteloos inpassen. Mijn verschillende werelden maakten een dikke vuist en dienden als bagage voor het verdere verloop.  Wat een rijkdom. Dat is heel iets anders dan op een klein kamertje te moeten zitten om de oorlog te  overleven, zonder geestelijke voeding, zonder afleiding, met alleen maar jezelf en al je gevoelens om kritisch naar te kijken. Vanuit dat licht bezien dringt zo’n oplossing zich misschien wel aan je op, omdat het geestelijke kringetje steeds kleiner en kleiner wordt. Een wereld behoort te groeien en niet onder je handen af te brokkelen.

Straks gaat de school verder, volgen er ontwikkelingen en ontstaat een hele nieuwe jas, een jas die past. Voor Hanny Michaelis werd het 11 jaar lang een nieuwe wereld aan de zijde van Gerard van het Reve. We zijn vele aardappels verder, vele werelden ook. Haar oplossing is nooit ten uitvoer gebracht. Haar beleving staat ver buiten mijn beleving, maar haar wereld was ook niet de mijne. Ooit kreeg ik de goede raad van een oude wijze vriendin. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Het werkt nog steeds.

Uncategorized

Gedachtenstroom.

Gisteren, terwijl ik aan het filosoferen was over de gedachtenstroom die nooit stil viel, vroeg ik me af hoe mijn vader daarmee was omgegaan in de laatste jaren van zijn leven. Hij had een hersenbloeding gehad toen hij midden in het leven stond en 65 jaar was en functioneerde, in de loop van de elf jaar die volgden, steeds slechter.

We kennen het verhaal van Bernlef, waarbij iemand die aan het dementeren is tegen steeds meer mistplekken aanloopt in zijn belevingswereld. Bij mijn vader ging dat nog veel langzamer. Uitgesmeerd over elf jaar raakte hij steeds verder af van zijn eigen leven. Hij leefde niet in het verleden, maar begreep de omgeving ook niet meer. Hij zat gevangen in het eindeloze vacuüm, waarin je niet meer kan uitspreken hoe je je voelt en je niet meer kan handelen als vroeger. Opgesloten zitten in je eigen brein, of liever, je eigen zijn, is vreselijk.

009 Woordenbrij(ei).

Ieder ochtend schrijf ik mijn verhalen weg, er zijn er altijd genoeg. Dat dat niet meer zou kunnen, van de ene dag op de andere, het niet meer op de juiste woorden komen, zinnen vervormen als je ze uitspreekt, die in je geest wel bestaan, het moet een kwelling zijn. In de jaren zeventig werkte ik op de afdeling neurochirurgie in het AZL te Leiden en kreeg vooral te maken met afasiepatiënten, die na een hersenbloeding als restverschijnsel aangetast waren in hun spraakvermogen. Ze waren letters kwijt, of woorden kwijt of konden hun gedachten in een hulpeloze klankenbrij vervatten.

Herinnering: Ze lag net weer prinsheerlijk in bed, nadat ik haar gewassen had en schone lakens op het bed had gelegd. Ik borstelde omzichtig haar zilvergrijze haar. Al die tijd had ze gezwegen. Nu keek ze me met haar grote ogen aandachtig aan, alsof ze me toen pas echt zag en begon te praten. Het was een vraag, dat kon ik horen aan de intonatie, maar haar woorden verbrabbelden in een brij van klanken. Ik verstond haar niet en wat nog erger was, ik begreep haar ook niet. Ik moet vragend teruggekeken hebben, want heftiger herhaalde ze het. Nog moet ik haar niet begrijpend hebben aanschouwd. Toen viel ze stil en keek me met haar grote grijzende ogen moedeloos aan. Ze haalde haar schouders op en haar blik trok naar binnen. De pure onmacht die ik toen voelde. Liefkozend streek ik over haar wangen en omarmde haar spontaan. Wat doe je als gedachten niet meer te verwoorden zijn, hoe gaat het er aan toe in dat hoofd.

Op de gang liep een meneer, die uit het raam was gevallen en op zijn hoofd terecht gekomen. Zijn naam weet ik niet meer, maar zijn gestalte heeft al die jaren meegelopen in mijn gedachten. Op gezette tijden komt hij langszij en herinnert me aan het moment, dat ik die grote sterke lange jonge vent als een oude man in de gang zag schuifelen, op zoek naar zichzelf en altijd ook naar het toilet. Hij vergat wat hij zocht, zodra hij twee passen verder was en moest het dan weer vragen. Zo liep hij die hoge lange gang uit in het oude gebouw. De jonge krachtige stem schalde tegen de muren op.

een man liep op de gang van neurochirurgie

het lange silhouet in het gefilterd licht

versterkte de lengte van hemzelf en de gang

hij slofte wat , drie vier stappen dicht

langs de kale muur en bleef dan staan

hief zijn hoofd op, keek  zoekend om zich heen

en schalde ‘zuster…..ken u me zeggen waar het toilet is’

het sneed messcherp de stilte uiteen

 

ik wees hem op het einde van de gang

hij slofte voort , drie vier stappen

om daarna nog eens stil te blijven staan

en onbeholpen op zijn eigen voet te trappen

‘zuster….. ken u me zeggen waar het toilet is’

weer wees ik hem de weg en hij ging door

maar  in mijn ogen moest zijn te lezen

hoe dapper deze man de strijd beslechtte

 

door vanuit zijn diepste wezen

volhardend zijn eigen weg te gaan

overtuigd een oplossing te vinden

omdat zijn geheugen hem liet staan

De gedachtenstroom van mijn vader verbleekte in stilte. Of hij meed het of hij dacht niet meer. Berusting had het gewonnen van zijn strijdlust en alle initiatieven gesmoord.

Doodgaan is het minst erg, als het op verloren leven aankomt. De onmacht en het gevoel altijd aan de verkeerde zijlijn te staan, schrijnen heftig na. Al jaren.

Uncategorized

De knop moet om

Met de beelden van de Achromen van Pierre Manzoni in mijn hoofd bestudeer ik de wolkenpartijen die vanuit mijn bed langszij komen zeilen. Statig en langzaam, alsof ze uitnodigen om eens goed naar kleur en vorm te kijken. Als kleine zwarte vegen scheren de gierzwaluwen er langs. Ze vliegen laag, dat was gisteren ook al. Er is misschien onweer, hopelijk met veel regen op komst, waar de droge tuin naar smacht.

Na al dat strakblauwe is er ineens weer veel te zien. De witte toppen als de schuimende golven van de zee, steken verblindend af tegen de vaal grijze en gele vleugen die er doorheen geweven zijn. Hier en daar is er een spoortje violet te bewonderen. Het blauw   er omheen is ook vervaagd en wordt meegenomen in de sluier grauw.

IMG_6437.JPG

Een van onze geliefde bezigheden van vroeger was het wolken schouwen. We lagen op ons rug in het gras en riepen om de beurt welke objecten langs kwamen drijven. Een levend sprookje met een driekoppige hond, of een gemene toverkol, een reus, de leeuw, een kind, konijnen en vogels, je kon het zo gek niet bedenken of we zagen het en wezen elkaar er enthousiast op. Daar, naast die ene kleine wolk en in de lucht tekenden we met onze vinger de vorm na. Dáár zit een oor, en dáár de bek, hier de staart en dat is het oog. Daarna volgde het eindeloze verhaal, want wolken vertellen verhalen. Alleen wij waren ingewijd in dat geheim, dachten we.

Bij Manzoni stond het idee centraal waarbij de vormgeving een toevalligheid en/of ondergeschikt was. In het begin zag ik tijdens de zoektocht naar de ziel van de abstracte kunst eerst in elke abstractie toch altijd weer het beeld. En nog zie ik dat. Kan je de expressionist scheiden van de vorm, kan de vorm gescheiden worden van het idee. Als ik zijn Achromen zie, denk ik onmiddellijk aan een subtiel zuchtje wind dat over het water glijdt en plooien trekt in het anders zo gladde wateroppervlak. Of aan het zand van een ongerept strand, waar de stroming bij eb de golfslag van de zee heeft achtergelaten als een blauwdruk van haar bestaan. Het lijnenspel dat ontstaat door wuivende rietpluimen in hun gouden glans en hoe graag ik ook overspoeld wil worden met het idee om het idee en niet om de vorm die het kreeg, ik blijf in beelden denken.

Dat wit van hem, maakt het evenals het blauw van Klein niet eenvoudiger, integendeel. Door het reliëf en de schaduwen die getrokken worden krijgt het nog veel meer betekenis, hetzelfde geldt voor de herhaling. Elk brein werkt naar vermogen. Kunst is een individuele uiting en de beleving ervan allerpersoonlijkst. Kunst wordt het als het er toe doet, in positieve of negatieve zin. ‘Als het een steen verlegd in een rivier op aarde’, zong Bram Vermeulen al. Dat dus, als het raakt, als het zich verweeft.

Dinsdag gaan we met gips, doek, stro en jute aan de slag, structuren en eigenschappen van het materiaal verheffen en in dienst stellen van wat het oproept aan de handen om te vormen. Een sprong in het diepe, verstand op nul, maar om waarachtig te vormen helpt het om met ogen dicht te werken. Materiaal voelen en het idee boetseren.

De blinde kunstenaar George Kabel uit Eindhoven zette een grote trampoline vol met egaal zwart gespoten voorwerpen: een globe, een computer, een verrekijker en nog veel meer. Hij probeert zijn wereld met ons te delen. Als ik mijn ogen sluit zie ik meer kleur dan zwart, zie ik lijnen en vormen á la Manzoni die op een doek niet zouden misstaan, maar de gedachten die het beeld vormen razen voort tot in lengte der dagen, tot aan de einder en weer terug. Dinsdag gaat de knop om.

Er is geen wolk meer te bekennen.

Uncategorized

De cirkel is rond.

Mijn armen schrijnen een beetje. Ik ben gisteren toch verbrand, ondanks het omzichtig laveren in de schaduw. Het kwam door de brandnetels, die eigenzinnig met hun wijdvertakte netwerk onbeschaamd de overhand hadden genomen. De tuin had een tijd mijn toewijding moeten missen, dat was wel duidelijk. Hard aan de slag en sleuren aan de wortels, schrepel in de hand. Elke kuil wordt gevuld met dat trage gevoel van weemoed, dat de overhand dreigt te nemen. Stukje bij beetje kalft het af, mijn hart wordt lichter als er ruimte ontstaat tussen de woestenij in.

022

Noël komt langs en vraagt om het droge gras dat die ochtend bij elkaar gemaaid is. Het wekt verbazing, wat moet je ermee. Hij wil het tussen de aardappelplanten strooien, het houdt het vocht vast en er gebeurt wat met de aarde, wormen woelen het beter los. Dat is een mooie manier. Even filosoferen met deze rasechte tuinliefhebber over dit hergebruik en hoe je gewassen als onkruid naar je hand kan zetten, door er iets goeds uit te halen.

Hij vertelt met glimmende konen over een methode van natuurlijke bemesting. Iets in de trant van ‘If you can eat it, beat it’. De Japanse microbioloog Masanobu Fukuoka (1913-2008) had na een ervaring van verlichting de natuurlijke landbouw omarmd en uitgewerkt, hij gebruikte geen enkel ander middel dan de natuur zelf om groei te bevorderen of onkruid tegen te gaan. De gewassen die hij niet in zijn tuin wilde, transformeerde hij door middel van de vergisting met water tot digestaat, een soort meststof. Wat een mooi verhaal en wat een prachtige manier om de natuurlijke kringloop in het postzegeltje tuin bewaarheid te maken.

Masanobu Fukuoka. Foto Wiki.

Bij mij lijkt het eerder andersom te werken, ‘If you can beat it, eat it’. Kleefkruid, zevenblad, brandnetel, het is allemaal te eten. Vooralsnog ligt het op de allengs uitdijende composthoop en is de ringslang onder de pannen als hij lekker lui ligt te zonnen voor zijn riante villa.

123Groot hoefblad. Ets.

Met elke schraap boort de schrepel zich voortvarender een weg naar de diepte. De dikke knoestige wortelstokken van het groot hoefblad, ook al een erfgoed van mijn lieve buurman, klauwen zich vaster in de grond dan ik trekken kan, ze halen de angel uit mijn woede om het onrecht, de blauwe vergeet-me-nieten ertussen verzachten het en vragen om  zorgzame aandacht en geduld. Uitgraven dan maar, het brengt gedachten in balans.

De Amandel is na het omver halen van de grote iep haar troost gaan zoeken bij buurvrouw Pruim en helt vervaarlijk opzij. Als ik vervolgens aan de stam ga hangen hoor ik een droge knak. Boven mijn hoofd staren haar bladeren me verwijtend aan in een wonderlijk krullend rood. Ze is wel heel erg aangedaan, die tante Amandel.  Ze schreeuwt om schimmelverdelger, maar dat hoeft niet als ze de juiste buren krijgt, leert Masanobu mij. Dat blijken dan weer Knoflook, Oost-Indische kers en Mierikswortel te zijn.

014.JPG

De dunne benen van de appel zijn langgerokt en moppert zich ook een schimmel, maar anders dan de Perzikkrul bij tante. Daar ga ik straks mijn wandelende biotoop voor raadplegen, hij heeft me in hele korte tijd al prachtige inspiratie bezorgd om nog duurzamer om te gaan met onze rijkdom op dat grote presenteerblad dat aarde heet. Het is niet langer ‘Verdeel en heers’ maar ‘Leven en laten leven’ op de manier van die zachtaardige Masanobu. De cirkel is rond, wat een mooie gedachte.

 

 

Uncategorized

De engel met de gouden handen.

Er loopt op school een engel rond. Hij heet Mo en heeft zijn vleugels verstopt onder een gifgeel jasje van gemeentewerken. Als je hem niet kent, dan zie je zijn grote gave nauwelijks, want hij pocht nooit over wat hij aan bergen verzet. Het zijn niet de lichtste klussen die hij aanpakt en ook niet op de meest makkelijke tijden. Zelden zie je hem in rust, want naast de school heeft hij ook nog eens een jong gezin met vier kinderen en een lieve vrouw. Daar loopt hij ook het vuur voor uit zijn sloffen.

Naast het werkgebied van het schoolplein heeft hij door de loop der jaren heen ook de verantwoordelijkheid op zich genomen voor heel kinderrijk IJsselstein. Hij zorgt ervoor dat het vuil wordt geruimd, de paden toegankelijk blijven en de speeltuinen veilig zijn. Helemaal speciaal is dat hij daar nul komma nul centen voor krijgt. De lieverd doet dit geheel onbezoldigd. Het is een held.

foto van Moking Bardai.

Overal waar hij  langs gaat, valt het licht in of schijnt de zon. Ineens zijn de heggen aan kant of is er een boom gesnoeid, zijn de prullenbakken geleegd, is er een compostbak gemaakt en nu heeft hij helemaal eigenhandig de moestuinen van school weer hersteld. Ze waren door vandalen in de vakantie vernield. Geweldig. Naast dat alles is het een bescheiden man. Hij waart rond. Dat maakt hem ook de engel. Hij is de man met de gouden handen. Zijn kijk op klussen is anders dan wat de gemiddelde Nederlander voor ogen heeft, maar daardoor is het uniek. Ik hou van mensen met zo’n eigen filosofie op het leven.

In zijn eigen leefomgeving helpt hij alle oudjes en alleengaanden, onderhoudt de tuinen, wisselt de ene dienst tegen de andere uit. Hij heeft een derde zintuig voor problemen en lost ze niet alleen praktisch op, maar ook moreel. Het luisterende oor is er wel, maar wordt gelardeerd met een spraakwaterval van formaat. Als hij praat, moet je zelf ook doorgaan met de bezigheden, want voor je het weet ben je een uur verder. Het maakt niets uit.

Ik heb het voorrecht mogen genieten om alle drie zijn dochters in de groep te krijgen. Het zijn stuk voor stuk kunstenaars in de dop. Ze hebben gevoel voor vorm en kleur en kunnen fantastisch tekenen en schilderen. Net als hun vader leggen ze hun hele ziel en zaligheid erin. Dat is wat hij heeft meegegeven als belangrijke levensfilosofie. Als je iets doet, ga er dan voor de volle honderd procent voor. Dat doen ze. Elk werk wordt aangepakt en alles wordt tot het einde toe volbracht.  Wat hun vader in woorden schetst, vatten zij in beelden samen.

049

Vorig jaar werd de buurt opgeschrikt door een liquidatie overdag en op straat midden tussen de spelende kinderen. Het merendeel zat bij ons op school en het gonsde van de geruchten. Hij was ontdaan, want zijn kinderen hadden alles gezien. We spraken erover in de kring en werkten erover in het tekstschrift. Alles wat er gepasseerd was kwam minutieus langs, tot in detail uitgevoerd. Het verhaal hoefde er niet eens bij, want het was overduidelijk wat het met hun eigen beleving gedaan had.

Allen kennen de essentie van het leven. ‘We zijn er met z’n allen om elkaar te helpen.’ De verrijking zit diep van binnen met de voldoening die het oplevert om een ander gelukkig te zien. Daarom moet er een zon op. Hij is een lichtend voorbeeld van hoe het leven zou moeten zijn. Mo, de engel met de gouden handen.

Uncategorized

Afscheid nemen is opnieuw beginnen

Het is Hemelvaartdag en eigenlijk moesten mijn voetstappen voorzichtig de eerste nevelen verdrijven. Ik was om vijf uur al buiten om mijn balkongroen liefkozend toe te spreken, nieuwe bloemen te begroeten en wat dode takjes weg te halen. Het gemoed is bezwaard. Gisteren de hele avond en vandaag weer. Het komt door Teun en al mijn andere duizend doden, die te jong op reis zijn gegaan en waar afscheid onherroepelijk bij hoorde.

Hemelvaartdag is bij uitstek geschikt om wat boodschappen naar ‘boven ‘te zenden of met gedachten te blijven steken op herinneringen, die warm en liefdevol op blijven flakkeren door de hoopvolle vlam, die ooit ontstoken is door zo’n dierbare dode, ergens diep van binnen. Straks ga ik naar de tuin, daar wonen ze het meest. Mijn moeder waart er rond in de akeleien, die ze ieder jaar weer laat wandelen naar een nieuwe plek en in de prikneuzen, die ik zo noem, maar die anders heten en alweer kom ik er niet achter hoe. Mijn lieve vriendin hangt er als een zwaluwnestje aan de muur om kleine koolmezen in te laten nestelen en mijn grote dichter Vasalis staat er als appelboom met twee dunne stammetjes, ooit van de kinderen gekregen.  Mijn ouderlijk huis trekt krom in de Amandel. Allen vind ik terug in het afsterven en ieder jaar weer opnieuw beginnen. Afscheid nemen opent nieuwe deuren.

Ik heb ze de laatste weken wat verwaarloosd. Dat had te maken met het werk op school en de onrust die daar ontstaan is doordat er ruim baan gemaakt wordt, deze maanden, om er een andere school bij in te laten trekken. Samen vormen ze straks een school met een totaal nieuw concept. Alles staat in het teken van afscheid en vernieuwen. Hier vallen dit jaar mijn laatste voetstappen. De nostalgie slaat nu al een beetje toe met golven van weemoed. De laatste portfolio’s, de laatste experimenten, de laatste opgetogen Jenaplan ontdekkingen, het laatste eindfeest, dat ik niet mee mag organiseren en ik kan wel raden waarom niet. Het is goed, want ik heb er precies 25 jaar Jenaplan opzitten en zit boordevol met nieuwe ideeën.

Daarom moet ik in de tuin zijn vandaag. Liefdevol het lange gras maaien, het onkruid beteugelen, genieten van wat groeit en bloeit , de ringslang ontdekken, de broedse eenden in de piepkleine vijver, de bijenzwermen in de kasten, vlinders en boomklevers, de kieviten boven de weilanden en het aangelegde park, de ooievaren en mijn grote vriend André, de vader van de vier, die als een machtige havik hoog boven in de lucht zijn vleugels spreidt.

De laatste zonnebloemenstekken, die in het kleine kastje van de buurman staan te pieren moeten nodig de grond in, evenals de laatste lathyrusplantjes, als ze nog tot wasdom willen komen. Mijn huis kraakt onder ouderdom en krabt haar rimpels weg met afbladderende verf. Ze was eens een voorbeeld bij uitstek van een nieuw begin. Als oude schuur in Driebergen uit elkaar gehaald en opgebouwd door broerlief met hulp van de hele familie werd het een lieflijk atelier. Bijna tien jaar zond ze warmte uit en de juiste vibraties vol van inspiratie voor mooie nieuwe verfstreken op het hagelwitte doek.

Nu moet ik sparen voor een nieuw onderkomen. Aangevreten door de woelmuizen helt haar vloer over, wankelen de meubels en kreunt haar dak. Ze verdient het, misschien neem ik de ramen mee, haar nokraam dat zo ingenieus door mijn broer erin is gewerkt, de openslaande deuren wellicht, in ieder geval de lichtwieren door de witte opbollende gordijnen er voor en de prachtige kleine zwarte  kachel. Een nieuw begin voor haar en voor mij, voor mijn dierbaren daar in die tuin.

001-001

Er is altijd een nieuw begin,  zonder en toch ook weer mét, voor ieder die afscheid moest nemen, vroeger, gisteren, vandaag, straks. Verloren gewaand komen ze terug op eigen tijd en in eigen uur en onmiskenbaar zul je elkaar omarmen. Afscheid nemen is opnieuw beginnen. Anders, maar onherroepelijk samen.

Uncategorized

Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee

In 2003 stapte Teun bij mij de groep in. Lieve Teun, die ik al kende van een stage in de bovenbouw en met wiens komst ik oneindig blij was. We konden samen meters maken in het sparren over Jenaplanonderwijs in het algemeen en het individuele kind in het bijzonder. Teun vond het uniek, dat het de gewoonste zaak van de wereld was om kinderen een knuffel te geven of te troosten. Het was de tijd van het grote taboe. Hoe kan je van kinderen houden als genegenheid stokt op de getrokken grenzen van de angst.

Teun was op de fiets vanuit Maarsen gekomen en zijn grote lijf parelde kleine zweetdruppels van de inspanning, maar trots en met een brede glimlach haalde hij omzichtig zijn zakdoek te voorschijn en vouwde het open. Daar lag een klein, teer, ongeschonden molletje, die hij onderweg hopeloos dood was tegengekomen. De voorgenomen lessen werden spontaan over boord gekieperd en mol kwam in de kring te liggen, zodat Teun eerst kon vertellen hoe hij eraan gekomen was.

European mole animal.jpg

Nieuwsgierige vragen en het kon niet anders of er moest een les over mol aan vastgeplakt worden. dat betekende, boeken zoeken over het mollenbestaan, informatie van internet afhalen, maar bovenal de observatie. Loep erbij, handschoenen om dode mol te kunnen draaien, en ogen op steeltjes. De verwerking in prachtige tekeningen kwam later. Teun overwoog nog even of het niet interessant zou zijn als we de binnenkant konden bestuderen. Maar snijden en dieren was voor onderbouwers in de leeftijdsgroep 4-6 jaar niet de meest gewenste combinatie, die wilden de zachtheid ervaren, nagels tellen, bekjes opensperren, tanden bestuderen en het darmenstelsel kon er plastisch bijverteld worden. Het werd een boeiende ochtend.

Natuurlijk moest er aan het eind een echte dodenmars gehouden worden. Mol kreeg een prachtig versierde schoenendoos en een heel zacht lapje om op uit te rusten. Daarna brachten we in een lange rij, mol met een kind voorop, terwijl de dodenmars werd geneuried…tam tam tamtam, tam tatamtamtetam en de trommel geslagen, met de aanschuifpas plechtstatig mol naar zijn laatste rustplaats achter het elektriciteitshuisje op het schoolplein. In een halve cirkel namen we afscheid van mol terwijl Teun hielp de eigenhandig gegraven kuil weer dicht te gooien.

Teun is in de mollenhemel, of mol is in de hemel van Teun. Gisteren kwam als een donderslag bij heldere hemel het bericht op mijn tijdlijn, dat hij afgelopen zaterdag was overleden aan een hartaanval tijdens het sporten. Het half jaar dat we samen intensief hebben mogen oplopen, blijft de hele tijd voorbij komen, Vanochtend vroeg bij  het ontwaken ging ik mijn bed uit en pakte het grote dagboek van Kuifje. Waarom ik die moest hebben, bleek al gauw. Het eerste wat er uitrolde was een grote geprinte email van Teun aan mij was. Hij boodschapte me het hele verhaal van de Jenaplan door in zijn dagboekenversie. Zonder hulp had ik het nooit zo snel gevonden.

Daar stonden de zielenroerselen in van een man, die zijn sporen binnen het onderwijs heeft verdiend. Een stagiair die met de grootst mogelijke bezieling voor het onderwijs koos, voor het Jenaplanonderwijs in het bijzonder. Teun schreef de belanghebbende woorden, dat Iederwijs hem het meest na aan het hart lag, maar dat hij er nooit voor zou kiezen omdat de scholen te duur zijn en zich op die manier buiten de maatschappij plaatsen. Dat vormde een absoluut breekpunt voor hem. Goed onderwijs is het recht van ieder mens.

Teun is de Teun van Jibbe in mijn beleving. De grote man en het kleine jongetje, die elkaar filosofisch vonden. Jibbe die nadacht over de oerknal en het bestaan op aarde, die wist dat schelpen zo zijn ontstaan en niet gevonden in Hoek van Holland, zoals Teun wist, maar dat razendsnel verzweeg.  Na die constatering volgde er een les over de grote herkomst van het bestaan en meerdere bespiegelingen konden met het grootste gemak meegenomen worden in het leven van alledag.

‘Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee’, schreef je. Maar dan toch geestelijk dode vissen, Teun. Voor mij zal je altijd de diepe wijsgerige lading hebben, die er voor zorgt dat jouw nagedachtenis voor eeuwig stroomopwaarts gaat.

Uncategorized

Kinderverdriet.

Kinderliteratuur is een hoofdstuk apart, of eigenlijk, juist niet. De Amerikaanse essayist, publicist en schrijver J. B. White schreef in zijn artikel ‘How to write for children’: “Anyone who write down to children is wasting his time. You have to write up, not down.” Kinderen hebben geen behoefte aan een glad gestreken wereld van zoetgevooisde kabbelende verhalen in roze suikerspinnen gedrenkt, maar ze willen heel graag dat er gekeken wordt naar de toppen en de dalen, hun worstelingen met emoties als verdriet, eenzaamheid, onzekerheid en karma.

Ik las dat op een van de brainpicking pagina’s van Maria Popova. Ze haalde als voorbeeld het ontroerende boek van Oliver Jeffers aan. Het is een boek over liefde, verlies en hoop. Hij illustreerde en ving zijn woorden in prachtige beelden, die zelfs zonder de ondertiteling eigenlijk het hele verhaal vertellen, subtiel maar onmiskenbaar.

Bij het lezen vlogen gedachten in eerste instantie weg naar Message in a Bottle, over dezelfde eenzaamheid en de boodschap doorgeeft dat verslagenheid lichter voelt bij de ontdekking niet de enige te zijn met dergelijke gevoelens.

The Police – Message in a Bottle

Just a cast away an island lost at sea-o
Another lonely day, no one here but me-o
More loneliness than any man could bear
Rescue me before I fall into despair-o

I’ll send an S.O.S. to the world
I’ll send an S.O.S. to the world
I hope that someone gets my
I hope that someone gets my
I hope that someone gets my message in a bottle yeah
Message in a bottle yeah

A year has passed since I wrote my note
But I should have known this right from the start
Only hope can keep me together
Love can mend your life but love can break your heart

refr.

Walked out this morning I don’t believe what I saw
A hundred billion bottles washed up on the shore
Seems I’m not alone in being alone
A hundred billion castaways looking for a home

refr.

Dat is wat White bedoelt met het ontrafelen van de echte wereld voor kinderen en niet door die zoete Teletubby Bel als het aankomt op de boodschap die doorgegeven moet worden. Kinderen hebben recht op het juiste referentiekader. Bij het ontkennen van het bestaan van dit soort gevoelens bij kinderen wordt er voorbij gegaan aan hun persoonlijkheid.

Zodra we het in de filosofieles op school over dood hebben, komen achter elkaar de verhalen over lieve opa’s en oma’s die ze missen, maar ook de cavia, de kat, de hond, zelfs het lieveheersbeestje. Dan kunnen er spontaan tranen vloeien of is er die vleug van verzachting, die over de gezichten heen trekt als ze aan een mooie herinnering denken.

In het boek The heart in the bottle begint het leven als een sprookje. ‘Once there was a little girl’. Ze is een gewoon klein meisje met honderd vraagtekens, zoals elk kind die kent. Haar vader laat zich mee voeren en voedt haar nieuwsgierigheid met een groot aantal boeken over de fascinerende wonderen der natuur. Geen zee is te hoog en geen ster is te ver.

Een paar illustraties verder staat het meisje voor een lege stille stoel. Niet alleen speelt Jeffers met het beeld maar ook met het licht en de schaduw, die de eenzaamheid versterkt en voelbaar maakt. Dat is de grote kracht van het boek. Alles wordt vooral tussen de regels door gezegd en getoond en de woorden maken ruim baan voor de beleving.

Het omgaan met dit verlies is voor volwassenen al zwaar, laat staan voor een klein meisje. Ze kan het ook geen plek geven en besluit om haar hart op te bergen op een veilige plek door het in een fles te stoppen, die ze om haar nek hangt. Zo voelt ze de pijn niet meer. Later blijkt dat in diezelfde koude stroom ook haar liefde voor het leven verdwenen is.

Ze vergeet alle mooie verhalen van haar vader en de schoonheid om haar heen. Bij een wandeling op het strand als volwassen vrouw komt ze een klein meisje tegen dat overloopt van nieuwsgierigheid naar het leven en alles wat dat vertegenwoordigt. De afgevuurde vragen brengen haar terug naar het kleine meisje in haarzelf, naar alles wat ze verloor, toen ze haar hart pantserde tegen het verlies. Als ze dan het hart wil bevrijden ontdekt ze dat het glas zich heeft gehard en nauwelijks te slechten valt. Alleen een kinderhand kan het bevrijden. Het hart valt op haar plek en de stoel is niet langer leeg en eenzaam.

Het is een prachtig verhaal met een mooie boodschap, die kinderen moeiteloos aanvaarden en begrijpen. De angst dat dergelijke emoties tere kinderzielen zou beschadigen wordt er door te niet gedaan. Alleen al de schoonheid van woord en beeld is een verrijking.

Er is ook een interactieve app, waardoor kinderen het boek in kunnen en de beleving kan worden aangevuld met hun eigen ideeën en gevoel.

De schoonheid en de intensiteit van het boek blijft prefereren, vooral door de mooie dichterlijke manier om het verlies en het buitensluiten van het gevoel een podium te geven, of het nu om de kat, de cavia, de oma of de vader gaat. Kinderverdriet verdient een volwassen benadering met alle rafelranden en de hoopvolle weg van de eigen keuze, die te allen tijde kan worden bijgesteld.

Uncategorized

De taal en haar Muzen.

Gisteren kwam in een dertien in een dozijn serie deze mooie zin voorbij. ‘De tijd bevriest als je weg bent’. Meestal kunnen dat soort series rekenen op een versnipperde aandacht. Zo’n blik voor af en toe op de ondertiteling geworpen. De oorspronkelijke Engelse versie heb ik daardoor gemist. Op een dag kan zo’n opmerkelijke volzin langszij komen en als je er op gespitst bent, worden ze betekenisvol. Ik zette het weg op de laptop om door te sudderen en er later weer wat mee te doen.

De schoonheid van taal is gratis en voor iedereen toegankelijk, maar niet door iedereen begrepen. Sommige zien het gewoon als functioneel. Niet meer dan dat. Je hebt niet per se volzinnen nodig. Dat kan als ballast worden opgevat. Gezwollen taal, overdreven, ouderwets. Mijn hang naar woorden  is er van jongsaf geweest. Daar word je niet mee behept, maar mee geboren. Daarna is het belangrijk dat het gevoed wordt.

Mijn moeder nam ons al vroeg elke week mee naar de kleine huisbibliotheek in de Elsstraat. Het was een gewoon rijtjeshuis, niet groter dan het onze. In elke kamer kon je liefkozend langs de ruggen van de boeken lopen, die netjes in het gelid stonden te wachten op nieuwsgierige en leesgrage bewonderaars. De wandkasten waren tot aan de nok toe gevuld. Mijn moeder werd zacht, rond en blij van boeken. Het was een hele andere vrouw dan degene die de was stond te doen en met een verhit gezicht en rode handen en onderarmen de wasketels op het vuur had staan, of lakens eruit stond te vissen met de grote houten stok. In dat vriendelijke bibliotheekje vond ze, tussen de dagelijkse beslommeringen, zichzelf terug. Het betekende een praatje voor de vaak met de vrijwilligers die de toko onder beheer hadden en veel, heel veel woorden om haar grote leeshonger te stillen. Elke week gingen er nieuwe boeken mee naar huis, die op een stapeltje onder handbereik kwamen te liggen.

009

Zodra ik de sleutel had ontcijferd die losse letters tot woorden smeedde, kroop ik weg in een andere wereld, de buitenluiken hermetisch gesloten voor de alledaagse geluiden van buitenaf. Iedere avond spon ik me in in een eigen cocon van taal. Overdag kon dat ruw verstoord worden omdat er geholpen moest worden in het huishouden, maar zodra ik in bed lag, behoorde de tijd aan mij.

Gisteren merkte zuslief op, dat de Franse taal toch wel de mooiste van alle talen was. Onnadenkend beaamde ik dat. Het is niet waar. Iédere taal heeft een eigen schoonheid. De zangerigheid van het Farsi bijvoorbeeld, met haar beeldtaal en volle klanken, vond ik prachtig. Het schrift was ontoegankelijk, maar naar haar melodie kon ik uren luisteren want in ieder woord school een gedicht. Aan de Noord-Germaanse talen werd vroeger nauwelijks aandacht besteed. We kwamen niet verder dan een tip van de sluier tijdens de geschiedenislessen van de heer Wieman, waar Wodan en Thor het lieten donderen in hun meeslepende hellevaart. Er stonden indrukwekkende gravures van woeste Vikingen met vlechten in de boeken, waarin soms een deel van de saga was opgetekend, die de wonderlijke tongval die strijdbare lading meegaf.

https://decorrespondent.nl/6248/hoe-een-syrische-tiener-de-schoonheid-van-de-nederlandse-taal-ontdekte-op-haar-tiende-school/416354224-4f714715

Elke taal heeft haar schoonheid, zoals de onze die kent. Ze zijn verschillend maar nooit verstoken van hun eigen muzen. De jonge Syrische Salaam had eerst een jaar onderwijs genoten om de Nederlandse taal te leren, vijf keer wisselde ze hier al van school hier. Op de laatste school kreeg ze een docent Nederlands, die haar hielp om van de taal te houden en bovendien de hekel die ze aan de taal had opgedaan in de schakelklassen wist weg te poetsen. Hij sprak woorden die haar rechtstreeks raakten in haar hart.

De schoonheid en lyriek, die rijkdom is alleen te vertolken als je haar hebt binnengesloten en eigen gemaakt als een wezenlijk onderdeel van het bestaan. De taal en haar Muzen laten zich grenzeloos door ieder lezen die er betekenis aan geeft.

Uncategorized

De roep van de Zurna.

Gisteren was ik op een Turks Henna-feest. Ik was zwaar underdressed. Make-up au naturel, haren in de bekende waaistand, geen blingbling in oren, rond de hals, om de polsen. Lange mouwen, hooggesloten met een katoentje als hes erover, zwarte broek én…platte schoenen. Hele platte schoenen. Het was twee uur rijden geweest, dus ook nog verfomfaaid, want geen in de plooi vallende polyester.

014

Het maakte niet uit voor de mensen die ons ontvingen, maar ik voelde me niet op mijn gemak. Als een stijf muurbloempje, schuchter als een bakvis, voelde ik mijn ruggengraat met de minuut verkrampen. Eten halen moest, naar het toilet moest, dansen moest maar alles ging star en beschaamd.

Wel was er veel te zien. Ik keek mijn ogen uit. Eigenlijk wist ik het van de feesten en partijen van de vader van de jongste zoon. Lange warme zomernachten op een Iraanse bruiloft met alle toeters en bellen. Daar voelde ik me evenmin thuis. Hoe leer je te zwemmen als een zoetwatervis in de zoute zee. 

Ik dagdroomde boven de bling en al het rode nylon uit, liet de raki links liggen en nipte aan wat witte wijn, terwijl de rode gloed van de avondzon en de glooiende velden lokkend en verleidelijk de stilte verbeeldden.

De zanger van het ensemble probeerde hardnekkig de aandacht te trekken met dwepende Turkse klanken, maar zijn woorden stegen bij mij onbegrepen op, terwijl er geapplaudisseerd werd en de taal van de bergen klonk als een vrouw haar luide roep van verbondenheid er door heen weefde.

Opeens klinkt er vanuit het niets de droge harde scherpe klank van een Zurna, schel en hard slaat het blikken geluid van de dubbelriet volkshobo recht mijn hart in en roept me wakker. De zaal opent zich en ik sta in de vroege ochtenddauw in een grote kring voor de tenten in een weiland te Vierhouten. Middenin die enorme kring staat Ersin Ozan en beroert de Davul, terwijl zijn vriend de Zurna laat snerpen. Massaal laten meer dan honderd mensen zich meeslepen door de opzwepende klanken en dansen we, velen nog in nachtkleding met verwarde haren, de zoete dromen weg.  Voeten kunnen niet stil blijven staan bij het lokkende ritme.

Ineens stonden we in  dezelfde lange rijen, mijn katoentje en ik en de hele Turkse gemeenschap en viel alles van me af. De voeten dansten de ritmische beweging, de pinken ineengestrengeld, een zwaaisjaaltje in de hand. Als een vreemde eend in de bijt maar met dezelfde grote glimlach op mijn onopgemaakte toet, tussen al het klatergoud en felle kleuren volgden mijn hele  lijf enthousiast de dwingende klanken. Als de Zurna speelt, valt er geen woord meer te kletsen, dan praat je met hart, hoofd, handen en voeten.

Bij het versnelde gedeelte speelde de warmte parten, maar bij het kijken naar de voeten, sommige op onmetelijke hoogte, vertoefde ik weer in het verleden. Bulgarije, Koprivstitsa in 1990 om precies te zijn, dezelfde roep, dezelfde klanken, tegen het glooiende landschap op en de hele Bulgaarse bevolking die, in klederdracht, vanuit het dorp de heuvels inliep om een groot volksdansfestijn te houden. Twee culturen die zoveel met elkaar gemeen hebben. De Turkse Hora is ook die Bulgaarse Pravo Trakiisti Horo die, met een lang lint van blijde, lachende, dansende mensen, de heuvels en de straten verbond.

Het feest is de beleving, verbroedering en verzustering ten top. Grenzen vervagen, heden, verleden en toekomst laten zich aan elkaar smeden en dat alles door de aard van de muziek, door die schelle, hartveroverende oerklank. De roep van de Zurna!

Uncategorized

Heilige Antonius.

Ik had gisteren bepaalde wachtwoorden nodig om in te kunnen loggen op een paar accounts. Met mijn vergeethoofd en de duizend en een verschillende wachtwoorden en gebruikersnamen heb ik op een geheime plek het een en ander vastgelegd. De schrik sloeg me om het hart toen gisteren mijn ‘geheime plek’ niet meer op de gebruikelijke plaats, waar ze al jaar en dag lag, te vinden was. 125Hier niet dus!

Met de speurogen op scherp zocht ik alle kasten af, tuurde langs ruggen van boeken, in manden, in mappen, maar het was en bleef weg en op geen enkele wijze ging er een licht branden. Dagen daarvoor had ik de kamer rigoureus opgeruimd. Alles wat teveel ruimte innam had ik opgeruimd, de extra ballast die maar plaats bleef innemen in het hoofd naar een passende locatie verbannen. Eindelijk stond alles netjes en ordentelijk. Door de gedrevenheid en de voortvarendheid waarmee ik aan de de gang was gegaan was de geheime plek onbewust naar een andere plaats getransporteerd. Ik zocht beneden en boven en nergens was er een spoor te vinden.

Er zat maar een ding op. De Heilige Antonius moest worden aangeroepen. Mijn moeder deed dat als er in het grote huishouden van 13 personen iets als sneeuw voor de zon verdween.  ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn …..weer vindt’. Ik had de woorden nog niet uitgesproken of er viel me een lumineus idee in. Het was natuurlijk te vinden in het allerkleinste kastje, omdat het zich al jaren vermomde als de dingen die daar in terug te vinden waren. Het is trouwens heel lastig om niet te mogen beschrijven hoe de geheime plek er uitzag, maar dan zou het gewoon een plek zijn. Niet handig en niet raadzaam.

Er is een tijd geweest op school onder het vorige bestuur dat alles in het geniep werd bedisseld en besloten. Er werden met mensen gesprekken gevoerd en alles moest onder ‘embargo’. Dat woord wekte ten leste rode vlekken op in ieders nek. In een vriendschappelijke en gemoedelijke sfeer sloop ineens wantrouwen naar binnen. Naar dit bedisselende bestuur toe maar ook, en dat was funest, naar collega’s onderling. Toen de eerste tekenen van achterdocht zich in het openbaar begonnen te vertonen, braken we als team de boel open en besloten om in samenspraak te blijven met elkaar. Embargo of niet. Niet langer wilden we naar de pijpen dansen van een bestuur waar de cijfers regeerden en voorbij werd gegaan aan het feit dat er achter elk aantal FTE’s mensen schuil gingen met verwachtingen, kwaliteiten, inzet en trouw. Tot op de kleinste procenten werd ingedamd en geschoven. Wat bleef was het feit dat we gedwongen werden keuzes te maken, die voor ons kleine schooltje onherroepelijk de teloorgang inluidde. Vernieuwing en vooruitgang snelden de goede oude Jenaplanprincipes voorbij, we waren het lelijke jonge eendje in de bijt. Onderwijs dat niet meer begrepen werd en alleen op resultaten werd afgerekend.

Het zij zo. Tijd voor vernieuwing. De handel in geheimen is niet lucratief. Nou ja, bijna niet dan. Die van de geheime plek hou ik maar liever geheimen alleen voor mezelf en voor niemand anders, zelfs niet voor de website ‘Geheimen van Nederland’. Die bestaat. Echt waar. Als je erover praat ben je de helft van de zorgen kwijt, maar ik in dit geval mijn wachtwoorden. Als ze in het hoofd hadden gepast had ik ze daar bijgeschreven, maar helaas, de cellen werken traag als stroop. Dus liggen ze ergens en soms raak je ze kwijt. Dan is er altijd nog die vertrouwde heilige Antonius. Probeer maar. Het werkt!

 

 

Uncategorized

Kabouters en zo.

De woningbouwvereniging komt zo. Ze komen kijken naar een groot lek op zolder, dat er al zeker een jaar zit. We hebben al twee keer gebeld. Ze zouden het repareren als er een hoogwerker in de buurt moest zijn. Het lek heeft in de zolderbedekking een grillige vlek geslagen, waar menig materie-kunstenaar jaloers op zou kunnen zijn. Zo au naturel maak je ze niet zo gauw. Er zitten spinnenwebben in, grillige mengvormen, koppen a la Buffet, grotschilderingen, mensfiguren tezamen met de druipgrotten van Han door de afvallende schilferingen, die aan draden blijven hangen.

Het ruikt naar nostalgie, een stuk verleden. De oude kelder van de Amandelstraat komt boven drijven, de meisjesschool aan de Boerhaavelaan, de schuur achter het huis met zijn kolen, de kelders van school waar oude kranten in bundeltjes opgeslagen lagen te wachten tot er voldoende verzameld was, maar bovenal ruikt het naar onze oude kabouterhut achter de Monica kerk.

Zodra daar de deur openzwaaide en je als kind de drempel overstapte werd je een andere wereld ingezogen. Die van de mogelijkheden en de maakbaarheid. Daar in die kleine blokhut, die geurde naar vochtige aarde hadden we onze eigen wonderland, de kleine prins woonde er en Eric en zijn hele insectenboekje, Alice huppelde er in het schattige bruine kabouteruniform rond, maar ook Knikkertje Lik rolde binnen tussen alle regels door. Dunne kinderstemmen werd een krachtig koor als we ‘Luid zing ik uit’ zongen. De tekst ligt nog altijd heimelijk opgeslagen achter een van de deuren in mijn hoofd.

Luid zing ik ’t uit,
mijn blij kabouterlied.
Hoe ik eerlijk steeds speel,
me bij het werk niet verveel
en van iedere wand’ling geniet!

‘k Lach elke dag,
de zon behoort aan mij.
Maar al maken we ook pret,
we zijn trouw aan de wet,
we zijn de hoop van de gidserij!

Kom naar buiten om te stoeien,
naar het bos, of naar de hei.
Waar de bloemen bont,
staan op groene weide grond,
en de wind vertelt van zo menig sprookjesheld.

Waar de vogeltjes ons wachten
en de bomen ruisend staan,
daar gunt ons de lust tot werken geen rust,
Kom, PAK TOCH AAN!

Alles was van hout, de kleine ronde tafels met de ronde banken eromheen, de schappen, de kasten, de houten bril van de wc. Alles wat van oorsprong een eigen geur had, werd ingelijfd in die aardsheid. Het bruine uniform, de blouse, de petjes roken allemaal naar de gewijde grond van het kabouterbestaan, waar Rea Klarenbeek de scepter zwaaide. Trouw aan de wet betekende een onvoorwaardelijke liefde voor haar, die zich eeuwigdurend zou nestelen. Twee vingers aan de pet en onze onschuldige blauwe ogen die in haar trouwhartige Rea-bruine brillekijkers werden weerspiegeld. Zij was de rots in de branding, een wandelende vraagbaak, het doekje voor het bloeden, de goede raad en daad, de vertrouwde have. Zolang zij in de buurt was, was geen zee ons te hoog en geen grot ons te diep. We gingen voor haar door het vuur. Rea Klarenbeek was meer nog dan de moeder aller moeders, ze was een godin in een reuzen kabouterpak.

IMG_1468.JPG

Speurtochten, die achteraf niet meer behelsden dan een vierkante meter bos, werden onder haar bezielende leiding een woest woud met reuzenspinnen en kobolden, ridders en toverkollen, misvormde aardwezens, de roep van de galvogel klonk mistroostig en zorgde voor zwijgende stilte, terwijl het hout onder onze voeten met droge tikken knapte. Altijd overwon het goede het kwade en altijd ging de mate waarin de spanning opgevoerd werd, voorbij aan tere kinderzieltjes. We leerden snel.

De man van de woningbouwvereniging is inmiddels geweest. Hij keek erg mistroostig naar het lek en begreep niet dat het al twee keer gemeld is zonder actie. Ik moet binnen twee weken weer bellen als er nog niemand geweest is. Dan gaan ze het dak slechten en weer opbouwen. Kan ik schaamte-vrij iedereen weer op het atelier ontvangen, reukloos en fris. Alleen ik weet nog waar de geheimen uit mijn jeugd zich schuilhouden, gelukkig maar.