Uncategorized

Er zijn geen regels en geen grenzen.

Door toeval kwam ik op het spoor van Helen Frankenthaler. Ze behoorde tot de stroming van het abstracte expressionisme en de Colorfield painting. Door de afbeeldingen die ik zag werd ik nieuwsgierig naar haar ontwikkeling en groei. Het waren op de allereerste plaats heerlijke foto’s van een mooi mens, die, naar mijn mening volkomen experimenteel bezig was met het ontdekken van haar eigen weg. Frank en vrij, dat was aan haar werk af te lezen en aan de hand van haar opmerkelijke uitspraken.

http://www.theartstory.org/artist-frankenthaler-helen.htm

Jaren geleden bij het zetten van de eerste wankele schreden op het gebied van het schilderen, werkte ik met acryl en schilderde foto’s na. Als autodidact moet je ergens een begin maken. Natuurlijk was er van oorsprong mijn hang naar het tekenen, gestimuleerd door zuster Adolpha in de jaren zestig en een belofte aan meer, als de tijd weer van mij zou zijn.

050 Alles mag, zo wordt kunst geboren. Groepswerk.

Door het leven zelf was een en ander waar het mijn persoonlijke ontwikkeling op dit gebied betrof, naar de achtergrond verschoven. Met de kinderen in de groep had het maken van kunst een vlucht genomen. Mijn credo luidde:’Alles mag en alle materialen en technieken zijn vrijelijk door elkaar heen te gebruiken.’ In de kringen leerde ik ze verschillende technieken toepassen. Zo werd het werken met ecoline en kaarsvet, ecoline met sterke lijm, lijm in natte ecoline(totaal ander effect) plakkaat en ecoline, printen met plakkaat, met ecoline en met acryl geboren, met dun papier en dik, met aquarel,met gouache. De druktechnieken met de drukinkt werden middels de oude, op de kop getikte, wringer beproefd. Pas later in de luwte der tijd ging ik zelf weer aan de slag.

Ik had een vriendin in die tijd, die bij mijn prille eerste kunstwerken, die ik vol trots liet zien, slechts vroeg: ‘Van een foto af?’ Mijn enthousiasme om wat ik presteerde, daalde met een snelheid van een troon af naar een kabouterstoel. Het was de ondertoon waarmee het gezegd werd en de achterliggende gedachte, dat ik nog een hele weg te gaan had. Schilderen van een foto af kon echt niet.  Dat vertelde ze mij en daarmee werd de kiem tot een hardnekkige onzekerheid gelegd. Kritiek leveren is een kunst op zich!

Mensen die op die manier naar kunst kijken, leggen zichzelf een beperking op. Ik dacht aan mijn eigen visie naar de kinderen toe: ‘Alles mag’. Er zijn prachtige kunstwerken uit voortgekomen, die gaandeweg het proces hun interessante vorm kregen. We keken naar andere kunstenaars, zoals Pushwagner en ze maakten op grote kartonnen hun eigen maakbare wereld, hun eigen flats met mensen erin en werden allengs enthousiaster voor wat er aan aanbod was. Al experimenterend ontketenden ze andere eigenschappen, in zichzelf én in de materie en ontdekten nieuwe technieken.

Met de materiekunst van de afgelopen periode waren we vrij om alles te gebruiken. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die met afgrijzen naar het eindresultaat kijken, zelfs dat is boeiend om te volgen. Als het esthetische en herkenbaar is, wordt het doorgaans gewaardeerd. Dat is niet mijn maatstaf. Interessanter is de groei en ontwikkeling in het eigen proces, waardoor je tot een volgende stap wordt aangezet. Door te reflecteren op elkaars werk, dat vergelijkbaar is met brainstormen in de communicatie, ontstaan nieuwe inzichten en ideeën.Afbeeldingsresultaat voor helen frankenthaler

De quote van Helen Frankenthaler is me uit het hart gegrepen en het is het enige dat telt: Er zijn geen regels en geen grenzen. Het enige wat telt is de vrijheid om te doen of te laten, waardoor er doorbraken plaats zullen vinden en verrassende ontdekkingen. Lap de regels aan je laars, de kritiek en de stempels en verbindt. Niet alleen in het vormen, maar ook in de ontmoetingen, met het proces als leidraad en de open blik.

Uncategorized

Zodat ik ze tastbaar weet.

In een interview van Evelien van Veen met Anna Enquist in het Volkskrant magazine van een paar weken geleden gaat het over het aanwezig blijven van gemis na overlijden en het verdriet daarom. Haar goede vriend Gerrit Kouwenaar was overleden en de interviewer legt voortdurend de link tussen de vriendschap en de dood, maar ook tussen Gerrit Kouwenaar en haar dochter. Haar overleden dochter Margit komt ook in dat boek in beeld.

Aan alle kanten wordt de zaak belicht en de vergelijking gemaakt met de dood  van haar goede vriend, maar die gaat mank. Gerrit Kouwenaar was een oude man. Hij overleed na een rijk en gevuld leven op 91 jarige leeftijd. Margit was een jonge vrouw, in de bloei van haar leven en overleed na een ongeluk op de Dam op 27 jarige leeftijd. De dode hoek was de oorzaak van het ongeval. Margit zat in de dode hoek van een vrachtwagen die rechtsaf sloeg. Kon je de tijd maar terugdraaien, een seconde was al genoeg geweest en dan de chauffeur beter laten kijken, maar het leed geschiedde.

In de jaren tachtig was een goede bekende, die in de wijkverpleging werkte, op weg naar een patiënt. Ze zwaaide naar iemand aan de andere kant van de weg en lette even niet op. Ze werd gegrepen door een vrachtwagen die achteruit reed en die haar niet had gezien. Op slag dood. Zo heet dat, op slag dood, maar er gaat leed en lijden vooraf in een fractie van een seconde en in een heel leven van haar man en kinderen daarna. Enquist heeft gestreden voor de dodehoek spiegel, waarvoor de aanvraag om verplichting op vrachtwagens al zeven jaar lag te verstoffen. De man die het uitgevonden had, had zelf zijn zoon bij een dergelijk ongeluk verloren.

De volkomen zinloosheid van dergelijke aanslagen op het bestaan, een kleine onoplettendheid, een achteloos gebaar kan al fataal zijn en tonen de kwetsbaarheid van een leven. Hoe moet je de schrijnende toevalligheid, een eeuwig waarom, een plek geven en de invulling ervan als je steeds blijft bedenken hoe het leven had kunnen zijn met haar.

048

Doden lopen altijd met je mee. Je kan ze niet buiten de deur houden, ook al probeer je ze nog zo hard te vergeten, door bijvoorbeeld fanatiek te gaan werken of door het weg te drinken. De dag nadat mijn moeder overleden was, besloot ik gewoon naar school te gaan, maar ik vond mezelf terug, zittend als een zombie op het schoolplein, nutteloos, wezenloos, met het zoet houden van de spelende kinderen maar niet meer dan dat. Verdriet heeft recht op tijd. Hoe lang dat duurt is ‘nicht im Frage’.

Anna Enquist vervangt rouw, een woord waar ze een hekel aan heeft, omdat het suggereert dat de pijn overgaat, door kleur. Verlies verandert in verschillende levensfasen van kleur. Het is een prachtig beeld, maar als de interviewer vraagt welke kleur het nu heeft, antwoord ze indirect met een kleur van het verlangen. ‘Als het niet gebeurd was, dan…’ en schrijnt het dieper dan ooit.

134

Mijn doden zijn mij allen even lief nu ze rond akkeren in die ongrijpbare verte. Net als Anna Enquist heb ik de behoefte om aan ze te denken, over en met ze te praten, over ze te schrijven. Maar niet om ze te onteeuwigen, zoals ze aangeeft, maar om ze te vereeuwigen met een eigen gestalte in mijn hoofd of te verzinnebeelden met de natuur in de havik, de gierzwaluw, de libel, de vlinder, zodat ik ze tastbaar weet op momenten dat het nodig is.

 

Uncategorized

Twee LP’s als bronnenboek.

‘Vraag niet teveel jonge  vriend, want je speelt hier met vuur en ik kan je niet alles laten zien, want de stroom is zo duur aan het worden, ik fluoriseer de borden, rookbommen en lichtsignalen en een oude olielamp in de schuur, tututudu’ Het zingt al twee dagen door mijn hoofd. Ik weet ook wie de kiem heeft gelegd. Dat was de prachtige pad, die uit hout gesneden bij Ospel in het kabouterbos staat aan de zoom van de Limburgse Peel.

414de pad in Ospel.

De tekst is van de LP ‘Maarten en het witte paard’ van Ellie & Rikkert en het is het lied dat de pad Plutonius zingt in antwoord op de vraag van Maarten, die wil weten waar of het licht vandaan komt. Het was voor mij een peulenschilletje om de beelden gestalte te geven in mijn hoofd. Letterlijk zag ik alle ontmoetingen van Maarten met belangrijke lichtmakers voorbij komen. Als tekst en beeld zo sterk blijven hangen, hebben ze tegelijkertijd iets losgemaakt. De spiegel heeft in veel verhalen en projecten die ik voor school schreef een belangrijke vervulling gehad.

Afbeeldingsresultaat

De tekst van de spiegel op de plaat is als volgt:

De spiegel heeft nog nooit gelogen
Kijk het licht komt uit m’n ogen
Als een witte waterval
Nieuwe ogen nieuwe oren
Alles wordt opnieuw geboren
Uit een beker van kristal
Witte wolken witte paarden
En de hemel daalt op aarde
En je huis is overal
In alles om je heen als jij het wilt

Wij waren ons in die dagen aan het losmaken en aan het afzetten tegen het geloof. Deze fantasierijke voorstelling van Ellie en Rikkert was derhalve koren op de molen voor mijn eigen interpretatie dat het ware geluk dichtbij te vinden was.  Elke vorm en elk idee hangt of staat bij de interpretatie van de ontvanger.  Die gaat er uiteindelijk mee aan de haal.

Herinnering: We schreven en speelden een verhaal voor de Nederlandse school van het Lycée international over de avonturen van een meisje met heksenkruid. In dat stuk kwam een ondergronds dier voor, dat enorm bijziend was. Hij had een totaal gebrek aan eigenwaarde. Hij hielp het meisje en als beloning vond hij een kistje met een spiegel erin. Daarop stond ‘De grootste schat ben je zelf’. De blijdschap en de herhaling met dat neuzelende stemmetje: O ik, ik ben, o echt waar? Ik ben de grootste schat’ en de verrukking over het feit dat hij gewaardeerd werd, was hartverwarmend. Waar kleine symbolen al niet groot in kunnen zijn.

Het is bij die twee platen van Elly en Rikkert gebleven. De draad van Ariadne had een heerlijk heksenlied dat welhaast sissend gezongen werd door Rikkert en een flard tekst herinner ik me nog: ‘Het lopend vuurtje gaat van mond tot mond, de paddenstoelen rijzen uit de grond, ik strooi het zaad van al mijn dromen rond, een handvol woorden in de avondstond en het zijn jullie woorden die ik zing, kom, kom , kom kom in onze heksenkring.’ Als ondertoon was er de stem van Ellie die de magische kruiden opsomde: Wilde wingerd, dolle kervel, dodekopskruid etcetera. Als een litanie vlochten de kruiden zich aaneen en het gaf een magische toets aan het geheel.

De tekst vloeide regelrecht het hart in. Wat een prachtige beelden riepen ze op. In die zin hebben ze veel los gemaakt op een cruciaal moment. Weliswaar niet het religieuze besef, maar ze brachten de sleutel, die al die verhalen diep van binnen zouden ontketenen zodat ze rijkelijk vloeiden in de projecten en de kampen die volgden en die, wie weet, alles wat nu beelddenker heet en vroeger gewoon een kind met rijke fantasie was, zullen helpen bij het bevrijden van hun verhalen. Twee LP’s als bronnenboek met een wijdvertakte rivier aan nieuwe verhalen. Wat een rijkdom.

Uncategorized

Een tocht met Chiharu!

 

En de hemel kleurde rood… Daar stopt het boek. Die ene, welke ik al duizend maal geschreven heb in mijn hoofd en telkenmale als ik het uit de pen wil laten vloeien of uit de vingers, stokt het, of verslikt het zich in wat korte memorabilia.

505.JPG

Gisteren overviel me het rode firmament van de kunstenaar Chiharu Shiota in al haar schoonheid. Kunst, waarin je letterlijk wordt ondergedompeld en wat vraagt om een dagdromen over de diepere laag. Er zijn metalen bootjes, waarmee de draden verbonden zijn en zo de verbinding maken met het heelal. Ook lijkt het alsof het fluïdum tastbaar is geworden nu ze zichtbaar naar beneden stroomt en verbonden lijkt te zijn met het verleden, het grijpbare ongrijpbaar.

Als je je hebt ontworsteld aan deze indrukwekkende impressie vindt je haar andere werk in heftige beelden. Naakt liggen haar aderen bloot, met bloed van herkomst maar ook met het nieuwe veroverde Berlijnse bloed, oud mengt zich met nieuw, laat sporen na, brengt nieuwe gedachten en hernieuwde inzichten, maar ook twijfel en onzekerheid, ontworteling en ontbondenheid. Ik staar naar haar besmeurde verwrongen en bebloede gezicht en voel tot in mijn diepste wortels het ontheemd zijn, omdat nieuw niet eigen is, maar oud ook niet meer. Kind van twee culturen.

Het voelt heftig, ik heb de neiging om terug te gaan naar het rustgevende dradenspel, de verwevenheid , maar begrijp pas later, dat het allemaal vormend is en zo krijgt haar queeste gestalte en zal ze uiteindelijk vinden wat haar werk zo duidelijk laat zien. De eigenheid van Chiharu Chiota, Japanse kunstenaar in Berlijn, op alle fronten een zalving voor ontheemden op welke manier dan ook.

607   614   608

De heftigheid is ook die ik herken in de mensen, waarop men haastig predicaten plakt. Men noemt ze de moedelozen, de daklozen, de verslaafden, de verdwaasden, de geesteszieken. In feite zijn het de zoekers en de denkers, de ontheemden pur sang, die blijven speuren naar hun wortels of juist heel hard proberen ze te negeren en te vergeten, omdat het leven destijds zwarter was dan ooit. Op alle fronten zijn ze hard aan het werk om uit de vergetelheid te raken en weer een naam te krijgen anders dan een etiket. Het zijn kleine bolletjes wol die ze bij zich hebben en waar ze verbinding mee proberen te maken. Niet zelden worden draden weer doorgeknipt en is hun podium kleiner dan een fatsoenlijk bed.

Ze overschreeuwen stoer dat vrijheid meer geeft dan wat de maatschappij hen brengen kan, maar die geeft niet de warmte die nodig is bij tien graden onder nul en tipt niet aan het zachte verwarmende weten waar je heen gaat en vanwaar je kwam. Hun queeste is hachelijk en turbulent, de roller coaster die voortdendert terwijl alles om hen heen zich in zekerheid wentelt. Daar moest ik aan denken, in dat ene ogenblik, toen ik de wanhoop op het gezicht las van de met rode verf besmeurde Chiharu.

Eigenlijk wendde ik me onmiddellijk weer af. Als je niet kijkt is het er niet, maar de confrontatie op zich blijft een grote lange dreun na. Ik kom er niet van los. Hoeveel mensen lopen er niet rond, die op die manier op zoek zijn en scheelt het dan dat je familie wel aanwezig is. Ik weet het niet.

Ik ben ook ontheemd. In feite zijn we dat allemaal. Op zoek naar onze wortels, naar een stuk verleden, naar een vader, een moeder, die onmetelijk, grenzenloos, ver weg is en voor mij toch zo bijna tastbaar dichtbij in woord en gebaar.

497.JPG

Maak die tocht met Chiharu en laat je mee voeren op haar emotie, in de wolken van hoop, in de golven van wanhoop, in de volle overtuiging dat wie zo zoeken kan, het zeker vinden zal.

 

 

Uncategorized

Met een veer heen en weer!

Het was een prille ochtend gisteren en na een vroeg ontbijt om acht uur, werd het doel het dorpje Baarlo, omdat daar veel kastelen waren. Maar door een toeval, glinsterende zon op het water, een spiegelend veer in de Maas, werd het een dorp aan de overkant. Het heette Steijl.

https:// youtu.be/z8_kFhxfofw

De heen en weer wolf kwam net aangevaren en hij zag er minder eenzaam, misschien nog een tikje troosteloos, ergo niet helemaal uitgeslapen, uit maar de tocht ging voorspoedig en duurde bij elkaar nog net geen drie minuten. Ergens in mijn achterhoofd zong doctorandus P: ‘Heen en weer, heen en weer, wees nou verstandig mensen’. En ik zag zijn kleine tengere gestalte over het dek schieten. Dit veer was bij lange na niet overvol. Slechts onze auto bracht hij een oever verder.

De zon scheen vriendelijker en uitnodigender door de stilte die het omarmde. Vanaf de oude stadsmuur zagen we de kabbelende Maas, een loze visser aan de kant, waar zijn kleine roeiboot op een afstandje wat doelloos dobberde en de aalscholvers en de meeuwen erboven. Wat een land.

Met een vingerwijzing van mijn vader, de oude Jochem, ontdekten we de Jochumhof, maar kregen eerst nog de tijd om te wennen aan de, in onze ogen verkeerd geschreven, geuzentitel. Het was pas om 11 uur open. Nog drie uur te gaan. Het dorp bestond uit kloosters en kapellen, kerken en gesloten etablissementen. Geen nood. De wandelbenen waren aan, een tocht langs een van de Nederlandse rivieren dan ook, in dit geval de Maas, was een welkom alternatief.

We liepen een heel eind op en lieten gedachten langszij schieten of prezen de schoonheid in die al warmer wordende ochtendzon, de dauwnatte bermen, de stilte doorklieft door de roep van een meeuw en onze intentie vroeg op pad te gaan ondanks een vakantiemodus. Alles was dicht, maar de kloostertuin was open.

Daar stonden de Dahlia’s van oma, de uitbundige springers en de ingetogen bolletjes in lange rijen. Wij griezelden de oorwurmen van vroeger naar buiten, die uit alle kieren en gaten van hun lievelingsbloemen kwamen, als ze een bosje voor mijn moeder had afgesneden en die op de salontafel stonden te pronken in een glas. We wisten toen immers zeker dat ze levensgevaarlijk waren, omdat ze het vooral op kinderoren hadden voorzien en eer je het wist, je oren inkropen. Dan hielp er geen lieve vadertje of moedertje meer aan. Hun uitstekende aanhangsels achter wanhun bruine lijf waren de kromzwaarden, die vervaarlijk opgeheven werden bij gevaar: ‘Ten aanval’.

De oorwurm is een opschepper, want hij steekt niet, hij knijpt, Kleine kneepjes, waar je niets aan over hield, maar onze fantasie was onuitputtelijk bij het zien van deze bruine ridder te vuur en te zwaard. De oren bereikte hij nauwelijks, maar de mare ging rond en het leed was geschied.

De Kloostertuin herbergde twee grotten in het kleien lommerrijke bos erachter. Helaas nog niet open, maar door de spijlen heen was bij het flauwe kaarslicht een Mariaschim waar te nemen. De hele entourage, de vochtige aardegeur, de koude stroming uit de grot en het gefilterde licht door de hoge bomen gaf het een extra dimensie.. In de tweede grot, de olijfgrot, doelend op het hof van Ghetsemane, zagen we door de spijlen Jezus zijn armen naar een vermeende hemel strekken, badend in het licht. Daar had men bedachtzaam een lamp aangezet. Dat het slechts een glimp was, was doordacht en maakte het spannend.

Dergelijke voorstellingen behoorden tot het grijze roomse leven. Mijn moeder had een huppeltje van plezier gemaakt en het was die nostalgie die aan onze weemoedige gedachte trok. ‘ Credo in unum deum, Patrem omnipotentum’ zong het harken van de tuinman en ik rook de geur van de Brem in de voortuin van de Nicolaaskerk.

De Jochumhof was het toetje. Ook even bij mijn vader op bezoek, een hele hof naar hem en zijn grillige eigenwijzigheid genoemd. Ze had gestalte gekregen in de semi wildgroei van kruiden en bomen en zeker zijn stekeligheid, die volop tot schoonheid was uitgegroeid in de mediterrane kas met haar cacteeën en vetplanten, die tot hoog aan de nok rezen. In de teletijdmachine met een veer heen en weer. Wat een dag Limburg al niet vermag.

 

 

Uncategorized

Zo dus!

In een kringloopcentrum tikte ik een boek van Benoite Groult op de kop. Dat is altijd riskant, omdat ik dacht, dat ik alle boeken van Benoite al gelezen had. Deze titel: ‘Uit liefde voor het leven’ kwam me niet bekend voor. Nou zegt dat niets. Het zou kunnen dat ik in de jachtigheid van het leven letters, woorden en boeken consumeer met een verlaagd bewustzijnsniveau, omdat nog honderden andere dingen zich proberen op te dringen. Een gesprek met een verre vriend bijvoorbeeld of een radio die de stilte verbreekt, een Poezenpluis die net zo lang tussen mij en de laptop springt, zodat ik het tenslotte niet meer kan negeren. Als ik er niet met mijn volle tegenwoordigheid van geest mee bezig bent dan verdwijnt de titel als sneeuw voor de zon.

Maar deze dus, Uit liefde voor het leven, daar schrijft ze doorgaans over. Maar dit gaat verder dan de liefde. Dit gaat over ouder worden en over de bril waarmee naar die oudere gekeken wordt. En weer raakt ze me met de eerste gedachtengang die bij me aangewakkerd wordt, als ze haar vragen op ons afvuurt.

De hoofdpersoon is Moira, een vrouw op leeftijd. Ze vraagt zich af waarom het zo voelt, dat de mensen haar niet meer als gelijke beschouwen, dat het lijkt of men dwars door haar heen kijkt als ze een mening geeft. Haar kleinkinderen kunnen niet bevatten dat ze ooit jong is geweest. Oma is immers geboren als oma. Wie is dat kleine sepia meisje op de foto, met die hoepel in haar hand, in dat pierenbadje met haar gebreide badpakje. Die is toch allang dood.

IMG_2835

Oma zijn is meer dan dat, bepleit ze. Kinderen zijn kinderen, niet meer dan dat, nou ja, ze zijn zoveel ontwikkelingsfases als ze groot zijn, peuter, kleuter, schoolkind, puber, adolescent in een. Oma’s en opa’s zijn eigenlijk zoveel meer. Die hebben alle fasen doorlopen en verzameld, krachtig laten uitgroeien tot een persoon, nu in haar nadagen wat doorschijnend, maar met elke vorm van kennis en ervaringskracht over de afgelopen jaren. Ze weten hoe elke fase voelt, ze weten hoe elk kind zich voelt, ze weten, dat er van alles en nog wat roet kan gooien in de zinderende toekomstplannen, de voornemens, het ideaal gestelde doel.

Oma’s en opa’s kunnen als buffer fungeren, als troostdoek, als raadgever, als vangnet. Maar de nieuwe oudere is alleen maar bezig met krampachtig niet ouder te worden en daarmee is men de huidige oudere aan het verschimmen.

Herinnering: Oma komt langs. Mijn moeder waarschuwt ons, want dat betekent minstens deemoedig ondergaan wat ons als lot beschoren is. De litanie van mijn oma rechtstreeks tegen mijn vader gekeerd, over de kinderschaar, de vermeende armoede, de  enorme vracht werk die het met zich mee brengt, aan te horen zonder commentaar. Oma dwingt dat af. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven om mijn lieve, kleine, scheve, kijvende oma, als klein kind achter de vlinders boven een goudgeel boterbloemenbed te zien huppelen of met haar kleine beentjes hoepelend de straat af te zien dribbelen.

Heb ik ooit haar verdriet voor me gehaald toen de twee Wimpies stierven, een als baby en een als vierjarige. Als kind was dat niet mogelijk, maar later toen ik zelf moeder werd. Heb ik me ooit mijn oma als moeder gedacht? In hoeverre ben ik nog moeder voor de oma-zeggers. Het vervaagt, je naam verandert ongemerkt. Ik ben altijd mijn eigen naam geweest voor de kinderen, maar nu heet ik anders, al jaren. Ik heb het gelaten, hardnekkig als het zich vast bijt. If you can’t beat them, then eat them, maar hoe.

Benoite reageert vanuit een overspoelde weemoed, maar heeft ook een punt. Ik heb mezelf  nooit als oma in die zin gezien. Wel als alle personages, samengesmolten in mijn persoontje. Ze komen naar buiten als dansende, poppenspelende, zingende, kleurplatenmakende, slaapliedjes zingende, verhalen vertellende, schrijvende kind, de moeder, de oma. Zichzelf, warrig, fantasierijk en levenslustig. Zo dus.

 

 

 

 

Uncategorized

Een recycle-kans bij uitstek!

Het was gisteren zo’n dag dat alles op rolletjes liep. Een dag van de vloeiende beweging. Lekker vroeg wakker, een uitgebreide blog die uit de vingers viel alsof ie al kant en klaar achter een deurtje in het hoofd gelegen had en het voornemen om bijtijds alles te doen.

Ik had mijn plan voor die dag al gemaakt, eerst de foto’s verwerken van de avond ervoor, dan het dagelijks toilet en daarna zou ik de oppaskat eens in het zonnetje zetten. Het is een oude nijdas, maar hij is ook een beetje zielig. Eigenlijk is het een buitenkat, maar hij durft op deze stek al twee jaar niet naar buiten. Zelfs op het balkon snuift hij drie teugen lucht en verdwijnt dan weer mismoedig naar beneden.

max

Ik had me voorgenomen een tweedehands krabpaal te gaan zoeken. Twee telefoontjes scheelde twee ritten, want daar waren ze niet en bij de derde reed ik langs. Lang leven de kringloop en wat hebben wij toch veel te consumeren. De staat van de binnengekomen goederen wordt steeds beter. Sommige banken of stoelen zien er nog uit als nieuw. Ik liep er snel doorheen en toen viel mijn oog op een vuurkorf. Handig voor het dorre hout in de tuin. Dat zou een hoop gesleep schelen. Voor tien euro mocht ik hem meenemen. Hij was lekker eigenzinnig van vorm. Ik vond er nog een mooie lijst voor vier euro met een bestaand doek erin waar ik weer overheen zou kunnen schilderen. Tel uit je winst, hoorde ik mijn moeder denken.

Bij de kassa stond een oude man. Zijn kraalogen schoten heen en weer. Ze monsterden me van top tot teen en vervolgens viel zijn blik op mijn net verworven aanwinst. Ik tilde de korf op de toonbank en schoof het naar de vriendelijke vrouw toe, die de kassa bediende. Hij interrumpeerde ons bars midden in een praatje met de opmerking dat er wel een plaat onder moest.  Het fenomeen betweter ten voeten uit. Het zette me aan het denken tijdens de rit naar de oude kater.

Ik dwong mezelf in de aardige modus, de man wilde waarschijnlijk alleen maar helpen. Waarom dan die loerende observerende blik. Werd ik gewogen en te licht bevonden? Nee, nee allemaal mijn eigen aannames. Waarom komen die op de gekste momenten op. Hoe komt het dat een opmerking van de een onmiddellijk als hulpvaardig wordt opgevat en dezelfde raad bij de ander als belerend.

Minoes

De kater kwam me al mauwend tegemoet. Ik had mijn vriendelijke PoesPluizenstem opgezet en bleef maar praten met hem. Hij draaide rond mijn benen en gaf kopjes bij de vleet. De krabpaal was snel in elkaar gezet en de speeltjes uitgepakt. Hij bekeek ze met een lodderoog. Als hij een Minoezenpoes was uit  het boek van Annie M.G. Schmidt, dan was hij een narrige oude kater. In een oogwenk had ik de cirkel rond.

De oude kraaloog bij de kassa was het evenbeeld van mijn eenzame oppaspoes. Hij was een groot vat met hele en halve waarheden, die hij met niemand meer delen kon. Daarom hing hij bij de kassa van de kringloop rond en diende iedereen ongevraagd van repliek. Omdat hij zijn slachtoffers bestudeerde alvorens aan te vallen, zorgde dat voor de irritatie.

action8

Ik danste rond de oppaspoes om mijn filosofie van de koude grond, het leverde me een narrige haal op, maar het deerde niet. Onafgebroken bleef ik met hem kletsen en verbeeldde ik het me nou of lichtten zijn ogen op toen ik hem voordeed hoe het krabben aan de krabpaal moest. Weer schoot Minoes door me heen en Annie.M.G die al schrijvend haar karakters met de poezen in het donker op de daken van de stad verbond.

Mijn dag kon niet meer stuk. Met een gerust hart liet ik hem achter. De vuurkorf bracht ik naar de volkstuin, waar ik het gras in de late avondzon maaide en het hout te nat was geregend om te verstoken. Tevreden en voldaan was de gang naar huis. Ik nam me voor om de volgende keer een praatje aan te knopen met de oude iezegrim in de kringloop. Een recycle-kans bij uitstek voor een bijzondere verificatie.

Uncategorized

Nooit is het een brug té ver.

How time flies!

Vandaag worden mijn beide mannen 32 jaar. Ergens in de diepte, maar ook weer zo dichtbij, duiken de beelden van het verleden langszij. Ze overvielen me een maand te vroeg, terwijl ik ’s middags nog op de fiets naar de Gynaecoloog was geweest. In de nacht begonnen de weeën en die namen al snel serieuze vormen aan. Met Vasalis als troost voor mijn pijn en met een goede fles wijn voor mijn verlosser tufte ik met de auto naar het Antonius. Dat lag praktisch om de hoek, dus het was goed te doen. Het was inmiddels acht uur ’s morgens en onderweg viel er nog een wee weg te puffen.

scannen0028

Vrouwen worden dappere overlevers als kinderen om verlossing vragen. Het ging allemaal heel snel en ondanks het feit dat we nog niet helemaal klaar waren met hun ontvangstplek, waren ze meer dan welkom. Wat een bijzonder feest. Een tweeling maakt wat los bij andere mensen. Ineens ben je niet de familie doorsnee, maar ook een beetje bijzonder. Onze ogen waren alleen maar gericht op dit wonder van de natuur. We waren er een beetje stil van en gloeiden van trots, van binnen en van buiten. Pijn en leed, wie maalt er nog om. Bovendien had ik nauwelijks tijd gehad om aan die pijn te wennen. Ze wilden halsoverkop naar buiten in een tijdspanne van 6 minuten.

We werden overladen met mensen en cadeaus, met gelukswensen, met kaarten en brieven en ik zag familieleden waar ik nauwelijks het bestaan van kende. Bijzondere momenten, geboorte van de kinderen, vijf in mijn geval en alle vijf bijzonder. Nou ja vier bevallingen want die van de tweeling telde als een. Zelfde weeën , zelfde pijn, zelfde moeite, met als dubbele beloning, twee totaal verschillende jongens.

IMG_2357

Parels aan het levenssnoer, schreef ik ze vandaag sentimenteel. Laat me heel even dwalen en geef deze romanticus een podium. We leven in het nu, we kijken naar de toekomst, maar ik zal nooit die hoogtepunten uit het verleden vergeten, die van blijdschap en verdriet en bij tijd en wijle vind ik het fijn als een naald in de groef, daar te blijven hangen. Niet te lang, maar toch. Het vormt de basis van de voortgang van het bestaan, het weeft de draden van de wieg tot het graf, een levenswerk met prachtige kleine subtiele en soms groots en meeslepende momenten.

175Knoopjes/detail

Gisteren vormde zich onder mijn handen een stuk verleden tot het heden, omdat ik mijn lievelingsjasje van fijn geweven teer organza goud met roze en mijn prachtige versleten paarse voile jurk verwerkte in materiekunst à la Rauschenberg. Textiel op doek, geschikt, geplakt, getackerd, gekramd, met liefde, zoals het leven zelf. In een volgend werk vervlochten hele putdeksels, deurkloppers, sleutels, in weer een ander een verweesd stuk hangmat, zich tot een persoonlijke mythe.

180Werk van Betteke Mulder.

Een overbrugging van de tijd in twee avonden hard werken. Nog is het niet af. Er glinsteren vissen in woelig water in de gouden zon en er moet nog een laatste snuif verleden toegevoegd. Dan is het klaar. Geen levenswerk, bij lange na niet. Een tweede leven voor mijn lievelingen en daarmee heb ik de brug geslagen van het heden naar toen en weer terug. dat is de kunst. Het verleden koesteren en het heden omarmen en nooit is het een brug té ver.

 

Uncategorized

Haar eeuwige lied.

Het is een slapeloze nacht. 1:05 geeft het scherm aan en ik weet dat dit me gaat bezuren. Nu ik nog niet in slaap gevallen ben, wordt het een lange, hopelijk productieve, nacht. Het komt misschien door de adrenaline, opgewekt omdat de tuin vandaag op alle fronten om aandacht vroeg en ik niet meer wist, waar te beginnen. Eerst een deel van de composthoop afgegraasd en in een zak gestopt, omdat ze veel te hoog werd.  Een doorn in het oog van de noeste tuinders om me heen.

TheWindintheWillows1995.jpg

De zon was er en brandde bij tijd en wijle genadeloos tot er weer een woelige wind langs kwam zeilen en het verhitte voorhoofd koesterde. Toen werd het tijd voor de wilgen. Ik wilde wilgen in de tuin door het boek Wind in the Willows van Kenneth Grahame. Niet om de avonturen van pad, rat, mol en das, maar om de beschrijving van het landschap. Berkshire is de streek die als decor heeft gediend, de streek waar de schrijver zijn jeugd heeft doorgebracht bij zijn grootmoeder. De voorstelling verkleinde zich vroeger bij het uitspellen van het boek in mijn kinderhoofd tot de weilanden bij Amelisweerd en de Theems werd als vanzelf de Kromme Rijn, die zich slingerend een weg zocht. Bij elke bocht wist je niet wat voor schoonheid erachter stak, maar iedere keer weer blies het me van de sokken door het ongerepte, tijdloze spiegelende, waarin de wereld op haar kop stond.

003.JPG

De wilgen aan de zijkant van de tuin moesten laag blijven omdat de buurvrouw daar haar moestuin tegen aan had gevleid. Ik vond het geen probleem. De wilgen ook niet, Die liepen met het grootste gemak en harder weer uit. Ze trokken zich niets aan van het seizoen. Het nadeel was het overschot aan takken. Te vers om te verbranden, te jong en te groen om te vlechten. Een deel versnipperde ik als een rustgevende handzame bezigheid in zakken om naar de stort te brengen als tuinafval. Het was echter behoorlijk veel dus werd de takkenril opgevuld met groen tot het dor en droog zou zijn. In de herfst mocht het pas weer verstookt worden.

Herinnering: De glooiende heuvels in de buurt van Cambridge en de kleine witte cottage dat in de kom van zo’n glooiing met drie andere huisjes het laatste deel van het dorp vormden. Er was een ouderwetse rode telefooncel en een postkantoor annex winkel. Bij tijd en wijle ontsnapten we aan het drukke gezin met de kinderen om wat te wandelen in de zwoele avondlucht die het landschap lieflijk en zacht kleurde nu de traktoren waren verstomd en de koeien na stonden te dampen van de lome warmte. De dag erna gaf een bezoek aan Kings college in Cambridge om later de vermoeide voeten te laten zakken in het verkoelende water van de Cam en te genieten van alles wat romantisch, Brits en tijdloos leek te zijn gebleven. De studenten, de roeiboten en de kano’s en hier en daar zelfs een parasol met roesjes en kant in een sierlijke hand of verbeeldde ik me dat maar. The wind in the Willows ten voeten uit.

010.JPG

De wilgen staan ook aan de voorkant van de tuin. Ernaast loopt het pad en daarnaast de sloot. Het lijkt in niets op Berkshire of op een Engelse klassieker. Het is een echt Hollands tafereel, waar de buurman met zijn groot hoefblad de natuur geweld heeft aangedaan en de zwanenbloem verdreven. Maar verderop bouwt de meerkoet haar zoveelste nest tussen het riet en tiert de zwanenbloem welig. Hollandse luchten en de weide als omlijsting met de dartelende kieviten vervolmaken het beeld. Als ik bijna klaar ben steekt de wind op en ruist en ritselt haar eeuwige lied door de wilgentakken. Een volmaakte zomerdag.

Uncategorized

Tijd voor een podium.

Ik lees een interview van Andreas Burnier met Willem M.Roggeman in de digitale bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het is uitgegeven onder Beroepsgeheimen 2 (1977). Zij is een vrouw die ik altijd bewonderd heb om haar schrijfstijl, humor en scherpte. Met het lezen stijgt de bewondering om de vrouw, die zich geen vrouw voelt en haar denkbeelden die zo specifiek eigen zijn, dat menig mens er een voorbeeld aan kan nemen. Denken door maatschappelijke draden door te knippen en los van de maatschappelijke context het woord, de gedachte, de overtuiging te bezien en er naar te leven.

http://www.dbnl.org/tekst/rogg003bero02_01/rogg003bero02_01_0004.php

Ze durfde het aan om de mannelijke bolwerken te slechten en de visie van Darwin, Marx en Freud van een totaal andere kant te belichten dan ik ooit overwogen heb. Wat ze zegt snijdt hout. Hier is een vrouw aan het woord die haar leven vanuit een open houding verklaart aan de hand van haar eigen filosofie. Bewonderenswaardig om los van wat anderen van jou zeggen, pal achter je visie te blijven staan, die niet zo maar geschoeid is op wat losse denkbeelden maar wel degelijk opgebouwd is uit het vorsen naar de waarheid. Ze zegt onder andere: ‘Het is een voorrecht geboren te worden in een onderdrukte groep’ en ‘Voor de gevestigde kaste, de establishment ofwel het mannendom, is het veel moeilijker tot enig inzicht van belang te komen.’ Hiermee maait ze de gevestigde orde met één regel onderuit. Iets wat fijnzinnig lijkt en waar blijkt, in een wereld van de Trumpen, de Erdogan’s, de Putins.

049

De interviewer maakt een klassieke fout. Bij zijn analyse van Een Tevreden Lach, wijst hij Andreas Burnier op een vermeende zienswijze op literatuur, namelijk dat het een belangrijke sociale functie heeft. Hij baseert het op de openingszin: ‘Elk boek is een gevaar.’ Op de volgende bladzijde echter haalt ze de hele zin aan met de context, die het in een volkomen ander licht zet. Citaat: ‘Elk boek is een gevaar dat de ziel in wil, dat niet de buitenwereld nog eens in woorden overdoet (…), noch een abstracte idee brengt. Wie de ziel in wil moet door het niets heen, dat betekent door de angst.’ Ze verwees naar een psychisch effect. Ze verwijst niet naar concrete of abstracte literatuur maar naar literatuur, die iets openbaart wat normaliter verborgen blijft. Het is literatuur die een diepere laag aanboort middels symbolen en de structuur van de binnenwereld. Ze haalt daarvoor een vergelijk aan tussen Twee jongens, die uit Bartje van Anne de Vries en die uit ‘Le grand Meaulnes’ van Alain Fournier. Het eerste boek is een perfecte waarneembare weergave van de werkelijkheid en daarmee nietszeggende feitelijkheid, terwijl het tweede boek door de dubbele lagen tot in de ziel beroert. En beroeren doet de schrijfster.

Haar schoppen tegen de heilige huizen, het moeizaam omhoog klimmen naar een eigen tijdbeeld en haar eigen rol daarin, maakt dat ze een deel van mijn overpeinzingen is geworden. Deze vrouw, die zich van meet af aan niet thuis voelde in haar lichaam en nu met alle nieuwe ontwikkelingen daaromtrent van meet af aan streed met haar enige wapen, haar pen. Die doopte ze in vileine inkt en schreef schurend haar verzet tegen alle gevestigde overtuigingen in. Losjes, met humor, bijtend met sarcasme, maar ontegenzeggelijk met een diepe overtuiging en eigenzinnigheid gebaseerd op haar eigen ervaringen, haar analytisch vermogen, haar filosofische insteek, haar menszijn.  Het is tijd voor een podium en dus voor de recente biografie van Elisabeth Lockhorn met de intrigerende titel ‘ Andreas Burnier: Metselaar van de wereld’. 

Uncategorized

Ze heeft goud gekost.

Ze zijn binnen, alle vier de #LakdoorTijn. Vrolijke kleuren in een prachtig potje met de laknagels aan de hand van Tijn voorop.

19748909_10210119564925758_3428408471169018045_n

Lak door, staat eronder in hele kleine letters, waarvoor ik naast mijn leesbril ook het vergrootglas nodig heb. Tijn zijn ogen waren goed, die van mij zijn bijna versleten. Het is niet zoals men het wensen wil. Kleine kinderen horen  groot te worden, kinderen te krijgen, als oud mens terug te kijken op een mooi leven.

‘Tijn heeft een steen verlegd’ staat er in een van de vele onthutste reacties op twitter en met recht. Hij is het boegbeeld geworden voor alle zieke en terminaal zieke kinderen in Nederland. Tijn had enorme pech, want er was nog geen Tijn voor hem geweest, die geld had opgehaald voor de stichting Semmy ter bestrijding van die akelige hersenstamkanker. Daar heeft hij nog nooit in zijn kleine zieke leven over gepraat. Wel wilde hij voorkomen dat er nog meer kinderen aan zouden overlijden.

_MG_2408

Tijn had zich voorgenomen om wat geld op te halen voor kinderen in derdewereldlanden die op voorhand vaak kansloos waren om de zes jaar te halen. Hij wilde een soort domino-effect creëren zoals bij de Bucketchallenge met zijn actie #HeelHollandlakt. Het moet hem vooral veel voldoening geschonken hebben, dat dat gelukt is. Voor Tijn moet er dus ook al een Semmy en andere kinderen zijn geweest die het niet hebben gered. Vijftien tot twintig in een jaar in Nederland, lees ik. Met de vervolgactie #LakdoorTijn werd het miljoen dat nodig was voor een machine die de medicijnen op de juiste plek bij deze moeilijk bereikbare tumor in de hersenstam kan plaatsen, een dag voordat Tijn stierf, gehaald. Tijn kan in die wetenschap in alle rust op zijn eigen ster gaan zitten.

Hij heeft de wereld bereikt met zijn dappere actie. Een jongen van zes jaar met meer wijsheid in zijn gelakte pink dan alle volwassenen van de wereldtop bij elkaar. Zijn boodschap om het leven van andere kinderen te verlichten en zijn onbaatzuchtigheid daarin, omdat hij zelf ongeneeslijk ziek was, heeft iedereen aan het denken gezet. Op zoek gaan naar het juiste oplossingsgerichte handelen, dat direct zoden aan de dijk zet. Dat dat vaak dichter bij huis ligt dan je denkt, heeft hij bewezen. Met zijn formule wist hij ieders hart te veroveren.

stichtingsemmy.nl

Ook Semmy heeft een steen verlegd, doordat zijn ouders alle kinderen die net als Semmy een ponsglioom in de hersenstam hadden, wilden helpen met een onderzoek dat nog in de kinderschoenen stond. In het VUmc werd het onderzoek Vonc-Semmy genoemd dat zich richt op alle gliomen in de hersenen van kinderen in het algemeen en de ponsgliomen in de hersenstam in het bijzonder. Prof. DR. G.J. Kaspers werd ambassadeur van de stichting.

Wie naar de site van de stichting gaat, zal zien hoeveel kinderen Semmy en Tijn zijn voorgegaan, met een zelfde moedige en blijde blik. Dankzij Tijns hartverwarmende actie bij Serious Request, die hem vrijmoedig een podium gaven en zelfs een gat lieten zagen in het glazen huis, kleurde hij niet alleen de nagels maar rechtstreeks alle harten. Dankzij de inzet van Youp en Wendy kan de nieuwe behandelmethode naar Nederland gehaald worden en heeft hij niet alleen harten gekleurd, maar is het misschien mogelijk dat er weer een toekomstperspectief geboden kan gaan worden aan deze ernstig zieke kinderen. Inderdaad. Semmy en Tijn hebben de steen van Bram Vermeulen ruimschoots verlegd en al die kinderen die leden aan dezelfde aandoening. Elke stap die het onderzoek dichter bij dit moment  heeft gebracht, moet worden geteld. De weg die bewandeld moest worden was onheilspellend en onherbergzaam. Ze heeft goud gekost.

Uncategorized

Het Geluid van de Stilte.

Het is in die onwennige puberjaren dat er in de onrust in hoofd en hart The Sound of Silence doordrong. Het werd gezongen door twee stemmen die elkaar zo harmonieus versterkten, dat ze bijna opriepen tot het tegendeel van hun bewering.  Ze streken de onzekerheid van het moment glad, gaven uitzicht op een romantische nostalgie, die het verlangen ernaar eindeloos versterkte. Nacht van de stilte, stilte van de nacht. Simon and Garfunkel brachten daarna nog meer kampvuur-verheffende songs, de woorden stroomden moeiteloos binnen en bleven hangen tot in lengte der dagen.

Daar moest ik aan denken toen ik in Brain Pickings las over het boek ‘The Sound of Silence’ van de schrijfster Katrina Goldsaïto en de illustrator Julia Kio. Het kleine jongetje Yoshio komt te midden van het stadse geweld een vrouw tegen die de koto bespeelde. De jongen bewondert het mooie geluid van het instrument en de vrouw antwoordt hem, met een serene glimlach om de lippen, dat het mooiste geluid het geluid van de stilte is. Vervolgens gaat Yoshio op zoek naar die stilte, maar hij hoort overal geluiden, zelfs in de stilte van de badkamer maakt het water dat uit zijn haren over zijn neus loopt een zacht druppelend geluid. Dan gaat hij op een zeker moment ’s morgens heel vroeg naar school, leest een verhaal en daar overvalt hem waar hij al zo lang naar op zoek geweest was. Totale stilte, hij hoort zelfs zijn eigen ademhaling niet meer. Alles binnen in hem voelt stil, vredig als een tuin nadat het gesneeuwd heeft. De stilte was er al die tijd al.

The Sound of Silence

Op dat moment begreep hij dat stilte niet de afwezigheid van geluid was, maar het bewustzijn om te luisteren naar die eigen innerlijke stilte.

029Oefenen voor een optreden.

In de groep is de vrijdag de meest hectische dag van de week. De kinderen zijn al een beetje moe van de hele week hard werken, het weekend komt er aan. Er zijn voorbereidingen te doen voor de weeksluiting en voor eventuele optredens, decor moet gemaakt, kostuums verzonnen, de handelingen worden droog geoefend en dan slaan de zenuwen toe. Het is tijd voor de bekende pas op de plaats.

De mantra in Tibetaans schrift op de bladeren van een lotusbloem

We hebben onze eigen modus gevonden. We pakken met duim en wijsvinger met twee handen de zon hoog boven het hoofd en laten die langzaam naar beneden zakken op onze schoot. Dan doen we de ogen dicht, halen diep adem en concentreren ons op onszelf. Dan herhalen we een paar keer de Tibetaanse mantra ‘Om manipadmé hum’. Het werkt altijd. Diep van binnen daalt de rust neder. Dat kleine ritueel, dat een mix is van verschillende vormen van geestverruiming, is precies wat we nodig hebben om het laatste stukje van de middag aan te kunnen. De herhaling versterkt het en de kinderen vragen er zelf om.

007Het opkomende witte licht.

Het heeft lang geduurd eer ik begreep hoe die innerlijke stilte klonk. Rusteloos ernaar verlangend en zoekend, middels yoga en andere vormen van bewustzijnsverruiming, vond ik het niet. Ik streefde mezelf voorbij. Dankzij het schrijven en het pure waarnemen, niet langer afgeleid door hartenklop of adem, maar door het ondergaan van het moment. Geen hollende gedachten meer, geen binnenstromende fantasieën, maar het niets, dat binnen komt glijden in het nachtelijk uur of tijdens het witte licht in een vroege ochtend met een koele bries door het open raam langs het hoofd.

Geen yoga, geen mindfulness, geen rebalancing maar het eigen Geluid van de Stilte. Er komt een moment, dat je er niets anders voor nodig hebt dan je Zelf.

Uncategorized

Het mausoleum van een klein leven.

Beeld uit het verleden: Een jongen met een groot lijf, te groot, omdat zijn armen langer waren dan zijn bovenlijf en zijn benen evenzeer. Handen als kolenschoppen omknelden een pop. Met zoete fluistering liep hij verwaten over de markt van Wageningen. Zij had een wit dekentje om haar heen en zweefde vlakbij het gezicht met de slierten ongekamde haren als een natuurlijke omlijsting om het gladde bolletje. Die lieflijke koestering van dat kleine door die grote man met de onbereikbare ogen en zijn onbehouwen schreeuw er tussen door. Onmacht en onwetendheid ineen.

In de lange lichtgrijze hoge gangen van huize Solglytt zat een oude vrouw op een stoel, naast haar stond het tafeltje. Ze had het servetje van de lunch bewaard en plukte er voorzichtig aan tot ze vier velletjes uiteen had gerafeld. Een reep zonlicht viel op de muur achter haar en vergrootte haar silhouet uit. Omstandig schikte ze de doorschijnende papiertjes op de tafel, streek ze keer op keer nog gladder. Daarna schoof ze haar pantoffel uit en zette die omzichtig op die tere kleedjes. Ze keek er schattend naar, het hoofd iets scheef en er verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze haalde iets uit de zak van haar schort en voorzichtig vleide ze het met twee handen in de pantoffel. Ze schikte en herschikte en toen ik dichterbij kwam, zag ik, terwijl haar dunne stem een ouderwets lied neuriede, de keutel, keurig bewaard. Haar ogen lichten op. In innige tevredenheid was ze mijlen ver terug gedoken in haar herinnering.

181.JPG

Het zijn beelden in mijn hoofd. Er zijn geen foto’s van. Die heb ik ook niet nodig , want elke foto zou te kort geschoten zijn in de weergave van die bepaalde sfeer, die het op dat moment opriep. In het boekje Reflecties van Bernlef staat een klein gedicht:

Zij is de weg kwijt, zegt men

maar zie haar besliste tred

op weg naar het poppenhuis.

Miss Marple First Image.jpgby Gilbert Wilkinson  (December 1927 issue of The Royal Magazine)

De woorden versterken het beeld dat Bernlef oproept. Hoe deze mensen er uitzien behoeft geen detail, in grote lijnen zien we de reus van een man met de babypop benen over de markt, de tere oude vrouw als een schim van zichzelf, de vrouw die Bernlef oproept met Miss Marple-achtige tred op haar doel afstevenen. Het gaat om de contouren, de blik die we vangen in het woord, het handelen. Er zijn veel momenten vastgelegd en met de digitale fotografie is het eenvoudiger dan ooit, te veel soms haast. Vergeten we te kijken en waar te nemen zoals vroeger of eens?  In het Rijksmuseum is op het ogenblik de tentoonstelling Modern Times. Het schetst een tijdbeeld.

Ik zie mijn verkleurde foto’s uit de jaren zeventig, altijd mistig door de rook. Soms haarscherp, soms wat in de vergetelheid geraakt, maar nooit nietszeggend of vluchtig. De hand die het analoge toestel vast had, het dichtgeknepen oog, de kalmte waarmee de afdruk werd vereeuwigd en de mystiek van het bezegelde tijdsbeeld zijn diep verankerd.

029

Ik heb ze allen lief. De beelden in mijn hoofd en het tastbare verzamelde leven onder mijn bed en in de fotoboeken, de vele doorleefde momenten die opgeborgen zijn in de computer en haar zolder. De kunst is om ze te vangen in woorden en zo de sleutel te vinden tot hun derde dimensie, een wereld erachter, waar iedereen in mee mag wandelen. Het mausoleum van een klein leven.

 

 

 

Uncategorized

Zet het hart maar open!

‘Alsof de duvel er mee speelt’, fluistert mijn moeder in mijn oor en glimlacht. In een blog van een van mijn trouwe lezers lees ik de volgende woorden: ‘Emoties kun je uitschakelen.’ Vandaag ga ik een dag van heftige emotie tegemoet. Ik weet het.  Straks gaan de tranen rijkelijk vloeien en ik zal er niets aan doen om ze te stoppen.

Het zijn tranen van liefde, van weemoed, van gemis. Ze rijgen zich aaneen als ik alle koppies voorbij zie snellen. Kinderen die we op de glijbaan hijsen voor de laatste keer. Die we, met hun stapel overwinningen van dit jaar en een cadeau uit de deur in de veilige armen van de volgende groepsleerkracht laten glijden. Dag, dag lieve….. dag, een kusje hier een kusje daar, een traantje en een lach.

scannen0858

Emotie stroomt over en eist haar plek. ‘Hier ben ik’ en ik wil en kan niet anders dan haar, dat gevoel, te laten stromen. We, mijn lieve duo en ik, zijn blij voor jullie, maar tegelijk verdrietig omdat aan deze fantastische periode een eind is gekomen. Nu nog dwingender omdat er niet alleen aan de periode van twee jaar, maar aan alles een einde is gekomen.

De groep is kaal geplukt, alle attributen voor het onderwijs-is-een-feest-rolkoffertje zijn meegenomen. De opvouwbare poppenkast, de kamishibai, de vingerpoppetjes, de twee struisvogels. Ze worden eigenhandig gerestaureerd. Eigenlijk vormen ze een draagbare Overkant, nog mooier, een overdraagbare Overkant, mijn missie voor het volgende jaar.

059

Gisteren werden de gangen volgepropt met de spullen van de andere school. Het was nog net te vroeg. Ik wilde en kon even niet teren op het verzachtende prachtige afscheidsfeest. Er werd met een hete adem in mijn nek geblazen, terwijl ik bezig was aan mijn laatste loodjes. Uitstel tot vanmiddag een uur was kennelijk niet mogelijk.  Daarna trek ik de deur dicht, laat duizenden voetstappen achter terwijl tegelijk mijn stempel wordt uitgewist. Het zij zo. Emotie kan je uitschakelen? Absoluut niet.

Darwin: The Expression of Emotions in Man and Animals

Zonder vergiet, maar ook zonder de totale euforie van vrijdag zou ik een robot zijn. Hoe geef je empathie handen en voeten als je niet meer de intensiteit van verlies, vreugde, liefde, boosheid mag uitdragen. Ik schrijf in de verslagen vaak over de ogen, als de spiegel van de ziel. er zijn kinderen die diep van binnen blijven zitten, die een minzaam glimlachje voor je bewaren. Dat schuchtere glimlachje zegt evenveel als die schaterlach van de buurman. Lees de ogen en voel wat daar staat. Laat het regelrecht binnenkomen en je zal merken dat de kleinste vorm van emotie evengoed een podium heeft.

069-001Michaël Borremans

Dat is precies wat er fout is aan de bovenstaande zin. Emotie is er altijd, maar de vorm waarin het gegoten wordt, verschilt. Straks kan ik niet anders dan dweilen met de kraan wagenwijd open. Dat weet ik omdat we er vorig jaar en de jaren daarvoor achteraf de vloer mee konden dweilen. We doen het weer, onbeschaamd en onvervalst. Lieve Overkant bedankt voor alle jaren, of ze nu van een leien dakje gingen of niet. Bestuurlijk en organisatorisch gezien soms een gevecht, maar vakkundig gezien, samen met ouders en kinderen, een meesterlijke periode in mijn leven.

Lang leven het vermogen om op de toppen van het gevoel te kunnen leven. Een sentimentele oude dwaas, maar wel een die daar zelf het hardst om lachen kan. Dát is de kracht van de emotie en daar gaan we voor. Op naar de laatste slag die nog genomen moet worden. Cadeautjes klaar? Zakdoeken klaar? Zet het hart maar open!

Uncategorized

De laatste loodjes.

‘De laatste loodjes wegen het zwaarst’, bromde mijn opa als hij een klus bijna geklaard had en nog even de beuk erin moest gooien. Meestal parelden de zweetdruppels op zijn voorhoofd en in zijn nek. Dan stopte hij even, haalde hij een grote boerenzakdoek uit zijn broekzak en poetste daarmee omstandig zijn hoofd en nek droog.

Mijn opa was timmerman en meubelmaker, maar de klussen waar loodjes aan te pas kwamen, waren van een andere aard. Behangen of witten, iets leeg halen en weer inruimen. Een kleine verbouwing en dergelijke.

Dat laatste is gaande op school. Twee scholen samenvoegen is een overkill aan alles. Onder onze handen worden de meubels weggetrokken om de meubels van de andere school er voor terug te krijgen. Een kamer wordt omgevormd tot een taalklas, het gezellige zitje in de teamkamer verplaatst naar het documentatiecentrum, kasten die dubbel zijn worden weggehaald en doorgegeven. Er werd zelfs gisterenmiddag een digibord geplaatst tegen de muur van mijn digi-prehistorische lokaal. Vroeger zou men dit een volksverhuizing hebben genoemd. Dat is het ook, want iedereen komt op een andere stek.

Mijn afscheid is al geweest, maar de veranderingen schuren nog steeds een beetje. Omdat er sprake is van het verdwijnen van een era, om met Tolkien te spreken. De jenaplanschool heeft precies 41 jaar deel uit gemaakt van IJsselstein. Ooit bewust gestart door ouders en twee leerkrachten, die de vernieuwing aan durfden en de sprong in het ongewisse maakten.

8FC7.tmp

Tien jaar later klopte ik met mijn kinderen aan de poort van dit eigengereide schooltje. We maakten een spurt met ervaringsgericht onderwijs, het ontdekkend leren zetten we op de kaart. In de gloriedagen waren er activiteiten, die in Reggio Emilia, het bolwerk van het Ervaringsgericht Onderwijs, niet zouden misstaan. Ik herinner me een kunstwerk dat midden in de groep hing en per dag groeide en groeide omdat er weer wat aangeknoopt werd of iets erin verweven. Een fiets die omgetoverd werd tot kunst, door repen stof tussen de spaken te vlechten, om het stuur te winden, geen stuk metaal bleef ongedekt. Zingend werd dit megawerk voltooid. De manshoge dinosauriër in de gang die de pepernoten had opgegeten. Een berg van papier-maché, van wel een meter hoog, waar een echte skischans compleet met huizen en lichten en zelfgemaakte skiërs op waren gestationeerd.

Het waren glorietijden voor het verhalend ontwerp, waarbij de wereld van Annie M.G. Schmidt tot leven werd geroepen in de bossen van Zeist, waar ons kamp was opgeslagen. Ze kwamen met z’n allen uit het grote boek ‘Ziezo’ vallen, die meesterlijke verdichtsels. Mevrouw Helderder veegde de spin Sebastiaan uit het bos, terwijl de giraffe van Dikkertje Dap hoog in de boom zat te wenen, omdat hij er niet meer uit kon en gered werd door, tja, door wie eigenlijk. De diepvriesdames van Annie werden tot leven gewekt in een herfstbos en ze bliezen met hun bevroren adem een wereld wit. Het schaduwrijk floreerde en werd met stralen zonlicht weer gedoofd. Alles was mogelijk.

scannen0846De blauwbilgorgel.(Cees Buddingh)

Op het strand bij het Zeehuis in Bergen, speelde de kleine zeemeermin haar eigen triomfantelijke rol. Ze spoelde aan in een grote zeeschelp, terwijl de kleine kapitein bijna letterlijk ten onder ging in de golven omdat de stroming te sterk was. De blauwbilgorgel werd er hilarisch tot leven geroepen. Weer een ander kamp bracht een grote toverspiegel waarin de laatste schrijver verdwijnen kon, omdat het hoofdstuk van het uitgespeelde boek uit was. Dat alleen al. Een wereld zonder schrijvers heeft geen bestaansrecht.

scannen0872Langnek.

Eindfeesten waren spectaculaire afsluitingen, waarbij de Middeleeuwen tot leven kwamen als alle 225 kinderen van de school hun eigen stokbrood konden bakken in een schoolpleinlange smalle open vuurbak of waar de Efteling verrees met Langnek die tot boven de school uit torende.

‘Das war einmal’ zeggen we en sluiten de ogen om nog eenmaal te wentelen in de nostalgie van weleer. Toekomst trekt aan de poorten van de school en het zal niet de mijne meer zijn. Ik weet dat ik een steen heb gelegd in de rivier van honderden harten, die belangrijk waren voor de keuzes die later werden gemaakt. Daar richt ik me op en heb er (bijna) vrede mee. De afsluiting van mijn era. Buiten komt er een bloedrode zon op, zo rond heb ik haar nog nooit gezien, een teken aan de wand voor een zonnige toekomst.

‘Wat wil jij later worden’ vroeg ik de kinderen en zij vroegen aan mij: ‘Wat wil jij later worden’. Het antwoord bleef niet lang uit. ‘Gelukkig, met al die herinneringen en mijn toekomstdromen’. Daar hadden ze vrede mee. De laatste loodjes en daarna opent zich een nieuwe weg.

Uncategorized

Voeding!

Gisteren kwam ik deze uitspraak van Kafka tegen: ‘A book must be the axe for the frozen sea inside us. That is my belief.’

zee-ijs

Ik gaf er een andere betekenis aan dan dat er stond. Ik dacht dat de bijl de roze suikerwereld stuk zou moeten slaan. Door mijn eigen visie op Kafka, las ik mijn eigen denkbeeld. Hij heeft me geleerd te zoeken naar de ondertonen van wat gezegd en geschreven wordt, de diepere lagen van de literatuur. Er staat echter: ‘Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons. Dat is mijn overtuiging.’

Er is een Kafka voor kinderen. Het is geschreven door Matthue Roth, die op een lome namiddag in het park met zijn twee dochters van drie en vijf het verhaal voorlas van Jakhalzen en Arabieren van Kafka. Aanvankelijk was hij het niet van plan, maar toen bedacht hij zich en deed het toch. Baat het niet dan schaadt het niet. De dagen erna vroegen ze keer op keer om dat verhaal.

Kafka for kids gaat over een jongen, die in een insect veranderd, over jagers die filosoferen over de jacht en daarna alsnog gaan jagen, over een meisje dat de leider wordt van een groep monsters. De illustraties zijn uitgevoerd in prachtige zwart/wit tekeningen. De sfeer die het boek oproept is dezelfde als gegeven is aan schrijvers als Lewis Carroll en Roald Dahl. De vileine ondertonen van het boek maken het verhaal. Ik hou ervan. Ze behoren tot mijn bijbels van de kinderliteratuur.

Dat is mijn eigen bijl om tóch die roze kinderwereld stuk te slaan, eenvoudigweg omdat die in het echte leven ook niet roze is, maar schurende, bijtende, lieflijke en heftige randen toont en kinderen zich beter kunnen spiegelen aan een reële werkelijkheid.  Ik gun ze zoete dromen, die mooier en groter zijn als ze de wereld erbuiten leren kennen.

The Fairy Tales of the Brothers Grimm van Mevr. Edgar Lucas uit 1909

Kafka was een groot liefhebber van Grimm en Andersen en het zal ongetwijfeld de basis hebben gevormd voor zijn oeuvre. Een van mijn vriendinnen vraagt zich in haar boek af of Kafka in zijn partnerkeuze zo ongelukkig was omdat hij daarin het sprookje najoeg. Ik weet alleen dat hij zijn enige verloofde voorlas uit die gruwelijke verhalen en daarmee misschien wel zijn eigen sprookje stuk sloeg.

Ik hou van sprookjes en geloof erin. Kinderen griezelen op een volkomen andere manier dan volwassenen. De lading die wij meetorsen aan realiteit weegt zwaarder en kleurt de waarneming. Kinderen luisteren zuiver op de graad. Ze vormen er hun eigen beelden bij, daarom vind ik het soms jammer, dat films die eigen voorstellingen overschreeuwen. Zelfs illustraties doen dat, al zijn ze ook een podium om in weg te dromen. Het schilderij aan de muur, het gat in de grond, een betoverde spiegel om in te stappen en meegevoerd te worden in het verhaal.

Kafka for kids is prachtig geïllustreerd met mooie zwart/wit tekeningen van Rohan Daniël Eason, waarin je weg kunt lopen als in de illustraties van John Tenniel bij het verhaal van Alice in wonderland door Lewiss Carrol.

Het witte konijn uit Alice in Wonderland.

Het is tegelijkertijd wat Kafka bedoelde. Een boek dat emoties oproept, welke dan ook, dat elke schurende rand een tegengestelde emotie geeft, is een goed boek. Griezelen leert je dat lieflijk tegenover gruwelijk staat, dat angst tegenover moed staat, dat haat tegenover liefde staat. Vroeger zei men: ‘Een kinderhand is gauw gevuld’. Hun fantasie is gretiger en oneindig en heeft voeding nodig, echte voeding en niet alleen maar de zoetgevooisde suikerwereld van rozen en fondant.

 

Uncategorized

Wie het kleine niet eert…!

Gisteren schreef ik over nieuwsgierig zijn en hoe belangrijk dat is om nieuwe wegen in te slaan. Naast die nieuwsgierigheid wandelt het kunnen genieten van wat er allemaal op je pad komt, mee. Dat heb ik vaker aangehaald, toen ik met de dagboeken van mijn moeder in de weer was en naar aanleiding van haar opmerkingen mijn eigen ervaringen uitschreef.

036

Mijn moeder was de koningin van het genieten van de kleine dingen van het leven. Ze heeft het in alle toonaarden doorgegeven aan ons. Dat kan ook niet anders, want je kon alleen al van haar reacties genieten als als ze met ontzag een wonderbaarlijk mooie lucht zag of een rivier met mooie wolkenpartijen erboven. Ze wees ons er op en deelde de verwondering om zoveel kosteloze schoonheid.

Ik herinner me een wandeling langs een onstuimige woeste zee in Tarragona, mijn moeder had haar badpak aan en een handdoek om haar heupen en benen. Ze tornde tegen de wind in en genoot. Wij probeerden de zandkorrels uit het zicht te houden. Wind benam ons de adem en ook het plan van mijn moeder om te gaan zwemmen in die roerige onbestendigheid. Met dat ze het opperde voegde ze de daad bij het woord, liet de handdoek van haar heupen glijden en rende het water in. Met de spookachtige lucht erboven en dat beukende geluid op het strand gilden we onze ongerustheid harder dan de snelheid waarmee de golven elkaar opvolgden. Daar verrees ze weer, als een maagd uit de zee, met een intense brede glimlach en een blik die boekdelen sprak. Ze had iets gedaan, wat ze haar hele leven al eens had willen doen. Niet als krachtmeting met de natuur, maar alleen maar om het zuivere genieten van dat roerige water.

Genieten kan je ook van een ijsje, mijn moeder wel, intens, alsof ze een driegangendiner bij het Okura hotel voorgeschoteld had gekregen. Simpel en zonder poespas, het bolletje op zich en als er slagroom aan te pas kwam was het nog meer feest. Wat heerlijk als de allerkleinste dingen een viering met zich meebrengen.

Op school vierden we wat af. Het is een van de vier grondpijlers van het Jenaplan. Tijdens alle dagelijkse bezigheden zijn de kringen vaak al een viering op zichzelf, maar tijdens de verjaardagen wordt er extra uitgepakt. Dan staat het feestvarkentje op mijn grote rode pluchen stoel met een enorme kroon op het hoofd, we zingen de cadeaus uit ons hart heel zacht of oorverdovend hard, omdat er een opa of oma in Marokko woont of op een wolk zit en blazen kaarsjes. Muis, die heel erg slist, komt langs en moet altijd raden wie er jarig is, omdat de jarige zich verstopt heeft. Oma komt ook, maar zingt abominabel vals over ulevellen en dan gaan we aftellen en kunnen alleen maar genieten van het intense genieten van de jarige, die straalt op alle fronten en glimmend van trots ontvangt. Wat een heerlijk feest elke keer weer, al was het maar om die oplichtende ogen

001

Ik heb de laatste dagen vanaf vrijdag tot nu aan toe alleen maar genoten, de lach is niet meer uit mijn ogen te beitelen, mijn hart stroomt over van geluk. Van alle kanten zijn er lieve woorden, kleine attenties of hele grote, hart en zielverwarmende reacties, maar ook een oogopslag, een heimelijke lach, verbondenheid. Daar kan men alleen maar intens van genieten. Ik wens iedereen zo’n prachtig moment in het leven toe, om daarna weer dichtbij of veraf te genieten van die kleine madelief of een langszeilende wolk, Hollandse luchten, een majestueuze kathedraal van oer-bomen in het oude bos.

‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’ Dat werd ons met de paplepel van onze moeder ingegoten en daar plukken we nu de vruchten van.

.

Uncategorized

On y va!

‘Er is in het leven niets erger dan niet nieuwsgierig zijn’, vertelt Sonja Barend in een interview met Rick de Leeuw in de laatste ‘Zin’. Ze haalt dat aan omdat ze midden in een opbouw van haar carrière bij de televisie met haar man Ralph Inbar naar Israël vertrok en dat goede leven en een prachtige stek aan de Prinsengracht in Amsterdam achter liet. Die nieuwsgierigheid zorgde er voor, dat ze het achter zich kon laten. Uiteindelijk versterkte het haar eigenwaarde, omdat ze trots was op het durven nemen van een dergelijke stap.

168  167

Toen mij laatst een keer gevraagd werd mijn verhaal te vertellen over mijn longaandoening tijdens een congres van Apothekersassistenten, overviel me precies datzelfde gevoel. Ik had koude handen van de zenuwen, diep in mij stroomde het bloed onrustig en trokken de meest onwillige spieren in mijn buik zich samen om het onnatuurlijke vreemde van de zaal, de vijftig stoelen die opgesteld stonden, bij de eerste mensen die kwamen binnendruppelen en wat in folders bladerden. Toen de aanvangstijd bereikt was, werd de deur gesloten en keken al die ogen mij verwachtingsvol aan en ik voelde de vraag boven komen drijven. Zou het me lukken deze dames en heren een uur lang te boeien met mijn simpele zelf. Twee maal een uur later wist ik dat ik het kon en dat had ik nooit geweten zonder die sprong in het diepe. Er moet altijd een eerste keer zijn.

Nieuwsgierig zijn naar hoe het leven uitpakt in de grote en de allerkleinste momenten. Op school is in onze onderbouwgroep de eekhoorns de topspreuk van kracht: Als je wat wil leren, dan moet je  het proberen, als je het niet probeert, dan heb je het niet geleerd. Een stap in het ongewisse is onlosmakelijk verbonden met durven, loslaten en moed.

Toen ik achttien was en snel wat bij moest verdienen, had ik de stoute schoenen aangetrokken en me opgegeven bij een uitzendbureau om te gaan werken in de Augurkenfabriek aan de lopende band. In de nacht voor die eerste werkdag zwol de lopende band tot immense proporties op en denderden de grote potten met zuur aan het einde van de band onder mijn machteloze handen vandaan en spatten in een fontein van glas en zurig groen uiteen. Drijfnat werd ik wakker. De nachtmerrie was een Modern Times waardig. Ik was er kennelijk nog niet aan toe. Ze hebben het zonder mij moeten stellen.

Daf25.jpg

Mijn eerste autorit behoorde tot die nieuwsgierige ondertoon. Natuurlijk durfde ik best alleen te rijden. Dus zat ik even later met klamme handen, verstard en met bonkend hart achter het stuur van de rode Daf 33, die mijn vader voor mij en mijn moeder op de kop had getikt. Het heeft wat ritten gekost, maar daarna ging de wereld open in totale vrijheid en het was een aanleiding tot grootse ontdekkingen op tochten, die ik anders nooit had kunnen doen. Overwinnen.

scannen0077

In mijn puberale bestaan was het ooit fout gegaan met de zelfacceptatie van het vege lijf. Toch had ik in een opwelling de euvele moed gehad om me op te geven bij een volksdansclub in een klein kerkzaaltje in Oegstgeest in de jaren ’70. Toen ik daar, buiten mijn angst om me te tonen aan het publiek, de eerste stappen moest zetten in een kring ten overstaan van iedereen, vergde dat behoorlijk wat eigen overredingskracht van mezelf. Doen, gaan, ogen dicht en springen. Die ene stap opende mijn danswereld weer, waar ik hem ooit verloren had in het verleden.

Mary Poppins.(wiki)

Iedere eerste schrede vraagt om die nieuwsgierigheid, die de angst overwint, het opent deuren naar onbekende wegen en nieuwe ervaringen. De poort van het bekende sluit zich en ik sta op het punt weer een stap in het ongewisse te maken, maar mijn nieuwsgierigheid heeft de stoute schoenen aangetrokken en staat te trappelen. Ik ben er klaar voor. On y va!

 

 

.

Uncategorized

Oude bagage in de Nieuwe Koffer.

Gisteren was de dag die tot de mooiste vijftien van mijn leven behoorden. De kroon op 25 jaar Jenaplan onderwijs, dat mijn hart had geopend voor de enige echte manier om onderwijs te geven. Door vanuit het kind te denken, door door hun ogen de wereld te bezien en niet te oordelen maar te verwonderen en hun handelen en denken te mogen uitvergroten tot kwaliteiten. Gisteren schreef ik over de rijke oogst.

Nu schrijf ik over mijn gouden vriendinnen en die ene lieve locatiemanager, die de hete kolen uit het vuur moet halen, op iedere school die in de penarie zit. Al weken lang spraken ze bijna niet over persoonlijke dingen en voelde ik me verdrietig en eenzaam door de afbraak van onze rommelige vertrouwde sfeer en de werkdruk, zo leek het, die mijn collega’s over koetjes en kalfjes en kinderen liet babbelen en nauwelijks meer persoonlijke noten deed aansnijden. In mijn malende denkstroom gorgelde het afvoerputje dichterbij dan ik me wenste.

Bang om versprekingen te doen en ook maar iets te verraden hadden ze zich een stoïcijnse en vluchtige houding aangemeten, terwijl op die ene dag dat ik er niet was, de donderdag, de school weer ouderwets gebruist moest hebben. Stiekem en in het geniep organiseerden mijn lieve collega’s en vriendinnen met de ouders een plan, om van mijn afscheid en tegelijkertijd mijn jubileum een grootse en meeslepende dag te maken waar ik nog lang op zal kunnen blijven teren.

082.JPG

Er waren portfolio’s, er was taart voor de hele school,  er was een toneelstuk van het team over de zeven Berna’s met alle uitdrukkingen die mij zo eigen zijn. Er was een Facebook pagina Hastalapasta@schatje-patatje.nl, er was een fotograaf, er was geheimzinnig gefluister, enveloppen die uit mijn handen werden getrokken en weggevoerd, er waren heerlijke salades en gerechten in overvloed, er waren Oud Hollandse spelletjes voor de kinderen. Er was om zes uur een Berna-modeshow met 13 kanten van mij uitgelicht en ik moest raden welke aan de hand van de creaties, die ze het uur daarvoor in schoolbrede groepen hadden gemaakt.

foto van Hasta-la-pasta.

Er werd een schilderij aangeboden die enorm was, en door alle kinderen gemaakt, met een touch van mijn kunstenaarsvriendinnen Judith en Leontien. Alleen al in de lijst zat 25 jaar Overkant verwerkt. Lieve meiden, het is zo’n schot in de roos om met de resten van wat was weer nieuw te mogen bouwen.

Mijn lieve duo Mieke liep de hele avond rond met een rugtasje, vol veertjes en bloemen en een vogelhuisje en bleek uiteindelijk de boer op te zijn gegaan om geld in te zamelen voor een nieuw tuinatelier, het Tuinhuisje. Er werd me door Carolien een prachtige zilverblikken kist aangeboden vol kaarten, brieven, herinneringen van leerlingen van nu maar ook van lang geleden en er tussen in, zelfs uit Australië met het aanbod zeker langs te komen als ik in de buurt ben.

foto van The Otherside.

Als klap op de vuurpijl stond daar ineens lieve Janine van de band The Otherside. We zijn ooit tien jaar lang het lichtend voorbeeld geweest van de Overkant, ooit daar schuchter begonnen en uitgegroeid tot een rock-coverband. Ze vroeg of ik er klaar voor was en trok het gordijn open. Daar stonden mijn lieve mannen alle zes en als vanouds moest er nog even wat geregeld worden met het geluid, maar toen mocht ik luisteren hoe ze me toezongen: ‘Zij maakt het verschil’. Daarna zes oude nummers en ik op mijn eigen stekkie naast Janine en als vanzelf vielen de tussenliggende drie jaar stuk en speelden we de sterren van mijn hemel.

Het aller, allermooiste cadeau van die avond was het feit, dat ik deze geschiedenis samen met mijn eigen kinderen, hun en mijn dierbaren en kleinkinderen mocht schrijven en mijn rijke leven kon delen, juist door die collega’s, oud collega’s, door alle ouders, kinderen, oud-ouders en oud-kinderen. Zij vulden mijn leven voor een groot deel met hun liefde en betrokkenheid en hartverwarmende inbreng. Wat was het een speciale tijd.

 

Lieve lieve lieve gouden vriendinnen en Jan, mijn collega’s, dank jullie wel voor alles dat mijn afscheid zo onvergetelijk heeft gemaakt. Vanuit het diepst van mijn wezen voelde ik de oude vertrouwde verbondenheid, die de Overkant altijd een extra dimensie heeft gegeven. Met die kracht valt op te bouwen en door te gaan, dat wezenlijke samenzijn is de oude bagage in jullie en mijn Nieuwe Koffer. Vanuit de grond van mijn hart wil ik jullie laten weten dat het geen mooiere kroon had kunnen zijn.

Uncategorized

Een rijke oogst.

Wat inspireert mensen om te worden wat ze zijn. Welke keuzes worden gemaakt en wat zorgt ervoor dat het zo gaat. In de tijd dat ik net de puberschoenen was ontgroeid, in de jaren zestig, was er minder keuze. Of in ieder geval, mijn ouders maakten keuzes. Je moest een beroep leren en het liefst een waar je jaren op kon teren. Het werd onderwijs en vanwege het psychologisch rapport waarin vooral stond dat ik te speels was, werd het het de opleiding voor kleuterleidsters, kortweg de KLOS genoemd.

foto van Berna van der Linden.

Voor de ontwikkeling van mijn creatieve vaardigheden was het een schot in de roos. Ik heb er leren tekenen, zingen en schrijven.  Het onderwijs zelf, dat onder de naam Fröbel nauwelijks goed uit de verf kwam was het eigenlijk op dat moment niet. Elke vezel creativiteit die ik in me had, werd op de stageplek onmiddellijk gereduceerd tot nul. De meeste leerkrachten waar ik stage bij liep waren moraalridders en hielden er stijve afgemeten regels op na.

Ik besloot de verpleging in te gaan. Daar werd er een beroep gedaan op het brede denken. Oplossingsgericht en handelingsbekwaam waren de twee eigenschappen die zich daar het meest ontwikkelden en het uitzetten van de knop Ego. Het draaide niet langer om mij. Er waren mensen die harder aandacht en verzorging nodig hadden. Niets is zo effectief om te gaan filosoferen als werken in het ziekenhuis, waar dood en leven hand in hand gaan en leeftijd niet langer de grenzen bepaald.

Brussel (26 van 78)Michaël Borremans

Als je door de muur van kwetsuren heen keek, ging er een wereld open van lijden. Eerst lag de focus nog op wonden en pijn, maar al gauw ontmoette ik de geestelijke smart die me vol in het hart trof. Er zijn veel ontmoetingen met mensen geweest, die ik binnengesloten heb en die ik nu, na 40 jaar, nog kan uittekenen. Hun beeltenis, maar vooral ook hun drijfveren om het gevecht aan te gaan, staan me helder voor ogen. De pijn, de onzekerheid, de vele gesprekken en vooral het verhaal tussen de regels wandelen al jaren met me mee.

‘Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig’ orakelde mijn moeder. Zij was vooral de bron, die maakte dat deemoed, medeleven en empathie tot de vaste ingrediënten behoorden in mijn bagage. Zonder dat had het heel anders uitgepakt.

Door kinderen en een vrijwilligersbaan bij het eerste kringloopbedrijf werden weer hele andere aspecten aangesproken en vermengden kwaliteiten zich. Mijn mouw was goed gevuld. Later, bij het begeleiden van de stagiaires op school, was dat altijd een fijn referentiekader om aan te bieden. Het ontwikkelt zich vanzelf als je je hart er voor open zet. Daar geloof ik in. Dat is een bron die ontdekkingen mogelijk maakt, die lijnen verbindt, die banden smeedt.

Ik heb een lieve vriendin die prachtige kleinoden van schilderijen maakt, veelal in zwart wit en wier werk onder andere een betoog is van spijt voor het feit dat ze op de eerste plaats mens is en daarna pas moeder. Met andere woorden, dat ze soms te kort schoot in geduld en aandacht geven. Het verbaasde me, dat het issue zo groot was, dat het de inspiratiebron werd voor haar artistieke uitlatingen. Ik heb tijdens mijn opgedane ervaringen juist geleerd die menselijkheid te begrijpen en omarmen. We zijn geen goden en godinnen, wij zijn onze eigen zwakke en sterke kant en te allen tijde zijn we het waard om gezien te worden. Door ons eigen kostbare zelf te delen met de wereld om te inspireren, zoals anderen dat doen met ons. De kiem is gelegd, ooit lang geleden. Het is tijd nu de vruchten te plukken van een rijke oogst.