Uncategorized

Niets is meer waard

Het zag er veelbelovend uit gisteren. De zon zette het landschap in een hoopvol gloren. De bodem was drassig van de grote maaimachine, die er te nat door heen was gedenderd om het terrein kort te maaien, de dag ervoor. Toch was het nog goed begaanbaar. We besloten wel de tent op te zetten omdat er in deze infiltrerende herfstdagen onberekenbare buien uit het niets konden opdoemen.

IMG_8521 Ton sur ton.

Oogstfeest is misschien een groot woord. De honing van onze bijen werd verkocht. Alles wat er op de tuinen aan bij rondvloog kwam uit de bijenkasten van de imker die op het midden van het terrein stonden. We hadden ze toegeëigend tot de tuinfamilie en omarmd met behoedzame aandacht. Er waren komkommers uit de tuin van mijn buurvrouw, er waren pompoenen in een mooi ton sur ton met de gouden honing en er waren lekkere hapjes, een geleiachtig turks fruit, kikkererwten humus met stokbrood, vlierbloesemsiroop en zelfgebrouwen appelsap. Natuurlijk stonden de twee Turkse ketels van Faruk te koken op een stalen tafel, een voor Turkse thee en een voor de koffie.

Wij zouden met twee vrouw sterk het kinderdeel verzorgen. Het thema was Op vleugels te vangen. Het fladderen van Vlinder en zwaan van Toon Tellegen als verhaal onderstreepte hoe je gedachten kon bevrijden door ze te leren fladderen als een vlinder. Kinderen konden vlinderpotjes maken en we hadden ons een mooie eigen plek toebedacht in de zon onder de fruitbomen.

Vlak voor aanvang trok het wolkendek zich dicht en begon het te regenen. In allerijl werd het scenario omgegooid. Er werd ruimte gemaakt in de tent aan tafels. Weg knus beeld van een verhaal vertellen op een lekker dekbed met alle kinderen om me heen en alle aandacht. Er werd doorheen gebabbeld, geroepen, thee gedronken maar ook geluisterd. Het verhaal was eigenlijk te moeilijk omdat de leeftijdsgroep ver uiteen liep. Maar fladderen en statig vliegen begrepen ze wel en daar draaide het om. Die gedachten waren al vrij aan het rond vliegen. Dat merkte je aan de koppies die soms gniffelden, soms verbaasd, dan weer een en al oor toch veel opstaken. De potjes maakten we aan de tafel. Niet heel makkelijk te knopen met het dunne snijtouw  maar toch te doen met wat hulp van de vaders die mee waren gekomen.

IMG_8537 Gezichtsbedrog, doorzichtig plakband.

Een van de meisjes keek de hele tijd heel serieus. Er was moeilijk aan haar gezicht af te lezen hoe ze zich voelde. Keer op keer was er wat tegenslag. De pas geregen kralen rolden weer van het touwtje, de bloemen plakten soms maar half, het gekleurde plakband bleek gewoon doorzichtig te zijn en derhalve niet geschikt ter versiering, maar onverdroten gaf ze al knikkend en hoofdschuddend aanwijzingen. Nee, geen veren en maar een bloem. Wel had ze een mooie tekening met witte marker op het potje gemaakt.

Nadat ze honing met water in het potje had gedaan, het deksel had vastgedraaid en ze het op de kop kon houden, brak er in dat lieve donkere gezicht een schuchtere glimlach door. De opgetogen ogen deelden de vreugde. Een bescheiden triomf werd een glorieuze overwinning. Ze had het gedaan, het was haar gelukt.

IMG_8530Een dappere doorzetter.

Het werd een magisch moment, want met het potje triomfantelijk in haar tengere handen, brak het wolkendek open en spreidde de zon haar stralen met een flair en allure, een dappere doorzetter waardig. Tegenslag en kleine zorgen verdwenen als bij toverslag. Niets is meer waard.

Uncategorized

In gesprek gaan doet wonderen

Het is handig als je de taal van het kind spreekt. Er zijn mensen die denken dat dat met een stel verkleinwoorden, kromme zinsbouw en met wonderlijke verbuigingen in hun stem gepaard moet gaan. Kinderen willen volwaardig benaderd worden en serieus worden genomen. Hun mening doet er toe, net als die van ons. Het is hetzelfde bij de dwingelandij, die ze op je uit proberen. Daar vragen ze om grenzen aan te geven en de veiligheid te waarborgen.

Daar dacht ik aan toen een van de jongens van mijn invalgroep met complimenten geven er mij een wilde geven. ‘Je doet het zo goed’, zei hij. Toen ik vroeg waarom, gaf hij als antwoord: Omdat je altijd zo lief bent.’  Een compliment ontvangen is al net zo belangrijk als er een geven. Eigenlijk zei hij:  ‘Ik voel me fijn als je er bent en durf mezelf te zijn’.

De filosofiekringen zijn me het liefst. Omdat kinderen alleen met hun vrije gedachte aan de loop gaan. Hun logica is zo wezenlijk en van belang. De denkbeelden zijn nog niet omgord met het hele verwarrende wereldbeeld van goed en fout door ervaringen en knowhow. Ze beredeneren vanuit hun diepste gevoel en dat is puur en helder, verrijkend en vernieuwend. Iets waar wij wat van kunnen opsteken, omdat wij arme meelopers al jaren in een bepaald stramien verkeren of behept zijn met bepaalde denkbeelden.

024Groen Happertje

Kleine T. was een dag thuis gebleven. ‘Te moe’, zei moeder. ‘Hij moest even bijtanken.’ Uit een gesprek met hem bleek dat hij eigenlijk niet naar school wilde. ‘Waarom niet’, vroeg ik hem. ‘Komt het door de poppen?’ Happertje, oma en muis zijn echt wel aanwezig , ieder met hun eigen stem. Eerst beaamde hij dat. Daarna zag ik hem uitgebreid juist met Happertje spelen, waarbij hijzelf de bravoure stem van Happertje imiteerde.  Dat was het niet echt.

Daarna ging de rest van de groep hun fladdervlinders afmaken, die ze de dag ervoor hadden gemaakt met de bekende afwrijf techniek van het dubbelgevouwen blad. Aan de ene kant verf, dicht vouwen en open trekken. Lijfje en kop verven en de vlinder is geboren, simpel en een kind kan de was doen. Heftig protest van T. die niet wilde. ‘Het hoeft niet schat, maar waarom wil je het niet.’ ‘Ik kan het niet.’ ‘Ik ga het je leren hè T. want het is eigenlijk een truc en als je die nog niet kent, dan kan je het nog niet, dat klopt. Ik heb het de anderen ook geleerd gisteren, daarom weten ze het nu zo goed.’ T. ging aan de slag en het viel hem reuze mee. Al hield hij het bij één kleur.

Toen de vlinder eindelijk met glitter en al aan een draadje aan een gezochte tak bungelde en klaar was om in de wind te fladderen, was hij zielsgelukkig en trots. Daar zat de kneep ook niet echt. Weer even babbelen. Toen kwam het hoge woord eruit. Hij had straf gehad de dag ervoor.

Een mannetje van Graellsia isabellae. Mannetjes hebben vaak geveerde antennes.Een mannetje van de Graellsia Isabellae

De reactie van zijn moeder, een begrijpelijke als het om een klein en huilend jongetje gaat dat niet naar school wil, sorteerde in een bevestiging. Het was tijd voor een gesprek over straf en wat dat is, hoe dat voelt en wat je ermee kan doen. Hij veerde op.  Het idee, dat het een time-out was om even na te denken, haalde de lading van het woord. Straf is een beladen begrip, omdat het ingekleurd wordt naar de eigen beleving. Door het terug te brengen tot de oorsprong van de reflectie op het eigen handelen en door aan te reiken hoe het anders had gekund, kon hij ermee uit de voeten. Opgelucht haalde hij zijn tak op en rende naar buiten. Met zijn fladdervlinder mee verwaaide zijn angst, hoeiiiiii!

Met grote verbazing constateerde zijn moeder dat T. de hele lange dag was droog gebleven, waar hij anders twee tot drie verschoningen nodig had. In gesprek gaan doet wonderen.

Uncategorized

Het avontuur voorbij

Op een van mijn natuurspeurtochten reed ik Beesd in, op weg naar Culemborg waar ik via het Spoel langs de Lek wilde afzakken.  Mijn blik werd eerst gevangen door de opmerkelijke lichte groene kruinen van de bomen die uit waaierden boven de drukke weg. In een glooiende beweging zette het zonlicht ze in volle gloed, waarna ze terug gleden in nederigheid, maar niet minder aanwezig. Het fluctueerde met de wolkenpartijen mee, die zich kolkend mee lieten drijven op de onstuimige wind.

019

Daar moest even bij stil worden gestaan.  Auto stallen in een zijstraat en het kunstenaars-oog vrij zicht geven op het spel van licht en schaduw en de vele groenschakeringen, die speelden met het tere veervormige blad.

Na lafenis aan het prachtige uitzicht, dat zich niets aantrok van de schare file-ontvluchtende auto’s onder die rijkdom, viel mijn oog ineens op de overkant van de weg. Daar stond een telefooncel. Zoete nostalgie. Waar vind je tegenwoordig nog een ouderwetse hulppost voor noodgevallen. Deze cel was niet leeg. Aan de achterwand, tussen de telefoon in, stonden planken vol boeken, geen telefoonboeken, maar leesboeken. Het was verbouwd tot een hulppost voor het lenigen van leesnood. Wat een gaaf idee. Natuurlijk ken ik de ontelbare minibibliotheken aan huis en in de straten, maar dit stond letterlijk als een huis. Geen omgebouwd konijnenhok of een verlaten duiventil, geen lief oud buffetkastje of een haastig in elkaar getimmerd kot, maar een kloeke ruimte van staal en glas met rissen boeken. Mijn vingers liepen over de verstilde ruggen en lazen de titels. Twee klassiekers, Gullivers reizen en een vergeten titel, die ergens in mijn achterhoofd om de deur der openbaringen bedelt.

016.JPG

Boeken-noodhulp voor de dorstige lezer en een perfect middel om de boekenrijkdom van deze wereld te delen met anderen. ‘Bellen met boeken’, ‘Uitgelezen terwijl u wacht’ en meer van dat soort kreten schuiven voorbij. Deze wisselbieb schaart zich moeiteloos onder de andere alternatieve inwisselmethodes zoals het zwerfboek, de ‘Perronotheek’ in Houten waar je kan wachten met een wisselboek, de boekenboom in Zwijndrecht, die al een beetje haar spontaniteit verliest in het doorwrochte ontwerp en de telbare ander mogelijkheden.

boekenkerstboom

Elke school kent overvolle boekenkasten. Een paar jaar geleden, toen ik verschrikkelijk veel kinderboeken overhield aan een actie boekenkerstboom maken en derhalve afgeschreven boeken van de bibliotheek mocht komen ophalen, hebben we eerst een gigantische boekenkerstboom gebouwd tijdens de kerstmarkt. Daarna waren er boeken te over en om die door de papier shredder te jagen, leek eeuwig zonde. Een gedeelte ervan belandde voor de kerstvakantie in een winkelwagen met de aankondiging ‘Gratis mee te nemen’.  Die kar vol was binnen een halve dag leeg.

Voor de andere helft richtte ik een wisselbieb op met het motto: Ga maar zoeken tussen de boeken, als je een leuke ziet neem je het mee, heb je er een uit, dan kan je hem hier weer kwijt. De onderbouw had al gauw haar weg gevonden en de kinderen vroegen iedere morgen of ze even een boek mochten uitzoeken. Dat altijd nog liever dan ze naar het oud papier te brengen.

Ik hou van boeken, al mijn hele leven lang. Er zijn er veel te veel, ik weet het. Je kan alles bijna digitaal lezen, maar ruiken kan je ze niet, sfeer proeven…kloek, ragfijn, vormgeving van de kaft, lettertype, antiek, vergeeld, modern…Mijn hele ziel en zaligheid zit in mijn eigen boeken, drie wandkasten vol. Ik heb ze in een opruimwoede ooit eens naar de zolder verbannen en heb daar jarenlang alleen maar het gemis door gevoeld. Lang leve de wisselbieb en het zwerfboek. Geef ze op school de ruimte, die letterzwervers.

Boeken is reizen zonder te boeken, in een luie stoel, thuis of onderweg, je even verliezen door tijd en ruimte te overbruggen en als je het avontuur voorbij bent, stort je je gewoon weer in een nieuw.

 

 

Uncategorized

De ‘Blechtrommel’

Er is een titel van een boek, dat al mijn hele leven met me mee loopt en die als een rode draad steeds weer beelden zoekt, die me eraan blijven herinneren. Het is Der Blechtrommel.Het boek is geschreven door Günther Grass. Ik weet dat ik het verhaal lastig vond, zo’n boek waarin je je moet vastbijten om in het verhaal te komen. De inleiding is worstelen totdat opeens iets je pakt of alle losse onderdelen samen vallen en je het boek in sleuren.

Op dat gevoel wachtte ik vol verlangen, tevergeefs helaas. De verhalen in dit boek stonden min of meer los van elkaar. Ik was er van onder de indruk. Niet omdat ik me er in verliezen kon, maar door het absurdisme. Dromen die je kon beschrijven, een realiteit die je naar je eigen hand mocht zetten, de wonderlijke tegenstellingen in het boek zelf. Het kind in mij maakte zich los.

De fantasie die er aan ten grondslag ligt, kent voor mij een diepere laag,  een filosofische gedachte. Als je besluit voor eeuwig kind te blijven, hoef je de volwassenheid niet aan. Ieder kind wil dat, zorgeloos spelevaren, maar zodra je door de eerste fasen heen bent gerold, dan wil je het liefst zo snel mogelijk volwassen worden, om later weer te hopen dat het allemaal wat trager zal gaan.

Oskar met zijn Blechtrommel bleef kind en keek door kinderogen naar een ontzielde wereld. Het speelde zich af in Dantzig in 1924 met de dreigende tweede wereldoorlog in aantocht. Bij elke doffe oorlogshandeling sloeg hij zijn trom en als iemand hem zijn trommel wilde ontfutselen gilde hij een hard en oorverdovend protest.

Aankondiging van Die Blechtrommel (bioscoop Heidelberg)

Der Blechtrommel werd verfilmd in 1979 en bekroond. Ieder kindertrommeltje doet me denken aan dit jongetje. Zo’n nietig blikken trommeltje met stokjes, die je vroeger had. Het lied van de drummerboy met kerst, waar het ironisch genoeg alleen maar ‘vrede’predikt. De momenten waarop ik zie dat een kind ondergesneeuwd wordt door een volwassene of als er iets is in de realiteit het kind geweld aan doet, waardoor zijn eigen wereldbel uit elkaar spat, wens ik kinderen hun Blechtrommel toe.

Neo Rausch heeft zo’n Blechtrommel geschilderd in Gewitterfront in 2016, een doek dat nu te bewonderen is in de vaste collectie van de fundatie in Zwolle. De trommelaar knielt, groot en opvallend op de voorgrond, tegen een onheilspellende lucht in een desolaat landschap. Hij oogt moderner dan zijn ouderwetse kleding en zijn trommel doen vermoeden. Zijn gezicht is een gezicht van deze tijd, een vervreemdend element. Hij kijkt alleen naar de trommel, met de ogen neergeslagen en oogt zelf terneergeslagen door de strakke uitdrukking op zijn gezicht. Je proeft het bezwaard gemoed.

Paul van Ostaijen gebruikte het woord voor zijn protest in zijn bundel ‘Bezette Stad’ letterlijk en figuurlijk als een bombastische Paukenslag. De taal als de trommel van het protest, zoals bij Grass de trommel de taal is van het protest. Als verzet tegen het ouder worden, tegen het oorlogsgeweld, tegen de dreiging in de wereld, tegen al het machtsvertoon en de gezwollen retoriek, tegen het leven wellicht. In de Blechtrommel loopt het goed af. Oskar besluit als 21 jarige na de oorlog verder te groeien nu de mensheid weer in staat is om aan de wederopbouw te beginnen.

In de wereld van het kind zie ik veel van die vermomde Blechtrommeltjes. Iedere keer als er een machtsstrijd dreigt te ontstaan tussen kind en volwassenen roert het de trom. Door niet te eten, door niet te slapen, door niet alleen te willen zijn en dat alles als omlijsting van het grote onvermogen het niet op te kunnen nemen tegen de opgelegde regels. Niet zelden wint de Blechtrommel.

Uncategorized

Een groeiende Twilightzone

Het voordeel van het vaste invallen is dat je aan het begin van het jaar over veel tijd mag beschikken. Na die periode van rust zal het andere uiterste de overhand nemen, dan is er ineens een overmaat aan invallers nodig om de stoplappen op te vullen en zal er op den duur een nijpend tekort ontstaan. Nu mag ik nog genieten van mijn eigen ‘Tussentijd’een begrip dat ik voor het eerst in museum Voorlinden tegenkwam.

048-001Michaël Borremans.

Het is de vlag die de lading dekt. Nu het heilige ‘moeten’ uit het leven is gevallen komt er een andere beleving boven drijven. Ik herken het uit de periode dat ik een jaar thuis was en ik op krabbelde dank zij het nogal Amerikaanse geschoeide boek  ‘The Artist Way’. Het meest waardevolle dat dit boek los maakte, was het inzicht dat mijn tijd niet alleen uit werktijd bestond, maar dat ik moest leren ruimte te geven aan mijn eigen leven. Innerlijke ruimte die ik kon benutten met dingen te doen , die ik waardevol en verrijkend vond. Wat een mooi gegeven.

Een keer in de week ging ik naar een film, theaterstuk, dwaalde door een museum of in de natuur. Helemaal alleen. Dat laatste was de meerwaarde. Als je geen consessies hoeft te doen aan een ander, veert de eigen geest op, is er ruimte voor de beleving op zich, los van al het andere. Toen ik na dat ene jaar weer terug werd geworpen in de maatschappij, had ik me voorgenomen, die eigen tijd te bewaken. Toch slokte werktijd langzamerhand die kostbare tijd op, al kierde tussendoor veel meer speling om eigen denkbeelden te verwezenlijken. Langzaamaan breidden de museum en bioscoopbezoeken uit. Het schrijven erover, het peinzen, het pas op de plaats maken bij iets wat raakte, was veel vluchtiger dan gewenst. Het kon anders. Dat voorproefje had ik al gehad.

049

Nu ik weer in een bewuste afstand sta tot het werk, overkomt me dezelfde rust, intens en sonoor. De wetenschap dat er even niets anders is dan dit, zorgt ervoor dat er deuren worden opengezet die normaliter gesloten blijven, eenvoudigweg omdat je niet kan inschatten of je er wel toe komt met al het werk dat nog wacht.

Werk is jarenlang mijn heilige koe geweest en pas nu ik de grenzen heb verlegd, wordt duidelijk dat het goed was als inspiratiebron en klankbord, maar ook dat het overgaat in een periode van bewustwording, bezinning. Er is weer ruimte voor de innerlijke tijd en dat draagt een heerlijk gevoel met zich mee. In de cultuurgids van Vrij Nederland staat een opmerkelijke uitspraak van Marjet Roerink, een regisseur, die antwoordt op de vraag of haar verwachtingen bij haar eerste voorstelling zijn uitgekomen: ‘Ik had geen verwachtingen. Als je 17 bent, leef je in het nu. Verwachtingen zijn voor oude mensen’.

Het intrigeerde en vroeg om een analyse. Het tegenovergestelde is waar. Juist ‘oude’ mensen verwachten niets, die weten al lang wat er allemaal te koop is en kunnen hun staat opmaken. Zonder al mijn erfenissen had ik niet geweten wat ik nu weet. Misschien had ik de stap naar de tussentijd nooit gemaakt, als ik niet alles wat achter me ligt, had ervaren, eigen gemaakt en verwerkt.

119Innerlijke tijd.

Hoe ouder je wordt hoe beter je weet, dat het leven van dag tot dag telt. Die wetenschap levert pure winst op. Ruimte voor de tussentijd en eigenheid en derhalve zo waardevol omdat het langzamer mag dan de hectiek van alle dag. Een groeiende twilightzone. Ik kan niet wachten tot het stilvalt en er alleen nog maar tussentijd is.

Uncategorized

Ik laat me niet kisten

Gisteren liep ik te dwalen door het bos van Mariënstein bij Tricht. Ik was daar nog nooit geweest en het verbaasde me hoeveel borden met ‘verboden toegang’ er waren. Bij een hek stonden de regels, waaraan wandelaars zich dienden te houden bij betreding van het landgoed. Een van de regels was dat je enkel de gebaande paden mocht betreden. Toen ik het hek doorging was er alleen weide, aan de vlaaien te zien en er was geen pad te bekennen. Een mens gaat dan wat schichtiger lopen. Een regel, ook al is het fout gesteld, ondermijnd het handelen. Ik liep omzichtig door.

029

Aan het eind van het weiland en een veld waarop, zo leek het, verschillende duiventillen stonden, was een ander hek en ik schoot het bos in. Er deed zich een eigenaardig natuurverschijnsel voor. Er kraakte en piepte iets zo heftig, dat het leek alsof er een oude staldeur werd open geduwd. Het was een stevig geluid. Ik keek vorsend om me heen om te zien of het soms de houten hokjes op de palen waren, maar het geluid kwam wel degelijk uit het bos. Daar stonden oude grote kastanje en eikebomen, die hun ouderdom krasse taal gaven. Ze waren al wat kalend. Een van hen hing moeizaam tegen zijn buurman. Naar mijn idee, was een van hen zich aan het voorbereiden om af te  knappen als een lucifershoutje. Ik vervolgde het pad. Het verbaasde me, omdat de enige voetgangers die ik tot nu toe in de verte had zien lopen, boswachters waren geweest.

027

Alleen door een bos maakt toch dat er wat alertheid begint op te rullen in de kraag van mijn nek. De pas wordt sneller, er moet naarstig gespeurd worden in vier richtingen. Als je alleen loopt, dan maar helemaal alleen. Ik weet waar het ‘unheimnische’ gevoel vandaan komt.

Jaren geleden, toen mijn oudste dochter 2 jaar was, namen we de honneurs waar voor de bewoners van een grote boerderij met een uitgebreide groente en kruidentuin in Drenthe. Zij gingen op vakantie. Er viel veel te doen, maar tussen het plukken, wecken en jam maken door, had ik tijd om met dochter de prachtige bossen te verkennen. Ook daar reed een mens vaak alleen. Op een dag kwam een man me tegemoet rijden, terwijl ik dochterlief wees op alles wat er om ons heen te zien was. Een gewoonte, die bij het voorzitje wordt geleverd. Dat hij me tegemoet reed, werd ik pas gewaar, toen hij omkeerde en achter me aan ging rijden.

De Trojka.

Kennelijk had hij zich bedacht. Instinctief hield ik het in de gaten. Mijn speurende ogen hadden het opgemerkt en de reden ervoor handen en voeten gegeven.  Hij bleef op een afstandje, maar versnelde als ik versnelde, fietste trager als ik dat deed. Het bevestigde mijn gevoel. In razend tempo volgden de meest wilde gedachten elkaar op. ‘Vrouw vermoord in uitgestrekt bos, huilend kind bij lijk van de moeder aangetroffen, raadselachtige verdwijning van moeder en kind’. Met die beelden voor ogen trapten de benen harder en harder, net als die van de schimmige achtervolger en schoot het bospad sneller en sneller onder me door. Het gevaar kleefde in mijn sjaal, onder mijn armen, trok groeven in mijn voorhoofd en hijgend zwoegde ik voort. De dodenrit naar Omsk van Drs. P drong zich aan me op. Mijn machteloosheid ook. Ik had niets om naar buiten te werpen. ‘Trojka hier, trojka daar, overal is paardenhaar’. Wat was ik blij dat ik de eerste huizen van het dorpje weer zag.

Die barre tocht heeft er voor gezorgd, dat ik tot in lengte der dagen op mijn qui-vive ben gebleven tijdens een wandeling of een fietstocht door verlaten gebied. Die sarrekop van destijds heeft mijn onbevangenheid beteugeld met niet aflatende angst. Toch blijf ik dapper erop uit trekken. Mijn moeder zou zeggen: ‘Ik laat me niet kisten’. Of dat op dit moment de juiste insteek is, waag ik te betwijfelen.

Uncategorized

Kritiek ontvangen is een gave

Gisteren ging ik medicijnen ophalen bij de apotheek, omdat de App daarom verzocht had. In gedachte ging ik mijn voorraad na. Die was nog niet op. Het gebeurt vaker, dat ik eerder wat op kan halen, dus vreemd was het niet.

De automaat, die klantonvriendelijk haar bevelen uitspuugde: Tik scherm aan, tik nummer in, tik geboortedag en maand in’, leverde wat gerommel en een geschuif op, daarna spuugde het alles achter de klep. Klep open, ziezo. Geen hinkepinken van het ene op het andere been, geen krampachtig niet proberen te luisteren naar de mismoedigheid van anderen aan de balie, die dat vaak uitweiden met veel omhaal, maar een adequaat en accuraat handelen. Zonder gezicht. Dat weer wel. Voor de contactzoekers onder ons, bij wie de apothekersassistente een uitlaatklep in de dagelijkse eenzaamheid is, zal de automaat nooit een optie zijn. Je mag gelukkig nog zelf kiezen.

080

Daar stond ik met het verdacht dunne pakje in de hand, netjes verpakt in de bekende papieren zak. Ik taste bij het teruglopen de randen af en ontdekte dat ik één doosje had ontvangen. Dan toch maar even een snelle check. Op de zak stond de juiste voorletter. Zak open, doosje eruit en de rekening. Ik krijg nooit een rekening. Ik betaal altijd de volle mep, dus ben de eigen bijdrage bij voorbaat helemaal kwijt. Beiden hadden een etiket met een andere letter, wel dezelfde achternaam.

Ik bestudeerde het medicijn. Als er was opgelet en men gekeken had naar naam en geboortedatum, dan had men zelf de fout optimaal kunnen herstellen. Het was een anticonceptiemiddel. Ik schoot in de lach, maar voelde een lichte irritatie aankomen omdat dit de tweede keer binnen korte tijd was, dat het me overkwam. Vorige keer waren het andere puffers, ook voor een mens met dezelfde achternaam.

Je wilt een apotheek blindelings kunnen vertrouwen. Het moet schier onmogelijk zijn, dat er fouten gemaakt worden. Met de dubbele check die men de laatste jaren heeft ingevoerd, een dubbele clausule, zou dat moeten. Check en dubbelcheck maakt dat de wachttijden langer zijn. Als dat betekent dat de mogelijkheid tot fouten gereduceert wordt tot praktisch nul is dat prima. Coulantie ten top waar het hardwerkend en verantwoordelijk personeel betreft. Een foutje is ook niet erg, maar binnen een half jaar twee keer een fout wordt al minder fijn.

Apotheek 1898 of eerder.

Ik liep naar de balie, waar twee(!)medewerkers met een klant bezig waren. De tweede haastte zich een derde erbij te roepen om mij met een gerede klacht direct te helpen. Dat duurde nog even. Het was het meisje wat me doorgaans helpt. Ze bekeek mij niet, maar rechtstreeks het doosje. Ik probeerde grappig te zijn, maar kritiek is natuurlijk nooit leuk. Mijn humorvolle ‘Jullie willen me aan de anticonceptie hebben, maar dat is een tikje overbodig’ met een kwinkslag resulteerde in wat gemonkel. ‘Het is waarschijnlijk voor uw dochter.’ ‘Nou nee, want die hebben allemaal hun eigen gezin en derhalve ook een eigen zorgverzekering.’ Ze keek me nog niet aan. ‘Weet U zeker dat U het bij het rechte eind heeft?’Daar begon de verontwaardiging toe te slaan. Bij de eerste vergissing, die ik thuis ontdekte, had de apothekersassistente deemoedig en verontschuldigend gereageerd. Keer op keer verzekerde ze me dat het niet had moeten gebeuren.

Deze vrouw deed alsof de fout bij mij lag. Terwijl er toch zwart op wit bewijs lag en de vlag de lading niet dekte. Anticonceptie voor een could-be-bejaarde. Nog had ze me niet aangekeken. Pas toen ze gedecideerd alles weer terug in het zakje stopte: ‘Maar uw naam staat toch echt op het zakje’, sloeg ze voor één seconde haar ogen op.  Haar hele houding straalde onwilligheid uit en er volgde een constatering. ‘Nou, dan zal iemand zich wel vergist hebben. Wanneer heeft U het afgehaald.’ ‘Ik haal het net uit de robot.’ ‘Oké.’ En ze drukte met de achterkant van de pen op de balie. ‘Tot ziens.’ Ze draaide zich om en stevende naar achteren.

foto van Berna van der Linden.

Daar stond ik. Het was een raar vacuüm waar ik in viel. Ik was er wel geweest, ik had in levende lijve er gestaan, maar ik was niet gezien. Onaangenaam was de ervaring. Het contact met de automaat was warmer, dan het gesprek met deze vrouw. Een robot van vlees en bloed. Klantonvriendelijk tot in haar haarwortels. Zal ze nu ook ondersteboven zijn? Was het schaamte, was het onhandigheid? Een ding weet ik zeker. Ze heeft nog wat te leren. Kritiek ontvangen is een gave.

Uncategorized

Een volgende stap!

Gisteren wandelde ik met de zussen over het Leersumse veld en we vroegen ons af waar het verschil lag tussen rituelen, regels, gewoonten en verslavingen. We kwamen er niet helemaal uit. Het leven in de Amandelstraat kende vroeger nogal wat vaste ‘regels’. De tijden van de maaltijden stonden vast. De warme maaltijd verschoof ooit van 12 uur ’s middags naar vijf uur ’s avonds en is daar altijd blijven hangen. Na de hersenbloedingen van mijn vader werden de tijden meer dwangmatig dan ervoor. Eerst heette het, dat je dan zo’n heerlijke lange televisieavond had, maar na de donderslag bij heldere hemel veranderde het in ‘angstig vasthouden aan’ om de grip op tijd niet te verliezen.  Dat was geen sinecure. Mijn vader kon wakker worden uit een hazenslaapje en volkomen gedesoriënteerd aan de dag beginnen om twee uur ’s nachts. Het vergde tact en overredingskracht van mijn moeder om hem zijn bed weer in te praten. Niet zelden vereiste het eerst een verschoning.

Pa was gek op haring.

Er waren ook, zijn hele leven al, maar na zijn pech verstarrend, sterke voorkeuren voor bepaalde gerechten en als het er aan ontbrak, kon dat in een heftig gemopper ontbranden. Daarin leek hij  op een dreinend verwend jongetje en omdat hij de jongste nakomer in een groot gezin was, zal het daar voeding gehad hebben. De verstarring maakt de verslaving, bedenk ik me nu, en wordt deels gevoed door angst.

003

Het schrijven vindt iedere ochtend plaats. Ergens tussen vijf en negen al naar gelang de vrijheid van dagindeling. Tijdens de vakantie gaat het gewoon door. Op de een of andere manier ruimt het een aantal hersenspinsels op, zodra ik ze uiteengerafeld heb en een plek gegeven, is er weer plaats voor nieuw.  Angst om lezersaantallen te verliezen ligt er aan ten grondslag. Ze is reël. Iedere blogger zal kunnen beamen, dat een vast tijdstip beter werkt. Dat ik ooit gekozen heb voor het dagelijks schrijven van een blog is echter wellicht verslaving, verstarring, verwerking of gewoonte, een ritueel.

Al wandelend probeerden we uit te kristalliseren aan de hand van onze eigen gewoontes, hoe het werkt. Een van de zussen is ondenkbaar zonder fototoestel in de hand en haar kunstzinnige blik. Is het dan verslaving of hobby? Bij de ander zijn de onderwerpen die zich aandienen in haar werk belangrijk. Heet het werkgericht, is het een gewoonte, wil ze delen of meningen horen? Hoe vasthoudend zijn we in ochtendrituelen. Welke habitat wijkt nooit, zelfs niet in de vakantie.

Zus verrast met een opmerkelijke stelling. Verslaving zorgt bij afwezigheid voor depressie. Daar kunnen we mee uit de voeten, want dat ontslaat ons bij de meeste vaste gewoontes van het predicaat. Maar mijn ochtendritueel, het schrijven dat in de vakantie doorgaat, is dat dan toch verslavend. Ik raak niet in een depressie, maar ik vind het wel een gemis als er geen tijd voor is en de dag overhaast begint. Toen roken een aanleiding was voor de ondermijning van mijn gezondheid kon ik na veertig jaar verslaving binnen een week zonder, om er nooit naar terug te verlangen.

104Het Leersumse veld.

Er wordt binnen de verslavingszorg met name gewezen op middelengebruik en het feit dat je er steeds meer van moet gebruiken om het leven leefbaar voor jezelf te houden, waarbij het effect tegenovergesteld is. Het holt het persoonlijke leven uit en vlakt af. Zolang er groei en ontwikkeling is, is het een toevoeging, zodra het uitholt, werkt het als een belemmering. Zover waren we niet gekomen op het Leersumse veld. Daar filosoferen we volgende keer op door, in alle eenvoud mét al onze beperkingen, maar altijd nieuwsgierig naar een volgende stap.

 

Uncategorized

Er valt nog heel wat af te reizen.

Het is de week van de betere dromen. Twee maar liefst vannacht. De eerste ging over de djembé en Victor Sams. Hij gaf een soort van concert en wij zaten erbij in een wonderlijke omgeving. Nogal ruim bemeten en met helemaal vooraan in de erker(?) een vriendin van net zo lang geleden als mijn cursus bij Victor was. Ze zag er nog steeds zo rijzig en groot en overheersend uit, als ze altijd was geweest. Ergens staat op een plekje in de onmetelijke diepte van Google Drive, nog een verhaal, dat ooit een boek beloofde te worden, als ik meer tijd zou hebben en niet telkens de prioriteiten zou verleggen. Het komt aan op discipline, maar het is altijd  meer een ‘go with the flow’ gebleven.

002Losse eindjes.

In die krochten bevinden zich nog zoveel verhalen, dat het beter zou zijn als naast de blog iedere dag gewoon een half uurtje geschreven zou worden aan die rijke fantasie. Hoe komt een mens er aan? Die dromen zijn de voedingsbron bij uitstek, maar met name de associatie weet er een rijke beleving van te maken,. Door alle losse eindjes, die je ooit ergens hebt meegemaakt, aan elkaar te knopen ontstaat vanzelf een verhaal. Gisteren lichtte ik al een sluier op over het project Liesje Herfstbriesje. Alleen de naamgeving al was voldoende om een nieuw leven te scheppen. We hebben meer rijke projecten gedaan en ik mag er graag over mijmeren, nu het niet meer een vanzelfsprekendheid is, een tweede modus voor anderen om mee te gaan in het verhaal.

Het verhaal van Kijkjerijk was zo’n onnavolgbare. Niet zelden zijn die van de kampdagen, waarin de grote ontknopingen van de verhalen plaats vonden, de meest levendige. De betrokkenheid bleek onontkoombaar voor iedereen, kinderen, ouders en het team. ‘Het land van Kijkjerijk ‘kwam opborrelen door Els Kramer, die een foto-zesdaagse gaf op facebook en twitter om iedere nieuwe dag te focussen  en in te zoomen(letterlijk)op een onderwerp, bijvoorbeeld cirkels, of afval of blauw. Dat was een eyeopener eerste klas en de directe aanzet ertoe.

.111 De koning van Kijkjerijk.

In dat land, dat bij aanvang van het project nog onbeduidend was en geen naam had, woonde een bedroefde koning. Zin schatkist was leeg. Er zat geen dukaatje meer in. Als het zo doorging zou het land regelrecht naar de filistijnen gaan en op een grote ramp afstevenen. Gelukkig had Iris een wonderschoon plan. Ze had voor haar verjaardag een fototoestel van haar lievelings-oom gehad en was die aan het uit proberen geweest.

Het inzicht van de koning was alleen maar gefocust op het geld. Elk land is rijk aan details die de moeite van het zien waard zijn.  Ze maakte met de kinderen de prachtigste foto’s van de mooiste objecten die er voor het oprapen lagen. Het luttele wat je moest bezitten was de open blik. Uit het kleinst waarneembare valt verhaal te halen. Het werd een gouden project en met de tentoonstelling op het kamp was de schatkist gered want de dukaten stroomden binnen, omdat het volk de prachtige kunst wilde kopen. ‘Ends well, all well’. Projecten met een visie zonder belerend vingertje. Ik hou ervan.

Het is maar een voorbeeld van hoe ideeën geboren worden. Een woord van een ander kan al genoeg zijn voor de fantasie om er mee aan de haal te gaan. Ook de kinderen voeden tot zeldzame hoogte, omdat hun hersenkronkels onnavolgbaar zijn.  Laat ze de vrije loop en er gaat een heel nieuw universum voor je open. Oneindig groot is de wereld van de verbeelding. Er valt nog heel wat af te reizen.

Uncategorized

Gevangen in de wind.

Gisteren zag ik de verwoestende beelden van Sint Maarten en ik vroeg me af waarom tropische stormen zulke lieflijke namen krijgen, als ze op een dergelijke manier huishouden. Veel eerlijker zou het zijn als de vlag de lading dekte. De woestenaar, of de diabolo bijvoorbeeld. Waarom niet gewoon orkaan of tornado. Irma komt er aan en George volgt haar in haar kielzog. Daar krijg je hele andere beelden bij. Het moet toch op z’n minst een zure bijsmaak opleveren bij al die Irma’s die er op de planeet rondlopen of in ieder geval in de bovenwindse eilanden evenals de Georges, die dan minstens hun beklemmende orkaankracht tot in hun tenen zullen voelen. In de middeleeuwen werden er heilige namen aan gegeven, wat ook al een wonderlijk gegeven is, omdat een heilige per definitie ergens tegen beschermt en je kan alles van een orkaan of een typhoon zeggen, maar zalvend zijn ze allerminst.

Liesje Herfstbriesje.

Om aan de onderbouw duidelijk te maken wat het verschil was tussen de verschillende stormen hadden we in het verleden een heel windproject op touw gezet. Liesje Herfstbriesje speelde de hoofdrol, daarnaast was er haar moeder Sjaan orkaan, haar vader Toon cycloon en haar broers. Ze kwamen allerliefst tot leven, omdat Liesje de jongste was van het stel en nog niet uit waaien mocht, maar op haar wolk moest blijven zitten als vader en moeder en broer Storm huis hielden. Haar oom Koos windhoos zorgde dan voor haar en ging maar sporadisch aan het werk. Storm mocht alleen nog maar boven Nederland spoken. Toen Liesje aan de aandacht van haar oom ontsnapte, liet ze hooguit hier en daar een hoed of een krant weg wapperen, maar veel waaieriger dan dat werd het niet.

Stormen hier laten soms bomen afknappen als luciferhoutjes, takken liggen over de wegen verspreid, hier en daar waait een dak weg, maar heel veel verder komt het niet. De tropische stormen zijn voor ons bijna onvoorstelbaar. Het ene moment zit je in je huis en het andere moment is je huis weg, foetsie, letterlijk van zijn voetstuk afgeblazen. Dat gaat elk voorstellingsvermogen te boven, maar als je de beelden ziet van de ellende, de enorme ravage, dan vraag je je af of wij ooit nog moeten klagen over het weer en het beetje herfst wat ons overkomt. De enkele verdwaalde windhoos, die langs trekt, daargelaten.

woman-213512_640Foto: Pixabay

Ooit zag ik een film van een bergdal, waarbij het geluid van de wind indringend over onze hoofden suisde, terwijl een hoed een vrije val maakte op de stroming, omhoog schoot en verder zweefde, langs alle bergen heen, soms bijna aan te raken , dan ongrijpbaar ver, maar uiteindelijk in een kring bleef ronddraaien. Hij leek van alle banden bevrijd, maar zat gevangen. Mooi beeld op mijn netvlies. De kunstenaar weet ik me niet meer bij naam te herinneren. Het desolate geluid van de wind is me bijgebleven, het suizen, het onafwendbare. Vooral dat is waar het om draait. Je weet dat het staat te gebeuren en moet het lijdzaam ondergaan, omdat er geen andere mogelijkheid is dan dat.

Heel soms, zoals nu, als de schade voorbij alle grenzen trekt, zou ik het kinderlijke voorstellingsvermogen de hoofdrol willen geven en verbeeldende handen en voeten dromen aan tropische stormen, tyfonen, orkanen. Gemoedelijke ouders en familieleden van Liesje Herfstbriesje, die af en toe een beetje huishouden en niet meer dan dat. Helaas vertellen de beelden op het journaal de volwassen versie. Onontkoombaar, onomkeerbaar, de rauwe werkelijkheid en daarom moeilijker te accepteren. Banden die sterker zijn dan boeien. Gevangen in de wind.

 

Uncategorized

Samenwijs!

Ik heb heerlijk geslapen en heerlijk gedroomd. Richard, al tijden niet gezien,  ging met me mee om een stukje te fietsen en iets ongewis te doen in de stad, het dorp, de straat. We kwamen Janine en Wies tegen. Wies was geslaagd en had taart bij zich, dus Richard zou een stuk krijgen en ze schepte het op de grond, waarna een passant, die boos was dat zijn weg werd versperd, er tergend langzaam overheen stapte, alsof hij er op zou trappen. Flauwerd riepen we in koor.

 

Grappig dat je in de droom zo dicht bij je zelf blijft. Ik denk niet dat er nog iemand ter wereld is die flauwerd zou kiezen om iemand terecht te wijzen, maar dat terzijde. We kwamen bij een winkel in een soort grot. Het luik zat dicht en er was niemand, maar toen we binnen waren en keken naar de leuke snuisterijen, stempels om brooddeegdingen mee te maken, mooie kettingen en oorbellen, werd de voorkant open geschoven en stond er een hippy wise-verkoopster met rammelende armbanden en een heerlijke outfit aan. Ik vroeg of ze letterstempels had. Ik moest zo gaan flitsen met de kinderen en woorden lezen.

Ergens in mijn achterhoofd bleef het idee pratten, dat ik te laat zou komen om dat kwartier met de middenbouw in te vullen. Kostbare onderwijstijd. Belangrijk genoeg om er wat mee te doen. Stempels dus, de droom dacht met me mee. Ik werd met een glimlach wakker.

Houten handletters.

Zo gaat dat. Je maakt iets mee, die hersencellen gaan ermee aan de slag en rekken zich en veren op. De dag ervoor had ik geflitst met de kinderen van groep drie. Ze kenden het niet, want toen ik ze vroeg of ze mij wilden helpen, omdat ik nooit geflitst had en niet wist hoe men dat op die school deed, konden ze het me niet uitleggen, Ze waren of van hun apropos door mijn verschijning of ondersteboven van het feit dat ze zelf mee mochten denken.

Gerst, tweerijige aar.

Ik koos voor het laatste en flitste  braaf letter voor letter, zoals een van de meisjes het ten slotte wist uit te leggen. Daarna gingen we woordjes lezen, saaie woordjes. Nee, saaie betekenisloze woorden als ze op papier staan in een rijtje en je ze moet opdreunen. Aap, Aal, Aar….’Wat is een aar eigenlijk’, vroeg een van de jongens. Alles moest in een kwartier gebeuren dus met het voorstelrondje erbij was het in een mum van tijd voorbij. ‘Leren is leuk’ staat er op mijn rolkoffer. ‘Dit kan leuker’ flitste het na het flitsen door mijn hoofd. Interactief flitsen, op een rijtje staan en steeds achteraan sluiten, woorden verzinnen met de veranderende laatste letter of met de flitsende letter. Nu ik het typ denk ik, vandaag ga ik flitsende woorden maken. Niet alleen flitsen met die letters maar flitsende woorden verzinnen met die letters, wel op tempo, maar leuker.

Initiaal, Pierre le Rouge: La mer des hystoires, houtsnede, 1408

Daarna(schrijfoefening) mooie krullende pentekeningetjes van letters maken. Ze hebben er toch de meest dure stabilo’s die je maar kan verzinnen en dan op een bescheiden papiertje. Het allereerst wat gebeuren moet, is ze los te weken van het ondergaan van onderwijs. Betekenisvol leren kan op elke millimeter en ik begin er vandaag mee, een heel kwartier. Flitswoorden verzinnen en Aa-woorden uitbeelden, raad-waar-ie-staat, schuif-maar-achter-aan. Als ik aan mijn grote mouw trek, rollen er tientalle vormen uit.

Leren moet een verlengstuk worden van je staat van zijn. Dat klinkt verhevener dan het is. Het hoort deel uit te maken van datgene wat in de groei besloten ligt. Het zelf ondernemen, het zelf ontwikkelen van vaardigheden, het je eigen maken op alle fronten. Dan pas is wijs worden leuk. Niet Onderwijs maar Samenwijs in alle voegen, in elk aanbod, zodat denken een creatief proces blijft, in plaats van het ondergaan van suffe woorden.

Uncategorized

Geschiedenis in een notendop!

Het leuke van invallen is dat je in een andere modus mag zitten. Je bent de inval en neemt waar. Letterlijk en figuurlijk ,waar het dat laatste betreft. Ik zie veel. Oude ogen die gewend zijn te observeren zonder er direct een mening bij te hebben. Ze wegen wel af. Daarvoor is het een blik met geschiedenis en een rugzak vol bagage. Ik loop door het oude gebouw en ben ineens weer terug op mijn eigen school, twintig jaar geleden. Ieder magazijn drukt haar stempel door overvolle planken met papier en Engels karton. Er is verf voor de eeuwigheid. De plakband krijg je in een heel schoolleven niet op. Ik mis de mooie vellen ‘afvalkarton’, die zo broodnodig zijn om in het vrije mee te kunnen knutselen. De ecoline zit achter slot en grendel. Er is zelfs iemand, die niet wist waar ik om vroeg.

 - Talens Ecoline Flacon 490Ml - Magenta, 8712079012991

De modus om te vergelijken is aanwezig. Het is een natuurlijk gevolg. Te vaak heb ik de afgelopen drie dagen al tegen iemand gezegd hoe het anders was op mijn vorige school, die als een handschoen paste. Ik besef het zwaktebod van een dergelijke opmerking. Deze school is de andere niet en zal dat ook nooit worden. Toch is er een essentieel onderdeel, dat node gemist wordt. Vooruitgang en vernieuwing blijven steken bij de voordeur. Deze school ademt vooral geschiedenis. Het verleden waart rond in de muren, de gordijnen, de kasten vol met het oude materiaal. De wirwar aan koelkasten en de sleetse staat van het podium. Er is best veel, maar dat wordt opgeborgen achter deuren en is niet vrij te pakken voor de kinderen. Leerkrachten staan in de modus van trage gewenning, ook al ben ik de oudste in het gebouw.

008

Het is wonderlijk om ondergedompeld te zijn in een sfeer die je kende van voorheen. daar wordt een mens melancholisch van. Voor de kinderen maakt het niet uit. Die krijgen de ruimte om te spelen. Moeilijk is het, als je weet dat het met de juiste prikkels anders kan. Ik ben gisteren tevergeefs op zoek gegaan om materiaal te vinden voor het maken van grote octopussen met zwengelpoten,die boven de projecttafel kunnen zwemmen met elkaar. Er zijn wel prikborden op de gang gekomen, nadat ik er vorige week tevergeefs naar heb lopen zoeken.

De collega’s en de ouders voelen vertrouwder dan het gebouw. Op woensdag was ik nog niet geweest en dan ontdek je dat de populatie onder het personeel in een week als een blad aan de boom kan veranderen, nu men kampt met ziekte en werkt met invallers. Gisteren was het een sfeer van oude-jongens-krentenbrood. Ons kent ons en de begroeting was al hartelijk, maar het afscheid zo mogelijk nog warmer. Chapeau voor de harde werkers en de moeizame weg die er nog te gaan is, omdat het niet anders meer kan, dan dat neuzen in de vernieuwings-stand moeten gaan staan, wil het onderwijs nog rendement op leveren. Vooruitgang is niet het kind met het badwater weg gooien, maar daar zit wel dé grote angst en daarmee de rem bij oudgedienden.

Ik hoef er niets mee. Het is een voorbijgaand station, maar juist omdat de geschiedenis in een notendop voorbij trekt, raakt het mijn kern. Voor de enkele dagen die er resten, wil ik betekenisvol zijn. Wie weet springt er een vonk over.

Uncategorized

Het Late Licht.

Gisteren eindelijk weer eens richting Zwolle. De stad lag er rustig en bedaard bij. Zuslief en ik waren vroeg en liepen door de verstilde straten. Hier en daar kwam het stadsleven langzaam op gang. Er werd een luik geopend, terrasstoelen werden bevrijd, tafels gepoetst. Tegenover de fundatie stonden de bankjes al uitnodigend te wachten. Een kunstzinnige beleving begint met koffie.

019.jpgJeroen Krabbé.

Een tijd terug schreef ik over Jeroen Krabbé en het interview dat hem werd afgenomen naar aanleiding van het feit dat hij de abstractie in geduikeld was. Gegrepen door het licht in Dalfsen, met name het avond en het maanlicht. De gezwollen taal als antwoord op de aanmatigende vragen vielen in het niet toen ik zijn werk zag. Hier was een mens aan de gang geweest, die bezield was door wat hij had gezien en het licht vorm had gegeven in een explosie van kleur. Het was adembenemend en inspireerde zeer. Ik wilde  naar Dalfsen, om met eigen ogen te aanschouwen hoe bijzonder de seizoenen voorbij trokken in dat prachtige landschap. Vooral het wintertafereel in een combinatie van grijzen en witten hield mijn blik gevangen. Misschien omdat het naast de explosie van geel en groen hing, de opkomende zon.

Het ging niet om wat de schilder had waargenomen, maar meer nog om hoe hij de waarneming naar zijn hand had weten te zetten. Daar was hij alleszins in geslaagd. Wat een rijke verbeelding. In een van de zalen was een klein doek, dat misschien wel als voorstudie had gediend en recht de ziel trof. Het heette Dalfsen II. Het getemperde licht dat door de bomen viel, was treffend neergezet in een heerlijke toets.

Zijn antwoorden op het dubieuze interview hingen aan de wanden van de zalen en wiste het gevormde oordeel op alle fronten uit. Ere wie ere toekomt. Hier was een man met passie bezig geweest en had de juiste toon gevonden om zijn gevoel te verbeelden.

053.jpgFriso ten Holt.

In de zaal er tegenover hing het werk van Friso te Holt. Ook dat werk overrompelde. Een kunstenaar die ik niet kende. Hij werkte met een lichtheid en helderheid van kleur om de beweging vast te leggen, die hij tegenkwam op het strand en in de duinen van zijn woonplaats in Bergen. Diep onder de indruk konden de portretten van Dylan er bijna niet meer bij. Ik had me voldoende kunnen laven aan de schoonheid. Dalfsen moet bijzonder zijn, Bergen is bijzonder, weet ik. Friso ten Holt blijkt de leermeester van Jeroen Krabbé te zijn geweest. Wat een eer voor beiden om in elkaars gezelschap te mogen verkeren. Het is het voorrecht van de meester om de kiem die gelegd wordt te zien uitgroeien en tot  volle wasdom te weten onder de handen van de leerling zelf. Wat een mooie gedachte.

Slenterend door Zwolle zinderden de beelden nog lang na. Ondanks een uitgebreide tentoonstelling in de Grote of Sint Michaëlskerk, die we en passant nog even meepikten bleven de doeken van Krabbé voor ogen en gedachten voeden. De volgende keer wil ik spoorslags naar Dalfsen om licht en omgeving zelf te ervaren en zijn impressie over mijn waarneming te laten schuiven. Dalfsen, het dorp dat voor eeuwig gestalte kreeg door het Late Licht.

Uncategorized

Perpetuum mobile!

Gisteren was het opruimmaandag. Dat had ik besloten toen niemand anders met werk was gekomen. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’. Dat is er in ieder geval goed ingebrand. Lanterfanten is er nauwelijks bij.

Het kan ook niet anders met het lichtende voorbeeld als mijn moeder was. Het enige moment dat je haar kon betrappen op een dergelijke ‘zonde’, was in de ochtend. De tafel was de avond ervoor gedekt, het brood stond klaar, de groten hielpen de kleinen en mijn moeder wachtte tot het geluid verstomd was en een gezapige rust door het huis heen trok. Dan pas stommelde ze in haar peignoir naar beneden, dronk een kop thee, at een sneetje brood en dook vervolgens op de grond om op haar knieën uitgebreid de krant te lezen. Daarna nam het leven een vlucht. Opgeladen kon ze de dag aan en trotseerde menig multitasker heden ten dage, die zou willen bewijzen dat hij het beter kon.

Voddenboer (fotograaf: Eugène Atget, Parijs, 1899)

Het opruimen ging per onderdeel. Er was een moment dat er drie planken van de boekenkast werden gesopt en geordend, hetzelfde gold voor de planken met de kippenverzameling. Het stoffen en stofzuigen was iets van vlak voor de visite, dan zag je er nog wat van. Zo kabbelde het voort. Was, strijken, bedden verschonen, stoffen , ramen lappen in etappes, trappenhuis te lijf gaan, kamers opruimen, kelder uit-en vervolgens weer inpakken, keuken soppen, en vaat wassen. Twee keer per jaar werd de kledingkast uitgemest. In hoeveelheid moet dat een fluitje van een cent geweest zijn. We hadden zomerkleren en winterkleren en dat was een fractie van de vulling van nu. Mijn moeder gaf alles door, eenvoudigweg omdat de ruimte er niet naar was om het te bewaren. Als iets tot op de draad versleten was en de gaten er in vielen, ging het naar de voddenboer, die een keer per week langs kwam en zijn  langgerekte doorrookte kreet de straat in jodelde:’Vodduuuuuuuuuuuh’.

008 De kippetjes, vóór er geruimd was.

De opruimwoede van nu gold mijn slaapkamer. Het Mekka met de laatste relikwieën uit een losbandig leven. Het boompje met de foto’s van vroeger, Buddhabeeldjes al dan niet in scherven, de klei gebakken kippen van de kinderen, een allereerste olieverfschilderijtje, een spreuk van Janusch Korczak, ooit van stagiair Teun gehad, die hem overleefde en daarom nog meer dierbaar werd. Het kastje met de sieraden in de grappige laden en de kleine beelden achter glas. De tijdschriften, de rommelkast met sjaals en schoenen. Kleding. Iedere kleur een eigen plank, te veel om in een jaar aan te trekken. Wat hangt, hangt aan de la van de rommelkast. Natuurlijk is er ook hier, in dat Heilige der heiligen, de boekenkast. Twee Billies tegen elkaar tot de nok gevuld. Onder het bed de plastic bakken met ontelbare foto’s.

175Kunst met mijn lievelingsjasje uit de jaren zeventig.

In de opruimwoede wordt de kledingkast plank voor plank leeggehaald, nagekeken, met een ‘zit het echt helemaal lekker’ en ‘vallen de gaten erin’ blik. Met een opkomende rommelmarkt valt de keuze licht. Anders weet de kringloop er raad mee. De dierbaarste en de mooiste lappen worden tot Kunst verheven. Met repen stof laat ik de kinderen op school vlechten, fietswielen, grove weeframen en alles wat maar voorhanden is. Twee en een halve rommelmarktzak en een ‘vodduh’zak rijp voor de Emmaus later, is de kamer een lust voor het oog. Schoon en opgeruimd, net als mijn hoofd. ‘Bijhouden’ murmelt het diep van binnen en dan start de zoveelste vruchteloze poging tot dat onbegonnen werk. Huishouden, een eeuwig perpetuum mobile!

 

Uncategorized

Het leven kan zo simpel zijn.

Ineens wist ik wat ik met de takken van de grote wilgen achter zou doen. Ik ga er een hek mee vlechten onder de wilgen zelf. Het is geen lumineus idee op zich. We gebruiken al jaren wilgentenen om de hekken mee te vlechten en we leggen ze in een ril als service voor het kleine grut, de ringslang en de vogels die zich er graag in op houden. De mogelijkheid van een vlechtwerk op die plek was op de een of andere manier nog niet boven komen drijven. In die zin was het een lichtend idee. Het betekende wel, dat ik wat voorwerk moest verrichten en dat was maar goed ook. De brandnetels stonden tegen de afscheiding van de tuin tot een meter hoog. Verbazingwekkend hoe ze branden en toch niet ‘bijten’. Bij het snoeien klommen ze in mijn benen, maar geen centje pijn.  Met het verzamelen en op de compostberg leggen was meer omzichtigheid geboden.

056.JPGAchteraan, waar de wilgen staan.

De tuin van de buurman groeit dicht. Eik en Iep hebben vrij spel en het gras rukt op in grote lange taaie stengels. Onkruid zegeviert. Hondsdraf, Kleefkruid en Wilde Bosaardbei woekeren er lustig op los. Aan mijn kant van de tuin is dat vechten tegen de bierkaai. Toch houden Schoenlapper en Schildersverdriet, Hosta en Rudbeckia krachtig stand. De Anemonen en de goudsbloem moest ik bevrijden van het opkruipende lage geniep, want die dreigden het loodje te leggen. Nu zijn het weer mooie volle pollen. Als geen ander geldt in de tuin de wet van het vrijwaren. Zodra een plant ruimte krijgt, zet ze haar dank om in een weelderige bloei. Dat is met ons niet anders. Geef een kind de ruimte, pel het uit de geldende regels, zorg dat er iets is wat prikkelt en ze gaan los.

008

Gisteren waren mijn dochter, haar twee zonen en ik bij het Theater Berenkuil voor een voorstelling, die helaas al was ‘uitverkocht’. Er draaide nog een voorstelling. Daarvoor moesten we een uur overbruggen. Er was een knutselactiviteit boven in het mooie oude pand. De kinderen konden een vis maken. De vrouw, die het begeleidde, had een handig stappenplan van mogelijkheden gemaakt en de bijbehorende onderdelen lagen er te kust en te keur. De jongste van zes wilde gelijk aanvallen. De oudste van acht wilde niet. Ik vroeg hem waarom niet. ‘Gewoon niet.’ Na wat aandringen kwam hij met de wonderlijke uitspraak:’Kinderen van acht, die doen dit niet meer.’

021

Hij liet zich toch overhalen en had een meesterlijke mooie vis. De beloning voor ons was zijn trotse koppie en de manier, waarop hij zijn vis koesterde. Alle bezwaren die over hem heen spoelden: Is het niet  te kinderachtig, misschien is er een moeilijkheidsgraad, het aanspreken van zijn verbeelding, het oproepen van de creativiteit, bundelden zich samen in dat ene moment. Hij ging het doen. Het betekende een ware overwinning. Daarna volgde een zegetocht met de vis in de hand.

Ik moest denken aan wat ik  mijn kinderen op school van jongs af aan mee geef. ‘Als je wat wil leren, moet je het proberen. Als je het niet probeert, dan heb je het niet geleerd.’ Het is een toverspreuk om aan te zetten tot de mooiste ontwikkelingen, want als je het mag proberen, is er geen sprake van goed of fout. Alles is mogelijk. Er is ruimte tot groei om tot volle wasdom te komen.

041

Net als in de tuin. Waar alles aan het uitlopen is voor een tweede bloei. De gevrijwaarde lupinen bloeien weer uitbundig, de Anemoon komt er zo achteraan. Zelfs de Goudsbloem is het gaan doen, terwijl die in alle pierigheid door achterstallig onderhoud achterbleef en de Rudbeckia haast zich te vermeerderen. Ruimte om te groeien en de oplichtend ogen van een kind te zien én een overdaad aan uitbundige bloei. Het leven kan zo simpel zijn.

Uncategorized

Aandacht met een vleugje ijdelheid!

Eigenlijk is het weer tijd voor de kwast. In de vakantie stond het op een wat lager pitje. Wel maakte ik de hele vakantie lang een tekeningetje die kenmerkend was voor de dag. Een bijpassende krabbel erbij en ziedaar, een mooi en memorabel kleinood van een vakantie. Ook heb ik hier en daar nog wat gekwast aan het portret van mijn moeder, die nog steeds een tikkie vervreemdend blijft, maar eerlijk gezegd was ze dat op de foto ook al.

Die moet in de oorlog genomen zijn en zo kende ik mijn moeder niet. Jong, strijdbaar en een tikje ijdel. Dat straalde haar blik uit onder de rand van de hoed. In onze tijd was ze druk doende de huishouding te bestieren en af en toe, bij kerkbezoek of voetbalfeest, kwam het tikkie om de hoek kijken in een kanten kraagje aan de bloes, de streek lippenstift, de vleug poederdons en de ragfijne kousen.

015

Mijn ijdelheid zit daar ook in. Altijd een lik moisturizing, kleur erover, oogpotlood en mascara. Niet te vergeten lippenstift en ‘aangekleed gaat uit’. Dat is de frisse ochtendblik. Als ik om vijf of zes uur uit school komt, heeft niets van dat alles stand gehouden en is het zwart van het ogenpotlood verspreid over de onder en boven rimpels tussen de wallen in. Afgeknoedeld maar voldaan. Het is goed. ik hoef niet meer zo nodig mijn uiterste best te doen, als ik zo hard aan het buffelen ben geweest. Haar springt alle kanten op, handen onder de verf of ecoline, de boel in de kreukels, maar een uitgedeukte ziel.

scannen0223 De zeeheks!

Ladylike lukt me alleen als ik niets doe en dat ben ik na vijf minuten al zat. Het dilemma is dan ook snel beslecht. Ik ben het niet. Het mooiwezertje, de opzitter, het porseleinen gezicht. ‘Van een schoon bord kan je niet eten’, was een van de vaste stelregels bij ons thuis. De strekking erachter is een kleinood, die gekoesterd zou moeten worden. De mens nemen zoals ze is. Zonder aanzien des persoons, maar met alle kwaliteiten. Het schoon is het Vlaamse schoon, mooi en knap tot in de hoogste graad.

Ik herinner me een opschoonbeurt in de vorige tuin, waarbij een van de vriendinnen van zoonlief destijds, heel lang geleden, aankwam met poezelige nageltjes, verfijnd gemanicuurd en gelakt. Er moest met takken gesjouwd worden, de vuurdoorn had dringend een snoeibeurt nodig, het zevenblad zouden we te lijf gaan en uitroeien tot op de laatste wortel. Dat laatste was tegen beter weten in en een onmogelijke taak. Dat was alles óók voor de escorte van zoonlief. Het was de hogere natuurschool en die zat duidelijk niet in haar koker van levensgeluk.  Het was omgekeerd evenredig herkenbaar. Ze moet zich erg ongemakkelijk hebben gevoeld, zoals ik me vroeger vaak voelde bij feesten en partijen met een hoge opdofcode. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Sylvain Poons en Heintje Davids hebben een tekst van Louis Davids met de passende titel: ‘Omdat ik zoveel van je hou’ ooit meesterlijk uitgevoerd. Waar kleinkunst niet groot in kan zijn. De mooiste levensles ooit en rekbaar, want moeiteloos toe te passen in een omgekeerde setting.

Ik buffel en knoedel en ploeter wat af, de haren pieken zoals ik me voel. Ik ben een makkelijk te lezen boek, kloek en goed in de hand liggend, geen pageturner, maar een streekroman. De hollewaai, het kind in mij maar ook de vrouw in eigen tijd en eigen uur. Dicht bij de oorsprong van het leven, daar waar het om draait. De kiem is ooit gelegd. Aandacht met een vleugje ijdelheid. Het volstaat.

 

 

Uncategorized

Een gezegend mens!

‘Een gezegend mens telt voor twee’ werd vroeger gezegd. Mijn moeder zei het, als er ergens iemand een extraatje ten deel gevallen was of als iemand een geluk bij een ongeluk te beurt viel. Het had alles te maken met de engel op de schouder.

067

Als kind vond ik dat wonderlijk. Een engel op je schouder, die ik nog nooit gezien had, maar die je net wegtrok voor een vallende begonia van drie hoog, of je aan de stoep genageld liet staan als er een auto met hoge snelheid over een zebra scheurde. Het hing samen met het bijgeloof, dat er voor zorgde dat je met een Don Bosco in de auto of met een medaillon van een engel in je portemonnee veilig door het aanwassende verkeer van alle dag heen werd geloodst. Dat goldt zeker op de lange autoritten van het gezin naar Spanje toe in de jaren zestig.

Beschermengel door Matthäus Kern (c. 1840)

‘Ik heb m’n wagen vol geladen’ zongen we dapper eventuele ongeruste buikpijn weg. Wat dat voor mijn vader betekende, vertaalde zich nooit in krampachtige handen aan het stuur, maar wel in de manier waarop zijn hoofd steeds meer tussen de schouders in zakte en de rimpels in zijn voorhoofd dieper groefden dan ooit. Wij, die kwetterende, kibbelende, zingende, tellende en zeurende kleverige kinderen achterin, hadden daar geen weet van. De auto reed, de weg was te lang en we zaten als haringen in een ton. Kon deze beker aan ons voorbij gaan. Helaas behoorde dat niet tot de mogelijkheden. Wij waren gezegend met een hele ris engelbewaarders en nooit hadden we het in de gaten als er geen aanwijsbare oorzaak voor was.

Wel die keer met ondeugdelijke schokbrekers, omdat we toen allemaal op elkaars schoot aan een kant van de bus moesten bivakkeren, tot we gillend van de kramp, het zweet en het ongemak gelost werden in de berm en mijn vader op zoek ging naar een tussentijdse oplossing. Mijn moeders schokbrekers deden het altijd, dus ging ze met ons bloemetjes plukken langs de kant van de weg en ze knoopte met het grootste gemak, een positieve inslag eigen, een picknick er aan vast of een wandelingetje door beemd en veld.

Er was ook nog een flinke duw en trekpartij de GrossGlockner op, omdat de motor rokend er de brui aan gaf. ‘Doe het nou maar zelf’ had ze tegen mijn vader gesist, die alle broers met spierballen vervolgens ‘Godsakkerjude’. Wij, de vijf kleintjes mochten er achter aan sloffen en geen onvertogen woord uitbrengen.

Als we een dergelijke aanval van materiemoeheid hadden overleefd en we aan een Sauer Brot mit Schwarzwalder Schinken zaten op de top van een andere berg, na een wandeling die ieder redelijk perspectief te boven was gegaan, loste mijn moeder haar favoriete constatering: ‘Een gezegend mens telt voor twee’. Altijd was er na de mispoge wel een gelukje te behalen. De lucht werd lichter, bezwaren verdwenen ermee als sneeuw voor de zon.

021

Toen ik gisteren jarig aan kwam bij de inval-school, schenen de eerste zonnestralen net boven de daken van de huizen uit en zette de straat in gouden gloed. De kinderen, nooit eerder gezien voor deze tweede dag, kwamen met zelfgemaakte tekeningen en knuffelarmen. Dat zijn dé momenten dat ik weet, dat ik gezegend ben. Net als bij de watervallen van genegenheid, die over me uitgestort werden op Facebook, bij het jarige jubileum van gisteren. Het zorgt ervoor dat je je jariger dan jarig voelen kan samen met het feest in petit comité.

Die liefdevolle aandacht vormt de oplichtende glans op een schouder, het aureool om hart en hoofd, de tastbare engel. Dat schrijft zegeningen. Ik voelde me met recht een gezegend mens.

Uncategorized

Toeval bestaat niet!

Het was al weer even geleden, dat ik een totaal nieuwe groep onder handen had gehad. Normaliter is er in een groep 1/2 altijd een groep die ouder is en die alweer een jaar meeloopt. Een blanco groep overkomt je dus alleen, als je zelf ‘Ins Blaue Hinein’ stapt. Gisteren was het zover. Mijn eerste invalgroep. Zonder wetenschap van kinderen, klimaat, heersende orde, vak-en familiejargon een school binnenstappen en dan toch te moeten doen, alsof het gesneden koek is, is geen sinecure.

Kinderen kunnen lezen is een vak apart, begrijp ik nu. En ik heb het volledig onder de knie. Dat is geen op de borstklopperij van kijk mij nou”, maar dat is gewoon waar dertig jaar onderwijs haar vruchten heeft afgeworpen. Kinderen kun je lezen en dan mag je er mee versmelten, om zo uit dat kind te halen wat er al lang ligt te sluimeren. Dat wiel is er, het hoeft niet meer opnieuw te moeten uitgevonden. Op een klein groepje van zestien zijn ze allemaal in het vizier. Natuurlijk haal je er de drie grootste hollewaaien tussenuit. Lieve K hoeft geen hand te geven, een high five of box mag ook en dan volgt zonder je aan te kijken een high five met een ingetogen  schuchter lachje. En ‘F-fekind, kan jij je een beetje omdraaien, want ik zie veel liever je lachende ogen. Muis trouwens ook’.

024Oma, Muis en Happertje.

‘Hé, waar is muis? O, die durft niet te voorschijn te komen. Oma kan jij muis even roepen’. Geen enkel probleem voor oma. Met haar krassende stem masseert ze muis, die kraaloog voor kraaloog voorzichtig contact maakt. F is bij het horen van muis zijn fliffende ftemmetje als een blad aan de boom bijgedraaid. Rest me nog de aanwezige T, die met een temend stemgeluid zeven keer achter elkaar juf roept en de armen slapjes in de schoot laat hangen. Afwachtend van wat er komen gaat. Kleine duidelijke regels helpen en toch ook weer die onvergetelijke muis, die overal de draak mee steekt. Hij speelt de hoofdrol in ‘Muisje muisje waar zit je’ en prijst elke kat die niet bij machte is hem te vangen, de hemel in, omdat muis er buiten adem van geworden is, zo hard moest hij lopen. ‘Jullie fijn fo goed hoor, pffft, ik ftik bijna’, wat bij elke verliezer pur sang glim-ogen en een lach te voorschijn tovert. Een compliment voor die onvolprezen talenten.

019Je lekker uitleven.

De andere 13 doen heerlijk mee, vooral de ‘wildebras’ zoals ik uit het verhaal van de vaste juf begreep, doet zijn uiterste best, alleen maar omdat ik gevraagd heb of hij me een beetje kon helpen vandaag. Drie meter gegroeid en trots als een pauw wijst hij alles aan en legt geduldig uit, wat ik , omdat hij er zo groos op is, nog wel een keer of twee blijf vragen. We zingen gekke liedjes en als Happertje, die alleen maar groen lust, ‘T’-eetje haar groene blaadjes van buiten oppeuzelt, kan het feest niet meer stuk. Morgen gaan we weer een feestje maken, heb ik ze beloofd. We sluiten af met een evergreen voor Happertje. ‘Ik zie een muis’van Rudi Carrell. Succes verzekerd!

Intussen ontdek ik in die nieuwe groep al mijn lieve oude vertrouwde schatjes weer. Ik zie een stukkie Ties, een vleugje Salma, een snufje Collin en een scheutje Nizar, stuk voor stuk glijden ze langs. Het maakt het lezen stukken makkelijker. Het is mijn oude vertrouwde boek ten voeten uit. Ik hoef er hier en daar alleen wat nieuwe elementen aan toe te voegen en dan wordt het een volstrekt nieuw verhaal op oude leest geschoeid. Zo werkt dat dus met vernieuwen. ‘Een kind kan de was doen’.

022

En wat zie ik na school onder het raam, nog net voordat ie wegduikt…. Toeval bestaat niet, zei mijn Oma altijd. Ik denk, dat ze een punt heeft.

 

Uncategorized

Chapeau!

Eergisteren stuitte ik  per ongeluk op een documentaire van Hans Polak uit 2000 over de afdeling Vangnet en Advies van de Rotterdamse GGD. Wie daar terecht komt volgt daarna vanzelf het vervolg: De bemoeizorgers en even later ‘leven in een garagebox’ van zorg voor het gezin, dat op 25 juli gepubliceerd werd onder de titel ‘Aan lager wal’ en gefilmd is in oktober 2016.

Toen ik het terug zocht, dacht ik te moeten zoeken op ‘In de war’. Dat klopte niet, maar was wel een logisch gevolg van een ochtend deerniswekkend leed op het netvlies. Alle mensen die onder behandeling waren of in het vizier lagen van dergelijke zorginstanties waren deerniswekkende gevallen van mensen die het net niet hadden gered in de maatschappij, omdat ze ‘in de war’ waren of omdat ze door de problemen verward geraakt waren.

Onder de documentaire van het tweetal in de garagebox stond een vernietigend commentaar van iemand, die erg boos was dat de man, ondanks zijn COPD nog rookte en zo zichzelf te gronde bracht. Ze hadden geen medische zorg. De wonden aan zijn voeten zorgden voor de grootste problemen, en de vrouw raakte gedesoriënteerd van de geestelijke kommer en kwel. Het was intriest om te zien, hoe je als mens kan afglijden op grond van vermeende keuzes, die een averechtse uitwerking hebben.

005Spiegeltje, spiegeltje…

‘Spiegeltje, spiegeltje’ dacht ik, toen ik het narrige, bittere commentaar las. Daarbij kwam onmiddellijk de spreuk van lang geleden boven drijven: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Verbeeldde ik het me nou, of zag ik daar de dreigende vinger boven de kansel uitsteken in een van de preken die over onze kinderhoofden heen denderden, met een waarschuwende blik erachter aan en hoorde ik het geschuifel van de omstanders in hun mottenballen gesteven zwart terwijl de hoeden boven onze hoofden instemmend knikten.

Het gaat hier niet om de oorzaak, het gaat, weer die vinger, om de lediging van het kwaad. Deze mensen hadden hard zorg nodig. De documentaire van Polak laat dat ook overduidelijk zijn. De veerkracht en de empathie, waarmee die Rotterdamse engelen tussen de psychische problemen door laveren om die verwarde mensenziel in de waarde te laten en toch naar een hoger plan te helpen, is zo bewonderenswaardig, dat ik ter plekke een stijgende bewondering voelde opkomen. Iedereen die gewerkt heeft met mensen aan de schaduwkant van ons rijke luxe leven, weet hoe zwaar en moeilijk het is. Hoe snel deuren worden dichtgeslagen omdat de angst, de vertwijfeling en de schaamte zorgen voor gebroken contactdraden in het sociale circuit van die arme vereenzaamde medemens.

De oude, letterlijk op haar enkels lopende zanglerares, schuifelde aan haar helpende hand. Wekenlang was die niet verder gekomen dan de voordeur met het bericht dat het helemaal goed ging met mevrouw. Uiteindelijk maakten ze samen een pure zegetocht toen de gang der gangen eindelijk naar de orthopeed werd ingezet. Ze kreeg deugdelijke steunende kistjes aangemeten, die ze natuurlijk ook niets vond, want alles wat nieuw was, was per definitie niet nodig en niks. Haar kranige verwarde dappere koppie straalde alle onzekerheid van de wereld uit, ondanks dat haar stellige mond hele andere dingen beweerde.

Dat je daar door heen kan kijken maakt een hulpverlener bijzonder, die stijgt naar een hoger plan, omdat je dit voor elkaar krijgt, zonder iemand geweld aan te doen. Hetzelfde geldt voor de  vrouw en haar jonge stagiaires en medewerkers van Zorg voor het Gezin. Liefdevol meebewegen en in massseren tot iemand zover is, dat hij overstag wil gaan uit vrije wil, waardig en respectvol. De kracht van de zorg in optima forma. Chapeau.

 

 

Uncategorized

Dag, dag, heerlijke dag!

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem, omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund.

De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker, die in navolging van zijn naamgenoot Jimi altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook alles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. Jimi moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’. De melodie blijft in mijn hoofd omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden tussen neus en lippen door moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom.

Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

052  054  057

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders van de grond af te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ’s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

067  070  069

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert… Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben!

Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjestweeling knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl Branmansam zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

078Hakim

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

076

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!