Uncategorized

Even maar

Gisteren kwamen er foto’s door van Jut de hut in haar nieuwe groene kleedje. Ze zag er prachtig uit, voornaam ook, in het monumentengroen. Nu moet ik als de bliksem kapdagen houden in de tuin met de kinderen, anders kan ze er voor 1 mei niet op. Het kriebelt van binnen. Een onrustig gevoel. Organisatie is niet mijn sterkste kant. Zo wordt een mens kleiner door het onvermogen dat aan de poort klopt. Maar we laten ons niet kisten. Dat is met de paplepel ingegoten. Bikkelen…  Dan mis ik wel de oude vitaliteit. Vroeger had ik er mijn hand er niet voor omgedraaid. Ik ben het verplicht aan mijn broers en de schoonzoon van mijn broer, mijn zwager en al die mensen die mee dachten en oneindig veel uren erin hebben zitten. Hulp die onbetaalbaar is geworden. Zondag moet de grootste slag geslagen worden om haar bedje te spreiden.

016De nieuwe residentie

Op Twitter komen er alarmerende berichten van mensen die ongeneeslijk ziek zijn en door de rauwe pijn heen moeten. De een houdt vrouw en kinderen verschoond van zijn ellende, de ander deelt het juist en maakt het samenzijn intens. Wat is wijsheid. Delen lijkt mij fijn, voor jezelf, maar ook voor de ander. Maar als er niet te delen valt? Er kwam een berichtje langs waarin om waakmaatjes in het ziekenhuis gevraagd werd. Er zijn mensen alleen op de wereld. De reden is niet belangrijk, maar ze zijn in hun eentje aan het lijden en zullen alleen sterven . Voor dat laatste traject, een hand in een hand in het laatste uur, worden mensen gevraagd. Hier kan ik nog wat betekenen wellicht. Ik kan niet meer sjouwen, maar ik kan er altijd zijn. Met betekenis en liefde. Geen moment geaarzeld.

007

Gisteravond pakten donkere wolken zich samen. Op mijn paneel gelukkig. Tenminste, een poging daartoe. Het werd een intense dans met de penselen. We waren maar met z’n tweeën , een masterclass voor mij alleen. Wolkenluchten. Zo fijn om te doen, maar geen sinecure. Na de donderbui zitten ook mijn handen onder. Niets van schoonwassen, geen beginnen aan. Er komen schilders van prachtige luchten voorbij in de boeken die worden aangeleverd, wonderschone voorbeelden. Toch wordt het weer mijn eigen beeld. Ik leer, ik worstel, ik dompel en kom soms boven. Vallen en opstaan, dat is het. Aangenaam omdat er tussendoor een klein concert gratis gegeven wordt. De juiste voeding voor de geest.

009.JPG

Naast me zit een klein meisje op een heel groot paard, door de tegenstelling een gouden greep. Ze lopen naar het licht, een stralend licht. De vraag is waarom ik zo neig naar mijn donkere schakeringen. Bij de aardkleuren ligt mijn hart, misschien door de warmte die ze uitstralen. Aan de andere kant geniet ik van de intensiteit aan kleuren bij een ander. De woeste, kleurrijke, wereld van Yayoi Kusama bijvoorbeeld, die op dit moment te zien is bij museum Voorlinden. Ook onze paletten verschillen. Een zonnig geel in alle schakeringen bij An en een paarsblauw, grijs, groener, bruiner, oker en nog grijzer palet bij mij.

012

Straks komen de portretten. Dat is eigenlijk waar mijn hart het meeste ligt. Losse toets en sprekend beeld. Verlangen. De opmaat er naar toe, de vele wegen die naar Rome leiden, zijn bijna bewandeld. Straks als Het Atelier klaar is en Jut de hut omgedoopt zal worden tot een waardige vlag die de lading dekt, mag en kan ik los. Nog even geduld, even maar.

 

 

Uncategorized

Dat dan weer wel

Er zijn van die kleine voorwerpen of gebeurtenissen, waardoor de fantasie direct met je op de loop gaat. Het overkomt me regelmatig maar afgelopen maandag zelfs twee keer.  We waren aan het lunchen in de artiestenfoyer van het TivoliVredenburg. Ik was een beetje aan het ratelen. Mijn befaamde breedsprakigheid als ik nog niet weet wat me te wachten staat. Ik keek even naar rechts om adem te halen en toen zag ik ‘m. Groot, groen en glanzend. De Appel. Zo’n hele echte Sneeuwwitje-appel. Verleidelijk, smekend haast, alsof ie net opgepoetst was om straks in te bijten. Er waren mogelijkheden te over om te bedenken, waarom hij daar nou lag.

Eerst dacht ik ‘De verloren appel’. Nee, dat zal het niet zijn geweest. Daar lag hij te uitgestald voor, heel bewust, op dat open schone plekje tussen de zilverwitte zijden bloemen. ‘De vergeten appel’. Dat was waarschijnlijker. Iemand had hem daar aan de andere kant van de tafel neergelegd. Dat was een beetje wonderlijk, want je moest er ver naar toe reiken. ‘De gevonden appel’. Iemand had hem op de grond gespot, er zelf geen trek in gehad en hem op de eerste de beste plek neergelegd, die geschikt was om iets op kwijt te kunnen. Kon ook, maar toen zei iemand; ‘De verdwenen appel’. Op slag broeide er een verhaal in mijn hoofd.  Ergens zou, op dit moment, iemand in zijn tas kijken om de appel op te vissen, maar hoe men ook zocht en zuchtte, de appel bleef weg. Of men wilde net een hap nemen en floep…weg was de appel. Een Tita-tovenaar-verhaal pur sang. In je handen klappen en de verdwijning is een feit. Hans klok in de dop. Daarna de glorieuze verschijning op de open plek, alsof het er voor gemaakt was.

022.JPG

Na mijn uitstapje van die dag stapte ik in de bus naar huis. Wat een uitkomst om op vermoeiende dagen terug naar huis gereden te worden. Er viel veel te zien. Houdingen bestuderen is iets wat de rit aardig kan verkorten of met genieten van het uitzicht door de spiegelende ramen heen. Prachtig natuurschoon in lentetooi. Zeer de moeite waard. Toen zag ik het ineens. In een bocht stak de chauffeuse haar arm als richtingaanwijzer uit. Echt, ik verzin het niet. Bij iedere bocht stak ze haar arm uit.

Tot ik goed keek. De jas hing, door het mooie warme lenteweer, kennelijk achter haar aan een haakje. Het raam liet zwoele lentelucht binnen én stuurde bij elke buitenbocht de mouw van de willoze jas naar buiten. Als een wapperende vaandel verkondigde ze iedere bocht weer de richting.  Het was een koddig gezicht.

023-1.jpg

Vervolgens ben ik de rest van de rit in de weer geweest met het snode plan een en ander op de foto te krijgen zonder de discretie van de andere passagiers te verstoren. Aan het eind constateerde ik spijtig dat het niet zou lukken, doordat nieuwe passagiers precies in het gezichtsveld van de mouw waren gaan zitten. Van de wegkant af leek het me ook een koddig gezicht. Een bus die de richting aangeeft met een uitgestoken arm. Hilarisch. Na het uitstappen reed de bus in een zwenkende vaart de rotonde om. Ik schoot een plaatje van de hele bus en constateerde spijtig dat de mouw buiten schootsveld was gebleven.

Zo gaat dat. Waarnemingen worden herinneringen en of ze blijvend zijn, hangt af van wat je er mee doet. Je slaat ze op in je hoofd, met een gerede kans ze te verliezen in de rest van de memoires, of je maakt op het juiste moment een foto, of je breit er een blog mee met een spannende titel. ‘De bus die de richting aangaf’ bijvoorbeeld. Op meerdere manieren uit te leggen. Dat dan weer wel. .

 

Uncategorized

Alle decibellen los

Maandagmorgen en al om half acht, begeleidt door een prachtige lucht, naar de bushalte even verderop. In mijn tas de Iphone met het rooster van de scholen, die op bezoek zouden komen in Tivoli Vredenburg. De kinderen van de groepen 6 en 7 uit Houten, Leusden en Utrecht werden getrakteerd op een popconcert in het kader van de kunstmenu’s van Kunst Centraal en het Utrechtse Centrum voor de kunsten. Driemaal plusminus duizend kinderen die mee konden genieten van de enorme grote zaal, de lichten, de opstelling als een echt amfitheater. Ze werden door ons opgehaald van de trein of opgewacht bij de bus en verwelkomd en door de vrijwilligers van het Tivoli weer verder begeleid naar hun plaatsen. Op het podium stonden in een omfloerst blauw licht de instrumenten te wachten op Dr Pepper en hun grote Dr. Peppershow.

001-1.jpg Vredige ochtendstilte

Het duurde even voor iedereen naar de plaats toe kon. Ik stond in de hal en amuseerde me kostelijk met kinderen die zenuwachtig waren, die aan elkaar plukten en trokken, alle instructies nog even oefenden, zoals de befaamde Queenbeat, de opening van ‘We will rock you’. Maar echt rocken werd het niet. De decibellen van de schatjes in de hal en bij het wachten in de zaal overstemden qua scherpte en hoogte met gemak de muziek van de band. Er werden bij de ingang oordopjes afgeleverd en dat was geen overbodige luxe. Het snerpende geluid sneed door merg en been. ‘De vraag of je ze dit nu al zo jong aan moest doen’ bleef even hangen, maar toen ik zag hoe er genoten werd door bijna iedereen, was ik om.

009Dr Pepper

Zodra twee leden van dr Pepper in bokstenue het podium opsprongen onder de begeleidende klanken van Eye of the Tiger was de toon gezet. C’est le ton qui fait la Musique. Geen speld meer tussen te krijgen. Dit werd een populaire waterval van meezingers. Alles kwam langs. Ergens gloorde een Spaanse zon, af en toe een nummer uit de oude doos en zelfs de Jonge Hazes kwam in smartlappeneuforie voorbij. Er werd uitgelegd waar Pop voor stond, wat een Playlist was en dat je je eigen persoonlijke liedjes erop kon bijhouden. Mooie gedachte. Al je muziek van jongs af op een rijtje. Dus kwamen er een stel oude liedjes voorbij, waarbij ook de groep naast ons met een strenge juf los kwam en meeklapte. Van ‘Deze vuist op deze vuist’ tot aan ‘Mijn opa’. Heerlijke nostalgische meezingers zelfs al op deze leeftijd. Er werd gestaan, gesprongen, gedanst en zelfs door de smalle gangen polonaise gelopen. Er werd op de houten lambrisering getrommeld bij het muziek maken op potten en pannen, er werd gelachen en gegild. Een grote vrolijke heksenketel en voor de meesten echt een feest.

008Luisterliedjes

Maar er waren uitzonderingen. In al het geweld zag ik enkele kinderen met de handen voor de oren. Met grote koptelefoons op en zelfs een paar die naar buiten liepen, omdat ze het niet uithielden. Voor overprikkeling van alle sensoren was er genoeg aanwezig. Een popconcert voor jonge kinderen. de naam zegt genoeg. Wat moet je doen, met kinderen die hoog sensitief zijn. Als ze niet meegaan voelt het als buitengesloten. Kiezen ze voor meegaan, dan moeten ze al snel afhaken of zitten een uur lang in alle hectiek met de handen tegen de oren gedrukt. Op school was er bij elke weeksluiting hetzelfde dilemma. Die kinderen zaten bij mij, nam ik op schoot of aaide ik over hun ruggetje. Angstige ogen op zoek naar veiligheid. Ik miste hier en daar wat leerkrachten. De foam oordopjes hielpen nauwelijks. Voordat het concert inzette, was ik er al één kwijt.

018Imponerende techniek

Bij het naar buiten gaan overviel je de stilte. Wat een zaligheid. De heerlijke lunch in de artiestenfoyer was aangenaam en de tocht naar het station om de groepen op te halen een beleving op zichzelf. Met het bordje omhoog liepen we met een stoet kwetterende kinderen over Hoog Catharijne als een moderne rattenvanger van Hamelen. Sprookjes bestaan nog, zelfs die met alle decibellen los.

Uncategorized

Het is lente

Wat een service van het bedrijf met die bekende blauwe wagens. Inderdaad kwamen ze met een glanzende witte wasmachine vier trappen op. Er viel hier binnen nog een trap te slechten. Ook dat deden ze zonder een onvertogen woord. Wel hoorde ik een van hen hijgend weer alle trappen af en op lopen om het wasmiddel te halen. Hoorde, want zoonlief nam de honneurs waar. ‘Heb je ze een fooitje gegeven’, vroeg ik hem nadat ze de klus geklaard hadden en de galerij weer op stiefelden. Hij keek me verbaasd aan. ‘Nee natuurlijk niet, het is hun werk’. Ja ja, er valt nog wat te verhapstukken. Iets met zondag en sjouwen en vijf trappen en zo.

Op het Berlijnplein in Leidse Rijn was een markt. De strakblauwe lucht nodigde uit te gaan en dat hadden meer mensen bedacht. Aan de ingang stond een gele plastic tassen-man wind te vangen. De kinderen om hem heen stonden nieuwsgierig te kijken naar die kunstige combinatie. De wind had vrij spel om de hoek van het grote flatblok en blies niet alleen de tassen bol, maar ook steeds zijn muts af. Later zou ik dat grote gele insect over de markt zien lopen, gedragen door de wind.

017-1.jpg

In de lucht hingen vreemde vogels. Een enorme inktvis en andere prachtige grote vliegers hadden vrij spel boven de kale vlakte, waar straks nog veel meer huizen zouden komen. Zoonlief was er en schoondochter zat incognito met grote hoed en zonnebril, aan een van de tafels. De rijen naar de beide barretjes toe waren oneindig lang, maar er was veel te zien. Mensen in alle toonaarden waren uit de winter gekropen om zich te laven aan die heerlijke lentedag. Vrolijke kleuren, blote benen. Jong en oud verbroederde onder de uitnodigende muziek. Pakistaanse klanken in een opzwepend ritme en een modernere variant daarop. Wat een uitstekend concept was dit grote plein, waarbij de naam al vermoedde dat er kunst werd geschreven.

018-1.jpg

Eigenlijk zocht ik ook dochter met kleinzoon, maar de app meldde dat zij alweer thuis waren. Als je in Utrecht woont aan de kant van de schepenbuurt is Leidse Rijn de achtertuin en makkelijk te belopen of te fietsen. Het bleek dat de kleine die grote beesten daar hoog in de lucht toch wel heel eng had gevonden. ‘Ze zijn niet echt’ had dochter laten weten. ‘Zijn ze dan dood’ had zoonlief gevraagd. Kinderlogica is een vak apart en hun bevattingsvermogen een hemelsbreed verschil met de onze. Buiten het plein lieten kleine handen aan de touwen een kleine vlieger dansen op de wind.

027.jpg

Thuis snorde de wasmachine en wachtte Het Rembrandt-project op televisie. De jongen die won, was voor mij de grote belofte in alle afleveringen op een enkele na. Vakjury en publieksjury verschilden enorm met elkaar en dat was op zich een interessant gegeven. Uiteindelijk gaat kunst om de beleving, die anders wordt als vorm, kleur en beweging meespelen. De waarneming van de meeste mensen is gelinkt aan de beoordeling ‘mooi’ of ‘lelijk’ en gericht op het eindproduct, terwijl de vakjury het hele proces meeneemt. Een lastige dus, maar derhalve zeer de moeite waard om de verschillen naast elkaar te zien en leerzaam.  Ik dacht terug aan de reflectiekringen op school, waarbij er niet geoordeeld werd maar bevonden en beleefd. Dat is wezenlijk een andere manier van kijken.

Jong geleerd is oud gedaan. Een nieuwe generatie van kunstkenners ontstaat door het proces naar buiten te brengen. Het begint met vreemde vogels en eindigt met ongekende mogelijkheden. Het is lente.

Uncategorized

Bedankt

Ze is ter ziele. Mijn lieve wasmachine. Neerlands hoop  in bange dagen. Waar zouden we zijn zonder! Mijn ouwe getrouwe dienstmaagd door de jaren heen. Al die tijd heeft ze, dag in, dag uit, het werk gedaan dat ik anders handenwringend en bezweet had moeten uitvoeren. Ze was er niet altijd even blij mee. Naarmate ze ouder werd gromde ze er zelfs bij. Een weerspannige grom en bij vlagen met barsige en pieperige uithalen. Af en toe klopte ik haar op de rug en zei ‘Ja ja kalm maar’ waarop het grommen soms verstomde.

016

Ze was van huis uit een bleek bescheiden type en bijzonder gesteld op allerlei soorten sokken in de meest vreemde varianten. Heldin op sokken, dacht ik met regelmaat. Als de drang te erg werd verdonkeremaande ze een exemplaar. Altijd slechts een uit een paar. Het gevolg was dat ik onderin mijn kast een zak wist met wollen, katoenen of synthetische eenlingen in alle kleuren en maten tot ik er op een dag genoeg van kreeg. Ten einde raad stapte ik over op gelijke paren, zodat de ene sok naadloos paste bij een enkele andere. Probleem opgelost.

Ze had nog een onhebbelijkheid. Ze lustte ze graag, het liefst in een overdosis. En ik hielp haar er zelfs bij. Het zoete welriekende vocht serveerde ik gedoseerd in kleine plastic glaasjes. Op dergelijke momenten knarste ze van vreugde. Bij iedere wasbeurt kreeg ze nog een extra slok, dat gretig verdween in haar reservoir. Ondanks die verwennerij heeft ze het begeven en staat nu ontmanteld te wachten op het ongewisse.

017

Vanmiddag tussen 12 en 1 komt de nieuwe. Een zondagskind. Dat kan tegenwoordig. Ze brengen haar naar de oude vertrouwde stek op de badkamer. De bezorgers weten nog niet dat ze vijf trappen op moeten. Zoonlief zal ze ontvangen en is een held, omdat hij de oude aansluiting verving voor een nieuw exemplaar. Hij zal ook de afvaart regelen en er zorg voor dragen, dat ze haar niet vergeten mee te nemen. Ik zal er niet bij zijn. Het nieuwe exemplaar is haar evenknie, maar dan met frivoler snufjes. Zo kan ze zichzelf het wasmiddel toedienen in afgepaste doseringen en is ze veel energiezuiniger. ‘Elk nadeel heeft z’n voordeel’ moet ik, met Cruijff, beamen.

018

Ik heb een dag zonder gezeten en voel me nu al onthand. Was is er sneller dan je denken kan. De oude legde het af met de lakens en een kussen in haar trommel. Het kussen is afgeschreven, zwaar van nattigheid sinds enkele dagen. Ze draagt niet bepaald bij aan een aangenaam aroma. Integendeel.

Herinnering: Ik wilde zo dicht mogelijk bij de natuur blijven en op de hand wassen. Bewijzen dat dat mogelijk was. Ik was net bevallen van de eerste. Woonde met man en kind op een zolder van een oud huis en dochterlief droeg katoenen luiers. Alles in het kader van mijn bijdrage tegen de vervuilingsstaat. Met biologisch afbreekbare zeep schrobde ik de vlekken uit het katoen met borstel op een wasbord. Het was onhandig. Kinderen verzorgen werd weer een ouderwetse dagtaak en de emmer met weekvocht staat nu nog steeds in geuren en kleuren in mijn geheugen gegrift. Mijn handen waren in die dagen rood en doorrimpelt. Ik hield het een half jaar vol en vond dat al een hele prestatie. In het nieuwe huis kwam een wasmachine, de eerste. Het merk van mijn moeder met een centrifugefunctie. De oude losse was onder de overmacht van zoveel aanvoer aan katoen bezweken. De luxe ten top. Het leven lachte weer.

luiers_was

Dochterlief schafte, als in ‘de geschiedenis herhaalt zich’,  katoenen luiers aan. Wat een vooruitgang. Bij het zien van die kleine bijna broekjes met zachte tissue-achtige inlegstrook en grappige stofpatronen had ik er ook zó weer aan begonnen. Al was het alleen maar om de plastic overkill te helpen slechten.

Ach…luiers passen niet meer in mijn systeem, maar voor een nieuwe energiezuinige wasmachine staat de deur open. Eens kijken of ze het soort van de sokkenverslaving af hebben geholpen. Dag lieve ouwe trouwe. Bedankt!

 

Uncategorized

Met rust en lafenis

Al twee keer had de fysio moeten wijken voor andere afspraken. Vanmorgen werd er derhalve gewetensvol geknaagd aan mijn beweegreden om wat met het luie lijf te doen. Al heel lang staat de Linge op mijn verlanglijst en toen ik hoorde dat deze prachtige rivier niet alleen langs de Appeldijk meandert, maar dat er ook nog fruitbomen staan, was de keuze rap gemaakt. Omdat er een hoge mate van impulsiviteit aanwezig is, ging ik op de bonnefooi er op af. De kleine blauwe prins zoefde zwierig over het asfalt. De zon scheen, het land lag er groener bij dan ooit. Deze dag kon niet meer stuk.

100_4812

Ik kende de omgeving van het klooster een beetje. tenminste, de poort door en wat wandelen tussen de oude kloostergebouwen, maar nu ik in mijn hoofd had gezet de Linge te zien, maakte ik dit keer een omtrekkende beweging. Zodra ik mijn eerste schreden op de Kloostersteeg had gezet, daalde er een diepe rust neer. Helemaal alleen liep ik het eerste deel van de Molenroute. Ik heb wat stegen en dreven op de bordjes voorbij zien komen, maar had meer oog voor alles wat er verder op mijn pad kwam. De prachtige kruinen tegen de blauwe lucht, de eerste knoppen van de vruchtbomen, die op springen stonden, een oude houten bijna vergane pipowagen, het kwinkeleren van de mezen en de vinken en hier en daar het gewiek van een houtduif.

100_4891

Langs de spoorlijn het veld over met een Abelenlaan, die allen een bord met een naam erop droegen. Vrienden van het landgoed kunnen een boom adopteren. Een enkele keer kwam een voorbijganger me achterop, maar merendeels speelde ik ‘Alleen op de wereld’. De weg voerde langs het spoor en de weilanden, naar een klompenpaadje, kronkelgangetjes, door bosschages of dwars door het open veld. Bij de dames koe bleef ik staan, omdat ze allemaal nieuwsgierig kwamen kijken welke vreemde eend ze in de bijt hadden. Ze stelden zich op in een rij en terwijl hun grote imposante kaken bleven malen en grasduinen, namen ze me op met omfloerste blik. De gelegenheid bij uitstek om ze hardop en vriendelijk te begroeten, om te weten of de stem nog steeds aanwezig was, na de eindeloze lange heerlijke stilte.

100_4907

De rugtas begon al wat te trekken en mijn hand met het fototoestel erin wat te krampen, maar de benen stapten dapper voort. Bij de tweede boerderij die op mijn pad lag,  was een ooievaarsnest en de familie was thuis. De vrouw zat te broeden en de man verhief zich statig en voornaam . Ik knipte en twee seconden later was er niets meer te zien. De juiste fractie van de seconde.

100_4923.JPG

De weg leidde omhoog, een hochie op en ineens stond ik op de Appeldijk, met de Linge aan de linkerhand en de rijen fruitbomen aan weerskanten. Nog net niet in bloei, maar wel de tere belofte. Dikke knoppen in rozerood en wit. Wonderlijk, daar was de buur van de tuin. De haren, onmiskenbaar krullekroes, rood truitje, beige broek. Lachend, een voorzichtige zwaai, maar dichterbij gekomen zag ik dat het een look-a-like-buuf was. Ik verklaarde omstandig mijn belangstelling en ze gaf uitgebreid antwoord terug. We lachten en bogen even voorover om elkaar aan te tikken op de arm. Zo gaat dat. Een blik van verstandhouding en de herkenning van het moment.

100_4932

Daarna nam ik een verkeerde afslag en werd het bikkelen. Bijna was ik de weg op gestiefeld naar het volgende landgoed dat 22 km verder lag. Ik herkende bijtijds de vergissing en liep voor een deel hetzelfde pad terug om bij het klooster de korte wandeling in te slaan. Ook nog altijd goed voor zo’n 2,5 kilometer. Onderweg een witte molen en een oud houten schip, twee buizerds die de lente vierden, het geklotter van de bonte specht en weer die eindeloze stilte. Op het terrein van de abdij, de omliggende boerderijen en de hooibergen was geen mens te zien en de Notenlaan naar het restaurant was uitgestrekt en veel langer dan op de heenweg. Pas bij de courgettesoep overviel de moeheid me. Wangen die gloeiden, een schouderblad dat zachtjes protesteerde en spieren die tintelden. Op de teller stond 9.4 kilometer. Langzaam trok voldaan alles recht. Verdiend. Met rust en lafenis.

Uncategorized

Meer dan de moeite waard

Mijn favoriete gratis parkeerplek is ontdekt door de gemeente. Er prijken nu een aantal parkeermeters. Dat is jammer. Vanaf deze afstand was mijn favoriete bioscoop nog te belopen. Dan maar voor 2,93 per uur dichterbij. Toch de beweging en minder dan in de cirkel van het centrum. Ik kuier op mijn dooie gemak naar het filmhuis. Onderweg kom ik minstens vier junks tegen, de vierde bedelt om geld en aandacht. Met de andere drie in gedachten los ik mijn maatschappelijk schuldgevoel af met wat muntstukken los onder in mijn tas. ‘Niemand heeft tegenwoordig meer muntgeld op zak’ klaagt de man, die schimmig verdwijnt in zijn gekrompen vel, terwijl zijn benige hand zich uitstrekt. Ik wens hem een goede dag en zoek een plekje in het bescheiden kleine restaurant. Tegen de muur met uitzicht op de boogramen en het terras.

Naast me leest een man een dwarsligger. Ik zie niet welk boek het is en bedenk me dat het handig is om een boek te lezen als je wachten moet. Observatiemogelijkheden te over en toch de veilige bescherming van een bezigheid. De ober zwaait zwierig een cappuccino voor mijn neus. Ik geniet bij de eerste warme slokjes. Buurman zijn partner komt hem verlossen uit het verhaal. Daar is ook al gauw mijn lieve vriendinnetje en enkele minuten later pinken we samen een traan weg om elkaars verhalen vol passie en mededogen. We bestellen soep en brood en smullen ervan en van elkaars aanwezigheid. Zo eigen, zo vertrouwd.

De film wacht. De man bij de kassa maakt nog een kwinkslag en wenst ons bij een ondeugend glaasje wijn een heerlijke voorstelling. De wijn zit in het verkeerde voetloze Franse glas en kan niet walsen, maar is een perfect decor voor de film met de titel C’est ça l’amour van regisseur Claire Burger.We worden langzaam het verhaal ingezogen. Het komt wat traag op gang, maar door de acteertalenten van de levensechte hoofdpersonen, die naast je hadden kunnen wonen, verdwijnt elke afstand. Geen gelikt decor of gestroomlijnd figuur, maar een hoekige vader met ontroerende veel liefde voor zijn kinderen, die oprecht probeert zijn ex los te laten. De kinderen in wankel evenwicht, die zich staande houden in al dan niet puberale verwikkelingen van liefde en leven.

016.jpg

De ontroerende toneeluitvoering van de vader onder begeleiding van de prachtige operamuziek, de trotse dochters en de ontwapende slotscène zorgen voor  een heerlijk gevoel. We wachten tot de zaal leeg achterblijft en de laatste noten verstorven zijn. Dan duiken we het daglicht weer in. Op de overloop schittert het zonlicht door de glas in loodramen in de Nieuwe Stijl van het oude politiebureau, waar mijn vader ooit met zijn ogen hetzelfde gezien moet hebben als ik. Het spel van licht en kleur in de uitbundige straal. Vriendin in het zonnetje, mooi in ‘ton sur ton’ met de kastanjerode haren en de plant ernaast en een echo van brekende kleuren op de grond.

022

We staan bij de uitgang en vergelijken haar match met de filmdochters met dochters in dezelfde leeftijd en grappen over de manier, waarop de jongste filmdochter haar wrokkige zelfbeeld verhaalt op de goedmoedige vader en het gevaar dat je klaarblijkelijk kan lopen als argeloze patriarch. Al gniffelend lopen we de zon tegemoet. De lucht boven ons splijt uiteen in schouwspel van boom en vrucht en omarmt het waardevolle en diepe gevoel van saamhorigheid. Een laatste groet en een wandeling door de verstilde straten achter de kade vormen de juiste overgang naar de hectiek van de drukke spits, het decor van de film. Waarachtig, jachtig en straten met levensechte doodnormale mensen, dat is de kracht van deze jonge regisseuse en derhalve is de film meer dan de moeite waard.

Uncategorized

De cirkel is rond

Het was zo’n dag waarop alles heel rustig en soepel verliep. Één dag uit duizenden door  haar eigen kleine specialiteiten. In de ochtend kwam vriendin langs. Het bezoek had op een lager pitje gestaan door de wederzijdse drukte en beslommeringen en eigenlijk bleek dat we beiden vooral behoefte hadden aan een van onze heerlijke wandelingen of de befaamde museumtochten. Zo kabbelend onder de lunch kwam het leven in alle toonaarden voorbij, ups en downs, die juist worden afgezwakt door ze te benoemen. De nieuwe afspraak staat, want niet alleen de maag werd gevuld,  maar ook het hart met een nieuwe belofte.

img_1467

Spoorslags in de middag met kleinzoon en vriendje naar Theater de Berenkuil, waar een première van een vertelling plaats vond. Er waren kleine houten krukjes voor de kinderen vooraan en houten banken voor ons. Wees verzekerd van lawaai, schuiven, omvallen, hout op hout met deze krukjes. We maakten een staaltje mee van de vernauwde wereld van een moeder. De krukken waren al bezet. De eerste bank erachter trok dicht met volwassenen en ik had nog twee kinderen aan de hand, die ook graag wat wilden zien. Ik vroeg aan een vrouw of de jongens ertussen mochten zitten, dan ging ik er wel achter zitten. Maar ze wenkte naarstig naar haar moeder en zei, ‘Nee daar zit mijn moeder al’. Die probeerde nog vaagjes om toch door te schuiven, maar de vrouw zei:’Dan zitten we niet bij de kinderen’. Met een ruk aan de arm van de moeder schoof het zicht dicht. Gelukkig mochten ze wel op de bank ernaast. Kleinzoon kroop op schoot, heftig sabbelend op de kleine gebreide wasbeer. Vriend was stoer en liep af en aan het podium op bij de interactie. Een enkele keer maakte kleinzoon zich los en schoof naast vriend, maar zocht en vond dan de vreemde handen van een mijnheer, die naast mij voorover leunde. Aandoenlijk hoe deze stilletjes de rol van vader overnam met een brede glimlach.

img_1473

De koningin wilde alleen maar verdrietig blijven, had daar zin in, dus toen de kinderen allemaal op het podium stonden, werden ze koninginnenboos weer weggestuurd. Beteuterd schuifelden ze naar hun plaatsen en vriend gaf aan, dat dat niet leuk was.  De vraag is of het altijd leuk en lief moet eindigen, maar misschien was dit net een brug te ver.

Wees onzichtbaar - Murat Isik

In de avond hadden we onze ‘leesclub’. De vlag dekt de lading niet. Die maakt een gezapige, wat bejaarde indruk. We zijn dan ook naarstig op zoek naar een vlottere naam. Boekenbabbels heet het voorlopig, maar we zoeken verder. Het boek dat op de lijst stond was ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik. Met de twee mannen en drie vrouwen is het goed toeven. Dit keer bleek vooral, bij het lijvige verhaal, dat ieder zijn eigen leven door de beelden had gevlochten. Waar deel twee mij opstandig had gemaakt door de onderdanige houding ondanks de beknelde gevoelens, had een ander juist dat hoofdstuk uitverkoren tot beste deel, omdat het pesten zo waarheidsgetrouw werd uitgewerkt. De gesprekken schoten heen en weer, over cultuurverschillen, verlangens, de zelfkant van de maatschappij, verloedering. Als een rode draad liep er de ontwikkeling van de Bijlmer doorheen, ooit begonnen als prestigieus object maar verworden tot de poel van verderf. waar de hoofdpersoon en het gezin zich een weg doorheen zocht.

Als de avond eindigt met de zoektocht naar de Kaya(de vriend van Metin, die de verandering te weeg bracht)in ons eigen leven, wordt dat een gevleugelde uitspraak en ontstaan er mooie filosofische ontdekkingen. We sluiten af met de belofte een Bijlmertocht  te houden. Een wandeling door het verleden naar het heden. Lezen is niet anders dan dat, het doorkruisen van de geschiedenis. De cirkel is rond.

Uncategorized

Dat zwarte gat

Baarn lag er stralend bij en het grote veld met de klimtoestellen uitgestorven. Hier en daar wat hondenbezitters, die hun viervoeters of aan het lijntje hielden of op het grote omheinde hondenveld los lieten lopen. Slim, naast zo’n speelveld voor de kinderen. Zo hou je precaire zaken gescheiden. In de boom voor de ingang zat mus en tjilpte haar vreugde, de dag kon al niet meer stuk.

IMG_1440

Ze kwamen in  kleine groepen druppelsgewijs naar het plein voor het theatergebouw. Giebelend, rennend, schreeuwend, soms teruggetrokken, stilletjes, maar allemaal verwachtingsvol. Dat ze er zin in hadden, was goed te merken. Het theater was er zo een die je heel graag als kind ervaren wil. Ze keken hun ogen uit op het rode pluche, dat nu eens niet de stoelen, maar de wanden bekleedde en voornaam en deftig uitstraalde. Dat de tafels uitspraken van hun beroemde bezoekers bevatten, was voor mij weggelegd. Wel streek menig kinderhand even langs de geverfde instrumenten aan de muur in het voorbijgaan.

IMG_1441

Ze werden weer met verve en humor geserveerd, de smakelijke sprookjes. Meer dan honderd kinderen per voorstelling werden volk en reus en speelden hun rol vol overtuiging. De bevrijdende lach hield de spanning op aanvaardbare hoogte. Eva Mesman en Danielle Meijboom hielden de vaart erin en de aandoenlijke stoere Karel Jantje vertederde iedereen met zijn gefleem.

Dat de gruwelijke reus werd verslagen door een kleine nerd, antiheld wordt held en zijn briljante ingevingen, met hulp van de kinderen en hun ongebreidelde fantasie zorgde ervoor dat iedereen met een gerust hart terug kon keren naar de dagelijkse beslommeringen. Voldaan en gelaafd. Iedere ochtend zou met zo’n prikkel mogen beginnen.

IMG_1450

De kleine blauwe Prins bracht me na een hartelijk afscheid richting kleinkind met een tas vol lang gewenste, bijna besluiteloos aangeschafte, schattige jurkjes in frisse kleuren en moderne prints en een zebra voor de nieuwste spruit.  Een hart onder de riem voor de vermoeienissen, dat een en ander met zich meebracht. Bliksembezoekjes  tijdens feestelijke dagen.

laatste versie cursusZonder verknald spiegelbeeld…

De avond sloot af met geploeter om de Dame Japonnaise te fatsoeneren. De wonderbaarlijke werking van contrasten openbaarden zich. Met een vleug van groen kwam ze los van de achtergrond. De spiegel was ook een spel met de kleuren, maar voor het gezicht was niet voldoende tijd. Te gehaast, met de seconden op de hielen. De vinger van het verleden priemde in mijn rug. Haastige spoed is zelden goed. De stelling werd onderschreven door mijn nutteloze handelingen, die alleen maar het tegenovergestelde bewerkten. Verknald en niet de rust en de tijd om er verandering in aan te brengen. Alsof het zo moest zijn huilde de hemel met een flinke regenbui mee. Straks in het nieuwe atelier zijn er zeeën van tijd om te kijken waar of het fout is gegaan. Er is hard gewerkt tijdens dit uitstapje naar het Japonisme. Bij de volgende versie gaan we ons verdiepen in portretten, iets wat ik al heel lang wil. Even wat rust en bezinning.

Tot mijn schrik merk ik dat time-management discipline vereist. Er staan toch weer twee afspraken voor deze avond. Wie zei ook alweer dat je, als je eindelijk op de verdiende lauweren mocht rusten, uit moest kijken voor dat zwarte gat…

 

Uncategorized

Een staaltje gezichtsbedrog

Poes Pluis krijgt te weinig beweging. Ze is sluipend veel te dik geworden. Of liever gezegd, juist door het gebrek aan voldoende sluipen.’We nemen kleinere voerbakjes’, waarschuwde zoon al. ‘Ze is veel te dik’. Hij zegt het al maanden. Misschien heeft hij vooral het idee in mijn hoofd geplant. Door het als een mantra iedere dag te benoemen, vestigt zich de overtuiging. Ik kijk naar mijn kleine grijze tijger en moet eigenlijk beamen, dat ze verder afstaat van het plaatje in mijn hoofd dan ooit. Ze lijkt eerder op een zeekoetje.

001

Het is geen sinecure om een balkonkat te zijn. Je kan niet eens even flink rennen om te ontladen. De trap op en af en een spurt naar het balkon zijn de enige opties. De speeltjes hangen roerloos aan haar krabtroon. Een enkele keer duikt ze nog even op en tikt een balletje in het plastic rondje van de ene naar de andere kant. Daarna zakt ze weer met veel geronk af naar het balkon.

De hoofdoorzaak ligt in de kittenmelk die ze, toen ze nog een klein en schattig bolletje grijsgestreept was, altijd zo koddig op dronk. Ze was er gek op. Net als op de staafjes met onbestendig vlezig lekkers, die we haar in het begin ook voerden. Jonge poezen zijn in alles zo vertederend, dat je ze nauwelijks ook maar iets kan weigeren. Nu heeft ze formaat klein vloerkleed als ze zich uitrekt. Heel zacht en aaibaar maar onmiskenbaar veel Pluis.

008

Haar moeder was een magere kleine boskat, die zich uitleefde in het bos om de vakantiebungalow waar ze woonde. Pluis heeft als enige heldendaad eens een angstige veldmuis gevangen, die per ongeluk overmoedig naar boven was gestiefeld. Die heb ik weer vervolgens uit haar speelse klauwtjes gered, maar het bleef bij die ene keer dat ze haar jagersinstincten kon bevredigen. Verder is het een gezapig leven, van liggen onder de sprei bij de vrouw, warm en ronkend, tot zitten op het balkon en tussen de lieflijke lentetooi van tere violen smachtend kijken naar al wat vliegt.

Ze zou niet misstaan als de flattekat in de verhalen van Annie M.G. Schmidt. Het voordeel van haar omvang is dat ze niet meer allerlei capriolen uithaalt om van het balkon af te komen, het gevaarlijke richel lopen op het hek incluis. Ook springt ze niet meer op het smalle muurtje dat ons balkon scheidt van een wereld vol vreemde balkons. Ze lijkt qua gewicht nog het meest op de kat, die de hoofdrol speelde in de film De stad over het verborgen dierenleven in Amsterdam. Haar buikje zwabbert met dezelfde gemoedelijkheid heen en weer.

003

Misschien moeten we een trainingsschema aanhouden naast een streng regime in het doseren van brokken. Er mag zeker wel drie kilo kat af. Helaas duikt de commercie onmiddellijk op in onze welvarende kattenstaat en het ene dieetvoer is nog duurder dan het andere. Door de bomen is het bos nauwelijks meer te zien. Het is tijd om het eigen gezonde verstand in werking te brengen. Minder eten en meer bewegen doet ons ook goed. Dat kan voor een lieve grijze streepjespoes bijna niet anders gelden. Morgen, neem ik me voor. Echt. Morgen begin ik er mee. Met een van de kleine kommetjes waar maar de helft van het dagelijkse voer in past en dan in alle geleidelijkheid minderen en meerderen met spelen en afleiden. Zodat Pluizebol weer een beweeglijke poes wordt, zoals het een kleine grijze tijger betaamt.

Als ik de brokken in het kleine zwarte kommetje schudt, blijkt er even veel in te gaan als in de zilverkleurige voerbak. Volksverlakkerij of een staaltje gezichtsbedrog. Ik hou het op het laatste.

Uncategorized

Het geschreven woord

Zomertijd had een heel uur tussen de touwen gemangeld. Met de slaap nog in de ogen begon ik aan een drukke dag. Wat de psychologie al niet vermag. Normaliter maal ik niet om een uurtje meer of minder, maar het idee alleen al. Zomertijd.

Mijn dagelijkse ritueel had versneld plaats gevonden en om negen uur zat ik in de auto, op weg naar Amsterdam waar, in de Brakke grond, de Grote Vriendelijke Podcast live uitgezonden werd. De auteur Sjoerd Kuyper zou onder andere aanwezig zijn om zijn nieuwe kinderboek ‘Bizar’ te bespreken. Ik was vergeten dat het lastig is in een niet vertrouwde stad een veilige parkeerhaven te vinden in de buurt en kwam uit bij het Waterlooplein. Dat betekende dat ik nog een stukje stevig door moest stappen, waarbij ik vooral de omweg van de Iphone-route diende te omzeilen. Ik schoof op gevoel de straat Rusland in en sneed minstens een kilometer af en toch sloop ik pas vijf minuten na aanvang zachtjes de bijeenkomst binnen.

023Toen -d-’s nog -t-’s waren…

Niet lang daarna werd ik gegrepen door de twee podcasters, Jaap Friso en Bas Maliepaard, die een heerlijk en uitgebreide beschrijving gaven van hun boekentips en diepgaand en lang met Sjoerd Kuyper over de essentie van diens werk en het leven aan de praat raakten. Op een volstrekt natuurlijke wijze wisselden ze elkaar af en stelden de juiste vragen. De vier jaren filosofiestudie van de auteur klonken door in de citaten uit het boek en zijn beschouwelijke visie op de wereld was die van de oude ziel, die hij zichzelf toedichtte. Hij verpakte het relaas met dezelfde vlotheid als waarmee hij de pen had gehanteerd om het boek te schrijven en aan het eind had ik ontzettend veel zin in het boek te duiken. Bizar bleek een avontuur van een dertienjarig meisje met een oude ziel, die drie maanden lang niet meer mocht lezen van haar psycholoog en vervolgens in haar dagboek alle maatschappelijke onrust van deze tijd te lijf ging en er niet voor terug deinsde de oude Shakespeare aan te halen.

003

Sjoerd zei iets opmerkelijks waar, in mijn beleving, een zweem van nostalgie doorschemerde. Hij vond dat er een school moest komen voor de ziel. Er waren zoveel soorten scholen, maar die voor de ziel had men vergeten. Onderwijs en de opvoeding hadden veel om het lijf, maar er was niets voor de diepere, zo belangrijke, gevoelslaag. Werden kinderen nog wel grootgebracht met empathie, vroeg hij zich af. Kwam hun gevoel nog wel aan bod.

Het was lastig om de nuances eruit te filteren omdat er in gemeenplaatsen gesproken werd. Kinderen van deze tijd worden opgevoed in uiteenlopende varianten, afhankelijk van het milieu waarin ze opgroeien en de verschillen zijn enorm, weet ik als ex-leerkracht van een Jenaplanschool. In de visie van de schrijver worden ze, in zijn optiek,  tegenwoordig belast met zaken die eigenlijk nog niet des kinds zouden moeten zijn, zoals het klimaatbeleid. Aan de andere kant deinst hij er zelf niet voor terug om ze een dosis volwassen filosofie mee te geven. Juist die tegengestelde gedachte sudderde nog wat na. Na afloop was er ruimte voor vragen stellen maar terwijl ik, tijdens de drie vragen die aan bod kwamen, aan het bedenken en formuleren ging in mijn hoofd, was de gelegenheid alweer voorbij. Zo werkt dat.

021

Ik spoedde me terug naar mijn parkeerplaats, tussen de toeristen door die zich vergaapten aan de typische gevels, bruggen en ornamenten in het uitbundige zonnetje tegen een prachtige blauwe lucht. Meerkoet had, met haar eigengereide stadse fratsen een ingenieus nest gebouwd van alles wat in de gracht aanwezig was, afvalhout en plastic, en zat triomfantelijk op haar trotse bezit aan de voet van de Lommertbrug. Ergens piepte een, uit de kluiten gewassen, bloeiende azalea door de gevel heen. De kakofonie aan verschillende talen gaven een mondiaal tintje aan de oude gevels en boven alles uit schitterde de haan op de Westertoren.

024

Het was een zinvolle ochtend en ik was blij dat ik Bas en Jaap in actie had gezien. Iedereen die van kinderboeken houdt en op de hoogte wil blijven, doet er goed aan om deze Grote Vriendelijke Podcast te beluisteren. Want niets is zo boeiend als kinderliteratuur, een opmaat naar de ziel, waar Sjoerd Kuyper naar zoekt in het huidige bestaan, maar die zo overduidelijk en onveranderlijk in alle eeuwigheid te vinden is in het geschreven woord.

Uncategorized

Zien en beleven

Zomertijd en de ochtend verkeert nog in vredige rust. Iedereen is bezig om om te schakelen naar een nacht met een verloren uur. Die was al betrekkelijk kort vanwege de onrustige dagen eraan vooraf. Er heerst doodse stilte. Het sonore gebrom van een vliegtuig is weggeëbd. De merel is alleen te horen in wat gekwinkeleer. Een enkel keertje scheurt er een auto over de weg. De Iphone geeft 7.37 aan. Straks moet ik in de benen om de Grote Vriendelijke Podcast bij te wonen in de Brakke Grond. De dag ligt open en vol belofte.

Naast me ligt de dikke pil van Murat Isik. ‘Wees onzichtbaar’. Hij schrijft vlot en het is prima te lezen. Ik kom er niet in op de manier die gebruikelijk is. Het blijft op afstand. De vraag is of het aan mij ligt, door teveel bezig te zijn met van alles en nog wat of dat het aan het verhaal ligt. Teveel vader en zoonperikelen te samen zijn in een dikke pil verenigd, of is het de taal, te weinig poëtisch hier en daar. Doorgaans kan ik minder retoriek waarderen als het verhaal boeit. Ik hou het op mijn eigen onrust en kijk uit naar de avond dat we hem zullen bepreken met onze verse boekenclub, die  voor de tweede keer zal knisperen.

100_4791

Op de dag was ik op de tuin gaan kijken. Het weggetje er naar toe op het terrein zelf lag badend in het zonlicht en meerkoet en eend hadden er zin in. De fruitbomen van de mannen vooraan stonden in bloei en kleurden tegen de strakblauwe lucht witter  dan ooit. Het  hek van de schapen stond er gedeeltelijk maar de lieve vriendinnen waren nergens te bekennen. De slangenhoop was omgelegd en helaas waren er geen eieren van de ringslang. Jammer, maar blijven hopen. In de tuin was de ravage compleet. Naast het fundament van wat ooit het atelier met de stenen dakpannen was, lagen nu ook onthoofde wilgen. De buuf was rigoureus aan het knotten geweest. Dat mocht van mij, want de moestuin kreeg te weinig licht en lucht. De kersenboom had ook een grote tak verloren en mondde uit in een miezertak.

100_4789

De luiken laten vallen en denken aan straks, was het devies. Ik zocht naar de vogels, hoorde ze kwinkeleren, maar zag ze niet. De twee bewaarengelen lagen voorover in de bloemperken en leken zichtbaar opgelucht, toen ze weer in ere werden hersteld. Of was het mijn eigen gemoed, dat oplichtte bij het zien van een klein oud en vertrouwd beeld.

100_4792

Alleen de bergamot was al aardig opgeschoten en ook de brandnetel pakte uit in volle glorie. ‘Aan het werk’ schreeuwde de tuin, maar later maande ik mezelf, eerst Jut de hut en dan de rest. Ik kwam alle vriendinnen tegen, want ieder was er met het prachtige weer opuit getrokken. Het was goed toeven voor even.

100_4790

Daarna afzakken naar de toekomst.  Er was onmetelijk hard gewerkt om het nieuwe huis op wielen een grandeur mee te geven die er niet om loog. Wat wordt ze mooi en voornaam. Geïsoleerd, dubbel glas en heel mooi strak van binnen. Een ruim atelier. Vergane glorie en een vernieuwde toekomst met elkaar in evenwicht op een dag. Het leven lacht. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Ziel en zaligheid

De nacht trekt haar befaamde kleurenpalet uit de kast met zacht rood, roze en geel, prachtige nachtblauwe wolken en  wedeblauw. De takkenwirwar voor het raam verandert in een prachtig filigrein tegen dit adembenemende schouwspel. Beneden pinkelen een handvol lichten. Op de foto trekt alles vlak en vervaagt de intensiteit. Het is een fractie van de indruk die ik in werkelijkheid meekrijg.

001

Een belletje de nacht ervoor. De slaap was niet gekomen. Alsof het zo moest zijn, joegen gedachten en verwachtingen door het hoofd. Klaarwakker was ik na de vraag of ik richting dochter en schoonzoon wilde komen. Het rommelde. Om kwart voor twee stond ik op de stoep met haastig bij elkaar gegrabbelde benodigdheden om een lang wachten door te komen. Ik moest denken aan de periode vlak voor de komst van deze tweede dochter.

Vrienden waren op bezoek, het huis was gevuld met kinderstemmen, kwinkslagen en muziek. Tussendoor liep ik met dikke buik, waar steeds wat vocht uit sijpelde. Hoog ingescheurde vliezen en weeën die maar niet wilden doorzetten. Bij de heftigheid ervan zong ik mee met uithalen op een pittig volume, al naar gelang de pijn heviger was. ‘When you’re down and troubled and you need some love and care…’ Ja heel veel liefde wilde ik daar op dat moment. ‘And nothing, nothing is going right’. Nee. Mijn lieve dikke buik, die al die maanden veilig groter was gegroeid, stond op springen. Dat kleine schatje had een lastige weg te gaan, maar het moest er wel uit.’Close you’re eyes and think of me and soon I’ll will be there, to brighten up even you’re darkest night’. Ja dat zou de beloning zijn. Kiezen op elkaar, of juist niet en zingen maar. Lange smartelijke uithalen door het verlangen heen. Kom maar lief kind. Na anderhalve dag, binnen de noodzakelijkheid van 24 uur lag er een prachtig meisje in mijn armen. Toch wel nog naar het ziekenhuis op het laatste nippertje.

Nu 37 jaar later stond dit lieve kind van ons op het punt om de wereld te verrijken Ze hadden samen van te voren een heel geboortestappenplan uit gewerkt en elke vorm van onnatuurlijkheid uit het scenario geschreven. De verloskundige was een rustige jonge vrouw met veel ervaring, die de gekoesterde ideeën onderschreef en het hele proces van bevallen kon loslaten. Er was geen interventie nodig. Het vond een eigen natuurlijke weg.  De baarkruk stond onaangeroerd in een hoek. De pijn vloog niet op zangnoten door de lucht maar in een prachtig houvast aan manlief. Nooit heb ik twee mensen zo samengesmolten hun kind zien krijgen. Wat een prachtig geschenk en wat een bijzondere nacht.

100_4774.jpg

Boven lag de eerste telg die in een klap dichter bij de volwassenheid stond. Gaan slapen als kleine man en wakker worden als grote broer. Kijk, dat is pas stoer. Dan treedt de zorgfactor om de hoek, wordt de beschermer wakker. De kraamzorg kwam binnen op het moment suprême, net op tijd. Gaaf. Opeens herinnerde ik me het fototoestel en schoot tussen alle houdingen door, hapte naar adem, knipte, legde dit prachtige moment, zo goed en zo kwaad als het ging, vast. Kleine Mae was geboren.

Terug naar huis, na de onbetaalbare reactie van de kleine grote broer, hief ik in gedachten het glas op naar boven en als beloning trok de versbakken opa de hemel open tot de lucht brandde in een badend licht door een feestelijke zon en schoof er een diep purperrood over de witte mistflarden boven de velden. Het was zeven uur in de ochtend. In een nacht was het wonder weer geschied en vulde, tot in de kleinste vezels, ziel en zaligheid.

Uncategorized

Wat ik het liefste doe

Mijn moeder deelde de huis- tuin- en keuken-momenten en spon er haar wijsheden en haar verzuchtingen doorheen. Mijn moeder, die zichzelf geen schrijver vond.

024

De dagboeken.

24 januari 1985

‘Min-dag. Ik zit ‘n feministisch boekje te lezen dat over huisvrouwen gaat, ‘t lijkt me leuk, als ik er niet meer ben, toch te lezen hoe ik op 65 jarige leeftijd mijn huisvrouwdag doorbracht.

Ze beschrijft haar dag van 8 uur ’s morgens tot 24.00 uur ’s avonds nauwgezet. Haar vooruitziende blik destijds heeft mij gebracht waar ik nu ben. Ik ben nu een jaar ouder dan zij destijds. 32 Jaar later lees ik deze speciale dagboek-dag. Dagen, zoals ze in mijn geheugen gegrift staan. Ik kan haar uittekenen, als ze ‘ de badcel doet’. Met chloor weet ik, veel te veel en veel te vaak. Als je de huisdeur opende, rook je niet de oude-mannen-geur waar ze zo bang voor was, maar een doordringende chloorlucht. Alle bacteriën werden gesmoord en stukje bij beetje ook haar gezondheid. Kinderen komen en gaan, het huis in de Amandelstraat is een duiventil. Als bijen om de stroop komen ze aanvliegen, drinken en eten wat, kouten wat, kabbelen voort. Daarna zijn er in vliegende vaart de boodschappen en andere verplichtingen.

De dagelijkse hectiek, waar ze minder onrust aan verbond dan ik er in meen te zien. Een huisvrouwendag. Zijn die er nog. Echte ‘huisvrouwendagen’.

Herinnering:

Mijn vader beeft als ik hem in zijn jas help. Zijn lippen klemmen zich halsstarrig op elkaar. Mijn moeder plant zijn pet, de bescheiden klep naar voren, op zijn grijzende kransje en doet hem de das om. Letterlijk en figuurlijk in zijn beleving. Aangekleed gaat uit. Ergens vraagt Toon Hermans aan mij of zijn jasje goed zit. De deur zwaait open en we stappen over de drempel van het ongewisse. Voor het eerst loopt hij zijn rondje. Zijn bezwaren over de lijdzaamheid waarmee de buurt hem zal bekijken, de buurvrouwen achter de half gesloten vitrage, de gesprekken die komen gaan: ‘Zeg heb je van der Linden al gezien, ook niet meer wat het geweest is’, sussen we weg. ‘Kom nu maar’. Een beetje beweging in zijn vastzittend gemoed. Hij begint aarzelend en dan gaat hij los. Zo kenmerkend bij Parkinsonachtige verschijnselen. Eenmaal de vaart erin is hij niet meer te stoppen. Hij helt licht voorover en we proberen de armen te ondersteunen, maar hij rukt zich los. Hij begint steeds sneller te open. Mijn moeder maant hem tot kalmte. Het werkt als een rode lap op een stier. Aan het eind van het blok, niet meer dan een klein kwadraat, moeten we hem tegenhouden omdat hij voorover dreigt te vallen. Al struikelend leunt hij zwaar op onze beide armen en spuugt zijn onmacht verbeten over onze hoofden uit.

5692_1104004996285_1111537073_30295405_5022698_nMoe in de keuken

Huishouddagen: Ik heb ze nauwelijks gekend. Huishouden deed je erbij. Nog steeds. Als ik iets achter stel in het leven is het de aard der dingen in huis. De staat van de wasmand, de inhoud van laden en kasten, de van kleding uitpuilende stoel op de slaapkamer, het stof tussen de boeken. Alleen de vaat niet. Ik hou van een schone ‘vaat’. Die speciale dagen van mijn moeder zijn ingeboet tot het hoognodige. Niet meer, niet minder, waarom energie verspillen als het anders kan. Je draait je om en er ligt alweer een nieuw ‘huishouden’ klaar. Ik heb het er nooit met haar over gehad. Een ding had ik me voorgenomen. Ik zou nooit doen wat op een opdracht leek en er kwam geen was in de kamer te hangen.

Haar afsluitend ritueel van de dag, schrijven,lezen, mijmeren heb ik overgenomen voor in de vroege ochtenduren en is een deel van mezelf geworden. Het is wat ik het liefste doe.

 

Uncategorized

Tijd om de bloemetjes buiten te zetten

Vandaag wordt de oudste kleinzoon tien. Het benadrukt de snelheid van de tijd. Ooit, ergens, in de verre oudheid, snelde ik naar Parijs met de auto om de eerstgeborene van mijn nazaten in de armen te kunnen sluiten. Een Frans ziekenhuis is een ervaring op zich.  Ze zagen me aan voor een vriendin van de moeder. Een groter compliment kan je niet krijgen. In de hoge kale kamer pinkten we de ontlading van de emotie weg. Met minder dan vijf uur had ik de wegen getrotseerd en dan zit je naast het bed van je dochter de vrouw en moeder en is er nieuwe betekenis gegeven aan de geschiedenis.  En plotseling is hij al weer tien en gaat het vieren met zijn twee broers en zijn vader en moeder. De hele familie is geveld door buikgriep maar het feest staat gelukkig op zondag gepland.

009

De hele dag heb ik me gisteren koest gehouden om me op te laden voor de wolkenpartijen ’s avonds, waar ik me op wilde storten onder begeleiding van Anneke. De computer wat opgeschoond, wat boeken door gekeken en opgeruimd. een was gedraaid en opgehangen en eten gekookt. Daarbij kwam ik drie audio-opnamen tegen van vroeger. Ooit had ik de geest gehad om cassettebandjes op te nemen met stemmen van de kinderen. Liedjes, verhaaltjes en mijn stem die aan het temen en flemen was om maar wat op het bandje te krijgen, er te vaak tussendoor. Bij het bandje met de vader van de kinderen, toen nog springlevend, is een irritante stofzuiger, of lag het misschien aan de opname, die het geluid bijna uitwist. Juist daarbij. Al jaren geleden had ik de cassettebandjes veilig digitaal gemaakt, zodat het niet verloren zou gaan. Gisteren heb ik ze afgeluisterd en weer doorgesluisd naar de kinderen. Hoe zou het zijn om als eind dertiger je stem terug te horen van toen je vier was. Film is er niet, alleen de herinneringen en verhalen én deze drie audio’s.

010

Dat kalm aan doen ging wonderwel en ik was voldoende opgeladen om de puntjes op de -i- te zetten. Het paneel moest af. Toch nog meer werk dan ik dacht maar het lukte wonderwel. Daarna wilde ik de ‘fluffy’ wolkenpartijen boven de Lek gaan uitproberen. De eerste opzet staat nu. Voordat we het in de gaten hadden zong Aretha Franklin ons naar het einde toe met een klein cadeautje en een zoen van de juf. Wat is het toch heerlijk om, in het leven, op pad te gaan en nieuwe mensen te leren kennen, die voelen als zielsverwanten.  Het geeft zo’n rijk gevoel.

008

Een mens is nooit te oud om te leren. Door goed te luisteren en te kijken hoe een ander werkt, verwerf je nieuwe inzichten. Het is verrijkend en geeft een heerlijk gevoel terug als ik in de auto zit en de avond voorbij laat glijden. Als dan bij thuiskomst ook nog eens een mooie glanzende kaart van een van de schilderijen van een lieve leesvriendin met een bemoedigende tekst in de bus is gevallen, kan de dag niet meer stuk. In mijn oor fluistert mijn Oma: ‘Tel Uw zegeningen’. Wat zijn het er veel op een dag. Het voelt rijk en betekenisvol.

Het voornemen groeit om straks bij kleinzoon op het schoolplein te staan. Je wordt, per slot van rekening, maar een keer in je leven tien. Verrassingen zijn het leukst. Onverwacht gekregen telt dubbel. Toeters en bellen uit de kast en gaan. Het is tijd om de bloemetjes buiten te zetten.

 

 

Uncategorized

Voelbare liefde

Bij het speuren naar wat informatie open ik het document ‘Herinneringen’. Er rollen drie foto’s uit. Ze zijn genomen van de inhoud van het beduimelde schriftje uit de derde klas van de lagere Nicolaas-meisjesschool. De school stond bezijden de kerk, aan de andere kant stond de Nicolaas-jongens school. De deugd in het midden moet de architect gedacht hebben.

016 1959

Schrijven en tekenen was de weg der ontsnapping voor alle problemen die zich aan konden dienen in zo’n roerige periode. Dat eerste tekstschriftje, zorgvuldig bewaard en nog altijd, 59 jaar lang, geheel in tact gebleven. Compleet met de tekeningen en de verhaaltjes en gedichten overgeschreven uit de Roomsch Katholieke klassiekers van die tijd. Deugdzaamheid en vlijt. zorg voor al wat leeft. We hadden thuis geen aquarium. We hadden alleen maar nooddruftige dieren, arme vogeltjes die uit het nest gevallen waren, of gewonde egeltjes, scharrelend in een schoenendoos. Broer had ooit een manke eend, een vleesgeworden Snabbeltje, op sleeptouw genomen. Aan liefde geen gebrek.

015 1959

Van zwaluwen had ik geen benul, behalve als ze in een versje aan kwamen vliegen. Het luchtruim werd nog niet zo uitgebreid bestudeerd. Ik geniet van de zwaluw die als een vermeende postduif rondvliegt met het briefje in zijn snavel. Toch stiekem een eigen dingetje toegevoegd. We waren veel meer gericht op het slootleven van de sloot in de Thorbeckelaan. ‘O krinkelend winklend waterding, met zwarte kabotseken aan…’ behoorde tot mijn persoonlijke klassiekers. Geen idee wat de precieze betekenis was, maar die woorden die rondwalsten in je mond en er dan zo vloeiend uit kwamen rollen, wat een heerlijkheid.  Vaak pakte ik het beduimelde boekje met ‘Kleen Gedigten’ van Guido Gezelle met de bruine dooraderde kaft en las en las en las. Ik droeg ze voor op school

. 026.JPG 025.JPG Dagboek uit 1967

Met de paplepel ingegoten als het op schrijven en tekenen aankwam. Aandoenlijk zijn  de tekeningen in de dagboeken uit die tijd. Ik voel mijn stevige ongelukkige puberhart weer. Mijn hele schoolcarrière lang heb ik dromend en tekenend doorgebracht om aan alles te ontsnappen wat een kerf zou kunnen betekenen op de geluksbalk. Tot groot verdriet van de heer Schimmel, die met zijn algebra voor een dichte deur stond. Nederlands was de enige les waarbij ik, op eenzame hoogte, betrokken was en mijn gevoel liet vieren. De juf heette Van of Ter Harte. Het maakte niet uit. Ik vond haar lief. Door de taal groeide ik meters, waar ik elders enkel struikelde over de kennis en de botte wrevel daarover bij de docenten. Ze kregen de kans niet. Gordijntjes van mijn lange pony werden naarstig dichtgeschoven bij benadering.

017

Ontladen dus. Onmacht,en verdriet van je af schrijven of schilderen. Verdwijnen in het scheppen, het hele creatieve proces. Het is de uitweg geweest bij uitstek. Ondanks alle gebeurtenissen van de laatste dagen wilde ik mijn bruisende energie kwijt en ben toch gaan schilderen. Ommetje gekuierd in het oude Vianen, naar de vegen in de koude avondlucht bij schemerduuster gekeken en daarna fris en fruitig aan de worstel met de Breitneriaanse kimono. Geregeld liep ik bij het gezicht in de val van het perfectionisme. Gas terug nemen, wegpoetsen, opnieuw proberen. Tijd voor het wat grovere werk en het oogloze gezicht laat ik even rusten. Ik ben teveel bezig met gelijkenis, waar dat niet ter zake doet. Het is mijn algebraïsch onvermogen wat om de hoek komt kijken. De gele toefjes vormen wonderbaarlijk genoeg de juiste bloemen als je er een veeg overheen haalt en een vleugje wit..

024

Het gezicht weer weggepoetst, nog een les te gaan. Ik ben optimistisch gestemd. Met mijn lieve vriendinnen was het goed toeven. Het weegt mijlen meer op tegen piekerende rust. Niet alleen biedt het geploeter aan het werk perspectief, maar juist ook die extra harten onder de riem, de bezorgdheid en troost, de aandacht en de voelbare liefde.

Uncategorized

In overvloed

Vandaag is mijn schoonmoeder 97 geworden. Dertig jaar verder dan ik nu ben. Als je nu tegen me zou zeggen, hier is een cadeautje voor je. Je hebt de bonus gewonnen. Je krijgt er nog eens dertig jaar bij, dan zou ik in een opwelling het hele idee afwimpelen. Beleefd maar resoluut. Terwijl ik het leven lief heb. Waar komt het dan vandaan.

007

Veel wil ik wel en de wensenlijst duidt op gretigheid. Ik wil de kinderen en hun gezinnen zien groeien en voltooien, hun lieve lijven ouder zien worden, hun liefdevolle omhelzingen voelen, de kleinkinderen zien bereiken wat ze graag zouden willen. Ik wil lang kunnen blijven schilderen en mijn malle tekendagboeken vol krabbelen, van de natuur genieten, die boeken schrijven die almaar liggen te sluimeren. Ik wil met mijn zussen de mooiste plekken van de wereld zien, elkaar vasthouden bij het ouder worden, ik wil ideeën en troost uitwisselen met mijn liefste vriendinnen en elkaar omhelzen, samen oplopen.

003

Van mijn nieuwe tuinatelier genieten en van dat kleine paradijs er omheen, mijn familie volgen op de voet. Ik wil mijn ervaringen delen, mooie foto’s maken, genieten van de wisselende luchten. Ik had willen blijven reizen, dansen. Maar bovenal wil ik gedachten stroomlijnen. Ik wil de optimist bewaren die me eigen en lief is. Ik wil het leven vieren met alle toeters en bellen die er bij kunnen horen.

euaj5530 (1)

Beperkingen zijn er om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Toch zijn het juist ook de belemmeringen die me laten aarzelen. Op verscheidene vaardigheden heb ik moeten inboeten. Gehoor, zicht, reuk, smaak, hart, longen, pezen en botten. Voldoende om te weten dat de onafhankelijkheid wat meer op de tocht staat. Daar zit het grote knelpunt.

Te weten dat men zo dadelijk niet met maar over mij aan het praten is, over mijn hoofd heen Niet mijn schatjes, want die weten, hoe dat ervaren wordt. Maar de buitenwacht. Zoals bij de oude man in het bed tegenover mij op de Cardio. Zijn vrouw en twee dochters zitten naast hem. Een schoonzoon loopt ijsberend van de deur de gang op en weer terug, de hele middag lang. Ik weet de koffiekamer erachter, een onrustig hok, met een machine waaruit cappuccino te tappen valt. De man in het bed met de gele sprei heeft een klein vogelgezicht, dat vooral versterkt wordt door de ronde bruinzwarte kraalogen, die voortdurend heen en weer schieten, een verwarde blik door de onduidelijkheid van de verhalen. Hij hoort niet goed. Dat maak ik op uit het praten in blokletters door zijn begeleiders. Extra stemverheffing en nadrukkelijk gearticuleerd. Maar het ergste: In de wij-vorm.

Hij ligt beneden hoorniveau, te laag om aan het gesprek deel te kunnen nemen, maar dat is ook niet gewenst, want men praat letterlijk over hem heen. Zijn blik wordt angstiger als er besloten is, hoog  vanaf die onneembare vesting, dat hij nog een nacht moet blijven ter observatie en dat dat betekent dat zijn vrouw wel naar huis zal gaan en hij niet. Samen blijven was prima geweest, maar alleen blijven. Boven hem dichten ze hem allerlei eigenschappen toe. Hij duikt nog dieper in het kussen en sluit af en toe dan maar de ogen of laat een diepe zucht horen. Vrij vertaald zegt hij: ‘Het heeft allemaal geen zin wat ik doe of zeg, men heeft allang beschikt over mijn lot’. De wereld trekt nu als vanzelf langs hem heen. Als klap op de vuurpijl vraagt de dienstdoende arts hem of hij gereanimeerd wil worden. ‘Huh’, grote vogelogen. ‘Ga ik dood dan’. ‘Nee, maar stel’.

Dat dus, dat is wat ik bedoel met het verlies. Het gaat niet om het loslaten. Het gaat om de teloorgang van de kwaliteit. Het gaat ook om het respect van de ander voor jou in dat lijf dat niet meer dragen kan waar het eerst zo goed in was. De goedbedoelde suspogingen, de vergoelijkende woorden, de doekjes voor het bloeden, ook al worden ze aangedragen uit liefde. Je zou er in de war van raken.

IMG_0491

Dertig jaar extra, de bonus. Als de afbrokkeling nu stopt ga ik mee. Zullen we dat afspreken? De vulling is er namelijk, in overvloed.

 

Uncategorized

Een Ding dat zeker is

Gisteren kreeg ik van een trouwe lezer een groot compliment dat mij ontroerde. Omdat hij toch geschrokken was van mijn uitstapje naar de Cardio afgelopen zaterdag. Ik schreef dat Taal heelt en hij schreef terug: ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. Hij liet daarna nog een prachtig licht schijnen op de manier waarop ik met die taal omga, maar daar moest ik van blozen en dat hou ik voor mezelf. Dat gebeurt ook. Het lijkt of ik mijn hele ziel en zaligheid op tafel leg, maar geloof me, er worden alleen losse puzzelstukken verteld. Met die diepere gedachten wil ik altijd nog eens wat doen. Ze blijven sluimeren onder het oppervlak en of dat lukt zullen we bezien. Maar wat naar boven borrelt en er uit wil, krijgt een podium.

De zoon van de Woordbouwer

Vanavond hebben we de redactievergadering voor het blad, waar ik de kinderboeken voor recenseer. Het thema is taal. Ik heb me gek gezocht om een boek te vinden dat taal als hoofd-item heeft. Opzienbarend is natuurlijk dat er heel veel boeken zijn met prachtige taal. Dat lezen altijd een manier bij uitstek is, al dan niet in een omlijsting van de meest inspirerende of grappige of kunstzinnige illustraties, dat er lesboeken zijn over taal in een jas die altijd te herkennen zijn met didactische onderbouwing. Dat er doe-boeken zijn over taal met digitale verrijking, maar een mooi boek over taal zoals bijvoorbeeld ‘De zoon van de woordbouwer’ van Frank Herzen, die zijn er niet zo veel.

Boekcover Kruistocht in spijkerbroek

Dat soort kinderboeken waren in de jaren zeventig en tachtig in zwang. Lezend leren op hoog niveau. Leren met rode oortjes, dat zou vaker moeten gebeuren, hebben ze in die tijd vast gedacht. Dus kwam er een boek, dat het spel van de politiek als een warme deken uitrolde onder de noemer ‘Koning van Katoren’en verdwenen er duizenden kinderen in een avontuur met Stach mee, gedirigeerd door Jan Ter Louw. Hij zat immers zelf tussen de krochten van de zuilen gemangeld en wist alle ‘ins and outs’ moeiteloos voorhanden te toveren. Er waren ook in die dagen boeken die de geschiedenis lieten uitwaaieren in spannende avonturen van Thea Beckman, Miep Diekman en Tonke Dragt. Ademloos hingen mijn kinderen tegen de tijd aan.

Ineens wist ik het. een modern boek over iets wat niet benoemd wordt, een ding, iets wat over taal gaat zonder een specifiek woord te zijn. Een ondefinieerbaar object dat omschreven wordt of in beeld gevat, zal vragen oproepen. Vragen over taal. Het bracht me, tot mijn verrassing, naar twee redelijk recente boeken. Een uit 2014, van de hand van mijn pas veroverde ontdekking, waarvan ik onmiddellijk fervent bewonderaar ben geworden, de boeken van Shaun Tan met de inspirerende titel ‘Het ding en ik’. Hij vat kinderboeken in zijn prachtige kunstzinnige tekeningen meer nog dan dat hij er tekst aan geeft. Daarmee laat hij  de ruimte aan kinderen om schoonheid te vangen in het eigen woord. Vorig jaar, in 2018, kwam er nog iets uit de lucht vallen. ‘Het Ding’ van Simon Puttock en Daniel Egnéus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk, in het boek zelf Het stoomde onmiddellijk op naar een hoge notering in kinderboekenland. Wonder op taalwielen.

Het nam me weer mee naar de jaren zeventig toen Leonie Kooiker haar ‘Het malle ding van Bobbistiek’ aan de wereld toonde en er een gouden griffel mee haalde. Door een ding kan je met behulp van je eigen fantasie en taal die heerlijke wereld van ontdekken  binnengaan.

100_4217Schatten vinden…

In mijn groep was een onderdeel van de filosofieles een taaloefening, die bij uitstek alle benodigde betrokkenheid ontfutselde om een les boeiend te maken. Eerst lekker samen kleien en dan omschrijven zonder het te benoemen, wat je gefrutseld had om er daarna een naam, en daarmee betekenis, aan te geven. Reflectiekringen zijn de taalkringen bij uitstek. Elke broekzak van de zoeker is een gouden taalmijn, die helemaal tot zijn recht komt bij het onthullen. Zoekkisten, schatkasten, noem het maar. Taal voor het onbenoemde. Nieuwe taal.

Dus kwam ik weer, dankzij de complimenten van mijn Blogvriend, die zelf elke week  juweeltjes het licht laat zien met veel vaart en humor, op deze overpeinzing. Taal, woorden voor het onbenoembare. ‘Zoekt en gij zult vinden’, hoorde ik als klein kind. Het loont.

En taal? ‘Taal heelt. Taal geeft uiting. Taal relativeert soms. Taal laat vaak een lichtje schijnen als het donker er om vraagt. Taal zorgt voor humor als er misschien niets te lachen valt’. (Citaat van Mies Huibers)

Dát is een Ding dat zeker is.

 

Uncategorized

Alles sal reg kom

De steen was even terug. Ik had hem er niet neergelegd, maar onmiskenbaar was ie  aanwezig. ‘Alsof er een olifant boven op je borst zit’, omschrijft de ambulancezuster de steen. Ja dát. Een band en een steen. Een borst die niet vrijuit kan ademen, maar ingedamd is. Het keurslijf zorgt voor twijfel. Wel bellen, niet bellen, toch maar wel. De dokter komt en vindt ziekenhuisobservatie noodzakelijk voor de zekerheid. Even alles uitsluiten. Cardio gerelateerde klachten. Maar ik denk vooral in lucht, of toegespitst, die er niet is. Op de Cardio krijg ik ze volop toegediend. Zuurstof die zachte koude lucht door twee plastic buisjes mijn ademstroom in blaast. Ik weet dat ik in goede handen ben. Drie keer sprayen ze onder de tong de relaxmodus, maar het helpt niet. Zenuwen jagen de bloeddruk op.

002-5.jpg

De klik tussen de ambulance-zuster en ik is er. Wij kennen elkaar van eerdere capriolen en een verschil van mening met een dienstdoende arts, waarbij de zuster destijds aan het juiste eind trok en de cardioloog het nakijken had en ik ook bijna. Long en hart onlosmakelijk verbonden en altijd lastig te beoordelen. De kinderen zijn paraat, de jongste reddert en loopt zwijgzaam mee. Bij het zien van dochter volgt er een traantje. Altijd. Even de spanning ontladen. Kleinzoon neemt op de arm van zijn vader met grote ogen alles op. Hij draait een tolletje rond, dat in kleuren uiteen spat en zorgt voor de relativerende afleiding.  Later komt de oudste dochter er ook bij.  Gezusterlijk zitten wij, de vrouwen, welhaast gemoedelijk, bij elkaar achter de lauwe thee en lachen de zorgen weg met kleine heimelijke pretjes. We zijn het gewend. Dat laatste is jammer. ‘Je bent lief’, zeg ik tegen de zuster die zwijgend haar handelingen uitvoert. ‘Nee hoor’, antwoordt ze gedecideerd. We ontmoeten elkaar in blikken die boekdelen spreken, en humor.

Men is veel zorgvuldiger dan de vorige keer en iedereen benadrukt, als door alle extra medicijnen de pijn langzaam wegebt en de verontschuldigingen opborrelen, om toch vooral te blijven bellen. Schroom en afweging staan de onbevangenheid in de weg. Lijf trekt zich er niets van aan en hart nog minder. Dat bonkt haar onregelmatigheid weg in de oplichtende groene film, die zich afspeelt op het kleine scherm boven mijn hoofd.

004

Infuus, bloed uit een ander vaatje, de dokter komt. Lage saturatiewaarde op het apparaat, dan maar via de arterie in de pols meten. In dit geval is meten weten. De prik is pijnlijk en wil twee keer omdat een vat eigenwijs heen en weer blijft rollen. De beloning is er. De waarde is is hoger dan het apparaat aangeeft. Enzymen houden zich koest. Geen specifiek hart, longen weer rustig. De benauwdheid komt nu in golven na inspanning aan de arm van de oudste zoon. Even leunen tegen brede schouder. Bij de tweede keer mag ik wandelen door de gang en later thuis uitrusten. De intense moeheid blijft de hele avond hangen. Ik kan maar niet in slaap komen. Krijg de gevraagde mihoen voorgeschoteld door zoonlief, niet dat er ook maar een zweem aan trek bestaat.

Warme thee en gedachten. Ze worden ingehaald door de onthutsende indruk die de film ‘Mommy’ van  Xavier Dolan,  vanuit mijn schemerige staat op de bank, doorseint. Ze laat me vertwijfeld achter als de beelden zich hebben vast geklit op het netvlies. Onder de indruk van het acteerspel, maar in de hoop dat er geen echt verhaal onder ligt, laat staan een persoonlijke ervaring van de jonge regisseur.

008

De slaap komt laat omdat de straat in alle opzichten even onrustig is als de dag begonnen was. Teddy, beer Bean, lacht naar me en Pluis nestelt zich in de holte van mijn knieën. De nieuwe ochtend begint met beloftevolle zon en een gat in de dag. Alles sal reg kom.

Uncategorized

Het schrobben is voor later

Ik hijs me in de lang jurk en rits tot over heuphoogte dicht. Twee kleine knoopjes in de nek pulkt dochter door de lussen. Het haar op zolder door alles omhoog in een knotje te draaien en de houten pin er doorheen te steken. Mijn hippe brilmontuur vervangen door de gouden Kylie, die de ogen in een vriendelijker daglicht zet. Aangekleed gaat uit. Maak kennis met tante Sara.

002

Tante woont in een groot en voornaam herenhuis, waar geen heer te bekennen valt. Er staat wel een groot poppenhuis en als nichtje Wilhelmina komt logeren overkomt haar daar een spannend avontuur. Nacht in het poppenhuis van Thé Tjong-King en Anna Woltz is mijn baken. De stokpoppen en de prenten in de Kamishibai mijn houvast. De wankele zwarte schemerlamp van zolder er op gericht zet alles in een zacht geel licht. Zestig paar ogen kijken verwachtingsvol en stappen dapper mee het avontuur in.

008

Als de staart van de stenen hond breekt houden ze hun adem in en als de laatste steken van de hechting zijn gezet feesten ze opgelucht met de bewoners van het poppenhuis mee. ‘Ben ik echt tante Sara’ vraag ik voor de tweede keer aan het eind bij de volgende groep. ‘Ja,’ fluistert een meisje. Ze zwaaien als ze weg gaan.

005

Buiten treft de warmte mijn blije gemoed. Het is even lente, ik voel het en ik weet ergens diep in mijn tas nog een cadeaubon voor het tuincentrum van een andere keer toneelspelen als de dames Groen. Wie wat bewaard die heeft wat. Het is nog wat heiig maar de warmte groeit met de minuut. In het tuincentrum broeit het echt. Violen, in alle soorten en maten, componeren een lied met hun uitbundige kleuren. Thuis zijn de winterharde al opgekomen en ontdekte ik overal blauwe druiven tussen de scheefgezakte balkonbezetting. Maar deze violetten en lavendelblauwen zijn zo prachtig en teer. Een sixpack violen gaan mee en een akelei en wat longkruid. Je weet nooit waar het goed voor is. Thuis bekijk ik de entourage voor het spul en bedenk dat ik aan het werk wil. Balkondeuren wagenwijd open en ruimen. In de hoek beginnen en zo naar achter werken. Alles komt aan bod.

006

Overal ontdek ik kleine spruiten op het schijnbare dode hout. De warmte doet ook mijn rommelpotterij zichtbaar goed. Het witte rotan stelletje, vergane glorie en verteerd, heeft haar beste tijd gehad en wordt verbannen. Eerst naar de gang en later naar de galerij, klaar om naar de stort gebracht te worden. De pissebedden rennen voor hun leven bij iedere pot die ik optil. Haha, ik geef ze de tijd om een nieuw onderkomen te zoeken en veeg ze niet met een grote slag van de halve bezem weg. De slakken gaan het gemeenteplantsoen in. Ze vliegen eerst wel even door de lucht en ik hoop dat de takken van de struiken ze als een verend bed opvangen. Poes Pluis schurkt en schuurt haar gestreepte grijze vacht over de warme betonvloer. De koolmezen kiezen wijselijk drie balkons verder uit voor een veilig nest. De loerende ogen van Pluis houden hen waakzaam in de gaten en elke kraai of meeuw wordt smachtend nagekeken.

De natuur maakt zich op en nodigt uit om ook de handen uit de mouwen te steken. Ik begrijp ineens waar de voorjaarskriebels vandaan komen , vroeger thuis, als alle kleden en matten naar buiten werden gesleept en tot in de kleinste vezels werden gemarteld met de mattenklopper. Nieuwe energie stroomt door het land en voedt de verwachting. Met het ontluikende uitbotten kan je niet anders dan zelf aan de slag te gaan. Het schrobben is voor later.