Uncategorized

Wat ik het liefste doe

Mijn moeder deelde de huis- tuin- en keuken-momenten en spon er haar wijsheden en haar verzuchtingen doorheen. Mijn moeder, die zichzelf geen schrijver vond.

024

De dagboeken.

24 januari 1985

‘Min-dag. Ik zit ‘n feministisch boekje te lezen dat over huisvrouwen gaat, ‘t lijkt me leuk, als ik er niet meer ben, toch te lezen hoe ik op 65 jarige leeftijd mijn huisvrouwdag doorbracht.

Ze beschrijft haar dag van 8 uur ’s morgens tot 24.00 uur ’s avonds nauwgezet. Haar vooruitziende blik destijds heeft mij gebracht waar ik nu ben. Ik ben nu een jaar ouder dan zij destijds. 32 Jaar later lees ik deze speciale dagboek-dag. Dagen, zoals ze in mijn geheugen gegrift staan. Ik kan haar uittekenen, als ze ‘ de badcel doet’. Met chloor weet ik, veel te veel en veel te vaak. Als je de huisdeur opende, rook je niet de oude-mannen-geur waar ze zo bang voor was, maar een doordringende chloorlucht. Alle bacteriën werden gesmoord en stukje bij beetje ook haar gezondheid. Kinderen komen en gaan, het huis in de Amandelstraat is een duiventil. Als bijen om de stroop komen ze aanvliegen, drinken en eten wat, kouten wat, kabbelen voort. Daarna zijn er in vliegende vaart de boodschappen en andere verplichtingen.

De dagelijkse hectiek, waar ze minder onrust aan verbond dan ik er in meen te zien. Een huisvrouwendag. Zijn die er nog. Echte ‘huisvrouwendagen’.

Herinnering:

Mijn vader beeft als ik hem in zijn jas help. Zijn lippen klemmen zich halsstarrig op elkaar. Mijn moeder plant zijn pet, de bescheiden klep naar voren, op zijn grijzende kransje en doet hem de das om. Letterlijk en figuurlijk in zijn beleving. Aangekleed gaat uit. Ergens vraagt Toon Hermans aan mij of zijn jasje goed zit. De deur zwaait open en we stappen over de drempel van het ongewisse. Voor het eerst loopt hij zijn rondje. Zijn bezwaren over de lijdzaamheid waarmee de buurt hem zal bekijken, de buurvrouwen achter de half gesloten vitrage, de gesprekken die komen gaan: ‘Zeg heb je van der Linden al gezien, ook niet meer wat het geweest is’, sussen we weg. ‘Kom nu maar’. Een beetje beweging in zijn vastzittend gemoed. Hij begint aarzelend en dan gaat hij los. Zo kenmerkend bij Parkinsonachtige verschijnselen. Eenmaal de vaart erin is hij niet meer te stoppen. Hij helt licht voorover en we proberen de armen te ondersteunen, maar hij rukt zich los. Hij begint steeds sneller te open. Mijn moeder maant hem tot kalmte. Het werkt als een rode lap op een stier. Aan het eind van het blok, niet meer dan een klein kwadraat, moeten we hem tegenhouden omdat hij voorover dreigt te vallen. Al struikelend leunt hij zwaar op onze beide armen en spuugt zijn onmacht verbeten over onze hoofden uit.

5692_1104004996285_1111537073_30295405_5022698_nMoe in de keuken

Huishouddagen: Ik heb ze nauwelijks gekend. Huishouden deed je erbij. Nog steeds. Als ik iets achter stel in het leven is het de aard der dingen in huis. De staat van de wasmand, de inhoud van laden en kasten, de van kleding uitpuilende stoel op de slaapkamer, het stof tussen de boeken. Alleen de vaat niet. Ik hou van een schone ‘vaat’. Die speciale dagen van mijn moeder zijn ingeboet tot het hoognodige. Niet meer, niet minder, waarom energie verspillen als het anders kan. Je draait je om en er ligt alweer een nieuw ‘huishouden’ klaar. Ik heb het er nooit met haar over gehad. Een ding had ik me voorgenomen. Ik zou nooit doen wat op een opdracht leek en er kwam geen was in de kamer te hangen.

Haar afsluitend ritueel van de dag, schrijven,lezen, mijmeren heb ik overgenomen voor in de vroege ochtenduren en is een deel van mezelf geworden. Het is wat ik het liefste doe.

 

3 gedachten over “Wat ik het liefste doe

  1. Wat een rijkdom deze dagboekjes te hebben, het ‘leven’ van je moeder te kunnen ‘na’-lezen.

    Like

Reacties zijn gesloten.