Overpeinzingen

Het kan niet anders dan bewondering oogsten

Huis en tuin zijn bijna klaar op enkel de doorgaande onderhoudsbeurten na. De grove toets is nagenoeg gebeurd. Het opschonen van het land, het vrijmaken voor zaailingen, paden onttrekken aan hun overwoekerende vegetatie. Vele kruiwagens heeft Lief weg gekruid naar de composthoop en met het nu welig tierende kleefkruid komen er nog een paar bij, maar dan is het tijd om te gaan genieten, al gebeurt dat natuurlijk even zo vrolijk ook tussen al het werk door.

Stoffie kwijt zich dapper van zijn taak en komt nog al te dikwijls besmeurd onder een kast uit. De vloeren in de gang en de badkamer zijn gedweild. Wat rest is de logeerkamer, waar gordijnen in het sop moeten en de archiefkast omgeruild moet worden voor een garderobekast, die op de gang bij de keuken staat.

Gordijnen wassen is een dingetje. De rails hangt zo hoog, dat je er een lange ladder bij zou moeten halen waarbij je eigenlijk nooit je handen helemaal vrij hebt om de haken los te maken. Ik verzin de versie stevige grote tafel met stoel, maar dat hebben we nog niet uitgeprobeerd. Ja we denken goed na en nee, we doen echt niet nodeloos roekeloos. We zijn per slot van rekening ook geen drie maal zeven meer.

Dan komen nu de klussen die bijdragen aan de feestvreugde, hoop ik. Bijvoorbeeld een homp oud brood, droog geworden omdat er hier geen vershoudmiddelen in worden gestopt, kan perfect dienen als paneermeel. Een rustiek en meditatief werkje. De rasp erbij en steeds in gedeelten, vanwege een eventuele lamme arm, een beetje raspen. Rits, rits, rits, terwijl gedachten alle kanten op vluchten en soms ook helemaal niet. Dan blijven ze bij de handeling. Rits, rits, rits. Zoals ik al zei: Stof tot nadenken.

De vlier, die her en der in groten getale prijkt, zal straks jubelend uitbarsten met haar bloeiende schermen en een sluier van wit tonen. Uitstekend geschikt om hier en daar wat voor eigen gebruik te plukken. Vlierbloesemsiroop en vlierbloesem/aardbeien jam. Zou vlierbloesem ook lekker zijn met rozemarijn of met oregano. Tijd voor het experiment.

Het idee is ook, om het kaptafeltje dat boven staat naar de logeerkamer/bibliotheek te laten afdalen. Het wordt tijd dat ik het weer eens aanschouw om te kijken of het qua sfeer en uitstraling in die kamer zou passen. Te lang geleden al dat ik op de grote voorzolder een kijkje ben gaan nemen, terwijl her en der nog zoveel leuke dingen staan.

Van de week ontdekte ik hier beneden dat in het dressoir waar de televisie op staat, in de rechter en het middenkastje ook nog allerhande snuisterijen staan en liggen. Het linker had ik al wel leeggehaald en daar stonden bijvoorbeeld alle koperen figuurtjes in die nu weer de randen van de gevelkachels sieren. Er zijn aardig wat voorwerpen die moeiteloos in onze Afrikaanse kamer kunnen. Juist omdat het vandaag nog een iets mindere dag is, grijs en 13 graden, een uitstekend moment om een en ander uit te zoeken.

Ik zou natuurlijk ook bosnimf kunnen spelen met het kleefkruid dat Lief in grote getale in het bos achter heeft weggehaald, maar het is voor die kouwelijke botten van mij net iets te fris. Morgen beloven ze alweer volop zon en 17 graden. Dan ga ik spelevaren in de tuintjes. De zaden zijn gisteren geplant en we zijn zeer benieuwd wat het allemaal worden gaat.

De biografie over Paul van Ostaijen is bijna uit. Hoe meer ik over hem lees, hoe meer ik de dichter en zijn standvastigheid in zijn benadering van het woord om de vorm ben gaan bewonderen. ‘Zijn visie op de moderne letteren was even gefundeerd als doorleefd’, schreef Du Perron, die van Ostaijen beslist geen ‘bijlooper’ vond. Dat vooral, die boeiende beschrijving van iemand die zijn hele leven op zoek is naar de vervolmaking van zijn ideeën en dat met vallen en opstaan weet te bereiken. Het kan niet anders dan bewondering oogsten.

Overpeinzingen

Hij mag nog even blijven staan

Gisteren vond ik toch nog wat foto’s terug van het verhaal over het poppenhuis en een van de sfeervolle entourage in de kleine winkel met Poppenhuismeubelen. We zaten beneden in een soort kelder en er was misschien maar ruimte voor zo’n tien mensen. Het geeft goed de intieme sfeer weer en de vertelling komt altijd onmiddellijk over. Geen versterking van het geluid nodig, geen overschreeuwen, maar au naturel vertellen.

Gisteren hebben we de planten erin gezet. Drie hydrangea’s, bloeiend bonenkruid en lobelia’s. Daarbij ontdekten we een eikenbladhortensia en we zagen dat de klaprozen in knop staan. Verder was er zaad van twee soorten pompoen en een courgette, die in de lege citadelbedden kunnen. Als ze teveel uit hun voegen groeien, dan mogen een aantal op het achterland verder uit de pan rijzen. De lobelia’s, hele kleine plantjes, mogen in de potten op het oude tafeltje bij de rotstuin.

Het huis hier heeft zeker geschiedenis, zoals een goede blogvriendin opmerkte. Lief verhaalde van wat hij zich nog herinnerde, uit de papieren bij aankoop, hoe het hier vroeger moet zijn geweest rond 1900. Het land behoorde toe aan een rijke Habsburgse familie. De huizen met de identieke hekken in deze straat behoorden alle aan deze familie toe. De huizen kwamen allemaal uit op de Utwar, een soort binnenhof, waartoe de put ook behoorde. Zo’n bezit heette een Birtók. In het hoofdhuis, ons huis, woonden de grootgrondbezitters, echte herenboeren en in de andere huizen woonden het personeel en de familie. Ze bezaten Lippizaners, werkpaarden, trekpaarden voor de karossen, koeien, varkens en geiten, patrijzen, fazanten, kippen, hanen en duiven. Op het land werd graan, mais en koolzaad verbouwd. Op zolder staat nog de mechanische enorme zware gietijzeren maiskolf-ritser uit die tijd.

De ouderen in de straat die het nog kenden van vroeger, vroegen Lief regelmatig hoe het met het landgoed stond. Nu zijn de huizen afzonderlijk verkocht met het bijbehorende land erachter. Wel zijn de hekken aan de straatkant nog gebleven als stille getuigen uit een ver en rijk verleden. De onze is wat gammel, maar die van de buurvrouw is tiptop in orde.

In ons paradijs is het ‘Hollands’ keurig vergeleken bij de erven van de beide buren. Hongaren zijn bij uitstek gewend om hun erf vol te bouwen met ondefinieerbare gebouwtjes en hokjes. Voor kippen en de haan(aan beide kanten), voor ganzen twee huizen verder, als schuur of opslagplaats voor houtstapels, oud ijzer, droogplaats, stokerij, noem het maar. Hoe die schuurtjes eruit zien, doet er niet zoveel toe. Als er een wandje scheef gaat wordt het vervangen met alles wat voorradig is aan materiaal. Plastic golfplaat, dakplaten, ijzeren platen, noem het maar op. Alles is mogelijk.

Het zijn wel echte scharrelkippen en scharrelganzen. De buren rechts hebben schattige sokkippen lopen met een imponerende sok-haan. Vorig jaar was er een kwartel ontsnapt naar onze tuin. We hadden hem quark gedoopt en wilden hem best houden, maar men ontdekte de vlucht en haalde het diertje terug, waarna de buurvrouw er weer een golfplaatje tegenaan gooide om het gat te dichten. Wel jammer om te weten dat ze toch één voor één bij tijd en wijle de pan niet kunnen vermijden, maar in de wetenschap dat ze heel goed verzorgd worden.

In onze huiskamer staat nog altijd een symbool van de rijkdom van de vroegere bewoners. Een oude vleugel, een J. Schmidt uit Wenen, te kreunen op twee poten en een spalk gemaakt van een grenen console die Lief op zolder had gevonden. Hij zakt langzaam in elkaar en uit zijn klavier komt een geluid dat een echte tingeltangelpiano niet zou misstaan. Tikkie vals.

Ik stof hem braaf af. Er brandt ‘s avonds huiselijk een kaarsje op en we laten hem in de waan dat hij nog mee mag doen. Er zijn menig mooie huisconcerten opgegeven. Hij mag nog even blijven staan.

Overpeinzingen

Zo werkt het dus

Vlak voor de drie fluweelbomen, nog een beetje overwoekerd door de uitlopers van de blauwe regen ligt een oude waterput. Lief vertelde dat het waarschijnlijk het eerste was wat men had aangelegd voordat het huis en de stallen werden gebouwd. Dat was vele decennia geleden. De tegels die hij nu aan het opschonen is, lopen tot aan de put. Daar haalde men het water uit in tijden dat een kraan nog ver te zoeken was. Nu de put helemaal bloot is komen te liggen en je in het zwarte gat het water kan zien, besef ik pas goed hoeveel geschiedenis dit huis al kent. Vroeger liepen de paarden daar naar hun stal waar nu de keuken en het terras is. Het geklep van de hoeven op de stenen. Als muziek in de oren moet het geklonken hebben. Of als pure noodzaak natuurlijk. Er werd ook geslacht. Hele varkens aan een groot spit. In dezelfde keuken, waar wij nu vegetarische maaltijden aan het bereiden zijn. Verschuivingen in de tijd.

In de oude Groene met beelden van Marlene Dumas komt een foto van de ‘Cottingley Fairies’ langs met een verwijzing naar Sir Arthur Conan Doyle die heilig geloofde in het bestaan van de elfjes. De betreffende foto ‘Alice and the Fairies’ was gemaakt door Elsie Wright. Op Youtube kom je een filmpje tegen hoe deze serie van 5 foto’s gemaakt zijn door deze Elsie en Frances Griffiths in Cottingley, West Yorkshire. Getekende elfjes op een stokje in de grond gestoken, een van de meisjes erachter, de camera een ouderwets boxje en ziedaar: Dansende elfjes die zich weerspiegelen in het verlangen van een kind.

Op school maakten we op die manier schimmen voor het schimmenspel en tijdens een van de avonden van Vrouw Sprokkelhorst in IJsselstein wilden een lieve vriendin en collega en ik het verhaal van ‘Nacht in het Poppenhuis‘ vertellen, een prentenboek van Anna Woltz en Thé Jong King. Ik tekende de figuren uit het boek na en plakte ze op stokjes. Figuren uit het prentenboek die min of meer tot leven kwamen, zich losmaakten uit hun prenten, en voor de Kamishibai gestalte aan het verhaal gaven, omlijst door een feeëriek snoer van kerstlampjes terwijl wij vertelden in de kleren uit die tijd waarin het verhaal zich afspeelde. Een tante en haar kind. Zo heerlijk fantasierijk, zo betoverend in een sfeer van die kunstzinnige sprookjesachtige avond. Het was een groot succes.

Dus ja, als je ‘Little Fairies’ zo afbeeldt, dan bestaan ze natuurlijk, ze komen tot leven. Als kind was ik er uiterst gevoelig voor. Ik heb wel eens geschreven over wat mij als kind beroerde. De kaboutertuin op de hoek van de Amandelstraat en de Pijnboomstraat bijvoorbeeld. Er stond een grote schutting om, maar als je door de kieren keek, dan zag je een sprookjestuin vol leven. Vissende kabouters, pijpjesrokende kabouters, kabouters aan de wandel met een knapzak over de schouder, slapende kabouters te kust en te keur. Een lieflijk vijvertje met een fonteintje en overal bloemetjes en groen, paddestoelen en weggetjes met bruggetjes. Met Pinkeltje en Paulus de boskabouter in mijn kleine rugzakje van een paar jaar, was het niet zo moeilijk om weg te dromen in die wereld van fantasie. Waarschijnlijk heb ik de helft erbij verzonnen en het veel mooier gemaakt dan het in werkelijkheid was. Één aanzetje en de wereld van mogelijkheden gaat voor je open.

De oude waterput is er ook een voor een eindeloos fantasieverhaal. Alleen de geheimzinnigheid al die er vanaf straalt. Daar komt Vrouw Holle vast vandaan of De Kikvors die in een Prins veranderde. Gewoon een beetje spelevaren op de fantasie, terwijl je in de put tuurt. Zo werkt het dus.

Overpeinzingen

Een duif die in beweging komt

Sommige dagen dienen om een inhaalslag te maken Daar hebben ze doorgaans niet om gevraagd, maar dat leveren de omstandigheden hen. Zaterdag was er een van het zuiverste water. Leeskilometers maken, minimaal een 150 bladzijden, als dat mogelijk is. Multitasken is iets wat op school eigenlijk een tweede natuur was geworden en was het aan mij om nu tegelijk ook te stofzuigen. Gelukkig is de onvolprezen Stoffie in huis en naarstig op zoek naar stoffigheden als je haar los laat. Klaar terwijl U leest, zet ik onder de tekening van de dag. Wat een decadentie. Lui op de bank, extra lui, want benen opgetrokken om vrij baan te maken, en daar ging ze. Ze hoefde bij alle drie de kamers geen drempel over dus nam ze haar kans waar en zoefde snorrend, als een poes die zich behaaglijk heeft genesteld, door de zonnige kamers heen. Soms liep ze even vast op een losliggend snoer, maar dan was de bevrijding nabij. Het handige van deze actie is dat ze op plekken komt, waar je normaliter niet zo gauw aan denkt of waar je niet goed bijkan. Onder banken, kasten, in hoeken en gaten. Hier en daar wel iets omhoog zetten, maar dat is het dan ook. Een kleine zegen, dat wonder op wielen.

Vriend van Lief zou langskomen. Die houdt niet van stilzitten en er is altijd wel een kleinigheidje te klussen. Een ringetje van een doucheslang en een kijkje bij de maaimachine, waar een klein euvel aan is, omdat hij de mulch niet allemaal uitspuugt, maar een beetje binnenhoudt. Verder was er thee met koek en chocola, alcoholvrij bier, lekkere hapjes en gezellig gekeuvel over honderd-en-een onderwerpen.

In de ochtend video-belde dochterlief nog op. Ze zou gaan helpen bij het oogstfeest op ons tuinencomplex en had zelf gebakken pandancake en spekkoek en schminck voor de kinderen ter verhoging van de feestvreugde. Er waren lekker veel foto’s, zodat ik het toch een beetje mee kon beleven. Schoonzoonlief had een foto van de tuin met het vers gemaaide gras gestuurd. Lief hoor.

Het is nog fris buiten, maar morgen wordt het 17 graden en komt er een eind aan dit koufront van ongeveer vijf dagen. April houdt een eigenwijze vinger in de pap en nog wat slagen om de arm, maar morgen gaan we toch de planten kopen voor de lege bedden. In onze sprookjestuin, zoveel verstopplaatsen voor alles en iedereen, van fee tot ree zogezegd, is een geheimzinnig plekje. Er staat een houten sculptuur in de natuurlijke nis en de brandnetels tierden er welig, wat het vrijwel onbegaanbaar maakte, maar Lief heeft ze grondig verwijderd. Er zijn nog plekken genoeg waar ze vrijelijk mogen groeien en bloeien. Daar zetten we een paar pompoenplanten neer en gaan kijken hoe dat uitpakt. Altijd leuk om te experimenteren. In de andere bedden komen kruiden en wat groente, in de bostuin de hortensia’s en azalea’s als we die kunnen vinden. Er zijn geen eldorado’s van tuincentra zoals in Nederland. Wel kleintjes, met veel aandacht voor het gereedschap en vooral nu, in de lente, wel het nodige aan planten. Zaden zijn er volop.

In een oude groene waarin Marlene Dumas het gasthoofdredacteurschap voor haar rekening neemt, spreekt ze in een interview met Marja Pruis over haar hekel aan ordenen. Ze ordent niet, ze verschuift. ‘Vinden is het gevolg van verschuiven’. En ‘Toeval is belangrijk, zo niet alles’ staat er. Dan volgt er een mooi voorbeeld van dat ‘toeval’. Ze probeerde de duif voor Venus&Adonis te schilderen, toen haar dochter onverwachts binnenkwam. ‘Van schrik door het onverwachte schoot ze uit met haar penseel en ziedaar: De duif kwam eindelijk in beweging’.

Dat is precies wat een rijke omgeving doet. Veel van alles, bewaarheden, geleide chaos en daar tussendoor altijd vondsten, invallen, ideeën die oppoppen en opborrelen. Het een geeft het ander gestalte. Ik hou ervan. Zo moet een groep er uit zien. Boordevol inspiratie voor nieuw elan. En terug ben ik op school. Ineens is daar even het verlangen. De groep, het enthousiasme van het moment en dát wat het weet los te kriebelen. Een duif, die in beweging komt.

Overpeinzingen

Om te koesteren die eerste

Ben je midden in een spannende serie, de ontknoping nabij, zit je plots in het donker, met gelukkig nog twee romantische kaarsjes en vier waxinelichtjes aan. Lief ging met zijn telefoonlampje kijken. Hoofdzekering in werking getreden. Schakelaar omgezet, adem ingehouden en alles deed het op een groep in de keuken na, die het koffiezetapparaat, het licht, de buitenverlichting en de twee ventilatoren op het terras normaliter in werking hield. De koelkast en de vriezer, God zij geloofd en geprezen’, deden het nog. Hoe komt een mens aan die mazzel. Dus afwachten maar, terug naar de spannende serie, morgen, bij daglicht, ziet de wereld en het technische gedeelte er vast heel anders uit. Geen buitenlamp, help, dan is het vannacht aardedonker. Lief haalde braaf een leeslamp uit de bieb, die mocht op de gang.

Wonderlijk die rare angst voor het donker. Net iets te vaak aan mijn ouders hun sponde gestaan met een nachtmerrie achter de kiezen, die mijn haren te berge deden rijzen. Altijd was er sprake van dood, opa in stukjes gehakt met een motorhelm op, de bende van de zwarte hand, die achter me aan zat, geluiden die zich vervormden tot insluipers door krakerige deuren en kieren van ramen. Beeldend vermogen is fijn, je hebt er vaak veel plezier van, maar in de nacht is het, zeker voor kleine meisjes, een obstakel van het eerste uur. Overal waren de schimmen van het leven rond in schaduwen op de muur, door verlichte buitenlantaarns tot leven gewekt. Er hielp geen lieve-vadertje-of-moedertje tegen, zelfs beer was maar heel even mijn beschermengel in nood.

Vannacht schrok ik maar een keer op bij een wonderlijk geluid, maar lief is de nachtmerrieverjager bij uitstek. Verscholen achter zijn grote gestalte slaap ik opnieuw in, zonder enge dromen. Het is het kind in mij en ze is er altijd gebleven.

De locatie van de zekeringen zit op een wonderlijke plek ergens hoog boven in de muur. De verwarming sloeg niet aan, dus ook de ketel bleek uit te zijn. Dat moest zeker snel worden hersteld. De ochtend gaf 7 graden aan. De lange ladder was nodig om erbij te kunnen. Ik hield de ladder in bedwang en Lief steeg op. Zekering vervangen en ziedaar. Alles deed het weer. De trap blijft voor de zekerheid nog even staan, voor het geval dat, maar alles wat gisteren was uitgevallen trad nu weer in werking.

Het koffiezetapparaat stond bij de koelkast op een geïmproviseerde plek bij een nog werkend stopcontact. Zonder koffie beginnen is niet denkbaar.

Even zo hulpeloos erbij zitten zet ineens de gedachte aan anderen in het licht. Geen elektriciteit hebben, of een kapot geschoten huis, of tussen de ruïnes op zoek naar wat ooit was, jezelf, geborgenheid? De dankbaarheid in het besef alles nog te hebben is groot. Lief geeft aan dat gevoeligheid stijgt naarmate de jaren tellen. De ervaring telt mee samen met het voorstellingsvermogen. Zo plastisch als mijn dromen waren, zo beeldend is de wereld in mijn hoofd gebleven. Eigenlijk is een verwoesting totaal onbegrijpelijk als ze door mensenhand is ingezet. Waarom iets kapot maken dat schoonheid herbergt.

De jongens van Waes waren gisteren even bij Sophie. Zondag begint hun nieuwe voettocht door Nederland weer. Ze vertelden dat ze prachtige ontmoetingen hadden gehad met mensen met een verhaal. Lieve en hartelijke mensen. Die zijn overal, in elke bevolkingsgroep. Zo’n positieve benadering versus die alles verwoestende negatieve. Om te koesteren die eerste.

Overpeinzingen

Onweerstaanbaar dus

De dag in een notendop, denk ik. Het is namelijk tegen het eind van de middag. We waren al vroeg uit de veren. Lief meestal om een uurtje of half zes, dan gaat hij op sluipersvoeten naar de bosrand om de fazanten te begroeten en de reeën-legers te bekijken. Ze zijn bij het krieken van de dag al gevlogen. Ik tegen zevenen. Dan kalm wakker worden met koffie, een puzzeltje, een stukje Groene, maar van lezen en schrijven kwam al niets meer.

De vorige dag hadden we afgesproken om opnieuw naar Pécs te gaan om de bedbank te kopen. Dat was snel geregeld, omdat men hier alles nog met formulieren in drie-of-viervoud doen. Dus een pakketje papierwerk mee naar huis met de belofte dat de levering over twee weken is. Dat is gunstig, want broer van Lief komt met zijn vrouw de laatste week van mei. Tot mijn verrassing hadden ze ook wat doeken, penselen en verf te koop. Niet het beste van het beste, maar voor studie en experiment prima te gebruiken. Er was een kleine reisdoos met 24 aquatinten. Perfect, mijn oude dozen waren al aardig aan het opraken.

Gisteren heb ik in de nieuwe olie rozemarijn, tijm en wat takjes oregano gedaan, het ziet er schitterend uit. Een kunstwerkje op zich. Maar dat vind ik ook altijd van munt in theewater. Het groen is zo intens en divers. Prachtige tinten. Datum erop, maandje bewaren en klaar. Ben benieuwd. Vanmiddag ook genoten van de combinatie boterbloem en ereprijs, precies met de zon erop, want die schijnt gelukkig nog steeds volop al lukt het de temperatuur niet boven de 13 graden uit te komen.

Vanmiddag met etsen kwam een en ander niet goed genoeg uit de inkt. Ik sla te hard af of ik ben minder zorgvuldig, ik weet het nog niet. Daar moest nog maar eens een studietje internet op volgen. Er zijn er verscheidene. Wat me opviel is dat iedereen steeds vertelt dat er een grote toevalsfactor meespeelt. Maar de Franse Lea die de techniek en haar pasta-apparaat fantastisch onder de knie heeft lijkt nergens moeite mee te hebben. Eerst maar eens een goede balans zoeken tussen de diverse mogelijkheden en mijn krachtige hand in toom houden.

Ziezo alle tekeningen uit het dagboek op een rijtje bij elkaar. Het lukt nog aardig om het vol te houden. Af en toe komt er ook een recept tussen door, zoals van de week die met courgette-linten, knoflook en rijst met feta. Om je vingers bij op te eten. Vooral de feta door de rijst is een eye-opener. Ineens schoot de goede ouwe rijstebrij door mijn hoofd. Zo gek als we daar vroeger op waren. Gewoon de rijst met melk, flinke klont boter en natuurlijk suiker en kaneel erover. Smullen maar. Mijn Indische vrienden vonden het maar gek. Er kunnen ook nog rozijnen door maar dat vind ik minder lekker. Misschien wel te veel smaken door elkaar. ‘Simpel maar goed bereid’ is een fijne graadmeter. Rijst met Feta mag dan hartig zijn maar het heeft dezelfde romige structuur. En dat is precies wat Hollebolle Gijs dwars door de berg deed eten. Onweerstaanbaar dus.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

En ineens kreeg ik het gisteren op de heupen. ‘Berg je dan maar’, zouden de kinderen, en ook Lief inmiddels, zeggen. Ze weten wat dat betekent. De onderste steen moet boven om de witte tornado die in mij woedt de ruimte te geven, anders gebeuren er vast veel gekkere dingen. De keuken was zwaar de pineut. In de dagen dat we niet hier zijn, nemen spinnen, wantsen en ander vermakelijk klein grut hun kansen waar en vieren hun eigen onafhankelijkheidsfeest. Zodra we binnenkomen en hier en daar wat weggeveegd, gestoft en gestofzuigd hebben, een tikkeltje afgemat door de reis, komt er een gedoogperiode, waarbij weliswaar vanuit ooghoeken nog het een en ander aan ongerechtigheid waargenomen wordt, maar waar voor twee weken mee geleefd kan worden.Tot een kleine getergde ergernis me op de heupen gaat zitten. Dan maak ik korte metten met de overgebleven losgeslagen bende en foeter, veeg, zeem, stofzuig, schrob en schuur de hele heibelse santenkraam tot alles weer blinkt. Nutteloze wekkers worden naar niet in de gaten lopende plekken verbannen, een vaste telefoon, die nooit gebruikt wordt, gaat hetzelfde lot achterna. De Corneille schaal krijgt een hogere functie en mag tapas gaan serveren. Haar werk wordt overgenomen door de grotere Marokkaanse fruitschaal, die dienst deed als nutteloze voorwerpen verzamelen en nu de aardappels, uien en het fruit voor haar rekening neemt.

Na een hele dag hard werken waren de kasten bovenop even schoon als van binnen en had alles een plek gekregen met de gedachte ‘minder is meer’ en dan vooral waar het om de snelheid van schoonmaken gaat. Het ouderwetse fornuis krijgt later een glimmend uiterlijk, waar de roest heeft toegeslagen. Ook daar moest alle overtolligheid weg. Daarna viel er alleen nog een hapje op te warmen en konden de ogen bij Paul van Ostaijen niet open blijven, niet omdat het niet boeiend was, maar van pure vermoeidheid.

Voor vandaag hadden we besloten op bedbankenjacht te gaan voor de nieuw in te richten logeerkamer. Er was kennelijk een grote meubelzaak, die haar hoofdvestiging in Budapest had, maar hier een grote afdeling met toonmeubelen. Het was zo stads, zo niet Hongaars, dat we als De Kleine Prins in zijn Heelal waren vrijgelaten. In Nederland bezoeken we nauwelijks de meubelzaken, dus dat was niet zo vreemd op zich. Allebei vielen we op hetzelfde moment voor een prachtige grote ribfluwelen bank, reseda-groen of daaromtrent. De vriendelijke verkoopster demonstreerde hoe snel en handig de bank in een comfortabel tweepersoonsbed werd omgetoverd. Lief, die altijd nog even moet peinzen, wikte en woog en beloofde haar dat we morgen de bank zouden kopen. Het had ook te maken met een of andere kaart, waar alle gegevens opstaan of iets dergelijks. De levertijd is drie weken, mooi werk.

Opgetogen naar huis, even bij de Duitse super langs en hoera, een olijfolie gevonden voor de rozemarijn en crackers met sesamzaad voor de ochtenden. Thuis gingen we verder met waar we gebleven waren, Lief op het land en ik aan de keukentafel met een temperatuur van 13 graden is het te fris voor op het terras.

Lief heeft een mooi tafeltje in de schuur gevonden. Daar hoort een marmeren blad bij, die vooralsnog foetsie is. Hij gaat er naar op zoek. De twee grote sieruien staan op punt om uit te komen, altijd feest. De margrieten eveneens. Ik ga takjes rozemarijn, oregano en tijm plukken om vast een potje mooie geurende olie te maken. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dáár is die tijd voor nodig

Een koude dag voor de boeg, de temperaturen niet hoger dan zo’n 13 graden. Niet veel warmer dan het andere thuisfront. Dat betekent klussen in huis en meters maken met lezen, eventueel etsen, de datsja heeft gelukkig een elektrisch kacheltje.

Deze datum is de sterfdag van mijn moeder. In de nacht van een tweede paasdag. Plotseling, zonder vooraankondiging.

Met een lieve schoonzus had ik het een paar weken geleden over de ‘voordelen’ van een ziekbed. Het feit dat je alles kon bespreken met je kinderen, dat er nog veel zelf te regelen viel, dat je beslissingen kon nemen voor je er eventueel niet meer toe in staat zou zijn en, ook niet onbelangrijk, dat je vragen zou kunnen beantwoorden waarvan anders de antwoorden zouden oplossen als nevelslierten op een koude herfstochtend, maar wel altijd in het achterhoofd aanwezig zouden blijven.

Bij het bericht over het overlijden van mijn moeder was het de schok die binnenkwam. Een belletje, de mededeling, het aan de grond genageld staan, het ongeloof en de onmacht. Dat laatste vooral. Niet meer de tijd terug kunnen draaien, het hele verhaal maar met een betere afloop. Eerste hulp bij de hand en niet daar in die kamer in het bejaardenhuis alleen met hulpeloze pa in het andere bed. Hoe anders zou de wereld zijn.

Nadeel van een ziekbed, het lijden, de pijntjes en pijnen, de langzame aftakeling, het in moeten leveren, steeds te weten: ‘Dit is de laatste keer’. Afstrepen en de tijd van een onvermijdelijk afscheid dichterbij zien komen. Maar toch. Je kan nog een aai over een hand geven, een kus op de wangen, de warmte van het vasthouden, de geborgenheid die weliswaar is gewisseld van hoedanigheid, maar zich uitstrekt tot over de grenzen. Je kan toch nog even.

Vriendinlief heeft zeker een jaar lang steeds weer geprobeerd de krenten uit de pap te halen. Toch nog schaatsen, ook al ging het in het begin brak, toch bivakkeren in een zomerhuis, al had het minder comfort, toch nog wandelen en genieten van de zachte lente in haar geurende bloesems, een late zonnestraal op dat ene bankje in het majestueuze park, de scherende gierzwaluwen in een ogenschijnlijke vrije val. Free as a bird. Als het lijf het genoeg vindt en de ander het loslaten zoveel moeilijker acht dan gedacht. Want je kan nog…En als alles afgelopen is, dan blijft alleen de herinnering aan wat nog kon.

Dan is een keuze, die op voorhand al gemaakt is, beter. Maar toch. Het schrijnen bleef lang over het, om met Vasalis te spreken ‘afgesneden zijn’. Pas jaren later kon ik de dagboeken uit gaan werken. Toen dat gevoel van gemis zich had genesteld waar ze niet de hele tijd voelbaar was.

Dat was een troost en tegelijk een uitlaatklep. Al schrijvend in twee werelden hinkepinken was even wennen, want het was net alsof we aan de keukentafel thee zaten te drinken, maar tussen alle gemoedelijke huis-tuin-en-keukenzinnen door lagen antwoorden waar ik eerder naar gezocht had. Verstopt in het wit van de regels voor de goede verstaander van het halve woord.

‘Tijd heelt alle wonden’ luidt het spreekwoord. De psycholoog Manu Keirse zet me aan het denken met zijn opmerking: ‘Maar wat doe jij met die tijd’. Is het niet dát waar het omdraait? Ik puzzel nog even verder. Het zijn geen vragen waar 1,2,3 een antwoord op te vinden is, en misschien is dat op zich al goed. Verdriet verweeft zich met jezelf. Het vindt een uitweg in een boek, in een gezegde, in de manier van reageren. Ieder voegt een dierbare toe aan het eigen leven en dáár is die tijd voor nodig.

Overpeinzingen

Er is inspiratie genoeg

Gisteren de laatste bijna zomerse dag, volop zon en 27 graden. Vanaf vandaag wordt het wat koeler, niet zulke lage temperaturen als in Nederland, maar wel wat frisse laatste weken van april. Altijd al eigenwijs geweest, deze maand. April doet wat ie wil en daar valt niets aan te verhapstukken. Toch in de twee grote potten Lavatera Rosea en Oost-Indische kers gezaaid. De mix voor de bloementuin zaaien we begin mei uit. Lief heeft, omdat het nog droog was, de hele tuin gemaaid en in het bos vooral de paden, zodat er overal weer goed te lopen valt. Hij herinnert zich de oude structuur weer en vlecht daar zijn nieuwe ideeën doorheen. Het wordt een mooie beheerste en toch wilde tuin, niet te aangelegd, daar houden we beiden niet van.

Het etsen op het geschepte papier werkt toch een tikkeltje frustrerend. Omdat ik niet in zwarte vlakken kan werken en de lijnetsen te iel zijn in mijn optiek geeft het niet het gewenste resultaat. Dus op zoek in het atelier naar wat er nog voor papiersoorten lagen. Zoekt en gij zult vinden, ziedaar grote vellen A3 Khadi-papier. Toch geschept papier, weliswaar niet van eigen hand, maar heel stevig en goed te gebruiken. Daar houdt de zwarte weggepulkte tetra het wel op. Ik begon onmiddellijk weer enthousiast te worden. Zo werkt dat dus. Goed papier en een etspen die veel scherper is dan de prikpen is voldoende voor het oproepen van hernieuwde energie en inspiratie. Ik ets de foto na en ben tevreden over het resultaat, al was het worstelen met het vochtig maken van het papier, omdat er in de Datsja geen kraan is maar slechts een fles met water. Vandaag dus met de grote vellen aan de slag, op maat scheuren en bevochtigen, dan is er morgen genoeg voorradig. Op de foto zie je de eerste op zelf geschept papier, de tweede op Khadi-papier en de derde, wat er van over is, op zelf geschept papier met een zwart vel eronder. Zo kan het natuurlijk ook.

We hebben de lantaarn uit de stalletjes schoon gemaakt en ze staat nu te pronken op het terras. Er moet alleen nog een kaars in. Op Google maps kwam de voorkant van ons huis voorbij toen ik op zoek was naar een eventueel winkeltje in ons dorp. Het is nog steeds onzeker of het er nog is. De foto’s zijn van vier jaar geleden.

Paul van Ostaijen is in Berlijn. Het zijn boeiende en zeer onrustige tijden zo rond 1919. Hij is er in een groot gezelschap van kunstenaars, dichters en schrijvers. Politiek is er veel reuring en Paul houdt er niet van, wordt ook mismoedig over het telkens weer een streep door de rekening van partijen die het internationalisme nastreven in de kunst, waarbij de Vlamingen zelfs beschuldigd worden van het hebben van nationalistische denkbeelden. Het valt hem tegen dat er zoveel onmin leeft in de verscheidene kringen waar hij komt. Er zijn veel rellen en dat gaat er niet zachtzinnig aan toe. Ben benieuwd hoe dat verder gaat.

De rozemarijn heeft zo’n lief en prachtig in elkaar geknutseld bloemetje, de moeite waard om eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. Bovendien zijn ze eetbaar. Dat gaan we sowieso uitproberen en de blaadjes van het kruid kunnen in de olijfolie, waarna ze naar een maand te gebruiken zijn in je gerechten. Ook dat is een leuk experiment. Hier en daar wat verschillende soorten olie maken. De natuur geeft toch overvloedig. Bij het beeld met de kruik zag ik drie takjes Onze Lievevrouwebedstro, een van mijn lievelingsplantjes en een goede bodembedekker. Als ze straks bloeit maak ik er ruikertjes van voor in de linnenkasten. Ook al lang niet meer gedaan. Zo borrelen de ideeën op. Niet zo vreemd, want er is inspiratie genoeg.

Overpeinzingen

Met zijn grote hart en gouden handjes

‘Beschrijf iets positiefs wat een familielid voor je heeft gedaan’, vraagt wordpress aan mij en daar kan ik maar een antwoord op geven, ondanks alle andere goede hulp van allerlei andere lieve familie. Juist omdat het zo’n grote verandering was in mijn leven en het de broodnodige entourage gaf om geheel tot rust te komen na de woelige jaren van weleer.

Ik had een volkstuin. De oude had een tuin ernaast en een groot huis erop, maar ik begon met alleen een veld vol butsen en onkruid, gras en plastic zakken, door een vorige bewoner achtergelaten. Een en ander moest dus nog ontgonnen worden. Dat lukte met wat hulp hier en daar best. Ik wilde vooral ronde vormen in mijn tuin, zachte ronde vormen voor de bedden. Op dat moment was het leven daarbuiten al hoekig en scherp genoeg.

Van een kennis had ik hun schuurtje uit elkaar mogen halen samen met de oude en dat hout was met vereende krachten en de zonen en schoonzonen over de sloot geholpen. Ze lagen een winterlang onder een zeil en boden zo een uitstekende overwinterplek voor de ringslang die als dank zijn oude jas had achtergelaten. Op een dag kwam broerlief eens een kijkje nemen. Hij zag, mat en schatte in, bekeek het hout, de drassige grond en in zijn hoofd gingen allerlei radartjes aan de slag gebaseerd op werkervaring en kennis, die hij in de loop der jaren had verzameld.

De basis werden vier ronde kolommen gevuld met beton tot op het zand, daar zou het huis op kunnen blijven staan in die zachte veengrond. Iedere dag kluste hij, vaak in zijn uppie, soms met hulp, een prachtige fundering bij elkaar. Er werd een dag geregeld waarop de rest van de familie hun steentje, of liever gezegd hun latten kwamen bij dragen voor de opbouw, waarna hij weer verder kon met bedenken. Zo werd afgebroken schuurtje op het fundament de basis voor het huis. Daarna werkte hij gestaag door tot er tot in de details een hoogwaardig huisje stond, compleet met openslaande deuren, ruimte voor de ezel en een bedbank, een piepklein keukentje. Op maat gemaakte ramen en een kleine houtkachel.

Ik voelde me de koningin te rijk. Daar kon mijn grote klus beginnen. De sporen van het verleden een plek geven en verwerken in alle rust onder de appelboom. Die had ik van de kinderen gekregen en ze was met haar dubbele stam uitgegroeid tot een eigen versie van de appelboompjes van Vasalis, mijn lievelings-poëet, een aanzet voor de literaire tuin. Mijn lieve broer kwam nog wel eens langs om er even te genieten van een stukje rust, een stuk natuur en van zijn met eigen handen opgebouwde paradijs.

Toen het af was kwam er een groot feest voor allen die hadden meegeholpen om deze rijkdom te realiseren. Het huis werd aangekleed met mijn witte voile gordijnen die bij mooi weer opbolden uit de openslaande deuren, het toppunt van romantiek vond ik. Ach ja, die beelden in het hoofd. Ze zoeken allemaal een uitweg.

Daar op die plek kwam ik eindelijk tot rust. Stukje bij beetje, stapje voor stapje durfde ik het denkraam van alle dag, de chaos en de drukte, los te laten en leerde ik opnieuw de tijd te beiden.

Die kleine lap grond met dat door mijn broer vervaardigde huisje was de oase waar ik me in te drukke tijden spoorslags naar toe begaf. Even bijtanken, op adem komen, energie opdoen voor de volgende ronde. Een cadeau van grote waarde van die lieve broer met zijn grote hart en gouden handen.

Overpeinzingen

Zolang de stilte blijft

Zondagse rust verstoord door de bosmaaier. Waar zijn de zondagen van vroeger toen het enige geluid wat je hoorde het gekoer van de duiven door het doordringende gelui van de kerkklokken was. Hier in het dorp luiden de klokken elk uur en als de koster het op zijn heupen krijgt, ook nog om het half.

Hoera de klaproos is terug en, nog meer gejubel, bij de citadel groeit in de buurt van de rozemarijn een papaver. Dat betekent dat het weer de hof der herinneringen aan het worden is. De papaver brengt me terug naar onze moeder, die ze in haar stadse voor-en achtertuin had staan. De Acer is het symbool voor vriendinlief. De hop achter de stal herinnert aan een andere vriendin die te vroeg overleden is. Nog zie ik haar in de weelderige tuin glimmend van trots de mooie bellen aanwijzen op een mooie zomeravond. De rozemarijn staat voor de Franse avonden op het terras van de voormalige zijdefabriek, waar ze vlakbij in grote struiken stond te geuren. Daar hoort ook straks de zang van de nachtegalen bij. De ooievaars die hier in ieder dorp een nest hebben, horen bij het kleine Portugese dorp waar ik met mijn oude Laguna en de drie zonen doorheen reed op weg naar St André, een eerste buitenlandse reis na jaren. Zoveel nesten en weilanden vol statig stappende ooievaren had ik nog nooit gezien. De bloeiende salie laat me even op het balkon toeven in Nieuwegein. Die begint nu ook vast te bloeien. Hoog in de lucht waar de sperwers, de buizerds en de valken zwermen speelt het leven van de vader van onze kinderen zich af, met een luide kreet komt hij af en toe boven de hof cirkelen. Ter goedkeuring stel ik me zo voor.

Gisteren was ik begonnen met het maken van lijnetsen en het afdrukken ervan. Het blijft een experiment. Hoe nat moet het papier zijn, te nat is overduidelijk niet goed, te droog ook niet. Waar ik het tetra-laagje bij een tekening heb afgepeuterd, hecht het karton zich aan mijn nieuwbakken papier, werkt dus ook niet, hoe hou ik het papier consistent is nu de vraag. De hele middag was ik er zoet mee. Ramen open, volop zon dat prachtig door de bomen van het bos gefilterd werd. Het beeld voor de datsja werd onderwerp van een tekening. Het is te moeilijk allemaal, de tekeningen kunnen veel simpeler. Waar ik wel handigheid in krijg, is het afslaan. Voor de rest is het uitproberen en nog eens proberen.

Lief heeft uit de oude geiten-en-varkensstalletjes een prachtige oude buitenlantaarn gehaald. De kaars zit er nog in. Het is een groot en mooi exemplaar. Eenmaal schoongemaakt en afgestoft zal het in de avonden een sfeervol licht brengen. Tegelijkertijd maakt hij er een project van om de stalletjes weer wat begaanbaar te maken. Jaren lang stonden ze ongemoeid vol ondefinieerbare opslag een beetje te staan, maar nu is er weer het plezier om er een toegankelijker geheel van te maken. Oude daksintels gebruikt hij voor de vloer, tafeltjes schuift hij naar de kant, het hout wat boven op de deurtjes ligt, kunnen we straks misschien gebruiken voor een klimrek voor de blauwe regen, die de buurman grondig maar gelukkig niet in z’n geheel heeft verwijderd. En zo puzzelt hij door, schilderen noemt hij het ook.

De zwarte houtbij is van slag omdat we op het terras de ventilatoren hebben aangezet. Hij komt alleen nog in de buurt van de balken om te kijken of de situatie weer normaal is, maar de luchtstromen zijn hem te sterk en dan dwaalt hij gelukkig weer verder.

De bosmaaier is stilgevallen. Daar is de zondagsrust. Nu alleen nog genieten, zolang de stilte blijft.

Overpeinzingen

De dames hebben nog wat stappen te zetten, lijkt me

Het was maar goed dat ik gisteren druk was met de papiermakerij. Een van de buurmannen had het kennelijk in zijn hoofd gehaald om de voorraad houtstook wat uit te breiden en was de hele dag, tot ‘s avonds aan toe, in de weer geweest met de elektrische zaag of met de draaibank. Als je het geluid van een bosmaaier kent, dan weet je ongeveer wat er te horen viel. Die klinken trouwens ook regelmatig door, want met de enorme afmetingen wordt er wat af gemaaid. Het was jammer want de wind stond gunstig en het geluid van de 6, de doorgaande weg van Pécs naar Szigetvár, was veel minder te horen dan aan het begin van de week. De natuur trekt zich er niets van aan. Vogels laten uitgebreid hun trillers horen en de merels scharrelen nog steeds in alle rust hun kostje bij elkaar op het stuk land waar Lief de grond heeft omgewoeld.

De stapel geschept papier bestaat nu uit drie soorten. De eerste grove, de tweede die lichtgrijs is en de derde is hagelwit gebleven. Er zou vandaag of morgen met oude tijdschriften nog een experiment te gaan zijn, eer ik met het gras en onkruid kan beginnen. Straks ga ik beginnen met droge naald etsen in tetrapakken en afdrukken met behulp van de pasta machine

Lief is aan het ‘schilderen’ in de tuin. Hij maakt een aantal plekken vrij voor bijvoorbeeld een bed met diverse soorten ooievaarsbek en een bed voor de hosta’s met de hortensia’s. Onder de bomen misschien wel azalea’s. Hij is er de hele dag zoet mee met een kalme tred en steeds even een kleine pauze, en om het werk te bewonderen en om op adem te komen. We zijn nou eenmaal ook geen drie maal zeven meer.

De biografie vordert gestaag. Paul van Ostaijen heeft net zijn debuut ‘Music Hall’ gelanceerd. Het is niet overal even enthousiast ontvangen maar men ziet duidelijk de vernieuwer in zijn werk. Geen zoete romantische gedichten meer, maar meer en meer in de sfeer van de gedachtenwereld van de internationale Avantgarde. Modern, uitdagend of simpelweg onbegrijpelijk. Ik ben zo benieuwd hoe hij er uiteindelijk toekomt om de typografie te gaan gebruiken die in zijn werk zo herkenbaar aanwezig is.

Er is een vreemde discussie gaande op twitter. Als je geen kranten meer leest en alleen de nieuwe Groene elke week ontvangt dan sprokkel je op de social media het nieuws bij elkaar. Helaas komt er dan ook wel eens iets naar boven van een onderwerp waar de interesse niet aanwezig is. Dit keer werd mijn aandacht toch getrokken omdat het ging over het enige programma waar we hier graag naar kijken. De afleveringen met Sophie Hilbrand van het programma Sophie en Jeroen. Twee dames die zich The housewifes van ~Amsterdam noemen hadden het bestaan om zich vilein of zelfs nogal grof uit te laten over het uiterlijk van Sophie. IJzersterk van sophie om beide dames uit te nodigen en het onderwerp: ‘Het vrouwelijke schoonheidsideaal’ aan te snijden. In een oude Zin, die hier op een stapel ligt als tussendoor-inspiratie heeft Stef Bos het toevallig over ouder worden. Hij was op zoek naar de wortels van de bekendste Afrikaanse dichter Leipoldt. In een van de dorpen waar hij zocht zat een prachtige oude man onder een boom. Ze hadden een gesprek over het dorp, het land, de schoonheid en de lelijkheid van de mensheid. Hij deed er de inspiratie op voor twee liedjes. Het laatste lied luidde:

Als ik oud word wil ik oud zijn/geen gladgestreken plooien en geen uitgewiste sporen/Van geluk en verdriet/Een landkaart wil ik zijn/Waarop je mijn leven kunt lezen’

De kracht die zijn karakterkop uitstraalde liet mij de schoonheid van verval zien en de meerwaarde van het ouder worden.

Hij mijmert nog wat door en komt bij Bruce Springsteen uit met al zijn retoucheringen. Een man die jong wil blijven. Hij betreurt het dat hij er niet meer zo ruig uitziet, als zijn muziek klinkt en hem beroert, maar zal hem niet afvallen, want “Iedereen blijft voor mij bestaan in het beste wat hij ooit heeft gedaan’.

De dames hebben nog wat stappen te zetten, lijkt me.

Overpeinzingen

Een uitgelezen kans om nog even door te draaien

Heerlijk. Maak een ‘to don’t’-lijst oppert de planner om het kalmer aan te doen. Een doe-niet-lijst. Hoe grappig om die te bedenken. Ik wil zeker niet parachuut springen, hoge bergen beklimmen, wildkano varen, gletchers afdalen, of dichterbij huis, op een kantoor werken, überhaupt nooit meer moeten werken, nooit meer vuurtje stoken, nooit meer tinnitus hebben, nooit meer last van benauwdheid hebben, uhhh…Nooit meer…Als je er over na gaat denken dan kom ik niet eens zo ver. Wat wil ik eigenlijk niet. Normaliter sta ik open voor alles. Maar vanuit milieuoverwegingen wil ik niet heel graag meer vliegen, verre landen bezoeken overzee, veel minder vlees eten.

Wat wil ik wel. Meer het eigen gezin, meer familie, meer vriendinnen bezoeken, meer schrijven, meer bewegen, meer videobellen, meer lezen, meer mooie plekken gaan bekijken, open staan voor ontmoetingen, meer zingen, meer lachen, weer ruiken, weer smaak hebben, meer schilderen, meer etsen, meer scheppen, meer leven, tja wat niet eigenlijk.

Dan valt er nog een onderscheid te maken in wat onzin is, de tinnitus en de benauwdheid gaan niet weg, de eerste bovengenoemde zaken komen niet eens aan de orde, de reuk en de smaak komen niet terug. Daar valt niets aan te doen. De andere dingen heb ik zelf in de hand, maar daarbij komt de factor tijd om de hoek kijken, de factor energie en natuurlijk de locatie.

Nee een beter lijstje zou zijn: Denken in mogelijkheden onder de gegeven omstandigheden. Ik ben er van overtuigd dat dat rust zal scheppen. ‘Je kan geen ijzer met handen breken’, fluistert mijn moeder in mijn oor en ‘Iedere dag een naadje is een hemdsmouw in een jaar’. Maar dan hebben we nog een probleempje om te tackelen. Die malende molen boven in mijn hoofd. Ze staat niet stil. Ze ziet alles, hoort(bijna)alles, associeert, verbindt, bedenkt, werpt op, werpt tegen, omarmt alles tegelijk als het zo uit komt. En toch…

Gisteren hadden we bedacht dat we naar een volksmuseum hier drie kwartier vandaan zouden gaan, maar vanmorgen liep het volledig anders. Eerst de geweekte kranten tot pulp malen met de nieuwe staafmixer, vervolgens de doekjes waarop het geschepte papier moest drogen op maat knippen en dan scheppen, buiten in het zonnetje. Al doende leert men. Dus was de eerste te dik, de tweede te dun, de derde te oneffen en de laatste vijf, last but not least, waren eindelijk precies goed. Nu nog kijken hoe ze drogen. Er is nog een dingetje. Ze zijn grijs, minder mooi bij het afdrukken van de etsen. Toch goedkope keukenrollen? Of aan de slag met het betere werk het pulpen van onkruid, gras en wat er zo al meer op de composthoop belandt. Dat gebeurt met inkoken met soda en fijn malen. Ik zal eens een filmpje opzoeken. Lang leve internet.

Na het kijken van een video van Cory Morrison die stap voor stap op Youtube laat zien hoe papier maken van gras in zijn werk gaat, besluit ik dat in ieder geval ook te gaan doen. Ruimte om te experimenteren is er en er is gras te over. Lief kruidt dagelijks minstens zo’n tien kruiwagens vol onkruid en gras naar de composthoop.

Dat bedoel ik nou met die malende molen bovenin. Het loopt nooit zoals gepland. Dus geen lijstjes, gewoon gaan en doen en ingevingen achterna lopen. Dat is ook veel meer zoals ik eigenlijk het beste functioneer en wat het creatieve gedeelte stimuleert. Daarna met regen weer eens naar dat museum in Zengövárkony. Alhoewel…Daar is een authentieke weverij en een tentoonstelling over beschilderde eieren. Voor mijn molenhoofd een uitgelezen kans om nog even door te draaien.

Overpeinzingen

Goed om te weten

Ik zit weer op mijn lievelingsplek, buiten aan de tafel op de veranda met uitzicht over de groene oase voor me. Gisteren stond er een gemene koude wind. We zijn nog steeds druk bezig om huis en tuin in orde te maken, dus er is nog niet de drang om er op uit te trekken. Bovendien zit ik nog altijd vast aan mijn dagelijkse leessessie, waar Pol van Ostaijen inspiratie zoekt in de Music Hall, een oord van Lering ende Vermaeck en dan vooral dat laatste. Gisteren hebben we de grond voor het huis aangepakt. Dat betekende maaien met de handmaaier, wat goed heeft uitgepakt. Een goede keuze. Daarna moet de geul of de goot leeg geschept en schoongeveegd. Iedere bewoner wordt geacht zijn of haar deel vrij te houden van rommel, zodat regen en alles weg kan lopen.

We zijn erg in onze sas met de handmaaier, die duurzaam is en minstens de sportschool uitspaart. Hij is er alleen voor de kleinere stukken. De damesmaaier heeft het vorig jaar begeven met de aanpak van Lief, die haar hanteerde als een bosmaaier en er mee heen en weer zwaaide.

Gisteren heb ik de op zolder gevonden sinaasappelhandpers uitgeprobeerd en ze werkt nog steeds als een tierelier. Met vier sinaasappels hadden we twee heerlijke glaasjes jus d’orange. Het waren, dacht ik , geen echte perssinaasappelen. Lief heeft de schillen allemaal afgekloven, omdat hij het zonde vond van dat vruchtvlees.

De zwarte houtbij helikoptert zwaar ronkend de hele tijd al rond de balken. Ik stel me zo voor dat hij verlekkerd kijkt naar eventuele mogelijkheden voor een goed nest. Hij wel, wij niet. Eergisteren was het wijfje er ook, kleiner van stuk en even zwart. Inmiddels is eveneens het vlinderseizoen begonnen. Er vliegen prachtige exemplaren rond, maar ze zijn vooralsnog moeilijk vast te leggen. De koninginnenpage kwam al voorbij en een hele grote gele vlinder, die ik nog niet thuis heb kunnen brengen, maar de dagpauwogen, citroenvlinders, de koolwitjes en de zandoogjes in alle kleuren zijn er te kust en te keur. Lief zag het kleine boomblauwtje.

De pioenrozen staan dik in knop, ze worden druk bezocht door de mieren die de luizen melken of in ieder geval naar ze op zoek zijn. In de kruidentuin ontdekten we de Kompassla, een wilde slasoort. Een giftige plant die de zeldzame kompassla-uil aantrekt, een vlindersoort met onder andere de namen: Hecatera chrysozona of Hadena Dysodea. Die naam heeft hij vermoedelijk, omdat Hecate de God van de onderwereld was. Dysodes betekent: vies ruikend. Neus dicht dus. Maar ze bezoekt de planten pas eind mei tot half augustus. Of de plant zolang mag blijven is de vraag. Ze groeit tegen de klippen op.

De pulp voor de tweede poging papier te scheppen ligt in de week. Met de staafmixer zal het beter gaan. Kleuren kan eventueel met ecoline, tipte een lieve vriendin. Handig om te weten. Nu kijken of ik straks een rolletje van die dunne vaatdoekjes op de kop kan tikken. Daar kunnen ze heel makkelijk op drogen. Mijn pers is een plank met een grote steen erop. Die zijn hier aardig voorhanden.

Als we voor bezig zijn komt ‘Jonnie’ vaak langs met zijn fiets. Hij spreekt alleen Hongaars en verder met handen en voeten, als hij de fiets niet in evenwicht moet houden. Lief kent hem al veel langer. Door de Palenka is hij achterop geraakt. Hij woont verderop in de straat en vraagt ons of we nog iets kunnen missen. Lief zijn schoenen en het oude beddengoed neemt hij dankbaar mee. Zo schrijnend eigenlijk. Dan schaam ik me bijna voor de welvarendheid van mij en de andere bewoners in de straat. Het zijn keuzes die het leven bepalen, maar soms heb je daar geen vat op of maakt een ander die voor jou.

Nog een ander heuglijk nieuwtje. Het winkeltje aan het begin van de straat is weer open. Toen de vrouw die het bestierde ziek werd, is het lang gesloten geweest. In nood is er dus altijd voorraad dichterbij dan Szigetvar. Goed om te weten.

Overpeinzingen

In het geheel

Post uit Nederland. De Groene ligt in de brievenbus. Altijd een welkome drager van het nieuws, de schone kunsten en de wetenschap. Buiten is het zonnig maar fris door een stevige bries. Ben toch maar naar de keukentafel gevlucht, met uitzicht op de fluweelbomen en de uitbottende druif over het prieel.

In de biografie van Ostaijen is de eerste wereldoorlog uitgebroken en de aanloop naar dat gegeven toe brengt eenzelfde onrust als de huidige gebeurtenissen in de wereld. Beloften die gedaan en onmiddellijk weer verbroken worden, verbonden die worden gesmeed in het geniep, bevolking die ondergeschikt wordt gemaakt aan het uiteindelijke doel. De veranderingen in de mensen ook. Het gif dat zich langzaam in het denken uitbreidt door valse berichten, hele en halve onwaarheden en dat alles valt me zwaar te moede. Maar ja. De dagen van mijn leestijd zijn geteld, veertig bladzijden per dag, nog achttien dagen te gaan en ik wil het boek uithebben voordat de bijeenkomst is. Het is de tijd van toen die een stempel drukt op de tijd van nu en tegelijkertijd de discrepantie met het vreedzame retraite-bestaan hier.

In een van de bladen van mijn dochter komt de achterstelling van vrouwen aan bod in de literatuur en in de kunst. Vrouwen die nauwelijks genoemd zijn en bij doorbraak vervolgens de vooronderstelling ‘geen goede moeder’ opgeplakt kregen zoals Toorop overkwam. Een beoordeling was sowieso altijd al gemankeerd omdat sommige ‘kunstkenners’ niet eens de moeite namen het werk te bekijken als het door een vrouw gemaakt was. In de schildercursus onder leiding van Mieke Siemons was er een kwartaal bij, waarin we een ode wilden brengen aan de vergeten vrouwen in de kunst. Vooral de leerlinge, muze en maîtresse van Rodin, Camille Claudel is me bijgebleven, die een hele tijd onmisbaar was voor de beeldhouwer en met haar talent een aanvulling op zijn werk was. Later trok ze zich verbitterd terug en voelde zich gebruikt. Ze maakte nog diverse prachtige sculpturen, maar werd door haar broer Paul in een inrichting opgesloten, verguisd door haar moeder en de hele familie. Een triest verhaal omdat de maatschappelijke kritiek op vooral het feit dat ze vrouw was, daaraan in hoge mate heeft bijgedragen.

In een ander nummer krijgen we in de rubriek ‘Het leven van’ een inkijk in het leven van Tove Ditlevsen, de Deense schrijver en dichter, door Liddy Austin. Als ze in 1966 wordt opgenomen in een psychiatrische kliniek om af te kicken van de alcohol en de barbituraten eist ze dat ze wel haar typemachine bij zich mag houden. Daar schrijft ze de eerste twee delen van haar memoires, die uiteindelijk als trilogie wordt afgerond. Als ze in haar jeugd ervan droomt om schrijver te worden, schampert haar vader Ditlev: ‘Meisjes kunnen geen dichter zijn’. Het zijn dit soort opmerkingen die het achterstellen van vrouwen in de kunst, vaak achteloos opgemerkt, initiëren. Geboeid door dezelfde problematiek als in het eerste blad aangehaald, lees ik door. Het is soms hartverscheurend wat ze schrijft. ‘Mijn kindertijd is lang en smal als een doodskist en je kunt er niet zonder hulp aan ontsnappen’.

Die hulp vindt ze als ze een baan krijgt als redacteur voor het literaire tijdschrift van Viggo F Møller, die 33 jaar ouder is dan zij, maar waar ze, na een podium voor haar verzen en een debuut, mee in het huwelijk treedt, waarmee haar entree in de literaire wereld compleet is. Maar de waardering blijft uit. Dat voelt ze als een miskenning. Na vier ongelukkige huwelijken en steeds weer de hang naar verslavende middelen neemt ze een overdosis slaapmiddelen en schrijft in haar afscheidsbrief: ‘Er is meer reden om te rouwen over mijn leven dan over mijn dood’. Het trieste van dit alles is dat haar begrafenis wordt bijgewoond door duizenden fans, meer dan voor welke Deense schrijver ooit. Vorig jaar juli lanceerde Jens Andersen haar biografie.

Het menszijn centraal stellen en het talent. Wat zou dat een balans brengen in het geheel.

Overpeinzingen

Lang genoeg gelummeld en gezeten

Het schiet niet op vanmorgen. Voor het eerst in een lange tijd pas om negen uur wakker, weliswaar met tussenpozen, maar toch. Wonderlijke dromen over een warenhuis waar een modeshow annex optocht in het wit gehouden werd, mijn dochter die ik daar uit het oog verloor en een wonderlijke keur aan kleren en lappen die het net niet helmaal waren. Dwalen door dromenland, ik doe het graag, maar van deze werd ik wat onrustig wakker. Laat met alles, dus nog niet klaar met Polleke van Ostaijen, de puzzel maar half, inmiddels wel ontbeten met een eitje en Lief, die in zijn kalme tropengang al negen kruiwagens heeft weg gekruid. Ja, ja het land vraagt, roept en schreeuwt hier en daar om aandacht. En ik rust op mijn lauweren. Het is de overgang van de relatieve kou in Nederland en de subtropische warmte hier. Het maakt lomer, om niet te zeggen slomer.

Het tweede probeersel papierscheppen is iets beter gelukt dan de eerste maar op alle fronten te grof om er daadwerkelijk wat mee te doen. We liepen in de grote supermarkt die haar ketens overal ter wereld volgens hetzelfde concept uitbaat en vonden bij de gebruiksvoorwerpen zowaar een Staafmixer met toebehoren voor de somma van 20 euro. Dat schiet lekker op. Daar kunnen we wel mee uit de voeten. Het atelier begint langzamerhand op mijn keukenkast te lijken. De pasta-machine voor het drukken, de staafmixer voor het maken van echte pulp…Het moet niet gekker worden. Nog eens wat filmpjes er op nagekeken en om een mooier resultaat te krijgen kan je de gezeefde en uitgelekte pulp nog persen. Ik zal eens zien.

Vanmorgen hoorden we een vogel die we niet goed thuis konden brengen maar die iedere ochtend wel een aantal trillers laat horen. De vogel-app gaf de zanglijster aan. Vol verbazing opgezocht en inderdaad, een voltreffer. Overduidelijk de zanglijster. Die hoor je bij ons in Nederland bij lange na niet meer.

Een appje van de oudste zoon met schattige video’s in Playhood, Amsterdam. Er zijn allemaal na te spelen locaties. Een winkel, een politiebureau, een hotel etcetera, compleet met verkleedkleren. Erg grappig ziet het eruit en het doet me terugdenken aan de projecten op school, waarbij we ook situaties nabootsten die verifieerden met de realiteit. In het speelhuis waren bijvoorbeeld echte potten en pannen aanwezig, voor de thee een biedermeier-kringloop serviesje. Bij een project over groenten, een groentenkraam compleet met geverfd fruit van klei en echt nepgeld, weegschaal, kassa. Bij een gezondheidsproject de wachtkamer en de kamer van de dokter, compleet met stoelen op een rij en oude magazines om te lezen en voor de dokter een stethoscoop en de mogelijkheid om rontgenfoto’s te bekijken, lichtbak incluis evenzo als de oude foto’s. Altijd grote trekpleisters. Maar hier kon je zelfs boefje spelen op het politiebureau, een cliché streepjespak voor de entourage en een echte boevencel met ontsnappingsmogelijkheid.

Zuslief is weer naar Reggio in Italie waar ze haar cursisten laat kennis maken met de visie van Reggio Emilia, die een duidelijke kindvisie centraal stelt omdat ieder kind een eigen manier heeft om te leren, omdat ze allemaal leergierig en nieuwsgierig zijn. Wij leerden in de jaren negentig, toen we daar heel erg mee bezig waren en alles uit de kast trokken om er meer over te weten te komen, vooral wat we aan de leeromgeving moesten doen zoals het inrichten van de ruimte, de voorhanden zijnde materialen en, cruciaal, het volgen van de uiteenlopende manieren van hun ontwikkeling en het anticiperen daarop. Daaruit werden die rijke projecten geboren en niets was ons te dol. Daar hebben we lang op voort mogen borduren. Schaven en vijlen, passen en meten tot het staat als een huis binnen het Jenaplan.

Zo, nu ga ik eens in de benen. Het wordt tijd. Lang genoeg gelummeld en gezeten.

Overpeinzingen

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Gisteren vierde de oudste kleinzoon zijn verjaardag voor de familie. Het zag er gezellig uit met al die krioelende kleintjes van ons onder de aandacht van kleinzoon en zijn stoere vrienden. Hij was enorm in zijn schik met de zitzak die hij van de familie had gekregen. Zijn broer, de spring-in-het-veld, heeft de hoofdrol in de musical op school. Fijn zo’n mentale opsteker. Een mens heeft af en toe de veren nodig om verder te kunnen. Lieve berichten van het thuisfront. Foto’s, kattebelletjes, videootjes, ze worden dankbaar onthaald.

Een arme kip of haan van de buren heft om het uur ongeveer een lied van treurige tonen aan, een hele hoge, bijna in falset, en eentje een octaaf lager. Als je er op gaat letten wordt je er tureluurs van. Het klinkt klagelijk, ongemakkelijk ook. Daarnet ben ik gaan kijken wat het nou daadwerkelijk was. Het bleek echt de haan te zijn en hij roept om zijn kippetjes die de buuf in een ander hok heeft gezet. Het is wat hoor. Moet je juist in de lente de natuurlijke drang onbeantwoord laten. ‘Klaaglied om Agnes’ heet het van nu af aan.

De irissen bloeien. Wow, ze zijn toch altijd van een bijzondere schoonheid. De druif begint aardig uit te lopen en ook de vijg doet een duit in het zakje.

Tussen alle bedrijven door scheurde ik gisteren de laatste papieren van de keukenrol en ook de rol zelf moest er aan geloven. Klein snipperen, water erbij tot het pulp wordt. Handje helpen door te kneden en te knijpen, helaas is hier geen mixer of staafmixer, in de bak een nacht laten weken en dan gaan koetsen, dit is scheppen met je zeef en het omkieperen op een doek. Alles met moed, beleid en trouw, dus anders dan ik het de eerste keer in de haast deed. Nog niet helemaal goed gelukt, nu eerst maar op zoek naar de mixer. Bovendien las ik iets dat nog veel interessanter is en eigenlijk ook logisch. Alles wat een vezel heeft is geschikt om papier van te maken. Onkruid of gras bijvoorbeeld. Wel eerst koken met zilversoda en dan het hele proces zoals hierboven beschreven, nadat je de zilversoda eruit heb gespoeld, anders veroudert je papier te snel.

Paul van Ostaijen, Zot Polleken zoals hij door zijn klasgenoten wordt genoemd, is inmiddels met zijn ouders verhuisd naar het platteland, waar hij deelneemt aan een literaire en culturele club in een dorp verderop en daar neemt zijn leven weer een nieuwe wending. Het blijft boeiend.

Lief ging boven op de zolder kijken, waar nog een hoop keukengerei in het ketelhok scheen te liggen. Ooit van iemand geweest die hier in de buurt gewoond heeft en even een opslag zocht voor dit klein grut. Nooit meer opgehaald, zoals het zo vaak gaat met iets wat je uit het oog verliest. Het raakt vanzelf in de vergetelheid of de belangstelling is verlegd en dan is de herinnering eraan ook tanend. Wat ik er uitvis, een mooie sinaasappelpers, een bakblik en wel een soort mixer vermoed ik, krijgt een nadere inspectie op bruikbaarheid. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Overpeinzingen

Is er iets mooiers denkbaar

De ochtend was al bijna voorbij. Lief was achter met een struik rozemarijn bij de datsja bezig om deze te vrijwaren van onkruid en ik las verder in de biografie van Pol, lees Paul, van Ostaijen. Wat een boeiend verhaal en dan met name de revolte van de jonge Vlaamse studenten tegen dat bolwerk van het katholicisme, hun scholen en het dogma, dat ze hen op wilde leggen. De vrijdenkers Tolstoj en Serrer inspireren. Zijn hang naar persoonlijke vrijheid is groot. Vooral dat zorgt ervoor dat ik me verlies in de woorden. Vergat er zelfs door te schrijven. Het is een onhandig boek, want te dik om ter hand te nemen of tegen je knieën aan te laten leunen als je op bed ligt. Je leest het rechtop aan de tafel en misschien is daardoor de concentratie nog net een tandje hoger, wie zal het zeggen.

Het belet me niet om af en toe op te kijken en de natuur in ogenschouw te nemen en ineens zie ik een gifgroene grotere salamander of hagedis dan de bruine van vorig jaar, van de dakpannen oversteken naar de vijgenboom. Ik knip een onduidelijke foto waarna hij schielijk in het struweel verdwijnt. Natuurlijk speuren we de bronnen na, wat of het geweest zou kunnen zijn. Hij was groter dan de kleine bruine exemplaren die zich bij mooi weer koesteren in de zon op de dakpannen en haastig wegschieten zodra je in de buurt komt.

Vandaag hebben we overlegd met de broer van Lief om hem en zijn vrouw onze bibliotheek aan te bieden als slaapplek. Ze willen langs komen in Mei. Een uitgelezen moment om dit grote huis weer open te stellen voor logees, zo het uitkomt. Boven op de grote zolder staan twee ouderwetse maar goede metalen bedden met een prima spiraal. Daar kopen we nieuwe matrassen in, beddengoed ter aanvulling en zie daar. Er staat zelfs nog een rococo-kaptafeltje. We zullen zien wat deze lente aan meerwaarde brengt.

Bij aarzelingen over eventuele te maken plannen heb ik veel aan een uitdrukking die ik tegenkom in een van de bladen van dochterlief. ‘Zo niet nu, wanneer?’, oftewel ‘If not now, when’. In de tijd van corona is dat isolement er hier zo’n beetje ingeslopen en als je niet meer gewend bent om visite te ontvangen kan een drempel steeds hoger worden. Maar ik vind het heerlijk om mensen uit te nodigen, nu ik er de tijd voor heb, en ze deze prachtige kant van dit weidse land kan laten zien. Vorig jaar is er een kiem gelegd door dochterlief en haar gezin en de vriendin van lief, die hier haar eigen huisje had. Nu kunnen we stap voor stap gaan uitbouwen.

De uitdrukking bezigen is een prima manier om eventuele beren op de weg op te ruimen en schoon schip te maken. Bij flitsende ideeen volgt zo dikwijls ‘Ja, maar…’ en dan komen er allerhande bezwaren waardoor je van het idee kan worden afgebracht. Geen uitstel meer, maar er voor gaan. Ik vind het een mooie geestkracht, een bron van nieuwe energie. Een logeerkamer betekent mensen over de vloer, een nieuw elan, een huis vol leven en daar tussenin weer de broodnodige rust. Balans zoeken, verlangen vervullen. Is er iets mooiers denkbaar.

Overpeinzingen

Ook in jezelf

Als het kon, dan zou ik het zonlicht vangen in een doosje en jullie kant opsturen, zodat de regen van schrik de kuierlatten zou nemen. In de ochtend op het terras zitten, lief door de brandnetels te zien kruipen om de vijg ervan te vrijwaren, een rouwkwikstaart te zien scharrelen onder de bloeiende rozemarijn, te snel weer weggekwikt zonder foto als bewijs, dikke vliegen hun pootjes te zien wassen op de rand van de bank tegenover me, dat betekent zon in de meest zonnige momenten die er zijn. De onthaasting van een vroege morgen.

Vanmorgen om acht uur al stond er een mijnheer voor het hek en riep tot drie maal toe ‘Jona pot’ eer lief zijn laarzen had kunnen aantrekken. Of hij de caravan, de kocsi, kon kopen, waar hij een speelplek voor zijn kleinkind van wilde maken. Het was een allervriendelijkste man en hij mocht even met eigen ogen aanschouwen dat de vermeende caravan nooit meer op eigen houtje mee te nemen zou zijn, anders dan met flinke verbouwingen aan bomen en tuin en takelwagens, met haar banden die zo plat als een dubbeltje zijn. Lachend begroette hij ons weer. ‘Vislat’-Tot Ziens’.

De vogels in de gaard zijn naarstig op zoek naar elkaar en naar een plek om nesten te bouwen. Ze dartelen, buitelen en scheren om elkaar heen en achter elkaar aan. De lucht is zwanger van de liefde, die er opbloeit om ons heen. Of is het lust. Zouden vogels wel een vertederd gevoel voor elkaar kunnen hebben of is het alleen maar de natuurlijke drang tot paren en voortgang. Een gevederd gevoel is er zeker.

Denken in mogelijkheden. Wat te doen als er een kamer boven is en iemand te slecht ter been om dat aan te kunnen. ‘Ik ga wel in een hotel’, zei de persoon in kwestie. ‘Welnee ben je mal’, was mijn gedachte. Lief vond het lastiger, kent de situatie om niemand op te schepen met extra werk of overlast, iets wat nou eenmaal in de aard van het beestje zit. Bescheidenheid met een hoofdletter. Maar wat als de gulle ontvanger daar totaal geen moeite mee heeft en als oplossing een van de drie kamers beneden voorstelt. Bovendien, als je de 75 bent gepasseerd dan mag je Bescheidenheid best laten varen en vertalen naar ‘Wat vinden de luitjes er zelf van’. Dit luitje vind het een fantastisch idee.

Ziezo, het lag in de week en werd steeds roziger van kleur. ‘Ooit is het een slaapkamer geweest’, mijmerde Lief, ‘Lang geleden’. Er trokken vast allerlei beelden voorbij, want de glimlach en de peinzende trekken om zijn mond werden steeds zachter, milder, nog ontvankelijker. In deze omgeving is alles goedhartig omdat hier op dit stukje Hof de wereld zo vredig en lief is.

Ik lees over iemand die eigenlijk de beleving van de religie weer zou willen ervaren, maar dan zonder de dwangmatige wetten van het geloof. Bijvoorbeeld dat je niet met blote armen een kerk in mag. Een vriend van haar organiseerde een bijeenkomst in de herfst, waarbij iedereen een voorwerp dat hen aan dat jaargetijde deed denken, mee zou nemen. Terwijl de mensen naar voren kwamen met hun herfstschatten vertelde de vriend ter plekke herfstige verhalen, geïnspireerd door de meegebrachte objecten. Soms waren ze tussendoor ook gewoon stil en luisterden naar de geluiden die van buiten klonken, wind, regen alles wat herfst beraamde. Het voelde voor haar als de beleving in de kerk, tijdens een mis, maar dan veel intenser, zo met haar vrienden om haar heen.

Religie zit in ons, om ons heen, is overal. Het troostrijke is het kleine dat je om je heen ontmoet maar ook in jezelf.

Overpeinzingen

De beste stimulans

Lief schraapt de klinkers van het prieel schoon en het geluid ervan klinkt bijna vredig. Het gekras van het schrapertje over de stenen in een staccato beweging met daar doorheen het geluid van de zes, de doorgaande autoweg aan het eind van de straat en het gemoedelijke getjilp van de heggenmussen, een zonnetje erboven en de tuin voor me, een en al verstilling. Dat is het tempo waarin alles hier gaat. Kalmte zal U redden. De vriend die hier in Hongarije zijn woonstek heeft, zegt altijd als we bijna op de plaats van de bestemming zijn: ‘Niet te snel. Het tempo ligt hier niet zo hoog’. De essentie van het leven hier.

Vanmorgen heb ik maar eens een proefballonnetje opgegooid over een paar ideeën. Wat altijd werkt is iets nieuws een tijdje in de week leggen. Dan kan een ander er aan wennen en het zich eigen maken. De voortvarendheid waarmee je een en ander in werking wil laten treden moet er dan wel vanaf. Het komt. In eigen tijd, op eigen uur. Heb vertrouwen.

Gisteren belde broer van Lief. Ze komen in mei op bezoek. Hij kreeg zeker een uur lang een digitale rondleiding, huis en tuin, Datsja, bos en land werden aangedaan. Hij vond het prachtig. Een tipje van de sluier. Er klinkt luid gekras. Vorig jaar was dat de vraag die ons bezig hield. Welke vogel is dat, de app voor vogelgeluiden kon het niet thuisbrengen. Het bleek de gifgroene boomkikker te zijn. Nu is het wonderlijke diertje er weer en met meer dan je zou verwachten. Ze schetteren over het hele terrein in antwoord op elkaar, denken wij.

Het leven is gevuld met lezen en nog eens lezen. Tijdschriften van dochterlief, wat staan er mooie verhalen in, en zeker ook veel om bij stil te staan of over te kunnen mijmeren. Bijvoorbeeld: ‘Het besef dat mijn eigenwaarde losstaat van mijn prestaties, geeft misschien wel het meeste lucht’ of ‘staat ‘succes’ gelijk aan ‘goed’’,ook zo’n mooie doordenker. Misschien is het ook omdat de omlijsting bij het denken er zo prachtig inpast. Er is alle tijd om gedachten vleugels te geven. Het wordt niet gehinderd door de ruis van alledag.

Paul van Ostaijen vordert langzaam maar gestaag. Het komt door de dikte van de biografie, onhandig, niet te tillen, laat staan mee te sjouwen van ruimte naar ruimte. Maar zodra je met het verhaal bezig bent wordt je meegenomen naar de taalstrijd in België aan het begin van de vorige eeuw. De Vlaamse rebellen roeren zich en Pol, zoals hij genoemd wordt, is er een van.

In een van de tijdschriften stond een heerlijk gerecht. Gefrituurde aubergine, dito paprika, gefrituurde aardappelschijfjes en gefrituurde knoflook in een ketjapsaus met basmatirijst geserveerd. Iets om van te smullen. Een beetje vettig, wat het extra smeuïg maakte. Het komt uit een kookboek dat Chinese-ish heette en geschreven is door Rosheen Kaul en Joanna Hu. Gerechten geënt op de Oosterse keuken, maar net even anders. Het boek is een ode aan de samensmelting van verschillende culturen en identiteiten door middel van eten. Dat zou op andere vlakken eveneens moeten gebeuren.

Het was goed gelukt, ondanks het ontbreken van het maiszetmeel en de sesamzaadjes. Bovendien is het een uitdaging om er op voort te borduren. Een heerlijk hoogtepunt, dit uitleven in de keuken. Daar kwam dus een tekeningetje van voor het logboek.

Ziezo. Ik ga in de tuin verder waar ik gebleven was. Het elimineren van de wikke, sorry lieve plant, en het vrijwaren van de vaste planten. De vraag: ‘Waar is de verdwenen hortensia gebleven, blijft hangen boven het nog te doen lijstje. Een leuk mysterie is de beste stimulans.