Watervlug glipt de tijd door de vingers. Net was het nog vijf dagen geleden en nu zijn die weer voorbij. Na een iets minder kakelvers ontbijt en het lossen van de rekening bij de kassa, Lief zwaaide gul met ons laatste briefje van 500 dinar, toegegeven, geen vetpot maar al het baar geld was al vergeven. Je mag een gegeven paard immers niet in de bek kijken. Zou dereceptionist bekend zijn met Nederlandse spreekwoorden? Ik waag het te betwijfelen. In ieder geval had hij er nu wel kennis mee gemaakt. Iets met een stuiver in een lelijke eend en een stukje koperdraad na de massa mensen. (Wie kent dit nog, luitjes). We zijn de laatste der Mohikanen, bedenk ik me en Pauline Cornelisse had er vast om gegniffeld. Ik ook nog steeds, dus blijft het staan.
De garage met de stijle opgang was het tweede obstakel. Maar, moeiteloos hoor, al zeg ik het zelf. Daar reden we de stad uit, die eigenlijk veel groter was dan het mooie oude centrum, maar minder de moeite waard. Via allerlei binnendoor wegen konden we het troosteloze Servische landschap goed observeren en we zijn er wel ontdaan van. ‘Ze verkwanselen hun land’ verzuchtte ik en Lief kon dat alleen maar beamen. Tja, helaas. Het is overgeleverd aan de agrarisch-industriele industrie en derhalve doods en levenloos. Mijn hart bloedt. Zouden die mensen die er midden in wonen dat nog wel in de gaten hebben. Overal dode bomen, platgebrand land, graanschuren en silo’s, vuilniszakken afval langs de weg, blokken aangetaste huizen die langzaam vervielen midden in een dorp. Waarom en…Waartoe?
Met een paar stempels werd ons bezoek bekrachtigd en mochten we door. Bij de Kroatische grens vroeg de man die ons staande hield of we nog wat aan te geven hadden, Ik antwoordde waarheidsgetrouw, een fles witte en een fles rode wijn. Zijn ogen begonnen te twinkelen en hij vroeg met een lach aan lief: Geen sigaretten? Nee, helemaal niet en hij moest er hartelijk om lachten. Vrolijk Kroatië binnen dus. Heerlijk. Eerst een wegaanleg en daarna die prachtige zoevende wegen door fris en groen met veel herfstkleuren tussendoor gezond landschap. Wat een verademing, letterlijk en figuurlijk.
Hongarije mochten we zonder obstakels binnenrijden en ook hier was alles puur genietbaar, de bomen, de akkers, de herfstkleuren en het groen. Arm Servië. We zijn niet gestopt om er foto’s van te maken maar als je wikipedia leest over de infrastructuur van Servië, snap je meteen wat we op ons pad gezien hebben.
We reden met het grootste gemak op Pécs aan, vertrouwde omgeving, thuiskomen dus. Maaar het echte thuis lag een paar stadjes verder. Hoera, rechtsaf en daar was onze vertrouwde straat, de lieve Hoff, we roken stal.

Agaath op haar vertrouwde plekje en de koffer + rugzak naar binnen, het huis herfstig koud, maar buiten zeker tien graden warmer. Spulletjes uitpakken en evalueren. Lief blies leven in de ketel. Straks is het heerlijk warm. In de keuken wachtte het cadeau van vriendlief. De planken boven het marmeren blad. Ahhh, dat is lief. Mooie dingetjes erop gezet om de levendigheid te benadrukken. Wat een onzichtbare kracht is het toch.