Op de wandeling eergisteren had ik de hoeveelheid valfruit gezien en het was me opgevallen dat bijvoorbeeld de gevallen krieken opmerkelijk in tact waren en met ronde roze-paarse blossen me smeekten om verzameld te worden. ‘Raap ons, raap ons’ riepen ze in variatie op de appelen van vrouw Holle’s bomen. Dus toog ik met mijn mandje richting oude boomgaard, waar de oude appel en peer gezusterlijk naast de wilde kersenbomen stonden.
Ook kweepeer en appel lagen er, maar veel meer aangedaan. In het kader van ‘first things first’ dus eerst de krieken. Een halve mand vol, goed voor een potje of zes, schatte ik in. Dat hield in dat er een zen-uurtje ontpitten aan vast zat. Ik probeerde nog het geluid van een vogel te vangen, maar de app gaf alleen een roodborst aan, die prompt daarna nooit meer te horen was. Oké. Ik was het met wiki eens, ze waren in de rui, hadden de energie hard nodig en wel wat beters te doen dan een deuntje te fluiten. Je kan niet alles hebben.
Er glipte een pit uit mijn handen de pan in en ik kon hem niet meer terugvinden. Het zou toch gelei worden, dus dan valt ze, hoop ik, vanzelf op. Drie grote potten vol gelei was het resultaat van de daadkracht. Mooi werk. Verder las ik dat van wilde appel en kweepeer samen een goed uitgebalanceerde appelstroop te maken viel omdat kweepeer veel pectine bevat en je nauwelijks tot geen suiker nodig zou hebben om tot een rinse appelstroop te komen. Iedere keer een stapje verder in het maakproces waar het het voedselbos betrof. Lief deed dat op het land en ik met de producten ervan. Ook een mooie balans. Had je me vroeger verteld dat ik iets dergelijks met alle liefde en geduld zou doen, dan had ik je verwonderd aangekeken. ‘Er is niets veranderlijker dan een mens’, zei mijn moeder altijd. Ze had en heeft nog altijd gelijk.
Tijdens het ontpitten heb ik alle tijd om het leven rond de gevallen vijgen voor het terras te bestuderen. Het is een luilekkerland voor wespen, bijen en vlinders. De Atalanta en de dagpauwoog komen zich hier met regelmaat laven aan de zoete gevallen vijgen en ze laten hun vleugels verlekkerd en tevreden heen en weer wiegen terwijl er gesnoept wordt. Vlinders zijn er in het artikel van de Deense Lea Korsgaard te over. Ze schrijft erover in haar boek ‘Het Vlinderseizoen’, waarin ze de levens van vlinders uitgebreid onder de loep neemt in een meeslepend verhaal, maar wat daarbij tegelijkertijd een zoektocht wordt naar passie, metamorfose, materialisme, vooruitgang, ecologie en schoonheid volgens Frank Mulder, de schrijver van het artikel

Korsgaard is er van overtuigd dat er iets in de mens zit, dat ergens heen wil, net als het onherroepelijke, dat een rups zich wel moet ontplooien tot een vlinder. Of vanuit een grotere hoek bezien: Dat er iets in de geschiedenis is dat ons voortstuwt. Maar ze heeft daar een verandering in geconstateerd. Dat we niet langer dat doel centraal stellen maar de middelen en daarmee de zingeving uit het oog verloren hebben. Wat is het dat ons in eerste instantie zo verwonderde. Het is een boeiend artikel en gaat van deze gedachten en de voortplantingsdrift van vlinders naar de diepe existentiële waarheden van Nabokov en de zoektocht van de opa van Korsgaard naar de levenskracht achter de kosmos. En dat alles valt te ontdekken in de dans van de vlinders. Dit boek komt in ieder geval bovenaan het lijstje.
Wij maakten ook ooit kersen in op brandewijn. Dan hoef je niet te ontpitten. Zie eventueel mijn blog https://djaktief.wordpress.com/2017/07/01/dronken-kersen/ Ik heb nog een aantal potten staan. Dat blijft heel lang goed door de alcohol. Vorig jaar opende ik nog eens een pot en het was nog steeds lekker.
LikeLike