Uncategorized

Een nieuwe belofte

Gisteren konden we weer hand en hand door ons geliefde Utrecht lopen. De aftrap voor ons culturele seizoen hadden we bedacht met een etentje en een film. Het diner zou in het Louis Hartlooper zijn, dezelfde plek waar in de filmzaal twee uur later de film zou beginnen. Ik was in de heilige veronderstelling dat we boven zouden zitten in het restaurant, maar het bleek dat daar niet te reserveren viel en dat we aan mochten vallen in het lunchcafe. Oké. Vlak voor het raam, waarachter een groot terras en uitzicht op het Ledig Erf, dus voldoende afleiding indien nodig. Het was er zonnig en warm, ondanks het raam dat boven onze hoofden open stond. Geroezemoes van buiten klonk door en gaf een prettige en ongedwongen sfeer aan het geheel.

Het was in de late namiddag dat we neerstreken. Ons eerste echte etentje en stof tot praten voor tien. Er kwamen herinneringen langs schuiven, de voetsporen van mijn vader die ooit werkzaam was geweest in hetzelfde gebouw als bewaker van de wet, maar vooral onze lieve kleindochter en de malheur die haar overkomen was vandaag en waar de hele familie hun aandacht en liefde over betuigden via de app. Fijn dat er zoveel medeleven bleek en die grote betrokkenheid. Als moeder van een groot gezin een belangrijk item voor mij.

Ondertussen kwam de observatie van de omgeving op gang. Twee ‘backpackers’, soms is het Engelse woord makkelijker dan het Nederlandse, dat ‘rugzaktrekkers’ zou moeten worden. Prompt volgde een verhandeling over anglicisme en anderszins in de Nederlandse taal en het belang van het doorgeven van bijna vergeten welluidende woorden, die de taal zo’n verrijking gaven.

Bejaard en jong wisselden elkaar af in een bonte stoet. Het viel op dat de ouderen veelal zwijgend naast elkaar konden zitten eten, terwijl het grut al gauw een spelletje of iets te lezen erbij pakte onder een geanimeerd gesprek. Nou zaten die onder andere aan de leestafel, dat stimuleert extra natuurlijk. Wij hadden genoeg stof tot praten.

Mensen op het terras waren veelvuldig en uitgelaten bezig met de vrijdagmiddagborrel. ‘Kom maar door met de bitterballen’. Alle tafels waren gereserveerd, maar de meesten pas na zevenen wat er voor zorgde dat er nog aardig geschoven kon worden, een wat chaotisch en onrustig systeem. Er liep genoeg bediening, studenten schatte ik in, en er was geen logica op te trekken. Al met al was het gezellig, rommelig en vooral heel erg warm. Met de zon op de ramen. De gordijnen hadden we dicht getrokken, maar die konden maar een klein stukje. Het eten was smaakvol, een flink bord en derhalve ruim voldoende. De pasta voor mij en Lief nam de tempehschotel.

Om zeven uur begon de film. Ali en Ava van de Britse regisseur Clio Barnard beloofde een opbloeiende liefdesrelatie onder de rook van Bradford, een van de arme industriesteden in Engeland en berucht om haar sociale context. Welluidende kritieken als ‘ Een optimistische romantische setting’ hadden ons op het verkeerde been gezet. Na een boeiende en flitsende opening verviel het drama in een trage afwikkeling van beelden, waarbij voortdurend een andere verwachting gewekt werd, waar niet aan werd gerefereerd. De karakters waren helder en duidelijk, maar hadden nog wat meer uitgediept mogen worden, net als de liefdesgeschiedenis op zich. Wel was er herkenning, door de grilligheid waarmee een en ander, en doorgaans het leven, verliep.

Na een film verwacht je de diepe duisternis, maar we hadden de vroege voorstelling dus wandelden we in een drukke vrijdagavondstad weer terug naar de parkeergarage. De terrassen overvol en de stemming uitgelaten. Voor herhaling vatbaar was de conclusie. Het sociale leven kwam weer op gang. Boven de boomtoppen strekte zich het zachte avondlicht in een nieuwe belofte.