Uncategorized

Een band voor het leven

De berg met rommel stond nog netjes onaangeroerd voor de schuur van de buurman. Er waren geen ochtendsterren geweest. Het weer was er ook niet naar. Het was te nat. Ik poetste me snel door de ochtendrituelen heen en schoof om half acht in de kleine blauwe. Het werk wachtte.

Altijd weer is het een wonder hoe snel de vrije dagen met het grootste gemak worden ingeruild voor de routine. Uniform halen, post meenemen, aanmelden bij de vrijwilligerspost en met de huistelefoon naar de kleedkamer. Spullen in de locker, haar op zolder en post rond brengen. Dankbaar werk omdat het altijd weer een verheugde blik en een brede lach opleverde.

IMG_3113

Er zat een man op de gang in een rolstoel. Hij had een bord met eten voor zich. Vanuit de zusterspost waar de overdracht gegeven werd, zag ik hem langzaam een stuk brood aan zijn vork prikken en voorzichtig richting mond transporteren. Menigmaal ging er een lege vork naar boven. Dan had hij er naast geprikt. Na het uitwisselen van de wederwaardigheden waaierde de kamer leeg. Ik liep naar mijnheer toe, die het toch gelukt was om het bord leeg te krijgen. Er kwam geen antwoord op mijn vragen. Hij keek me aan en schudde zijn hoofd, legde een hand over het voorhoofd heen en schudde weer. Mijnheer bleek dement te zijn.  Hij sprak geen Nederlands en begreep ook niets van wat we zeiden. Hij zat daar maar, voor zijn kamer en keek naar iedereen die voorbij trok met een vragende blik. Met tussenpozen sloot hij de ogen. Af en toe gaf ik hem wat water. Dan dronk hij gulzig en verslikte zich. Mondjesmaat was de les.

In een andere kamer lag een man die me aan onze oude buurman deed denken uit de Amandelstraat. Spits en benig, maar met een heldere oogopslag. De afleiding kwam voor hem als geroepen en in een oogwenk had ik zijn naderende dood en het levensverhaal voorgeschoteld gekregen. Zeven jaar lang had hij de kanker achter zich gelaten en nu had de kwelgeest hem ingehaald en liep voorop. Er klonk berusting uit zijn woorden, maar in een ooghoek aan de binnenkant van zijn oog balde al het verdriet erom zich samen in een verloren traan.

Een lieve oud-collega, kwam voor de dagbehandeling. Een hartelijke begroeting. Het uitwisselen van de ongemakken en het delen van de kleinzoonperikelen. Trotse foto’s van de laatste spruit van drie weken.

Hier in het ziekenhuis lopen leven en dood hand in hand. Ook de zelfstandigheid en de afhankelijkheid houden elkaar stevig vast. Voortdurend schommelt het beeld bij de grote draaideur aan de ingang van het ziekenhuis van mens-zijn naar patiënt-worden.

De rijzige vrouw met de prachtige grijze lange haren kreeg een icecap aangemeten in de behandelkamer. Door een kier van de deur zag ik hoe moeizaam het strakke kapje over haar prachtige weelderige haardos werd heen geschoven. Al dat haar dat, ter behoud, onder de kap verdween, vertelde een eigen verhaal van hoop en vrees.

003

Bij de begroeting van vanmorgen zat er een vervangster van de secretaresse die met vakantie was gegaan. Ze herhaalde mijn naam met een vraag. Ik keek haar aan en in een fractie van een seconde was ik bij de Bernadette-groep in de kleine boshut achter de Monicakerk in het bruine kabouter-uniform. Een kloof van ruim vijftig jaar bleek met het grootste gemak te overbruggen. Alle rimpels van jaren verdwenen als sneeuw voor de zon in de herinneringen die boven kwamen drijven. Het werd een feest van herkenning, waarbij we lichtvoetig een denkbeeldige tarantella dansten op de verhalen van toen.

Gedeeld verleden schept een band voor het leven.

6 gedachten over “Een band voor het leven

Reacties zijn gesloten.