Uncategorized

In de glazen fonkelde de wijn

In onze oude jassen huisde nog kwieke geesten. Het jolige stel van weleer, die ooit de Utrechtse regio belaagden met een aanhef van Piu non si Trovano of eindeloze lachsalvo’s  waren wijzer en fysiek bedaarder, maar nog even jolig en uitgelaten. Een dagje uit, we zouden naar het vierde rad aan de wagen gaan in Alkmaar.

De kleine blauwe prins stond klaar toen de eerste zich meldde met een taxi. Het stukje van  de deur naar de koets werd per rollator afgelegd. Het toilet, vier trappen hoog, in overmoed weggewuifd. Rollator in de schuur, haar gebruiker voorin, prinsheerlijk, dat dan weer wel. Dat kon de kleine Blauwe als geen ander. De tweede stond al voor de deur en moest dubbelgevouwen achterin kruipen. Ook dat ging niet helemaal soepel, maar eenmaal binnen had ze het hele rijk, de achterbank, voor zich alleen. Een frisse rollator voor straks was al besteld. Dat zou goed komen.

019

Ooit dartelden we als jonge deernen door de compartimenten van de trein eind jaren zestig. Het gebrek aan gespreksstof was ook nu in alle talen afwezig. We hadden een jaar te overbruggen en er was meer dan genoeg om uit te wisselen. Een van hen kende ik al van de eerste klas van de lagere school. Zo lang waren we al met elkaar opgetrokken. De periode op MULO en HBS was er even tussenuit geknipt, maar de andere jaren hadden we gedeeld tot aan 1973 toe. Daarna verlieten twee van ons Nederland. Eerst om in Duitsland te werken en daarna om naar Israel te gaan.

Keuzes bepaalden de weg en ineens was er weer behoefte om elkaar te zien, de club van vier. Om beurten bij elkaar om lief en leed uit te wisselen, maar vooral om in elkaars gezichten, achter de verrimpelde oogopslag de stoere jonge meiden te herkennen. Ze waren nog nooit weg geweest. Rebels en eigengereid hadden we de strijd aangebonden met de gevestigde orde op die oude kleuterkweek. De enige Non in zwart en lang habijt met haar sleetse gewoonten en instelling over wat nette meisjes moesten doen en vooral laten, werd proefondervindelijk op de hak genomen. Kleine witte briefjes met krachtige karaktertekeningen, een streep met neus, was al voldoende om de hele groep in een heimelijke appelflauwte te krijgen. Nee, het was niet kies, maar begrijpelijk, als iemand daar zo stellig beweerde dat tweelingen tegelijk geboren werden en wij geen meisjes waren, maar- ze stampvoette erbij-nadrukkelijk en ontzet  ‘Meiden…meiden’ .

Aan de andere kant colporteerde ik braaf voor haar Jonge Kerk en mijn moeder hielp een handje. Een kwestie van niet klagen, maar dragen. Dat leek me voor de zuster de beste modus. Ze zal het niet met me eens geweest zijn. Gelukkig kon ze na een paar jaar op retraite. We hadden ook mannen op school. Dat was al een welkome afwisseling tussen al dat vrouwvolk. De Saint gaf Nederlands en Spaan muziek. Bij de laatste kwamen onze Italiaanse recitals vandaan, die in de hal van het gebouw nog voller en krachtiger klonken dan in de treincoupé.

0131.jpg

Het kinderboek dat drie van ons geschreven hadden voor de hoofdakte had de vierde, die ergens anders de hoofdakte had gedaan, na vijftig jaar, geschreven. Het was de aanleiding voor ons bezoek. Ster was er gekomen, na jaren en jaren verlangen om ooit nog eens de verhalen de vrije loop te laten. We bewonderden het boek en de prachtige illustraties in kleurpotlood en wisten zeker dat de Saint haar, net als aan ons, minstens een 9 zou hebben gegeven. Piu non si Trovano, in de muziek een versterking, hier een vervolmaking van het viertal. We hadden we de tijd ingehaald. Daar moest op geklonken worden.

010.jpg

In de glazen fonkelde de wijn.

 

7 thoughts on “In de glazen fonkelde de wijn

Comments are closed.