Uncategorized

Nostalgisch gemijmer

Een kikker kwaakt zijn ongenoegen bij elkaar, enkele vogeltjes beginnen verwoed te zingen en stoppen niet eerder tot de telefoon uit de diepten is opgeduikeld. Ik zit niet in de vrije natuur met de wind om mijn oren, maar ben in het ziekenhuis.

De wachtkamer van de hartpoli is vol. Bijna iedereen sleept een partner mee. Veel mensen zetten hun telefoon niet eens meer op stil. De man naast het koffiezetapparaat is druk aan het bellen. Zodra hij de telefoon op wil bergen, komt de kikker luid kwakend  om de hoek kijken en begint hij weer. Het geroezemoes fluctueert, van zacht naar hard. De meneer tegenover me laat zijn stok vallen. Hij buigt voorover en kan er net met drie vingertoppen bij om het naar zich toe te hengelen. Aan de andere kant van de dubbele banken vrolijkt een man zijn vrouw op door zijn bril ondersteboven op te zetten. Ze maant hem tot normaal gedrag. Zijn dikke buik in kuikengeel schudt van het lachen, maar zij vertrekt geen spier.

IMG_1144

Er is veel te zien en beleven. De artsen en de verpleegkundigen roepen beurtelings mensen op. Drie keer grijpt de röntgenlaborante mis, de opgeroepen personen zijn er niet. Bij de derde oproep kijkt ze al of er een wens is, die nooit in vervulling zal gaan. Ze heeft duidelijk haar dag niet. De verpleegkundige van de echo is, als ik mee wordt getroond naar het kleine kamertje, een en al bereidwilligheid. Uitgebreid vertelt ze over de ligging van het hart, zoals het zich ondersteboven laat zien, kamers, boezems, kleppen. Het gestage ritme van woesh, woesh, woesh, ondersteunt de kleppen met een gelijkmatig getrommel. Het  blijft altijd fascinerend om dat eigen hart daar te zien pompen. Dan doet ze iets nieuws. Ze drukt de Doppler ook onder het strottenhoofd tegen de keel aan. Het is een wat benauwd gevoel. Met een half uur heeft ze alles in de computer geklopt en klaagt over de onwilligheid van het oude toetsenbord.

Ze deelt me, in het kleine gesprekje dat we daarna hebben en passant mede, dat ze voornamelijk een ochtendmens is en een avondmens zou willen worden. Ik had vertelt dat ik van avondmens vroeger, in de jaren die volgden, getransformeerd was tot ochtendmens. We besluiten om de ECG er direct achter aan te doen. Daarna zal ik drie uur later terugkomen voor de cardioloog zelf. Ik nam plaats in het midden. Dat was strategisch, omdat ik anders misschien de oproep missen zou. Dwars door alle geluiden heen is het soms lastig te verstaan.

Een oudere vrouw met een modieuze shabby spijkerbroek en dito jas, kwam rommelen in de houten bakken met tijdschriften. Ze keek, keurde af, keek weer en vertrok met een blad. Kennelijk had ze beweging nodig want even later drentelde ze naar de koffieautomaat toe en nam er een thee uit, waarna het onhandige dompelen met het theezakje plaatsvond, zo herkenbaar met maar twee handen en geen tafel. Een reden om gewoon af en toe kant en klare koffie te nemen.

Een mevrouw in een rolstoel werd voortgeduwd door een broeder en in de gang gestald, tegen de muur aan, zodat de doorgang niet al te veel belemmerd zou worden. Ze moest wijken voor een oudere vrouw, want diens rolstoel kon niet om de hare heen, zodat de man die haar begeleidde, de stoel naar voren duwde en laveerde naar de plek van de oudere vrouw. Verdwaasd keek ze even op wie die stoelendans had verzonnen om daarna, toen het niet lukte achter zich te kijken, berustend de schouders weer neer te laten. De man van de kikker was weg, maar nu ringelde een klassieke deun. Aan de kant van de cardiologen zat een stel, dat onophoudelijk staarden naar hun kleine oplichtende schermpjes. Er laaide een hard geluid op, haastig drukte de vrouw het weg. De man hief zijn hoofd op en keek met het hoofd in de nek en dichtgeknepen ogen door de onderkant van de bril naar het soelaas.

43626612_10213534063006076_7713208866397224960_oLynn Chadwick, wachten

Het duurde te lang voor de oproep kwam en de echoverpleegkundige kwam zich verontschuldigen. Ze had mij niet aangemeld bij de ECG ploeg. Dat had lang kunnen duren. ‘Eerder aan de bel trekken hoor’, maande ze, maar ik had me  nog geen ogenblik verveeld. In minder dan tien minuten stond ik even later weer buiten. De vrouw die me hielp was als het apparaat dat ze bediende. Accuraat, snel en kortaf. Je gaat op elkaar lijken als je lang met elkaar omgaat, bedacht ik me. In een record tempo gaf ik de poes bij dochterlief eten en drinken, dook ik nog even doelloos de kringloop in, tankte de kleine blauwe af voor de volgende dag en reed terug voor een relatief korte wachttijd. De cardiologe was een vrouw en toeschietelijker dan de man bij de vorige keer. Een coassistent mocht de bloeddruk meten en we bogen ons even over het mysterie van de verdwenen amlodipine. Binnen de tien minuten stond ik weer buiten. Dagje wachtkamer, een filmisch geheel. Bij het daaropvolgende bloedprikken vroeg de baliemedewerkster wat er zo lekker rook. Patchouly. Feest der herkenning. Ons kent ons. Beiden schoten we in een nostalgisch gemijmer.

 

One thought on “Nostalgisch gemijmer

Comments are closed.