Uncategorized

De schuwe luwte

Dinsdag werd ik gebeld. Of ik mee naar het asiel wilde om samen met mijn goede oude vriend een lieve kat uit te zoeken, omdat het leven met iemand om voor te zorgen ten enenmale aangenamer was, maar ook omdat de muizen tegenwoordig op de tafel dansten. Het grote oude huis kraakte in al zijn binten en herbergde duizendeneen verstopplekken voor zo’n familie, met tafellakens en servetten voor een heel weeshuis, in rijen opgestapeld in haar oude kasten. Daar viel met gemak een nest van te maken, een hemelbed waardig.

Na de dood van zijn tweede, die voluit Moredog heette, maar in de wandelgangen More en overleden was aan ouderdom, wist hij dat een nieuwe hem altijd zou herkennen als baas. Het initiatief moest van de poes uitgaan. De muizen versnelden zijn keuze. In het asiel moesten we wachten, omdat er al een rondleiding gaande was. Vriendlief vertelde, dat hij zowaar een beetje zenuwachtig was. Hij had alweer kattengrit gekocht en voer. Hij en het huis waren er klaar voor.

Het meisje had een omstandig verhaal over poezen die angstig waren en verwilderd. Het moest geen wilde kat moest zijn, zo’n kleine krabbebijter, die je bij het minste of geringste besprong. Met een denkbeeldig stompje potlood vinkten we alle nee-vakken aan in ons hoofd bij haar opsomming. Te druk, te wild, te zenuwachtig. Ze had nog een poes, die was gevonden, had geen chip gehad, zat er al een half jaar, was erg schuw, Ze leidde ons naar een klein keukentje en boven op een van de kale witte kasten stond een teil met een poes erin. De oren piepten er boven uit. Ze heette Olijfje. Bij alles wat er verteld werd, spitsten de oren zich.

Foto: Wiki. Olijf heeft rondere lieve ogen.

Vriendlief heeft een enorm huis, een oneindig geduld met poezen en een hele rustgevende verstilde houding naar dieren toe, zodat ze al snel over de streep getrokken werden. ‘Een echte poezenfluisteraar’, vertelde ik aan de vrouw, die ons rondleidde. Het verhaal eromheen was omstandig met veel herhalingen, maar ondertussen was de kleine Olijf uit haar afwasteiltje geklommen. Ze bleek pikzwart te zijn en had gouden ronde knikkers als ogen met een prachtige zwarte pupil. Wat een schoonheid. De match moest zo zijn, want vriend wilde het liefst een zwarte poes. More was dat ook, tot zij op hoge leeftijd een valig grijs over haar verdunde lijf had liggen. Deze lieverd was inktzwart.

Alle eventuele bezwaren die nog nakleefden aan de woorden van de vrouw smolten weg als sneeuw voor de zon bij deze ogenschouw. Olijf verkocht zich zelf en had daar niemand bij nodig. Er was een proefperiode van drie maanden. Dat was een mooi vooruitzicht.

Ik haalde mijn Rollsroyce onder de poezenmanden uit de auto en na het invullen van een eed en geloften mocht Olijf mee op reis. Het avontuur kon beginnen.  ’s Avonds belde ik om een uur of zeven op. Ze was direct onder de stoel van zijn oude vader gekropen, waar hij zo statig in was doodgegaan. Daar speelde ze het aloude verstoppertje: ‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet , hou je adem in en stik niet’. Straks ging hij haar een beetje porren met woorden, wat flemen met brokken, zodat eenzame baas en angstige poes zouden samensmelten in een prachtig gedeeld en warm leven. En de muizen….? Die kiezen vast het hazenpad, als Olijfje uit de schuwe luwte is gekropen.