Het was gisteren zo’n dag dat alles op rolletjes liep. Een dag van de vloeiende beweging. Lekker vroeg wakker, een uitgebreide blog die uit de vingers viel alsof ie al kant en klaar achter een deurtje in het hoofd gelegen had en het voornemen om bijtijds alles te doen.
Ik had mijn plan voor die dag al gemaakt, eerst de foto’s verwerken van de avond ervoor, dan het dagelijks toilet en daarna zou ik de oppaskat eens in het zonnetje zetten. Het is een oude nijdas, maar hij is ook een beetje zielig. Eigenlijk is het een buitenkat, maar hij durft op deze stek al twee jaar niet naar buiten. Zelfs op het balkon snuift hij drie teugen lucht en verdwijnt dan weer mismoedig naar beneden.

Ik had me voorgenomen een tweedehands krabpaal te gaan zoeken. Twee telefoontjes scheelde twee ritten, want daar waren ze niet en bij de derde reed ik langs. Lang leven de kringloop en wat hebben wij toch veel te consumeren. De staat van de binnengekomen goederen wordt steeds beter. Sommige banken of stoelen zien er nog uit als nieuw. Ik liep er snel doorheen en toen viel mijn oog op een vuurkorf. Handig voor het dorre hout in de tuin. Dat zou een hoop gesleep schelen. Voor tien euro mocht ik hem meenemen. Hij was lekker eigenzinnig van vorm. Ik vond er nog een mooie lijst voor vier euro met een bestaand doek erin waar ik weer overheen zou kunnen schilderen. Tel uit je winst, hoorde ik mijn moeder denken.
Bij de kassa stond een oude man. Zijn kraalogen schoten heen en weer. Ze monsterden me van top tot teen en vervolgens viel zijn blik op mijn net verworven aanwinst. Ik tilde de korf op de toonbank en schoof het naar de vriendelijke vrouw toe, die de kassa bediende. Hij interrumpeerde ons bars midden in een praatje met de opmerking dat er wel een plaat onder moest. Het fenomeen betweter ten voeten uit. Het zette me aan het denken tijdens de rit naar de oude kater.
Ik dwong mezelf in de aardige modus, de man wilde waarschijnlijk alleen maar helpen. Waarom dan die loerende observerende blik. Werd ik gewogen en te licht bevonden? Nee, nee allemaal mijn eigen aannames. Waarom komen die op de gekste momenten op. Hoe komt het dat een opmerking van de een onmiddellijk als hulpvaardig wordt opgevat en dezelfde raad bij de ander als belerend.
![]()
De kater kwam me al mauwend tegemoet. Ik had mijn vriendelijke PoesPluizenstem opgezet en bleef maar praten met hem. Hij draaide rond mijn benen en gaf kopjes bij de vleet. De krabpaal was snel in elkaar gezet en de speeltjes uitgepakt. Hij bekeek ze met een lodderoog. Als hij een Minoezenpoes was uit het boek van Annie M.G. Schmidt, dan was hij een narrige oude kater. In een oogwenk had ik de cirkel rond.
De oude kraaloog bij de kassa was het evenbeeld van mijn eenzame oppaspoes. Hij was een groot vat met hele en halve waarheden, die hij met niemand meer delen kon. Daarom hing hij bij de kassa van de kringloop rond en diende iedereen ongevraagd van repliek. Omdat hij zijn slachtoffers bestudeerde alvorens aan te vallen, zorgde dat voor de irritatie.

Ik danste rond de oppaspoes om mijn filosofie van de koude grond, het leverde me een narrige haal op, maar het deerde niet. Onafgebroken bleef ik met hem kletsen en verbeeldde ik het me nou of lichtten zijn ogen op toen ik hem voordeed hoe het krabben aan de krabpaal moest. Weer schoot Minoes door me heen en Annie.M.G die al schrijvend haar karakters met de poezen in het donker op de daken van de stad verbond.
Mijn dag kon niet meer stuk. Met een gerust hart liet ik hem achter. De vuurkorf bracht ik naar de volkstuin, waar ik het gras in de late avondzon maaide en het hout te nat was geregend om te verstoken. Tevreden en voldaan was de gang naar huis. Ik nam me voor om de volgende keer een praatje aan te knopen met de oude iezegrim in de kringloop. Een recycle-kans bij uitstek voor een bijzondere verificatie.
2 gedachten over “Een recycle-kans bij uitstek!”
Reacties zijn gesloten.