Uncategorized

Al blijft de ondertoon voor eeuwig branden.

‘Als ratten in de val’, zei de nieuwslezeres vannacht bij een herhaling van het journaal. Achter haar fakkelde de torenflat tot grote hoogte. Als het niet zo diep treurig was, wat daar zich aan drama voltrok, was het van een adembenemende schoonheid. Die bevlogenheid van de krachtige oranje vlammen in een macabere dans om het geblakerde zwart heen tegen de vaal grijsblauwen. Dantes hel ontspon zich hier voor onze ogen.

Een regen van vuur: Gravure van Gustave Doré(wiki)

De Hollandse nuchterheid ervoor die, met monotone stem haast, het venster achter haar onderstreepte, was een schril contrast. Er werd ingezoomd op een raam waar eerst een zwarte schaduw bewoog tot het uitkristalliseerde in een arm met een hand, die een doek vasthield en, tegen beter weten in, wanhoop rondslingerde. Het beeld beet zich vast op mijn netvlies en liet niet meer los.

Het weeïge gevoel in de maag viel samen met de versterkte weergave van het gegil en het geschreeuw van de slachtoffers en het ongeloof in het commentaar van de omstanders. Zij zagen letterlijk en figuurlijk de dood in de ogen. Daarna, in de warme en vertrouwde veiligheid van het koele laken, laaide achter mijn gesloten ogen een voortdurende brand met hand op. Van slapen kwam het niet.

Jaren daarvoor deelde ik hetzelfde onmachtige gevoel met de wereld toen de Twin Towers, die enorme sterke kolossen, als kaartenhuizen ineenstorten en zwarte schaduwen naar beneden vielen in hun eindigende vlucht naar een snelle en gewisse dood en verdwaasde angstige witte schimmen opdoemden uit de wolken van stof en as. Een golf van weemoed overmande de waanzin. Als ratten in de val.

Herinnering: Een logeerpartij in het Franse Ambroix op de Filature van vriendin. De open haard beneden brandde sfeer en leverde gedichten op bij het mijmerend staren in de vlammen, die zacht en geduldig likten aan de kort gezaagde stammetjes van de acacia’s. De schoorsteen was een brede schacht van de grond tot voorbij het dak en verdreef de eerste herfstkou uit de kamers. Het bed boven in de Afrikaanse kamer wachtte met warme dikke doorgestikte dekens. Er was één trap naar boven naar de zolder waar gebleekt katoen het zicht op de dakpannen benam. Twee kleine steekramen schoven heldere maanstralen naar binnen, die haastig uitgetrokken kleding over de stoel, en de Afrikaanse maskers in schimmige geheimzinnigheid dompelden. Met de deken hoog tot aan de kin en de ogen gesloten, werd de kamer enger en kleiner en de schoorsteen groter, het vuur laaide op en kroop over de trap omhoog, de enige uitweg verdween, een nachtmerrie. Geen nacht gaf nog geborgenheid, vertrouwen. Wat bleef was die onveilige angst als een rat in de val te zitten.

scannen0091Hombourg

Hombourgnachten achter het vriendelijke familiehuis met ruimte voor alle vrienden en vriendinnen. Onder warme dekens voor de opdoemende dauw met in het midden van de halve cirkel een, ‘s middags bij elkaar gesprokkeld, houtvuur terwijl Adèle, Martine, Jasperina, Jenny, en Annie meerstemmig boven het knappen van de droge takken uitjubelden, Leen, Robert en Wim er nog meer satire bovenop gooiden en de gloriedagen van het hele Hollandse cabaret uit de jaren zeventig in gouden glans werden gehuld.

Heimwee naar wat ooit onschuldig en onbevangen en vrij leek. Vuur waar je stokbrood op kon bakken aan een kaalgeschaafde stok, wat sfeer en gezelligheid bracht en eendracht smeedde, vuur wat functie had en nut, zingt al jaren lang een weemoedig lied door de ingekerfde littekens op het netvlies.

069

De kleine tuinkachel zorgt voor een wankel tegenwicht als in het atelier de koude stramme vingers weer tot kwasten komen en de beelden betekenis krijgen op het doek. Angst en pijn moeten slijten, al blijft de ondertoon voor eeuwig branden.

4 thoughts on “Al blijft de ondertoon voor eeuwig branden.

Comments are closed.