Uncategorized

Voor eeuwig.

Er zijn van die ondoordachte handelingen, waar je nooit bij nadenkt. Je doet ze en passant, in onbewaakte ogenblikken van stilvallende handen. Dat deed ik vanmorgen, toen mijn hoofd haar hersens brak over mijn gedachten. Ik draaide aan de ringen om mijn ringvinger van de linkerhand. Niets bijzonders. Mijn ringen draaien rond door de dunner wordende bovenste kootjes van jaren ringendracht. Ze schuiven niet naar beneden, omdat ze blijven steken op de knoken van het kleine gewricht.

Ik draaide en ineens schoot een kleine schok door me heen. Mijn steen was uit de ring. Een lege inbedding keek me aan, met opgedroogde resten van iets waar steen ooit mee verankerd was. Zilver met gapende wond.

065

Jaren geleden, in het geboortehuis van Guido Gezelle, herdacht ik de dichter aan de hand van de versregels die door mijn hoofd zweefden en die te pas en te onpas al decennia lang naar boven kwamen drijven. ‘O krinklende winklende waterding, met ‘t zwarte kabotseken aan, wat zien ik toch geren uw kopke flink al schrijven op ‘t waterke gaan!’ Het was destijds mijn allereerste kennismaking met volwassen poëzie, aan de hand van de beduimelde pocket, die mijn moeder in de kast had staan. Intrigerende dansende woorden, lief en aaibaar voor dat wonderlijke diertje, dat zich schrijvend voortbewoog in de sloot aan de Thorbeckelaan en die meekwam in de jampot op zoek naar bloedzuigers en schaatsenrijders.

Zuslief memoreerde mee en op de laatste dag van deze stedentrip, tussen de restauratiehekken rond de middeleeuwse muren en de drommen toeristen door, zagen we een onooglijk kleine winkel met sieraden. Daar kreeg ik van haar de ring met de kleine zwarte steen, gekoesterde bezegeling van zussenliefde en vriendschap en voor mij ook als symbool voor het schrijverken in mijn hoofd. Voor altijd, dacht ik.  Vanmorgen werd eeuwig in een oogwenk omgezet in voorbije tijd. Een geluk bij een ongeluk.  Dat wat in het hart zit vervliegt niet met de verdwijning van de steen.

008

Tastbare herinneringen kunnen zomaar verdwijnen. Ooit heb ik een bundeltje met mijn eigen gedichten tijdens een rigoureuze opruiming vermoedelijk in een verkeerde zak of doos gestopt. Het is nergens meer te vinden. Ik heb het hele huis op z’n kop gezet en het is en blijft weg, dat hele bescheiden dichtersoeuvre van mij. Flarden dichtregels spoken al jaren naast het schrijverken door het hoofd, alsof ze zoeken naar hun heelheid, dolende dwaallichten die van tijd tot tijd mijn aandacht trekken om weer op papier gezet te worden. Ze zijn voor eeuwig kwijt. Die wel.

2012-12-13 08.39.57De dagboeken van mijn moeder.

Alles wat ooit in het verleden geschreven is, dagboeken, schriften, krabbels in agenda’s, memootjes, fotoboeken met teksten, zal zo ooit verdwijnen, of ik moet, net als bij de dagboeken van mijn moeder, alles digitaal boekstaven. Misschien is dat zelfs beter. Nog een keer door het leven spitten en voeden wat kostbaar is en vergeten wat er niet meer toe doet of alleen er voor mij toe deed. Buiten de dagboeken om is alles wat waarde heeft van mijn moeder verstrooid, een naaidoos bij een zus, een schilderij bij een broer, haar boeken bij mij. Samen is het mijn moeder ten voeten uit, los is het een stukje houvast van wat ooit een heel leven was.

Met een nieuwe steen is de ring niet langer de bezegeling, want de blauwdruk van haar betekenis, de zielsverwantschap, zit diep van binnen. Inderdaad, voor eeuwig.

 

5 thoughts on “Voor eeuwig.

  1. Prachtig geschreven. Ik voel de emotie. Jammer dat zulke dingen kunnen verdwijnen. Ik zou waarschijnlijk een hele grote kluis kunnen vullen met persoonlijke artefacten. Om het maar even zo te noemen.

    Like

  2. Mooi geschreven. Jammer van die steen is het wel natuurlijk. Zo zijn mijn vrouw en ik in hetzelfde jaar onze ringen verloren. Maar daar zit het ‘m niet écht in natuurlijk. Het hart is belangrijker dan het goud.

    Like

Comments are closed.