Uncategorized

Sportdag.

Het is acht over vijf in de ochtend en aardedonker. Dat betekent niet veel goeds. Normaliter trekt het nu mooi op en geven de bomen met hun donkere takken tegen het witte licht een zweem van filigrain.  Vandaag spelen ze ton sur ton, zwart tegen zwart. Het is op school sportdag vandaag.

Ieder jaar weer zie ik op tegen deze dag. Niet omdat ik niet van sport hou maar om iets dat diep geworteld zit van binnen. De massale organisatie, die 250 kinderen gestroomlijnd naar het veld moet laten gaan, bezorgd ook een beetje buikpijn. De oudsten gaan per fiets. De anderen worden door ouders in auto’s meegenomen. De afstand is het niet. Het is tot in de puntjes voorbereid, er kan op papier niets meer misgaan. Er zijn die andere factoren die spelbreker kunnen zijn. Er wordt onweer en regen verwacht. Het feit dat de lucht maar niet op wil lichten zegt niet veel goeds. Er zullen kinderen bij zijn zonder fietsen of erger nog, zonder fietservaring, Er kan iemand ziek worden van de begeleiding. Vervanging is wel geregeld, maar het is altijd weer gedoe.

foto van Jenaplan De Overkant.

Op het veld is het geweldig. Daar lopen heterogene groepen kinderen, van jong tot oud, voor hun groep de benen uit het lijf. Ze rennen, springen, zwieren, werpen, gooien en ouders staan geduldig zand te harken, standen bij te houden, met kinderen mee te lopen naar de EHBO post of het toilet en aan te moedigen. De resultaten worden omgeroepen met een blikken geluid, die klinkt alsof er een oude megafoon wordt gebruikt. Sportdag is dubbel omdat het competatieve element erin besloten ligt. Kinderen die niet over de factor ‘lichaams-slim’ bezitten, vallen de hele dag buiten de boot. Ze halen de horden niet of lopen ze eraf, ze halen de eerste afstand al niet bij het hoogspringen, het verspringen verzandt, het hardlopen is een uitputtingsslag. Het bijbehorende gevoel ken ik als geen ander.

Lang geleden, in die sepia wereld van weleer, was ik het dikkertje van de klas. Bokkie pié behoorde niet tot mijn kwaliteiten, ik liep de bok steevast omver. Hard lopen bezorgde me een hoofd als een pioenroos, waar niemand aan voorbij kon gaan. Touwtje springen ging bij de eerste draai al fout. Als er partij gekozen werd, was ik het muurbloempje. Dat zegt genoeg. Het gevoel over dit alles, dat onbestemde gedraai in je buik, het wensen dat de grond open zou scheuren, zodat je er in verdwijnen kon en de diepste schaamte voor het onvermogen, die brede voren trok in de ziel, was schrijnend. Dat stuk beleving waar de ware sporter nooit bij zou kunnen, omdat het een dergelijke ervaring nooit heeft gehad, is altijd parten blijven spelen.

foto van Jenaplan De Overkant.

Ik weet het. Het is een leerproces en mensen eigen. ‘Als je het niet hebt meegemaakt weet je niet wat het is’. ‘In de maatschappij  kom je vaker dit soort situaties tegen’. ‘Je kunt niet altijd de winnaar zijn’ en nog meer van deze oneliners heb ik allemaal naar het hoofd geslingerd gekregen. Het nam het schrijnen niet weg, het ongemak en de pijn. Mijn faalangst is daar geboren, in die gymzaal met de vreemde geur, de hoge ramen, de galmende akoestiek en nooit heb ik het me het sporten eigen gemaakt. Ik dans liever het leven door. Die wetenschap, bezorgt me nu, jaren later, bij de sportdag het dubbele gevoel. Sportdag…even slikken en gaan!

 

 

2 thoughts on “Sportdag.

  1. Ik moet door je verhaal ineens denken aan een sportdag, zeker zo’n 20 jaar geleden, bij mijn kinderen op school. Al vroeg werden wij gebeld dat de sportdag niet doorging vanwege het weer. Tot ieders stomme verbazing lazen wij de volgende dag in de streekkrant wat een geweldige sportddag de kinderen gehad hadden.

    Like

Comments are closed.