Uncategorized

Pluis.

Vorig jaar kwam er op facebook een bericht te staan met een foto van een aandoenlijke jonge poes. Er werd gevraagd of iemand nog interesse had. Er was een nest van drie jonkies, twee waren er al vergeven maar voor de derde hadden ze nog geen onderdak kunnen vinden. Du moment dat ik dat kleine guitige grijs gestreepte koppie zag, was ik verkocht. Deze poes riep mij. Ik zag hem ‘s morgens en dacht dat hij al lang weg zou zijn, tot ik ‘s middags toch nog een poging waagde en reageerde op de oproep. Binnen een half uur was ik in blijde verwachting van de kleine. Nog een paar weken geduld en ik zou weer een nieuwe huisgenoot hebben.

IMG_6461

Het overlijden van de vorige kater en zijn zus hadden een krater geslagen in de gezelligheid in huis. Het thuiskomen was maar een kale beleving. Geen vriendelijke kopjes tegen de vermoeide benen, geen mauwend gebedel om verse brokjes, geen warm poezenlijf snorrend tegen je aangedrukt op de bank, geen natuurlijke wekker ‘s morgens vroeg als er een pootje zachtjes langs de wang streek. Nemo en Vledder waren twee asielkatten van een jaar oud toen ik ze kreeg en en respectievelijk 17 jaar en 15 jaar toen ze overleden. Nemo, de oudste poes was erg gehecht aan aandacht en was in alle opzichten een maatje en metgezel geworden, die wederkerig ook aandacht had voor mij als ik me ziek, zwak en misselijk voelde en dan bezorgd bij me in de buurt bleef, extra kopjes gaf en mijn rillerige grieplijf van extra warmte voorzag.

Haar laatste dagen waren aandoenlijk. Suf lag ze op bed en ademde zwaar en moeizaam, ging nauwelijks meer op de bak en at niet meer. Eerst was ze op zoek gegaan naar een afgelegen plekje, maar ik wilde bij haar zijn, zoals ze in mijn meest bange dagen ook bij mij was geweest. Toen het te lang duurde zijn we naar de dierenarts gegaan die haar met een spuitje de verlichting gaf. Het jaar daarna was leeg en stil. Tot dat kleine olijke grijs/witte koppie op Facebook stond met een prachtige tekening op haar vel. Drie weken duren lang, maar eindelijk was het zover.

opsekopse foto

Ik moest er een eindje voor rijden. Poeslief was in Enschede geboren in een klein bungalowpark midden in het bos. Ze had wel in de gaten dat er wat bijzonders aan de hand was en liet zich niet snel oppakken. Jonge dieren zijn hartveroverend. Met elke sprong op de bank of in de gordijnen liet ik me genadeloos inpakken. Ik gaf als doekje voor het bloeden wat geld voor iets extra lekkers voor de moeder en een flesje wijn om op het lege nest te klinken. De hele terugweg lang mauwde ze hele verhalen bij elkaar. Het was de eerste keer in een reismand, in een auto, zonder moeder, met een onbekende. Het nieuwe huis was vreemd en moest onderzocht worden. Ze sprong met die wonderlijke zijwaartse hupjes opzij en viel van de ene verbazing in de andere. De eerste de beste dag ontdekte ik een teek in haar kleine lijf. Ze was er met haar ondernemende geest al op uit getrokken de wilde en woeste natuur in. Het duurde even voor ze haar wilde eigenschappen kwijt was en ze onderscheid kon maken tussen aanvallen en aaien.

057

Van een boskat naar een balkonkat was een hele stap. Met zoonlief  hebben we elke centimeter eigen gemaakt. Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Thuiskomen is weer een  beleving. Ze rent al naar beneden van het atelier op zolder als ze mijn voetstappen hoort op de galerij, ze draait en went en keert om de benen, geeft aandoenlijke kopjes , vraagt aandacht en paait me wakker met een zacht pootje op mijn wang.

O ja, ze heet Pluis, een grijze pluizebol was ze en is ze nog steeds. Pittig, ondernemend en sterk, geen nuffige balletpoes, maar eerder een  acrobaat als ze op de rand van het balkon onversaagd loert naar de buitelende gierzwaluwen of vanachter de verwarming naar een dikke Dollie duif, waarbij ze verlekkerd mekkerend om open deuren vraagt. Ze heeft haar draai gevonden. Pluis is thuis.

009

 

3 thoughts on “Pluis.

Comments are closed.