Overpeinzingen

Om zelf sjeu aan het leven te geven

Een nieuwe schrijfingang: Wie ruikt lekker.

De wereld ruikt alleen nog maar scherp. Scherp zoet, zout of bitter, scherpe rook of chemisch en verder gaat het leven reukloos voorbij, al een paar jaar. Verliezen van geuren gaat geleidelijk. Tot voor twee jaar terug waren lekkere geuren als knoflook, kaneel of anijs nog bij me. Maar nu vult mijn geheugen alles in voor dat werkloze trilhaarepitheel. Vooral zonder ui-, knoflook-, munt- en basilicumgeuren te moeten,  vind ik een verlies. Maar daarom niet getreurd. Het staat me nog vers voor de geest hoe het allemaal gegeurd heeft. Combinaties kan ik feilloos op mijn herinnering maken. Koken is een van mijn liefste bezigheden. 

Nu ik terug wil naar mijn jeugd en naar hoe mensen roken en wie, dan wordt het diep graven. De eerste geurherinneringen die opkomen zijn de mottenballen in mijn moeders klerenkast. Maar dat rook minder aangenaam toen dan dat ik me nu voor de geest kan halen. Elke zondag naar de kerk. Daar waren mensen die naar kamfer roken met hun zwarte kamgaren winterjassen, waarbij die geur zich bij de mannen nog mengde met sigarenrook of pijp. Zo’n zware lucht. Niet echt lekker maar wel heel vertrouwd, want zo rook opa ook. Naar sigaar en kamfer. Opa was lief. 

Iets later lagen er maja-zeepjes uit Spanje tussen mijn moeders kleren in hun zwart met rode papiertjes en kwamen er zakdoekjes met eau de cologne erop, een paar druppels uit de grote fles met het blauwe etiket en de krullerige letters en als ze de was deed rook zij en de hele keuken naar sunlight zeep, die wij dan mochten kloppen. Zachte geuren. Later werd dat vervangen door Dreft en Biotex, mijn moeder zwoer bij Biotex. Dat waren de lekkere geuren van het verleden, samen met de wierook, de brylcreem en de scheerzeep. Ze werden extra lekker omdat er een groot contrast was met hele nare geuren. Die van de fabriek van de Benenkluif op de Lange Lauwerecht, een penetrante geur van verbrande botten en verschroeid vlees die over alle straten hing en de zware koolraap- en bloemkoollucht in huis, als ze tot pap gekookt werden. 

In Frankrijk leerde ik de frisse Marseille-zeep kennen. Wat een heerlijk goedje was dat. Je waande je in een veld vol bloemen als je een bloes aanhad, die gewassen was met Marseille-zeep. 

In mijn puberteit kwamen er heerlijke geuren bij, die van Musk, Patchouly en Afghaanjassen. De allerlekkerste grond-geuren die je maar kan denken, zelfs als de jassen nat waren. Musk rook heel sterk en stoer, maar de patchouly maakte alles in me los wat er aan beleving te halen was. Ik droeg de druppeltjes achter mijn oor of op een van de polsen met verve. Dat je zo in een geur past. Toen ik ‘m in de verpleging niet meer opdeed, vergat ik het een beetje en werd die eigen-wijze geur gesmoord in de Chanel 5 om me heen, die in de verpleging in de mode was in die dagen, maar eenmaal opnieuw geroken wist ik: Dat is mijn geur. Daar wil ik alleen nog maar naar ruiken. Vanaf die tijd in de jaren negentig nooit meer zonder mijn Patchouly de deur uit. Ook dat ruik ik niet meer, maar wat zou ik dat toch nog graag een keer willen opsnuiven.

Bijvoorbeeld ook de geur van boeken, ieder nieuw boek weer, vers van de pers en daarna alle oude boeken in hun kasten of de simpele dingen als hoe ene krant ruikt of de pas gewassen baby-haartjes met Zwitsal, iets lekkerders, mooiers en onschuldigers bestaat niet. Zijdezacht en heerlijk om tegen je aan te koesteren en diep op te snuiven opdat je nooit vergeten zal hoe dat intense gevoel was.

Je weet pas wat je mist als het er niet meer is. 

Er gloort hoop aan de horizon, want er is iets uitgevonden tegen Anosmie. In de wintermaanden ga ik daar achteraan. Wie weet wat het oplevert. Vroeger zei men bij het moeten maken van een keuze: ‘Nee heb je en ja kan je krijgen’ en ‘ Niet geschoten is altijd mis.’ Zo is het maar net. Het is de moeite van het proberen waard, want zonder geur en smaak is het leven wat minder spannend geworden, een tikkeltje vlakker en moet je alle zeilen bij zetten om zelf sjeu aan het leven te geven.

Overpeinzingen

Weidsheid, schoonheid en stilte

Confetti was de schrijfingang van vanmorgen. Onmiddellijk moest ik denken aan de spikkels op de golfjes van een kalm water als de zon er laat haar licht op laat schijnen. Maar ook aan de lol die we met de kinderen van de groep hadden, als de wind alle bladeren op een grote hoop had laten waaien in de herfst. Niets leukers dan er doorheen ritselen met je voeten en daarna met handen vol ze in de lucht gooien, zodat ze weer naar beneden zouden vallen.Staaltje confetti-leut van de natuur. Natuurlijk konden de bloesembomen ook niet uitblijven. Hier op de Hof met al haar wilde pruimen en kersenbomen, mirabellen en kroosjesbomen dwarrelen er na de lente aardig wat wolken confetti naar beneden en in de zomer of de herfst met de val van het fruit het doen ze het nog eens dunnetjes over. Om over de Japanse bloesembomen maar te zwijgen. Confetti genoeg.

Stef Bos heeft het in zijn nieuwe column in de Zin over Voltaire en Nietzsche, en hoe we in deze tijd de grote denkers missen. Hij haalt een bekend zinnetje van vroeger aan: ‘Wat je zegt ben jezelf’ en hoe waar het is wat daar staat. Als een ander wat over jou te zeggen hebt, zegt het meer over degene die dat zegt. Dat is mooi hè. Als je dat kan bedenken en je niet gelijk in de emotie schiet. Dat geduld en die wijsheid zou ik wel willen hebben.

We waren gisteren de film 45 Years aan het kijken in navolging van The South Path. Ook een ouder echtpaar en een wonderlijk ontdekking, waardoor hun leven vooral een moeizame wending neemt. Jaloers zijn op iemand die nooit met de man getrouwd is geweest met in je hoofd de veronderstelling dat dat had kunnen gebeuren als niet…Als/Dan is geen slimme leidraad en jaloezie op zo’n leeftijd is bijna niet meer mogelijk, bedacht ik me. Of in ieder geval, dat zou er niet meer moeten zijn. Blijf in gesprek, praat het uit, stop niets weg in die donkere krochten van je ziel. Daar worden we niet vrolijker van, integendeel. Midden in de film werd ik gebeld. Het was vriendinlief die video-belde omdat de kamer vol zat met de reünie-gangers. Zo gaaf om al die vertrouwde koppies te zien. Geen idee hoe ik er aan de andere kant uitzag, want moe en murw, haha. Ze herkenden me in ieder geval nog, maar verstaan kon ik ze nauwelijks. Toch was het heel fijn.

Klaas Vaak was kennelijk door zijn zand heen, want ik was om twee uur klaar wakker. Ik begrijp hier de honden niet, die buiten op het erf de wacht moeten houden. Ze slaan geregeld aan en ik heb niet de indruk dat er dan gekeken wordt of er iets mis is. Zelfs het bejaarde mottige scharminkeltje van de buurvrouw doet mee, vlak onder ons open raam wel te verstaan. Dat is vast ook een van de oorzaken. Maar als je niet op onderzoek uitgaat, dan sla je de plank toch mis als er ineens wel wat zou zijn. Blaffende honden en bosmaaiers zijn helaas alom vertegenwoordigd. Zaak is je er niet aan te gaan ergeren. Soms lukt dat de ene keer beter dan de andere.

Gisteren zaten we op de grens van het bos en de nieuwe voedselhof en we hadden het uitzicht over de grote wolkenpartijen die langzaam maar gestaag langs dreven als grote schepen van licht en lucht en ik bedacht hoe dankbaar je kan zijn voor zo’n uitzicht met die weidsheid, schoonheid en stilte.

Overpeinzingen

Altijd weer een feest

Nog snel de rijpe vijgen geplukt voordat ze voos door de wespen uit de boom op de grond ploffen. Iedere dag een maaltje. Gisteren wilde ik gekarameliseerde vijgen met kip maken, maar door het schilderen, twee doeken afgemaakt en aan het grote doek verder gegaan, was ik eigenlijk te laat en te moe om er nog aan te beginnen. Wel heerlijke gebakken spruiten met ui, paprika en kip en aardappeltjes gemaakt. Zo’n tijd geleden.

Gisteren hadden we zin in een échte film en hadden het Zoutpad gekozen. We hadden het boek alle twee gelezen en het lag ons zeer na aan het hart. De beschrijvingen van de natuur en het gevecht ermee door de ziekte van Moth was iets dat we ons heel goed voor konden stellen. Alle drukte om de reputatie van de schrijfster en wat nu wel of niet waar is van het verhaal boeide ons eigenlijk niet. Het was een pakkend verhaal, goed beschreven en daar draait het wat ons betreft vooral om. We hebben elk detail van de film dan ook goed in ons opgenomen, vooral omdat we het op de Ipad keken, omdat de televisie het al een tijdje heeft begeven. Dan word je letterlijk en figuurlijk met je neus op de feiten gedrukt. Naar onze bescheiden mening komt de film, met het boek in je achterhoofd, heel goed uit de verf. De strijd, de natuur, de summiere aanwijzingen naar de beginsituatie en het waarom ervan. Goede acteurs, mooi beelden van de natuur en van de worsteling en gaandeweg de film verbreden de beelden zich, net als hun blik op de wereld, zoals er in de VPRO-recensie wordt gezegd, waarin het camera werk van Hélène Louvart wordt geprezen. Wij hebben er met veel genoegen naar gekeken en bedacht, dat we hier ons eigen (zout)pad hebben om te ontginnen. (De voedselhof). Werk tot in de Eeuwigheid.

Zoonlief belt en zit met de kleine Njong aan het ontbijt. Maar die is allang niet klein meer en praat, als hij niet verlegen is, al heel wat. De reis naar Ambon en Bali is heel goed bevallen en vooral de laatste tien dagen op Bali, een wonderschone plek met veel zee, zon en schoonheid. Ze hebben een pan vol met de prachtigste schelpen. Geweldig mooie exemplaren zitten er tussen. ‘Parels van de zee’ vind ik.

In het boek Het Kwartet vindt een kleine kentering plaats als de vier vrouwen zich meer gaan roeren binnen de wereld van de filosofie. Ze verwerpen de filosofie van het logisch positivisme van Ayer, die met zijn boek Language, Truth en Logics aardig wat te weeg had gebracht in Oxford en Cambridge. Zijn analytische filosofie liet geen ruimte voor levensvragen. Maar de vier vrouwen, met de oorlog nog maar net achter hen, verzetten zich tegen die rationalisering, waar het gevoel niet meer aan te pas kwam. Samen pleitten ze voor de herwaardering van de moraalfilosofie.

In onze gesprekken over het boek voelen we onze verbondenheid des te meer en niet alleen is het boeiend om samen over de verschillende vormen van die filosofiegeschiedenis te praten, maar onderscheiden we ook op onze eigen manier de zin van de onzin. Ik vertel Lief hoe boeiend het was als je begint met het principe van de filosofie aan kinderen van vier tot zes te leren. Namelijk het stilstaan en de bewustwording van een object, een glas, een stuk fruit, een sleutelhanger, door te observeren, te voelen, te ruiken, te kijken en eventueel te proeven en door het te laten omschrijven. Het leverde in de filosofielessen altijd prachtige momenten op, waarbij de kinderen in de groep feilloos de diepte in konden gaan door hun schrandere opmerkingsvermogen. Dat is de waarde van de aandacht voor de filosofie in het bijzonder. Altijd weer een feest.

Overpeinzingen

Omdat woorden zo helend zijn

‘Wat is je lievelingswoord,’ vraagt WordPress aan haar gebruikers. Ik heb er een die alleen mijn collega’s kennen, omdat het een verbasterd woord is dat voor mij uit de koker van Annie M.G.Schmidt komt. Het is het woord ‘Stekeletee’, in de betekenis van een nijdasserig prikje in de discussie, een steek onder water, olie op het vuur. Steketee is een achternaam die zowel in Annie’s Beertje Pippeloentje als in het Nederlandse namenregister voorkomt. Maar Stekeletee is door mij naar een heel ander niveau verheven. Wat mij betreft dekt hier de vlag geheel en al de lading. Je voelt het prikken in je nek.

Het is regenachtig buiten, maar heerlijk weer om te werken in het atelier, deur wagenwijd open, frisse lucht erin en gaan. Er waarde een goede vibe rond. Twee doeken afgemaakt naar volle tevredenheid en door zoonlief nog even op een kleinigheid gewezen, altijd fijn als de familie meedenkt. Mijn eerste criticasters.

Met het tekendagboek ben ik nog steeds een inhaalslag aan het maken. Ik loop nu nog een weekje achter. Stug doorgaan maar. Even zonder inkleuren, dat kan altijd nog. Ik ben nog een beetje op zoek naar een betere invulling ervan, misschien een zonder woorden tekendagboek?

Het boek dat ik van nichtlief heb gekregen voor mijn verjaardag: De Weemoed van de Reiziger van Jan Brokken begint aanstekelijk en zet me onmiddellijk aan het denken. De hoofdpersoon uit het eerste verhaal loopt op een snikhete dag over de begraafplaats en ontdekt ineens bij een grafsteen een brievenbus. Brieven aan de overledene? Eerbiediger dan bloemen. Zeker als de overledene een dichter is. Twee intrigerende dingen. De brievenbus, brieven aan een overledene, zet aan het denken tot wie ik me zou wenden voor een dergelijke brief. Waarom is een brief eerbiediger juist voor de dichter, dan voor een ander.

Met het doek in mijn achterhoofd, dat op een kleinigheid na af is is de brief natuurlijk voor haar, mijn schoonzusje. Op haar begrafenis of crematie ben ik niet geweest, maar dankzij het verhaal van Jonathan de zeemeeuw die ze zelf heeft uitgekozen als omlijsting voor haar heengaan, was ik er toch bij. De zeemeeuw wil bij het vliegen steeds nieuwe beperkingen overwinnen en wordt daardoor het symbool van het verlangen van de mens naar onbegrensde vrijheid. Het wordt een dankbrief voor alle tijd die ze heeft gestopt in de hulp aan haar broer, de vader van de kinderen, om hem te helpen bij de moeizame weg die hij de laatste jaren te gaan had. Steeds stond ze klaar om hem op te halen of weg te brengen als dat nodig was of voor een goed gesprek en bracht op die manier meer balans in de situatie. Ik zou ook willen vragen hoe ze op het idee is gekomen om het verhaal van Jonathan als leidraad voor het afscheid te gebruiken, omdat ik het een geweldige vondst vond. Het past haar als een handschoen. In ieder geval een brief in liefde.

Als ik zo’n brievenbus tegen zou komen bij een grafsteen, dan zal het moeite kosten om niet even stiekem te kijken of er brieven in zitten, én zo ja, om ze dan niet even stiekem te lezen. Maar dat zou ongepast zijn. Handgeschreven brieven erin denken is misschien wel net zoveel waard. Bij nader inzien lijkt het me wel wat. Geen grafsteen maar een brievenbus en heel veel post. Het mes snijdt aan twee kanten. Aandacht voor de lieverd die er ligt en troost voor degene die schrijft, omdat woorden zo helend zijn.

Overpeinzingen

Een lange weg te gaan

Het was gisteren hagedissendag. Ze hadden kennelijk besloten om het terras tot hun wandelgebied te maken. Eerst wandelde een grotere hagedis met zijn mooie groen/bruinige kleurtjes rond, dook tussen de bloeiende basilicum en vervolgde daarna de weg vice versa over het terras weer terug. Even later kwam spuit elf ook langs, een ieniemienie bruine versie van zijn pa of ma. Wat zijn ze toch grappig deze bijna préhistorische beestjes met hun geschubde huid, de grote kaken en die kleuren. Het grut is klein, glad en bruin en ze schieten voor je voeten weg als je door het veld loopt. Vorig jaar hadden we per ongeluk de eieren opgegraven bij het planten van de tijm. Ze leggen de eieren in de vroege zomer en in deze maanden komen die dan uit, getuige de vele jonkies.

Ik weersta de verleiding om aan de rozenbotteljam te beginnen. De wilde rozen bottelen overal. Prachtig om te zien. De informatie op internet leert dat het in januari de beste tijd is om ze te plukken, als de eerste vorst er over is geweest zijn ze zoeter en zachter. Als ik in mijn geheugen graaf, kom ik de rozenbotteljam in de kelder van ons ouderlijk huis tegen, gekocht wel te verstaan, en toen de kinderen klein waren gaven we ze rozenbottelsiroop. Ook dat is kinderlijk eenvoudig om zelf te maken. Toch eens proberen van de rozen op de volkstuin straks.

Het portret begint te komen, ineens was haar koppie er. ‘Moeilijk lijkt me,’ schrijft vriendinlief. Maar het is ook fijn aan de andere kant, om zo intens met haar te leven nu ze er niet meer is. Het is wel zoeken en de kalmte bewaren, niet toe te geven aan de drang om overnieuw te beginnen, maar stug door te blijven zoeken.

Dochterlief belde gisteren lang en uitvoerig. We hadden het over de tocht tegen femicide die in Utrecht was gelopen door veel vrouwen en mannen en ze vertelde dat de filosoof opmerkte dat iedereen wel boos leek op hem. Hoe leg je uit aan je zoon, waar je alle hoop van de wereld aan mee wil geven, hoe dit gegroeid is en dat het niet gaat om mannen in het algemeen maar bepaalde mannen in het bijzonder. Dat we de opvoeding misschien anders moeten aanpakken op gebied van respect en taal, dat we moeten leren elkaar ruimte te geven en hoe moeilijk dat is in tijden dat je zelf nog volop aan het zoeken bent, bijvoorbeeld tijdens de pubertijd. Dat het om bewustwording draait en rekenschap geven, verantwoordelijkheid nemen, maar ook geven. Met Lief filosoferen we er over door, na het voorlezen van Het Kwartet, waar de vrouwen ook worstelen en dan zijn dit nog wel de meest bevoorrechte vrouwen van hun tijd, want ruimdenkende of rijke ouders. Ga er maar aanstaan. Het begint met acceptatie van jezelf.

Het is fijn om zo met elkaar verweven te zijn dat je alles, maar dan ook alles met elkaar kan bespreken. De schrijfingang van vandaag was: ’Bij wie ben je kind aan huis’. Vroeger of nu. Het sluit aan bij onze gedachtengang van gisteren. Mijn slotconclusie was: ‘Kind aan huis-zijn is vooral daar waar je je veilig voelt en je geen schone schijn hoeft op te houden. Waar het vertrouwd ruikt en voelt en waar een sfeer is van huiselijke geborgenheid. Waar je jezelf mag zijn.’

Dat betekent, dat met die kennis van het eigen ik, je de wereld onbevangen tegemoet kan treden. Hier ben ik en ik weet wat ik waard ben. Vaak is er, om dat te bereiken, een lange weg te gaan

Overpeinzingen

Dat geeft de burger moed

Dochterlief belde, ze had een vijg en een clematis in de aanbieding plus schone zoon die wel een plantgat wilde graven op de volkstuin. Waar zou het allemaal kunnen staan? Van mij kreeg ze groen licht om dit naar goeddunken te doen. Later een videobelletje van de door brandnetels en Nicandra overwoekerde tuin en daarna de foto’s van een deels opgeschoonde tuin, de vijg zolang voor de composthoop,, omdat die eruit gaat in november als ik er weer zelf aan de slag kan en de clematis tegen het hek tussen dochterlief en mij in.

Wat een heerlijk begin van de dag. Het werd al snel broeierig warm. Ik trotseerde de vele wespen en plukte de rijpe vijgen uit de boom. Na het wassen, sneed ik ze in vieren. Deksel op de pan. Na de boodschappen mocht de kook erover. Vijgenjam was de bedoeling. Er staan al drie potten vijgenchutney. Dit zou ook weer een beste voorraad worden. En de boom hangt nog boordevol.

Voor de uitgebloeide kantige look uit de grote potten hebben we plek in de border gemaakt. Daar mogen ze voor vast blijven staan. Het blijkt dat de hele plant te eten is. Stengel, blad en vrucht zijn als een geurige look te gebruiken. Eens kijken of we zaad kunnen overhouden.

Na de boodschappen alweer een verrassing. Post met een QR-code waarachter oudste dochter met haar gezin bleek te zitten, ze zongen drie verjaarsliedjes door elkaar en je kon de snelheid ervan verhogen of verlagen. We hebben hier zitten schuddebuiken van het lachen, wat een heerlijk alternatief voor ‘even langs komen’ wat hier ten enenmale onmogelijk is.

De vijgen gingen voorspoedig en tegelijkertijd maakte ik een overheerlijke paprikasoep met vis en aardappel. Multitasken is ons al zolang gegeven. Een oog op de vijg, een oog op de soeppan. Beide waren goed gelukt. Geen kleine potten meer voor de jam, dan maar grotere. Wel even de staafmixer erdoor. Dat resulteerde in 2 1/2 pot.

Het voorlezen in het Kwartet van Clare Mac Cumhaill en Rachael Wiseman houden we goed vol. Iedere avond zakken we, in de luie stoelen buiten, af naar de perikelen van de vier vrouwen in en rond oorlogstijd. De oorlog is inmiddels afgelopen en er dolen door Europa enorme hoeveelheden ontheemde mensen rond zonder huis en haard. Berooide vluchtelingen zonder bezit. Iris Murdoch ontmoet Sartre en dat levert een interessant hoofdstuk op. Sartre losgeweekt van de Beauvoir biedt een ander perspectief. De paralellen met de huidige tijd zijn opmerkelijk.

De nieuwe Groene heeft de gids als bijlage en een bijlage van 20 jaar Muziekgebouw. Lange artikelen, veel leesvoer. Nichtlief vroeg vorige week of ik ‘m altijd helemaal uitlas. Nee, dat niet. Ik heb zo mijn lievelingsrubrieken. Als iets me niet trekt sla ik het over. De keuze van de vrije wil. De concentratie is er ook niet altijd. Soms merk ik dat ik weg dwaal en moet ik teruggaan om te lezen wat ik eigenlijk al gelezen heb, maar zonder me er bewust van te zijn omdat ik aan de tuin dacht, aan de kinderen, aan een kolibrievlinder, aan de wolken, aan een ander boek. Wegdromen. Dat is eigenlijk een zeer aangename bezigheid, die we wel eens wat serieuzer zouden mogen beoefenen.

Aanstaande vrijdag is er een reünie van de collega’s van de Jenaplanschool. Ik ben er niet bij. Ik wilde erbij schrijven ‘spijtig genoeg’, maar toen bedacht ik me. Spijt is het niet. Jammer ja, maar het kan altijd in de herhaling. Ik mis wel meer. Als dat altijd spijtig wordt gevonden, zwelg ik hier van heimwee en dat is het niet. Nu zijn er de videoboodschappen van thuis, de vrolijke kaarten, nicht en haar man als vrienden voor het leven, straks zijn er de kinderen, de collega’s, de familie, de zussen, de week uit met de twee dochters. Andere leest, nieuwe verhalen. Dat geeft de burger moed

Overpeinzingen

De Sprong

Het schrijven van vandaag wil ik jullie niet onthouden. Het kriebelt vast wat herinneringen los. De schrijfingang was ‘De Sprong’.

Dag 19) De Sprong

Er stond een lange rij voor mij. Zoals altijd was ik als achterste aangeschoven. Hoe langer je het moment kon uitstellen, des te beter. De gymleraar stond naast de bok. Er was nog geen afzetplank. Voor de meesten was dat niet nodig. Immers we waren de hele dag buiten aan het bokkie pie-en zoals dat op straat heette. Niet dat ik daar ooit aan mee deed. Het lokaal waarin we waren was hoog. Aan de muren grote klimrekken, hoog boven ons de ringen, die je naar beneden kon laten zakken. Een onbestendige grijze vloer. Er hing een lucht dat een mengelmoes was van gummi en zweet, onaangenaam, in mijn geval kwam daar ook nog angst bij. De houten lange banken aan weerskanten tegen de hoge muren. Er viel licht door de ramen hoog bovenin de ruimte, die met een hendel open waren te trekken. 

Nog een halve klas voor me. 

Verderop stond de lange bok met de twee steunen erop. Vandaag was de kleine aan de beurt. De vloer trok koud op onder onze blote voeten. Hierna zouden de ringen en het touw aan de beurt zijn. De bedoeling was langs het touw omhoog te klimmen. Dan bungelde ik als een hoopje ellende onderaan en probeerde wanhopig maaiend met mijn benen om omhoog te komen. Iets wat eenvoudigweg niet lukte. De ringen gingen beter, maar een vogelnestje maken was voor iedereen die magerder was dan ik een peuleschil. Zwaaien was al wat ik kon. Springen was helemaal mijn stiel niet. Eigenlijk was de hele gym niet aan mij besteed. Gaf mij maar een boek, dan sprongen mijn ogen gretig over de letters en las ik soepeltjes mijn hele hoofd vol. 

Nog een/derde klas voor me. 

In een nis lagen de matten en de hoepels. Dat laatste kon ik wel. Zelfs met zes stuks tegelijk. Er is nog ergens een foto met afgetrapte gympies, een pony tot bijna over mijn ogen en al die hoepels om mijn lijf. En maar draaien. Zo heerlijk. Tollen ging ook altijd goed. Een flinke zwieper aan de tol en prrrrrrrrrt daar danste hij over de stenen, zo snel dat je alleen een egale kleur zag.

Nog vijf kinderen voor me

Ik stelde me voor dat ik vleugels had en weg kon vliegen, ontsnappen uit de rij. De barse stem van de gymleraar, het tellen, de afzet op je blote voeten lagen ver onder mij en ik vloog en vloog, recht het raam uit, als een veertje zo licht, de vrijheid tegemoet. Langs de kerktoren, boven het klooster en hoger en hoger. Kijk eens, ik vlieg!

‘Van der Linden’ Dertig paar ogen waren op mij gericht. ‘Stond je weer te dagdromen.’ Ook daar was ik goed in. ‘Nee, meneer.’ ‘Nou, je bent aan de beurt. Aanloop, afzet, spring!’

Het klonk zo simpel en als je geluk had, hield ie je vast bij een arm en sleurde je erover heen. Alleen, bij mij ging dat anders. 

Ik haalde diep adem, nam een aanloopje, zette af en…Klapte met bok en al omver. ‘Wat doe je nou’ riep de man verschrikt. ‘Uh…Ik sprong’. De joelende kinderen langs de kant hoorde ik niet omdat ik verwoed de tranen aan het wegslikken was. Ik nam me voor om nooit, maar dan ook nooit meer mee te doen met gym. 

_________________________

Overpeinzingen

Net als de bellen aan de hop

Hoera, we hebben Hop met bellen. Dat wil zeggen: We hadden hop met bellen. Die mooie eigenwijze plant was in de den gekropen en Jozef had zonder te kijken de boom al vrijgemaakt. Voor volgend jaar mag deze prachtige hop gewoon de boom in, letterlijk dan en niet figuurlijk, natuurlijk.

Vandaag is er een feestje in de familie en schitteren we door afwezigheid, maar in gedachten zijn we erbij. Zoonlief beloofde te videobellen. Dat is het mooie van deze tijd. Afstanden zijn met gemak te overbruggen. Veraf is ineens dichtbij. Gelukkig maar.

In de kunstbrief van See All This staat een schrijven over een opmerkelijke vrouw. Isabella Ducrot, die zich zelf ‘een oude dame uit Napels’ noemt en kunstenaar is. Ze is pas na haar vijftigste begonnen om haar fascinatie voor alledaagse voorwerpen, haar grote liefde voor textiel en haar gevoel voor schoonheid om te zetten in grote mixed-media werken. Ze stralen fragiliteit en zachtheid uit maar ze zijn oersterk. Ze is nu 94 jaar oud en nog altijd aan het scheppen. In deze fase van het leven kun je niet meer liegen. Je kunt niet anders dan dingen zeggen die waar zijn… Laat de waarheid eruit snikken. Er is geen morgen, er is geen morgen.’ Wat een mooie omschrijving van haar ouderdom. Van de laatste zin zou ik willen maken: ‘En er is altijd de hoop op een nieuwe morgen.’ Anders klinkt het zo eindig.

Ze is ervan overtuigd dat het leven voor veel vrouwen pas echt begint na hun zestigste. ‘-Het moment dat we vrij worden-‘. Dat laatste is achterhaald. Tegenwoordig ligt het aan de keuzes die je maakt, of je al dan niet tijd hebt om je aan iets te wijden. Na je pensioen, merken we hier, is er een veel grotere vrijheid. Maar die komt eigenlijk wel erg laat. Dan is het zaak om ruim voor die mijlpaal met een goede planning toch het nodige te kunnen doen.

Toen mijn moeder alleen nog de tweeling had rondlopen, besloot ze dat ze voor het grootste gedeelte klaar was met de opvoeding en kon ze aan haar zelfontplooiing beginnen. Ze had naast het drukke huishouden altijd al veel gelezen, maar na haar vijftigste waren de gespreksgroepen in de parochie aan de beurt. Ze zette zich in voor de oecumene en zaken als vrouwen op het altaar en struinde tweedehands boekenwinkels af op zoek naar nog meer voeding. Daarnaast werkte ze als vrijwilliger bij de telefonische hulpdienst en ging ze langs de eenzame oudjes in de wijk. Het kerkkoor en de clubjes van het vrouwengilde en de katholieke huisvrouw heeft ze altijd wel aangehouden naast alle drukke bezigheden .

In principe maakte mijn vader hetzelfde door. Zijn grote hobby, sportmasseur, had hij uitgebreid naar een opleidingsinstituut voor fysiotherapie en daar gaf hij enthousiast les aan de jonge studenten. Dat was na een vervroegd pensioen en dat heeft gelukkig nog een aantal jaren geduurd tot een hersenbloeding een einde maakte aan deze opleving. Heel spijtig en wat wisten we toen nog weinig van de aard van die aandoening en wat het teweeg bracht.

Dat betekende voor mijn moeder eveneens het terugdraaien van de activiteiten, al probeerde ze de gespreksgroepen er wel in te houden, want dat was dé voeding voor haar geestelijk leven samen met haar leesuurtjes. Mijn moeder kon verdwijnen in haar boeken en dat bleek een zegen toen er steeds minder mogelijk werd. Een weg vinden om boven jezelf uit te kunnen stijgen. Of je nu kunst maakt of je verliest in een boek. Beiden zorgen voor persoonlijke groei. Iets om te koesteren, net als de bellen aan de hop.

Overpeinzingen

Druiven in de pan en zeven maar

Nichtlief en ik hebben via de app wat oude foto’s uitgewisseld. Mijn moeder in haar dienstje, opa voor het huis in de Meloenstraat, in middels tegen de vlakte, mijn moeder en haar opoe in de Dahliatuin. Een gekleurde trouwfoto van haar ouders. ‘Wat een mooie rijzige vrouw was jouw moeder’ vond ze. Inderdaad en vergeleken bij mijn iets kleinere vader zonder haar viel dat nog meer op. Het huis in de Meloenstraat is tegen de vlakte gegaan, maar ik vind wel een oude foto van het huis ernaast van de kruidenier van mijn moeder. Hij bracht altijd de boodschappen aan huis en je mocht er aan het eind van de maand op de pof kopen. Dat was wel nodig met ons grote gezin. Grappig. Ik kende de foto niet. Nostalgie ten top.

Gisteren kon ik geen foto’s bij de blog plaatsen omdat er geen ruimte meer was, dus vanmorgen begon ik met opschonen hier en daar. Als je je nou verveeld, is dat een klus die je aan kan pakken. Mijn hemel wat is het toch altijd een werk. In het begin liet ik de foto’s groot staan en dan verlies je nog meer ruimte.

Het schrijven van vanmorgen ging over veren en alle sprookjes, boeken en verhalen met en over veren kwamen langs. Achter dat deurtje verbeelding in mijn hoofd zit nog altijd aardig wat opgeborgen, een onuitputtelijke bron welhaast, kan ik stellen. Iedere keer als ik het op een kiertje zet of langs de planken speur rollen er verhalen naar beneden, bestaande en nieuw verzonnen verhalen. ‘Wil je geen kinderboek schrijven’, vroeg nichtlief. Maar ik ben geen afmaker. Ik verzin ze, schrijf ze uit en dan is het klaar. Die andere dingen, verhalen opsturen, uitgevers proberen te vinden en dat soort werk, ligt me niet heel goed. Illustreren ervan dan weer wel. Er zijn hele grappige tekeningen naar aanleiding van de verhalen ontstaan.

Ach ja, zoals ik eerder schreef, de dagen zijn te kort of de wensen te lang. Gisteren een snelle opzet gemaakt in grisaille van mijn, dit jaar overleden, schoonzusje of was het alweer vorig jaar. De tijd vliegt ook op vleugels. Het was fijn om in een paar streken toch al een rake gelijkenis te schetsen. Nu eens kijken of het wil lukken met het aanbrengen van de glacis.

Tussendoor heb ik gisteren aardig wat aan druif van takken en takjes ontdaan. Ze gaan zometeen in mijn pannetje voor de druivensap. De vijg smeekt me om zijn rijpe vruchten bijtijds te plukken, maar die geeft zo overdadig dat we echt wat laten hangen voor de vogels. Ze vallen er dan wel van af en dan wordt er nog aardig door het grondvolk van gesmikkeld.

De laatste was is gedaan. Zoonlief belde. Ze zijn weer een beetje bijgekomen van de lange reis. Zo’n vlucht gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Ik ben benieuwd hoe het met zuslief gaat, die direct bij aankomst dezelfde dag met mijn andere twee zussen een paar dagen naar Wijk aan zee gingen. Spijtig om dat te missen, maar ook fijn voor hen, dan konden ze naar hartenlust wandelen zonder mijn zen-tempo. Maar nu even haast maken. Druiven in de pan en zeven maar.

Overpeinzingen

Gelukkig is mijn kinderhand al gauw gevuld

Er was sprake van een tijdverhaspeling. Dat kwam omdat de woensdag bestond uit twee duidelijk gescheiden delen. In de ochtend het ontbijten en het aanstaande vertrek van nichtlief en eega, dat uitgebreid en hartelijk gebeurde. Rond twaalf uur ging het ‘en route’. Daarna viel alles stil en werkten we in ons eigen tempo de verschillende klusjes af. Twee dagen in één en dat levert een Babylonische verwarring op. Dus werd de donderdag vrijdag. Op die dag gingen we de stofzuiger terug brengen naar de winkel omdat hij na een stief maandje stilzwijgend het loodje had gelegd. Iets dergelijks constateerde de chef van de winkel ook zodat hij in de doos met een schrijven van een blaadje of vier en evenzovele handtekeningen retour werd gezonden naar de fabriek. Daarna de boodschappen voor de komende drie dagen in de wacht gesleept en vandaag brak de zaterdag aan die eigenlijk vrijdag bleek te heten. Vrijdag 5 september. Hoe een mens zich kan verrekenen.

De ingang van de schrijfcursus vandaag was: ‘Schrijf een brief’. Daar moest ik even op broeien maar toen wist ik het wel. De enige aan wie ik zeker een brief te schrijven had. Het slot: ‘Onze levens zijn een eigen pad ingeslagen. Heb ik er verdriet van? Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Er viel een last van me af. Ik hoefde niet langer meer op mijn tenen te lopen om de boel bij elkaar te houden. Ik ervoer een grote rust. Mezelf mogen zijn en niet op een voetstuk proberen te komen dat ik nooit zou bereiken omdat het niet mijn voetstuk was. Wel wil ik je bedanken. Voor de henna, voor het schilderen, voor het onbedaarlijke lachen dat we samen konden doen, voor de goede kant van onze gedeelde tijd. Een lieve zoen op je neus’. Ber.

Het voordeel van deze cursus is dat je ongemerkt steeds bij jezelf en je diepste innerlijke zijn uitkomt. Niet omdat het moet en verkrampt voelt door een verplichting, maar gewoon omdat het op een heel natuurlijke manier in werking wordt gezet, waarbij de woorden hun eigen zinnen vinden en vormen, warm geschreven en vol gevoel. Een fijne en zinvolle ervaring.

De boekenbabbel is een maand uitgesteld en daardoor nam ik de gelegenheid te baat om in het boek: ‘Ik heb het de tuin nog niet verteld’ van Pia Pera te beginnen. De titel is een citaat uit het gedicht van Emily Dickinson :’I Haven’t Told My Garden Yet’. Daarin wordt gesuggereerd dat er een dag zal komen dat de tuinman zal ophouden met het onderhouden van de tuin. De tuin weet dat niet. De natuur wordt weer haar enige kracht.

Eigenlijk is het verhaal me op het lijf geschreven. Waar eerst nog volop gesnoeid, gemaaid, gezaagd, geklotterd en gesjouwd kon worden, is alles naar een lager pitje gedraaid, zijn er hulpmiddelen nodig om bepaalde dingen te kunnen blijven doen. Een lichtere grasmaaier, een krukje voor het wieden, maar een met steun voor het opstaan daarna, lange zagen op een stok, stoelen in de buurt om op uit te rusten. Kortom dit boek gaat een groot deel over het leven met de opgelegde beperking van een aandoening of het ouder worden én, niet onbelangrijk, een nieuwe kijk op het groeien en bloeien van alles om je heen. Waar planten sterk genoeg zijn blijven ze tot wasdom komen, de zwakkere minrebroeders vergaan. Zodra de acceptatie daar is en het spijtige gevoel is weggeëbd, dan zijn er nog mogelijkheden te over binnen de beperkingen. Een aanrader dit boek met haar filosofische gedachten.

Druivenjacht was de insteek vandaag. Gewapend met hoedje, bril zonder sterkte en snoeischaar ging ik de confrontatie aan. Sorry bijen, wespen en wantsen, er is ook nog vijg en heel veel druif over. Eens kijken wat ik kan versappen van deze trossen. Een paar flesjes is genoeg. Gelukkig is mijn kinderhand al gauw gevuld.

Overpeinzingen

Hoe verrijkend kan het leven zijn

Het huis is opnieuw stilgevallen. Geen stemmen meer in de bibliotheek, geen gerommel in de keuken als er koffie gehaald wordt in de vroege ochtenduren, geen geroezemoes vanaf het terras. Slechts de Turkse Tortel en de schorre haan van de buurvrouw laten zich horen.

Gisterenochtend startte de dag kalm op. Rond half tien zaten we gepikt en gesteven aan de ontbijttafel. Deze hernieuwde kennismaking, want zo lang als nu waren we niet eerder bij elkaar, voelt voor ons allemaal als heel bijzonder. Bovendien hebben nichtlief en ik nog nooit ons beider verjaardag gevierd en ik kan het iedereen aanraden om dat eens op zo’n intieme manier te doen. Stel dat je met al je geliefde vrienden zo de diepte in kon gaan voor een dag of drie. Wat een rijkdom zou dat geven.

De vermeende Leidse kaas voor ons ‘Leidse glibbers’, ooit hebben we acht jaar daar gewoond, viel goed in de smaak en zij smulden van een verse zelf geplukte vijg. Natuurlijk gaat er een pot vijgenchutney en een kersengelei met hen mee naar huis.

De bedbank in de bibliotheek was al helemaal afgehaald en alles lag keurig opgevouwen op de stoelen. De koffers en tassen stonden ingepakt in de gang. Bij het afscheid wisten we alle vier zeker dat dit in de herhaling zou gaan en als we in Nederland zijn dan heeft Amsterdam natuurlijk evenzo een hoge prioriteit.

We omhelsden elkaar hartelijk. ‘Dag lieverds, tot gauw weer.’ In ieder geval wordt er geappt of geschreven en blijven ze zo op de hoogte van onze Hof-activiteiten. Nichtlief heeft bijzonder veel interesse in de eerbied die Lief aan de dag legt voor de natuur, nu we ook weer met de aanleg van de Voedselhof bezig zijn. Vooralsnog heet het ‘de Steppe’, juist omdat er veel van de kruiden, bloemen en bomen nu terug te vinden zijn in hun eigen oorspronkelijke habitat.

In het eerste jaar dat Lief hier woonde had hij toestemming gegeven aan iemand uit de buurt om er te verbouwen, maar daardoor was er wel een rigoureuze ingreep gedaan op alles wat natuurlijk was. Na dat jaar is het niet meer gebeurd, op de pogingen van buurman na en groeide er alleen nog maar lang duinriet tot aan het achterbos. Fijn voor de reeën, maar voor alles wat er ooit groeide, funest. De kennis van nichtlief die ze opgedaan had in haar werk in de medicinale kruidentuin kwam goed van pas.

We zwaaiden elkaar uit, foto’s geschoten en ook uitgewisseld en in de middag kregen we bericht uit Bratislava. Ze hadden een prachtig uitzicht op de Donau en de omringende sparrenbossen. Ik ben benieuwd hoe ze die stad ervaren. Het is maar vier uur rijden van hier. Dus allicht een optie voor een bezoek van een dag of drie. Binnendoor over Gyor duurde het ruim zes uur, ondervonden ze.

Na logeerpartijen valt de leegte extra binnen. Ik probeerde de stofzuiger nog een keer uit en zowaar hij liep weer, maar met een vreemd geluid. Tien tellen later pruttelde hij opnieuw en zweeg in alle talen. Vandaag met stofzuiger en de garantie terug naar de winkel.

Er was tijd te over voor de voorkomende klusjes. Wasje draaien, beddengoed opruimen in de kasten, bank in de oorspronkelijke staat terugbrengen, was ophangen, achterstallig onderhoud in mijn tekendagboek aanpakken en inhalen. Dat lukte op een weekje na, bijna. De twee schrijfingangen van de logeerdagen verwerken en nog een beetje mijmeren en lummelen en mijmeren en lummelen.

Genieten van al wat langs kwam de afgelopen dagen. Hoe verrijkend kan het leven zijn.

Overpeinzingen

Keurig uitgekiend door de weergoden

Na een goede nachtrust op het logeerbed, altijd weer fijn om te horen, volgen snelle ochtendrituelen en om negen uur zaten we aan een ontbijt. Met de Leidse nagelkaas, die heel wat voeten in de aarde had, voordat onze logee hem had weten te bemachtigen, omdat een van de kaasboeren waar hij nul op rekest haalde, hem verteld had dat het Kanterkaas zou heten en bij de volgende kaas’juwelier’ zoals hij het noemde, hadden ze de Kanterkaas wel. Hoera, met een flink stuk rijker richting huis, waar al ras bleek dat het een traditionele harde Friese kaas uit het Westerkwartier bleek te zijn. Ze is herkenbaar aan de platte afgeronde vorm met scherpe rand aan de onderkant. Altijd mooi als iets een anekdote wordt, stof tot praten voor een volgende keer.

Lief werkte nog wat op het land en nichtlief en ik haalden onze gesprekken op over onze gezamenlijke geschiedenis, hoe ik mijn lief en zij de hare ook alweer had leren kennen. Oma en opa kwamen langs en haar vader en mijn moeder, broer en zus. Hoe zat het ook alweer. Er deden allerlei verhalen in de families de ronde en zaak was om waarheid van onvervalst aandikken te onderscheiden. Zij wist weer wat meer te vertellen over onze Opa zijn arbeidzame leven, had er ergens nog een foto van.

De caravan kwam aan bod, om af en toe te ontsnappen aan het Amsterdamse en natuur te snuiven in de buurt van Zutphen en toen haar Lief weer terugkwam lichtte ik een tipje van de sluier op over het projectonderwijs in het algemeen en het benaderen van kinderen in het bijzonder. In dat soort verhalen verlies ik mezelf in een soort verlangen, nostalgie ook, maar tevens met de hoop dat het op een dag nog eens bewaarheid wordt op heel veel scholen. Ik gun het de kinderen zo.

In de middag stond Zsolnay op het programma, een staaltje van de Hongaarse porseleincultuur, maar eveneens alles wat te maken had met het rijke culturele en kunstzinnige leven. De statige trappen(!)met de hoeveelheid beelden er langs, met als ondertoon de klassieke piano of fluit van de muziekschool geven het een sfeer waarvan je droomt als je als jong broekie zou willen gaan studeren.

Af en toe moest ik even bijkomen op een muurtje of een bank, maar die waren er gelukkig genoeg. We gingen naar het kleine winkeltje met snuisterijen en een handjevol brocante, waar de prijzen naar Westerse maatstaven waren opgeschroefd, vergeleken bij de vorige keer dat ik er was en naar de Zsolnaywinkel aan de overkant, waar we ons vergaapten aan het aanbod porselein. Soms prachtig, soms foeilelijk, maar dat is te allen tijde een kwestie van smaak. Er stonden ook prachtige kommen bij met een kloeke vorm en blauwe en groene uitwaaierende tinten, dus vroeg ik aan nicht of dat niet iets was om cadeau te geven aan hen, omdat ik hier geen boeken kan kopen en ze er nu een uit de verzameling had gehad, maar we zo graag iets samen wilden geven aan hen samen.

We vroegen aan de verkoopster of we ze even mochten zien, want al het porselein stond achter rode linten of glas. Ze begon ze een voor een te voorschijn te halen en zette ze op een rubber matje neer bij de kassa. Het bleek dat we ze zo beter konden bekijken. Ze hadden alles in zich wat een goede kop nodig had. De keuze was snel gemaakt. Een blauwe en een groene. Zorgvuldig werden ze ingepakt in vloeipapier en een doos, die weer in een papieren tasje werd geschoven. Top.

Langs het tegelhuisje en de metalen vernuftige kunstbrug over de weg weer naar de auto, om thuis nog even uit te rusten, omdat we door hen waren uitgenodigd voor een klassieke Hongaarse maaltijd dichtbij. Lieve bediening, redelijk eten met teveel van alles en thee of koffie toe. Donkere wolken pakten zich samen en de eerste druppels vielen bij het binnenrijden van het dorp. Daarna ging het los. Een en ander keurig uitgekiend door de weergoden.

Overpeinzingen

En dat was het

Om iets over tweeën sloegen er twee deuren van een auto dicht. We liepen naar de deur om te kijken of het onze gasten waren en jawel. Hartelijke omhelzingen. Het is altijd goed om het huis te bezien door de ogen van nieuwkomers die het nog niet kenden. Ze staken een stevige loftrompet af over de grootte, de originele details, de oude meubelen die bij het huis horen en haar cachet geven. In de hof zelf waren ze verbaasd over zoveel natuur. Nichtlief en haar man wonen in hartje Amsterdam. De Hof was een landgoed vonden ze. Wij voelden ons zeer vereerd en ik was plaatsvervangend trots op Lief, die dit alles in zijn eentje heeft opgebouwd door de jaren heen.

Ze hadden taart meegenomen dat het hotel in Pécs voor hen geregeld had. Echt Hongaarse gebak en dat zag er oogverblindend en kleurrijk uit. Foto van de feestvarkentjes en heel lang bijkletsen, want zo vaak zagen we elkaar niet, onder het genot van een kop thee. Wel fijn dat we een stuk jeugd met elkaar gemeen hadden en de anekdotes waren dan ook niet van de lucht. Dubbel jarig is dubbel bijzonder. Daarna wisselden we cadeautjes uit. Leidse kaas, de enige echte, omdat we acht jaar van ons leven in Leiden hadden gewoond, twee prachtige boeken: ‘Moderne Natuur’ van Derek Jarman, waar het ontstaan van de droomtuin van Jardan, nu een bedevaartsoord, in wordt beschreven met de nodige filosofische gedachten erachter en het boek van Jan Brokken: De Weemoed van de Reiziger voor mij, die altijd heen en weer pendelt tussen hier en daar en het verlangen naar beide plekken van haver tot gort kent, daarnaast gaat het ook over de vele kunstenaars die hij kent. Heerlijke ‘passende’ boeken, zo zorgvuldig uitgekozen dat het daarom alleen al heel wat waard is.

Verder nog lekker Amsterdamse koekjes, kaneelbrokken uit de buurt van Zutphen waar de caravan staat en een heerlijke streekcider. Misschien is vruchtencider, bijvoorbeeld van druif en vijg wel het volgende op ons lijstje. Een boek voor Nichtlief, maar vandaag wilde ik met ze naar het Szolnay, om die diepgewortelde culturele sfeer te proeven van Hongarije en waar ze nog een cadeau uit mogen kiezen in het winkeltje.

Dat is voor later op de dag. Na de thee gingen we het land verkennen en heel toevallig had nicht in de kruidentuin gewerkt en wist veel over alles wat er aan wilde plant te bekennen was. Op het menu stond spaghetti met zalm, huisgemaakte basilicumpesto en Caprese met een frisse sauvignon erbij. Ik vermoedde dat ik teveel had gemaakt, maar de mannen sloegen een flinke bres in de spaghettiberg.

Natuurlijk kwamen alle kwalen en kwaaltjes die zoal rond waarden in de familie om de hoek kijken en waar bij een groot deel de kiem toch gelegd was door ons beider Opa en Oma. Het leverde hilarische verhalen op net als de vakantieherinneringen, die we ook samen gemaakt hadden. We tafelden heerlijk lang na en het was donker geworden. De krekels werden voor het eerst weer gehoord en sterren gespot, helemaal toen we de lampen op het terras uitdeden. Rond een uur of tien was de koek op. Morgen weer een dag. Ontbijt rond negenen zodat ieder wakker kan worden in eigen uur. Een bijzondere dag, en dat was het.

Overpeinzingen

Extra feestelijk

Vandaag was ik een ‘duizenddingendoekje’. Feestcommissie met slingers ophangen en pakjes inpakken, banketbakker van hartige taartjes, kapper van Lief zijn lange haren en gewoon feestvarken natuurlijk als moeder van de kinderen, oma, zus en vriendin. Ze kwamen allemaal al langs, digitaal, dat wel, maar toch. Een mens kan er van groeien hoor.

De eerste kaart kwam ook al binnen. Een van een lieve tuinbewoonster die ze maakt en die dochterlief gekocht had bij de kringloop. Een dubbele felicitatie natuurlijk, bovendien kwam er nog een mooie tekening achter op de envelop en binnenin en last but nog least ook nog een boekenlegger van eigen fabrikaat door tante Pollewop.

Alles staat klaar voor de ontvangst van nichtlief en haar man en dat binnen de tijd. Gisteren hebben we de logeerkamer al in orde gemaakt en Lief heeft het hele huis gestofzuigd, maar die nieuwe kleine blauwe kon de druk kennelijk niet, hij sputterde nog wat na en begaf het toen. Misschien oververhit, van de opwinding waarschijnlijk, en anders moeten we terug naar de winkel.

De hartige taartjes zijn goed gelukt. Binnenin het bladerdeeg zit de Vijgenchutney met verkruimelde feta. De chutney bestaat uit: Vijg, suiker, citroen, gember, sambal, peper en zout en ze heeft lang geprutteld, want het was wel 2 kilo bij elkaar, dus vier volle potten. Nicht krijgt er een voor haar verjaardag en nog een pot kersengelei en ik heb een mooi boekje uitgezocht. Lief heeft gezongen en dochterlief gebeld en gezongen. De twee oudste kleinzonen, echte mannen van stavast worden het, hebben me ook geappt. Zo leuk, zo’n kleine verschuiving in de tijd. Tel het maar op Oma!

In de rubriek eetwezen van de Groene Amsterdammer van vorige week schrijft Hiske Versprille over haar passie voor de synthetische geur en smaak van Cherry. Sinds haar zevende, waarbij ze een fles shampoo met de geur ‘Cherry-Kiss’ voor haar verjaardag kreeg. Het is een vermakelijk stuk, waarbij ze weet dat al die fabrieken waar dergelijke producten plus de talrijke snoepvarianten op fruit nog nooit een kers binnen gezien hebben. Ze vertelt hoe ze in Tjechië wilde frambozen plukt en proeft, een ongelooflijke intense stuivende smaak, en uitroept dat het net Frambozendrups zijn, waarop haar dochter zei dat ze haar meer deden denken aan lipgloss met Skittles smaak. En nu wil ze kersen die smaken naar Cherry Kiss. Haha.

Heerlijk en inderdaad, zo worden we genept. Hier in de Hof ben ik zo blij geworden van eigen fruit en aan het experimenteren geslagen. Vooral de laatste dagen, maar dat komt omdat de oogst overdadig groot is. Iedere keer verzin ik er smaken bij, die misschien wel wonderlijk zijn, maar erg lekker. Dat moet Lief dan zeggen, want ik proef het natuurlijk niet meer. Van de chutney proefde ik dat het lekker in balans was qua zoet, zuur, bitter, zout, umami, alleen de gember, een scherpe smaak die ik op die manier waarneem, voerde de boventoon, daar mag dus minder van in. Ik wil ook gaan uitvogelen hoe bijvoorbeeld Ras el Hanout met vijg smaakt. Volgens mij is dat ook heel lekker.

Dat komt later. Nu eerst wachten op de visite. De zon schijnt uitbundig en dat is na twee dagen plensbuien al extra feestelijk.

Overpeinzingen

Wonderlijk hè

Wat een dag gisteren. Morgen komen nicht en haar man op bezoek en dan willen we het toch een beetje spic en span hebben. Ze nemen het mooie weer mee, belooft de weerapp, maar eerst zien en dan geloven, want vandaag is het maar net 20 graden en regenachtig.

In ons huis zitten dubbele deuren, een voordeur met twee deuren en daar vlak achter zitten de oude houten deuren ook nog. Dubbele bescherming en echt handig. De grote zijdeuren zijn idem dito hetzelfde. Beide zijn met een trapje te bereiken, een soort bordessen dus. Ik weet nog, toen ik hier voor het eerst kwam, hoeveel indruk dat op mij maakte. Tussen die dubbele deuren, die bijna nooit helemaal opengaan, verschuilen zich wat spinnen en ander addergebroed. En dus ook tegen de zijdeur aan de binnenkant dat graafwespennest. De deuren lekker opengezet en de frisse lucht de gang in laten stromen.

Buiten dreigde het voortdurend te gaan regenen en bij de brunch barste de bui los. De parkeerplaats bij de supermarkt was overstroomd en nog maar aan een kant te gebruiken. We wilden wat theedoeken en handdoeken kopen en wat versiering, maar ik kwam niet verder dan een slingertje Happy Birthday. Nicht is mijn tweelingnicht en morgen zijn we allebei jarig. Bladerdeeg voor een baksel met eigen fruit was de volgende feestelijke aanwinst.

Thuis ging Lief er wat vlierbessen bij plukken in de voedselhof en kwam thuis met een aardig mandje vol. Hij had onderweg kip nog gesignaleerd in de buurt van de Datsja. Ze liep kalm en bedaard hier en daar een wormpje weg te pikken. Ze zag er niet ongelukkig uit, vond hij. Lekker laten scharrelen, ze vind haar kostje en de weg wel.

Vlierbessen rissen is een heidens karwei en levert paarse vingers op. Maar dan heb je ook wat. Ik plukte er nog wat trossen druiven bij en ook die werden afgerist. Zeven en in laten koken met citroen, pectine en 1/4 deel suiker. Er bleef niet heel veel over. De kleine weckpotjes uit de penny waren niet van al te beste kwaliteit. Het dekseltje sluit niet goed af. Dus deze jam gaat het eerst op. Straks zijn de vijgen aan de beurt, maar de vijgen van de boom achter, zijn belaagd door de wantsen, die zich erin graven

Bij het ophangen van de was zag ik ineens de kolibrievlinder vliegen en nectar halen uit elke hibiscusbloem. Toch even proberen een foto te maken al is dat lastig, want die vleugels gaan zo snel op en neer. Van een kleine reeks was er eentje een beetje redelijk gelukt.

Tussen het jammen door ging het als vanouds dwars door de koelkast heen. De leukste manier van koken. Een lekker stoofpotje met alles wat al te lang in de groentenla lag. Aubergine, courgetten, twee oude winterpenen. Ras el Hanout, olie, ui en knoflook, alles in de pan, tomatenblokjes en tomatenpuree erbij, een bouillonblokje en smullen maar.

Van voorlezen kwam in ieder geval niets meer en eigenlijk was ik ook te moe om te schrijven. Vandaar de herhaling van een oude blog, die met humor en vlot geschreven was. Midden in het leven en kinderen als voedingsbron. Met het ouder worden is het allemaal wat bedaarder, geloof ik. Het ligt ook aan het tijdstip. In de hele vroege ochtend schrijft het het lekkerst voor de vuist weg. Hier wordt het vaker in de middag. En soms is er tijd tekort. Wonderlijk hè.

Overpeinzingen

Herhaling is de moeder van de wijsheid

En daarom, een kleine sprong terug in de tijd. Omdat het kan. Het is 30 augustus 2017, dus acht jaar terug. Een verhaaltje over de grote filosoof die toen nog kleine filosoof heette. Gewoon, omdat het zo heerlijk is om ze even te horen of te zien.

Dag Dag heerlijke dag

Gisteren het verzoek om even een uurtje met kleinzoonlief te gaan wandelen terwijl dochter in de stad moest zijn voor een gesprek. Geen probleem omdat ik volkomen vrij was om te gaan en te staan waar ik wilde. Zuslief was ook gevraagd. Meet and greet op een mooie zonovergoten dag onder de Dom. Het had niet mooier gekund. De wereld door de ogen van de lieve kleine rakker die altijd in is om nieuwe wegen te bewandelen, omdat alles, maar dan ook álles interessant en de moeite waard blijkt te zijn in een wereldstad als deze. De stad in haar grootsheid op peuterwereldformaat.

Wandel mee, het wordt een ontdekkingstocht, ik beloof het jullie. De kleine filosoof moet leiden, want ik ben geneigd om teveel over de details heen te zien. Een streep bijvoorbeeld, waarop je door Oma gemaand wordt te lopen op de stoeploze Minrebroederstraat, is bij uitstek geschikt om een been op de straat en een been op de streep te spelen. Bij mij doemt ‘Kinderen voor kinderen’ op uit het niets en het neuriet mee: ‘Met een been op de stoep en een been in de goot, want als je dat niet doet, dan ben je morgen dood…pompom’.

De melodie blijft in mijn hoofd, omdat dood toch altijd nog een beladen, zelden een ‘tussen neus en lippen door’-moment is, maar een uitgebreide verhandeling vereist. Eerst afstervend blad, dode spinnetjes of mieren en dan via de existentie naar het hogere waarom. Gelukkig spotten we de Märklinwinkel. Treinen zitten in het kleine hoofd, net als Brandweerman Sam en Hello Kitty, als de lieveheersbeestjes tweelingknuffels en die kleine rooie jeweetwel-look-a-like-kater Dikkie Dik.

Zijn ogen worden rond, groot en zacht. De handen uitgestrekt om ze te pakken, door het glas heen, aanraken van de weerspiegeling is al voldoende. Binnen is hij niet anders weg te krijgen dan met een ijsje in het vooruitzicht. Oma’s mogen dat. Hij wilde die trein, nee die, nee die en dan toch maar deze, met een echte machinist. Ogen en ruimte te kort in het kleine koppie om alle indrukken te verzamelen en te bewaren tot de bedbewaker ’s avonds zou vragen: ‘En…hoe was het?’ Om dan los te ratelen als de wielen van het treinstel over de rails in een vermeende vaart.

Voort naar de volgende uitdaging, de stad als metropool. Langs de grijze vuilniszakken met een been op de streep en een been op de straat langs huizen met een trappetje. Een trappetje? Daar kan je op klimmen en  even laten zien hoe goed je springen kan. Eerst bemeten en dan weten. Niet de derde tree, maar de tweede. ‘Joehoe, denk je dat ik het durf’, glimmen de ogen. Tuurlijk, een telg van mijn nageslacht durft zeven zeeën te bevaren, Niels Holgerson te zijn op de rug van wilde ganzen, Mathilda te spelen die juffrouw Bulstronk door het luchtruim zwiepert…

Zwaaien met de beide armen, een, twee…en…Hop, als een kind van stavast met beide benen op de grond. Hoe stoer wil je het hebben! Tijdens de lunch zwemmen de lieveheersbeestjes-knuffels borst en buikcrowl en laveren met souplesse tussen de borden en de glazen door, terwijl ‘Branmansam’ zijn auto’s de vrije loop laat en handig de pindakaaskorstjes omzeilt. Volwassenen hebben daar geen tijd voor, die moeten hele broden naar binnen werken met onhandelbare sla en overheerlijke brie. Dat is drie keer zo moeilijk als een borstcrowltje, omdat het bijna niet te doorklieven is en eigenlijk ook niet allemaal in een keer past. Geef mij maar een broodje pindakaas uit het vuistje.

Als dochterlief blij aan komt stappen, gaan we eindelijk zijn beloofde ijsje halen en zit Hakim voor de deur van de ijssalon op de Vismarkt. Hij smeert zijn liefste lach uit over ons gemoed en biedt zijn dichtbundel aan voor vijf euro. Maar dan heb je ook wat. Voor vijf euro-piekies ben je zijn lieverd door God gezonden en gezegend tot in je haarwortels, met een ijsje erbij kan het helemaal niet meer stuk! Daarvoor schenkt hij je zijn onbetaalbare warme tandenloze lach! Hakim de beste straatdichter van Utrecht schept kleine heerlijkheden zijn mond in na deze lofzang en wij vervolgen ons pad.

Als dochter nog een mooie boomstamplank vindt met zuurkool en stampot er op, puzzelen we de snelste weg van thuisbezorgen. Daar heeft ze toch ons voor nodig. Dan nemen we afscheid. De stadskrijger achterop in zijn zitje en moeders aan het trappen. Kusje, handkus, zwaaien, dag. Dag, dag, heerlijke dag!    

Overpeinzingen

We zijn er klaar voor

Dit was niet het jaar van de stokrozen. In de bloementuin zijn ze eigenlijk nauwelijks opgekomen, achter in het bos en een verdwaalde op de citadel geven wel bloemen, maar minder lang en minder uitbundig. Een lieve medeblogger schreef er ook al over. Aan de andere kant bloeien de hibiscussen bijna de tuin uit. Ze vermenigvuldigen zich vrij vlot en Lief heeft er al een aantal kunnen overzetten naar de voedselhof op het achterland.

De weckpotten en de flessen staan in de vaatwasser en worden schoongewassen op 70 graden. Ze zijn straks klaar voor gebruik. Dat is maar goed ook, want de oogst zit er aan te komen.

De vlier heb ik leeggeplukt maar de beste oogst zit veel te hoog. Daar kan ik op die ongelijke grond niet bij. Helaas pindakaas. De vijg begint. Ik heb al 7 rijpe vijgen er tussenuit geplukt. Dus maak ik zo waarschijnlijk een combinatie van vijg/vlierbes/druivenjam. We experimenteren er op los. Kijken wat het lekkerst smaakt. In ieder geval kwam ik een handigheidje tegen om de vlierbessen te ontdoen van hun steeltjes. Je zet een vork aan de voet van het scherm en rist ze zo af. Handig en snel. Vijgen- en druivenchutney is ook heerlijk. Er zijn te weinig vlierbessen omdat uit te kunnen proberen.

Bij het stofzuigen van de gang en het openen van de dubbele zijdeuren signaleerden we een verlaten graafwespennest. Er zit niets meer in, maar het is een vernuftig geweven geval met grote gaten erin.

Gisteren gingen we op pad voor het vogelbad op voet. Het liefst zo’n klassieker van marmer of gips. Er lag wel een heleboel herfstmateriaal, het meeste kunststof of plastic rimram, maar geen piezeltje vogelbad op voet te ontdekken. Wel de gewone van keramiek voor op de tafel. Misschien moeten we wat brocantes af of die hele grote rommelmarkt in Kaposvár. We hadden wel een prachtig uitzicht over Pécs tegen het Mecsek gebergte aan.

Dochterlief aan de telefoon. Lekker bijgekletst met boeiende verhalen. Ze waren naar het nieuwe museum van migratie in Rotterdam geweest, dat verrezen is op de plek waar eerst de historische havenloods gevestigd was. Ze vonden het alle vier zeer de moeite waard, al duurde het luisteren naar de verhalen bij de koffers voor de kinderen wel wat lang. Ze hadden er een dagje bus en trein van gemaakt. Slim.

Maandag beginnen de scholen weer. De oudste heeft net de week van het gebruiksklaar maken van het lokaal achter de rug. Als ik terugdenk aan die tijd, hadden we daar vaak toch wel de grootste lol in. We wilden alles zo gezellig mogelijk maken, nieuwe tweedehands lappen om het een en ander aan te kleden, de verfkwast kwam er dikwijls aan te pas. Er werd nog wel eens een kringloop bezocht om nieuw materiaal voor de hoeken of het speelhuis op de kop te tikken. Echte porseleinen kopjes of emaille pannen, een ouderwetse telefoon of weegschaal, je kon het zo gek niet verzinnen. Ouders kwamen tussendoor de ‘was’ brengen: Dat wil zeggen ‘Schone lego en duplo, schone Knex, poppenkleertjes, poppen zelfs. Niet zelden was alles waar een steekje aan los zat, weer gerepareerd.

Collega’s waren ook al vaak bezig en tussendoor waren er spectaculaire vakantieverhalen of was er tijd om even samen te lunchen. Er kwamen hagelnieuwe kartonnen frontjes met de namen op de laatjes en bij de jassen nieuwe stickers. Bloemetje op de ronde tafel in de kring, map met de nieuwe lijsten in de aanslag. Niet zelden had je daarna het weekend hard nodig om even bij te komen, maar het ritme had je al te pakken. Weggegleden was de zomer, in alles wat belangrijk leek voor een goed gevuld schooljaar. Op vrijdag sloot je de deur met een zucht. Ziezo, laat de (B)engeltjes nu maar komen. We zijn er klaar voor.

Overpeinzingen

Ga zo door

Het avontuur van gisteren kreeg nog een klein staartje, want toen we op het terras aan de dis zaten, hoorden we plots getok, zo’n langgerekte en daarna kort gekloek. We keken in de richting van het prieel en op de utvar liepen twee kippen van de buurvrouw, de wit/zwarte en de bruine, met een air alsof ze wilden zeggen: ‘Ziezo, we hebben onze leefruimte eigenpotig vergroot en zie ons er maar eens af te krijgen’. Waar kwamen ze vandaan? Buurvrouw kwam er al aanlopen toen Lief haar wilde waarschuwen. Door tegen ze te babbelen leidde ze ze naar achter de varkensschuurtjes en daar konden ze met gemak over het hek naar hun eigen verblijf vliegen.

Een poosje later krabde opnieuw de wit/zwarte het denkbeeldige zand achter het prieeltje. Hij probeerde eerst om over de muur bij het terras te vliegen, maar dat bleek toch te hoog. Via de roosmarijnstruik, een potsierlijk gezicht, liet hij zich weer op de grond zakken en vond de weg tot achter de stalletjes. Een paar tellen later stond de bruine er ineens ook. Minder pienter dan de witte. Ze bleef dan ook een tikje opgewonden achter de struiken zitten. We hebben haar maar gelaten. Ze konden zelf terug. Prima toch. Best gezellig dat gekakel. We spraken af dat we alleen zouden ingrijpen als de buurvrouw er zelf zenuwachtig van werd.

De schrijfcursus bevalt heel goed. Het is niet zomaar iets. Als je ermee aan de slag gaat merk je dat je met regelmaat langs de contouren van het verleden wandelt en plotsklaps de diepte ingaat. Een voorbeeld:

7) Het verhaal van je nagelriemen

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Een getuigenis van mijn spijt en mijn schaamte. Lieve nagelriemen, nooit zijn jullie ook maar een piezeltje onder de aandacht geweest. Misschien wel omdat jullie zelf, zo onopvallend mogelijk, te werk gingen. Nooit liet een van jullie los, nooit heb ik hard op een van de vingers geslagen, met een hamer bijvoorbeeld, zodat het mooi blauw zou groeien onder jullie nagels, waarbij jullie witter zouden afsteken dan gewoonlijk en dus opvallender. 

Nooit heb ik de nagels van mijn handen gelakt, waardoor ik meer aandacht aan jullie zou besteden. Dat hele gemanicuurde pad heb ik links laten liggen. Misschien wel omdat ik echte werkhanden had van jongsaf aan. Er viel vaak veel schoon te schrobben en te boenen na het zoveelste minder smakelijke werkje. Alles wat er aan secreten kon worden afgescheiden, heb ik in de vingers gehad, als er niet meer genoeg tijd was om handschoenen aan te trekken omdat er sprake was van een noodsituatie. Verder hebben die handen bedden verschoond, kussens opgeklopt, haren glad gestreken, wonden verzorgd, maar ook kinderneuzen afgeveegd, geaaid en getroost, verfkwasten opgepakt, potloden geslepen, of kippengrillen schoongepoetst, wc’s uitgesopt, kaas ingepakt, groenten afgewogen, patat gebakken, kippenvlees in zakken gestopt, baar geld geteld. 

En altijd werden jullie daarna schoongeboend met nagelborsteltjes of bij gebrek aan beter met langer insoppen en afspoelen. Ook de tuinaarde uit de tuin, onder het straaltje regenwater uit de regenton, waar bovenop ook zo’n handig nagelborsteltje lag in de tuin van de buren, die aan de mijne grensde. Niet om jullie, lieve nagelriemen, maar eerder om de nagels zelf waar het vuil diep onder gekropen was

Wel hebben we vroeger tijdens het tuinbonen doppen met de tuinboonschillen over de wratjes terzijde van jullie gewreven en daarvan hebben jullie absoluut wat meegekregen, want het was boenen geblazen, omdat we van die vervelende uitstulpsels af wilden. Niet dat het hielp, er kwamen er alleen maar meer vlak rondom jullie. Ik meen me te herinneren dat iemand, eerder mijn vader dan mijn moeder, gezegd zal hebben dat ik jullie terug moest duwen met de bolle kant van een theelepel of met zo’n handig apparaatje dat in zijn manicureset zat. Ik denk dat hij dat ook wel deed. Schone handen op het werk van een brigadier/wachtcommandant. Ik heb zo’n manicureset geprobeerd, maar joh, dat is niets voor mij. Ze verdwenen al snel in een of andere lade om nooit meer tevoorschijn te komen. 

Aan de andere kant bloeien jullie zeer wel in die achteloosheid. Nu moet ik drie keer op blank hout onder de tafel kloppen, want jullie blijven je eenvoudige en bescheiden zelve. Onopvallend, maar geweldig. Of ik het nu heb over nagelriemen van de handen of de tenen. Daar ben ik jullie hoogst dankbaar voor, want denk niet dat ik niet gezien heb waar het toe kan leiden als jullie iets mankeren, of als er teveel aan jullie velletjes gebeten wordt. Een nachtmerrie uit het ziekenhuis. Nee. Dank op mijn blote knietjes, lieve nagelriemen, ga zo door. 

Overpeinzingen

Je weet maar nooit

Maak je nog wel eens wat mee in zo’n dorp vraagt men mij wel eens. Toevallig wil het geval vandaag, terwijl ik op de veranda bij de Datsja zit, dat ik vanuit mijn linker ooghoek wat zie scharrelen bij de buurvrouw in de tuin, links van ons. Dat is opmerkelijk, want de buurvrouw houdt haar kippetjes in de ren en de afgesloten voortuin nadat er ooit een door een vos gegrepen werd. De buren aan de rechterkant hebben hun sokkippen altijd los in de achtertuin, maar die gaan ‘s avonds op stok in hun hok.

Even later hoor ik de buurvrouw en zie de buurman van de overkant. Ze heeft overduidelijk hulp gehaald. Buurman heeft een stok bij zich. Ze jagen er een aantal op, maar dan hoor ik er nog vlakbij een tokken. De buurman komt kijken, port overal met zijn stok in de rommelhaag van ons, maar Niets, Nada, Niente. Geen kippie meer te zien.

Lief was ondertussen even wat te drinken gaan halen en hoorde het relaas in het Hongaars van de buurvrouw. Het achterhekje had per ongeluk open gestaan en ze waren in een oogwenk verdwenen. Ze roken de vrijheid natuurlijk, al konden ze in haar grote voortuin heel best uit de voeten.

Daarna loopt ze ineens in de tuin van buurvrouw links, die geagiteerd, want pottenkijkers op het erf, naar achteren snelt, maar die tuin zit potdicht. Dat hadden wij al gemerkt tijdens de reddingspoging van de moeder van de buuf. Zo konden ze niet ontsnapt zijn.

Ineens loopt ze in ons bos, met stok. ‘Jo Napot‘. In rap Hongaars vertelt ze het hele drama nog een keer. Ik filter woordjes, duur , kippetje, rennen. Verder kom ik niet. ‘We gaan uitkijken hoor’, beloofden we haar. Op die manier vliegt de middag om.

Met het doek ben ik nog aan het worstelen. Toch weer het gezicht verandert en misschien toch nog niet tevreden. Ze droogt nu op, morgen maar weer eens losjes er overheen. Geduld is een schone zaak.

Francine Oomen heeft weer een nieuw boek geschreven in de serie ‘Hoe overleef ik’, het zijn boeken voor pubers. In een oud interview met haar lees ik dat ze steeds vaker haar strenge innerlijke stem hoorde, die geen ruimte overliet tot lummelen maar haar aanmaande door te gaan. Ze zocht er een tegengeluid bij. Ze noemde het gedrocht in haar hoofd ‘Tang’ en het tegengeluid ‘Kloek’. Het is namelijk een kip, die tegen haar zegt dat ze niet perfect hoeft te zijn, dat 80 % ook goed genoeg is, dat je goed voor jezelf moet zorgen en dat je jezelf niet meer hoeft te bewijzen. Door deze twee tegenpolen in zichzelf te benoemen en er bewust van te zijn is de relatie met haarzelf een stuk beter geworden. Waar de ene maant, verzacht de ander. Altijd goed als je spitsroeden dreigt te gaan lopen.

Ik herken het wel. Er zijn een aantal gewoonten die ik het liefst door wil laten gaan, ook al komen ze soms een beetje in de verdrukking door andere bezigheden. Er zijn echter wel een aantal aanpassingen gedaan. Zo heb ik het tijdstip los gelaten. Schreef ik ooit om vijf uur in de ochtend, dan kan dat nu heel wel in de middag, de avond of toch de volgende dag zijn. Hoe flexibeler in tijd en plaats hoe fijner het leven zich ontrollen kan, zeker als er zeeën van vrijheid en tijd te genieten zijn.

Deze vond ik vanmorgen

Bovendien, de ene dag is het een beschouwing, de volgende dag prietpraat, en weer een andere keer een romantische uitbarsting of een natuurbeschrijving. Alles is mogelijk.

En zo is het goed. Vandaag dan een verhaal over het verdwenen kippetje. Ze is nog niet terecht. Lief heeft achter ook geen koppie boven het maaiveld uit zien steken. Wie weet, krijgt ze honger en dan komen ze vanzelf wel aangerend op een gegeven moment. We vinden het wel triest voor de buuf. We zullen de heilige Antonius maar weer eens aanroepen. Je weet maar nooit.

Overpeinzingen

Een pas op de plaats in de eeuwigheid

Op het gevaar af dat ik alles straks kwijt ben, werk ik nu toch maar even offline. Ik zit in de Datsja. Het is heerlijk weer en de dag kabbelt zoals vaker kalm voort. Wat berichten van zuslief uit Ambon, van zoonlief uit Bali en alvast speculaties over wat er straks allemaal zoal in de buurt van ons vakantiehuis in België aan activiteiten te doen zal zijn. Dochterlief had ChatGPT gepolst en die kwam met hele leuke dingen op de proppen. Tot marshmallows branden aan toe, maar daar waren onze schatjes heus zelf opgekomen. Het schijnt, dat het toch handig kan zijn om je er iets meer in te verdiepen, met name voor dit soort dingen.

De Verwondering met Annemiek Schrijver in de herhaling. Stef Bos is aan de beurt. Hij brengt hiermee een ode aan de traagheid. Hij heeft dat niet alleen vanwege het ouder worden gekozen, maar hij vindt het vooral een goed serum tegen deze tijd waarin alles zo verschrikkelijk snel en haastig moet gaan. Een paar jaar daarvoor had hij met Anita Witzier samengewerkt en privé vertelde ze hem over de begrafenis van haar vader, waarbij ze in de lange stoet achter de kist aanliep en ze zei: ‘Ik keek om en zag niemand meer.’ Stef filosofeert er op door en zegt tegen Annemiek: ‘Als je achter in de rij loopt, dan ben je vrij’. Dat beeld kwam bij Stef binnen als een donderslag bij heldere hemel en hij schreef een nummer als een ‘Ode aan de traagheid’. Mensen vinden vaak dat je de toekomst verliest als je ouder wordt, maar je wint het verleden’ zegt hij. Wat hem bij Anita gebeurde, gebeurt nu bij mij. Wat een prachtige manier om tegen het ouder worden aan te kijken. Je wint het verleden.

Hij las eens een Armeense familiekroniek en op de eerste bladzijde kwam hij deze zin tegen: ‘Als je ouders overleden zijn, wordt je pas echt geboren.’ Hij noemt het: ‘Zo’n door generaties gerijpte zin.’

Toen Stef zijn vader overleed voelde het alsof de cirkel rond was en ging zijn vader rechtstreeks zijn hart in. ‘Als er een hemel is, dan is die in je hart’. Hier moet ik even ademhalen. Want wat Stef met mooie zinnen heeft, die rechtstreeks binnen komen, heb ik ook. En in die paar minuten dat ik hem nu hoor, heeft hij zoveel moois gezegd dat ik even bij moet komen. Het gaat nog verder, maar daar zal ik later naar kijken.

Over traag gesproken. Ik zat vanmorgen onder de vijg en observeerde de vele wespen en zweefvliegen die zich tegoed deden aan al het lekkers waar de boom rijk aan was. Af en toe vielen er twee in elkaar verstrengeld naar beneden, spartelden elkaar op de grond vrij en vlogen weer op. Zo’n koddig gezicht. Daarna keek ik op. Tussen de bomen schitterde af een toe een piezeltje zon. Eerst dacht ik dat er een kolibrivlinder tussenvloog, maar dat was niet zo. Als een wesp of zweefvlieg in de zon vliegt, lichten zijn vleugels al uitwaaierend op, eigenlijk zie je dan vooral de snelheid, de beweging van de vleugels. Een fascinerend gezicht en nog nooit eerder opgemerkt.

Het leven op de Hof hoort bij die ode. Nooit doen we hier iets even snel of overhaast. Bij alles kan je letterlijk en figuurlijk stil staan. Het is een zegen in het gejakker van de huidige tijd. Als ik uit het raam kijk is er enkel groen struweel als uitzicht. Een pas op de plaats in de eeuwigheid.