Overpeinzingen

Meters overbruggen

We hadden al gauw de conclusie getrokken, dat twee nachtjes niet lang genoeg is. Normaliter boeken we drie of zelfs vier nachten. Dan heb je net even meer tijd om samen te zijn. Vanmorgen zag ik vanuit mijn slaapkamer dat de struiken en de grond aan de zijkant bepoederd waren. Gauw het gordijn in de woonkamer openschuiven. Een witte wereld. Hoera. Met z’n drieën op de bank onder mijn dekbed aan de koffie en de thee en genieten van roodborst die langs kwam en merel, die haar pootjes behoedzaam liet landen in het witte koude goedje. Zo vertrouwd met onze voeten tegen elkaar. Een beetje vroeger. De natuur zag er fantastisch uit, een plaatje, zoals je je alleen maar wensen kan als je hier bent, ongerept, zonder moddersporen of vergeelde sneeuw.

Om elf uur zouden we het huisje verlaten. We besloten om niet te ontbijten maar onderweg nog gezellig te gaan brunchen. Douchen, inpakken en wegwezen, dag huis, dag mooie bostuin.

Bij Soest had dochterlief een mooi restaurant gevonden. Normaliter kinderrijk, maar het was nog vroeg, de wereld nog wit en koud, dus viel het mee. We konden aan een tafel zitten die om een uur gereserveerd was, maar het was pas 11 uur, dus dat zouden we makkelijk redden. De dametjes namen ‘wentelteefjes’ maar ik wilde de bospaddenstoelensoep. Zeer royale porties allemaal, maar de wentelteefjes waren duidelijk moderne gevalletjes vergeleken bij mijn home-made, niet te versmaden, exemplaren. Te lang had ik ze al niet klaar gemaakt. Er zat te weinig kaneel op vonden ze. De soep was heerlijk, met dikke croutons en twee hompjes brood.

Over de snelweg was de afstand een peuleschilletje dus rond half een zette ik mijn ene schatje af en even later de ander. Dag lieverdjes, voor herhaling vatbaar en tot gauw.

Boodschappen en wat sjouwen, maar de koffer liet ik voor zoonlief, die hem zou komen halen. Joehoe. Een hele middag op de bank om de achterstallige programma’s te bekijken. De voorlaatste aflevering van ‘Masterchef Australia’, ‘Sterren op het doek’ en ‘Even tot hier’.

Lief bellen en troostrijke gedachten bespreken. Hij komt niet hierheen, mocht morgen besloten worden, dat er geen ingrepen meer zullen zijn, maar neemt op zijn eigen manier afscheid in de Hof, waar hij zijn broer voelt in elke vezel van de natuur. Hij schrijft het op, zodat de familie dat later lezen kan. Afscheid nemen is zo’n persoonlijke innerlijke beleving. Dat kan niemand eigenlijk invullen voor een ander. Ik ben wel benieuwd of de familie het zal begrijpen. Ik hoop het van harte.

Vandaag is er geen sneeuw meer te bekennen. Zoonlief heeft Agaath mee en het koffertje staat nog onuitgepakt. Er valt voor vandaag niet veel te doen. Nog steeds drakerig veel overtollig vocht aan deze kant. De griep wil nog steeds de kuierlatten niet nemen. Ik hoop dat ik de dametjes niet heb aangestoken. Er zijn nog zoveel boeken te lezen. Daar maak ik maar eens een begin mee. Het is de hoogste tijd voor geestelijk voer om de tijd door te komen tot het verdict dat vanmiddag wordt geveld. Daarna bellen lief en ik elkaar weer. We moeten immers verdriet en meters overbruggen.

Overpeinzingen

Een tikkeltje trots in die oogjes

Na een heerlijk ontbijt op die vroege(voor mijn doen dan) zaterdagochtend met mijn lieverds, eitje, afbakbroodjes, beschuitje met bosvruchtenjam, was het tijd voor wat kringlopen in de buurt. We gingen naar Voorthuizen en Barneveld. Met namen als kringloop ‘Waardevol’ en kringloop ‘De Toekomst’ valt er heel wat te verwachten. Wat opviel was de grootte van de panden, die tot de nok toe gevuld waren met het rijke luxe leven van de Westerse mens. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Barneveld met haar hoeveelheid gelovige kerkgangers muntte uit in een verzameling hoeden en hoedjes, een hele muur vol, stijlvol opgehangen. Toen we op de trap liepen donderde een grote linnenkast boven op een glazen tafel met oorverdovend lawaai. Een meneer die er twee meter achterliep, prees zijn beschermengeltjes. Door trilling van de trap was de kast in beweging gekomen, want die stond tegen het hekwerk aan.

Vlak voordat we eruit gingen was er nog iets bijzonders. Een tijdje geleden schreef ik over het stadje waar ik in een hotel met het balkon boven de rivier had geslapen. De naam van dat mooie plaatsje wist ik niet meer. We wandelden de keramiekafdeling op en wat schertst mijn verbazing. Er stond een folkloristisch getinte bonbonnière met een kaartje eraan: Trojan aardewerk. En met dat ik het lees, blijf ik als aan de grond genageld staan. Dat was de naam van dat Bulgaarse stadje. Hoe was het mogelijk dat de antwoorden op prangende vragen altijd uit de lucht komen vallen. Heel bijzonder. De rivier heb ik ook opgezocht. Dat was de Beli Ossam. Het schaaltje ging natuurlijk mee.

We hadden allemaal wat klein spul en ik tikte bij Terre des Hommes ook nog twee leuke kleine kunstboekjes op de kop. Daar moesten we eerst baar geld voor pinnen want het internet werkte niet, vertelde de opgewekte man bij de boeken. Maar we wilden de gekozen spulletjes wel. Voor mij een boek over Hundertwasser en een over de Haagse school, die ik met Lief twee jaar geleden al in levende lijve had bewonderd bij Panorama Mesdag.

De inwendige mens tikte al ongeduldig met de vinger. Honger. De Rozerie zag er goed uit. Een gezellig restaurant rolstoel-en brancardtoegankelijk en ze werkten met mensen met een beperking. Zo kon het gebeuren dat het meisje dat de bestelling opnam op een handige plaatjeskaart, waarop ze het bestelde kon aantikken. Slim. Het smaakte heerlijk, onze vegakroketten, het slaatje en de zalm. Het personeel was wat opgewonden want Sint en de Pieten waren net langs geweest en hadden pepernoten uitgedeeld. Zo heerlijk om te zien dat iedereen welkom is op alle fronten.

Terug naar huis om te gaan vilten. Er waren drie pakketjes besteld. Twee van een muis en een van een egel. We hadden geen van allen ooit gevild. Het was makkelijk te doen en grappig. We zaten aan de eenvoudige tafel in de woonkamer. De bijgeleverde juten zakjes moesten met rijst gevuld worden en dichtgeknoopt. De pijpenragers dienden. Als basis. Daar ging de wol omheen. Prik, prik, prik. Er was verschil in aanpak. Gedegen en consistent, grote stappen snel thuis, plus iets wat daar tussen in lag. Zou er overeenkomst zijn met karakter? Wie weet.

Zo’n knus samenzijn onder de schemerlamp, terwijl de handen wapperen, nodigt uit voor diepgaande gesprekken. Er is niets meer nodig. Aan het eind poseerden de muizen en de egel parmantig en zag ik nou ook een tikkeltje trots in die oogjes?

Overpeinzingen

Deze dagen

De nacht was gevuld met geluiden. Op mijn bedbankje in het prachtige natuurhuis dat we huurden, luisterde ik er naar. Water dat drupte, een boiler, een koelkast, muizentandjes. Nee, nee, dat laatste niet. Het was wel een heerlijk warm bed, maar dat dankte ik ook aan de velours pyjama, die ik donderdag bij de Hema had opgeduikeld.

De reis naar het dorp toe was geen sinecure. Omdat oudste dochterlief moest werken tot 15.00 uur, waren we dankzij de drukte op de snelweg pas een uur later bij de jongste dochterlief en eindelijk gingen we snelwegvermijdend op weg. De drie dametjes op een nieuw avontuur.

De wegen ernaar toe waren tot en met Amersfoort te doen, daarna viel de avond in en reden we over smalle boerenwegen in het pikkedonker naar de bestemming, die op een ‘woonpark’ was. Het eerste park dat we inreden was verkeerd. Het lag er een park voor. De weggetjes op het park waren nog smaller, terwijl we ondertussen de cijfers probeerden te ontcijferen. Agaath liet af en toe een klagend protest horen, maar na wat belletjes over en weer, kwam het toch allemaal goed. Wat een heerlijke hut, dat was het eigenlijk. Stevige balken, grote raampartijen, al konden we niet zien hoe het er buiten uitzag en een parkeerplek voor Agaath. De eigenaresse woonde er naast in net zo’n tipi-achtig opgetrokken chaletje. Mooie details, veel kringloop, zag ons geoefend oog. Het liep rondom en er was een bovenverdieping. Daar was een tweepersoonsbed. Maar ik smeekte op het bedbankje te mogen liggen, want dat was naast het toilet, geen onbelangrijke toevoeging voor de nachten.

We borrelden onze vermoeidheid er vanaf en de dochters brouwden een heerlijke pittige pompoenensoep. Hoe lekker niet lang hoeft te duren. Wat een genot. Met de borrelhapjes mee voldoende voor de versterking van de inwendige mens.

Er was geen televisie en we hebben wat bijgekletst over de laatste week samen, over de drukte op het werk, over de kinderen, over lief en het leed van zwager. Tussendoor sijpelden de berichten over hem binnen. Hij zou wakker gemaakt worden en dat ging zeer langzaam. Hij reageerde alleen op pijnprikkels voorlopig. Vanmorgen het bericht dat hij nog steeds in slaap was.

Na een onrustige nacht met dromen waarin de luchtfietser niet meer langs kwam( in de eerste nacht van de val, had ik zo over de broer van Lief gedroomd), ik een aantal keer naar het toilet moest, en nog steeds niet wist of iemand naar binnen kon kijken door het onafgedekte grote raam-en dat is voor een angsthaas in het donker geen sinecure-sliep ik tot twee keer toe in. Tussendoor maar wat Hongaars. Je moet wat.

Nu bij het ochtendkrieken is er een enorme tuin die er heerlijk bij ligt in haar witte rijpdeken. Er staat een kabouter uit boom in de tuin. Vogels zijn er kind aan huis. Achter de tuin begint het bos. Je hoort ons niet klagen. Vandaag is er een kringlopentocht, want er zijn er veel in de omtrek. En we gaan vilten. Heerlijk voor de meiden ook om zo kalmpjes wakker te kunnen worden, zonder kinderen, in eigen tijd en eigen uur. Luxe ten top voor ouders, deze dagen.

Overpeinzingen

Het weer werkt mee

Mijn hoofd is in het ziekenhuis in den Haag, mijn hart is bij Lief in de Hof en fysiek ben ik bezig me voor te bereiden op het weekend met de dochters. Het schrijfthema was vandaag ‘Beschrijf het moment waarop iets instortte’. Met deze nieuwe titel kwam er verzet opborrelen. Nee, ik ga niet opnieuw over iets, wat niet liep zoals ik het had bedacht, opschrijven. Ik schrijf hooguit over het plezier dat de jongens elke keer weer in mijn groep hadden, als ze op de gang hoge torens hadden gebouwd om ze, nadat ze door iedereen bewonderd waren, met een brede glimlach onder luid gejuich in te storten. Zo is dat. Als iets ingestort is kan je weer beginnen met opbouwen. Het perpetuum mobilé dat leven heet.

In een van Annemiek Schrijvers columns wordt opgeroepen om het verborgen geschenk in tegenslag te herkennen. Dat is een mooi en krachtig middel om boven de ellende te gaan staan en er een nieuwe draai aan te geven. Niet alleen wordt je er blij van, het heeft tegelijkertijd een grote meerwaarde. Het is licht in de duisternis.

In de nieuwe zin staat een verhaal over iemand met een erfelijke hersenziekte, die als heling vasthoudt aan haar ochtendrituelen. Eenvoudig, een wandeling langs de zee met hond, hond verzorgen, warme matcha met gember. Ze zegt daarover: ‘Zonder mijn ochtendrituelen zou ik waarschijnlijk verdwalen in de beperkingen van mijn ziekte’. Prachtig verwoord.

Het koffertje is bijna gepakt. De kleine, want voor één weekend is een trui, een extra broek en een lekkere warme velours pyjama voldoende en de grote bruine soksloffen plus wat ik aantrek. Dochterlief heeft viltpakketten besteld. Daar heb ik zin in, ik had bedacht dat ik voor Piep, die altijd met me meereist op het Dashboard, een kleine Piep maak, zodat ze niet meer alleen is. Daar kan ik me zo over verkneuteren. Voordat ik de meiden op ga halen zal ik alvast een verwen-tasje boodschappen halen met allemaal lekkere dingetjes.

De zon schijnt uitbundig en het is prachtig buiten. Twee plantsoenmedewerkers scheppen orde in de chaos. Het is precies zo’n dag ervoor. Lief verricht op de Hof ook bergen werk, troostwerk voornamelijk. We hopen dat ze in het ziekenhuis orde in de chaos kunnen scheppen. Een beetje zegen van boven is welkom.

‘Het venijn van deze griep zit duidelijk in de staart. Ik dacht dat het bijna klaar was, maar vanmorgen had ik ineens weer keelpijn en moest verschrikkelijk hoesten.’ ‘Ik vertrouw erop dat de frisse buitenlucht, het zal zalven, het huisje ligt temidden in het groen’. ‘Ik kan mijn breiwerkje ook wel meenemen, anders komt die sjaal nooit af’. Zo ploppen er wolkjes gedachten omhoog, tussen het wachten door, wachten op bericht, dat eigenlijk alle aandacht opeist. Zus appt: Ze is aan de vierde ronde van deze griep bezig. O jeetje!

Ik zal trouwens weer een nieuw tekendagboek meenemen. Daar was ik mee gestopt op de laatste dag van onze trip naar Brussel, eenvoudigweg omdat het boekje vol was. Het is er nog niet van gekomen om opnieuw te beginnen. Een tikje veel van alles. Maar dit weekend hebben we tijd. Tijd voor jezelf en tijd voor elkaar, innerlijke tijd, verdiepende tijd. Het is heel speciaal om dit met de dochters te mogen doen. Het is nu al het vierde of vijfde jaar. En het is steeds bijzonder en verrijkend geweest. Daar mag en kan over getekend worden. Het weer werkt mee.

Overpeinzingen

Ik ben er wel een beetje klaar mee

Wakker worden gaat met hoesten en proesten en terwijl ik de zoveelste papier onder mijn neus hou, schiet een klein versje van vroeger door me heen:

‘Snotta bella margarinita

Moet je eens horen

Snotta bella margarinita

Smoesjes d’Amore

Luna, luna

Fietsebel harmonica

Luna Luna

Nel koppie thee’

Eigenlijk heel bijzonder, dat je iets, wat je al zo lang geleden uit je hoofd leerde, ik denk dat ik een jaar of vijf, zes geweest zal zijn, Maar toen ik het op ging zoeken bleek dat Toon Hermans zelf ‘Notte bella margarinetta’ had geschreven. Zoals elke waarneming was deze herinnering ook wat gekleurd geweest door de omstandigheden.

Dat gaat ongemerkt en mag je scharen onder de dichterlijke vrijheden vind ik. Het hoesten ‘s morgens is er niet minder om, maar over de gehele linie zit verbetering.

Straks belt Lief. Gisteren belde ik even met schoonzus, die het zwaar heeft en moe is, niet alleen door de totale ommekeer van het bestaan, maar ook door alle gewaarwordingen in het ziekenhuis. Neurochirurgie IC is de afdeling waar ik jaren nachtdienst heb gelopen. Er is altijd drukte, frequente metingen, onderzoekjes, fysio, sondevoeding, noem het maar. Twee mensen mogen er tegelijk maar bij. Alleen de naaste familie. Ze was blij om even thuis te zijn, waar het toch weer confronterend en stil was. Vandaag komt haar zus. Dat is fijn. Ze hadden samen net een heerlijk weekend achter de rug, vertelde ze en dan van het ene moment op het andere dit. Dan sta je ineens met beide benen op de grond. Dat is het leven. Hoe was het ook alweer: ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’. Maar ik had haar met liefde een andere uitvoering gegund.

Er lag rijm op de daken. Het heeft dus gevroren. Ik zie dat Agaath, die hier tegenover staat, ook een wit beslag heeft. Een weekje winterse temperaturen geeft de buienradar aan, daarna een paar graden warmer. De schoorstenen roken er lustig op los.

Zoonlief belde. Het kleinste rakkertje is nog thuis op donderdag. Ze heeft papa de telefoon ontfutseld en leidt me in duizelingwekkende vaart rond in de kamer, van boven naar beneden, van links naar rechts en maar kletsen. Nog voorlijker dan haar oudste broer al deed op die leeftijd. Als ik vraag of ze naar school gaat, verbetert ze me: ‘Naar de opvang.’ Haha, hoor die kleine krielkip. Laat haar maar schuiven.

Het boek van Eise (de Machineman van Sandra Langereis) is de moeite van het lezen waard. Eigenlijk is het een mooie aanvulling op het promoten van het VMBO dat nu gaande is en waardoor dat zoveel meerwaarde kan hebben. Eise is weliswaar een rekenkundig genie, maar ook een vakman in de houtbewerking net als zijn vader. Het Planetarium in Franeker is helemaal van hout gemaakt.

Het thema van vandaag is ‘gebakken lucht’. Als ik denk aan iets lekkers is het Haagse Bluf. Het woord zegt het al. Daardoor vertoef ik een wijle bij mevrouw de Caluwé uit de Leo-de-XIIIe straat. Het was de moeder van een vriendinnetje, die me dat heerlijke goedje voor het eerst liet proeven. Het was als toveren met consistentie en smaak.

Als ik denk aan het wereldtoneel: Donald Trump zijn uitlatingen zijn ook meer dan eens gebakken lucht. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ Een hoop ophef maken en daarmee chaos kweken. Hoogst vermoeiend. Ik hoop dat onze ‘Haagse Bluf’ een andere koers gaan varen, want ik ben er wel een beetje klaar mee.

Overpeinzingen

Een fractie op de eeuwigheid

Nu zou de biografie-bijeenkomst zijn, maar het venijn van de griep zit ‘m in de staart, weliswaar alleen in de ochtend nog, de rest van de dag gaat het al beter. Ik heb afgezegd, want de andere dames zijn ongeveer in dezelfde leeftijdscategorie en deze griep wil ik ze niet aandoen, niemand trouwens. Ik heb in ieder geval goede hoop voor het weekend, als ik met de dochters een weekend heb gepland. Misschien ben ik er dan net vanaf.

Gisteren hoorden we dat de broer van Lief van zijn fiets is gevallen. Er zijn allerlei oorzaken voor te noemen, maar hij is gisteren geopereerd en ligt op de intensive care. Daar wordt hij nog een paar dagen in slaap gehouden. Ineens wegen de jaren zwaarder dan anders, zeker als je zo met je neus op de feiten wordt gedrukt. Voorlopig kunnen we alleen maar hopen op herstel. De nacht piekert onze eigen kwetsbaarheid bij elkaar en ik bedenk dat het zaak is om een paar dingen goed te regelen. Daar hebben we het heel vaak over. Maar wat als je het niet meer vertellen kan.

De schrijfcursus is indringend. Het zijn niet de makkelijkste thema’s en soms wil ik niet eens echt er over schrijven, maar ik heb mezelf, en Lief en de kinderen in gedachte, beloofd eerlijk te zijn in dat schrijfproces. Ik ben het ook in deze blogs, maar er zijn natuurlijk altijd zaken waar je niet met de hele wereld over wil praten. Hier maak ik duidelijke keuzes. Daar gooi ik alle deuren van mijn hart open in het kader: ‘Maak van je hart geen moordkuil’. Vandaag was het thema: ‘Wat je ooit begraven hebt’, en daarmee bedoelde ze duidelijk niet het molletje die we ooit in optocht met de kinderen van de groep plechtig begraven hebben, maar een van onze eigen dissonanten en daarvoor moet je dus diep naar binnen. Dat valt niet mee. Het bleek een soort Dostojewski te worden. Ja ja, de menselijke ziel kent bergen en dalen.

Vandaag is de vader van de kinderen jarig en hij zou 69 geworden zijn, had dochterlief uitgeteld. Vierentwintig jaar geleden alweer. Hij wordt nog altijd zeer gemist. Er komt een foto langs van hem aan de maaltijd in mijn eerste kamer, die ik huurde in Nieuwegein. Hij woonde op zolder in hetzelfde huis. Het was in 1979. Daar had ik kurk op de muur. Die vraag hing in de lucht een tijdje geleden, maar ik wist niet meer in welke kamer dat was. Er waren samen met Lief immers vijf kamers in Leiden en daarna een in Utrecht met zuslief en toen deze in Nieuwegein, voordat de vader van de kinderen en ik als gezin aan de ‘volwassen huizen’ begonnen. Het is een groot plantenparadijs. We zaten op kussens op de grond, bord op schoot, zo ging dat. Ik had niet eens een eettafel. Hooguit een bureautje, maar dat zelfs niet geloof ik. Wel een groot plantenparadijs. Een paar maanden later waren we een stelletje.

Het lijkt lang geleden en toch ook weer niet. Tijden zijn omgevlogen. Die weg van de wieg naar het graf is uiteindelijk maar een fractie op de eeuwigheid.

Overpeinzingen

Lucht te over

Gisteren belde zoonlief en hadden we een fijn en lang gesprek. Ook nu kwamen de nodige vragen boven drijven. Hoe oud voel je je eigenlijk?’, wat een leuke vraag. Ik heb me eigenlijk nooit echt oud gevoeld. Ja deze dagen misschien met die griep onder de leden, maar dat telt niet, vind ik zelf. Een voorbeeld daarvan is het dagboek wat ik voor het longforum in briefvorm schreef, vanwege het zaagselhoofd hier een van de vele uit die reeks:

14-02-2020

Een dag uit het Leven met Lef:

Kom net terug van een vierdaags bivakkeren op de Veluwe, in Huize te Eerbeek. Een aanrader omdat er zo ongelofelijk veel te zien is daar aan de rand van het Veluwebos. We maakten, met de kleine blauwe prins, die ons zonder sputteren overal heen bracht, tochten naar Zutphen, naar de Posbank, naar Doesburg, naar Rheden en de Steeg, we wandelden in de omgeving van Eerbeek zelf en bewonderden bovenal de IJssel die zich had verdubbeld door met hoog water beide uiterwaarden mee te nemen. Een imposant en magnifiek gezicht. 

De eerste dag was ik nog snel vermoeid, maar hoe meer we het aantal kilometers opvoerden, hoeveel beter dat het met me ging. Ik vermoed dat de schone boslucht er ook debet aan was. De wind, die met de storm Ciara soms adembenemend was, maar dan letterlijk, werd dapper getrotseerd en in de luwte van de stad Zutphen hadden we de stevigste wind wat omzeild. Bij Rheden stond ik oog en oog met een dashond, die ik nog nooit zo in het vrije gezien had. Ik stond letterlijk aan de grond genageld en vergat snel een foto te maken. Ik, nota bene, die van elk wissewasje een foto schiet. Nog steeds heb ik er spijt van, maar het plaatje in mijn hoofd zit er nog steeds. Wie weet, valt het vast te leggen op doek.

Bij de Posbank verkeken we ons op de helling. Heen met heuveltjes en dalen ging het nog wel, maar terug, de steile helling op, was eigenlijk een berg te hoog. ‘Stap voor stap dan breekt het lijntje niet’, fluisterde de Rede in mijn oor. Ik keek niet langer naar de top, maar naar mijn voeten die voort gingen onder de raspende ademhaling als muzikale omlijsting. Geen nood, het natuurschoon was de inspanning zeer de moeite waard. 

Bij Doesburg aan de kade waaiden we bijkans uit onze duffels, maar daar stond ook de beeldengroep Passi D’Oro van Roberto Barni. Prachtig, en het zicht op de zilveren IJssel, met wind te over en de zon compenseerden het happen naar lucht. Gelukkig was er ook een restaurant aan de kade, waar de mosterdsoep(wat eet je anders in Doesburg) heerlijk smaakte. Op de valreep kwamen we er achter dat in het dorp Eerbeek de kunstenaar Jan Mankes had gewoond en was overleden en begraven. Het huis stond er nog en zijn graf was eveneens aanwezig. Beiden opgezocht op de allerlaatste dag, toen we uitgecheckt hadden bij het hotel. De laatste dagen was ik verder nauwelijks benauwd geweest en zelfs het klimmen ging stukken beter. Waarschijnlijk kwam het een en ander door de goede luchtkwaliteit, de fijne sfeer die zuslief en ik ondervonden en de afleiding door het mooie natuurschoon. 

Ineens had ik toch ook zin om de penselen maar weer ter hand te nemen. Ik was het al een maand aan het vooruit schuiven. In ieder geval iets minder met olieverf werken, bedacht ik me. De inspanningen hadden meer aan ontspanning opgeleverd dan voor mogelijk werd gehouden.Tijdens de kleine vakantie hadden we in de mooie Gelderse boekhandels ‘De bijenhouder van Aleppo’ van Christy Lefteri en de nieuwste van Pascal Mercier met de indringende titel; ‘Het gewicht van de woorden’ op de kop getikt. Heerlijk leesvoer. De eerste is vlot geschreven en geeft een goede inkijk in het moeizame leven van een immigrant. Mercier is een filosoof en derhalve wat moeilijker te doorgronden. Ik hou van zijn denkwijze. ‘Nachttrein naar Lissabon’ is een van mijn lievelingsboeken.

Na gedane arbeid, de dagen waren behoorlijk intensief, is het nu weer zoet rusten. Maandag is mijn bezoek aan de longarts. Ben benieuwd wat de longfunctie heeft opgeleverd. Het is bijna lente. Op de heide stond de brem al in bloei. Nog even een paar winterdagen bikkelen en dan genieten van het uitbottende groen. Tot zover wens ik jullie een ademvrije tijd toe met lucht te over.

Overpeinzingen

Indrukwekkend genoeg en een aanrader

Nu het zaagselhoofd nog steeds niet echt wil en ik vorige week de gezelligheid van de leesclub heb moeten missen, een verslag van een rondleiding door de Bijlmer die we in 2019, toen we het boek van Murat Isik gelezen hadden, in zijn voetsporen gemaakt hebben.

We zijn we in juni met de leesclub naar de Bijlmer afgereisd om met de gids Jenny van Dalen een rondleiding te krijgen door de Bijlmer. We hadden allen het boek Wees onzichtbaar gelezen. Dit waren mijn bevindingenDe dag begon met het uiteenvallen van de nacht. Verwachtingsvol startte een missie, een langgekoesterde wens. Drie maanden geleden hadden we met de leesclub het boek ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik gelezen en nu was het moment daar om het ‘inner centre’ van de Bijlmer te ontdekken. Onze gids was een vrouw die er jaren middenin gewoond had en nog steeds woonde, zij het de laatste jaren meer aan de rand, bij de Gaasperplas.

Mijn Tante Nel woonde er vroeger in de jaren zestig. De pronte dame met een vet Amsterdams accent en een gulle lach was net zo exotisch als haar woonoord, de laatste door mijn moeder tijdens een van de vrij reizentochtjes beschreven in haar dagboeken. ‘Ruim en groen’ luidde haar visie.

Het eerste deel van de wijk was inderdaad oneindig ruim en groen. Het geschreven woord schuifelde voor ons uit met een rollator. De man had een laken met het woeden der wereld op zijn rug en dat zette onmiddellijk de trend. De Bijlmer is eigenlijk een voorbeeld van een tolerante samenleving in liefde en leven met elkaar. Kerken met verschillende godsdiensten onder een dak. Joden, Moslims, Christenen met allemaal een zaal binnen het gebouw. Meer dan 130 nationaliteiten herbergt de wijk Zuid-Oost.

Middenin de wijk staat het monument voor de Bijlmerramp met de namen van de slachtoffers en de woorden en mozaïektegels van de overlevenden, hulpverleners en bewoners. Alles wordt beschut door de boom die alles zag, die haar groene kruin breed uitwaaiert boven de betekenisvolle scherven Mozaïek. Op een verdronken fiets zit een aalscholver en wiegt zachtjes in het zoeken naar het juiste evenwicht heen en weer.

Heel veel van onze voetstappen liggen er nu. We wandelen over de nog bestaande dreven, zoeken in de oude parkeergarage naar een glimp van haar bewoner, trekken langs de open ateliers. Een hartelijke omarming met de kunstenaar in residentie, die zowel een oude vriend van de gids blijkt te zijn als een bekende van een van ons. De Bijlmer wordt een beetje familie. In de straat waar de dag is opgedeeld in kunst aan de muur zijn de oude vergeelde gezinswaarden, vrouwen achter het aanrecht en mannen aan het werk, in kleurrijke beelden te bewonderen. Er is meer kunst te vinden. Het aloude gezeik is volledig gelimiteerd verwerkt in een beeldengroep van Pascall Tayou met de titel ‘Tayouken Piss’ Zeik wordt zijk. Een staaltje van oplossingsgericht denken.

De honingraten van flats waar al die bewoners, legaal of ongedocumenteerd in en uit zoemen, zijn gerestaureerd of vervangen door huizenblokken. Enkele uitzonderingen daar gelaten, waar de flats nog in de oorspronkelijke staat te bewonderen zijn. De buurtzorg is er groot.

Middenin het hart van de wijk staat een witte tent, waar een rapper in flarden van zinnen uiteenvalt door het lawaai van het verkeer dat naarstig op zoek is naar een parkeerplek om de markt te kunnen bezoeken. Daar, waar de oude metrorails nog bovengronds loopt valt de sfeer uit Murats boek te vangen en roert de menigte zich in een rijke kleurschakering door bonte kleding, een veelheid aan hoofddeksels in alle varianten en Bungelende tassen en tasjes, sjaals en schommelende lappen.

Er wordt geroepen, geknikt, gelachen, geluisterd, omhelsd, geluierd, gekeken en in elkaar kletsende handen vertellen in geuren en kleuren een verhaal.

Humor op de grote flat, het monument voor de vele nationaliteiten, als er te lezen valt: ‘Mijn God, waar komen die blanken vandaan’… De essentie is bovenaan te lezen van wat er tussen alle nationaliteiten ook te vinden is: ‘Hier is er gelukkig vrede’.

Ten leste komen we bij de kop van Fleerde, de flat van waaruit Murat zijn leven beschrijft en dat als enige nog overeind is gebleven van die ellenlange flat met haar dreven en geschakelde delen.

De zon schijnt er uitbundig op en daar voelen we hoe de voeten branden en de maag knort. 9 kilometer gelopen en nog maar een fractie gezien. Als je Murat hebt gelezen kan je alleen maar een Turks restaurant zoeken. We nemen hartelijk afscheid van onze lieve gids, die oneindig veel kennis heeft van het bewogen leven daar in die prachtige wijk en duiken met een hoofd vol indrukken en beelden achter een heerlijke koele lafenis. Één middag in de Bijlmer en een wereld gaat open.

Indrukwekkend genoeg en een aanrader. (Al weet ik niet of de gids dit werk nog doet)

Overpeinzingen

De zon heeft er maling aan

Het is gelukt. Vanmorgen dacht ik nog ‘Het neemt alleen maar toe’, na veel gesnotter en slapen, zoonlief die de thee en de cracker kwam brengen en opnieuw snotteren en slapen wist ik dat dit niet mijn manier is van ziek blijven. Ik ben voorzichtig. Ik weet wat het voor impact kan hebben, maar na een douche en in de kleren dacht ik ‘Zo gaat het goed’, extra pufje om te ondersteunen, de medicijnen van die dag en kalmpjes de werkzaamheden uitbreiden. De planten moesten water, het vaatje gewassen, een doekje over het fornuis.

Geen ernstig gehijg erna. Vooruit, nog maar een stapje bravoure verder. Een boodschapje in een kalm tempo. Daar had ik zo zin in, even wat anders dan bed of bank. Drie dagen al nauwelijks gegeten, dan heb je zo’n trek in iets lekkers. Al die vreemde dingen die lekker zijn voor mij, vanwege beperkte smaak en reuk. Hoera, bij deze super lag een zeewiersalade, het werd vers klaargemaakt in de winkel. Die ging alvast in het karretje. Een salade met appel en komkommer, zoute popcorn, goulashsoep, van die dingen.

Het wandelen, kalm aan dan breekt het lijntje niet, ging goed en zelfs de vier trappen naar boven, tree voor tree, stap voor stap en uitpuffen, eveneens. Op de bank en een programma op televisie geeft zicht op jonge kinderen die al vroeg heel ziek zijn. Dat relativeert onmiddellijk. Het is precies wat ik even nodig heb.Nu gaan we weer vooruit en ja, ik hou het lieve lijf goed in de gaten. Ik ken het per slot van rekening als geen ander.

Ik denk terug aan de keren dat mijn moeder ziek was, iets wat bij hoge uitzondering voorkwam, want ja, die zachte heelmeesters hè. Ondanks de drang tot het zorgen, kroop ze dan echt in bed, natte zakdoeken, rode neus, tranende ogen en volledige misere. Zorgde mijn vader dan extra voor haar. Dat weet ik niet, omdat het zo zelden was. Wij niet, of misschien de oudere broers wel. Zoals mijn kinderen zouden doen. Kopje thee, beschuitje, troostende woorden. Als moeder kon je eigenlijk gewoon niet ziek zijn. Een keer was het te erg en zou het langer duren. Toen kwam haar moeder, oma, om het huishouden te doen. Dat gaf een hoop gekrakeel want oma had zo’n beetje haar eigen opvattingen en voerde die ook eigenzinnig in. Dat was wennen, vooral voor de broertjes die op zoek moesten naar alles, voetbalkleren, sokken. Die lagen dan onder de matras, want rommel ruimde ze op die manier op, dan moesten ze het zelf maar gelijk op de goede plek leggen.

In het besef dat ik gezegend ben om ziek te kunnen zijn in mijn eigen tijd en daardoor alleen wat fijne dingen te missen, mijmer ik nog wat, over die grieperige moeder die wel om acht uur snotterend op was om iedereen naar school te dirigeren. Wat een zegen zal het zijn geweest als het huis weer stilte ademde. Gauw onder de dekens, voordat het te laat is en iemand toch nog roet in het eten gooit. De avondlucht is mijn deken. Ik vind die lichte wel aangenaam, die donkere laat ik voor wat het is. Ze oogt als een grote grijze berg. De zon heeft er maling aan.

Overpeinzingen

Wie weet, klaart het op daarboven

Al drie dagen in de lappenmand. Daardoor miste ik helaas pindakaas een etentje met de Boekenbabbel en een daarop aansluitende avond met stand-up comedians. Ik had ze al zo lang niet gezien. Een extra wrang schilletje om mijn al in het water gevallen dagbesteding. Ik lag op bed en dat is echt uitzonderlijk. Doorgaans zit ik op de bank, laat de tijd wat verpozen met televisie of radio, een boek of een podcast maar het hoofd zat zo vol met zompig zaagsel, dat ik bedacht dat het beter was om ermee onder de dekens te kruipen, moe tot in al mijn vezels. Goed het zal ook wel weer overgaan, maar voor het schrijven, leende ik gisteren een van mijn schrijfingangen (al geschreven en wel). Vandaag een kort verslagje van mijn wezenlijke wel en wee.

Als ik ziek ben, dan mis ik op de een of andere manier, nu Lief niet hier is, mijn moeder opeens meer. Niet dat ze er veel aandacht aan besteedde, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden, maar er was altijd wel een kopje thee of een mandarijntje en een ‘Hoe is het nu met je?’ Gisteren maakte zoonlief weliswaar rond een uur of vijf een crackertje met kaas en een glas thee voor me, maar daar was een vraag aan vooraf gegaan. Dan gebeurt het ook stante pede, dat dan weer wel.

Zuslief waarschuwde heel lief om het in de gaten te houden en bijtijds naar de huisarts te gaan met die kwetsbare luchtwegen. Dat wel natuurlijk al zie ik dan op voorhand de prednison al opdoemen. Zolang dat te vermijden is…NU maar even de afleiding.

Tussen de bedrijven door, in een meer heldere bui, lees ik toch door in Eise Eisinga. Wat een bijzonder mens. Ik had wat moeite om in het verhaal te komen, maar ben nu wel volledig gegrepen door deze geschiedenis. Die man was een genie. Zijn planetarium in Franeker is te bezoeken en als ik de foto’s in het boek zie met het erbij behorende verhaal, dan is het meer dan de moeite waard. Net als de slingerklok van Huygens zijn het belangrijke ontwikkelingen in het doorvorsen van tijd en ruimte. Wat hij aan kennis op heeft gedaan, proefondervindelijk, iedere vroege ochtend en avond de maan observeren en het sterrenstelsel en daarvan de veranderingen te noteren en dat voor zichzelf te verbinden aan een machine van hout, is een ongelooflijk staaltje van volhardendheid. In die zin geloof ik dat onze digitale ontwikkelingen heel veel empirische kennis hebben weggevaagd. Wat die man met zijn hoofd, hart en handen kon is bewonderenswaardig. Zijn vrouw Pietje moest er wel zeven jaren haar slaapkamer en woonkamer voor opofferen. Alles voor de wetenschap.

De schrijfingang van deze ochtend was waterbed. Ik ken slechts een vriendin die ooit zo’n bed had. Er loopt momenteel genoeg water uit mijn ogen en mijn neus. Buiten huilen de wolken mee. Ik duik eerst maar weer een tijdje onder. Wie weet, klaart het op daarboven.

Overpeinzingen

Verandering van spijs doet eten

Mijn haar aan de praat: Ooit werd ik (jouw haar dus) toegetakeld door de kapper van je broertjes, maar dat is al zo lang geleden, dat het me niet meer echt helder voor de geest staat, wel dat we er met een bloempotkapsel vandaan kwamen. Of hij daarvoor werkelijk een bloempot heeft gebruikt, waag ik te betwijfelen. Het was in ieder geval ‘lekker kort’ wat in die luizen-en netenjaren een dankbare lengte was, omdat mijn moeder dan niet avonden lang die langere haren had uit te kammen. 

Ook was er nog een keer de misser van de permanent op 11-jarige leeftijd voor de heilige communie. Sorry. Ik bezorgde je de aanblik van een dameshoofd op leeftijd, door zo kort en ingekruld nogal stijf je gezicht te omlijsten. Van mijn kant uit was ik er al niet blij mee. Om zo ingerold onder die hete kap te moeten zitten is mijl op zeven en zeker geen pretje. Toen je daarna op schoolreisje ging en je het onzalige idee kreeg om een duik te nemen in het IJsselmeer, was het feit beslecht. Een grote kroezige kop was het resultaat, geen normaal krulletje meer te zien. Daar ben je mee naar op vakantie naar Ahrbruck geweest, want je stond heftig kroezend op een berg op de foto. Ach, het leed is altijd zo geleden. We groeien er weer uit. Handig toch. 

Toen je zelf mocht beslissen, besloot je het lang te laten, maar ook om die ellendige puisten op je voorhoofd te bedekken, die in grote getale uit het niemandsland der puberteit verschenen waren en waarvoor je je diep schaamde. Dus werd er een lange lok opzij boven je ogen langs gedrapeerd. Tikkeltje onnatuurlijk en ook niet erg frivool. Nog later begon je je haar in een scheiding middenvoor te dragen en zo sudderde het jaren door. Tot je iemand leerde kennen die prachtig lang haar had en het met henna verfde, waardoor de kwaliteit met sprongen vooruit ging. Ook eens proberen en ja, het was waar. Een mooie rode bos gezond glanzend haar was het resultaat, al bleven we altijd wel een tikkeltje weerbarstig en pluizig. Conform jouw karakter, zou ik durven beweren. 

Weer gingen er jaren voorbij en in de loop der tijd werden we wat doffer, minder mooi donkerrood maar vaalrood boven op. Het was altijd weer een dingetje om ons op kleur te krijgen. Doorgaans zat de henna overal als je ons weer schoon spoelde en het intrekken in een plastic zak met een handdoek vergde behoorlijk wat tijd, zeker twee lange koude uren. Het uitspoelen was de glorie, even als het moment erna. Pas gekleurd zag het er super uit, vond jij. 

Toen je oud genoeg was geworden, zeg 72, was je het eigenhandig kleuren zat en ging je naar de plantaardige kapper voor een verfbeurt. Daar kreeg je te horen dat henna nu niet meer goed zou uitpakken voor ons. Er werd een kruidenpapje gefabriekt met een aantal tinten door elkaar heen, zodat het niet op zou vallen als daar enkele haren donkergrijs zouden worden. De keer daarop besloot je het in lagen te laten knippen en zie daar. Er kwamen krullen te voorschijn. Niet zolang het duurde, maar voor eeuwig. 

0, Jij had krullend haar en ik liet het vol trots zien. Je hoefde ons ook nog maar een keer per week te wassen, wat meer dan geweldig was. Nu zijn we tevreden, zelfs als het niet gelijk gekleurd kan worden. Het maakt niet meer uit. Donkergrijs is ook grappig. Volgende maand ga je weer. We zijn trots op jou en je experimenteerneigingen. We blijven er gezond bij en verandering van spijs doet eten.

_______________________

Overpeinzingen

Wie dan leeft, wie dan zorgt

Lief is bezig met het scheppen van ruimte in de keuken, zodat vriendlief er aan de slag kan om een nieuwe keuken in te bouwen. Hij heeft er enorm veel plezier in om die verandering te bewerkstelligen. De oude keuken kent een hoop obstakels, maar met name het werkblad is te laag. Nichtlief wees ons wel op de authenticiteit van de keuken zelf en die proberen we ook, al puzzelend te behouden, zoals de stenen muurtjes, waar nu de oude spoelbak in rust. Om dat te bereiken moest de oude bruine kast de keuken uit. We wilden dit antieke maar door de tand des tijds wat aangevreten exemplaar niet weg doen, dus verzon Lief een plan om hem bruikbaar te maken op het terras, onder andere als een soort buitenkeuken. Daarvoor moest wel het bovengedeelte eraf, die staat nu op het muurtje naast de houtstapel. Het oogt gezellig en als een verlengstuk van de keuken. Zomers eten we daar altijd. Via het videobellen kreeg ik een rondleiding en was heel blij met wat ik zag.

Tijd om me te haasten, want bij dochterlief liggen de accu’s voor de maaimachine en ze moest om kwart voor twee bij school zijn om tante Pollewop te halen. Het verkeer zat mee. Kopje thee en bijkletsen en dan allebei in de benen. Er stond een flink windje, maar het was zonnig en aangenaam. De tocht er naar toe is zwaar, vanaf de auto altijd nog een kilometer lopen, in dit geval dwars door het weiland omdat het hoofdpad is verhard en ingezaaid.

De vorige maaibeurt had zaterdag al plaats gevonden. Het door bouw en schouw niet goed gevonden pad achter het atelier was aan de beurt. Ze vonden het rommel, maar dat was het niet. Het was de Hop van de buuf en de klimop van de Oude die mijn houten ril deels omver had getrokken. Verstand op nul en aan de slag. Eerst een weg banen met de maaier, dan gaan trekken en stapeltjes maken, krukje erbij, dat kon allemaal in een vuilniszak.

Onder het zwoegen door zag ik vanuit mijn ooghoeken steeds iets verdwijnen en ineens zat ze me stilletje op te nemen op ooghoogte bij de buren. Het was de kleine roodborst, mijn beste vriendje en altijd in de buurt. Toen deze klus geklaard was, niets is zo heerlijk als het resultaat zo duidelijk is, kon ik me storten op een restje tuin maaien en bij dochterlief tussen de kruidenbedden in. Steeds een stoel of krukje in de buurt om uit te hijgen, want met nat gras was het derhalve een zwaar werkje. Het lukte wonderwel en de lucht besloot te belonen met heerlijke schapenwolken en een mooie lichtval op het omringende groen.

In het atelier stond en lag alles nog precies zo als ik het een paar maanden geleden had achtergelaten. Daar zitten is steevast een beetje zen. Ik zal weer verf halen, want het is er goed toeven om te schilderen. Rond vijf uur trok het wat kouder op en nam ik afscheid. Onderweg realiseerde ik me dat de snoeischaar nog aan het krukje hing en ik de vuilniszak niet dichtgeknoopt had, maar op de grens van de tuin van de buren had laten staan. Sufkipje. Van de week komt vast nog een nieuwe dag. Wie dan leeft, wie dan zorgt

Overpeinzingen

Het leukste om te doen

Als schrijver zou je met liefde in een hoekje van de kapperszaak willen zitten en je oren goed te luister leggen. Wat daar allemaal niet langs komt. Gisteren mocht ik er weer twee uur vertoeven. Heerlijk. De auto in de parkeergarage, wat 20 euro scheelt in de Utrechtse binnenstad, wandelen door het Griftpark naar de kapperszaak en daar in een stoel voor het raam aan de achterkant uitrusten en verwend worden. Eerst natuurlijk een stoelmassage terwijl het haar gewassen en voorgekleurd werd. Daarna vakkundig kleur opgebracht en warm gehouden, geen kap meer, maar onder ingenieuze warmtebronnen op een standaard.

Kopje chai en een brownie voor de innerlijke verzorging en een heerlijke babbel voor de gezelligheid. Alles komt langs. Het leukst is het moment waarop je stilletjes in je eigen wereld onder de kap zit en al die verhalen met andere bezoekers aanhoort. Over Duo Lingo bijvoorbeeld met de Japanse Stagiair die Nederlands aan het leren is en mijn kapster, die haar uitleg gaf over het gebrek aan grammatica in die methode, waardoor het gissen en raden wordt. Ze heeft een punt. Wonderlijk genoeg was ik op dat moment bezig met de dagelijkse Hongaarse lessen op mijn telefoon. Normaal doe ik die op de Ipad en ik merkte dat ik nu veel minder hoefde op te zoeken en toch al veel beheerste. Voor woordjes leren is het oké.

Er kwam een mevrouw binnen voor een knipbeurt die vond dat haar kapsel door een andere kapper verknipt was, of er iets aan gedaan kon worden. Dat gingen ze proberen. Wel en wee wordt verteld en ook de kapsters zelf zijn open en hartelijk in hun verhalen. Het is een eigenzinnige kapperszaak, die experimenteert met natuurlijke kruiden en geen chemische middelen gebruikt. Ik liet me bijpraten over het gebruik van de gel om de krullen te ondersteunen, leerde alles over blenden, föhnen met de diffuser, natuurlijke shampoo’s en de juiste borstels.

We hadden het over het overschot aan kerstspullen en de groots opgezette kerstmarkt in Utrecht waar allemaal tweedehands kerstspul te koop is en waarvan de opbrengst naar het goede doel gaat, en daarbij met alle kringlopen is een gang naar het tuincentrum niet meer nodig, alles is daar te koop.

Ik mijmer daar nog even over door. Hoe ouder ik word, hoe minder ik zin heb om die dagen uitbundig te vieren. We waren altijd al wat bescheiden met de kerstbrunch, maar zelfs de hang naar een kerstboom of kerstversiering wordt minder. Al een paar jaar huur ik een boom, maar of dat duurzaam genoeg is, is maar de vraag. Ze horen eigenlijk met hun wortels in het bos. Misschien is dit jaar een ornament met wat lichtjes in een glazen vaas genoeg. In ieder geval vieren we kerst weer een week eerder met het gezin.

Enfin, terug naar de kapper. Met een korter kapsel, haar in de krul en de beurs wat dunner stapte ik tevreden naar buiten. Er kwam een jongen langs die me aansprak en vroeg of ik nog wat geld voor hem had. Er zat een euro voor het karretje in mijn jaszak, de portemonnee had ik niet bij me. ‘Precies genoeg’, mompelde hij en vervolgde zijn weg. Er stond een wat gure wind terwijl ik terugliep door de herfstige laan. Een tapijt van prachtig bruin en geel. Lekker schoppen met je schoenen door de bladeren. Het leukste om te doen.

Overpeinzingen

Zo’n dag van klein maar fijn

Belletje: ‘Ha mams, hoe gaat het. Wat ga je doen vandaag’. Er bestonden vage plannen voor de tuin, dus vertelde ik zoonlief het nog niet te weten. Hij wilde naar Amelisweerd, had ik zin om ook een stukje te open. Dat leek me een uitstekend idee op de prachtige dag. ‘Ik ben er over tien minuten’. Een tienminuten later, een belletje met een huilende Njong op de achtergrond. ‘Hij wil zo graag met oma’s autootjes spelen en daarom is hij nu verdrietig’. Geen probleem, dan gaan we dat natuurlijk doen. Ik wachtte ze beneden op, want ik was al op weg naar de parkeerplaats. Daar kwamen ze in een kalm tempo aan. Njong op zijn zwarte autootje en zoonlief er bedaard achter aan.

De autootjes zijn een begrip. Het zijn de oude autootjes van de drie zonen en de oudsten zijn derhalve alweer meer dan veertig jaar. Ze zitten in een rieten mand en zijn bij alle kleinkinderen nog altijd heel erg in trek geweest. Van groot tot ieniemienie klein en ook te sorteren op kleur, op openslaande deuren of niet en ga zo nog maar even door. Hij viel vooral voor de graafmachine en daarna voor de ambulance, het politiebusje en de Brandweerauto. Er zaten ook nog een paar vingerpoppetjes in en de prinses mocht in de graafmachine-cabine zitten. Er ontspon zich een heel gesprek tussen de koning en het konijn samen met kleinzoon. Zodra iemand ziek was geworden of een ongeluk had gehad, ging hij de dokter bellen.

Natuurlijk moest de hele mand omgekieperd, wat hij wel eerst keurig vroeg. Zoonlief zette alle auto’s op een rijtje. Het zijn er bijna honderd. Evenzo vrolijk werd het ook allemaal netjes opgeborgen. Daarna was het tijd voor een wandelingetje naar het schoolplein. Eerst door het parkje om door de bladen heen te struinen, daarna naar de glijbaan, die was nat, dan maar de schommels, samen schommelen, ja gezellig. In zijn zwarte autootje zat een bal en nog een klein autootje. Met de bal konden we alle drie voetballen in de voetbalcirkel met de twee kleine doeltjes. Wat een grappig speelgoed bij die scholen. Aantrekkelijk en herfstig. Het regende blaadjes, werd enthousiast geconstateerd. Een valpartijtje, omdat zijn schoen op het balletje bleef hangen, maar mijn toverkusjes werken nog altijd. Kusje erop en klaar.

Op de terugweg nog een keer op de schommel, waar hij nauwelijks meer van af wilde. Ik zette de timer en dat werd zonder meer geaccepteerd. De wipwap moest ook nog even, daarna een tak om bladeren mee voort te vegen, in putten te peuren en nog meer bladeren aan de kant te schuiven.

Eigenlijk is wandelen met die kleine heel zen. Het tempo is precies goed voor mij, al had ik het wel bibbertjes koud. Het scheelde toch minstens een graad of vijf met de dag ervoor, zo het niet meer was.

Na het wandelen gingen ze weer en ik deed nog een paar boodschappen. Wel moest de belofte mee om gauw weer een keer met de autootjes te mogen spelen. Natte kus voor mij. ‘Dag lieverd, dag dag’. Mijn stem galmde nog na over het kastanjeplein. Zo’n dag van klein maar fijn.

Overpeinzingen

Het is weer mooi geweest

Aanvankelijk dacht ik te laat te zijn, maar dat bleek bezijden de waarheid. Ik was zelfs tien minuten te vroeg en maakte nog net het staartje van de voorbereidingen mee. De kamer stond vol banken en stoelen, er werd veel aanloop verwacht. Heerlijke kinderrijke en een tikkeltje chaotische feestpartijen waren dergelijke verjaardagen met veel familie van beide kanten. Maar in het huis waren voldoende plekken om heen te gaan. Naar boven om even bij te komen(de opa) om energie te ontladen bij het voetballen in de besloten achtertuin met voldoende plek, even kalm bijtanken in de kamer beneden, uitgerust met zitbank, of de schuur waar frietjes werden gebakken in de airfryer onder toezicht, vanwege de hitte van het apparaat en de loslopende kinderen.

Oma’s mochten blijven zitten, maar dan kriebelt er toch iets. Zoonlief zorgde voor de inwendige mens in de keuken en dan wil je toch wat extra wapperende handen, ook al beweerd hij bij hoog en bij laag, dat het echt niet nodig is-heel herkenbaar lieverd, van je moeder geërfd. Dochterlief schiet ook toe. -Zoonlief is alleen met de drie rakkertjes. De middelste heeft oorpijn, op het feestje gekregen, het zou best eens kunnen dat hij het eigenlijk te lawaaierig vindt, want naast de muziek zijn er veel luide vormen van vrolijkheid te vinden en van de allerkleinste ook gehuil om al die vreemde gezichten. Het zijn van die dagen dat ik me gelukkig prijs om ook weer te kunnen keren naar het verstilde huis en in de schemer te genieten van helemaal niets.

Ons dametje was helemaal jarig met heel veel cadeaus en veel aandacht. Het thema was kleurrijk. Leve de olijfkleurige broek van van de week. Weliswaar met zwart, want hé, dat ben ik gewoon. Ook de twee jeugdboeken uit de kringloop neem ik mee. ‘Misjka’ van Edward van Vendel en een boek van de Gorgels: ‘Het geheim van de gletsjer’ van Jochem Myjer. Dat is naast het familiecadeau, dat pas wordt overhandigd als iedereen er is. Er liggen armbandjes voor de jongens, extensions voor de meisjes, tattoo’s voor iedereen. Op dergelijke bijeenkomsten dompel je jezelf onder, zet de decibellen voor jezelf lager, bekijk het grut en hou een en ander in de gaten, voer hier en daar een mondje, streel over koppies, knuffel de een of ander en ga afwassen als er behoefte is aan een pas op de plaats.

Het is vooral ook leuk om de voetbalvrienden van zoonlief te zien, met kleintje. Ahhh, vroegere tijden herleven. ‘Ha moeders’ zegt er een welgemeend. De man van een nichtje vertelt over zijn jeugd in de Haagse Schilderwijk, een kleurrijk en bijzonder verhaal. Een onbekende vader en een DNA-onderzoek omdat een mens nou eenmaal de wortels wil kennen om het door te geven aan de kinderen. Dat zijn de kleine pareltjes die uit de drukte worden gefilterd. Of een onderonsje met de pipa van schone dochter, een gebbetje omdat we allebei de oudsten zijn, ik nog zelfs een jaartje ouder en omdat we dit allemaal al eens hebben meegemaakt. ‘Ja ja Ouwechie’. Wij mogen het zeggen.

Dan slaat de vermoeidheid toe. Ook daar merken we het aan. Tijd om op te stappen. Kussen, knuffels, luchtkusjes en zwaaihanden. Het is weer mooi geweest.

Overpeinzingen

Tot in de laatste vezels

In de nieuwe Groene Amsterdammer die nu weer hier door de bus glijdt, omdat het abonnement in Hongarije slechts voor bepaalde tijd wordt omgezet, staan weer heerlijke en om te smullen zulke mooie artikelen. Een ervan draagt de titel: ‘In de bergen is genoeg awe’ met een verklaring erachter: ‘Zweverig of zeldzaam is het niet, awe, wel intens of zelfs ontroeren. Wie dit gevoel van overrompeling door de natuur kent, is eerder geneigd haar te beschermen…’

Er volgt een verslag van het lopen over ene pad van een bergkam in het Zwitserse Les Esserts tussen de bergtoppen Croix de Culet en Sur Cou en de bijbehorende beleving daarbij, als ze even late overvallen wort door een bijna fysieke ervaring, die maar moeilijk te benoemen is, overweldigend, ontzag, zelfs iets van ontroering. Terwijl deze zinnen tot mij komen, weet ik ineens een dergelijke ervaring te hebben gehad toen ik samen met Lief, veel minder spectaculair, in Kroatië op een natuurpark stuitten en daar onvoorbereid via het vriendelijk ogende parkje en een klein paadje, dat naar beneden kronkelde, ineens voor enorme bergwanden stonden, die we nooit op deze manier hadden bedacht van waar we vandaan kwamen. Ik voelde me Alice in Wonderland, naast die grote brokken rots die vlak naast ons omhoog torenden, nietig en klein. En ik was diep ontroerd. Voelde de overweldigende kracht van de natuur. We moesten heel wat klimmen, geen sinecure, maar ik was zo blij dat ik deze ervaring had meegemaakt. Awe zal het misschien niet geweest zijn, maar voor mij was het én een overwinning omdat ik na de afdaling de klim omhoog had gehaald én de nietigheid van de mens in het. Algemeen had gevoeld. Lief was even zo onder de indruk. Natuur in haar overweldigende vorm.

Vannacht een wonderlijke droom, of eigenlijk tegen de ochtend, omdat ik vannacht twee uur klaar wakker was geweest. Ze werkte een tikkeltje vervreemdend bij het wakker worden. Ik was kennelijk weer in een diepe slaap gevallen, want het was al kwart voor tien. Niet lekker om zo laat wakker te worden. Alsof je achter de dingen der dag aan blijft lopen.

Onze lieve kleindochter is jarig. Dat wordt een heerlijk feest op deze mooie dag, ik hoop dat we buiten kunnen zitten. De zon schijnt uitbundig en achter de ramen lijkt het wel lente. De krokussen op het balkon bloeien al, die hebben zich flink in de luren laten leggen door die warmte.

Het schiet niet op met Eise Eisinga en zijn planetarium. Ik vind de rust niet, op de een of andere manier, natuurlijk ook omdat ik mijn Lief moet missen. We hebben gisteren weer gebeld. Een tweede egeltje was ook ten prooi gevallen aan de een of andere veelvraat. Vannacht schoot ik wakker en dacht wie eet er nou een stekelige egel. Google geraadpleegd en het blijken de vos en de das in mindere mate te zijn, die hebben nog wel wat moeite met het opgerolde bolletje, maar sperwers en uilen prikken er zo doorheen met hun scherpe snavels. Lief zou op zijn hoede zijn en in de schemer eens gaan observeren vanaf de veranda.

In de kringloop was er een drukte van belang, zelfs een hele buslading vol was er naar binnen gestroomd. Ik vond een lekkere sweater voor op de hof en geen leuke kinderboekjes. Over de dijk vanaf Schalkwijk reed ik terug naar huis. Daar voel je zeker op alle fronten de schoonheid, tot in de laatste vezels.

Overpeinzingen

De kop is eraf

Om de sleutel van het tuinencomplex te verkrijgen moest ik naar de school waar de oudste dochter werkte als leerkracht in de onderbouw. Jawel, in de voetsporen van haar moeder. Het was een zonnige warme dag en er was voldoende verzamelde moed om eens te gaan kijken wat er aan achterstallig onderhoud op onze tuin te vinden was. Door de congierge werd vermeld dat ze op de lokatie aan de overkant huisde, daar bleken maar liefst zes kleutergroepen gevestigd te zijn. De congierge raadde mijn moederrol spontaan en hij lachte erbij van oor tot oor. Wat een lieve man. Ik werd voorgesteld, want drie van de zes klassen waren aan het buitenspelen en daarna gaf ze me een rondleiding door de school. Ontroerd ontdekte ik mijn oude poppenhuis, dat al zo lang dienst gedaan had op de oude Jenaplan, met zijn kamikaze-lift en de vele kamertjes. Wat fijn om te zien dat ze haar belangrijke functie, het prikkelen van de fantasie, ook weer hier mocht vervullen. Een vleugje weemoed lag als een lichte deken over alles wat ik mocht aanschouwen heen, er liepen kinderen rond die de keuze hadden gehad om eventueel met de stagiair binnen te blijven. Een van de jongens proestte het uit toen dochterlief aan haar collega vertelde dat ik haar moeder was. ‘Haha, hebben juffen dan ook moeders’ hoorde je hem denken.

Het tuinencomplex lag er kalm bij. Op het grote pad mocht niet gelopen worden. Dat was opgehoogd en ingezaaid. Dan moest je door het weiland lopen om bij de tuin te komen. De schapen stonden ergens anders. Het was er zompig en het kostte daardoor wat meer moeite om er doorheen te struinen.

De tuin gaf haar achterstallig onderhoud weer met opkomende brandnetels die de doorgang belemmerden. Het gras was lang, en werkelijk overal stonden van die geprikkelde zussen. Dat was de eerste actie. Alle brandnetels verwijderen. Met de verkeerde werkhandschoenen aan probeerde ik ze met wortel en al uit te trekken. Af en toe voelde ik ze venijnig protesteren door mijn zachte kant van de handschoen heen. Sorry lieverds, maar jullie staan teveel in de weg.

Er bloeide nog best wat. De Salvia stond er prachtig paars bij en vormde met de hotlips een prachtig duo. Er was een mooie grote gele enkelvoudige dahlia in een grote hoeveelheid beloftevolle knoppen, ergens ontwaarde ik een bloeiende borage, de maagdenpalm deed het als altijd goed. Het kleine witte roosje bloeide naar hartelust de wilgen in. Tussendoor heel veel nattig groen en de genoemde brandnetel.

De vijg van het balkon van dochterlief stond voor de composthoop. Die laatste gaat eruit. Ik graaf hem stukje bij beetje af. Geen compost meer op die manier, maar mulchen of direct afvoeren naar de compostbak op de gemeentewerf.

Na een vuilniszak vol, die bij dochterlief in de bolderkar komt te staan, wandel ik terug in verstilling, vang de zon in de rimpelloze sloot en zoek zorgvuldig naar een droge weg. Agaath schittert me tegemoet. Files omzeilend, bekend met de binnendoor-weggetjes, rijd ik moeiteloos terug naar huis. De kop is eraf.

Overpeinzingen

Daar kunnen we zelf ook wel wat mee

Soms mis je iets pas als het er weer is. Ik doel op de mist van vanmorgen. Ik heb al die tijd in de hof nog geen mist gezien. Vanmorgen lag er een dikke deken over alle daken heen en was het kantoorgebouw aan de A2 niet meer te zien. Mist om in te rijden is niet fijn. Met mijn waarschuwende boordcomputer valt dat tegenwoordig reuze mee, maar in die oude autootjes van vroeger was dat wel anders. Vaak kwam er dan nog een probleem bij om de hoek kijken zoals een ondeugdelijke ruitenwisser, of een wasem in de auto zelf. Dubbel mistig dus, zie daar maar eens doorheen te kijken. Agaath piept al bij het minste of geringste en ze heeft bijna altijd gelijk.

Gisteren bij gebrek aan de sleutel van de tuin, toch maar weer een kringloopje bezocht. Ik dacht eens te gaan kijken hoe het daar met de kinderboeken gesteld was, want mijn voornemen is om daar in het vervolg de kinderboeken vandaan te halen. Het lot was me gunstig gezind. De boeken zijn er spotgoedkoop en er liggen vrij nieuwe exemplaren van gewilde boeken tussen. Dus scoorde ik ‘De Gorgels en het geheim van de Gletsjer’ van Jochem Myjer en ‘ Misjka’ van Edward van de Vendel. Krekel van Annet Schaap (vorig jaar uitgekomen) lag er ook, maar die had ik dus al ooit zelf aangeschaft. Als bonus had ik ook nog een hele mooie wijde viscose olijfkleurige broek, top kleur, nog ongedragen, en het juiste model. Aangekleed gaat uit. Het had me dus geen windeieren opgeleverd.

Het is prachtig weer en ik wil er weer uit, naar buiten, wandelen, frisse neuzen halen, door de bladen ritselen, alles wat zo broodnodig is. Vandaag eerst maar eens kijken of ik de tuinsleutel kan bemachtigen en dan toch maar een korte inspectie doen. Als dat niet lukt is het Arboretum nog een optie.

De schrijfingang van deze dag was er een over het beste advies dat je ooit gehad hebt. Dat is niet zo moeilijk. Jarenlang heb ik te maken gehad met tandartsen als slagers. Geen aandacht, botte opmerkingen en het onnodig trekken van kiezen, maar ik was als de dood voor de beste mannen, dus hield ik mijn snaveltje(was het maar een snaveltje, dan zaten er geen tanden in). Mijn huidige tandarts is de engel, die neerdaalde op de puinhopen. Ze keek, wikte en woog, zag mogelijkheden en met uiterst veel geduld en zachte zalvingen heeft ze mijn vreselijke gebit aangepakt. Dat was de grote verandering in mijn leven. Ik kon weer breeduit en stralend lachen. Nooit ben ik zo dankbaar geweest voor een opgevolgd advies en niet langer had ik nog angst voor de tandarts.

Volgende week is de kapper aan de beurt. Er moet wat af en er kan weer een natuurlijk kleurtje in. Mijn grijs is net als dat van mijn moeder, donkergrijs, en valt nauwelijks op, dat is een prettige bijkomstigheid. ‘Melkboerenhondenhaar’, zei men vroeger. Het maakt mij niets uit.

Tijd om in de benen te gaan en een van mijn vele plannetjes uit te voeren. De koolmezen op het balkon hippen al af en aan rond en om de vogelkooi waar wat zaadjes in liggen. Die stralende zon kriebelt de energie wakker. Daar kunnen we zelf ook wel wat mee.

Overpeinzingen

Een kinderhand is gauw gevuld

De plantenbakken waren echt toe aan nieuwe blommen. Het oude dode spul eruit halen, nieuwe aarde toevoegen en mengen en de nieuwe violen en het zilverblad erin. Een klusje, waarbij ik tussendoor steeds even moest zitten, maar het lukte allemaal wonderwel. De buuf kwam de trappen in het portiek op gestommeld met de nodige boodschappen en had duidelijk zin in een praatje. Daarbij vertelde ze tussen neus en lippen door de eventuele ongemakken die ze had genoteerd in mijn afwezigheid. Hadden we muizen? Er komen soms kleine veldmuisjes op het balkon van het vogelzaad snoepen en haar poes was er met één thuisgekomen, maar ja, het adres stond er niet bij, zal ik maar zeggen. Iets over een fiets, die lang buiten had gestaan, het schoonmaken van de galerij en de huur die nog betaalbaar is en van nieuwe appartementen niet. Alles in een adem, en meer van die dingen die je opmerkt als je tijd over hebt of als je het belangrijk vindt. Het geeft niets. Ieder zijn meug. Ik heb ook niet altijd zin om de galerij te schrobben.

De galerij was weer op orde, tijd voor een tweede klus. Bloemen voor schone dochter met haar geopereerde hand. Eerst de boodschappen, dan een bos bloemen en vervolgens op pad. Het is prachtig zacht weer met zon. Eigenlijk goed voor de tuin maar er waren andere plannetjes gesmeed. Haar arm was behoorlijk blauw aan het worden en ze had veel pijn gehad, maar vandaag viel het gelukkig mee. Haar moeder had de twee rakkers naar en van judo gebracht. Zoonlief zou straks met ze mee gaan naar voetballen. Een druk programma. Ze wonen in Amersfoort en als ik op tijd in Utrecht wil zijn voor de tuinvergadering, moet ik voor de file uit reizen. Rond Utrecht loopt het snel vol, vaste prik en bij Bilthoven begon het inderdaad vast te lopen, dus afslaan om binnendoor naar dochterlief te rijden, die met me mee naar de ledenvergadering van de tuin zou gaan. Ze wordt twee keer per jaar gehouden. Ik had vandaag ook een plan voor de tuin, maar ik realiseer me net, dat de oudste nog de sleutel heeft. De plannen moeten bijgesteld, helaas, pindakaas.

Het was even een knus theeuurtje vooraf met drie hoofdstukken voorlezen aan tante Pollewop over een feevampiertje en haar jarige zeemeermin. Ook alle andere gelezen boeken kwamen op tafel, een met de illustraties van Annet Schaap, zo herkenbaar. Ik mis soms de nieuwe aanwas bij het recenseren van kinderboeken voor Mensenkinderen. Heerlijk om volop, tot over je oren, in de jeugdliteratuur te zitten en helemaal toen ze het middelbare onderwijs er ook in gingen betrekken en niet alleen het basisonderwijs. Wat leer je dan veel van de denkwijze en de ontwikkeling van de kinderen nu.

Had de dag nog maar meer uren, al versnoep ik er een aantal door in bed zittend te schrijven en te lezen. Daar is een ochtend mee gemoeid. Maar dat is voor het opstarten van de dag van essentieel belang, door ervaring wijs geworden.

Lief belde met een treurige mededeling uit moeder natuur. In de Hof is ons egeltje aangevallen en voor een deel opgegeten door een mysterieuze veelvraat die het vooral op kleine knaagdieren, vogels en nu dan een egeltje heeft gemunt. De snoodaard blijft buiten beeld. Wel heeft de buurman al eens een schot hagel gelost, al kon Lief niet zien, op wat. Wat betreft het druivenprieel, dat is nu hoognodig aan vervanging toe. De mooie oude druivenstammen redden het wel, maar zijn zo sterk geworden, dat het oude hout er onder bezwijkt.

Het was heerlijk om hem te zien, daar kunnen we weer een dag op vooruit. We missen elkaar, maar weten ook dat het goed is. Videobellen brengt hem dichterbij en, ach ja, een kinderhand is gauw gevuld.

Overpeinzingen

Het afstruinen van kringloopwinkels

Het was inderdaad prachtig tuinweer gisteren, maar…Te harde wind voor de toch al wat zuurstofhappende longen. Om in de ‘hogere’ tuinsferen te blijven besloot ik nog wat vulling voor de bakken op het balkon en de galerij te halen. Wat winterviolen die het hopelijk zonder al te strenge winter nog even blijven doen en wat zilverblad om ertussen te zetten, vogelvoer van de vogelbescherming om de mezen en andere vogels te lokken en een paar slofsokken formaat heren, donkerbruin. Om het kerstgeweld te omzeilen, moest ik wel slinkse wegen verzinnen Goedendag. Het is een contradictio in terminus maar het is echt een gevecht om niet in begin november al in zoetelijke kerstsferen terecht te komen, kerstliedjes incluis. Ik zal er nooit aan wennen.

De schrijfingang van deze dag, de 77e alweer van de jaaroefening, was ‘Wortels’. Al schrijvende kwam ik uit bij het aardestelsel en de luchtverbindingen, waardoor mij ook de dichtregel van Vasalis: ‘Niet het snijden doet zo pijn, maar het afgesneden zijn’, niet helemaal conform de werkelijkheid leek. Datgene wat aan het leven ten grondslag ligt, draag je bij je, waar je dierbaren ook zijn. Je bent er onlosmakelijk mee verbonden, geworteld. Ik weet dat ze het stoffelijke gemis bedoelt hoor, ik hou van Vasalis haar gedichten, maar het was toch weer even een nieuwe openbaring, omdat je wat meer de diepte ingaat door dergelijke thema’s te overpeinzen.

Vandaag wil ik naar schone dochter en haar geopereerde hand aanschouwen, misschien ook even de Dede en de Nene(Turks voor opa en oma) ontlasten die een hele week in de weer zijn met de drie rakkertjes. Vanavond is er een vergadering van de tuin. Dochterlief en ik gaan er samen heen. Er is een hele nieuwe generatie jonge aanwas, die allemaal veel zin hebben om de schouders er onder te zetten. Dat is fijn, want wij oudjes moeten hier en daar grenzen trekken door lichamelijk ongemak.

Zoonlief heeft zijn nieuwe baan. Het betekent werken aan een andere kant van zijn sportcarrière. Een baan, die laat zien dat sport meer betekent dan alleen prestaties en prijzen. Over wortels gesproken. Ooit was er op De Jenaplanschool sprake van het organiseren van een sportdag, waarin met groepjes gesport zou worden en het beste groepje een taart zou mogen oppeuzelen met elkaar. Al van jongs af aan is er een aversie van mijn kant als het om ‘winnen’ en ‘de beste’ gaat. Ondanks mijn ex-taken als voetbalmoeder. Belang gaat soms boven de weerzin. De wortel(!) ligt vermoedelijk in het feit van die ervaring met ‘De Bok’. Nooit de beste zijn, nooit als eerste worden gekozen, werpt een grote zwarte schaduw over het eigen inzicht en de vreugde van een ander.

Het boek voor de filosoof is binnen, maar het was een kleine teleurstelling. De kaft was verkreukt. Ik had het tweedehands besteld. Weliswaar dus uit een tweede hand, maar dan verwacht je dat het in redelijke conditie zal zijn. En deze was wel weer heel erg beschadigd. Ik onderneem nog één poging en als het dan weer zo is, neem ik de oude methode ter hand, namelijk het afstruinen van kringloopwinkels.