Overpeinzingen

Wie weet

Een vallende ster trok aan mijn oog voorbij. ‘Als er een ster valt mag je een wens doen, mag je een wens doen, als je hem ziet…’ om met Ellie en Rikkert te spreken uit dat verre verleden. Een lied die alle kinderen van al mijn groepen zich nog vaag zullen herinneren.

Een andere ster die ik zag was die van Olga Zuiderhoek bij Eus en zijn ‘Sterren op het Doek’. Het leek wel of ze de kunstenaars bij haar persoonlijkheid hadden gezocht. Allemaal prachtig en persoonlijk werk, precies zoals Olga dat had willen hebben. Geen plaatjes, geen starre beeltenis, maar sprankelend in bepaalde details of met fantasie en forse streken neergezet. Haar verhalen waren al net zo krachtig als de werken. Een opmerking blijft hangen. Die van de kop koffie. Als je die niet meer samen met iemand kan drinken, waarvoor zou je dan je bed uitkomen. Tot aan de dood van haar man had ze na iedere nacht zin in de dag. Die zin was weg. Ik denk aan schoonzus en haar lege bed. Dat dus. Toch twinkelen haar ogen voortdurend.

Een nacht zonder Klaas Vaak. Hij heeft klaarblijkelijk mijn huis overgeslagen. Het maakt niet uit. Er valt genoeg te overpeinzen en anders had ik die vallende ster nooit gezien en niet het geluk gehad dat mij straks wordt toegeworpen.

Voor de zussen-midweek is een huisje geboekt. In de buurt van Zutphen dit keer. Museum More onder handbereik en de prachtige IJssel om van te genieten. Ik weet nog niet of ik kan. Het is tegen het eind van het schooljaar. Mijn oudste kleinkind is straks van de middelbare, dus daar zal een diploma-uitreiking zijn. Oma’s mogen dat genoegen graag smaken. Maar alles is natuurlijk te bereiken vanaf die vakantieplek. Niet getreurd.

‘Even tot Hier’ gaat in op de doodsbedreiging van de hoofdpiet. De mensheid is van het padje af als je het mij vraagt. Een acteur bedreigen omdat de uitvoering van een rol je niet bevalt. Dan ben je toch behoorlijk stuurloos afgedobberd. Ze gingen er op de juiste manier mee om. Satire is nodig om alles op de juiste plaats te laten vallen, ook verdwaasde en emotionele ideeën, die alleen maar wat zeggen over de persoon die ze uitkraamt.

De grote kerstboom is weer aan. Er waren al verschillende kerstbomen van de kinderen langs gekomen.. De Sint eruit en Kerst erin. Geen getreuzel. De lichtjesweken zijn aangebroken. Die hele grote kerstboom voor mijn slaapkamerraam zou er wel eens de oorzaak van kunnen zijn dat Klaasje Vaak niet dorst aan te wippen. Het licht bovenin is nogal fel.

In museum Kranenburgh in Bergen is een tentoonstelling over het werk van Marit Tornqvist met de titel ‘Verborgen verhalen’. Aan de hand van meer dan 100 levendige en fantasierijke illustraties worden verhalen over complexe thema’s vertoond. (Liefde vriendschap identitei en verlies) belooft een recensie over haar werk mij. De tentoonstelling duurt van 30 november 2025 tot 10 mei 2026. Ik zet haar op het lijstje van Lief en mij. Inmiddels is het zeven uur geworden. Tijd om nog een tukkie proberen te doen om de schade een beetje in te halen. Wie weet.

Overpeinzingen

Zus El en Zus Er

De schrijfcursus vraagt vandaag aandacht voor de beide onderarmen. Nou, de zusjes hadden een verhelderend gesprek met me. Dat wil ik jullie niet onthouden.

Daar zijn we dan. Zus El en Zus Er en we kloppen even bij je aan. We krijgen namelijk niet het idee, dat je heel veel tijd aan ons hebt besteed. Ten eerste hou je ons altijd bedekt, menigmaal met zwarte lange mouwen aan een t-shirt of een coltrui. We willen nu eigenlijk wel eens graag weten waarom. Als de kraaien dood van het dak vallen loop je alleen in je hemmetje, dan wel gelukkig, en halen wij opgelucht adem. ‘s Nachts kan je dat ook voor een lange tijd volhouden, maar dat is dan zeker niet om met ons te pronken. Nogal lastig hè, als het schemerdonker in je kamer is. Bovendien heb je 26 jaar lang alleen geslapen, dus nee, geen aandacht voor twee blote onderarmen. Of wacht, bij de fysio had je een korte mouwen t-shirt aan, waar wij onderuit staken als dunne staketseltjes, want we zijn gelukkig niet dik. Sterker nog, soms kregen we de indruk dat je dat stukje van onze existentie wel waarderen kon. Dunne polsjes.

Daar wist de fysio wel raad mee. Hij lette niet op jou en toen presteerde jij het om van het balanskussen af te vallen. ‘Krak’, zei zus El en dat was dat. Je reed ons naar het ziekenhuis en daar constateerde men een breuk. Er werd een wonderlijk wit goedje op zus El gesmeerd dat keihard werd. Zes weken in het gips en geen autorijden met een gipsen zus El. Niets voor jou om je daar aan te houden, dus stiekem deed je het toch. Het hele proces ging niet helemaal van een leien dakje want halverwege belandde je weer in Leidsche Rijn omdat elzepolsje er niet goed uit zag. ‘Niets aan de hand’ vonden de artsen, maar jij had het met je scherpe blik wel goed gezien.

Het smalle zo bejubelde polsje was nu een wat dikkig uitgezakt geval en af en toe trok er een pijnscheut door onze El. Met een ijzeren-heinigheid die bewonderenswaardig is zette je door. En nu is ze bijna weer de oude. Bijna dan, want ze is nog altijd een tikkeltje uit vorm. Gelukkig gaat het typen goed. Dat is fijn, want dat is waar je ons vooral bij moet inschakelen. Jij zou de godganse dag kunnen typen. Wij vinden het fijn hoor, daar niet van. Zo blijven we immers in conditie. 

We hebben een paar vragen aan jou en verder zijn we best tevreden met het geheel. 

Zou je ons wat meer bloot willen stellen aan de wereld en (niet onbelangrijk) zou je jouw droge velletje dat om ons heen zit, ons kleedje zogenaamd, af en toe wat meer in willen smeren, of zo je wilt, masseren, mmmm, met een crèmetje, waardoor we weer poezelig en zacht worden en niet uit elkaar schilferen zoals zo vaak het geval is. 

Dank je wel. Zus El en Zus Er

Overpeinzingen

Het is goed zo

De dag van de begrafenis zelf werd met een etentje met de kinderen en hun partners en de kleinkinderen afgesloten. Schoonzus was er alleen bij de borrel bij geweest, ze was te moe, even als haar zoon en een van de vier kinderen.

Pas om tien uur kon ik Lief verslag doen van de hele dag. Alle ongewone momenten van die dag probeerde ik samen te vatten in vogelvlucht, maar eenmaal op bed met de telefoon in de hand, zakte de vermoeidheid tot in mijn tenen. We besloten de volgende dag verder te bellen. Het hoofd zat vol.

De volgende dag scheen de zon alweer. Om elf uur hoefde ik de hotelkamer pas te verlaten, dus was het mogelijk om heel kalmpjes op te starten. Heerlijk, zo in die stilte van de kamer. Na een verkwikkende douche was ik ruim op tijd klaar om naar schoonzus te vertrekken voor een laatste kopje thee, alvorens op huis aan te gaan. Wel eerst nog geappt of ze er echt wel aan toe was, want anders was afblazen ook altijd een optie. Maar ze wilde me graag zien. Elke vorm van afleiding in dat stille huis was er één. De grote foto’s stonden pontificaal op tafel, ter hoogte van zijn eigen plekkie. Toch erbij, een beetje dan. We drinken thee of koffie, eten een stukje gevulde speculaas en blijven herinneringen, wetenswaardigheden en gemis oplepelen. Zo fijn om dat te kunnen doen. De oudste zou langs komen en ik wilde niet al te laat naar huis, maar het samenzijn had een meerwaarde voor beide.

Twee schone zussen met een gemeenschappelijke deler, het draaide allemaal om die lieve eigenzinnige eigenschappen van de broertjes, heel verschillend en toch weer zo gelijk in bepaalde denkwijze en opzichten. Rond twaalf uur stapte ik op, maar we hadden makkelijk een dag kunnen vullen. Direct daarna was de oudste bij haar langs gekomen en konden ze een hoop van die papieren rompslomp aanpakken. Dat ruimt op. Niet alleen als realiteit maar ook in het hoofd. Waar je niet over hoeft te piekeren, is ruimte voor iets anders.

Hoera, Agaath reed de zon tegemoet. Wat een mooie afsluiting was mijn kalme tocht van een uur. Een paar boodschappen en op de bank. In de avond Lief nog bijpraten en nu net weer. Nog maar twee weken. We nemen ons voor om in het vervolg de tijd er tussen minder lang te laten zijn. Lief heeft de Flixbus ontdekt. Hij kan in een luxe stoel met één keer overstappen binnen 23 uur hier zijn. Hij beheerst de kunst van het overal te allen tijde in slaap kunnen vallen. Op dergelijke reizen een zegen, lijkt me.

Ik probeer vanaf nu twee boeken door elkaar te lezen. De biografie van Clara Schumann door Christine Eichel, die van plan is het ‘romantische vrouwtje’ van vele biografen voor haar te ontmaskeren en deze geëmancipeerde vrouw in volle glorie te zetten. Het begin belooft veel goeds. Het tweede boek is ‘Waak over Haar’ van Jean-Baptiste Andrea, dat start in een Italiaans klooster, waar een mysterieuze man, die al 40 jaar tussen de monniken woont, op het punt van overlijden staat. Het is een experiment, want ik las tot nu toe boeken achter elkaar, maar anders ben ik, met de dikte van beide boeken, bang om in tijdnood te komen. Ze moeten eind januari gelezen zijn.

Vijf december, Sint jarig en een foto van dochterlief die in de vroege uurtjes de beste man aan het helpen was met zijn toilet op de school van tante Pollewop en de Filosoof. Mijn Sint is even in de dikke mist verdwenen. Het is goed zo.

Overpeinzingen

Niemand had het mooier kunnen zeggen

De dag begon grijs. Alsof het weer zich aanpaste aan ons gemoed, nu we voor een moeilijke opgave stonden. Afscheid nemen. De familie die het deksel zou sluiten, een definitief tot ziens, tot ergens, tot ooit. Vasalis schreef het al en haar woorden vatten in een zin samen wat het gemis inhoudt. ‘Niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

Ik werd opgehaald door de oudste dochter en haar gezin. Een kleine geste, die dankbaar werd aanvaard. Achter in een auto mag je mijmeren, de wegen bezien waar ooit gefietst werd, waar de voetstappen lagen, waar het volwassen leven zich afspeelde. Het kinderhuis waar gewerkt werd, de school van de kinderen, de supermarkt, het oude huis, het nieuwe huis, waar de tuin er net zo rommelig en levendig bij stond, met woelmuis en al, maar die toch die verlaten indruk maakte. Alles om die ene persoon gaat door, het leven stopt niet, maar wij blijven hangen in het ogenblik. Er is een leven van voor en van na, voorgoed.

Het verdriet zit hoog en blijft steeds tot net op het randje steken. De stem, die al niet goed is door die almaar durende verkoudheid, nog meer gesmoord door de brok in je keel. Ik ben bij de familie, maar niet de directe familie, want Lief is er niet om dat duidelijk te maken. Als vrouw van klopt het, maar zo alleen moet het omstandig uitgelegd. En wie bent U. Voor mij vallen de jaren van vroeger en nu samen. Mijn band ligt én in dat verleden én in het nu. Ik verschuil me samen met het kleinkind dat ook niets met de buitenkant van het condoleren heeft achter de rij kinderen. Onze ogen seinen: ‘We zijn er wel, maar zijn er niet’. Een enkeling ontsnapt aan de rij en dan moeten we er toch aan geloven.

Schoonzus staat er in de kleding van de bruiloft van twee jaar geleden, maar ze heeft de sjaal om. Zijn sjaal. Niet helemaal smetvrij, vond ze, maar ach, het is de zijne, dus is hij er bij. Stemmen gonzen, er wordt herkend en begroet, uitgewisseld en het onverwachtse van het hele gebeuren uit zich in verbaasde blikken en hoofden die schudden. ‘Hoe is het mogelijk, zo plotseling’. We lopen achter de kist aan naar binnen en gaan in de ruime aula op de gereserveerde banken zitten. De kleinkinderen zetten hun opa in het licht met de kaarsen, er is lieflijke muziek. Dan zijn er tussendoor aandoenlijke verhalen. Tranen bedwingen door naar de fotoreportage te kijken. Foto’s door heel het leven heen. In Utrecht en hier. Tegen enen valt er een zonnestraal door het bovenlicht naar binnen en zet de foto’s op de kist in het licht. Hij was een warmteaanbidder en hield van de zon.

Die zon begeleidde ook onze weg naar het veld op de enorme begraafplaats waar de laatste rustplaats zou zijn, al ben ik van mening dat we daar alleen een stofmantel achterlaten. We rusten niet, we gaan over in een nieuwe energie, een nieuwe dimensie. Met die gedachte speelde de zon ook uitbundig. Iemand trok een jas uit.

Daarna volgden er overvloedig veel hapjes, geheel in zijn geest. Een natje, een droogje, lekker eten, hij had het niet anders gewild. Bij het afscheid en het leggen van een bloem op de kist zei de allerjongste telg: ‘Fijne dood, opa’. Niemand had het mooier kunnen zeggen.

Overpeinzingen

Heel het leven

Onderweg is de zon, ze reist met me mee. Net als verscheidene vogelvluchten; kauwen, spreeuwen, aalscholvers tegen luchtslierten die in luchtige wolkenveren uitwaaieren. Zon in de Hoek, dat maakten we, in de vorige winters dat we er waren, niet vaak mee. Mooi. Feestslingers om broer van Lief in te halen boven. Het huis is leeg, als ik aanbel, als we het verdriet samen omhelzen en er aan de andere kant van de tafel alleen wij tweeën zitten. Niet meer het genietende smakken, de grote glimlach, de twinkelende ogen om een opmerking.

We sniffen, halen herinneringen op en in zijn tuin, waar hij zo vaak en graag zat met zijn duiven en de andere tuinvogels om hem heen, zie ik vanuit mijn ooghoek, terwijl we even in de keuken staan, een woelmuis met iets in haar bekje. Mooi zo’n teken van die levende tuin. ‘Ze komen af op de vijgen die vallen’ is de verklaring voor deze alleseter van groente, fruit en noten.

Dit gemis samen delen met de oudste dochter en daarna nog een dochter is extra bijzonder. Wat fijn dat we het zo nog kunnen doen. Morgen is de uitvaart en het belooft erg druk te worden. Als je levenslustig bent en plots uit het leven valt, een mensenmens, dan kan je wat verwachten. Na dochter en schoonzus thuis te hebben afgezet, rij ik naar het kleine hotel. De receptie is in het restaurant en de jongen geeft mijn kamernummer. Geen gesjouw, geen moeizame trappen en je valt met de deur in huis, want er is geen halletje. Wel zo handig. Ruime kamer, lekker bed. Lief is nog niet te bereiken. Bami eten bij schoonzus zal pas om kwart over zes zijn, ze krijgt zoveel appjes en belletjes dat daar heel wat tijd mee weg gesluisd wordt en je haast niet aan jezelf toe komt.

Als ik weer aanbel is ze aan het redderen in de keuken. We eten een van broer zijn lievelingskostjes, maar ach, als ik ooit iemand heel erg van allerlei eten heb zien genieten dan was hij dat bij uitstek. Ogen op het bord gericht en aanvallen. We wisselen gedachten uit en er sijpelen herinneringen door, overpeinzingen, vragen. Het is fijn om in alle eenvoud zo met elkaar te mogen delen. Morgen komt daar niets meer van. We laten het over ons heen komen, beloven we elkaar. De grote klap komt na de roes van het organiseren en het in goede banen leiden. Daar hebben de kinderen ook een grote rol in.

In het hotel bel ik Lief. Hij is ver weg maar dichterbij dan ooit. Dat is het mooie van een diepe innerlijke beleving. Afscheid nemen kan overal. Hij schrijft zijn gedachten op en daar gaan we later nog wel wat mee doen, hebben we ons voorgenomen.

Ondanks mijn eerste nacht hier en de treinen die naast de kamer rijden, slaap ik als een roosje tot een uur of vijf. Dat is alvast een goed begin. Omdat ik het gisteren behoorlijk koud had, trek ik toch mijn trui aan. Stemmig zwart past hier niet zo, schat ik in. Broer zelf heeft zijn lichtblauwe trouwpak aan. Vreugde en verdriet ineen gevat, zoals heel het leven.

Overpeinzingen

We gaan het zien

Ik zit een beetje te mutsen. Geen woorden meer in mijn hoofd, geen verhaaltjes over. Teveel bij Lief en zijn zolderproject wat tegelijkertijd ook het symbool is voor het afscheid van zijn broer. En het overlijden op zich. Iemand waar je eigenlijk nog een dagje mee samen zou zijn, als ik niet ziek was geworden. Dat laatste bezoek ging daarom niet door. ‘Later hoor, we komen wel langs’, was het verhaal. Dat gaat er ook van komen, maar zonder broer. Ik bedacht me dat mijn familie het nog niet wist, dus gaf ik het bericht door aan mijn broers en schoonzussen. Mijn zussen en broertje(de vijf kleintjes)wisten het al. De vrouw van de oudste broer schreef hoe erg ze het vond en zo jong nog (zwager is 79 geworden). Daar moest ik wel om glimlachen, want de helft van mijn broertjes zijn inderdaad ouder en dan mag je dat zeggen.

Ik kijk naar een oproep om Tai Chi-wandelen te gaan doen. Mooie langzame manier van bewegen die met zuurstof-tekort best wel een aantrekkelijke manier lijkt. Sierlijk ook, dansant, en daar verlang ik soms best wel naar. Om te kunnen bewegen zoals het was. Ik zie de lege rolstoelen in Den Haag staan en realiseer me weer dat het meevalt als ik mijn zegeningen blijf tellen. En zo is het per slot van rekening.

Vriendlief was langs geweest in Nagypeterd en was verguld over het werk dat Lief had verzet, de afgelopen weken. Hij gaat de keuken plaatsen maar ook bij de lege zolder lichtte zijn gezicht op. Fantastisch, nieuwe mogelijkheden. Ons idee is om er een familiehuis van te maken. Met name alle drie de families zouden dan kunnen logeren, om de beurt natuurlijk, maar hoe leuk is die gedachte nu we op de drempel van een volgende fase zijn.

Ik werd sip van de reacties op het sinterklaasjournaal. Wanneer leren volwassenen nou eens eindelijk dat ze niet hun eigen rugzak moeten projecteren op een kindergedachte. Volwassenen zien het ‘verklappen’ als list en bedrog om het Sinterklaasfeest te niet te doen, maar lieve mensen, de ophef erover, door volwassenen gemaakt, is de boosdoener. Kinderen horen en zien dit, als een verhaaltje in hun fantasiewereld, leggen het weer naast zich neer en vergeten het. Niets aan de hand. Maar dat tumult er omheen is wat het negatieve effect sorteert. Negatief en opruiend. Op dit moment voor mij helemaal een brug te ver. Over polariseren gesproken.

Ik zag een gedeelte over de documentaire van Close-Up over Nienke Hoogvliet, een ontwerper die met haar vernieuwende ontwerpen, waarin de schoonheid en de urgentie van duurzame materiaalkeuzes centraal staan. Iets wat ooit begonnen is met zeewier en visleer, waar heel veel nieuwe mogelijkheden worden aangeboord. Wat een mooie initiatieven zijn er toch. Haar werken gaan de wereld over en zijn zeer de moeite waard.

Zo. Even opladen voor een paar emotionele dagen. Heel fijn dat ik me tussendoor kan terugtrekken op mijn hotelkamer. Een paar uur van overpeinzing en bezinning om daarna voldoende energie te hebben voor de andere dagen. We gaan het zien.

Overpeinzingen

Meer is niet nodig

Vanmorgen ontdekte ik dat het Sint Pannekoek-dag was gisteren. Dat hebben zoonlief en ik dan weer mooi bedacht. Sint Pannekoek is ooit in het leven geroepen in 1986 door de striptekenaar Jan Kruis in zijn bekende strip van Jan, Jans en de kinderen. Hij verzon er voor het gemak ook maar een legende bij, waarin genoemd wordt dat het feest is ontstaan in 1899, maar dat de oorsprong van Sint Pannekoek verwijst naar een bijzondere gebeurtenis in de twaalfde eeuw in een klooster langs de Rott, waar nu Kralingen ligt. Er is meer over geschreven in ‘De legende van Sint Pannekoek’. Het was even zoeken naar de waarheid, maar uiteindelijk is die dan toch te vinden. Geen wonder dat die olifantenpoten-pannenkoeken zo goed gelukt waren, dat kan niet anders op een dag van Sint Pannekoek.

Lief belde en hij is bijna klaar met zijn project ‘Zolder’ en er gloort zelfs een denkbeeldig lichtpuntje om er misschien na de keuken toch nog een kamertje van te maken, of meerdere. Mooi is dat. Er is een kaptafeltje dat ik wil behouden en ook de mais-pel-machine is schoongemaakt en in ere hersteld. De spiegel van de kaptafel is een beetje gesneuveld, maar ik kan het glas weer helen door er ‘Kintsugi’ op los te laten, letterlijk vertaald ‘de gouden verbinding’. En zo heeft broer van Lief heel wat in beweging gezet, dat straks ook voor nog meer verbondenheid zal zorgen. ‘Schoonheid uit de as herrezen‘. Een hele bijzondere gedachte.

Hij heeft de twee oude ledikanten die ooit in het huis stonden ook in ere hersteld om te laten zien hoe het staat. Mooi en liefdevol werk voor onze mooie Hoff. Straks als hij klaar is heeft hij in zijn eentje het land, de stallen en het huis zelf tot in de kleinste hoekjes voor de winter klaargemaakt. Nog maar twee weken en dan is hij weer hier.

De kracht van het boek ‘Het verhaal van alle tijden’ van Mariette Bogaers zit voor mij vooral in de natuurbeleving en hoe er betekenis aan gegeven is. Als je gek bent op alles wat groeit, bloeit en leeft is het zeer boeiend. Vooral het werken met geneeskrachtige kompressen van kruiden en kruidenthee tegen allerlei kwalen komt aan bod, daarnaast ook de helende werking van de natuur in haar oneindige kracht.

Het thema van de schrijverscursus was ‘Beschrijf de lucht’ met een vraag erbij om die eens goed te observeren. Vanuit mijn slaapkamerraam in de maisonnette heb ik vrij zicht. Door mijn hoog-en-droog-huis voel ik de ruimte en de vrijheid om me heen. Ik zou wat dat betreft eigenlijk niet anders willen wonen. Geen verduisteringsgordijnen voor de ramen maar opengeschoven vitrage, die zicht geeft op de veranderende luchten. Iedere ochtend kan ik de deemstering zien binnenvloeien en telkens weer geeft dat nieuwe energie tot schrijven. In de spiegelramen van het kantoorgebouw aan de overkant zie ik de eventuele zonsopgangen. Twee voor de prijs van een. Ik ben een bofferd. Mooiere luchten zijn er niet.

Straks heb ik zicht op de grootste kerstboom van Nederland. Als daar tenminste geld genoeg voor is dit jaar. De zendmast van IJsselstein en haar tuien mogen dan weer branden. Mijn eigen boom komt niet of hooguit een kleintje in de pot van de super met het stenen stalletje van Oma Driehuis eronder. Klein maar fijn, meer is niet nodig.

Overpeinzingen

Nu op de bank, heerlijk.

vanmiddag komen de rakkertjes op bezoek. Zoonlief wil het me makkelijk maken en zegt dat hij voorgebakken pannekoekjes meeneemt. Ik haast me om hem te melden dat vooral niet te doen. Natuurlijk gaan we zelf pannenkoekjes bakken, dat mogen dan dinopannenkoeken worden of monsterpannekoeken, alles wat leuk is of aan fantasie geboren wordt en dan versieren met kaas, of met jam, met stroop of met poedersuiker. Als er een aan het bakken is kan de rest vast pepernoten draaien, toch veel te leuk. Zo’n buitenkansje laat ik me niet afnemen. Of dat wel kan, met de verkoudheid. Tja, ik lig niet zo gauw helemaal op apegapen. We gaan het zien en beleven.

Het boek dat ik betitelde als gruwelsprookje, houdt inderdaad op gruwelijk te zijn tot nu toe. In het vervolg zal ik eerst het hele boek uitlezen alvorens mijn verbazing erover op iemand los te laten. Dan volgt er een genuanceerder oordeel over.

Ik zag gisteren bij een van de afleveringen van Het Uur van de Wolf ‘De Wolkenfietser” voorbijkomen en door de titel vooral bleef ik er aan hangen, omdat ik zwagerlief als luchtfietser in mijn droom was tegengekomen. De inleiding van deze documentaire is als volgt:
‘Aan de rand van Den Helder ligt De Nollen, een binnenduingebied waar natuur, sculpturen en schilderkunst in elkaar overvloeien tot een totaalervaring. Het is het levenswerk van Rudi van de Wint’. Zijn zoons Ruud en Gijs zetten zijn droom voort, uit liefde voor hun vader en voor De Nollen. Maar plannen voor een Rudi van de Wint-museum in het gebied leiden tot barsten in hun idyllische bestaan. Regie: Gülşah Doğan

De docu kreeg in oktober nog een gouden kalf voor beste korte documentaire.

Een indrukwekkend verhaal, als je ziet hoe de broers met man en macht het werk van hun vader proberen in stand te houden. De naam wolkenfietser blijkt eigenlijk in het land van de kunstenaars een dromer te zijn. Wat zoekt die man in een gebied zo ver van de bewoonde wereld, met al zijn levensgrote werken, waar hij in zijn eentje loopt te pionieren. Hij had wereldberoemd kunnen zijn. Maar het is zo onnavolgbaar mooi. Het verdient om het hele gebied een blijvend monument te laten zijn. Straks met lief een van de eerste gangen naar deze kunst, maar wel bij iets warmer weer.

De bel, daar zal je ze hebben. Ze komen aanrennen over de galerij. ‘Oma…’ Knuffies, jas laten vallen, schoenen uitschoppen en naar binnen. Het dametje draagt de grote bos prachtige najaarsbloemen. Sinterklaas was (langs de super) geweest, dus waren er pakjes. Voor ieder een sinterklazenboek met leuke spelletjes en een adventskalender met, niet onbelangrijk, chocolaatjes, waar ze eigenlijk direct aan wilden beginnen. Voor het ene chocolademonstertjes tussen mijn rakkers is dit een gedoceerde chocoladedosis per dag.

Dan is het tijd voor pepernoten, toch weer even vergeten hoe ze kunnen rijzen. Het werden reuze-pepernoten voor de reuze-Piet. Daarna was het tijd voor de dino-pannenkoeken, die uiteindelijk verdacht veel op olifantenpoten begonnen te lijken. Ze zaten te smullen. Ons dametje keerde de kaneelsuiker in een keer om. Een mooi kaneelkleurig bergje vulde haar bord. Zoonlief greep maar even in.

Met een filmpje toe kon de boel aan kant en zoonlief vertrok met zijn drietal. Dag schatjes, knuffeltjes, handkussen en tot gauw. Tussendoor de pareltjes uit ons leven. Veel te kort en toch altijd weer lang genoeg. Nu op de bank, heerlijk.

Overpeinzingen

Tijd voor een boek

Het hotel is geboekt voor twee nachten. Er zal op woensdag een dienst gehouden worden. Het is zaak om alles zo kalm mogelijk aan te gaan. Lief is op zijn manier bezig in de Hoff. De allereerste keer dat broer daar kwam kijken, decennia geleden, konden ze de sterren nog tellen door het dak. De laatste keer dat hij er weer was, was hij in zijn nopjes over alle aanpassingen en roemde dit ‘landgoed’ van zijn broer. Mooie herinneringen. Dus pakt Lief de zolder aan en tovert met vier oude stoelen een ‘van Goghje’. Alleen nog een mudje aardappels in de mand in het midden en je hebt: De aardappelschillers (in variatie op een thema). Ik zoek wat foto’s uit en kijk naar de bewegende beelden in de live-opname. Lachende broer, gitaarspelende broer, etende broer, genietende broer. De herinneringen breien zich aaneen en vormen net als de thee een troost.

Vanmorgen kwam de schrijfcursus met de ingang: Een dier in of om je huis. Ik kon niet anders dan de hagedis nemen, die zwager vorig jaar het eerst zag rondstruinen in het struweel. Niet de kleintjes, die er zoveel zijn, maar een mooie grote blauw met groene. Schrandere oogjes in een pienter koppie en klimmend van halm naar halm met zijn oogverblindende lijf. Ze wonen er in de stapel dakpannen en in de muurtjes van de oude varkensstalletjes. Ze komen vooral te voorschijn bij een overdosis aan rondvliegende insecten als de vijg en de druiven rijp zijn en het een walhalla is aan rondvliegend grut én bij een lekker zonnetje. Dan koesteren ze zich in de warmte.

Gisteren kwam er met de pakjesbezorger een doos mee met een prachtige organische kaars, goed voor 50 branduren en een lieve wens van zuslief en zwager. Zo’n verrassing. Het zijn dit soort dingen die het hem doen in deze tijden. Op de dag van overlijden ben ik ook weer begonnen met een tekendagboek. Dit keer in zwart wit. De bedoeling is eigenlijk kleine pentekeningetjes, zoals ik ze vroeger ook al maakte. Maar de eerste twee bladzijden zijn een hommage aan broer.

Er was ook een lang telefoongesprek met de oudste zoon van broer, dat me gesterkt heeft in mijn missie om zoveel mogelijk van gedachten en ideeën op te schrijven. Er bleven kennelijk bij hen zoveel antwoorden in de lucht hangen. En toch, ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Voor de een is iets zaligmakend waar de ander geen seconde aan wil denken. Zo werkt dat nou eenmaal.

Het is jammer dat ik nog niet helemaal ben hersteld, want op het tuinencomplex is morgen een workshop wilgen vlechten. Heel vroeger nog wel gedaan op de kleuterkweek. Het is eigenlijk een heerlijk werkje. Straks als we de wilgen uit eigen tuin gesnoeid hebben, misschien maar weer eens oppakken. Wilgentenen weken in de sloot en vlechten maar. De week daarop willen ze sculpturen maken van wilgentenen. Daar heb ik een aantal mooie voorbeelden van gezien op schoolpleinen. Niet alleen hutten, maar ook ingenieuze vormen en vlechtsels. Dergelijke schoolpleinen zorgen ervoor dat kinderen nooit meer ruzie maken, want er is zoveel aan kruip-door-sluip-door of hutten bouwen dat ze het veel te druk hebben.

Ziezo, het potje thee is op, het hoofd is leeg geschreven. Kaarsje aan en tijd voor een boek.

Overpeinzingen

Puur geluk

Er vlogen net drie groene halsbandparkieten langs. Daarvoor waren de kauwen onrustig geweest. Ik begrijp nu waarom. De rakkers zaten in hun vaarwater. Het is ouderwets aan het miezeren. Zo’n regentje dat als een waas over alles heen wordt gelegd en waarbij je drijfnat wordt, ook al heb je dat niet direct in de gaten.

Dat boek waar ik het gisteren over had, waarbij het voelde alsof ik in een sprookje stapte, is een aantal bladzijden later een zeer gruwelijk sprookje gebleken. Ik weet niet goed wat ik er mee aan moet. Eerst maar eens helemaal uitlezen. Alle taboes worden belicht en zelfs Snodelike Saken komen uitvoerig aan bod. Het geeft een beetje een nasmaak. Lezen en er goed bij blijven, dus.

Diverse mensen stappen de winter in. Zetten alles op een lager pitje, duiken onder in de huiselijke sfeer, of mijmeren zich de winter door. Ik hou ervan. Je het een beetje comfortabel en knus maken, potje troost-thee en een lekker boek. Soms een mandarijntje peuzelen of een potje koken en verder alleen blijven met je gedachten. Op dit ogenblik is die behoefte er, ook door de periode van rouw en afscheid nemen.

Lief heeft alle lichten aan de buitenkant van het huis ontstoken. Het straalt warmte uit. Hij ruimt alles wat overtollig is op. Het wordt zonder pardon meegenomen. Oude DVD’s, lappen, gereedschap, het vindt gretig aftrek als het naast de vuilnisbak staat. Sommige dingen van zolder, die onbruikbaar zijn, worden verbrand. Wat zal het straks opgeruimd zijn en groot ogen.

De schrijfcursus vraagt om een verknipt moment. Ik heb doorgaans aan het bijbehorende schrijven genoeg om op ideeën te komen, maar nu bleef het heel leeg daarboven. Geen enkel lichtpuntje aan de horizon. Rustig afwachten.

Iemand vraagt zich af wat ik op de tuin zou willen doen. Is de winter niet de periode van rust, van bezinning. Jawel. Maar op de tuin is ook het atelier en daar wil ik wat meer toeven. Ik hoop dat we er over de verharde weg naar toe kunnen gaan. Een kilometer door het weiland is altijd zwaarder dan gedacht. Als Lief hier komt volgende maand, buigen we ons over de wilgen, die gesnoeid moeten worden en ik wil de compostberg afgraven om meer ruimte te creëeren en met mulchen het composteren behapbaar te maken. Heb er eigenlijk nu al zin in, maar eerst moeten er nog andere dingen gebeuren.

Ik zoek naar een nieuwe boek van Toon Tellegen, waar ik tijdens mijn wintering zo’n behoefte aan kan hebben en lees op de achterflap het volgende: De meikever vraagt aan de sprinkhaan achter de toonbank of hij ook Geluk verkoopt? De sprinkhaan kwam vanachter de toonbank naar de meikever toe, legde een arm op zijn schouder en zette heel voorzichtig een danspas in. Hun wangen raakten elkaar aan. Ze zeiden niets en dansten door de winkel, langs de toonbank, langs de ramen en door de open deur naar buiten. Wat een Geluk.

Dat is tevens de titel van het boek: ‘Wat een Geluk’. Daar kunnen we in sombere dagen niet genoeg van hebben. Fijne kleine verhaaltjes, om bij te mijmeren, om nieuwe gedachten bij rond te spinnen, om de ogen op het kleine gericht te houden en om alles te vinden wat in het gewone woord verstopt zit. Puur geluk.

Overpeinzingen

Goed doen

Een oude man met schuddelend hoofd beroerde handvast de toetsen van de oude piano die voor de grote boekenafdeling stond. Hij tuurde ietwat dichter op het papier naar de noten van het oude Sinterklaasboek maar speelde onvervaard achter elkaar de grote klassiekers van vroeger. ‘Zachtjes gaan de paardenvoetjes…’ Om hem heen was de kerst al ontploft, kerstmannen en ballen te kust en te keur, al dan niet semi wit bepoederd. ‘O, kom er eens kijken…’ De kunstkerstbomen strekten hun toppen uit naar ‘om het even wat’, sommige fier omhoog, anderen een tikje mottig en in de kreukels. ‘Wie komt er al die jaren…’ Zijn neus kwam steeds dichter bij het blad, maar waar de ogen tekort schoten, waren de vingers het allemaal niet verleerd.

Het volk zocht van alles bij elkaar. Sint mocht graag tweedehands winkelen, dat was duidelijk. Het was druk en gezellig. Bij het servies liep een wat groezelige man, die uit de toon viel. Misschien om warmte te halen. Hier klonk gezelligheid en ‘Vol verwachting klopt ons hart…’ Er was niets van mijn gading bij, dus kon de beurs gesloten blijven. Het was alleen maar een uitje om even iets anders te zien dan de kamer.

Het hoesten houdt hardnekkig aan, nu ligt andere zus ook voor pampus met Corona. De enige van ons vieren die niets mankeerde, appte: ‘De corona-sisters’ omdat de jongste ook in de lappenmand zat.Lief hield me op de hoogte van de wederwaardigheden van broer, die gisteren op een andere kamer werd gesetteld, schoonzus bleef er de hele nacht bij en vanmorgen is hij dan toch vertrokken. Ik had hem vorige week in mijn droom al zien luchtfietsen tussen de sterren en planeten. Op de een of andere manier bood dat idee troost. Lief heeft gisteren een fakkeltje aangestoken en de buitenhaard. Zijn manier van beleven.

Kwetsbare mensen zijn we geworden met elk jaar erbij. Goed om er bewust van te zijn. Wij zijn met de elf kinderen van ons gezin een grote uitzondering met iedereen nog in dit ondermaanse. Meer dan ooit mogen we het leven vieren, want voor je het weet is het voorbij.

Ik ben begonnen in het boek dat een vriendin van mijn lieve tweelingnicht geschreven heeft. Het heet: ‘Een Verhaal van Alle Tijden’ van Mariette Bogaers. Het is net alsof ik een sprookje ben binnen gestapt en weer op avontuur mag. Iets waar je je fantasie heerlijk op los kan laten. Misschien wel precies de juiste afleiding op dit moment. Er komen regels in voor van Rumi en Hafez, dichters die me na aan het hart liggen. Troost en bewustwording liggen aan hun gedichten ten grondslag. Mooi om er nu aan te beginnen. Net als op de kaft van het boek, een foto met een sprankje zon in het donkere bos, zoals hier het zonlicht op de muur filtert.

Verder is de nieuwe biografie gekozen, geschreven door Christine Eichel over Clara Schumann, een eigenzinnige tante en het nieuwe boek voor de leesclub is ‘Waak over haar’ van Jean-Baptiste Andrea. Leesstof te over, al ontbreekt momenteel een beetje de rust. De temperaturen beloven zachter te worden, dan is het tijd voor de tuin. Stilte en kalmte in deze roerige dagen zullen goed doen.

Overpeinzingen

Nog altijd een paradijsje

Op het longforum kom ik de blog tegen over het plaatsen van het atelier op de tuin. Dat was nog even een dingetje, hier volgt het hele relaas. Zo leuk om aan terug te denken:

Of het koffiedik voor een gelukkig gesternte heeft gezorgd weet ik niet. Feit was dat de tocht van de Bernagie naar haar plekje gunstig verliep. De ochtend begon vroeg met de twee reuze thermoskannen waarin de koffie geurig gezet werd met de hand. Ouderwets filteren, langzaam maar gestaag. Watertemperatuur met een vleugje Barista-wijsheid niet op de kook maar tot 92 graden. Geen sinecure voor mijn waterketel, die immers precies de gradatie aangeeft. De kannen met koffie en thee en de koek en zopie in de grote boodschappentas geladen evenals het dienblad en fluks dochter en schoonzoon oppikken in Utrecht. Het miezerde drie druppels, maar vooralsnog zag het er goed uit. Bij aankomst stond de Bernagie al op het pad en de mannen bij de schuur.

Klein minpuntje. De vorige gebruiker van de tractor had het kraantje open laten staan. Maar, voor geen kleintje vervaard, werd de accu van stroom voorzien door een van de auto’s en kon de tocht beginnen. Het was een ware kermisattractie. Mijn lieve hutje getrokken door de tractor, neef ervoor om aanwijzingen te geven, kinderen erachter met de bolderkar vol lekkers. Vanaf de overkant nam ik foto’s en langzaam maar gestaag rolde de hut door het fluitenkruid en met de karavaan erachter werd het een echte pipowagen.

Zoon en twee neven kwamen ietsje later en precies op tijd om te helpen bij het lastigste en laatste stuk. Om de draai te kunnen maken moesten de grondplaten van achteren komen en waar het groot hoefblad de bodem aan het leeg trekken was, opgehoogd worden met tegels en platen zodat Jut niet voortijdig een duik in de sloot zou nemen. Er werd rigoureus gesnoeid met een snelheid waarbij mijn inbreng over ‘voorzichtig’ en ‘met beleid’ werd overruled door de haast die men had om door te trekken en niet vast te lopen in het veen. De appelboom kon ik wel redden. Bijna hadden ze mijn Vasalisboom gehalveerd, nu stond ze alleen wat schever. Ach ja. De tuin was voor later zorg. Straks kan ik die weer in eigen tempo opbouwen. Nu eerst maar de basis.

Het weer was ons al die tijd gunstig gezind geweest, maar nu begon het even te storten. De veengrond was zacht en het duurde even voor ze een en ander, steunen en wielen op de tegels hadden staan, waterpas en wel. Neef en broer zouden deze week alles in rust in het werk stellen om het stabiel en veilig te krijgen. Daar had ik alle vertrouwen in. Zeker met de verrichtingen van grote neef, die door zijn heldere en duidelijke aanwijzingen als een echte opzichter de wagen langs de krappe doorgang loodste. De tractor met de achterbuur als voortrekker volgde nauwgezet elke aanwijzing. Stoppen, rijden, klein stukje, uitdraaien, vol gas. Binnen een uur stond ze op haar plek, leek groter dan gedacht en de tuin kleiner met al dat volk eromheen. Tussendoor het kleine grut, hout en vlonder. De koffie en de koeken smaakten opperbest.

‘Gods water over Gods akker laten stromen’ dacht ik en rustig afwachten op wat er komen gaat. Broerlief kroop onder de wagen om hem wat op te krikken met een te kleine krik en neef ging zijn grote halen. Daarmee was het verzakken snel weer opgelost. Straks en later zou het goed komen. Eigenlijk had ik er stiekem nog even voor willen zitten in mijn eentje om het allemaal eigen te voelen, maar door de gebroken nacht en de emotie overviel me een ouderwetse vermoeidheid en wilde ik niets liever dan naar mijn plekje op de bank, om in alle rust de commotie te verwerken. De komende weken staan in het teken van de wederopbouw door het smeden van een eenheid van de tuin, het atelier en mij daar midden in. Nu eerst de hut en de appelboom recht en dan kunnen we los.

Zo ging dat dus gisteren. Ik maakte foto’s aan de lopende band, moest een keer van achter weer helemaal naar voren lopen. Geen handig iets als je te weinig lucht heb. ‘had een van de jongens gevraagd’ zei zwager. Kijk, dat zijn nou van die dingen, waar ik nog steeds niet alert genoeg op ben. Bovendien ben ik vooral gewend om de eigen bonen te doppen en géén hulp te vragen. Jullie herkennen dat vast wel.

Nog altijd diepe dankbaarheid, lieve familie. Een klus van formaat. Nog altijd een paradijsje

Overpeinzingen

Meters overbruggen

We hadden al gauw de conclusie getrokken, dat twee nachtjes niet lang genoeg is. Normaliter boeken we drie of zelfs vier nachten. Dan heb je net even meer tijd om samen te zijn. Vanmorgen zag ik vanuit mijn slaapkamer dat de struiken en de grond aan de zijkant bepoederd waren. Gauw het gordijn in de woonkamer openschuiven. Een witte wereld. Hoera. Met z’n drieën op de bank onder mijn dekbed aan de koffie en de thee en genieten van roodborst die langs kwam en merel, die haar pootjes behoedzaam liet landen in het witte koude goedje. Zo vertrouwd met onze voeten tegen elkaar. Een beetje vroeger. De natuur zag er fantastisch uit, een plaatje, zoals je je alleen maar wensen kan als je hier bent, ongerept, zonder moddersporen of vergeelde sneeuw.

Om elf uur zouden we het huisje verlaten. We besloten om niet te ontbijten maar onderweg nog gezellig te gaan brunchen. Douchen, inpakken en wegwezen, dag huis, dag mooie bostuin.

Bij Soest had dochterlief een mooi restaurant gevonden. Normaliter kinderrijk, maar het was nog vroeg, de wereld nog wit en koud, dus viel het mee. We konden aan een tafel zitten die om een uur gereserveerd was, maar het was pas 11 uur, dus dat zouden we makkelijk redden. De dametjes namen ‘wentelteefjes’ maar ik wilde de bospaddenstoelensoep. Zeer royale porties allemaal, maar de wentelteefjes waren duidelijk moderne gevalletjes vergeleken bij mijn home-made, niet te versmaden, exemplaren. Te lang had ik ze al niet klaar gemaakt. Er zat te weinig kaneel op vonden ze. De soep was heerlijk, met dikke croutons en twee hompjes brood.

Over de snelweg was de afstand een peuleschilletje dus rond half een zette ik mijn ene schatje af en even later de ander. Dag lieverdjes, voor herhaling vatbaar en tot gauw.

Boodschappen en wat sjouwen, maar de koffer liet ik voor zoonlief, die hem zou komen halen. Joehoe. Een hele middag op de bank om de achterstallige programma’s te bekijken. De voorlaatste aflevering van ‘Masterchef Australia’, ‘Sterren op het doek’ en ‘Even tot hier’.

Lief bellen en troostrijke gedachten bespreken. Hij komt niet hierheen, mocht morgen besloten worden, dat er geen ingrepen meer zullen zijn, maar neemt op zijn eigen manier afscheid in de Hof, waar hij zijn broer voelt in elke vezel van de natuur. Hij schrijft het op, zodat de familie dat later lezen kan. Afscheid nemen is zo’n persoonlijke innerlijke beleving. Dat kan niemand eigenlijk invullen voor een ander. Ik ben wel benieuwd of de familie het zal begrijpen. Ik hoop het van harte.

Vandaag is er geen sneeuw meer te bekennen. Zoonlief heeft Agaath mee en het koffertje staat nog onuitgepakt. Er valt voor vandaag niet veel te doen. Nog steeds drakerig veel overtollig vocht aan deze kant. De griep wil nog steeds de kuierlatten niet nemen. Ik hoop dat ik de dametjes niet heb aangestoken. Er zijn nog zoveel boeken te lezen. Daar maak ik maar eens een begin mee. Het is de hoogste tijd voor geestelijk voer om de tijd door te komen tot het verdict dat vanmiddag wordt geveld. Daarna bellen lief en ik elkaar weer. We moeten immers verdriet en meters overbruggen.

Overpeinzingen

Een tikkeltje trots in die oogjes

Na een heerlijk ontbijt op die vroege(voor mijn doen dan) zaterdagochtend met mijn lieverds, eitje, afbakbroodjes, beschuitje met bosvruchtenjam, was het tijd voor wat kringlopen in de buurt. We gingen naar Voorthuizen en Barneveld. Met namen als kringloop ‘Waardevol’ en kringloop ‘De Toekomst’ valt er heel wat te verwachten. Wat opviel was de grootte van de panden, die tot de nok toe gevuld waren met het rijke luxe leven van de Westerse mens. Je kon het zo gek niet bedenken of het was er. Barneveld met haar hoeveelheid gelovige kerkgangers muntte uit in een verzameling hoeden en hoedjes, een hele muur vol, stijlvol opgehangen. Toen we op de trap liepen donderde een grote linnenkast boven op een glazen tafel met oorverdovend lawaai. Een meneer die er twee meter achterliep, prees zijn beschermengeltjes. Door trilling van de trap was de kast in beweging gekomen, want die stond tegen het hekwerk aan.

Vlak voordat we eruit gingen was er nog iets bijzonders. Een tijdje geleden schreef ik over het stadje waar ik in een hotel met het balkon boven de rivier had geslapen. De naam van dat mooie plaatsje wist ik niet meer. We wandelden de keramiekafdeling op en wat schertst mijn verbazing. Er stond een folkloristisch getinte bonbonnière met een kaartje eraan: Trojan aardewerk. En met dat ik het lees, blijf ik als aan de grond genageld staan. Dat was de naam van dat Bulgaarse stadje. Hoe was het mogelijk dat de antwoorden op prangende vragen altijd uit de lucht komen vallen. Heel bijzonder. De rivier heb ik ook opgezocht. Dat was de Beli Ossam. Het schaaltje ging natuurlijk mee.

We hadden allemaal wat klein spul en ik tikte bij Terre des Hommes ook nog twee leuke kleine kunstboekjes op de kop. Daar moesten we eerst baar geld voor pinnen want het internet werkte niet, vertelde de opgewekte man bij de boeken. Maar we wilden de gekozen spulletjes wel. Voor mij een boek over Hundertwasser en een over de Haagse school, die ik met Lief twee jaar geleden al in levende lijve had bewonderd bij Panorama Mesdag.

De inwendige mens tikte al ongeduldig met de vinger. Honger. De Rozerie zag er goed uit. Een gezellig restaurant rolstoel-en brancardtoegankelijk en ze werkten met mensen met een beperking. Zo kon het gebeuren dat het meisje dat de bestelling opnam op een handige plaatjeskaart, waarop ze het bestelde kon aantikken. Slim. Het smaakte heerlijk, onze vegakroketten, het slaatje en de zalm. Het personeel was wat opgewonden want Sint en de Pieten waren net langs geweest en hadden pepernoten uitgedeeld. Zo heerlijk om te zien dat iedereen welkom is op alle fronten.

Terug naar huis om te gaan vilten. Er waren drie pakketjes besteld. Twee van een muis en een van een egel. We hadden geen van allen ooit gevild. Het was makkelijk te doen en grappig. We zaten aan de eenvoudige tafel in de woonkamer. De bijgeleverde juten zakjes moesten met rijst gevuld worden en dichtgeknoopt. De pijpenragers dienden. Als basis. Daar ging de wol omheen. Prik, prik, prik. Er was verschil in aanpak. Gedegen en consistent, grote stappen snel thuis, plus iets wat daar tussen in lag. Zou er overeenkomst zijn met karakter? Wie weet.

Zo’n knus samenzijn onder de schemerlamp, terwijl de handen wapperen, nodigt uit voor diepgaande gesprekken. Er is niets meer nodig. Aan het eind poseerden de muizen en de egel parmantig en zag ik nou ook een tikkeltje trots in die oogjes?

Overpeinzingen

Deze dagen

De nacht was gevuld met geluiden. Op mijn bedbankje in het prachtige natuurhuis dat we huurden, luisterde ik er naar. Water dat drupte, een boiler, een koelkast, muizentandjes. Nee, nee, dat laatste niet. Het was wel een heerlijk warm bed, maar dat dankte ik ook aan de velours pyjama, die ik donderdag bij de Hema had opgeduikeld.

De reis naar het dorp toe was geen sinecure. Omdat oudste dochterlief moest werken tot 15.00 uur, waren we dankzij de drukte op de snelweg pas een uur later bij de jongste dochterlief en eindelijk gingen we snelwegvermijdend op weg. De drie dametjes op een nieuw avontuur.

De wegen ernaar toe waren tot en met Amersfoort te doen, daarna viel de avond in en reden we over smalle boerenwegen in het pikkedonker naar de bestemming, die op een ‘woonpark’ was. Het eerste park dat we inreden was verkeerd. Het lag er een park voor. De weggetjes op het park waren nog smaller, terwijl we ondertussen de cijfers probeerden te ontcijferen. Agaath liet af en toe een klagend protest horen, maar na wat belletjes over en weer, kwam het toch allemaal goed. Wat een heerlijke hut, dat was het eigenlijk. Stevige balken, grote raampartijen, al konden we niet zien hoe het er buiten uitzag en een parkeerplek voor Agaath. De eigenaresse woonde er naast in net zo’n tipi-achtig opgetrokken chaletje. Mooie details, veel kringloop, zag ons geoefend oog. Het liep rondom en er was een bovenverdieping. Daar was een tweepersoonsbed. Maar ik smeekte op het bedbankje te mogen liggen, want dat was naast het toilet, geen onbelangrijke toevoeging voor de nachten.

We borrelden onze vermoeidheid er vanaf en de dochters brouwden een heerlijke pittige pompoenensoep. Hoe lekker niet lang hoeft te duren. Wat een genot. Met de borrelhapjes mee voldoende voor de versterking van de inwendige mens.

Er was geen televisie en we hebben wat bijgekletst over de laatste week samen, over de drukte op het werk, over de kinderen, over lief en het leed van zwager. Tussendoor sijpelden de berichten over hem binnen. Hij zou wakker gemaakt worden en dat ging zeer langzaam. Hij reageerde alleen op pijnprikkels voorlopig. Vanmorgen het bericht dat hij nog steeds in slaap was.

Na een onrustige nacht met dromen waarin de luchtfietser niet meer langs kwam( in de eerste nacht van de val, had ik zo over de broer van Lief gedroomd), ik een aantal keer naar het toilet moest, en nog steeds niet wist of iemand naar binnen kon kijken door het onafgedekte grote raam-en dat is voor een angsthaas in het donker geen sinecure-sliep ik tot twee keer toe in. Tussendoor maar wat Hongaars. Je moet wat.

Nu bij het ochtendkrieken is er een enorme tuin die er heerlijk bij ligt in haar witte rijpdeken. Er staat een kabouter uit boom in de tuin. Vogels zijn er kind aan huis. Achter de tuin begint het bos. Je hoort ons niet klagen. Vandaag is er een kringlopentocht, want er zijn er veel in de omtrek. En we gaan vilten. Heerlijk voor de meiden ook om zo kalmpjes wakker te kunnen worden, zonder kinderen, in eigen tijd en eigen uur. Luxe ten top voor ouders, deze dagen.

Overpeinzingen

Het weer werkt mee

Mijn hoofd is in het ziekenhuis in den Haag, mijn hart is bij Lief in de Hof en fysiek ben ik bezig me voor te bereiden op het weekend met de dochters. Het schrijfthema was vandaag ‘Beschrijf het moment waarop iets instortte’. Met deze nieuwe titel kwam er verzet opborrelen. Nee, ik ga niet opnieuw over iets, wat niet liep zoals ik het had bedacht, opschrijven. Ik schrijf hooguit over het plezier dat de jongens elke keer weer in mijn groep hadden, als ze op de gang hoge torens hadden gebouwd om ze, nadat ze door iedereen bewonderd waren, met een brede glimlach onder luid gejuich in te storten. Zo is dat. Als iets ingestort is kan je weer beginnen met opbouwen. Het perpetuum mobilé dat leven heet.

In een van Annemiek Schrijvers columns wordt opgeroepen om het verborgen geschenk in tegenslag te herkennen. Dat is een mooi en krachtig middel om boven de ellende te gaan staan en er een nieuwe draai aan te geven. Niet alleen wordt je er blij van, het heeft tegelijkertijd een grote meerwaarde. Het is licht in de duisternis.

In de nieuwe zin staat een verhaal over iemand met een erfelijke hersenziekte, die als heling vasthoudt aan haar ochtendrituelen. Eenvoudig, een wandeling langs de zee met hond, hond verzorgen, warme matcha met gember. Ze zegt daarover: ‘Zonder mijn ochtendrituelen zou ik waarschijnlijk verdwalen in de beperkingen van mijn ziekte’. Prachtig verwoord.

Het koffertje is bijna gepakt. De kleine, want voor één weekend is een trui, een extra broek en een lekkere warme velours pyjama voldoende en de grote bruine soksloffen plus wat ik aantrek. Dochterlief heeft viltpakketten besteld. Daar heb ik zin in, ik had bedacht dat ik voor Piep, die altijd met me meereist op het Dashboard, een kleine Piep maak, zodat ze niet meer alleen is. Daar kan ik me zo over verkneuteren. Voordat ik de meiden op ga halen zal ik alvast een verwen-tasje boodschappen halen met allemaal lekkere dingetjes.

De zon schijnt uitbundig en het is prachtig buiten. Twee plantsoenmedewerkers scheppen orde in de chaos. Het is precies zo’n dag ervoor. Lief verricht op de Hof ook bergen werk, troostwerk voornamelijk. We hopen dat ze in het ziekenhuis orde in de chaos kunnen scheppen. Een beetje zegen van boven is welkom.

‘Het venijn van deze griep zit duidelijk in de staart. Ik dacht dat het bijna klaar was, maar vanmorgen had ik ineens weer keelpijn en moest verschrikkelijk hoesten.’ ‘Ik vertrouw erop dat de frisse buitenlucht, het zal zalven, het huisje ligt temidden in het groen’. ‘Ik kan mijn breiwerkje ook wel meenemen, anders komt die sjaal nooit af’. Zo ploppen er wolkjes gedachten omhoog, tussen het wachten door, wachten op bericht, dat eigenlijk alle aandacht opeist. Zus appt: Ze is aan de vierde ronde van deze griep bezig. O jeetje!

Ik zal trouwens weer een nieuw tekendagboek meenemen. Daar was ik mee gestopt op de laatste dag van onze trip naar Brussel, eenvoudigweg omdat het boekje vol was. Het is er nog niet van gekomen om opnieuw te beginnen. Een tikje veel van alles. Maar dit weekend hebben we tijd. Tijd voor jezelf en tijd voor elkaar, innerlijke tijd, verdiepende tijd. Het is heel speciaal om dit met de dochters te mogen doen. Het is nu al het vierde of vijfde jaar. En het is steeds bijzonder en verrijkend geweest. Daar mag en kan over getekend worden. Het weer werkt mee.

Overpeinzingen

Ik ben er wel een beetje klaar mee

Wakker worden gaat met hoesten en proesten en terwijl ik de zoveelste papier onder mijn neus hou, schiet een klein versje van vroeger door me heen:

‘Snotta bella margarinita

Moet je eens horen

Snotta bella margarinita

Smoesjes d’Amore

Luna, luna

Fietsebel harmonica

Luna Luna

Nel koppie thee’

Eigenlijk heel bijzonder, dat je iets, wat je al zo lang geleden uit je hoofd leerde, ik denk dat ik een jaar of vijf, zes geweest zal zijn, Maar toen ik het op ging zoeken bleek dat Toon Hermans zelf ‘Notte bella margarinetta’ had geschreven. Zoals elke waarneming was deze herinnering ook wat gekleurd geweest door de omstandigheden.

Dat gaat ongemerkt en mag je scharen onder de dichterlijke vrijheden vind ik. Het hoesten ‘s morgens is er niet minder om, maar over de gehele linie zit verbetering.

Straks belt Lief. Gisteren belde ik even met schoonzus, die het zwaar heeft en moe is, niet alleen door de totale ommekeer van het bestaan, maar ook door alle gewaarwordingen in het ziekenhuis. Neurochirurgie IC is de afdeling waar ik jaren nachtdienst heb gelopen. Er is altijd drukte, frequente metingen, onderzoekjes, fysio, sondevoeding, noem het maar. Twee mensen mogen er tegelijk maar bij. Alleen de naaste familie. Ze was blij om even thuis te zijn, waar het toch weer confronterend en stil was. Vandaag komt haar zus. Dat is fijn. Ze hadden samen net een heerlijk weekend achter de rug, vertelde ze en dan van het ene moment op het andere dit. Dan sta je ineens met beide benen op de grond. Dat is het leven. Hoe was het ook alweer: ‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’. Maar ik had haar met liefde een andere uitvoering gegund.

Er lag rijm op de daken. Het heeft dus gevroren. Ik zie dat Agaath, die hier tegenover staat, ook een wit beslag heeft. Een weekje winterse temperaturen geeft de buienradar aan, daarna een paar graden warmer. De schoorstenen roken er lustig op los.

Zoonlief belde. Het kleinste rakkertje is nog thuis op donderdag. Ze heeft papa de telefoon ontfutseld en leidt me in duizelingwekkende vaart rond in de kamer, van boven naar beneden, van links naar rechts en maar kletsen. Nog voorlijker dan haar oudste broer al deed op die leeftijd. Als ik vraag of ze naar school gaat, verbetert ze me: ‘Naar de opvang.’ Haha, hoor die kleine krielkip. Laat haar maar schuiven.

Het boek van Eise (de Machineman van Sandra Langereis) is de moeite van het lezen waard. Eigenlijk is het een mooie aanvulling op het promoten van het VMBO dat nu gaande is en waardoor dat zoveel meerwaarde kan hebben. Eise is weliswaar een rekenkundig genie, maar ook een vakman in de houtbewerking net als zijn vader. Het Planetarium in Franeker is helemaal van hout gemaakt.

Het thema van vandaag is ‘gebakken lucht’. Als ik denk aan iets lekkers is het Haagse Bluf. Het woord zegt het al. Daardoor vertoef ik een wijle bij mevrouw de Caluwé uit de Leo-de-XIIIe straat. Het was de moeder van een vriendinnetje, die me dat heerlijke goedje voor het eerst liet proeven. Het was als toveren met consistentie en smaak.

Als ik denk aan het wereldtoneel: Donald Trump zijn uitlatingen zijn ook meer dan eens gebakken lucht. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ Een hoop ophef maken en daarmee chaos kweken. Hoogst vermoeiend. Ik hoop dat onze ‘Haagse Bluf’ een andere koers gaan varen, want ik ben er wel een beetje klaar mee.

Overpeinzingen

Een fractie op de eeuwigheid

Nu zou de biografie-bijeenkomst zijn, maar het venijn van de griep zit ‘m in de staart, weliswaar alleen in de ochtend nog, de rest van de dag gaat het al beter. Ik heb afgezegd, want de andere dames zijn ongeveer in dezelfde leeftijdscategorie en deze griep wil ik ze niet aandoen, niemand trouwens. Ik heb in ieder geval goede hoop voor het weekend, als ik met de dochters een weekend heb gepland. Misschien ben ik er dan net vanaf.

Gisteren hoorden we dat de broer van Lief van zijn fiets is gevallen. Er zijn allerlei oorzaken voor te noemen, maar hij is gisteren geopereerd en ligt op de intensive care. Daar wordt hij nog een paar dagen in slaap gehouden. Ineens wegen de jaren zwaarder dan anders, zeker als je zo met je neus op de feiten wordt gedrukt. Voorlopig kunnen we alleen maar hopen op herstel. De nacht piekert onze eigen kwetsbaarheid bij elkaar en ik bedenk dat het zaak is om een paar dingen goed te regelen. Daar hebben we het heel vaak over. Maar wat als je het niet meer vertellen kan.

De schrijfcursus is indringend. Het zijn niet de makkelijkste thema’s en soms wil ik niet eens echt er over schrijven, maar ik heb mezelf, en Lief en de kinderen in gedachte, beloofd eerlijk te zijn in dat schrijfproces. Ik ben het ook in deze blogs, maar er zijn natuurlijk altijd zaken waar je niet met de hele wereld over wil praten. Hier maak ik duidelijke keuzes. Daar gooi ik alle deuren van mijn hart open in het kader: ‘Maak van je hart geen moordkuil’. Vandaag was het thema: ‘Wat je ooit begraven hebt’, en daarmee bedoelde ze duidelijk niet het molletje die we ooit in optocht met de kinderen van de groep plechtig begraven hebben, maar een van onze eigen dissonanten en daarvoor moet je dus diep naar binnen. Dat valt niet mee. Het bleek een soort Dostojewski te worden. Ja ja, de menselijke ziel kent bergen en dalen.

Vandaag is de vader van de kinderen jarig en hij zou 69 geworden zijn, had dochterlief uitgeteld. Vierentwintig jaar geleden alweer. Hij wordt nog altijd zeer gemist. Er komt een foto langs van hem aan de maaltijd in mijn eerste kamer, die ik huurde in Nieuwegein. Hij woonde op zolder in hetzelfde huis. Het was in 1979. Daar had ik kurk op de muur. Die vraag hing in de lucht een tijdje geleden, maar ik wist niet meer in welke kamer dat was. Er waren samen met Lief immers vijf kamers in Leiden en daarna een in Utrecht met zuslief en toen deze in Nieuwegein, voordat de vader van de kinderen en ik als gezin aan de ‘volwassen huizen’ begonnen. Het is een groot plantenparadijs. We zaten op kussens op de grond, bord op schoot, zo ging dat. Ik had niet eens een eettafel. Hooguit een bureautje, maar dat zelfs niet geloof ik. Wel een groot plantenparadijs. Een paar maanden later waren we een stelletje.

Het lijkt lang geleden en toch ook weer niet. Tijden zijn omgevlogen. Die weg van de wieg naar het graf is uiteindelijk maar een fractie op de eeuwigheid.

Overpeinzingen

Lucht te over

Gisteren belde zoonlief en hadden we een fijn en lang gesprek. Ook nu kwamen de nodige vragen boven drijven. Hoe oud voel je je eigenlijk?’, wat een leuke vraag. Ik heb me eigenlijk nooit echt oud gevoeld. Ja deze dagen misschien met die griep onder de leden, maar dat telt niet, vind ik zelf. Een voorbeeld daarvan is het dagboek wat ik voor het longforum in briefvorm schreef, vanwege het zaagselhoofd hier een van de vele uit die reeks:

14-02-2020

Een dag uit het Leven met Lef:

Kom net terug van een vierdaags bivakkeren op de Veluwe, in Huize te Eerbeek. Een aanrader omdat er zo ongelofelijk veel te zien is daar aan de rand van het Veluwebos. We maakten, met de kleine blauwe prins, die ons zonder sputteren overal heen bracht, tochten naar Zutphen, naar de Posbank, naar Doesburg, naar Rheden en de Steeg, we wandelden in de omgeving van Eerbeek zelf en bewonderden bovenal de IJssel die zich had verdubbeld door met hoog water beide uiterwaarden mee te nemen. Een imposant en magnifiek gezicht. 

De eerste dag was ik nog snel vermoeid, maar hoe meer we het aantal kilometers opvoerden, hoeveel beter dat het met me ging. Ik vermoed dat de schone boslucht er ook debet aan was. De wind, die met de storm Ciara soms adembenemend was, maar dan letterlijk, werd dapper getrotseerd en in de luwte van de stad Zutphen hadden we de stevigste wind wat omzeild. Bij Rheden stond ik oog en oog met een dashond, die ik nog nooit zo in het vrije gezien had. Ik stond letterlijk aan de grond genageld en vergat snel een foto te maken. Ik, nota bene, die van elk wissewasje een foto schiet. Nog steeds heb ik er spijt van, maar het plaatje in mijn hoofd zit er nog steeds. Wie weet, valt het vast te leggen op doek.

Bij de Posbank verkeken we ons op de helling. Heen met heuveltjes en dalen ging het nog wel, maar terug, de steile helling op, was eigenlijk een berg te hoog. ‘Stap voor stap dan breekt het lijntje niet’, fluisterde de Rede in mijn oor. Ik keek niet langer naar de top, maar naar mijn voeten die voort gingen onder de raspende ademhaling als muzikale omlijsting. Geen nood, het natuurschoon was de inspanning zeer de moeite waard. 

Bij Doesburg aan de kade waaiden we bijkans uit onze duffels, maar daar stond ook de beeldengroep Passi D’Oro van Roberto Barni. Prachtig, en het zicht op de zilveren IJssel, met wind te over en de zon compenseerden het happen naar lucht. Gelukkig was er ook een restaurant aan de kade, waar de mosterdsoep(wat eet je anders in Doesburg) heerlijk smaakte. Op de valreep kwamen we er achter dat in het dorp Eerbeek de kunstenaar Jan Mankes had gewoond en was overleden en begraven. Het huis stond er nog en zijn graf was eveneens aanwezig. Beiden opgezocht op de allerlaatste dag, toen we uitgecheckt hadden bij het hotel. De laatste dagen was ik verder nauwelijks benauwd geweest en zelfs het klimmen ging stukken beter. Waarschijnlijk kwam het een en ander door de goede luchtkwaliteit, de fijne sfeer die zuslief en ik ondervonden en de afleiding door het mooie natuurschoon. 

Ineens had ik toch ook zin om de penselen maar weer ter hand te nemen. Ik was het al een maand aan het vooruit schuiven. In ieder geval iets minder met olieverf werken, bedacht ik me. De inspanningen hadden meer aan ontspanning opgeleverd dan voor mogelijk werd gehouden.Tijdens de kleine vakantie hadden we in de mooie Gelderse boekhandels ‘De bijenhouder van Aleppo’ van Christy Lefteri en de nieuwste van Pascal Mercier met de indringende titel; ‘Het gewicht van de woorden’ op de kop getikt. Heerlijk leesvoer. De eerste is vlot geschreven en geeft een goede inkijk in het moeizame leven van een immigrant. Mercier is een filosoof en derhalve wat moeilijker te doorgronden. Ik hou van zijn denkwijze. ‘Nachttrein naar Lissabon’ is een van mijn lievelingsboeken.

Na gedane arbeid, de dagen waren behoorlijk intensief, is het nu weer zoet rusten. Maandag is mijn bezoek aan de longarts. Ben benieuwd wat de longfunctie heeft opgeleverd. Het is bijna lente. Op de heide stond de brem al in bloei. Nog even een paar winterdagen bikkelen en dan genieten van het uitbottende groen. Tot zover wens ik jullie een ademvrije tijd toe met lucht te over.

Overpeinzingen

Indrukwekkend genoeg en een aanrader

Nu het zaagselhoofd nog steeds niet echt wil en ik vorige week de gezelligheid van de leesclub heb moeten missen, een verslag van een rondleiding door de Bijlmer die we in 2019, toen we het boek van Murat Isik gelezen hadden, in zijn voetsporen gemaakt hebben.

We zijn we in juni met de leesclub naar de Bijlmer afgereisd om met de gids Jenny van Dalen een rondleiding te krijgen door de Bijlmer. We hadden allen het boek Wees onzichtbaar gelezen. Dit waren mijn bevindingenDe dag begon met het uiteenvallen van de nacht. Verwachtingsvol startte een missie, een langgekoesterde wens. Drie maanden geleden hadden we met de leesclub het boek ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik gelezen en nu was het moment daar om het ‘inner centre’ van de Bijlmer te ontdekken. Onze gids was een vrouw die er jaren middenin gewoond had en nog steeds woonde, zij het de laatste jaren meer aan de rand, bij de Gaasperplas.

Mijn Tante Nel woonde er vroeger in de jaren zestig. De pronte dame met een vet Amsterdams accent en een gulle lach was net zo exotisch als haar woonoord, de laatste door mijn moeder tijdens een van de vrij reizentochtjes beschreven in haar dagboeken. ‘Ruim en groen’ luidde haar visie.

Het eerste deel van de wijk was inderdaad oneindig ruim en groen. Het geschreven woord schuifelde voor ons uit met een rollator. De man had een laken met het woeden der wereld op zijn rug en dat zette onmiddellijk de trend. De Bijlmer is eigenlijk een voorbeeld van een tolerante samenleving in liefde en leven met elkaar. Kerken met verschillende godsdiensten onder een dak. Joden, Moslims, Christenen met allemaal een zaal binnen het gebouw. Meer dan 130 nationaliteiten herbergt de wijk Zuid-Oost.

Middenin de wijk staat het monument voor de Bijlmerramp met de namen van de slachtoffers en de woorden en mozaïektegels van de overlevenden, hulpverleners en bewoners. Alles wordt beschut door de boom die alles zag, die haar groene kruin breed uitwaaiert boven de betekenisvolle scherven Mozaïek. Op een verdronken fiets zit een aalscholver en wiegt zachtjes in het zoeken naar het juiste evenwicht heen en weer.

Heel veel van onze voetstappen liggen er nu. We wandelen over de nog bestaande dreven, zoeken in de oude parkeergarage naar een glimp van haar bewoner, trekken langs de open ateliers. Een hartelijke omarming met de kunstenaar in residentie, die zowel een oude vriend van de gids blijkt te zijn als een bekende van een van ons. De Bijlmer wordt een beetje familie. In de straat waar de dag is opgedeeld in kunst aan de muur zijn de oude vergeelde gezinswaarden, vrouwen achter het aanrecht en mannen aan het werk, in kleurrijke beelden te bewonderen. Er is meer kunst te vinden. Het aloude gezeik is volledig gelimiteerd verwerkt in een beeldengroep van Pascall Tayou met de titel ‘Tayouken Piss’ Zeik wordt zijk. Een staaltje van oplossingsgericht denken.

De honingraten van flats waar al die bewoners, legaal of ongedocumenteerd in en uit zoemen, zijn gerestaureerd of vervangen door huizenblokken. Enkele uitzonderingen daar gelaten, waar de flats nog in de oorspronkelijke staat te bewonderen zijn. De buurtzorg is er groot.

Middenin het hart van de wijk staat een witte tent, waar een rapper in flarden van zinnen uiteenvalt door het lawaai van het verkeer dat naarstig op zoek is naar een parkeerplek om de markt te kunnen bezoeken. Daar, waar de oude metrorails nog bovengronds loopt valt de sfeer uit Murats boek te vangen en roert de menigte zich in een rijke kleurschakering door bonte kleding, een veelheid aan hoofddeksels in alle varianten en Bungelende tassen en tasjes, sjaals en schommelende lappen.

Er wordt geroepen, geknikt, gelachen, geluisterd, omhelsd, geluierd, gekeken en in elkaar kletsende handen vertellen in geuren en kleuren een verhaal.

Humor op de grote flat, het monument voor de vele nationaliteiten, als er te lezen valt: ‘Mijn God, waar komen die blanken vandaan’… De essentie is bovenaan te lezen van wat er tussen alle nationaliteiten ook te vinden is: ‘Hier is er gelukkig vrede’.

Ten leste komen we bij de kop van Fleerde, de flat van waaruit Murat zijn leven beschrijft en dat als enige nog overeind is gebleven van die ellenlange flat met haar dreven en geschakelde delen.

De zon schijnt er uitbundig op en daar voelen we hoe de voeten branden en de maag knort. 9 kilometer gelopen en nog maar een fractie gezien. Als je Murat hebt gelezen kan je alleen maar een Turks restaurant zoeken. We nemen hartelijk afscheid van onze lieve gids, die oneindig veel kennis heeft van het bewogen leven daar in die prachtige wijk en duiken met een hoofd vol indrukken en beelden achter een heerlijke koele lafenis. Één middag in de Bijlmer en een wereld gaat open.

Indrukwekkend genoeg en een aanrader. (Al weet ik niet of de gids dit werk nog doet)