Overpeinzingen

Niets veranderlijker dan een mens

Kauw vliegt in de dakgoot en steekt zijn koppie over de rand om nieuwsgierig naar beneden te kijken. Een koddig gezicht. Met zijn schrandere kraalogen neemt hij alles in ogenschouw om daarna weer weg te vliegen. Er ligt geen voer op de voederplank, dus hier valt niets te halen. Gisteren kwam de witte poes van de buurvrouw een kijkje nemen op het balkon. Voorzichtig balancerend op de rand van het hek en met een elegante sprong er van af, om zich te nestelen onder de stoel, droger dan elders. Toch een beetje poes rond het huis.

Het regent erg veel en alles is doordrenkt. Op de tuin moet het nu een grote modderpoel zijn tussen de twee sloten in. Tussen de buien door spoedden we ons naar de auto om richting tandarts te gaan. Lief kon gelukkig ook bij haar terecht. Er hangen drie mooie doeken van Richard van Mensvoort in de wachtkamer, waarvan ik er een altijd stiekem een beetje op mij vind lijken. Lief zei tijdens het wachten precies hetzelfde. Alleen haar laarsjes met hakken kloppen niet. Hij vertelde het ook aan de tandarts, die extra kwam kijken en het beaamde. Op het schilderij was mijn haar nog kastanjerood. Grappig.

Allebei de gebitten zijn weer lekker fris en gepolijst. Ze hoeft nooit veel te doen. Hier en daar wat tandsteen in de verloren hoekjes en klaar zijn we weer voor een half jaar.

Vandaag is het tijd voor kleindochter. Helaas zijn er op dinsdag nooit theatervoorstellingen te vinden. Logisch natuurlijk, maar het had wel heel leuk geweest af en toe. Om naar een speeltuin te gaan met dit weer is niet te doen. Het zal opnieuw een middag knutselen worden.

In het boek ‘Rebelse genieën’ wordt een ritje met de postkoets beschreven aan het eind van de 18e eeuw. Dat was niet bepaald zoals ik me had voorgesteld. Ik wist al wel iets door de biografie van Erasmus, maar Andrea Wulf beschrijft een en ander nog beeldender. Ze zaten afgeladen vol, onderweg sliep men in herbergen op strozakken en daardoor zat men onder de wandluizen, in de koets zaten ze boven op elkaar en men hotste en botste tegen elkaar aan. Mensen boerden, lieten winden, rookten en aten. Op de koets lagen postzakken en valiezen hoog opgestapeld. Kostbaarheden hielden mensen angstvallig bij zich en juwelen werden in de kleding genaaid uit angst voor overvallers. Geen pretje dus. Dan hebben we het nu wel heel wat makkelijker. Al vond ik een zweem van het opgepakt zitten ook terug in de metro’s in Parijs, even als het hotsen en schudden, daarbij dan ook nog met een immens lawaai van staal op staal.

Ik kende alleen de beschaafde versie van een ritje met postkoetsen. Dames in prachtige jurken in schone koetsen met hooguit nog drie andere passagiers in een innemend gesprek gewikkeld. Glanzende zwarte paarden ervoor met veren in hun hoofdtooi. De koninklijke versie zal ik maar zeggen.

Als ik had willen reizen in die tijd had ik dan zo’n postkoets als eerst beschreven staat, genomen? Het klinkt allesbehalve aantrekkelijk. Zou ik in de gelegenheid zijn geweest om een paard te berijden. Dat heeft me nooit heel erg getrokken. Ze zijn groot met een enorme mond met sterke tanden, maar ook met de liefste ogen die er zijn. Ooit kwam er een kleine jongen binnen op de IC van neurochirurgie, die een trap van een paard had gehad. Misschien is dat beeld me altijd bij gebleven. Sommige gebeurtenissen vergeet je nooit of gaan zelfs een eigen leven leiden, waardoor de angst alleen maar groter wordt. We werden vroeger veelvuldig gewaarschuwd voor een trap met de achterbenen. Dat speelt natuurlijk een grote rol. Mijn vader had wel een paardrijbroek liggen thuis. Daarin speelde ik bij de gidsen in de jaren zestig de rol van Sultan. Zo kwam die nog goed van pas. Verder dan dat ben ik qua paard nooit meer gekomen. Nu omarm ik het liefst alle dieren. Er is niets veranderlijker dan een mens.

Overpeinzingen

Als wensen in vervulling gaan, is het kleinste groot genoeg

In mijn hoofd buitelen Kant, Goethe, Fichte en Schiller over elkaar heen, tezamen met hun ideeën. Het boek van Andrea Wulf: ‘Rebelse Genieën’ is kloek geschreven en zeer leesbaar. Iedere keer als ik de geschiedenis induik, zorgt de roerigheid van het wereldtoneel voor verbazing. We leven nu in een wereld van verandering, maar eigenlijk zijn er te allen tijde perioden van onrust en het schudden op de grondvesten van gevestigde ordes te ontdekken. De tegenstelling met de relatief kalme periode waarin we opgevoed zijn, is enorm.

Gisteren vierden we de verjaardag van kleindochter. Alle kleinkinderen bij elkaar. Tegelijkertijd was er, helaas zonder ons, een mars van ruim 85000 mensen, die hun verontrusting lieten horen over de toekomst van de aarde, ergo de toekomst van die lieve telgen. Vriendinlief was er met haar gezin en een grote groep Texelaars. Ze stuurde een foto. ‘Volgende keer zijn we erbij’, schreef ik terug. Aan het begin van de week had ze een pakje opgestuurd met een boek van Nico Drost over de mysterieuze Madoc. Hij heeft er een roman van gemaakt. Naast dat kloeke formaat ontdekte ik nog een klein pakje. Toen ik het openmaakte bleek er een gebroken geweertje in te zitten.. In Hongarije ontdekten wij samen, onder het genot van een kopje thee, dat we allebei PSP-ers waren geweest in de jaren zeventig. Het was al een feest van herkenning om deze oude vriendin van Lief te ontmoeten, maar nu helemaal. Er was een band gesmeed met deze overeenkomst. Ze had er nog een paar liggen, omdat ze aan de wieg had gestaan van de PSP in Texel en had beloofd er een te schenken. Met het pakje kwam het sneller dan verwacht en het werd in liefde ontvangen. Een symbool dat in deze tijden hard nodig is.

Het feest van kleindochter was aangenaam en druk met heel veel jong grut. Ik schoof aan in de keuken om te helpen een huzarensalade te maken en gleed even terug in de tijd naar de keuken in de Amandelstraat, waar broerlief de aardappelen, uitgelekte mais uit blik, en de doperwtjes door elkaar aan het mengen was en wij de augurken, de tomaat en komkommer samen met de worst uit het blik smac in stukjes sneden om er een mooie en voedzame salade van te maken. Het geheel werd smeuïg gemaakt met tomatenketchup en mayonaise en kwam op de slabladen te liggen in een mooie ovale vorm, versierd met ei, augurk, zilverui en tomaat als garnering.

In de kamer zaten alle zussen en broers van vaderskant en de broer van moederskant, oma en opa. Wij, de vijf kleintjes, waren de jongste generatie. Op dit feest waren de rollen omgedraaid. Nu waren wij de oudste generatie. Niet langer stond de kamer blauw van de rook en de jenever en de advocaat met slagroom waren ver te zoeken. De kleintjes voetbalden in de achtertuin beneden en kwamen bij tijd en wijle even wat lekkers snaaien. Er was kippensoep en pompoensoep, kipkluifjes en vers Turks brood.

Ouders liepen met baby’s op de arm rond om ze te wiegen en kleine peuters rommelden er tussendoor. Halverwege kreeg iemand de geest en zette een muziekje op, waarop de hele meute spontaan begon te dansen of te klappen. Heerlijk en ongedwongen was de sfeer. Iedereen kon zichzelf zijn. De jarige werd verwend met twee familiecadeaus, een step en een tekenpen voor de Ipad. Het grote voordeel van hutje bij mutje leggen is dat je daardoor het nuttige met het aangename kan verenigen. Ze voelde zich de koningin te rijk. Net als ik met mijn gebroken geweertje. Als wensen in vervulling gaan, is het kleinste al groot genoeg.

Overpeinzingen

Even herfst te snuiven

We hadden met de kinderen van lief afgesproken bij De Groene Afslag. Buiten dat het heerlijk en bijzonder was om hen weer te zien en de lieve kleinzoon, was de locatie op zich al een hele beleving,

We vroegen naar de herkomst van het gebouw aan een van de piepjonge bedienden, die er rondliepen, omdat het veel weg had van een oud schoolgebouw. Het bleek vroeger een brandweerkazerne te zijn geweest en daarna werd het gebouw in gebruik genomen als asielzoekerscentrum. Intussen waren de muren van de diverse kamertjes eruit gesloopt en bleef er beneden een grote ruimte over, die volstond met de meest grappige bezienswaardigheden, veel groen en een heerlijke vegetarische kaart. De ruimte was zo duurzaam mogelijk in gebruik. Naar het toilet gaan was op zich al een must, om daar de boel te aanschouwen. Wasbakken vol planten, een wc-pot aan de muur. Beneden in de hal stond de grote Nessie van spijkerbroekenrestjes gestikt, die tot aan de eerste verdieping kwam en met zijn hoofd nieuwsgierig daar op de vide, een rondgang, keek.

Je kon er allerlei grappige kleine vergaderkamers in en ergens werd er een bijeenkomst over diabetes gehouden. Op de paarse klapdeuren naar de wc toe stond ‘Hé, niet zo duwen’, omdat je ze open moest trekken. Dat soort grapjes zaten overal verstopt, in de namen van de kamertjes, of in de aankleding ervan. Beneden was er een hele grote Chinese zaal, waarbij de ingang er uitzag als een Chinese pagode. Ik probeerde de vegetarische Soto uit, dat in een enorme soepterrine werd opgediend, zo een waar de lepel in kopje onder ging als je het los liet.

We hadden het boek ‘De Gorgels’ meegenomen voor kleinzoon. Een van de jongens die de bestelling op kwam nemen jubelde spontaan: ‘Dat was mijn lievelingsboek vroeger’. Een betere aanbeveling kan je je niet wensen.. Ze kenden het niet en hadden het nog niet. Kleinzoon is een pienter ventje van vier, die inmiddels drie talen sprak, want zijn moeder is een Braziliaanse, die een ijzersterk geheugen had, waar het zijn hotwheels betrof. Van wie hij ze gekregen had en wanneer en zodra er een miste, wist hij dat ook.

We moesten weer een half jaar bijkletsen en de gesprekken gingen over studie, opleidingen, herinneringen en op het persoonlijke vlak. Buiten scheen de zon uitbundig en liet de bomen schitteren in hun prachtige herfstkleuren, uitnodigend, alsof ze wilden zeggen:’Maak een lekker wandelingetje’. Regendruppels glinsterden aan de bladeren en gaven ze extra glans. Er bleken twee hangbuikzwijntjes in een buitenverblijf met een klein kot. Dochterlief kon er geen genoeg van krijgen, bleef aaien en schuieren. Schoondochter keek er met terughoudendheid naar en zoonlief trok twee vochtdoekjes te voorschijn voor de handen.

Voor dochterlief had ik wat boeken meegenomen, die hier nog lagen van school. Ze zit in het laatste jaar van de Zij-instroom Pabo en is muziekdocente. Een mooie gelegenheid om alles wat te verstoffen lag op een plankje, door te kunnen geven en ruimte te scheppen in de werkkamer.

Veel te vlug waren de drie uurtjes omgevlogen. Als er zoveel te vertellen valt, spat de tijd al rap uiteen. Warme knuffels voor iedereen. Dag lieverds, tot de volgende keer en dan misschien met alle kinderen, zowel die van lief als van mij. Dan mogen we wel een zaaltje afhuren, alhoewel er buiten enorme tafels stonden op het terras en de kinderen er vrolijk zouden kunnen spelen in de kleine ieniemienie speeltuin erachter. Heerlijk om elkaar te zien en tegelijkertijd even herfst te snuiven.

Overpeinzingen

Genietende koppies

In de ochtend hielden we ons gedeisd. Kantoor op bed, lezen, schrijven en kletsen over alles wat langs komt via kranten en media. Tussen alle bedrijven door de geestelijke voorbereiding op het atelier van die middag. Bij aankomst hadden ze beneden in de tuinkamer een gezellige aankleding gemaakt in roze met ezeltjes en verf die voor het grootste deel nog verpakt zat. De boodschappen waren gedaan bij de winkel waar je alleen moest zijn voor dit soort feestjes, omdat het dan zeer betaalbaar bleek. Alles verpakt in een stevig plastic met karton. Dat is alleen maar bedoeld om mensen zonder nagels te pesten. Gruwelijk veel plastic, dat dan jammer genoeg weer wel. 12 Paneeltjes voor op de ezels en de meute kon komen.

Boven mompelde oma: Ik dacht dat meisjes altijd zo rustig waren. Maar dit stel uitgelaten hondjes kraaiden en gilden, waren op slag Oost-Indisch doof geworden en renden heen en weer, doken onder de lange tafel, en deden precies wat hun hart hen ingaf. Alles wat net niet de bedoeling was. Ik keek het geheel aan en gaf ondertussen de kleine een bananenprutje, tot hij bij het omdraaien van zijn stoel in een onbewaakt ogenblik het bakje te pakken kreeg en de inhoud over zijn tafelblad verspreidde. Zoonlief kwam helpen en nam hem mee voor de fles. Met al dat gekrijs was zijn concentratie ver te zoeken, logisch natuurlijk.

Beneden heerste nog een meditatieve stilte. Zoonlief had het programma ‘Art’ gestart, waarbij vier uur lang allerlei soorten schilderijen werden getoond op het grote televisiescherm en ook zochten we nog een klein filmpje op over kinderen die á la Miro aan de gang gingen op enorme vellen papier. Het programma was als volgt. Eerst dit inleidende filmpje, dan een korte uitleg over kwasten en verfeigenschappen, de regeltjes als blijven zitten of voor je doek staan. Als je iets nodig hebt, geef ik het aan, als de verf op is, vul ik het bij, als je klaar bent, maakt schoondochterlief de handen schoon.

Ik in mijn element en de kunstenaars als was in mijn handen. Het was een groep zes-jarigen, dus kaasje voor deze oude rot in het vak. ‘Wat een overwicht heb jij’ zei zoonlief met bewondering. ‘Ja maar lieverd, dat is ook mijn vak’ zei ik hem. Kinderen houden van begrenzing. Op een gezellige en leuke manier maar zo, dat ze goed weten tot hoe ver ze kunnen gaan. Daar voelt iedereen zich wel bij. Er werd hard gewerkt en veel gebabbeld en in een spontane opwelling begonnen ze te zingen in koeterwalen-Engels en later alles van de nieuwste kinderen voor kinderen. Ik zong mee als ik de melodie herkende en reikte hier een kwast en daar wat verf aan en prees ze allemaal gemeend de hemel in. Er kwamen prachtige werkstukken uit. Vijf regenbogen, omdat ze allemaal naast elkaar hadden gezeten, maar ook naar aanleiding van het inleidende praatje, de individuele eigen werken als prachtige lievelingsdieren. Een poes die niet te versmaden was en een vos, een prachtig kattenhoofd in allerlei kleuren. Als ze klaar waren wilden ze door op een ander velletje en dat kon. Ik beloofde er een tentoonstelling voor de ouders van te maken. ‘Net als in het museum’, vroeg iemand. Natuurlijk was het antwoord. Waarop weer een enthousiast gejuich.

De middag vloog om. Wat was het leuk. De voldoening was groot. Niet alleen bij mij, maar bij iedereen.

De pandancakes mochten daarna versierd worden en terwijl ze smikkelden en smulden met nog een film er achteraan Nadat we de namen achterop de schilderijen hadden geschreven, keerde ik moe maar vol energie huiswaarts. Niets vervuld meer dan die trotse en genietende koppies.

Overpeinzingen

Werk aan de winkel

Gisteren was kleindochter jarig, maar vandaag viert ze het kinderfeestje en zondag het echte feest. Ze zal ongetwijfeld ook nog een feest krijgen bij haar vader. Jarig in alle facetten. Vanmiddag ga ik een atelier geven en de andere oma een workshop cake bakken. Altijd leuk om te doen.

Rond twee uur reden we spoorslags naar Amersfoort, waar zoonlief met de drie kleine porken ons al verwachtte. Een tas vol boeken voor de schatjes. De evergreen voor de jongste telg: Raad eens hoeveel ik van je hou, voor de benjamin, die nu benjamin af is het boek: Mijn moeder zegt dat monsters niet bestaan en voor de kleine krullebol: De boom met het oor en dan voor alle drie een verzamel gedichtenboek, waar ik nu de titel al weer van ben vergeten.

De oudsten waren alle twee in september en oktober jarig geweest en toen schitterden wij in afwezigheid. Dus stond er een compensatie tegenover. Het werd een genoeglijk middagje. Ze waren uitgelaten druk, de twee broers, omdat er bezoek was. Ze speelden met grote ballonnen, die in oranje en blauw door de lucht schoten. De oudste probeerde nog de rust te pakken met zijn autootjes, maar zijn maatje kwam hem steeds storen. De kleine na-aper wil alles doen wat grote broer ook doet. Het eeuwige spel en dan in de orde van grootte: Alles wat jij kan, kan ik lekker ook of beter.

Tussen alle bedrijven door ontspon zich een gesprek over het, min of meer flexibele, werk van fysiotherapie van beiden, de problemen met de opvang, de school. Om drie uur kwam schoondochterlief naar huis om de kleine de borst te geven en hoefde ze niet meer terug naar het werk. Fijn als dat zo geregeld kan worden, al lijkt het idealer dan het is. Ze vinden er vast een oplossing voor.

Op de terugweg had heel de provincie Utrecht zich op weg begeven en kwamen we, ondanks de kruip-door-sluip-door-weggetjes toch nog vast te staan. De rit duurde een uurtje langer dan normaal, maar het was lekker warm in de auto, de radio stond aan en we hadden het boek om over te kletsen, want lief was inmiddels ook helemaal in de ban van Het Ongelukskind.

Ik ben ondertussen in Rebelse Genieën van Andrea Wulf begonnen, een dikke pil, maar gelukkig tellen de voetnoten en het dankwoord al 163 bladzijden. Ze volgt in het boek een groep ‘briljante geesten’ die zich rond 1800 in Jena hadden gevestigd, een Duits Universiteitsstadje. De kritieken zijn lovend, dus ik ben zeer benieuwd.

Appje van zoonlief. Had ik gerekend op 6 kinderen, blijken er straks 12 feestgangers te zijn. Haha. Dat wordt een lekker druk atelier. Ze hebben voor alle materialen gezorgd en ik kan zonder meer aan de slag. Geen probleem. Ik ben er natuurlijk 15 tot 33 gewend. Of ik ook nog een ezel en een doek nodig had, vroeg zoon. Maar dat wil ik niet, want als ik iets op het doek zet dan gaan ze het al gauw precies nadoen. Alle ruimte voor de vrije expressie. Daar hou ik van.

In januari hebben we een tentoonstelling van de etsen die we door de loop der jaren bij de graficus Han van Hagen hebben gemaakt. Ik dacht dat het om de verkoop ging en schreef hem gisteren dat er niemand op mijn krabbeltjes zat te wachten. Door één van de leden was ik op het verkeerde been gezet. Die had al keurig alles ingelijst en er een prijs bij gezet, alles op een keurige lijst met naam en toenaam en met een hele doopceel van de maker. Daar voelde ik me absoluut niet toe geroepen. Maar Han overtuigde me dat het ging om het plezier dat we tijdens de grafiek-weekenden altijd hadden en dat hij daarom deze tentoonstelling had georganiseerd. Dat is wat anders. De aangename bijeenkomsten een keer per jaar dienen zeker gevierd te worden, nu het afgelopen is. Dus moet ik gaan uitzoeken, welke etsen in aanmerking komen. Werk aan de winkel.

Overpeinzingen

De mijne

We ontbijten voor de laatste keer waarschijnlijk buiten op het terras, nu de zon minder extreem is en de temperatuur aangenaam, rond de twintig graden. Een zwoele nazomerse bries houdt het in balans. Lief is bezig met de laatste noodzakelijkheden om het land winterklaar achter te laten. Hij snoeit alles nog met de hand en doet dat uit eerbied voor het leven van de boom. Alles wat gesnoeid is wordt ook teruggebracht tot de natuur, als haag of afscheiding waar straks weer tientallen beestjes hun weg in kunnen vinden, de eekhoorn, de egel, de marter, de heggenmussen, tor en kevers. Het krioelt van leven in dat hout, dat op die manier een tweede leven krijgt. Voor hemzelf is het ook goed. Hier kan hij uit de voeten en is in zijn element. Hij loopt tak voor tak op zoek naar een vreedzame plek. Dood doet leven.

In de Groene van twee maanden geleden staat een artikel over films over parallelle werkelijkheden. Het is maar spel zegt een actrice op de bühne tegen haar publiek, vergeet het niet. Vaak willen we dat niet weten en willen we juist wel verdwijnen in wat die alternatieve werkelijkheid is, die we ons zelf aanmeten. Via boeken, via gedachten, via films en tv-series. Er zijn films die er mee aan de haal gaan en het Droste effect hanteren,een realiteit, in een realiteit in opnieuw een werkelijkheid, als een matroesjkapop bijvoorbeeld, in Asteroid city van Wes Anderson., een film over een tv-film, over een toneelstuk. Verhalen verstopt in verhalen die weer verstopt zitten in verhalen, schrijft Basje Boer in zijn artikel’

Iets om over te mijmeren. In hoeverre laten we ons meeslepen of welke waarde hechten we aan het ontsnappen aan de realiteit van het moment, een wereld die gebukt gaat onder het teveel aan leed. Hoe fijn is het om een af te stappen van die immer aanwezige onderliggende gedachten van wat/als. Ik heb het nodig. Hier in Hongarije valt de wereld stil. Er is alleen maar dit. Het land dat winterklaar gemaakt wordt, de vraag wat we zullen eten vandaag, het vormgeven van de gedachten die spinnen in mijn hoofd. De stilte, de vrede.

Gisteren zag ik één journaal en dat was al weer bijna een teveel aan het gevoel van onmacht, aan het hart dat huilt om het ondraaglijke leed, aan de angst die het oproept als ik aan de toekomst denk en aan ieder die daar straks in voort zal moeten leven. Ik mag graag ontsnappen en hier kost dat geen moeite. Het is ons persoonlijke konijnenhol en het is goed. Straks zal er voldoende bewustzijn worden aangewakkerd als we terugkeren naar dat andere volle leven.

Vannacht droomde ik een volstrekt andere parallelle werkelijkheid. De Oude Gracht was bedekt met sneeuw, in de gracht stonden vier van die enorme Hannibal-olifanten, aan de zijkant stond een prachtige wolf en aan het eind van de werf, die daar ophield te bestaan, dobberde een ree met vredige blik in de ogen. Ik maakte me ondertussen druk over de parkeergarage en het bedrag dat ik onvoorzien, zou moeten dokken omdat het feest waar ik was de hele in plaats van de halve avond duurde.

Toch ontwaakte ik met een voldaan gevoel door de droom. Dat gelukzalige eruit te kunnen filteren, al is het maar spel, een nep realiteit, dan is het alles waard om er bij tijd en wijle in te verdwijnen.

Het boek van vandaag is een verzamelbundel van Vasalis, waar haar drie eerste boeken in zijn opgenomen. De oude kustlijn kwam pas later uit. Oorwurm komt me afleiden. Lang niet meer gezien. Ze zaten in de dahlia-tuin van mijn oma veel. Hier zijn ze af en toe. Hij kwam omlaag gevallen. Uit mijn haar of van de balken van het terras, wie zal het zeggen. Mijn oor heeft hij gelukkig met rust gelaten. Bij lange na was ik daar vroeger niet zeker van. Ook een werkelijkheid destijds. De mijne.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk

Volgende week donderdag moeten z-we het boek Het Ongelukskind door Beatrice Salvioni uitgelezen hebben. Ik was er al in Hongarije aan begonnen, maar de concentratie was er niet. Gisteren maar opnieuw een poging gewaagd en warempel…Zoals het een goed boek betaamt, greep het me bij de lurven en sleepte me mee. Tenminste vooral vannacht toen ik om vier uur klaar wakker was en ik nog eens het boek opensloeg. Hoe zeer ik ook wist dat het wijzer was om nog even te slapen, lukte me het niet meer om het boek weg te leggen. Ik las het in drie uur en in één adem uit. Wat een verhaal.

Ik ga natuurlijk niets weggeven van de inhoud, want het is de moeite waard om het zelf te ontdekken. Het toeven in het Italie van 1936, de gebruiken en gewoonten uit die tijd, deden vooral beseffen van de grote veranderlijkheid in tijd aan normen en waarden en tegelijkertijd de emoties die mensen eigen zijn, die door de tijd heen gelijk zijn gebleven.

Het voelt alsof ik op reis ben geweest dwars door het verleden heen. Alsof ik over de schouder van mijn ouders heb mee kunnen kijken in de wending die hun levens genomen moeten hebben, in die roerige jaren vlak voor de tweede wereldoorlog. Hoe er vaststaande gewoonten op de schop gingen omdat er eenvoudigweg geen ruimte meer voor was.

Ook ging ik dwars door mijn eigen verleden van onwillige puber heen, die haar eigen regels wilde maken en daar natuurlijk nog te groen voor was, eenvoudigweg omdat ik het leed dat sommige handelingen zouden veroorzaken bij lange na niet kon overzien. Dat besef werd nu bij het lezen van dit verhaal opgeroepen en maakt sentimenteel, maar ook brengt het de wens met zich mee, dat wij het misschien wel anders gedaan zullen hebben. ‘Beter’ kan je niet zeggen, omdat we allemaal kinderen zijn van de tijd waarin we opgroeiden. Hoe vlecht een kind ervaringen tot volwassenheid. Een ander gegeven is de plek waar je wieg staat en hoezeer dat je gedrag kan bepalen buiten je eigen persoonlijkheid om.

De meerwaarde van goede literatuur ten voeten uit als het je geest deze weg op laat wandelen.

Gisterenmiddag ontdekte ik de kleine crea-winkel in IJsselstein dat, net als de dikte van het boek, een veel grotere inhoud had dan het onooglijke pand deed beloven. Er zat een enorm magazijn achter dat tot de nok toe gevuld was met van alles en nog wat om je uit te kunnen leven in allerhande technieken. Ze hadden de wateroplosbare olieverf voor me klaargelegd en daarnaast schafte ik nog twee doeken aan en wat synthetische kattetongen. Een kinderhand is gauw gevuld. In de kringloop vond ik zowaar een schilderskist, dit keer met vakjes. Fantastisch. Net wat ik nodig had.

Lief was ondertussen naar de kapper geweest en had er een wandelingetje langs de Utrechtse singel aan vast geknoopt een uitgelezen moment voor mij om verder te gaan in het voornoemde boek, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen

Het had nog heel wat voeten in de aarde voor ik mijn pakketje te onderzoeken materiaal kwijt kon bij de laborante. De urine zat in het verkeerde potje. Het moest een pipet zijn dat je met een wit potje bij de huisarts kon krijgen. Nee, ze had toevallig net de laatste twee weggegeven. Op naar de dokterspost. Nieuw potje en alles overgegooid. Pipetje in de dop, pipetje vulde zich en weer terug naar de laborante. Zo ben je tenminste even van de straat.

Truus rijdt weer als een zonnetje. Fijn. We hadden nog even tijd vlak voor ik de kleine kunstenaar op moest halen en in dat loze uurtje vond ik zowaar een goedkopere versie van de Cobraverf in, notabene, een winkel in IJsselstein op tien minuten rijden. Hoe kwam ik aan die mazzel. Gauw besteld, want dan kan ik hier ook aan het werk.

Om bijna twee uur stond ik voor de school. Het was een beetje koud. De allereerste vraag was weer of ik de tablet bij me had. De filosoof was met zin vrienden druk aan het voetballen en had nog net tijd voor een knuffeltje. Hij ging mee met de BSO. Wij reden n aar huis, waarbij kleindochter steevast opmerkte als we in de buurt van de kerk kwamen, ‘Hé, die ken ik’.

Schoonzoonlief was thuis aan het werk en bezorgde ons de eerste lafenis. Een kop thee voor mij en een banaan voor de kunstenaar. Met grote gretigheid hoorde ze mijn beknopte uitleg aan en ging aan de slag met bibberige lijntjes. Het werden monsters, twee stuks, kleuren monsters met dat prachtige roze, dat ook in het wiel zat, haar lievelingskleur. Ze woonden in een hol in de boom, dat versiert was met kleurrijke vlaggetjes. De eerste heette Abalini en de tweede Embekkia. Natuurlijk.

Toen ze een Engels liedje begon te zingen, begreep ik waar die vreemde namen vandaan kwamen. Een verbastering van de Engelse tekst onthulde een klein stukje van haar denkwijze. Grappig hoe dat werkt als kind. Zo heb ik zelf ook hele verhalen verzonnen bij de grootspraak van ooms en tantes op de verjaardagsfeesten bij mijn ouders thuis. Verbasteringen zijn goud waard voor het voeden van een creatieve geest.

We dronken thee en water, zongen liedjes, maakten opnieuw de Barbapappa-puzzel, die we nu welhaast met de ogen dicht konden leggen, knutselden en tekenden wat en toen was de middag alweer om. Haarvader vond het knus, die geluiden van beneden en dat was het juiste woord voor de sfeer.

Het was op de weg niet zo druk als de vorige week en na het boodschappen doen reed ik op huis aan. Toen ik het woonerf op hobbelde zag ik achter me een auto met rood oplichtende letters ‘Stop’. Huh, politie. Ik zette de auto aan de kant en er verscheen een streng hoofd voor het raampje. Waarom ik zonder licht reed. Ik wist me van de prins geen kwaad. Het bleek dat ze bij de onderhoudsbeurt het licht weer van de automaat hadden afgehaald. Bij de winkel had ik daar niets van gemerkt omdat die verlicht was. Wat suf. Rijbewijs tonen. De man vroeg nieuwsgierig naar de onderhoudsbeurt, ‘Nu al?’ Verbazing in zijn ogen, ‘Dan rijdt u veel’. ‘Inderdaad, 18.000 km mijnheer’. ‘Niet meer zonder licht rijden hoor, zonde van zo’n mooie auto als daar iets mee zou gebeuren’. ‘Jawel mijnheer de agent’. En weg reden ze weer.

Intussen staat Truus haar licht weer op de automatische stand. Een ezel stoot zich geen twee keer aan de zelfde steen.

Overpeinzingen

De dag roept

Na een heel weekend Parijs kan maandagmorgen acht uur een domper zijn, maar de natuur beloonde dat vroege opstaan met een heerlijk zonnetje. Truus moest naar de garage voor een onderhoudsbeurt. De vriendelijke man achter de balie nam alle maandagmorgenperikelen, zoals een langzaam opstartende computer en het systeem dat niet werkte, voor lief en trok bedaard een ouderwets kladblok en een pen te voorschijn. Schrijven kan altijd.

Twee oudere mensen, die achter ons stonden hadden een gezicht dat stond op zwaar onweer. Omdat het een en ander wat langer duurde dan normaal merkte de vrouw vinnig op dat ze dan wel een half uur langer had kunnen doorslapen. De baliemedewerker ging stoïcijns en oost-Indisch doof door met zijn intake van onze auto. Maandagmorgen-blues kan je beter maar laten voor wat het is. Een wijze man.

We kregen een felle rode Lupo, licht wendbaar en compact, een echte stadsauto ter vervanging. Even wennen. Bij de supermarkt moest ie in zijn achteruit. Hoe ging dat nou ook al weer. De pook indrukken en naar achter trekken. Met vereende krachten kwamen we daar na enkele pogingen achter. Bij het terugbrengen aftanken. Wat een luxe. Truus werd gewassen en schoon opgeleverd met de boodschap over 15.000 km of over een jaar terug te komen. Superfijn en Truus weer in haar element.

We haalden bij de huisarts een formulier voor bloedonderzoek en een leeg plastic potje op en ik maakte een afspraak met de Saltro voor deze dag. Volgende week was de jaarlijkse controle, die ik weliswaar nog nooit had gehad, maar die klaarblijkelijk nu inging. Fijn. Net als Truus in de revisie om de zoveel tijd. Lief kan zich ook aanmelden bij mijn dokter, vertelde de vrouw en gaf hem de benodigde papieren mee. Zo geregeld dus.

De tablet-tekeningen van juni door kleindochter(4 jaar)

Kleindochter meldde zich vanmorgen per spraakapp en vroeg met haar liefste stemmetje of ik de tablet mee wilde nemen. Daar had ze in Hongarije ook mee geoefend. Natuurlijk lieverd. Dat komt helemaal goed. Vanmiddag hebben we alle tijd om opnieuw mooie wezentjes te creëren. Wie weet maken we een digitaal prentenboek. Altijd leuk. Ook niet vergeten met dit mooie weer naar buiten te gaan. Het ziet er nog heerlijk uit, al wordt er ook regen op komst beloofd.

Vanaf vandaag is de malle molen van het lezen en bewerken van de kinderboeken weer gestart en moet ik nog twee boeken voor de deadline uitlezen voor de bio-club en de boekenbabbel. Zo vult de tijd zich vanzelf en eigenlijk en komen we toch ongemerkt tijd te kort.

Schoondochter had nog nooit spruitjes gegeten, want haar moeder lustte ze niet. En wat had ik in mijn boodschappentas…toevallig spruitjes. Dat werd een uitdaging. Spruiten zo klaar maken dat zij ze ook echt lekker zou vinden. Kort koken, vervolgens in de olijfolie bakken met ras el hanout en ui en met de aardappelen uit de oven en de Italiaanse kruiden werd het een heerlijk geheel, dankbaar ontvangen door zoonlief, schone dochter en lief. Het was een tikkie spannend omdat ik niet wist of het zou smaken met de ras el hanout, omdat ik het niet kon proeven en die keuze vanuit mijn ervaring gemaakt werd. Maar het viel in goede aarde. Weer eens wat anders. Er ligt nog een zak spruiten die ik met ketjap wil bereiden, misschien met bami of rijst erbij. Dat wordt het volgende experiment. We zullen zien. Nu eerst maar in de benen. De dag roept.

Overpeinzingen

Waardevol en onmisbaar in dit leven

Na het verliefde stel in het barretje gingen we op weg naar de Libanees. We hadden allen eerder op de dag de gerechten bestudeerd van een andere Libanees restaurant die verleidelijk uitgestald lagen voor de winkelruit. Die hadden er uitnodigend en smakelijk uitgezien. Een van ons slaakte een zucht van verlangen, dus was de keuze vrij snel gemaakt. Voor het avondeten zochten we een goed Libanees restaurant niet te ver bij ons appartement uit de buurt. Hoe wonderbaarlijk was het toen we de route naar het pantheon zochten en al pardoes ons uitverkoren restaurant zagen, waar we om half acht een tafel hadden gereserveerd. Dat laatste is iets wat, denk ik, trouwens een echte Hollandse gewoonte is. De meesten komen hier binnen lopen om een hapje te eten. Tijd geen bezwaar, al wilde je ‘s avonds om tien uur of ‘s middags om drie uur beginnen. Dat kwam regelmatig voor, getuige de afgeladen restaurants op elk uur van de dag.

Rond half acht stapten we de kleine gemoedelijke ruimte binnen en mochten plaats nemen aan de enige ronde tafel. Als advies kregen we een heerlijk menu bestaande uit verschillende kleine hapjes en een grote schaal in het midden met warme vleesgerechten. Libanees brood om mee te dopen en veel vegetarische aanvulling als mezze, houmous, labneh en meer van die lekkernijen. We hebben gesmuld. Mooi half flesje wit en rood erbij of een verse muntthee en we konden er weer even tegen. De allervriendelijkste bediening had ons van het huis vooraf wat tapas en na de koffie wat klaargemaakt fruit met sharonfruit, ananas en druiven op een schaal ‘van het huis’ gegeven. Als een warm bad voelde dat.

De weg naar de metro voerde ons langs zoveel trappen naar beneden, dat ik ‘m stilletjes kneep voor de eindhalte, waar we weer omhoog zouden moeten. Heel kalm, stap voor stap behaalde ik ook hier de zege. Pffff. De schatten wilden al een draagstoel voor me maken. Haha. Ben je mal. Kalm aan dan breekt het lijntje niet.

De volgende dag na het verse Franse ontbijt, croissants en vers brood met een gekookt eitje, roomboter en jam bleef ik bij de koffers en ging de rest van de goegemeente de auto halen, die in de parkeergarage een arrondisement verder stond. Daardoor lukte het me nog even de blog van gisteren te schrijven en net toen ik daar bijna mee klaar was, werd er op de deur geklopt. Het bleek de schoonmaakploeg van het appartement te zijn. De man beduidde dat ik gerust mocht blijven wachten, maar dat zij vast zouden beginnen met de was en de slaapkamers. Geen punt. Toch wat ongemakkelijk met al die arbeid om me heen, besloot ik in de hal te wachten met alle koffers, die ik met de lift naar beneden kon brengen.. Daar stond ik eventjes toen er gemorrel aan de deur was en ik bij het openen in de vertrouwde gezichten keek. Nog even de sleutel in de brievenbus met een aparte code en klaar. Koffers in de auto ‘en route et on y va’.

We zaten al snel op de periferie en dan laat het zich vanzelf wijzen hoe op de juiste route te komen. In België vond onze ‘reisleidster’ het allerleukste etablissement dat er was voor een afsluitende late lunch in de Wastobbe in Laarne. Het was de moeite waard om even van de snelweg af te gaan. Het mooie van onze vriendschap is dat we met z’n vijven honderduit kunnen babbelen en ook met het grootste gemak de diepte in kunnen gaan om daarna weer een luchtiger toon te pakken. We zijn een bijzonder stel samen en na dit weekend is het gevoel van verbondenheid alleen maar toegenomen. Waardevol en onmisbaar in dit leven.

Overpeinzingen

Ach ja, de jeugd

Geluk heeft een verschillend tempo. De een beleeft het voortvarend, heeft in een oogopslag de schoonheid te pakken, een ander staat er bij stil, verwonderd, bewondert. De weergoden hadden er gisteren zin in. Ze geselden het imposante Parijs en de voorbijgangers zaten diep weggedoken in hun kragen en dassen, terwijl de druppels aan hun ontsnapte haar bleven hangen.

We gingen met de Metro. Waar ik niet op gerekend had, maar op mijn vingers had kunnen natellen, waren de eindeloze trappen die ons tot onder de grond moesten voeren. Adem in, adem uit. Voetje voor voetje omhoog en de grote opluchting als we boven waren. Zuurstof, al dan niet vervuild, maar hé, alles beter dan beneden.

Alle vijf kregen we van elkaar de ruimte om onze eigen invulling aan het geheel te geven. Bovendien hadden we allemaal zo onze stiel. Er waren routetijgers en metrospecialisten, en de rest liet het zich heerlijk aanleunen. Dus kwamen we pardoes langs het Samaritain, dat tot onze grote vreugde helemaal verbouwd was en in oude glorie hersteld. Prachtig Jugendstil, al voor een deel in kerstsfeer en tot verdriet van de Parijzenaars, niet langer een groot warenhuis, maar een oord voor de modefanaten die de kunstwerkjes van Dior, Gucci en Givenchy zochten, onbetaalbaar voor het gros van het volk, maar wel een trekpleister voor toeristen.

We besloten richting Pantheon te gaan en dan zouden we ook de Sorbonne nog even meepikken. Voor zover we wisten, had niemand van ons dat eerder gezien. Onderweg waren er de nodige drankjes, koffie tegen een godsvermogen in een ieniemienie restaurant, lunch ergens onderweg in een van die leuke Parijse straten en daar was het huis waar dertig kunstenaars hun atelier hielden en waar een stroom aan bezoekers de diverse schilderijen kon bekijken. Het was er behoorlijk druk in deze wereld vervuld van kunst en nijvere kunstenaars. En er waren weer meer dan een aantal trappen, maar dan wel allemaal rijkelijk versierd met geschilderd behang. Duizend ogen keken ons aan, psychedelische vormen of pop-art. In sommige ateliers waren de kunstenaars aan het werk. Ieder in hun eigen dynamiek. De een ingetogen, de ander keurend en weer een ander die alleen maar mediterend de mensenmassa aan zich voorbij liet gaan.

Bij de drie bovenste verdiepingen waar het warm en benauwd was door de hoeveelheid bezoekers, haakte ik af en liep met een van ons naar beneden. Ziezo. Genoeg beelden op het netvlies om over na te peinzen. Een van ons wilde een echte Franse thee met taart en natuurlijk waren er genoeg gelegenheden, maar een was wel heel verleidelijk met een lokkende hoeveelheid heerlijkheden en ze liet het zich goed smaken. Daarna konden we voort.

Het pantheon had eerst nog een vrij hoge trap in petto. Maar wie wat moois wil zien moet veren laten. Voetje voor voetje aan de arm omhoog om in een straatje te komen waar de reuring van het verkeer volkomen was stilgevallen. Het begon al licht te schemeren en toen we eindelijk het pantheon in het vizier hadden, schitterde de groene koepel tegen een prachtige zachte schemertint blauw. Een moment van sprankelende schoonheid. Wat een gebouw. We kwamen bij de achterkant aan en natuurlijk was het plein, waar ook de Sorbonne-bibliotheek aan lag, een vergaarbak van studenten en toeristen, die het geheel een levendige en bruisende aanblik gaven. Overal waren stegen en steegjes met kroegen en barretjes, eettentjes en omdat het zaterdag was zat alles vol met jonge blije mensen, druk pratend, drinkend, lachend. Een stad op haar best.

De Libanees, waar we een tafel hadden gereserveerd, was vlakbij. Om half acht konden we daar terecht. Dat betekende dat we nog ergens een wijntje konden gaan drinken bij een vriendelijke jongen die ons lachend bediende en een klein schaaltje tapas voorzette. Er zat een stelletje in de hoek die overduidelijk elkaar aan het aftasten waren en tijdens de klanken van Sarah Vaughn elkaar de liefde verklaarden. Geen betere gelegenheid zou ik zeggen. Ach ja, de jeugd.

Overpeinzingen

Paris s’éveille

En toen was het eindelijk zover. Stevige omarming voor lief en de koffer in de auto naast degene die er al in lag, de drie andere leden van de groep opgehaald en richting Parijs. Verwonderlijk dat we onderweg nauwelijks file hadden en wel een zonovergoten ochtend. De gebruikelijke stops bij de wegrestaurants, een in België en een in Frankrijk.

Vlakbij Parijs op de periferique vroeg een van ons of we alsjeblieft door de stad konden rijden. Bewonderenswaardig van onze chauffeur, die de tom-tom niet had aangezet en eigenlijk ook van de bijrijder, die angstvallig google-maps in de gaten hield en de verantwoordelijkheid zwaar voelde drukken en zeker toen we ergens de fout ingingen. Maar het laconieke van de chauffeur en de scherpzinnige blik van een van ons dames hield eventuele fouten mooi in evenwicht. Het leidde naar een klaverblad dat we aan alle kanten gezien hadden, maar waardoor we toch weer op de juiste weg uitkwamen. De garage was niet zo vol en vrij makkelijk te vinden. De voorstadjes ontpopten zich al snel tot een stukje ‘vraiment Paris.’

We hadden alle vijf rolkoffertjes, maar al gauw bleek dat dat toch te veel van het goede was voor mij. Ik mocht roepen als het tempo te hoog was en de eerste gang was naar een soort Weinstube, maar dan Frans. Wat knus. De bestelling bestond uit wijn, bier of taart en thee. Kaasje erbij als borrelhap. De ober was vriendelijk en jong. Jeugd was hier überhaupt alom.

De Metrolijn reed niet, uitgerekend vandaag. Het werd ons voor de tocht sympathiek meegedeeld door een vriendelijke man. Dat betekende dan toch, koffers in de aanslag en op pad. Het had de voorkeur omdat lopend te doen. Wat ik misgerekend had, was de stijgende lijn van de straten. Ik en hoogtes. Het gaat gewoon niet samen. Maar door kalmpjes maar gestaag stug door te blijven lopen, de straat uit over de Seine…ahhhh…De Seine…kwamen we uiteindelijk na een stief half uur bij het appartement aan. Maar daar moesten we een aantal stappen volgen om binnen te komen. Het leek erg op het ontfutselen van de raadselen van een escaperoom. Met z’n vijven kwamen we eruit. Het appartement is groot, kan tien mensen herbergen en bijna ieder heeft een eigen kamer, twee van ons slapen samen.

De gebruikelijke zaken werden doorgenomen. Eerst boodschappen voor de volgende ochtend, dan een hapje eten in een klein restaurantje en dan nog een borrel voor thuis. Wat had ik in het eettentje graag in een hoekje gezeten met een schetsboek om die prachtige oude Franse exentrieke gezichten vast te leggen die ik daar zag. Ik dorst niet te vragen of ik een foto mocht maken, maar het waren vast vaste bezoekers. De bediening, twee jonge meisjes, waren erg vriendelijk en goedlachs. Dat is waar het om draait. Gezien worden, ook door het personeel, een goed gesprek, gasten die zich alom vermaken. Geen mobieltje gezien. Wat een heerlijk begin.

Toen we naar buiten kwamen zoefden er net honderden skaters langs. Sommige prachtig uitgedost. Juist omdat de weg wat omhoog liep was die afdaling in duizelingwekkende vaart mogelijk, wakende ogen langs de kant, de ambulance erachter. Heerlijke belevenis.

Bij de borrel bespraken we de plannen voor vandaag. Alle meest bekende rijenvormende bezienswaardigheden laten we links liggen. We gaan voor het intieme en voor het haalbare. Het plenst de hele dag dus het wordt veel binnenwerk. We gaan het zien en beleven.

Op de gang klinken voetstappen, deuren gaan open en dicht, Paris, s’éveille.

Overpeinzingen

Morgen is het vroeg dag

Er waren nog wat onontbeerlijke benodigdheden die ik moest aanschaffen voor de reis naar Parijs. Lekkere wollen kniekousen, henna, een paar warme truien, twee basis t-shirts in het favoriete zwart uiteraard, een paar nieuwe kloffen, want met het wandelen in Hongarije hield ik de voeten een keer echt niet droog en twee leesbrillen. Die zijn nu gereduceerd tot +1, waar eerst +4 noodzakelijk was. Kennelijk veranderen de ogen mee met de jaren. Dat winkel in, winkel uit is iets wat ik in Hongarije ten enenmale mis. Er langs slenteren, hier en daar naar binnen lopen om je vingers langs stoffen te laten glijden, schappen af te speuren naar koopwaar, met een volle tas de winkels weer uit lopen. Het kan wel daar, dan moeten we naar Pécs, het winkelcentrum in, maar dat is minder gemoedelijk dan hier voor mijn gevoel. Dat ligt aan mij, want in wezen zijn het ongeveer dezelfde winkels. Hier voelt het vertrouwder, nog wel.

Nu houden we kantoor op bed in afwachting van de storm en net zo lang tot de henna is ingetrokken. De filosoof is jarig en wordt alweer negen. De tijd vliegt. Gisteren was het een na jongste kleinkind met zijn zus en vader en moeder op bezoek. Zoonlief had nog wat andijviestamp, spaghetti en kip meegenomen en ik had nog voldoende soto en rijst van gisteren. Tenminste, voor de zekerheid maakte ik er nog wat rijst bij met het gevolg dat we nu voor een weeshuis over hebben. Kleindochter hielp met koken, theedoek voor als schortje, het vuur ver van het tulen rokje, dus op de achterste pit. De jongste zat in zijn kinderstoel te genieten. Wat een heerlijke kleine guit is het. Hij houdt heel veel van knuffels en aandacht, krijgt dat ook in overvloed. Zoonlief vertelde dat hij, bij klein verdriet, op slag stil werd bij het zingen van De Brievenbus, de klassieker van Annie M.G. Die heb ik er bij mijn kinderen met de paplepel ingegoten net als het overige repertoire en de geschiedenis herhaalt zich, want zij doen dat evenzo bij hun kroost.

En zo zaten we voor de tweede keer aan een nog vollere tafel gezellig te smullen. Eerlijk zullen we alles delen. Kleindochter wilde na het eten heel graag nog even schilderen. De twee zonen verdwenen in de keuken om de vaat te doen en lief en ik hadden de kleintjes om van te genieten. Lief hield het kleine lachebekje zoet en ik had de Ipad te voorschijn gehaald om in Procreate te werken met zijn zus. Even uitleggen hoe het werkte en met haar schrandere snoetje had ze het proces snel door. Eerst werd er keurig netjes getekend, daarna uit de losse pols een krabbel en dan verzinnen wat je er van kan maken en toen een kleurrijke hartjestekening. Ik vrees dat ik haar op een idee heb gebracht, want nu wil ze ook zo’n pen. De ipad heeft ze al. Ze is volgende week jarig dus een mooie gelegenheid om geld te vragen aan diegenen die nog geen cadeau hebben verzonnen.

Het werd een genoeglijke avond met thee, spekkoek en pandancake en eigenlijk ook al snel te laat. Dag lieverds, tot gauw, want ik heb beloofd een schilderworkshop op haar kinderfeest te geven, terwijl de andere oma een cake-bak-workshop geeft. Het is dubbel zo genieten van alle ontmoetingen na de luwte. Extra fijn dus.

Nu is het wachten op de storm die tot nu toe zachtjes gromt en bij vlagen de wind om het huis heen blaast. Als hij vanmiddag maar braaf gaat liggen want we moeten pannenkoeken eten met de filosoof en zijn familie. Daarvoor pak ik de koffer maar vast in, want morgen is het vroeg dag.

Overpeinzingen

De hele goegemeente staat op de wielen

Ruim een half uur van te voren staan we voor het schoolplein, waar een grote groep kinderen achter de hekken uitgelaten aan het spelen zijn. Ze hollen achter elkaar aan, duwen de grote speelkar voort, spelen met een denkbeeldig zwaard een imponerend gevecht met zichzelf. Tussen alle koppies zit er geen enkele blonde bij die we herkennen als de lieve kleindochter.

Af en toe gaat de deur van het grote hek open en tot mijn verbazing zie ik dat de drie volwassenen die een oogje in het zeil houden, een meester en twee juffen, niet reageren op het gapende gat. Een jongetje met een ernstige blik in de ogen heeft het wel in de gaten en sluit het hek, duwt de klink nog eens extra aan.

Als een van de juffen in de handen klapt stormt de boel naar de school toe. Het ‘zwaard’ belandt op de grond, dat wordt wel gezien en de kleine ridder wordt gesommeerd om het op te halen. Ook die moet in de schuur. Een meisje loopt onze richting uit. Ze heeft een emmertje in de hand, ze loopt achter een boom, zet daar het emmertje neer en huppelt achteloos opnieuw richting juffen. Het blauwe emmertje blijft verweesd achter.

Steeds meer ouders en grootouders komen nu het schoolplein opgelopen. Gelukkig hoef je hier niet achter de hekken te blijven, maar mag je doorlopen tot aan de deur. Een voor een komen de onderbouw-groepen naar buiten. De klein filosoof is er als eerste en wijst ons de groep van kleindochter. Daar komt ze al aanrennen. ‘Omaaaaa.’ Dikke knuffels voor ons alle twee. Helaas is Konijn in de modderplas gevallen. Het is het witte konijn van mijn dochterlief van vroeger, plat geknuffeld, maar nog steeds hagelwit. ‘Gelukkig kunnen knuffels in de wasmachine,’ zegt wijze kleindochter gedecideerd en zo is dat. Er is geen man overboord.

We rijden naar huis, terwijl ze honderduit kwebbelt over vriendinnen en jurken, die er allemaal zijn, over het ongelukje met konijn, over broerlief. Als we thuis zijn en uitgepeld geeft ze aan dat ze heel veel van bananen houdt. Hint, hint.

Om drie uur klinken er stemmen en staat de oudste met dribbel op de stoep. Ze kwam een kop thee drinken en bijkletsen. Te lang geleden, vond ze en er volgt ook hier een stevige omarming. Tja thee. Maar hoe werkt zo’n cooker eigenlijk. Het internet bood uitkomst. Dochter noemde op wat je moest doen en lief had zijn primeur. Er stroomde kokend water uit het zwarte geval. Hoera. Voor de kinderen water. Dribbel stortte zich op het speelgoed. Op een gegeven moment ontdekten ze de knikkerbaan, dat qua opbouw nog heus niet vanzelf ging. Er volgde een raadspelletje. Hoeveel knikkers heb ik in mijn hand. Hilariteit als je er helemaal naast zat, wat natuurlijk regelmatig gebeurde.

Na anderhalf uur vertrekken ze weer en doen we eerst een kwartetspel waarbij de kleine natuurlijk wint. Daarna mag de Barbapappa-puzzel in de herhaling en wordt een aantal keer achter elkaar gelegd, dankzij de heldere kleuren van de vormloze wezentjes is het namelijk kippie-eitje en wie gaat nou niet voor succes. Het liedje ‘Kom op bezoek bij Barbapapa’ luisteren we op de telefoon.

Een enkel keertje vraagt ze of het al bijna tijd is, maar de middag vliegt toch om en plots kijken de filosoof en haar vader olijk boven het rolgordijn uit. Bijkletsen en wachten op dochterlief, die ik extra lang vasthou, eenvoudigweg omdat het nodig is. Donderdag zijn we er al weer voor de verjaardag van de filosoof. ‘Komt goed lieverd, We zijn er weer heel lang’. Zwaaien bij de deur en de filedrukte van Utrecht in, want de hele goegemeente staat op de wielen.

Overpeinzingen

Voor haar en voor ons

Hoe snel een mens zich aan kan passen. Het voelt voor mij alweer heel gewoon. Lief moet hier en daar nog acclimatiseren, maar het gaat ook vast lukken. Leuke afspraken staan alweer op het program. Als ik naar Parijs ben met de boekenclub, gaat lief naar een hotel in Hoek van Holland. Daar wonen broer en schoonzus, neven en nichten.. Drie dagen lang om op bezoek te gaan hier en daar en broer te helpen met de dozen vol verleden uit te zoeken. Gisteren vond hij nog net een kamer voor aanstaand weekend.

De reis naar Parijs staat inmiddels al volledig in de schoenen. Na wikken en wegen hebben we toch besloten om met één auto te gaan, maar wel met een grotere dan aanvankelijk was voorgesteld. We hebben een goede en veilige parkeergarage gevonden en de auto is groot genoeg om vijf rolkoffertjes mee te kunnen nemen. Dat is fijner als je met de metro naar het appartement moet. We hebben er allemaal zin in. Het museum Louis Vuitton is nog een eindje rijden met het openbaar vervoer en je moest reserveren. Opties zaterdagmiddag, zondagmorgen. Er is een Rothko-tentoonstelling en daar houdt niet altijd onverwijld iedereen van. Maar zoals altijd in het leven: Niets hoeft en alles kan. Binnen de mogelijkheden dan natuurlijk.

Straks gaan we kleindochter ophalen die nog op de wachtlijst van de BSO staat. Bijna hadden we bij hun oude school gestaan, maar die wordt verbouwd en ze zitten tijdelijk in een school er vlakbij. Fijn om haar weer te zien en vooral, even te kunnen knuffelen. De filosoof zal op het plein zijn, want daar komt zijn BSO hem halen. Ook voor hem een dikke knuffel.

Het grote verschil met Hongarije is de reuring buiten. Er is hier van alles te zien. Kinderen die naar school toelopen met hun ouders, jongeren die met een zwaai op hun fiets de carport uitkomen, dikke boekentassen achterop, busjes die kinderen komen ophalen, pakketbezorgers en de ouders die terugrijden zonder de kinderen.

Genieten is het ook met die prachtige wisselende Hollandse luchten, van een schemerduister tot aan een stralend begin van de dag. Er sijpelen ondertussen berichten binnen van de kinderen van lief, schoonzoon vertelt in een appje dat alles is geregeld voor het ophalen vanmiddag en dat juf ervan afweet, zoonlief is alweer aan het werk en schoondochter neemt een douche.

Gisteren maakte ik rauwe andijviestamp voor vier en zaten we gezellig samen aan tafel. Lang geleden. Als vanouds een pan vol aardappelen en een grote zak andijvie en een preitje. Vega kaantjes en voor de kinderen een gehaktbal. Voor ons de jus. We zijn namelijk wel flextariër.

Twee nieuwe Zin-magazines om te lezen, ergo twee columns van Stef Bos. Dat is het eerste wat ik altijd opsla. En…Hij schrijft beide keren over Parijs. De eerste column gaat over hemzelf en zijn relatie tot Disney, ongeveer gelijk aan die van mij, namelijk ‘niet’ dus. Ik heb niets met dat theatergeklater van loze sprookjesbeloften, de lange rijen en alles dat met genoeg pecunia verkregen kan worden. De tweede column gaat over de eenzaamheid van de Mona Lisa. Waar je vroeger in volle verering lang met haar oog in oog kon staan is dat nu ten enenmale onmogelijk geworden omdat een massa toeristen spoorslags en blind de pijltjes volgen naar de Mona Lisa en voorbij lopen aan wat ware kunst vermag, snel een selfie schieten en geen contact maken met de vrouw op het doek zelf, haar ogen, haar lach. Ze hangt eenzaam achter glas alleen aan een wand zonder haar minrebroeders in de kunst om haar heen. Zijn opmerking: ‘Kunst is een spiegel. De Mona Lisa is weergaloos, maar het gedoe rond haar maakt haar onzichtbaar.’ Zo herkenbaar deze opmerking. De laatste keer dat ik de zaal inliep stond het vol mensen, allemaal met mobieltjes in de aanslag. Er viel nauwelijks een glimp te vangen. De verwording van het aanschouwen van de schoonheid. Spijtig vind ik dat, voor haar en voor ons.

Overpeinzingen

Meer dan dat

Na een heerlijk ontbijt aan een keurig voor twee gedekte tafel met de bestelde koffie en sterke thee, deed ik een leuke ontdekking. Voor het eerst in die 71 jaar besloot ik een scheutje melk aan de sterke thee toe te voegen. Britser dan Brits. En ziedaar. Ik vond het heerlijk. Minder ingrijpend dan sterke koffie op de nuchtere maag. Die houden we er voorlopig ook in. De rest van de reis ging al even voorspoedig als het eerste deel.

Als enig spannend moment was daar een stortvloed net voor Utrecht. Alsof mijn moeder al haar emmers in een ruk leeg gooide boven onze Truus. Ondanks de spanning, want we zagen geen hand voor ogen, glimlachte het innerlijk mee. Hét verhaal bij regen aan de kleinkinderen. ‘Oma van der Linden is aan de grote schoonmaak begonnen.’

Als mazzeltje bij deze weersomstandigheden hadden we wel de mooiste wisselende luchten, rolwolken, strakblauwe stukken, witte wattenwolken of een in-paars/blauw. Maarten van Roosendaal zong op een gegeven moment ‘Kan het mooier zijn dan mooi.’ En inderdaad, om te janken zo mooi.

In Beieren had de zon haar uiterste best gedaan om een voorbeeldig beeld van een Indian Summer af te geven en alle acers, essen, kastanjes en beuken volop te laten vlammen in de meest mooie kleurencombinaties. Wat een adembenemend stukje Duitsland is het toch. De Gasthof stond zo’n 30 kilometer van de snelweg af, dus een aardige impressie van de vriendelijke propere dorpen en de immense wouden er omheen.

We waren rond half tien vertrokken en kwamen rond 19.00 uur aan na de eerste boodschappen te hebben gedaan in de o zo vertrouwde buurtsupermarkt. Zoonlief had het huis spic en span gepoetst, wilde nog koken voor ons, maar we hadden onderweg een bezoek gebracht aan een burger-king langs de weg omdat we zin hadden in een patatje. Lief zijn vuurdoop, maar tot onze grote vreugde was er een uitgebreid vegetarisch menu te verkrijgen. Plant-based alom. Het smaakte ons wonderwel. Je moet alles een keer proberen in het leven per slot van rekening.

Op de vertrouwde bank, benen in de plaid en bijkomen van de reis met zoveel mooie herinneringen op het netvlies. Ook thuiskomen. Twee thuishavens is helemaal verwennerij.

We zitten op het kingsize bed en houden kantoor met koffie en een boek, de Ipad in de aanslag om te schrijven. Zon zet de skyline in een zilverkleurig licht. Voor vandaag is de agenda leeg, op een zoom-meeting vanavond met de boekenclub na, waarbij we zullen uitknobbelen wat we willen doen in het komende weekend naar Parijs. Iedereen heeft als het goed is opgeschreven wat ze willen zien. Van musea tot authentieke kroegen, van architectuur tot een goed restaurant. Daaruit kunnen we dan kiezen en duimen de rest van de week voor mooi droog herfstweer.

Hoog op de verlanglijst staat het museum van Louis Vutton, een hoogstandje aan architectuur gevuld met moderne kunst. Wie wil dat nou niet en een van ons, weet ik, is nog nooit in het Centre Pompidou geweest, vanwaar je in het restaurant op het dak een magnifiek uitzicht hebt over tout Paris. Niet te versmaden dus, als je de Eiffeltoren met zijn rijen links wil laten liggen. Maar toeval is ook heerlijk. Wat brengt ons het slenteren. Behalve versleten schoenzolen. Zeker altijd meer dan dat.

Overpeinzingen

A room with a view

De reis is voorspoedig gegaan. Alleen het laatste stuk met een bijna lege benzinetank door het Birgland in Beieren in het pikkedonker was even lastig. Maar wat een beloning. Een heerlijke gasthof op Popberg 3 in Birgland met hele vriendelijke en gemoedelijke beheerders en een room with a view plus een extra lange nacht, haha. Dankzij wintertijd met zonnegloed en een kudde reeën wakker worden.

A room with a view in Gasthof Zum Schloss
Overpeinzingen

Bedankt Antonius

Weemoed sijpelt door de handelingen heen. Voor de laatste keer voorlopig de luiken in de kamers optrekken. Vanaf morgen zullen ze een tijd gesloten blijven. De boeken bij elkaar zoeken en in de tas stoppen. Koffers inpakken met wikken en wegen. Wat mag mee en wat kan hier blijven. De yucca’s naar binnen die de hele zomer buiten hebben gestaan en de geredde agaves door lief, die ze geklieft heeft en in potten gedaan, ergens in de gang een plekje geven. De laatste was opvouwen. Alle etenswaar in de potten. Er blijft geen kruimeltje liggen voor een eventuele indringer. De kuka (de vuilnisbak) zit vol met het laatste afval, die zal vriendlief buiten zetten volgende week woensdag. Hij rijdt toch iedere dag langs het huis als hij op weg is naar zijn opdrachtgever. Vandaag ook de koelkast leegmaken.

Het weer helpt mee om het afscheid wat minder zwaar te maken. Herfst treedt binnen en blaast al het dorre blad van de takken. De lucht hangt in vele tinten grijs er laag boven. Lief kan nu niets doen op het land en heeft al het gereedschap opgeborgen. Ik maak straks het palet schoon en veeg het atelier uit. Dan kan de Datsja op slot net als de schuur. Er is drop voor onderweg. We hebben het angstvallig bewaard voor de reis. Er is een flesje wijn voor de aankomst bij het hotel. De jam mag mee, evenals het druivensap. Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur. (Ken uw klassiekers)

Bij het nadenken over de laatste twee boeken voor de nominatie schiet me ineens het boek ‘Kathedraal van de Zee’ van Ildefonso Falcones te binnen. Zo genoten van al zijn boeken eigenlijk, ‘De hand van Fatima’ en ‘Koningin op blote voeten.’ Dus deze schrijver moest zeker op het lijstje. Er was nog even twijfel tussen hem en Carlos Ruiz Zafon met zijn vierluik ‘Het kerkhof der vergeten boeken.’ Maar daarvan ligt het vierde deel nog altijd op de stapel ‘Nog te lezen boeken’. Ik kom er nog niet doorheen. Het vierde deel herbergt zoveel herhalingen uit de vorige delen, dat ik iedere keer denk het al eens gelezen te hebben. En dat werkt minder goed, blijkt wel. Ooit werd ik verliefd op de term ‘Het kerkhof der vergeten boeken’ en zeker als je leest hoe mysterieus het beschreven werd om er doorheen te wandelen, al had ik ‘Doolhof der vergeten boeken’ misschien wel minstens zo mooi gevonden. In de beschrijving van Zafon zag het er ook bijna Potteriaans uit met trappen en gangen waarvan de wanden bekleed waren met onnoemelijk veel planken vol boeken.

Gisteren hadden wij eveneens een hele speurtocht door het huis en over het land. Lief was zijn sleutels kwijt. De hele bos met alles erop en eraan. Hij probeerde na te gaan waar we mee bezig waren geweest en ging al zijn gangen na. Dat betekende dat de vuilnisbak tot twee keer toe werd omgedraaid, het struweel rond de den waar hij takken had uitgezaagd werd grondig uitgekamd evenals d caravan met tuingereedschap dat hij die morgen netjes had opgeborgen, de laatste vesten in de was die hij tot die ochtend nog had aangehad, maar overal was er nul op rekest.

Uiteindelijk liep hij zelfs naar het achterland, waar de muis zijn vrijheid had gekregen. Ondertussen kamde ik de keuken nog eens uit. Daar stonden ook de twee tuinstoelen waar we de dag ervoor ‘sm middags nog een kop thee in hadden gedronken op het terras. Heilige Antonius beste vrind hadden we al een paar keer aangeroepen. Nog maar eens, bedacht ik me, het kan geen kwaad. De eerste stoel was helemaal leeg, maar in de achterste stoel stuitte ik in het gat waar je glas in past op iets hards. Warempel, de sleutels. Pfff. Inmiddels was het al half vier geworden en we misten de bos vanaf half één. Een ware queeste dus. De opluchting was groot. Bedankt Antonius.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Waar een mens zijn gedachten zitten. Vannacht liep ik in een supermarkt en werd min of meer door een van de eigenaars van het bedrijf ingelijfd om haar uit de brand te helpen. Ze liep met een Chinees lantaarntje, dat frêle plantje, in haar handen rond en keek zoekend om zich heen. Ze wilde het laag hangen zodat kinderen er aan konden voelen. Kinderen en tere Chinese lantaarntjes is een combinatie die je kunt vergelijken met een olifant in een porseleinkast. Licht gaf het niet, want er ging geen lampje bij haar branden toen ik vertelde in de jaren zestig bij de concurrent te hebben gewerkt.

Het zijn een tikje weemoedige laatste dagen, ook door het grijze weer en de definitieve handelingen, die er voor zorgen dat er niets blijft liggen op een plek waar het niet hoort. Het tuingereedschap gaat weer naar de schuur, de schone was de kast in, de koffertjes komen te voorschijn en ik neem het besluit om de olieverf hier te laten en thuis een zelfde set voor het atelier op de tuin aan te schaffen met een paar synthetische penselen erbij. Er komen geen klassieke meer in, geen marterhaar of varkenshaar of anderszins. Het doet me meer deugd dan ik dacht, die beslissing.

Over dieren gesproken. Van de week zat er een bidsprinkhaan tussen mijn Ipad en het toetsenbord geplet. Hoe dat nou toch mogelijk was. Waarschijnlijk is ie er ingekropen toen het half openstond, lekker warm zal hij hebben gedacht, maar toen ik het oppakte, waardoor het dichtklapt, was ie mors-en-morsdood. Dan moet ik onmiddellijk aan Toon Tellegen denken met zijn ‘Krekel en de Mier’, of aan ‘De Spin Sebastiaan’ van Annie M.G.Schmidt. Eigengereide beestjes, die op eigen houtje naar binnen sluipen, misschien wel tegen beter weten in.

Lief heeft gisteren de muis gevangen. Omdat we de boel grondig hadden schoongemaakt moest hij op zoek naar een ander holletje en hoorde lief hem knagen in het tasje met papier en karton op het oude fornuis in de keuken, vermoedelijk zocht hij daar een heenkomen of materiaal voor een nieuw holletje. Bliksemsnel, maar behoedzaam, trok hij een plastic zak over het geheel en knoopte het dicht. Daarna heeft hij hem in het gemaaide maisveld vrij gelaten. Dat moest verder zijn dan 100 meter van het huis vandaan, anders komen ze weer terug. Nu heeft ie mais in overvloed, want er is altijd wel wat blijven liggen. Muis blij, wij blij.

Het boek dat ik vandaag heb uitgekozen is Lampje van Annet Schaap. Als je ouderwets op avontuur wil, dan is dit een van die mooie gelegenheden. Verwondering ten top, vooral bij de laatste hoofdstukken, als er een ouderwets circus met wonderlijke figuren voorbij komt. Romantiek, spanning, ontroering en geluk komt allemaal aan bod.

In een recensie van Bas Maliepaard kom ik eindelijk de verklaring tegen, waarom het boek van Ted van Lieshout ‘Rozen voor de Zwijnen’ heet in plaats van ‘Paarlen voor de Zwijnen’, zoals ik dat ken uit mijn jeugd. Ted geeft zelf de volgende verklaring voor de titel van zijn boek:

Bijbelvertalers zagen in een uitspraak van Jezus het Griekse woord voor parel, margaritári, aan voor het Franse woord marguerites, oftewel margrieten. Men vond rozen mooier, dus werd het: rozen voor de zwijnen. En zo kon het dat Bruegel een man schilderde die rozen aan de zwijnen voert en Van Lieshout zijn boek ernaar vernoemde’.

Als je naar het schilderij van Pieter Bruegel kijkt, zie je inderdaad zwijnen met rozen afgebeeld. De hoogste tijd dus om in dit laatste boek voor de recensies te duiken. Net als bij het boek over kunst, volgen we hem eveneens in een dialoogvorm. Er blijken wel degelijk spreekwoorden te zijn, die zijn verdwenene of vervangen door minder scabreuze. De uitvoering van het geheel is prachtig. Bruegel in detail, wie wil dat nou niet.

Overpeinzingen

Een prestatie van formaat

Het druilt vandaag een beetje. Binnen is het lekker warm. We gaan in de weer om het huis spic en span achter te laten. Straks stofzuigt Lief alle kamers en onder alle kasten. Ik draai twee wassen en zoek wat niet te vergeten zaken bij elkaar. We stellen ons in op afscheid nemen van dit dierbare onderkomen met de belofte dat we er over vier maanden weer terug zullen komen. ‘Bij leven en welzijn’, mompelt mijn moeder in mijn oor. Natuurlijk en inderdaad.

De boekenclub stelt zich al een beetje in op de reis naar Parijs, dus buitelen allerlei gedachten over hier, over Nederland en over Parijs over elkaar heen. Volgende week vrijdag gaan we op pad met z’n vijven. We zoeken al mooie plekken op, waar we graag naar toe willen. Via dochterlief krijg ik een paar minder voor de hand liggende plekken. Fijn als je, zoals zij, zo bekent bent met die metropool.

Onder een van de kasten in de bibliotheek ontdekten we het huis van muis. Ze had zich verschanst achter een van de plankjes onderin. Snorrebaard en de muizen, Knabbeltje, Zwartsnoetje, Grijshuidje, Kraaloogje en Langstaartje, dwarrelen door mijn hoofd. En Pinkeltje zelf natuurlijk, die net tevreden zat te schommelen voor zijn muizenholletje. Sorry muis, denk ik, maar Pluis is er niet om je te vangen en je bent een lieverd, maar je kan beter verdwijnen. Lief denkt dat hij nu aan stress of een depressie lijdt. In ieder geval het eerste. Wijzelf niet hoor. We houden van muis en omdat ze af en toe ook insecten eten als er niets te vinden is, hopen we dat ze zich tegoed gaat doen aan die overvloed van wantsen. De notoire brompotten zoeken in de herfst vooral de warmte binnen op waarbij ze binnen een dag of twee het loodje leggen. Ze zijn overal te vinden.

Gisteren bij een wandelingetje op het land vonden we een ander kabouterhuis, een mooie witte inktzwam. ‘Eetbaar’, oreert lief. ‘We hebben nog een hele doos champignons’ werp ik in de strijd. Later leer ik van wiki dat de zwam dan wel helemaal wit moet zijn en de hoed gesloten. Ik heb de film ‘Into the wild’ gezien en ben toch altijd nog huiverig om zomaar op de bonnefooi in het wild te eten.

Als genomineerde boeken koos ik achter elkaar De Tao van Poeh, Nachttrein naar Lissabon en Het Zoutpad. Die van morgen weet ik ook al, maar dat hou ik nog even geheim. Veel leuker. Nu moet ik op zoek naar een volgende lezer om de cirkel niet te doorbreken. Dat moet in vrijheid en met blijheid, dus mensen mogen altijd nee zeggen, natuurlijk. In het kader van ‘Geef de schoonheid van het leven door’ vond ik het belangrijk om mee te doen. Zoals tips voor kunst en cultuur evenzo broodnodig zijn.

Inmiddels is de zon gaan schijnen. Ze zet het bos met haar herfstkleuren aan. De wintersering heeft haar mooiste rode jas aangetrokken en speelt ton-sur-ton met de rode kardinaalsmutsen, zagen we gisteren. Nu zit ik op mijn lievelingsplek bij het raam in de keuken en heb zicht op de oude druif. Er vliegen nog steeds vlinders rond de druivenrozijntjes. Eind oktober en nog even dartel, een prestatie van formaat.