Overpeinzingen

Geen sinecure

In de Gids die met de Groene Amsterdammer wordt meegestuurd en vol staat met literatuur en gedichten en recensies daarover, wordt beschreven hoe men om kan gaan met de omschrijving van pijn. Een lastig gegeven, want wat voel je precies en hoe sterk is het inbeeldingsvermogen van een mens. Als ik terugdenk aan mijn eigen omschrijvingen dan monden ze dikwijls uit in wollige vergelijkingen van voorstelbare begrippen die je om je heen ziet en makkelijk voor de geest kan halen. Iedereen kent wel de uitdrukkingen: ‘Alsof er een mes door je heen wordt gestoken’, terwijl waarschijnlijk niemand dat aan den lijve heeft ondervonden, maar alleen de voorstelling al, maakt dat we instinctief aanvoelen hoe heftig dat geweest moet zijn.

Soms was de pijn op mijn borst zo zwaar, dat ik die vertaalde naar tractoren of vrachtwagens die over de borstkas heen reden. Ook bij leven nog nooit meegemaakt gelukkig. ‘Een hoofd vol watten’, is er nog zo een. Tintelingen in de armen worden ‘Slapende armen’. Taal blijft armoedig als je de juiste gradatie van pijn wil geven of juist te bombastisch.

Schrijven over pijn geeft verlichting. ‘Schrijf de pijn van je af’, wordt er wel gezegd. Aan de andere kant is tegen sommige pijnen afleiding weer de beste remedie. Een hoogleraar die een aantal onderdelen aan de voeten en handen moest missen, schrijft over fantoompijn, pijn aan het ontbrekende lichaamsdeel, dat hij tijdens zijn hoorcolleges er nooit last van had. Zodra je alleen wordt gelaten met je pijn, komt het in volle hevigheid weer opzetten.

Inbeelding doet ook een hoop. Een van de doorgaans bekende ouderdomskwaaltjes, zeker na vijf bevallingen, is een verzakking. Die had ik me volledig ingebeeld en op een gegeven moment wist ik het zeker ‘Dat is er aan de hand’. De arts constateerde iets heel anders. Onnodig lange observatie van mijn kant was het resultaat. Het had veel eerder verholpen kunnen worden. Verpleegkundigen zijn altijd een beetje eigenwijs in die dingen. Geen dokterlopers, nooit geweest trouwens, alleen als het echt niet anders kon.

Een van de wonderlijke verschijnselen , die men opmerkt bij pijn, is die van de vijand. Je moet het bevechten, er tegen strijden, of aanvaarden. ‘Nee,’zegt men in de Gids, ‘Pijn is pijnlijk, het is er en meer is het niet’. Zoals pijn ook niet ‘onschuldig’ kan zijn, of een indringer. Pijn is een volstrekt neutrale gewaarwording, die je ondergaat. Een metafoor doet het altijd goed. Want als je voorstelt dat de pijn je aanvalt, kun je hem bestrijden.

We zijn gelukkig mensen die ieder hun eigen invulling daaraan geven. De een zal er in berusten, de ander zal het met verve negeren, er niet op letten en de energie voor iets anders bewaren.

Maar op moment suprème, als de pijn op haar toppen is, wordt je de pijn. Daar valt niet aan te tornen. Het dringt zich op de voorgrond en in alle zintuigen en het denken, Het is zoals bij tinnitus, als je er op gaat letten, wordt het een en al oorsuizen en is nauwelijks meer af te leiden. Als je het negeert, ondervind je er nauwelijks last van en is er voldoende ruimte voor andere gewaarwordingen.

Mooie materie om over te peinzen. Lief en ik praten er nog even over door. De psychosomatiek komt om de hoek kijken, het verschil tussen de Oosterse en Westerse wereld en het feit dat je als arts vooral over een scherp onderscheidend vermogen moet beschikken, wil je alle kwalen kunnen duiden. Geen sinecure.

Overpeinzingen

Een vakantiegevoel overwint alles

En weer een mistig begin. Gisteren kwamen de zussen en broer op bezoek. De zelfgebakken cake van de ochtend was goed gelukt en voor het eerst in mijn hele lang-zal-ze-leven had ik ‘m voorzichtig af laten koelen. Eerst met de ovendeur open en de oven uit, daarna met nog meer geopende ovendeur en tenslotte in de vorm op de snijplank.

Het boek van Bibi Dumon-Tak is uit. Het leest makkelijk weg. Bij vlagen is het erg ontroerend. Ze beschrijft er ook in hoe luchtig er soms door zeer zieke mensen over de dood gepraat wordt, zoals bij praatprogramma’s het geval vaak is. De hoofdpersoon in dit boek was zelf nog volop bezig met het acceptatieproces van de op hand zijnde dood van haar zusje. Voor nabestaanden zal de aanvaarding misschien nog moeilijker zijn dan voor de zieke zelf. Als er eenmaal berusting is, dan richt de geest zich op een hoger plan of zinkt weg in het ongewisse. Maar voor degenen die achterblijven, blijft het altijd de lege plek.

Illustratie uit de biografie

Tijd voor de biografie van Theo Thijssen na deze kost. Het is van een heel andere orde. Niet minder boeiend verwacht ik. De schrijver, de schoolmeester en de socialist was een zoon van een schoenlapper uit de Jordaan. Eindelijk eens niet iemand van adel of uit de hogere kringen. Steeds bleef ik nieuwsgierig onder elke gevolgde gang door de geschiedenis bij de andere biografieën naar hoe het het ‘gewone’ volk is vergaan. Hoe hou je je staande in de erbarmelijke omstandigheden. In de biografie van Pieter van Eeghen, de medeoprichter van het Vondelpark, kwam het een en ander al naar voren. Zomers vond er een grote uittocht van de gegoede burgers plaats naar de buitenplaatsen langs de Vecht en dergelijke, vanwege de stank in de stad. En dat volk dat niet die mogelijkheid had. Hoe verging het hun?

Van broer kregen we een aantal documenten uit de vorige en zelfs nog uit de negentiende eeuw. De geschiedenis van onze eigen familie om door te wandelen. Daar zaten berichten over grootouders en betovergrootouders bij en oude sepia en zwartwit fotootjes met gekartelde rand, zo kenmerkend voor die tijd. Markante dames met lange zwarte jassen en hoeden op, stevig gearmd of naast statige oude heren met grote snor en hoed. Ze vertelden een aanvullende geschiedenis. Met een wonderlijke levensloop van een van hen. Een overgrootvader had zijn toekomstige bruid uit een gesticht gehaald, waar ze al een aantal maanden verbleef. Niet omdat er een draadje los was geschoten, maar omdat ze uit een arm gezin met teveel kinderen kwam.

Lief zocht ondertussen met broer boven een missing link in onze familie geschiedenis om de draad naar de zeventiende eeuw te kunnen vinden.

De cake was heerlijk en het gebabbel over de stamboom ging over in een relaas van mijn zus haar weekend naar Londen in vergelijk met mijn reis naar Parijs. Londen bleek, getuige de foto’s, oneindig veel drukker te zijn, dan de wijken die wij in Parijs hadden bezocht rond het Pantheon en de Sorbonne. Dergelijke tochten zijn goed voor een oeverloos aantal stappen. Ze hadden een heel gemêleerd gezelschap van jong en oud en waren met achten. Een vrij grote groep dus. Dat is altijd lastiger. Als iedereen ruimte geeft aan het groepsbelang is het goed te doen, al wordt het moeilijker bij het zoeken naar een plek in een restaurant. Dat was met onze groep van vijf al zo.

Niet getreurd, een vakantiegevoel overwint alles.

Overpeinzingen

Gemak dient nog altijd de stofhappers en de chaoten

Bij het lezen van het boek De dag dat ik mijn naam veranderde van Bibi Dumon Tak moet men er op berekend zijn dat de emoties danig worden opgeschud. Vrolijkheid, verdriet, verbittering…Het komt allemaal langs. Het verhaal an sich is intriest met een zusje die hoop put uit haar laatste behandelingen en een ex-man, die haar op alle fronten benadeelt. Er is ook sprake van ongeloof bij mij. Hoe kan men dit elkaar aandoen.

Als we uit het raam kijken, terwijl ik aan het schrijven ben en lief aan het lezen is, zien we dat de wereld is opgehouden te bestaan na de eerste rij daken en dat de toerit naar onze maisonnette in het oneindige uitmondt. Een dikke nevel heeft zich vannacht als een deken over de skyline getrokken en onttrekt elke vorm van hoge gebouwen aan het oog. Winternevel.

Vandaag gaan we vroeger uit het warme holletje. Ik wil cake gebakken worden voor de zussen en broer die vanmiddag langs komen. Broer zoekt de stamboom van de familie uit en lief heeft een breed genealogisch netwerk vanuit zijn filosofie dat alles met alles in verband staat en teruggrijpt daar waar mogelijk tot aan het vroegste begin. Er zijn vragen over voorvader Pieter van der Linden die in 1733 geboren zou zijn. Laat ze maar lekker puzzelen. Wij komen onze tijd wel door met thee en cake.

Gisteren hebben we de kerstboom opgehaald. Aanvankelijk wilden we eerst even langs broerlief gaan, die een aantal weken moet rusten. Als de jongsten met aanhang had zus al een opkikkertje gestuurd, maar een bosje bloemen zou ook de boel wat opvrolijken. Dit is de broer van stilletjes helpen waar je kan. Maar hij had corona, dus het feest ging niet door. De duurzame kerstboom konden we in de buurt ophalen. We mochten uit de blauwen kiezen en omdat we zo vroeg waren, was er veel meer keuze dan vorig jaar, toen we het vergeten kerstboompje mee naar huis konden nemen. Er stond een lief boompje op ons te wachten. Niet te groot en niet te klein, geen scheve stand in de pot en geen kromgegroeide top. Netje er om als een dunne jas en in de achterbak van Truus.

Daarna spoorslags naar de kringloop waar we een nachtlamp zochten, die ‘s nachts mijn lezen bij zaklamp op de telefoon zou vervangen. In de enorme winkel liepen we te dwalen, vroegen naar de lampen en werden prompt de verkeerde richting op gewezen tot lief ineens het bordje ‘Verlichting’ zag. Dat bracht het zeker. Twee schappen vol met afgedankte lampen met ledlampen, spaarlampen en de ouderwetse gloeilampen te kust en te keur. We vonden een lief buigzaam en handzaam wit schemerlampje, die was te stellen in welke vorm dan ook en in de kleur van het bed. Alsof het voor ons gemaakt was. Voor 3,95 waren we de koning te rijk.

Stoffie de stofzuigerrobot heeft ondertussen, terwijl we hier aan het mijmeren zijn, de kamer beneden helemaal gezogen. Hij heeft nu het systeem te pakken en sinds twee weken zijn we volkomen stofvrij, omdat hij elk vrij stuk meepakt. Wat een luxe. Ook voor Hongarije zal het een uitkomst zijn. De kamers daar zijn groot en er staat weinig in vergeleken met de huiskamer hier. Een prettige bijkomstigheid is dat door het zuigen iedere dag, de vloer glanst als een spiegelend wateroppervlak. Eerst vond ik het maar overdreven, maar nu moet ik beamen dat het een uitkomst is. Gemak dient nog altijd de stofhappers en de chaoten

Overpeinzingen

Zachtjes, op paardevoetjes

Dromen van een ijsbeer, je zal er maar mee behept zijn. De ijsbeer kwam van het ene bassin over de rand naar het andere bassin vol mensen en op de een of andere manier zwom hij met zijn grote poten achter mij aan. Ik kon nog net op tijd de kant bereiken en de benen over de rand zwiepen. Het dromenboek staat vol verklaringen en daarmee kon ik alle kanten op. Spiritueel, de brenger van geluk en fortuin of als een waarschuwing van naderend onheil. Alles was mogelijk.

Later zagen lief en ik hem wegzwemmen onder een poortje door naar een ander bassin. Een witte wollige ijsbeer met zachte ogen en ongetwijfeld verscheurende tanden. Hoe helder wil je het beeld hebben. Ik kan er van alles bij bedenken. Van het winnen van de loterij tot de kleinste geluksmomenten in het leven. Maar natuurlijk wacht ik rustig af. Iets in de trant van: Wat de toekomst brengen moge, ofwel: Geen zorgen voor de dag van morgen.

Gisteren mocht ik weer de Oma zijn. Kindlief keek al halsreikend uit naar mij en huppelde aan de arm mee naar Truus. Van de filosoof kreeg ik zijn surprise in de handen geduwd. Hij ging naar de opvang en was bang dat het kunstwerk in de verdrukking zou komen.

Tante Pollewop en ik brachten eerst de sjaal weg van vriendinlief, waardoor we de halve stad door moesten. In de warme auto viel ze bijna in slaap. De thee liet ik voor wat het was, want hoe werkt het allemaal. Lief was thuis gebleven om de stamboom uit te pluizen. Wij bogen ons over de knutselpapieren, een heel pakket, dat ik had meegenomen voor de goegemeente en het viel me op hoe snel ze op school haar eigen fantasie had ingeruild voor iets anders.

Ineens wist ze niet meer wat ze moest tekenen, vond vouwen leuk(eerst een kruis, oma) en begon tussen de lijntjes te kleuren. Kleine schoolregels sijpelden door alles heen en met spijt zocht ik het onbevangen kind dat haar fantasie ongebreideld te berde gaf. Het komt weer terug, weet ik uit ervaring, als ze maar de ruimte geven. We zongen tijdens de bezigheden Sinterklaasliedjes, want die was ‘s morgens op school geweest en zat nog vers in het geheugen. Of ik alle liedjes kende. Wel heel veel, gaf ik toe en meer dan dat. We hadden nauwelijks tijd om te puzzelen, want er viel veel te kleuren op de Ipad. Ze was in de blauwe periode. Als een echte Yves Klein koos ze voor ultramarijn. Later kwam er Roze bij als Rothko. Kunstenaartje in de dop.

De filosoof kwam met zijn vader mee en maakte ook nog een geometrisch ontwerp, dat uitmuntte in precisie. Voor dochterlief was er een mooie bos bloemen gekomen van haar werk en een pakje. Beide mocht ik ophalen bij een vriendelijke buurman. Dat is nog eens thuiskomen.

Ondanks de waarschuwingen voor een vroege zware spits viel het verkeer mijn kant op reuze mee. Heerlijk avondje zou er de oorzaak van zijn. Ons avondje was inderdaad heerlijk rustig met een favoriete Zweedse crimi. Geen Sinterklaas gezien. Soms mag het voorbij gaan. Zachtjes, op paardevoetjes.

Overpeinzingen

Hoe vredig is dat

Net de laatste bladzijden van het boek ‘De Camino’ van Anya Niewierra gelezen en het boek met een gevoel van spijt dichtgeklapt. In sommige verhalen kun je wonen, zeker als de spanning zo wordt opgevoerd als in dit boek. Iedereen zou het boek moeten lezen, omdat je inzicht krijgt in oorzaak en gevolg op een manier die pijnlijk helder is. Van de oorlogen in de jaren ‘90 in de balkan wist ik eigenlijk weinig af. Ook dat krijgt opheldering in het boek. Invloeden van gebeurtenissen uit het verleden die er voor zorgen dat het heden en mogelijk de toekomst vertekend zullen zijn. Iets wat we allemaal wel weten, maar als het geen issue is dan speelt het geen rol.

Met de vragen van zoonlief in september reisde ik met liefde af naar het verleden en probeerde zo duidelijk mogelijk de verbanden uit de doeken te doen. Relaties die meetellen, eerder opgedane ervaringen, de levensloop en welke gevolgen een en ander met zich meebracht. Het zijn allemaal cruciale ijkpunten in een mensenleven.

Ik moet even bijkomen van het boek. Ik waarschuw vast. Als je het oppakt ben je verkocht. In het begin dreigt het te verzanden in prietpraat, maar op een gegeven moment pakt het verhaal je bij de kladden en sleurt je mee. Wandel de Camino, ervaar de wandeltocht, het afzien, het gevaar, het zweet en de ongewassen pelgrims aan den lijve.

Ondertussen liggen er twee nieuwe boeken alweer klaar. ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ van Bibi Dumon Tak en de bibliografie van Theo Thijssen. Maar eerst is er vanmiddag een heerlijke middagje met kleindochter, die vanmorgen Sinterklaas heeft gezien op school. Ik ben benieuwd naar haar verhalen en denk terug aan mijn tijd met Sinterklaas in mijn groep. Altijd spannend om de twintig minuten te vullen met toch redelijk zinvol samenzijn. De kinderen trots laten zijn op hun kunnen, ieder op een eigen manier en het tot een succesverhaal te brengen.

Ik was in de gelukkige omstandigheid dat de Sint een oude bekende van mij was, die door en door wist hoe de visie van de school in elkaar stak en vanuit eenzelfde kindgerichte benadering te werk ging, evenals de Pieten trouwens. De verhalen er omheen waren altijd hilarisch. Een vergeetpepernoot heeft eens een grandioze rol gespeeld, maar ook een Sint die door een Piet per ongeluk als postpakket verzonden bij ons werd bezorgd en op het schoolplein belandde. Ieder jaar weer zochten we naar spannende, maar wel subtiele verhalen, waar we in het verleden steeds groter hadden uitgepakt, tot een zweefvliegtuig op het voetbalveldje aan toe. Op een gegeven moment snap je dat je terug moet naar de eenvoud. Dat de kracht doorgaans in de kleinste dingen zit en dat het vooral sterk is als je daar gebruik van weet te maken.

Ik ben benieuwd met welke verhalen onze tante Pollewop thuiskomt.

Voor de tentoonstelling van Januari, waarbij we als cursusgangers een aantal van onze etsen ten toon mogen spreiden moest ik titels verzinnen en ik koos voor wat citaten van Vasalis uit haar drie eerste bundeltjes. Vriendinlief heeft een nieuwe etspers en misschien lukt het ons nog om voor de grande finale van onze cursusperiode van ongeveer tien jaar, de ultieme etsen af te drukken. Wie weet. Het worden er zes. Dat is minder dan de rest. Ze zijn ook niet voor de verkoop.

Zoonlief appte over de pré-kerst die we gaan vieren. We maken allemaal een onderdeel als hapjes en dat komt op de grote tafel. Een soort lopende tapas-tafel. ‘Met kerst je handen vrij hebben’ is het idee erachter om in alle rust je eigen kerst te vieren. Hoe vredig is dat.

Overpeinzingen

In vliegende vaart naar huis

Het is een wonderlijke schrijfweek geweest, met hiaten in de regelmatigheid en dat komt onder andere door de gebeurtenissen,. Met name het vervroegd uit de veren moeten en het versneld op pad gaan. Gisteren werd ik geacht om elf uur klaar te staan, omdat mijn koetsier dan voor de deur zou staan met zijn bolide. Dat bleek de geel-gouden volvo van onze gezamenlijke vriend te zijn, een oldtimer uit 1967, en nog volkomen gaaf. Ik voelde me vereerd om daar in te kunnen zitten. De twee mannen en ik babbelden er vrolijk op los. Het was alweer een jaar geleden dat we elkaar hadden gezien.

Vandaag was het precies, op de dag af, dat we elkaar vijftig jaar geleden voor het eerst hadden ontmoet tijdens de bijeenkomst van onze groep op de opleiding voor verpleegkundigen in het Academisch in Leiden. Dat was reden te over om het dunnetjes te vieren met degenen van ons die konden. Een aantal hadden afgezegd vanwege het te vieren sinterklaasfeest met hun kinderen en kleinkinderen. Bij ons in de familie koos iedereen ervoor om dat in kleine groep te doen, zodat de cadeaus beperkt zouden blijven. Er waren al genoeg feesten en partijen deze maand. Verwend werden ze toch wel. Die gedachte creëerde ineens een heel rustige sfeer.

Voor het eerst dit jaar had ik mijn kerstboom met kluit, die weer terug naar zijn bos zou gaan, al vanaf morgen besteld. Vroeg de vredige kerstsfeer in, daar hadden lief en ik behoefte aan.

Lief liep mee naar beneden om ons uit te wuiven maar ook om de beide mannen te zien, die in de jaren zeventig regelmatig bij ons over de vloer kwamen. Ze waren verbaasd toen ze hoorden dat hij al 74 jaar was. ‘Wat ziet die man er nog goed uit’, beaamden ze vol verwondering, ‘hij lijkt wel zestig’. Dat deed me goed en ook om te horen dat een van hen vond dat wij samen bij elkaar hoorden. ‘Dat kan je zien’, onderbouwde hij zijn opmerking. Zo’n opmerking brengt warmte.

De Volvo had een wat stugge vering en vervolgde vooral grommend zijn weg. De wereld vloog langs in de kleine ronde buitenspiegels aan de zijkant. Wat een heerlijke auto. We stalden hem bij een parkeerplaats aan de vaart, waar daarna city-busjes de passagiers vervoerden naar de plek waar ze wilden zijn. Wat een luxe. Als we terug wilden hoefden we alleen maar te bellen, dan zouden ze er in drie minuten zijn om ons op te halen.

We lunchten in de cityhall op de benedenverdieping van het oude raadhuis tegenover de korenbrug. Op de heenweg hadden we dwars door de stad gereden en de mannen wezen me de plekken van vroeger. Pardoeza, het eetcafé herkende ik zelf. Het opende de luikjes naar dat verleden en dat kwam goed uit want de lunch was een grote reis door memory lane

Alle hoofdzusters en hun kuren kwamen langs, de hiërarchie in het ziekenhuis zelf, de beruchte chirurgen, de barre omstandigheden waaronder verpleegd werd met de strikte regels, waarvan niet mocht worden afgeweken. En meer dan eens lagen we in een appelflauwte, net als de bakvissen die we destijds waren. Ja, zo was het. Namen en gezichten buitelden over elkaar heen, gouden herinneringen aan onze jeugd.

We namen afscheid met de belofte de frequentie op te voeren naar een half jaar en waren prompt te laat voor het busje terug, omdat er veelvuldig omarmd moest worden. Inderdaad kwam toen na het tweede belletje het busje binnen drie minuten en dat was fijn, want zo warm als de sfeer binnen was geweest, zo bitterkoud was het buiten. De oude gouden heer stond kalm te wachten en de koetsier bracht ons in vliegende vaart naar huis.

Overpeinzingen

Hun blijde samenzijn

Zo de geïmproviseerde Soto(dwars door de koelkast) is klaar voor vanavond. Dit keer nog wel met kip, die lag te wachten in de vriezer en nu op moest. Sinds we veel minder vlees zijn gaan eten, wordt het ook steeds moeilijker om je over vlees eten heen te zetten. We zijn flex-vega. Dus bij etentjes en dat soort dingen kan het, zeker als er een kaart is met weinig vega-mogelijkheden, maar het liefst eten we zonder. Net zo lekker en ingrediënten te over om voldoende eiwitten te scoren.

Gisteren kwam het bericht door dat Burny Bos was overleden. Nee, niet weer een stukje verleden verdwenen. Jeugdsentiment ten top. Mijn gezin was nog jong. Op zondagmorgen was het feest. Papa naar de voetbal en wij een luierochtend in pyjama op het grote bed met de rol dubbeldekkers, die helemaal op mocht. En dan al dat moois zien, dat Burny Bos bedacht had voor de op te voeden jeugd. De juiste accenten op de juiste plaatsen, zonder moreel vingertje of een verstopte esthetisch verantwoordde boodschap. Bij tijd en wijle hilarisch, licht schokkend, altijd met een flinke dosis humor. Zelfs de ontroerendste.

Soms verlang ik naar de knusheid uit die dagen. Het kleine zwart/wit teveetje aan de zijkant van het bed, de kinderen in een kluwen ervoor. We kregen er geen genoeg van. Een van de mooiste series hebben we destijds gezien bij villa Achterwerk. Nonni en Manni.was gebaseerd op een verhaal van de IJslandse kinderboekenschrijver Jóhn Sweinsson. Zo gemoedelijk en kabbelend als het bij ons was, zo kabbelend was ook het wereldbeeld vergeleken bij nu. Misschien was het daarom extra vredig. Of hadden we al geleerd ons voor bepaalde berichten af te sluiten. Zijn producties als de films Minoes en Abeltje, Ibbeltje en Plluk van de Petteflet vielen voor deze A>M>G. Schmidt-adept uiteraard helemal niet te versmaden. Voeding voor mijn eigen verhalen, die later uit mijn grote goed gevulde mouw werden getoverd voor de schoolprojecten, natuurlijk niet zonder de heerlijke sparmomenten met mijn duo’s. Fantasie voedt bij uitstek inspiratie.

De laatste aflevering van Dokter Ruben met Ruben Terlou speelt zich af in een ziekenhuis in India. Hij laat zien waar het aan schort. Niet alleen financiën voor sommige mensen, maar ook de onjuiste diagnoses die de mensen van het platteland vaak krijgen, waardoor ze veel te laat naar het ziekenhuis gaan. Er ligt een meisje van zes jaar in een bedje. De vader zit er bezorgd naast. Hij legt uit dat je alleen nog maar kunt bidden. De dokter geeft zuchtend uitleg. Sommige patiënten, vooral kinderen, laten je niet los en het ergste is dat slechte nieuws aan hun ouders over te brengen. Daar wordt je als medicus wel moedeloos van.

Een andere dokter is er van overtuigd dat zijn positieve levensinstelling uitstraalt op de patiënt en al zorgt voor verbetering. Hij begint zijn dag met een ochtendritueel van het wassen van zijn beeldjes en ze te bewieroken en heeft op zijn werkkamer een boeddhistische versie van horen zien en zwijgen staan. Iets om moeilijk voor waar aan te kunnen nemen, deze instelling. Al denk ik dat een blije inslag positief kan werken.

Op de televisie klinkt nu ‘Op de grote stille heide’ in het Fries. Bij dergelijke oude Hollandse liedjes moet ik altijd aan mijn moeder en mijn oom denken, die samen graag zongen. Er bestaat nog een cassettebandje dat ze ingezongen hebben en waarop de liedjes van hun moeder, mijn oma, staan. Af en toe barsten ze in lachen uit. Ik weet zeker dat de zon schijnt en dat ze lekker buiten zitten. In ieder geval nemen ze de zon met zich mee als je het hoort. Dat doen dit soort boodschappen van over die verre grens ook. Een warme herinnering aan hun blijde samenzijn. .

Overpeinzingen

Dat belooft wat

De hele dag was verder kalm voorbij gekabbeld gisteren. Kleinzoon, die van de surprise, was even aangewipt om zijn pingpongtafel af te maken en had honderd verhalen, verwachtingen, en leefde zich helemaal in als rol van een hypermoderne Sinterklaas, een die de 3D machine kan besturen. Zoonlief had hem wel heel veel geholpen daarmee, maar een kniesoor die daar op let. Zijn Franse Opa haalde hem na een uurtje weer op.

Daarna keken Lief en ik de film ‘De Soloist’ van de regisseur Joe Wright uit 2009 op de televisie. Een aandoenlijk drama, over een journalist die door toeval ontdekt dat een dakloze man ooit begonnen was aan het conservatorium. Die laatste rol was ongelooflijk goed gespeeld door Jamie Foxx. De film is gemaakt naar aanleiding van dit waar gebeurde verhaal. Nathaniel zoals de dakloze man heet, was vroeger ooit een begaafde cellist tot hij stemmen in zijn hoofd hoorde. De journalist probeert hem terug te krijgen in het gareel, totdat hij inziet, dat elk vogeltje zingt zo hij gebekt is en dat je iemand niet kan vormen naar wat jij denkt dat goed is voor de ander. Meesterlijke rollen, waanzinnig goed gespeeld.

Een begin gemaakt met het boek De Camino. Makkelijke weglezer is het eerste oordeel na een aantal bladzijden en het wekt vooral de nieuwsgierigheid op. Ze ontpelt vanaf bladzijde een steeds een beetje mysterie, dat er in besloten ligt.

Lief is met een vriend op stap. Het is een spannende tocht want de vriend had wel de plaats maar geen tijd genoemd. In de ochtend is een ruim begrip. Het weer werkt mee en als ze elkaar mislopen zat er in ieder geval een heerlijke frisse wandeling aan vast.

De afspraak met de oogarts is gemaakt. De wachttijd viel nog mee. De afspraak met de uroloog kan pas na de lunch. Het systeem was uitgevallen, toen ik in de ochtend belde. In de middag kon ik wel weer terecht. OOk in december, in Bilthoven, Het scheelde heel wat wachtdagen met het ziekenhuis hier in de stad. We zijn benieuwd. Zoonlief belde en ik bezwoer hem: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’,

Burney Bos is overlleden en meteen komt er weer een stukje verleden om de hoek kijken. Sentiment ook, nostalgie. We zitten weer op het grote bed met elkaar, de kinderen en ik, op zondagmorgen. Manlief is voetballen, maar wij hebben alle tijd. Op de VPRO ademt een groot deel van het aanbod Burney Bos. Hij heeft een belangrijk stempel gedrukt op het belang van televisie kijken. Het was zo de moeite waard. Hij voedde het nonconformisme dat ik hoog in het vaandel had en zeker voor de kinderen. Loop niet mee met de massa, zorg dat je zelfstandig blijft denken, wees kritisch op wat de maatschappij of het gewone leven je voorschotelt. Puur op gevoel trouwens, zoals ik dat altijd al had gedaan.

Appje van een van mijn lieve oud-collega’s uit de verpleging. Hij haalt me zondag keurig op met zijn bolide. We hebben een lunch in Leiden met ongeveer tien man. De app begon met ‘Dag Vrouwe van Nieuwegein tot Vreeswijk’ en ondertekent met ‘Uw immer toegenegen koetsier’. Haha, mijn dag kan niet meer stuk. Dat belooft wat.

Overpeinzingen

Vol verwachting dus

Voor de boekbespreking Rebelse Genieën van Andrea Wulf moesten we in Den Haag zijn. Altijd weer fijn om door de zo bekende straten te rijden. De gastvrouw woonde in een statige wijk. Voor de reizigers was er een heerlijke kop thee met een banketbakkerskoekje en een fijn uitzicht op de stadstuin, waar de vogels af en aan vlogen. Toen iedereen binnen was gedruppeld, konden we beginnen. De biografie was eveneens goed ontvangen door de andere vier lezers. Er waren wat puntjes van kritiek, maar over het algemeen was het oordeel: Leest vlot weg, mooie sfeertekeningen, fijn zoals de personages worden geïntroduceerd. Als (milde) kritiek: Heeft de auteur niet het nodige zelf ingevuld of haar eigen mening over een persoon teveel geventileerd. We vonden haar soms te breedsprakig en er waren wel heel veel noten. Achter in het boek stonden de karakters beschreven, alleen niet allemaal. Sommige nauwelijks en bij anderen was alleen het werk beschreven. We zagen de hoeveelheid werk die ze er aan had gehad en we hadden allen respect voor dit staaltje van vernuft, Bovendien hadden we het allemaal met veel plezier gelezen.

In de drukke avondspits naar huis, vriendinlief reed mee. “S Avonds hadden we een vergadering van de tuin. Ik zou dochterlief ophalen en daar een hapje eten. Mmmm, bietenstamp met heerlijke balletjes. Onderweg zagen we een reiger in het donker roerloos in de sloot staan. Hij moest wel heel erg honger hebben, dachten we. Eigenlijk was ik al te moe voor de vergadering. De voorzitter was ziek, dus nam iemand haar waar. Het bleek dat er meer mensen last hadden van breedsprakerigheid en ook werden de zaken regelmatig op herhaling gezet. Ach ja. Twee keer per jaar is te overzien. Om kwart over tien spoorslag naar huis. Voor vandaag wachtte me een doktersconsult om half negen.

Dat betekende al heel vroeg in de running. Vijf voor half negen schoof ik, een beetje brak, de wachtkamer in. Het was niet druk. Een man van mijn leeftijd die de hele tijd voorovergebogen naar de grond zat te staren, een moeder met twee wel heel sippe kinderen, en een vrouw met, naar ik dacht, ook een grote zoon. Er hingen weer schilderijen aan de muur. Niet mijn smaak, maar dat mag verschillen natuurlijk. Wel pittig geprijsd. Allen zo rond de 1250 euro.

Mijn dokter is een lieve vrouw, zo eentje van aanpakken en geen zoete broodjes bakken. Ze zegt het recht op de vrouw af, maar heeft tot in het oneindige geduld, als je een en ander uitlegt. Een ouderdomskwaaltje dacht ik, maar bij nader onderzoek toch maar een doorverwijzing naar de uroloog en voor mijn ogen naar de oogarts. De gegevens werden per mail opgestuurd en kwamen in het patiëntenportaal. Heerlijk die efficiëntie van tegenwoordig en geen papieren rompslomp meer.

Het voelde bijna als een vrije dag, zo’n moment zonder afspraken. Lief maakte de koffie en we kletsten even bij. Het nieuwe boek voor de leesclub ligt klaar. Het is de Camino van Anya Niewierra. Een thriller voor de afwisseling. De recensies zijn goed. Wie weet. Voor de bioclub hebben we de biografie van Theo Thijssen gekozen van Peter-Paul de Baar. Heel benieuwd naar deze schrijver van onder andere Kees de Jonge, schoolmeester en socialist. Ook een tamelijk dikke pil, dus een flinke noot om te kraken als hij door de bus glijdt. Vol verwachting dus.

Overpeinzingen

Niets is leuker

Gisterenmorgen was er wat consternatie over een vink op de voederplank. Hij was al minstens een half uur aan het eten. Zoonlief haalde de verrekijker erbij en maakte op die manier een filmpje. Het bleek dat het arme diertje een deel van zijn snavel kwijt was. Het zag er naar uit. Hij gebruikte zijn tongetje om de zaadjes naar binnen te werken. Op zich weer een staaltje van vernuft, maar lang zal hij het niet vol houden. Hoe raak je nou een deel van een snavel kwijt.

Appje naar zoonlief. Kleinzoon van 12 kwam die middag even langs om zijn Sinterklaas-surprise te maken. Hij wilde een pingpong-tafel in 3D knutselen en zoonlief had het apparaat op zijn kamer staan. Die wilde hem er wel bij helpen. In de wachttijd zouden we ondertussen wat over zijn portfolio kunnen brainstormen. Ik had beloofd hem daarbij te helpen.

Op een gegeven moment kwam hij beneden en vroeg of ik kon helpen met het net in het midden van de tafel. Lief ging boodschappen doen en beloofde mandarijnen in een net mee te nemen. In de winkel had hij echter eveneens een wit fruitnet gevonden en die ook meegenomen. ‘Slim idee’ vond onze creatieve telg. Daarna een gesprek over kunst maken en dat muziek en dans, theater en poëzie ook kunst was. Ik vertelde hem dat mijn vader, zijn opa-opa, aan toneelspelen en tapdansen had gedaan.

Hij vond de kunst van de oude Meesters het meest interessant. Rembrandt, van Gogh en zo. Uitgelegd dat van Gogh veel moderner was en met een losse toets schilderde. Boeken erbij gehaald van de diverse stromingen en wikipedia voor de nodige informatie. Een op de zeventiende eeuw manier gemaakt werk van mij laten zien, een klein paneel met de suikerpot van oma, een glazen kopje, een limoen en een oud boek. Dat vond hij wel mooi. Rothko geprobeerd uit te leggen, omdat hij de afbeeldingen op vlaggen vond lijken. Tussendoor thee met pepernoten. Daarna wat of etsen was en hoe dat ging. Ik kon hem de geëtste platen laten zien en de afdrukken.

Hij wilde graag digitale kunst maken, dus kwam de Ipad te voorschijn en leerde ik hem de basisregels van gebruik. Hij begon direct al moeilijk in perspectief. Een driedimensionaal huis met plat dak. Lastig, ook voor mij haha. Schoondochter heeft een format in dit tekenprogramma voor het ontwerpen van 3D meubelen. Daar kan hij een keertje in de leer. Verder keuvelden we de hele middag gezellig door. Aan onderwerpen geen gebrek.

Hij wilde hooguit 85 worden gaf hij aan, geen 113. ‘En als je nou nog geen kwalen hebt’, vroeg ik hem. ‘Wat zijn kwalen?’. Uitgelegd. Dan wilde hij dat wel. De Eeuwtelling uitgelegd. Rembrandt is geboren in 1605, dus in de 17e eeuw.

Na de pepernoten waren er nacho’s met een smaakje. Het ging erin als koek. Na een tijd van alles te hebben uitgeprobeerd op de Ipad, tekende hij een woeste leeuw met een hanekam met de poten vooruit. Daaronder stond al een vulkaan en in het vierkant ernaast een voetbalveld. Nu had de leeuw de bal vooruitgeschopt van het veld af richting krater van de vulkaan.

We moesten er om gniffelen. ‘Je zegt dat je geen fantasie hebt, maar dit is behoorlijk wat fantasie, lieverd’ Wijze oma-raad om met zich mee te nemen. Met zoonlief vogelde hij uit hoe het netje in het midden van de pingpongtafel gespannen kon worden en dat printen zou nog drie uur duren. Dat was te lang en zoonlief bracht hem netjes thuis.

Het portfolio komt er wel. Als hij zijn fantasie en verbeeldingskracht kan laten rollen, want dat bezit hij in hoge mate. Kwaliteitstijd met kleinzoon. Niets is leuker.

Overpeinzingen

Hun eigen kracht

Douchen, je kunt er tegenop zien. Als het adembenemend is, of inspannend, als de wc als krukje dreigt te dienen tussen de bedrijven door. Ik denk aan de steunen die in onze badkamer geschroefd werden om mijn vader te helpen zich staande te houden, even later een opklapstoeltje onder de douche en steunen, die weggeklapt konden worden als je wilde gaan zitten. Of haal ik al die huizen waar ik mensen thuis moest wassen, door elkaar en waste ik mijn vader slechts op een krukje voor de wastafel. Wonderlijk dat dat soort inkijkjes verdwijnen naar de diepste krochten van de geest, kennelijk.

Er zaten heel wat markante figuren tussen in de wijk. Iedere ochtend parkeerde ik mijn auto in de straat voor het fort. Daar lag een vrouw op bed, die ik moest wassen en zwachtelen. Ze was rond, maar het blozende hoofd had plaats gemaakt voor een lijdend gezicht. Ze had pijn als ze zich verroerde. Daarna dronk ik steevast koffie met hen. Haar man had eerst alle hulpmiddelen aangedragen, wasbak, washandje, handdoek, schoon ondergoed en een schone nachtpon. Daarna bracht hij drie bekers koffie. Ik dronk bij het oortje, omdat de bekers bruine en nog vuile randen hadden, maar dat was me bekend. Dat gesprekje daarna was van grote waarde. Het ging niet om de inhoud of de vragen die ze kwijt konden, maar om de aandacht. De man en de vrouw in dat bedompte kamertje, hun eenzaamheid in die loop van het leven.

Een ander stel beschikte over een aangepaste badkamer. De vrouw lag in een gipskorset en moest elke morgen even eruit, gedoucht en terug in haar harnas. Er darden wat kinderen omheen. Er was hulp. Elke ochtend weer, minstens een jaar lang, stond ik er voor de deur.

Een huisje in het struweel, niet meer dan een houten barak, de geur van handgefilterde koffie en gekookte melk, vader in een klein kamertje naast de keuken, de struise dochter, een en al aanpakken, zorgde voor een behaaglijke omlijsting. Als vader gewassen was en weer terug in een schoon bed, keuvelden we de koffie weg. Zoete koek erbij met verse boter. Cadeautje.

De weeë geur van nachtemmers in het bedompte huis. In het schemerdonker de weg vinden en de man zijn zwachtels aan doen. Dan kon hij zelf weer vooruit. Eerst de nachtemmer in de put voor het huis middenop het plein legen. Ziezo, de dag kon beginnen.

De bleke doorschijnende man in het bed, zijn in-verdrietige vrouw ernaast. Alles deed hem zeer. Ook hier een plastic teiltje met warm water. Behoedzaam schoof het washandje onder de stakerige oksels, door de scheuten heen toch nog steeds een paar kwinkslagen en een beverige lach. ‘We moeten er het beste van maken’ zei de vrouw. Dat kan een heel verschillende beleving geven. Deze drukte zwaar op hen beiden. Het zou niet lang meer duren.

De man zonder neus met zijn PSP=affiche tegen het zolderraam om alle piloten te helpen goede keuzes te maken. Eerst zijn lelijke, te grote. plastic prothese eraf, dan de wondranden schoon maken en iedere dag weer het grapje. ‘Pas op hoor, niet te dichtbij anders bijt ik je neus eraf’. Wat een heerlijke man was het toch. Er was geen tijd om hem te douchen, dat moest hij alleen doen, maar hem even snel helpen met de was ophangen of in de machine stoppen, de keuken aan kant en voor een warme kop koffie zorgen, dat kon best als je snel doorwerkte. Mensen groeien op aandacht.

Al die badkamers en kamers rollen in gedachten over elkaar heen, maar de mensen staan haarfijn op het netvlies en zijn daar altijd gebleven. Ieder in hun eigen kracht.

Overpeinzingen

We zullen zien

Worldpress vraagt waar mijn voorkeur naar uitgaat: Het strand of de bergen. Daar is maar een antwoord mogelijk. Beide natuurlijk. Als ik ga uitwaaieren op het strand dan is dat zeer van betekenis. Ik geniet van de weidsheid en de zilte lucht, de wind die de strijd aangaat met de wapperende haren, de wolkenluchten die elkaar in snel tempo opvolgen, het geknerp van de schelpen onder je voeten. Niets werkt beter, dan met muizenissen in je hoofd naar het strand te gaan en zelfs in de schamele meters die ik er nu langs kan lopen vliegen ze met de wind mee naar de verre oorden over het water. Met een frisse neus, een nieuwe energie en een schoon gemoed kom ik er vandaan.

In de reis naar ons huis in Hongarije, was ik verrukt van het beeld dat ik nog kende van vroeger. Bergen met besneeuwde toppen waar we dankzij het gemak van de nieuwe tunnels en wegen moeiteloos onderdoor reden. Wat een heerlijkheid was deze vernieuwde kennismaking, vooral omdat ik had gedacht ze nooit meer terug te zien. Maar het allergrootste ontzag kreeg ik voor de berg en haar eeuwenoud bestaan door de tocht naar de waterval in Kroatië afgelopen oktober. . Nooit, voor mijn gevoel, had ik zo oog in oog gestaan met de imposante en indrukwekkende reuzen. Ik voelde me nietig en klein. Alice in Wonderland en had er graag de klimpartij na de waterval voor over. We moesten natuurlijk ook weer omhoog.

Vannacht had ik nog meer last van de kaken, het hoesten had zich verergerd en ik had het beurtelings koud en warm. Ik kneep ‘m een beetje, want als het corona zou zijn, konden een heleboel activiteiten sowieso geen doorgang vinden. Daar zaten een paar hele leuke bij. Woensdag de bio club en de bespreking van het boek Rebelse Genieën van Andrea Wulf. Woensdagavond een tuinvergadering. Zaterdag een reünie annex lunch van onze opleidingsgroep tot verpleegkundige uit 1973. Te leuk om te moeten missen. En ik word ook nog heel luxe opgehaald en thuisgebracht. Dan moet ik eerst mezelf weer in elkaar knutselen. Zoonlief had een coronatest voor me. Lief was mijn assistent. Geen corona, tot mijn grote opluchting. Dan moest de grieperigheid in bedwang gehouden worden door heel koest te blijven. Misschien wat extra vitaminen en het geloof bewaren in mijn sterke gesternte. Een uitdaging al met al.

Vanmorgen keek ik de twee eerste afleveringen van Sterren op het Doek terug. Vooral om de technieken en de resultaten die de diverse schilders bereiken maar ook om Eus, die op een prettige manier vooral de diepte in weet te gaan. Robben bleef zelf een beetje op de vlakte, maar met Olcay Gulsen ging dat als vanouds vanzelf, niet in de laatste plaats door alles wat die kleine doorzetter allemaal had gedaan in haar leven. De kunstwerken waren weer zeer verschillend, maar door de bank genomen vond ik de olieverfschilderijen vooral goed eruit komen. De gelaagdheid van het schilderen op plexiglas was een interessante. Ergens heb ik nog een plexiglazen zijruit van mijn eerste kleine blauwe prins. Wie weet wat nieuwe ideeën opleveren. Vanavond komt Daan Schuurmans, een markant hoofd. Ben benieuwd welke kunstenaars zich daarop gaan botvieren. We zullen zien.

Overpeinzingen

Hulde aan moeder en zoon

Toch een tikkeltje geveld. Ik krijg namelijk een onbedwingbare zin in kippen-noedelsoep. Dat is al jaar en dag een veeg teken.

Mijn gedachten zijn nog steeds in het dorpje Jena, bij onze rebelse genieën. Wat een rijkdom als je deze erudiete gemeenschap vergelijkt met de afgelopen verkiezingen. Mensen die bezig zijn zich een weg door de schoonheid te banen, wetenschap poëtiseren, natuur poëtiseren. Een Schelling die zijn studenten niet leert over de dode grote mannen uit het verleden, maar ze een blik gunt op de toekomst. Alles staat in verbinding met elkaar, alles is een. Hoe romantisch als een hoogleraar zijn theorieën te berde brengt, staande aan een katheder verlicht door twee kaarsen en zijn studenten vanuit de donkere zaal zicht geeft op wat bijna als magie overkomt. Die sfeer dus.

Gisteren hebben we gezellig zitten keuvelen met de allerjongste aanwinst. Wat een heerlijk goedlachs en lief poppie is het toch. Haar tandjes komen door dus als er gevoed moet worden knarst ze het tandeloze bekkie meedogenloos heen en weer, drinkt niet of nauwelijks, maar laat zich wel heerlijk afleiden. De grote ogen met lange wimpers kijken pienter en alert de wereld in. Ook zo’n vredige kleine is een mooie tegenhang.

Zoonlief kwam thuis met de kleine krullebol, die bijna klein-af is en zich in het ziekenhuis zeer kranig had gedragen. Hij had er driekwart walnoot opgegeten en daarna mocht hij lekker spelen met een ander jongetje dat in hetzelfde schuitje zat. Al gauw was gebleken dat hij allergisch bleek voor walnoten en pecannoten, maar voor pepernoten gelukkig niet en dat was een hele geruststelling. Met histamine mee was het leed in de vroege middag alweer geleden. Zoonlief legde de benjamin op bed en ik putte uit het arsenaal aan Sintliedjes er enkele grappige op. ‘Sinterklaas is verdwenen’, ‘In Spanje daar zijn hoge bergen’ en natuurlijk de inmiddels klassieker: ‘Kleine Piet ging uit fietsen.’ Altijd handig zo’n onuitputtelijk arsenaal aan liedjes, voor elke situatie wel een.

Bij 2Doc.nl bevindt zich een documentaire van de VPRO van de filmmaker Gijs Wilber. Zijn moeder Lot heeft al enkele jaren last van ernstige vergeetachtigheid. Haar man heeft het over een enorme roze olifant in de kamer, de opkomende Alzheimer, en dat niemand, incluis hemzelf, dat bespreekbaar maakt met Lot zelf. Lot en haar man gaan door het verleden en zijn aan het inpakken omdat ze gaan verhuizen Aan het eind trekt zoonlief de stoute schoenen aan na een goed gesprek met zijn vader en gaat het gesprek met zijn moeder aan, omdat heel duidelijk te zien is dat ze er onder lijdt. Het wordt een zeer aangrijpend interview, waarin Lot aangeeft al heel lang te weten dat het niet goed gaat en ze veel te vergeetachtig is. Ze haalt aan dat ze haar eigen moeder ook zo heeft meegemaakt en ze weet dus precies wat haar te wachten staat. Met dit gesprek geeft zoonlief haar haar waardigheid terug. ‘Dit ben ik, dit mankeert mij en ikzelf en jullie moeten er mee dealen. Ik hoop wel nog op tien mooie jaren met je vader’, geeft ze hem als zalf op de wonde mee.

Soms zijn lastige vraagstukken openbreken heilzamer dan doen alsof er niets aan de hand is. Open kaart spelen is iets wat hoog in het vaandel staat. Om de hete brei heen draaien, kan achterdochtig maken en wekt irritatie op, ook al is de reden van het verzwijgen aan alle kanten te begrijpen. In het geval van Lot zal het voor een groot deel haar eenzaamheid weggenomen hebben. Hulde aan moeder en zoon.

Overpeinzingen

Een mooie tegenhanger voor de onrust in de buitenwereld

Tante Pollewop staat naast haar juf en houdt haar hand stevig vast. Tussen alle mensen door vangen we een glimp op van haar gezicht. Het licht op en ze zegt iets tegen juf. Die laat haar niet gaan. Als we bij hen aangekomen zijn, stelt ze zich netjes voor en ze vraagt of ik de moeder van dochterlief ben. Als ik instemmend knik, zegt ze zachtjes: ‘Zo’n heerlijk kind, deze dame‘. Ik beaam het. Lief krijgt ook een hand, daarna schuift de kleine haar hand in de mijne en we kunnen gaan. Ik krijg nog een losse capuchon mee, die van haar jasje is getrokken in de vuur van een spel. Rugzak op en on y va.

Schoonzoon werkt vandaag toch thuis. Dat betekent dat we thee krijgen en er liggen chocolade pepernoten in de la, die verlekkerd in ogenschouw worden genomen. Ze wil vijf witte en twee bruine. Ik maak een kleurplaat van sinterklaas, maar mis duidelijk de gebruikelijke routine. Toen ik de groep nog had, maakte ik alle kleurplaten eigenhandig, eenvoudigweg omdat ik ze niet zo statig maar speels wilde hebben. Soms zeiden de kinderen wat ze er dan bij wilden. Ze hadden gretig aftrek. Het stimuleerde ook tot het maken van eigen kleurplaten. Voor elk project een paar nieuwe, maatgesneden.

Natuurlijk vroeg ze naar de Ipad, maar eerst ging ze tekenen op papier, die we met moeite tussen al de volle en halfvolle blaadjes nog konden vinden. Tussen neus en lippen door vertelde ze dat een meisje op school had gezegd dat ze kraste. KInderen zijn in het oordeel meedogenloos. Toch reageerde ze er naar mij toe vrij laconiek op en haalde haar schouders op. ‘Zo is het schat, gooi maar in mijn petje’, dacht ik. Daar begint al de invloed. Dat merkte ik ook toen ze tussen de lijntjes wilde kleuren. Langzaamaan wordt de vrijheid ingekaderd, willekeurig of onwillekeurig.

Op school was er een kind dat altijd direct naar de knutselhoek ging tijdens de inloop. Daar knipte en plakte, scheurde en tekende ze dat het een lieve lust was. Helaas was haar moeder er ook en die had nog al wat dwingende waarschuwingen voor haar. Pas op, denk aan je jurk, niet je handen vies maken, ga nou niet plakken, netjes kleuren hoor, nee, veel te veel lijm, we gaan nog niet verven, pas op je stapt erin, en dat twintig minuten lang. Na een aantal van dit soort sessies had ik een meisje dat niet meer wilde knutselen, haar jurk nuffig netjes wilde houden, haar lakschoentjes niet vies ging maken in de zandbak. Alle animo en zelfexpressie was er grondig uitgehaald.

Op ouderavonden vertelde ik altijd dat we een atelier waren. Dat kinderen zich soms te buiten gingen aan grote scheppingsdrang en dat dat alleen maar toe te juichen was. Advies: Oude kleren aan.

Tante Pollewop had er nog geen last van. Ze wachtte geduldig tot de tekenpen opgeladen was, iets wat ik expres wat langer liet duren en de middag vloog voorbij. Af en toe een sinterklaaslied er tussen door en verhalen te over. Op het laatst natuurlijk toch een paar tekeningen op het magische scherm. Alle lievelingskleuren kwamen langs.

Ze tekende vormen, een cirkel, rechthoek, driehoek, vierkant en natuurlijk een hart in mooie pastels met lollies ernaast. Daarna op een nieuw blad een Eenhoornlelie en een Zeemeerminlelie en schaterde het uit om de handen, die ze extra groot tekende en daarna natuurlijk ook nog ‘poepje’, een meisje met een roze hartje in haar hand en roze haren. De achtergrond was een vlag. Dat alles in de mooiste kleuren. Drie was genoeg en we wilden net aan de puzzel beginnen toen papa al weer naar beneden kwam en klaar was met werk.

Lief had de hele tijd gezellig aan tafel zitten lezen. Zo’n gemoedelijk huiselijk sfeertje. Een mooie tegenhanger voor de onrust in de buitenwereld.

Overpeinzingen

Tot gauw

Na de drukke zaterdag, was er zondag geen tijd om uit te slapen. Om 12.00 uur zouden we in Wijk aan Zee met de familie boodschappen schrijven in het zand om ze door de golven mee te laten nemen naar de vader van de kinderen, die op z’n wolkje zijn 67e verjaardag vierde.

Zee is een geliefde plek van ons, altijd al geweest. Het is heerlijk om, bij een overvolle agenda of een hoofd dat over loopt, langs het strand te wandelen en uit te waaien. De weg naar Wijk toe was goed te doen. Een zonnetje begeleidde ons. Hoe meer we het stadje naderden, des te drukker werd de weg er naar toe, niet in de laatste plaats door heel veel geparkeerde auto’s langs de kanten. Waarom was het zo druk. Al gauw merkte we dat het vooral watersporters waren, die zich achter de auto aan het omkleden waren, of hun boards en surfplanken te voorschijn haalden. Met de troosteloze opdoemende staalfabrieken en hoogovens aan de linkerkant kreeg het toch een zwaarmoedig tintje.Grote zwarte rookpluimen werden uitgebraakt door de hoge schoorstenen. Zon was weggekropen achter een steeds toenemende grijs. Af en toe waren er ragfijne druppels. Al met al verdiende de omgeving niet de schoonheidsprijs.

Als eerste zagen we de globetrotters, die uitkeken over het water. Toen we een plek gevonden hadden op de overvolle parkeerplaats en uitstapten, blies er een adembenemende harde wind. Mistroostig was de entourage. We moesten een meter naar het paviljoen lopen en de wind stond pal op ons, blies alles wat aan lucht kon helpen, in ons gezicht. Wind tegen.

Ik was in de ochtend al heel moe geworden van het hoesten en eerlijk gezegd zakte de moed me een beetje in de schoenen toen ik naast de lastige weg er naar toe ook een strand zag vol kite-surfers, en vliegeraars, die met verve hun zeilen lieten bollen door de harde wind. Bij ons restaurant waar zoonlief een tafel had gereserveerd, stonden houten terrasstoelen aan de zijkant. Daar gingen we zitten wachten tot de rest zou komen. Tante Pollewop genoot met volle teugen van het zand, de filosoof had meer dan genoeg van die striemende wind en bleef bij ons zitten. In het zand vonden ze lange penveren van de meeuwen. Goed om zo dadelijk de boodschappen te schrijven.

Dochterlief kwam aanlopen met de hele familie in het kielzog. Inmiddels verschoof de klok al richting enen en we spraken af dat lief en ik de tafel zouden bewaken en dat zij de boodschappen zouden gaan schrijven. Met dat hoesten van mij en die harde wind was het niet te doen om het strand op te gaan.

Wij gingen naar binnen om met z’n tweeën aan de hele lange gereserveerde tafel plaats te nemen. Onder het genot van een thee namen we de omgeving op. Een sfeervol restaurant met veel plantengroen en leuke prulletjes om te bekijken.We zaten er goed, maar toch sijpelde spijt of teleurstelling door mijn hoofd om het vege lijf, dat me belette er bij te zijn. Dat meest intieme moment was toch het schrijven in het zand en de groepsknuffel erna, als we elkaar stevig vasthielden om het gevoelde gemis, dat nu weer even gestalte had gekregen.

Toen ze weer terugkwamen, kon ook voor ons het feest van samenzijn beginnen. In eerste instantie kwamen de telefoons op tafel, maar dochterlief had een rugzak vol moeilijke spelletjes meegenomen, zodat al snel iedereen daarmee aan de slag ging. Aan het hoofd van de tafel zaten zoonlief en zijn neef de filosoof een serieus spelletje Mastermind te doen, terwijl wij de wederwaardigheden doornamen.

De kaart was er een met vegetarische gerechten en veganistische gerechten voor het grootste deel en wat vleesgerechten. Heerlijk die verschuiving. Het eten was smaakvol en heerlijk.

De middag vloog om. Gelaafd in hart en ziel namen we afscheid van elkaar. Dag lieverds, tot gauw.

Overpeinzingen

Zo is ware en oprechte liefde tastbaar

Dit was zo’n gevuld en rijk weekend, dat er geen gaatjes overbleven om te schrijven. Er is wel daardoor veel om over te schrijven. Op zaterdag was er eerst de verjaardag van schoonzus, waar zoals te doen gebruikelijk, een heerlijke ongedwongen sfeer heerste. Broerlief, die gek is op frituren en zijn gasten om de haverklap van hapjes voorzag, was behoorlijk op dreef. Ik had lief gewaarschuwd, want die avond hadden we een etentje met vier lieve vriendinnen en oud-collega’s van school en hun mannen.

Maar eerst de familie. Er was nog een stoel vrij tussen de oudste schoonzus en broerlief en lief kwam naast de jongste broer te zitten. Al gauw waren zij verwikkeld in de genealogie, die ze beiden als hobby beoefenden. Schoonzus was in haar element en helemaal jarig. Doorgaans werd er vrij luid en uitgebreid gesproken. Een gemoedelijke echte Utrechtse sfeer, niet in de laatste plaats door het dialect. Er kwamen wat ongemakken langs en wat wel en wee. Doorgaans zien we elkaar alleen op verjaardagen, dus valt er heel wat bij te kletsen. Tegen de tijd dat het tegen vijven liep gingen we weer, hartelijk uitgezwaaid.

Het oponthoud van de heenreis in gedachten, nam ik de sluiproute over de ringweg. Precies om half zes stapten we uit. Bij vriendinlief sloeg de warmte en de sfeer je al tegemoet. Heerlijk. De tafel was prachtig. Trots moest eerst het huis getoond worden, een bescheiden benedenflat, maar ruim ingedeeld. Ze liet trots haar atelier zien, waar ze, sinds alle kinderen uit huis waren, weer ruimte voor had. Ook was er een nieuwe keuken, van alle gemakken voorzien. Alle nieuwe snufjes zaten erin. Iets om van te dromen als je het vergelijkt met ons keukentje van de woningbouwvereniging. En voor het eerst in zijn leven had manlief, die zelf ook gouden handjes had, iemand laten komen om te stucen. Het resultaat was geweldig. Als kleur hadden ze gekozen voor zacht Turkoois, de lievelingskleur van vriendinlief. Al haar schilderijen waren ook in die kleuren. Zo vertrouwd.

De verhalen schoten over en weer samen met haar vertrouwde bulderende lach. Een voor een druppelden de anderen binnen en trots vertelden de lieverds bij een drankje, dat ze speciaal voor deze ontmoeting een kookcursus hadden gevolgd bij een zus van manlief. We zouden een Libanese avond hebben. De tafel kwam in een mum van tijd vol te staan met schalen en schaaltjes. Onze gastheer was sinds een paar maanden gepensioneerd en had er dankzij deze actie een nieuwe hobby bij, want het kokkerellen samen met zijn lief was hem goed bevallen. De verhalen en anekdotes vlogen over de tafel en de sfeer was warm en vertrouwd. Ook de mannen hadden het druk met elkaar. Gesprekken over Utrecht, over relaties, over het leven en de liefde, geen onderwerp werd geschuwd.

De gastvrouw had nog een verrassing voor ieder stel. Eerst droeg ze de mooie tekst voor van Bram Vermeulen, een van mijn lievelings-dichters/zangers: ‘De Steen’ een toepasselijke tekst over hoe ieder van ons van betekenis is voor anderen. Alleen al de wetenschap dat we allemaal, soms zonder het bewust te zijn, van belang zijn voor andere levens is cruciaal. Dat je een steen in de rivier bent, die er voor zorgt dat de stroming verandert is zo’n sterk en mooi idee. En wij, in het onderwijs, mogen schrijven op de aanvankelijk nog onbeschreven bladen van al die kinderlevens, die we onder onze hoede krijgen. Dat zorgt ervoor dat onderwijs een passie is.

Daarnaast had ze een flesje gevuld met liefde, in de lievelingskleuren voor ieder stel en een prachtig beschilderde gladde steen. Die van ons bijvoorbeeld was een dagpauwoog, gedetailleerd en precies, omdat ik er veelvuldig over geblogd had in Hongarije. Kijk met zo’n lieve geste kan de vriendschap natuurlijk nooit meer stuk. Wat voelden we ons met elkaar verbonden. Zo is ware en oprechte liefde tastbaar..

Overpeinzingen

Verwonder je

Er staan voor vandaag twee bezoeken op het programma. De eerste is een bezoek aan de jarige schoonzus, waar we gelukkig ‘s middags al terecht kunnen en de tweede is een afspraak voor een etentje dat een half jaar geleden spontaan ontstond in een telefoongesprek. Ze staat al tijden in de agenda en we kijken er zeer naar uit. Hoe je je verheugen kan op iets.

De zonnige dag gisteren maakte veel goed. Alle regen verdween inderdaad als sneeuw voor de zon. Ik moest het linnen doek omwisselen, die ik de week ervoor gekocht had en die een missende hoek bleek te hebben, waardoor er niet op te schilderen viel omdat het niet meer te spannen was. Niets vervelender dan een slappe ondergrond. De vraag is hoe zo’n stukje hoek kan verdwijnen. Hadden de muizen er aan geknabbeld? Maar de sealing eromheen was nog intact. Raadselachtig.

Vannacht heb ik mijn trouwe rode Daf 33 in de verkoop gedaan in mijn droom, details ontbreken. Maar ik zag hem duidelijk. En er waren wel honderd manieren waarop ik me ging voorbereiden om de bloeddruk onder de meest gunstigste omstandigheden te meten. De hoge bloeddruk bij de assistente was toch een gevalletje ‘ witte-jassen-hoge-bloeddruk’. Want thuis laat het apparaatje een ideale bloeddruk zien en een kalme polsslag. Een geruststelling op zich, daar waren de voorzorgsmaatregelen uit de droom niet eens bij nodig

Met de boekenclub hebben we de keuze uit vier boeken, waarbij de Camino van Anya Niewierra en De `moeders van Mahipar van Foruch Karimi de hoogste ogen gooien. Beiden kennen boeiende recensies.

Ondertussen geniet ik dagelijks van een flinke portie Filosofen met het boek Rebelse Genieën van Andrea Wulf. Ze schrijft heerlijk en gebruikt bij tijd en wijle zulke beeldende zinnen dat het niet moeilijk is om je te verplaatsen in de hoofdpersonen uit de Jena-kring. Ook vrouwen krijgen hun nodige aandeel erin. Iets dat opmerkelijk is in een tijdgeest, waar vrouwen doorgaans onrechtvaardig werden behandeld, niet alleen in het dagelijkse leven maar ook in de literatuur en de poëzie. Friedrich Schlegel wordt bijvoorbeeld omschreven als: Met zijn ongepoederde donkerbruine haar, in verstelde kleren en een versleten rabarberkleurige jas stoof Friedrich in de lichte appartementen in de Pruisische hoofdstad door elegante kamers met hoge plafonds, sloeg champagne achterover uit kristallen glazen en at van fijne porseleinen borden.’ Daardoor is er totaal geen probleem om een beeld te vormen van deze persoonlijkheid die wars was van de gevestigde orde. Schrijven is een kunst.

Zo vlieg ik door de tijd op de vleugels van het woord. Aan de ene kant zou je kunnen verlangen naar die 18e eeuw, maar wie tussen de regels door blijft lezen ontdekt dat er net zo veel onrust was als heden ten dage. Oorlogen waren schering en inslag, waarbij niet zelden het spreekwoord ‘Zo gewonnen, zo geronnen’ van toepassing zou kunnen zijn. En toch…Het intellectuele milieu, de avonden vervuld van gesprekken over literatuur, poëzie, wetenschap, de manier waarop schoonheid en de kunst aandacht en vaak ook de voorrang kregen in belangrijkheid zorgt voor een lichte weemoed. Terwijl er aan de andere kant net zo goed veel tegenstellingen waren, onderling maar zeker tussen de gevestigde orde en de romantici die vol verve hun grenzen verschoven.

Als ik de Groene opsla van deze week met bijdragen over elke politicus die een rol zullen spelen in de komende verkiezingen, zie ik hetzelfde. Ik lees over het feit dat mensen struikelen over banale dingen, zoals bijvoorbeeld het postuur van Frans Timmermans. Soms begrijp ik het niet allemaal meer. Vroeger zeiden we dan ‘Gooi maar in mijn pet’. Maar niets doen wil je ook niet en je stem niet gebruiken al helemaal niet. Dan verlang ik naar een poëtische oplossing als van Novalis. ‘De wereld romantiseren is om ons de magie en het wonder van de wereld te laten zien. Het buitengewone in het gewone zien, ofwel met de woorden van mijn wijze vriendin voor ogen: ‘Verwonder je’.

Overpeinzingen

Naar huis

App van zus. ‘Gingen we mee naar kasteel de Haar’. Lief wilde, ondanks dat het een echt slot was, toch liever in zijn literaire middeleeuwen toeven, dus sprak ik met de zussen af en wachtte op half een, omdat ze me op zouden pikken. We hadden uitzonderlijk mazzel, want het was een keertje droog. Broerlief bleek ook in de auto te zitten.

Eigenlijk altijd weer een wonderbaarlijke ervaring. Zoveel schoonheid en interessante historische gebouwen om de hoek. Het kasteel kenmerkt zich door een weidse kasteeltuin compleet met rosarium en diverse waterpartijen en het is het grootste en meest luxe kasteel van Nederland compleet met een aantal bijgebouwen en een kerk.

Herfst kleurde het park in alle aardetinten die er maar zijn en ondanks de ietwat nevelige lichtval was het toch een oase aan kleur. Als bomenfluisteraar kom je bij al die enorme oude beuken en eiken wel aan je trekken. Ze delen eeuwen aan verhalen. Op het dode hout van sommige kale stammen zaten grote zwammen. We liepen het bos en het Engelse landschapspark rond, genietend van de grillige vormen, het zompige nat ontwijkend. Maar soms kwamen we er niet onderuit een nat voetje te halen of weg te zakken in het slik. Rietdekkers waren bij een tuinhuis het dak aan het vernieuwen, het oude riet ter zijde geschoven en de schoven nieuw riet op een slordige stapel klaar voor gebruik. De doolhof lieten we links liggen, maar het hertenkamp bezochten we, verbaasden ons over de zwarte edelherten met de enorme geweien, duidelijk afwijkend van de damherten en de reeën.

In de slotgracht lieten twee statige zwanen zich bewonderen en hier en daar zagen we een fuut en wat meerkoeten. In het rosarium waren nog de naweeën van een volop bloeiende zomer te zien. De weelderige beeldentuin vraagt om opnieuw een bezoek in de lente of zomer, als alles in bloei staat of in knop. Onze missie was niet het kasteel met haar imposante entree. We hadden heerlijk gewandeld en fijn bijgepraat. De gewoonlijke afsluiting bij ‘t Wapen van Haarzuylen bestond uit bitterballen en een drankje.

Met een binnenweg vermeden we de overvolle snelwegen en waren zo weer voor mijn deur. Dag lieve familie tot gauw. Lief had zich vermaakt met de robotstofzuiger die we van zoonlief hadden gekregen en waar de jongste zoon zijn technisch vernuft op had kunnen botvieren. Stoffie reed weer als een zonnetje en hapte moeiteloos stof. Gemak dient de mens.

De middeleeuwen waren nog alom in zijn hoofd aanwezig. Na de maaltijd ging ik op pad naar de leesclub, die bij een van ons thuis was. Warm onthaal. We hadden elkaar gemist. Allereerst ging het over de ondoorzichtige politiek en de keuze waar we straks voor stonden. Twijfel was er genoeg. Hoezo bestuurlijke veranderingen en waar zijn die dan te vinden. Moet je gaan voor een strategische keuze of voor waar je voor staat. Keuzes, keuzes.

Het boek Het Ongelukskind werd unaniem de hemel ingeprezen, helemaal omdat het een debuut was van deze Beatrice Salvioni en het al vertaald was in 28 talen en voor een tv-serie was uitverkoren. Filmrechten waren ook al gekocht. Het is haar heldere taal, de standvastigheid en eigenheid van een van de hoofdpersonen, de roerige tijden waar we ons in bevonden. Het Italië van 1936, met de opkomst van Mussolini en consorten, maar ook de sfeer die zo’n stadje opriep, de Leeuwenbrug over de rivier de Lambro in Monza die echt bleek te bestaan, de glooiende heuvels. Aan lyriek geen gebrek. Ook de rauwe kanten werden niet geschuwd. Zo dicht als men leefde bij het leven en de dood. Een boek dat lang blijft nazinderen.

De borrel daarna verdiepte zich in overpeinzingen over het middelbare onderwijs en de moeite die leerkrachten hadden met het enthousiasmeren van hun leerlingen. In mijn optiek streeft men teveel naar meetbare resultaten en is het vertrouwen weg in het lerend vermogen van de leerlingen zelf, die met schoonheid, kunst en cultuur, maar ook met ervaring en zelfondervinding veel sneller tot verwondering kunnen komen waarbij heel wat meer skills gemoeid zijn, dan men doorgaans aanneemt. Noem het geen leren meer maar ontwikkelen. Help kinderen bij hun eigen ontwikkelingen door te luisteren naar hun behoeften en maatstaven en niet volgens de opgelegde normen van ons, oudere generatie. Het is in mijn optiek het systeem dat de plank mis slaat en leerkrachten en leerlingen laat zwemmen.

Zo sparren en bomen met een fijne groep vrienden en vriendinnen is goud waard en vervult van die warmte rij ik in de donkere nacht naar huis.

Overpeinzingen

Broodnodig

Stef Bos schrijft in het nieuwe Zin-magazine dat kunst en schoonheid helend is en haalt het brieflezende meisje van Vermeer aan. Ik zoek het schilderij op en volg zijn beschrijving. Inderdaad, wat leest ze daar en wat valt er af te lezen van haar gezicht, van haar lichaamshouding en de hele entourage.

Iets verderop heeft Francine Oomen het erover dat we niet steeds moeten beschuldigen maar ontschuldigen. Ze praat over haar jeugd en het misbruik dat haar is overkomen. Ik filter eruit dat een kind vaak wordt misbruikt door een volwassen kind dat zelf misbruikt is en vraag me tegelijkertijd af waarom je dat zou doen als je de ellende die het veroorzaakt aan den lijve hebt ondervonden. Ze hanteert die lijn van ontschuldigen voor haarzelf. Daarnaast geeft ze aan dat haar grote innerlijke drang tot expressie uiteindelijk de remedie bleek tegen depressie.

Hanneke Groenteman verwoordt hoe ze dagelijks haar kop in het zand steekt omdat alle ellende er eenvoudigweg niet meer in kan. Dat ze meeleeft met álle slachtoffers ongeacht waar. Dat ze vlucht in het kaartspel met een paar goede vriendinnen en niet lastig gevallen wil worden door een man, die haar vraagt waarom ze niet mee demonstreert. Maar ze heeft geen fiducie in demonstreren, omdat het niet direct zoden aan de dijk zet.

Zo kabbelen de columns en de artikelen bij me naar binnen, waardoor ik voel dat de radars in mijn hoofd aan het werk zijn geslagen. Even goed op kauwen, deze kost.

In Rebelse Genieën laat de schrijfster Andrea Wulf ons kennis maken met Novalis, wiens grote geliefde en toekomstige vrouw na drie barbaarse zware operaties aan huis, is overleden. Hij is er van overtuigd dat we met wilskracht ons lichaam iets op kunnen leggen en op die manier wil hij de dood naar zich toe halen. Ik ben halverwege en hij is aardig hard op weg om zijn doel te bereiken. Dat verhaal speelt naast de anderen door.

Bij de assistente die met de dokter mijn bloed en urinewaardes heeft bestudeerd, bleek dat alles keurig in orde was en alleen de bovenwaarde van de bloeddruk (170/82) wat te hoog was. Voor de ouderdomskwaaltjes moest ik een afspraak met de dokter maken en Voor de bloeddruk vijf dagen lang drie keer per dag meten. Lief had er gelukkig een liggen. Vanmorgen was het 117/67 met een hartslag van 62, in alle rust. Vanmiddag in de herhaling.

Vanavond is er boekenclub en bespreken we het boek het Ongelukskind van Beatrice Salvioni. Naar aanleiding van de blog die ik er over geschreven had, vroegen de globetrotters of ik drie boeken mee wilde nemen en ondanks dat vanavond pas de boekbespreking is had ik toch al dat boek erbij gedaan, omdat het zo’n ademloos goed boek is. Dochterlief was zielsgelukkig, omdat de blog haar had geïnspireerd om het te lezen. Dat vind ik zo hartverwarmend om te horen. Mensen die zijn geraakt door de gedachten die we filteren. Mijn manier van ontsnappen is inspireren en geïnspireerd worden door het schrijven van anderen, inderdaad, naast de schoonheid van de kunst. Als de wereld woedt, is afleiding in die orde van grootte broodnodig

Overpeinzingen

Liefde dus

De zon en derhalve een glorieus begin van de dag. Het cadeau dat we hier in Holland krijgen zijn elke morgen de luchten, die aan ons oog voorbij trekken als we kantoor houden op bed. Wolkenpartijen, helder wit afgewisseld met grijstinten, perzikzachte verkleuringen, hemelsblauw of dreigend donkergrijs. Het kan allemaal. Het nachtelijke duister te zien verkleuren naar dageraad. Parels boven de daken en de bomenrij.

Tante Pollewop heet kleindochter, die zeer gedecideerd iets kan bedenken en meedelen. Ze nam ons mee naar haar kamer, waar de kast stond die de vader van de kinderen in de beginjaren tachtig van sloophout in elkaar getimmerd had. Bij mij boven op zolder viel ze nauwelijks meer op. Een stoffig geheel vol oude mappen en boeken, een verstild beeld uit het verleden. Maar dochterlief en haar eega staken de handen uit de mouwen, haalden eigenhandig het gevaarte op, pasten en meetten tot het geheel weer op haar plek stond, een deel daargelaten. Schuren en verven in de lievelingskleur van onze tante en ziedaar, een glanzend mooie robuuste kast, nu met een elegante uitstraling, voor al haar spulletjes.

Ik heb mateloze bewondering voor het geduld en het doorzettingsvermogen om dergelijke klussen tot een goed einde te brengen. Het zet voorwaar zoden aan de dijk. Tante Pollewop heeft nu een kast met betekenis, een aandenken aan opa op zijn wolk. Opa Sterretje.

We hadden weer voldoende werk om de middag door te komen. Er moesten enkele tekeningen op de Ipad gemaakt worden, een viertal puzzels, en daar tussendoor onderhoudend gebabbel over van alles en nog wat. Ik leerde haar hoe je een vogeltje kon tekenen en buiten de overbekende V-vorm wilde ze er eentje in een nest met eieren. Ze tekende een wonderschone herfstboom met bladeren in rood en oranje en hier en daar wat groen. Natuurlijk met een roze/bruine stam, dat kan niet anders als de wereld in je lievelingskleuren kleurt. De Ballarina’s zoals de vogel en het meisje heetten stonden er tenminste gekleurd op.

Lief zat aan de grote tafel erbij en las zijn boek of dook in de myheritage-perikelen. Kopje thee erbij en weg was de gutsende regen. Een warm samenzijn. De schoonzoon kwam af en toe beneden om thee uit te delen en begaf zich daarna weer naar de hogere regionen om verder te werken. Thuiswerken met dit weer kent z’n voordelen.

In de drukke avondspits reden we terug, dubbel zo alert, want in de haast doken fietsers naast, opzij en voor je op in donkere glimmende regenjassen. Ik had de sluiproute genomen, dwars door een oud gedeelte heen.

Vandaag ga ik voor een jaarlijkse check naar de huisartsenpraktijk, die onlangs is vernieuwd en veranderd in een gezondheidscentrum voor zorg en welzijn, compleet met een activiteitencentrum en een bibliotheek. Zorg is deel van het geheel. Een gezonde geest in een gezond lichaam, moeten ze gedacht hebben. Het heet nu De Componist. Wel een mooie gedachte, maar maakbaar zijn wij mensen helaas niet.

In het verhaal over de Rebelse Genieën komt Novalis binnen wandelen. Hij voegt aan Fichters leer over het Ik en het Niet-Ik de Liefde toe en omschrijft dat begrip als een eenmakende kracht, dat kan leiden tot een verenigbare wereld. Iets waar we op dit ogenblik niet genoeg van kunnen hebben. Liefde dus.