Overpeinzingen

Een waarborg voor echte vriendschap

De wereld is verpakt in pop-art en sepia onder een blauwe lucht hier in de straat. De boekenbabbel kwam gisteren bij elkaar, dit keer in een dorp vlak bij Tiel en het was alsof we weer op weg waren naar Parijs. Warm opeengepakt, weliswaar als haringen in een ton, vloog onze energieke chauffeuse op haar winterbanden over de weg. Al in de auto begonnen de uitwisselingen, het was immers alweer twee maanden geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hadden. Niet over het boek trouwens, geen woord over het boek, dat bewaarden we voor later.

Hartelijke ontvangst, het hek stond al open en er was ruim parkeergelegenheid op het erf. Een witte weidse stilte buiten het geknars van het grint onder onze voeten. De gezellige woonkamer, warm en badend in het licht. Knuffels voor iedereen, uitgelaten gebabbel, gelach, stemmen die zich met de ontvankelijkheid verenigden. Koffie en thee in ruime heerlijke grote kommen, lekkers van de bakker erbij, heel of gehalveerd. Eigenlijk was er een te lange radiostilte geweest, dat bleek wel uit de diverse onderwerpen voordat we aan het boek begonnen. Een van ons moest de anderen vooral op het doel van de avond wijzen, voordat de tijd verzanden zou in alleen maar gezelligheid en ervaringen.

Iedereen had het gekozen boek, De Camino gelezen , geschreven door Anya Niewierra. Op de vraag van iemand bleek de schrijfster ondanks haar naam toch echt van origine een Nederlandse te zijn, die in Limburg woonde. De meningen waren praktisch eensluidend. Spannend, vlot geschreven, pakkend vanaf de eerste bladzijde tot aan de laatste, een verhaal dat de lezer volkomen op het verkeerde been zette, gegis dat je bleef achtervolgen, de hele camino lang, wel iets teveel toevalligheden.

De laatste opmerking nodigde uit tot anekdotes over hoe toevallig het leven kan lopen. Dat beaamden we allemaal, maar zo vaak en zo veel achter elkaar: Het rotsblok, de paraplu, het vergiftigde hondje, de verwisselde kamer. Het kan in het boek niet op. De dader bleef in raadselen gehuld tot bijna aan het eind. Een aanrader, dit boek, voor wie van spanning houdt en graag wat te raden heeft. Een heel ander genre dan dat we doorgaans gewend zijn te doen.

Bij de borrel splitste het geheel zich eigenlijk op in twee groepen. Dat kwam meestal niet voor, dan hielden we het centraal, maar waarschijnlijk door de ruime kamer, hielden we het graag op gehoorsafstand. In ons groepje hadden we het over ouder worden, de pensionering, het erin groeien, het langzaam tot rust komen en ook over de vreugde van het in staat zijn om te kunnen lummelen. Dat is een kunst op zich. Niet meer de denkbeeldige zweep achter je te voelen van vaak zelfopgelegde dwang en prestatieplicht. Een korte analyse leerde dat dat doorgaans met vorming in de jeugd had te maken. Lummelen is voor de zondaars, daar kan je je eeuwig schuldig over blijven voelen. Het kost tijd en inzicht om dergelijke staat van zijn te omarmen.

De andere groep had het over rouw en rouwverwerking, maar inderdaad is het moeilijk te volgen door de afstand.

De gastheer en gastvrouw verwennen ons met een heerlijke borrel en bijbehorende hapjes. De innerlijke mens komt niets te kort. Het wereldleed is een ogenblik in de wandelgangen genoemd met het opdoemende toekomstbeeld, maar vervolgens weet iemand het gesprek weer in luchtiger banen te leiden door over de alternatieve Sprokkelhorstavond te beginnen waar de gastvrouw ook optrad.

Dat kan in zo’n vertrouwd gezelschap, waar ieder elkaar na aan het hart ligt. Alles is bespreekbaar, alles mag zich aandienen, niet in de laatste plaats de goede herinneringen van vijf van ons in Parijs, dat bijzondere samenzijn en het vertrouwen dat we hebben in elkaar. Een waarborg voor echte vriendschap.

Overpeinzingen

Mijn dag kon niet meer stuk

Gisteren begon een beetje grijzig. Het weer had ervoor gezorgd dat zin tot in de tenen was gezakt. Tot de telefoon begon te trillen. Een mij onbekend nummer. Lief was al naar beneden en ik moest in de benen om te gaan douchen, maar dat wilde dus nog niet zo. Wachten op een eventuele voicemail. Warempel, een goede vijf minuten later een berichtje. Het Antoniusziekenhuis, poli oogheelkunde. Of ik terug wilde bellen, als ik eerder geholpen wilde worden. Ineens kreeg de dag meer glans. Eerder was ons zeer aangelegen. Dan hoefden we niet tot ver in april de controle af te wachten. Elke week langer in onze geliefde hof in Verweggistan was meegenomen.

Ik werd maar liefst vier keer doorverbonden eer ik de Veronique weer aan de lijn had, die haar boodschap voor mij had ingesproken. De operaties konden plaats vinden op 23 januari en 13 februari, of ik dat wilde. Vliegensvlug schoten allerlei eventuele handelingen ter voorbereiding door het hoofd. Vraagje voor haar over de te bestellen oogdruppels die een dag van te voren in het oog moesten worden gedruppeld. Geruststellend antwoord. Die zouden ruim op tijd zijn. Dan waren er geen bezwaren meer.

Ik verbrak de verbinding en begreep toen pas dat 23 januari al volgende week dinsdag zal zijn. Een nog veel prettiger bijkomstigheid was het tijdstip, dat nu verschoof van kwart over zeven naar kwart voor tien. Beter. Bovendien kwam ik nu niet in de knel met afspraken die in Maart iets te dicht op elkaar gepland stonden, zoals de uitvoering van het koor van dochterlief en de drie-dames-avond van de dochters en ik, waarbij we naar Claudia de Breij in Carré zouden gaan. Alleen maar voordelen. En het allerbelangrijkste: Ik zou de wereld dan al weer met helder zicht tegemoet treden.

Lief was al net zo enthousiast, Een planning voor het verloop van de dag was nu gauw gemaakt. Eerst naar het tankstation, dan naar de apotheek, dan naar de kringloop en dan naar de supermarkt. Het was een geluksdag vandaag, want alles lukte. De druppels besteld, die er waarschijnlijk de volgende dag al zouden zijn, bij de kringloop vonden we de snijbonenmolen, zo’n heerlijke ouderwetse handmolen, waaruit de snijbonen als kleine grashalmen te voorschijn kwamen en in de wandelgangen nam ik twee prachtige delen van Van Gogh mee, door het Kröller-Müller in 1990 uitgegeven, met al zijn schilderijen en, het belangrijkste, zijn tekeningen met vele onbekende schetsen. De jongen die ons hielp moest de prijs nog bepalen en mompelde wat. Ik verstond 25 euro per deel, wat ik misschien wel teveel vond, maar het bleek 5 euro per stuk te zijn. Kaasje. Zie je wel. Mijn geluksdag. Een appje van de apotheek, dat we de medicijnen op konden halen uit de automaat. De druppels waren binnen. Jottem, het liep gesmeerd.

Er was wel een wonderbaarlijke gebeurtenis geweest, die dag. Mijn soksloffen waren nergens te vinden. De avond ervoor had ik ze uitgedaan samen met de andere kleding en nu waren ze verdwenen, foetsie, opgelost. Vreemde zaak. Het hele huis was binnenstebuiten gekeerd, maar geen spoor te zien.

Enfin, de snijbonenmolen deed prima haar werk en had de bonen binnen de kortste keren tot keurige sprietjes gemalen. De blote billetjes in het gras, zoals mijn moeder die kon maken, zonder stampot trouwens, werden met gebakken aardappeltjes en een kaasschnitzel opgediend. Ze waren nostalgisch lekker.

De jubelstemming bleef erin. Mijn dag kon niet meer stuk.

Overpeinzingen

Wie weet wat dat oplevert

‘En…Hebben jullie het leuk gehad’ vroeg schone zoon enthousiast aan tante Pollewop en mij. Wij keken elkaar aan en zeiden allebei met een lang gezicht: ‘Nee hoor, we hebben de hele dag niks gedaan, alleen maar verveeld, helemáál niet geknutseld, helemaal niet, en het duurde zo lang’. ‘We hebben ook niets verstopt hoor’, zei tante, ‘Helemaal geen knutsels verstopt’, en ze tuurde broeierig richting een plek achter het aanrecht.

‘Ach wat jammer nou’, zei haar vader, ‘Wat spijtig’. En hij speurde in het rond. Hij liep de gang in om zijn jas op te hangen, na eerst een blik te hebben geworpen op de bewuste plek. De filosoof die op de bank zat, liep regelrecht naar de verstop-plek. Zuslief en ik gebaarden in alle toonaarden, met wapperende handen en het schudden van het hoofd, dat hij niets mocht verraden en hij besloot ‘Partner in crime’ te spelen om zijn zusje te helpen, pakte de plaid van de bank en vleide die extra over de zoekhoek.

Paps kwam binnen en vertelde het maar vreemd te vinden dat de plaid net nog op de bank lag, maar nu ineens in de hoek. Hij tilde een punt op, waarop tante enthousiast gewag maakte van het feit dat daar nu juist wel de knutsels lagen. Natuurlijk wist hij dat allang en hij had ook de tafel gezien, die bezaaid lag met alles waarmee te knutselen viel. ‘Gefopt’ . Trots lieten we zien wat er geproduceerd was. Een mooie doos, die eigenlijk op haar zijkant moest liggen, maar als hij stond was de witte-watten-lucht op precies de goede plek. Hoog boven. Er was een vlinderzwembad, met een meisje erin met dubbele armen en benen die zij had getekend en ik had uitgeknipt en die nu parmantig in de blauw gekleurde eierendoosdeksel zat, met geponsde vlindertjes op de rand geplakt. Er was een vriendjespoes voor hun zwarte poes Daisy, van een bruin doosje gemaakt en een speeltuin voor de poes, waar ze doorheen kon kruipen als ze zou krimpen tot maatje pink.

Eigenlijk had ik met haar naar het Griftpark willen gaan, naar de dierenweide, maar daar had mevrouw geen oren naar. Ik was de Ipad vergeten mee te nemen, maar dat alles kwam uiteindelijk een ultieme knutselmiddag ten goede. Daarnaast was er ruimte om twee keer naar een filmpje te kijken van het gedicht van A.M.G. Schmidt over Zwartbessie, de zwarte kip met zwarte spikkels naar aanleiding van haar getekende roze kip met zwarte spikkels, twee voorleesboeken, een mal liedje uit de koker van deze oma, die bij elke gelegenheid wel een lied op kon dissen. Deze ging over een pot met pindakaas, met een opera-uithaal aan het eind. Alles wilde ze minstens twee keer horen.

Kortom, we hadden ons geen ogenblik verveeld en hadden de dieren en de Ipad totaal niet gemist. Wat U zegt. Een kinderhand is gauw gevuld. Volgende week is de laatste keer, daarna hebben ze eindelijk plek op de opvang. Lief was aanvankelijk meegegaan maar na drieën naar een vriend gewandeld die toevallig een straat verderop woonde. Hij zou op eigen gelegenheid terugkomen om aan voldoende beweging te komen.

Ik zal die gemoedelijke uurtjes missen. In ieder geval valt er lang op de herinnering te teren. Zo is dat. Er worden vast nieuwe mogelijkheden aangeboord en wie weet wat dat oplevert.

Overpeinzingen

Knusse momenten om te koesteren

Appje van zoonlief met een toegevoegde foto. De kleine krullebol en de benjamin, die geen benjamin meer is, allebei met rode blossen op de bank. Ziekies. Griepje. De enige die nog vrolijk rond dribbelt is de kleinste vrouw des huizes getuige een tweede foto. Ze kijkt olijk de wereld in. Sterke vrouw.

Het doet me denken aan een foto in het ongeordende archief. Vier kindertjes in pyjama en met rode koontjes op de bank rondom mijn zieke lijf, op mijn toet ook rode konen, over de benen de in kleurrijke blokjes gebreide sprei. Ach ja met jonge kinderen is het halen en brengen in de winter qua gezondheid, vooral als ze er wat vatbaarder voor zijn. Dochterlief belt met een videogesprek. Help, beiden in ons ochtendtenue op bed. Moeders mooiste met verwarde koppies. Nou ja, ik dan. Dochter ziet er, hoe dan ook, altijd fris en fruitig uit. De souplesse van de jeugd, haha.

Gisteren waren we even oppas voor de jongste van zoonlief. Schone dochter had een beurs hier in Nieuwegein, waar ze haar gezicht moest laten zien. Lief was gelukkig ook mee, want de kleine man wordt het meest rustig als je hem wiegt. Met zijn dertien kilo is dat voor mij te zwaar. Dat red ik niet meer jammer genoeg. Natuurlijk wilde hij het flesje niet, maar een boterham met smeerkaas ging er gelukkig goed in. Totaal de baby’s ontwend of eigenlijk ben ik nooit een echt babymens geweest. Ik begrijp ze niet goed. Vroeger met vier betrekkelijk jonge kinderen was er met de oudste twee altijd uitvoerige communicatie, maar met de tweeling was het vooral maar afwachten wat de diverse signalen betekenden.

Pijn kon ik goed onderscheiden, maar of ze wilden slapen, geknuffeld wilden worden, wat te eten wilden hebben, of krampjes hadden met de bijbehorende spuitluiers, dat laatste viel op een gegeven moment natuurlijk wel te ruiken, was het betere giswerk. En, ik zat er, moet ik bekennen, nog wel eens naast. Vanaf hun eerste woorden ging het goed.

Zodra er taal aan te pas kwam was het gis-leed geleden. Ach ja. Mijn babyromantiek was vooral te vangen in mijn eigen hulpeloosheid, handelingsonbekwaam dichtte ik mezelf toe. Maar toch zijn ze alle vijf groot geworden en goed terecht gekomen, zoals dat heet. Een van mijn lieve schone dochters leerde me dat huiltjes verschillend zijn, zij wist aan te geven wat ze nodig hadden aan de manier van huilen. Nooit geweten. Je bent nooit te oud om te leren.

De daken zijn wit en de straat hier ook. De ekster speelt ton-sur-ton op de nok van het dak. De postbode probeert met zijn afgeladen fiets het evenwicht te bewaren op die gladde ondergrond. Dapper en een hele uitdaging. Toch komt de zon al door en zal het straks weer allemaal gesmolten zijn. Wat overblijft is wat mistroostige drab.

Tante Pollewop en haar broer kunnen misschien binnenkort terecht op het dagverblijf, weliswaar op andere dagen, maar dat is wel fijn voor alle partijen. Natuurlijk zal ik het gekeuvel met haar missen. Het bedelen om te mogen tekenen op de Ipad, de Barbapappa puzzel, het knutselen. Lief zit er bij en geniet van het gemoedelijke gebabbel, honderduit over allerlei onderwerpen, zoals dat gaat op die leeftijd. Knusse momenten om te koesteren.

Overpeinzingen

Er valt altijd een mouw aan te passen

In de Groene van deze week komt Marlène Dumas aan het woord, of eigenlijk in beeld. Ze heeft een aantal foto’s en schilderijen en een sculptuur uitgekozen en schrijvers gevraagd daar de woorden bij te voegen. Ze is wat onrustig over dit idee. Zien de schrijvers wat zij ziet in de beelden. Alleen dat al is een interessant gegeven. Zoek een beeld en vraag drie mensen om te omschrijven wat zij er in zien of bij denken. Het zullen drie totaal verschillende verhalen worden. Des te boeiender natuurlijk. Stel je voor dat we elkaar eenheidsworst verkopen. Hoe saai zou dat zijn.

Het is de kunst van het edele sparren. Vlak voordat we een project wilden opstarten op school kwam er eerst zo’n spar-ronde, waarbij iedereen zijn of haar associaties bij het onderwerp te berde bracht. Dat leverde heel vaak gouden invallen op, waardoor het gegeven tot volle wasdom kon komen en het geheel alleen nog een kwestie was van uitwerken. De snelheid waarmee de ideeën over de tafel rolden was niet voor iedereen bij te houden. Ook is het een werkwijze waarin je moet groeien. Op een gegeven moment heb je door hoe het werkt. Niets moet en alles mag en, niet onbelangrijk, alle wegen zijn open, zelfs voor iets wat onmogelijk lijkt. Dat heeft geresulteerd in grootse projecten, bouwbreed en schoolbreed met als inleiding altijd een toneel, een poppenspel, een film of een geheimzinnige brief. In ieder geval iets dat de betrokkenheid van de kinderen zou waarborgen. Wie wil er nu niet meedenken om een gegeven probleem op te lossen.

Als er open vragen bleven liggen vond ik het helemaal leuk worden. Dat sprak de fantasie tot op grote hoogte aan. Zodra de kinderen zelf aan het associeren gingen was het kostje gekocht. Het verhaal schreef zich op zo’n manier zelf. Wij als leerkrachten zagen er alleen op toe dat de leerdoelen erin verwerkt werden, maar ook dat kon spelenderwijs.

Het is mooi om te lezen dat de Haarlemse Rijkskweekschool waar Theo Thijssen op zat, een charismatische en vooruitstrevende directeur aan het roer had staan, die in de periode 1888-1921 vanuit Hart, Hoofd en Handen werkte, een gegeven wat de vernieuwers van het onderwijs in onze tijd evenzo hoog in het vaandel hebben staan. Er werd al onderricht gegeven in muziekonderwijs, handenarbeid en motorische vorming. Vooruitstrevende vakken naast de kernvakken. Daarbij bleef Van der Ley een klassieke patriarch. Die combinatie zorgde voor een uitgebreide basis, waar menig school nu een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Onderwijs waar de vonken vanaf vliegen.

Dat enthousiasme mis ik soms, lekker sparren, hersenspinsels de ruimte geven, associeren. Dat is de reden dat we de schoonheid van de uiting nodig hebben, in beeld, in woord, in gebaar, waarmee we zelf aan de slag kunnen gaan en lief en ik na een museumbezoek altijd natafelen over welke indrukken het achterliet. Wat roept het op, wat zegt het ons.

Gisteren in de druilerigheid van deze natter dan nattere winter ging ik verder aan het doek. De afmetingen kloppen niet, maar het beeld kristalliseert zichzelf al uit. Het blijft boeiend. Stug doorgaan en erbij blijven. Er valt altijd een mouw aan te passen.

Overpeinzingen

Daar lenen grauwe dagen zich uitstekend voor

Ineens weet ik waar, de afgelopen dagen, de vermoeidheid vandaan komt die me af en toe lamgeslagen tot de divan veroordeelt. Ik heb sinds twee weken extra oestrogeen op aanraden van de uroloog. Vannacht, het uitgelezen moment om na te denken, had ik de tegenwoordigheid van geest om een en ander na te trekken, zo ook de bijwerkingen van het paardenmiddel. Daar stond het. Griepverschijnselen en/of grote vermoeidheid onder andere. Dat verklaarde dat grauwige toetje dat elke morgen in de spiegel hangt. Tel alle drukke belevenissen van deze culturele week erbij op en zie daar. Probleem uitgeplozen, de verlossing nabij. Vanaf vandaag wordt de dosis gehalveerd want dat stond al in de planning. Dan moet het toch beter gaan. Het is een zoveel rustiger vaarwater als je de oorzaak hebt achterhaald.

De krant brengt gelukkig weer de boekenbijlage met een paar boeiende wederwaardigheden. De biograaf Jaap Cohen die over het leven in tegenstellingen van Theo van Gogh schreef en een pittig, maar te onderschrijven, stukje over de aantijgingen van Connie Palmen aan het adres van de biografe van Ischa Meijer, Annet Mooij, in de column van Sylvia Witteman. Zondagochtend is gezegend met al het leesvoer bij het kopje koffie op bed. Het ei van de expositie en de etsen is gelegd en nu kunnen we weer voort met de tijd. Dat betekende een hoofdstuk van Theo Thijssen, een nieuwe korte serie, wat schrijfwerk en de belofte aan zoonlief om morgen op de kleine te passen.

Er hangt opnieuw een dikke dichte neveldeken over de stad. Het weer schiet maar niet op. In Hongarije is het net zo wisselvallig en hangt het ook op een paar graden onder of boven nul met soms zon en vaker bewolking. Er komt weer een winter aan, belooft een van de weermannen. ‘Eerst zien en dan geloven’, zegt deze ongelovige.

Ingmar Heytze is in de weken nadat ook zijn moeder is overleden, zijn vader al een jaar ervoor, druk bezig met het leeghalen van het ouderlijk huis, zo staat in het magazine van de krant van zaterdag te lezen, Hij zegt het mooi. Alsof je ‘op een bepaalde manier twee levens uitwist’(…)Wat volgt is een wonderlijk onderzoek naar waarde-wat hebben de dingen die je bewaart, te maken met de mensen die in je herinneringen voortleven. Welke dingen gaan over hun fascinaties en bezigheden en kunnen dus misschien wel weg?’

Wie zal het zeggen. Niemand weet dat het hele kleine lepeltje tussen het oude bewaarde bestek van mevrouw Hazelzet afkomstig is, die op haar sterfbed het aan haar man gaf voor mij, als dank voor het zorgen of weet iemand nog dat het ringetje, nu in twee helften, gekocht is bij de drogist op Terschelling op de dag van mijn huwelijk. Zelfs Lief, waag ik te betwijfelen, zal niet meer weten dat de oranje ketting in een van de laden het allereerste cadeau van hem was in de jaren zestig.

Alles wat tot de eigen beleving behoort is mijn achterblijvers vreemd of ik moet er over geschreven hebben, waardoor het een nieuwe betekenis krijgt. Door de grote hoeveelheid die de dichter op zijn dak kreeg, ruimde hij zijn eigen kasten uit. Ook dat omschrijft hij prachtig. ‘Als je bereid bent om geregeld je eigen bezittingen te verminderen, creëer je ruimte om de levens van anderen door jouw leven heen te weven’. Daarbij doelt hij niet alleen op de memorabilia van zijn ouders die bewaard gaan blijven, maar ook ruimte voor nieuwe dichters, schrijvers en kunstenaars. Iets wat ik kan onderschrijven. De boekenkast boven is leeg en eigenlijk zijn er nog twee door te spitten. Daar lenen zich grauwe dagen uitstekend voor.

Overpeinzingen

De harmonie hersteld

Uitpuffen. Wie kent het verschijnsel niet. Als er een paar drukke dagen zijn geweest of een vroege volle ochtendagenda, een dag vol emoties of een drukke dromennacht dan volgt er bij mij steevast een moment dat ik even uit moet puffen, bijkomen, bijtanken, noem het maar. Een pas op de plaats in ieder geval. ‘Nu even helemaal niets ja!’ hoorde ik laatst bij de een of andere reclame. Dat dus. Geen sores, geen vraagstukken, geen adviezen, niets van dat alles, o ja en ook geen bezoek. Het lijf kan het niet aan of de geest niet of beiden hebben er eventjes problemen mee. Nooit lang hoor, het duurt nooit lang, maar deze winter is er zo een dat er maar moeilijk bij te tanken valt en de motor van de geest heeft nu eenmaal voeding nodig.

Dat moment is nu. Opladen middels lanterfanten, een betere remedie is er niet. Schakel vooral ook het brein uit, want als dat blijft malen, val je binnen de kortste keren van de regen in de drup. Ergo, eerst schrijf ik me leeg, dan zet ik de televisie aan met een niemendalletje en dan ga ik ontspannen, een heerlijke hutspot brouwen met snufjes nieuwe energie erin en stukgeslagen uren. Kan ook zijn dat er nog een tukkie volgt.

Wat benijd ik mijn vader die vroeger direct na het eten zijn volle maag de ruimte gaf en breeduit in zijn seniorenstoel, die toen nog gewoon Pa’s stoel heette, met de benen hoog en zijn mond open luid snurkend, grommend, snuivend in slaap viel, zomaar op een klaarlichte dag, ongeacht wie er om hem heen darde.

Dat lukt me niet. Zodra de ogen dicht zijn, zijn er beelden. Ze bewegen, of komen oppoppen en verdwijnen weer in dat rozerode licht achter die dichte schellen. Soms helder een duidelijk, soms vaag en onherkenbaar. Overdag zeker, maar vaak ook ‘s nachts of in een ochtendslaapje rond een uur of zes. Ze blijven bij dat laatste veelal op het netvlies staan en zijn dan woordelijk te herhalen. Met dank aan het oefenen van het fenomeen ‘dromen opschrijven’.

Vanmorgen moest ik een ets vervangen waarvan het glas gebroken was. Ik was de etsmap vergeten en wist niet meer welke ets het moest zijn. Ik zocht en zocht en iemand vertelde me dat er een klok opstond. O ja nu wist ik het weer. En daar trok de klok voorbij aan mijn geestesoog en had de vorm van een Mariakaakje of Brusselse kermis, zo’n rechthoek met een geschulpte rand.

Dat was de droom en zo werd ik wakker. Maar die barst was echt en deze ochtend zouden Lief en ik naar Nieuwpoort afreizen om het gebroken glas in de ets te vervangen voor een nieuwe. De klok in de droom stond voor het tijdstip waarop het moest gebeuren, want dat was betrekkelijk vroeg en de angst om me te verslapen deed mee. Nee, het was geen ets met een klok. Integendeel.

In het nevelige grijs reed Truus ons naar Nieuwpoort, waar de expositie was. Vriendinlief had samen met onze leermeester en een goede etsvriend er hard aan gewerkt om de historische ruimte van het oude raadhuis in te richten. Etsen, linosnedes, keramiek van om en nabij elf kunstenaars. Geen sinecure. Maar ze hadden alles een sfeervolle en prachtige plek gegeven. Lief hielp me het glas te verwisselen, want ik ben een ei met lijsten, heb het geduld niet. Hij ontdekte ook waardoor het kwam. Met vier klemmetjes stond alles te strak gespannen en omdat het glas dun was, knapte het snel. Nu hangt het weer met drie stuks en helemaal heel. Een mooi gezicht. De mensen, die er waren, blij, wij blij en de harmonie hersteld.

Overpeinzingen

Voldoende stof tot spreken

Rotterdam is altijd een beetje mijl op zeven bij de gedachte dat ik er doorheen moet rijden. Amsterdam, Den Haag en natuurlijk Utrecht, dat ik op mijn broekzak ken, rij ik met het grootste gemak, evenals de kleinere steden, Zwolle, Nijmegen, Deventer, Almelo, het maakt me niets uit. Maar Rotterdam ken ik gewoon minder goed. Ik ben niet meegegroeid met deze enorme stad, heb de veranderingen niet meegekregen. Het zit tussen de oren, zover is duidelijk, want zelfs voor Parijs draai ik mijn hand niet om.

Vanwaar die ingebeelde gespannenheid. Een boeiend vraagstuk om te onderzoeken, ergo, misschien moet ik vaker die kant op. We reden langs de Maasboulevard en keken onze ogen uit. Als je het hebt over een metropool, dan hoort Rotterdam daar helemaal bij. Het schijnt ook steeds populairder te worden. In ieder geval zagen we een aanzienlijk aantal toeristen foto’s schieten.

Lief en ik hadden de Kunsthal met de grote overzichtstentoonstelling van Ai Wei Wei op het oog. Die omgeving kende ik gelukkig wel. De parkeergarage had nauwelijks geheimen en naar de hal toelopen was alleen een kwestie van trappen lopen en stukjes wandelen. Dat was nog prima te doen op eigen tempo. De lift was helaas buiten werking.

Altijd een wonderlijke binnenkomst aan de kant van het museumcafé en het kleine compacte winkeltje. We kregen bandjes voor om de polsen en dachten onmiddellijk terug aan de festivals en feesten van vroeger waar iedereen met een polsbandje liep. Zo ook hier. Jassen in de kluis gepropt, rugzak idem dito en gaan. Vol verwachting klopt ons hart. De rode loper in het auditorium langs brede rijen stoelen liep omhoog. Stoelen genoeg om uit te rusten. Boven begon onmiddellijk het grote kijkfestijn aan alle kanten. De kunsthal(1 tot en met 7) bood veel, zo niet teveel voor een keer. Ai Wei Wei zou in principe genoeg zijn, maar de tentoonstelling over Artificial Intelligence stond ook op de planning. Eens zien hoever we kwamen. Het was er in ieder geval druk genoeg.

Ai Wei Wei is een groot mensenrechtenactivist, die met zijn installaties, sculpturen, schilderijen, lego-werk, fotografie, videokunst en beelden zijn omgeving wakker schudt voor wat er gebeurt aan autoritaire machtsinvloeden in zijn land en in de wereld op een indringende wijze. Hij put daarbij ook uit eigen ervaring. De tentoonstelling heet ‘In Search of Humanity’. Dat dat aanvaringen en botsingen met zich meebrengt, als hij het aan de praktijk wil toetsen, kan niet uitblijven.

Als je niets afweet van het werk van Ai Wei Wei dan is het handig om eerst de omschrijving van de Kunsthal te lezen, anders mis je sommige belangrijke informatie voor het tot stand komen van bepaalde kunstwerken en de manier waarop het gemaakt is. Zo is de vloer van zonnebloempitten die daar ligt, gemaakt van 1000 kilo porseleinen handbeschilderde zonnebloempitten als woordloze kritiek op het handelsmerk van goedkope Chinese producten ‘Made in China’ of loop je voorbij aan de stuurloze fietsengroep, met de nadruk op stuurloos.

Je kan natuurlijk ook de eerste indrukken onbevangen waarnemen om vervolgens nog een keer te gaan en dan ingelezen te zijn. Dan voel je bepaalde indrukken zoals ze onbevooroordeeld binnenkomen. Beide manieren zijn een aanrader. Aan aandacht was er in ieder geval geen gebrek en dat op de minst drukke dag van de week, de donderdag, volgens de statistieken.

Als afsluiter is een soepje in het museumcafé niet te versmaden. AI liet een boeiend schouwspel zien, maar heel erg diep zijn we daar niet ingegaan net als de tentoonstelling van de dertig jonge kunstenaars over Sex, Drugs en Rock and Roll, Soms is genoeg genoeg en met Ai Wei Wei heb je voldoende stof tot spreken.

Overpeinzingen

In de hele zaal kon je een speld horen vallen

Het nieuwe Zin-magazine was er gisteren en ik bewaarde het nog even in zijn knisperende plastic tot vandaag om het bij het prachtige ochtendgloren als cadeautje uit te pakken. Natuurlijk was de eerste gang naar de column van Stef Bos, die altijd van die heerlijke meedenkers toevoegt aan zijn stukken. Nu ook weer. Zijn vader was een ordentelijk man die zijn persoonlijke en zakelijke leven nauwkeurig archiveerde, met naam en toenaam en data, keurig gerubriceerd. Stef Bos had deze eigenschap overgenomen van zijn grote voorbeeld.

Derhalve kon hij bij het opzoeken van de originele tekst van het lied ‘Papa’ deze moeiteloos haast, terugvinden. Alsof je naar jezelf keek veertig jaar geleden vond hij. Bovendien was er nog iets aan dit liedje. Normaal gesproken verzon hij alle teksten en puzzelde en schrapte net zo lang tot het klopte in alle facetten, maar dit lied was hem toegekomen. Er stonden zinnen in die hij nauwelijks herkende als ‘ontstaan uit eigen koker’.

Dan schrijft hij de voor mij onsterfelijke woorden: ‘De wezenlijke inzichten vind je niet. Ze vinden jou. Je moet er alleen voor open staan en klaar zijn om ze waar te nemen’. Dat was iets wat me zo vaak had geïntrigeerd bij het teruglezen van mijn stukjes. Had ik dat geschreven. Dat wel, maar hoe was ik aan die wijsheid gekomen. Er zitten vast geheime kamertjes in het hoofd, waar achter een dichte deur heel veel wijsheid besloten ligt, die zich bij tijd en wijle laat sluizen.

Gisteren zijn lief en ik in het kader van onze culturele dagen naar Utrecht getogen om in het Louis Hartlooper, ooit het oude politiebureau Tolsteeg waar onder andere mijn vader werkte als brigadier-wachtcommandant, de film ‘The old Oak’ te gaan bekijken. De recensies waren onverdeeld enthousiast. We waren vroeg en kozen een Lehdes, een Marokkaanse linzensoep, waar de lepel stijf rechtop in kon blijven staan, zo rijk gevuld was ze. ‘Om lekker warm te worden’, lachte de vriendelijke jongen die de kommen kwam brengen. Er zat room bij, die we prompt per ongeluk eerst op het brood smeerden, tot ik de roomboter ontdekte. Oops, o ja. Er af schrapen en in de soep. Boter op het broodje en het leed was geleden. We zaten heerlijk in betrekkelijke rust in dat zijkamertje van het doorgaans drukke restaurant.

De kaartjes waren via internet besteld, maar er was geen bevestigingsmail binnengekomen, dus had ik nog even na gebeld. Het zat in het bankverkeer, waardoor het filmtheater dan te laat het geld binnenkreeg en de reservering niet door kon gaan. Kaartjes afhalen aan de kassa, was het recept. Laat in de middag kwam pas de bevestiging, voor de twee stoelen naast die van onze gereserveerde. Haha, navraag leerde dat wij die telefonisch bestelde eerste twee stoelen ook zelf hadden. Je moet altijd bij de les blijven. De lieve kaartverkoper gaf ons onze eigen stoelen per kaartje. Ziezo geregeld.

De film is een dikke aanrader. Eigenlijk voor iedereen. Een soort handleiding hoe om te gaan met andere culturen en hoe elkaar te versterken. Een ongelooflijk ontroerend verhaal voert de ondertoon, maar de hoop en de liefde zijn de belangrijke leidraden. De kortzichtigheid van drie mannen in de kroeg: The old Oak’, wordt door de hartveroverende gebeurtenissen uiteindelijk teniet gedaan. Een zakdoek is geen overbodige luxe. In de hele zaal kon je een speld horen vallen.

Overpeinzingen

Dubbel genieten

Zonovergoten dag, ideaal voor een ritje naar het Singer in Laren, om de tentoonstelling over Sonia Stieltjes met schilderijen van Sluyters, maar ook van de hedendaagse schilders Brian Elstak en Iris Kensmil te gaan bewonderen. De vrouw achter de balie ontving ons vriendelijk en vroeg ons of het bekend was dat er een wisseling van de tentoonstelling plaats vond. Sonia was gebleven en de huiscollectie. We hadden het al zo opvallend rustig gevonden op het parkeerterrein, waar je doorgaans oeverloos lang naar een plek moest zoeken, maar waar nu riante parkeermogelijkheden te over waren. Bijna juichend riepen lief en ik dat we voor Sonia kwamen. Wat heerlijk. Een bijna leeg museum. De doeken voor ons alleen. Hoe kwamen we aan die mazzel. De tentoonstelling die komen zou heette: Frisse wind, impressionisme van het Noorden. Die bewaren we voor een volgend bezoek.

Voordat we bij de geschiedenis van Sonia aankwamen bekeken we de vaste collectie nog eens een keer. Om onder de indruk te blijven van Mauve en Sluijters, Gestel, Bart van der Lek en Mondriaan onder andere. Heerlijk. Tijd om in detail te treden en elke streek te bewonderen nu het zo rustig was. De twee koeien van Julien Dupré lagen er kalm te grazen vlak bij de prachtige dames van Sluijters, de schapen van van Mauve en de Claire Obscure van Moes, het meisje met de groene hoed van Gestel. Al die ogen op ons gericht zorgden voor een diep respect. Schoonheid te mogen inademen in alle rust is een zegen.

We wandelden door tot aan de gang waar het werk en het levensverhaal van het model en de activiste Tonia Stieltjes uitgebreid aan bod kwam. Even daarvoor hadden we in de filmzaal haar levensverhaal gehoord, zoals het ook beschreven werd in haar Biografie, geschreven door Esther Schreuder. Grote bewondering voor de beide eerder genoemde moderne kunstenaars. Brian had de nadruk gelegd op het slavernij verleden van de vader en zijn komst naar Nederland en Iris Kensmill had de aandacht van het naaktmodel verlegd naar de prachtige uitstraling die deze vrouw had en wiens gezicht bij Sluijters door de schaduw van de hoeden letterlijk en figuurlijk in het duister was gehuld. Al met al een prachtige aanvulling op het geheel. Het maakte het plaatje van de vrouw compleet en heel. Ze was veel meer dan alleen een naaktmodel.

We wandelden door de lange gangen en de lege zalen terug naar de museumwinkel, waar ik haar biografie op de kop tikte en we samen nog een cadeautje voor een verjarende vriend uitzochten. Daarna naar het oude vertrouwde restaurant, dat er nog altijd precies hetzelfde uitzag. Een tafel met zicht op de prachtige, nu koude, Ouddolf-tuin, om bij de borrel onze bevindingen uit te wisselen. Een dag als een klaverblad, een geluksmoment.

Op de terugweg zagen we de grote villa Vita Nuova, waar Jan Sluijters met zijn geliefde Greet van Cooten nog twee jaar heeft gewoond. Hun uitzicht, dat had bestaan uit ongerepte natuur, was inmiddels vervangen door een netwerk van snelwegen. De villa stond echter nog fier overeind.

We prijsden ons gelukkig dit moment te hebben uitgekozen. De luxe je praktisch alleen te wanen is ver te verkiezen boven een veelheid aan tentoonstellingen. Er kan altijd maar een bepaalde hoeveelheid aan mooi in het hoofd met daarna voldoende tijd om alles nog eens rustig de revue te laten passeren. Dubbel genieten.

Overpeinzingen

Om te koesteren dus

Een stralende dag vandaag. De staart van kauw piept over de rand van de dakgoot. Ze vliegt af en aan, om steeds dat plekje als uitvalbasis te gebruiken. Schoonzoon bericht dat de filosoof ziek is geworden. Hij wilde gisteren zo graag naar school, maar was na een paar uurtjes alweer thuisgekomen. Schoonzoon blijft voor hem en tante Pollewop zorgen. Donderdag zou ik ook al de honneurs waar nemen voor dochterlief en dribbel van school halen, maar ook die is ziek. Het is een gemeen longvirus, dus heeft ze liever niet dat ik met mijn kwetsbare longetjes in de buurt kom. Zo lief en zo zorgzaam. Kleine maar mooie gestes waarop het goed toeven is.

Het voelt als drie vrije dagen. Een museum is het eerste waar we aan dachten. Vandaag dichtbij en morgen of overmorgen wat verder weg. Dus vandaag wordt het Laren, naar de tentoonstelling Tonia, model(van Sluijters en Mondriaan) en activiste. Voor donderdag kiezen we de lang gekoesterde wens om naar Ai Wei Wei te gaan, tenminste, we nemen een dagkaart en mogen zo naar alle tentoonstellingen. Een of twee is meestal genoeg aan indrukken. Dan kan er niet meer bij. We gebruiken de tips van vriendinlief. Mond-op-mondreclames werken per slot van rekening het best. Het wordt daardoor een onverwachte kunstweek.

Gisteren was ik toevallig eindelijk begonnen aan de eerste streken op het lege doek. Het was zo mooi en helder weer en het doek was zeer verleidelijk door de lichtval. Rond half vier zouden we schoondochter wegbrengen naar een afspraak, maar verder hadden we tijd genoeg. Eerst maar even het kameratelier opgeruimd. Dat was hard nodig. Als het aan kant is blijft het een knus hoekje. Vilten rondjes onder de schildersstoel, zodat ik naar hartelust naar achteren en naar voren kon schuiven en in sepia een eerste opzet voor het vierde portret in de serie ‘Hongaarse vrouwen’,

Niet geheel ontevreden. Natuurlijk moeten de verhoudingen nog op hun plek geduwd en gekneed, maar dat is een kwestie van doorgaan. Alles valt op een gegeven moment op de juiste plek en dan klopt het.

Vriendinlief appte me mijn vijf etsen door, keurig ingelijst en een nog in wording. Het was gelijk een goede oefening voor haar eigen, te verkopen, werk, dat daarom veel perfecter moest zijn. Ze werkt secuur en vond de tweekleuren passe-partouts wel even een dingetje om te snijden. Het is nauwkeurig pas-en-meetwerk. Met mijn chaotische rommelaanpak volstrekt niet voor me weggelegd, al wil ik het natuurlijk nog wel eens onder de knie krijgen.

Volgende winter belooft museum Voorlinden trouwens een tentoonstelling van Michaël Borremans, waar ik me nu al op kan verheugen. Ooit een overzichtstentoonstelling in Brussel gezien met mijn lieve vriendinnen en nu kan ik niet wachten om zijn nieuwe werk, waaronder ook zijn beelden, te bewonderen. Wat een heerlijk vooruitzicht.

Op de afspraak waar we onze schone dochter gisteren naar toe moesten brengen kwam ik een oud-leerlinge en dochter van vriendin en collega tegen. Super om even met haar te babbelen en om te horen wat ze op dit moment doet. Zij herkende mij trouwens, want met mijn kippige ogen(nog wel)herken ik niemand. Ze was nog steeds sprankelend en enthousiast. Wat een cadeautje.

De kleinste cadeaus die je onverwacht uit mag pakken zijn zo waardevol. Om te koesteren dus.

Overpeinzingen

Een kalm gemoed voor de toekomst

Natuurlijk viel gisteren de zonnige dag niet in het water na de misgelopen afspraak van de dag ervoor door een griep die een streep door de rekening had gehaald. Deze zonnige zondag wilden we vieren met een heerlijke frisse winterwandeling. Mijn zwarte mantel is niet warm genoeg. Dus hees ik me in de dikke gevoerde parka van lief, dubbele warmte, en trok echte wollen sokken aan. Die met het ruitje, overgebleven van mijn act als Engelse tuindame. Ach, dat lijkt nu al een eeuwigheid geleden. De dikke das, van een oude wollen deken gemaakt, doet dienst als optimale buffer tegen de scherpe Noorderwind. Op naar hèt bos van Utrecht, Amelisweerd.

Dat hadden meer Utrechters bedacht. De parkeerplaats was overvol. Kennelijk verhitte het de gemoederen, want toen ik nietsvermoedend een van de laantjes inreed, zat een man in een enorme hummer die kennelijk aan het wachten was tot iemand uit zijn parkeerplaatsje draaide. Even daarvoor had hij ons in het eerste laantje gepasseerd. Hij zat driftig te gebaren naar ons, dat we achteruit moesten rijden en dat het eenrichtingsverkeer was, dat stond op de weg aangegeven. Verbaasd keken we elkaar aan. Hou je rustig beste man, we waren nog niets van plan hoor. We gebaarden hem dat hij kalm moest doen en vooral aan zijn hart moest denken. Al die opwinding is niet goed voor een mens en het hele euvel was de sop in de kool niet waard.

Maar hij bleef zich opwinden en zijn vrouw begon ook mee te gebaren. We reden achteruit en hoopten dat de beste man vooral tot rust zou komen in zijn eigen belang. In de middelste laan vonden we twee lege parkeerplekken. We waren hooglijk verbaasd over zijn woede. Je gaat naar een bos om tot rust te komen en te genieten van de natuur en dan maak je je zo vreselijk druk om je parkeerplaatsje en het vermeende idee dat iemand dat in wilde pikken. Hoe tegengesteld kan het zijn.

Enfin. ‘Adem in , adem uit’, zeiden we en begonnen aan onze wandeling. Het was zo druk als we hadden gedacht, maar Amelisweerd kent genoeg paden om rustig en in stilte te kunnen genieten van de zon die prachtige plaatjes toverde op deze winterdag. Een mooie boom in vol ornaat, de oude boomgaard, de Kromme Rijn glinsterend en slingerend door de weilanden, een zon achter de wolken naast de jeugdherberg en het klompenpad langs de bunkers. Af en toe liepen we in de ganzenpas omdat er andere mensen passeerden. In het weiland speurden mannen rond, sommige liepen meters te meten. Geheimzinnige handelingen. Zouden ze wichelroedes hebben. Met onze koude neuzen liepen we voort. Niet slecht, toch alweer 5600 stappen deze tocht.

Op de terugweg haalden we de boodschappen voor de hete bliksem. Er lagen nog net vier goudrenetten in de krat. Pfff, net op tijd. Een zak jonagold ernaast, de uien, de vega-little Willies, en de aardappelen, extra groot en kruimig. ‘Grote stappen, snel thuis’,hoorde ik mijn moeder zeggen. En zo is het. Sinds deze winter schil ik de aardappels niet meer en het is net zo lekker en waarschijnlijk voedzamer.

In mijn overpeinzingen van de dag bedacht ik me, dat we overdag twee hete bliksems hadden meegemaakt. Het was ons allang duidelijk aan welke we de voorkeur gaven. O ja, en mijnheer wensen we een kalm gemoed in de toekomst.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

Een belletje in de vroege ochtend. Het is nog voor negenen. ‘Lieverds, onze afspraak moeten we helaas afzeggen’. Als reden werd de vrouw des huizes genoemd, die opnieuw een aanval van lichte griep had, dat geresulteerd had in veel en zwaar hoesten en het ledigen van de maaginhoud. Hoe omschrijf je zulks minder drastisch. Dat is niet mogelijk, omdat het beeld als plastiek in je hoofd gegoten zit met de daarbij behorende gevoelens van onbehaaglijkheid en eenzaamheid. Je moet het toch alleen doen, per slot van rekening.

Het was wel een streep door de rekening, want we zouden met broerlief, diens vrouw en een bevriend echtpaar hier uit de stad in het hotel van broer, op loopafstand van ons, gaan dineren. Alles was in kannen en kruiken, de tafel besproken en iedereen had er heel veel zin in. De mens wikt maar…Precies, dat dus.

Dan maar focussen op de kerstboom, die terug moest naar het afhaalpunt. We hadden evenals het voorgaande jaar een duurzame kerstboom genomen. Ze worden na gebruik weer in het bos terug gezet, waarbij we vurig hopen dat die van ons het zou overleven omdat er nogal een betamelijke hoeveelheid naalden naar beneden kwam.. Keurig in haar netje en in een oude doek gewikkeld brachten we haar naar haar broers en zussen. Krabbeltje eronder, die garant stond voor het statiegeld dat we hadden betaald en door naar de supermarkt voor de boodschappen van vandaag, nu er een diner was uitgevallen.

Zoonlief had heerlijke Pides gehaald, vers uit de oven en ik had zin in feta, grote olijven en sla in de olijfolie erbij. Dat was alweer een tijd geleden, dat ik dat gegeten had. Morgen ga ik even langs de Turkse winkel in het winkelcentrum vlakbij om een blik feta te kopen. Lekkerder nog dan die uit de potjes. Smaken kunnen ook nostalgie oproepen en daardoor extra lekker smaken.

De kinderen hebben trouwens op het moment een absolute voorkeur voor stampot. Het maakt ze niet uit. Zuurkool, andijvie, hutspot, spinazie alles is wenselijk en daardoor kreeg ik ook onbedaarlijke trek in blote billetjes in het gras. Dat wonderlijke gerecht met witte boterbonen en snijbonen. De laatste heb ik al, nu nog een pot boterbonen of cannellinibonen op de kop zien te tikken. Even verderop lees ik over Hete Bliksem. Mijn moeder maakte dat vaak, omdat we van de groenteman, die Duikkie heette en altijd met zijn wagentje voorreed, een kist wormstekige rinse goudrenetten kochten voor weinig. Uitstekende appel voor dit gerecht met aanvullend nog wat zoete appelen. Een echt Utrechts recept, schijnt het. Straks bij ons in een Vega jasje. Vroeger vooral geliefd vanwege de kosten. Voedzaam en goedkoop, dat was het.

Schoondochter is glutenvrij, dus alles wat het eenvoudiger maakt is meegenomen. Om de een of andere manier zijn de basis-grondstoffen voor de glutenvrije gerechten behoorlijk aan de prijs. Vooral het meel is duur.

Vandaag begint de vorstweek als we de weerberichten moeten geloven. Ik geloof dat mijn mooie wijde winterjas nooit warm genoeg is en zal er dus dikke truien onder moeten dragen en dubbele broeken misschien. Ik bevries al bij de eerste graad onder nul.

Het doet me denken aan de handbalmiddagen in de Bernardhal in de koude winters van de jaren zestig. Je kreeg er nauwelijks de tijd om je warm te lopen voor het potje en na de wedstrijd moesten we poedelen bij de drinkfonteintjes, ronde bakken met zo’n zes kranen, waar omheen wij in die koude hal ons met nog veel kouder water moesten behelpen. Brrrr. Daarna was het dode vingers opwarmen bij de zwarte kolenkachel thuis. Dat hele proces leverde mij in ieder geval een stel wintervingers voor de rest van mijn leven op als ik geen maatregelen tref, de Bernhardhal wintertenen.

Deze winter belooft vooralsnog een week te duren. Dat is nog wel te overzien. Dan kunnen we eindelijk naar de tuin, waar al het water in de bodem bevroren zal zijn. Goed aangekleed, dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Een leven als een luis op een zeer hoofd

Lieve Blogvriendin schrijft over een smakkert die ze maakt op het perron in de haast een op het punt van vertrekkende trein te halen. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Het doet me denken aan de keer dat ik bijna van boven naar beneden was gekukeld op een trap van het museum Zsolnay in Pécs. Lief kon me nog net grijpen, anders was ik aan een vrije val begonnen.

Lang geleden, zeker 15 jaar misschien, zou ik in de eindkring van de groep, terwijl een aantal ouders ons wekelijkse slotfestijn meemaakten, gauw nog een muziekje opzetten. Ik bleef in de pijp van mijn wijde witte zomerbroek haken en klapte voorover de kring weer in. Daar lag ik. Bont en blauw en met een bult op mijn voorhoofd dat al gauw de contouren aannam van een groot ei. Quasimodo. Liefst had ik de grond open willen roetsen om te verdwijnen in het gat. Zo’n ervaring zou je verre van de kinderen willen houden. Maar het leed was al geschied. Dapper verbeet ik de pijn, bracht de kring tot een einde, deed mijn werk en ging naar huis. In de loop der nacht verstijfden en bevroren een aantal spieren en in de ochtend kon ik niet meer op of neer. Een klein hoekje, inderdaad.

Goed beschouwd zijn er niet veel van dit soort sterke verhalen te vertellen. Of het moest de eerste kennismaking met een Spartamatic zijn. Ik mocht een rondje rijden van vriendin, vergat te vragen waar de rem zat, en lag vervolgens een kwartier later in de greppel naast de Zuilense laan te spartelen met de brommer bovenop me.

Wat een kommer en kwel, maar op een mensenleven viel alles reuze mee. Veel ellende heb ik fysiek niet eens zo meegemaakt. Kort samengevat nog een keer een rondtollende kever op gladde beijzelde weg, een duikel over de kop met de renault 6 in den Haag door een botsing tussen mij en een meneer in een dikke Triumh, een muskietenaanval naast een riviertje aan de rand van Kopenhagen, enkele nervous breakdowns tijdens de overgang, wat hyperventilatie, achteraf gediagnosticeerd als COPD en verder nauwelijks fysiek leed.

Tel uw zegeningen. Als je bedenkt dat mijn ouders beiden de oorlog hebben doorstaan en de armoe in de jaren vijftig. Wij dat laatste ook natuurlijk, maar in het nostalgische terugdenken zien we enkel nog de fijne herinneringen, die alles wat moeilijk was overschaduwen. Deze generatie heeft vooral gemazzeld.

Utrechts Archief: De Amandelstraat

Er waren minder media dan nu. Terloops kwamen boodschappen binnen via de buizenradio, later de kleine zwart/witte televisie met één net, uitgebreid naar drie op een gegeven moment, Er was geen reclame. Alles kabbelde kalm de huiskamer in. We speelden op straat en we keken soms televisie. Nieuws op de radio werd summier afgespeeld. Kleine potjes hebben grote oren. Het behoeden voor de boze buitenwereld was de algehele tendens. Pais en vrêe stond hoog in het vaandel. Bovendien waren er genoeg kleine problemen. Er moest brood op de plank, er moesten elf monden gevoed, het kleine leven bedde zich in de basale behoeften van het moment. Iedere week weer de was, altijd stoffen en strijken en koken, opruimen en naar de kerk gaan. Clubjes, bezoek ontvangen, verjaardagen vieren in bescheiden mate en voor ons kinderen veel buiten spelen..

Daar was onze eigen wereld, naast die van de boeken die ik las, avonturen in je luie stoel of nog liever, in je bed met een zaklampje. En de verhalen in je hoofd, niet te stuiten maar altijd goed voor wat klein drama met zus tussen de stapelbedden in, evenals de films die mijn vader in het clubhuis draaide. Goed beschouwd: Een leven als een luis op een zeer hoofd.

Overpeinzingen

Met beide voeten op de grond

Weer een interessante vraag van WordPress. Of je meer aan het verleden dan aan de toekomst denkt. Onmiddellijk schiet me te binnen: Het Verleden en het Heden ben je, de toekomst word je. Als een rode draad loopt het verleden door het heden heen. Het heeft ons gevormd tot waar we nu zijn. Het brengt herinneringen, belangrijke lessen en soms verlangen naar de nostalgie van weleer. Om te koesteren, niet om in te blijven hangen. Dat is een groot verschil. Helemaal los van elkaar denken is niet mogelijk. Daar waren teveel personen die een belangrijke rol hebben gespeeld of spelen in mijn leven. Ze hoeven niet op een voetstuk gehesen, maar ze hebben van nature al een flinke lading, waar ik me regelmatig aan kan schurken.

In de huidige wereld denk ik liever niet na over de toekomst. Dat vind ik een mistig begrip. Al gauw zijn het wensen en verlangens, die met één ingreep van de een of ander teniet gedaan kunnen worden. Het allerliefst neem ik alles zoals het komt. Go with the flow. Geen staaltje van berekeningen, maar op de golven van het leven. Kan het in deze tijd anders. Zo heb je alles en zo heb je niks.

De agenda vult zich deze eerste maand van het jaar alweer snel. Aan alle kanten vliegen de afspraken binnen. Goed de agenda bijhouden en tijdig op de rem trappen is dan een goed voornemen.

Naast me ligt de biografie van Theo Thijssen geschreven door Peter-Paul de Baar. Eindelijk ben ik er in begonnen. Biografieën, heb ik geleerd, kiezen zelf het geschikte moment uit. Tenminste, ze doen dat bij mij. Ineens kan ik in een opwelling zo’n lijvig boekwerk oppakken en beginnen, om volledig er door ingepakt te worden en door te lezen. Maar misschien ben ik van te voren onbewust moed aan het verzamelen, omdat je weet, dat het veel tijd zal kosten. Ik vind het nu al een aanrader. Het is fijn geschreven, stukjes dagboek, anekdotes, de geschiedenis van Amsterdam aaneengeregen tot een makkelijk en vermakelijk leeswerk.

Even daarvoor had ik de discussie op Tzum over de biografie van Ischa Meijer gezien. Connie Palmen versus Annet Mooij. Wonderlijk dat iemand zo’n ongenuanceerde mening kan spuien, terwijl iedereen weet dat daar een eigenwaarde aan ten grondslag ligt. Palmen laat zich erg in de kaart kijken, waardoor ik een onbedwingbaar verlangen krijg om het boek met eigen ogen te aanschouwen en er mijn eigen mening over te vormen. Iets te berde brengen zou moeten gaan zonder vuilspuiterij en beledigingen. Mensonwaardig en het sop in de kool niet waard.

Gisteren was de trompettist Ibrahim Maalouf bij Janine Abbring op bezoek tijdens Wintergasten van de VPRO. Lief en ik hadden precies op dat moment veel bij te praten over onze wederzijdse daginvulling. Lief was met vriendlief op stap geweest, hadden een filmpje gekeken en lekker gegeten en ik was weggezakt in het zalige nietsdoen, dat we bij tijd en wijle dienen te beoefenen als tegenhang voor de drukte. Genoeg te vertellen dus.

Heerlijk, die terugkijk-functie bij NPO Plus. Zeer de moeite waard als we onze diverse vrienden mogen geloven en het voorstukje beloofd al een boeiend geheel. Deze Wintergasten was sowieso behoorlijk boeiend en ingrijpend. Ideaal voor regenachtige grijze ochtenden waar we er nog steeds genoeg van hebben. Volgende week zal het afgelopen zijn. Dan kunnen de schaatsen weer uit het vet. Niet die van mij hoor. Ik denk dat ik een potentiële bottenbreker ben als ik op de schaats sta. Zeker nu de routine het af laat weten met die zachtere herfstige winters van ons, de laatste tijd. Ik blijf liever met beide voeten op de grond.

Overpeinzingen

Het was een waar genoegen

Een wat versneld ochtendritueel gisteren, want zuslief zou me op komen halen voor de zussendag. Haar gebruikelijke route is van huis naar zus 2, dan naar mij, dan naar zus vier en daar is vaak een kleine pitstop, koffie of plaspauze, om vervolgens door te stomen naar het doel van die dag. In dit geval de gemeente Soest met als kernen Soestduinen, Soesterberg en Soest.

Er was een grote outlet en een kringloopje in het binnenstadje zelf en een grotere kringloop op het industrieterrein, dus we zouden echt wel aan onze trekken komen. Ik had buiten de sale gerekend, die een onbedwingbare aantrekkingskracht op onze jongste zus had.

Het was gemoedelijk, passen, dubben, wel of niet, nee toch maar niet, of toch wel. Zuslief kocht een mooie zwarte broek en een prachtig zwart bloesje. De beide verkoopsters moesten gniffelen om onze grote verscheidenheid. Niet zo moeilijk op te merken als je ons uiterlijk bestudeerde. Doorgaans waren het de wat duurdere deftige zaken die we aandeden. De sale-prijs kwam overeen met de normale prijs voor een gemiddeld doorsnee stuk. Lol hadden we zoals gewoonlijk, een kinderhand is gauw gevuld. En wat altijd heerlijk is, om langs al die verfijnde stoffen te strijken, angorawol, fijn linnen, zacht teddybont en prachtige katoen. Maar er kwam ook steeds meer duurzame op plantaardige leest geschoeide lyocell en Tencelkleding, die je in je koffertje kon gooien en er net zo makkelijk weer kreukvrij uit kon toveren.

We hopten tussen de buien door van winkel naar winkel en besloten te lunchen in een restaurant in dezelfde straat waar een vriendelijke bediening aan onze wensen voldeed. Ik heb afgeleerd om teveel te eten, omdat de benauwdheid dan dubbel toeslaat, dus een aangepaste schotel voor mij zonder brood eronder en voor zuslief één garnalenkroketje in plaats van de op de kaart aangekondigde twee stuks. Elke wens kon moeiteloos worden vervuld. Voor de gezelligheid een potje thee erbij met een ouderwets wijd kopje.

Het kleine kringloopje bood geen soelaas maar in de grote op het industrieterrein was het heerlijk snuffelen. Zuslief ging op zoek naar ‘Beatrix’-porselein. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt. Ieder stuk keramiek werd ook op de merkjes aan de onderkant bekeken. Eigenlijk had ik niets nodig. Naast de paskamers stond een stoel, en daat streek ik neer, toen zuslief aan het passen was. Voor mijn oog bungelde een paar wollen huissloffen met zooltjes. Dat moest zo zijn. Voor de somma van 1 euro kon ik ze soldaat maken. Een van de vrijwilligsters kwam ons verschrikt, echt, zo keek ze, melden dat het over vijf minuten sluitingstijd was. We hadden allemaal alleen wat klein grut, een speelgoedkist, een boek, een grappig schattendoosje, een paar playmobil poppetjes en dan mijn soksloffen.

Het was geslaagd. Tegen vieren reden we naar een bekend wegrestaurant om op een vroeg tijdstip de maaltijd te gebruiken aan het tafeltje bij het raam. De heerlijke rust, het zicht op de weilanden en het genoeglijke gebabbel werkte rustgevend. Rond zes uur, terwijl het voor je gevoel al laat in de avond was, zette zuslief mij weer keurig voor de deur af. Dag lieve zussen, tot gauw weerziens. Het was een waar genoegen..

Overpeinzingen

Broodnodig in deze drukke tijden

Terwijl Storm Henkie om het huis heen raasde, sliepen wij de slaap der onschuld, dicht tegen elkaar aan, knus en warm. In die zin hebben we geen knuffelcoach nodig, een verschijnsel wat steeds vaker schijnt voor te komen. Bij sommigen heerst nog steeds de angst voor besmetting met het een en ander, niet in de laatste plaats corona. Maar ik ben nu al vanaf oktober aan het hoestenproesten en het maakt me niets meer uit. Vannacht leek het voor het eerst weer wat minder. Met het lengen van de dagen verdwijnen bacteriën als sneeuw voor de zon. Ik gooi hem er maar even in. Dan kun je jezelf overtuigen van dat feit. Licht doet wonderen. Veel van wat er gebeurt, wordt toch ook ingegeven door de somberte en huilerigheid van het weer. Een beetje zonlicht zou heerlijk zijn. Het is geen wet van Meden en Perzen hoor, maar het schenkt mij en de burger moed. We gaan weer naar het licht toe zoals planten hun bladeren keren naar het raam.

Gisteren was er in de ochtend een langzaam-aan-actie na alle drukte van de feestdagen. Een heerlijk bijkomen. Daarna gingen we op pad om mijn bestelde schoenen op te halen bij het afhaalpunt en om voor schoonzoonlief een cadeautje te kopen. We bleven hangen op een grappig houten kistje met drie biertjes. Toen lief het ding uit het schap trok bleef de bodem achter en kletterde een flesje kapot op de grond en een tweede ook, maar die bleef heel. Speuren naar een van de vakkenvullende mensen. Daar kwam ze al aangelopen. Kon gebeuren, geen probleem. Dank voor het begrip. Nieuwe met de hand eronder uit het schap gehaald, een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen, en op pad naar het feestvarken.

Het viel ons in het centrum vooral op dat iedereen nog zoveel aan het snacken was. Je zou zeggen, men heeft zich met de feestdagen aardig tegoed gedaan, het mag een onsje minder, maar nee hoor. Hele kippenpoten en saucijzenbroodjes werden naar binnen geschoven. Wonderlijk hoe mensen daarin kunnen verschillen. Misschien hebben we dat wel heel erg van huis meegekregen. Mijn moeder nam graag bij een verjaardag, als ze over waren, een tweede gebakje, maar liet dan een boterham staan. Nou waren dat de overheerlijke sneeuwballen van bakker Boonzaaijer. Die waren inderdaad niet te versmaden. Bij iedere verjaardag stond mijn moeder ‘s morgens heel vroeg al in de winkel om met een behoorlijke buit weer thuis te komen.

Bij schoonzoon waren er chocolaatjes in goudpapier. Glad strijken en bewaren om mee te knutselen, adviseerde ik Tante Pollewop. Iets wat ze prompt deed. Op een gegeven moment hadden we het over zwemmen, waarschijnlijk in verband met de hoeveelheid regen die gevallen was, en binnen no time had tante haar zwempakje met de vleugeltjes aan, haha. Ze is heel associatief. Dat blijkt wel.

Vandaag is het zussen-vieren-het-nieuwe=jaar-dag. Dat gebeurt met een lunch en een kringloopje. Gezellig, want het is alweer een tijdje geleden. Om kwart voor twaalf wordt ik gehaald. Ik had beloofd naar een nieuwe puzzel van vijftig stukjes voor kleindochter te zoeken. Want de Barbapappa-puzzel die ze heeft, kunnen we beiden bijna blind leggen. ‘Wel een leuke hoor’, had dochterlief gewaarschuwd. Natuurlijk lieverd, ik moet hemzelf ook een aanzienlijke maal leggen. Dit is een uitstekende gelegenheid om te zoeken. En ook dé kans om even bij te praten. Broodnodig in deze drukke tijden.

Overpeinzingen

Zo moeilijk zou het niet moeten zijn

Zoonlief zei dat hij zich niet kon heugen dat boerenkool op Nieuwjaarsdag de traditie was. Toch heb ik dat echt een aantal jaren gedaan. Simpele voedzame maaltijd, waar je veel of weinig van op kan, maar dat opweegt tegen al de liflafjes van kerstdagen en oudjaars-avond. Natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid personen meer of minder werk. In alle rust had ik op de dag wat voorbereidingen getroffen. Twee zakken boerenkool gewokt met uien, knoflook en paprikapoeder. De aardappelen, in totaal drie kilo, gesneden en met schil en al in de pan gedaan. Lief had gestampt en ik roerde de boerenkool er doorheen. Met vereende krachten is het goed werken. Boter erbij en kooknat. Yummie.

De lekkerste boerenkool in de pannen op tafel, twee verschillende versies, een met worst en de ander met kaas, met eigenhandig bereide vegetarische jus van dochterlief, boter met bouillon, peper en zout voor een hemels kleurtje bruin. Dat van de bouillon was mij nog niet ter ore gekomen. We zijn nooit te oud om te leren.

Een tafel vol gezelligheid. Dochterlief bakte de kaasschnitzeltjes, de anderen dekten de tafel. Stoelen werden her en der uit het huis gesleept. Vier van de zes gezinnen bij elkaar. Heerlijk. Smikkelen en smullen geblazen.

Om half acht, na de vaat, door de kinderen gedaan, en thee met de resterende appelflappen en oliebollen toe, werd er uitgezwaaid en geknuffeld en viel de stilte opnieuw in. Dag schatjes, het was gezellig.

Vandaag is schoonzoonlief jarig, hij schiet alweer een jaar boven de veertig uit. Dat gaat snel. Vanmiddag wippen we even aan, want verder viert hij het niet. Zoonlief herinnerde me aan het feit dat ik vandaag mee zou gaan naar het spoorwegmuseum, maar dat was compleet door mijn hoofd geschoten. Niet in de laatste plaats door al het hoesten en het lucht tekort. In het vervolg niet vergeten het in de agenda te zetten, altijd met een reminder erbij.

In de dikke Winter-Groene staat een heel verhaal over Ruigoord, een kunstenaarsenclave in het havengebied van Amsterdam. Ooit trad mijn Djembé-leraar daar op met zijn band en toen zijn Zus en ik er naar toe geweest. Nog nooit had ik die plek bezocht, waar nog altijd het leven, de verbeelding en de vrijheid gevierd werden en worden. Ik was er minder bewust aanwezig dan dat ik nu zou zijn, opgeslokt door de perikelen van alle dag, die ergens nog in het achterhoofd speelden. Maar de sfeer was ongedwongen en warm, een conclaaf van saamhorigheid in de hectische wereld waarin we toen leefden. Alsof de tijd had stil gestaan.

Aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig hadden we diezelfde warmte gevoeld in de wetenschap als volstrekt verschillende individuen bij elkaar te horen, pacifist, marxist, communist, socialist we konden allen door een deur. Heerlijke en heftige discussies op feestjes te midden van de luide muziek, maar altijd met de milde gedachte in het achterhoofd, dat het goed was zoals het was.

Al trommelend op de Djembé tijdens een workshop kwamen deze beelden weer omhoog. Een soort spijtige blik achterom, naar wat ooit was en waarvan we automatisch wisten dat dat nooit meer zo zou terugkomen.

Voor dit nieuwe jaar zou ik die verdraagzaamheid graag weer oproepen. Elkaar tolereren, de ruimte geven, heftige discussies mogen maar dan tegelijk met het respect dat elk mens verdient in zijn eigen waardigheid. En die ook te laten. Zo moeilijk zou het niet moeten zijn.

Overpeinzingen

En daarmee alle rijkdom

De andijviestamp ging nog net, maar daarna was het einde verhaal met de lucht en de longen. Ze wilden niet meer doen wat ik deed. Namelijk gewoon ademhalen. Dat doel smoorde in gesnotter, genies en geblaf. Mijn feestversieringen waren de papieren snotlapjes. Bij wijze van besparing heb ik de keukenrol maar ingezet.

Lief moest me wakker maken om twaalf uur. Wertheim hadden we al niet gehaald, te weinig vermogen tot concentratie, wat je toch nodig hebt voor een goed verhaal en het wattenhoofd had zich uitgebreid tot een dommeltje eerste klas. Geen puf om ook maar een greintje van het vuurwerk mee te nemen. Verwensingen aan het adres van het vele stikstof dat vrij zou komen en opstandig naar de overstemming van het programma door de bommen en granatendecibellen. Alsof er nog geen oorlog genoeg was in de wereld.

Beetje bitter, geloof ik. Niet om het nieuwe jaar mee in te stappen. Wacht, ik slaap er een paar uur over en dan kan ik fris en fruitig opnieuw beginnen. Het lijf had echter andere ideeën. ‘Wat een benauwenis’, zou oma roepen en mijn vader zou een koele hand op mijn hete voorhoofd hebben gelegd. Ziekies. Je bent pas ziek als je geen aardappelen meer kan schillen. Oké, dat was me gisteren nog wel gelukt. Nou, niet schillen hoor, maar in stukken snijden. Schillen is van ooit en lang geleden.

Dun, dunner, dunst. Mijn moeder keek er persoonlijk op toe of de dunschiller inderdaad deed naar waar ze vernoemd was. Alle goede stoffen zitten vlak onder de schil. Ja moe. Stampot voor dertien personen is geen sinecure. Nu gaat er rauwe andijvie in. Met die vitaminen en mineralen zit het wel goed. De andijvie werd door moeders gekookt tot er geen greintje leven meer in zat. Dat was toen. Nu krijg ik er onmogelijk de hoeveelheid uit de hele zak in verwerkt. Dat wordt nog drie keer andijvie eten van de week.

Zoonlief zei dat het zout was, maar alles zit dicht, dus dat beetje aan smaakpapil bij mij wat nog in leven is, werkt voor geen meter meer. Uien en knoflook proef ik zelfs niet. Wat een malaise.

Maar niet getreurd. Zo zittend in de kussens voel ik me een hele piet. Straks een verfrissende douche en de voorbereidingen voor een middagje boerenkool met twee van de vijf gezinnen. Schoonzoonlief heeft dezelfde verschijnselen als ik en dat houdt de boel in evenwicht. Tussen het grijze grauw is een lapje blauw te bespeuren met een oplichtende witte wolk ervoor, waar de zon zich achter ophoudt. Daar putten we moed uit. Wordt winter in januari wat winter belooft in de komende weken. Vrieskou, droog weer, tuinweer vooral. Dat hopen we maar. En straks, ergens in deze maanden, helder zicht. Op de sterren, op de vogels, op de gezichten, op de borden langs de weg. Dat is pas een goed begin.

‘Zie je er tegen op’, vroeg iemand mij. Tegen die staaroperatie niet, voor geen meter. In dit geval is de kwaal erger dan het middel. Ik wens iedereen trouwens een helder zicht in 2024. Zo het kan op alle fronten en veel liefde en warmte en daarmee alle rijkdom.

Overpeinzingen

Fijne jaarwisseling

Wat geeft je een nostalgisch gevoel”, vraagt WordPress aan de lezer en gebruiker. Oud jaar, de laatste dag. Een betere omschrijving voor nostalgie is er niet. We trekken langzaam de jas van 2023 uit om precies om middernacht, als de klok twaalf heeft geslagen, in de nieuwe jas van 2024 te schieten. Alleen al die handeling zet de hele dag in het teken van de nostalgie.

De oude jas vol van leed en klein geluk. Het jaar van de tegenstellingen, van een onrustige buitenwereld en een kabbelende binnenwereld. Een jas waarin ik de kleine momenten heb gekoesterd als de allerbelangrijkste in het leven, momenten om diep in te duiken en de kraag tot over de oren omhoog te trekken. Een jas om in weg te dromen en al dat vreselijke andere buiten te sluiten. Zo’n jas dus.

Gisteren stuurde de posterijen mijn nieuwe regenponcho op. Over iets om in weg te duiken gesproken. Lief en ik kunnen er met gemak samen in. Een bruine Sherlock Holmes, versterkt door het ruitjesmotief natuurlijk. Associaties komen altijd door de kleinste dingen. Toch bewaar ik ‘m, want het zal me heerlijk droog en warm houden tijdens de winterwandelingen die we willen gaan maken in het nieuwe jaar. Een dikke trui eronder en klaar. Kom maar op regen, hagel en gure wind.

Dat laatste trekt nog even woedend aan die laatste dag van het jaar, alsof ze zeggen wil, hou op met al dat gedonder met je vuurwerk. Ik blaas alles schoon. Hoei. Niet alleen de straten maar ook je geweten.

Gisteren kwamen zoonlief en zijn gezin vervroegd het oude jaar uitluiden met de krullebol, de kleine spring-in-het-veld en hun jongste babyzus. De mand met autootjes kwam te voorschijn en het kleine koffertje met de mini-dierentuinbeestjes. Maar de feestvreugde werd verhoogd toen de oudste twee mochten helpen met dino-pannenkoeken bakken. Dat is topvreugde nummero een.

De jongste stond op een stoel verder af van het fornuis en had inmiddels de kraan ontdekt. Groot vermaak met klein middelen. De oudste roerde in het beslag en mocht dat ook in de hete pan doen, die ik zo ver als mogelijk voor hem vasthield. We maakten de gekste vormen. Er werd een dino met de huid van een giraf geboren, de afdruk van de poot van een brontosaurus en er kwam zowaar een echte stegosaurus uit de pan. Het stapeltje werd allengs groter en het enthousiasme doofde geen moment. Bij de allerlaatste druppel werd het dino-dinnertime, natuurlijk. Waar gezaaid wordt, moet men oogsten.

Een pannenkoek is geen pannenkoek als er geen stroop of poedersuiker op zit. Oprollen met de handjes, hier en daar geholpen door mama of papa en genieten met hapjes. Dat was het concept. Het ging erin als koek. Klein geluk is snel gevonden. Toen we als toetje sneeuwmannen smikkelen en smullen hadden was het feestje compleet. Het oude jaar kon niet meer stuk. Daarna volgde nog een pinkeltjesverhaal in aangepaste versie. De boeken zijn toch allemaal een tikje achterhaald. We herschrijven geschiedenis terwijl U wacht. Er was appelsap uit een groot pak, gekozen door mij omdat me dat een groter stuk tetri-verpakking op zou leveren. Het mes snijdt op die manier aan twee kanten. Letterlijk en figuurlijk. Daarna kusjes, kruisjes en kushandjes op de galerij.

Vanmorgen belde de jongste zoon om negen uur of hij wat mee moest nemen uit de winkel en de oudste zoon om te vragen of we ook oliebollen van de kraam wilden hebben. Lief hè.

Morgen komen dochterlief met aanhang en zoonlief met gezin stampot boerenkool eten, vega en voor de liefhebber met worst en spekkies, volgens de traditie en vandaag eten we stampot andijvie met vega spekkies. Gemak dient de mens. De regen huilt tegen het raam, troosteloos, maar binnen schijnt de zon in de herinneringen aan de leuke dingen en de verkneukelingen op de toekomst en dat wat straks komen gaat. Vader Tijd krijgt alle kans om er waardig uit te stappen en zijn jonge evenknie binnen te halen. Fijne jaarwisseling.