De zwaluwen zijn druk, ze vliegen niet al te hoog. Het kan duiden op het verwachte onweer en de regenvlagen die zijn voorspeld. De witte gordijnen bollen op bij een zachte bries, voorlopig wijst er niets op dat wat ons te wachten staat.
Gisteren heb ik minuten lang in de sloot op het tuinencomplex staan kijken. Telkens schoten er luchtbellen naar boven. Een bellenblazer op de bodem van de sloot. Wat zou het zijn, snoek, kikker, ringslang, alle drie verwoede zwemmers en bewoners van het rijk onder de plompbladeren. Verscholen onder een lieflijke aanblik van de gele bloemen en haar grote zonneschermen. Hoe lang ik ook tuurde en keek, niets liet zich zien.
De aanblik van de tuin was nogal chaotisch, dus moest eerst de voorkant worden aangepakt en opgeruimd. ‘Weet waar je aan begint, dame’. De kruiwagen opzichtig op het pad geplaatst, zodat de enorme manshoge brandnetels driedubbel geknakt en geveld er in konden worden gegooid. Sommige hielden zich angstvallig vast met hun wortels. Bij het trekken voelde ik vooral mijn schoudersbladen als plots de gang gestaakt werd door het verzet. Verdraaid nog aan toe, wie is hier het sterkst. Toegegeven in sommige gevallen toch echt de brandnetel. Ik zal straks de schepel nodig hebben. Na de netels kwamen de wilgen. Snoeimes en zaag in de aanslag. Hé er groeien pruimen aan de boom bij dochterlief in de tuin en peren. Dicht bij de boom snoeien, anders moet je twee keer knippen. Tijd is kostbaar op de tuin, want vaak is er een chronisch tekort aan.

Ik maakte hoopjes brandnetel en hoopjes wilgentenen. Hier en daar zelfs een overhangende tak van een vlier. De boef had zich innig verenigd met de kers in de hoek. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Bij dit werk kan je je mateloos te klein voelen. Zoals Jesus Christ in de gelijknamige film riep: ‘There is too little of me, don’t crowd me’. Dat gevoel dus, maar dan met al die oprukkende planten en bomen. Het is niet moeilijk om er een scène van een tekenfilm van te maken of een hoofdstuk van een boek,. Het lijkt ook op de oprukkende kerken die Stach vervaarlijk dichtbij zag komen in Koning van Katoren van Jan Terlouw. Ken uw klassiekers. Dat soort beelden schieten door me heen terwijl de handen en de armen gestaag doorwerken. Verder denken gaat niet.
De tjiftjaf laat zich horen en de merel hipt door de omwoelde aarde. Van thuis had ik de koelkastmagneten uit de diverse musea meegenomen, die prijken nu op de buitenkant van het atelier, daar waar de verf afgebladderd is. Helaas te weinig om de hele plek te beslaan, maar het schiet al op. Sparen dus en in de kringlopen zoeken naar andere magnetische voorstellingen die te gebruiken zijn.
De netels komen op de overvolle berg compost en de wilgentakken verwerk ik voor een deel tot schoof en staak, als de achterbuurman me enthousiast begroet en een praatje komt maken. Hij vertelde over zijn vakantie en ook over het feit dat hij slecht sliep. Net als ik lag hij vaak te malen over dit kabinet, de schertsvertoning bij de debatten en niemand die een mond opentrekt om het land te behoeden. Gebakken lucht van machtsmisbruikers. Conclusie: Blijf schoonheid scheppen en halen uit het kleine geluk om je heen. De kinderen en kleinkinderen, de natuur, het maken van een mooi eiken bankje of een nieuw schilderij. Natuurlijk geeft ook dit klaaglied daarmee een positieve wending zodat we weer ons weegs kunnen gaan.
Inmiddels is de middag omgevlogen en laat ik de boel de boel. Wat nu niet gebeurt, komt de volgende keer aan bod. Hoogste tijd om te speuren naar de luchtbellen in de sloot.



















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.