Overpeinzingen

Tijd om thuis bij te tanken

Gisteren had ik, om wat inspiratie op te doen, de televisie om 12 uur aangezet en viel met mijn neus in de boter. Het filosofisch kwintet onder leiding van Arnold Grunberg had als item ‘De rechtsstaat, autocratische verleidingen’. Aan tafel zaten de auteur Tom de Lanoye, auteur en historicus Annelien de Dijnen, publicist en redacteur Casper Thomas en essayist Arnold Heumakers.

Was het toeval dat ik in de vroege ochtenduren de podcast van Maarten van Rossem over dit onderwerp had gehoord. Heerlijke televisie voor wie even iets anders aan het hoofd wil hebben en graag het hoofd mag buigen over dit soort verdiepende items. Iets wat doorgaans met Lief een gewoonte is en hier schromelijk gemist wordt. Voeding voor de geest en de ziel. Arnold Grunberg is een fijne gespreksleider. Van de mensen die aan het gesprek deelnamen kende ik alleen Tom de Lanoye.

Ik las hun doopcelen allemaal nog eens na op wiki en kwam erachter dat een boek van de Lanoye, ‘Sprakeloos’,dat over de beroerte van zijn moeder ging, waardoor deze amateur-actrice en schrijversmoeder haar spraakvermogen kwijt raakte, hier in de kast stond. Onopvallend en muisstil. Had ik het gelezen? Bij de eerste bladzijde kwam het me volkomen onbekend voor en ook het verder bladeren hielp me niet als geheugensteun. Ik nam me voor om tussen alle andere boeken door ook deze mee te nemen. Het onderwerp sprak me aan, het ergste wat je kon overkomen als schrijversmoeder en niet onbelangrijk, heel erg herkenbaar.

Het was vlak voordat ik naar zoonlief reed om het cadeau op te halen voor Dribbel, die die middag zijn verjaardag voor de familie zou vieren. Het paste tussen voor en achterbank. Dochterlief zou het eruit halen. Zoonlief liet me eerst even al zijn kluswerk aan huis zien. Hij had een prachtig bed gemaakt voor zoonlief, een soort king-size kinderledikant met uitgang. Het zag er fantastisch uit. Hij heeft het zichzelf allemaal aangeleerd onder het motto: Al doende leert men of misschien wel volgens het lofwaardige principe van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan’.

Bijna iedereen was op het feest, vroeger of later, alleen was de helft van de familie van zoonlief met buikgriep thuisgebleven. Daarna konden de cadeautjes worden uitgepakt en hadden we geen kind meer aan de kleintjes, die met veel decibellen de nieuwe fiets hadden ingewijd net als de Hot Wheel autobaan met diens autootjes. Super cadeau en super lawaai.

Toch konden we in een knusse formatie, de dochters op de grond en schone zus en ik er naast, oma in de schommelstoel, een heerlijk gesprek voeren over huishoudens, over leiding geven, over organiseren. Alle begrippen kwamen langs. Organisatievermogen, chaotisch handelen, geleide chaos, gestroomlijnd uitvoeren en elk van ons paste wel de een of andere handschoen. Bij mij was het vooral vroeger en in de groep een geleide chaos. Met duidelijke begrenzingen, dat wel, maar mogelijkheden te over om nieuwe uitdagingen aan te gaan door de veelheid van materiaal. Dat laatste zorgde er ook voor dat vooral de structuur voor anderen niet altijd even makkelijk te doorgronden was.

Een voorbeeld: Ooit keek ik op een school waar ze de lego in de kast tot op de bouwsteen hadden uitgezocht en gesorteerd. Geen grote rommelbak waar je zomaar ineens op nieuwe ideeën kon komen, maar de steentjes droog en keurig netjes in bakken en bakjes. Alle sjeu van het fantaseren in de kiem gesmoord. Weg oplossingsgericht denken en creatieve kijk op de dingen. Alles volgens het vermeende boekje.

Daarna kwamen de begrippen ADHD en het ADD aan bod. De dochters hadden altijd gezocht naar de bron van dat alles en gisteren kwamen ze bij mij uit, omdat ze me creatief vonden en altijd bezig van alles en nog wat te verzinnen. De hyperactiviteit in de zin van gedachtenstorm herken ik wel, maar de concentratiestoornissen niet. Juist als ik ergens iets aan het voorbereiden ben, projecten, verhalen of anderszins, lukt het me uitstekend om de aandacht vast te houden en kan ik er helemaal in op gaan.

Het was een heerlijk gesprek, even de diepte in met elkaar. Daarna aten we allemaal samen. Pompoensoep met kaasbroodjes. Dribbel was op en top jarig. Om half zeven viel ik bijna om van vermoeidheid. Tijd om thuis bij te tanken.

Overpeinzingen

Tel je zegeningen

In de vroege ochtend luisteren naar de lijzige maar rake woorden van Maarten van Rossem. Alleen in bed is toch een wereld van verschil zo in de vroegte. Hij bespreekt in zijn podcast samen met Tom Jessen deze ‘kamer’-week. Mooie nieuwe termen worden uitgevonden. Theatrale autocratie bijvoorbeeld en daarmee slaat hij de spijker op z’n kop wat betreft de autoritaire houding van Wilders tijdens het debat van deze week. Vroeger zou men zeggen dat het één grote poppenkast was, een schertsvertoning. Zouden er al diverse mensen ontdekt hebben dat ze zich hopeloos vergist hebben tijdens de verkiezingen. Ik ontdekte dat ik kon puzzelen en luisteren tegelijk. Dat is een win-win in tijd, want beide doe ik graag.

Inmiddels heb ik er al weer een aantal lessen Hongaars opzitten. Door de herhaling beklijft het langzaam maar zeker. Het is een moeilijke taal met woorden die absoluut buiten mijn comfort-zone liggen. Het geheugen kraakt en piept dan ook, maar het is goed voor me, deze verfrissende nieuwe stap. Het hoort ook bij het andere thuis en geeft daar nog meer inhoud aan. Ik zal de tijd prijzen dat ik een eenvoudig gesprek met de buurvrouw of de caissière aan kan gaan.

Vandaag is het Dribbel zijn feest. We hebben als familie op marktplaats een fiets voor hem gevonden die zoonlief helemaal heeft opgeknapt en die nu met een nieuw zadeldek, een vers gespoten kettingkast en een nieuwe bel, met zijn naam op het frame staat te shinen. Hel geel dus goed zichtbaar.

Oranje gewonnen. Het koste me wat moeite maar ik ben wakker gebleven. Ik wilde ze almaar vooruit praten. Hup jongens, naar voren, niet achteruit voetballen. Met dergelijke landsbelangen worden het altijd ‘onze jongens’. Misschien ook wel omdat mijn leven op de zaterdagen zich grotendeels langs de lijnen afspeelde. Als moeder van de twee die in het eerste speelden. Eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Jaja, dan mag je eindelijk een woordje meespreken.

Die twee fanatieke voorste zwart-witjes

Ooit verguisde ik het voetbal, omdat in ons gezin thuis de weekenden altijd rond de bal draaiden. Zelfs mijn moeders befaamde soepen, vooral gemaakt voor de jongens van het eerste, die dan bij ons kwamen eten op zondag. Dat was gezellig, maar de wedstrijden draaiden vooral om mijn vaders stemverheffingen tijdens de wedstrijd. Hij bulderde zijn aanwijzingen als een orkaan het veld over. Oef, als puber val je dan ten prooi aan een ongekende schaamte.

Het liefst liepen we met moeder rond de velden en genoten van de kleine natuur die er ook was. Een mooie bloesem, een oude boom, een madelief en mooie luchten. Uit moeders tas kwamen steevast krentenbollen en als we flesjes gingen rapen konden we wat lekkers kopen in de kantine en duimen dat er niet verloren werd, want dan waren de rapen gaar. Er voetbalden altijd twee of drie broers mee in het eerste, die het daarna voor hun kiezen kregen. Bij voorkeur tijdens de maaltijd.

Met de jongens zou ik het anders doen. De kantine ging ik nooit in. Bij regen en ontij stond ik alleen langs de kant en ving hun blikken en de duimpjes omhoog.

Straks videobellen Lief en ik elkaar. Even bijkleppen en gedachten uitwisselen. Lang leve de moderne mogelijkheden. Zo dichtbij en toch kilometers ver weg. Alsof we naast elkaar op de bank zitten of aan de keukentafel. Gisteren keken we tegelijk de wedstrijd. Dat was ook al leuk. Met vriendinlief had ik het over dat gemis, maar realiseerde me net op tijd dat haar man vorig jaar overleden was en dat mijn gemis een bleek aftreksel was van dat grote definitieve afgesneden zijn. Mijn gemis is te overbruggen, letterlijk en figuurlijk. In kilometers, in decibellen en in beeld online. Oplosbaar leed.

Tel je zegeningen.

Overpeinzingen

Nog een horde brandnetels te gaan

Alsof alle neuzen in Nederland richting Breitner wezen, zo druk was het op de parkeerplaats en evenredig druk in het museum. Niet gereserveerd, realiseerde ik me bij het zien van al die auto’s. Prachtig plekje weten te veroveren op de parkeerplaats en daarna was er nog een gaatje in het museum over om half twee.

Een half uur om te overbruggen was te doen. Kon ik gelijk even peinzen over de pakjes die die ochtend waren bezorgd. Een prachtige rok met grafische opdruk en een heerlijke zomerse top met daarbij ook het pak met de Olieverf en de drie losse kleuren, twee gebrande Omber en een gebrande Siena. Een assorti voor het atelier op de tuin en een Siena en een Omber voor hier thuis.

Ziezo nu kan ik elke aanvechting om te schilderen gaan honoreren, waar ik ook ben. De losse tubes zaten vermomd in een doos voor pigmentpennen, gerecycled materiaal dus, dat was een pre. Ook de opvulling van het pakje bestond uit papieren zakjes gevuld met oud karton en papier van de firma. Eveneens te prijzen. Weg met al die plastic luchtzakjes die er anders voor gebruikt worden. Het half uur wachten vloog voorbij.

Breitner schilderde in de beginperiode voornamelijk paarden op de hem zo ingenieuze wijze met een steeds losser wordende toets, maar de Dam-taferelen en zijn meisjes in kimono staan me het meest na aan het hart. Wat een heerlijke belevenis om er oog in oog voor te staan en elke streek verf in me op te nemen. Ook zijn etsen en krijttekeningen zijn niet te versmaden. Het was gelukkig drukker in het restaurant dan in de zalen met zijn doeken, dus kon ik iedere keer van doek naar doek hoppen waar weinig tot geen mensen voor stonden. Alle aandacht was mogelijk.

In de museumwinkel vond ik een mooi boek over het fluoriserende licht in de natuur, vuurvliegjes, kwallen, inktvissen, paddestoelen en andere schimmels en algen worden er in beschreven, achteraf gezien toch nog iets te ingewikkeld voor de filosoof en tante Pollewop, maar zo prachtig en het samen met een boek van David Mitchell, ‘Wolkenatlas’ en zes kunst-onderzetters liet inpakken. ‘Wolkenatlas’ intrigeerde omdat de schrijver volgens het parool ‘Je van het begin tot het einde aan een draadje houdt’ en omdat de titel me intrigeert. Vooruit, doe eens gek en kietel jezelf als gemis van Lief voelbaar is, wat had ik graag met hem door het museum willen wandelen.

Met een hoofd vol inspiratie op weg naar dochterlief en haar gezin. Ik zou mee-eten hadden we afgesproken, maar eerst hadden we zomaar Quality-time omdat de kinderen ergens aan het spelen waren. Lekker theeën met z’n tweeën en bijkletsen, naar de verbouwing van de inloopkast kijken, honderd-en-een onderwerpen de revue laten passeren tot de kinderen en paps thuis kwamen en alle aandacht naar rapporten, school, werk, voetbal, politiek en andere belevenissen ging. Ze maakte in de wandelgangen een heerlijke vegetarische noedelsoep die met stokjes en lepel gegeten werd, waarbij tante Pollewop de show stal door twee handen te gebruiken bij de stokjes.

Dochterlief had als tip een Emmaus-kringloop in haar buurt waar goede boeken te krijgen waren, ze had zelf er drie boeken van Roald Dahl op de kop getikt voor weinig. School had twee summiere verslagen meegegeven van de twee met lovende woorden. Een elastieken kleindochter en een hele sociale kleinzoon. Ja dan moet er uit oma’s knip natuurlijk wel wat pecunia voor de spaarpot komen, wat met glunderende blikken werd aanvaard. De filosoof had een verzoekje aan mijn adres. Hij en zijn zus wilde graag met me tekenen en schilderen. Gaan we doen straks op de tuin. Maar eerst moet daar de boel aan kant. Nog een horde brandnetels te gaan.

Overpeinzingen

Met open ogen zelfs

En het water sopt alweer van de daken af en blaast bellen en belletjes in de plassen op de vloer van het balkon. Ik hoor het aan de manier waarop ze neer plonzen, maar ik heb goede hoop. Gisteren begon het ook zo en toch bleef het daarna de hele dag droog en scheen zowaar de zon in de middag.

Dat betekende dat de tuin onder bereik lag. Ondanks dat het de hele nacht geregend had was het nog steeds droog op het enigszins verharde pad langs de sloot. Geen diepe moddervoren van de fietsers die naar hun tuinen reden, niets van dat alles. Er viel gewoon goed door te stappen. Gelukkig maar.

Vandaag zou ik het afmaken. De grote strijd tegen het zevenblad. Ik weet het. ‘If you can’t beat them, eat them’. Mooier valt het niet te zeggen. Dankzij de vorige buurvrouw hebben dochterlief en ik nu te kampen met de naweeën en die liegen er niet om. Bloeiend zevenblad valt maar op een manier te elimineren, met de hand plukken en hopen dat geranium en bosaardbei de strijd onder de grond verder zullen beslechten en dat zevenblad niet meer opgewassen is tegen die overmacht van vernietiging en het afremmen.

In de oude tuin bij de Maarseveense plassen was het een ware plaag geworden. De gewoonte toen was om de wortels uit te graven, maar dat was een ondoenlijk werk omdat ze lange sporen trokken onder de grond. Zodra de wortel half was uitgegraven en de andere helft bleef zitten, staken ze elders de kop op. Uitputten is misschien wel de meest vriendelijke manier. In ieder geval houden we deze zustertjes in de gaten. Wat wijsheid is, weten we pas weer zodra de groei opnieuw begint.

De stoel stond in de buurt, al was ik niet zeker van een stevige zit, want het riet was verweerd en bij het minste of geringste gewicht kreunde het vervaarlijk. Nog even en ze was onbruikbaar. Door twee anderen op het overwoekerde terras was ik al gezakt. Tussen het zevenblad stonden oneindig hoge brandnetels. Die gingen mee de vuilniszak in, stel je voor dat daar piezeltjes zevenbladwortel tussen zaten. Dan wil je ze echt niet op de composthoop.

De volgende actie zal zagen worden van een wilg en de kleine stammetjes in de grond. Dan hebben we een mooie verbinding tussen de twee tuinen. Zo ploeter ik voort. De kleine jonge tjiftjaf kwam nieuwsgierig kijken. Scharrelde tussen de pas ontgonnen aarde en leek zich totaal van geen gevaar bewust. Hipte onverstoorbaar op de wilgentronk en daarna vlak bij mijn voeten. De lieve onschuld van de jeugd. Met die Vlaamse Gaaien van de vorige keer in de buurt moet hij toch wat omzichtiger zijn. Wel gezellig, dat scharrelende leven om me heen.

In de ochtend had ik een heerlijk uur met Lief gebabbeld. We missen elkaar, maar dit is troostrijk en ook de wetenschap van het gemis zelf. Stel je voor dat het niet zo was. Vanmorgen stuurde hij een foto van de zonnebloem, die uit het muurtje bij de varkensstallen groeit. Dappere doorzetters.

Op de terugweg, de twee vuilniszakken met het zevenblad had ik laten staan om de volgende keer mee te nemen, kwam ik achtereenvolgens de felgekleurde kattenstaart en een prachtig exemplaar van de de gewone engelwortel tegen, de laatste niet te verwarren met haar giftige evenknie, de berenklauw. In de sloot dobberden meerdere gele plomp en hun plompenblad aan hun onderwaterstengels

Zo fijn als het was in die stille en vredige natuur, zo’n deceptie was het stukje debat wat ik bij thuiskomst zag op televisie en waarvan ik me afvroeg of dit echt zo was gegaan die dag. Wat een mispoge, wat een onnoemelijk slecht voorbeeld van een werksfeer. Wat een verdrietige vertoning. Het kostte de nachtrust, want het leverde me een ware nachtmerrie op, met open ogen zelfs.

Overpeinzingen

Zwemmen konden we als de beste

Oef, wat kletterde het lekker vannacht. Op een gegeven moment hoorde ik het water stromen en was in mijn waak/slaap toestand even bang voor een lek. Bed uit en de oren spitsen bij het raam tot ik me ineens realiseerde dat het het water was dat door de regenpijp aan de zijkant van de hoekwoning stroomde. Ach, natuurlijk, sufkipje. Klaarwakker was ik gelijk.

Water had ik gisteren genoeg gezien. Kleindochter zit op turbo-zwemmen en die ging ik ophalen, met haar Omi en met onze lachebek om ze met de auto naar het zwembad, een stadje verderop, te brengen. Gelukkig werd het zicht op de overkant van het bad door dikke rijen bosschage aan het oog onttrokken, want daar stond ooit onze zo geliefde school ‘De Overkant’. De aanblik van dat kale braakliggende terrein geeft nog altijd steken van weemoed en pijn in het hart. Niet over piekeren, maar door. Lachebekje in de kinderwagen, tassen eraan gehangen en voort naar de kassa, de kleedkamers en de kantine.

Het laatste half uurtje mochten we kijken. Nadat Omi kleindochter in haar wetsuit had gehesen en de kleine aan het spelen was bij het ingenieuze apparaat van spiralen, balletjes en bellen babbelden wij de tussenliggende tijd van ons af met opvoedkwesties, het vergelijken van vroeger en nu (natuurlijk), het begrenzen, het bieden van veiligheid en het waarborgen ervan. De kleine telg stapte intussen dapper rond tussen de tafels met scherpe punten op ooghoogte. Een pad vol gevaar. Er waren koekjes en krentenbollen ter afleiding.

Kleinzoon van haar had de gele slip gehaald met judo, op hetzelfde moment kwamen er twee filmpjes binnen van dribbel, waar hij zijn gele slip kreeg uitgereikt. Bijzonder. Daardoor kon ik, nog altijd vol trots, vertellen over lief, die zijn zwarte band bij Anton Geesink had gehaald, een Icoon pur sang, Anton dan hè, de legende van het Judo.

Het laatste half uur bleek dat Omi wel oversloffen had gekregen, maar er was voor mij geen paar beschikbaar. Een vrouw vertelde me dat ik door de gang buitenom mocht lopen met kleinzoon in de kinderwagen. Aan het eind van die gang stond mijnheer Bullebak zich te ontdoen van de bovenkant van zijn wetsuit en poste zich met een indrukwekkende bleke torso imponerend voor de ingang, vroeg bars wat ik kwam doen. Het kleine meisje kwam even boven drijven, daarna de verontwaardiging. Nou zeg. De badmeester van kleindochter wuifde zijn bezwaar weg. De boze badagent gaf op diezelfde barse manier privé-les aan een jongetje en ik vermoedde dat deze lieve kleine jongen niet echt meer van zwemmen zou kunnen houden na een aantal lessen van zo’n meester.

Kleindochter zwom de spetters uit het water en was helemaal klaar voor het afzwemmen, al ging het duiken op z’n hondjes, met vier pootjes naar voren. Bibberend hoopje om aan te kleden en Nijntje om kleinzoon zoet te houden na de lange zit. Omi was net zo nat als kleindochter.

Het een en ander bracht me bij het zwemmen in het oude Noorderbad. Vanaf het moment dat het zwembad openging konden we er met een familie-abonnement terecht en zwommen het liefst drie keer per dag als het kon, omkleden in de schapenhokken als je jong was en als je ouder werd in de badhokjes met te weinig ruimte. Een pierenbadje voor de allerkleinste bij de kraantjes, het ondiepe, de brug en het diepe. Broertjes die je erin gooiden ook al was je de heilige zwemkunst nog niet machtig. Op z’n hondjes dan maar. Dezelfde barse badmeesters met de haak bij de zwemlessen van mijn jongste broer en zusje.

Om zes uur was het feest. Dan ging de deur tussen het meisjes en het jongensbad open en mochten we door elkaar zwemmen. De uitdaging, heldhaftige capriolen op de lage en de hoge duikplank, heimelijke verliefdheden, verlegen gestolen zoenen, puberale verkenning op de zonneweides. Het was er allemaal. Het halve gezinsleven speelde zich daar van de lente tot de herfst af en zwemmen konden we als de beste.

Overpeinzingen

Zonnige momenten

Diepe buiging voor McEwan, het boek is uit maar dendert voorlopig nog door in de geest. Wel alvast het stof van ‘In de Mist van Golden Gate Park’ van Murat Isik afgeslagen, dat zich verzamelde in de maand dat hij moest wachten op het andere uit te lezen boek.

De Apenkooi was exact zo ik het me had voorgesteld. Een grote ruimte met allerlei apparaten waar de jeugd zich aan kon verslingeren, veel licht en toeters en bellen en daartussen door de kakofonie van overslaande kinderstemmen in opperste begeestering. De tafels voor de diverse verjaarsfeesten zaten eigenlijk in de open ruimte naast de grote hal, maar wel met zicht op de feestvreugde. Daar ‘hingen’ de volwassenen, vaders, moeders, opa’s en oma’s in afwachting en keken wat onbestemd naar het gekrioel in dat donkere gat met zijn neonverlichting en huilende, gillende en lachende kinderen.

Aan de tafel van Dribbel zaten dochterlief en schone zoon met zes lege stoelen om een tafel en bekertjes met twee kannen limonade. Ik trok er een stoel bij, zette de oren op Oost-Indisch, en probeerde het gesprek te voeren, wat uitmondde in flarden. Het wachten was op de taart om half vier en daarna de patatjes die voor half vijf gebakken moesten zijn, want dan sloot de keuken. Dribbel vloog me in opperste verbazing om de hals, ‘Oma, jij op mijn kinderfeestje’ en voelde zich zichtbaar vereerd.

Na een tijdje kwamen ze één voor één wat drinken en twee broertjes van de judo, een heel ander slag kinderen dan de rest, kwamen alvast bedeesd aan de tafel zitten. De taart liet op zich wachten en Dribbel wilde eerst de cadeautjes uitpakken. Tot mijn verbazing waren het grote en niet al te goedkope cadeaus, die in diepe blijdschap en met het oog op het volgende pakje werden ontvangen. De kleinste van de twee broertjes was minder verlegen en rende na de taart weer uitgelaten met de anderen mee.

Broer bleef stilletjes zitten in een hoekje. De jarige had van deze Oma het boek ‘Napoleon’ van Jacques Vriens gekregen, uit eigen voorraad, om zelf te lezen nu hij het al bijna kon. Ik vroeg het broertje of hij het wilde lezen. Dankbaar voor deze afleiding knikte hij en had het in een mum van tijd uit, vertelde dochterlief later. Ik was op dat punt weer weggegaan met tuitende oren en een verlangen naar stilte. Het bleek dat broer al kon lezen als de beste en van groep 3 naar groep 5 mocht. Aha, had ik het toch goed ingeschat.

Vandaag zou ik naar andere dochterlief, maar ze heeft buikgriepachtige klachten. De afspraak verschoven naar vrijdag. Dan is er nu tijd om de kamer eens ouderwets zelf te stofzuigen, nu Stoffie onder de hoede is van lief in Verweggistan en daarna kunnen de nieuwe gordijnen voor de slaapkamer worden opgehangen. Daar was ik gisteren per ongeluk tegen aangelopen toen ik naar de woonwinkel achter het speelparadijs ging.

Er is de hele ochtend regen voorspeld dus dat komt goed uit. Tijd voor wat huiselijke klussen. Vriendinlief heeft het druk in deze laatste schoolweek en gaat daarna onmiddellijk op vakantie, maar wat in het vat zit verzuurd niet. Een andere afspraak met mijn lieve kunstminnende vriendinnen staat al op de rol voor over twee weken. Dat kan nog net voordat het de jaarlijkse zussen-vakantieweek is. Naar Zeeland ditmaal. Zand, zee en wind met hopelijk veel zon en zonnige momenten.

Overpeinzingen

Een voorwaarde voor het begrijpen

Ik zit in tweestrijd. Breitner en zijn doeken trekken aan mijn wensen, maar ook het schrijven, en het uitlezen van de laatste 48 bladzijden van Helden, het boek van Ian McEwan, dat niet snel af te raffelen valt maar wat respect en bezinning oproept. Het laatste ijzersterke deel, dat mij zoveel meer raakt dan alles wat daarvoor gelezen is. Met name ook de radartjes boven aan het werk zetten over schoonzus, de sterfelijkheid, het lijden, hoe een en ander verlichting kan zijn, hoe levens een wonderlijke loop kunnen nemen door hun geschiedenis heen, eigenlijk is het een blauwdruk van een doorsnee lang leven, zo herkenbaar, zo feilloos de vinger op de onmaakbaarheid van het leven dat zich voltrekt op de stroom van keuzes die men maakt of wat men opgedrongen krijgt. Ervaringen, herinneringen, omgeving, vrienden, gezinnen, omstandigheden, met betrekking tot politiek, religie, gemeenschappen waartoe een mens behoort, denken, aard, karakter, ontmoetingen, harten die open gaan of juist zich sluiten door al die dingen en die daarmee een wezenlijke weg inslaan. Kortom alles wat leven behelst.

Het boek vervult me ook met weemoed. Ik denk aan een indringende vraag van Peggy Lee aan haar vrienden: ‘Is that all there is, my Friends’ waarin berusting doorklinkt en dat we er dan maar het beste van moeten maken, want alles is van voorbije aard. Tijd snelt voort.

Vooralsnog moest ik vanmorgen vroeg eerst op een pakje wachten, waar ik naar had uitgekeken. En straks komt er nog een pakje met de bestelde verf.

Dribbel is jarig, maar viert tegelijk vanmiddag zijn kinderfeest met zijn vriendinnen en vrienden in het paradijs dat we vroeger ‘De Apenkooi’ zouden hebben genoemd. Afgesproken met dochter dat ik daar misschien even langs wip, want tegen zessen zijn ze pas thuis, begint de voetbalwedstrijd Nederland-Roemenië en zal hij totaal afgeknoedeld zijn. Zondag is het feest met de familie.

Lief houdt me op de hoogte van de perikelen in Nagypeterd. De slakken zijn los nu regen en afkoeling ook daar haar best doet, om de dorstige natuur een handje te helpen. Er komen foto’s langs van wilde Cichorei en lange slijmerige bleke-betten-slakken met wiebelende huisjes op hun rug. De juf in mij wil dat kinderen hun tocht volgen langs het slijmerige spoor. ‘Slakken zijn knappe beesten,’ vonden wij en daar waren we als groep eensgezind in, ‘Want ze kunnen tekenen. Pak maar een zwart papier en zet de slak ergens aan de rand.’ Die experimenten hebben we veelvuldig uitgevoerd.

De nachten zijn het nog niet helemaal. Ik mis het vertrouwde baken aan de andere kant, waarvan ik weet dat het maar voor even is. Even schurken, even ideeën uitwisselen, gedachten delen, plannen maken en bespreken. Dat laatste doen we wel per app en met videobellen maar dat is niet helemaal hetzelfde en de gezelligheid van de maaltijden staat op eenzame hoogte. De smaak, voor zover dat bij mij al niet het geval was, gaat eraf als het niet gedeeld kan worden. Nog even volhouden.

In de avonduren kijk ik tussen flarden voetbal door, naar een aandoenlijke Koreaanse serie over de Extraordinary Attorney Woo, een autistische advocaat die op haar geheel eigenzinnige wijze het hele wetboek kan oplepelen en soms tegen de reikwijdte van haar gevoelens oploopt. Al met al zijn het ontroerende afleveringen. Goed voor een lach en een traan. Een aanrader, omdat het de wonderlijke wereld van haar denkwijze inzichtelijk maakt. Een voorwaarde voor het begrijpen.

Overpeinzingen

Een en ander is rechtgetrokken

Een hele blog geschreven, het willen posten en dan tot ontzetting bemerken dat je kennelijk op een verkeerde knop hebt gedrukt. Vena, vidi, foetsie. Stoom uit mijn oren en verwoede pogingen om het terug te halen ten spijt, eenmaal opgelost in de aether, blijft iets weg. Zure les. Wat geschreven is is uit mijn hoofd verdwenen, dus een nieuw item dan maar. Het ging over dromen, toneelspel op school, hoogwerkers en weer gaan schilderen in de Bernagie als het werk in de tuin gedaan is. Dat kan nog wel eens even duren. In ieder geval is de watervermengbare olieverf besteld om daar te kunnen gebruiken.

Vandaag neem ik een dag rust. De afgelopen dagen waren weer druk genoeg. Morgen is Dribbel zijn echte verjaardag, dan wip ik even aan, want het echte feest is pas zondag. Misschien dat ik dan langs Breitners tentoonstelling in Laren wip. Heb wel zin in wat inspiratie. Gisteren sprak een van de tuinders me aan en wees op de dames schaap aan de overkant van de sloot, die luid stonden te blaten of te grazen. Hij vond het een prachtig object om te schilderen. Maar ik overtuigde hem dat eerst het tuinwerk gedaan moest zijn, dan kunnen we voort.

‘Lessen’ van Ian McEwan is bijna uit. Het is een beetje confronterend, omdat je door de hoofdpersoon zijn leven wandelt, wat betekent dat je zijn jeugd, de gloriedagen, het berustende ouder worden en dan het verlies van interesse in een aantal zaken tijdens de ouderdom voorgeschoteld krijgt. Een tikkeltje neus op de feiten, al is er van het laatste nog geen sprake maar zijn de bijbehorende stappen terug een feit. Ik ben aan de laatste hoofdstukken bezig en ben benieuwd of er nog een wending komt.

Het tekendagboek gaat onverdroten voort al heb ik hier wat minder tijd. Schilderen wil nog niet echt lukken, daar zouden dit soort pas-op-de-plaats-dagen uitstekend voor zijn. Van de week wil ik ook een bezoek brengen aan de oude Hortus in Utrecht. Niets fijners om even doorheen te wandelen en vooral ook er doorheen te mijmeren. Altijd roept het diverse dierbare beelden op. Die van mijn moeder, die van de kinderen toen ze nog jong waren, die van Lief en mij vroeger als we door de binnenstad slenterden, koffie dronken in het dorstige Hart, dat op de hoek van de Dorstige Hartsteeg lag en we de oude hofjes bezochten waar de hortus steevast bij hoorde. .

Het wordt eveneens tijd voor een bezoek aan de vlindertuin, want daar zal het verpoppen in volle gang zijn en niets is zo ontroerend als een vlinder uit zijn pop zien komen. Geboorte van schoonheid. Vanaf 6 juli is de vlindertuin weer open.

In het kader van het verdwenen blog zoek ik bij het tijdschrift filosofie in de short reads iets over kwijtraken en stuit op een overpeinzing van Femke van Hout. Ze beschrijft uit de film ‘Wristcutters: A Love Story’ het zwarte gat onder de passagiersstoel van een autootje en alles wat je onder die stoel laat rollen verdwijnt in het niets, rolletjes pepermunt, papiertjes, flesjes noem het maar. Ik ken het verschijnsel wel van de wasmachine met sokkenparen waarvan er ook altijd een op de loop gaat, maar verder heb ik een vrij betrouwbare heilige die me helpt. Het is ‘Heilige Antonius, Beste vriend’, die ik trouwens vanmorgen vergeten ben aan te roepen. Dat zal het geweest zijn. Gerustgesteld sluit ik af. Een en ander is rechtgetrokken.

P.S: De foto’s horen bij de verdwenen blog. Pruim, appel en doorgangetje naar de tuin van dochterlief.

Overpeinzingen

Vrede en vriendschap op kleine schaal

‘Wanneer weet je dat je een geweldige leerkracht hebt’, vraagt wordpress vandaag. Dat is wel heel toevallig. Gisteren op de verjaardag van onze jongste telg van de familie, kreeg ik het rapport van de kleine krullebol onder ogen. Er stonden woorden in als ‘stiekem’, ondeugend, wil niet luisteren, en verder een stroom van aannames, geïnterpreteerd vanuit de leerkracht zelf. Het rapport zegt dus heel veel over deze juf, die vermoedelijk moeite heeft met het springerige karakter van onze krullebol en hem niet weet mee te krijgen in het proces. Het rapport telde slechts anderhalf A4 en dan nog drie of vierregelig per onderwerp.

De vraag aan deze mevrouw is of ze is uitgegaan van het kind en zijn beleving of van haar eigen handelen en haar beleving. Ik vermoed het laatste. Dit is de vraag die de teleurgestelde schone dochter en zoonlief zouden kunnen stellen bij het oudergesprek. Vooral de moeder is verontwaardigd en bedroefd met dit beeld van haar lieve oudste. Dan zit je al in de emotionele sfeer en is dat een goed uitgangspunt voor een gesprek.

Als stagiaires bij mij kwamen met verhalen over iemand ‘een rotkind’ vinden of ‘een hekel hebben aan die en die‘ vroeg ik ze altijd naar het waarom en of ze meenden een band te hebben opgebouwd met zo’n kind. Vaak was het antwoord dan dat ze niet wilden luisteren, kattenkwaad uithaalden met hun vriendjes of altijd de baas wilden spelen. Kortom dat zij hun overwicht op het kind kwijt waren. Dat is het boeiende van lesgeven. Dat je er vooral van uit moet gaan dat het veel zegt over de eigen tekortkomingen. Lastig, maar als ze eenmaal door hebben hoe het werkt, dan heb je het overgrote deel van de problemen al getackeld en daar lopen ze stage voor. Deze juf heeft nog een weg te gaan en dat is weer afhankelijk van de sfeer in school, de collega’s, hun kijk op kinderen en het ontwikkelingsproces. Allemaal factoren die meespelen in het geheel.

Kinderen die opvallen worden buitenbeentjes genoemd omdat ze niet in het systeem passen. Zaak is om het om te draaien. Ons systeem is niet passend genoeg om deze kinderen mee te nemen. Daar moet aan gesleuteld worden.

Het was een hectisch begin van de verjaardag van zijn zus. Één jaar was ze geworden en lag nog als doornroosje te slapen. Ik was er al vroeg voor mijn doen, maar ik wilde graag iedereen zien. En dochter en zoon zijn altijd vroeg op pad. Er was zorgvuldig gekozen voor een breed zonwerend scherm boven de tafel. Er waren al hapjes, taart kwam pas langs toen kleindochter als een prinsesje beneden kwam, met een prachtige roze jurk aan en slofjes met roesjes en kanten, een haarbandje in het haar. Helemaal jarig. Toen de taart voor haar neus gehouden werd, graaide ze met haar handje in de verleidelijke berg slagroom vlak voor haar kleine neusje en likte naar alle tevredenheid het lekkers weg.

Op het gras waren twee opblaasbadjes met glijbaantje en enkel-diep water, een voor de allerkleinsten en een voor de belhamels met hun waterspuiten en andere grappen en grollen.

Toen de andere opa en oma binnenkwamen met hun enorme berg aan hapjes en eten, baklava, durum, zachte broodjes met feta-vulling en nog veel meer was het feest compleet. Een overvloed naar ‘s lands wijs en ‘s lands eer.

Het was een komen en gaan van kinderen, gekrioel van de kleintjes in het bad, ouders die tussendoor nog een gesprek probeerden aan te knopen, geanimeerde gesprekken over voetbalcarrières van de mannen, het EK, vooral tegen het licht van de verschillende nationaliteiten, Turks, Frans, Moluks, Duits, maakte het een en ander des te interessanter. Helpende handen hier en daar en een stralende jarige van het begin tot het eind. Niet al te grote cadeaus gelukkig, maar echt de vervulling van de kleine wensen. Vrede en vriendschap op een kleine schaal.

Overpeinzingen

Onbevangen en onbezwaard

De tuin was gewoon nog helemaal zichzelf, daar waar ik haar maandag gelaten had. Rommelig en chaotisch. Het zorgde ervoor dat de zinnen verzet moesten worden. Een zucht, schouders eronder en met handschoenen aan, de snoeischaar en de zaag onder handbereik, de kruiwagen naast het perk, aan de slag. Als lang gras ben je sowieso de pineut, om over de uit hun kluiten gegroeide brandnetels maar te zwijgen. Doel: Het gevlochten wilgentenen hekje tussen de tuin van dochter en mij onkruidvrij maken, de framboos er idyllisch overheen leiden. Daarvoor moest ik zowel in haar tuin als in mijn tuin aan de gang. Het snoeien ging snel en gaf onmiddellijk resultaat. De brandnetels hadden wel functie gehad. Ze hadden de geranium en de wilde Bertram in toom gehouden. Deze lieverds, beiden in bloei, vielen zonder die stut als slappe ledepoppen om. Alles heeft nut en functie.

Vogeltje fleurde de boel op met hele schelle en lange trillers. Ik kon niet gewaarworden waar ze zich ophield en het geluid kon ik ook niet thuisbrengen. ‘Gebruik je app dan ma’, hoor ik zoonlief nu pas zeggen. O ja, ik had een betere app gekregen via hem. Volgende keer maar weer.

In de tuin van dochterlief stonden twee scheve perenboompjes wel met peer maar klein. Ook daar tierden de lange sladoods welig. Wijs geworden door de vorige keer had ik nu mijn trui met lange mouwen aangehouden. Voor de wilg moest de zaag er aan te pas komen. De perenbomen even lucht en ruimte geven aan alle kanten en op een ingenieuze wijze weer recht trekken. Ziezo nu was het al veel meer dat romantische zicht als het beeld in mijn hoofd. Een gevlochten hekje met de vrolijke rozerode frambozen er als een topping op. De wilgentakken die van de boom afkwamen verwerkte ik direct in de gevlochten afscheiding van de composthoop. Weg is weg.

Het was goed te doen, maar als de zon door de wolken heen piepte was het onmiddellijk tien graden warmer. Alle tuinen lagen er verder maar verlaten bij en dat zal misschien de reden zijn geweest.

Rond een uur of half vier vond ik het welletjes en sloot de boel af. Reiger op mijn pad langs de sloot bekeek me argwanend maar bleef gewaagd dichtbij staan en vloog niet op. Kraai hield het voor gezien en ging krassend op een paal aan de overkant van de sloot zitten. Er stond al een grote vrijdagfile, dat betekende binnendoor naar huis. Het was een goede dag geweest.

Hoog boven de gierzwaluwen trekt een zonverlicht zilveren vliegtuig een kaarsrechte streep door het blauwe zwerk. Waar brengt hij zijn mensen heen. Later rafelde de strakke witte lijn uit tot een wollige brede strook. Het is nog stil buiten. Vandaag is kleindochter jarig en straks is er ter verhoging van de feestvreugde een zwembadje in de tuin voor de kleintjes. Goed plan omdat de temperatuur vandaag weer oploopt.

In de nieuwe Zin-magazine schrijft Lifestylejournalist Karin Kuijpers over haar oma-zijn. Ze dacht dat je dan heel oud moest zijn en vond zichzelf nog maar piep toen haar eerste kleinzoon geboren werd. Maar nu prijst ze zich meer dan gelukkig omdat ‘het kind in haar er weer uit mocht’. Het is waar. Dat maakt oma-of-opa-zijn zo heerlijk. En eenmaal kind geworden met die kleine porken dan gaat dat kind niet meer weg. Die blijft door alles heen spelen. Laten we vooral niet vergeten kind te blijven en verwondert te zijn, ook al ben je geen oma. Onbevangen en onbezwaard.

Overpeinzingen

Niet anders

Een van die heerlijke dagen. Locatie: Het kleine blauw/rood/paarse paradijs van vriendinlief. Overal waar je kijkt valt er iets te ontdekken. De wit houten tafel is gedekt met een viooltjeskleed, twee ledlampjes staan erop, voor ieder van ons een mini petitfour met spijs en chocola, een potje thee voor mij, koffie voor de anderen. Overal waar je kijkt pelargonium, geraniums, hortensia’s en rozen te kust en te keur. Je kan het zo gek niet verzinnen of de soort zit erbij. Er tussendoor brocante spulletjes, van zink, van porselein, van gietijzer, een paar rozenbogen, grote blauwe aardewerken potten en grote witte beelden.

Vier vriendinnen voor het leven, niet zo kwiek meer, niet zo rank, een van ons met een chronische aandoening, er zijn kwaaltjes bij ons allemaal. De Annie M.G. Blues over de ouderdom is op ieder van ons van toepassing. We zijn ‘nog fantastisch goed zo op het oog’ ondanks alle kwaaltjes en mankementen. Pilletje hier, smeerseltje daar, druppeltje zus, rollatortje zo.

Als we aan de praat raken verdwijnen die oude dames als sneeuw voor de zon en komen de meiden weer naar boven met herinneringen aan de opleiding, over tuinieren en vooral Engelse tuinen, met tips voor het piepkleine tegeltuintje van een van ons, over het heen en weer reizen en de vakanties, ooit gemaakt, over school. Een enkel keertje over de tegenwoordige tijd in vergelijk met vroeger, maar daar houden we ook weer snel mee op. Wel de conclusie, dat onze generatie als zodanig geboft heeft met hun betrekkelijk vredig verloop en de onbereikbaarheid van de wereld.

Het werd een aangenaam en spontaan tuinfeest, onder die schitterende Chinese parasol, de zonnige reflectie en een verkoelend windje erbij. Onze gastvrouw wilde van hulp niets weten en vertroetelde ons met een heerlijke maaltijd tussendoor. Om vijf uur was voor mij de koek op. Een van ons werd met de taxi gehaald. Er bleek een hele narrige chauffeur aan vast te zitten, die niets moest hebben van de bemoeienissen van drie dames met zijn client, die bovenal ook nog zijn glanzende auto aan het betengelen waren. Nors snauwde hij zijn vermoeiende dag van hem af.

Ik bracht vriendinlief naar het station in Amersfoort. Ze moest nog een behoorlijk stuk treinen. Daarna reed ik op gevoel naar huis, want de tomtom was niet aan de praat te krijgen. Zoonlief belde of ik hem vandaag naar de garage kon rijden om zijn auto op te halen. Al vroeg en dat is fijn, dan kan ik direct door naar de tuin. Als het zo heerlijk koel blijft kan ik daar bergen brandnetels en snoeiwerk verzetten.

Lief videobelt vandaag weer. Zo fijn om even bij te kletsen, want het gemis is er. Toch is het goed zo. Morgen viert de allerjongste kleindochter haar eerste jaar en zal de hele familie er zijn en ook de grote schoonfamilie. Daarna volgen weken met nog meer verjaardagen, eindmusicals, afzwemmers, vakantiegangers, huizen om op te letten en de vakantie met de zussen. De tijd vliegt voorbij.

De dagen beginnen vroeg net als in Hongarije en brengen vooral veel mijmer-uren met zich mee. Ruimte om het Hongaars te oefenen is er ook, maar het wat verstofte brein neemt minder makkelijk op. Dat is een beetje jammer. Ik merk wel dat ik woorden eruit kan filteren, die steeds beter beklijven, maar volzinnen maken is nog geen optie. Het is niet zo dat ik mijn gevoelens wil kunnen uiten in die wonderlijke taal, maar een buurvrouw verstaan of de mensen achter de kassa, zou fijn zijn. Kalmpjes doorgaan met oefenen. Ooit zet het zich vast op mijn transmitters.

Van mijn medepassagier die ik bij het station had opgehaald kreeg ik een mooi ingepakt kleinigheidje, zei ze zelf, dat ik thuis pas uit mocht pakken. Het bleek een klein potje met vijgen/dadeljam te zijn. Een dip voor de kaas. Heerlijk natuurlijk. Voor de gastvrouw had ik bloemen meegenomen. Er was precies nog één samengestelde bos in het blauw. Dat heeft zo moeten zijn en niet anders.

Overpeinzingen

Loslaten doet altijd meer dan je denken kan

Mug had er zin in vannacht. En slim was ze ook nog, want iedere keer als ik het licht aanknipte hield ze zich koest om weer te voorschijn te komen zodra het weer donker werd. Ramen dicht, licht aan werkte effectief maar tegen vieren werd het echt te warm. Ramen open en vijf uur klaarwakker, een paar bulten rijker. ‘Neem de klamboe’ raadde zoonlief me aan, maar dan heb ik het gevoel niet vrij te kunnen bewegen. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’ fluisteren ze in mijn oor. En zo is het. Een gelaten lijden, maar als dat alles is.

Gisteren werd het plan om naar de tuin te gaan gedwarsboomd door een appje van zus aan ons, zussen,gericht. Er was een vrije middag opgedoken en ze vroeg of we voor een hapje en drankje samen konden komen op een van onze favoriete plekken aan de rand van de weilanden, vlakbij. De snelheid waarmee het plan van de tuin overboord ging, gaf al aan hoe zeer ik er niet echt van overtuigd was dat dat een goed idee leek.

We zaten als vanouds samen en bestelden als vanouds. Voorproefje op de vakantie. Een van ons vroeg zich af of er nog wensen waren om te gaan doen. Zonsop-en-ondergang, museum, winkelen, varen. Bij dat laatste bleek een zus als in roeien te denken en de ander als in vaartochtje. Ik kon eigenlijk niets verzinnen in het voren. Eerst ontdekken hoe het er uitziet, wat er allemaal voorhanden is. Er zal wel ergens een theetuin zijn, een fietstocht langs de Oosterscheldekering, Domburg ligt in de buurt en Zoutelande met het hoogste duin. Middelburg en Vlissingen zijn grote steden in de buurt. Het vult zich vast en zeker vanzelf.

Onze werkende jongste zus had nog niet geluncht en we besloten diverse hapjes te nemen aangevuld met wat patat. Voor twee van ons ijs toe. In de schaduw met een frisse wind was het goed te doen. Stern kwam nog even langs om te laten zien hoe sierlijk en razendsnel er naar vis gedoken werd. Grote libelles met prachtige blauwe vleugels dansten vlak boven het water. De paarden stonden in het kale weiland. ‘Waar is hun beschutting’ vroegen we ons af.

Vandaag staat er een afspraak met de drie vriendinnen van de kleuterkweek. We probeerden twee anderen ook nog over te halen, maar dat is niet gelukt, geloof ik. Het blijft altijd een hartelijk weerzien. Te weten dat we elkaar als bakvissen van 16 hebben leren kennen en dat we nu allemaal boven de zeventig piepen is toch heel bijzonder. Er is een tijdje radiostilte geweest tot een van ons er jaren geleden nieuw leven inblies. Dwars door de tijd zien we bij het samenkomen ook de bakvissen terug in de gezichten. Wijzer, dat wel, maar nog altijd met dezelfde eigenschappen, de humor en de levenslust.

Uitzicht, hapjes en de kaasjeskruidfamilie, malva, stokroos en hibiscus.

De tuin komt morgen. Lief appte dat het de afgelopen nacht pittig geregend heeft in Nagypeterd. Goed voor de planten daar. Ben benieuwd hoe alles groeit en vrucht draagt. Hij stuurde eergisteren een foto van de hibiscus mee, waarbij ik dacht dat het de witte stokroos was. Met een beetje speurwerk kwamen we erachter dat beiden behoren tot de kaasjeskruidfamilie. Geen wonder dat ik die vergissing maakte. Zoveel verschillen de bloemen niet. De groeiwijze wel natuurlijk. De bloeiende malva(lavatera) op het terras behoort ook tot dezelfde familie.

Zo zie je maar weer, nooit te oud om te leren. Dochterlief belde nog en deelde haar einde jaars schoolperikelen. Ze was de hele week al ziek, maar toch naar school gegaan en daarna direct naar huis. Altijd een moeilijk dilemma, je wilt de kinderen niet in de steek laten in die laatste weken, zeker niet nu ze volgend jaar én een nieuwe duo én een nieuwe groep krijgt. Loslaten doet altijd meer dan je denken kan.

Overpeinzingen

Wat niet weet, wat niet deert

Dochterlief vroeg me tegen beter weten in of ik mee wilde barbecueën op de tuin, vegetarisch dat dan weer wel, maar helaas is de rook die er afkomt voor mij niet te doen, zeker niet als het zo puffend benauwd is als gisteren bij die hoge temperaturen. Jammer toch, want het zijn van die gezellige momenten. Toch was het ook goed dat het even geen tuindag werd. De twee dagen doorploeteren hadden aardig doorgewerkt in het energie vreten en een dag pas op de plaats kon geen kwaad. Met zoonlief nam ik de fototoestellen door. Hij had vrij genomen om thuis te werken. Schone dochter was naar de fysio, dus zaten we gezellig samen op de bank en legde hij mij wat zaken uit. Dat was lang geleden. Ik ga opnieuw fotograferen, want ik kan nu alles helder zien. In Nagypeterd heb ik het toestel echt gemist, anders had ik misschien wel goede foto’s kunnen nemen van de specht, de buizerd, de wielewaal. Met de Iphone bleven ze in pixels uiteen vallen.

Het boek ‘Lessen’ van Ian McEwan schiet al aardig op. Het begint steeds boeiender te worden. Hij is breedsprakig van aard en het is de kunst goed bij de les te blijven. Mijn oude gewoonte, lezen op bed, komt daarbij goed van pas, zeker als het in de nachtelijke uurtjes is. Wat een heerlijke stilte is er dan.

Kinderstemmen beneden, een klein meisje die op haar loopfiets het geluid van een motor imiteert, de moeder met gehaaste passen er achteraan. Ze zijn laat, het is al half negen. Met een half uur inloop van kwart over acht tot kwart voor negen calculeerde ik de laatkomers in en om kwart voor negen moesten alle dikke billen de groep verlaten, hilariteit verzekerd.

Het zijn de laatste dagen voor de vakantie. 12 Juli begint de zomervakantie hier in het midden. Als ik terugdenk aan de hectiek die dat met zich meebracht. De laatste portfolio’s moesten worden bijgewerkt, gedichten geschreven op ieder kind persoonlijk die zou uitglijden naar groep drie. Kasten en laatjes leeg, alles aan de kant. We schoven alle meubels op het natte gedeelte, omdat de vloeren werden behandeld in de vakanties. Dat was een behoorlijk gepuzzel van op en in elkaar. Het laatste jaar heb ik onze stoeltjes weggegeven aan de ouders met mijn handtekening erop. Ajeto en veel plezier er mee, denk nog eens aan ons, lieve mensen. Ze werden gretig en in dank afgenomen. De school kreeg in het nieuwe gebouw nieuwe meubels. De oude gingen. naar de ramsj. Dan was dit een veel betere bestemming. De kinderen trots en blij en wij evenzeer.

Er zijn altijd nog de filmpjes en de foto’s van die laatste hectische weken. Ik heb een bloes aan, waarvan ik niet meer weet wat ik daar nou mee gedaan heb, en wat ben ik mager als ik als laatste onder luid gejuich van de glijbaan glij in 2017. Natuurlijk ben ik veel te veel overmand door emoties en komt er alleen wat gepiep uit en de bevestiging dat ik van ieder mens daar op het plein, groot en klein, jong en oud, hou. Dat weten ze gelukkig allemaal. Omdat ik de foto’s van de stoeltjes zoek kom ik dat afscheid weer tegen. Nooit heb ik het meer opgezocht, misschien toch onbewust om de pijn en het schrijnen niet te voelen. Want ik miste onze oude school zeer. Niet de grote nieuwe die er voor in de plaats kwam en waar ik geen deel van uit wilde maken. Het was mooi geweest zo. Nog een jaar invallen en dan was het werkend leven achter de rug. Dat het maar een half jaar werd wist ik natuurlijk niet. Maar goed dat die glazen bol nog niet werkte, want ‘wat niet weet, wat niet deert’.

Overpeinzingen

Wie eenmaal een zaadje plant…

Het is vandaag een van die bijzondere dagen. Ik zat op een zondag voor mijn ateliertje de portfolio’s van school bij te werken voor de allerlaatste keer dat jaar. Een titanenklus, want alle ingebrachte werkjes moesten er nog in. Daarvoor werden ze in tweeën, drieën of vieren gevouwen al naar gelang de grootte van het werk of over twee bladzijden verdeeld met een pakkende tekst erbij over de techniek die gebruikt was of de naam die de maker aan het kunstwerk gegeven had. We schrijven het jaar 2010.

Ik werd gebeld. Als een donderslag bij heldere hemel kantelde de wereld. Donderdag had ik afscheid genomen van mijn doodzieke vriendin en vroeg me de hele tijd af hoe lang ze het vol zou houden omdat ik niets had gehoord tot nu toe. Uit het telefoontje bleek dat ze al vrijdagmorgen overleden was en begraven in kleine familiekring.

Twee weken ervoor hadden we nog samen vanuit de achterkamer gekeken naar de gierzwaluwen, waar ze zo gek op was. Het was een wonderlijke boodschap die erg rauw op mijn dak viel. De tranen door het onverwachte van het moment bleven stromen terwijl ik werktuigelijk door bleef plakken. Daar in de tuin, de zon op mijn snoet, in mijn eentje, niemand anders dan de vogels om mijn gemoed tot bedaren te brengen.

Op school werd in allerijl een hoekje ingericht in de gemeenschapsruimte, zodat we afscheid konden nemen en met de andere lieve vriendinnen en collega’s hielden we een afscheid onder de grote boom achter de Nicolaasbasiliek. Daar met onze gedachten en herinneringen uitgesproken naar elkaar kreeg haar afscheid de plek die het had moeten hebben. Later bleek dat men helemaal niet had stil gestaan bij die volstrekt andere ‘werk’wereld en de mensen en kinderen die daarbij betrokken waren. Pas toen we op het schoolplein een Acer hadden geplant en met de hele school ballonnen met een boodschap hadden gestuurd, drong dat ten volle door. Ze was geliefd bij jong en oud.

Precies een jaar er voor was Michael Jackson overleden en had ze me op een bankje in het Wilhelminapark verteld hoe ze dat een gemis vond, zo’n muzikaal kind, zo’n genie. Geheel van mijn sokken door dat bericht bleek dat ze het jongetje van de Jackson Five nooit los had kunnen zien van de man met zijn wonderbaarlijke gewoonten. Kinderen…Ze vulden heel haar hart.

Terwijl ik dit schrijf cirkelen de gierzwaluwen alweer hoog in de lucht terwijl ze druk met hun vleugels wapperen, zo’n karakteristieke vlucht. De nagedachtenis aan haar is verbeeld door de komst van de gierzwaluwen, ze zijn er maar kort. Van begin mei tot eind juli. Dat hebben ze met elkaar gemeen. Zij was er ook veel te kort. Drie jaar ouder dan ik had ze in 2010 net de eenenzestig aangetikt.

Vandaag de dag zouden we de ballonnen achterwege hebben gelaten, de boom op het schoolplein bleef kwakkelen, maar een zwarte Els waarvan ze zelf het zaadje in de grond had gestopt, werd een prachtige boom. Ze wilde geen bordje met naam of gedachte erop. Opgaan in vergetelheid. Ze wist hoe het werkte in school. Kinderen komen en gaan, de ene lichting na de andere en straks, nu, later, kennen die nieuwe lichtingen geen mensen meer van ooit, van lang geleden. Tijd slijt maar in de harten van velen is haar betekenis verankerd, bij collega’s, vrienden, vriendinnen én bij de kinderen. Wie eenmaal een zaadje plant…

Overpeinzingen

Baas boven baas

Ach ach. Achterstallig onderhoud wegwerken valt niet mee. Bovendien zijn het de volle maansdagen, waar ik vooral van wakker lig. Wat wel een prettige bijkomstigheid is, is dat ik dan het licht aan kan knippen en even een stukje lees, of gedachtenloos een puzzeltje oplos tot de ogen dicht vallen.

Minder uitgeslapen op pad, maar wel in alle vroegte. In de middag had ik een afspraak staan om met zuslief en zwager een hapje te gaan eten. Het begon er al mee, dat ik de sleutel van het atelier en de schuur in de auto had laten liggen en die stond op het kleine parkeerterrein. Dat betekende een kilometer heen en terug en weer heen, tel uit je winst. Halverwege kwam ik de buuf tegen, die met haar goede hart het project begeleidde van een groep vrouwen uit Overvecht die een tuin mochten runnen waar ze konden verbouwen. Ze hadden een nieuwe tuin aangewezen gekregen, nu met een huisje erop, om beschut te zijn tegen regen en felle zon. Gezellig gekletst en uitgelegd hoe een en ander in elkaar stak met hier zijn en in Hongarije.

De brandnetels op de eigen tuin hadden hun vrijheid uitgebaat en stonden nu taillehoog door te schieten. Voordat ik kon gaan maaien moesten de meesten verwijderd zijn. Handschoenen aan, verstand op nul en gaan. Wel goed de floxen van leverkruid en brandnetel onderscheiden anders zou er straks helemaal niets meer bloeien. De fruitbomen waren door het natte weer allemaal aangedaan evenals de roosjes, die nog wel dappere doorbloei-pogingen deden. Met een stoel onder handbereik, waar ik even op adem kon komen, lukte het om drie bedden van brandnetels te klaren. Ziezo, de maaier in kleine stukken erover en het zag er in ieder geval wat begaanbaarder uit. Wat een werk. Mijn armen stonden in brand van die rakkers en de huid omarmde de verkoeling van mijn zijden jasje. Het was warm en vandaag belooft het nog heter te worden. Dus óf er volgt een rustdag óf ik zet er nog een dag flink de kuierlatten in.

Om half drie vond ik het welletjes. Tijd om een boodschap te doen, bloemen te kopen en me op te frissen voor het bezoek aan zuslief. Een warm welkom en een glas water op het prachtige balkon met een veelheid aan zomerse bloeiers. We reden samen even naar het bos in Soesterberg en kletsten honderduit want er viel aan drie maanden bij te praten. Met alle plannen in het verschiet, de ouderdomskwaaltjes die her en der opduiken want we schelen een jaar, met de grote familie, er is altijd een overvloed aan verhalen. We haalden zwager op en reden naar het oude dorp. Bij opoes bistro hadden we gereserveerd. Eten in jaren zeventig-stijl op een heerlijk terras aan de brink met een prettige bediening, een vriendelijke jongen die nog niet geheel en al gladjes het lekkers bracht en afruimde.

Het gesprek kon de diepte in en dat is veel waard. Het ging over gemis en verwerking, aard en karakter, over delen van gevoel en dat dat een zelfde waardevolle mededeelzaamheid oplevert, over dat te privé vinden of niet en meer van die belangrijke items. Het is fijn om zo met hen te kunnen sparren en gehoord te worden.

Thuis kreeg ik Lief niet meer via de app te pakken. Onwillekeurig maak ik me dan toch een tikje ongerust. Hij bleek te zijn ingedommeld en dat herken ik wel bij het alleen de avond in moeten vullen. Ook hij had een brandneteldag gehad, want in het bos achter de Datsja tiert alles ook welig, alleen daar bij een hitte van 36 graden. Er is altijd baas boven baas.

Overpeinzingen

Ik hou mijn hart vast

En wat ligt daar een beetje weggekropen te verstoffen. Het heen-en-weer-schriftje van de groep. Samen met vriendinlief opgezet, zodat we van elkaar weten wat er allemaal speelt. Voornamelijk kind-info en hier en daar aanvullingen op de projecten en op de observaties. Namen van de kinderen roepen veel beelden op. Dat kleine meisje, dat heel lang geen woord gezegd heeft en alleen maar met grote ogen aan het kijken was, of die twee jongens die elkaar konden stimuleren tot en met, maar dan wel in alle facetten, ook in het eigenwilletje. Kleine verdrietjes bij het weggaan. En ineens zie k de oude zwaaikist weer voor me, die er toe diende het leed te verzachten. Dan gingen we samen op de zwaaikist zitten en konden dan de ouders een rondje school zien maken omdat alle bouwen op de gemeenschapsruimte uitkwamen en maar zwaaien. Ergens staat dat Momfer aan het ramedammen is en daar moet ik heimelijk om gniffelen. Momfer(naar de fabeltjeskrant vernoemd)is een mol, onze handpop. We behandelden de moskee en de katholieke kerk. Gelukkig hadden we wat moskeegangers tussen de kinderen zitten, die ons er alles over konden vertellen. We zijn er ook op bezoek geweest. Alles met in het achterhoofd de gouden regel van vroeger: ’Onbekend maakt onbemind’. Ze is nog altijd van kracht.

De ideeën voor de weeksluiting staan er ook in. Een optreden met ‘A la Presi’ en een lied van Michael Jackson, waarbij de kinderen compleet met hoed en handschoenen los konden gaan in een kleine choreografie.

Dochterlief heeft er ook nog ingeschreven toen ze een dag had ingevallen, op een wendag nota bene. Dan had ze ook te zorgen voor de achtstejaars, die op die momenten naar de onderbouw gingen, zodat de rest door kon schuiven. Doorgaans een perfecte leeftijd, die groep acht, want ze ontfermen zich met ziel en zaligheid over de ‘kleintjes’. Verderop wordt er geschreven over het project met worm en het wormenhotel en de zee met tante kwal en haar vrienden en zie ik het hoekje onder de trap van het speelhuis, waar we met blauwe crêpe-papieren slingers een zee hebben geënsceneerd en de vissen ertussen opgehangen. Ik meen te weten dat het een project van Tralala-Tralali was, de paradijsvogel, die op zoek ging naar vriendjes omdat ze zo verschrikkelijk alleen was. Wat was dat toch ook heerlijk om te doen. En wat hebben we allemaal hard gewerkt in die dagen.

Een interessante eigenschap van mezelf, ik merk dat ik steeds tussen de regels door schrijf, niet op de lijntjes dus, terwijl vriendinlief en dochter dat wel keurig doen. Een ongeleid projectiel die juf, dat is wel duidelijk, haha.

Gisteren heb ik een rustdag ingelast en ben alleen naar twee kringlopen gegaan, waar ik steeds meer klaar mee ben, omdat ik niets meer nodig heb. We hebben alles al en wat overtollig is gaat naar diezelfde kringloop. De stapel te lezen boeken aan het hoofdeinde van het bed zorgt ervoor dat ik zelfs de boeken links laat liggen. Bij een mooie beslagen kist heb ik nog even staan twijfelen, maar toch wijselijk besloten de schoonheid lekker te laten staan. Daar wordt vast een ander erg blij van.

Zoonlief heeft gisteren bij de Nedereindse plas een prachtige foto van een opstijgende lepelaar geschoten. Ik moet toch weer eens kijken of ik de fiets nog aan de praat krijg en dan weer eens de plas rond fietsen. Lang geleden dat ik daar ben geweest.

Nu eerst richting tuin, want de zon schijnt uitbundig en het wordt een mooie dag. Eens kijken wat ik aantref aan achterstallig onderhoud. Ik hou mijn hart vast.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

Ziezo, aarde gekocht voor de nog te verpotten planten, dat is een leuke klus voor vandaag. Vanmorgen las ik over het vernieuwde filosofenpad in Leusden dat op het terrein van de internationale school voor de wijsbegeerte loopt. Het is anderhalve kilometer lang en ze voert langs een aantal filosofen, Aristoteles, Zhuang Zi en Arendt. Er worden op dergelijke punten prangende vragen gesteld, waar je vervolgens op kan doorborduren. Er is een mogelijkheid om de huisfilosofen te vragen om over de meer dan honderd-jarige geschiedenis te vertellen, waarin o.a. Clara Wichmann en Frederik van Eeden een rol speelden. Voorwaar iets waar ik naar toe zou gaan als Lief hier was, maar misschien is het ook een mooie mijmertocht in mijn eentje wat na de drukte van de afgelopen dagen geen gek idee is.

Gisteren gingen zoonlief, schone dochter en ik samen met kleindochter en de Benjamin uit eten. Het was geen lunch, geen diner, maar zat er precies tussen in. We besloten voldoende te eten voor én de middag én de avond. Het was gezellig en heel erg rustig door het ongewone tijdstip. Daardoor hadden we de leukste plek in het restaurant, namelijk in de serre aan de achterste ronde tafel met zicht op de groene tuin en het terras. Het regende, anders was het terras natuurlijk een optie geweest. Nu was het een aangename kalme sfeer met een ouderwetse lekkere maaltijd. We mochten brood in de jus soppen. Dat is iets wat nog maar sporadisch voorkomt en wat ik thuis nooit meer doe.

Fijn om met het jonge grut te spelen en te kletsen, kleindochter leerde me weer loomen, kennelijk de rage van dit moment. Ooit werd het bij mij in de groep om de haverklap gedaan en dat waren momenten van gezellig gekeuvel en vliegensvlugge vingertjes, muziekje erbij en gaan. Een perfecte oefening voor de fijne motoriek. In de jaren daarvoor was het vooral vingerhaken, waarbij er perioden waren dat er geen stoelpoot meer veilig was. Tussendoor was er tijd voor een uitwisseling over plannen voor vakanties, sparen en het reilen en zeilen in het algemeen. De bediening was heel prettig en persoonlijk, iets om te herhalen maar voor de vegetariër is de kaart vrij beperkt.

Kleindochter was net ziek geweest en miesmuisde zich door een halve hamburger heen, maar de benjamin had er zin in, dat was duidelijk te merken. Na het eten reden we naar huis, waar kleindochter en ik nog even konden tekenen samen. We maakten allebei een kleurplaat voor elkaar. Daarna werd er druk gekleurd met veel vragen over hoe je iets moest maken, over mislukken, wat in mijn ogen nooit kan want er valt altijd wat van te maken, over de betekenis van sommige begrippen, over steeds weer een nieuw blaadje willen of ook de andere kant gebruiken. Dat laatste was geen overbodige luxe met de productie die kleindochter te berde bracht. Zo’n keuveluur met thee erbij is een gemoedelijke afsluiting.

Rond zeven uur stapte ik op en thuis keek ik een droevig deel van de Koreaanse serie en daarna naar de wedstrijd. 0-0 met een afgekeurd doelpunt. Jammer, maar bevredigend voor het Frans-Nederlandse gezin van dochterlief. Of toch niet. Voor de hossende Oranjefans op de muziek van Snollebollekes kon het allemaal in ieder geval niet meer stuk, al blijken in de media de beste stuurlui altijd nog aan wal te staan.

Gisteren een uur lang met Lief gebabbeld via de video-chat. Fijn om elkaar te zien en te horen hoe het allemaal verloopt. De temperaturen lopen nog al uiteen. Daar is het momenteel 36 graden en hanteert Lief nog steeds een tropenrooster. Er zijn twee verrassingen voor mij in de maak, maar die zie ik pas weer als ik terug ben. Iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

Spoorslags, nou ja, wel met Truus natuurlijk, richting Amersfoort waar ik precies tegelijk met zoonlief aankwam, die inmiddels de oudste, de al wat grotere krullebol, uit school had gehaald. De voetbalplaatjes die ik in Nagypeterd bij alle boodschappen kreeg, werden in grote dankbaarheid aangenomen. Een kinderhand is gauw gevuld. Het waren er nog best veel.

Ik had nog overwogen om ze door te geven aan een volgende klant, maar ik was blij dat niet gedaan te hebben, want de plaatjes van voetballers waren internationaal. Het uitpakken was het leukst en leverde iedere keer een gejuich op. De volgende stap wordt natuurlijk dat ‘oma’ op zoek gaat naar een boek om ze in te plakken. Het leek me een toepasselijk cadeau want de kleine pork, vier jaar oud, had net zijn eerste training erop zitten. Zaterdag mag hij nog even ruiken aan een voetbalwedstrijd, maar daarna gaan ze toch een paar jaar wachten. Een onder-zeven elftal is voor een vierjarige net een brug te ver, een te groot verschil met al die lange lijven naast hem, die ook nog eens vinden dat hij dan een ‘sukkel’ is als hij een bal mist met zijn dribbelbenen. Niet bevorderlijk voor je eigenwaarde of zelfbeeld. Een wijs besluit.

De voetbal schoenen en de schattige ieniemienie scheenbeschermers komen op tafel en daarna wil hij in tenue laten zien wat hij kan, zonder de voetbalschoenen, die mogen binnen niet. Het zit in de genen van twee kanten, dus hij komt er wel. Nu kan hij zich uitleven op de voetbalplaatjes. Eerst even onderhandelen met kleine broer die net, als beloning voor de zindelijkheid, twee kleine speelgoedmotoren heeft gekregen, waarbij een gouden zit. Gewiekst vraagt hij of hij die laatste mag, als broerlief dan de voetbalplaatjes krijgt in de wetenschap dat de belangstelling voor de plaatjes niet verder zal gaan dan ‘eventjes’.

Kleindochter komt ook uit haar middagslaapje en kijkt me verwonderd aan in de veilige armen van papa. Wie is die mevrouw. Ze heeft me nauwelijks gezien in haar bijna eerste levensjaar. Vol trots laat ze, na het ijs gebroken is, zien hoeveel stappen er al achter elkaar gezet kunnen worden. Ik stel zoonlief voor dat ik voor hen ga koken. Gehaktballetjes in tomatensaus en spaghetti, spaghetti con polpette dus. Wel aangepast aan de kinderen, zonder zout maar mét Italiaanse kruiden erin en in de saus de uien en de verse basilicum.

Daarvoor moeten we een boodschap halen en dat werd een ‘terug in de tijd’ op hoog niveau. Met drie kleintjes, waarbij de jongens hun oren bij tijd en wijle op standje Oost-Indisch hebben, door de winkel is bijna een brug te ver. Achteraf was ik blij niet alleen met die schatjes op stap te zijn gegaan, zoals ik aanvankelijk van plan was. Af en toe volgt er een opvoedend gesprek van zoons kant, terwijl ik kalm de ingrediënten bij elkaar zoek en ze zo eerlijk mogelijk verdeel over de twee kleine karretjes. De jongste heeft binnen een seconde zijn vingertjes in het pakje bessen weten te wurmen en pulkt er slim telkens een uit. Het boeffie.

De krullebol wil geen gehaktbal maar een hamburger. Dat is een fluitje van een cent. Uitjes bakken, zelfgedraaide balletjes erin, frito erbij, de Italiaanse kruiden erdoor, basilicum toevoegen, twee balletjes plat maken en apart bakken, spaghetti er los bij en eventueel de saus, die op een vraag van zoonlief ze niet wilden. Inmiddels was mijn schone dochter thuisgekomen van het werk en zei terecht: ‘Geen keuze geven’.

Wie er het meest zat te smikkelen? De allerkleinste, met ‘haar tien geboden’, zou mijn moeder zeggen en een verheerlijkte blik in de ogen. Tegen half zeven nam ik de kuierlatten, nog nagenietend van een enerverend middagje. Dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Hoe vaag is de grens tussen zin en waan

Dinsdag ben ik, na de gekochte planten in en om het balkon te hebben geplant en de geraniums in de hangbakjes van de galerij te hebben gedaan, richting Utrecht getogen om onfortuinlijke kleinzoon en de rest van de familie te begroeten. Dochterlief kwam opendoen en die kon ik als eerste om de hals vallen. Fijn om even te kunnen knuffen. De oudste kwam met twee krukken naar boven gestrompeld en viel neer op de bank naast de Franse grandpère. De schoonouders waren in huis om hen als werkende ouders te ontlasten nu kleinzoon thuis moest blijven en hoog moest zitten en oefeningen moest doen met de knie. Opa kon hem dan ook naar de fysiotherapie brengen. Aan het eind van de week gaan ze weer terug, maar ze zullen hier vast wel met elkaar naar Frankrijk-Nederland kijken, lijkt me zo. Een uitgelezen kans.

Ze zijn beiden wat ouder dan ik en reizen per trein. De jongste van de drie jongens vloog onstuimig in mijn armen. Tijdens al het gebabbel met dochterlief, drie maanden in te halen, gingen de kwinkslagen met de kleine over en weer. De oudste viel midden in het geruis in slaap tijdens het Frans/Nederlandse koeterwaals, met dochter als vertaalexpert. Dribbel, die allang dribbel-af is, wilde een spelletje spelen waarbij konijnen plotsklaps in holletjes konden verdwijnen. Toen zijn konijn plotseling verdween en hij weer met een nieuw konijn moest beginnen, vond hij het niet leuk meer. Een puntje om aan te werken maar, zo vertelde hij trots, hij kon al wel een beetje lezen. Zijn onstuimige andere broer was naar de nieuwe school geweest, waar de hele middag leuke opdrachten gedaan moesten worden met de groep. Opgetogen vertelde hij al minstens vier vrienden en vriendinnen te hebben gemaakt. Niemand anders van de basisschool had deze school gekozen. Zijn portfolio was dik in orde met zijn olieverf-schilderij, de ets en een ontwerp voor een robot, maar op grond van loting was zijn komst uiteindelijk bezegeld.

Gisteren was het de beurt aan de andere dochterlief. Heerlijk theeën en kletsen terwijl er twee poolse werknemers over de trap heen banjerden om de inloopkast naast de badkamer nieuwe dubbele ramen te geven, opdat het niet meer zo vochtig zou zijn. Alle onderwerpen kwamen langs. Ik kreeg mijn geleende boeken terug met een dringende vraag om nieuwe en ik mocht twee kinderboeken van hen lenen. Daar zijn we beiden gek op.

Ze haalde de kinderen uit school. Tante Pollewop had een vriendin meegenomen. Ze gingen vrijwel direct aan de knutsel en de filosoof wilde de kamer, die hij van een doos had gemaakt, verder aanpakken. Een dekentje voor op het bed en een hoofdkussen. Ze kregen alledrie een ontbijt-cupcake, die wij al bij de lunch hadden genuttigd. Heerlijk trouwens.

Tegen een uur of drie ging ik huiswaarts. In de vroege ochtend had ik het hoofd al in de henna gezet, dus is alles prachtig bijgekleurd. Tikkeltje te rood naar mijn zin maar ik had de poeder auburn, bruin en zwart niet goed genoeg gemengd. Alles beter dan de uitgroei en eigenlijk een fluitje van een cent, waarmee ik iedere keer gemiddeld zo’n honderd euro uitspaar. Tel uit je winst.

Lief stuurde een foto van de nieuwste aanwinst in de Hoff, die spontaan aan is komen waaien. De Datura, de doornappel, bloeit. Ze behoort tot de nachtschadefamilie. Bedrieglijke schoonheid met haar witte kelken maar giftig tot in elke nerf. Als er verder niets mee gebeurt en ze een veilige plek heeft, is het wel een plant die bewonderd mag worden.

In de avond kijk ik naar een aandoenlijke Koreaanse serie die ‘Sunshine’ heet, en die over een psychiatrisch ziekenhuis gaat met een piepjonge onervaren verpleegkundige. Met vallen en opstaan begrijpt ze haar patiënten steeds beter. Haar sterke kant is de empathie en het luisterend oor, maar ook daar leert ze nog meer stappen in te zetten. Er speelt een ontluikende liefde doorheen. Mooie rollen zijn weggelegd voor de patiënten en evenzeer voor het andere personeel. Hiërarchie speelt eveneens een belangrijke rol en de positie van werkende moeders en diens obstakels die zich voor doen. De zangerige taal is een extra toegift. Een boodschap valt er zeker uit te filteren. Hoe vaag is de grens tussen zin en waan.

Overpeinzingen

Ze volgen een eigen pad

In een oude Groene lees ik in een overpeinzing van Rebekka de Wit een mooie zin waar ik op door kon mijmeren. Ze haalt de bomen aan die ze hier tegenkomt. Gedomesticeerde exemplaren, keurig en net, bijgesnoeid tot in het oneindige, de maakbare vorm van de boom en daarnaast beschrijft ze wilde bomen, ‘die in Nederland wel bestaan. In de bermen vaak of hangend over sloten. Je herkent ze niet als bomen, eerder als een veelheid van takken, ongericht.’ En dan volgt de zin: ‘Alsof het licht heel hun leven steeds van alle kanten is gekomen en ze zich niet hebben ingehouden.’

Die zin hield me bezig. Je laten gaan, je mee laten voeren op de stroom, pure vrijheid dus. Niet gehinderd door normen en regels. Er zijn mensen die dat willen én er zijn mensen die dat kunnen. De zogenaamde paradijsvogels, die wars zijn van wat mens en maatschappij van ze verwacht. Die hun eigen weg volgen, daar waar hun voorkeuren toe leiden. Het is knap als je dat kan. Boven de massa staan.

Ik vergelijk de bomen in de Hoff met elkaar. Daar wordt ook gesnoeid door Lief, maar die snoeit enkel als het strikt noodzakelijk is of als hij merkt dat bomen naar elkaar groeien en elkaar dan dreigen te overgroeien. Op de een of andere manier lijkt het een natuurlijk proces te zijn, maar echt wel met invloed van hogerhand. Niet de Datsja wordt afgebroken, maar de tak wordt gesnoeid die over het dak dreigt te gaan hangen. Weliswaar altijd met moed, beleid en trouw en met een grote passie voor al wat leeft, maar het gebeurt.

Rebekka maakt de vergelijking tussen een kind wat huilt en waarmee je op de arm rondloopt, die stopt met huilen als je voor het raam gaat staan en naar buiten kijkt. Het kind wordt op slag stil. Door het raam is er een ‘zoekboek’ zoals Charlotte Dematons ze maakt. Het klopt wel. Ik heb vaak met een huilend of pruilend kind door een venster staan kijken op een zelfde manier als waarmee je zoekboekenplaten bekijkt: Ongericht en geconcentreerd.

Ze haalt via Michael Puett de Chinese filosofen aan, die niet geloofden dat er een kern is van binnen die we moeten gaan zoeken. We zijn een ‘big bunch of messy stuff’ en komen met anderen met net zo’n inhoud in aanraking wat er voor zorgt dat emoties sporen gaan trekken in die brei, wat dan boosheid wordt of jaloersheid. Westerlingen verheffen die sporen tot karakter, maar Rebekka zoekt naar die sporen omdat ze wil weten wie men werkelijk is en om een antwoord te kunnen geven als zij niet meer weten wie ze zijn.

Rebekka is theatermaker en schrijver. Ik moest het even opzoeken, want ik dacht, waarom wil je dat antwoord kunnen geven. Nu snap ik dat. Als je betekenisvol voor anderen wil zijn, moet datgene wat je maakt wel degelijk betekenis hebben.

Zouden Chinese filosofen dan ook gedacht hebben dat de Chinezen zelf geen ‘big bunch of messy stuff’ zijn? Is iets dergelijks te doorgronden voor een buitenstaander of ga je af op de uiterlijkheden die je waarneemt. Voer voor een goed gesprek met mijn Lief die mijlen ver weg is en die alles bedachtzaam benadert. Ik stop het in mijn koker van te bespreken onderwerpen.

Voorlopig wappert de vlag van de vrijheid hier bij het zesde huis op rij in de straat. Dochter of zoon is geslaagd, want er bungelt een rugzak aan het uiterste puntje. Zij hebben de banden van het keurslijf ‘school’ doorgesneden en kunnen nu vrij ademhalen. Voor zo lang het duurt. Want er volgt altijd weer een andere beknotting op of je moet tot de Paradijsvogels behoren, los van alles en iedereen omdat ‘het licht steeds van alle kanten is gekomen en ze zich niet hebben ingehouden’. Ze volgen een eigen pad.