Overpeinzingen

Daar wordt een mens stil van

Gisteren viel alles wat er te doen viel figuurlijk en letterlijk in het water. Maar zonder schade moet ik er onmiddellijk aan toe voegen. Ik stond op het punt om naar dochterlief te gaan, had de sleutels al in mijn hand en stond te dubben tussen plu en jas, toen zoonlief belde. Hij wilde even met de kleine djongos langs komen. Gezellig. Autootjes van veilige grootte bij elkaar gezocht en wat leuke boekjes om kleinzoon te vermaken en tot het zo ver was, verder lezen in het boek van Murat Isik.

Nog een appje. Zoonlief liet weten dat het een uurtje later werd, want hij had de kleine in bad moeten doen vanwege een ongelukje. Ook goed. Af en toe keek ik uit het raam en toen viel me de ronkende rij auto’s op voor het huis. Een snelle speurtocht leerde dat de A2 was afgesloten in verband met werkzaamheden. Binnen de kortste keren stond alles vast en zoonlief kon zelfs niet binnendoor hier komen. Dankzij het feit dat hij zou komen, was me een hele middag fileleed bespaard gebleven wat zou zijn gebeurd als ik al op pad was geweest naar dochterlief. Nu had ik een heerlijke leesmiddag. Tel uw zegeningen.

Lief en ik hebben de knoop doorgehakt en ik ga definitief 31 augustus rijden. Dan worden de nachten eindelijk ook weer wat koeler in Verweggistan en de dagtemperatuur zal rond de dertig graden liggen. Dat opent perspectieven. Het betekent nog even extra genieten van de kinderen en kleinkinderen en hier en daar familie en vrienden tussendoor. Het hotel is geboekt en ligt aan de Donau in de buurt van Passau. Die afstand is goed te doen. Het vignet is besteld en alles kan worden afgevinkt. Ziezo, rust in de tent als de reis in kannen en kruiken is. Lief zal een lijstje van benodigdheden maken: Wat t-shirts, een broek, het andere scheerapparaat. Ik zal nog wat oude doeken bij elkaar sprokkelen, waar ik overheen kan schilderen. Ruimte zat in de auto. Dan rest nog alleen het pakken.

Gisteren heb ik de docu over de geïnterviewde vrouwen die als kind in de Jappenkampen hadden gezeten tijdens de tweede wereldoorlog op 2Doc teruggekeken met de titel ‘Als ik mijn ogen sluit’. De verhalen van de vrouwen en kinderen van destijds snijden regelrecht door de ziel, niet in de laatste plaats door de in het kamp gemaakte tekeningen van Miep Bakker en de animaties. Na aankomst in het naoorlogse Nederland was er voor hun verdriet geen ruimte en de vrouwen hebben dat diepe leed maar weggeduwd, om te vergeten, om het uit te bannen. Schrijnende verhalen door kinderogen gezien, aan den lijve ondervonden en derhalve des te ingrijpender.

De moeder van de interviewer had zelf in zo’n Jappenkamp gezeten en hij heeft er nooit naar gevraagd, maar hij realiseerde zich na haar overlijden, dat er nu nog mensen waren die het lijfelijk hebben ondervonden, die de sfeer konden schetsen, recht konden doen aan hoe ze geleden hadden. Dus is hij ze gaan bezoeken. Het rakelde veel op, de blikken in hun ogen vertelden meer dan woorden konden en toch zal het ook een ontlading zijn geweest, oogst het respect en sterkt het het begrip voor de zwijgende vrouwen van toen en nu.

Sommige vrouwen waren nog geneigd zich weg te cijferen. ‘Ach wat betekent het in het licht van het leed van de wereld op dit moment, al die vluchtelingen’. Als vrijheid wordt ontnomen is elk leed de moeite waard om gedeeld te worden. Dappere vrouwen die voor ons terug in de tijd wilden reizen om kenbaar te maken hoe het niet zou moeten zijn. Verzwegen verhalen, een leven lang woordeloos mee gedragen maar blijvend in de ziel gegrift en nu eindelijk bevrijd. Daar wordt een mens stil van.

Overpeinzingen

Duurzaamheid zit in een klein hoekje

Vroeg genoeg in de weer om een tas bij de kringloop af te leveren en door te rijden naar de tuin. Het was prachtig zonnig weer en niet te warm. Dat was maar goed ook, want met het oog op de voorgenomen werkzaamheden had ik mijn dunne trui met lange mouwen aan en sneakers met lange kniekousen bij me om de sandalen te vervangen. Op de tuin heerste doodse stilte. Twee vrouwen waren druk bezig hun bakken te ruimen voor een lading aarde en koemest, alles om volgend jaar een goede oogst binnen te kunnen halen in hun moestuin.

Ik wilde alvast wat dikke lange takken zagen van de wilgen naast het atelier. Voor de inwendige mens een broodje met beleg en wat water en aan de slag. Zagen-zagen-wiede-wiede-wagen, dacht ik, toen ik mijn zaag door de polsdikke tak liet gaan. Ik hoorde in gedachten mijn buurman, een goede leermeester hier op de tuin, mompelen: ‘De zaag moet het werk doen’. Destijds waren we bezig een van de huisjes op te bouwen en moesten we hout in verstek zagen. Ik vond het leuk om met hem bezig te zijn en heb zowaar ook nog enkele bouwkundige aspecten opgestoken.

Met de trui in de zon en al zagend werd het zuurstofbenemend warm, dus steeds even uitrusten voor het atelier in de schaduw en af en toe een fotootje nemen van het geploeter. Toen de lange dikke tak eindelijk voor mijn voeten lag was ik trots. Had ik toch maar even gefikst.

Dochterlief reageerde op mijn app met een verontwaardigd: ‘Dat zouden wij toch doen’. Maar af en toe heb ik het nodig om mijn eigen spierballen, die toch al onderhevig zijn aan het tekort aan lucht, te laten rollen. Om te bewijzen dat ik het nog kan? Ter meerdere eer en glorie van de kipfiletjes? Omdat het goed is om in de weer te zijn? Als meditatiemoment? Noem het maar.

In de tuin achter me was het een en al bedrijvigheid. Buurman en een man van een paar tuinen verderop waren druk in de weer, maar ik had geen tijd voor een praatje. Het werk moest af. Na het zagen was het ruimen aan de beurt. Alle dunne takken werden tot bundeltjes gevouwen en in de heg achterin de tuin op de afscheiding gestapeld en de dikke stammetjes zaagde ik op de juiste lengte voor het vlechten van het hek van de composthoop. Iedere keer een stukje hoger.

Af en toe kwam er een nieuwsgierige koolmees kijken maar de meeste vogels hielden zich koest. Wel waren er bedrijvige meerkoeten in de sloot, die af en toe een waarschuwende kreet gaven. Op de terugweg zag ik dat er ook een jong rond zwom. Vandaar. De sloot lag er verder vredig bij.

Daarna bracht ik de sleutels terug van kleinzoon, die ik gebruikt had om de planten water te kunnen geven. Hij had ze zelf willen komen halen, maar ja ik was niet thuis. Ik appte dat ik ze wel op zou gooien waarop direct een wedervraag kwam, wat of dat nou betekende. Ze wonen namelijk eenhoog. Haha. Uitgelegd dat het ‘even langs brengen’ betekende. Het gezin was dinsdagavond laat al thuis gekomen en dochterlief appte dat ze blij was om de planten in goede conditie te zien, maar dat ze zelf een bijholteontsteking had opgelopen, dus dat we elkaar nog maar niet in de armen moesten vallen. Schoonzoon kwam de sleutel beneden halen, want kleinzoon zat bij een vriendje.

Zoonlief maakte me attent op de zwarte Paddenstoelen op het stammetje van de voederplank. King Alberts cake, bleek, toen we het opzochten. Wat een wonderlijke naam. Het bleken paddestoelen die vooral op dood hout zaten, vernoemd naar de verbrande cakes van koning Albert, die net zo stenig en hard waren geworden als zijn cakeje. Niet om te eten. Nooit geweten en ook nog nooit eerder gezien.

Vanmorgen begon met een sombere lucht en met veel regen. Een dagje thuis kan geen kwaad. Ik kan de vooruitbestelde medicijnen ophalen en ga een tas met spulletjes voor tante Pollewop wegbrengen die van de andere kleindochter zijn geweest. Kekke laarsjes, een tule jurkje en nog wat van dat spul. Altijd handig als de familie onderling aan het recyclen slaat. Duurzaamheid zit in een klein hoekje.

Overpeinzingen

Dat is veel waard

Via het beoogde schilderij van de bokser Jimmy van der Lak door de kunstenaar Nola Hatterman geschilderd en met het oog voor detail van Wieteke van Zeil in haar boek ‘Altijd iets te vinden’ kom ik bij diens en mijn eigen oude handen. Maar ook voert het beeld terug naar de handen van mijn opa, waarbij ik als klein kind altijd aan de velletjes plukte, die dan in plooien omhoog bleven staan. Ik zie het mezelf doen en het staat me helder voor de geest, die oude handen. Dan kijk ik naar mijn eigen handen, ouder dan die van mijn opa, besef ik. Ze hebben eenzelfde trage uitzakken van de plooien tot ze weer zijn opgegaan in het vel zelf. Het oppervlak is opgedeeld in wiebertjes. Af en toe wrijf ik er een zalfje over, maar ik ben niet goed in smeren. Ik vergeet het te vaak.

Het zijn geen dameshanden, maar echte werkhanden. Ze hebben vooral veel aangepakt, geen poezelig velletje, geen eeltloze palm maar butsen en bulten, wat artrose of beginnend hier en daar, geen gemanicuurde en gelakte nagels. Te vaak gebruik ik mijn vingers als extra tastzin, schoonmaak en tuinieren, het liefst met de blote hand, daar worden ze niet echt poezeliger van. En lak springt er bij de eerste de beste handeling hortend en stotend vanaf. Dan maar niet. Een smal ringetje om de linker ringvinger en verder geen opsmuk. Het schrijft makkelijker en het typt makkelijker.

De linkerhand op het doek van Nola valt vooral op, omdat die ook niet glad gepolijst is, maar duidelijk gehavend door zijn vermeende beroep van bokser met een wonderlijke houding van de vingers en ook artritis-achtige knokkels, wat veel schijnt voor te komen bij boksers en bij kunstenaars volgens Wieteke en waarbij ik denk, vooral als je op leeftijd bent. Voorheen was het me in dit schilderij niet eerder opgevallen, omdat ik afgeleid was door de de opvallende geblokte rood/witte kleedjes op de tafel. ‘Wachtend figuur op een terras of in een eetzaal’ dacht ik. Ooit gezien in het Stedelijk Museum.

Er is iets bijzonders, want Ellen de Vries, de biograaf van Nola Hatterman ontdekte dat het niet Jimmy van der Lak was, maar Lou Drenthe, acteur en jazz-musicus. Hoe het ook zij: Eveneens werkende handen dus. Het had met die kennis wel een heel ander verhaal van Wieteke geworden, waarbij ze niet de handen van Muhammed Ali als inleiding had gekozen. Zo kan informatie misleidend zijn.

Is het daarom dat Lief en ik het liefst onbevangen naar een expositie gaan zonder in te lezen. We hanteren het principe, ‘Eerst ervaren, daarna de kennis’ al is dat bij politiek geëngageerde kunstenaars een tikkeltje verraderlijk. Met alle info die we kunnen krijgen, achteraf, maakt het de gesprekken doorgaans. boeiend en verhelderend.

Het nieuwe tijdschrift ‘Zin’ is er weer. En opnieuw staat er een mooie column in van Stef Bos, waarbij hij gewag maakt van het feit dat hij in Zuid-Afrika zijn religieus bewustzijn heeft teruggevonden, omdat daar op dat continent spiritualiteit niets met waarheid te maken heeft zoals in het Westen. Tegelijkertijd denk ik aan het programma dat gisteren op tv werd uitgezonden. ‘Boeddha in de polder’, met Joris Linssen, die op zoek gaat naar die spiritualiteit en zingeving hier in het Westen. Is dat die Westerse zucht naar Waarheid waar Stef het over had? Joris ontmoet allerlei mensen die proberen met oude wijsheden moeilijkheden om te buigen tot waardevolle levenslessen.

Ik heb meerdere afleveringen gezien en soms inspireert iemand, maar soms ook komt het op mij gekunsteld over. Hoe maak je je een spirituele ervaring eigen waar je niet in bent opgegroeid. Kan het een wezenlijk onderdeel worden van het bestaan recht vanuit de ziel. Of schuurt het juist daarom soms zo. Het gaat verder dan het boeddha beeld dat hij onder zijn arm draagt. Enfin beide mannen zetten aan tot bespiegeling, zinvol en veel waard.

Overpeinzingen

Met open blik erin

In de boekenkast vond ik tijdens het stoffen maandag een juweeltje terug, dat ik eigenlijk een beetje uit het oog verloren was. Het gaat om ‘Altijd iets te vinden’ met als ondertitel ‘De kunst van het Oordelen’ van Wieteke van Zeil. Het is een boek over hoe we geneigd zijn te snel ons oordeel te geven en altijd een mening klaar te hebben. Kijk met de onbevangenheid van een kind, die nog geen woorden heeft om te oordelen.

In de groep hadden we aan het eind van elke dag een reflectiekring, waarbij kinderen mochten vertellen over hun beleving van die dag. Daar kwamen soms ook hun kunstwerken bij op tafel. Als de anderen er iets over wilden zeggen, vond ik het wenselijk als ze omschreven wat ze zagen, om zo het oordeel mooi of lelijk eruit te bannen. Je kijkt op die manier bijvoorbeeld naar al het werk dat het heeft gekost of naar wat het met jou doet. Niet onmiddellijk met een oordeel klaar staan, maar in stilte eerst eens observeren.

Als iemand zijn oordeel velt is het veel moeilijker om er nog onbevangen naar te kijken. Mooi of lelijk zijn van die gesloten begrippen, etiketten, die het werk in een bepaalde hoek drukken. De sociale media zetten aan tot snel reageren, niet zelden emotioneel gekleurd, snel oordelen zonder eerst gewaar te worden van de inhoud. Koppen lezen, one-liners, beelden vliegen ons om de oren en wij reageren erop om iets te vinden als de kater die al sproeiend zijn territorium afbakent. Wieteke schrijft terecht dat context en nuance daardoor weggefilterd zijn, terwijl juist die aspecten nodig zijn om een gewogen oordeel te kunnen vormen.

Ze geeft ons ter overweging de kunst als remedie. Kunst heeft altijd iets in petto, schrijft ze, geen detail zit er zomaar in. De kunst is om vanuit verschillende perspectieven naar kunst te kijken en ze geeft ons daarvoor zes tips mee.

Tip een: Het uitstellen van je mening/ al zegt de wetenschap dat je dat niet kunt.

Ik moet denken aan de kunstwerken van Ai Wei Wei. Bijvoorbeeld zijn gestapelde fietsen. Als je daar intens naar kijkt en bij het detail begint dan ontdek je dat er iets vreemds is aan die fietsen, buiten het feit dat ze gestapeld zijn. Ze hebben geen stuur. Stuurloze fietsen zeggen zoveel meer. Details zoeken is een manier om de bezieling van het werk te ontdekken.

Tip twee: Wat je vindt, ben jezelf/Je oordeel zegt vooral iets over jou.

Daarover zegt ze: Onze mening is in grote mate afhankelijk van onze stemming. Beeldende kunst heeft geen gebruiksaanwijzing, concludeert ze aan het eind van dit betoog, De bedoeling halen we er zelf uit of je nu iets weet van de maker of niet. En daar komen die emoties weer om de hoek kijken.

Tip drie: Wat je niet begrijpt houdt je nieuwsgierig/Waarom we ontzagwekkende ervaringen nodig hebben.

Ooit stond ik in Washington voor een wandgroot schilderij van Rothko, ik in mijn nietige zelf helemaal alleen tegenover het doek met haar twee gekleurde vlakken. Het was zo overweldigend. Als een kunstwerk je zo raakt hoef je niet te zoeken naar betekenis of doel. Het doet zijn werk al, door zo binnen te komen.

Tip vier: Kunst is geduldig, nu wij nog. Met als aanvulling: Hoe door herhaling je oordeel verandert(en meestal positiever wordt).

Het is min of meer de vertaling van een spreekwoord uit mijn moeders kabinet: Ongekend maakt onbemind.

Tip vijf: Je had erbij moeten zijn/Goed oordelen is eerst zelf zien

Daar geeft ze onder andere het voorbeeld van een sokpop. Kunst is als een sokpop waar je je hand maar in hoeft te steken om het te laten transformeren tot een werkelijk wezen. Kunstenaars vind ze illusionisten. Ze gebruiken materiaal en vorm om jou te doen geloven dat je iets ziet.

Het is de basis om iets teweeg te brengen bij ons.

Tip zes: Omarm veranderlijkheid/je mening bijstellen is geen zwakte, het vergt inzet en autonomie.

Ze beschrijft het werk van Theodore Gericault over de schipbreuk van het Franse schip Medusa in 1816. Er liggen drenkelingen in het water, Joseph dobbert er rond op een vlot. Als ze het werk in 2016 opnieuw terugziet met de werkelijjkheid voor ogen, vluchtelingen in rubber bootjes, lijken die aanspoelen, raakt de relevantie ervan haar opnieuw.

Het is net als dit boek, door mij laten verstoffen op de onderste plank en nu weer nieuw leven ingeblazen. Een nieuwe kijk op kunst in de schoot geworpen. Wat hier beschreven is, is slechts een miniem deel van het voorwoord. Tips over kijken en afwegen, ervaren en voelen van al dat schoons. En bij het volgende museum met open blik erin.

Overpeinzingen

Het blijft toch wennen

Gisteren ben ik toch maar in huis blijven vogelen, al zouden dochterlief en ik aanvankelijk naar de tuin gaan. Per slot van rekening moet je de kat nou ook weer niet op het spek binden. Gelukkig kwamen er foto’s, vragen en mooie beelden langs van de kinderen en dat voelt alsof je er een beetje deelgenoot van wordt. Zoonlief stuurde twee prachtige foto’s van een verlaten Loosdrecht om zeven uur ‘s avonds terwijl die twee prachtige jonge mensen, ieder staand op een sup, kalmpjes het avondlicht tegemoet peddelden.

Van de tuin kreeg ik ook wat foto’s te zien. Dochterlief had wat lopen sjouwen met oude planken en een plekje gemaakt voor de modderkeuken. ‘Of de locatie ook goed was’, vroeg ze. Wat mij betrof, zeker. Een fijne plek denk ik achter het met wilgentenen gevlochten hek. Er kwam een foto van een van haar bloeiende helianten achterin. . Daarbij gingen mijn gedachten onmiddellijk naar school, omdat we een hele rand helianten langs de zijkant van de school hadden staan, die rond het einde van het schooljaar iedere keer weer in jubelend geel uitbarstte. Vriendinlief had haar groep destijds er vlak naast. Wat een sof was het voor haar en ons dat door welwillende ouders al die prachtige bloemen waren ondergeschoffeld ter meerdere eer en glorie van grote gemetselde bakken voor een eventuele moestuin. Nog droeviger was de verwording van het project. Pas jaren later werd er echt iets op touw gezet, dat wat succes oogstte, letterlijk en figuurlijk.

Modderkeukens zijn in trek tegenwoordig. Wij maakten van de zandbak en met oude potten en pannen een plek, waar de kinderen naar hartelust konden modderen, een geliefde bezigheid. Niets is zo fijn als modder door je vuisten te laten lopen en het er onderuit zien sijpelen. Het is het summum van vermaak en het is gratis en voor niets. Beetje water, beetje zand en als kers op de taart wat regen. Dat zit wel snor.

Dochterlief en Co rijden woensdag naar huis vanuit Frankrijk, waar het eigenlijk ook te heet is voor mooi. Gelukkig staat er een zwembad in de tuin van Bonma et Bonpa. Zondag viert kleinzoon dan zijn verjaardag en met dit weer zou dat wel eens gewoon in het grote park vlak bij hun huis kunnen zijn.

In huize Amersfoort hebben ze via marktplaats een kast opgeduikeld die heel nauw overeen komt met de kast die wijzelf hadden en die nu bij dochter staat. In hun nopjes zijn ze er mee. Een stukje nostalgie op zijn tijd kan geen kwaad.

Lief video-belde en hij zou gisteren eveneens een binnendag houden, eenvoudigweg omdat het nu heel gortig werd met de hitte. Het artikel over Lee Ufan inspireerde hem om de Japanse Mono-Ha-beweging, die hij niet kende, en de theorie van Foucault eens onder de loep te nemen.

Zuslief is met een vriendin door Nederland aan het toeren op de fiets en komt in lieflijke plekken zoals De tuinen van Appeltern, waar ze beelden van De kleine Prins vond en daar een foto van doorstuurde, speciaal voor mij. Ik koester het boek en de filosofie er in, waardevolle korte verhalen met veel diepgang.

Het was met al dat binnenblijven wel een uitgelezen kans om de boel een beetje aan kant te maken. Ramen voor, in de schaduw, zemen, een beetje stoffen en stofzuigen en er tussendoor vooral uitrusten. Eigenlijk precies zoals ik tegenwoordig ook op de tuin werk. Een eigen tempo, dat ik langzamerhand eindelijk goed onder de knie krijg. Nooit meer vlug-vlug. Het blijft toch wennen.

Overpeinzingen

Leren begrijpen

Op het parkeerterrein van de supermarkt stond een man tegen zijn geparkeerde auto geleund een ijsje te eten. Mijn auto stond ietsje verderop. Drie kauwtjes kuierden doodgemoedereerd op de man af. Koppie schuin en steeds een beetje dichterbij. Afwachtend en omzichtig, tot de man voldaan zou zijn en hen het puntje van de wafel zou gunnen. Toen ik hem op de vogels attent maakte, verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Ik heb ze door, ze moeten nog even geduld hebben’ lachte hij. Zo’n fijne ontmoeting, eventjes.

Van de week had ik een gesprek gehad met dochterlief over het al dan niet makkelijk contact maken met mensen. Zij was veel meer op zichzelf, vertelde ze. Bij mij was er die openheid bij vlagen. Soms wel en soms niet. Ik kan me de vakanties met de jongens herinneren, dan bleef ik drie weken lang alleen, vermeed buren op de camping, verdween het liefst in een boek. Als ik op reis ben ligt het aan de sfeer. Is die open en vertrouwd, of snel te onderbreken, dan klets ik wel. Anders stort ik me op de iPad of de telefoon, lees aandachtig een tijdschrift of mijn boek en laat aan alles merken geen behoefte te hebben aan een gesprek.

Mijn moeder knoopte, sans gene, met iedereen een praatje aan. In de trein, op straat, tegen iemand in een winkel of waar dan ook. Met regelmaat ontstond zo een boeiend gesprek of het mondde uit in de gebruikelijke prietpraat. Zeg maar, als de buuf over de heg. Als er veel tijd was, bijvoorbeeld in de trein van Utrecht naar Leiden, werd er een enkele keer zelfs bijna een vriendschap gesmeed.

Als we op vakantie gingen, deed ze op de camping precies hetzelfde, tot verdriet van mijn vader die het liefst ongestoord in zijn leunstoel onder de boom zat. Ze was ook een tikje naïef, wat wel eens verkeerd uit kon pakken. In Tarragona had ze op de camping een rasechte Amsterdamse leren kennen, die over gebakken vissies sprak en dat eens samen met mijn moeder wilde doen. Ze konden de sprotjes het beste in onze (nieuwe) tent bakken, vond ze. Mijn moeder stemde in. Het gevolg was dat de oliespetters in het rond vlogen en het waterdichte karakter van de tent wel op de buik geschreven kon worden, evenals het goede humeur van mijn vader voor de rest van die dag.

In de nieuwe groene staat een verhaal in de rubriek Kunst, dat me sterk aan mijn Lief doet denken. Er wordt een inkijkje gegeven in de Japanse Mono-Ha-beweging, waarin de kunstenaar Lee Ufan een leidende rol speelde. Het startpunt voor deze beweging was het idee van Foucault dat dingen die niet door woorden omhuld zijn verschijnen als ongrijpbaar. Het wordt duidelijk als je hoort hoe Lee te werk gaat.

Wanneer de kunstenaar een steen vindt die bij zijn gevoel past, bijvoorbeeld bij een rivier of op het strand, verontschuldigt hij zich en zegt: ‘Sorry’ terwijl hij de steen verplaats, waarna hij hoopt dat de steen goed zal kunnen opschieten met de nieuwe ruimte en de andere objecten van het kunstwerk. Hij behandelt ze zo omdat hij gelooft dat alles wat energie heeft ook leven heeft

Lief en ik zeggen vaak tegen elkaar dat we watjes zijn geworden. We kunnen geen vlieg meer kwaad doen. Als hij in de hof moet snoeien of hakken omdat het aantal bomen in hun weelderigheid anders uit de hand loopt, verontschuldigt hij zich ook altijd en gaat bij voorkeur bedachtzaam en met de hand te werk. Iets wat voor zijn buren waanzinnige handelingen zijn, want er bestaat voor alles een sneller en handiger elektrisch werktuig. Het draagt bij aan de rust en de vreedzaamheid op het stukje grond. Die sfeer is goed te proeven.

Het hele idee van de filosofie van Lee wordt nog verder uitgediept en voert te ver om in dit schrijven uit de doeken te doen. Zijn streven ‘om werken te maken die resoneren op het niveau dat verbonden is met het universum, iets wat diep geworteld is in de essentie van de mensheid’ , kan zo op mijn eigen filosoof geplakt worden. Het kunstwerk van Lee Ufan is te bewonderen tot 27 oktober in de tuin van het Rijksmuseum. Fijn om als aanvulling iets over zijn filosofie te leren begrijpen.

Overpeinzingen

Bijna alles

Gisteren kwam er een Haka langs die de Nieuw-Zeelandse vrouwen van Rugby Sevens ten beste gaven na de ceremonie op het podium voor het behalen van hun gouden medaille. Bij het zien van een Haka raak ik altijd diep ontroerd. Waarschijnlijk heeft het te maken met oerkracht die eruit spreekt en die ik zelf ooit ervaren heb tijdens de geboorte van de kinderen. Diep respect heb ik voor deze rituelen.

De oorsprong van deze Ka mate, de Haka van het rugbyteam, vind ik terug op Wikipedia en voert terug naar 1820, toen een Maori leider gered werd uit een hachelijke situatie door te kunnen onderduiken bij een bevriende stam. Tijdens de Haka roept men de Goden op om innerlijke kracht te schenken wat bedoeld is om de ander met respect te imponeren.

Gisteren las ik bij verschillende mensen een beschrijving van de ontmoeting tussen een aantal bloggers in Vlissingen. Wat is het toch een verrijking om meerdere ervaringen te mogen lezen. Een prettige bijkomstigheid was de uitvoerige beschrijving van de bezienswaardigheden die werden aangedaan.

Met de zussen was ik drie weken terug in een Vlissingen waar een kermis en een uitgebreide markt de overhand hadden en praktisch al het schoons dat de stad in zich had, verborg onder schreeuwerige neonlichten en kramen vol met koopwaar, die het zicht benamen op de schoonheid van de lange boulevard, de haven, de kazematten, die we door de drukte en de herrie links lieten liggen. Mosselen tijdens de lunch natuurlijk, alsmede een paar mooie gevels. De gevangenistoren hebben we ook gezien, maar dat er een restaurant in zat, was me ontgaan.

De diverse bloggers werden verwelkomd met een boekje over al wat de stad te bieden had en een zak drop in de vorm van de bekende Zeeuwse knopjes. Ik heb ooit ook zo’n Zeeuws knopje gehad, realiseer ik me. Maar waar. Het ligt waarschijnlijk tussen alle vergeten sieraden uit de verschillende perioden van mijn leven. De India-oorbellen, het Iraans goud, de allereerste ketting die ik van Lief kreeg en die ik zorgvuldig bewaard heb, de uitbundige arm-en-enkelbanden. Ik zal eens op zoek gaan. Het lijkt me leuk op die manier de mensen te ontmoeten die je met regelmaat kent uit hun verhalen die ontroerend, beschrijvend of poëtisch zijn, allen in een eigen taal, een eigen beleving. Zo heb ik toch weer een aantal bloggers leren kennen.

De aquareldoos is gisteren uitgetest het tekendagboek. De kleuren zijn prachtig en ik ben erg blij met de vondst dankzij de filosoof die zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen in het atelier. Ik moet vaker laatjes opentrekken buiten die in het kabinet in mijn hoofd.

In een artikel in Trouw kom ik de misschien wel vrolijkste conducteur van Nederland tegen. Hij hanteert de gouden stelregel van zijn moeder: ‘Een positieve gedachte kan je dag al veranderen’ en daar refereert hij regelmatig aan met mooie complimenten. Hij werkt volgens het principe LSD: Luisteren, samenvatten, doorvragen. Als hij daar een uitleg overgeeft zegt hij:’Een pessimist ziet in alle kansen moeilijkheden en een optimist ziet in alle moeilijkheden kansen’. Een fijne man op de juiste plek, lijkt me. Men voelt zich gezien en gehoord.

Lief belde gisteren en we hebben lang samen alles doorgenomen. De stand van zaken op het land waar hij behalve zichzelf vooral de dieren tegenkomt, reeën, fazanten en zelfs een vos. Er was een auto langs komen rijden met een megafoon op het dak die de mensen waarschuwde om toch vooral binnen te blijven en voldoende te drinken met de aanhoudende hittegolf. Hij neemt alleen in de vroege ochtend de bus om boodschappen te doen in het dichtstbijzijnde stadje en mijdt lange busritten. Af en toe is er ruimte voor een terrasje.

Hier begint de temperatuur ook op te lopen, maar het is nooit langer dan voor twee dagen. Wel moeten de planten bij dochterlief op haar balkon en hier op het mijne gelaafd worden, want de eerste onweersbuien zijn pas voor dinsdag aangekondigd. Woensdag komt het gezin terug. Dan is alles weer normaal, nou ja, bijna alles.

Overpeinzingen

Kruip-en-sluip-door-gangetjes

Het was een heerlijke dag op de tuin, nu we weer samen op konden werken. Dochterlief kwam een paar minuten later dan ik en we hadden afgesproken om samen met de filosoof, tante Pollewop en schone zoon er een lichte pasta-maaltijd te nuttigen. Eerst moesten zij de caravan wegbrengen, en kwamen een uurtje later. Dat gaf ons de gelegenheid om even flink door te pakken. Dochterlief achter de maaier en ik met de laatste brandnetels, grassen en het zevenblad in de weer.

Onderweg had ik al veel moois gezien en vastgelegd. Er zwommen twee jonge futen rond, te herkennen aan hun zebra-hoofd, en een eend met drie jonkies. Het wilgenroosje stond in veelvoud te bloeien, er waren grote zonnebloemen bij de buurman op de hoek en de springbalsemienen zagen hier en daar hun kans schoon om weelderig in het rond te springen zodra je de zaaddozen aanraakte. De mispels in een van de tuinen was zwaar van vrucht. Een schermbloemige, die prachtig paars was, bleek toch de gewone engelwortel te zijn. Blijkbaar vloeien de kleuren over van wit naar paars.

Toen dochterlief het hek open ging doen voor haar lieverds kwam ze zomaar een egel op het pad tegen, een heel groot exemplaar. Die hadden we hier nog niet gezien. Later kwam ons ter ore dat de oude man op het laatste pad, drie egels uit een egel-opvang in het hoge Noorden had gehaald en hier had uitgezet. Ik kwam hem later tegen en hij vertelde toen dat hij hier in Utrecht ook een egel-opvang had ontdekt en dat de verzorgers van de egels waren komen kijken naar de plek en die heel geschikt hadden gevonden. Dus zou hij er nog een aantal halen. De jacht op jonge muizen en op slakken was geopend.

De kinderen hadden het reuze naar hun zin omdat er al druk geoogst kon worden. Woelen met je handen om de aardappelen op te duikelen, plukken van een mini-courgette en drie dikke komkommertjes, wortelen met wonderlijke vormen, Gieser Wildemannen en een goudrenet, bramen en frambozen. Dat maakt het tuinieren een stuk leuker. Dochterlief ontdekte een mooie dahlia, die schone zoon per ongeluk omver liep, en er was een zonnebloem, een zee van Helianten en wat klein grut. De dahlia stopten tante Pollewop en ik in de plantenpers. Prachtig om later ergens tussen te plakken in een dagboek of op een brief.

Ik plukte nog wat grassen weg en zag dat de wilgen omhoog waren geschoten dit jaar. Er was dus veel snoeiwerk te verwachten in het najaar. De buurman had oud snoeigoed tegen mijn hekje geplaatst achter in de tuin, het zag er rommelig uit en ergens ook middenin. Dus het werd trekken en duwen om er een beetje acceptabel geheel van te maken.

Schoonzoon zorgde voor de pasta en het smaakte daar in goed gezelschap twee keer zo lekker, ook omdat het al een tijd geleden was, dat we dit hadden kunnen doen.

Het was een goed gevulde dag en ik liet hen nog even na sudderen, maar ik ging op huis aan met de accu’s om op te laden. Het was welletjes. Dankzij de filosoof had ik in de laatjes van mijn kastje in het atelier een luxe Rembrandt-doos teruggevonden met aquarelnapjes en een mengbakje, maar ook een nog bijna leeg schetsblok speciaal voor aquarelleren. Het was me ontschoten. Samen met hem bekeek ik alle laatjes. Er lag nog meer moois in, zo kwam ik ook de blister weer tegen. Wie wat bewaard die heeft wat. Daar ga ik van de week mee aan de slag.

Bepakt en bezakt ging ik mijn weegs, terwijl de kinderen aan het rennen waren. Stoom afblazen, Daar was nu meer dan genoeg ruimte voor tussen beide tuinen met al die leuke en spannende kruip-en sluip-door-gangetjes.

Overpeinzingen

Worden we er blij van

Het huis is opnieuw bevolkt nu zoonlief en schone dochter weer terug zijn, na drie weken op het huis van dochterlief gepast te hebben. Ineens is er het kraken van de trap als er gebruik gemaakt wordt van het toilet, voetstappen boven op zolder, zacht gebabbel. Wennen maar ook prettig omdat het huis leeft tot in haar kleinste hoeken.

Dat betekent trouwens dat onze Terschellinggangers weer thuisgekomen zijn. Ook dat is fijn. Altijd blij als het grut het reizen en alles goed hebben doorstaan. Hoe moest dat vroeger voor onze moeder zijn geweest, die bij het uitwaaieren van haar elftal dat moest afwachten. Geen app, geen foto’s snel doorgestuurd, geen filmpjes, maar hooguit een belletje van de een of andere camping of geschreven ansichtkaarten. Ze hanteerde daarom de gouden regel: ‘Geen bericht, goed bericht’ en wist zich zorgenvrij te houden.

Zoonlief stuurde me een paar jaar geleden een film van een klauterpartij in de bergen, fjorden en kliffen van Noorwegen, geen sinecure. Dat brengt het tegenovergestelde. Dan heb je redenen te over om je zorgen te maken. Zulke capriolen hoor ik het liefst achteraf. Een klein beetje de kop in het zand, ik weet het, maar voor een moederhart werkt het het best.

De handgeschreven kaarten van lief en mij op onze trektochten in de jaren zeventig kwamen van de jeugdherbergen. Een misleiding voor mijn vader die niet mocht weten dat we allang meer waren dan beste vrienden en dat ons onderkomen een legertentje was. Mijn moeder zat in het complot. Het was nog een hele kunst om iedere keer zo’n jeugdherberg te vinden. Dat we aan het liften waren hebben we beiden trouwens niet verteld. Om de gemoedsrust.

In de Trouw van vorige week zaterdag stond een artikel over de Jezidi’s in Irak. Daar komt een man aan het woord, die een opmerkelijke boodschap uitdraagt. Hij heet Kamiran Kamal en heeft een eigen boekwinkel midden in Sinjar-stad. Aan mensen die geen geld hebben, leent hij gratis boeken uit en maakt daarbij de gouden opmerking: ‘Dit was een goed boek maar niet het beste. Daarvoor zul je terug moeten komen’

Zijn stellige overtuiging is het geloof in de kracht van het boek en het lezen. ‘Door je horizon te verbreden kun je de kunstmatige barrières doorbreken. Romans leren je met verse ogen naar je omgeving te kijken en labels af te wijzen. Ze leren je in de eerste plaats mens zijn’

Hij brengt mensen om hem heen aan het lezen en die steken op hun beurt weer mensen uit hun omgeving aan. Zo wil hij de leescultuur in Irak verbreden. Hij oogst mijn bewondering. Hoe één kleine man groot kan zijn in zijn overtuiging en zijn daden.

Eindelijk heb ik het boek van Murat Isik weer opgepakt. Wat wonderlijk dat de concentratie om te lezen ontbreekt. Het begint in ieder geval met een spannend gegeven. Vandaag regent het en lijkt het een uitgelezen dag om binnen te rommelen, al wil ik even bij dochterlief en Co aanwippen en misschien zelfs nog naar de tuin.

Lief is nog altijd pessimistisch over de hitte daar bleek uit het videobellen gisteren. Voorlopig lopen de temperaturen zeker voor een week of twee op tot veertig graden en de gevoelstemperaturen zelfs nog hoger. Hij kan er goed tegen en doet alles in een tropentempo in de trant van ‘Kalmte zal U redden’, maar maakt zich tegelijk zorgen om mij. Dus raad hij af al te komen, ook al verlangen we naar elkaar. Even doorbijten dan maar.

Gisteren ving ik een flard van B&B vol liefde, dat naar mijn mening niets met liefde te maken heeft. Het verbaasde me dat de gezichten van mensen die moeten wedijveren met een ander zo kunnen veranderen. Ineens worden trekken hard, staan ogen achterdochtig en zelfs bitter. Het kan niet anders als je voor het aas gaat en niet wilt dat de ander er met die buit vandoor gaat. In ieder geval wordt zo niet de verfijnde kant der mensheid belicht.

Kamiran legt de kracht van een goed leven in de boeken en het lezen en ziet daar de maatschappelijke ontwikkelingen ten goede mee veranderen. De gunfactor is ook zo’n graadmeter. In hoeverre gunnen we een ander een goed leven en worden we daar blij van.

Overpeinzingen

Om lekker weg te dromen

We hadden pas laat afgesproken. Zoonlief houdt graag rekening met mijn langzaam-aan-acties in de ochtend en met de slaap van de kleine man. Om kwart over twee waren we ‘En route’. Naar Den Haag dit keer, naar het literatuurmuseum met haar afdeling voor de jeugd, dat heerlijke walhalla van boekenpret. De bovenste verdieping was er voor de allerkleinsten. De tocht van de auto naar het gebouw was al een belevenis op zich. Dribbelend met zijn kleine beentjes en nieuwsgierig naar alles wat hij tegenkwam is het natuurlijk één grote wondere wereld. Een hek, bloembakken, mensen op straat, een grasspriet, kleurrijke afbeeldingen op de ramen, de draaideur, alles werd gretig opgenomen. Wat leert zo’n kleine toch veel. Alles heet mama, wordt aangewezen, krijgt een innige glimlach of een zwierige zwaai. Wij dribbelen mee in het tempo dat hij aangeeft. Soms wil hij de andere kant op, de wijde wereld in.

Boven valt de drukte ondanks de vakantie gelukkig mee. Wel zijn alle kikkerbroeken al weg, maar de ruimte met het kikkerhuis, de kikkerkeuken, de kikkertent, de vijver met het bootje en de te vangen vissen met de hengels, is goed te bezoeken, te beklimmen, te ontdekken. Daar is het ook vrij veilig, op sommige hoogtes na, maar als je valt, val je zacht. Wij hadden overschoenen aan en hij liep op zijn blote voetjes. Regeren is vooruit zien. Zo werden uitglij-partijen voorkomen.

We hadden niet gerekend op het deurtje van de oven in de keuken. Dat moest open om de taart erin te stoppen, op ooghoogte, omdat hij er gebukt voor zat en met een toch iets te scherpe punt. Leerpuntje. De hengel en de vissen vond hij interessant, het bootje ook en het water, blauw en van lekker zacht foam, evenzeer. Om hem heen dartelden nog meer kleintjes. We constateerden achteraf dat dat voor hem ‘The place to be’ was op die leeftijd, al was de brandweerauto ook zeer in trek. Helm op en gaan. Draaien aan het stuur en meer is niet nodig. Het zag er koddig uit. De schotsen van kleine beer en zijn poolland waren obstakels waar je vanaf kan vallen als je wilt lopen en niet meer wil kruipen, dat gold ook voor Rupsje Nooit Genoeg en het fruit waar hij doorheen kon gaan. Twee grotere kinderen gingen voor, maar kregen wel pijn aan hun knieën. Zij wilden voor vlinder spelen, maar de kleine man had zijn interesse inmiddels alweer gevestigd op de glijbaan. Die was alleen maar oké, als paps hem vasthield. Eerst de trap op, dan de glijbaan af.

Verschonen moest helemaal beneden, tot twee keer toe. Soms ben ik blij dat mijn reuk weg is. Omdat hij erg Nijn georiënteerd is op dit ogenblik, ze heet Nijna voor hem, moest daar de nachtpannenkoek gegeten worden, een puzzel voor de wat oudere blagen omdat de pannenkoeken om de juiste letters moesten. Het doolhof van Dikkie Dik en het kruipdoor-sluipdoor bij Elmer was weer wel een topper.

Twee uur bleek precies lang genoeg. Bij de laatste verschoning ging ik mee naar beneden. Even sfeer proeven van alles wat me zo dierbaar was daar. De woorden op de muur, de wanden opgebouwd van boeken, de vertelling van mijn lievelingsboek, De Chinese Nachtegaal van Peter Verhelst met de prachtige illustraties van Carll Cneut in de vitrine. Het zorgde ervoor dat ik bedacht om Lief eens mee te nemen naar deze dierbare plek. Op de terugweg door het immense gebouw was er de tentoonstelling van Vrouwen in de literatuur met in de vitrines manuscripten en dergelijke. Zeker moet ik nog eens terug en dan vooral voor deze afdeling.

Met een maaltijd thuis en heel veel boekjes om voor te lezen, vooral het nieuwe, door oma net aangeschafte boek van Rupsje Nooit Genoeg in de tuin, een zoekboek, sloten we de heerlijke middag af. Gelaafd en moe genoeg om lekker weg te dromen.

Overpeinzingen

Ik hou er van

In een van de Flows van dochterlief lees ik dat de lieve jeugd zich de nieuwste trend en masse aanmeet. Het heet ‘Silent Walking’ en dat is iets wat alleen maar in deze tijd kan zijn ontstaan, omdat er vroeger niets anders was dan een stille wandeling. Elke wandeling in de natuur is wat mij betreft omlijst met de geluiden van een vogel, het ritselen van de bladeren, het kraken van een tak onder je voet, het vallen van een dennenappel. Er is nooit iets anders geweest.Dat was wandelen in de natuur. Het is dus een teken aan de wand als men om stilte en rust vraagt. Het leven vandaag de dag is gevuld met geluiden en prikkels.

Alles maakt geluid. Zelfs hier in de slaapkamer in dit stille huis is er het verkeer dat er altijd is in een soort van zoevend geluid over het asfalt, een portier op de parkeerplaats gaat open en dicht, er start een auto, in de verte blaft een hond, de buurman beneden roept iets naar iemand die antwoord geeft. Ergens wordt er geschept. Zelfs het huis laat af en toe een bint kraken en boven in de dakgoot leiden de kauwen hun eigen leven met druk geschetter. Een krolse kat mauwt klagelijk. Ook al heb je geen oortjes in, geen muziek of televisie aan, dan nog is er altijd geluid.

In Hongarije kan je van totale stilte genieten. Diep in de wouden heerst het geluid der stilte, intens kan het je overvallen en je nietig en klein laten voelen. Hier in de bossen is het nooit helemaal stil. Er zijn andere wandelaars, dagjesmensen, fietsers, mountainbikers maar toch is ook hier de natuurlijke stilte de manier om van de natuur te genieten.

Ooit hadden een vriendin en ik afgesproken een wandeling te maken zonder te praten. Normaal gesproken zou je een ‘boom’ opzetten, omdat dat heerlijk is tijdens het lopen. De geest is helder en extra scherp. Nu deden we dat niet. Die stille wandeling met z’n tweeën werd heel bijzonder. Juist omdat je je bewust was van de ander, die waarschijnlijk andere dingen zou ervaren dan jij. Ik had sterk de neiging om bij het zien van iets bijzonders, een eekhoorn, een dik bemoste boomstam, een specht in een boom, het te delen, haar erop te wijzen. We deden het geen van beiden. We liepen langzaam door. Een intense ervaring.

De Amerikaanse influencer die de trendsetter was van de ‘Silent Walking’ ontdekte dat ze al na twee minuten in een ‘flow state‘ raakte waarbij ze zichzelf kon horen denken. Ik vermoed dat er hier veel mensen zijn van onze generatie die er om moeten glimlachen, want voor ons is het vrij normaal dat je, als je wandelt, van de natuur geniet. Daarom juist zoek je het bos op of een verlaten stuk strand. Iedere ochtend gaat hier in stilte voorbij. Geen muziek, geen tv, maar ik met mijn gedachten. Daar vaart mijn dag wel bij.

Gisteren was ik met de beide zonen bij het Henschotermeer. Natuur overal om ons heen, maar ook een meer vol mensen. Joelend, schreeuwend, lachend, lopend, spartelend, pratend. Alleen de weg ernaar toe liet een stukje zwijgend bos zien. Na een ochtend vol stilte een middag vol reuring en samenzijn met kinderen en kleinkinderen. Een mooie balans. Om aan het eind van de middag de rust van het stille huis weer te ervaren. Stilte? Ik hou er van.

Overpeinzingen

Perpetuum mobile

Vanochtend, voor het eerst sinds de lente, gaf een merel zijn heerlijke ochtendtrillers ten gehore vlak voor het raam en bracht me zo terug naar de Hoff, waar dat elke morgen schering en inslag was. Ochtendzang van merel, wielewaal en lijster. Zo bont heb ik het hier nog niet meegemaakt.

Tuin bleek inderdaad opnieuw een brandnetelparadijs met wortels, waaraan heel veel uitlopers zaten. Ik trok vol overgave en met gevaar voor brandende armen, de stiekeme kruipers uit de bedden tot de kruiwagen helemaal afgeladen vol was. Daarna was de beurt aan het pad. De man die het gras doorgaans een kopje kleiner maakt rond de tuinen had geklaagd over overhangende takken en zwiepende brandnetels in zijn gezicht. Het grootste werk had ik twee weken terug al gedaan, maar de vlier, de bonte kornoelje en de wilgen dienen toch hier en daar wat gesnoeid te worden. De takken van de vlier knip ik klein om ze in vuilniszakken te doen en op de stort bij het groenafval te gooien. De wilgentenen worden tot pakketjes gevouwen en gaan in de ril. Ziezo, drie uur later vind ik het welletjes. Vergeet foto’s te nemen, er is er alleen een van de gesnoeide takken.

Vandaag wordt er door de tweeling wat verkoeling gezocht. Wat leuk, beide mannen samen met de kinderen op pad. Ik schuif er, tussendoor, ergens aan. Morgen ga ik met zoonlief naar het literatuurmuseum, waar de kleinzoon nu groot genoeg voor is.

Dochterlief belde vanuit Portugal, bij verrassing een klein reisje vanwege het zoveel-jarig huwelijk, aangeboden door manlief. Ze stonden, terwijl ze belde, te wachten op het trammetje, maar de bestuurder was even weggelopen om een biertje te drinken vanwege de enorme hitte. Ook daar. Ze stuurde een filmpje van dat zo originele Portugese gele trammetje.

In de bijlage van zaterdag van de Trouw stond een column van de hand van Merlijn de Boer, die eigenlijk best aangrijpend was. Nou ja, in ieder geval raakte het me. Na jaren in het buitenland te hebben gewoond, woont hij met zijn gezin nu weer hier. Hij was langs het ouderlijk huis gereden, omdat zijn moeder enkele maanden ervoor overleden was en hij wilde zien wat de nieuwe bewoners ervan hadden gemaakt. De ijzerbak voor het huis zat al aardig vol en alles van waarde was weggehaald. De glas-in-lood-ramen, de zandstenen schouw, de vloertegels en de karakteristieke Oranje en zwarte muurtegels die hoorden bij de dertiger jaren woning. Alsof je moeder onder je handen afbrokkelt, bedacht ik me. Stel je voor. Hoe schrijnend moet dat zijn en toch gebeurt dat telkens weer. De bewoners hadden een kaartje geschreven waarop stond: ‘We zijn met veel liefde het huis aan het verbouwen’. Waarop hij, wrange ondertoon, beaamde dat het inderdaad liefdevol werd gesloopt.

Natuurlijk is het goed en heeft ieder het recht er een eigen woning van te maken, maar toch doet het pijn om al die vertrouwde dingen niet meer te kunnen aanschouwen. Om over dat ‘huis van vroeger’ voorgoed het doek te laten vallen. Ze zullen er met liefde een hele mooie woning van maken, maar de sfeer van het oude huis, een zweem verleden, is voorgoed verdwenen.

Soms is niet weten beter of niet? Elke vernieuwing hoeft geen verbetering te zijn, zeker niet qua gevoelswaarde, maar naar de huidige maatstaven , zoals comfort, moderniteiten, milieu, natuurlijk wel. In die zin is het leven nog altijd dat perpetuum mobile.

Overpeinzingen

Brandnetels en wilgen dit keer

De reflectie van de opkomende zon in het grote kantoor met de spiegelramem schuin tegenover mijn slaapkamer is de enige kans vanuit het huis om de zonsopgang vast te leggen. Een goed begin.

Om half twee had ik afgesproken met zoonlief en zijn gezin met de drie kleine rakkertjes en voordat ik had aangebeld werd de deur al opengedaan door de oudste van bijna vijf. Een verontschuldiging van zoonlief voor het ontplofte speelgoedparadijs binnen, waarbij ik even een zweem ‘vroeger’ zag opduiken. Ik deed het altijd. Me verontschuldigen voor de rommel. Nergens voor nodig weet ik nu. Waar gehakt wordt vallen spaanders, ergo, waar gespeeld en geleefd wordt ademt een huis.

We hadden hier afgesproken omdat er op uittrekken met de drie kleintjes best een opgave zou zijn, al had het mee kunnen vallen met mijn helpende handen. Het werd een gemoedelijk theepartijtje met interventies van de kinderen tussendoor, de constatering dat er een echte hop tussen de klimop woekert en de gelofte om te blijven eten. Schone dochter ging met de oudste boodschappen doen. De jongste deed haar middagslaapje, de middelste had prime time met ons beiden. Hij wilde rondjes draaien met de parasol, die papa vasthield en genoot.

De boodschappen hadden een feit beslecht. Er zou pizza gegeten worden. De Turkse wortels kwamen boven water in de vorm van een grote ronde elektrische bakplaat, waar maar liefst drie pizza’s tegelijk op konden worden bereid. Handig en in een keer klaar. Omdat dochterlief gek was op mais knabbelde het grut op halve kolfjes en lieten het zich goed smaken. Ook de pizza ging er goed in. De kleinste at meer dan de twee jongetjes bij elkaar.

Na het eten was er een spelletje waarbij ze om de beurt Dino’s konden leggen, een soort magnetenspel waarbij ik als scheidsrechter fungeerde. Om de beurt is om de beurt. Lastig voor deze twee broers, die hun apenliefde en daarmee het recht van de sterkste niet altijd onder stoelen of banken steken. Daarna was er nog tijd voor twee voor te lezen boeken. Hilariteit bij de ingewikkelde dinosaurus-namen en ginnegappen bij heel veel dieren die nodig naar de wc moesten, terwijl deze bezet was. Terwijl de nood steeds hoger steeg, stapte aan het eind van het boek een jongetje doodgemoedereerd er uit en vertelde dat hij ook tegelijk zijn boek maar had uitgelezen. Alle dieren moesten zo nodig, dat ze tegelijk door de deur probeerden te stormen en natuurlijk kwamen ze klem te zitten. Vol aandacht luisterden ze naar de stemmetjes.

Zo fijn om voor te kunnen lezen. Het was op school een van de lievelingsmomenten. Een groep kinderen die met grote ogen en blosjes op de wangen helemaal in het verhaal verdwenen en meeleefden tot op de letter. Ik kon weer eens flink uitpakken en dat liet ik niet aan me voorbij gaan.

Gisteren hadden Lief en ik een gedeeld moment. Zijn vertrouwde hoofd weer te zien en zijn stem te horen. Het blijft zeker nog tot volgende week te heet. Aanvankelijk dacht ik al dit weekend te kunnen afreizen, maar het wordt dus nog even uitgesteld. Dan gok ik op volgend weekend. Dat betekent dat ik een vignet voor Oostenrijk moet aanschaffen, voor Hongarije heb ik er een die het hele jaar geldig is en natuurlijk wederom een kamer moet boeken in een hotel of Gasthof. Altijd leuk om iets moois uit te zoeken.

Vriendinlief kende de oorsprong vanhet gedicht bij het wrakkenmuseum, dat ik eerder noemde. Het blijkt een vrije vertaling te zijn van ‘Do not stand at my grave and weep’ van Mary Elisabeth Frye. Ze schreef het gedicht in 1932 als reactie op het lot van een jonge Duits-Joodse vrouw, Margareth Schwartzkopf, die bij haar logeerde. De vrouw voelde zich schuldig toen het bericht haar bereikte dat haar moeder was overleden in Duitsland. Daar wilde ze door de dreigende omstandigheden niet naar toe. Om het leed te verzachten schreef Mary dit gedicht en dat het nu ook ieder onder ogen komt die het wrakkenmuseum op Terschelling bezoekt, is zo’n mooi voorbeeld van het doorgeven van inspirerende ideeën en gedachten. Ik hou er van.

Vandaag is de tuin aan de beurt. Weliswaar in de langzaam-aan stand, want de temperaturen beloven op te lopen. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Brandnetels en wilgen dit keer.

Overpeinzingen

Om over te mijmeren

Een pas op de plaats gisteren was na drie intensieve dagen Terschelling wel nodig. Heerlijk dat de stappenteller op de telefoon ook de in de rondte draaiende benen op een fiets telt. Zo kom ik eindelijk aan de meer dan tienduizend stappen en dat drie dagen lang.

Dochterlief had gezien hoe makkelijk het voor mij is om vooruit te komen per e-bike. Het op-en-afstappen gaat minder soepel, maar ik red het wonderwel en lucht heb ik genoeg. Zelfs de duinenrij kan ik trotseren, al vind ik die schelpenpaden wel potentiële valkuilen, letterlijk en figuurlijk. Bij een beetje zwierige bocht lig je zo in het struweel.

Ze stelde voor om eens te gaan kijken naar elektrische vouwfietsen, die handig meekonden in de auto, dan zouden we elke nieuwe omgeving makkelijker kunnen verkennen. Nu kom ik niet veel verder dan een lauwe heuvel of een halve weg met de wandelpas in de kalmpjes-aan-stand. Lief moest er even over denken. We gaan er zo eens op voortborduren. Over een half uurtje spreek en zie ik hem weer. Lang leve de video.

Gisteren was het plantendag. De dorstige harten hadden drie dagen moeten teren op de volle gieters die ik er ingegoten had voor het vertrek, zowel bij dochterlief als bij mezelf. Het stond er allemaal best nog fleurig bij, alleen de grote salie had het moeilijk. Het is niets vergeleken met de beelden die van onze Hoff langs komen. Dankzij de weken aanhoudende droogte daar en temperaturen van 35 graden of meer is alles dor. Wel spotte daardoor Lief de Wielewaal in een boom en de bonte specht. Ze zijn beter te zien nu al het frisse groen verdord de bodem bedekt. Het heeft voordelen, want er hoeft nauwelijks gemaaid te worden, iets wat ook niet aan te raden is met die temperaturen.

Van lezen komt nog altijd niets, maar ik zie in de zomertijd van Trouw het boek langs komen van Fleur Overgaag met de titel ‘Hee mooie ziel’ en toen ik het aanprijzen van Roos Menkhorst las en Fleurs eigen verhaal over het ontstaan van het boek denk ik erover om het aan te schaffen. Het zijn korte stukjes uit haar eigen leven en laten haar kwetsbaarheid tot in den treure zien. Daarbij kan ze zich niet verschuilen achter haar typetjes. Zij pleit met haar boek voor meer kwetsbaarheid en onhandigheid, omdat we sterk geneigd zijn de wereld mooier te maken dan ze is. Er zit juist meer verbinding in het delen van dingen die we lelijk vinden aan onszelf. Er rest haar maar een ding en dat is zich niet groot houden. Daar besluit ze het verhaal mee.

Op een gegeven moment komt er een moment, waarbij het niet meer nodig is om je groot te houden. Je lijf leeft een volstrekt eigen leven en heeft geen boodschap aan de invulling ervan, die jij wenselijk zou vinden. Alles wat zou kunnen helpen wordt zelfs buitengesloten. Borsten duiken naar beneden en alles wat de boel op kan houden, belemmert in hoge mate de ademhaling, dus met de beugelloze topjes hangen ze nu weliswaar op half maar toch. Haha.

Zulks is evident voor de oplossingen bij alle kwaaltjes die het ouder worden uitdeelt. Niets aan te doen. Omarm de imperfectie en laat je niet gek tikken door wat er voorgeschreven wordt.

Een heilzaam boek dus, niet alleen voor haar doelgroep maar ook voor ons. De typetjes die ze op instagram neerzet, zijn trouwens een hilarische spiegel. Zowel voor onze als voor de huidige generatie. De moeite meer dan waard al was het maar omdat er veel is om over te mijmeren.

Overpeinzingen

Heel veel respect

Een dag om bij te komen. Dat gun ik mezelf vandaag. Enerverende weken waren het, maar beide de moeite meer dan waard. Vlak voor de driedaagse op Terschelling wilde ik nog naar mijn op één na oudste broer, de enige van de elf die, buiten de gebruikelijke ouderdomskwaaltjes zoals brakke knieen en staarogen, aan Body Lewy Dementie lijdt. Twee zussen gingen mee. Broerlief zat op de bank. Zijn bed stond ernaast. Trappen lopen was er niet meer bij. Schoonzus redderde wat er te redden viel, hield hem in het oog en week geen ogenblik van zijn zijde. Hij had de handen van mijn vader gekregen. Lange, wat bleke stramme vingers aan armen, die gekruist over zijn borst het beven probeerden te minimaliseren. Zijn onrustige onderbenen gingen van de ene over de andere en vice versa. Hij keek in onpeilbare verten om soms ons even bedachtzaam aan te kijken. In tegenstelling tot onze vader, die al zijn verdriet destijds smoorde in Izegrimmig gedrag leek broer veel meer berustend en beschreef dat in zinnen als: ‘Ach ja, wat kan je er tegen doen’ en ‘Kwaad worden helpt niet’. Eigenlijk was ik stiekem trots op hem. Omdat hij het leven op dat moment nam zoals het kwam.

Voor zijn trouwe eega was het veel belastender. Ze sliep op de bank in de kamer en hoorde ‘s nachts zijn warrige dromen aan die luid en duidelijk resulteerden in het roepen van de naam van zijn kleinzoon of andere hallucinatoire beelden en trachtte daartussen door met hazenslaapjes haar nacht heel te breien. Dat lukte niet echt. Maar die twee zijn al hun leven lang zo verknocht en samen geweest, dat eventuele inmenging van buitenaf als een inbreuk op hun trouw aan elkaar wordt ervaren. Zeker als er een doembeeld opduikt van een verpleegtehuis. De huwelijksgelofte tot op het woord, bewonderenswaardig zorgvuldig, nagekomen.

Wat Body Lewie Dementie was, schoonzus moest me er op wijzen, dat dat zijn diagnose was, heb ik opgezocht om precies te kunnen zijn. Ik vermoed dat nog maar weinig mensen deze aandoening kennen. Op de site van Alzheimer Nederland vind ik het volgende: De ziekte is nog niet zo lang bekend en de symptomen lijken op die van alzheimer en de ziekte van Parkinson. De klachten in het begin zijn vaag en kunnen van uur tot uur en van dag tot dag verschillend zijn. Als eerste vallen kleine veranderingen in doen en laten op. Vaak is het geheugen nog relatief goed, maar kunnen mensen hun aandacht niet goed meer bij de dingen houden en vinden ze het moeilijk taken uit te voeren. Dit zorgt ervoor dat mensen minder snel reageren, vaak afdwalen een moeite hebben met plannen en initiatief nemen. Tussendoor zijn de betere periodes waarbij ze beseffen dat er iets aan de hand is. Dat levert vaak frustratie en stress op. Na een tijd worden de fysieke klachten erger.

Dan volgt een beschrijving van stijfheid en kramp bij het lopen, vergelijkbaar met de ziekte van Parkinson, het ruimtelijk inzicht gaat achteruit en daardoor zijn afstanden moeilijker in te schatten, maar wat nog veel meer onrust geeft zijn de levendige dromen, hallucinaties en wanen. In die fase verandert ook de persoonlijkheid totaal.

Daar vind ik broer terug, herkenning uit de verhalen van onze zorgzame schoonzus. Het is een hele opgave om die grote sterke man, ooit een knappe muzikale tenor in het Byzantijns koor, zo te zien veranderen. Inschatten wat het betekent kan je alleen vanaf de zijlijn en dat is een zeer beperkte waarneming. Wij zien hem in een enkel luttel uur en geven er woorden aan, maar wat het werkelijk betekent voor hem en voor haar en de relatie kan op dit moment alleen zij vertellen. Het oogst heel veel respect.

Overpeinzingen

Daarmee liet ze ons in raadselen achter

Ziezo, hoe overleef ik in het benedenruim, nou ja, de onderste verdieping van het passagiers schip, de overtocht van Terschelling naar Harlingen. Eenvoudigweg door de laptop maar mee te nemen zodat ik mijn blog die ik al twee dagen in de vroege avonduren schrijf, misschien nu al kan schrijven. Mits ik niet al te zeer door het geroezemoes wordt afgeleid. Het is in de eetkamer drukker dan op de heenweg, mensen maken ook veel meer gebruik van de restaurantfunctie. Dat is logisch want voor veel mensen is het etenstijd.

Vanmorgen moest ik om tien uur uitchecken. Een makkie, want om zeven uur was ik inmiddels gedoucht en aangekleed. Het is een heerlijk pension, maar twee dagen zijn voldoende om te merken dat de schoonmaak op een lager pitje staat. Trouwens rond twee uur s‘nachts vond een al wat oudere heer het nodig om iemand aan de telefoon te woord te staan terwijl hij de trap opliep. Geluid op standje hardhorend, stemgeluid van de man navenant hetzelfde. Dus was iedereen zo’n beetje wakker, te horen aan het aantal toiletgangers. Ja ja een pension kent boeiende observaties.

Om tien uur was de familie present om me op te halen. De koffer lieten we nog in de huiskamer staan. We gingen voor een heerlijk ontbijt naar La Vida. Toost met scrambled eggs voor pa en ma, pannekoekjes voor het kroost en een minder gezonde, maar gekozen om de minst grote portie, croissant met roomboter en jam voor mij. We zaten er heerlijk aan een ronde tafel met het zicht op een kunstwerk van Miro Gros en om het te completeren was de ronde tafel met een grote ster in het midden, ook van zijn hand. Koffie, latte, Smoothie en een jus d’orange. De filosoof en tante Pollewop wilden een Terschelling-trui en dat vond ik een mooie compensatie voor al het geld dat ze gebruikt hadden om mij te verwennen. Een goede kleur en de juiste maat zoeken was nog een dingetje, want de een wilde precies pas en de ander een maatje groter. De filosoof een prachtige kleur groen en tante Pollewop viel voor een mooie en stoere aubergine. Helemaal top.

Op naar het Wrakkenmuseum. Daar waren we in 2022 ook al geweest. Ik was even vergeten dat het er binnen vrij benauwd was. Maar het is prachtig om de geschiedenis af te lezen aan alles wat de zee ooit heeft teruggegeven aan het land, soms ontroerend, soms onbegrijpelijk, soms om te lachen. Prachtig zijn de briefjes van diverse bezoekers erbij, die evenzeer van emotie wisselen en vaak meer zeggen van de auteurs dan van het museum. Sommige vinden het stoffig en te rommelig, anderen confronterend omdat er sexspeeltjes waren uitgestald en anderen zagen er vooral de lol van in. Het meest ontroerend vond ik het verhaal van een oud Indië-ganger, die nu eindelijk de kajuit vast had gehouden van het schip, waarop zijn familie in 1931 van Indonesië naar Nederland was gevaren.

De eigenaresse van de woning, Hillie van Dieren Elgersma, was samen met haar man een begrip op Terschelling. Er werd speciaal voor haar een flessenmonument opgericht met haar foto en een prachtig gedicht:

Als ik ga, moet je niet huilen/Want echt weg ben ik niet/Mijn lichaam is nu duizend dingen/Heb daarom niet zoveel verdriet

Ik ben de wind/ Ik ben de regen/ Ik ben de zon/Het jonge gras/Ik ben de sneeuw en duizend dingen/‘k ben weer degene die ik was/

En als je wakker wordt/Bekijk dan de bomen en de blauwe lucht/Kijk naar de vlinders en de bloemen/Kijk naar de vogels in hun vlucht/

Want al die duizend dingen ben ik/sinds ik mijn lichaam achterliet/Die duizend dingen zijn mijn leven/Dus zie je, echt weg ben ik niet

Wie de auteur is, was me nog niet duidelijk. We hadden inmiddels genoeg gezien en gingen op de fiets naar de dichtstbijzijnde supermarkt, waar wij buiten met de fietsen bleven wachten tot schone zoon een lekkere lunch had gehaald. Er stond en vrouw met haar auto zo’n beetje midden op de weg en belemmerde behoorlijk. Naast ons ging een auto eindelijk weg en ze draaide doodgemoedereerd in op haar dooie akkertje, beetje naar voren, een beetje naar achter en klaar. Toen ze zeer traag uitstapte, ontspon zich daarna een koddig gesprek. Ik schatte haar leeftijd rond de tachtig.

Ze vertelde hoofdschuddend dat het vaste land geen geduld meer had. Het was een simpele kwestie van afwachten en dan kwam er altijd wel een plekje vrij. In een stief kwartiertje kregen we te horen dat ze eigenlijk heel vroeger van Haarlem was gekomen, dat haar vader de molen even verderop had gebouwd, dat haar jaarringen nog meevielen vergeleken met de mevrouw die langs kwam schuiven, want daar kon ze wel twee keer uit, en meer van dat soort prietpraat met de nodige kwinkslagen er tussendoor. Eindelijk schoof ze door toen in haar woorden’Het Opperhoofd’ was gearriveerd.

Soms zijn de kleinste ontmoetingen al waardevol. Geduld is een schone zaak, maar dat spreekwoord kende ze niet echt. Ze was het er wel roerend mee eens en langzaam stiefelde ze achter haar karretje richting winkel. Er lagen vier grote lege tassen in. Daarmee liet ze ons in raadselen achter

Overpeinzingen

Daar wordt een mens toch blij van

Dochterlief en ik hadden het pension tot in de kleinste tuinhoekjes gezien en goed bevonden. Een huis naar mijn hart. Daar hadden we vroeger met mijn vijf koters een zorgeloos bestaan in kunnen leiden. Groot genoeg, een prachtige tuin rondom, een schilderachtig dorp vlakbij en genoeg kleine vondsten om een kinderboek over te schrijven. Daarna verkende we het dorp. Er bleek een markt te zijn met de gebruikelijke kraampjes op dergelijk vertier, maar met goed zoeken vonden we daar tussen de juweeltjes. Namelijk de Illustratrice Irina Filcer, die voor de prachtige verbeelding van het boek Takkenhoofd, geschreven door Inge Besaris, had gezorgd met schitterende tekeningen, stond met haar partner op de markt en verkocht dat boek, met een voorwoord voor tante Pollewop en de Filosoof, een lieve tekening van het Takkenhoofd incluis. Boffen.

Even ervoor had dochterlief bij de goudsmid een prachtige ring gezien met een Terschellingse zand en mineralen-steen erin die ze nog mocht uitkiezen voor haar verjaardag. Geen geaarzel toen de beste man haar het juiste exemplaar liet zien en beloofde het op maat te maken en daar in twee dagen mee klaar te zijn. Wie wil er nu niet met een stukje Terschelling om de vinger rondlopen. Zaterdag kon ze het afhalen bij de kunstenaar.

Intussen waren de andere schatjes ook gearriveerd en bekeken we het pension nog een keer van alle kanten. Daarna op huis aan met een heerlijke maaltijd bij het restaurant van de camping. Rond half acht stapte ik op en kon de hele avond heerlijk in alle stilte schrijven en wennen aan de vreemde geluiden in het vrij gehorige pension, om daarna als een blok in slaap te vallen.

De volgende morgen zouden we educatief op reis gaan met een vissersboot, die behalve een echte visvangst en het bekijken ervan ook nog voor een tocht langs de zeehonden zou zorgen. Dichterbij dan ooit, want de schipper deed graag wat door alle wetten van het land verboden was. Iets in de trant van ‘niet lullen maar poetsen’, excusez les mots. Het werd een spectaculaire tocht, niet alleen voor de kinderen maar zeker ook voor ons. De visser voerde met zijn verklaringen een heerlijk toneelstuk op en zorgde ervoor dat Den Haag met reden hier en daar een sneer mee kreeg en de twee helpers, een jongen van een jaar of 12 en een oudere, wat zwijgzame man, ontpopten zich als een goed op elkaar ingespeeld stel, die alles, maar dan ook werkelijk alles over de bijvangst in de netten wist te vertellen.

De filosoof was geboeid door alles wat hij in de handen mocht nemen, schol, jonge paling, jonge haring, krabbetjes en garnalen werden uitvoerig bekeken en nadat alle kinderen op de boot ze hadden gezien, mochten ze ze ook terug gooien in zee, sommige natuurlijk meer dood dan levend, maar altijd goed voor het bioleven, voer voor meeuwen, vissen en ander spul. Dat verzachte enigszins en wat ze daar aan ervaring hadden opgedaan, zouden ze nooit meer vergeten, dat stond vast.

Daarna voeren we richting zeehonden en we waren zo dichtbij. Een van de dieren had een streng touw of plastic om de hals. Er werd een speciale dienst voor gewaarschuwd die het beestje zou bevrijden of uit zijn lijden zou verlossen. Er ontstond een boeiend gesprek over de zeehondenpopulatie in het algemeen en dit soort voorvallen in het bijzonder.

Met een lunch in de Walvisvaarder, een mooie ruime strandtent met boeddhabeelden en gobelin op de WC-deuren, vriendelijk personeel en een heerlijke kaart, sloten we af. Toen splitsten we op. Dochterlief en ik voor een wandeling door het stadje met er achteraan een fietstocht door de duinen en pa met de kinderen voor een zwempartij in het ven tegenover de camping.

De hei bloeit in de duinen. Het is zo bijzonder. Door het weer is ze veel te vroeg, maar die schoonheid alleen al is goed om er een jaar op te kunnen teren. Nooit zo prachtig gezien door het grote hoogteverschil. Één glooiende wand paars…Daar wordt een mens toch blij van.

Overpeinzingen

Een vroeg-uit-de-veren-dag

Ziezo. Dat was een enerverende dag met wisselende ervaringen en emoties. In de afgelopen nacht kwam mevrouw Mug een robbertje ‘Nanananana’ doen. Iedere keer kwam ze tot vlak bij mijn oor zoemen en als ik dan opsprong, om haar een oplawapper te geven was ze in geen velden of wegen meer te vinden. Uiteindelijk viel ik tegen vieren in slaap…Een dommeltje van een uur, want om vijf uur ging de wekker. Pakken, douchen en naar beneden voor een kwark, de medicijnen en een flesje water. Bij dochterlief om zes uur de planten op het balkon verwennen en daarna in een moeite door via Amsterdam naar Harlingen. Een beetje drukte, maar het viel toch alles mee. De weidsheid van de afsluitdijk liet me mijmeren over Vasalis en haar twee soldaten, het messcherpe gras, het hoofd boven water en de deinende zeemeermin, maar in werkelijkheid waren alle zeemeerminnen die ik tegenkwam slechts stugge windaanbidders op een lang en stalen been en overduidelijk een begin en een einde in afwachting wat de dag mij brengen zou.

Als ik ergens in het Noorden zou willen wonen is het daar. Een klein huisje in een nauwe steeg, de zilte zeelucht, een aandoenlijk verleden en overal de stilte, ondanks de reuring van al die toeristen voor Vlieland en Terschelling. Ik liet Truus enigszins bezorgd achter met haar sleutel volgens de instructies van de overdekte lang-parkeren garage. De rederij was om de Hoek, wat een groot voorbeeld was. Na de eerste koffie verkeerd die morgen konden we inchecken met de QR-code. En na wat wachten in de te warme hal was er een rustig plekje beneden, zodat ik niet nog meer hochies of trappen moest klimmen. De loopplank was al genoeg geweest.

Het was een mooie observatieplek daar. Al die mensen die die twee uur moesten overbruggen en die je kon indelen in verschillende categorieën. Je had de online gluurders, de lezers, de spelletjes-spelers, de slapers, de eters, de tuurders en de dromers. Daartussen zaten darrende kinderen, einzelgangers, stelletjes en gezinnen. Twee uur overbruggen is aanvankelijk vechten tegen de slaap, Hongaars leren zonder geluid en lezen in het boek van Murat Isik, net zolang tot de boot vaart begon te minderen en wilde gaan aanmeren. Ik was er van overtuigd dat mijn lieverdjes op de pier stonden te zwaaien, dus zwaaide ik uit alle macht terug, maar dochterlief had geen roze truitje aan, ontdekte ik bij de aankomst en achteraf had ik dat kunnen weten.

De fiets stond klaar en ene Mart legde me uit hoe alles werkte. Al die maatjes en Mart zelf worden almaar jonger en jonger of…Met de in mijn armen gevlogen lieve familie reden we op de fietsen naar hun camping. Na de lunch zouden we even bij het pension gaan kijken.

Wat een heerlijke camping, volop ruimte omdat alle tenten zoveel mogelijk in een kring staan en het middenveld leeg blijft. Daar kunnen alle kinderen naar hartelust voetballen en rennen.

Dochterlief en ik reden vast naar het pension, de rest kwam later. Het was ongeveer een kwartiertje fietsen en heel makkelijk te vinden. Wat een sprookjespension. Geen luxe maar sfeer, overal waar je kijken kon. Een huis om in te wonen met wijze waarheden op de ruiten, bloemen overal een fleurige ontbijtkamer, aandoenlijke kamers, een prachtige bloementuin en als geheel een hommage aan een ver verleden. Hoe het verder is gegaan bewaar ik voor morgen, omdat de slaapwijn van schone zoon en dochterlief een woordje meespreekt. Tijd om wat slaap in te halen. Morgen is er weer een vroeg-uit-de-veren-dag.

Overpeinzingen

Bescheidenheid siert de mens

Hoera Suzanne-met-de-mooie-ogen is weer helemaal bijgetrokken, maar de Passieflora heeft het loodje gelegd. Tot zover de stand op dochters mini-balkon.

Op het parkeerterrein bij de tuin stonden meer dan vijf auto’s. Heerlijk. Dan mag het grote hek openblijven en kan je direct doorlopen naar de tuin. Alles was in rust en zinderde in de hitte. Bij het zien van mijn lapje grond moest ik even zuchten. Brandnetel had haar kans allang opnieuw waargenomen en ook het zevenblad had in de afwezige week flink wat terrein gewonnen. De iepen van de buurman waren aan mijn kant doorgeschoten, dus dat moest eerst gesnoeid. Lucht geven aan het groen eronder. Mooie bundeltjes maken en in de omheining verwerken. Opgeruimd staat netjes. Nu was het de beurt aan de grassen in het eerste perk.

Daarna het zevenblad dat zorgvuldig met de hand moest worden weggeplukt en dat werd in de vuilniszak gedaan. Dat moest mee naar de afvalcontainer bij huis. Ook in de tuin van dochterlief liep het nog door. Het was zaak om het verstand vooral op nul te houden bij dergelijke bezigheden want anders zou je er zo weer de brui aangeven. Ergo, geen leuk werkje, maar uiterst noodzakelijk.

Het meegebrachte flesje water kwam goed van pas. Ik dacht aan lief die met temperaturen tussen de 35 en 40 graden heel wat meer te stellen had. Hij had ergens in een kast zijn oude kibboets-petje weer gevonden en dat op zijn haardos gezet om toch nog enigszins beschermd te zijn. Hij liet het me zien tijdens het videobellen. Een olijke lach erbij. Haha. Het stond hem nog steeds goed. In het kader van de hitte was hij blij dat ik hier was en niet daar. De temperatuur in het huis had hij wel op een 24 graden kunnen regelen met veel kunst-en-vliegwerk. Ramen open in de lauwe ochtend, alle ventilatoren, die aan het plafond zitten, aan en de regulatoren in de keuken en op zolder voluit. Dan was het goed te doen. Iedere morgen van vijf tot tien werkte hij nog wat op het land en verder hield hij zich, zoals alle Hongaren deden, heel koest. Tel uw zegeningen. Dan mogen we hier nog lang niet klagen.

Eindelijk was er flink wat schaduw in het postzegeltje en kon er gemaaid worden. De maaimachine stond op bijna de laagste stand en snorde er lustig op los. Het ging voorspoedig. Het is altijd weer fijn om te zien dat een gemaaid gazonnetje(nou ja, een soort van dan)dat opgeruimde heeft wat een woestenij direct omturnt tot een echte tuin. Alsof de bloeiende Zonnehoed, de Flox en de Persicaria nu meer tot hun recht kwamen. Het maaien in dochters tuin kon voor een groot stuk, maar de twee batterijen haalden het net niet. Volgende keer eerst daar beginnen. De oogst is behoorlijk. Volop vijg en braam, hier en daar framboos en een verdwaalde appel en peer.

Ziezo, moe maar voldaan naar huis. Geen zin om te koken, want ik had al mijn kruid verschoten. Bij uitzondering dan maar een Szechuan maaltijd besteld en de bezorger een flinke fooi gegeven voor zijn wandeling en vier trappen op bij deze hitte. Hij vroeg of ik dat meende. Daar wordt ik zo blij van. Iemand die het duidelijk op prijs stelt en niet direct de hoofdprijs verwacht. Bescheidenheid siert de mens.

Overpeinzingen

Kalmte zal U redden

Dochterlief belde. In la Douce France, waar ze vakantie vieren, is het ook al zo heet. Drieëndertig graden om negen uur in de morgen. Geen sinecure. Haar schoonzus met gezin was weer vertrokken na een week, dus ze hadden het rijk alleen. Altijd goed en extra veel vrije tijd voor elkaar. Dribbel heeft toch opnieuw last van zijn oren. Zwemmen met de buisjes werkt gewoon niet, is haar conclusie, ook al beweerd men van wel. Volgende vakantie toch maar direct afplakken. Ach ja, die kleine beslommeringen.

In de middag werd ik opgehaald door zoonlief om naar de rommelmarkt achter de Europalaan te gaan waar mijn schone dochter met haar moeder en haar zus een kraam hadden. Het was er zonovergoten, letterlijk, want geen boom te bekennen. Alle wegen in de omtrek waren opgebroken, dus moesten er heel wat capriolen uitgehaald worden om er te komen. Nou is zoonlief niet voor een kleintje vervaard.

Het stralende snoetje achterin had nergens last van zolang Nijntje maar opstond. Zoonlief hield hele gesprekken met zijn zoon op een verklarende toon, zonder baby-gekir. Precies zoals ik dat zelf ook graag deed. Fijn om te horen dat er een stokje wordt doorgegeven. De kraam lag nog vol. Tot groot verdriet van alle kraamhouders was deze markt afgelegen en moeilijk te bereiken en dat was te merken ook. Daar hielpen de zonnige Latin-klanken geen lieve vader-of-moedertje aan. Natuurlijk ging ik met kleindochter de markt over en we vonden inkt, gemaakt van rode uien, die sepia kleurden en van zwarte bessen die echt wel zwart bleven. De vrouw had de smaak van inkt maken met natuurlijke producten helemaal te pakken en had er lustig op los geëxperimenteerd.

Kleindochter mocht in de hal wat uitzoeken en koos een keramiek blaadje waar je je sieraden of een mooi voorwerp op kon leggen. Het werd zorgvuldig in vloeipapier verpakt. Voor ons kleine lachebekje kochten we een gebreid beertje met een broekje aan, die door een oma Els was gebreid. Zelf zag ik nog een mooie zacht-oranje tuniek, waar de vrouw iets teveel voor vroeg, maar ach, ter compensatie van de stille markt en de hoge kraamhuur. Ik was er in ieder geval blij mee.

Tegen vieren was het opruimtijd. De auto waar alles weer in moest stond achter de kraam. Ik kreeg een tas met kringloopspullen mee, die ze anders weg zouden gooien. Ik kan het eenvoudigweg niet over mijn hart verkrijgen om goede spullen rücksichtlos in de kliko te werpen. Zoonlief sjouwde de tas naar de auto. Voor tante Pollewop zat er nog een mooi roze tulen jurkje in en stoere booties maat 28.

Wij gingen met z’n drieën nog een ijsje eten bij de lekkerste ijswinkel van Utrecht, want dat had hij in de telefoon snel opgezocht. Het was net aan de andere kant van het Merwedekanaal. Er kwam een plekje vrij op een van de bankjes. Met de duiven om ons heen kon er natuurlijk niets anders gezongen worden dan De Duiffies van Leen Jongewaard. Kleinzoon genoot met volle teugen en zoonlief niet minder.

Thuis bracht hij de zware tas de trappen op naar boven terwijl ik mijn vingers over beentje en armpjes in het nekkie liet kietelen waarbij de schaterlach van de kleine uitnodigde tot steeds opnieuw. Knuffies en zwaaien en tot gauw.

Lief belt rond elf uur. Daarna ga ik naar de tuin. Eerst nog even bij dochterlief langs voor de balkonplantjes. Wel kalmpjes aan vandaag want het beloofd aardig warm te worden en er is nauwelijks een zuchtje wind. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet of zoals lief en ik altijd tegen elkaar zeggen: Kalmte zal U redden.