We hadden pas laat afgesproken. Zoonlief houdt graag rekening met mijn langzaam-aan-acties in de ochtend en met de slaap van de kleine man. Om kwart over twee waren we ‘En route’. Naar Den Haag dit keer, naar het literatuurmuseum met haar afdeling voor de jeugd, dat heerlijke walhalla van boekenpret. De bovenste verdieping was er voor de allerkleinsten. De tocht van de auto naar het gebouw was al een belevenis op zich. Dribbelend met zijn kleine beentjes en nieuwsgierig naar alles wat hij tegenkwam is het natuurlijk één grote wondere wereld. Een hek, bloembakken, mensen op straat, een grasspriet, kleurrijke afbeeldingen op de ramen, de draaideur, alles werd gretig opgenomen. Wat leert zo’n kleine toch veel. Alles heet mama, wordt aangewezen, krijgt een innige glimlach of een zwierige zwaai. Wij dribbelen mee in het tempo dat hij aangeeft. Soms wil hij de andere kant op, de wijde wereld in.
Boven valt de drukte ondanks de vakantie gelukkig mee. Wel zijn alle kikkerbroeken al weg, maar de ruimte met het kikkerhuis, de kikkerkeuken, de kikkertent, de vijver met het bootje en de te vangen vissen met de hengels, is goed te bezoeken, te beklimmen, te ontdekken. Daar is het ook vrij veilig, op sommige hoogtes na, maar als je valt, val je zacht. Wij hadden overschoenen aan en hij liep op zijn blote voetjes. Regeren is vooruit zien. Zo werden uitglij-partijen voorkomen.
We hadden niet gerekend op het deurtje van de oven in de keuken. Dat moest open om de taart erin te stoppen, op ooghoogte, omdat hij er gebukt voor zat en met een toch iets te scherpe punt. Leerpuntje. De hengel en de vissen vond hij interessant, het bootje ook en het water, blauw en van lekker zacht foam, evenzeer. Om hem heen dartelden nog meer kleintjes. We constateerden achteraf dat dat voor hem ‘The place to be’ was op die leeftijd, al was de brandweerauto ook zeer in trek. Helm op en gaan. Draaien aan het stuur en meer is niet nodig. Het zag er koddig uit. De schotsen van kleine beer en zijn poolland waren obstakels waar je vanaf kan vallen als je wilt lopen en niet meer wil kruipen, dat gold ook voor Rupsje Nooit Genoeg en het fruit waar hij doorheen kon gaan. Twee grotere kinderen gingen voor, maar kregen wel pijn aan hun knieën. Zij wilden voor vlinder spelen, maar de kleine man had zijn interesse inmiddels alweer gevestigd op de glijbaan. Die was alleen maar oké, als paps hem vasthield. Eerst de trap op, dan de glijbaan af.

Verschonen moest helemaal beneden, tot twee keer toe. Soms ben ik blij dat mijn reuk weg is. Omdat hij erg Nijn georiënteerd is op dit ogenblik, ze heet Nijna voor hem, moest daar de nachtpannenkoek gegeten worden, een puzzel voor de wat oudere blagen omdat de pannenkoeken om de juiste letters moesten. Het doolhof van Dikkie Dik en het kruipdoor-sluipdoor bij Elmer was weer wel een topper.
Twee uur bleek precies lang genoeg. Bij de laatste verschoning ging ik mee naar beneden. Even sfeer proeven van alles wat me zo dierbaar was daar. De woorden op de muur, de wanden opgebouwd van boeken, de vertelling van mijn lievelingsboek, De Chinese Nachtegaal van Peter Verhelst met de prachtige illustraties van Carll Cneut in de vitrine. Het zorgde ervoor dat ik bedacht om Lief eens mee te nemen naar deze dierbare plek. Op de terugweg door het immense gebouw was er de tentoonstelling van Vrouwen in de literatuur met in de vitrines manuscripten en dergelijke. Zeker moet ik nog eens terug en dan vooral voor deze afdeling.
Met een maaltijd thuis en heel veel boekjes om voor te lezen, vooral het nieuwe, door oma net aangeschafte boek van Rupsje Nooit Genoeg in de tuin, een zoekboek, sloten we de heerlijke middag af. Gelaafd en moe genoeg om lekker weg te dromen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.