Overpeinzingen

‘S lands wijs, ‘s lands eer

Om vijf uur klaarwakker, maar de avond ervoor was ik overmand door slaapgebrek van de slapeloze nacht dáárvoor, waar de supermaan debet aan was. Niet getreurd, in het half donker werkt de telefoon prima voor een robbertje met Duolingo, Hongaars vers van de pers.

Twee uur later bewoog er iets naast me en werd lief langzaam, ‘even nog wat soezen hoor’, wakker. We hadden tijd genoeg. Een echte tijd van vertrek was niet gegeven , maar we wilden in Tihany de barokke benedictijner abdij nog bezoeken en daarom wilden we zodra alles gepikt en gesteven was, vertrekken. Dat bleek rond negen uur te zijn. Mooie tijd. Nog een glimp van de nieuwe bewoonster van een andere kamer opgevangen, die de avond daarvoor laat was aangekomen, de sleutel weer in het sleutelkastje met de code gestopt en Truus volgeladen in stelling gebracht. On-y-va.

Het is een grote stad, vergis je niet. De oude stad mag dan te belopen zijn, maar het hele Veszprém doet niet onder voor een stad ter grote van Utrecht. Met een heerlijke zon en een 17 graden in het verschiet was het optimaal genieten van het landschap. Zonlicht geeft glans en maakt de wereld een stuk lichter.

Het was niet gek ver naar Tihany. De parkeerautomaat werkte niet naar behoren maar perste er nog een kaartje van een half uur uit. Dat zou te weinig zijn, maar we vertrouwden op ons goede gesternte en op luie beambten van Tihany. De abdij was een aantal trappen te ver, maar we hadden er totaal geen spijt van dat we die uitdaging waren aan gegaan. Sterker nog, ik geloof zowaar dat het klimmen me weer wat beter af gaat. Daar spreidde het hele Balaton zich majestueus uit aan onze voeten. Nou ja, omdat we hoger stonden natuurlijk. Dankzij de zon was het adembenemend mooi. De kerk zelf was het summum van barok. Het klatergoud van het roomse geloof was in alle afbeeldingen rijkelijk aanwezig. Alle was er in overtreffende trap. De cherubijnen keken deerlijk lijdzaam. Niets was er zwaarder dan het kruis dat te dragen viel.

We hadden ook nog een ticket voor het museum maar dat leiten we in verband met het nodige volk toch voor wat het was. Tihany was van ons huis een goede anderhalf uur rijden, daar kwamen we vast nog eens. Aan de hoofdstraat ging een schatiig kledingwinkeltje open. Piepklein maar ramvol met mijn kleding. Een beetje wijd, een beetje anders, een beetje mij. Ik kon niet anders dan even langs. Tegen Hongaarse prijzen dus niet te versmaden.

Met een fijne blouse en een mooi hes gingen we een deurtje verder. We hadden eerst wel cash moeten pinnen, want elektronisch betalen was er niet bij. Het gemeentehuis met een pinautomaat was aan de overkant. Jippie. Nieuwe kleren. Dat was lang geleden.

De overtocht was opnieuw een sensatie. Zodra het veer zich schokkig en bonkend in beweging zet denk ik dat Truus het zwaar heeft. Maar die staat natuurlijk kalm en bedaard har beurt van rijden af te wachten. Lief en ik besloten aan de overzijde een étterem(restaurant) op te gaan zoeken en nog even een vleugje Balatoni te genieten. Het meer was wat het me beloofd had de vorige keer met zon. Alle tinten blauw/groen, zwanen voor de oever, oneindigheid.

Het restaurant lag aan de weg, want het seizoen aan de stranden en strandjes was voorbij, daar was alles dicht. Heerlijk gegeten Balatonse karper voor Lief en voor mij een goulash. Dat kon natuurlijk niet anders. ‘S lands wijs, ‘s lands eer.

Overpeinzingen

Een dagje uit

Vanmorgen hadden we als eerste ons ontbijt genuttigd bij een Kunstcafe, met een Chai Latte en Lief had daar een heerlijk vruchtengebak bijgenomen, waar heel subtiel twee vorkjes en twee servetjes bij werd geleverd. Die aandacht vooral. Ik had er een paar leuke presentjes op de kop weten te tikken die door plaatselijke kunstenaars waren gemaakt.

Het oude gedeelte van Veszprém bleek op een steenworp afstand te zijn. Trap op naar het restaurant van gisteren en dan langs het gemeentehuis links rechtdoor. De weg liep onder een grote poort onder een toren door en nu begon bij Lief het geheugen te knagen. Er was herkenning. De poort met toren, de brandtoren, de omloop…hij had het allemaal al eens gezien, lang geleden. Veszprém is de oudste stad van Hongarije en zeer de moeite waard. Maar de basiliek en de kapellen waren niet te bereiken, want de boel stond in de steigers. Stoïcijns werden we door een bars mannetje zonder pardon teruggewezen. Op bouwplaatsen liet men geen mogelijke slachtoffers toe. Enigszins teleurgesteld dropen we af. Beneden zochten we de musea, want dat was eigenlijk ons uiteindelijke doel. Niet gevonden. Alle steegjes liepen daar dood. Wel kregen we een mooi zicht op de stad zelf.

De Tomtom gaf drie minuten afstand aan voor het museum. Vlak in de buurt dus en uiteindelijk waren er in het eerste gedeelte van de oude stad, waar we net langsgekomen waren, maar liefs twee musea. Aha, nu was overduidelijk te merken waarom Veszprém tot cultuurstad van 2021 was benoemd. In dat prachtige gedeelte ademde alles cultuur en kunst. De café’s, de musea, de kruidentuin met daarnaast een prachtig uitzicht over de stad en zicht op de oude burchtmuren, de torens, het plein. Een aangename plek om te vertoeven.

Modern art in beide musea. De website van het Varmuseum geeft uitgebreid het ontstaan van dit nieuwe museum van moderne kunst aan:

Ze werd in eclectische stijl gebouwd op de voormalige middeleeuwse kasteelpoort, terwijl de gotische boog van de ingang dateert uit de 19e eeuw. In die tijd woonden hier arme ambachtslieden in hun eenvoudige, kleine huisjes: zeefmakers, timmerlieden en schoenmakers. Nu ze zijn gerestaureerd op basis van de plannen van architect Gábor Turányi is hun historische schoonheid duidelijk zichtbaar. Ze werden gerenoveerd om er het nieuwe museum voor moderne kunst te huisvesten: de collectie van László Vass. De afgelopen jaren zijn de werken van Hongaarse kunstenaars verrijkt met beelden, afbeeldingen en gereproduceerde grafische afbeeldingen van de grootste meesters van de Europese abstractie. Hij verwachtte dat de werken waaruit de collectie bestond de nadruk zouden leggen op enkele belangrijke hoofdstukken van de 19e-eeuwse kunst: vooral die van de stromingen van het constructivisme en de abstractie.’

Tot onze grote verrassing troffen we tussen al die boven genoemde kunstwerken de stoel van Rietveld 4/5 aan, een aangename verrassing. In zowel het museum als de galerie waren er meer werken naar ons hart. Al met al was het een aangenaam verpozen tussen al die inspiratiebronnen, de gerenoveerde en/of gemoderniseerde gebouwen, de vriendelijke ontvangst. We besloten na een paar uur na te kletsen in het kunstcafé Foton onder het genot van een glas mooie Hongaarse witte wijn. Ook hier ademde alles schoonheid en kunst tot en met de brede gedraaide houten lichtbalk boven de lange bar.

Bij de Bistro, dat eigenlijk een verkapt Italiaans restaurant bleek te zijn, bestelden we een maaltijd met een, voor mij, buitenproportionele portie Spaghetti, maar Lief had honger gekregen van al dat fraais dus kwam alles schoon op. Bedanken, betalen, trap afdalen en al thuis zijn, de ideale situatie voor een dagje uit.

Overpeinzingen

Thuis is waar we samen zijn

We installeren ons in bed om uitgebreid te lezen, te kletsen en te schrijven en eventueel om een programmaatje te kijken op de Ipad, want de televisie in onze tijdelijke woning geeft alleen Hongaarse programma’s. Het was even uitknobbelen waar de parkeerplaats van het appartementje was. Die was al even groot als de kamer. Er konden net twee auto’s staan, maar ik geloof dat we de enige gasten zijn. Plek genoeg dus, als beloofd.

De rit er naartoe was rustig en aangenaam. Naar Kaposvar is het altijd een beetje oppassen geblazen met een paar beruchte bochten halverwege, maar na deze stad reden we op een gestroomlijnde nieuw aangelegde weg tot aan Szantod en tot onze verrassing moesten we daar de veerpont nemen naar Tihany. Daar gingen we. Helemaal in onze nopjes voeren we over het grote Balatonmeer. Ik had er geen idee van dat het van dergelijke enorme afmetingen zou zijn. Het was een beetje grijzig en dat geeft wel een andere indruk dan als het hoogzomer is. Ik herinner me de eerste blik op het Balaton op zo’n dag. Toen was ik helemaal ondersteboven van het kleurenpalet dat water en lucht te voorschijn toverden. Nu gaf het een omfloerst groengrijzig of grijsgroenig plaatje.

Tihany bewaren we voor de laatste dag als we terug gaan naar huis. Het is behoorlijk toeristisch, zelfs nu nog, met veel souvenirswinkeltjes en nog steeds met busladingen toeristen, maar het is ook een gemoedelijke plaats, meenden we te zien. Vezprem is een grotere stad, met oud- maar ook met veel nieuwbouw. We proberen de Vendeghaz te vinden en dwalen met Truus steeg in steeg uit. Een barse man wijst ons een andere straat in dan die we dachten te moeten gaan. We rijden het traject een keer, zodat we de tweede keer weten waar we moeten parkeren en we de kleine plek ontdekten vlak voor ons vakantieadres.

Met de code halen we de twee sleutels op. Een van de voordeur en een van de kamer. Comfortabel, niet overdreven luxe, maar precies goed. Een kleine oude Samsung aan de muur, die dus alleen de Hongaarse televisie de kamer in laat kabbelen, een prima sanitair en uitzicht door de twee hoge ramen op de rode wingerd om het kozijn heen en op de muren van de burcht er tegenover.

Naast de burchtmuur leidt een trap naar boven naar een plein, waar het stadhuis aan grenst en heel veel eettentjes. Maar eerst zoeken we een supermarkt. Die vinden we in het oud/nieuwe centrum om daarna rap weer naar het oude gedeelte terug te keren. De titel ‘cultuurstad’ is duidelijk op een andere leest geschoeid dan in Pécs, waar de pleinen een mediterrane uitstraling hebben.

Morgen gaan we eens uitgebreid op onderzoek uit. Wie weet wat we nog tegenkomen. Maar eerst wil de inwendige mens worden gesterkt. Een hapje eten in ‘A Elefant’, sowieso niet moeilijk te vertalen, maar ook omdat een grote olifant boven de deur en drie in de winkel de naam van het etablissement duiden.

In de kleine ruimte waren we verrast door het kruisbogen-gewelf boven ons hoofd, dat ons aan de werfkelders van Utrecht deed denken. Vleugje nostalgie uit een ver verleden. De maaltijd was heerlijk, de wijn en het bier smaakte prima na zo’n flinke rit en de muziek was jazzy funk of funky jazz waar ook Amy Winehouse prima in harmonieerde.

Het restaurant was om de hoek dus liepen we de trap af de heldere nacht en ons huisje binnen. Thuis is waar we samen zijn.

Overpeinzingen

Ze zijn niet meer te stuiten

Er is een tijdbijtertje in de weer. Ik weet het zeker. Ze knabbelt seconden, vreet de minuten en verscheurt de uren tot hun grote verdwijnpunt is bereikt. Het tijdbijtertje schikt na zo’n moment haar rokken en leunt achterover in haar grote klokkenstoel. Zie je wel, tijd beidt

Vanmiddag zouden we boodschappen doen, eerst even de medicijnen nuttigen en dan gaan, in een moeite door. Maar toen moest ik eerst even iets met een bloemenwinkel regelen en had ik een vraagje voor zuslief, die prompt terugbelde, omdat ik er achteraan had gevraagd hoe het met hen ging. We babbelden over wel en wee en over de oude tante die ze aan het verhuizen zijn. 103 wordt ze morgen en ze zijn blij dat ze nu veilig en wel in een particulier zorghuis zit omdat ze nog al eens van haar evenwicht afvalt. Een huis leeghalen met honderd jaar aan verzamelspullen is geen sinecure. Ze zijn er bijna doorheen.

Ze gaat met zuslief de wekelijkse (herfst)wandeling maken in de mooie bossen van onze provincie en heel even bekruipt me een gevoel van heimwee, want ik heb hier wel wat elfenbankjes gezien en hier en daar een zwammetje, maar onze paddenstoelen en boleten in het geheel niet. Samen hebben we wat afgewandeld tot ik ze niet meer bij kon houden en als een hijgend hert achter ze aan liep te strompelen. Einde van een era.

Toen ik net in de maquillage zat belde dochterlief. Nou ja…Maquillage is een smeerseltje, een dagcrème, een ogenpotlood, een mascara en een lippenglos sequ blosjesmaker en dat is meer dan genoeg. Dus belde ik haar weer toen dat dagelijkse ritueel achter de rug was. We hadden elkaar al drie weken niet gesproken en er was gespreksstof genoeg. De middelste zoon is op kamp naar Austerlitz. Ja datzelfde bos waar de roedel wolven loopt. Ze zijn niet meer te stuiten. Maar de school heeft verstand van de natuur. Die is er voor ons en als je per ongeluk een wolf tegenkomt dan zijn er instructies. Die werden prompt gegeven. Deemoedig achteruit lopen met het hoofd omlaag of je groot maken. De eerste spreekt me het meest aan. Er was wel iets geschrapt, nl. de nachtelijke speurtocht. Kijk dat is wijsheid, je moet de wolf niet op dat vleugje spek binden, in variatie op een thema. De oudste kleinzoon mag Havo 5 Frans doen. Met zijn Franse vader en zijn nog Fransere opa en oma een peuleschilletje natuurlijk, al is grammatica wel echt een graadje hoger. En Dribbel gaat helemaal fantastisch, twee verjaarsfeestjes deze week, wat wil een blij jongetje nog meer.

Ik liep naar achteren door het bos om te vragen aan mijn wijze lief hoe je sequ ook alweer schreef omdat ik het nergens kon vinden en op de terugweg boog ik me even over de kruidentuin. Hé, mijn verloren gewaande uien groeien als kool en daar staat dus ook de bieslook naast, die was ik glad vergeten. Reken maar dat uit de hele kruidentuin, met z’n oregano, peterselie, bieslook, ui en tijm de laatste week van November heerlijke pesto’s gemaakt zullen worden als dochterlief en schone zoon met tante Pollewop en de filosoof op bezoek zijn. Samen met de munt in het pompoenenbed. Dan is de pompoen ook op ware grote en kunnen we buiten een heerlijke soep ook een pompoenkoets in elkaar knutselen met een echte assepoes van hooi of gras.

Morgen gaan we op pad. We hebben er heel veel zin in en de volgende reiswens is ook al besproken. Die kriebels hebben eenmaal de weg gevonden. Ze zijn niet meer te stuiten.

Overpeinzingen

Wie weet wat dat ons brengen zal

Gisteren was een echt schilderdagje met pogingen om tussendoor een goed stuk in de biografie te graven. Dat lukte deels. Kloddertje hier en kloddertje daar. Gepeins over de woonkamer waar nog plaats aan de muur te maken is en waar een doek hangt, ingelijst en wel, dat ik niet echt fraai vind en waar Lief ook niet aan gehecht is. Overschilderen?

De laatste bloemen op de kiek, best aardig veel en de wat late groei van de pompoenen. De buurman van twee huizen verder maaide ondertussen zijn land met de grote traktor. Ik sloop door het bos om te kijken of hij het was die steeds een brede baan op ons achterland trok, maar hij hield zich netjes bij zijn eigen grond. Dat blijft een mysterie.

Bij het stadhuis hing een zwarte vlag. Wat de reden ervan is blijft gissen. er sijpelt weinig nieuws door van het dorp. Af en toe is er een praatje met de aardige buurman aan de overkant of met de buuf rechts.

Lief leest op de veranda en kijkt hoe de dag ontwaakt. Ik schrijf eerst hier in de rust van de slaapkamer onder het genot van een kop koffie. Stilte helpt gedachten vorm te geven.

Gisteren zag ik eerst de film ‘De Chinese keizerin’. De titel zet je op een dwaalspoor, want de hoofdpersoon is een Chinees meisje, Yonnah, dat een paar maanden oud, is geadopteerd door het Nederlands echtpaar Bron. Yonnah wilde op haar dertigste middels een intieme film uitzoeken hoe ze haar relatie met haar ouders kon verinnigen. De film moet uitkomst bieden. De ouders zijn inmiddels gescheiden. Ze hebben openhartige gesprekken en vinden elkaar ten leste door samen de genomen goede voornemens uit te voeren. Het eindigt met een wandeling op het strand van Schiermonnikoog, haar eerste verblijfplaats samen met beide ouders in een ontspannen en veel inniger sfeer.

Daarna kwam Lief, die zich uit zijn boek heeft los moeten weken, zo mooi vindt hij ‘ Al het blauw van de hemel’ van Melissa da Costa. Ik laat hem vertellen en vraag niets, bang om iets weg te geven. Zelf ontdekken is daar te kostbaar voor.

Voor de avond hebben we een film uitgekozen. ‘The Blue Caftan‘, een Marokkaans-Arabische productie geregisseerd door Maryam Touzani. Het is een heerlijk schouwspel omdat het zich afspeelt in de nauwe straatjes van Salé, waar Halim samen met zijn vrouw Mina een Kaftan-winkeltje runt. Eigenlijk is Halim nog een vakman van de oude stempel. Hij heeft het vak van zijn vader geleerd en knoopt alle tressen en versierselen op de zijden kaftans nog steeds met veel geduld met de hand en naald en draad. Als er een jonge man bij hem in de leer komt, brengt dat veranderingen met zich mee. Toch blijft het de hele film door een ode aan de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde. Als je van sfeer en dialoog houdt en stiltes kan waarderen is het een echte aanrader. Er wordt veel gezegd zonder taal. Het einde is ontroerend en de authentieke beelden blijven nog lang op het netvlies hangen.

Vriendin en studiegenoot van ooit heeft me haar link doorgestuurd van Polarsteps. Ze gaan zes weken naar Australie en Nieuw-Zeeland. Niets is leuker en leerzamer dan mee te reizen via deze reisverhalen. Ik wilde eigenlijk Budapest ook daar een gezicht geven om zo meer mensen te laten meegenieten. Het is de kans om inspiratie op te doen voor eigen ondernemingen die misschien nog komen gaan. Al betwijfel ik of het ooit nog zo’n verre reis zal zijn. Maar het kriebelt hier wel steeds meer om af en toe de bakens te verzetten. Enfin nu eerst woensdag Veszprem eens verkennen. Klein beginnen maar. Wie weet wat dat ons brengen zal.

Overpeinzingen

Er valt veel voor te zeggen

‘In de ogen van anderen zie je jezelf’, zegt Sybrand van Dijk in de laatste aflevering van de verwondering waar hij in gesprek is met Annemiek Steentjes. Ze stelt hem een vraag over Lef en of dat een thema is in zijn leven, omdat Sybrand zowel in zijn opvattingen als in zijn uiterlijk volgens haar ‘Lef’ vertoont. Hij geeft aan dat het ‘je anders durven opstellen dan de anderen’ te maken heeft met het feit dat het van binnenuit zo moet zijn. Jezelf zijn. Uitdragen wat je denkt en gelooft was in zijn geval nogal een opgave. Van zichzelf moest hij, als tiener, worden wat iedereen van hem verwachtte. Huisje boompje beestje, met vrouw en kind. Maar diep van binnen zei een stem hem om dat niet te doen, om een eigen weg te vinden. Lef is, die eigen stem ruimte te geven, om die eigen weg te vinden ondanks dat het tegen alles wat ‘normaal’ gevonden wordt, indruist. Dat dus.

Als je als tiener dat onderscheid kan maken ben je al ver. Ik denk dat ik in mijn tienerjaren nauwelijks naar mijn innerlijke stem heb geluisterd. Ik heb smachtend bij het raam gezeten om naar de sterren te kijken en te zuchten over vermeend verloren liefdes die zelfs niet eens waren begonnen. In gezelschappen was ik immens onzeker over alles, mijn uiterlijk, mijn figuur, mijn haar, mijn puistjes. Tieners eigen natuurlijk, maar op die momenten was ik de enige op de hele wereld.

Sybrand is predikant en homoseksueel. De predikant in hem werd zeer gewaardeerd maar zijn geaardheid was moeilijker te accepteren binnen de kerkelijke wereld. Als dominee werd het door de kerkeraad aanvaard tot zijn partner ten tonele verscheen. Dat bracht een zichtbaar andere situatie met zich mee. Zelfs bij hemzelf is er die lichte aarzeling nog altijd om en plein air te zeggen dat het zijn partner is. Ergens is er altijd de neiging om in de pas te blijven lopen.

Ik begrijp het goed. Als je opvalt, moet je je veel meer verantwoorden of je zo opstellen dat je boven de kritische blikken staat, wat vaak als trots of hooghartig wordt bevonden. Het is een gave als je het van je af kan laten glijden en toch jezelf te blijven. Hij zegt poëtisch ‘Het blijft een raampje wat klappert. Wat nooit helemaal dicht gaat’. Zo’n eenvoudig beeld geeft precies de worsteling weer. De kiem ligt in zijn jeugd, bij zijn veel oudere ouders die nooit hun gevoel wisten te uiten.

Bij ons werd het gezegde ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ veelvuldig gehanteerd. Geen kapsones maar meestappen met wat te doen gebruikelijk is. Helaas voor mij was ik een weerbarstig mens. In de pas lopen zoals de zes broers boven me is me nooit gelukt. Het was natuurlijk ook de beïnvloeding van de tijdsgeest. We droegen maxi-jurken en veel zwart. We wilden niet het pad van verliefd, verloofd, getrouwd op, maar samenwonen. Mijn vader mocht het niet weten. Mijn moeder hield wel van een tikje rebels. Het interieur moest ook vooral non-conform de norm zijn. Sinaasappelkistjes en een zee aan groene planten, veel kleine dieren, dat kon toen nog, zoals cavia en woestijnratten, een dwergkonijn. Boeken al waar je kijken kon. Anders, niet met de stroom mee, iets wat van binnen uit aan het werk was en soms nog.

Mooi als je al vroeg die eigen stem bewust hebt leren uitkristalliseren. Ik hoorde haar pas veel later, dat eigen kind in mij. Het leven niet langs het leien dakje maar wel diep van binnenuit. Er valt veel voor te zeggen.

Overpeinzingen

Boeiend is het wel

Terwijl de bouillon voor de soto pruttelt, de rijst in de pan zit en alle bijgerechten klaar zijn, kan ik mooi even schrijven.

Vanmorgen hebben we voor volgende week een paar dagen in een AirB&B in Veszprem geboekt, een stad dat, van ons uit gezien, achter het Balatonmeer ligt en bekend staat als ‘ de stad der Koninginnen’, omdat het de lievelingsstad was van Prins Geza en zijn zoon koning Istvan, de eerste koning van Hongarije. De vrouw van Istvan, Gisela, werd hier gekroond rond het eerste milennium. De stad is verkozen tot culturele hoofdstad van Europa in 2021. Een rijke geschiedenis is af te lezen aan de oude binnenstad en de burcht, waar we driehonderd meter van afzitten. Fijn om toe te komen aan de doelen die we ons gesteld hebben. Namelijk dit land en de buurlanden in veel facetten te leren kennen.

Waar de onbedaarlijke trek in Soto Ajam vandaan komt, weet ik niet maar bij de boodschappen vond ik gelukkig nog een vervanger voor de sambal en een potje gebakken uitjes. In de surrogaat-sambal zit Csipos Paprika en dat betekent rode pepers. Het smaakt een tikje anders maar schiet het doel niet voorbij. De vlammen slaan uit als je een tipje op de lepel proeft.

Vandaag is de kleine krullebol jarig en bij deze officieel klein-af want hij is vijf jaar geworden. Het feest is in volle gang en er is uitgebreid gezongen. Op dit soort dagen kriebelt het een beetje en gelukkig is er een filmpje geschoten van het moment suprème, het zingen en de taart met een glunderend koppie erboven. Er was een grote Voetbalballon en een mooi kaart onderweg, die helaas al twee weken eerder aankwam, omdat ik een aantal keren opnieuw moest proberen het te versturen en bij de laatste keer de datum vergat aan te vinken. Hij was er gelukkig niet minder blij mee.

Het tweede tekendagboek is ingewijd met de Budapestverhalen en de bijbehorende tekeningen. Een tekening is gemaakt van het standbeeld van Sissi, die vanaf 1867 keizerin van Hongarije werd omdat ze getrouwd was met keizer Frans Jozef 1. De Hongaren zijn dol op haar. Ik weet wel dat ik de eerste film van de trilogie met Romy Schneider gezien heb, maar of ik daar bij heb gezwijmeld staat me niet meer helder voor de geest. Ze kwam in 1955 uit en werd een echte klassieker.

Lief zijn computer heeft de geest gegeven. Dat is geen ramp, vind hij zelf, want zijn dagelijkse schrijfsels schrijft hij nu in zijn hoofd. Waardoor het gekomen is weten we niet, wel dat ons koffertje, waar het bakbeestje in zat, onderweg naar het station tot twee keer toe op de grond is gevallen. Hij weet zijn uiteindelijke keuze nog niet. Een laptop of een ipad. We hoeven hier geen tabellen te maken of in word te werken, maar kunnen volstaan met wat recht toe recht aan is en vooral ook het creatieve gedeelte. Ik zweer dus bij een Ipad, maar Lief is van het degelijke werk.

Het boek ‘Monsieur Le Coloriste’ leest plezierig weg. Ik ken, moet ik tot mijn schande bekennen, Jac van Looy alleen van Jaapje. Een ontroerend boek met de belevenissen van Jaapje, een weeshuisjongen in zalig ouderwets Nederlands met begrippen, waar we zelf nog een spoor van hebben meegekregen. Het blijkt dat de schrijver ook schilder was en de prachtige voorkant van het boek is zijn schilderij: ‘. De tuin’.

Een van zijn boeken heet ‘De wonderlijke avonturen van Zebedeus’ en ik moet ineens denken aan Koos Meinderts die een boek heeft geschreven met “De wonderlijke wereldreis van Zebedeus’. Daarin is de hoofdpersoon een beer. Zebedeus van Jac van Looy maakt ook een wereldreis en beleeft even wonderlijke avonturen als de beer bij Meinderts.

‘De Wonderlijke Avonturen van Zebedeus vertelt een avonturenverhaal over Zebedeus. Zebedeus gaat op een dag op zoek naar het einde van de wereld. Het boek is enigszins absurdistisch. Op deze reis wordt hij bijvoorbeeld als het ware in tweeën gesplitst. Zijn hoofd is in de wolken terwijl hij de rest kan zien als een gestalte met een koffer. Later wordt hij zodanig in de lengte uitgerekt dat hij een reus is. Vervolgens begint hij weer te krimpen en uiteindelijk is hij weer de zijn normale grootte. Naast dit verhaal bevat het boek ook gedichten en filosofische gedachten. Het boek is opgedeeld in vier boeken en bevat tevens een nawoord van Jan Kuijper.’

Toeval of inspiratie. Dat blijft vaak een vraag. Waar begint het een en houdt het ander op. Boeiend is het wel.

Overpeinzingen

Om te koesteren

De omslag van drukke bezigheden en het gonzen van de stad naar de serene rust van het bestaan met z’n tweeën heeft, zoals te doen gebruikelijk, een weerslag in het gemoed. Alsof Vermoeidheid haar kans schoon zag en door alle poriën, hoeken en gaten naar buiten stroomde. Terwijl Lief zijn balans haalde uit het snoeien van de takken was ik niet vooruit te branden. Dat duurde zo’n beetje de hele ochtend. Natuurlijk, studie, schrijven en een wasje draaien was nog op te brengen, maar alles leek stroperig te gaan. Tegen het middaguur kwam er wat lucht in gelukkig. Of tenminste ik weigerde nog langer in een stoel te blijven hangen. Lief bracht de nieuwe ezel naar de Datsja en ik wilde proberen om het wat vervormde hoofd van mijn object beter in model te krijgen.

Daarnaast draaiden de gedachten op volle toeren, omdat ik de courgette had zien liggen die Lief nog even had geoogst en die al behoorlijk uit de kluiten was gewassen. Dat moest vandaag verwerkt worden. Ik vond een heerlijk recept voor een Pasta Trapanese, maar daar had ik niet helemaal de juiste ingrediënten voor. Dan maar mijn eigen schwung eraan geven met de middelen die ik wel had. Een zelfgemaakte pesto behoorde ruim tot de mogelijkheden. Kleine trostomaatjes had ik niet, dat werden drie oude, een beetje vergeten, rimpelaars in stukjes en de geroosterde courgette werd bij gebrek aan wat er bij nodig was, een gebakken courgette die door de tomaat en pasta heen ging evenals de verse pesto. Basilicum in overvloed in de tuin, oude kaas(geen Parma helaas) en wat amandelen uit het notenzakje van Lief, volledig op de bonnefooi. Pasta pesto uit eigen keuken dus.

Maar eerst het atelier met een bezoek vereren. Alles maar eens een beetje ombouwen om plaats te maken voor de nieuwe ezel, die qua formaat heerlijk bescheiden bleek te zijn. Daarna wat gemijmer in de rieten stoel met uitzicht op het bos en Lief die de takkenril aan weerskanten aan het restaureren was en met de snoeischaar rond liep alsof het zijn penseel was waarmee hij vorm naar functie en functie naar vorm zette. Zijn eigen manier van fraaie kunst scheppen. We dronken thee op de veranda en alle vermoeidheid ebde weg.

Het pakje waar het boek in zat bevatte nog meer verrassingen. Lieve kaarten van dochterlief en co en kunstwerkjes van de filosoof (‘lieve oma, ik mis je heel erg’) en tante Pollewop. Het boekwerk ‘Monsieur le Coloriste, Jac. Van Looy, dubbeltalent’ van Marco Daane was enorm qua omvang. Tot mijn geruststelling waren er zo’n 150 bladzijden aan voetnoten, het namenregister en een dankwoord bij. De biografie kent 555 bladzijden. Dat is nog te doen. De omslag is een fragment van ‘De tuin’ het meest beroemde doek van van Looy en onderstreept de titel. Inderdaad, Monsieur le Coloriste.

Het werd gisteren toch nog ruim 25 graden en in het zonnetje uit de wind was het heerlijk toeven. Vandaag wordt het hooguit 19 graden, maar de zon schijnt uitbundig. Terwijl ik van het atelier naar het huis loop, geschaduwd door een oude vrouw in de tuin van de buurman, die haar nieuwsgierigheid niet kan bedwingen en steeds even stil staat om de situatie goed te aanschouwen, leunend op haar stok, valt me ineens de aanzet van een late pompoen op. Een fris geel bolletje, daarachter een groen gestreepte, nog kleiner. Wat leuk. Het wordt nog eens wat. Gelijk maar even een mandje basilicum plukken en dan aan de slag. Met een staafmixer is een heerlijke verse pesto zo gemaakt. Drie tenen knoflook, amandelen, olie, peper en zout en de oude kaas erin en mixen maar. Heerlijk door de spaghetti of linguine.

Als ik met de buit naar binnen loop, valt mijn oog op de zon achter de wolken die de fluweelboom met haar rode tooi luister bijzet. Die momenten dus, om te koesteren.

Overpeinzingen

Het boek was binnen

We werden geacht tien uur in de morgen het appartement te verlaten, dus drentelden we de vroege ochtend door en stonden klokslag tien uur buiten. De dag ervoor hadden we al besloten lopend naar de synagoge te gaan en wat waren we achteraf blij met dat voornemen want al wandelend kwamen we onderweg nog veel meer mooie gebouwen tegen, die de moeite van het aanschouwen waard waren. Een ervan was de St. Stefanusbasiliek, een indrukwekkend gebouw met een koepel, waar soms ook concerten worden gegeven.

We liepen de drukke boulevard af en zagen meer restaurants en winkels dan in het Sent István Korut. Volgende keer weten we dat we beter moeten zoeken. Ondanks het vroege ochtenduur was het een drukte van belang. Dat we in de buurt kwamen van de grote Synagoge bemerkten we toen we steeds meer Orthodoxe Joden in groepen tegenkwamen, met keppeltjes op en lange krullen langs het gelaat. Het was er immens druk.

We stonden braaf in de rij om een kaartje te kopen tot er een agent naar ons toekwam en ons vertelde dat het kleine koffertje van ons niet naar binnen mocht en dat we dat in een of ander depot moesten opbergen. Omdat we al hadden geaarzeld vanwege de drukte was de keuze nu gauw genoeg gemaakt. We gingen op een bankje er tegenover zitten en observeerden het mooie gebouw zelf en alles wat er aan reuring rond de synagoge was. Er liepen veel agenten rond, die met vorsende blikken naar het aantal treuzelende toeristen keken.

Er gingen rugzakken naar binnen waar ons koffertje twee keer in kon, dus de logica ontging ons. Later vertelde dochterlief, toen ik haar aan de telefoon had, dat zij er met haar blote knieën, want in korte broek, ook niet in mocht. Ze had gelukkig een handdoek bij zich die ze er omheen droeg. Het zal een koddig gezicht zijn geweest en een tikje onhandig, stel ik me zo voor.

Met onze metro-ervaringen van de dag ervoor was het een peulenschilletje om de halte te zoeken die ons naar het andere station van Budapest zou brengen, maar eerst nog even goed de gevels aanschouwen van al die architectuur. Ik heb een foto met mooie afbeeldingen voor een lief vriendinnetje van me, weliswaar zijn het geen iconen, maar wel heel veel goud en eenzelfde idee.

Binnen een zucht waren we op Kelenfold-Pályaudvar, vanwaaruit we de trein naar Pecs konden nemen. Daar zaten we dan prinsheerlijk in de coupe voor vier personen met verstelbare stoelen, internet aansluitingen en sfeerverlichting zoals gisteren beschreven. We mochten dus blijven zitten van de conducteur, die met de pareltjes op zijn voorhoofd, onze kaartjes veranderde in premium. De jongen tegenover ons werkte in Budapest drie dagen maar woonde met zijn gezin in Pécs. Hij sprak Engels met een Hongaarse tongval dus moesten we de oren bij spitsen.

Een interessant onderwerp was het nagenoeg vrije reizen voor bejaarden, die daar tegenover zo’n beschamend inkomen hebben, dat er nauwelijks van te leven valt. Daarnaast vertelde hij over hoe het was toen hij nog kind was met de indeling van de gebouwen op een erf, die er voor zorgde dat huishoudens geheel en al zelfvoorzienend konden zijn. Het grote huis stond vooraan, daarachter een grote stal, daarna een kleine stal, daarna nog een kleiner onderkomen en daarachter weer een. Naast het huis was een bloementuin, daarachter een moestuin en dan de boomgaard en de gewassen. Door de moderne tijd, stedengroei en de economie is dat allemaal verdwenen en tegenwoordig schieten ook hier de prijzen omhoog.

Een verschil in opvatting is dat een Hongaar niet gauw jaloers zal zijn op de ander als ze het zich kennelijk kunnen veroorloven om een groter huis te hebben of een snellere auto. Dat geld hebben ze gewoon, dat kunnen ze doen. In Nederland is men vaker afgunstig op mensen die het zichtbaar beter hebben.

Voordat we het wisten waren de twee uur en drie kwartier voorbij en liepen we vanaf het station naar het busstation waar lange rijen braaf stonden te wachten tot de bus arriveerde. In een overvolle bus reden we het laatste half uurtje naar huis. Heerlijke verrassing. Één pakje voor de deur. Het boek was binnen.

Overpeinzingen

Ons dorp, waar het goed thuiskomen is

We reizen eerste klas, omdat dat voor bejaarden maar een schijntje kost. Je betaalt niet het aantal kilometers, maar alleen voor de stoelplaats. De juffrouw achter het loket keek alweer verbaasd toen we aangaven dat we boven de 70 waren. Ze knikte met haar hoofd en vraagtekens in haar ogen. Het streelt toch je ego.

Deze trein is een stuk luxer, maar dat had een oorzaak. We zaten per ongeluk premium klas, maar we mochten nog eens 7,50 bij betalen. Nu hebben we een compartiment voor vier personen met stoelen die in verschillende standen kunnen worden gemanoeuvreerd en je kunt een tafeltje tevoorschijn halen en voor je draaien, zodat het makkelijk schrijven is. Bovendien kwam de conducteur het eerste bonnetje zo maken dat we het geld van de gewone eerste klas terug zouden krijgen. De jongen tegenover ons fungeerde als rappe tolk en daarna hadden we nog een wonderschoon gesprek over onze verschillende landen en levens, oude gewoonten en gebruiken en de verandering van de taal, de gemeenschap en de politiek.

Gisteren hebben we eerst per tram en metro de stad een beetje in het algemeen verkend en vooral de metro was goed te doen. Overal goedwerkende roltrappen en liften. Dat was in Parijs wel anders. OP het Déak Férenc, een belangrijk knooppunt, konden we de kleine bus naar het Vissersbastion pakken, de Halászbastya. 145 treden boven ons parelde het prachtige bouwwerk. De naam is vermoedelijk ontleend aan de vissers die vroeger beneden in de Waterstad woonden. Kalm, met een pauze op elk bordes door extra foto’s nemen van het wisselende uitzicht over de stad, klommen we hoger. Het was, zoals we al vreesden, erg toeristisch, met vooral veel mensen die fotoreportages maakten van het hele gezelschap maar dan stuk voor stuk. Ma op de trappen, Pa op de trappen, zoon op de trappen en ga zo maar door en dat maal een paar honderd. Sommige hielden hele modereportages. Dat duurde en duurde, maar we hadden geen haast. Alleen bij de rij voor de grote Matthiaskerk haakten we af. Waar we wel rust vonden en eindelijk het romantische diner voor twee in gang konden zetten was in een modern restaurant dat kien van de galerij was gemaakt, waar je voor meer dan Westerse prijzen kon genieten van een heerlijke maaltijd en een prachtig uitzicht.

We liepen terug een stuk naar een halte van de tram, heel veel trappen, die niet de brug over ging, dus liepen we de Margithid weer over, maar nu aan de andere kant. Zo had je goed zicht op Margit Sziget eiland waar alle grote festivals plaatsvinden en wij nu de lokatie op ons duimpje weten te vinden.

De stad is van een schoonheid die ik er gek genoeg nooit bij had bedacht. Ze ademt de grandeur van haar rijke verleden op gebied van architectuur, wetenschap, kunst en filosofie. Elk voornaam gebouw kent wel beelden aan de gevel, maar van een uitbundige ingetogenheid die je recht in de ziel treft. We zijn zeer geraakt en nemen het voornemen om zeker binnenkort terug te gaan nu het zo goed te bereiken is met trein, metro en tram of bus.

De terugreis beschrijf ik morgen. Nu luister ik naar het vredelievende klokkengebeier van de kerk in Nagypeterd, ons dorp, waar het goed thuiskomen is.

Overpeinzingen

Maar vanavond gaan de voeten omhoog

Vandaag stond de Donau centraal. We hebben een appartement aan de Szent Istvan Korut en dat is vlakbij de Margithid, de Margarethabrug. Van daaruit kan je lopend naar het Parlementsgebouw, het Orszaghaz. Het weer werkte mee. Het was zonnig en een behaaglijke 18 graden. Vanaf de brug schitterde het gebouw ons al tegemoet. We liepen langs een monument voor de verdronken Koreaanse toeristen van de Hableany rivierboot die met een hotelboot in aanvaring was gekomen. Van de 33 opvarenden vonden 27 mensen de dood. Zeven mensen werden gered. De namen van de slachtoffers staan in het marmeren monument gegraveerd. Er omheen staan glazen potten en potjes met stenen.

We wandelden langs de kade over de kinderhoofdjes en genoten van het uitzicht op Buda aan de overkant. Kerktorens en koepels, statige imposante huizen verspreid over het Budagebergte met het Vissersbastion, de Matthiaskerk en de Burcht van Buda met, aan onze kant, de torens van het immense Parlementsgebouw. Op de rondweg was het een drukte van. belang. Hoe dichter we bij het Orszaghaz kwamen hoe meer toeristen er liepen met de kenmerkende fototoestellen en mobieltjes in de aanslag om al het moois vast te leggen.

De rij in brons gegoten schoenen van de Joodse slachtoffers uit de tweede wereldoorlog waren reden voor veel kaarsen op deze dag. Rijen met schoolkinderen kwamen druk keuvelend langs gelopen aan de overkant van de weg. We staken over om toch vooral dat bijzonder grote parlementsgebouw te gaan bewonderen. In de wijdse ruimte van het grote plein met haar enorme beelden viel de drukte in het niet. De vele bankjes in de zon nodigden uit om alles eens goed op te nemen. We werden vooral getroffen door de prachtige beelden en beeldhouwwerken op de torens, aan de gevels en op de schansen.

Aan de overkant stonden twee gebouwen in de steigers en de bouwvakkers schreeuwden luid hun bevindingen naar elkaar zodat het galmde over de pleinen. Achter de kettingen voor het gebouw stonden bewakers in streng donkergroen zwijgzaam naar het publiek te kijken.

Het gebouw zelf is adembenemend mooi en imposant groot in neogotische stijl opgebouwd met twee zijvleugels. Hier zit het Hongaarse parlement. We hadden er wel uren kunnen zitten en kijken, maar besloten toch maar aan de andere kant van het gebouw een kopje koffie te gaan halen. Het was inmiddels alweer kwart voor twee. Om de verjaardag te vieren namen we er wat lekkers bij, een luchtig soort gistgebak. We lieten het ons goed smaken en keken ondertussen naar de toeristen die de gekste capriolen uithaalden om hun dierbaren en het gebouw op de foto te krijgen, soms schaamteloos door midden in het zorgvuldig aangelegde groen te gaan staan.

De volgende halte was het Szechenyi Lanchid, de kettingbrug, de oudste brug over de Donau, dateert uit 1849 en verbond eindelijk de drie stadsdelen Buda, Obuda en Pest permanent met elkaar. Voor de brug liggen immense restaurantboten, die naar mijn opinie het zicht op de bruggen bedierven. Maar de brug zelf was de moeite van het bewonderen waard met haar leeuwen en triomfbogen. Er was druk verkeer, maar ondanks dat konden we volop van het uitzicht genieten.

De meanderende rivier stroomde hard. Dat zagen we aan een boomstronk die we al bij de Margithid hadden zien drijven en die nu tegen een van de pijlers van de brug lag. Het uitzicht op de burcht en de vele kerktorenspitsen die blonken in de zon was prachtig. De rotonde aan het eind ontsloot de grote tunnel die daar doorheen liep. Minpuntje was de drukte op de weg en een combinatie van fiets-en-wandelpad langs het water. Een duidelijke scheidslijn was er niet en de fietsers en elektrische steps zoefden met grote vaart tussen de voetgangers door, waarbij het vaak maar net goed ging. Naast het pad denderden de trams en bussen met grote regelmaat. Aan deze kant kon je het parlementsgebouw, dat nu lag te schitteren in de zon, in het geheel op de foto krijgen. Buda lieten we voor nu nog even links liggen.

Met een tochtje terug over de Margithid voltooiden we ons rondje en sloten we af met een hapje in het Griekse restaurant, dat meer een soort veredelde kebabzaak was. Morgen eens een echt restaurant zoeken om de verjaardag nogmaals dunnetjes over te doen. 12000 stappen op de teller, dankzij de vele bankjes langs de route, maar vanavond gaan de voeten omhoog.

Overpeinzingen

Toch even wat glorie op de oude dag

Het was een hele onderneming. Gisterenmorgen om vijf voor half tien al de bus. Het oude stationsgebouw van Pécs bewonderen dat vooral door de kalme manier van kaartverkoop de glimp van het verleden bracht, vervolgens een uurtje wachten op de juiste trein met nog meer nostalgie. De stationschef met zijn spiegelei, die niet anders deed, dan het bord bij de vertrekkende treinen omhoog te steken. Er liep veel personeel rond die met de locomotieven heen en weer reden, druk met elkaar stonden te praten en aan-en-afkoppelden. Het schoonmaakpersoneel rende compartiment in en uit in een sneltreinvaart en dat kon je van de treinen zelf niet zeggen.

De luxe van vervoerd worden en alle tijd hebben om de omgeving op te nemen was al bijzonder. De kaartjes die we van de vriendelijke vrouw achter het loket hadden gekregen, voor de somma van tien euro, zagen eruit als twee supermarktbonnetjes en de conducteur had er al evenveel moeite mee. Hij vertelde dat we een kaartje erbij hadden moeten kopen. Een mevrouw schuin tegenover ons opperde iets over de leeftijd en pas toen vroeg hij hoe oud Lief was. Toen hij antwoordde, vroeg de conducteur verbaasd zijn paspoort om dat te verifiëren, haha. Twee uur en drie kwartier later waren we in Budapest Keteli Palyaudvar. Het bleek het allergrootste en allerbelangrijkste station van Budapest te zijn, grenzend aan het even indrukwekkende Barosplein, bevolkt met mensen uit alle windstreken.

We hadden afgesproken om op de heenweg niet te moeilijk te doen en met een taxi naar het appartement te gaan om vandaaruit de omgeving en het metrostelsel te gaan verkennen. Aan de zijkant van het station stonden gele taxi’s te wachten met een aantal mensen ervoor. Maar wij werden door de chauffeur van de eerste taxi met veel egards begroet, kregen een uitleg over het tarief en konden plaatsnemen. Nou, vleien in de behaaglijk ruime auto met zachte muziek en een filmpje over de bezienswaardigheden en de geschiedenis van de stad. We werden na een stief kwartier keurig voor de deur van het appartement afgezet.

Onderweg zag je, buiten het voorgeschotelde roemrijke leven op het filmpje, nog een andere wereld. Toen we voor een stoplicht stonden te wachten haalde een man op de stoep, die met zijn hand in een afvalbak was gedoken, een fles eruit en zette hem zonder aarzelen aan zijn mond om het laatste restje eruit te drinken. Een vrouw tegen een pui daar tegenover met haar hele hebben en houden in plastic tasjes om haar heen bleef maar naar hem roepen, terwijl voorbijgangers haastig doorliepen.

De taxichauffeur bleef vriendelijk en wees ons de deur van het appartement. Met diverse codes opende de deuren zich als bij de spreuk ‘Sesam open U‘. Het leidde via deur, hekken en een oude lift met dubbele deuren naar de ingang van het appartement. Daar was het marmer en klatergoud wat de klok sloeg, een verschil van dag en nacht met de buitenwereld.

Een klein compact appartement waar we even op moesten wachten voor het afgeleverd werd en er naar toe konden gaan. Alles was aanwezig en het bed is op een vide. Het geluid van buiten werd gedempt door dubbele ramen achter zilverkleurige gordijnen. Voor drie dagen goed te doen om van hieruit Budapest te kunnen bewonderen.

Na ons even te hebben opgefrist wilden we de straat waaraan we tijdelijk verbleven, verkennen en die bleek uit te komen bij de Margarethabrug, een van de elf bruggen over de Donau. Van hieruit kun je zo naar Margaretha-eiland lopen.

De rest bewaarden we voor de volgende dag. Een hapje eten en een lekker glaasje van het een of ander leek ons na de lange rit een uitstekend plan. We kwamen uit bij een Turks restaurant, waar geen alcohol geschonken werd, maar wel heerlijk eten werd verkocht. Bij de super tegenover het appartement haalden we wat lekkers om het oudjaar van lief dunnetjes te vieren, al hoeft dat voor hem niet. Stiekem toch even wat glorie op de oude dag.

Overpeinzingen

Wij gaan ons alvast verkneukelen

De ezel was binnengekomen dus vanmorgen gingen we rond een uur of elf richting Pécs waar, met de ezel in minstens tien onderdelen, de doos al klaar stond om mee te nemen. De vriendelijke man, die samen met zijn vrouw het kleine zaakje beheert, controleerde de inhoud nog even. Er verscheen een grote glimlach op zijn gezicht, ‘Echte natuur’ glunderde hij toen hij het walnoten hout bewonderde.

Boodschappen deden we bij een super, die vlakbij de universiteit was. Er was eindelijk eens een grote verscheidenheid aan mensen te bewonderen. Jong en vrolijk stapte het aan. Doorgaans lopen er in Hongarije misschien nog veel Nederlanders rond maar verder hoofdzakelijk Hongaren en de Roma. Vooral de levendige manier van met elkaar omgaan valt bij deze studenten op.

‘S Middags pakte ik ons koffertje in. Voor drie dagen hoeft er geen hutkoffer mee gelukkig. Lief keek de bus en treintijden na. We vertrekken morgen al om negen uur. Naar Boedapest is het twee uur met de trein. We nemen wel boeken mee, maar er zal ook veel fraais onderweg te zien zijn. Zondag is een uitstekende dag om te reizen,, eerste klas, dat dan weer wel.

Toen we thuis kwamen wilde ik de ezel in elkaar zetten. Mijn lieve Pietje Precies wilde het bouwpakket bewaren tot na Boedapest, maar zoveel geduld had ik niet meer. Ik wilde weten hoe ze eruit zag. Er zat een handleiding bij, alle onderdelen waren genummerd evenals de zakjes met verschillende schroefjes, alles op volgorde en in onderdelen was er een uitleg. Een kind kon de was doen. Nou ja. Ik moest hem wel vragen hier en daar een schroef nog eens extra aan te draaien. Eigenlijk is het een prachtig ezeltje, niet al te groot, geschikt voor aardig grote doeken, stevig met een la eronder voor het opruimen van de penselen en klemmen. Ik voel me de koning te rijk

Gisterenmiddag, net na het eten, zag ik ineens vanuit mijn ooghoek iets scharrelen in het prieel. Het bleek een prachtig egeltje te zijn. Parmantig stapte ze voort. Af en toe even snuffelen en dan weer verder haar neus achterna. We mochten ongestoord filmpjes en foto’s maken. Ze was totaal niet schuw. Hoe blij kan je zijn met die lieve kleine dingen.

Zoonlief is alweer bijna thuis na negen uur vliegen. Ze gaan hem zometeen ophalen. Hij stuurde een foto van een varaan en dat was geen kleine jongen. Zuslief vertelde toen, dat in de tijd dat ze in Senegal werkte op een compound, zo’n beest zich had laten insluiten in hun hutje. Sommige dingen wil je gewoon niet weten op zo’n moment.

Terwijl ik schrijf, zuigt Stoffie stof. Het is een grote luxe dat het mogelijk is, met dank aan zoonlief die het idee had geopperd. Er is nog nooit zo vaak onder schier onbegaanbare kasten gezogen.

Lief ging nog eens goed kijken tussen de pompoen-en-courgetten-planten. Jawel hoor, nog meer oogst. Een flespompoen, denken we, maar nog niet klaar en weer een mooie courgette. Na ons uitje zal ik eens een lekker recept bedenken.

Maar nu eerst een nieuw avontuur. Ik ben benieuwd hoe het gaat worden. De Ipad gaat mee, dus er wordt gewoon doorgeschreven. Alleen kan het tijdstip nog wel variabel zijn. Wij gaan ons alvast verkneukelen.

Overpeinzingen

Voor vandaag ben ik onder de pannen

De hele dag wringt mijn moeder al haar wolkje schoon. Het komt met bakken uit de lucht vallen. Er bestaat hier voor sommige gebieden zelfs code geel. Van de weeromstuit slaap ik uit. Nou ja van zes tot acht uur heb ik eerst een paar lessen Hongaars achter de kiezen. Omdat de dag treuzelde om aan te breken, vielen de ogen opnieuw toe en werd er anderhalf uur slaap aan vastgeknoopt. Met een waanzinnige droom, waarvan ik weet dat mijn volksdansvrienden er waren en er veel ruimte was voor creativiteit, roken en uitkijken naar, tja waarnaar eigenlijk. En toen was er koffie. Lief ging de zolder stofzuigen en op zoek naar een eventueel nest maar kwam onverrichter zake terug. Het martertje heeft er in ieder geval geen vaste verblijfplaats van gemaakt.

Hij had de verwarming in de Datsja al een uurtje aangezet, omdat het slechts 14 graden was dus werd het tijd om toch weer aan het werk te gaan. Wat ontdekte ik op de wandeling er naar toe? Een blad dat donkerder gekleurd was dan de rest. Beter kijken, nee geen blad, een courgette. Hoera, kweek van eigen bodem. We voelden ons rijk. Nu de pompoenen nog.

Het schilderen ging goed. De hand en vooral de duim werd in de goede richting geduwd, maar de ogen schieten nu bijna vuur. Daar ga ik morgen verder aan sleutelen. Voor het licht moet ik de deur open houden omdat met deze donkere dagen er minder licht door de ramen komt en met twee uur ploeteren vinden de koude vingers het wel weer genoeg.

Daarna volgde een verzoek van het appartement in Budapest om online in te checken. Dat vergde even haarscherp opletten en goed lezen, in het Engels gelukkig want met Hongaars had ik er niet zo makkelijk uitgekomen. Met een half uurtje en een keer of vijf scannen voor we een goedgekeurde hadden, waren we klaar. Nu kunnen we met een gerust hart zondag op pad.

Als ik wat oude Zinmagazines doorblader kom ik uit bij een interview met Saartje van Camp de Vlaamse celliste, zangeres en theatermaker. Ze werkt nauw samen met Spinvis en op het ogenblik draait hun theaterstuk ‘Neveldieren’, een muzikale en poëtische voorstelling over hoe andere mensen tegen jou aankijken. ‘Iedereen heeft daar een volstrekt eigen beeld bij en ze kijken allemaal op een andere manier naar jou. Ik viel vooral voor het woord. ‘Neveldieren’. In mijn beleving zijn dat de mistwolkjes uit je mond, de sluierende witte wieven boven de weilanden in het tweeduuster, het aura dat sommigen kunnen zien, je ziel en zaligheid die het leven aanstuurt.

‘Er is een heel dorp nodig om een kind op te voeden’( It takes a village to raise a child), luidt het gezegde. Ieder buigt zich over een ander stukje speciale zorg. Is er dan ook een veelheid aan mensen nodig om de vraag ‘Wie ben ik’ te kunnen beantwoorden? Diep in mijn hart ken ik alle ikjes zelf wel, maar hoe mensen dat beleven hangt weer geheel af van hun eigen aard en de aannames die ze je toekennen. Boeiende materie om over te filosoferen. In mijn werk was ik mezelf, tussen de kinderen hoefde ik geen schone schijn op te houden, me niet beter voor te doen dan ik was. Daarbuiten heb ik vaak genoeg gehad dat het ongemak of de schaamte moeiteloos de overhand nam. Dan komt er heel iemand anders naar boven, waar ik met verbazing op terug kan kijken. Naarmate de jaren lengen is het minder geworden.

Ik ben benieuwd naar de voorstelling. Hoe zal hun invulling zijn van deze gedachte. Ik kijk een stuk van een nummer uit de voorstelling op youtube. Vooral in het eerste stuk komt het ongeloof naar boven door wat mensen vinden, voelen of ervaren van deze ‘Ik’. Ze vraagt zich af of zij dat werkelijk is en herkent zich er soms niet in. ‘Ben ik dat’, ligt haar op de lippen bestorven.

Gisteren kwam ik er niet meer toe deze blog af te schrijven. Nu heb ik een koe bij de horens gevat die me de hele dag bezig zou kunnen houden. Het was een beetje als toen zoonlief mij al die vragen stelde vorig jaar over hoe ik over alles dacht en hoe ik de wereld beleef. ‘Ken uzelf’ is een Oud-Grieks aforisme en prijkte boven de tempel van Apollo. René Gude heeft er een luisterboek aan gewijd met de titel ‘Ken uzelf, vraag het een ander’. Lang leve het internet, die het mogelijk maakt om er chocola van te maken. Voor vandaag ben ik onder de pannen

Overpeinzingen

Zo kabbelen we de herfst in

Op het terras lagen wat keuteltjes, overduidelijk niet van een kat, want die ken ik maar al te goed en er zaten veel zaden in. De egel? Die kan nooit het terras op met haar trapje. Afgelopen dagen hadden we de klopgeesten, nou ja, in zeer afgezwakte vorm, op zolder gehoord. Een bonk hier, een schuifeltje daar. Lief ging na het vinden van de keuteltjes maar eens op onderzoek uit. Hij vond er twee en niet zoals vorige keer aardig wat van die verdroogde klontertjes. Een marter, schoot het door me heen. ‘Wie heeft er op mijn terras gepoept?’ In variatie op een thema. Google laat het zien in kleurrijke plaatjes. Aha, daar was de boef. een steenmartertje waarschijnlijk. Als we de afgebeten staart van de hagedis meerekenen wordt het een optelsom met een uitslag die wel eens heel kloppend zou kunnen zijn. Zeker als Lief vertelt dat hij een gebonk op het dak van het terras had gehoord die ochtend.

We voeren ons voornemen uit en gaan op pad om te wandelen op eigen terrein en door de velden erachter. Steeds weer werkt het aangezicht van de onmetelijke velden, de overvloed aan rust en ruimte, bevrijdend. Geen horden mensen maar alleen wij onder die blauwe lucht met niets anders dan Tiroler knoopkruid, vlasbekjes, wilde kardinaalmuts, hertsmunt en eindeloze kale omgeploegde velden om ons heen.

We liepen langs het kleine sportveld met aan een lange paal een houten emmertje, ooit gebruikt bij een speurtocht en al jaren blijven hangen en sloegen de weg in naar ‘Het communisten-kamp’ zoals Lief een grillige sobere nederzetting midden in het veld verderop noemde, met grote lampen, die er hoog boven uitsteken en soms branden ‘s nachts. Er heeft ooit een familie gewoond in het krakkemikkige gebouwtje met op het erf kippen en schapen. Nu stonden er achter een gammel hek drie dames schaap te wachten op aandacht. Op het bordje aan het hek stond dat het terrein bewaakt werd door camera’s. Verder viel er geen levend wezen te bekennen. Op de terugweg passeerden we weer de plastic fles waar vast en zeker landbouwgif in had gezeten. Als waarschuwing gebruikt? We hadden geen idee.

Het was goed lopen op de paden die bedekt waren met varkensgras. Ik dacht eerst dat het looptijm was, want daar heeft het veel van weg. Het laatste bos op ons land heeft Lief goed aangepakt. Er is nu een mooie open ruimte in. Ook zijn er bomen aan het groeien op het achterland waar de natuur haar gang mag gaan. Twee walnotenbomen en een kastanje. Een verdwaalde esdoorn en een wilde prunus die allemaal aardig omhoog schieten boven de Ambrosia-woekeraar uit. We wachten het rustig af.

Alles bij elkaar hadden we toch 2,5 kilometer gewandeld. Normaal niet veel, maar geloof me, voor mij een hele afstand. Het voelde goed en ik was er niet extreem moe van geworden.

We hebben vanmorgen vroeg al de boodschappen gedaan. Nu ligt de dag voor ons om een beetje te lummelen. Schrijven, paar lessen Hongaars doen, dagboek bij tekenen en schilderen, even naar de Datsja wandelen, en vast wat mooie, niet te missen bezienswaardigheden opzoeken in de oude boekjes over Budapest, die in de bibliotheek staan.

Dochterlief belde. Ze was met de jongste kleinzoon naar een voorstelling gegaan van Podium Sprits, waarbij hij eerst even een beetje moest huilen omdat zijn vader en moeder afscheid namen, maar op schoot bij tante was het veilig toeven en er viel veel te zien. Zoonlief komt zaterdag weer thuis en wordt opgehaald door zijn lieve vriendin met mijn oudste zoon als chauffeur. Hij heeft het allemaal heerlijk gehad, als ik de berichten mag geloven.

Het is 17 graden en bewolkt. De Fluweelboom kleurt prachtig oranje, rood en bruin. Langzaam begint al het andere groen ook te verkleuren. De truien zijn weer te voorschijn gehaald. Het wordt tijd voor thee slempen en mijn sjaal afbreien, voordat het echt koud wordt. Zo kabbelen we de herfst in.

Overpeinzingen

Een betere compensatie is er niet

Vol goede moed op pad met Truus en Lief. Op naar de wandelroute via de opgegeven navigatie van Alltrail. Een half uurtje rijden was het, dus te doen. Een mooie weg 6, kalm weer en weinig verkeer. Dwars door het heerlijke vlakke land van Baranya en Somogy. Hé, eindelijk een overweg die in werking was. De boemel kwam langs, een praktisch lege trein.

Een afslag indraaien volgens de aanwijzingen en stoppen. Slik, moesten we deze weg over. Een zandweg dwars door het Nemzeti-park compleet met kuilen en plassen, modder en diepe voren van bandensporen. ‘Het zou te doen moeten zijn’, dacht Lief. Ik weifelde. We hebben dit vaker gedaan en dat was in de meeste gevallen een minder groot succes dan aanvankelijk gedacht. Toch maar doen, want hoe anders. Truus protesteerde af en toe door licht weg te slippen, maar ik dacht steeds: ‘Ferm doorrijden, als je stopt zijn we de pineut’. Na het weggetje met een kuil of zes, zeven stond er een bord met aankondiging, maar het meer was in geen velden of wegen te bekennen, wel nog zo’n stuk bospad. Wat was wijsheid. ‘We gaan terug en zoeken de Donau op’, vond ik. Lief aarzelde maar stemde in.

Van de weeromstuit had ik de hele verkeerde locatie voor ogen. Barc lag aan de Drava en de stad die ik bedoelde, heette Mohacs, maar dat wisten we toen nog niet. Speuren naar de Donau die er niet is, is mijl op zeven. De Drava vonden we snel genoeg, maar naar Kroatie wilden we niet. Waar was die vermaledijde boulevard met pontje naar het eiland midden in de Donau. Teleurgesteld met een lichte frustratie, omdat de wandeling om het meer heen niet te bereiken was geweest. De gestaag doortikkende tijd zorgde ervoor dat we onverrichter zaken weer huiswaarts gingen. Thuis vond Lief de plaats die we hadden moeten hebben. Mohacs dus. Die gaat in ieder geval in de herkansing, maar niet vandaag. Eerst maar even bijkomen. Het wandelen doen we vandaag wel over ons eigen land naar het laatste bos achterin en de aangrenzende landweg op. Dan kan je een heel stuk langs de akkers lopen.

De 12e is onze krullenbol jarig. De kaart en het cadeautje, een ballon in de vorm van een voetbal, is tien dagen te vroeg aangekomen. Dat kwam omdat ik wel drie keer de bestelling moest versturen. Ik vergeet altijd dat ik dat niet via de IPad moet doen omdat ik daar geen betaalapp op wil. Door het herhaaldelijk opnieuw intikken, schoot het te bezorgen tijdstip erbij in. Alle begin is moeilijk. Blijven oefenen maar. Hij was er alsnog dolgelukkig mee, appte zoonlief.

Vandaag na een weldadige nachtrust met een morgenstond opnieuw met goud in de mond opperde ik een paar dagen Budapest. Lief is maandag jarig en omdat hij daar niets om geeft, leek het me toch leuk om dan in Budapest te zitten. In mijn dromen zag ik een heerlijke etentje voor twee als feestelijke luister. Na wat vijven en zessen, eerst een idee opperen en in de week leggen werkt het beste, kwam van hem uit het initiatief niet twee maar drie nachten te gaan en vond ik een prachtig hotel op een prima locatie, vlak bij de Donau en het centrum, vijf minuten van het station af. We gaan namelijk van hieruit met de bus naar Pécs en dan met de trein naar Budapest. We worden nog eens wereldreizigers.

Tevreden boekten we voor zondag. Eindelijk kunnen we naar hartelust langs de Donau lopen en genieten van drie dagen luxe als tegenhang voor de speurtocht gisteren. Een betere compensatie is er niet.

Overpeinzingen

Zonder natte voeten te halen

De vraag van vandaag op WordPress is een echte hoofdbreker. Aan welke details van je leven zou je meer aandacht willen besteden. Geen sinecure. Er zijn zoveel vormen waaraan je dan kan denken. Ik bedoel, ik heb mijn voeten een beetje verwaarloosd of bedoelen ze bijvoorbeeld dat ik voor mijn gevoel de kunstgeschiedenis en de filosofie meer had willen uitdiepen en tijd moet vrijmaken voor het schilderen, de kunst, de literatuur, de natuur, de dieren en ga zo maar door. Zeker is dat ik van hieruit meer aandacht aan de kinderen zou willen besteden en ook aan mijn vrienden en vriendinnen. Of bedoelen ze het in het algemeen. Dat je niet alleen op de grote lijnen zou moeten letten, maar daarbij evenveel oog zou moeten hebben voor de kleinste details.

Nu we ouder worden en de wereld steeds roeriger is daalt mijn grootste aandacht eerder af naar de details dan naar het grote geheel. We breien met al die fijne kleinigheden een trui van warmte, vertrouwen en geborgenheid. Het maakt de Hof tot een harmonieus paradijselijk onderkomen, waar de natuur haar gang mag gaan en soms geholpen wordt, waar alles wat aan oogst gegeven is eetbaar en gezond is, waar dieren mogen leven zonder gevaar te lopen en wij, twee mensenkinderen, vredig samen kunnen zijn en met ons ieder die ons hier bezoekt.

Gisteren keken we de zesdelige dramaserie Laura van Human/VPRO. Aangrijpend is het om te zien hoe een jong meisje zich volop stort in de liefde en uit het oog verliest wat er aan realiteit gaande is. Ze gaat met haar geradicaliseerde man naar het kalifaat waar ze in de knel lijkt te komen met haar hele ziel en zaligheid en de liefde snel wegebt.

Wat deden wij toen we zo jong waren. Mijn grote liefde was Lief destijds. We hielden ruige feesten in de haven van Bon in Vinkeveen, sliepen in een legertentje, dansten, rookten en dronken tot laat in de nacht in de grote tent. We ontdekten elkaar en genoten intens, hielden lange trektochten in de vakanties, deelden lief en leed. Als jong mens was ik vrij naïef, vond alles overweldigend, een beetje eng, maar durfde wel stappen te zetten omdat ik wist dat er een onvoorwaardelijke vriend naast me stond die voor me zou zorgen, wat er ook gebeurde. Geborgenheid, daar was ik naar op zoek en dat had ik gevonden.

Dat meisje in de serie is net zo zoekend, net zo onzeker, verliefd op alles wat haar aandacht wil schenken. Ze heeft vriendjes bij de vleet gehad, maar houdt dat stil voor haar man. En dan belandt ze op het punt dat ze weg wil, terug naar de veilige haven, haar vader die nog steeds in Zoetermeer woont. Naast haar huidige verblijf daar lijkt het ouderlijk huis een oase van vredig samenzijn, van liefde en die geborgenheid. Hoe het verder gaat weten we niet. Ze staat op het punt te ontsnappen. We gaan het volgen al was het alleen al omdat we allemaal jong, naïef en verliefd zijn geweest.

We maken ons klaar voor een wandeling van ongeveer 2,5 uur. Het is in de buurt van Barcs. Ik ben benieuwd, want daar loopt de Donau door. Met alle regen van de laatste tijd zal die beslist veel hoger zijn. De wandeling is om een meer. Kijken of we daar omheen kunnen zonder natte voeten te halen.

Overpeinzingen

We wachten kalmpjes af

Zuslief is samen met haar collega en vriendin weer in Reggio Emilia met een groep belangstellenden. Ze gaan twee keer per jaar met zo’n groep op pad, een keer naar Zweden, waar ze al heel ver zijn met de doorvoering van deze werkwijze in de dagverblijven en een keer naar het centrum van al deze creativiteit, in Reggio dus.

Lang geleden, het was in 1987, kwam ik te werken op de Jenaplanschool in IJsselstein. Eerst als invaller en later als vaste leerkracht. Toen anderen vertrokken en ik met twee hartsvriendinnen waarmee ik kon lezen en schrijven, in de onderbouw overbleef, besloten we de aanpak van Reggio samen met het ervaringsgericht werken als uitgangspunt te nemen. Van lieverlee veranderden we de kring in een knus geheel van huiselijke zit/hangbanken, gordijnen er omheen die dicht konden, planten, wandelende takken en een hele uitdagende knutselhoek vol met waardevol materiaal zoals dopjes, doosjes, eierdozen, natuurlijk materiaal, kralen, verzin het maar en het was aanwezig.

Het stond allemaal in mooie grote doorzichtige plastic kokers, zodat kinderen er zicht op hadden en gestimuleerd en uitgedaagd werden. We werkten met schimmenspel op lakens met een oud dia-apparaat, in de knutselkasten stond al het materiaal dat voorhanden was, zoals ecoline, lijm, verf, stempelmateriaal van grote blokken gemaakt en met veertjes en wol beplakt, er was van alles in huis om mee te weven, wol, repen van lappen, en wol om te vingerhaken en te punniken. Van papier-maché maakten de kinderen voorwerpen die bij het project pasten. Een keer bijvoorbeeld zelfs de Loreley met een laken in stijfsel gedoopt en een wenende nimf op de top met lange gouden haren.

Voor het weven had ik een ingenieus plan bedacht, naar aanleiding van het feit dat de kinderen moeite hadden met om en om weven. Ik haalde van de poppenkast van de Hema de bekleding af, spande er vitrage tussen en zo kon er een kind aan de binnenkant zitten en de ander aan de buitenkant en konden ze de grote stompe stopnaald met draad doorsteken naar elkaar. Ertussen mochten knopen, gekke lapjes, rietjes en meer van dat soort te weven of te knopen dingen. Het was een groot succes.

Eigenlijk verveelden we ons geen dag en de kinderen vonden al die inspiratie geweldig. Helaas gooide op een gegeven moment een verordening van de brandweer roet in het eten. De gordijnen van de zithoek mochten niet meer, de banken moesten vervangen worden voor ordentelijke brandveilige stoeltjes en alles wat aan lampen en of aan het plafond werd gehangen, werd gewogen en vaak te licht bevonden. Dat was jammer.

We hebben het wel lang kunnen uitsmeren, deze periode van een ontdekkende en leerrijke leefomgeving. Inventief als we destijds met elkaar waren werden de gordijnen vervangen door een hoge houten stelling met bankjes. Zo werd het toch nog een knus geheel in onze geliefde kleuren. Het is zo fijn dat zuslief de aandacht voor deze vorm met haar collega heeft weten op te zetten en door te zetten. Het invoeren van Reggio is zeer wenselijk voor de ontwikkeling van de kinderen, hoe jonger er zo naar gekeken wordt, hoe beter.

Sinds vandaag is de herfst binnengestormd met eerst een hele dag regen en voor vandaag met gekelderde temperaturen en veel wind. Aan de kop van het pompoenenveldje ontdekte ik een wilde bloeiende Datura of doornappel met zijn prachtige bloemen en giftige zaden. De nieuwe heideplantjes die we gekocht hebben voor het heideveld staan er fleurig bij, maar de oude heideplantjes zien er daardoor des te tanender uit. Lief heeft pompoenen ontdekt. Het zijn er een aantal in knopvorm of iets groter. Of dat nog wat kan worden, is de vraag. We wachten kalmpjes af.

Overpeinzingen

Langs de looplijnen van Geluk

Het regent pijpenstelen uit kisten zure appelen, maar de boodschappen zijn binnen. Iedereen had bedacht vroeg te gaan en het was zaterdag dus werd er dubbel ingeslagen. Karrevrachten reden voor en achter ons. Meestal doen we hier de boodschappen voor drie à vier dagen en dan nog is het een bescheiden hoeveelheid. Voor het leuke hadden we onszelf op een kaasbroodje getrakteerd voor nu, bij de thee. Er zaten hete pepers in verstopt. Verschil moet er blijven.

Het boek ‘Verloren Grond’ van Murat Isik is aangrijpend, omdat een simpel ongeluk allerlei veranderingen teweeg brengt en het gezin van een harmonieus leven de diepte in wordt gesleurd. Evenals de ‘vader’ in het boek is Murat een prachtige verhalenverteller, die goed de sfeer uit die tijd weet te treffen. Het is ook een boek om in een keer uit te lezen. Vandaag is er prima gelegenheid toe. Kou en regen buiten, binnen warm door de dikke muren samen aan de keukentafel of weggedoken in bank of stoel. Tussendoor wat Hongaarse lesjes, een potje thee, een tekening in het dagboek dat bijna vol is en eventueel een docu. Voor ieder wat wils

Zoonlief vermaakt zich opperbest. Hij heeft schietlessen gekregen van de Thaise politie en om een stijve schouder te ontlasten een Thaise massage aan zee. In het gebied waar hij zit zijn geen overstromingen maar in het noorden wel. Er kwam een bericht van sjaal met verhaal door, dat een beeld schetste van de toestand in Nepal. Daar zijn verschrikkelijke overstromingen en aardverschuivingen aan de gang. ‘Moeder Aarde heeft er genoeg van’, zegt Lief en geef haar eens ongelijk.

Vriendinlief vroeg of ik een bekend iemand aan het schilderen was. Omdat het totaal nog niet overeen komt met wat ik voor ogen heb, nog niet want er zullen nog wat sessies volgen, vertelde ik wie het eventueel zou kunnen worden. Ik hou graag wat slagen om de arm. Ze schreef terug: ‘Ik dacht al dat je die aan het schilderen was, maar dorst het niet te zeggen, want stel je voor dat het niet zo was. Daar moest ik weer hartelijk om lachen. Waardoor we in feite beide om de hete brei draaiden, was de voorzichtigheid ten top. ‘Stel je voor dat het niet lijkt’, van mijn kant, ‘stel je voor dat hij het niet is’, van haar kant. Ze concludeerde: ‘Nou dat dacht ik al, dus gaat het goed’. Mijn andere lieve vriendin onderschreef het volmondig. Hoe blij je kan zijn.

Vandaag kan ik niet naar de Datsja. Het zal niet meer droog worden. Dankzij de pruimenkoekjes uit de super heb ik een leuk receptje voor een high tea. Het blijken pruimentasjes te zijn, dat hier en in de landen om ons heen een (verslavende) lekkernij is. Ik zou ze wel eens met verse pruimen willen maken, maar je kan er ook dikke pruimenjam voor gebruiken, of een halve pruim met wat honing in bladerdeeg. Het is niet te versmaden, jullie zijn gewaarschuwd.

Langs de looplijnen van Geluk

Mijn andere lieve filosoof, oorspronkelijk een moeder van een kind uit mijn klas, maar nu een hele fijne en lieve vriendin, mijmerde over een spinnenweb. Hoe een spin zijn web maakt en zich rustig van een tak kan laten vallen om dan door de wind en de vaart een, twee, drie-in-godsnaam ergens een ankerpunt te vinden om die éne draad te spannen. Als die draad er eenmaal is kun je weer verder. Ze betrok het op haar eigen persoon en de periode waarin dat vertrouwen een aardige deuk had opgelopen. Na drie jaar zag ze weer een spin hangend in het schijnbare niets en besefte ze dat ze zich inmiddels ook gehecht had, geen grootse gebeurtenissen maar aan datgene waar ze gelukkig van werd. Haar ankerpunt. Het werden looplijnen van de kleine dingen, uitgezet met open zintuigen, die het kleinste kunnen zien en horen.

Alleen dit stuk van het verhaal al. Daar maakt mijn hart een sprongetje bij. Zo mooi en zo waar is dit. Langs de looplijnen van Geluk.

Overpeinzingen

Die zal niet aan onze neus voorbijgaan

Vandaag trouwt de dochter van de broer van lief. Eergisteren heb ik via de wenskaartenservice een mooie houten kaart uitgezocht en die zou er gisteren al zijn geweest. Vandaag vragen broer en schoonzus of dat ook gebeurd is. Lang leve alles wat te bestellen valt op afstand.

Gisteren heeft Lief de walnoten geraapt. Ze staan nu te drogen in de zon en daarna schilferen we met handschoenen aan het zwarte beschermlaagje eraf. Ik herinner me nog pikzwarte handen van de oogst in Frankrijk, waar walnoten en kastanjes te over waren. We zijn eigenlijk al een beetje laat. Maar we proberen het toch. ‘Wat ga je er mee doen’, vroeg Lief, die eigenlijk altijd alles gul aan de natuur schenkt onder het motto ‘leven en laten leven’. Er vallen zeer smakelijke maaltijden mee te bereiden zoals ‘Khoresh Fesenjan’ weet ik nog uit mijn Perzische periode. Dat is een stoofschotel met kip, walnoot en granaatappel-melasse. Als ik alle ingrediënten hier kan vinden, zal ik dat eens maken, want het is een gerecht om je vingers bij op te eten.

Gisteren op weg naar de datsja viel me ineens op dat ik dwars door de Dennenhorst heen de tuin van de buurman inkeek, die op zijn veldje met de sokkippen de restanten aan hout en oude pannen heeft neergestort van het oude dak dat laatst vernieuwd is. Normaal gesproken zat er een takkenril voor. Lief vertelde dat het wel eens vaker gebeurde. Buurman of buurvrouw hadden kennelijk de takken uit de kant geduwd. Ik vroeg hem of dat was om het hek vrij te maken maar het hek bleek van ons te zijn. Nee, het was een van die, soms onnavolgbare, acties van de buren.

Achteraf gezien was het goed, want vanmorgen kon Lief het opnieuw steviger en mooier opbouwen maar ook de roos vrijmaken, die er in stond. Daar ontdekte hij de twee bloeiende rozen. Wat een doorzetters.

Ach, gisteren kwam onder de grote rozemarijnstruik op de patio de grote hagedis lopen en zijn staart was eraf. Hij oogde verder tierig genoeg maar het was een triest gezicht, dat geamputeerde achterkantje. Waarschijnlijk had een of ander roofdiertje hem te pakken gekregen. Laatst rende er een klein dier met een hele dikke harige staart van de ene naar de andere kant. Misschien een martertje of een bunzing.

Gisteren ben ik verder gegaan aan het portret. Een steunende hand aan de zijkant van het gezicht is een lastige. Op zich slaagde de opzet wel, nu nog de afwerking. Die komt vandaag. Na al die inspanning moest er maar een makkelijk gerecht op tafel komen. Macaroni met veel uien in de boter gebakken en vegetarische worstjes met Kerrie. Met Smack is dit het lievelingetje van zoonlief maar deze variatie was ook niet te versmaden.

De biografie die de club heeft uitverkoren is geschreven door Marco Daane en is getiteld: ‘Monsieur le Coloriste’ Jac van Looy, dubbeltalent. Dochterlief bestelt het voor me en stuurt het op, want men bezorgt hier niet.

Het Singer Laren komt voorbij schuiven met een aankondiging van een nieuwe tentoonstelling. ‘My World’ met werken van Yayoi Kusama, Charles Avery, Ai Weiwei, Zanele Muholi, Marlene Dumas en Anselm Kiefer: ‘My World gaat over het maken van je eigen wereld. Kunstenaars doen dat door middel van hun schilderijen, beelden en foto’s. Maar ook verzamelaars bouwen met de kunst die ze aan hun collectie toevoegen aan een zelfportret – de keuzes die ze maken weerspiegelen hun smaak, hun persoonlijkheid, hun verleden’ schrijft Hans den Hartog Jager, de kunstcriticus en curator die de tentoonstelling heeft samengesteld. Gelukkig loopt het van 18 september tot 21 januari 2025. Eind november zijn we weer in Nederland, dus die zal niet aan onze neus voorbijgaan.