Overpeinzingen

Waar rede is, is vrede

Ik verzucht tegen zoonlief dat ik zou wensen dat de wereld weer genuanceerder ging denken. De ophef van vannacht was al bijna te verwachten, na het zien van de massa mensen die naar het stadion marcheerden, in drommen, en die nare en opruiende leuzen scandeerden. De toon leek gezet. Een tegenreactie kwam er, maar van wie is de grote vraag. In ieder geval was het hek van de dam. De reactie van Wilders en co, Netanyahu en ander ongenuanceerd gevolg doet me denken aan een verhaal over mijn schoonmoeder van vroeger.

Haar jongens hadden een bal in de tuin van de buurvrouw geschopt. We schrijven jaren vijftig. Ze kwam op hoge poten verhaal halen bij mijn schoonmoeder waar de jongens bij waren. Bedremmeld beaamde die haar verhaal. Inderdaad, vervelende kinderen, gespuis, misschien wel gajes van de straat. De kinderen moesten aanhoren hoe hun moeder hen afviel.

Natuurlijk is er geen vergelijking te maken met wat er gisteren gebeurde. Maar ik heb altijd geleerd dat er twee kanten aan een verhaal zitten en dat beide partijen gehoord moeten worden, wil je weten hoe alles in elkaar steekt. We rekenen op de feiten. Niet op emotie en diepe verontwaardiging. Pogroms, jodenhaat. De haren rijzen me te berge. ‘Gebruik je gezonde verstand’, zei mijn moeder altijd bij de een of andere onbezonnen actie. Een onderzoek indienen in plaats van meebrullen met X of zoals mijn schoonmoeder deed met de buuf. Daarom moest ik daaraan denken.

Op school leerde ik bij twee partijen die tegenover elkaar stonden, dat er gecommuniceerd diende te worden, in plaats van erop te slaan. Mensen mogen tegen geweld zijn, dat is hun goed recht. Wat gisteren door de straten van Amsterdam trok had niets met de goede zaak te maken van mensen die tegen het leed zijn dat zowel de Palestijnen als de Israeli is aangedaan, die tegen oorlog zijn en tegen uitroeiing. Er zijn mensen die de hand in eigen boezem moeten steken. Mijn hart huilt om zoveel koren op de molen van een lid van onze ‘nobele’ regering die om het aftreden van de burgemeester schreeuwt.Woorden als Pogrom en jodenhaat worden te pas en te onpas gebruikt.

Nederland schaamt zich. Dat moet. Vooral voor de kort-door-de-bocht reacties en het nablaten van elkaar. Genuanceerde denkers, daar hebben we behoefte aan. Waar rede is, is vrede

Overpeinzingen

Ik kan het steeds beter

Het is nu tijd voor Monsieur Le Coloriste. Volgens het principe ‘First things first’. Ik reken het uit. 555 bladzijden van de biografie, precies nog 18 dagen en een beetje, dat wordt ongeveer 35 bladzijden per dag vanaf nu. Op naar het jaar 1855 als Jac van Looy geboren wordt. Ik was er al in begonnen maar nu pak ik de draad op van voren af aan en lees achter elkaar door. Het is fijn om het zo in te delen, want dan is er per keer nog tijd om erover te mijmeren.

Sinds zijn laptop het heeft begeven verslindt Lief het ene na het andere boek. Nu is hij in een paar klassiekers begonnen. De Wandelaar heeft hij uit en nu is Indische Duinen van Adriaan van Dis aan de beurt. Nostalgie ten top met zijn Half-Indische roots. In de boekenkast in Nederland staan nog zo’n vier of vijf boeken van deze heerlijke schrijver.

Ik ben benieuwd welk boek er op de rol staat voor de volgende bijeenkomst van de boekenclub en natuurlijk ook naar het verslag over het boek van gisteren. Maar dat horen we later.

Gisteren kwam Lief met de oogst uit de tuin en met het checken op google bleek alras dat het toch drie flespompoenen zijn en een reuze kalebas ofwel de Cucurbita Maxima die de gezaaide zaden hadden opgeleverd. Zelfs dus een kalebas met een koninklijk tintje, terwijl we die als zodanig niet hadden aangeschaft. Ze zal meegelift zijn tussen de zaden van de flespompoenen. Op internet zocht ik naar verwerkingsmanieren. In ieder geval komt er vanmiddag een stoof met witte kool uit de tajine. Ik zal van de anderen soep maken en die invriezen, dat lijkt me haalbaar.

Het hotel voor de terugreis is geboekt. Dat voelt altijd fijn. Langzaam leven we naar het moment dat we afscheid moeten nemen van onze geliefde plek. Zo’n lange aanloop is een fijne benadering omdat we de tijd nemen om de nodige voorzieningen te treffen die nodig zijn om huis en het land goed door de winter heen te loodsen en het een rustgevend gevoel is te weten alles goed verzorgd achter te hebben gelaten.

Voor de auto heb ik ook alvast een afspraak met de garage gemaakt. Truus gaat voor een grondige inspectie. Dat mag ook wel, want ze heeft er al weer aardig wat kilometers opzitten. Tegen die tijd zo’n 33500. En dat in nog geen twee jaar. Te bedenken dat ik dat ook allemaal gereden heb.

Net liep ik even het terras op om de zon op mijn huid te voelen en te genieten van de nog altijd stralende herfst die zich steeds meer openbaart, zag ik iets bruinigs over het veld tussen de fruitbomen rennen. Ik liep langs de stalletjes om te kijken of er nog iets te ontdekken viel en jawel hoor, daar liep de woelmuis of woelrat parmantig over het pad naast de verwelkte pompoenplanten. Het is lastig te zien. Ze heeft een korte staart en niet zo zeer de kop van een rat, maar wel die grootte, meende ik. Ze liep van de sokkippen van de buurvrouw naar de kippen van de andere buuf. Ik vermoed dat ze haar wintervoorraad aan het veilig stellen is en brutaal een graantje meepikt. Toen ze mij in de gaten kreeg zette ze er de vaart in en roetsjte weg naar hiernaast.

Jacob van Looy, Monsieur de Coloriste dus, is inmiddels uit het weeshuis en mag met de gelden van deze en gene naar ‘De Rijksacademie voor Beeldende Kunsten‘. Mooi dat een kind uit een weeshuis toch de ruimte kreeg om zijn talenten te ontplooien. Hij kreeg al tekenles. In zijn boek ‘Jaapje’ beschrijft hij zijn ervaringen opgedaan in datzelfde weeshuis met veel oog voor detail. Dat boek evenals de twee vervolgdelen: Jaap en Jakob komt op mijn lijst van te lezen boeken. Daarmee krijgt de lijst toch nog tamelijk lengte, ondanks alle tijd die we er voor nemen. We vervelen ons geen moment. Vervelen heeft ook een functie schrijft ene Margreet Stegeman in een blog. ‘Niets doen geeft zoveel inzichten. Je gedachten de ruimte geven. Als je ze wegstopt ontstaat er chaos in je hoofd. Door je gedachten er te laten zijn en ze aandacht te geven worden ze geen probleem.’

Maar eigenlijk is wat ze beschrijft niet iets wat je onder ‘vervelen’ verstaat. Ik noem dat lummelen, pierewaaien, in je coconnetje kruipen. Dat heeft niet echt met iets te maken dat je tegenstaat. Het speelt zich allemaal af in je hoofd, op het maken van een passende kop thee na. Extra warmte om toe te voegen aan de gedachte. Het verrijkt. Probeer maar. Ik kan het steeds beter.

Overpeinzingen

Wie niet waagt, die niet wint

Wat gaan de dagen hard. Het komt ook omdat we een beetje afscheid aan het nemen zijn. Van ons paradijsje, van het huis, van de spulletjes erin, van de herfst, het atelier en van het land. Het is maar tijdelijk wagen we te denken, we komen snel weerom. Lief iets sneller dan ik, want die gaat een paar maanden eerder terug. Gelukkig hebben we nog een ander paradijsje, waar eerst de handen weer goed voor uit de mouwen moeten. Er valt deze winter heel wat te snoeien. Hier gaat dat snoeihout au naturel in de omheining, maar ja, op een postzegeltje land wordt het wat moeilijker. We gaan er wel voor om er een paradijselijke twee-eenheid van te maken, dochterlief en Co en ik en Co. Er komt nog een extra doorgang. Een paar wilgen gaan eruit om fruitbomen meer plek te geven. De braam moet naar de andere kant en zo zijn er nog wat van die aanpassingen. Het gaat goed komen, daar ben ik heilig van overtuigd.

Gisteren konden we nog ontbijten in de warme ochtendzon en heb ik zelfs even in de luie stoel gezeten om een aantal bladzijden stuk te slaan van het boek Morele Ambitie van Rutger Bregman. Het is een boek vol wederwaardigheden, die boeiend zijn om te weten, maar voor iemand die niet meer zo nodig op zoek is naar zichzelf, voegt het vooral kennis toe en niet meer dan dat. Ik neem het tot me, maar de vraag blijft wat het aan mijn persoonlijke waarde toevoegt. Het antwoord ben ik schuldig. Louter en alleen omdat het zo hoogdravend klinkt als ik denk dat ik het leven vind in alles om me heen en uit mijn directe omgeving. Ben je dan teveel op jezelf gericht of heb ik veel ervaring opgedaan, heb ik het leven geleefd en rust ik nu op mijn lauweren. Het is tijd om de ziel ruimte te geven.

Straks is het weer winter en mogen we naar binnen keren, iets wat als vanzelfsprekend gebeurt als de donkere dagen voor de deur staan. ‘Cocoonen’, noemt een lieve vriendin van mij die periode. Het moment van verstilling, bezinning ook. Even los van de druk van het bestaan. Ze houdt haar eigen winterslaap, voedt zich met schoonheid en luistert naar wat de stilte fluistert. Een pas op de plaats. Wintering van Katherine May is het boek en het woord dat daarbij als leidraad dienen kan. Maar ook de teksten van mensen als Toon Tellegen, Stef Bos, Max Porter.

Er komt een foto langs van de jongste telg van onze familie. Kijk haar staan. Parmantig en groot, vooral dat laatste. Het gaat te hard. Toen ik twee maanden geleden vertrok was ze nog een klein pork, maar nu blikt een echte peuter onversaagd de wijde wereld in. Het leuke in ons geval van het afscheid nemen van het één is dat het de omarming van het ander betekent. Wat een rijkdom.

Gisteren wilde ik basilicum knippen in de kruidentuin, waar ik de dag ervoor nog die mooie foto’s van haar volle bloei had gemaakt en toen zag ik dat de nachtvorst toch had toegeslagen. Die kon ik niet meer gebruiken, maar de zomeruien en de bieslook stonden er nog steeds goed bij. Het gevolg was dat ik een nieuw en smakelijk recept voor de spaghetti had gevonden, door knoflook, olijfolie, kruidenroomkaas, kappertjes en zomerui met elkaar tot een smeuiig papje roerde, dat vervolgens weer door de gare pasta heen en daarna de stukjes gerookte zalm erdoor. Je weet niet wat je proeft, zo lekker. Tenminste, dat wat ik er van proef en Lief die alles heerlijk vindt is ook geen graadmeter. Het enige dat kan helpen is het zelf eens uitproberen. Prettige bijkomstigheid; het is in twintig minuten klaar. Wie niet waagt die niet wint.

Overpeinzingen

Dat de emmer een beetje overloopt

‘Hoe houd je je hart zacht.’ Een titel op facebook, die het mijne treft, een schot in de roos. Inderdaad, hoe. Het kost me hier in ons eigen paradijsje geen moeite. Er zijn een aantal laatbloeiers en op mijn wandelingetje door de natuur ontdek ik bij ‘het schip’ waar de hortensia’s staan, de bloeiende kardinaalmuts. Dat alleen is al voldoende om van binnen een vreugdesprongetje te maken. De Roosmarijn bloeit uitbundig voor de tweede keer. De gaffelsilene bij de vrouw met de kruik kan er ook geen genoeg van krijgen en de wilde cichorei zal doorbloeien tot de eerste vorst. De laatste staat verspreid in toefjes over het hele grasveld tussen de bomen door. Ze heeft maar weinig nodig. Als de zon warm genoeg is, rond twee uur, komen er voorzichtig hagedisjes te voorschijn om zich even te koesteren in de zon en zweeft er nog een laatste atalanta.

De middag vult zich met schilderen, maar ik raak in een tweespalt omdat ik opnieuw aan het poetsen ben. ‘Niet doen dame, je leert het ook nooit.’ Droge kwasten en kleine tipjes, duwen, trekken en kijken, kijken, kijken.

Het bericht sijpelt door dat Tarragona nu ook al vol met water loopt door hevige regenval. Een paar weken geleden was broerlief er nog en konden we herinneringen ophalen bij zijn foto’s. Een gelukkig gesternte in dit geval. Zo dun is de scheidslijn maar.

Er zijn nog drie dagen over om het boek ‘Morele Ambitie’ uit te lezen. Het valt me een beetje zwaar nu de verkiezingen er aankomen in Amerika en ik even met mijn bezwaard gemoed denk, wie dit boek leest en er iets uit opsteekt, was toch al op zoek naar de meerwaarde in het leven. Dat maakt het lastig. Zal het ooit de opgehitste massa bereiken.

Dan verschijnt het beeld van het meisje in haar ondergoed tussen al die mannen en vrouwen in het zwart, daar in Iran. Dat dappere meisje in een zwijgend protest, die heen en weer loopt in haar blote velletje tussen al die negativiteit en op haar manier uitdraagt dat er grenzen bereikt zijn, dat het zo niet verder kan, dat vrijheid geldt voor iedereen. En dan wordt ze opgepakt en in een psychiatrische ziekenhuis opgeborgen. Een vorm van morele ambitie die wél de hele wereld overgaat via social media. ‘Zo gaan ze hier met vrouwen om,’ zeggen de beelden. ‘Kijk verder, naar Afghanistan. Zie waar toe het kan leiden.’ Stil schreeuwt ze het uit. Respect, lieve dappere jonge vrouw.

‘Gebruik je gezonde verstand’, zeiden mijn ouders vroeger als je een keuze moest maken. Een gevleugelde uitspraak. En in een tijd waarin de emoties nog in de hand te houden waren, was het misschien toereikend, maar als alles buiten de proporties valt, wordt ‘een en een is twee’ een stuk lastiger. Dan zijn er bergen zo hoog en dalen zo diep om te omzeilen. Hier in dit paradijsje kan het.

Het leven bestaat uit de boodschappen en de veilige beschutte omgeving. Geen krant, wat flarden nieuws, net genoeg om niet buiten het leven te raken, maar ook niet zo dat onze gedachten er door worden meegesleurd. Er is de wereld van het boek, van het scheppen van de natuur en van elkaar. Voorlopig meer dan voldoende. Als je af en toe maar je hart mag luchten, zoals hier, omdat er momenten zijn dat de emmer een beetje overloopt.

Overpeinzingen

Nu in het echt nog

Herfst komt met rasse schreden nader. Gisteren was het nog 18 graden, dat wordt vanmiddag pas rond twee uur gehaald. Tot die tijd schommelt het tussen de 12 en de 15 graden. Zonnig is het wel en de atalanta’s spelen nog steeds verstoppertje tussen de verschrompelde druivenranken in het prieel, maar goed zichtbaar nu, omdat er al veel blad op de grond is gevallen. Herfst, jaargetijde van het loslaten in de wetenschap dat het diep weggestopt broedt op een nieuw begin.

Lief had gisterenavond de laatste bladzijden uitgelezen van de wolkenatlas van David Mitchell en nu konden we dan toch de door schoonzoon aangeraden film over dit boek, getiteld ‘Cloud Atlas’ gaan zien. Een aangename filmavond na de barre tocht van ‘s middags hadden we wel verdiend.
Een knappe verfilming van dit ingewikkelde boek dat over een tijdsbestek van jaren zes verschillende verhalen bestrijkt met een herkenbare verbinding tussen alle hoofdpersonen, wat vooral in het laatste hoofdstuk tot uiting komt. Het kwam mij ook voor dat er in de film vooral de nadruk wordt gelegd op deze verbanden. Ondanks de vervreemdende elementen uit verleden, heden en toekomst, nieuw werelden, andere planeten, spreekt het enorm tot mijn verbeelding. Lief, die zijn eigen beelden al heeft gevormd tijdens het lezen, beleeft het natuurlijk op een geheel andere manier. De moeite waard voor wie interesse heeft in de existentie van het bestaan. Het geeft in ieder geval veel stof tot nadenken.

Ziezo de voltallige families zijn weer heelhuids thuis gekomen zowel uit Parijs als uit Wenen. De treinreizigers hadden nu een deugdelijke slaapcoupe en hadden heerlijk geslapen. Zo kom je natuurlijk wel uitgerust aan en dat werkt op de laatste dag van de herfstvakantie voordelig. Nog een hele dag om bij te komen en morgen begint het zoete leven weer. Tussen het schrijven door werk ik het tekendagboek bij. De afgelopen week is daar niets van gekomen en ik liep al wat achter. Zo word ik weer herinnerd aan de prachtige verstilde momenten die onmiddellijk diep in het hart werden gesloten. Met elkaar bij het schijnsel van de olielantaarns op de patio naar de sterren kijken en vol ontzag meemaken dat het er veel meer zijn dan doorgaans midden in onze drukke steden. Maar ook de donuttaart en het aansteken van de kaarsjes door onze linkshandige tante Pollewop. De grote vreugde waarmee het mes en de wildcamera werd ontvangen en het haastig uittesten van de scherpte van het mes, door de eerste punten aan de gevonden stokken te slijpen.

Het feeërieke ochtendlicht dat over het oude kabinet en de kledingkast een deken legt van gefilterde zachtheid, het stokbroodjes bakken, terwijl we op het trapje van de Datsja ons hapje eten, de rugzak die door dochterlief en de filosoof vakkundig worden ingepakt. Het opbergen van het gewassen beddengoed in de linnenkast in de bibliotheek en de aanblik van de kamer, alsof het nooit een week als slaapvertrek heeft gediend. Mooie herinneringen in hart en op foto vastgelegd.

Vanmorgen belde de oudste dochterlief over de meivakanties, als ze hierheen komen. Helaas heeft de school van Dribbel andere tijden voor deze twee weken en is er slechts een week overlap. Niet handig, maar niets aan te doen. Dan wordt het met drie jongens wel het vliegtuig en een gehuurde auto in Budapest. Het zal wat meer improvisatie geven, maar wel minstens zo heerlijk blijven en gevuld met veel van alles, maar weer op een andere leest geschoeid met de grote mannen. Dribbel mag daarna nog een week alleen bij zijn Parijse oma en opa, ook een buitenkansje dan.

Straks wandel ik maar weer eens naar de Datsja om de handen uit de mouwen te steken. Lief heeft de verwarming, zorgzaam als hij is, aangestoken om de boel voor te verwarmen. In het tekendagboek is het schilderij al aardig gelukt, nu in het echt nog.

Overpeinzingen

Zo simpel is het

Het is weer eens wat anders. Pas schrijven als de duisternis om ons heen al lang en breed is gevallen ook al is het nu pas kwart over vijf. Dat kwam door onze barre tocht van vanmiddag, want we hadden het idee opgevat om naar Boroka Otthon te gaan, dat voorbij Sentlorenc aan de voet van het Mecsek gebergte zou liggen.

En tot aan het dorpje Helesfa ging het helemaal goed. Zonnetje, beetje wind, iets lagere temperaturen dan gisteren, glooiend landschap, blauwe luchten, wat wil een mens nog meer. Nou, dit dus, maar geen onverharde weggetjes. Denk erom, onverharde weggetjes in Hongarije bezoeken met een luxe wagen is hetzelfde als het verzoeken van de Goden. Het begint aardig. Een wielspoor met gras ertussen, goed te doen, vrij verhard, geen vuiltje aan de lucht. Maar als je dan iets verder bent, daar waar geen draai meer te maken valt, verandert het geheel in keitjes en keien van formaat, waaronder kuilen in allerlei vormen verborgen liggen en nog een stuk verder rukt ineens de begroeiing op, terwijl Truus en haar tomtommetje toch echt aan geven, dat het de juiste weg zou zijn.

We komen aan de achterkant bij de Otthon, maar helaas, het is niet open. Groot hek met een hangslot. Dat betekende de moeizame weg terug. Daar dwaalden we rond en reden sommige wegen wel vier keer. Enfin, ‘Vele wegen leiden naar Rome’, grapt Lief en ik krijg veel zin om hem helemaal naar Timboektoe te wensen. Of iets als ’Gelukkig schijnt het zonnetje nog’. Tot tien tellen helpt nauwelijks en na een dooltocht van minstens een uur op alleen nog maar van dit soort weggetjes, zien we een auto uit het niets opdoemen, zo’n lekkere brede SUV weet je wel, die moeiteloos Gods water over Gods akker laat vloeien terwijl hij Truus voorbij dendert en haar zuchtend en kreunend achter laat.

Lief wil een weggetje in waarvan de Tomtom zegt dat je na 600 meter moet omkeren, en het ziet eruit als een duidelijk niet om te keren weggetje. Hakken in het zand aan mijn kant en de weg van de SUV achterna. We komen bij iets industrieels en eindelijk een verharde weg. En ja hoor, ook bij de voorkant van het vermaledijde huis dat we zochten en waar we een park om idyllisch te wandelen omheen hadden bedacht. Het leek eerder een socialistisch bolwerk door de aankondigingen op de bordjes en ook hier weer grote dichte hekken ervoor met hangsloten en wachtposten. De verharde weg was een soort pleister op de wonde. Onderweg stapten we uit om toch nog een stukje omhoog te wandelen en de prachtige omgeving te bewonderen. Een doekje voor het bloeden. Thuis waren er Griekse balletjes, toast en tzatziki met een wijntje voor mij en een biertje voor Lief om het ongemak te verzachten en op verhaal te komen, terwijl ik alle chant de misère over jullie uitstort. Maar met gevulde maag is het leed snel geleden hoor.

De filosoof is vandaag echt jarig en tien geworden. Als verrassing wachtte hem een tochtje door de oudste dierentuin van de wereld in Wenen, ‘Tiergarten Schonbrun’, daarna springen ze op de nachttrein terug naar huis. Hun vakantieweek is een staaltje van tijd verlengen. Alleen de logeerpartij al leek niet op drie dagen maar eerder op een week of twee. Handig. Het gaat om de beleving en niet om het aantal dagen dat erin gaat zitten. Dus mocht je een optimale besteding willen? Zo simpel is het.

Overpeinzingen

Het komt goed

Het brood dat ik van het restdeeg van de stokbroodjes had gebakken, bij gebrek aan een brood-of-cakevorm in een ovenschaal, was prachtig uit de strijd gekomen en kon nu goed dienen bij het Ontbijt. Iedereen at met smaak. Nog heel even vasthouden, die warme sfeer op het terras in de najaarszon. Daarna begon het grotere werk. De filosoof had uit het museum in Wenen een stuk gips of steen gekregen waaruit hij siersteentjes moest hakken. Er was er nog één te gaan. Graag wel want dan hoefde de rest niet meer mee in de bagage. Lief hielp met het zware werk. De wildcamera had drie foto’s gemaakt vannacht. Dat viel mee en een beetje tegen. Gelukkig werd er een roofvogel gespot.

Terwijl hun ouders de logeerkamer opruimden en gingen douchen, zat ik met de schatjes op het grote bed. Ze mochten nog even hun kunsten vertonen op de tablet. Vanmorgen was dochterlief met tante Pollewop ook al gezellig komen klessebessen. Dat is de meerwaarde van enkele dagen achter elkaar logeren. Er valt veel meer te vertellen of te ontdekken. Bovendien zien we elkaar niet gepikt en gesteven en dat werkt altijd goed. Ze vonden eigenlijk allemaal wel dat het een en ander voor herhaling vatbaar was. Met de trein naar Wenen en vandaar uit met huurauto naar ons was goed te overzien.

Toen de oudste nog in Frankrijk woonde was het contact ook veel intensiever omdat ze samen om de paar maanden een hele week kwamen logeren. Alsof ze weer thuis woonde. Lekker met de voetjes tegen elkaar op het grote bed. Het gelimiteerde koken voor een weeshuis, het heeft echt zo z’n voordelen. Maar het nadeel is natuurlijk altijd weer het afscheid. Knellende armpjes om nek en been, kusjes kruisjes, warme omhelzingen en dan het hele spul in de auto. ‘Dag lieverds tot over een paar weken’.

Het huis viel stil en ik moest heel even bijkomen en bijslapen, maar meer omdat ik overvallen werd door de stilte dan van de vermoeidheid. Ik wilde nog een beetje nasudderen. Het werd een dag van lanterfanten. Drie afleveringen kijken van mijn favoriete kookprogramma, een beetje schrijven, een beetje dromen en wat zoete herinneringen die gisteren nog bewaarheid waren ophalen.

Toch al wel een was erin gestopt, de rest uitgezocht, vanmorgen een nieuwe erin en bijna klaar. Lief kwam al een paar keer vragen of ik er aan toe was om van het weer te genieten. Nog even wachten, nog even…

De oudste viert met haar gezin Halloween in Parijs. Ze is verkleed als keurig meisje, je weet wel. Twee vlechten, witte boorden, en een heel Ondeugende tegendraadse blik. Haar lief als grijnzende Dracula en Dribbel als een soort StarWars creatie. Hij is nu echt wel dribbel-af en groeit de pan uit.

Vandaag is het hier een feestdag. Toch een dag vergist, ik dacht dat Allerzielen op twee november viel. Dat wordt een laatste drankje halen bij het tankstation want het bier is op. Het is hier net als in Frankrijk een hele happening. Hele bloemstukken en een partij plastic rode waxine-houders worden mee naar de begraafplaatsen genomen met of zonder plastic vergulde engelen en cherubijnen. Daar steken onze eenvoudige kaarsjes schril tegen af. De intentie blijft. Daar valt niet aan te tornen.

Ziezo, ik ben er bijna klaar voor. De haren wassen en de dag omhelzen en de rusteloze gedachten temmen met het doek, de zon en een wandelingetje. Het komt goed.

Overpeinzingen

Hoe de dagen vleugels krijgen bij optimale gezelligheid en liefde

En weer een zonovergoten dag, dus een hartverwarmend ontbijt in het ochtendzonnetje met een omlijsting van uitbundig bloeiende Cosmea, Fijnstralen, wilde Cichorei en Malve. De wildcamera had als een malle filmpjes gemaakt, alle batterijen waren leeg en zegge en schrijve had hij precies een kat en een mens gespot. In ieder geval resultaat. Vannacht maar weer eens een poging, maar eerst even wat verhapstukken aan de instellingen. Het mag minder.

We hadden gisteren voor deze dag onze keuze al gemaakt. We zouden naar de Szarvasfarm in Böszenfa gaan. Daar waren ze de vorige keer ook geweest en ze vonden het er prachtig. Het grote jagershuis met alle wildezwijnen-koppen aan de muur en de opgezette herten lieten we dit keer voor gezien. We zien ze liever lopen in de natuur. Eerst was er een lunch in het restaurant. Ik herinnerde me nog de gouashsoep van vorige keer, die eigenlijk heel waterig was en was benieuwd naar de bospaddenstoelensoep en de kaastosti, het enige wat er vegetarisch te nuttigen bleek. De kinderen kregen een bordje patat. Ook deze soep bleek vrij dun maar met mosterd, en daardoor kreeg ik zelfs iets van de smaak mee. Een kleine zwarte poes nam snel de stoel van de filosoof in bezit, toen die even was opgestaan. Met moeite konden we haar eruit schuiven. Ze bleef klaaglijk miauwen, maar de aardige mevrouw die ons de maaltijd bezorgde, joeg hem met een barse beweging weg en zei in het Hongaars waarschijnlijk zoiets als ‘Vort jij’.

De struisvogels en de alpaca’s waren er nog steeds, evenals de heilige Sika herten uit Japan. Maar de kinderen vonden op dat moment het kabelbaantje van het kleine speeltuintje veel aantrekkelijker. Terwijl ze daarmee aan het stoeien waren, zaten dochterlief en ik in het zonnetje op de schommelbank en duwde Lief ons voort. Mazzelen, zo’n zen-beleving. Uitzicht op de glooiende heuvels, ideale temperatuur en vrolijke kindersnoetjes, uitbundig lachend en kraaiend van de pret. We liepen om de herten heen naar de wilde zwijnen en het uizicht over het dal aan de andere kant met haar kleurrijke herfstbomen was een beleving op zich. Magisch eigenlijk. De zwijnen snoven onrustig. De beren waren overduidelijk bronstig en joegen de dames voort. Tante Pollewop bleef de herten en de geitjes voeren met het droge gras dat van de voederkar was afgevallen. De natuur van Szomogy is al een cadeau op zichzelf en in dit prachtige nazomerse weer met ons lieve gezelschap helemaal.

Terugwandelen zonder de schommelbank(Oma en Lief) en de kabelbaan(filosoof en tante Pollewop) kon natuurlijk niet. Maar dan werd het echt op huis aan te gaan. Er moest nog stokbrood gebakken worden én voor schone zoon niet onbelangrijk, de belangrijke match Feyenoord-Ajax begon al om zes uur.

De kinderen gingen nog een boodschapje doen en Lief en ik reden in tante Truus naar huis om voorbereidingen te treffen. In de keuken zette ik alles klaar voor het deeg en tante Pollewop en dochterlief konden bij terugkomst onmiddellijk aanvallen. Schone handen om mee te beginnen. Meel, gist, zout, suiker, en lauwwarm water. ‘Yieeek dat plakt’ kon tante Pollewop melden, haha, heerlijk om te zien hoe ze deze sensatie aanging. Het wonder geschiedde, met meer bloem hield de plak in je handen bijna op.

De filosoof had vijf stokken met scherpe punt geschild, perfekt. Ze gingen het vuurtje vast aansteken voor de Datsja, zodat het goed op temperatuur zou zijn. Wij zorgden voor de inwendige mens met restjes. De zalmpasta voor Lief, de bonenschotel voor ons en de pasta met groene en rode saus voor de kinderen. Alles ging schoon op terwijl de eerste broodjes, door mij vakkundig, maar misschien iets te dik, om de stok gerold te zijn, in het fikkie werden gestoken. Ik zat veilig op het trapje van de veranda van de Datsja. Zij stonden in het midden van het open veld. Het was een vleug nostalgie, een oplaaiende herinnering aan Homburg en dat soort tijden, het was gezinsvreugde. Een grote beleving voor de kinderen en daardoor ook weer voor ons.

Halverwege toch te benauwd, begon ik vast aan de afwas en waren we allen klaar om een glimp op te vangen van de eerste helft op het telefoontje. Ajax met twee-nul voor, nee joh, dat moest een vergissing zijn. Kindertjes moe maar voldaan onder de douche, wij wat loom door wijn en bier. Nog een genoeglijk avondje samen en vroeg naar bed. Morgen het vertrek. Hoe de dagen vleugels krijgen bij optimale gezelligheid en liefde.

Overpeinzingen

Nog een te gaan

Gisterenmorgen twee koppies om de stijl van de slaapkamerdeur. Ik was bezig met mijn Hongaars op de iPad en ze wilden maar al te graag even meekijken. Tante Pollewop wilde al vanaf het moment haar creativiteit botvieren in het programma ‘Procreate’ maar dat moest nog even wachten. Eerst moesten er in allerijl vlaggetjes opgehangen en de donuttaart in elkaar geflanst worden. Een kwestie van stapelen, die vrolijke donutsen met uitbundige versiering. De cadeaus lagen al klaar, want de filosoof vierde vandaag vast dunnetjes zijn tienjarig jubileum. De cadeaus werden met groot enthousiasme ontvangen. Een grootoor vleermuis met hele kleine oren van ons en een wildcamera met een kindermes voor alerte natuurkinderen.

We moeten toch ergens de stokken voor het stokbrood mee kunnen eeken oftewel schillen. Hij was helemaal in zijn nopjes. De wildcamera zou in de avond opgehangen worden op de grens van ons voor-en-achterland. Wij waren zeer benieuwd wat er dan te zien zou zijn. Een kwestie van afwachten. Eerst maar eens even een goed ontbijt in elkaar flansen. Brood, crackers, mousse, vegetarisch beleg, kaas, koffie en thee, sinaasappelsap, appelsap en een zonnetje op de grote terrastafel. Zo fijn omdat iedereen met gemak aan kan schuiven en we toch gezellig met elkaar kunnen blijven babbelen.

Na het schrijven en de Pro-Create-Kunst van tante Pollewop en de filosoof op de Ipad besloten we om richting Szigetvar te gaan. Lief bleef thuis om nog wat op het land te werken. Schone zoon had heel veel zin in Lángost en we gingen een tentje zoeken waar dat te krijgen was. Tot onze verbazing was praktisch alles gesloten. ‘Zarva’ staat er dan op de deur. Het eerste tweedehands winkeltje was dicht, een restaurantje open, tot mijn grote verbazing was het restaurant ‘Korona’ van de aardbodem verdwenen tot en met het terras aan toe. Alles was afgebroken en kaal en dat zorgde ervoor dat het grote plein met het raadhuis en de leeuw veel van de allure had verloren. Het viel ons op dat half het stadje in de steigers stond.

Een nieuw tweedehandswinkeltje was geopend en voor tante Pollewop is het een schot in de roos. Twee lange trekkings. De bakker was open, maar die had geen langost. Wel ontdekten we een knutselwinkeltje in de orde van grote van een hobbywinkel, waar ik twee lege schattendoosjes kocht voor de kinderen. Het leek erop dat we in de kerk een kaarsje aan konden steken, de grote deur stond uitnodigend open, maar de binnendeur was dicht. Helaas pindakkaas. Wat erger was dat zelfs op de deur van de ijswinkel met grote letters ook al ‘Zarva’ op de houten deur stond.Het moest niet gekker worden.

De filosoof wilde graag een vegetarische barbeque als feestmaal. Dus zochten we bij maar liefst drie supermarkten naar vegetarische hamburgers en vonden alleen in de diepvries gehaktballen waar in ontdooide toestand wel Hamburgers van te maken zouden zijn. Om de feestvreugde te verhogen gingen alle sauzen ook nog in het karretje en kooltjes aangeschaft, want waar zouden we blijven zonder de brandstof. Thuis werd de Barbecue uitgetest op een veilige plek een stuk van het terras vandaan voor de varkensstalletjes. Als een tierelier brandde het snel. Dochterlief sneden al de groenten voor vers erbij en aan de groentenspies en Lief zocht naar meer spiesen, maar toen gebruikten we gewoon de vleesspies, die nauwelijks functie zou hebben hier. Het werd een waar feestmaal, een verjaardag waardig.

De wildcamera kreeg met behulp van Lief en paps een mooi plekje op de grens en daarna restte er nog een spelletje en een voorleesverhaal terwijl we langzaam moe en voldaan wegzakten. Wat een heerlijke dag was het toch geweest. En we hebben er morgen nog een te gaan.

Overpeinzingen

Een genoeglijk avondje

We zaten met een ferme kop thee op de patio te wachten met gespitste oren of we een auto voor het huis zouden horen stoppen. Af en toe sloeg er een deur, klonken er stemmen en dan luisterden we tot we weer een motor hoorden starten. O nee toch weer niet. Ineens richtte lief zich op met de oren op scherp en liep richting hek, daar kwam de filosoof al aangerend. Ze waren er. Kussen, knuffels, een warme omhelzing. O, wat is het leven toch mooi op sommige momenten. Drie hele dagen een gezin van zes. Hoe kom ik aan die mazzel. Eindelijk zijn mijn overvloedige kookpotten niet voor drie dagen hetzelfde dineer bestemd, maar mag ik vrijelijk alles in de strijd gooien om ze van voedsel te voorzien.

Dochterlief en ik, met de filosoof en tante Pollewop voorop, liepen naar het bos en verder nog, voorland, achterland, naar het achterste bos. Daar schrok de filosoof zich een ongeluk toen hij niets vermoedend langs het hoge gras struinde en er opeens een fazant onder luid protest klokkend de vleugels nam. We besloten het weggetje achterom te nemen naar het wandelpad langs de weg en het kleine postkantoortje, de bushalte met drie wat argwanende oudjes, die op de bankjes zaten te wachten. Mijn groet ‘Jo napot’ werd met een knikje van het hoofd en tot streepjes geknepen ogen beantwoord.

Toen we de straat door liepen begonnen honden van de buren aan de overkant en aan onze kant te blaffen. Mijn allereerste nachten hier werden vooral verstoord door de hoeveelheid waakhonden die er zijn en die ook in de nacht bij ieder geluid tekeer gingen. Wakende blafhonden of blaffende waakhonden vinden we meer dan zielig. Vooral degenen die aan de ketting worden gehouden. Hier hebben de buren ze vrijwel allemaal los op het erf lopen.

De mannen hadden intussen bijgepraat en het werd tijd voor een gezellig drankje, een chippie en de verhalen over Wenen, waar ze twee dagen hadden rondgezworven en het Natuurhistorisch Museum hadden bezocht. Aan de foto’s te zien zeer de moeite waard. De treinreis was zeer vermoeiend geweest met minimale plek om te slapen en twee mensen uit Gouda , als sardientjes in een blikje en dat voor vegetariers. Niet te doen, maar het leed was snel geleden bij het aanschouwen van die wonderschone stad.

Er werd gekozen voor spaghetti, de filosoof wilde groene saus en tante Pollewop koos voor rood. Dat betekende met een hoog improvisatievermogen de groene met broccoli en spinazie en de rode met passata en paprika. Dochterlief pureert de sauzen. Dan was succes verzekerd, waar het op de eetlust bij iedereen aankwam. Parmezaanse kaas was als slagroom op de taart, in variatie op een thema.

De avond viel samen met een flonkerende sterrennacht en daar moest eens goed naar gekeken worden. Dus stonden we, terwijl de mannen de vaat deden, met het hoofd in de nek al dat geschitter te bewonderen en leerde ik, wanneer was dat toch ooit verkeerd opgeslagen, dat de melkweg die lichtende langgerekte vlokkige wolk was en het steelpannetje ‘De Grote Beer’. Dat wist ik nog niet zo lang geleden zeker, maar ergens ben ik het in de laatste jaren kwijt geraakt. De sensatie was natuurlijk een zichtbare melkweg en nieuwe verhalen spookten allang weer door het hoofd.

Een spelletje Yahtzee was de afsluiting van een wel gevulde dag, met een Yahtzee van vijf vieren voor mij, puur beginnersluck, en tante Pollewop, omdat wij samen voor een speelden. We waren naar binnen gegaan omdat dankzij de wintertijd de avondkou al snel naderbij sloop.

Met een spannend verhaal, ik las de filosoof voor uit het boek ‘Juttertje Tim‘ van Paul Biegel en dochterlief las ‘Superjuffie’ voor van Janneke Schotveld, wat watergekletter en knuffies kwam de avond tot een end. Het stel ging naar bed en wij hadden daarna nog een welgevulde avond met verhalen over en weer. Het werd een genoeglijk avondje.

Overpeinzingen

Zo simpel is het

In vogelvlucht het huis aan kant tot en met het terras toe. Gisterenavond appte dochter dat ze deze middag tussen drie en vier hier zouden zijn. ‘Huh, niet woensdag’, dacht ik nog in de vaste veronderstelling dat het nog lang geen 28e oktober was, de datum die schoonzoon als aankomstdatum eerder had geappt. How time flies als er een oase van stilte om je heen is.

Als ze gearriveerd zijn wil ik met hen samen de bedden in orde maken want ik heb het vermoeden dat ze het liefst allemaal bij elkaar op één kamer willen liggen. Er is een zee aan ruimte, dus dat is geen enkel probleem. De matrassen van zolder zijn zo naar de bibliotheek gesleept. En al het beddengoed kan ruim gelucht worden, want het is hier een zonnige twintig graden, als het al niet warmer is.

Het is eigenlijk heel leuk om weer gasten te ontvangen, je kijkt dan toch met andere ogen naar alles. Lief heeft de barbecuespullen allemaal netjes op de tafel op het terras klaar gelegd om te laten zien dat het zeker tot de mogelijkheden behoort. Vegetarisch als ze zijn zal het voornamelijk groentenspiezen, gepofte aardappelen en stokbrood worden. Iets om je over te verkneukelen.

Gisteren keken we naar de film El ultimo Vagon, een Mexicaanse film over een schooltje in een klein dorp, waar een klein jongetje met zijn ouders, waarvan de vader werkte als spoorwegarbeider en die steeds maar kort ergens verbleven. De jongen was al een jaar of acht en kon niet lezen of schrijven. De oude lerares van de school nam hem onder zijn hoede en leerde hem middels stripboekjes, die hij verslond, lezen, waarop hij haar kenbaar maakte ook leraar te willen worden. Een lieve sentimentele film. Het einde zal ik niet verklappen.

In Het boek Morele ambitie dat ik momenteel aan het lezen ben, is een hoofdstuk gewijd aan Ralph Nader. Hij heeft eigenhandig door zijn protest de autoindustrie van Amerika drastisch veranderd. In de jaren zestig gebeurden er vele ongelukken in het verkeer. Zijn aanklacht groeide uit tot een boek en hij werd tot staatsvijand nummer één gebombardeerd door General Motors. Hij richtte de beweging op van De radical nerds in 1968. Dat bestond inderdaad uit knappe koppen die in plaats van suf op allerlei kantoren te gaan zitten zich hadden ingezet voor de goede zaak wat de gemeenschap betrof. Milieu, natuur, waterschappen, verkeersveiligheid, ruimte en andere belangrijke zaken. Je zou willen dat ze er nu nog waren. Reken maar dat we ze nog steeds heel hard nodig hebben.

Ziezo, de koelkast is goed gevuld, het huis is aan kant, zelfs het buitenkleed op de patio is gestofzuigd. Het zonnetje schijnt en de natuur hier is ook klaar voor de ontvangst. Het laatste stukje raffel ik af, want we willen er helemaal zijn als onze lieverds voor de deur staan. En dan is het feest. Zo simpel is het.

Overpeinzingen

Wat zou de wereld daar beter van worden

We ontbijten al de hele week buiten in het zonnetje. Een weelde zo tegen het eind van oktober, maar hier niet echt een uitzondering. De laatste bloemen, de malve, de cosmea, de herfstasters en de gele kamillie keren hun kopjes dankbaar naar het licht en de warmte en in de tuin langs de patio is zowaar het blad van de OostIndische kers weer opgedoken.

Het was Halloween en via filmpjes her en der begrijp ik dat we al ver zijn gevorderd met het vieren van dit fenomeen en dat kinderen in nogal opzienbarende pakjes langs de deuren gaan. We zien rammelende skeletten, hoofden die op een schilderij á la De Schreeuw’ niet zou misstaan, dichtgenaaide monden, bloederige handschoenen, spinnenwebben in een gezicht en ik ben blij dat het hier niet zo is. Net iets teveel van dit kaliber griezelfilms gekeken, vroeger, waarbij het altijd wel een keer gruwelijk mis ging. Bovendien zijn we tegenwoordig tere zieltjes. Te gewelddadige films gaan uit na bestudering van de trailer. Of als we toch plots door de een of andere scène worden overvallen draaien we de hoofden naar elkaar en beamen dat we watjes zijn geworden.

Ik heb een idee voor het immens grote doek. Ik heb gisteren al een schetsje gemaakt omdat het geheel flink opgeblazen moet worden en ik de verhoudingen kloppend wil hebben. De foto is gemaakt door mijn zus, jaren geleden op een Afrikaans festival in Overvecht. Lief en ik zijn alle twee razend benieuwd of het zal lukken en of het dan wel om aan te zien is.

De buurman twee huizen verderop dacht ‘kom laat ik deze prachtige kalme zondagochtend even wat body geven’ en is met zijn elektrische zaag in de weer om de wintervoorraad op peil te brengen. Het geeft een leven als een oordeel. Nu is de 6 eindelijk eens stil en dan begint de buurman met zijn decibellen.

Gisteren bij het wandelen door het bos, dat we iedere dag wel even doen om de sfeer te proeven, hoorde de app achter elkaar De grote en de Syrische bonte specht, de putter, de zwarte mees, de appelvink, de glanskop, grote gele kwikstaart, de winterkoning, de mus, de roodborst, de koolmees, het boomklevertje en de vink. Lief heeft ‘m nu ook op de telefoon geïnstalleerd en vangt hun geluid in de vroege ochtenduren achter bij de Datsja.

Op FB rolt een litho van Daniel Tavenier vers van de pers en deze draagt de titel: ‘De raaf die een kraai had willen zijn.’ Het is een prachtige litho, maar bij mij gaan onmiddellijk alle radartjes draaien. Waarom wil die raaf geen raaf meer zijn en kiest hij voor een kraai. In de oudste culturen was de raaf een verheven wezen, begiftigd met alwetendheid en in staat om te voorspellen. Hij stond in hoog aanzien. Bij de Vikingen was de raaf het kompas op hun tochten en bij de oude Egyptenaren deden ze dienst als boodschappers.

Maar met de komst van het Christendom keerde dat glorieuze tij zich om tot een inktzwarte ervaring. Ze werden geassocieerd met de duivel, magie, tovenarij en boodschappers van het onheil genoemd. Ik vind ze prachtig. Als ik een kraai was koos ik ervoor om een raaf te zijn. Dus wordt het sprookje van de raaf die een kraai wilde zijn heel boeiend, want reken maar dat daar een sterke motivatie onderzit.

Kraaien zijn verbluffend intelligent en tot gereedschapsgebruik in staat. Bovendien zijn ze tot in hoge mate trouw. Raaf en kraai zijn in die zin aan elkaar gewaagd. Het moet hem dus ergens anders inzitten. Iets om op te broeden. Figuurlijk wel te verstaan. Mens en dier respecteren en inschatten op hun kwaliteiten. Wat zou de wereld daar beter van worden.

Overpeinzingen

Het is maar dat je het weet

Gisterenavond een fotootje van de filosoof, tante Pollewop met step, schone zoon en dochterlief. Allemaal een rugzak op. Ze stonden voor hun dichte deur. Het avontuur kon beginnen, Met de nachttrein naar Wenen is al een avontuur op zich, maar als je dan bij de trein te horen krijgt dat de slaapcoupe stuk is en je op de banken in slaap zal moeten vallen, wordt het nog een stuk avontuurlijker. Er bleef op die manier wel meer geld in de portemonnee. Vanmorgen waren de kinderen er al vroeg bij en op herten-en-reeënjacht vanuit het raam en pa en ma waren een beetje brak na een matig nachtje.

Ben benieuwd wat ze van Wenen vinden. Ik ben er zelf nog nooit geweest, wel via het boek ‘Vaslav’ van Arthur Japin. De stad werd goed beschreven, maar het verhaal was oneindig traag. Daar zou ik zelfs. langzamer van gaan lopen. Van hieruit is ook deze stad goed te bereiken per trein. De lieverds komen halverwege de week deze kant op met een huurauto. Zo fijn om ze weer even in de armen te kunnen sluiten.

Vanuit het verre Australië waar vriendinlief en oud studiegenootje met haar man een rondreis aan het maken is, kregen we een opmerkelijk feit te horen waar we geen van tweeën weet van hadden. Koala’s eten eucalyptusbladeren die giftig zijn voor de mens, dat is bekend. Bij de bosbranden zijn een aantal koala’s gered omdat het gevaar bestaat dat ze kunnen ontploffen door het gas dat vrij komt bij het eten van die bladeren. Leuk om te weten. Het is een prachtige reis die we een beetje meemaken door de hoeveelheid foto’s die er worden gemaakt.

De doeken zijn bijna af. Van het Hongaarse vrouwtje moet ik de zijkanten nog afwerken en dan kunnen er een aantal in de kamer opgehangen worden. Ik zoek nog een thema voor het hele grote doek, het grootste tot nu toe. Er beginnen al wel wat ideeen door te sijpelen.

Ik heb de Hongaarse lessen van de LOI, die lang geleden door Lief zijn aangeschaft er maar eens bij gepakt om de puntjes op de -i- te kunnen zetten. Daar wordt de moeilijke grammatica en de hoeveelheid vervoegingen uitgebreid uitgelegd. Zo op het woord kom ik er niet uit.

Lief heeft jaren lang gedacht een camouflage-bodywarmer te hebben, die hij met de kou maar weer eens te voorschijn had gehaald, maar het blijkt dat er levensgrote berkenbomen achterop staan. Het is een jagers-bodywarmer. Hij wordt weer in ere hersteld, want hij is eigenlijk heel erg mooi en heel goed voor de vroege ochtenduren, als hij op de veranda van de datsja gaat zitten schrijven en lezen. De warmte laat zich aflezen aan het aantal af te pellen lagen kleding.

In de Groene van vorige week een essay van Pauline de Bok over de Flora Batava, het geillustreerde overzicht van de wilde planten in Nederland tussen 1800 en 1934, want het is heruitgegeven. Nu kunnen we allemaal meegenieten van de kleine Maagdelief, die wij kennen als de madelief. Hebben jullie ook met je ouders en vriendinnen de lange kettingen gemaakt in het vrije veld. Met je nagel een kneepje net onder de bloem in de steel en dan het steeltje van het volgende bloemetje erdoor steken. De schrijfster herinnert me eraan. Zeker. Wat een heerlijk onschuldig spel, vredig en rustgevend.

Haar reis door het boek heen blijkt een tijdreis te zijn geworden door ‘ de levendige geschiedenis van Nederland’. Het gaat namelijk niet alleen over planten maar ook aan de betekenis die wij mensen eraan hebben toegekend. De namen die eraan gegeven werden zijn een lust voor het gehoor en kietelen het voorstellingsvermogen in hoge mate. Zo heet de Gemeene Paardenbloem, die nu al van mij een grijns van stampertjes in zijn kern heeft staan, ook wel Hondsbloem, papenkruid, paapenstoelen, kankerbloem, mossalade en Pis-in-‘t-bed. Die laatste weet ik nog wel van vroeger, want een paardenbloem was omgeven door een zweem van pis.

Er staan nog veel meer wetenswaardigheden in. Een hele belangrijke. Laat die rode klaver staan, want dat kleine nietige plantje zorgt voor stikstofvermindering in de lucht en zuivert de grond. Het is maar dat je het weet.

Overpeinzingen

Zoete herinneringen

Bij wordpress is er iemand aan het schuiven met het concept. Help, waar staat mijn nieuwe pagina, de reader, mijn meldingen. In de telefoon staat alles gewoon op de oude plek. Ik zet de Ipad uit en weer aan, als reset, maar nee, de onduidelijke vernieuwde versie blijft. Groot zijn de flexibelen van geest, denk ik dan maar. Accepteren en er bij blijven.

Dochterlief stuurt een foto van tante Pollewop die met haar stepje in de ene hand en met de andere hoog in de lucht kennelijk wijst naar twee vertrouwde namen op een wegwijzerbord. Amandelstraat met een pijl naar rechts en Ahornstraat naar verderop. Omdat ik de huizen niet direct herken vraag ik haar waar ze zijn. ‘Bij jouw straat’, is het antwoord. Die twee vertrouwde straatnamen maken een huppeltje in mijn lijf. Ze behoren toe aan mijn jeugd. 18 jaren vol lief en leed in het te krappe huis op nummer 59, waar wel een zolder, een bijkeuken en een kelder was. De keuken werd een beetje improvisatorisch aangebouwd en de kamers, twee en suite, werden doorgetrokken tot een doorzonkamer. Daar liggen mijn eerste voetstappen die herinneringen maakten.

Bordjes/koninginnedag/perenboom en oogst/amandelschool/kerk

De lagere meisjesschool naast de kerk en aan de overkant de lagere jongensschool. De kleuterschool tegen de jongensschool aan, waar een van de Pieten van Sinterklaas op het dak was geklommen, twee hoog hè, voor een vierjarige is het een waagstuk van formaat. De kerk maakte een behoorlijk deel van het leven uit. Tegenover de kerk aan het Boerhaveplein lag het klooster met haar grote mooie tuin met bloemen en kruiden en helemaal ommuurd. Toegang verkreeg je via het klooster of door een zijpoort in de Elsstraat. Ik mocht er een keer doorheen wandelen. Waarom ik dat privilege kreeg weet ik niet meer. De pastorie was naast de kerk.

De Elsstraat en de Larixstraat doorkruisten aan weerskanten het plein. In de Elsstraat tegenover de meisjesschool was de bibliotheek in een gewoon huis gevestigd. Muren met kasten en rijen met boeken, afgestempeld werd er in de ‘woon’kamer. Thuis speelden wij, de vijf kleintjes, bibliotheekje met zelfgemaakte kaartjes waar de datum op werd geschreven. Ze staken in driehoekjes die we in elk boek hadden geplakt, net echt. Poppen mochten ook boeken lenen.

In de achtertuin stond de perenboom voor het witte schuurtje en een forsythia vlakbij. We hadden een keer een rattenplaag. Nog zie ik mijn vader een gat graven tussen en half onder de stenen afscheiding van buurman van Luyn en ons. Twee oudere broers hielpen mee. Een stond klaar met de schep om eventuele vluchtende ratten op de kop te meppen. Wij keken vanaf veilige afstand door het raam.

In het poortje konden we aardappelblokjes koken op het fornuisje met petieterige aanmaakblokjes, die het echt deden. De muur van de schuur was voor het kaatsenballen. ‘Kaatsebal ik heb je al, ik heb je al gevangen.’ De stoep voor in de straat met weinig auto’s was voor het stoepranden. De muur van de protestante lagere school aan de overkant van ons huis voor het aftellen bij verstoppertje. ‘Ik tel tot tien, wie niet weg is, is gezien. Ik kom.’ Op de stoep werd getold en geknikkerd. We hadden tolletjes met een zweepslag en de ronde die je moest wegzwiepen. Hoepelen deden we ook, tot aan zes aan toe.

Op koninginnendag was het feest voor alle kinderen in de straat, maar ook als het orgel met zijn poppen langskwam, die sloegen de maat op de vrolijke deuntjes en wij liepen er achteraan. Een keer per week kwam er op een gegeven moment een ijskar van Hoogie langs. Als we een ijsje mochten, was het pas echt helemaal feest. Toen ik ouder werd mocht ik op het koor. We oefenden in de meisjesschool in de hal, waar Wim Wijntjes de dirigent ons inwijdde in Bach, Händel en consorten. De galm, dat heerlijke volle geluid dat tegen de monumentale uitgesleten traptreden klom, herinner ik me nu nog.

Het leven was gevuld met al die kleine dingen en nog veel meer. Dank lieve dochter. Wat één zo’n straatnaam niet open kan gooien aan luiken en deuren, lang vervlogen tijden en zoete herinneringen.

Overpeinzingen

Mooier dus, zachter ook

Naar aanleiding van het boek The Face van Ruth Ozeki, waarin de auteur haar gedachten, bevindingen en associaties beschrijft die ze krijgt als ze onafgebroken drie uur lang naar zichzelf in de spiegel kijkt, observeert Marja Pruis een vrouw in de Londense Metro. Ze vindt dat de vrouw lijkt op een vroegere vriendin, maar dan wat meer verwaarloosd. Haaruitgroei is goed te zien door een middenscheiding, en het gezicht…tja. ‘Het is moeilijk te benoemen wat er precies gebeurt met een gezicht in de loop der jaren’ . De vriendin was ook al zo veranderd. Ze moest ‘twee keer kijken om te zien dat zij het was. Ik dacht: dit is wat Judith Butler bedoelt met dat we meer ‘undone’ tot elkaar moeten komen.’

Drie uur lang staren naar je eigen gezicht tot je het blind uit zou kunnen tekenen. Ja, wat roept het op. Constateringen, neem ik aan. Dezelfde neus als je vader. Waar komt in godsnaam die neus vandaan? Mijn moeders ogen, ja precies, maar van wie zijn die lachrimpels er omheen. Pa lachte alleen als hij zijn borreltjes op had en moppen begon te vertellen aan, het liefst, een groot publiek. Olijke kop, zachtere trekken, rond gezicht bracht dat met zich mee. Tante Lena zie ik ook met regelmaat komen, nu pas, nu het ouder wordt, dat gezicht van mij. Ik vond het niet mijn liefste tante. Dan is het moeilijker om haar terug te zien in de spiegel toch?

Marja Pruis geeft aan ‘Als je iemand kent, is het eenvoudiger om ook iemands voorkomen te kunnen waarderen. In feite maakt het alles uit’.Wat te doen als je iemand herkent en dergelijke gevoelens blijven achterwege. Het helpt om te bedenken dat ik tante alleen maar gezien heb, toen ik betrekkelijk jong was. Sterker nog, we kenden haar niet. Ze kwam elke zondag een kopje koffie drinken na de mis. Pa en ma kregen daar de zenuwen van, dat las ik af aan het koortsachtige kuisen van het huis. Dus bestaat mijn beeld uit aannames en associaties. Misschien was ze echt wel een hele lieverd, maar niet in haar zondagse jurk met dat hoedje op. En daarbij zijn het ook nog herinneringen, vage beelden in een dromerige mist.

Ooit was er een foto van mij gemaakt, die nu nog zweeft in de historie van het longfonds. Ik mocht niet lachen, maar het ergste was dat er gestyled moest worden. Een half uur in de make-up. Zij, die mij aankeek op de foto, had niets, maar dan ook geen greintje, met mij te maken. Waar waren mijn woelige haren, mijn lachrimpels, mijn verwonderde blik. Bij die vrouw zag ik onmiddellijk dat ze lijdend was. En als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat ze een stand-in hadden gebruikt. Want ik was het niet, niet in de verste verten.

Aan het eind van de reis van Marja in de metro, komen er een paar giebelende bakvissen binnen die neerploffen en uitgebreid aan het gillen en lachen zijn. Ze zien elkaar in de spiegelende ramen en die ramen trekken langgerekte lijven, hoofden die in de schreeuw niet zouden misstaan, golvende armen. ‘

Hun gezichten langgerekt. Ieder verband tussen voorhoofd en kin en alles wat daarom heen gebeurt opgelost. Ze trekken de gekste bekken om het effect te kunnen zien, want wat een giller’.

Dat was Marja haar laatste alinea. Is er een spoortje te bekennen van een milde vaststelling: ‘Wacht maar tot je ouder wordt’, of iets dergelijks. Het verband tussen alles wordt losser door de loop der jaren…Inderdaad.

In het bos achter vond ik een verzameling paddestoelen. Ze waren al beduidend ouder. Er waren wat scheurtjes in de hoed getrokken. ‘Ze hebben zich verkleed als bloemen,’ schoot het door me heen, maar nee, als je goed observeerde zag je de ouderdom er door schemeren. Mooier dus, zachter ook.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Wat een wonderlijk begin van de ochtend. Eerst Hongaarse les met al die vervoegingen. Soms drijft het me tot wanhoop. Ik leer het nooit, denk ik dan. Daarna was er de docu van Bruin Parry Jackson. Een krap uur durende docu over het leven van Bruin als kunstenaar en zijn ambitie om net zo’n grote ster te worden als zijn voorganger en idool Michael Jackson. Wat een mooie mensen heeft deze Bruin om hem heen verzameld. Hij is de grote verbinder, dat lees ik uit de verhalen van degenen die aan het woord komen en ik begrijp waarom ze zo ondersteboven zijn van Bruin, die hartverwarmend zichzelf is en uit het leven haalt wat eruit te halen valt alleen al door het geloof in zichzelf.

Hij heeft charisma zoals de producer van zijn plaat hem toedicht. Zodra die jongen iets aanpakt wordt het goud. We zien hem ontroerend onzeker terwijl hij zijn twijfels en zenuwen deelt met zijn grote vriend Jan, die ooit op hem paste als kind waardoor een hechte vriendschap is ontstaan. Zijn ouders hebben twijfels over zijn zangstem, maar de creatieve manager, de producer en de rapper die erbij werden gezocht vormen allemaal een mooie aanvulling op zijn creativiteit om zich te uiten in zang en dans en dat met hele ziel en zaligheid. Te bedenken dat het slechts 70 jaar geleden is dat mensen met het syndroom van Down, mongooltjes werden genoemd en niet geacht werden in staat te zijn om te leren lezen en schrijven. Hetzelfde ontwikkelingsproces was er ook in de psychiatrie. Dat geeft aan dat als men uitgaat van de kwaliteiten van ieder mens en dat respecteert, het hoogste rendement voor alles en iedereen kan worden bereikt in de zin van vrijheid en geluk. De ouders, de hele omgeving en voor de persoon zelf nog het meest.

Het boek ‘Morele Ambitie’ is zo heel erg niet mijn boek. We zijn het station gepasseerd en zouden middels het boek kunnen vaststellen of we de juiste wegen hebben bewandeld op onze tocht naar morele ambitie. We zijn dan ook niet echt de doelgroep. Rutger Bregman mikt op tieners en twintigers, die ‘De grondwet van hun leven nog niet hebben geschreven’, die aan het begin staan van hun te bewandelen pad.

Lief en ik twijfelen ook aan het samenvoegen van de twee woorden ‘Morele Ambitie’ het lijkt een contradictio in terminis. Maar als je de begrippen naast elkaar legt zijn er overeenkomsten. ‘Ambitie’ in de puurste vorm gaat over het streven naar uitmuntendheid en zelfverbetering en ‘Moreel’ staat voor gevoel van zelfvertrouwen, innerlijke kracht, de wil om door te zetten. Die twee gecombineerd moet wel een krachtige persoonlijkheid opleveren. De vierde categorie mensen, volgens `Bregman, die zijn idealistisch en ambitieus. Zijn grote voorbeeld hiervoor was de vrijheidsstrijder Thomas Clarkson, die zich als student voor een essay had verdiept in de slavernij, daar een eerste prijs mee had gewonnen en die vond dat het tijd werd een einde te maken aan die ellende. Toen hij in contact kwam met een aantal quakers, die al tegen de slavernij waren, de zogenaamde abolitionisten, besloot hij zich te gaan wijden ‘aan de zaak.’ Hij bleef de rest van zijn leven, eenenzestig jaar lang, vechten voor zijn ideaal. Vol ambitie en werd de grootste hervormer van zijn tijd. ‘Een morele stoommachine’ zoals een goede vriend hem noemde.

Terwijl ik deze eerste hoofdstukken lees ben ik benieuwd naar de rest van het boek. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Ik ben heel benieuwd wat er nog gaat komen en verheug me er zelfs op. Dat is altijd een goed teken. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Zo’n zelfde zware koffer

Het is heerlijk weer in Nagypeterd met 21 graden en volop zon. Het brengt de mussen in Guido Gezelle-stemming. Tak op, tak af, tak uit, tak in. Ze spelen meesje, de hele dag door, doen vliegwedstrijdjes en dartelen naast, buitelen over, en vliegen om elkaar heen, dan weer in de vijg, dan in de haag, op het varkensstalletje en erin om snaaks er weer uit te vliegen als lief in de buurt komt.

Hij had alvast de kachel aangezet in de Datsja om de ochtendkou eruit te halen en nu, in de middag is het er heerlijk behaaglijk. Deur open voor de frisse lucht en roodborst, de eerste die ik zie dit jaar, als metgezel vlak voor de veranda.

Het doek vordert. Het onderwerp is een aangename verschijning en dat is een prettige bijkomstigheid. Het gaat vlot en ik stop op het moment waarop ik zou kunnen gaan poetsen. Als ik zover ben gaat het mis. Dus, op de rem. En het laten voor morgen. De sfeer in ons bos is wonderschoon met het gefilterde licht door de bomen. Lief leest op de veranda van het atelier ‘Wolkenatlas’ van David Mitchell en geniet. We drinken thee en de buurman ploegt zijn land met een oude tractor, die rammelend de weerbarstige grond open breekt. Het werk gaat gewoon door.

Dochterlief belde vanmorgen terwijl we buiten aan de brunch zaten. De arme Dribbel zijn oren spelen weer op. Hij heeft er echt last van en zit met hangerige oogjes naar zijn lievelingsprogramma te kijken. Alle kinderen bij elkaar was voor herhaling vatbaar, het was een heerlijke dag. Ze hebben gelijk met mij ook een afspraak vastgezet in februari, of ik het even in de agenda wil schrijven. Natuurlijk lieverds. Het doet me goed om ze zo gezellig bij elkaar te zien op de foto die ze doorsturen.

Er is ook alweer een eerste begin gemaakt met een tetra-etsje. Aan de slag, laat de creativiteit maar stromen, wie weet wat het je oplevert. Er was in de boekenbabbel naar elkaar geappt en dan blijkt ineens dat we al 6 november bij elkaar komen. Ik meende me te herinneren dat we het hadden verplaatst naar 30 november. Gelukkig is het boek Morele Ambitie van Rutger Bregman niet al te dik. Dan probeer ik toch maar te zoomen.

Vanmorgen was er een kevertje, een lieveheersbeestje zonder stippen, in de yoghurt gevlogen. Toen ik hem in een oud waxinelichtje tikte was ie meer dood dan levend, maar even later zat hij zich uitgebreid te wassen op de rand. Taaie rakkers hoor.

Een lieve vriendin post een berichtje over hoe om te gaan met diep verdriet. Ik ken haar verdriet en weet hoe schrijnend het is. Ze haalt een zin uit het schrijven aan: ‘Want waar diep verdriet is, was (en is) grote liefde’. Iets wat ze alleen maar kan beamen. Zielsgelukkig die het stukje heeft gepost schrijft: ‘Dit is verdriet. Een gat dat door de stof van je wezen gescheurd is. Het gaatje geneest uiteindelijk langs de gekartelde randen die overblijven. Het kan zelfs krimpen in grootte. Maar dat gat zal er altijd zijn. Een stukje van jou ontbreekt.’

‘Tot mijn grote vreugde voelt ze zelf dat het gat kleiner is geworden, dat er meer omheen gegroeid is en ze zich weer vrijer kan bewegen’ schrijft ze. Wat een prachtig bericht. Wat een mooi einde van al net zo’n mooie dag. Ruimte voelen, vrijer kunnen leven, dat wens ik voor iedereen die zo’n zelfde zware koffer heeft te dragen.

Overpeinzingen

Malle man

Vrolijk maaiden mijn blote handen het gras rond de voet van de klimopboom weg. Het ging voorspoedig. Ruimte maken voor het zomerse genot volgend jaar van een wilde bloementuin. Iemand vond dat ie beter nu wild op kon treden. Dat was een wesp die zich diep verstopt had onder het gras en nu te voorschijn kwam tussen gras en vinger. Er viel hem of haar maar een ding te doen in de doodsangst die ze voelde. Ze stak en van de weeromstuit liet ik de grasjes vallen en liep naar mijn Lief toe. Eigenlijk meer beduusd dan ondersteboven. Het was me ooit maar een keer eerder gebeurd toen er een wesp in mijn tas was gekropen waar ik net iets uit wilde pakken. Eigen schuld, dikke bult is vast het motto van een wesp. Geen angels bij wespen. Als het te veel pijn doet het gif eruit zuigen en anders lekker laten. Het trekt vanzelf weer bij. Venijnig steekje, dat wel.

Later bij het opschonen van de kruidentuin voor de zekerheid dan toch maar wel die handschoenen aangetrokken. Het was heerlijk weer en in het zonnetje behoorlijk warm. Ook vandaag en zoals beloofd waarschijnlijk de hele week rond de twintig graden.

De overgang van reuring naar rust heeft me opnieuw in de houdgreep. Er komt niet echt iets uit handen. Morgen, neem ik me voor. Morgen ga ik de hele dag lekker schilderen. Nu mag ik nog een beetje lummelen. Lezen in de nieuwe Groene, die hier altijd een weekje later is. Lief heeft gisteren de vuurkorf bij de Datsja uitgeprobeerd en nu gaat hij de buitenhaard aan de praat proberen te krijgen die, aan de andere kant van het antieke fornuis in de keuken, op het terras staat.

Vanmorgen vroeg hebben we de boodschappen al in huis gehaald voor een dag of vier, want woensdag is het hier een nationale feestdag. Dan gedenkt men de helden die in 1956 de strijd aangingen tegen de overheersing van de Russen en is er geen winkel open. Het is ons al eens overkomen dat we met kunst en vliegwerk een en ander op de kop moesten tikken op zo’n verplichte feestdag

Het vuurtje brandt en de rook trekt rechtstandig de schoorsteen in, dat is een goed teken. Later deze maand gaan we ook de drie gevelkachels in huis uitproberen, maar daar moet voor alle veiligheid eerst de schoorsteenveger aan te pas komen. Ze hebben al drie jaar niet meer gebrand. Voor mij is het zaak om vooral binnen te blijven bij dergelijke capriolen.

Vanmorgen las ik in een blog van iemand die in Italie woont dat hun kleding daar van het tweede garnituur is. Dat houdt in dat de oude kleding die je in Nederland aan de kledingbak zou toevertrouwen daar uitgebreid tot werkkleding en meer kan worden omgedoopt. Niemand die zich stoort aan een vlekje meer of minder, of een gepilde trui met een bodywarmer erover. Het is een mooie term en we houden het er in, want voor hier geldt precies hetzelfde.

Ik zie lief opbloeien als een klein jochie, glunderende ogen, brede grijns, lekker….Gelimiteerd fikkie stoken. De keuken blijft op alle fronten rookvrij, niets komt via de verbinding het oude fornuis in en dat is een goed teken. Leuk als al die authentieke dingen van het huis weer werken. Het hoort erbij maar met beleid. Rook is niet best voor mij. Een van de redenen dat we tegen de winter weer naar Nederland komen. Hier stookt alles houtkachels op het platteland en grote open vuren als de rommel verbrandt moet worden.

Gisteren had ik ineens onbedaarlijke trek in een bordje patat met mayonaise ondanks de pasta met zalm. Zeker een aanval van nostalgie. Zo gezegd, zo gedaan. De pasta komt zometeen schoon op, maar de lekkere trek is goed gestild. Daarna was het onze filmavond, toch met een serie op Netflix, aangrijpend, aandoenlijk ook, over een begrip in Mexico, de Muxes. De serie heet ‘The Secret of the River’.

Het is een internationale serie met lhbtiq+thema’s, maar ook de inheemse Zapotec-cultuur in Oaxaca, Mexico komt aan bod. Muxes worden vaak verward met transgender vrouwen maar het zijn intersekse mensen. Een zeer actuele film, geromantiseerd maar ook prachtig om de beelden en de twee jongetjes in hun warme vriendschap en hun ontwikkeling te midden van een wat conservatieve gemeenschap te kunnen volgen.

Lief komt melden dat we een nieuwe paus hebben. De rook uit de kachel is prachtig wit, haha. Malle man.

Overpeinzingen

Het rijke leven in alle eenvoud

Met dochterlief gebeld en bijgepraat. Zometeen gaan de broers en zussen met elkaar eten. Zo leuk dat dat nog steeds bij tijd en wijle gebeurt. Een mooie plek uitzoeken met ruimte voor de kinderen, een lange grote tafel, het hele gezin er omheen en bijkletsen. Hard nodig in tijden van drukte. Werk, verplichtingen, clubjes en andere beslommeringen zorgen er voor dat tijd voor elkaar er algauw bij inschiet. Een keer in de maand als dat mogelijk is proberen we, als we er zijn, of ze, dit soort ontmoetingen toch te organiseren. Een mooie traditie is het geworden.

Een van mijn voormalige studiegenoten uit de verpleging is met haar man 6 weken een rondreis aan het maken door Nieuw Zeeland en Australie. De eerste foto’s zijn van een kort verblijf in HongKong. Daar was ik gisteren toevallig ook, toen ik de afleveringen van mijn lievelingsserie terugkeek. Masterchef Australia, want de zeven kandidaten en de jury waren in HongKong. Wat een stad is dat en wat een luilekkerland zal het zijn voor hen die met alle mogelijke kanten van het culinaire ontdekken bezig zijn. Het zijn fijne afleveringen want in deze drie stuks waren geen afvallers. Wel viel er immuniteit te halen en degene die dat won, had ter plekke een openbaring van wat ze met haar koken nu eigenlijk wilde. Ze wist in een helder moment dat ze er voor zou gaan. Ze wilde alles op alles zetten om Chefkok te worden.

Dat is de finesse van deze programma’s. Je ziet de ontwikkeling die de kandidaten doormaken en zo ook hun groei. De Australische aanpak van de jury verschilt mijlen van de andere Masterchefs. Ze zijn lief, adviserend en bemoedigend. Nooit wordt er iemand op een nare manier weggezet. Voor alle kandidaten geldt dezelfde aandacht en bewondering. Knap leiderschap vind ik het als je uitgaat van iemands kracht en dat ook weet te stimuleren.

In het restaurant in Balatonszemes serveerden ze trouwens bij mijn goulash Hongaarse galuskaval. Dat zijn deegknoedels en niet meer dan dat. Kleine deegballetjes worden gekookt geserveerd. Dat vond ik minder lekker, sterker nog er zit weinig smaak aan. Dat liet ik controleren door Lief, want die proeft alles goed en bij mij smaakt het sowieso nergens naar. De structuur, zo’n deegballetje, vond ik niet aangenaam. Het vraagt eigenlijk om een experiment.

Terwijl ik wat dingen op zoek kom ik op de site van ‘To live simple’ met korte films over mensen die op de een of andere manier de eenvoud hebben teruggebracht of gebracht in hun leven. Een vrouw van 95, die haar jeugd overdoet, door ‘kinderlijk’ nieuwsgierig te zijn en niet wil stoppen met onderzoeken van de kleine dingen. De wuivende halmen van het riet, het zachte mos, een boom. We zijn allemaal gemaakt van hetzelfde materiaal, zegt ze. We zin hetzelfde maar tegelijk ook uniek. We vormen een caleidoscopisch beeld, dat als je het draait weer verandert, andere vormen aan neemt, kleuren. We zijn andere versies van elkaar en toch hetzelfde. Leef langzaam als je weet waar je de waarheid moet zoeken, want de enige weg er naar toe is door de dag te omarmen en wel nu, op dit moment.

Een ander filmpje laat een jonge vrouw zien die lichamelijk ziek werd van de pressie die de stad in alle hectiek met zich meebracht. Ze ging veel reizen, maar ontdekte dat het daar ook niet in zat. Nu woont ze in een boshuis op de grens van Finland in de eindeloze natuur en daar ontdekte ze dat ze eigenlijk hoog sensitief is en daarom niet in de stad kon aarden. Ze had nooit gedacht dat ze zo verliefd kon worden op dit land, deze natuur, de kou, de korte zomers, het prachtige winterweer. Dat ze zo gelukkig kon zijn.

Het deed me denken aan het programma ‘Floortje naar het einde van de wereld’ met de mensen die leefden in de oneindigheid ver van de bewoonde wereld. Kleine parels van eenvoud. Ze zijn nodig in de dwaasheid van de huidige tijd. Om je er aan te laven in de wetenschap dat het ook anders kan. Het rijke leven in alle eenvoud.

Overpeinzingen

Daar valt ook heel wat te beleven

Dartele mussen, vinken en koolmezen zijn kennelijk weer blij met onze aanwezigheid, zeker als we de loerende zwart-witte kat van het erf verdrijven. Specht laat zich ook horen en zien in de kale takken van de enorme boom achter de stallen. Het is goed om terug te zijn. De malve is in haar tweede bloeien de cosmea doet er nog een behoorlijke schep boven op, rapsodie in wit en lila. De zon doet haar uiterste best en daarbij is het briesje dat er waait niet overbodig. Zo is het goed uit te houden.

Bij thuiskomst rond vijven was het huis zelf wat killig. De verwarming deed het niet meer. Lief inspecteerde het ketelhuis en kwam tot zijn en mijn droevenis terug met twee dode mussen. Ergens moet er een opening zijn, het kan het luchtgat niet zijn, want daar zit officieel een rooster in. Lief speurt verder en neemt de hele zolder op zijn inspectie mee.

Blogvriendin had een fotootje van de aangeschafte outfit van het winkeltje in Tihany verwacht. Alsnog komt die er natuurlijk. Ik heb eens naar de Hongaarse website gekeken en je kan wel bestellen alleen moet je het daar dan cash betalen. Dat lijkt me mijl op zeven. De merken die ze verkoopt zijn elders ook te verkrijgen voor om en nabij dezelfde prijzen. Maar ik gun het de aardige vrouw echt van harte.

Lief heeft toch een nest weggehaald in de punt van de balken op de grote voorzolder. Hij gaat er voorlopig iedere dag even langs om te controleren. Het moet zo’n klein roofdiertje zijn geweest en die schrikken we op die manier misschien af. In de stalletjes buiten is genoeg plek voor hem of haar om zich te verstoppen.

Moe van het reizen besloten we als afsluiting een mooie film te kijken en kozen we de lang verwachte film ‘De terugreis’, waar de recensies heel lovend voor waren en die zelfs op een gouden kalf kon rekenen. We zien Martin van Waardenberg en Leny Breederveld de rol spelen van oud echtpaar dat na een brief te hebbben ontvangen van een vriend uit het verleden het erop wagen om hem op te gaan zoeken in Spanje. Als acteur zijn ze goed, maar hun rol als kibbelende oudjes, die tegelijkertijd op de herinneringen van de licht dementerende vrouw voor hilarische momenten zorgt, waarin haar echtgenoot zijn barse houding laat varen, stoorde hier en daar.Misschien wel door dat kibbelende. Iets wat ik vroeger wel zag bij oudere echtparen, maar dat ik tegenwoordig toch steeds minder herken.

Of ik nu te moe was of de film te traag was, weet ik niet, maar ik werd na een uurtje zo overmand door de slaap, dat we besloten om later de film af te kijken. Ik zou zeggen dat de hele sfeer rondom het verhaal er ook debet aan was. Als ik Lief er vandaag naar vraagt, vergelijkt hij het met hoe hij zich voelde toen hij vanmorgen het boek: ‘Al het blauw van de hemel’ had uitgelezen en daar net als ik volledig door gegrepen was. Daarmee vergeleken heeft de film geen schijn van kans qua verhaal en spel, al is het thema nog zo ontroerend.

Lief gaat fikkie stoken in de kleine buitenoven, zodat we misschien, als de filosoof en tante Pollewop er zijn, stok-broodjes kunnen bakken. Deeg om een afgeschaafde schone tak, die je boven het vuur houdt. Of bijvoorbeeld om aardappelen te poffen. Dat is zo’n mooie ervaring om zelf te mogen doen. Hij kan nu testen of het haalbaar is. Dit herfstseizoen biedt weer allerlei andere mooie mogelijkheden. In de zomer hadden we voornamelijk ‘het tafeltje met het mozaïek gipsen’ als project. En nu dan de pompoen en het vuurtje. Bij voorbaat al leuk.

Ziezo het tekendagboek bijverven en dan verder lezen in het vlot geschreven ‘Monsieur le Coloriste’ van Marco Daane. Daar valt ook heel wat te beleven.