Overpeinzingen

Met een keur aan schone zaken

De dag begon met prachtige kleuren van violet tot oranje rood. Adembenemend altijd weer vanuit het bed voor het slaapkamerraam, juist omdat we er naar kunnen kijken over alle daken heen, behalve het grote kantoor waarin dan als extraatje de opkomende zon reflecteert.

Een dag voor een cadeautje en die heb ik twee dagen geleden besteld bij de Athenaeum boekhandel. De biografie van Betje Wolff, een Nederlandse schrijfster die leefde van 1738 tot 1804. Haar bijzondere leven werd uitgeplozen door Marita Matthijsen, die het boek de titel ‘Een vrije geest, het uitzonderlijke leven van Betje Wolff’ heeft meegegeven. Niet te versmaden volgens de recensies en nu eens minder dik dan de vorige biografieën. Ik weet trouwens zeker dat mijn moeder dan op het puntje van haar wolk zal zitten om mee te lezen. Via haar heb ik ooit de Historie van Sarah Burgerhart gelezen.

Het andere boek mag er ook zijn. Dat is geschreven door Colm Toibin: Brooklyn. Volgens de recensies schrijft deze Ierse auteur eenvoudig maar stijlvol. Dat heeft zo z’n voordelen.

Het zou uitgesproken weer zijn om naar de tuin te gaan om daar eens een kleine schouw te verrichten, maar we hebben vanavond een etentje op een betamelijke afstand en we moeten wachten op de bezorging van de boeken, dat inmiddels qua tijd al drie keer is opgeschoven.

Voorlopig loopt de agenda snel vol maar waken we er wel voor dat er voldoende fijne momenten samen zijn. Volgende week naar het filmhuis, een midweek richting Ootmarsum, Texel en Berlijn staan op de planning. Tussendoor veel lezen en wandelen, familiebezoek etcetera en vurig hopen dat de zon ook genoeg van de regen heeft gehad.

Zuslief en haar man gaan binnenkort verhuizen, afgelopen vrijdag hebben ze de sleutel van een mooi appartement in de Soesterbergs bossen gekregen. Een heerlijke plek in een nieuw complex midden tussen de bomen. Genieten zal het zijn.

Lief wilde afspreken met onze goede vriend, maar hij helpt Sinterklaas een handje bij vrienden. Haha. Ik ben ooit ook nog eens Sinterklaas geweest. Het was midden in de zomer op een feest van iemand die de postcodeloterij had gewonnen en uit wilde leggen aan zijn vrienden, familie en kennissen dat hij toch zeker Sinterklaas niet was. We zouden na het diner verschijnen, maar dat liep nogal uit. Ik en vriendinlief, die voor Piet speelde stonden in vol ornaat in een of ander pakhuizerige gelegenheid te wachten tot hij ons zou bellen. Het teken dat we konden komen. Ondertussen oefende ik mijn zwaarste stem. Die was er wel. Eindelijk was het zover en konden we op pad. Bij de parkeerplaats viel een meneer die al een borreltje op had en de hond uit liet bijna van zijn geloof bij het aanschouwen van Sint en Piet rond half twaalf ‘s avonds midden in de zomer. Hij mompelde wat bleek weggetrokken ‘Ze geloven me nooit thuis’. Het werd een groot succes waarbij iedereen probeerde te raden wie die Sinterklaas nou was. Aan het eind zongen we natuurlijk allen samen het lied van Het Goede Doel: ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’ en kreeg ieder een half staatslot mee. Op dat tijdstip liepen Sint en Piet op hun laatste benen, kan ik je verzekeren.

Gisteren nog een kleine bezinningsdag want het haar ging opnieuw in de henna. Ik besloot het wat rigoureuzer aan te pakken en alleen voor bruin te gaan want als ik er rood door doe, wordt het snel vaal, en daarnaast moesten er scheidingen getrokken worden zodat het Henna-papje tot in de wortels kon komen. Dan houdt het langer. Het was eigenlijk heel goed te doen. Het is dan wel twee uur retraite houden n de periode dat het in moet trekken. Dan kon ik mooi Masterchef Nieuw Zeeland van de dag ervoor terugkijken. Wat een grappig verschil tussen dit programma en haar gelikte zusje Masterchef Australië. In nieuw Zeeland zijn de amateurs nog echt huis-tuin-en-keukenkoks en zie je ze groeien gedurende de afleveringen. Heerlijk om ook totaal nieuwe ingrediënten te zien en hoe er op kookgebied een totale vervaging van grenzen plaats vindt. Zo hoort het ook. Van ieder de kwaliteiten. Wat zou de wereld er dan prachtig gekleurd op komen te staan met een keur aan schone zaken.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Er zijn van die zinnetjes die heel wat in beweging zetten. Ik las de eenmalige column van Marcel van Roosmalen in het nummer van Zin waar Bart Chabot de gasthoofdredacteur van was. Als thema van het blad had Bart: ‘Het leven bij de strot pakken’ bedacht na een robbertje brainstormen met de redactie. Marcel schreef in zijn column over zijn vader die dat juist niet had gedaan. ‘Het leven had hem bij de strot gegrepen’. Die ene zin, die me raakte en wat losmaakte was deze: ‘ Dan vertrok hij vroeg, broodtrommel onder de snelbinders’.

Pure nostalgie natuurlijk. Zou er nog iemand zijn die de broodtrommel onder de snelbinders doet. Het riep het beeld op van dat kleine meisje dat het achterwiel met twee benen klemde, zodat de fiets in balans bleef, de zwarte rubberen binders omhoog trok en daar haar bruin-leren schooltas onderschoof. En ook mijn vader kwam langs, die in zijn politieuniform zijn been over de stang gooide van zijn grote zwarte heren-dienstfiets, een dubbele stang zelfs, en als een heerser te paard gezeten op het Fongers-zadel wegreed. Gevaarlijk waren de grote veren van het zadel want daar konden je vingers tussen klem komen te zitten als je achterop zat en te laag steun zocht.

Ook mijn voet had een keer bekneld gezeten, toen mijn vader een lelijke eend op de kop had getikt en alles meeging op een ritje. Er gingen veel makke schapen in. Bij de Oude Noord moest mijn vader vol in de remmen en schoof de voorstoel van mijn moeder omhoog maar toen die terug plofte, zat mijn voet er onder. Die stoelen van die eerste eenden stonden namelijk los. Er waren geen gordels, kinderen mochten gewoon op de voorbank en autorijden was eigenlijk een vorm van kamikaze. Mijn vader zat erin met opgetrokken schouders omdat de onverstelbare stoel eigenlijk te dicht op het stuur stond.

Later werd de dienstfiets ingeruild voor zijn auto’s, waar hijzelf hartstochtelijk aan sleutelde en die steeds weer van samenstelling veranderden. Alles was handmatig of met een bakootje te vervangen.

Dank Marcel van Roosmalen voor deze duik in het verleden om dat de goedaardige kanten van mijn vader zo fijnzinnig naar boven werden gehaald.

Gisteren was er een gezellige drukte. Zoonlief met zijn twee schatjes en de andere lieverd met de kleine Njong, later dochterlief en schone zoon met de filosoof en tante Pollewop, de laatste had als bestelling spaghetti met rode saus gedaan. Dat is een saus met ‘verstopte’ groenten. Courgette, tomaten, knoflook, uien, champignons, basilicum en Italiaanse kruidenmix erdoor, bakken en de staafmixer doet de rest. Gisteren ontdekte ik hoe makkelijk de Parmezaanse kaas eveneens fijn te malen is met de staafmixer. Nooit aan gedacht. De volle pan leek voor een weeshuis maar slonk aanzienlijk snel. Haha. Heerlijk weer zo’n volle tafel, want de jongste en mijn schone dochter waren ook aangeschoven. Zij had voor haarzelf een glutenvrije pasta gemaakt.

Sinterklaasjournaal met hele ondeugende drukke pietjes en ‘n warm kinderlijf tegen me aan, want altijd weer spannend en daarna ging paps met de kinderen weg en dochterlief en ik maakten ons op voor de ALV, de algemene ledenvergadering van de tuin. Lief bleef thuis.

Zo’n vergadering is altijd een tikje chaotisch, de stoelen staan te dicht op elkaar, de kring moet op het nippertje nog weer uitgebreid worden waardoor er toch tafels verschoven moeten worden, enzovoort. Het bleef redelijk binnen de perken met uitwijdingen, al liep het toch nog een kwartier uit. Het streven was 22.00 uur. Geen vaatwasmachine, dan maar snel alle kopjes met de hand, o jee, de stop kon niet dicht, dus stromend, jeetje ook zonde, water. Gelukkig wel warm. Twee mannen hielpen afdrogen en dochterlief kwam er ook bij. Al grappend en grollend was de stemming opperbest en leek het of we op de camping stonden.

Daarna getweeën het donkere paadje aflopen, genieten van elkaars intieme aanwezigheid en meezingen met het mooie lied ‘Voila’ in de auto. Zo’n fijne warme band is om te koesteren.

Overpeinzingen

Ter meerdere eer en glorie van het geheel

Oh, foutje in de organisatie. Ik had een achterstand in de te lezen bladzijden van de biografie, maar ook nog maar een tijdspanne van viereneenhalf uur. Te kort voor 150 bladzijden of net genoeg. Om zeven over half twaalf sloot ik met een diepe zucht het boek. Vriendinlief ophalen en richting den Haag. Daar wees Truus zoals altijd een perfecte weg. Nou ja, er was sprake van een kleine dwaling. Ik had vergeten te vermelden dat het de 2e Schuytenstraat was, dus kwamen we bij de 1e uit. Dan ben je in den Haag algauw een blokje verder.

Het was druk op de weg en het begon al een beetje stormachtig te worden,maar kalmte zal U redden is een gevleugelde uitspraak dus daar houden we ons maar aan. We kletsen de zomermaanden bij, want we hadden elkaar al een tijdje niet gezien.

Bij de club had ieder het met plezier gelezen,maar toch ook met tussenpozen. Twee van hen hadden op het laatste moment eveneens meters moeten maken, net als ik. Er kwam een leuke discussie op gang, omdat van Looy ook wonderlijke uitspraken kon doen over zijn Joodse kompanen. Niet altijd onverdeeld even zachtaardig en lief en de vraag was of je dat tegen de tijd moest afwegen of dat hier toch echt een grimmig randje aan zat. Het gebeurde bij de kunst-en-literatuur-minnende heren wel meer, dat ze elkaar wat vliegen af probeerden te vangen in rake bewoordingen, maar in mijn ogen was dit net een brug te ver. Mijn bijrijdster had hetzelfde idee.

Over het algemeen werd de verwerking van de biografie gunstig ontvangen, al was te merken dat de vrouwen in het leven van die mannen er zeker geweest moet zijn, maar er werd door de biograaf maar weinig gewag van gemaakt. Een bekend verschijnsel waar gelukkig steeds meer aandacht voor is. Rond 15.00 uur gingen we huiswaarts, waar ik door de drukte helaas pas drie uur later aankwam, maar ach, het hoort bij de overvolle randstad.

In het zin-magazine schrijft Stef Bos over het verschijnsel ‘loungemuziek’ en hoe ‘de hersenen in een monotone toestand gebracht worden door de zachte basedrum en twee akkoorden. Hij voelt zich ‘Als een goudvis in een kom met glas tussen hem en de werkelijkheid’. Die werkelijkheid was namelijk een fantastisch uitzicht op een mooi stukje Nederland, gouden rietkragen aan de einder. De muziek bleek bij het ‘Interior autodesign’ te horen. Bij ‘één pot nat’ dus. Het metselde zijn kop dicht en gaf hem een uitzicht zonder inzicht. De kop van het stukje heet: ‘Vergeetmuziek’ en dat zegt alles.

Als je je ogen dicht doet en je voorstelt dat je een willekeurig wegrestaurant inloopt over het pluche, dan zie en hoor je precies wat hij bedoelt. Iemand had ooit tegen hem gezegd, dat ze muziek moeten maken die ‘viral’ is, waarmee hij bedoelde, die onder je huid gaat zitten en daar verder woekert’. Ja, dat iets toevoegt aan de omgeving waar je in verkeert, iets wat je meeneemt en dromen waar maakt. Precies dat.

Lief luistert over het algemeen meer naar de melodie dan naar de tekst. Op de terugreis hadden we lang de tijd om naar de teksten te luisteren, bijvoorbeeld naar die van Maarten van Roosendaal, Bram Vermeulen of van Stef Bos zelf. Rake teksten, scheurende muziek, inderdaad die onder je huid gaat zitten.

Niet geschikt voor zo’n restaurant, absoluut niet, maar een mooie klassieker zou veel meer kleur toevoegen aan de doorgaans monotone inrichting dan die gladde tonen. Hij gaf bij de balie een dergelijk advies. Helaas, het was een kant en klaar format. Misschien wordt het tijd om daar van af te stappen en een persoonlijke noot aan het leven toe te voegen. Ter meerdere eer en glorie van het geheel.

Overpeinzingen

En nu aan de letter, luiwammes

Na een dag begint alles al weer aardig te wennen. Het hoofd heeft in de henna gezeten, waardoor ik in mijn passieve zijn, de post van drie maanden kon doorspitten. Lekker veel leesvoer, drie Zinmagazines, het blad van Natuurmonumenten, wat folders over te ondernemen wandeltochten, en nog een lekkere dikke Groene van september, keurig in het cellofaan.

Zoonlief heeft de laptop van Lief aan de praat gekregen. Alles wat digitaal disfunctioneert gaat weer als een zonnetje als hij zijn peinzende blik op het geheel heeft gericht. Check hier, check daar, rommelen, knopje om en zie daar er zijn berichten in de duisternis, in variatie op een thema. Zoonlief zelf is het licht geloof ik. Zeker als je net als wij wel de uitvoering onder de knie hebben, maar waar de inside informatie nogal gebrekkig opgeslurpt wordt. O ja, de oplader had het eigenlijk begeven. Dat was het het euvel.

We houden kantoor op bed. Ipad en laptop gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar. Eigenlijk moet ik als de wiedeweerga verder lezen en in dat woordje moeten ligt de hele voortgang besloten. Ben ik nog wel zo met al die mensen van ooit bezig, terwijl er om ons heen ook van alles en nog wat aan de hand is. Jac. Van Looy blijft boeiend, maar op de een of andere manier zijn ze vaak bevoorrecht, al is deze schilder en schrijver ooit opgeklommen vanuit een weeshuis, alleen dankzij zijn talent dat op de juiste waarde geschat werd. Zijn leven speelt zich toch af in een kleine erudiete kring van schilders en schrijvers.

Als tegenhang zijn er de documentaires. Gisteren zag ik er een over Somalië. Hoe daar de vruchtbare aarde aan het verwoestijnen is, terwijl de laatste boeren hun geloof staande houden te midden van de verdroogde vlaktes, waar ooit hun koeien en hun gewassen in volle bloei recht deden aan de zo gulle grond. Een schamel van lappen aan elkaar genaaid hutje waar de laatste boer met zijn gezin woont en wat schamele koeien, twee van zichzelf en een paar van anderen, hoedt. Alles trekt naar de stad, waar ze wonnen in vluchtelingenkampen en zelfs daar blijft men hopen op regen, zodat ze terug kunne keren naar het land dat niets mee geeft.

Zouden Faber en consorten daar eens naar toe gestuurd moeten worden, om te kijken hoe miserabele levensomstandigheden er voor zorgen dat je wel vertrekken moet om het hoofd boven water te houden. Want water is er allang niet meer. Ze vragen geen luxe, ze willen werken om iets op te bouwen, ze willen al die dingen die ieder mens zijn kinderen wil geven, namelijk een toekomst.

Met die beelden op mijn netvlies sliep ik in en het resulteerde in een waanzinnige droom met een overvloed aan alles, waar ook mee gegooid en gesmeten werd. Zelfs met hele mooie Delftsblauwe zaken en prachtige lappen. Overdaad schaadt. In de docu was er iemand die vond dat er teveel weggekeken werd van het leed en dat hij dat snapte, maar dat het ook betekende dat je de binding met het leed kwijt raakte. Dat is zo, natuurlijk.

Het haar is weer bijgekleurd. ‘Wil je niet gewoon grijs worden’, vragen mensen mij. Jawel, als ik zeker zou weten dat het spierwit zou worden zo’n prachtige frêle aureool, maar bij mij wordt het helaas Fabergrijs en daar moet ik nog even niet aan denken. Dus omarm ik Henna bruin, volkomen plantaardig en goed te doen. Gisteren heb ik het zelfs niet met shampoo na gewassen in de hoop dat de kleur langer blijft. We gaan het zien. En nu aan de letter, luiwammes.

Overpeinzingen

Zo maar wat peinzen

Weet je wat zo leuk is van het terugkomen na drie maanden? Dat alle kleren die hier hangen gewoon een beetje vergeten zijn en ze weer als nieuw ontdekt worden. Cadeautjes. Hier een vol kledingrek en daar een volle kledingkast, zonder dat je ze nieuw hebt aangeschaft. Hoe kom ik aan die mazzel.

Het brengt me op de kringloop. Met name waar het de kledingafdeling betreft, mis ik het neuzen erin als we in Nagypeterd zijn. Het is altijd een sport om tussen al het goeie goed een apart gevalletje te ontdekken. Dat was het leuke van werken in de Kringloop. In die 22 jaar heb ik er heel wat mogen opduikelen en een aantal van die aparte dingen hangen nog steeds in de kast. Karakter laat zich voor de eeuwigheid gelden. (zo goed als dan hoor)

Het ontbijt was zeer aangenaam gisteren in dat voortreffelijke hotel met de vriendelijke eigenaar. Ook nu weer kwam hij even goedemorgen wensen. Een vrouw kwam ons een verse pot koffie brengen en later vroeg ze ook nog of we roerei wilden. Lief eet er altijd goed van. Aan hem is het ontbijt goed besteed. Ik ben met een broodje en een beetje yoghurt voor de medicijnen al klaar.

De terugreis begon met wat regen en wind maar van lieverlee verdwenen de wolken en kwam de zon weer tevoorschijn. In Duitsland zit je als wegwerker gebeiteld, want er is altijd wel ergens een klus te klaren en voor ons, lange afstandreizigers, is het soms een doorn in het oog. De zoveelste werk in uitvoering. Snelheden aanpassen, die later weer gecompenseerd kunnen worden met 130 km per uur, het blijft hollen of stilstaan. Bij Frankfurt en Duisburg waren files, zoals bijna altijd en de laatste mochten we omzeilen van de Tomtom die via Krefeld de weg naar Arnhem wees. Lang leven dat gemak. In die contreien was het ineens ook weer onzondags druk.

Het laatste uur was het opnieuw volkomen donker en dat vind ik zo saai. Bovendien gaf Truus een waarschuwing dat ze wat zacht op de banden stond. Daar moeten we vandaag wat aan doen. De negende wordt er pas groot onderhoud gepleegd door de garage.

Thuis waren de jongste zoon en schone dochter. Het is een groot voordeel dat ze er zijn, want het hele huis is van onder tot boven gepoetst. Alle planten hebben het glansrijk overleefd en de vogels krijgen via het voederplankje volop aandacht.

Het eigen bed is heerlijk, het uitzicht weer vertrouwd en automatisch glijden we hier in een ander ritme, nu Lief niet meer naar buiten kan lopen om even over het land te wandelen en de dag te begroeten. In de badkamerkast vind ik nog een pak bruine henna. Het kleurverschil op het hoofd had ik tot dan toe vernuftig met een vrolijk knoedeltje zo goed en zo kwaad als het kon weg weten te werken, maar egaal bruin is beter. Het knoedeltje hou ik erin. Straks ga ik het aanpakken, maar nu eerst een lekker bakkie koffie door Lief gebracht en aarden en genieten van ‘zo maar wat peinzen’.

Overpeinzingen

Al is deze ook niet te versmaden/

O de Goden zij met ons. Wat voorspeld was kwam uit. Het had die nacht drie graden gevroren en er was een waarschuwing voor gladheid, maar er scheen ook een vrolijke winterzon. We hadden ons de avond ervoor al voorgenomen om om tien uur te vertrekken. Perfecte tijd, bleek. Alle gladdigheid was verdwenen, er waren strak blauwe luchten en een lage felle zon. Zonnebril in de aanslag en gaan. Koffer voor het hotel als laatste ingepakt. WC’s nog even gepoetst, wastafels meegenomen en keuken. Daarna alles ingeladen en en route. Heerlijk. Wat een wonderschoon weer en wat boften we met al dat geluk. Dag lief huis, dag tuin, dag opbergschuur en atelier, in variatie op een thema.

Tja, arme Lief, want als ik het stuur eenmaal vast heb is loslaten toch een dingetje. WC-stop tussendoor in een vrachtwagenchauffeur-minded toiletje en door. Roll on. Muziek al naar gelang door Spotify op mijn verzoek ten gehore gebracht om er bij tijd en wijle de spirit in te houden door heerlijk mee te zingen. Alles van vroeger, soul, blues, blue grass met de onvolprezen Loudon wainwright , Portugese fado met Cesaria Evora, en Stromae niet te vergeten plus de jaren zeventig mix. Het zorgde voor veel gezelligheid.

In Oostenrijk prachtige zonsondergang met besneeuwde bergtoppen ervoor, adembenemende gekleurde strepen oranje, rood, roze, slierten grijsblauw, kabbelende wolken als beken en golven donkergrijs waar de sneeuw in de lucht zat, de weg aangenaam droog en veelal bijna leeg. Hoe wil je het hebben. Wat een bof.

De laatste twee uur in het donker duurden eigenlijk het langst. Het was duister, concentratie op de strepen, hier en daar een voorganger, af en toe verblind door groot licht dragende achteropkomers en muziek. Ons knusse wereldje ter grootte van een postzegel te midden van het allesomvattende duister. Er lag nog een klein wegenlabyrint in het verschiet bij het zoeken naar de juiste weg van het dorp, maar na wat slingerende bochten zaten we op de goede weg en reden zo, kippie-eitje, het parkeerterrein van het hotel op. Een prachtige Gaststube, zoals het hoort. Geraniums in bakken voor de ramen, sneeuw in de struiken en helder verlichte ruitjesramen.

De ontvangst was door een joviale eigenaar, die al grappend en grollend, een beetje Bart Chabotterig en zeer sympathiek, ons door het papierwerk naar de sleutel begeleidde. Het restaurant was tot negen uur open. Feestje!

Even bijkomen op de kamer en dan afzakken naar het beloofde restaurant. Vriendelijke eigenaar, die met iedereen een praatje maakte en tevens bij allen de juiste snaar wist te raken en een al even goedlachse dochter die de bestellingen afhandelde. De vrouwen in de keuken zorgden voor een prima Beiers maal.

Gouden rendieren in de vensterbanken, zilveren ballen voor de ramen, kerst had hier haar intrede al gedaan. Op de muren blije welkome spreuken, mooi opgesierd met krullerige letters. We hebben ons gasthuis wel gevonden denk ik. Prachtige kamer, heerlijk bed.

De eerste afspraken staan alweer in de agenda. In de app fijne berichten. De filosoof heeft er vandaag 6 in het doel geschoten na een doeldroge periode en zijn ego is weer tot grote hoogte opgekrikt, tante Pollewop had haar eerste zwemles, extra kusjes van onze benjamina en het hele gezin en een logeerpartij van de kleine Njong bij dochterlief. Het familieleven dient zich aan.

Morgen weer een dagje en dan ons eigen bed, al is deze ook niet te versmaden.

Overpeinzingen

De bevinding komt later

Alles is gedaan, geloven we. Emmertje op de composthoop geleegd, vaatwasser uitgeruimd, laatste was opgehangen. Huis, waar nodig, gepoetst en nu huilt het land om ons vertrek. Dat belooft de hele dag zo te zijn dus met mijn vooruitziende blik, nou ja, via de weersverwachting op de telefoon, dus toch maar gisteren de laatste boodschappen gedaan. Broodjes voor onderweg, water is hier, wijn voor in de hotelkamer. We duimen voor goed weer. Vannacht gaat het vriezen daarom gaan we morgenochtend later weg. Regeren is vooruitzien per slot van rekening.

We komen dan wel in het donker aan, maar het hotel ligt in een dorp vlak naast de 3 net onder Regensburg. Dat moet te doen zijn. Voorheen zorgden mijn staarhoudende ogen vooral ‘s nachts voor overlast. Nu ze weer stralend helder blauw zijn, op wat ‘mouches volantes’ na, gaat het stukken beter. Die kwaal betekent letterlijk ‘Vliegende vliegjes’ . Beide woorden rollen mooi over de tong. Je went aan hun aanwezigheid en ik heb ze al heel lang. Dat is ook het advies. Om er mee te leren leven, zoals met zoveel kwalen en kwaaltjes tegenwoordig.

Zoonlief belde net en wenste goede reis. Net als veel mensen die de blog lezen. De kleine njong gaat met zijn zus bij opa en oma logeren. Zoonlief en schone dochter hebben date night. Dat doen ze goed. Geen haar op mijn hoofd, die daar vroeger aan gedacht zou hebben. Of de een was er thuis voor de kinderen of de ander. Het gezin en het huishouden slokten alle tijd op. Het was niet anders. Later, ooit, zou er weer tijd zijn voor elkaar. Het koesteren van elkaar in het moment werkt beter. Vier het leven, want voor je het weet is wat achter je ligt veel langer dan wat er voor je ligt.

In de flow staat er een artikel over het ontdekken van je Schaduwkant, wat een hype schijnt te zijn op Tik Tok. De definitie werd ooit al door Jung gebezigd om je gevoelend die je diep weggestopt hebt te erkennen. En nu dus te omarmen. Want als je ze zichtbaar maakt, dan is de kans op escaleren ervan al een stuk minder. De psycholoog Marjolein Verbeek maakt vaak gebruik van dit schaduwwerk. Ze omschrijft het als volgt: ‘Wat je schaduw vormt is dat wat jezelf afwijst en dat is vaak precies dat waar je anderen om veroordeelt’. Je zou je dus vooral kunnen afvragen waarom het gedrag van een ander een negatief gevoel bij je oproept. Ik kan er een heel eind in mee, al spelen de omliggende factoren ook een grote rol erbij. Als jij goed in je vel zit in een veilige en geborgen omgeving, dan zal je je minder snel ergeren dan in een hectische leefomgeving, waarvan je de druk maar al te goed voelt.

Daarbij denk ik terug aan de laatste schooljaren, met een op handen zijnde fusie, kennis die rücksichtlos overboord gegooid werd, nieuwe vreemde collega’s , een directeur die het niet helemaal begreep. We waren spitsroeden aan het lopen en alles stond op standje ‘Overleven’. Dan komen alle kanten bovendrijven en vooral die waarvan je niet eens wist dat je ze had. Niet de mooiste ook. Met de kinderen een harmonisch geheel en nadat de school uit was een heksenketel. Als er dan soepjes gebrouwen worden zijn het hele wonderlijke. Er werden dingen benoemd, maar er werd ook om de hete brei heen gedanst. Bak er dan maar eens chocola van.

Hier in rust en in liefde is het gemijmer over schaduwkanten een hele andere zaak. Terugdenken aan waar de pijn van iets zit of zat, kan hier alle ruimte krijgen. Langzamerhand krijg je beter inzicht in jezelf. Zou ik me nu oppakken en terugplaatsen in die hectische periode dan weet ik niet of mijn reactie niet precies hetzelfde zou zijn. Want de pijn om alles wat zorgvuldig met liefde was opgebouwd, weer neergehaald te zien worden, blijf ik verdedigen en nog altijd eeuwig zonde vinden. Ik ben er nog niet uit. Boeiende materie om onder de loep te leggen. De bevinding komt later.

Overpeinzingen

Je zou er lui van worden

Dat weer wordt nog eens zeeziek van het geschommel. Stralend zonnetje, goed voor zo’n 7 graden vandaag. De koelkast is bijna leeg. De laatste gerechten dwars door de koelkast zijn een wonderlijke ratjetoe, maar toch erg lekker. Daar kom ik op omdat Worldpress wil weten wat mijn lievelingsgerechten zijn. Daar hangt een labeltje aan. ‘Met reuk en smaak’ of ‘zonder reuk en smaak’ gegeten. Beide hebben al tijden de kuierlatten genomen. Voor de laatste, ‘zonder smaak’, geldt alles wat uitgesproken hartig, zuur of zoet is, die laatste niet te en dan ook nog smeuïg. Voorheen vooral gerechten met een Oosterse inslag. Soep is een van mijn lievelingen, omdat ik daar op de een of andere manier altijd van opkikker. Dat is geen objectieve waarheidsbevinding want meestal kook ik het als ik me wat brak voel. Kippensoep en Noedelsoep staan daarbij hoog bovenaan.

Ooit bedacht ik dat ik de kippensoep van mijn moeder weer eens wilde proeven. Dat was al zo lang geleden. Ze maakte de lekkerste vond ik en om ze te evenaren lukte niet. Tot ik eindelijk er achter kwam, waar het toch aan schortte. Mijn moeder deed er foelie in. Foelie is de schil die om de nootmuskaatbol heen zit en het is een van de oudste specerijen ter wereld. Dat mooie kruid was uit mijn geheugen gevallen, maar is nu weer in ere hersteld. Van mijn voornemen om alle Hongaarse gerechten uit te proberen is niet veel gekomen. In het voorjaar mag het in de herkansing. Pörkölt en Lécso staan als eerste op de lijst.

Vandaag gaan we koffertjes inpakken. Er hoeft niet veel mee. Het meeste van wat ik hier draag, draag ik daar niet en vice versa. Het heeft te maken met dat rustige landleven. Makkelijke wijde slobbertruien of shirts en broeken, lagen over elkaar. Voor een uitje, een museumbezoek of de stad een paar aangepaste stuks en verder is het allemaal goed. De belangrijkheid ervan valt min of meer weg. Het hoeft maar aan een paar voorwaarden te voldoen. Niet knellen, voldoende ruimte voor beweeglijkheid, geschikt voor het ‘vuile’ of schilderwerk, warm of koel op z’n tijd. Het werkt heerlijk ontspannen. Duurzaam tot op de draad gedragen. Het maakt hier echt niet uit. Niemand die er op let.

Gisteren heeft Lief de zolder geïnspecteerd. Er is een klein gaatje in de nok, dat dichtgemaakt zal worden door vriend van Lief in de winter. Het martertje waart nog steeds rond, maar bescheiden. De zolderkamer is mooi droog gebleven en insecten-loos met de nieuwe aanpak. De mooie nieuwe sprei voor op de bedden hebben we naar beneden gehaald en een oude, niet zo fraai meer maar afdoende om stof en vuil te weren van de matrassen, vervolgens weer naar boven. Zo rommelen we wat aan. Het is de laatste keer dat Stoffie nog even alle kamers onder handen neemt, de laatste was draait en voor de laatste keer de vaatwasser.

Vriendinlief heeft hier de vorige keer een zogenaamd Carrom(Couronne)-bordspel van haar man laten staan en haar gitaar, die nog in haar wijnhuisje op de berg stonden. Ze heeft het huis verkocht en de spulletjes hier gebracht. Ze waren te groot om mee terug te nemen in de trein. Die gaan met ons mee. Dat betekent tegelijk dat er ook een bezoek aan Texel in het vooruitzicht is. Heerlijk toch om leuke plannen te maken. We kijken ook uit naar het filmhuis, de musea, het slenteren door de steden, fietsen in de bossen en langs de kust.

Lief kwam vanmorgen opgetogen van zijn ochtendwandeling terug. Hij had over de velden een aantal reeën gespot en twee ervan in vliegende vaart over de met rijp beslagen velden gevangen op de foto. We zien telkens sporen in ons bos en op het achterland. Ze trekken smalle paadjes, wissels genaamd, door het gras. Er is straks weer volop ruimte hier.

Ziezo, nog een laatste paar streken op het doek en dan in het voorjaar de draad weer oppakken. Nu eerst eens in de benen. Het zijn echte lummeldagen, je zou er lui van worden.

Overpeinzingen

Bijna leeg

‘Alsof de duvel er mee speelt’. Het was mijn moeder. Ze fluisterde de woorden toen ik in de schappen met van allerhande aan het snuffelen was in de supermarkt. Voor mij lag tussen allerlei grote en kleine, moeilijke en makkelijke boeken één exemplaar met daarop het welbekende nadenkende beertje onder een fonkelende sterrenhemel. Pooh beer, beer is Macko, in het Hongaars. Wat een bof gezien het voornemen van die ochtend, om net als Kader Abdollah de taal wat sneller machtig te worden met wat kinderliteratuur. Niet al te makkelijk, maar wel een heel bekend werk, want er was een tijd dat ik nagenoeg alles van deze kleine ‘au naturelle’ filosoof verzamelde. Wat een bof. Inderdaad lieve Moe, het heeft zo moeten zijn. Dit en alleen dit boek zal me een handje gaan helpen, straks als de dikke Monsieur le Coloriste zijn leven heeft geleefd. Blz 305, nog een goede 250 te gaan.

De natuur speelt 50 tinten grijs en het regent. Dat maakt afscheid nemen wat makkelijker. De temperatuur is erg wisselvallig. In Nederland ook begreep ik. Via een van de programma-aanbieders kijken we de serie Dark, een spannende tijdspiegeling met een wormgat ergens in een donkere grot. Een wormgat is een hypothetische mogelijkheid om binnen de ruimtetijd sneller dan het licht te reizen. In deze film gaat men met 33 jaar terug of naar voren. De kerncentrale speelt een rol, de samenstellingen van de gezinnen en het door de tijd teruggaan met daardoor onherroepelijk het vraagstuk ‘Wel of niet ingrijpen in de geschiedenis’, omdat je bijvoorbeeld een moord wil voorkomen. Met al die jonger of ouder wordende figuren is het ook een concentratiespel en af en toe zijn we het spoor bijster. Het is spannend, van tijd tot tijd verbazingwekkend én verwarrend. De theorie is boeiend, zeker als je wat achtergronden opzoekt.

Het is nu ronduit stormachtig. Er worden duidelijk geen lieve broodjes meer gebakken. Tijd om tussen het schrijven en lezen door eens wat lectuur ter hand te nemen. In de Groene Amsterdammer van vorige week staat in de column Rooksignalen van Marian Donner haar hang naar funfacts in deze onzekere tijden. Grappige feiten, zeg maar. Ze vist ze graag op. Bijvoorbeeld dat er een plant bestaat die Boquila Trifoliolata heet en die gespecialiseerd is in Kameleonnen-streken. Deze liaan, want dat is het, neemt namelijk vorm en kleur van de planten in haar omgeving aan en niemand weet hoe ze dat doet of weet. Zelfs vorm en kleur van nepbloemen of planten.

Marian ontmoette tot haar grote vreugde op een feestje een fotografe, die een vat vol funfacts bleek te zijn. Ze strooide ze kwistig in het rond en Marian genoot mee. Na het feest stuurde ze een film naar haar over een elpee die Plantasia heet met muziek waardoor de planten sneller zouden gaan groeien. Het schijnt echt te werken. Kunnen bloemen dan ook luisteren is de vraag die zich aandient. Het schijnt zo te zijn dat de strandteunisbloem haar Nectar zoeter maakt als hij een geluidsopname hoort van een bij. Wat prachtig. Je krijgt onmiddellijk zin om tot experiment over te gaan. Alles maar letterlijk alles staat met elkaar in verbinding. Ze raadt aan toch vooral dit soort leuke weetjes te zoeken naast alle gruwelfeiten van de dag.

In de app staan de werken van de kinderen van de groep van vriendinlief. Ze hebben zich uitgeleefd op het thema Kubistische katten. Dan stijgen de kriebels weer omhoog. Dit zijn zulke juweeltjes van lessen. Daar kan ik echt naar terug verlangen. Ook fijn om over te mijmeren.

De kinderen maken me er op attent dat het vandaag de dag is van de COPD en of we al aan het aftellen zijn. Lief is klaar voor zijn gevoel en ik ga zometeen beginnen. Een soort stormram, maar dan ook kalmer hoor. De koelkast is in ieder geval bijna leeg.

Overpeinzingen

Terwijl we de rust van hier koesteren in ons hart

De maan is alweer aan het afnemen maar toch was er een slapeloze minutenlang durende nacht. Ik telde de uren. Geen kerkklok, als die waar mijn moeder altijd naar lag te luisteren, maar op gevoel. Om vijf uur toch in slaap gesukkeld. Het kwam vermoedelijk omdat onbewust ook het afscheid van hier voor de deur staat, er die groeiende onrust op het wereldtoneel is en er andere muizenissen bleven spoken.

Het hazenslaapje in de ochtend was toch verkwikkend. Vandaag schijnt ondanks alle waarschuwingen voor regen, de zon. Gisteren ook al en dat leverde een beloning op. De zwartkop, kool-en-pimpelmezen en de mus hadden de fles met zonnebloempitten ontdekt. Aanvliegen, met het koppie omlaag er eentje weg snoepen en weer opvliegen. Soms nog even nagenietend op een van de oude ranken, die zich daar nu, winterkaal, uitnodigend voor lieten lenen.

Op zondag was er een gesprek met Kader Abdulah in Het Uur van de Wolf. De schrijver is gevlucht uit Iran en vertolkt veelvuldig de prachtige poëtische omschrijvingen, zoals ik die ken van het Farsi. Hij schrijft en spreekt Nederlands als zodanig. Dat kan ook niet anders want hij is opgegroeid in een een zeer gelovige omgeving, waar zijn oom, die een vaderfiguur voor hem betekende, drie maal daags uit de Koran las. Zijn eigen vader was doof en stom. Dat had voordelen, want omdat zijn vader hem niet de les kon lezen of iets verbieden groeide hij op met een vrije geest door het lezen van buitenlandse literatuur, zoals de Russische en de Amerikaanse. Alles wat verboden was in Perzie, ongesluierde vrouwen, het drinken van wijn, filterde hij uit de verhalen en daardoor werd zijn kijk op het leven veel wereldser.

Hij ontmoette Farah Dibah in Parijs. Eens de koningin en nu net als Kader alles verloren wat ze had gehad, haar man, haar goud, haar dochters. Toch, bij een glas wijn, zeiden ze tegen elkaar: ‘Het leven is prachtig, maar je moet wel de capaciteiten hebben om dat te zien, om het vast te houden’. Ik vond het een staaltje overlevingskunst. Iets wat je als vluchteling zeker moet hebben, wil je nog een uitweg zien in zo’n totaal nieuwe wereld, waar alles weer vanaf nul opgebouwd moet worden. Het hele gesprek is zeer de moeite waard om terug te kijken.

Bij het overschrijden van de grenzen op weg naar Nederland overschreed hij ook de weg van de taal. Met behulp van kinderboeken maakte hij zich het Nederlands eigen. Zijn boekenweekgeschenk De Kraai (2011)van lang geleden, hij had toen net zijn debuut ‘de Koning’ in de winkels liggen, begint met ‘Een makelaar in koffie’. Tot dan toe kende ik maar één makelaar in koffie en die kwam uit de koker van Multatuli. Heerlijk. Het zet mij ertoe om zometeen in de super een paar van die goedkope kinderboekjes aan te schaffen en mee te nemen naar Nederland. Misschien dat het er dan een beetje inbijt, deze wonderlijke woordenbrij met als extra moeilijkheidsgraad, ook nog eens vanuit het Engels geleerd. Wel twee vliegen in een klap.

Lief ruimt de laatste tuingereedschappen weg in de oude caravan. Wat oud tuinspul wordt opgeslagen in de stalletjes onder het plastic. Het snoeien van de bomen voor het huis mag wachten tot de wintermaanden. Ook nu gaat hij eerder terug om het huis en het land alvast weer lente-klaar te maken om mij begin April met open armen te ontvangen. Maar nu eerst samen genieten van alles en iedereen in dat roerige land terwijl we de rust van hier koesteren in ons hart.

Overpeinzingen

Dus mag het geesteswater over de akker stromen

Vanmorgen had Lief zich vergist en was al aan het rommelen in de vroege uurtjes rond vijven. Prompt kon ik ook niet meer slapen en na wat Hongaars en een verhaal uit het boek, viel ik toch weer in slaap. Oud-collegaatje en vriendin liet foto’s zien van het geothermische gebied in Nieuw Zeeland dat Taupo heet. Een gebied vol met witte wieven, maar dan uit de grote en kleine kraters van de vulkaan, waar ze als witte pluimen uit ontsnappen. De wandelaars mogen voor hun eigen veiligheid niet van het pad af. Mijn fantasie ging onmiddellijk met me op de loop bij het zien van de foto’s. Wow, echte witte wieven die sissen en wentelen, draaien en keren, stel ik me zo voor. Heel anders dan hun bleke zussen die hier over de weilanden sluieren en tussen de bomen slierten.

Het uurtje slaap bracht een droom met een hoog school-volksdans-en -broergehalte. Toen ik op een klein plekje door de hurken moest zakken, wat eigenlijk moeiteloos en vlot ging, wist ik dat ik dat nooit lang vol zou houden, ik keek de man aan die naast me zat, die haalde zijn schouders op en toen werd ik wakker.

Ik lees het gedicht ‘Zondag’ van Tove Ditlevsen, daarin beschrijft ze ‘Dat ze lusteloos in de huiskamer zit plat en stijf als karton als je door kinderogen kijkt’ en ineens komt er een beeld van vroeger bij me boven. Het was een scène uit een Scandinavische jeugdfilm waarbij een uitgeknipte tekening van een van de kinderen zich uitvouwt als zo’n platgeslagen pop en tot leven komt. Hoe het precies ging weet ik niet meer. Wel dat ik het iets vond om te onthouden voor een van onze projecten op school. Wij maakten er een schaduw van die tot leven kwam. Heel spannend was het verhaal. We speelden het uit op zo’n heerlijke kampdag, die helemaal in het thema stond. Op school knipten we eigen levensgrote poppen en sprongen op elkaars schaduwen omdat je nooit op je eigen schaduw springen kon. Verwonderd keken we naar de stand van de zon en de stand van de schaduw, die ze bij elkaar hadden omgetrokken en zagen dat met de zon ook de schaduw van plek veranderde. Mooie ervaringen dat met een schaduw/schimmenspel werd afgesloten.

Ik lees in de Groene een essay van schrijver en filosoof Mirjam Rasch over luisteren en dat het het moeilijkste is om los te laten wat je eigenlijk wil horen. Vrij ontvangen van hetgeen de ander zegt betekent dat je alles wat het woord of de taal oproept, weg zou moeten zeven, zodat het klankbord niet meer wordt dan wat het is. Een klankbord. Het opvangen van het woord zonder je eigen betekenis is pas waarachtig luisteren. Het lijkt me moeilijk. Omdat je je eigen taal al vorm hebt gegeven.

Afgelopen vrijdag was het ‘De dag van de Mimakker’. Het Mimakkersgilde dat uit drie leden bestaat wil met die dag hun unieke en bijzondere werk onder de aandacht brengen. Zij zijn in de nabije omgeving en wachten tot hun clienten, die dement zijn of aan het worden zijn, hen ontdekken. Bij contact stemmen ze af op wat de client prettig vindt, alles op basis van respect en behoefte. Ik kende het niet, maar het is zo waardevol, niet meetbaar zoals ze zelf zeggen maar wel voelbaar en soms ook zichtbaar(…)de focus blijft bij de client.

Een andere tip, die ik in de Flow tegenkwam, was het museumbezoek met iemand die dement is. Kunst is tijdloos en ieder kan verblijven in het moment. Toekomst en verleden doen er niet toe. Dat is het mooie van kunst. Schoonheid verblijdt. In het Kunstmuseum in Den Haag heeft men het programma ‘Kunstconnectie’ met dit doel in het leven geroepen. Wat een mooi intitiatief.

De rust hier zorgt voor gedachtespinsels te over en het is fijn om daar aan toe te geven dus mag het geesteswater over de akker stromen.

Overpeinzingen

Een heerlijke duik in het bloemrijke verleden

Hier begon de dag met een dikke mist. Vaag daar doorheen drijven de herinnering aan sterren op het doek van gisterenavond in flarden naar boven. Anita Meyer speelde er ‘IJdelheid uw naam is vrouw’ in. Iets wat ik ook mezelf aanreken, want als ik de foto’s terug zie van afgelopen week ontdek ik de verrimpelende huid meedogenlozer dan ooit. Ondanks dat ik het boeiend vond, viel ik tijdens het programma in slaap en werd weer wakker bij het eindresultaat van de zwoegende kunstenaars. Een schoonheidsslaapje vond Lief. De drieluik vond ik erg fraai gedaan. Een mens heeft nu eenmaal meerdere gezichten en om die allemaal te zien, moet je op z’n minst een goed schouwer zijn, maar om dat vast te kunnen leggen is lastig. Het laatste portret was het mooist ondanks alle kreukels van de ouderdom die er subtiel in verwerkt was. Anita Meijer koos het middelste, ook mooi maar ze oogde jonger. Het is wat het is.

Opnieuw werd ik vanmorgen getroffen door twee zinsneden uit de biografie over Jac. Van Looy van Marco Daane. In een brief aan Willem Witsen gaf hij aan wat de meedogenloze kritiek van zijn vriend, toen hij in Madrid was, met hem gedaan had, maar later in een brief benoemde hij dat euvel ook als een goede zaak, want ‘In Lijden gaart de ziel het meest’. Van Looy twijfelt veelvuldig. De hevige emoties die hij voelde over zijn eigen kunst zette hij om in werk dat gevoed werd door de kwelgeesten van dat moment. Dat maakte het lijden vruchtbaar.

Iets verderop in zijn boek over Tanger in Marokko, een wereld die in de lage landen nog nauwelijks was ontsloten, schrijft hij over zijn ontmoeting met iemand die zich Vogel noemde. Van Looy typeerde hem als Een verongelukt modern mensch’. Het was een aan lager wal geraakte Oostenrijkse dokter. Als reactie op de worsteling van de ik-figuur Johan zei deze Vogel: ‘Twee machten die maken dat alles gaat zo gij zeidet. Geest die aanzet, beroert, de schokken geeft, het zogenaamde Le Genie de Vie en die andere die alles wil bestendigen, eindigen, L’intelligence’

Zo is dat. We worden aangestuurd door de spirit en door de intelligentie. Go with the flow is het ene en benadering met de rede is de andere. Mooi hoe verschillend je iets kan bekijken. Hij heeft het prachtig beschreven, die Jacob.

Hoe zo’n proces in zijn werk gaat, duidt ook mijn geworstel aan met de Afrikaanse motieven in het kleed van de man op mijn doek. Hoe ik het ook probeer, ze komen er steevast te grof en te onnatuurlijk op. Ik wandel rond in de zon, aanschouw de lange schaduwen die de voorbode van de winter voortdurend overal trekt, bewonder de klimop en de laatste kardinaalmutsen en ploeter weer voort. Als het niet lukt, wis ik de patronen, pak ik alles in en sluit af. Tijdens de wandeling buiten bedenk ik ineens dat ik ook met sjablonen zou kunnen werken. Ik knip een ouderwets kleedje opgediept uit mijn herinneringen. Dat zou kunnen, maar het is het niet echt. In mijn schilderprogramma op de ipad laad ik de foto van het doek in en bedenk een patroon. Te gek. Nu weet ik dat dat haalbaar is.

Het was al met al weer een heerlijke duik in het bloemrijke verleden.

Overpeinzingen

Het mooiste tijdverdrijf

O, het was een mooi ballonnetje dat gisteren werd opgelaten en het steeg hoger, hoger en hoger tot iemand met een prikpen het weer liet ploffen. Wat had ik haar graag nog veel hoger laten stijgen tot gezond verstand bereikt was.

Vanmorgen maakte de zon in ieder geval wel haar belofte waar. Lief stuurde op zijn ochtendwandeling alvast de eerste glorieuze opkomst boven het ijskoude land en ook van een paar zonnestralen die in de Datsja op het doek vielen en daarmee het resultaat extra glans bijzetten. Daarbij voel je de energie weer stromen.

Koolmezen zitten in de sering voor het slaapkamerraam en komen af en toe nieuwsgierig door het raam naar binnen kijken, Ze fladderen en talmen een wijl en hup, dan schieten ze opnieuw naar de takken in de sering.

Dochterlief stuurt een foto van een elftal van vroeger, dat bij de club hangt van de voetbalclub waar de filosoof een wedstrijd heeft. Ze dacht dat er een van mijn broers op stond. In gedachten sta ik onmiddellijk weer te blauwbekken langs de kant om acht uur ‘s morgens. De eerste vorst over het veld en moeders slaat wit uit, terwijl de tweeling dolt met de bal en met de tegenpartij. Dat was ooit. Het is een foto van de club zelf, meldt een van de broers. Daar hebben ze nooit gespeeld. Ze zaten alle zeven bij DSO. Dat het in de genen zit, laat de volgende foto zien. Die dappere kleinzoon, ook wat bedremmeld en overvallen door de kou, maar wel met een aanvoerdersband, kijkt me aan. Kijk daar hou ik van. Op dat plaatje slaat het veld in ieder geval wit uit.

De uitzending gisterenavond van ‘Even tot hier’ was opnieuw meesterlijk. Het was diezelfde middag samen met het publiek gemaakt. Wat een ingenieuze teksten hebben deze twee kanjers en snelle rake schetsen van de wonderlijke capriolen van dit kabinet.

Het nieuwe boek van de leesclub gaat ‘Brooklyn’ worden van Colm Tobin, al stonden er drie op de rol. Ik had ‘Vrij Spel’ van Richard Powers voor de lijst. Die geef ik nu cadeau aan lief, want het lijkt me een heel boeiend boek dat zich afspeelt op Makatea, een stip in de Stille Oceaan en dat onder andere gaat over klimaatverandering en kolonialisme. Het verhaal begint met Taaroa, een Polynesische legende. Het is Lief volgens mij op het lijf geschreven. Van Brooklyn is een film gemaakt. Leuk presentje, maar pas voor na het boek. Eerst lezen en plaatjes schetsen in je hoofd en dan pas kijken wat de regisseur ervan gemaakt heeft. Op die manier wilde ik Lord of the Rings nooit zien. Mijn verbeelding was zo mooi bij het lezen van alle vier de boeken en werd dus zeer gekoesterd.

Met Jac. Van Looy reis ik af naar Engeland, waar zijn vriend zit. Ik ben ongeveer op de helft en moet er aardig de sokken inzetten, wil ik het op tijd uitlezen. We hebben hier nog een week. Volgende week zaterdag reizen we af. Ik blijf duimen voor mooi weer. Lief wil de bomen voor het huis nog snoeien, maar er zit eigenlijk teveel blad aan. Dan valt er meer te ruimen.

Het hotel is net iets voorbij Regensburg. Dat is prettig want dan rij je ongeveer dezelfde afstand op beide dagen. Zo’n 700 km per dag. Goed te doen dus. Ik verheug me op ons voornemen om wat vaker een weekendje of een paar dagen weg te gaan. Berlijn staat op het verlanglijstje en Wenen ook. Liefst zonder auto er naar toe, lijkt me, of net iets buiten de stad gaan zitten met een goede trein of busverbinding. Maar ook in Nederland zal het goed toeven zijn. Lief wil in de buurt van Ootmarsum rond kijken waar het prachtig is. Nieuwe wegen ontdekken en oude ophalen. Het mooiste tijdverdrijf.

Overpeinzingen

Bij stil te staan

We hebben een voederfles voor de vogeltjes gekocht met zonnebloempitten erin. We hebben hem aan de zijkant van het prieel gehangen en hopen dat de vogeltjes het snel ontdekken. Wel moest ik eerst het etiket eraf poetsen. Je weet wel, van die etiketten die met extra kleefkracht er opgeplakt zijn, peuter, peuter, en dan met veel geduld ontdaan moeten worden van alles wat nog is achtergebleven, peuter peuter en dan, ja kalmte bewaren, peuter peuter, de hele handeling integreren als een meditatief moment op zich om ten lange leste, gggggrrrrrrr, eindelijk het laatste papiertje te hebben weggepulkt en dan ineens bedenken dat je nog aceton heb staan. Ergens in een vergeten hoekje, gevonden bij het gesnuffel in de kasten en laden hier in huis, want ikzelf draag nagenoeg geen nagellak. Jawel hoor, als sneeuw voor de zon verdwijnt het ruwe kleeflaagje en een mooie doorzichtige fles blijft over. Nu maar hopen op de doelgroep. Visioenen ploffen in wolkjes boven mijn hoofd. Kwetterende mussen, scharrelende roodborstjes, vrolijke kool-en-pimpelmezen, hier en daar een merel.

Omdat ik een abonnement heb op een blad mag ik van hen online artikelen lezen van de andere bladen, eigenlijk zoveel als je maar wilt. Wat een heerlijk idee voor hier. In Nederland heb ik er waarschijnlijk nauwelijks tijd voor maar hier kan het een broodnodige inspiratie zijn.

Gisteren hebben we Sterren op het Doek teruggekeken. Dit keer was Jelka van Houten te gast bij Eus in het programma. De kunstenaars waren weer verrassend op hun geheel eigen wijze. De Turkse kunstenaar die een houtsnede van haar had gemaakt, op een originele manier, werd beloond. Dat werk neemt Jelka mee. Het gesprek dat ze tijdens het poseren voeren, is vaak diepgaand en het vraagt aandacht. Vandaag moest ik nog eens een stukje terughoren, omdat er toch een aantal dingen ontglipt waren.

Het was boeiend om te horen dat ze een geestige, kinderlijke vader had, die toch nooit echt een vaderfiguur was geweest. Als Eus haar vraagt waarom niet, beaamt ze dat hij niet het soort vader was zoals vaders, wat haar betrof, moesten zijn. Die moeten je optillen en hoog boven hun hoofd houden en meer van dat soort dingen. Hij kon wel of niet verschijnen op verjaardagen en soms kreeg je een ansichtkaart volgeschreven als hij er tussenuit getrokken was. Ze is gek op hem. Het lijkt mij een heerlijke vader als hij altijd het kind in hem is blijven koesteren. Het bracht hem allerlei vrienden, kunstenaars, schrijver, acteurs en actrices. Zo’n vader waar ik van zou zeggen:’Heel lief maar een beetje gek’.

Ze had ook al een lange periode therapie en toen ze de therapeute vroeg waarom ze dat eigenlijk nodig had, vertelde die haar dat ze dissociatief was. Dat ze los kon raken van haar omgeving. Ze splitste haar gevoel af op momenten, dat de angst om iets te verliezen groot werd, maar ook lichamelijk kon ze haar gevoel uitschakelen. Dan was ze chaotisch en stootte zich overal aan, voelde geen pijn bij iets simpels als epileren. Langzamerhand is er meer ruimte gekomen en kan ze het beter hanteren.

Nooit stil gestaan bij dit fenomeen, terwijl ik beslist in mijn groep kinderen moet hebben gehad, die daar mee worstelden. Dat waren ze zich op die leeftijd natuurlijk niet bewust, maar dan denk ik nu dat dat sommige van mijn dromertjes waren, die een vlucht konden nemen in hun eigen veilige wereldje onder het motto ‘als je het niet ziet, is het er niet.’ Zoiets. In ieder geval iets om dieper over na te denken en bij stil te staan.

Overpeinzingen

Dat hier zaterdag de zon weer schijnt

De ogen van mijn man op het doek willen nog niet en dat is goed. Om me er niet zo op vast te prikken ga ik het glazen palet schoon poetsen en druk uit mijn tubes stralende kleuren verf. Cadmium Oranje, cadmium geel, chroom-oxyde groen, aquamarijn blauw, titaanwit, omber, oker en Siena. Ziezo. Vrolijke kleuren om de stemming te liften, die namelijk door alle giftige bestuurlijke zaken in Nederland tot een laag peil is nedergedaald. Kleur als de broodnodige vleugels om uit het dampende moeras op te stijgen. Het is maar kort werken in het beperkte licht. Deur wijd open, verwarming aan.

De jongste zoon belde me zowaar. Normaliter hanteert hij de stelregel: Geen bericht, goed bericht. Hij vertelde waar hij zoal mee bezig was en wat hij allemaal in petto heeft. Er hangt ook een sollicitatie in de lucht, dus ga ik van hieruit maar hard duimen. Hij heeft een fantastisch project in elkaar gezet, dat hij daar kan overleggen, om te laten zien wat hij allemaal in zijn mars heeft. Altijd spannend. Vanmiddag gaat hij met zijn nichtje van zeven 3D-printen. Oudste zoon belde vanmorgen en vertelde er eveneens over. De kunstenaar in de dop vindt het superleuk. Zo maken ze gebruik van elkaars kwaliteiten. Tijd om een stukje verlichting te zoeken bij de verwondering van Annemiek Schrijver, die in gesprek gaat met Pete Pronk, een fotograaf, theoloog, en verhalenverteller.

De man oogt fascinerend en is zeker stimulerend in het woord. Als enig kind verliest hij zijn moeder op 16-jarige leeftijd en omdat ze de ziekte van Huntington had, zei zijn vader tegen een neef: Het is goed zo. De jonge Pete hoort dat en heeft vanaf dat moment een appeltje te schillen met die God van zijn vader. Hij vloekt schreeuwend en gillend in een dronken bui zijn gram van zich af. Toch wil hij onderzoeken wat bidden nou toch is en besluit om theologie te gaan studeren. Er is een verhaal van een man en twee vrouwen, ik meen in Samuel dat hij zei, waarbij een van de vrouwen na beledigd te worden door haar man, bij de tempel tegen een geleerde begint te schelden, Pete zegt: Ze schreeuwt te schreeuwen, ze jankt te janken. De naam van die man ‘Eli’ betekent letterlijk mijn God.

Als Pete dat verhaal leest weet hij wat bidden is en ook dat hij dan al heel wat afgebeden heeft. Hij doet uit de doeken waarom deze verhalen, die hij inderdaad met verve weet te vertellen, zo boeiend zijn. Hij ziet letterlijk de mensen die in die verhalen wonen, die gezien willen worden. Van dat laatste is hij heilig overtuigd, want anders zouden ze daar niet wonen. Pete zelf wilde ook gezien zijn. Boeiend hoe hij middels de fotovakschool geleerd heeft om zelf beter te kijken en daarom spraken die bijbelverhalen hem zo aan. Omdat er zoveel in te zien was. De man is een geboren verteller. Of je wilt of niet je bent aan zijn lippen gekluisterd.

Het was een fijne afleiding dit uitstapje, misschien kijk ik zo nog een stukje verder. De zorgpremie is flink omhoog gegaan, maar ik mag niet klagen in deze welstaat. Voorlopig wordt er goed voor me gezorgd. Als ik zo eens om me heen kijk, is het wat dat betreft niet slecht. Loon naar verrichtingen, zal ik maar zeggen, in variatie op een thema. Hoe het verder gaat, wachten we af.

Bij het lopen naar de Datsja zie ik ineens een blad dat verdacht veel op de stokroos lijkt. Het blijkt een Winterstokroos te zijn, die toch in juni en juli bloeit. Een Alcea Biennis Winter. Nooit van gehoord. Lief vraagt zich af, nu hij in de botanische wereld is verdiept, of de Kalanchoe dezelfde plant is als welke hier in grote getale op de bijzettafel staan. Dat blijkt echter een Aloe Vera te zijn, jawel, dezelfde als dat goedje in de huidsmeerseltjes. Het schijnt dat er in de bladeren een gel zit. Interessant en het bedelt om een nader onderzoek. Wie weet.

Mijn zwaar gemoed stop ik even in de ijskast om af te koelen. Ik duik in de Wintering en hoop dat hier zaterdag de zon weer schijnt.

Overpeinzingen

En dat voelt goed

In de volkskrant staat een postuum bericht over ‘Enigst Lid’ Nooit Gin Ruzie en carnavalist Joop Doomernik(1929-2024). Hij was wars van regels en kwaaitongen’. Het artikel kan ik niet lezen, maar ik blijf hangen op het woord ‘Kwaaitongen’. Ik vind het een prachtige en vredige manier om te zeggen dat je niets wilt weten van kwaadsprekerij en waarheden naar de hand zetten. Ik ben van plan om het woord te omarmen en veelvuldig te gaan gebruiken. Letterlijk onpasselijk word ik van het gekonkelefoes in de media dat steeds hatelijker wordt. Het is gekizzebis met felle bewoordingen, verwijten over en weer, zo onaardig en zo onwaardig. Kwaaitongen dus. Ik zie ze verschijnen. Het is duivels gebroed. Ze lispelen, ze miepen, ze fluisteren achter hun hand en trekken hun wenkbrauwen samen naar de neus in een diepe gramstorige frons. Hun neuzen op Pinokkio-lengte en achter hun rug om groeien de staarten en de bokkenpoten. Een negatief sprookje, een nachtmerrie, waaruit we toch altijd weer zullen ontwaken. Als ik doorschrijf wordt het een verhaal met de titel: ‘Hoe Goedemond de wereld redde’.

Ik ga liever mee met Jac van Looy die naar Spanje wordt uitgezonden. Ander land, ander klimaat, ander licht, waar het beter schilderen is. Voorbeelden zijn Velasquez en de omgeving waar Don Quichotte vertoefde, al viel hem dat wat tegen. De molens waren het grote ijkpunt. Als hij in Cordoba komt, valt het geroemde Alhambra hem erg tegen, maar op de heuvel er tegenover belandde hij in het Sacromonte, een wijk van rotswoningen met Gitanes, die lief, aardig en open waren. Zijn lust tot schilderen was gedurende de reis erg afgenomen, maar hier kon hij dat naar hartelust ophalen, al was het lastig schilderen in de kleine holen. Daarnaast schrijft hij ook veel en ziet zijn mentor in Nederland dat met lede ogen aan. Wel neemt hij het besluit om niet nog het derde jaar te gaan doen, waarbij weer een andere reis zou wachten. Hij mist zijn vrienden.

Goede vrienden zijn om te koesteren. Dat merken we hier ook, als we appjes krijgen over en weer. Ons beider vriend, die we al heel lang kennen, weeft humor in het gitzwarte politieke bestel, de enige manier om te overleven, vindt hij, iets wat we alleen maar kunnen beamen. Vriendinlief heeft net een gezinsdag achter de rug met alle kinderen en kleinkinderen waarbij die ene, die vorig jaar ontvallen was, node gemist werd. Oud collega en vriendin met haar man, die op reis zijn door Australië en Nieuw Zeeland, stappen en rijden dapper voort en zien prachtige landschappen, heerlijke stadjes, mooie kerken en spiegelende meren. Ook zo fijn om mee te reizen en af en toe even van gedachten te wisselen.

Zoonlief belde, dat doet hij vaak als hij onderweg is naar zijn werk. Lang bijpraten zonder beeld. Heel fijn. Met twee verjaardagen achter de kiezen is er heel wat te vertellen. Bovendien speurt hij naar de nieuwe auto. Volgend jaar maart loopt de huur af voor Truus, dan komt Truus twee of al naar gelang het uiterlijk een nieuwe naam.

Gisteren maakte ik de eerste stap in het opvissen van een paar aaneengeregen Hongaarse woorden. Tot dan toe kon ik al wel wat losse woorden ontwaren, maar nu snapte ik zowaar wat deze vrouw zei. Drie jaar garantie op het product. Het is waarschijnlijk het begin van de grote openbaring van deze wonderlijke taal. Het ontsloten worden, letterlijk en figuurlijk. En dat voelt goed.

Overpeinzingen

Een mooi en kabbelend begin van de dag

Terwijl mijn mannetje op het doek eindelijk weer naar het kind keek, nadat ik ontdekt had dat de ogen veel te hoog zaten, liep ik even door het herfstbos om wat los te komen van het beeld in mijn hoofd en ook om de spieren wat los te gooien.

Het was er nat en stil, geen vogeltje te horen. Of wacht eens. De app pikte toch de koolmees, de vink en de roodborst op in die volgorde. Maar hoe ik ook keek en tuurde er was niets te zien in het kreupelhout langs de zijkanten van de tuin, of toch. Ik zag nog net een kleine winterkoning van de onderste takken wippen.

Middenop het pad en het natte gras lagen ineens allemaal spetters wit. Het leek bijna of iemand een verfkwast rond geslingerd had. Dat kon toch niet zo zijn. Er zit iedere avond een grote groep fazanten in de bomen. Misschien daarvan? Maar dan had het veel meer moeten zijn. Lief blijft speuren. Iets verderop staat een dappere Bevernel Saxifraga stralend wit te bloeien aan de voet van een bijna zwart gekleurde boom, die haar houtige staketsels naar het zwerk strekt. Een bloem waar bijvoorbeeld de koninginnenpage gek op is. Het is een perfect beeld, die stralende bloem en die troosteloze boom.

Ik ging nog even door met poetsen, maar na anderhalf uur werken, begonnen mijn voeten in de zwarte kloffen wat doods aan te voelen, de vingers verstramden. Het was de hoogste tijd om aan de thee te gaan. In Nederland eens kijken voor een goede daglichtlamp, dan kan de deur dicht blijven en kan ik voor de frisse lucht het raam op een kier zetten.

Lief zat al aan de keukentafel en ik had hem mijn boek over de Botanische revolutie van Darwin door Norbert Peeters aangeraden. De auteur wilde de belangstelling voor de botanie van Darwin onder de aandacht brengen. Lief vindt het vlot en met een vleugje filosofie geschreven. Hij begint met een gedicht van Han Hoekstra ‘Ik heb een ceder in mijn tuin geplant’ en daarna opent de schrijver met de woorden: ‘Wij mensen wuiven loof te weinig lof toe’. Wat een heerlijke zin. Daardoor wordt je voldoende geprikkeld. Geen biografie maar aandacht voor dat leven, dat zo makkelijk aan ons voorbij kan gaan.

Bij Beau krijgt een mevrouw volop de ruimte om over haar videobeelden van de Israëlische supporters op donderdagavond te vertellen en over de verkeerde context die door bijna alle media erbij werd geplaatst, met alle gevolgen van dien. De regering met zijn boosaardige reactie en de beschuldigende vinger gooit nog wat olie op het vuur. Ik wil er niet aan denken. Maar ik heb er met regelmaat een bezwaard gemoed bij.

Zwager en schoonzus vliegen vandaag naar de zon. Ze zijn de donkerte zat en willen weer warmte voelen op hun huid. Ik weet uit ervaring dat het vervolgens een hele lange winter wordt, want als je terugkomt is het verlangen alleen maar groter.

Ik reis met Jac van Looy mee naar Italië, waar hij het niet naar zin heeft. Hij vindt Rome te druk, te heet en de zon hindert hem voortdurend bij het werk. Hij mag in de Sixtijnse kapel op de steiger een deel van de plafondschildering van Michelangelo naschilderen, namelijk de ‘Sibila Delfica.’ Als ik haar opsnor op internet, ben ik diep onder de indruk van de helderheid en de kracht die de beeltenis uitstraalt. De vraag is of Rome ook op ons gezamenlijke lijst van te bezoeken steden moet.

Zo is er nog genoeg schoonheid te genieten al is reizen in het boek wel heerlijk rustgevend en een mooi en kabbelend begin van de dag.

Overpeinzingen

De juiste tegenhang

Een mooie hoopvolle quote die ik tegenkom ergens op internet: ‘Sommige dansen in de regen en anderen worden enkel nat’. Het blijkt uit de koker te komen van de makers van het spel en de scheurkalender ‘Vertellis’. Wat is over het algemeen je relaties met je emoties, staat er als vraag bij. Mogen ze er zijn of durf je ze moeilijk toe te laten.

Iets om even diep en zuiver over na te denken. Ik ben sentimenteel, vind ik zelf, en gauw geraakt door ontroerende verhalen, hetzij bij een aangrijpende film of bij het lezen van een woord, een zin, een boek, en door verhalen door anderen verteld. Maar het zijn ook de kleine onverwachte momenten die diep kunnen raken. Een nietige tere bloem tussen de tegels, de kleine hand in jouw grote van een baby, een eerste grijze haar, de schaterlach van een van de kinderen, een verward hoofd van lief als ie buiten heeft gewerkt, een liedje van vroeger, een herinnering die zich aandient, zoals gisteren met de Smac en de macaroni, een vergeelde foto. Kinderen in het algemeen en die van mij in bijzonder roeren me altijd.

Vroeger vond ik het vervelend dat ik te pas en te onpas vol schoot. Een gedicht van Sinterklaas, een cadeau van de kinderen, een lieve brief of kaart die voorgelezen moest worden, ontlokten steevast een vloed aan tranen. Als ik moest vertellen wat er zo goed was aan ons Jenaplan-onderwijs idem dito. Ik kon de passie niet vertalen naar een nuchter verslag. Er was nooit de vraag of ik het wilde of niet, of ik de emoties toeliet of niet, het was er gewoon. Het hoort bij mijn beleving.

Zo was ik ook diep onder de indruk van het verhaal in ‘De Verwondering’ van Bas Moeyaert. Hij vertelde in zijn gesprek met Annemieke Schrijver, dat hij, als jongste van de zeven broers, de vlieg op de muur werd. Hij was degene die alles observeerde, die luisterde naar wat er gezegd werd. Kalm, rustig, onopvallend. Hij had van te voren bij Annemiek een tekstje ingeleverd. Ze had hem gevraagd om dat te doen. Van alles wat hij heeft geschreven en gedicht koos hij een klein citaat van Judith Herzberg uit de kameropera ‘Merg’.

‘Stel je voor, De wereld is leeg en jij bent in je dooie eentje, het enige dat je bezit, is een roodgeaderd kiezelsteentje’.

Het is zijn graadmeter geworden. Als mensen bij zo’n gedicht reageren met bijvoorbeeld: ‘Ja? En toen? noemt hij ze mensen, die iets missen. Bijvoorbeeld een bepaalde gevoeligheid, de dunne huid, de verwondering die deze eenvoudige woorden op kunnen roepen. Zo’n roodgeaderd kiezelsteentje bijvoorbeeld. Ik weet wat hij bedoelt. Ik had het al in mijn hand liggen voor ik het uitgelezen had. Zo werkt dat in een hoofd vol verbeelding.

Als kind was hij een dromer, bezat ook een hele eigen wereld in zijn hoofd. Om het alleen-zijn op te heffen had hij een klein potje, waar vroeger de rouge van zijn moeder in had gezeten en dat nu gevuld was met een paar atributen. Tijdens het gesprek haalde hij ze te voorschijn en legde uit dat die, toen hij opgroeide, van belang waren. Een doosje met een kiezeltje, een melktand(eigenlijk al zijn melktandjes)en een kalmeringspilletje van zijn moeder, dat hij als zijn pilletje voor de dood beschouwde. Niet omdat hij daar zo mee bezig was, maar meer als geruststelling. Het maakte hem kalm in de wetenschap nooit alleen te zijn. Later vond hij een steen op het strand met een holte, waar precies de duim in paste. Ook dat was troostrijk. Een toevlucht noemde Annemiek het. Iets wat hij kon beamen.

Hij is in het gesprek bedachtzaam en geeft weloverwogen antwoorden. Schroomt ook niet om na te denken zodat er een stilte valt en wat hij zegt, raakt me. Wat een mooie man en wat wonderlijk dat ik nooit iets van hem gelezen heb. Maar wat goed dat er ruimte voor deze fijne mensen wordt gemaakt in dit soort fantastische programma’s. Inspiratie voor het leven en voor de wereld van nu is dat zelfs de juiste tegenhang.

Overpeinzingen

Genoeglijkheid kent geen tijd

En weer een dag om naar binnen te keren. Ik hou ervan. Zittend aan de keukentafel, om half een even schilderen, het lukt zowaar een beetje, en daarna schrijven aan de eenvoudige keukentafel met uitzicht op het prieel. Er scharrelt geen egel meer rond, de vogelteller vond slechts een koolmezengeluidje, de zaag van de buurman zaagt koortsachtig het winterhout tot een grote stapel en ik bewonder de roerloosheid van de natuur. Ze maakt zich op maar ook diep van binnen. De laatste kardinaalmutsen spelen ton sur ton met hun bladeren maar winnen in roze tinten glansrijk de meest opvallende rol. De hortensia kleurt dapper mee. De verdorde druiven huilen aan de ranken, insecten zijn inmiddels op de vlucht geslagen. Voor zolang het duurt want na woensdag wordt het weer veel warmer, belooft de app.

Vrijdag vond ik bij het boodschappen doen een blikje smac. Het heet hier ‘reggeli szertesvagdalt’. Het was dat mooie hoge blikje van vroeger met een sleuteltje om het open te maken en dat even zo vrolijk ook makkelijk mis kan gaan, omdat je het kapot trekt. Ik moet aan mijn moeder denken en aan mijn jongste zoon. Mijn moeder maakte dikwijls macaroni klaar met heel veel gebakken uien en kleine blokjes gebakken smac in de kerrie. Dat roerde ze door de macaroni en klaar was die heerlijkheid. De jongste vind het het lekkerste wat er is. Omdat we minieme vleeseters zijn geworden eten we het nog maar sporadisch, maar soms, als het idee eenmaal geboren is door het zien van zo’n blik, dan kan ik er niet meer om heen. Vanavond dus.

Wat een verademing. Even tot hier is terug, met hun cynische en soms scherpe commentaar op de gebeurtenissen van de afgelopen week. Het doet me deugd om weer een ander geluid te horen dan de ellende die ons de laatste weken overspoelt. Bezieling en op het scherp van de snede. Ik hou ervan.

In de verwondering van Annemiek Schrijver heeft Annemiek Schrijver een gesprek met Bart Moeyaert, ook een schrijver, maar dan anders. Hij vertelt een verhaal over het weekend dat hij met zijn moeder naar Parijs ging. Daar gaat ook zijn nieuwste autobiografische boek over. Ze vertrouwt hem toe, na een ontmoeting met een Amerikaanse dame, die de wereld over reist en lezingen geeft bij congressen, dat ze eigenlijk een ander leven had gewenst. Geen zeven kinderen, maar twee. En dan hetzelfde kunnen doen als die dame. Er zat verlangen in haar stem. Bart is de jongste van de zeven. Eerst vond hij het grappig wat ze zei, maar later besefte hij dat hij er dan niet geweest zou zijn. Hoe een boodschap binnen kan komen.

En toen…Kwam vriend van Lief langs. Hij had al een paar keer aan de grote buitenbel getrokken en was daarna op het raam gaan kloppen. Dat hoorde ik gelukkig wel in de keuken. Omdat Lief in de Datsja zat te lezen, had hij ook niets gehoord. Wat volgde was als vanouds een knusse middag met veel wederwaardigheden, ervaringen en politiek te over. Genoeg om te bespreken na de afgelopen weken. Daardoor werd het schrijven wel opgeschoven. Hij is er net vandoor. De smac-maaltijd wordt opgeschoven na alle snackjes van vanmiddag. Geen probleem. Vriendschap gaat voor de dagelijkse behoeftes. O ja. En hij wilde niet mee-eten. Want dat had met gemak gekund. Er is altijd genoeg voor veel. Genoeglijkheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Hoe het zou moeten zijn

Vanmorgen na het lezen en het Hongaars ben ik toch maar eerst weer gaan stoeien met het grote doek. Ik had ontdekt dat ik op de manier waarop ik een en ander had opgezet niet goed in de verhoudingen zou eindigen. En dan zit er maar een ding op. De Engelsen zeggen dat zo mooi: ‘Kill your darlings’. Inderdaad de oude man om zeep helpen en opnieuw beginnen. Sorry mijn beste. Ik moest wel vroeg gaan schilderen, want gisteren wilde ik na het boodschappen doen nog wat poetsen, maar toen werd het al veel te donker. Op de een of andere manier valt hier het duister sneller in. Mijn opzet was een geslaagde poging en het lukte al beter. Meer gelaagdheid, meer kleur.

Lief en ik kijken in de avond de serie Attiya op Netflix. Het is een bijzondere serie die door de tijden heen reist. De hoofdpersonen zijn hetzelfde, maar de ontmoetingen per serie zijn in een ander tijdsgewricht. Namen veranderen, relaties veranderen alleen de hoofdpersoon Attiya is dezelfde. Ze is een kunstenares uit Istanboel die door haar verleden en heden reist en de universele geheimen ontdekt van een Anatolische archeologische site. Het verhaal is gebaseerd op een roman van Sengul Boybas. We genieten er erg van. Als je van tijdreizen houdt en de diepste geheimen van wat het leven zou kunnen zijn, is het een aanrader.

Lief leest ‘Morele ambitie’ van Bregman. Dat doet hij op de Datsja met zicht op zijn geliefde buiten. Ik zit in deze koude, het is nu ook grijs en vochtig hier, liever in de keuken bij de verwarming na twee uur schilderen. Daarna zijn mijn vingers te stram. Er is verwarming maar ik wil de deur open, vanwege het natuurlijke licht.

Buurman maakt maar weer eens een huisje erbij op zijn erf. Het lijkt een soort kweekkastje te worden, het geraamte staat er al. Hij heeft duidelijk geen timmermansoog, want het dak staat nu al scheef. Vermoedelijk wil hij zijn sokkippen in de winter onderbrengen. Wel heel fijn voor ze, lijkt me.

Volgende week gaat het in de nacht een paar graadjes vriezen, maar overdag is er dan toch weer 14 graden voorspeld. We gaan het zien en beleven.

Vandaag is kleindochter alweer zeven geworden. Vorig jaar heb ik op haar kinderfeestje nog een workshop schilderen gegeven. Helaas zijn we er nu niet bij. Er is wel een kaart met een cadeautje onderweg. Nu maar duimen dat het ook echt vandaag bezorgd wordt.

Ik keek volle zalen terug waarbij Cornald Maas met Sanne Wallis de Vries op stap gaat. Eerst in Alphen aan de Rijn waar ze tot haar 18e woonde en daarna in Amsterdam, waar ze een opleiding volgt aan de theateropleiding van Selma Susanna. En daar voelde ze zich direct helemaal op haar plek. Haar ontwikkelingen lopen ze door, waarin vooral de veelzijdigheid blijkt. Ze zingt, ze danst, ze speelt grote rollen inn klassiekers als ‘Who is Afraid of Virginia Woolf’ en is de hoofdzuster in de musical ‘Sisteract en trekt nog steeds volle zalen met haar cabaretavonden. Als Cornald Maas haar vraagt of ze goed in haar vel zit, kan ze dat met volle overtuiging beamen.

Wat fijn als je dat op je hoogtepunt van jezelf kan zeggen. Ze heeft zichzelf volledig geacepteerd met al haar bijzondere kanten en dat is toch hoe het zou moeten zijn.