Overpeinzingen

Dat gun ik haar van harte

Ruimte te over in het grote bed. Gisteren nog kilometers ver weg en nu hier met de zon op het raam, de lichte gordijnen. Een tijdvretertje gisteren en een lanterfanter vandaag. Het was al met al wel weer een ervaring. In Amersfoort zei een blikken stem op het allerlaatste nippertje dat de passagiers voor Utrecht moesten blijven zitten tot Hilversum en daar overstappen. Ik ging weer terug naar mijn plaats, maar toen ik net uitgepeld was, reed de trein naar Den Haag alsnog binnen. Drommen mensen ervoor. ‘Dan maar Hilversum’ werd het idee. Het klonk lekker dichtbij en dat was het ook. Al moest er daar wel twintig minuten gewacht worden. Het was even wennen aan de mierenhoop die Utrecht Centraal heet. Op de een of andere manier is het daar drukker dan dat enorme Bahnhof in Berlijn. De menigte is daar meer verspreid, dus oogt het minder druk.

Licht gedesoriënteerd liep ik naar de verkeerde uitgang, rechtsomkeer en een extra wandeling, maar de bus kwam net aanrijden, perfect dus. Het laatste stukje lopen, de vier trappen naar mijn vesting en eindelijk kon ik in mijn hoekje van de bank duiken én van vermoeidheid in een diepe slaap vallen. Dat was te verwachten na al die opgedane indrukken. Ik moet zeggen dat, als treinen eenmaal gaan, het heerlijk reizen is, maar de lichte ontberingen van de eerste dag galmen na. Lief appte dat hij bijna in Pecs is. Nog even en dan kan hij de Hof weer binnen stappen. Ik kijk alvast uit naar de foto’s.

Een minpuntje in Berlijn waren de vasthoudende zogenaamde straatnieuws-verkopers. Het principe juich ik toe en spijtig dat het nodig is, maar hun methoden waren een beetje gewiekst. Bij de een die zei wisselgeld te hebben en achteraf op mijn tientje met wat munten te komen, was een ander fluks achter mij gelopen en hield snel zijn bekertje op voor de munten. Het krantje dat ik in handen geduwd kreeg bleek een Koreaans vod. Te weekhartig ben ik in dat soort gevallen. Het diende wel goed als methode om dezelfde bedelaars(drie in getal)tientallen keren af te schudden op het perron waar we nog een uurtje zaten te wachten.

Er staat tegenover dat de conducteurs tot twee maal toe een chocolaatje aan hun lievelingsgasten kwamen uitdelen. Tenminste dat stond op de lekkernij. ‘Lieblingsgast’. Allerliefst dus en totaal onverwacht. Tel je zegeningen.

Nou lieve schone zoon, die zoen is er gekomen hoor. Afscheid nemen was moeilijk, maar door de hectiek van het rennen naar de juiste wagon was de romantiek van het moment in een oogwenk voorbij. Van de weeromstuit geen foto’s genomen.

Het boek ‘Ik ben een eiland‘ is de juiste literatuur op zo’n reis. Het is een verhaal met de meest onverwachte wendingen en gebeurtenissen, waardoor je zo snel mogelijk door wil lezen en terwijl de kilometers onder me vandaan vlogen, vlogen de ogen over de zinnen. Goeie genade. Af en toe even wegkijken over de vredige weilanden met grazend vee, herten en hazen om op adem te komen en dan weer door. Daarbij bleef ik me afvragen waarom de schrijfster die strijd was aangegaan en waarom ze zich soms zo klein maakt. Dat je er woorden voor nodig hebt om een en ander te verwerken, snap ik als geen ander. Misschien worden de kaarten als bij toverslag beter geschud. Dat gun ik haar van harte.

Overpeinzingen

Eerst mijn talenknobbel aanspreken

Nadat we woensdag in de Fasanenstrasse waren aangekomen besloten we nog een afzakkertje te halen. Borrelhapjes, zo leerden we al snel, kennen ze niet zo, maar we mochten in restaurant het Schildpad-schild’, vrij vertaald, wel een klein hapje bestellen. Nou vooruit Lief had nog wel een gaatje voor een schnitzel en ik nam er de extra patat bij. De vrouw die ons bediende was vrij stuurs, type ‘Niet lullen maar poetsen’, excusez le mot. Ze bleef in staccato syllaben spreken of met een ja of nee antwoorden. Geen overbodige versiering graag. Er stond jaren vijftig muziek op en aan de wand hingen oude foto’s van lang vergane glorie-sterren. Eigenlijk was het een ouderwetse bruine kroeg, compleet met de lange toog en balken aan het plafond. Alle tafeltjes waren eigenlijk gereserveerd en voor ons was slechts een half uurtje ingeruimd. Geen probleem. We waren moe van alle indrukken en wilden ook graag naar onze kamer. De patatjes waren van goud qua smaak en kleur. De Schnitzel was wel heel erg platgeslagen.

De volgende ochtend waren we bijtijds in de benen. Het ochtendritueel, de boel aan kant, alles controleren en uitchecken. De taxi was er binnen vijf minuten en met ware doodsverachting stortte de chauffeur zich op de drukte in het verkeer dat vooral bij Das Hauptbahnhof ongedurige vormen aan nam. Opstoppingen en afsluitingen zorgde voor langdurige claxon-concerten, de een nog harder en scheller dan de ander, er werden zelfs vuisten geheven voor opengedraaide raampjes en geschreeuwd. Stoïcijns stopte de chauffeur abrupt voor de achteringang en ondanks het gejeremieer nam hij ruim de tijd voor de afrekening en de bagage.

Op het station was het even zoeken. Het is een enorme Bahnhof maar met duidelijke en herkenbare structuur. Informatie over een eventuele vertraging leidde tot een ontkenning en met de heenrit nog in ons achterhoofd konden we opgelucht adem halen. Jottem, in een keer van hier naar Amersfoort. Dat is een feest op zich. Of gaat het op het laatste moment nog fout. We worden naar een ander spoor gedirigeerd, gelukkig direct naast dat van ons en dan blijken de wagons eerste klas helemaal achteraan te zijn en moeten we in snel tempo de kilometerslange trein aflopen, in de voorlaatste stap ik in en ga binnendoor nog naar mijn eigen coupe. Stoel 36 zit aan een raam met een tafeltje in het midden. Eindelijk.

Lief zwaait uit na een warme knuffel. Schone zoon appt ‘Partir c’est mourier un peu’, maar wie had gedacht dat jullie nog eens zoenend afscheid zouden nemen op een treinstation in Berlijn’. Ja romantisch. Daar zit minstens een mooi verhaal, zo niet een boek in. En het is waar. Het is helemaal waar. Wie had dat ooit gedacht. De reis verloopt voorspoedig en er is zowaar al een controle geweest. In mijn coupé zitten mensen zo oud als mijn kinderen en ze zijn, net als ik, allemaal aan het werk op een laptop. Zwijgzaamheid ten top. Het kan anders, hoor ik in de coupé naast de onze. Daar weven de kinderstemmetjes zich met het geruis en gesuis van de wielen op het ritme van kedeng kedeng.

Terugkijkend op deze dagen in Berlijn kan ik niet anders dan constateren, dat we dit soort ondernemingen vaker willen doen. Het is enerverend, dat wel, maar aan de andere kant werkt het enorm inspirerend. Er vormen zich allemaal nieuwe ideeën in het hoofd. Natuurlijk willen we nog meer zien van Berlijn, maar er zijn ook nog zoveel andere steden die we niet kennen. ‘Ben je wel eens in Praag geweest’, vraagt Lief. En stiekem weet ik dan allang waar de volgende stedentrip naar toe zal gaan. Eerst mijn talenknobbel aanspreken.

Overpeinzingen

Daar kom je toch het verst mee

De halte waar we moesten zijn was ook weer bij de zoo, maar kennelijk waren we aan de andere kant uitgestapt en moesten nog zo’n 30 minuten lopen. De omstandigheden, invallende duister, verdwenen zon, ijskoude wind en gladdigheid zorgden voor een dubbele inspanning. Toen we ook nog wat te ver doorgelopen waren en terug moesten sloeg de vermoeidheid in de benen. Terwijl we nog onze lange straat uit moesten lopen naar het hotel, vonden we gelukkig een klein Thai. We mochten bij het raam en het was er heerlijk warm en knus. Huiselijker kon niet. Daar bde alles aan vermoeidheden weg. Achteraf bleken we 9000 stappen te hebben gelopen. Een pittige opgave zonder all te veel zuurstof in de longen.

We zouden vast en zeker slapen als een blok, maar eerst het eerste deel schrijven en dan pas onder zeil. Helaas. De buur naast ons vond kennelijk de sleutels een kwelling, want daar ging hij luidruchtig mee te keer, alsof hij daar alle deuren van de gang voor nodig had. Niet erg in een vroege avond, maar het was kwart over één ‘s nachts en ik was daardoor klaarwakker. ‘Ogen dicht dan rust je ook,’ zei mijn moeder altijd. Na zuchten en draaien maar wel met de ogen dicht maar zonder resultaat besloot ik wat Hongaars door te nemen, totdat ik weer om zou vallen.

De volgende ochtend bedachten we het echt kalmer aan te doen. We hadden de werking van de U-lijn goed bestudeerd en begrepen en konden met de tomtom in de hand moeiteloos voort. Rond twaalf uur stapten we de U-baan in en om kwart over konden we uitstappen op loopafstand van het Holocaust monument. Indrukwekkende omstandigheden zetten de beleving extra op scherp. Het was koud, het was glad op de paadjes tussen de stenen, maar het was vooral de hele sfeer die de beleving zo intens maakte. IJstranen aan de grote grijze blokken gingen met mijn verbeelding op de loop.

Even daarvoor hadden we het stuk besneeuwde muur gezien met een aangrijpende beeldengroep op de kop, helaas achter tralies maar daardoor wel overdekt met maagdelijke sneeuw. Unter den Linden, Brandenburger Tor, het monument, de Reichstag met het aangrenzende enorme park ‘De Tiergarten’ met zijn monumenten voor de Roma en de Sinti, de Homosexuelen en de gevallenen van de muur, die tevergeefs van Oost naar West wilden vluchten, zorgde voor bezinning en overpeinzingen. De zon maakte dat alles met een diepe laag herdenking in kracht werd gegoten. Historische grond onder de voeten geeft toch een extra dimensie aan het geheel. Hier heeft de tijd geschiedenis geschreven, iets waar de mensheid eigenlijk lering uit had moeten trekken. De teleurstelling ten top van dit moment.

Vlak achter de Brandenburger Tor zat een Italiaans restaurant en het zag er aantrekkelijk, want een tikkeltje studentikoos, uit. Het zou niet gek zijn om hier een vorkje te prikken. Casa di Mama deed haar naam eer aan. De koks uit de keuken hadden goed naar hun moeders geluisterd. Voortreffelijke pastagerechten, vers gemaakt met de juiste basis van Olijfolie, knoflook, peper en zout, afgetopt met wat er aan keuzemogelijkheden waren en de meest heerlijke pizza.s, af te lezen aan het smulgehalte waar de meeste mensen deze heerlijkheden verorberden. Gemoedelijk gepraat, lachsalvo’s en zeer vriendelijk maar ook bedrijvig personeel. Achter de drankenbar stond een jongen met de meest mooie opgekrulde snor ooit en een oorring in zijn linkeroor. Schitterende bruine ogen, als kool. Ik maakte hem een compliment over zijn snor en hij vond mij een honorable person. Een van die piepkleine blije momenten.

Via de Potsdamer Platz zochten we de U-baan op en zo gingen we opnieuw op hotel aan. Met een kleine vergissing in de haltes, maar ook met nuchter wikken en wegen. Daar kom je toch het verst mee.

Overpeinzingen

Dit komen en gaan

Gisteren kwamen we om acht uur aan op ‘Der Hauptbahnhof’ en om twee over reed een taxichauffeur van weinig woorden ons richting de Fasanenstrasse en zette ons midden op straat af voor het hotel. Klasse. Vriendelijke jonge gerant, supermarkt om de hoek en de avond kon beginnen. Maar echt niet voor al te lang. De moeheid sloeg tot in de kleinste vezels toe. Ruim tien uur onderweg geweest was zelfs het vege lijf teveel van het goede. Rond een uur of tien zakten de oogjes onder zeil.

Als een roosje en verkwikt werden we wakker. Dat was wonderlijk voor een eerste nacht in een vreemd bed. Het was de stilte, wisten we allebei. Dit hotel muntte uit in zwijgende muren, geen geluiden van de straat of van de buren, maar een rijk aan geluidloosheid.

Het programma voor deze dag was al gauw gemaakt. Eerst de dierentuin, die op loopafstand was en daarna museum-insel, waar vijf musea op een eiland in de Spree om de aandacht streden. De wandeling naar de Zoo, de oudste in Duitsland, was goed te doen. Het was eigenlijk heel bijzonder. En omdat er sneeuw lag en omdat we dieren zagen, die we nog niet vaak van dichtbij hadden meegemaakt. De tweelingpanda bijvoorbeeld, de neushoorn in vol ornaat, mannetje en vrouwtje, de tapir al neuzend naar voedsel, de grote roofvogels, havik of adelaar, en een giersoort. Natuurlijk zagen we nog veel meer, de nachtdieren, de katachtigen, de apen, waarbij we vooral de bonobo’s er nogal aangedaan uit vonden zien. We zijn altijd aan het zoeken naar aanvaarding omwille van het leerzaam vermogen en de leefbaarheid van deze prachtige leefbare wezens. Dat maakt dierentuinen dubbel. Maar wat een ontzag voelde ik voor de twee oerwezens, mijnheer en mevrouw neushoorn, met hun geschubde vellen. Imposant. Na een twijfelachtige Italiaanse brunch met uitzicht op de bloeiende kornoelje struiken was het tijd voor de volgende ontdekking. Met de metro of de stadslijn lukte niet een twee drie en na wat vijven en zessen en snerpende kou besloot Lief als eerste de verleidelijke taxi’s maar te nemen. Wat een zaligheid voor dat moment.

Bij het eiland waren de wegen afgesloten, dus hij zette ons vrij aan het begin af maar dat was helemaal prima want daar konden we ons vergapen aan de grootheden der aarde. Wat een gebouwen, wat een beelden en wat een weelde. Zoveel architectuur en schoonheid om ons heen. We liepen het ‘Alte National Galerie’ in met beelden uit de oudheid en Rodin en doeken met voornamelijk 19e eeuwse schilderkunst. Oh, alleen het gebouw al was de moeite meer dan waard. Korte rijen om binnen te komen en daarna een wereld van ongekend genot, veel mensen in alle soorten en maten, kunst te over, en banken in overvloed. Dat laatste was meer dan welkom. En om de kunst te bewonderen en om de mensen te observeren en tegelijk uit te rusten of wat belangrijker was, op adem te komen. Scholen die een rondleiding kregen van een jubelende vakdocent. Teeners nog die gniffelend soms wegdoken bij te veel bloot of te langdraderige verhalen. Een nerdie die er als de kippen bij was om met de leerkracht in conclaaf te gaan en zaalwachten die het stel met argusogen op de hielen benaderden.

Mijn grote voorkeur had Max Liebermann en zijn werk, maar de doeken van Manet, Degas, Monet en ook de mindere Goden als Couture, Courbet en Fritz von Uhde vielen op.

Rond vijf uur tolden onze hoofden. We besloten dat genoeg genoeg was en wandelden de rest van de Insel af, on oh’s en ah’s vervallend, om de grandeur die dit Berlijn ten toon spreidde. De dalende zon maakte het spectaculair mooier. Nog even hoofdbrekens over hoe thuis te komen, maar we snapten hoe de Stadsbaan werkte, door een vriendelijke meneer in weer zo’n hokje uitgelegd en vergaapten ons ondertussen aan de grootte van het station. Een wereld op zich, dit komen en gaan.

Overpeinzingen

En zo is dat

Ritje naar De Grijze stad. De naam doet wat somber aan maar het is een interessante mix van historische, culturele en geografische factoren die de stad vorm gaven. Berlijn dankt die bijnaam met name aan de historische achtergrond en de grijze combinatie van strijd en veerkracht die ze heeft getoond.

Het had even wat voeten in de aarde eer we op de juiste golflengte zaten met de NS-medewerkster aan wie we moesten vragen wat nu te doen, want onze treinen waren tot dan toe gecanceld. Ze mopperde wat en sputterde nog even dat we een paar uur later zouden zijn, maar kwam toch met een betere oplossing. Een trein naar Amersfoort en vandaar rechtstreeks naar Berlijn. Voor het gemak had ze niet naar de klasse gekeken dus nu hebben we twee stoelen tweede klas, in plaats van de betaalde eerste. In Amersfoort maar weer zo’n hokje opgezocht, met een goedlachse dame en meneer. Zij dachten met ons mee en vroegen ons straks aan de conducteur te melden hoe een en ander in elkaar stak. We moesten wel even anderhalf uur overbruggen. Maar ach, wat is tijd op de eeuwigheid.

Nu zitten we in een verwarmde Hopperiaanse wachtruimte en er is ruimte te over om alvast een stukje te schrijven. Straks in de trein komt er een vervolg. Het werkt minder makkelijk zonder tafeltje, maar dat mag de pet niet kreuken.

—————————————

De trein was wederom gecanceld, We konden wel naar Hengelo en daarna moesten we de trein pakken naar Osnabrück. Wachttijden tussendoor van een half uur tot een uur. Daar eindelijk de trein naar Berlijn. We zijn eerste klas gaan zitten, want daar hadden we voor betaald maar natuurlijk weten we niet of de stoel gereserveerd is ja of nee. Dat merken we wel als er een conducteur langs komt. Er zijn meer mensen die hun zinnen op Berlijn hebben gezet. Alle coupé’s zijn stampvol liggende, hangende en zittende mensen, al dan niet aan het slapen of werken.

Het was dus wel een reis met hindernissen en het schijnt op dit traject vaker voor te komen. Voor een volgende keer incalculeren dus. Nu hopen we dat het hotel ook een restaurantgedeelte heeft, want hier en daar knaagt er honger, ondanks de koek en zopie voor onderweg. Geduld is een schone zaak. In Osnabrück zochten we een klein koffietentje annex wachtruimte op en zodra je de deur open deed stapte je vijftig jaar terug in de tijd. Een rookkamer rechts en een bar annex kiosk links en drie mannen, twee op barkrukken aan het barretje en een bibberende oude man aan een tafeltje, een tikje morsig, met een of andere spierafwijking die de oorzaak leek te zijn van ongecontroleerde bibberaties.

Het voordeel van vandaag was dat de zon de hele reis uitbundig heeft geschenen én we bleven in beweging. Bovendien hadden we volgens onze schone zoon weer een dot aan nieuwe ervaringen opgedaan. En zo is dat.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Ineens vond ik mezelf terwijl ik het ietwat stoffige boekenkastje naast het bed aan het opruimen was. Stapeltje Zin tijdschriften, stapeltje Groene Amsterdammers, twee boeken met brieven van van Gogh, de biografie van Vasalis, een aantal Ateliers en de tao van Poeh, de dichtbundels van Menno Wigman en Henny Vrienten, om zo hier en daar eens door te kijken. Een mens verzamelt wat bij elkaar in korte tijd.

Ondertussen laat dochterlief de tips van hun Berlijnse visite en van haarzelf binnenstromen via de App. Van zoonlief krijg ik toch een iets grotere rugzak te leen en een powerbank. Of er in de trein mogelijkheden zijn om op te laden weet ik echt niet. Regeren is vooruitzien en zo zijn we zelfvoorzienend. Hoe laat we ongeveer aankomen wil het hotel weten. Ik schat in om een uur of vijf. Met al deze voorbereidingen sluipen er toch wat kriebels binnen, deels voor het grote onbekende en deels door het afscheid. De zon schijnt bemoedigend en sust het een en ander. ‘Alles sal reg kom.’

In een oude Zin vraagt Stef Bos zich af waarom we niet ruim baan maken voor mensen met passie in plaats van voor mensen met overtuigingen, denk aan politici, ze krijgen te veel ruimte en te veel aandacht. Ze schreeuwen ook het hardst. Richt je oren op het bescheiden gefluister om je heen. De waarom vraag van een kind, een leerkracht die haar pupillen op waarde schat, een bewonderaar van korstmossen, de vogelkenner in je buurt, de oude man die leunend op zijn schoffeltje de tuin bezingt. Hoor hoe de liefde waarmee ze aan het vertellen slaan rechtstreeks binnen komt. Ik denk dat we juist naar die passie, dat vuur verlangen en er over willen lezen en schrijven. Alles wat diep van binnen verguld is van dat wat we bewonderen is zó de moeite waard. Stef schrijft boven aan de column ‘Het sluimerende pessimisme heeft een tegengif nodig’,’ en zo voelt het ook. Laten we social media vullen met de kleine mooie dingen om ons heen, iets om massaal te delen.

Een mooie manier om schoonheid te omarmen zijn de programma’s van Close-up. De laatste aflevering die ik in de herhaling zag, was het leven en werk van kunstenaar He Duoling. Je ziet hem als hij bezig is om de boom of een struik in zijn tuin te tekenen, de zoveelste versie ervan. Een van zijn frèle vrouwfiguren staat er tegenover en kijkt peinzend en beschouwend omhoog. Het kan niet anders of onmiddellijk slaat het brein aan het fantaseren over wat ze daar ontwaart, gedachten vullen zich met haar vermeende gedachten. He Duoling schildert niet, hij danst over zijn doek. Zijn brede kwast beroert het canvas bijna lichtvoetig, helemaal als hij zijn waaierpenseel pakt om de laatste lichte toetsen te zetten.

De sfeer op het doek is mystiek en feeëriek, zijn vrouwen haast doorschijnend. Hij laat grote delen wit, iets wat hier in het Westen nauwelijks te doen gebruikelijk is. Het principe van het weglaten van de overbodige hoeveelheid, de franje, de wolligheid waarmee de kracht ontnomen wordt aan het beeld of het verhaal. Zijn manier van inleven, het verplaatsen in de schoonheid van de boom of van een bloem vertelt me veel van de bezinning waarmee hij in het leven staat. Bewust beleven. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Elke dag een Valentijn

De schoenlapper had zijn beste beentje voorgezet en de kloffies zo lang als mogelijk op het oprek-apparaat laten zitten. Pas toen we ze kwamen halen, gingen ze eraf. Lief had een schoenmakerij al tijden niet meer van binnen gezien en was verrukt van de nauwelijks veranderde hulpmiddelen. Dat was ik van de vriendelijkheid van deze jonge gestaag doorwerkende schoenmaker. We wensten elkaar een hele fijne dag toe.

Met verbazing hadden we op de heenweg al de drommen pubers voor de patatzaak gezien, maar nu zette de eigenaar zelfs dranghekken neer om het allemaal in goede banen te leiden, want het aantal groeide en groeide. Luid kwakend stonden ze op hun puntzakken patat te wachten. Zou dat elke vrijdag vaste prik zijn?

In mijn puberteit werkte ik bij een automatiek aan het Willem Van Noortplein. Ik was 15 en opstandig. We kregen geen geld, dus ik probeerde zo een zakcentje bij te verdienen. Elke zaterdag de hele dag en doordeweeks na school tot een uur of acht. De oude eigenaar zat op zijn centen, vonden wij. Hij had ook een slagerij aan de automatiek vast en daarnaast nog een drogisterij. De zolder die doorliep boven de winkels was spannend, deels drogisterij-magazijn en deels opslag voor automatiek en slager. Vrienden kwamen langs op woensdagmiddag of op zaterdag en die kregen van mij gratis patat met heel veel mayonaise. Dat mocht niet. Een ons afwegen en de trekker boven de emmer mayo een keer uittrekken was voldoende, naar de mening van de oude. Dus het was met regelmaat lekker druk, maar of er veel geld in het laatje kwam, waag ik te betwijfelen. Aan de andere kant liet hij ons de eerste weken eten wat we wilden, totdat we verzadigd van de vettigheid nauwelijks nog een patatje namen. Slim bedacht.

We moesten de slagerij aan het eind van de dag eveneens schoon maken. Dan begonnen we vrij vroeg in de middag al met spiritus. Daar kon de beste man niet tegen en ging alvast op huis aan, terwijl Jan met de klompen de slagerij alleen verder runde. Op dat soort dagen was het feest in de tent.

Lief en ik besloten te gaan wandelen in het Verdronken Bos. Het zat mee, want toen we uitstapten, was er aan de ene kant een dreigende blauwgrijze donkere lucht en aan de andere kant scheen de zon. Die zon straalde precies boven de vlonder en het spiegelende water, streek de rietpluimen tot goud en zorgde voor prachtige contrasten. Dit was de schoonheid waaruit nog altijd hoop te putten viel. ‘Hoop is waar we naar moeten zoeken,’ vond lief. ‘Laat het geloof maar zitten. Ik geloof in de hoop.’ Het was een van die subtiele zinspelingen waarmee hij altijd weer mijn hart wist te beroeren. Oude zielen zijn grote wijzen.

We stonden met regelmaat stil op die vlonder en ademden de sfeer van de imperfectie, die zo ten grondslag lag aan de schoonheid ervan. De afgekloven geknapte boomstammen spiegelend in het water, bemost en met schimmels. Twee voor de prijs van een, omgetoverd tot een scala van kleuren in die late zonne-noen. Noen is in de Egyptische mythologie tevens de aanduiding voor het Oerwater en nu, hier ter plekke, viel alles wonderbaarlijk samen. Een verstilde wandeling door de schoonheid.

We besloten een hapje te eten met uitzicht op het achterland van dit gebied, het juiste slotaccoord voor een heerlijke middag. Lief trakteerde, omdat tot nu toe elke dag een Valentijn bleek te zijn.

Overpeinzingen

Het summum van leuk

Lief vraagt zich af of zijn dikke parka wel in de koffer past. Maar hij heeft in Hongarije al het nodige aan kleding, dus ik denk dat het niet zo’n probleem is. Nodig is het wel want het is er nog altijd enkele graden onder nul. Pas aan het eind van de maand lopen de temperaturen weer op. Berlijn belooft zelfs nog kouder te worden en hier krijgen we daar een slap aftreksel van. Buienradar blijft handig, ook al zijn we op alles voorbereid. Laagjes, laagjes is het toverwoord.

Gisteren kwam er een boodschap van nicht langs over het wel en wee van de familie. Ze liet via haar zoon vragen of we allemaal nog gezond waren. Deze lieve krasse tante(nicht)is al 97 jaar. Ze ziet er erg broos uit, maar dat is op zo’n leeftijd niet verwonderlijk natuurlijk.

Nesjomme was er nog niet in de thuisbios, jammer, jammer en bij de filmhuizen vonden we ook niet direct een film die ons nog aansprak. Maar de zon schijnt dus ligt er een wandelingetje in het verschiet, dat is ook voldoende. Wel eerst mijn kloffies ophalen, die naar ik hoop, nergens meer pijnpunten opleveren. We keken gisteren de film Nr 24, ook een film over de oorlog, maar in dit geval over de Noorse verzetsheld Gunnar Sønsteby, die de bezetting door de Duitsers niet kon verkroppen en in het verzet ging. Prachtige beelden streelden ons oog. Die heerlijke Noorse natuur. Het was een mooie vervanging. Nesjomme zal later alsnog te verkrijgen zijn. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

‘Nabijheid heelt onze ziel’ schrijft Annemiek Schrijver in haar column. Ze haalt twee Poolse mannen aan die een ruit komen zetten en aan haar vragen of ze er bezwaar tegen heeft als ze samen in het Pools communiceren. Ze is onder de indruk van hun beleefdheid en de mannen op hun beurt weer van haar vriendelijkheid. In de bus heeft ze ook contact met deze en gene. Een gewezen kerstboom ligt op haar pad en de achteloosheid van het wegsmijten raakt haar. Over nabijheid zegt ze: Terwijl de lente nog moet komen, liggen de vruchten al voor het oprapen, tenminste als je er oog voor en lol in hebt.

Ik stel Lief voor in plaats van de film naar Het verdronken land te gaan. Een vorm van nabijheid die je wel eerst even op moet zoeken. Het is voor mijn huidige stemming de entourage die zal koesteren en wiegen. De komende fijne dagen, maar ook het naderende afscheid zorgen voor een omslag. Het is niet erg, want alles wat er daarna komt zal ook fijn zijn om te ondervinden en beleven. Voor beiden op een andere plek, maar het wonderlijke is dat de nabijheid van de Hof in mijn hart zit en omgekeerd geldt dat voor Lief even zeer.

Als ik hier door de natuur loop, loop ik altijd ook daar, zie de kleine prunussen in hun onschuldige kringetje op hun dunne kousebenen(Vasalis) hun lentekleed uitrollen, de rode Acer, de twee ritselende berken. Ik zal Lief manen om de klaprozenzaden uit te strooien en zelf neem ik alles aan zaad mee naar de tuin, waar gesnoeid moet worden en gezaaid. Immers, wie zaait zal oogsten. Hier en daar, beiden nabijheid. Het heeft met afstand niets te maken. Hé, dat zingt Bløf ook in het nummer Omarm me. ‘Hoe ver je gaat heeft met afstand niets te maken. Hoogstens met de tijd…’

Precies en die tijd beidt. Onze tijd komt straks weer. Er zijn heerlijke reizen en ontmoetingen in het vooruitzicht. Mijn lieve Tweelingnicht appte dat zij en haar man graag langs willen komen eind augustus om ons te bezoeken en om er twee weken te gaan fietsen. Fantastisch. Het logeerbed staat klaar. Én er valt een feest te vieren, want we zijn dan alle twee jarig, het summum van leuk.

Overpeinzingen

Dit graantje pikken we graag nog mee

Wat te doen met drie of vier dagen Harira in het vooruitzicht. Dan breng je er natuurlijk een creatieve variatie in aan zodat het niet een tegen heug en meug nuttigen wordt. Omdat het bijna zo dik was als een mooie saus kwam ik met spinazie lasagnebladen en een rulle vega gehakt met ui heel ver. Parmezaan erover, mozzarella en ziedaar. Een heerlijk hapje dat niets meer weg had van zijn oudste broer. Uit de losse pols en het creatieve brein.

Er zijn wat problemen met het verschijnen van mijn site op de reader van WordPress. Ik heb alles goed bekeken maar kom er nog niet uit waar het fout gaat. Kalmte zal U redden en geduld nog veel meer.

Gisteren ben ik voor het eerst sinds heel lang weer bij een schoenmaker naar binnen gestapt. Wat een mooi en nobel beroep is dat toch. Mijn kloffies knelden na een jaar inlopen nog steeds bij mijn kleine teentjes en aangezien we er in Berlijn vermoedelijk een wandelmarathon van maken, is een beetje ruimte in de schoen aanzienlijk prettiger. Vrijdag klaar à raison de 9 euro. Die paar centen hadden me al heel wat leed kunnen besparen, maar nu zal het helemaal een deugd zijn. Lijden stut die dankbaarheid.

Zoonlief belde en hij kwam even aanwippen om Lief gedag te zeggen, nu hij straks weer een paar maanden hier niet is. Met de kleine njong natuurlijk, die zich, zoals altijd opperbest vermaakte met de autootjes in het rieten mandje en met zijn pluchen bal. Tweebenig vooralsnog, maar dat kan ook niet anders met zo’n voetbalvader. De buurman stak zijn hoofd nog even om de voordeur toen hij ons op de galerij afscheid hoorde nemen en verbolgen maakte hij gewag van het feit dat er gisterenavond iemand op zijn invalideplek had geparkeerd. Ik moest gelijk denken aan die straat in de Schildersbuurt in Den Haag, waar maar liefst 48 invalideplaatsen zijn vergeven. Lief en ik hadden al tegen elkaar gezegd dat er een zeer meelevende ambtenaar in den Haag aan het werk was, want zouden er echt 48 invaliden in een straat wonen? Ik vermoed dat, als je zielig genoeg kan doen, het al bijna in de pocket is. Of ben ik nu te slecht van vertrouwen. Vervelend was het wel voor de buurman, want op zijn klacht kwam de politie niet in actie. Ten einde raad heeft hij toen maar het kenteken door gegeven.

In de laatste biografie-club bespraken we filmtips. Een van die tips was de documentaire ‘Nesjomme’ een film van Sandra Beerends, een aanrader volgens drie van de vijf dames. Ik had hem nog niet langs zien komen, maar achteraf gezien stond hij al wel met een aankondiging in de groene Amsterdammer van 30 januari op de achterflap. Altijd alles helemaal lezen dus, tot de achterkant aan toe. Leerpuntje. Hij draait morgen om kwart over twaalf nog in de Slachtstraat. Dat is iets of wat te vroeg voor mooi, maar tot mijn grote vreugde zag ik ook dat ik de film in de thuisbioscoop kan huren. Gaan we doen. Stukken eenvoudiger.

Het is een film die een fictief persoon in brieven aan haar broer Max in Indië vertelt over haar leven, haar misjpooche en haar stad Amsterdam aan de hand van talloze zwart/witte archieffilms vanaf 1918. Nesjomme is Jiddisch voor Ziel, Gevoel, betrokkenheid. Wat ik op de trailer heb gezien is al indrukwekkend. Dit graantje pikken we graag nog mee.

Overpeinzingen

Het één ontlokt het ander

Berlijn komt dichterbij. We speuren wat rond op internet om te kijken wat we niet moeten missen. We bestuderen de beroemde gebouwen maar ook de mindere Goden, niet zelden kleine juweeltjes, zoals de Art4 Berlin galerie of de Arminius Markthalle. Beetje los van de geijkte bezienswaardigheden zou leuk zijn. Vooralsnog geeft de buienradar twee dagen volop zon en een dag half bewolkt. Donderdag nemen we afscheid van elkaar en reist Lief met de nachttrein naar Budapest en ik terug naar hier. Dat zal wennen zijn. Twee weken later wordt goede ‘ouwe’ witte Truus ingewisseld voor zwarte Agaath. We zijn benieuwd. Dan nog een maand voor de kinderen en de te lezen boeken en dan mag ik opnieuw en route.

Naar de treinreis ben ik ook benieuwd. In de jaren zeventig gingen we regelmatig met de NBBS op vakantie, studenten-treinreizen door heel Europa en verbleven onder de meest primitieve omstandigheden in het buitenland. Nu reizen we eersteklas en hebben een hotel op de Kurfürsterdamm. Vermaken doen we ons sowieso allebei, waar en hoe de omstandigheden ook zijn. Dat is wel fijn om van elkaar te weten. Op die manier wordt elk uitje een feestje.

Er is een hoogwerker bezig in de straat. Hij is iets aan het doen op het dak. Wat precies is niet duidelijk en nu komt hij onze richting uit. Wat staat ons te wachten. Aan het begin van de straat stopt een politieauto met een auto erachter en ze stappen op de bestuurder af. Ongewone ontwikkelingen op een groezelige doordeweekse dag. De agenten zijn lang in gesprek, de andere auto blijkt een invalidekarretje te zijn, zo’n koekblikje, die niet op de rijweg mag. Daar zal het dan wel om draaien. Zo vult het verhaal zich vanzelf in.

Lief gaat vanmiddag naar zijn vriend en ik wil nog eens kijken bij een kringloop of ik er een iets grotere rugtas op de kop kan tikken. Ik wil geen overtollige ballast in de trein, dus zeker geen koffer. Het hoeft ook niet, want we zijn maar vier dagen onderweg.

Gisteren had ik opnieuw het hoofd in de henna. De souplesse van de handeling is een beetje aan het wegebben, merk ik, want bij het föhnen piepte er nog steeds grijs doorheen. Een afspraak met de natuurkapper was gauw gemaakt. Ik legde het probleem voor en ze kwam onmiddellijk met een oplossing. Over twee weken ga ik voor een dubbele plantenkleuring. Het mag wat kosten. Daarna zal de tijd moeten uitmaken of het resultaat beter is.

De zussen gaan het weekend op pad. Ik zou eerst meegaan, maar dan ook weer vroeg terug willen, om uitgerust te zijn voor de lange reis maandag. ‘Verstandig zijn en nee zeggen’, bedacht ik met pijn in het hart. Dat dan weer wel. Het is altijd gezellig om met ons vieren op stap te gaan. Wijsheid boven de wens. Een leerpuntje blijft het.

Straks ga ik de docu bekijken over de Chinese kunstenaar He Duoling, die leeft en werkt in de stad Chengdu en prachtige schilderijen maakt in sfeervolle grijstinten. Een doorschijnende indruk maken ze. Hij vindt inspiratie in de filosofische stroming van het Taoïsme. Het leert ons dat elke activiteit een vorm van meditatie is als het gedaan wordt met de juiste intentie. Lief is van nature een Taoïst en ik kan uit ervaring zeggen dat dat zeer heilzaam kan werken naast de frivole onrust die regelmatig mij ten deel valt, maar waar ik ook een bron van inspiratie in kan vinden. Het één ontlokt het ander.

Overpeinzingen

Lanterfanten is rijkdom

Vannacht werd ik wakker met één zin in mijn hoofd. ‘De machtsmannetjes zijn aan bod en ze zijn alleszins van plan om de wereld te verbouwen.’ Daarna kwamen Elly en Rikkert en hun Maarten langs met het lied over de dikke pad Plutonius op zijn paddestoel en ik wenste dat we het als een naargeestig sprookje mochten beschouwen of een met goede afloop omdat Plutonius Maarten nog doorverwijst naar Merlijn. Zo gaan hersenschimmen te werk als het bijna volle maan is. Gelukkig viel ik na half acht opnieuw in slaap en dat zorgde voor een gat in de dag.

Gisteren bedacht ik een dagje ‘Dwars door de koelkast’ en heb de groentela leeggemaakt. Goed voor tomaatjes, verdroogde champignons, een aangedane te oude courgette en wortelrasp. Samen met de uien en knoflook, de koriander en de Ras el Hanout, twee bouillonblokjes, kleine krieltjes in de schil en tomatenfrito, goed voor een grote pan soep met een Midden-Oosten tintje. Kwark als topping en brood en klaar was het weer.

Zo sprokkelde ik enkele werkzame uren bij elkaar, want de anderen bracht ik lanterfantend door op de bank, misschien toch wat aangedaan door de emoties van gisteren of niet helemaal fit. Kou werkt daar zeker aan mee. Een ijzige wind, maakt alles ijzig, zelfs je dromen. Gelukkig is er een herhaling van Close-Up, een docu over het leven van Steve McCurry de fotograaf van de beroemde foto van het Afghaanse meisje met de prachtige groene ogen. Het verhaalt van zijn tochten, de drang om vast te leggen en hoe hij de oorlogsfotografie ingerold is. Zijn manier van foto’s maken is daarnaast die van het gewone leven, maar de onderwerpen worden zo mooi uitgelicht, dat het weer bijzonder wordt. Een vrouw uit de Dominicaanse Republiek, die met haar tandenloze bekkie onderuitgezakt op een stoel zit met een been achteloos op een autobumper wordt ineens bijzonder. Hij is de tegenhang van al het onheil in de wereld. Hij is gedreven en heeft een grote liefde voor de veelkleurigheid en gevoel voor de schoonheid van de mens. Hij maakte tochten door India, Afghanistan, Mongolië en de Dominicaanse republiek

Ik kijk ook nog een deel van de docu over Marion Bloem terug, de schrijfster, dichter en schilder van ‘Een gewoon Indisch Meisje’ en weduwe van Ivan Wolffers die in 1922 overleed. Als ze vertelt over hoe ze haar man schildert, iets wat vanaf het begin lukte zonder poseren, omdat hij volledig in haar leeft en is, spreekt ze over die vrijheid, die dat oplevert, omdat je zonder te denken bezig kan zijn. Niet met je hoofd, maar volledig met je hart en je handen.

Dat was een van de belangrijkste vormen van een manier van leven die we de kinderen op school ook wilden leren. Werken met hoofd, hart en handen in de juiste balans. Net zo goed gevoel en handelen van daaruit toelaten, omdat dat even bepalend kan zijn als denken erover. Ze bloeiden op bij de mogelijkheden om daarmee aan de slag te gaan. Experiment, helemaal los gaan met vorm en kleur, geen regels daarover, maar doen. Regelrecht, vanuit het hart. Het maakt niet uit of iemand dat mooi vindt, ja of nee. Als het jou raakt is het goed. Die weg was ik een beetje kwijt. Straks in mijn atelier ga ik de draad weer oppakken.

Heerlijke docu en de moeite waard om terug te zien en tegelijk de prachtige herinneringen omarmen. Tegelijk een mooie tegenhang voor die Machtsmannetjes. Lanterfanten is rijkdom.

Overpeinzingen

Om zoiets moois vaker te doen

Gisterenmorgen onder het schrijven klopte zoonlief op de slaapkamerdeur. ‘Mam, kan je me om kwart voor twaalf wegbrengen naar S, ik mag zijn auto twee maanden lenen want hij gaat naar Amerika’. Ik moest er even over nadenken want rond twee uur had ik afgesproken met mijn schatjes en het betekende dat ik de ochtendrituelen versneld moest afhandelen, iets waar ik niet heel erg van hou. Even later kwam hij terug voor het antwoord. Ik had allang over mijn hart gestreken en me voorbereid op iets sneller schrijven, douchen enzovoort. ‘Wat lief dat je hem brengt’, zei mijn Lief.

Om kwart voor twaalf stond ik in mijn oude daagse kloffie klaar en konden we vertrekken. Ik zou me later omkleden, had ik bedacht. We reden naar Utrecht, daarna richting Hilversum. ‘Waar woont die jongen dan tegenwoordig,’ vroeg ik aan hem. ‘Hij is op een golfparcour’. Van onze lieve vriend kon je alles verwachten. Via Baarn reden we ineens naar de Lage Vuursche en hij liet me een weggetje inslaan waar het wemelde van de wandelaars en fietsers. Bij een groot parkeerterrein met een enorme hoeveelheid auto’s middenin het bos merkte ik op dat er wel een festival of iets dergelijks zou zijn. Zoveel mensen op de been. Het golfparcours lag vast ergens achter de bossen aan de meest linker kant. We reden stapvoets. ‘Stop hier maar even’, sommeerde hij ‘dan parkeer ik de auto.’ Maar uitstappen was nog niet bij me opgekomen, want ik wilde boodschappen gaan doen en dan als een haas naar huis om op tijd te zijn voor de kinderen. Ik stopte en keek om me heen en ineens ontwaarde ik het gezicht van dochterlief door het rechter raampje. ‘Huh’.

Totaal in de bonen stapte ik uit en daar kwam de rest van de kinderschaar aangelopen op een zoon na. Het was alsof ik twee scenario’s ineen zag schuiven en het duurde even eer ik begreep dat ‘S’ niet meer in de plannen voor zou komen. Hoe is het mogelijk. ‘Help mijn kloffie en help mijn haar’ en meer van dergelijke opmerkingen. Ze moesten er hartelijk om lachen. Lief had ook al in het complot gezeten. De verrassing, lunchen met elkaar en een fijne wandeling, maar bovenal de tijd om kalm te kunnen babbelen, iets wat doorgaans met de gezinnen er omheen niet goed mogelijk was. Gelukkig ging bij het restaurant de zaal beneden open en hadden we een fijne plek om te lunchen. Wat een mooie omgeving en wat een leuke tent.

We hebben heerlijk geluncht in de wat rumoerige ruimte. Toen ik met de vragen op de proppen kwam die die ochtend over moeders en kinderen door mijn gedachten hadden gespookt, mijmerden we over vroeger. De rommel viel reuze mee, de aanpak als er visite kwam, was precies als de mijne bij twee van hen en bij een dochterlief in het geheel niet. Daar was het altijd zo dat elke visite er kon binnenvallen. Vroeger hadden ze het niet als chaos ervaren. Daarna stipten we het gesprek met mijn oudste broer aan en dat mijn Opa schrijnwerker was en een goeie ook. Nu bleek dat dochter-en-zoonlief dat ook hadden willen doen. Wat gaaf. Het bloed kruipt dan kennelijk toch waar het niet gaan kan. Zo kabbelde het voort, lief en leed en vragen. De inhoud van zo’n gesprek is waardevol en waarschijnlijk doen we dat als mensheid misschien wel te weinig. Het was mooi om te merken dat ik een en ander juist had ingeschat.

Daarna met de wandeling, eerst over de brede paden en later over een bospad, werd er in mijn ‘Zen’ tempo gelopen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’. Wat fijn om dit met elkaar te kunnen doen en om te genieten van alle schoonheid om ons heen. De jongste liet ons af en toe stilstaan om naar de vogels te luisteren, ik attendeerde op de paarse gloed van een paar kalende sparretjes, tussen de bomen een fluwelen laag mos, kleine groene sterretjes en ten leste een bank van Frank, wat op het plaatje van de rugleuning stond te lezen. Uitpuffen en rondkijken. Wat een heerlijke verrassing. We namen afscheid met warme knuffels en met het vaste voornemen om zoiets moois vaker te doen.

Overpeinzingen

Benieuwd naar het antwoord

Ik lees in de nieuwe Groene van deze week een stuk van Thor Rydin over de sociologe Jolande Withuis. Ze zou het wel even anders aanpakken dan haar moeder. Het is het thema van haar boek Moeder, Antimoeder. Er is een gemene deler: Vaderverering.

In het interview van Marjon Bolwijn met Willy van Hout-klauwer, een van de honderdjarigen in de Volkskrant, deelt ze iets wat mij onmiddellijk aanspreekt. ‘Ik had meer tijd aan de kinderen kunnen besteden en minder moeten poetsen.’ In zekere zin een bevestiging van wat ik mijn hele leven al heb nageleefd. Ik vond de tijd die in al dat poetswerk ging zitten, iets wat lang de geldende norm is geweest, onzin, zonde-tijd en ondankbaar werk. Als je iets net had opgeruimd en je draaide je om, dan was het dankzij de kinderen binnen de kortste keren weer bal. Mijn weerzin bloeide voornamelijk op in mijn jeugd. Mijn moeder was veelal bezig met wassen, strijken en kon alleen maar lezen in de verloren uurtjes tussendoor. Nooit omgekeerd. Ik kon temidden van de rommel ineens mezelf terugvinden in een mooie passage in een boek, terwijl de boel de boel bleef. Eerst lezen, eerst leuke dingen doen met de kinderen, eerst verdieping zoeken en dan pas sloven.

Nu, zonder kleintjes om me heen, zie ik de waarde van een opgeruimd huis veel beter, maar dat komt voornamelijk omdat alles zo blijft liggen zoals ik het achterlaat. Geen verbouwingen meer terwijl je je omdraait.

Als ik het over moest doen, zou het weer zo gaan, realiseerde ik me. In die zin was ik wel een wonderlijke combinatie, want in mijn werk als verpleegkundige was ik vrij nauwgezet en liet ik alles keurig achter voor degeen die na mij dienst had. Waarschijnlijk hechtte ik thuis meer belang aan het experiment en het ervaren op zich. Hetzelfde zie ik bij mijn kinderen gebeuren, bij de een wat meer dan bij de ander. Er zijn er ook een paar die evenwicht hebben gevonden in beide kanten van het verhaal. Zij passen en-en toe. Daar kijk ik met bewondering naar.

In Het spiegelpaleis geeft Thor Rydin een inkijkje van de verschillen tussen Jolande en haar moeder. Waar de moeder gaat werken voor de Waarheid en zich aansluit bij de CPN en in dat milieu in Amsterdam haar man tegenkomt, is er in 1950 geen werk meer voor haar en valt ze terug in de rol van traditionele huisvrouw, al blijft ze wel actief. In de wereld van de klassenstrijd zijn gevoelens futiel en zelfingenomen. Jolande, de dochter, betaalt de prijs met een ontwikkelde schaamte voor haar gevoelsleven. Pas als ze ‘van haar communistische geloof valt’ komt alles in een ander licht te staan. Voor de moeder betekende emotie de knechting, voor Jolande representeert het juist de bevrijding. Daarbij gold het leven van haar vader oneindig veel interessanter dan het geploeter van haar moeder. Dat de tijdsgeest een belangrijke vinger in de pap heeft, zorgt ervoor dat de moeder terugkruipt in de aloude rol van huisvrouw en de vader, de kostwinner bij uitstek, veel meer vrijheid heeft gekregen. Daarbij komt nog dat het zoeken naar andere wegen dan die van je moeder een ongeschreven regel is en blijft.

Hoe kijken de kinderen van de honderdjarige Willy tegen hun altijd poetsende moeder aan, vraag ik me af en hoe kijken mijn kinderen tegen de chaos van vroeger aan. Ik kan het vanmiddag vragen, want ze hebben iets georganiseerd voor mij, alleen de kinderen, begreep ik. Ik wacht af al heb ik net wel even gebeld wat ik het beste aan kan trekken. Je weet het maar nooit. Stiekem denk ik dat wij toch een andere band hebben dan de beide moeders waar ik net over gelezen heb. En voor nu ben ik benieuwd naar het antwoord.

Overpeinzingen

Een mooi eerbetoon

Op het laatste familiefeestje vroeg mijn lieve schoonzus, die met mijn oudste broer getrouwd is, of we een keer aan wilden wippen met z’n tweeën. Ze wonen prachtig in een park aan de plas. Gisteren was een uitgelezen ‘niets-om-handen-dag’. Wel was het jammer dat er een bijtende wind in het gezicht de adem benam. Waar kwam die winterse kou ineens vandaan.

Natuurlijk reden we prompt te ver op het park. Ik moest haar even bellen. Oké. Tweede pad vanaf de ingang. Het staat vanaf nu voor eeuwig in mijn hoofd geprent. Bij de bloemenwinkel op het plein hadden we lieflijke blauwe druiven in een mooi glas op pootjes gekocht. Lief hield ze dicht tegen zich aan om ze te beschermen, kwetsbaar als ze waren.

Ik bedacht me, dat op de koffie of op de thee gaan eigenlijk nooit tot de gebruikelijke ondernemingen behoorde. Een klein staaltje, dat van vroeger is overgeërfd. Mijn moeder was met iedereen goed maar ging nooit op de koffie. Een praatje over de heg was voldoende.

Eerst was de beurt aan de voetbalperikelen. Dat kan niet uitblijven, want iedereen heeft gevoetbald en de kleinzonen voetballen nog steeds. In die zin een staaltje van ‘De geschiedenis herhaalt zich’. Gouden glorietijden zweven voorbij. Hongarije en Ierland kwamen in beeld. Zoonlief en het gezin woonden in Ierland met net zo’n enorm land erbij als bij de Hof hoort. Bergen werk, maar daar wisten we alles van. Een kleine cottage, maar groot genoeg.

Broerlief wist ook veel te vertellen over vroeger. Tussen alle koetjes en kalfjes door, reeg de geschiedenis van beide kanten aaneen. Oma en diens broers en zussen, die de jongsten van ons nooit gekend hebben, maar waar hij twee tot drie keer nog wel op bezoek was geweest, bijzondere beroepen van hen, de geschiedenis van schone zus en haar familie en het feit dat mijn opa nog bij haar oom gewerkt heeft als schrijnwerker. Geen timmerman dus, maar meubelmaker, een kunst apart. Oude verhalen, zijdelings aangetipt die een eigen leven gingen leiden in de verhalen die ik al kende.

Poes Saar, ooit aan komen lopen en tenslotte toch liefdevol opgenomen en meesterlijk goed gebleken om de muizen te verjagen, lag in de vensterbank of kwam bij ons liggen, vermoedelijk omdat we haar vaste plekje bezet hielden. Heerlijk om dat zachte poezenelletje weer te aaien, Pluis kwam even doorsijpelen.

Natuurlijk ging het ook over verlies en gezondheid. Dat kon niet anders, omdat schoonzus de jongste was van een groot gezin en er nog maar een paar mensen over waren. Een samengestelde foto voornamelijk herinneringen in sepia of daaromtrent. Een broer was pas nog overleden. Euthanasie was een bespreekbaar onderwerp geworden en dat was fijn om te merken. Als je bijna blind ben en niet meer uit de voeten kan omdat iedereen om je heen je ontvallen is, wat blijft er dan nog over. Zijn geest waarde nog overal rond in de sfeervolle caravan, vooral in foto’s en in zijn opgezette dieren, die hij had gevonden op zijn werk in Amelisweerd. Op die manier kijk je toch anders naar zo’n opgezette uil. Alsof hij in zijn eer en waardigheid werd hersteld.

Er waren heerlijke saucijzenbroodjes en macarons. De middag kabbelde voorbij en rond een uur of vier stapten we weer op. Wel eerst nog wat foto’s van de uilen die nu trots in de gang prijkten. Een mooi eerbetoon.

Overpeinzingen

Het geeft zoveel meer sfeer

Er was een voor ons onbekende kringloop op Cityplaza. Dat kon haast niet mogelijk zijn, dus gingen we regelrecht op ons doel af, dacht ik, want ik had de route al bestudeerd. Het gekke was, dat ik de winkel een plaats had toebedacht op het plein. Alles wat er zat, maar geen kringloop. De onvolprezen telefoon wist raad en leidde ons weer naar binnen.

In het midden van het centrum zagen we een oude bakkerskar gevuld met kleine schilderijtjes, een mobiele expositie stond erbij. Grappig. We namen een kijkje en bewonderden de kleine pasteltekeningetjes erin. Appels en peren voornamelijk. Er kwam een mevrouw bij ons staan en ze vroeg of ik zelf ook schilderde. Jawel dus met olieverf en aquarel. Even later de vraag of ik wat vragen wilde beantwoorden over de stad zelf. Het zou wel even tijd nemen, zei ze, want het waren er nog aardig wat. Maar ach, als Tijd bijkomstigheid is geworden is dat geen enkel probleem, integendeel. We hadden wel zin in een leuk gesprek. Er was een voorwaarde. Ik wilde er wel bij zitten.

De andere vrouw die er kennelijk bij hoorde en net een broodje aan het nuttigen was, maakte snel plaats. Het bleken inderdaad heel wat vragen. Ze vroeg wat ik dacht dat het spreekwoord ‘Appels met Peren vergelijken’, betekende. Ik legde uit dat het vroeger veelal gebruikt werd om aan te tonen dat je het een niet met het ander kon vergelijken als er zoveel verschillen waren en dat gold ook voor personen.

Daarna vertelde ze dat ze een festival gingen organiseren in de stad met de naam ‘Het Artikel 1 Festival’ en wat ik dacht van de naam. ‘Het zal te maken hebben met de grondwet,’ dacht ik maar je denkt ook al snel aan een strenge geloofsgemeenschap of de eerste zin uit de Catechismus. Er borrelde bij die naam nu niet direct een jubelstemming op.

Er ontspon zich een goed gesprek over het belang van verschillende culturen, ontmoetingsplekken, sfeerverhogende elementen en eigen initiatieven om anderen te accepteren. Scholen waren natuurlijk vanuit mijn optiek belangrijke factoren om tot integratie te komen. Daar begint het mee. Ik vertelde van onze school en haar liefdevolle omarming van alle kinderen en ouders. Belangrijke schakels voor een rijk milieu. Lief schepte even op over de grenzen-loze samensmelting binnen ons gezin. Ze schreef alles in hanenpoten op en was blij met alle ideeën die op kwamen borrelen.

Achteraf kon ik meer ideeën oplepelen, maar na een dik uur babbelen was het goed. Toen ze vroeg of mijn naam vermeld mocht worden en de leeftijd ‘natuurlijk-waarom niet’, keek ze op bij het vernemen van het aantal jaren en mompelde ze: ’Ik geloof het bijna niet’. Mijn rimpels verbleekten ter plekke.

Ze had nog een goede tip over het gebruik van oude olieverf, want er schijnt iets op de markt te zijn, waar je het mee kan mengen zodat het eveneens met water verdund kan worden. De beide dames waren zelf ook kunstenaars en dat verbaasde me niet. Lief kreeg ter afscheid een koekje met een peer erop en ik een koekje met een appel en daarna namen we hartelijk afscheid met een foto van haar en de kar.

Inmiddels wist ik waar de kringloopwinkel zich verstopt had. Wat daar opviel was de enorme hoeveelheid boeken en de beperkte hoeveelheid kleding en ik moest denken aan ons eigen prilste begin in de schoolstraat in de jaren ‘80. De lange pijpenla met eigenlijk hoofdzakelijk kleding en boeken. Hier was de huisraad keurig gesorteerd. Een lief winkeltje, maar eerlijk, net iets te georganiseerd. Ik hou van rommelwinkels waar je moet speuren tussen van allerhande om dan ineens een juweeltje tegen te komen.

We sloten af bij de Toko en gingen, om in de sfeer te blijven, een winkelcentrum verderop nog langs bij de Turkse winkel om Sumak te halen. Inderdaad, over grenzen heen kijken. Het geeft zoveel meer sfeer.

Overpeinzingen

Er is er een over

Een wonderlijke droom over varen met een soort ponton in de Singel naar de Oude gracht in Utrecht, dat midden op de Neude een soort van haven blijkt te hebben. Of is het Vredenburg ineens een grote plas. Ik laveer behendig tussen allerlei andere boten door en een van de kleinzonen neemt de benen. Het gaat nog net allemaal op het nippertje goed.

Ziezo, Agaath wordt bewaard voor ons, maar eerst moet Truus nog even door de wasstraat. Zo kan ik haar niet inleveren. Er kleeft altijd nog zand van de heuvels in Hongarije rond haar benzinedop en in alle kieren, die er maar zijn.

Ondertussen zit ik op een eiland bij de Schotse kust en voer een strijd met alle natuurkrachten die er maar vertegenwoordigd zijn en ik krijg voor een deel te maken met een onwillige bevolking, die een broeierige sfeer oproept. Alles bij elkaar is het een staaltje van hoe je je in een boek verliezen kan. Het kost moeite om het weg te leggen, dit ‘Ik ben een Eiland’ van Tamsin Calidas. Ze schrijft in een prachtige taal zoals: ‘Er is een prachtige sluier van stilte die tussen de handgeschreven woorden zweeft’ als ze een verstuurde brief en de witregels beschrijft. Natuurlijk komt een en ander ook op credits van de vertaler Hans Kloos.

Ik zoek wat meer informatie van de schrijfster op en het blijkt dat ze nu al 17 jaar op het eiland woont. Één met de natuur en dat ze met haar hond elke morgen de verbinding aangaat met de zee en de opkomende zon, hoe koud het ook is. Ze is zo puur als ze uit het boek te voorschijn komt en heeft heel wat doorstaan. Wat een boek, wat een beleving. Je kan niet anders dan meegaan met haar en alles ondergaan in dezelfde puurheid. Inderdaad overlevingsdrang, veerkracht en zelfontdekking en de natuur tot in haar diepste vezels.

Terwijl die gedachten overdrijven staar ik naar buiten en zie een man, aarzelend, op de hoek staan. Hij schokschoudert wat, kijkt uit, kijkt achterom, kijkt opzij en schokschoudert weer. Ik denk aan de oproep om verdwaalde mensen met alzheimer te herkennen. Maar dan komen er twee vrouwen onder het afdak van het huis er tegenover en lopen op hem toe. Ze babbelen wat. De ene vrouw slaat een arm om de andere. Dan begint de man ferm naar het begin van de straat te lopen en de twee vrouwen stappen het tuinpad op, links van hen. Het zijn vast en zeker Jehovagetuige, want even later staan ze voor de volgende deur met hun blaadjes in de handen. De man loopt naar een van de andere deuren. Het is een fenomeen dat ik in de jaren tachtig voor het laatst heb gezien. Een voet tussen de deur, de vraag ‘Mag ik U vertellen’. Het antwoord steevast: ‘Nee, dat mag U niet’, of daaromtrent. Ik dacht dat het allang in de ban was gedaan.

Het is weer grijs. Wat jammer. Zonlicht en blauwe lucht schudden de energie wakker, je krijgt zin om van alles te gaan ondernemen. Grijze lucht is inderdaad die dikke deken waaronder je weg kunt kruipen, weliswaar wel met een goed boek, maar toch. Lief verdwijnt in zijn filmpjes over de kosmos en de ruimte en komt er met glinsterende ogen weer achter vandaan om dan een stuk in zijn boek ‘In het Water’ van Alok Jha te lezen. Boek en kosmos met elkaar verbonden. Geen overbodige luxe in een tijd dat natuurmonumenten oproept om vooral de strijd aan te binden met de vervuiling van het water dat ons allen in gevaar dreigt te brengen.

Gisteren had ik weer een hopeloos gevalletje van ‘Vergissen’, we zouden met elkaar van de leesclub naar de Jodenverraadsters gaan in Pantalone. 6 April werd uiteindelijk de gekozen datum. Maar in dat weekend reis ik af naar Hongarije. Sufkippie. Betaald en wel. Dus wie nog een kaartje wil. Er is er een over.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Terug in de tijd. De verjaardag van mijn moeder:

Mijn moeder was al vroeg in de weer om alles in stelling te brengen voor eventueel te verwachten bezoek. De dag ervoor was ze op haar fiets naar de Aldi op de Amsterdamse straatweg gegaan en in die tassen aan de bagagedrager en aan haar stuur zat de frisdrank, de zoutjes, de kaas, de metworst, de augurken en alles wat nodig was om de feestvreugde te verhogen tegen de meest schappelijke prijzen. In de vroege ochtend ging ze naar Bakker Boonzaaijer om de bestelde sneeuwballen in te slaan, steevast een lekkernij op elke verjaardag, een feest op zich. Mmmmm. Zalvend zachte crème in besuikerde verse vettige witte broodjes.

Stofzuigen en poetsen was gebeurd, de koffie verspreidde een heerlijke geur, de schoteltjes stonden klaar om de koffievisite te ontvangen, want vanaf tien uur in de ochtend tot laat zou er visite zijn omdat ze altijd en met verve haar verjaardag vierde. Er zou soep zijn en huzarensalade, pepsels in de glazen naast de sigaretten en sigaren, plakjes cervelaatworst om augurk gewikkeld, osseworst en paardenmetworst, frisdrank, jonge jenever en advocaat. Het bezoek kwam met een bloemetje, chocola, eau de cologne, een geurende zeep, viooltjes voor in de vensterbank en alles werd in grote dankbaarheid en met blijdschap begroet. Algauw vulde de kamer zich met een mengelmoes aan geur en kringelende rook trok ter plekke een mistgordijn op, geroezemoes, gelach, tevreden gezichten.

Gisteren was ze jarig. 106, waarvan 34 jaar op een wolkje. Uitgerekend gisteren had de zon zich verstopt. We waren bijeengekomen bij zuslief. Schuimgebak, een van de andere lievelingen van mijn moeder, bij de thee of koffie. Jassen aan en gaan. Naar de Kooikerplas. Een kleine wandeling van zo’n vier kilometer of daaromtrent. Bijpraten, vogels en eenden observeren door de ogen van foto-zus, die ze altijd op scherp had staan, eidereend, kuifduiker, wintertaling, krakeend. De ijsvogel en de uilen zien we niet, zijn er niet wellicht. We babbelen bij en puffen uit, leunend tegen bruggetjes of op een bankje aan het begin. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. We lopen de hele plas rond. Het oogt een beetje troosteloos, zo zonder zon, maar het is fijn om bij elkaar te zijn. Twee loze vissertjes sturen een miniatuurbootje met aas de plas op, wist broerlief te vertellen. De hengels staan uit. Het blauwgroene water vertrouw ik niet. Zouden ze alleen maar sportvissen?

Uitpuffen op het Rond en het feestelijke samenzijn wordt afgesloten zonder pepsels maar met bitterballen en een wijn, koffie of thee en moe in ons hart.

Thuis ligt het boek van Tamsin Calidas in de bus. ‘Ik ben een Eiland’. Ik lees een stukje. De beschrijvingen van een woest stuk Schots landschap spreekt me aan. Regen, meeuw, rotsen, kroeg en er tegenover dat leven in Londen als een trui die te krap zit, waarin je hengelt naar bevrijding. Oban, nooit van gehoord. Raynor Winn van ‘Het Zoutpad’ schrijft er een opmerking over die op de omslag komt. Bij de eerste zin zit je al in dezelfde sfeer als het Zoutpad opriep, overgeleverd aan de elementen van de natuur, opspattend zilt water, wind die aan je kleren rukt, krijsende meeuwen, bulderende golven. Dat belooft wat.

Overpeinzingen

Geen sinecure in deze dagen

Geen wit voetje halen gisteren maar, ondanks het heerlijke zonnetje van de afgelopen dagen, vooral moddervoetjes halen. Dat was de opbrengst van de wandeling rond de Put bij Vianen. Een grote plas naast de Lek, waar de Schotse Hooglanders kalm de oevers staan te begrazen terwijl tout Vianen met de honden al dan niet aan de lijn er hun dagelijkse loopjes doen. Veelvuldig bezocht dus en dat was voornameijk te merken aan de bodem. Onder de grond was er ook druk verkeer. De mollen hadden een vrijbrief voor het aanleggen van hun riante molshopen,

In het water van de put zwom een eenzame gans, die luid gewag maakte van zijn eenzaamheid of misschien wel waaks de groep meerkoeten die daar luid roeptoeterend rondzwom dicht bij de kanten van het meer, op afstand hield, terwijl er hier en daar al een territoriumstrijd begon.

De Schotse Hooglanders stonden in het aangrenzende weiland en een stier en drie vaarzen stonden aan de uiterste rand van ons gedeelte, misschien uit waakzaamheid. Het was weliswaar maar 2,5 km als je helemaal rondom liep maar met argusogen van plag naar plag springen maakte het des te zwaarder en aan het eind van het pad waren we eveneens aan het eind van ons Latijn. Lief schraapte mijn schoenen zo goed en zo kwaad als kon met een takje schoon. Gênant, lief en noodzakelijk. Ook zijn eigen schoenen werden van de vette klei ontwaart. Geen sinecure zo’n tochtje.

Boodschappen en trek in spruiten, die ik thuis van een moderne jas voorzag. Bakken met een bite met salami en champignons. Heerlijk en troostrijk na de barre tocht.

Vandaag is de geboortedag van ons moeder en dat gaan we vanmiddag met de zussen en broer vieren met een kleine wandeling en een kopje thee. Ik meen dat ze 106 jaar zou zijn geworden als ze er niet in 1991 ineens tussenuit gevallen was. Als er iemand levenslustig was en nog van alles wilde ondernemen was het onze moeder wel. Het mocht niet zo zijn helaas en ze wordt al die jaren al node gemist. Moederpijn zit overal en op de gekste momenten.

Gisteren bij het bekijken van de foto’s van Voorlinden maakte ik een reel met muziek van Nick Cave, dat prachtige liedje: ‘Into my Arms’. Ik realiseerde me achteraf pas, met de mooie beelden erbij van de dochters, de kunst en de natuur om ons heen, hoe toepasselijk de tekst was. Zijn beeldenreeks over het leven van de duivel ontstond ook vrij snel na de dood van zijn moeder. Hij vertelde erover in de bijbehorende film. Fijn dat daar naast de kunst dan een podium voor is.

Er vliegt een ooievaar vlak boven de daken zie ik vanuit het slaapkamerraam. Dat heb ik nog niet eerder gezien. Het is weer wat grijs vandaag. De afgelopen dagen zijn we zo verwend met uitbundig zonlicht dat die druilerige maand ervoor bijna was vergeten. Misschien vanmiddag nog een glimp zonneschijn, belooft de weerapp. We gaan het zien.

Vandaag komt het boek binnen dat we gaan lezen met de boekenbabbel. Dat wordt: ‘Ik ben een Eiland’ van Tamsin Calidas. Een boek over eenzaamheid, vriendschap, veerkracht en zelfontdekking. De schrijfster heeft zelf op een eiland gewoond en deze emoties aan den lijve ondervonden. Het lijkt me prachtig. Nu nog voldoende tijd vinden om tot lezen te komen. Geen sinecure in deze dagen.

Overpeinzingen

Gouden randje aan de dag breien

We zouden gaan weven, maar een aantal weken geleden werd de workshop geannuleerd wegens gebrek aan voldoende belangstelling. We zijn niet voor een kleintje vervaart, dus besloten we om deze 2e zonnige februaridag vroeg op pad te gaan. Bestemming: Voorlinden. De dochters voornamelijk voor het keramiek en het verhaal erachter van Nick Cave en ik voor een van mijn lievelingsschilders: Michaël Borremans. Twee vliegen in een klap.

Op een dergelijke prachtige dag is het landgoed Voorlinden bij uitstek geschikt om te wandelen. Eerst kalm richting museum lopen en later in de middag het terrein beter verkennen. We kwamen voor de eerder genoemde tentoonstellingen en pakten de ‘The life of things’ er natuurlijk bij. Daar had ik wel elementen van gezien maar nog niet alles. Indrukwekkend was het verhaal van de dove kunstenaar, die met kleine briefjes en tekeningetjes en losse post-its werkt. In het midden van de zaal staat een tuinstel compleet met parasol, vier borden met kersenpitten en lege pistache schillen, een kommetje, gedeukte bierblikjes, sommige met kleurpotloden, een half lege zak chips op een stoel. Het staat voor ‘Conversatie’. Helaas kan ik de naam nu niet achterhalen want de info zit in de tas van dochterlief.

Na deze tentoonstelling zitten we op een van de lange banken aan de achterkant van het gebouw achter glas in de zon met uitzicht op het landgoed en de vijver en laten alles op ons inwerken. Daarna duiken we een animatie in, die we net niet helemaal goed kunnen verstaan. De beurt is aan Borremans: ‘A confrontation at the Zoo’, Zijn absurde en theatrale werk refereert aan de inleiding bij zijn werk:

Het werk van Michaël Borremans (1963) is als vervelend nieuws op een deftig diner: het ondermijnt de verwachting van het perfecte plaatje. Zijn solotentoonstelling bij Voorlinden, A Confrontation at the Zoo, Borremans’ zorgvuldige selectie schilderijen uit de afgelopen twintig jaar, getuigt bij uitstek van de intuïtief-poëtische relatie tussen zijn werken, in al hun verscheidenheid.

Niet alles spreekt me aan, maar zijn theatrale portretten met een klein vervreemdend element zijn altijd prachtig en een studie waard.

Nick Cave zijn beeldjes staan in een tijdlijn. In de info van Voorlinden: Serie keramiek
The Devil – A Life (2020-24) is een serie geglazuurde keramische beeldjes waarin Nick Cave het leven van de Duivel in zeventien taferelen verbeeldt, van onschuldig kind naar ervaren man tot zijn confrontatie met sterfelijkheid. Cave liet zich hierbij inspireren door Staffordshire flatbacks, populaire schoorsteenmantelversieringen uit de Victoriaanse periode. De serie is het eerste grote beeldende werk van Cave en aangekocht door Voorlinden en heeft hij zijn eerste museale solotentoonstelling.
Hij zegt er zelf over: –Wat begon als het verlangen om een klein duivelsfiguurtje te maken, als drager van een intens rode glazuur, werd een reis door een reeks verpletterende gebeurtenissen naar een soort van verlossing- Nick Cave

Na alle opgedane indrukken puffen we uit in het permanente werk van James Turrell: Skyspace. waar we op de banken glijden en met een aantal bezoekers naar de veranderende kleuren staren en het dichte gat in het dak, die ik ooit open heb mogen aanschouwen, wat mooier is.

Na de ‘Nude Animal Cigar’ van Kooiker zitten de hoofden vol en gaan we frisse lucht happen na eerst de museumwinkels uitgebreid te hebben bestudeerd. Bovendien smeekt de inwendige mens om versterking. Daar is het restaurant goed voor. Een heerlijke vega-lunch en veel stof tot praten. Ik leg ze voor dat ik met de oude dagboeken in mijn maag zit. Vertel wat er zo al aan onderwerpen in voorkomt en dat niet alles geschikt lijkt om te delen. Zij blijken met precies hetzelfde probleem te zitten. We komen tot de conclusie, dat we eruit scheuren wat ons niet juist lijkt. Maar voorlopig komen we geen van drieën echt aan lezen toe. Voor hen is het nog te vers, dat van mij is al verjaard. Een boeiend gesprek wordt het wel. Je hart open stellen is toch een mooi gegeven. Vroeger wist men dat ook. ‘Maak van je hart geen moordkuil.’

Tijd voor een ‘real life Skyspace‘ om nog een groter gouden randje aan de dag te breien.

Overpeinzingen

Nieuwe bevindingen

Wat een heerlijk weer was het gisteren. Omdat vriendlief zijn e-reader vergeten was na onze boekenbabbel gingen we richting volgende dorp om die op te gooien en daarmee was de bestemming voor een wandeling al ras bepaald. We zouden naar het IJsselsteinse bos gaan, waar Lief nog nooit geweest was. Maar eerst langs onze lieve vrienden. Daar was de vrouw des huizes aan de poets. Ze zouden die avond visite krijgen en tja, dan moet een en ander schoon. Het was heerlijk om haar te kunnen omhelzen, want wij hebben samen tien jaar lang als backing vocal opgetreden met onze coverband. Dat schept een band en ik had haar al een tijdje niet meer gezien. Tien jaar lang hebben we lief en leed gedeeld van oefenavonden, optredens met het opbouwen, omkleden op de meest onmogelijke plekken tot het afbreken in de nachtelijke uren aan toe. Af en toe keken we elkaar aan om te verzuchten:’Waarom doen we dit eigenlijk’. Haha, maar als we eenmaal op de bühne stonden viel alles van ons af en gingen we ervoor. Het was een mooie tijd en het heeft vele dierbare herinneringen opgeleverd.

Na een kwartiertje gingen we verder. Op naar het bos via sightseeing IJsselstein. Er stonden een paar auto’s van mensen, doorgaans met honden, die eveneens aan de wandel waren. Vooral de stilte viel direct op. Heerlijk, geen ruisende snelwegen, geen druk doorgaand verkeer maar oorstrelende rust. Halverwege het eerste pad kwam ik een bekende tegen. Het korte praatje vloog direct alle kanten op. Met een dikke knuffel voor haar jongste zoon, die bij mij in de groep had gezeten en waar ik zulke goede herinneringen aan had, wandelde dat mooie stukje verleden verder.

De bomen in het bos stonden er in een natuurlijke habitat, veel braam er tussen door, dat er een potje van maakte en in een kluwende wirwar hier en daar aan het woekeren sloeg. Hoog boven ons een specht met zijn roffeltjes en een antwoord in het bos ervoor van zijn kompaan. Een haas in het veld aan de einder, het riet dat goud spon in het felle zonlicht en modderpaden waar soms bedachtzaam omheen gelopen diende te worden. Geluk zit in de schoonheid der kleine dingen.

Drie reigers hadden we al roerloos in het gras zien staan, weliswaar in de buurt van de bevroren sloten waar nu niets te halen viel, maar met de kop de andere kant uit, op jacht naar muis en mol. Achter de laatste ontwaarden we twee fazanten, al snavelend in het natte gras.

Na alle moeizame dagen hengelend naar zuurstof bemerkte ik voor het eerst weer dat een en ander makkelijker was en we konden er goed de pas in houden. Dit soort momenten zijn cadeautjes. We bleven nog even talmen op de toegangsbalk voor het bos met de koppies in de zon. Weldadige warmte.

Op de terugweg de boodschappen. Ouderwetse krieltjes met snijbonen en een vega kaasschnitzel maar ook nog een ritje naar de Nedereindse plas, waar Lief nog nooit naar toe gelopen was en dat toch zo voor de hand lag. De verbazing over de grote van het natuurgebied met de vele meeuwen, eenden, zwanen en meerkoeten verbaasde hem en hij nam zich voor om de volgende dag er eens goed op uit te trekken om de boel te verkennen terwijl ik de bloemetjes buiten zet met mijn twee lieve dametjes. Het is nooit te laat voor nieuwe bevindingen.