Overpeinzingen

Morgen weer een dag

Rond enen konden we richting Szigetvar. De tomtom leidde me over een hele andere weg naar de Burcht. Aan de ene kant lag het grote imposante thermaalbad met haar twee torens, een indrukwekkend complex. Er lag een voetbalveld tussen en bruggetjes leidden naar het park achter de burcht waar we eerst, om de honger van de jongens te stillen, een lunch genoten, kleedje, bankje, broodjes en water. Er was een trimbaan rondom een vijver en de kleine spring-in-het-veld had nog wat overtollige energie, die hij graag in twee rondjes wilde omzetten. De laatste met tijd. Het was goed voor 2 minuten en 20 seconden ontladen. Daarna gingen we op zoek naar de ingang van het bolwerk, dat natuurlijk precies aan de andere kant was. We mochten ondanks een volwassene meer op een familiekaart en konden naar het museum en het interactieve gedeelte. In het museum werd in woord en beeld uitgelegd hoe de slag bij Moacs verlopen is in de tweede helft van de 16e eeuw, een strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. Er waren gruwelijke beelden van poppen met doorgestoken borstkas en vertrokken gezichten, nogal plastisch en verwrongen uitgebeeld, en waarheidsgetrouwe filmpjes.

Een vrije stugge ‘beheerder nam kennelijk alles met argusogen op want toen de helft van ons gezelschap naar boven liep, bleek dat allesbehalve de bedoeling te zijn en kwam hij haastig aan om de ‘kerker’deur te sluiten, maar de oudste was nog boven. ‘Achter de tralies ermee’ heeft de man gedacht. Gelukkig moest hij er zelf ook weer uit en dat bleek uiteindelijk de verlossing. Na de hachelijke onderneming vonden we de weg naar het interactieve gedeelte. Er zat een eenzame soldaat voor de ingang met een oude motorfiets uit de tweede wereldoorlog en het bleek dat er boven een expositie was van moderne en oude wapens, waar we zomaar een kijkje mochten nemen, al was het voor de inside crowd, voor zover we het begrepen. De spring-in-het-veld vond het lastig om niet met zijn handen te mogen kijken, maar onder de barse blikken van de historisch verkleedde mannen leek het dochterlief niet raadzaam om hem door de hele zaal te laten darren, dus nam ze hem mee naar het eerste echte interactieve gedeelte waar hij alvast met de VR-brillen en het bouwmateriaal in de hoek kon spelen.

Ik had eigenlijk hetzelfde idee. Weg van die oorlogs-tamtam. Zo helemaal niet mijn ding en zeker nu niet. Maar schone zoon was in zijn element toen hij een Japans zwaard van honderden jaren oud in de, weliswaar wit gehandschoende, handen mocht houden met een hele uitleg erbij, hoe dat exemplaar hier ter plekke was aangeland. Het tweede gedeelte was echt heel vermakelijk. Een coöperatief balspelletje waarbij een balletje verschoven moest worden over een ronde tafel om uiteindelijk in een gat te belanden. Het kwam vooral neer op een samenspel tussen de vier deelnemers die aan de touwtjes trokken. Grote lol. Ook de houten stellingen waartussen je kon liggen om te luisteren naar een uitleg over de historie in beelden boven het hoofd, waren hilarisch. Helaas was de zandtafel met kinetisch zand gesloten.

Buiten was nog een kleine speelplek ingericht met skilatten waar je met drie personen op moest staan en dan tegelijk moest stappen. Kaasje voor de twee oudsten en dochterlief die op een commando van de middelste volleerd rondstapten. Zij liepen naar de uitgang over de trans en ik onder de eeuwenoude bomen. Het zonlicht filterde prachtig er doorheen. Altijd weer imposant die woudreuzen. Natuurlijk moest er nog een ijsje achteraan, net buiten het complex, met zicht op de voetbal, een seniorenteam schatten we in.

Met een barbecue op hout tot besluit werd de eerste topdag uitgeluid. Moe maar voldaan. De oudste ging met paps nog even een stukje op de fietsen fietsen naar het volgende dorp, als onderdeel van zijn revalidatie. De slaap rukte langzaam op, zeker na het avondwijntje. Zo is het goed. Morgen weer een dag.

Overpeinzingen

We zijn er klaar voor

Kleine voetstapjes op de granieten vloer, pek pek pek, een nieuwsgierig koppie om de deur, twee vragende ogen:’Oma’. Ik was al wakker en bezig met het Hongaars op Duo. Een warm lijfje naast me nestelde zich in de kussens met zijn mobiel en deed Engels op de duo. Samen een uurtje leren. Ja gezellig. Even later kwam broer er ook nog bij en deed mee met een uurtje Spaans. Het nieuwe leren.

Ze waren er gisteren rond drieën en hadden een spannende tocht door Kroatie achter de rug, want ze hadden langs binnendoor-wegen moeten rijden. Uitstappen, rondkijken, alles uitvoerig bekijken, de slaapkamers, de woonkamer en de werkkamer, het sanitair, de kamer boven en de enorme zolder, die er uitziet zoals zolders er behoren uit te zien met geheimzinnige hoekjes en onooglijke plekken, met spullen van lang geleden, de dorsmachine en het biedermeier kaptafeltje. Ze waren hogelijk verbaasd over alle ruimte, de schoonheid, de grootte van het huis en de weidsheid van de Hof.

De stemmen klaterden en basten tegen de hoge muren op met verbaasde kreten. Altijd weer leuk. Het brengt me onmiddellijk terug naar het moment dat ik de eerste keer het huis zag en hoe ik vol ongeloof de historische pracht van het huis voelde, de voorname sfeer van de glazen deuren en het glas-in-lood en de hoge eikenhouten deuren, de rozetten tegen de hoge gepleisterde plafonds, de oude houtoven in de keuken en de voorname kasten en het dressoir in de slaapkamer. Eigenlijk was ik plaatsvervangend trots op alles bij de uitbundige bewondering. De Hof zelf en de uitgestrektheid ervan oogstte ook de nodige verbazing, evenals de Datsja. Het maakte de lange reis meer dan goed.

Tegen vijven was er voor het gemak pizza voor vandaag en daarna sloeg de vermoeidheid toe. Met zeven mensen werd er met gemak zes van die pizza’s soldaat gemaakt, ziezo. Melk erbij en een snelle salade en klaar. Toen alles daarna gedoucht had, waaierde iedereen nog even uit naar plekjes in huis waar ze ongestoord konden internetten en dochterlief las onze spring-in-het-veld voor uit ‘Het laatste avontuur’ van de Gorgels, spannend zat om daarmee naar dromenland te vertrekken.

De volgende ochtend had duidelijk goud in de mond door de korte avond ervoor, al had iedereen heerlijk geslapen. Dus ontbijt rond achten en dan een hele morgen in een heerlijk zonnetje als bonus op de wat koude dag gisteren. Lief ging zijn gangetje en liep rond met de snoeischaar, de schone zoon en zoonlief gingen een nieuwe pomp halen om de banden van de oude fiets op te pompen, hier en daar weer olie te smeren en ook een tweede oude fiets op te knappen. Voor het gemak hadden ze ook maar een nieuwe waterkoker gehaald, want de oude bleek kaduk te zijn, had schoen zoon ontdekt. Vele ogen weten meer dan twee paar. De kleine pork hielp met het schoonmaken van het frame, emmertje sop erbij en stapje voor stapje tot en met de profielen van de banden toe. Heerlijk, al die helpende handen.

De fietsen weer als nieuw. De jongens met ballen naar het basketbalveld en dochterlief maakt de lunch. We zijn klaar voor een bezoek aan de burcht hier in Szigetvar. Dan kan Lief in alle rust maaien en wij dompelen ons onder in de geschiedenis van het stadje tot groot genoegen van schoonzoon, die graag het naadje van de kous wilde weten van de strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. We zijn er klaar voor.

Overpeinzingen

Een familie-uitje bij uitstek

Soms zou ik willen, dat ik niet 22 jaar lang in de kringloop had gewerkt. Iedere vrijmarkt zou een feestje hebben betekend en niet zoals nu, een gelegenheid die hoe langer hoe mee tegen is gaan staan. De kringloop betekende de enige manier om met het geld van de bijstand in de jaren ‘80 het hoofd boven water te kunnen houden, omdat ik voor een groot deel het huis er mee aan kon kleden en mijn kinderen. Alles wat ze in hun jonge leven droegen waren ‘afdankertjes’ die voor ons een ware schat konden zijn. Ik zat natuurlijk wel op de eerste rij omdat ik degene was die de kleding sorteerde, nakeek en besliste over wat in de winkel kwam te hangen. De tol was hoog. Door het uitsorteren van de vele vuilniszakken in een niet geventileerde ruimte, met wolken stof rondom mijn oren, zijn de longen er niet beter op geworden, integendeel.

Vandaag is het Koningsdag. De vreugde vroeger, toen het nog koninginnendag was. Met de kleintjes en manlief naar de markt, mee schuifelen langs de vele kraampjes op zoek, altijd op zoek, naar gewilde koopjes, meevallertjes en uitblinkers. Vooral als de markt al ten einde liep en mensen hun koopwaar voor een habbekrats van de hand deden of als er bergen spullen lagen opgestapeld, waar nog altijd veel bruikbaars uit te halen viel.

Manlief was een nachtvlinder. Hij reed rond om te kijken wat er zoal bij het grof vuil stond en nam het, als het bruikbaar of mooi was mee naar huis. In die zin was het ook een sport om echt mooie juweeltjes te vinden. Ooit zette de buurman aan de overkant zijn halve bibliotheek aan de straat. We hebben gewacht tot het donker was en de lichten om ons heen gedoofd en sleepten de buit naar binnen. Literatuur was de grote vangst, inmiddels weggegeven of naar de kringloop gebracht, maar een enkel exemplaar is nog in mijn bezit. Poëzie van Longfellow bijvoorbeeld of de gedichten van Baudelaire. Ik koester ze.

Als wij het niet konden gebruiken dan waren er altijd wel vrienden of kennissen die we er blij mee konden maken. Door het vrijwillig werken bij de kringloop is mijn blik nog altijd die van een professioneel. Het moet aan alle eisen voldoen. Onbevangen rond lopen is er niet meer bij. Het maakt nu niet meer uit, maar ik heb verlangd naar het zorgeloos rondslenteren en genieten van alles wat aangeboden werd.

We hebben niets meer nodig. Nou ja, we overwegen om hier een nieuw keukenblok in te laten maken door vriendlief die van alle markten thuis is. Dat is meer vanwege hygiene, comfort en duurzaamheid. Geen gas meer, maar een kookplaat bijvoorbeeld en een nieuwe gootsteen, geen overbodige luxe. Een aanrecht van ander materiaal dan het oude hout, dat er nu ligt.

Koningsdag 2025 gaat aan ons voorbij, zoals de dagelijkse drukte in de stad aan ons voorbij gaat. Geen behoefte meer aan mensenmassa’s langs kraampjes, geen behoefte meer aan nog meer spullen, alleen als er een noodzaak voor bestaat, zoals logees en dan nog zo sober mogelijk. Het stemt tevree.

En toch, even nog, even weer met al de kinderen slenteren tussen de drommen door, een cafeetje pakken, de uitdaging aan gaan van de een of andere wedstrijd op een hometrainer, of zo maar, het uitwisselen van de meeste wonderlijke voorwerpen, heerlijk. Koningsdag, een familie-uitje bij uitstek.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Ziezo, weer een wonderlijk verlopende dag. Als juffrouw Mier, tuttuttuttut(ken uw klassiekers)rijden en rennen we van hot naar haar om op het laatste nippertje toch nog een matras en een dekbed en kussen en bijbehorend dekbedovertrek en alle slaapbenodigdheden aan te schaffen. De Scandinavische winkelketen, een broertje van die ene Zweedse zus, viert zijn verjaardag en deelt pittige kortingen uit. Om met Lubach(gisteren op televisie) te spreken, daar zijn wij Hollanders niet vies van. Het scheelde echt veel. We wisten het niet, dus kwam de prijs als een geschenk uit de Hemel vallen. Nu kunnen onze drie rakkers alle drie breeduit op hun eigen matrassen liggen. Goed geregeld, vonden we zelf.

De boodschappen gingen ook met een volle kar mee naar de kassa. Zeven mensen of twee maakt een groot verschil. Pizza voor morgenavond als ze moe van het reizen met eventuele jetlags aankomen en veel melk, broodjes om af te bakken, jus d’orange en gekookte eitjes voor het ontbijt. Maar eerst, na de vroege start, een power nap, half zes opstaan was voor mij net iets te vroeg.

Nu is alles gereed. De logeerkamer is klaar, ze kunnen er zo in. En ik stik van nieuwsgierigheid hoe ze alles zullen vinden. Het huis, de Hof, het land. We gaan het zien en beleven.

In een artikel van Caroline Buijs in een van de oude Flows van dochterlief, frist ze haar kennis op over het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron. Ik heb eerder over Julia geschreven omdat haar boek me in een erg moeilijke periode, waarin ik volledig was ingestort, me heeft geholpen eruit te klauteren samen met mijn psycholoog. De laatste wilde dat ik me zou storten op mindfulness, maar dat was in die periode een ver-van-mijn-bed-show, omdat we op het werk werden belaagd met mensen die allemaal in het nu wilde verblijven en ons op zalvende toon daarvoor probeerden te enthousiasmeren. Daar werd ik op dat moment ongelooflijk opstandig van. Ik noemde het mind-foolishness. Verheven werd het niet, integendeel, verre van. Ik zat achteraf gezien toen al niet goed in mijn vel.

Gelukkig, en dat is het kenmerk van een goede psycholoog, kon ze zich daar in vinden en vroeg steeds aan de hand van mijn bevindingen wat de woorden van Julia Cameron me hadden gegeven. Dat betekende onder andere door in de ochtend voor de vuist weg drie A4-tjes weg te tikken in ieder geval een leeg hoofd en ruimte voor andere gedachten. Een andere belangrijke vraag was dat je eerst je creativiteit moest vinden, als je dat wilde redden. Ze bracht me terug naar het vergeten kind in mij met haar vragen. Waar werd je blij van, wat deed je graag, Ze lepelde dat onbevangen dametje omhoog, dat zich nog verwonderde over alles en iedereen om haar heen, mijn poppetjes, die te pas en te onpas op doken, mijn gedichtjes in het schrift met de dubbele lijntjes, mijn verhaaltjes over kabouters en elfen.

Een andere belangrijke basis was dat je elke week een afspraak maakte met jezelf om je creatieve bewustzijn, dat op dat moment tot nul gedaald was, te voeden. Alléén naar een museum, een bioscoop, een wandeling in de natuur, fotograferen, mensen observeren. Alléén werkt intensiever en dieper dan met anderen. Je gaat met jezelf in gesprek. Je vult je tijd met iets wat op spijbelen lijkt. Je hebt geen haast en voedt je zintuigen schrijft Caroline Buijs en ze heeft gelijk. Dat is precies wat het is. Ze haalt Maaike Meijer aan die voor het dagblad Trouw schreef over aanpassen: ‘Misschien heb je juist pas ruimte voor anderen als je eerst de ruimte neemt om jezelf te zijn.’ Daarvoor moet het labeltje ‘Perfectionisme’ overboord, vindt Julia Cameron. Dat blokkeert alleen maar, het verstrikt je in gemiesmuizer en dan is loslaten een kunst op zich.

Tegen de tijd dat ik dit allemaal goed tot me door had laten dringen en die lange weg was gegaan, kon ik tegen de psycholoog zeggen, dat ik weer klaar was voor de grote stap. Mindfulness heb ik hier in de Hof pas geleerd en ook de diepere betekenis erachter. Eerst ervaren en dan omarmen, zonder zalvende woorden, zonder uitgestippeld pad, maar zoals het leven komt. Stap voor stap.

Overpeinzingen

We hebben er zin in

Vanmorgen kwam het aangetekende recept pas binnen. Dat hoeven we nooit meer te doen. Met spoed en aangetekend verzenden, met hulde voor dochterlief die een ingenieus idee kreeg om het digitale exemplaar te vereeuwigen met een screenshot en er een PDF van te maken, zodat we het hier konden kopiëren.

Vanmorgen stond gedeeltelijk in het teken van het voorbereiden van de verschillende tochten die we dit jaar gaan maken. Omdat we in Augustus toch vanaf de camping in Slowakije terugkomen, hebben we besloten om daarna voor een week een kamer in een hotel in Debrecen te huren. Het is de tweede stad in Hongarije en is gelegen in het Oosten van het land, in de Hongaarse laagvlakte Alföld, voor mij een nieuwe streek, voor Lief een reis naar het verleden.

En hier stokte de blog gisteren. Eigenlijk om niets, of nou ja, omdat het bereik bij de Datsja wegviel en de vogels van allerlei pluimage zo’n kathedrale koorzang aanvingen, dat ik niet anders kon doen dan genieten en luisteren, ademloos luisteren. Geen opnames, geen foto geschoten, alleen maar zitten te zitten en alles, elke triller, elk nieuw geluid, toevoegen aan mijn lijst van ongekend. Putter, zwartkop, merel, spreeuw, groenling, huismus, Turkse tortel, boerenzwaluw, koolmees en last but not least, de nachtegalen, die waren samen met de merels de voorzangers van het koor. Uitbundig en niet aflatend, met hoog boven ons de roep van de torenvalk er tussendoor.

Daarna werkte ik aan het doek verder. Had gezien dat het gezicht te breed, de wangen te rond waren, dus moest het hele portret centimeters verschuiven. In het kader van ‘kill your darlings’ als ze het net niet zijn. Geen probleem. Liever dat, dan doorwerken aan een dreigende mislukking, naar mijn mening natuurlijk.

Vanmorgen vond ik het E-book met handige informatie over dit land en stuurde het door aan nichtlief en haar man, die eind augustus hierheen komen om fietstochten te houden, waarbij wij steeds de basis zullen zijn. Iets waar ik het met Lief ook over heb gehad. Fietsen is makkelijker voor mij dan lopen. Het vergt veel minder inspanning, dat wil zeggen, als het een elektrische fiets is. Nu gaan we toch op zoek naar een exemplaar. Lief heeft nog een goede solide fiets van de vriendin, die hier heeft gewoond en het hem heeft doorgegeven en kan daar prima mee uit de voeten. Met zijn energie en uithoudingsvermogen redt hij het makkelijk. Hoe leuk zal het zijn om de hele omgeving te verkennen. Daarnaast zitten de elektrische vouwfietsen ook nog steeds in mijn hoofd. Ergens naar afreizen, fietsje pakken en gaan, daarmee kan ik praktisch moeiteloos wat hellingen nemen, zonder hijgend en puffend hoogstens de weg tot de helft te gaan.

Bij een kleine wandeling door het bos zag ik een lieflijk tafereeltje van de handwerktuigen die Lief aan en rond het hek gehangen had. De paden zijn inmiddels ruim begaanbaar, dus slang hoef ik niet meer per ongeluk te overlopen en straks onze belhamels ook niet, al zullen ze het machtig interessant vinden, die vrij grote hagedissen en slangen. Bij de kleine exemplaren tussen de dakpannen verwacht ik eveneens spontane speurtochten.

Vandaag en morgen gaat het regenen. Een uitstekende gelegenheid om alles voor te bereiden voor onze vijf logees. De boodschappen doen we morgen in alle vroegte. Het huis aan kant in de komende resterende twee dagen. Ze komen in de avond dus een heerlijke pot van het een of ander bij ontvangst. Ze drinken voornamelijk melk, thee, water of siroop en lusten nagenoeg alles, heeft dochterlief me ingefluisterd. We hebben er zin in.

Overpeinzingen

Maar nu eerst aan de slag en gauw

Nu de week vordert en de goegemeente al over vier dagen op de stoep staat moeten er voorbereidingen getroffen worden. Het komt goed uit dat deze komende dagen met afwisselend regen, soms veel volgens de voorspellingen, en zon gevuld zullen zijn. Dat geeft de burger moed. Alle huishoudelijke karweitjes, waar je hier bijna los van komt omdat het leven zich voornamelijk buiten afspeelt, zullen toch echt gedaan moeten worden. Het sanitair een schrobbertje, spinnenwebben raggen met de ragebol en de kans geven aan de spin om te ontsnappen, Stoffie inzetten en voor sommige onmogelijke hoekige plekken haar grote broer de stofzuiger, de bibliotheek omtoveren tot slaapparadijs, kussens, beddengoed en matrassen controleren en luchten op het terras, boodschappen in huis halen en daarmee de laatste puntjes op de -i- zetten.

Hoeveel eten die mannen eigenlijk? Nooit over nagedacht. Ze zijn (bijna)7, 12 en 16. Wat gaat er aan brood in en wat aan drinken. Voor een weeshuis koken doe ik gemiddeld nog steeds met mijn gewoonte om voor vijf te koken, maar ontbijt en lunch ben ik een beetje kwijt omdat wij hier maar twee maaltijden per dag eten. Een brunch rond twaalven en in de vroege avond een warme maaltijd rond zessen. Ieder vogeltje zingt zoals hij gebekt is.

Ik moet denken aan mijn vader, die erg gesteld was op de vaste tijden. Op een gegeven moment is mijn moeder overgestapt van de warme maaltijden ‘s middags naar de vroege avond, ik denk omdat dat handiger was met mijn vaders diensten en de voetbaltrainingen en dat werd op een gegeven moment vaste prik om 17.00 uur. Geen denken aan om daar van af te wijken. Vroeg eten betekent een lange avond. Alles vroeg aan kant en dan kon mijn moeder nog genieten van de laatste avondzon op haar tuinstoel achterbuiten. Dat zorgen voor een lange avond hebben we er min of meer in gehouden, ook dankzij trainingen, clubjes en wat dies meer zij.

Ik overwoog een airfryer, maar denk dat ik maar op zoek ga naar ovenfrietjes. Nog nooit naar gezocht, voor onze twee kleine porties bak ik altijd nog op een ouderwetse manier met olie in het pannetje.

Apart serveren is mooier, de mozzarella kleurde lichtgeel door de kurkuma

Gisteren wilden we een lichte maaltijd na al het harde werken van Lief. Het werd Insalata Caprese gecombineerd met couscous. Een variatie op een recept van internet. De couscous liet ik wellen in kokend water en ondertussen snipperde ik een uitje, knoflook en wat kastanjechampignons in de olie en husselde dat met kurkuma en een schep marmelade, bij gebrek aan rozijnen en nog wat olijfolie. Samen met het zoetzure van de Balsamico in de Caprese een geweldig lekker gerecht en simpel.

Vrienden zijn aan het fietsen door Italië en we kunnen het bijhouden op Polar Steps. Dat mis ik wel eens. Die grote uitdagingen uitproberen. Pittige fietstochten langs B&B’s en maar zien waar het schip strandt of kanotochten over woeste rivieren, rotspartijen beklimmen, het zal er allemaal niet meer van komen. Het Mecsek gebergte is vooral om te aanschouwen of met de auto naar het hoogste punt te rijden, maar niet meer om te beklimmen. Daar tegenover hebben we vanuit hier de vrijheid om overal naar toe te rijden en te genieten van dit grote land en haar diversiteit en van de landen om ons heen, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Oostenrijk, het ligt allemaal binnen een paar uur bereik. In de zomer Slowakije vooralsnog. Maar nu eerst aan de slag en gauw.

Overpeinzingen

Twee vliegen in een klap eigenlijk

In het bos achter de Datsja is het gras hoger, mede omdat er zoveel wilde bloemen groeien die we nog even de kans willen geven. Het walstro, de dovenetel, het harig zenegroen, look-zonder-look, stinkende Gouwe, de paardebloemen en de boterbloemen tieren er welig. Die ruimte is er. Tussendoor kleine gemaaide paadjes, die de doorgankelijkheid moeten waarborgen. Ik mag graag tussen de bedrijven door wat kuieren, al zou ik meer kleine paadjes tussendoor willen zien, maar ach, het is veel voor mijn Lief, die dat zware werk ook nog eens allemaal in zijn eentje bijhoudt, in kalme tred, zeker, maar gestaag, niet aflatend. Bewonderenswaardig.

Gistermiddag op zoek naar de trillers van de Nachtegaal, die ik niet vond, kwam er iets anders op mijn pad. Op weg naar de klapstoel die er tegen een boom stond, zag ik ineens op een metertje afstand de slang, koesterend in het zonnetje. Zijn kop was verscholen in het gras maar zijn minstens een meter lange lijf liet hij opwarmen in de uitbundige zonnewarmte tussen de bomen door, op dat ene plekje daar.

Toch de ingehouden adem, toch stokstijf op de plaats, want hè, een slang die je in Nederland niet vaak ziet is toch andere koek. Minstens net zolang is de ringslang die we met regelmaat zien op de tuin, maar deze rakker ken ik niet. Toch maar terug wandelen en Lief vertellen van mijn vondst. Samen gingen we het geitenpaadje nog een keer op, maar hij was allang veilig en wel weggegleden. Het resultaat is dat er wat bredere paden zullen komen in ons bos, zodat we, weliswaar altijd speurend, geen ‘oer’bewoners onverwacht op de staart hoeven trappen.

Vanmorgen keek ik na een tip op Social Media naar Bureau Buitenland van de VPRO. Wat een aangename kennisvergaring valt op te doen over de wereldorde en haar verschuivingen. Objectief en beeldend aan de hand van een grote wereldkaart, waar de juiste plekken worden aangeduid met markers. Onder de positieve benadering van Sophie Derkzen en Tim de Wit wordt helder en duidelijk met behulp van twee steeds wisselende gasten inzicht verkregen over een snel veranderende wereld. Een aanrader voor ieder die snakt naar de juiste informatie.

Vorige week was er op het journaal een item over mierensmokkel. Grote Afrikaanse mieren die in kleine buisjes worden vervoerd naar Nederland en daar onder de verzamelaars soms voor honderden euro’s worden verkocht. Waanzinnig. Bij het mijmeren op de veranda lopen diezelfde grote mieren, lookalikes van die Afrikaanse, in processie al jaren te wandelen van en naar hun nest. Waar dat is hebben we nog niet onderzocht. Ze doen geen kwaad, ze lopen hun weggetjes, kruipen nergens in of op, maar sjouwen moeiteloos het ene na het andere mee, duwen het voor zich uit of klemmen het tussen de kaken. Kleintjes lopen in hun kielzog, over de richeltjes van het terras, tastend en speurend, soms talmend, maar altijd voort.

Waarom komen invallen en ideeën toch altijd op sluipersvoeten als het donker is. We hebben een ongerept stuk grond achter het bos, dat door buurman steeds dreigt te worden geconfiskeerd. Vannacht bedacht ik dat het een te groot terrein is om dat met z’n tweeën aan te pakken en dat het misschien een idee is om eens uit te kijken naar een ecobedrijf die de basis zou kunnen leggen voor dat voedselbos, dat we daar zo graag zouden willen hebben. De eigenschap van een natuurlijk voedselbos is dat het nagenoeg onderhoudsarm is, maar voor de natuur en ons een zegen. Twee vliegen in een klap eigenlijk.

Overpeinzingen

Om ze nu te koesteren

Gisterenmiddag toen ik in de Datsja een doek aan het bijwerken was en even buiten uit ging puffen om los te komen van het beeld, omdat het nog niet helemaal naar mijn zin was, hoorde ik ineens een bekend geluid. Ik kon het bijna niet geloven. Na de betrekkelijk stille lente vorig jaar was daar ineens een lange triller van de nachtegaal. ‘Ze zijn terug’, jubelde het door me heen. Het was er niet één, bleek later, maar meerdere. Wow. Sinds ik ze de eerste keer hier hoorde, heb ik dat tot mijn lievelingsconcerten gebombardeerd, nog mooier dan dat van de merel. Ik schrijf op de veranda van de Datsja. Vannacht dacht ik erover om de hele doek te laten verdwijnen, maar nu ik hem zo terug zie, weet ik het niet. Die eeuwige twijfel, maar vooral de onzekerheid, blijft, vrees ik.

De vogelapp gaf de Hop aan. Dat kan je hopen, maar eerst zelf horen en dan geloven, zoals het een ongelovige Thomas betaamt.

Foto’s van de hele familie die eieren aan het zoeken zijn in de bossen van de Treek bij Austerlitz. Foto’s stromen binnen van al het grut, dat aan de meegebrachte boterhammen zit . Heerlijk om te zien en spijtig dat we er niet bij zijn, maar de beelden verzachten dat gemis.

Pasen hebben we vanmorgen met een zeer bescheiden ontbijtje gevierd met verse broodjes en een gekookt eitje zonder PFAS, die warmgehouden werd onder de twee kippetjes, de vilten eierwarmers van Sjaal met Verhaal en ooit van zoonlief gekregen.

De buren zijn hier achter op hun land een soort speelparadijsje aan het bouwen voor het kleinkind. Er is een huisje, een trampoline, een glijbaan en het wordt vast heel mooi, want ze klotteren en boren dat het een lieve lust is. Ze zijn er vrolijk onder want regelmatig klinkt er een spontane schaterlach. Af en toe ook helaas het scheuren van een elektrische zaag.

Gisteren keken we nogmaals in de brievenbus of het opgestuurde recept, dat inmiddels gelukkig niet meer nodig is, er al zou zijn. Nul op rekest. De actie met dochterlief was dat gelukkig wel. Note to self: Opsturen hoeft echt niet aangetekend, want het komt toch veel te laat. Goed om te weten.

Met het halen van de thee zag ik onderweg op de takken van de hazelnoot een koninginnenpage. Top. Het hele lenteleven ontwaakt. Wat er ook ergens vliegt is de bijeneter, zelfs hier is hij zeldzaam. Hij boft want van uitsterven van de bijen is hier nog geen sprake. Vriendlief die een dorp verderop woont, vertelde dat zijn Hongaarse vrouw zo’n hekel heeft aan het getjilp van de mussen. Het is zo erg dat ze er soms zelfs voor binnen blijft. Wij vinden ze eerder vertederend, met dat bezige gedoe van ze. Tak op, tak af à la Guido Gezelle, het scheren door de lucht, in rap tempo achter elkaar aan en het struinen in het lage struweel. Ze tjilpen de oren van je hoofd, dat is waar, maar ik denk dat je eerst een leefwereld moet hebben gezien, waar ze niet meer te vinden waren zoals in Nieuwegein, en node gemist werden, om ze nu te koesteren.

Overpeinzingen

Dat moet lukken

‘Als je er echt niets aan kunt veranderen: accepteer de beperking, kijk wat er aan mogelijkheden opengaan en doe dáár dan iets mee. Het geeft je vrijheid en wendbaarheid en dat zijn dingen die ik elk mens gun.’

Vriendinlief schrijft rake blogs. Een van haar laatste was een blog over een opdracht die een ver-van-mijn-bed-show voor haar betekende. Haar aversie blokkeerde, maar bij het overpeinzen kwam ze tot het hier bovenstaande inzicht. Laat je leiden, verleg grenzen, open nieuwe deuren. Inderdaad het brengt vrijheid. Go with the flow.

Lucht tekort brengt een groot aantal beperkingen met zich mee, maar daar tussenin liggen terreinen braak, die je daarvoor nooit gezien zou hebben of waar je in de verste verten niet aan gedacht zou hebben. Zo werkt het. Natuurlijk zijn er flinke aderlatingen. Niet meer mee aan de wandel kunnen met de zussen omdat mijn tempo zoveel lager ligt, niet meer even snel dit of dat aanpakken, omdat je daar later de rekening van krijg, constant spitsroeden lopen in de bewaking van je flexibiliteit. Je wilt zo graag, maar eigenlijk is het te hoog gegrepen. Aan de andere kant zijn er zoveel meer nieuwe ontdekkingen.

Iets wat ik lang niet heb gekund, is het waarnemen in stilte, zonder iets om handen te hebben en alleen maar te kijken. Naar kever, naar bij, naar bloem, naar boom, naar het scheren van de zwaluwen boven mijn hoofd of te luisteren naar de vogelgeluiden achter bij de Datsja en het gezoem overal. Het brengt een wonderschone serene rust in mij, dat als tegenhang dient voor het jachtige leven van ooit. Natuurlijk helpt de Hof er aan mee, dé uitgelezen plek om stil te staan bij het moment van de dag. Of om met dochterlief te spreken: ‘Magisch gewoon.’

Hier is het makkelijker omdat de tijd met het tempo mee vertraagt. Lief werkt hard, maar uiterst kalm, veel met de hand. Alles vordert gestaag. Het uitdunnen van het groen, bedenken waar het mag blijven bestaan en waar het beter is om weg te halen. Een feest maken voor iedereen, de insecten, de vogels, het kleine grut als egel en muis. Het grote geheel blijven zien, een paradijs.

Gisteren heb ik de Datsja aangepakt, stof gezogen, spinnen buiten gezet en het atelier gebruiksklaar gemaakt, ramen open gegooid, nieuwe lentelucht erin laten stromen en genoten op de veranda in de verweerde rotan stoelen, terwijl de merel zijn trillers liet horen, in goed gezelschap van de putter, de zwartkop, de koolmees, die zich uitgebreid laat bewonderen, de roodborst en de boerenzwaluw. ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ om met Gorter te spreken. Wantsen hebben hier en daar het leven gelaten, ze zijn er dit voorjaar niet zo veelvuldig als anders, deze kleine brommers, die te pas en te onpas binnen vliegen.

Atalanta, licht beschadigd, rust uit op een blad, we ontdekken een zure kers door zich door de wilde prunus heen heeft gestrengeld of andersom. De bloem is veel kleiner.

Nog een week dan komt oudste dochterlief en haar gezin. Er moet nagedacht worden over de boodschappen. Hoeveel eten die vier mannen van haar en ook, niet onbelangrijk, hoe vaak. De bibliotheek moet omgetoverd worden tot familieslaapkamer, de slaapbank uit, de matrassen naar beneden, het beddengoed gelucht. Ze denken zaterdagavond hier op de stoep te staan met een huurauto vanuit Budapest. Heerlijk om de drie rakkers en hen te kunnen knuffelen. Nu maar duimen op wat warmer en droger weer dan tot nu toe. Van alle kanten wordt ons zon toebedacht, dus dat moet lukken.

Overpeinzingen

Een troostrijke zee aan bloemen

De ooievaars in het dorp zitten weer op hun nest. Ook de zwaluwen zwermen door de lucht, helaas laag, want er is nogal wat regen gevallen en er belooft nog veel meer te komen. Voor de tijd van het jaar is het eigenlijk te koud. Andere jaren was er volop zon en warmte. We rommelen wat om de Hof heen. Inmiddels ben ik aan een nieuw tekendagboek begonnen. De tekeningetjes zijn kleiner en met viltstiften gekleurd. Weer eens wat anders.

De mythische paashaas hier wekt mijn nieuwsgierigheid, maar vooralsnog kan ik er niet veel over vinden. Het voelt alsof zijn rol zoiets is als die van de Maartse Haas in Alice in Wonderland, die aan het hoofd van de theetafel zat en Alice uitnodigde een kopje thee te komen drinken. Ik was ook in de war met het witte konijn die ‘Te laat, te laat’ riep zodat Alice hem achterna ging, recht het konijnenhol in en in wonderland terecht kwam.

In de cultuurgids van het NRC wordt de tentoonstelling van Magdalena Abakanowicz geroemd. Ze zijn ondergebracht in het Noordbrabants museum, het Textielmuseum en het Provinciehuis Noord-Brabant. Magdalena maakt enorme indrukwekkende Kunstsculpturen. Ze raakte geinspireerd toen ze bij de Club van Rome hoorde over de klimaatverandering (in de jaren ‘70)waarna ze zich richtte op het herstellen van de balans tussen mens en natuur. Een bijzonder actueel onderwerp en helaas nog steeds van deze tijd. De tentoonstelling loopt gelukkig tot 24 augustus. Ze gaat op mijn lijstje.

In diezelfde gids de aankondiging van de tentoonstelling over Verzetsfotografie met het werk van de leden van ‘De ondergedoken Camera’ in het laatste oorlogsjaar 1944-1945. Indrukwekkende foto’s met elk hun eigen verhaal erachter. Het werk is opgenomen in het prestigieuze Nederlandse Unesco Memory of the World-register. Het is de eerste fotocollectie die die eer te beurt valt. Vanaf 2 mei te zien in FOAM en een kleinere buitenexpositie op het museumplein van 29 april tot en met 6 mei.

Een paar blogs geleden kwamen de dagboeken van moeders ter sprake. Het dagboek van Dieuwertje Blok haar moeder is eigenlijk precies zo’n ‘bakvissen’dagboek, met verliefdheden op elke bladzijde, soms in elke regel. Daarnaast echter sijpelt het wereldnieuws er doorheen. Op deze manier kreeg ik een antwoord op de vraag of dergelijke dagboeken wel interessant zijn voor bijvoorbeeld de kinderen. Het is wel degelijk een tijdsdocument. Met name bewijst het, zoals het Parool op de omslag aanhaalt, ‘dat zelfs in de meest afgrijselijke tijden de levenslust bij jonge mensen het won van de angst en de doemgedachten.’

Kunst, cultuur en natuur is de juiste tegenhang voor al de onrust in deze dagen. Alles wat de maatschappijkritiek aanscherpt en voedt is van belang. Juist nu zijn er allerlei tentoonstellingen van waarde, waarvan ik er helaas een paar zal missen. Op mijn lijst stond ook het werk van Kunstenaar en Ecofeministe Lara Schnitger. Je vindt het terug op de tentoonstelling ‘Stitch Witch’ in Museum Kranenburgh, waar men aandacht vraagt voor haar veelzijdig kunstenaarschap, feministisch engagement en focus op de verbondenheid van mens en natuur. Sculpturale werken in textiel.

Er zit trouwens een vreemd insect tegen een van de palen van het druivenprieel, vanachter mijn keukenraam zit ie maar te zitten en moet ik er even een foto van nemen. De druivenbladeren beginnen eindelijk te komen. De vijg heeft zelfs al ieniemienie-blad en piepkleine vijgen, Gisteren zijn alle zaadjes in de grond gegaan en kwam er een plensbui overheen. Als ze niet weggespoeld zijn, hebben we zo een troostrijke zee aan bloemen.

Overpeinzingen

Soepdag

Vanmorgen zaten we om negen uur gepikt en gesteven in de auto om in een overvolle super boodschappen te doen. Karrevrachten vol laveerden om ons heen. Pasen wordt inderdaad groots gevierd. Naast onze Agaath stond een busje met een Nederlands kenteken. Dat zie je hier niet vaak. De Nederlanders die er wonen hebben allemaal een Hongaars nummerbord.

Vandaag is het de sterfdag van mijn moeder en ter ere daarvan een fragment uit haar dagboek en een herinnering

Op zondag 21 juli 1985 schreef mijn moeder in haar dagboek:‘(…).Koffie en een mis voor de scheepvaart op België, met daar muziek en vendels  en dat alles op ’t strand van Blankenberge. Ton en Marijke, soeptijd, Pa brood met ossenworst. Marijke en Moe gaan wandelen met de jongens. Raar weer, zon, regen, dreiging, harde wind, koud, felle zon, heet. De heren zaten aan een pilsje, moe zet koffie. Ton moet half vijf werken, dus om drie uur huiswaarts. Moe doet de vaat en leest en puzzelt. Pa zit te zitten.(…)’

De zondagse loomheid vloeide uit haar pen. Iedereen was verder op vakantie en de afwisseling bleef bij dat ene bezoek van mijn zus en haar gezin. Zondag betekende haar hele leven lang in het middaguur, als de trek begon te komen, soep, heerlijke zelf getrokken kippensoep of verse tomaten of groentesoep met eigenhandig gedraaide balletjes. Kom daar nu nog maar eens om. Soep kreeg betekenis door haar vele vermeende eigenschappen. Het stilde de trek en wekte de eetlust op, het was heilzaam en helend en het werd ook gezien als troostend bij ziekte of malaise. Het hele huis ademde soep, omdat het trekken van de kip al de dag ervoor gebeurde. Afzuigkappen waren er niet toen ik klein was. Wat je rook was wat je at, zo simpel lag dat.

Het kon problemen opleveren bij spruitjes, kool en oliebollen. Dan bleef de zware lucht lang hangen en hielp er geen lieve vadertje of moedertje meer aan, zelfs niet met het openzetten van de keukendeur. Koollucht in de gordijnen, we raakten er aan gewend, net als de grauwe rook die mijn vader erin joeg. Bovendien stonk de benenkluiffabriek vele malen erger. Je kon het inderdaad beter afwegen aan iets wat heftiger was. Dan werd het fait accompli  lichter om te dragen.

Vroeger stonden de potten en pannen veel langer op het vuur. Postelein, spinazie en bloemkool werden drassig doorgekookt. Spinazie bleef bitter tot de fijngeschuurde beschuiten en de verkruimelde hardgekookte eieren dat wegnamen. Bovendien was alles te prakken met de aardappelen, smeuïg te roeren met de jus en ging er in een erger geval ook nog een flinke schep appelmoes overheen. Aan alles viel een mouw te passen en mijn moeder was niet voor een kleintje vervaart. Bovendien was er uiteindelijk altijd mijn vader nog, die alleen al door er te zijn, er voor zorgde dat de borden leeg kwamen. Je keek wel linker uit om hommeles te riskeren.

Mijn moeder, Bobby de hond en mijn jongste broertje

Wij werden wel behendig en gewiekst en zorgden ervoor dat de, in onze optiek, meest vieze dingen via het afzuigertje onder de tafel verdwenen. Bobby was een onbestendig hondje, een vuilnisbakkenras en een grote omnivoor. Om die hachelijke onderneming ongemerkt te doen, moest je je gezicht in een onschuldige plooi houden en stoïcijns zogenaamd aan je sok krabben, waarbij je duimde dat onze kameraad in bange uren, niet in een tevreden gesmak uitbarstte. Kluiven konden niet, want die hadden ons subiet verraden, omdat Bobby ze met veel gekraak versplinterde. Bij mijn moeders soep hadden we hem niet nodig en vochten we zelf om de balletjes.

Als mijn moeder op maandag de restjessoep serveerde vond ik dat eeuwig zonde, omdat daar alles was ingegaan wat van de zondag restte, tot aan de bloemkool toe. Dat was echt niet lekker, maar moest op tot de laatste snik. Twee smekende ogen keken ons aan vanonder het tafelzeil, maar ja, soep lepelen aan de hond was vragen om moeilijkheden. Dus aten we braaf, een tikje meesmuilend, de soep en wenste ik dat het zondag was. De enige echte soepdag!

Overpeinzingen

Al met al voldoende mazzel

Dochterlief belde vanochtend hoe het er mee was. Beetje benauwd, was het antwoord. Met het gesprek kwamen we er ook nog achter, dat het recept in het tijdsbestek van twee tot vijf dagen ook wel een s na de Pasen zou kunnen vallen. We zochten beiden het patiëntenportaal van de huisartsenpraktijk op en ik loodste haar naar binnen. Zij kon het recept niet openen, maar ik wel. ‘Maak er een screenshot van en print het uit’. Daar had ik ook wel aan gedacht maar ik was vergeten hoe je een screenshot maakte. Ouder hoofd, dan krijg je dat. Zij zette het om in PDF en stuurde het per mail naar me toe. Nu kon ik het laten uitprinten. Het postkantoor in Szigetvar leek de aangewezen plek. Niet dus. De papirette verderop in de straat. Ook nul op rekest. ‘De fotozaak’, wist die mevrouw, ‘die kunnen dat doen’.

Een dichte deur die even open ging om een van de laatste klanten uit te laten. Op onze vraag streek de vrouw van de winkel over haar hart en liet ons binnen. Met twee kleurenkopieën stonden we na een kwartier weer buiten. Perfect. Bij de apotheek was het druk. De hoofdapotheker werd er weer bijgehaald, die zich ons nog herinnerde en keurde de kopie goed. Pffff. Heerlijk zo’n man die meedenkt. We konden met de puf op huis aan. Missie geslaagd. Bij thuiskomst lag er nog steeds geen brief. Goed denkwerk van dochter. ‘En eerder aan álle bellen hier trekken ma’, vond ze. ‘Met elkaar komen we er altijd.’ Zo is dat.

Zo nu de zorgen weer voor morgen zijn, kan het feest beginnen. Pasen wordt hier groots gevierd en op goede vrijdag en eerste en tweede paasdag zijn alle winkels dicht. Met andere woorden: Regeren is vooruit zien’. We halen morgen en zaterdag op een vroeg tijdstip de boodschappen. In de dorpen worden de paastradities veelal in ere gehouden. De vrouwen bereiden de maaltijden met gerookte ham, gekookte eieren, verse ingelegde mierikswortel en vers melkbrood(Kalacs, een soort brioche), heel vaak staat er Palinka op tafel. Ze wachten op de mannen in huis die een gedicht(Husvéti vers) voordragen en parfum in hun haar spuiten. Vroeger werd er met water over ze heen gegooid en tegenwoordig worden ze daarmee besprenkeld. (locsolkodas). Eigenlijk draait Pasen om het einde van de veertig dagen vasten, de komst van de lente, hofmakerij, vruchtbaarheid en gezondheid. De eieren worden beschilderd en aan de waterbesprenkelende mannen gegeven. Voor de kinderen deelt een mythische paashaas eieren en paashazen uit. Veel kinderen krijgen een konijntje, want een haas is in het Hongaars een wild konijn ofwel een mezei nyúl.

In Pécs schijnt er wel een Paasmarkt te zijn. Dat moet ik nog uitzoeken en anders is een bezoek aan het eieren museum of aan de cultuurwijk het Zsolnay interessant. Daar is de tentoonstelling van het rozenporselein zeer de moeite waard.

Gisteren kwam vriendlief spontaan langs om even de handmaaier na te kijken, die het op de een of andere manier begeven had. Hij haalde het ding vakkundig uit elkaar en kreeg er zowaar weer beweging in. Toen hij nieuw vet in de tandraderen deed ging het soepeler. We vermoeden dat het vet niet meer goed was. Tijd voor thee was er niet, want hij moest weer aan het werk. Heerlijk zo’n Handige Harry in de buurt. Mijn verkregen puf en de werkende maaier. Al met al voldoende mazzel.

Overpeinzingen

Ik geloof niet dat iemand daar veel wijzer van wordt

De hof is naast andere heerlijkheden ook een paardenbloem-en-een-hondsdraf-paradijs met daar tussendoor verschillende soorten wikke. Dat paardenbloemen nog veel interessanter zijn dan ik altijd al vond, lees ik in een artikel van Marloes Blom. Toepasselijke naam trouwens. Ze schrijft in het blad Seasons tien weetjes over deze vaak verguisde bloem. Zo blijken ze hele goede bodemverbeteraars te zijn. Dat het de grond ontbreekt aan voedingsstoffen kun je zien aan het bladrozet van de paardebloem, die ligt dan plat. Dan gaan ze aan het werk door diepe gangenstelsels te maken, waardoor de bodem luchtiger wordt en ze halen kalk uit de diepere lagen, die weer beschikbaar komen in de bovenste laag. Het wortelstelsel van de paardebloem heeft dus een positieve impact op de bodemkwaliteit. Als de bladkroon rechtop staat betekent het dat de bodem gezond is.Vernuftig toch, die heerlijke natuur.

Vanmorgen heb ik het relaas van het leven van Greet Hofmans gelezen en nu ben ik in het boek van Dieuwertje Blok ‘De dragelijke lichtheid’ (Dagboek van een Joods meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog) begonnen. Dieuwertje schetst in het voorwoord in het kort het leven van haar grootouders en haar moeder Henny. Ze besluit om het dagboek dat zij en haar zussen gevonden hebben na de dood van haar vader, slechts op een enkele verbetering in de interpunctie na, weer te geven. Het is een zeer herkenbaar relaas van een jong meisje dat in lichtheid door het leven fladdert. De levenslust won het van de angst en de doemgedachten, schreef het Parool. Het leest vlot weg en is door de vele foto’s uit die glorietijden voor de oorlog een genot om te lezen. De familie was niet onbemiddeld, Henny was enigst kind en ze hadden het goed met z’n drieën. Ik ben nu bij het Dagboek zelf aanbeland.

Na regen komt zonneschijn. De hele ochtend heeft het gemiezerd of geplensd maar nu trekt het open en schijnt de zon af en toe. Lief heeft al het spinrag gezogen en Stoffie doet de rest. Die walst door de kamer als een volleerde stofzuiger. Een uitkomst, zeker nu ik nog niet al te veel kan verhapstukken.

Een lieve blogvriendin schreef gisteren toevallig een antwoord over de eindeloze hoeveelheid dagboeken van haar moeder die ze vier jaar voor haar sterven allemaal had weggedaan. Ze vond het jammer, maar de reden was misschien dat er ook ‘ergernissen’ in stonden. Dochters en ik hadden een gesprek over dagboeken en of je ze moest koesteren of toch niet. We zijn er nog niet uit. In het geval van Dieuwertje haar moeder is het een uitkomst, want zo komen we heel wat te weten over een spannende tijd, ook al wordt alles op lichte toon benaderd. Mijn moeders dagboeken had ik niet willen missen. Er staan haar eigen wijsheden in, vaak tussen de regels door, die zo op het oog over koetjes en kalfjes gaat. Ze had dan ook een doel voor ogen met het schrijven ervan. Ze wilde vertellen hoe het is om als ‘mantelzorger avant la lettre’ te moeten omgaan met een echtgenoot die in die vijf jaar van haar leven een ware karakterverandering had ondergaan. Ze wilde aantonen wat er allemaal bij kwam kijken en tegen welke muren van de medische zorg of van de hulporganisaties je op kon lopen. Hoe vaak je een roepende in de woestijn werd. We hadden dit als aandenken na haar plotselinge overlijden inderdaad niet willen missen. Maar mijn puber-dagboeken met bakvisaanbiddingen, dat is toch andere koek. Ik geloof niet dat daar iemand veel wijzer van wordt.

Overpeinzingen

Niet voor één gat te vangen

Het had even wat vijven en zessen nodig voor de doktersassistente aan de slag kon met het opsturen van het recept. Daarvoor moest ik naar het patiëntenportaal omdat dat via de DigiD liep en daardoor betrouwbaarder was. Geduld is een schone zaak, maar dan heb je ook in ieder geval iets wat ik aan een apotheker kon laten zien. Pas tegen de middag was een en ander geregeld omdat het netwerk van de huisartsenpraktijk eruit lag. Inmiddels hebben we via alle mogelijke hulplijnen veel geduld opgebouwd, dus hier was in ieder geval een opening. Ik had dochterlief gewaarschuwd, dat ik misschien een geprinte versie of het origineel moest hebben en beloofde haar na het bezoek aan de apotheek onmiddellijk te appen.

We gingen naar de grootste apotheek van het stadje en werden te woord gestaan door de apotheker zelf. Hij luisterde goed, was uiterst vriendelijk, bestudeerde het recept en vertelde dat hij daar wel een geprinte versie van moest hebben zoals wij al hadden gedacht. Hij keek het na en het was in ieder geval op voorraad, dus met het tastbare bewijs was alles zo beklonken. Heerlijk, iemand die de tijd voor ons nam om een en ander goed uit te leggen.

Dochterlief gebeld en ze ging er achteraan. Na het boodschappen doen kwam het verlossende woord. ‘Het is onderweg, aangetekend en met spoed verzonden.’ Top. Nu duimen om een korte bezorgtijd. (2 tot 5 Dagen). In ieder geval was er een gunstig vooruitzicht.

Op de een of andere manier had ik onbedaarlijke trek in patat, dat hier natuurlijk niet af te halen was maar wel zelf te bakken. Toch een soort troostvoer voor alle hoofdbrekens. Samen met 6 zakjes bloemenzaden en diepvries kaasballetjes reden we de weg naar huis terug, langs de schitterende gele koolzaadvelden. Er viel een hele last van ons af. Actie geslaagd, patient nog in leven.

Gisteren kwam vriendlief langs om de potten pindakaas en de pakken hagelslag op te halen. We zaten gezellig op het terras en dronken thee en een o.o biertje. Tijd voor de sterke verhalen naar aanleiding van de meegebrachte lekkernij. Een verslag hoe we vroeger, met een Volkswagenbus met een motor van een Taunus 15M, volgeladen met tent, bagage en kinderen, op pad gingen naar Spanje. Hoe dapper dat was van Pa, zo rond 1965, konden we als kind niet inschatten. ‘Een vreemd land en wat de boer niet kent eet hij niet’ stond garant voor een auto vol aan levensmiddelen. Aardappelen, zure bommen, kampeerboter-blikken en natuurlijk vele pakken hagelslag. Saillant detail was dat de zware tent voor het evenwicht onderin het bagageruim lag. We deden drie campings aan onderweg. Dat resulteerde in een ware uitwas om de auto heen, alvorens de tent kon worden opgezet en daarna, na een heleboel ‘God-zal-me-een-schaap-gevens’ en daarnaast gemor van de jongens die moesten helpen, met een glorieus resultaat. Op de terugweg idem dito maar tevens met de wit uitgeslagen hagelslag.

Toch zijn de herinneringen mooi, ook al verliep het een en ander niet op rolletjes. Het reizen en het ondernemen komt van Pa. Dat moge duidelijk zijn. Als je het niet probeert, weet je het niet. ‘Zo is dat Pa, we zien wel waar een schip strandt’. Er waren altijd meerdere wegen naar Tarragona, in variatie op een thema, en we zijn niet voor één gat te vangen.

Overpeinzingen

Om over na te denken

Na een zaterdag hard werken, dat wil zeggen voor Lief, want ik maak nog steeds een pas op de plaats of foto’s van de ontluikende lente, is er ruimte voor een fijne film.

We kiezen ‘Incendies’ een Canadese dramafilm uit 2010 van Denis Villeneuve. De film is gebaseerd op een toneelstuk uit 2003 van Wajdi Mouawad. Het is een prachtige film, waarbij een tweeling na de dood van hun moeder twee brieven meekrijgt om door te geven aan hun vader en hun broer. Van de eerste dachten ze dat hij overleden was en van de tweede hadden ze geen weet. De kinderen zijn niet onverdeeld trots op hun moeder, integendeel. Als de dochter op onderzoek uitgaat, komt ze erachter dat hun moeder een onwaarschijnlijk dappere vrouw is geweest. De ontknoping is een totaal onverwachte. Hier is heel duidelijk dat de moeder nooit heeft gesproken over haar leven in het land waar ze geboren is. Het beeld dat de kinderen van haar hebben lijkt in niets op wat ze werkelijk geweest is. Gaandeweg de zoektocht ontdekken ze haar vechtlust en haar dapperheid pas.

Hoe rolt het leven zich uit. Wat deel je en wat perse niet en waarom. Zo zou ik om een hoekje willen kijken van de geschiedenis om de oorlogsjaren te observeren en de rol van mijn ouders daarin. Er zijn flarden van mijn moeder, van mijn vader en van mijn oom die ondergedoken heeft gezeten die daar ook hachelijke situaties heeft meegemaakt. Het zijn losse momenten, behalve dat van mijn oom want die heeft zijn relaas opgeschreven. Een tocht met de kinderwagen, parachutisten, mijn moeder, het station, een looptocht naar Kampen om voedsel te vinden, een ondergedoken vader in Noord Holland. Als wij het aan elkaar breien wordt het waarschijnlijk toch weer een ander verhaal dan hoe het werkelijk geweest is. Zo gaat dat. We kunnen ons helaas nog niet katapulteren naar die tijd, die we alleen maar via films, boeken en oude Polygoon-beelden eigen kunnen maken.

Als de kinderen zich proberen voor te stellen hoe onze tijd in Leiden was, het eerste kleine appartementje in dat spaarzaam bewoonde huis, de trappen, het keukentje, de geuren, de kleuren, de was aan de deuren. Maar ook mijn geworstel in dat eerste verpleegtehuis waar ik op de bonnefooi ging werken, Zonnegloed op z’n Zweeds, mijn eerste handelingen, het overwinnen van de angst daarbij, mijn eerste overleden persoon, mijn manier om harten te winnen, die vreselijke spanlakens en de wanhoop van de verwarde mensen eronder. Het bracht veel zekerheid over hoe het niet moest en de stap naar het Academisch Ziekenhuis was niet groot, maar wel een verademing, al voelde ik me nog steeds dat beetje naïeve kind van mijn ouders.

Op Instagram komt een interview van de zus van Dieuwertje Blok met Eva Jinek langs, waarin het grote optimisme van Dieuwertje doorsijpelt. ‘Ze heeft ons er doorheen gesleept’, zeggen zowel haar man als haar zus. Door haar laconieke houding, ‘Ik ben niet in de wieg gesmoord’ en in de wetenschap dat ze niet bang was voor de dood heeft ze het rouwen in zekere zin lichter gemaakt. Ook dat is iets om over na te denken.

Overpeinzingen

Een been in het nu en met het andere in vroeger

Natuurlijk wel vaag bedacht maar me laten leiden door de hoop. Geneesmiddelen mag je niet opsturen. Schoonzoon had een goed idee, ‘Bel de spoedpost,’ het was namelijk inmiddels al avond. Gedaan want blij met elke ingeving. Mis poes. Je moet bij de huisarts zijn. Oké dan wordt het maandag. De huisarts kan een internationaal recept uitschrijven en daarmee kan ik hier naar de apotheek. Als ze tenminste digitale recepten goedkeuren. Anders moet ik nog ergens heen waar ik het uit kan printen. In ieder geval zal ik in het vervolg dubbelchecken of ik werkelijk alles heb.. Het zal me niet meer gebeuren.

Ziezo de boodschappen zijn gedaan. We hebben onze eerste lunch buiten gehad. De vogeltjes laten zich van hun beste kant zien. Heel veel mussen en mezen in de struiken op de grens van het land, de groenling en de putter zijn er ook, verklapt mijn vogelapp. Ik hoor ze niet, maar als ik het geluid op de app afspeel, dan weet ik dat ze in de buurt zijn.

De eerste houtbij is gesignaleerd rond de balken van het terras en gisteren vloog er een kolibrivlinder bij de vijg. De kleine salamanders erachter koesteren zich in het heerlijke warme zonlicht. Alle lege perkjes zijn ingezaaid met oude en nieuwe bloemenmengsels.

Gisteren keken we naar fragmenten uit de keek-op-de-week stukken van Koot en de Bie. Wat een heerlijke tijd was dat toch. Er kon overal vrijelijk over gesproken worden. Satire op het hoogste niveau. Goed doordacht met een meesterlijke clue. Werkelijk elk onderwerp kon geschikt zijn voor een stukje humor van de bovenste plank. Tegelijk was het scherp en kritisch en bedoeld om een stuk bewustwording aan te wakkeren. Naar die tijd kan ik echt terug verlangen.

Het boek van Lieke Marsman is een grote duik in het diepe en nog veel verder dan dat. Ik ben benieuwd wat de anderen eruit gesprokkeld hebben. Het is geen boek dat je zo maar even uitleest. Er zijn veel momenten van bepeinzingen. Soms vraag je je af, wat zou ik doen in zo’n geval, al is het natuurlijk niet voor te stellen. Je hebt geen kanker, je staat niet bewust voor de grensovergang van leven naar dood, jouw leven bestaat niet alleen uit de ‘misschiens’ of ‘de-wat-alsen’. De kwantummechanica aan het eind, moeilijk voor te stellen materie, roept nieuwe vragen op. Haar nieuwsgierigheid naar andere werelden stelt haar letterlijk en figuurlijk in staat om buiten grenzen te denken.

Het is vredig hier in de hof. De natuur laat zich van haar beste kanten zien. Door een opdracht ben ik weer aan het graven in het verre verleden. Daarvoor moet ik soms heel diep gaan. Ineens wist ik weer dat, als er sprake was van een luizenplaag wat nogal eens gebeurde, mijn moeder zuchtend een groot wit laken op de grond legde, wij op de blote knietjes in je ondergoed recht voor haar moesten gaan zitten, ze onze haren insmeerde met wasbenzine, die ze dan, niet zachtzinnig, met de netenkam uitkamde. Alles wat luis of neet was viel van onze voorover gebogen hoofden op het witte vlak. Hetzelfde gebeurde met vlooien. Stuk voor stuk keek ze alle kledingstukken na en als ze er een vond, kneep ze ‘m tussen duim en wijsvinger plat of gooide ze ze in een kan met water, waarna ze jammerlijk verdronken. Dat vonden we niet zo erg, want ze beten en jeukten.

Gek hoe dat gaat. Ineens komt zo’n herinnering helder door de mazen van het brein heen vallen. Er volgen er vast nog meer, zolang ik bezig ben met een been in het nu en met het andere in vroeger.

Overpeinzingen

Tot zolang hou ik me een beetje koest

Adelheid Roosen komt zondag praten met Annemiek Schrijver in de Verwondering. Ik heb haar altijd bewonderd. Ze leeft, zoals ze zelf zegt, vanuit haar innerlijk kind en dat is te merken aan haar manier van in het leven staan en de acties en programma’s die ze doet en maakt.

Ik zag die intensiteit terwijl ze haar moeder begeleidde die weggleed in dementie. Ze ging daarbij heel ver. Het was ontroerend, en heel mooi en zacht en soms riep het ook bij mij vraagtekens op, maar wat ze vooral deed, was het menswaardige eerbiedigen en met dat respect iedereen tegemoet treden.

In het woord vooraf lees ik dat ze als levensfilosofie een opmerking van haar scheikundeleraar heeft omarmd: ‘De schoonheid van een experiment is dat het nooit kan mislukken’ en haar levenstekst, jaren later, komt van Ghandi: Maak de wereld elke dag zoals jij hem zou willen zien.’

Die woorden vond ze eerst te groot, maar later kon ze er in gaan wonen, omdat ze begreep dat de wereld niet groter was dan de vierkante meter waarin je je beweegt. Dertien April wordt het uitgezonden, dit boeiende gesprek.

Lief zit hier vooraan bij de bloementuin grond te vrijwaren zodat we er straks de klaprozen en de bloemzadenmixen kunnen uitstrooien. Voor de Lathyrus zoeken we nog een goed plekje. Verder kijken we natuurlijk iedere dag alles de grond uit, omdat het eindelijk warmer is geworden. De insecten en de vogels hebben er ook aanmerkelijk meer zin in.

In het boek van Han van Bree over het leven van Greet Hofmans komt het leven in de Jordaan aan het eind van de negentiende eeuw aan bod. Greet is daar in 1894 geboren. Geen sinecure, ondanks de schilderachtige films die in die periode was gesitueerd, zoals Ciske de Rat en eerder de Jantjes en Bleeke Bet, waarin je vooral naast de armoe vooral de romantische kanten ziet. Het leven speelde zich voor meerdere gezinnen af in één kamer, waar alles gebeurde tot en met het toiletbezoek toe. Humor vond ik het dat ze de kar die de poepemmers leegden, omgedoopt hadden tot de ‘Boldootkar’. Boldoot was die bekende geur die oma’s en tantes op hun zakdoekjes sprenkelden. Men zat er hutje op mutje en hygiene was ver te zoeken.

Gisteren werden we ook teruggeworpen in een andere tijd. Mijn puf was leeg en ineens zag ik de twee nieuwe ampullen voor me, veilig opgeborgen in hun kartonnen dozen. Niet hier in de koelkast, maar dáár. Het is mijn ontstekingsremmer, dus ik heb hem echt nodig. Wat nu. Nood breekt wetten. Naar de apotheek in Szigetvar, die kon niets betekenen voor ons als we geen recept hadden, maar raadde ons aan naar het ziekenhuis te gaan om bij de eerste hulppost om een recept te vragen. Na vieren, dat dan weer wel. Waarom dat was vergaten we te vragen.

Om vier uur vonden we het ziekenhuis in een achteraf wijk. Een grote vrij oude flat, met de entree en de gangen zoals het bij ons vroeger was. Een desk bij de eerste hulp, waar een mevrouw net bezig was haar tas in te pakken. Ze riep een collega in het donkerblauw en die schudde haar hoofd en begon onmiddellijk in snel Hongaars tegen de vrouw te praten. Zelfs Lief kon het alleen maar in flarden horen. Het kwam er op neer dat we morgenochtend om acht uur naar de longarts moesten gaan, want dat was de enige die dat recept uit mocht schrijven. Een broeder die er bij was komen staan, had nog iets ‘Over-het-hart-strijkerigs, maar de vrouw in het blauw was onvermurwbaar.

Lief was in alle staten om de vasthoudendheid van de niet vriendelijke dame. Ik kende die regels als verpleegkundige maar al te goed. Als het fout gaat, wordt zij er op aangesproken. Zo werkt dat. Maar ja, het ging om een Foster en niet om tranquillizers.

Enfin. Na tien minuten keerden we onverrichter zake weer naar huis. Eerst maar eens het thuisfront appen om de doosjes op te sturen. Tot zolang hou ik me een beetje koest.

Overpeinzingen

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Waarom droom ik nou van een macrobiotische winkel waar een van mijn minst macrobiotisch bewuste leerlingen werkt en van de crackers die ik vond, vezelrijk en flinterdun(die je hier niet kan krijgen}op de onderste plank maar aangebroken, met een verklaring van een andere winkeljuffrouw dat ze dat expres gedaan hebben, omdat het anders niet in het vakje paste en dat er niets uit was, maar alleen maar geopend. Dat laatste geloofde ik niet. Er was teveel ruimte in de verpakking. Bij dergelijke vraagstukken wordt een mens dan wakker. Precies dat gebeurde.

In de oude Groene van November, die hier nog ongeopend lag, las ik de lezersvraag van L, die zich afvraagt hoe het komt dat er in je droom soms iemand voorkomt in een rol die totaal niet aan de orde is of ooit zal komen. ‘Waarom’, vraagt ze zich af. De analyticus Arthur Eaton geeft als antwoord, dat we niet veel weten over dromen. ‘Er zijn wel theorieën maar we zijn honderd jaar later nog niet veel verder dan Freud. Zijn theorie is trouwens erg mooi. ‘Dromen beschermen onze slaap’ zegt hij.

Freud vond het ‘hallucinaties die ons helpen in slaap te blijven’. En ik moet denken aan broerlief, die door zijn nare vorm van dementie: Dementie met Lewy Bodies, vooral in de nacht aan het hallucineren slaat. Ze houden hem en zijn lieve vrouw juist uit de slaap. Worden zijn dromen bewaarheid?

Thomas Ogden stelt dat alle figuren of personen onderdeel zijn van de persoonlijkheid van de dromer zelf, die met elkaar in gesprek zijn. Daar vloeit volgens de analyticus de vraag ‘Wat wil ik mezelf vertellen’ uit voort. Antwoorden op de vragen zijn er niet, maar wel geeft het een leidraad om bij jezelf te raden te gaan. Boeiende materie.

Vanmorgen haalde ik de buitenluiken open met het touw en de katrol aan de binnenkant en zag tot mijn spijt een grauwe donkere lucht, dreigend van regen, boven het dak van de buurvrouw. De weer-app gaf tot minstens tien uur nattigheid en pas vanmiddag de zon terug.

Gisteren keken we het tweede deel van Restaurant Misverstand. Het is confronterend genoeg voor de deelnemers, maar tegelijkertijd helpt het hen om met hun aandoening om te gaan. De man die nog tamelijk aan het begin staat van zijn jong-dementie zegt dat hij veel leert van de manier waarop de anderen allerlei handige foefjes gebruiken om toch vooral iets te onthouden. Het leert ook dat je niet het onmogelijke kan doen. Als het verlies vooral in besef van tijd en ruimte zit, dan moet je geen servetten laten vouwen, want het feit dat dat keer op keer fout gaat, werkt uiteindelijk wel frustrerend. Hun zelfinzicht wordt ook vergroot en het feit dat er veel vormen van jong-dementie zijn, maar dat het heel troostend is als een ander precies hetzelfde ervaart als jij.

Er komt een foto op FB langs van de vijg op het terras in blad op 8 april vorig jaar. De foto van gisteren vertoont de vijg dik in knop, maar nog geen blad te ontdekken. Wat een verschil.

Het wordt lichter. Tijd om aan te vangen met de gebruikelijke ochtendrituelen. Vandaag zijn er boodschappen te doen en grote potten te halen voor de twee potjes Agapanthus, die nodig verplant moeten worden. Er is een klein tuincentrum in Szigetvar. Ook kan er nu gezaaid worden in de volle grond, nu ze nog nat is. Er zijn hele oude zaadzakjes en nieuwe. We zien wel wat het gaat doen en wat niet. Lief heeft in ieder geval voldoende nieuwe perken gemaakt. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Overpeinzingen

Zolang de anderen het niet doen

Peinzend staan mijn twee vrouwtjes voor het raam. ‘Zal het nu eindelijk lente worden,’ hoor ik ze denken. Vandaag tikt de temperatuur 14 graden aan en dat is aanmerkelijk hoger, dan de afgelopen dagen. De mussen in de druif op het geïmproviseerde prieel malen niet om die aandacht. Ze pikken hier en daar een insect op en ook de uitgedroogde druifjes van vorig jaar zijn nog steeds in trek.

Iemand tipte op Blue Sky ‘Restaurant Misverstand’. De naam prikkelt mijn fantasie. Ergens vaag dacht ik nog aan Loenatik, die meesterlijke serie van de VPRO uit de jaren negentig, maar dat sloeg de plank aardig mis. Het bleek over acht mensen te gaan die allen lijden aan de aandoening: Jong dementie. Onder begeleiding van een Chef en een sous-chef en een case-manager gaan ze aan het werk in het restaurant. De Chef kijkt goed naar de verschillende kwaliteiten en de mogelijkheden van ieder. Op deze manier willen de mensen laten zien wat er nog wel kan na die verschrikkelijke diagnose. Het is met name het proces, dat zo’n jong dement iemand meemaakt als hij met de hiaten in zijn geheugen wordt geconfronteerd, dat binnenkomt bij mij. Daarbij is er berusting, maar ook veel humor en vooral het idee ‘Samen staan we sterk’.

Langzaam ben ik hier aan het landen. Met een wandelingetje door de tuin gisteren in de kou, scheen een en ander troosteloos, omdat er zo op het oog nog geen enkel teken van leven was te zien, op de fruitbomen en de forsythia na, dan. Lief heeft enorm zijn best gedaan om alles in orde te krijgen. De paden van het kruipende groen bijvoorbeeld bevrijden en de grond onder het prieel. Daarvoor gaat hij op de knieën. Zwaar maar dankbaar door het resultaat. Vandaag met een paar graden meer en een zonnetje, loop ik er weer alleen door en vind overal kleine sprekende aankondigingen van die mooie lente.

Lieke Marsman beschrijft in haar boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’: ‘Als ik geen uitgezaaide kanker had, dan zou ik nu toch zeker een nieuw leven beginnen’. In een gedicht beschrijft ze dat ze een heel nieuwe wereld binnen laat, nadat ze in een nieuw land een winkel was begonnen en haar luiken had geopend. Hier stroomt met het licht mee iedere morgen zo’n andere wereld binnen. Anders dan in Nieuwegein. Het oogt anders en als je het venster opent ruikt het anders(geloof ik). Er moeten meer werelden zijn, denkt Lieke. De wereld van macht bijvoorbeeld, of die van oorlog of die van rijkdom. Ze heeft ze allemaal nog nooit gevoeld of gezien. Als ik nu door de social media scrol wordt ik geconfronteerd met zo’n wereld, slechts door een venster, maar ik zie het allemaal wel. Briesende staatshoofden, brullende beschietingen, drommen ontheemde mensen en ze brullen steeds harder en ze briesen steeds luider, als kemphanen in hun te krappe toernooiveldjes. Herman van Veen zong: Als ik kon toveren kwam alles voor elkaar, als ik kon toveren was niemand de sigaar. Ik zou zo graag met een verdwijngum aan de slag gaan, om die lelijke gedachtenwolkjes weg te gummen boven al die hoofden van de Brullers, de Briesers, de Ongenuanceerden.

Zolang dat niet gebeuren kan, verdwijn ik in deze Hof van tijd en eeuwigheid, in mijn boeken en in mijn verhalen. Want nieuwe werelden kan je zelf maken, zolang de anderen het niet doen.

Overpeinzingen

Het voorlezen van verhalen

Ziezo, alle koffers zijn leeg, er is een zak met kleding voor de kringloop en alle boeken liggen weer onder handbereik. Twee hele interessante, die ik gekregen heb bij het afscheid van de redactie van Mensenkinderen: Satoshi Yagisawa met ‘Morisaki’s boekwinkel’ en Martin Bootsma met zijn ‘ Brieven aan Miyo.’

Bij de eerste staat op de kaft: ‘Morisaki’s boekwinkel is een fijngevoelig verhaal dat lijkt te zijn gemaakt van rijstpapier. Geen helden, geen dramatische plotwendingen. Niets anders dan het gewone leven.’ Corriere Della Sera. De kaft is prachtig en natuurlijk wil je een verhaal dat zo fijngevoelig is als rijstpapier meteen lezen. Er staat een allerliefst hartverwarmend bedankje voor de afgelopen jaren in van de gulle geefster.

De brieven van Miyo had ik eerder onder handen moeten hebben, toen we nog volop bezig waren op onze bloeiende Jenaplanschool. Het gaat over het lezen van de klassieken met kinderen. Martin Bootsma had in de groep een brievenhoek, een idee dat hij had afgekeken van de beroemde Japanse leraar Toshiro Kanamori. Het was hem namelijk opgevallen dat kinderen die al vanaf de Onderbouw met elkaar optrokken, elkaar zo slecht werkelijk kenden. Zou het niet fijner zijn als daar verandering in zou komen. Dus liet hij elke week een kind een brief, die thuis geschreven was, voorlezen aan de groep. Door zich in de brief te openen , te laten zien wie ze waren, te vertellen wat ze voelden en hoe ze naar de wereld keken leerden de kinderen elkaar beter kennen. Met deze voorbeelden vloeit de inspiratie vrijelijk mijn brein binnen. De sterke kant van het lezen van boeken en het voordeel dat je te beurt valt.

Nog zo’n mooi voorbeeld van inspiratie staat in een van de Flow’s die ik van dochterlief meekreeg om hier op mijn gemakje uit te spellen. In de eerste Flow van dit jaar haalt de creative director een quote aan die ze op instagram tegenkwam. ‘Remember that/the opposite of/depression is not/joy-its expression,/so create, create/create. For it is/the soul’s medicine. Proef deze prachtige zin en reken je rijk. Want ik denk dat het waar is.

Genoeg om de dag door te komen en zoveel meer. Er wordt straks een nieuw tekendagboek aangemaakt, de oude is vol. Even bedenken hoe ik het zal aanpakken in een variatie op het thema. Bijvoorbeeld op de ene bladzijde een gekaderde tekening en op de andere een tekstje, min of meer poëtisch,weergegeven of iets dergelijks, of meer zoals een journaal met flarden van herinneringen aan die dag. Er moeten nog wat hersentjes gekraakt worden.

Vandaag is het te koud, dus zit ik aan mijn vertrouwde keukentafel te schrijven en kijk het blad uit mijn druivenprieeltje. De sering heeft al geantwoord met prachtig fris groen. Lief is deze dagen druk in de weer op het land met het ruimen van Brandnetel en de grote Berenklauw. Niet alle brandnetels hoeven weg, want de jonge toppen kunnen in de soep. Ook het gras wordt hier en daar weggeharkt, een struik pioenrozen bevrijd, paden gebaand en de grote oude stenen van de Utvar zijn weer vrij.

Het boek met de Griekse Mythen ligt klaar. Straks als de avonden wat langer worden en we weer op het terras kunnen zitten, gaan we beginnen met het voorlezen van de verhalen.