Overpeinzingen

Al was het maar voor eventjes

De zwarte kat van de bewoners aan de overkant van onze flat heeft een sluiproute naar ons balkon ontdekt. In de nachtelijke uren klimt ze omhoog in de prunus, die in de tuin van onze onderburen staat. Vandaaruit kruipt ze het balkon op en installeert zich, als een volleerde Jakkepoes, tegenover de potten rechts en loert en krabt en mauwt en loert en krabt en mauwt, tot in het oneindige.

Waarom ze dat deed, werd gisteren duidelijk toen zoonlief ineens de balkondeuren opende en naar buiten stoof om de potten links naar voren te trekken. Muis gesignaleerd en wel twee stuks. Ik ben niet benauwd voor muizen buiten, zolang ze daar blijven. Toch was er sprake van opluchting toen de wit/zwarte Minoes van hiernaast haar weg zocht naar de potten rechts en ineens met een gevulde bek waar nog een staartje uitstak triomfantelijk naar haar eigen terrein terug wandelde. Beet! Leven en laten leven is niet het motto van moeder natuur als het zo uit komt. Haar jachtinstinct is breed ontwikkeld, want ze struint altijd buiten in de bosjes naast de flat. Van de week toch maar eens grondig het balkon vegen en geen vogelzaad meer op de grond strooien.

In een van de oude Mensenkinderen die hier keurig op een stapeltje liggen, vond ik het stukje wat de hoofdredacteur bij mijn afscheid heeft voorgelezen. Het is het slot van een stuk over de door mij geschetste eigen tijdlijn qua natuurbeleving. Het begon ooit in de Amandelstraat onder de perenboom en naast de forsythia van het postzegeltje stadstuin en het eindigde via het landje aan het eind van de poort, de sloot langs de Thorbeckelaan, de kabouter-kampen, de vakanties in de bergen en de vakanties in Hombourg bij het zinkviolenveldje in Belgisch Limburg.

Citaat: Het zinkviolenveld waar we eigenlijk niet mochten zijn, bracht een lome schoonheid mee, met de kabbelende beek en een zee aan geel/wit wuivende bloemen. Daar speelde de nietige wereld van de insecten, die namen kregen en zich uitgebreid lieten bewonderen in hun schoonheid en eigenzinnige gewoonten. Dankzij de verbeeldingskracht en de meesterlijke vertelkunst van mijn oude wijze vriend leerde ik met mijn kinderen alles van wat de natuur te bieden had. De wereld ging open tot in de kleinste spleten en kieren van beemd en wei en werd wortel voor wortel en blad voor blad steeds meer van ieder die hem horen wilde. De wind nam zijn verhalen mee omhoog naar de sperwers en buizerds, de kiekendieven en de valken. Het leven ontsloot zich in al haar natuurlijke schoonheid en wij wisten ons een bescheiden deel van het geheel. Het was een week waar een jaar op te teren viel Zingend togen we naar huis, de oranje Renault 4. Afgeladen vol met kind en kennis voor het leven tot aan het hier en nu. Tot in de eeuwigheid.

Het was inderdaad een pareltje van natuurbeleving, die hele dag in de zomerzon, met de kinderen die dammen bouwden in de beek en een hele weide vol met wuivende gele bloemen. Alles wat te warm was ging uit. De kinderen stonden met hun blote voeten in de beek en hun stemmetjes klommen hoog tegen de omringende bomen op, terwijl ze een beverdam maakten met de platte stenen in het heldere koude water.

Er zijn foto’s van maar het staat veel levendiger en natuurgetrouw (letterlijk en figuurlijk) in mijn hoofd gegrift. Inderdaad. Momenten voor de eeuwigheid. Soms zou je willen dat je terug kon reizen, al was het maar voor eventjes.

Overpeinzingen

Een pas op de plaats

Vooraan bij het tuinencomplex waren enkele mensen hard aan het werk. Als je ziet wat voor werk erbij komt kijken om een goed resultaat te boeken, dan waardeer je het product. Bloed, zweet en tranen, zou je kunnen zeggen. In de winter wordt er aangeaard, eventuele kwetsbare gewassen afgedekt en als de oogst binnen is gehaald blijven de tuinen in de winter kaal om in de vroege lente weer omgeschoffeld te worden. Zwaar handwerk in onze zompige grond. Een aantal tuinen waar ik langsloop zijn weer bedekt met verse lagen grond en rijtjes frisse groene planten. Al dan niet tegen haas beschermd door gaas.

Sommige liggen nog afgedekt en wachten op wat komen gaat. Het grootste obstakel voor de tuinen achteraan is het vervoeren van de benodigdheden. Een zak aarde is al een heel gewicht. Takken of onkruid afvoeren is mijl op zeven en daarom proberen we naar manieren te zoeken om alles wat van de wilgen afkomt naar behoren in te zetten in een nieuw proces. Gevlochten hekwerk bijvoorbeeld. Maar de lange staken van tweejarig hout wat nu van de vier wilgen is afgekomen is voor mooi bijna onhandelbaar met haar dikke stammetjes aan het uiteinde. Toch ploeter ik met de eerste staketsels naar de achterkant van de tuin om daar langs staken en stammen de eerste aanleg te vlechten. Het knippen tot staken is een rustgevend en mediterend werk, vooral als het begeleid wordt door vogelgezang. Gestaag verwerk ik de dunne twijgen tot een stapeltje te behappen exemplaren die straks tot schoven samengebonden worden.

Om een nieuw hekwerk te vlechten moet het oude vermolmde geval verwijderd worden. Die kunnen straks naar de compostbak op de stort. Ik ploeter voort. Staken twee aan twee naar achter sjouwen, verwerken en opnieuw. Stoelen om uit te rusten op de gehele route. Steeds even zitten en daarna door. In mijn hoofd het lied ’It’s just a perfect day’ van Lou Reed. Dat maakt het moment als vanzelf goed. Buizerd cirkelend in de lucht. ‘Ha lieverd ben je er ook’ dicht ik de vader van de kinderen toe, die voor mij altijd is verzinnebeeld in de aanwezige roofvogels, de haviken, valken en buizerds op de tuin.

Het achterste stuk wil niet goed vallen bij het vlechten. Het komt omdat een onuitgenodigde vlier zichzelf op een plaats heeft gewurmd tegen de kers aan, star en onbuigzaam. Improvisatie en niet helemaal tevreden met het resultaat, maar later weer te verhelpen.

Ik mis Lief en onze samenwerking daarin, hij het hele zware werk en ik dat wat behapbaar is. Ik pep me op met de gedachte aan de vrouw op de derde tuin van onze rij die met haar volwassen zoon met zijn beperkingen alleen haar hele grond omspit en moestuinklaar maakt, in haar eentje, terwijl de jongen aan een tafel zit. Ze is altijd vriendelijk, lachend en groetend, altijd voorovergebogen naar de te bewerken grond. Toewijding en volharding zijn de juiste woorden.

Tegen de tijd dat het kouder wordt en de oude vermolmde delen in de kruiwagen zijn opgehoopt, kan je aan de stapel nog niet bewerkte wilgentakken niet zien dat ik er al zoveel geslecht heb. Het hek oogt dankbaarder tegenover die zware klus. Zo goed en zo kwaad buigt ze zich wat golvend om de staken heen, hier en daar gesteund door de wilgen zelf. Merel komt opvrolijken in de late middagzon en geeft een recital ten beste. Het Japanse zwaard gaat in het atelier, de mand met tenen ook, deur op slot met de sluitbalk en het hangslot en in rustige kalme tred naar Tante Agaath, die bijna moederziel alleen op me wacht. Vandaag is er een pas op de plaats.

Overpeinzingen

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet

De brillenverkoper van Rembrandt, een vroeg werk, geschilderd in 1624 toen hij 18 jaar was, is een van de serie van vijf allegorieën over de zintuigen van de mens. Een zigeuner probeert een echtpaar over te halen om een bril te kopen. Hij draagt een exotische tuniek en een tulband. Voor zijn buik hangt een kistje waarin allerlei brillen liggen. De man van het echtpaar wil feitelijk alleen een bril die op zijn bloemkoolneus past en de vrouw’s ogen zijn half gesloten. Ze steekt tastend haar hand uit, bijna blind of half blind, bril of geen bril.

Door die passage uit de biografie over Christiaan Huygens van Hugh Aldersey Williams in het hoofdstuk ‘Zand, Glas en Licht’ borrelen een paar beelden op. Tijdens een tentoonstelling van Caravaggio in het Centraal Museum van Utrecht een aantal jaar geleden, dwaalden vriendinlief en ik door de oude schilderijen heen op zoek naar brillen. Heerlijk om met zo’n onderwerp, naast de schildervaardigheden, je onder te dompelen in de geschiedenis. We vonden er een en later meen ik nog een. Men weet niet zeker wanneer de eerste bril werd uitgevonden, maar voor zover bekend was het in 1284 de Italiaan Salvino D’armate die voor het eerst en bril gebruikte. Dat moesten we opzoeken.

Het tweede beeld was mijn staaroperaties aan beide ogen, waarbij ik in het begin behoorlijk moest wennen aan de ronde randen van de lens(neem ik aan), omdat je daar tegenaan denkt te kijken. De blik is begrensd, zeg maar, net als bij een bril, waarbij je aan de zijkanten het montuur waarneemt. Natuurlijk went dat, maar het moment van de eerste keren staat me nog helder voor de geest en het heeft even geduurd voor het me eigen werd.

Gisteren scheen de zon volop en dat was maar goed ook want ik wandelde naar de tuin met mijn nieuwe Japanse zaagje, om de boel eens grondig aan te pakken. Dochterlief was al bezig in haar tuin. Ze wilde de doorgang realiseren tussen onze beide tuinen, maar eerst zou ze helpen met knotten van de wilgen. Ik had me weer soepel en jong gerekend, maar het zagen van een tak lukte al niet eens meer. Ik had de dunne twijgen kunnen knippen. Buurman had nog een handige hoogzaag en een scherpe schaar, met een les over hoe te zagen met een Japanse zaag.

De oudste dochter kwam met het hele gezin ook helpen. Dat wil zeggen, manlief zorgde voor een versgebakken appeltaart. De oudste moest leren voor school en de jongste dartelde tussen alles door. Zijn bevindingen: De grote schaar te groot, de kleine schaar te zwaar, dunne takken afknippen op de grond te saai en de glijbaan, de bal en de trampoline waren achteraf leuker. Zijn harde stemmetje als gevolg van de buisjes in zijn oren schalde door de stilte.

Ik posteerde mezelf op de stoel en begon alle dunne en iets dikkere twijgen van de afgezaagde wilgentakken af te knippen om kale staken over te houden waar ik weer een hek mee zou kunnen vlechten. De middelste kleinzoon hanteerde even voortvarend de voorhande zijnde zagen als zijn moeder en zijn tante. Met hun gedrevenheid spiegelde ik mezelf jaren jonger. Precies zó heb ik altijd gewerkt. Geen pauzes, één doel en verbeten voortgaan tot het is bereikt.

Er gingen vier kruinen aan gort tot mooie knotten. De berg takken voor mijn voeten zwelde aan. Nee, ik heb het niet gered om ze allemaal te slechten. Vandaag ga ik er mee door. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet.

Overpeinzingen

Maart roert zijn of haar staart in alle opzichten

Het mooie van zo’n happening als de mars is dat het nog zo lang na zindert. Het duurde even voor alle indrukken een plek hadden gekregen en ik in kon slapen. Alles wat je de wereld toewenst was aanwezig. De warmte van de zon en van elkaars aanwezigheid, blikken die elkaar kruisten, een glimlach op ieders lippen, de creatieve en humoristische of recht voor de raap borden die meegedragen werden, het scanderen wat een gevoel van verbondenheid bewerkstelligde, het joelen, het klappen, het uitpuffen op een van de bankjes langs de weg en de herkenning met andere dames op leeftijd, dolle mina’s van ooit en toen nu ook weer in eenzelfde hoedanigheid aanwezig, moeders die het beste wensten voor hun dochters en dochters die het strijden van de moeders hoog in het vaandel hadden, veel solidaire mannen, wat altijd fijn is om van die kant ondersteuning te krijgen, de grote verscheidenheid mensen in alle vormen en maten vreedzaam naast elkaar, geen onvertogen woord. In die zin kwamen we er een beetje bekaaid af in het journaal.

In Frankrijk was een groep radicale vrouwen met de vlag van Amerika over de ontblootte borsten, Hitlersnorretjes, hakenkruizen in die vlaggen, die fanatiek hun yel over het publiek uitstorten. Hier kon geen misverstand over bestaan. Geef ons een feminiene wereld in plaats van al die ultra conservatieve, ultra rechtse, denkers, de op macht en geld beluste witte narcisten, geef ons de vrijheid om zelf te beslissen. Het is een gotspe dat we in de jaren zeventig, vijfenvijftig jaar geleden, resultaat hebben geboekt en dat we nu weer terug zijn bij af.

Natuurlijk zijn we niet allemaal even fanatiek. Maar deze wereld van nu is onze wereld niet, dat wensen we niet voor de kinderen en de kleinkinderen.

Tijd voor een videobelletje met Lief. Hoe is het op het achterland en met de boze buurman. Die laatste houdt zich koest, maar de buurman vlak naast ons wilde wel helpen met de scheve Acacia die tegen de grens aanleunde. Hij kwam, zag en overwon met zijn loeiende cirkelzaag. Dat was een fluitje van een cent. Of hij die andere scheve boom ook om moest zagen. Nou, dat was niet helemaal de bedoeling. Scheef is per definitie niet opgegeven, wat ons betreft. Hij hielp met de stam in stukken zagen en Lief wilde er enkele palen van behouden om de afscheiding, die de buurman van zijn kant met lelijke golfplaten had gemaakt, af te dekken. Maar de rest van het hout was voor hem.

De beide dochters appten. Of we richting tuin gingen. Heerlijk, dat wil ik wel. Het weer leent zich er uitstekend voor. Met de Japanse zaag in de aanslag de wilgen aanpakken, eindelijk. De kleinkinderen zijn er ook bij. Misschien kunnen we aardig wat werk verzetten. Het veen waar de grond uit bestaat was na de regenmaand in december en januari aardig verzadigd. Eigenlijk zou ik wat scherp zand en humus er door moeten spitten. Of dat gaat lukken is de vraag. Misschien dat de jongens het kunnen sjouwen vanaf het tuincentrum. Et is ook nog kleurrijk bloemenzaad en wat oude papaver-en-klaprozen-zaaddozen.

De accu’s van de grasmaaier zijn nog in het atelier. Ben benieuwd of die inmiddels niet leeg gelopen zijn. Met de pimpelmezen gaat het goed. Ze bezoeken regelmatig het vogelhuisje. Ook op het balkon is het volop lente. Maar ik begrijp dat het volgende week weer een paar graden naar omlaag gaat. Maar roert zijn of haar staart in alle opzichten.

Overpeinzingen

Dit was hard nodig

Ik plof neer op de bank en kan geen pap meer zeggen, maar van mijn tenen tot aan mijn kruin zindert de energie nog na. Vanmorgen een versneld ochtendritueel. Koffie, kwark en medicijnen en gaan. Op weg met de bus naar Utrecht Centraal in een kalm tempo en wachten op de bankjes in het midden tot dochterlief, de filosoof, tante Pollewop en schone zoon.

We zochten de trein die in verband met werkzaamheden niet verder reed dan naar Zuid dus vandaar uit namen we de Metro naar het Rokin. Vervolgens was het nog maar een klein eindje naar de Dam, waar al veel mensen op de been waren en een enorm aantal duiven, die ook, in spectaculaire vluchten als er door de microfoon geluid kwam, hoog boven de mensenmassa heen zwenkte en waar de feministenmars zou beginnen.

Koffie had de prioriteit waar een hotel/restaurant weer goed voor was. We moesten geduld bewaren, want de Engelse bediening was niet heel voortvarend, maar de koffie, de choco, de fanta met veel ijs en de twee lattes waren dan ook niet te versmaden. Als je maar geduld bewaard dan heb je wat.

We stonden tenslotte op de Dam, de zon scheen meer dan uitbundig. De jassen konden uit. Er waren sprekers, er was muziek, waar we het inzingen als een van de weinigen ook van hadden gezien, en het werd heter en heter. Een grote verscheidenheid aan mensen sierden het plein met of zonder leuzen op karton gekalkt. Ik hou van mensen, bedacht ik me, terwijl ik de uitgelaten massa, die van tijd tot tijd in joelen en klappen uitbarstte, en zeker als er geeneen hetzelfde is. Vrouwen en solidaire mannen en de filosoof die van alles wilde weten. Wat is abortus, wat is verkrachting, wat is solidair. Niet altijd even makkelijk in een paar zinnen uit te leggen. Dochter had een rugzak aan geduld bij zich en de rest was voor later, beloofde ze.

Samen met dochter, hand in hand, deze hele happening mee te maken. Af en toe een bankje te zoeken, uit de brandende zon gehouden worden door onze kartonnen borden die dochterlief om hoog hield, of kleindochter. Soms wapperend om koelte af te dwingen. Hoera een trommel werd aangeslagen. Ja dansend voortbewegen is minder vermoeiden dan schuifelen. We scandeerden ook, soms was het niet helemaal duidelijk, dan joelden we maar wat. De toespraken waren fel, maar de sfeer was de gehele tocht er een die in een lijstje paste. Er waren onderweg wat auto’s die lang moesten wachten en daar wat ongeduldig bij werden. Het was inderdaad een enorme lange tocht die voorbij trok. Het leverde hem een uitgebreid gesprek met een van de meelopers op. Natuurlijk trokken de rubberen roze eileiders een zwijgend protest op van een aantal mensen die anti-abortus hoog in het vaandel hebben, maar de politie had ze in het oog en schermde ze af. Er werd natuurlijk met stemverheffing gereageerd op de foto’s. Daar zat men niet echt op te wachten.

Een bord: ‘Mijn moeder liep hier ook in de jaren zeventig’ sprak me aan. Dat is waar, beaamde ik. Ik hou niet van mensenmassa’s, maar heel erg van erkenning, respect en solidariteit voor vrijheid en vrede voor iedereen, in welke hoedanigheden ook. Prioriteiten stellen en dit was hard nodig.

Overpeinzingen

Op naar een volgend avontuur

Hoera, we hebben een kans op gezinsuitbreiding. De pimpelmezen doen hun best om van het vogelkastje hun thuis te maken. Nu maar hopen dat de wit-zwarte prinses van de buren geen kruip-door-sluip-door gaat spelen met haar hooghartige snoetje. Ze loert altijd vanachter het hekje op de afscheiding naar de lieve kleine nijvere vogels.

Truus is gepikt en gesteven en nu spic en span voor de omruilsessie. Het levert me een beetje pijn in de buik op. Ze heeft ons toch maar trouw twee jaar lang feilloos door berg en dal gereden en meer dan dat. We hebben wel heel bijzondere dwaaltochten langs beemd en veld met haar gemaakt. Ze heeft er nauwelijks averij door opgelopen.

Tijdens de wasbeurt ben ik in de auto blijven zitten om die fantastische foto’s te maken van de ronddraaiende lappen, het gebonk tegen de wieldoppen, het gekletter van het water. Afscheid van Truus in een tranendal. Nu staat ze afgetankt en wel te wachten. Ik probeer de tijd te doden met het schrijven.

Ik droomde vanmorgen van de nieuwe auto. De laadbak was zo groot, dat ik er vanaf de achterbank in kon springen. Maar ja, toen kon ik er zelf niet meer uit. Toen ik me afvroeg wat wijsheid was, werd ik wakker. Wat een grappige droom.

Krekel van Annet Schaap is vers van de pers binnen. Het is de opvolger van Lampje en volgens de recensies in dezelfde sfeer geschreven. Dat belooft wat. Ik had dinsdag voor de redactie van Mensenkinderen een grappige boekenlegger gekocht voor ieder. Een lezend mannetje, die je met de voeten omhoog uit het boek laat steken. Het is een koddig gezicht. Er waren zes pakjes, maar een van de doosjes was leeg. Gelukkig was er iemand verhinderd. Dus kon ik met het doosje terug naar de boekenwinkel. Het kereltje stak daar braaf in een boek als voorbeeld. Haha. Wat stom zei de trouwe verkoopster. Geeft niets, juist leuk zo’n intermezzo.

Gisteren was ik even bij zoonlief die me zou helpen met het interieur nog wat op te poetsen. De kleine Njong kan op het ogenblik niet buiten zijn vader. Hij zat achter het stuur, zonder de sleutel en zag zich zelf in de zilveren ‘H’ in het midden van het stuur. Hij gaf zich steeds kusjes, om dan met een verheerlijkte glimlach naar ons te kijken. Vandaag gaat hij met peettante naar het theater.

Omdat het morgen 8 maart en internationale vrouwendag is organiseert Simavi en Cinetree het Her Film Festival, omtrent Health, Empowerment en Rights. Het sluit mooi aan bij de feministenmars van morgen. Je kan je gratis aanmelden en je kan dan zes films over zes kranige vrouwen kijken. Vrouwen uit Italie, Chili, Amerika, Tsjaad, Spanje en Tunesië. Ik ben zeer benieuwd.

De auto’s zijn omgeruild. Tante Agaath is een forse tante, wel fijn voor de lange ritten en zeer comfortabel met haar nieuwste snufjes. Een hybride, wat in Hongarije alleen maar handig is, omdat er niet al te veel laadpalen zijn. Ik heb natuurlijk al een proefrit gemaakt en het voelt gelijk vertrouwd. Fijn. Met een heerlijke hoge instap, dat was het doel van deze aanschaf. Op naar een volgend avontuur.

Overpeinzingen

In de spoedmodus

Had mijn bescheiden schrijfsel al klaar, druk op een knopje en weg is het. Verdwenen in de onderaardse krochten van WordPress. Alles geprobeerd, maar het komt niet meer terug. Welke onderwerpen kwamen allemaal naar boven nu de schriftelijke ondersteuning vooralsnog, ik vrees ook voorgoed, ontbreekt.

Don Bosco was er een van, de talisman van mijn vader op zijn lange reizen, die nu nog altijd met mij meereist op elke autotocht. Het magneetje achter de beeltenis ontbreekt, maar hij waakt trouw over ons door in de buurt van de chauffeur te zijn. Piep werd natuurlijk ook genoemd. Muis Piep, wit en wollig gebreid, lacht me op de solitaire reizen bemoedigend toe, ze verblijdt, omdat ze me sterk doet denken aan de dag dat ik haar aanschafte op Texel met vriendinlief en Lief. Zo is die heerlijke tijd in het geheugen gegrift.

Ik had het over poetsen en schoon en fris opleveren omdat morgen de dag is dat Truus gaat en tante Agaath haar plaats inneemt. Een robuuste tante is dat, met een betere instap en stoelen waarin we niet hoeven weg te zinken.

Straks mag Truus door de wasstraat en poetst zoonlief het Hongaarse zand uit alle kieren en reten. Rond de benzinedop zit nog altijd de woeste rit, toen de weg ineens verdwenen bleek te zijn. Wat dat betreft zijn er wel meer dingen verdwenen dan die ene pagina die nu foetsie is.

Ik schreef over de mars van zaterdag, die geen vrouwenmars heet, omdat dat de Geuzennaam is voor de mars van 11, 12, 13 april, waarbij de politieke gevangen vrouwen uit Westerbork, alle verzetsvrouwen, uit het kamp werden geevacueerd om in Groningen tussen Grijpskerk en Visvliet weer bevrijd te worden in 1945. Nog altijd vinden er vrouwenmarsen van 25 km plaats in de voetsporen van deze dappere vrouwen. De mars van zaterdag is een feministen-mars: Dit is de inleiding en het doel er van.
Feminisme staat onder druk. Wereldwijd zien we een groeiende tegenreactie op gendergelijkheid, mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. Zien we oorlog en onderdrukking, in plaats van vrede en vrijheid. Juist nu moeten we de straat op, schouder aan schouder, om te laten zien dat de toekomst feministisch is en dat die toekomst vandaag begint.

Lief video-belde net. Altijd fijn om dat vertrouwde gezicht en zijn stem weer te zien en te horen. Kilometers overbruggen gaat stukken makkelijker dan vroeger. In die zin hebben de ontwikkelingen veel goeds gebracht. Het wel en wee op de Hof nodigt uit tot veel werk op het achterland. Hij is daar ellenlange wortels aan het weghalen. Met de hand is dat een pittig karwei, maar hij wil graag zien hoe de structuren lopen en met elkaar verweven zijn. Bovendien schrikt het de eventuele belagers, die azen op het onbebouwde stuk grond, af. Het is goed dat hij er in deze periode is en dat ze hem regelmatig zien. Het kleine winkeltje is weer open en heeft een aantal basisdingen. Dat is plezierig, want dan hoeft hij alleen voor de grote boodschappen met de bus naar Szigetvar.

Wat er verder in de verdwenen blog stond weet ik niet meer. Zo is het goed. De volzinnen komen later weer, als de drukte en de onrust achter de rug is. Lief noemde het de week van het afscheid en dat brengt meer te weeg dan je denken zou. Vooralsnog ga ik nu in de spoedmodus.

Overpeinzingen

Vlinder, een vleugje geluk

Het is uitbundig buiten. Lente tot in elke vezel verwarmt het hoofd, het hart en geeft energie. Maar na twee zeer intensieve dagen is het tijd voor pas op de plaats, omdat er nog drie van een dergelijk kaliber aankomen.

Gisterenmiddag kwam een lieve vriend op bezoek voor de gezelligheid en om te praten over eventuele illustraties bij zijn fabels, maar vooral ook uit belangstelling. Voor we er erg in hadden was de middag al voorbij en kon ik me klaarmaken om naar Wageningen te gaan waar ik met de redactie van Mensenkinderen had afgesproken om verlaat afscheid van elkaar te nemen. Dat was er niet meer van gekomen, toen het moment daar was. Wat in het vat zit verzuurd niet.

Het was zo fijn en vertrouwd, warme omhelzingen over en weer bij de begroetingen en opgetogen uitwisseling van het wel en wee tot dan toe. Ergens middenin volgde een toespraak van de hoofdredacteur over mijn reilen en zeilen vanaf het begin. Hoe ik binnen was gekomen en hoe ik me ontwikkelde. In het begin het vrije schrijven en later de rubriek ‘Berna’s boeken’, met altijd een verwijzing naar de praktijk in de groep of met mogelijke tips en hints. Mijn eigen grote voorbeeld van vroeger was de verzinnebeelding van het voorbeeld dat ik voor hen was geworden. Een groter compliment kan je niet krijgen. Hij las het einde voor van mijn allereerste grote artikel voor en ik was ontroerd over de lofuitingen erbij. Wat een mooi en bedachtzaam afscheid was dit. Warm en respectvol.

Terug naar huis met boeken en lieve viooltjes genoot ik na terwijl de wassende maan me toelachte. Stiekem blijf ik toch altijd een beetje digitaal in de buurt. Ze zijn me zo lief. De mensen én hun bevlogenheid.

Vanmorgen was al even hectisch. Bloed prikken om half tien, maar geen vastgezette afspraak dus voor niets aangeklopt. Vlak daarvoor het gesprek met de longarts, die vertelde dat ik nog nooit zo ver was gekomen met de blaastest. Hulde. Medicijnen bleven zo het was en we gaan rustig door met ademhalen, dat dan weer wel.

Daarna spoorslags naar dochterlief die met de kinderen een studiedag had en we hadden afgesproken naar de Botanische tuinen te gaan, waar ik de hele winter al naar hunker, maar die pas op 1 maart de deuren hadden geopend. Spoorslags langs het bamboebos naar de vlindertuin. Er vlogen enorme hemelsblauwe morpho’s in grote getale rond, mooie tere glasvlinders en oogverblindende oranje/zwart gestreepte, overal in de kas stonden schoteltjes met fruit waar de soepele vlindertongen zich aan konden laven. Daar, temidden van de schoonheid van plant en dier, zou ik uren kunnen zitten en kijken, en genieten, en kijken en genieten. In de poppenkast hingen reeksen poppen en een aantal vlinders waarvan de vleugels bijna opgedroogd waren, die konden dadelijk gaan uitvliegen. Dartelend vlinderleven, wat een weelde.

Als cadeautje vliegt er een kleine vlinder op het balkon voorbij terwijl ik dit schrijf, te snel om op de foto te zetten, maar zo te zien ook aan een uitgebreide verkenningstocht bezig en misschien wel een om een groet over te brengen van die ene morpho, die kalm op mijn rug ging zitten uitrusten, volkomen op haar gemak. Vlinder, een vleugje geluk.

Overpeinzingen

De dragelijke lichtheid van het bestaan

Na de garage was het ziekenhuis aan de beurt. Naar de longpoli. Sinds een deel van de garage van het Antonius is ingestort, zijn er nog wel parkeerplekken in de buurt te vinden als je de weg weet, bovendien is het goedkoper dan Truus te moeten stallen in de parkeergarage bij het theater of het stadhuis, zoals het advies luidt.

Er waren veel stoelen met wachtende mensen. De receptioniste had heel wat uit te leggen aan een familie, die kennelijk voor het eerst was, voordat ze mij te woord kon staan. Het was nog vroeg, dus het zou mijn tijd wel duren. Veel echtparen, dan schoot het ook lekker op. Door mijn hoofd speelde het bericht dat Dieuwertje Blok overleden was. Eigenlijk iemand die je tegen beter weten in voor een soort van onsterfelijk had gehouden, of op z’n minst een eeuwige jeugd had toebedacht. Ze is de meest aimabele persoon van de media, wat mij betreft. Veel te jong gestorven met haar sprankelende levendigheid en haar 67 jaar. Ik speur naar mooie herinneringen aan haar en kom uit bij het boek Dragelijke lichtheid, dat ze geschreven en samengesteld heeft uit een dagboek van haar moeder uit 1939 en aantekeningen uit 1941. Als Joods meisje heeft ze twee jaar in een kast ondergedoken gezeten. Niet alleen kon Dieuwertje in haar moeders hoofd kijken maar was het ook een bron van herkenning. Ze ontdekte gemeenschappelijke kenmerken, bijvoorbeeld ‘een licht ontvlambaar hart’. Er zijn 24 bladzijden inkijkexemplaar te vinden en die geven een goed beeld van het boek.

‘Van het concert des levens krijgt niemand een program’ spookt het verleden mee. Nee, absoluut waar. We hebben het maar te nemen.

Je onthoudt ook de gekste dingen, bedacht ik me, hoe kom ik nou weer aan die spreuk. Niet een die je regelmatig thuis hoorde. Zo gelovig waren we nou ook weer niet. Terwijl ik daar over verder peinsde, observeerde ik de mensen om me heen. De blik van een meneer aan de overkant bleef langdurig hangen op mijn zwarte kloffies, formaat doorstappen. Zijn vrouw droeg flatjes. Tja, dat was andere koek. ‘Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, mijnheer’. Ik werd opgeroepen en liep achter de jonge vrouw aan naar een van de kamers. Gelukkig niet de cabine, dacht ik toen ik alleen de stoel zag staan. Met drie verschillende oefeningen zou ik met een kwartier weer buiten staan. Knijper op mijn neus, om het bit heen de lippen sluiten en blazen maar, in of uit afhankelijk van de opdracht. Tikkeltje ongemakkelijk, maar verder geen probleem. Woensdag een telefonisch consult met de longarts.. Dat is afdoende.

Naar huis om het gebit grondig te poetsen voordat het tijd zou zijn om bij de tandarts aan te bellen. Druk dagje vandaag. Het duurde wat langer eer ik naar binnen kon, maar doorgaans sta ik ook zo weer buiten. Een zwabberkontje noemt ze de kroon rechtsonder die een tikje wiebelt, maar het nog altijd prima houdt. Tevreden keer ik huiswaarts. Ziezo, rust in de tent.

Vanavond neem ik officieel afscheid van het blad Mensenkinderen. Dat was er nog steeds niet van gekomen door het heen en weer reizen. Om dan te proberen de neuzen dezelfde kant op te krijgen is geen sinecure. Het is fijn om het goed af te sluiten. Vaak mis ik het schrijven van de recensies en het lezen van de kinderboeken zelf, maar tijd speelt me parten. Wel heb ik vorige week natuurlijk het nieuwe boek van Annet Schaap op voorhand besteld. Zes maart komt het uit. Ik kan niet wachten.

De eerste bij is gespot op de blauwe druiven, de zon draait de weemoed binnenstebuiten. Lente in alles wat groeit en bloeit. Tijd om te gaan genieten. Inderdaad, de dragelijke lichtheid van het bestaan.

Overpeinzingen

Deze was er een van

Het was nog steeds hommeles met de voorband van Truus. Vandaag eerst maar eens naar de garage, dus al vroeg op pad. Het was gelukkig niet druk en ik kon gelijk geholpen worden. Een half uurtje wachten tussen de glimmende bolides en toen was ze er alweer. Ze had een schroefje opgepikt. Propje erin en klaar, geen centje pijn.

Gisteren in een stralende zon, wat doet dat een mens toch goed, naar Bilthoven gereden, waar tante Pollewop af zou zwemmen voor haar B. Een drukte van jewelste, want er was al een groep bezig. Een half uurtje wachten en toen kwam alles naar binnen, maar de meeste ouders waren direct doorgelopen en de bank links zat al vol. We besloten na wat aarzelen om dan toch maar naar de overkant te gaan. De wat norse badjuf waarschuwde ons dat daar de kinderen moesten zitten. Er bleek ruimte genoeg en eigenlijk zaten wij aan de beste kant van het bad namelijk daar waar gezwommen en gedoken werd. Mazzelen. Het is altijd weer een aandoenlijk gezicht, die kleine lijfjes, letterlijk je hoofd boven water houden, en af en toe een flinke slok water binnen krijgen bij die best pittige opdrachten.

Ze zwom als een tierelier. Krachtige slag, wat vooral goed te zien was bij de borstcrawl. Ze zwom heel wat kinderen voorbij. Een dametje zwom naast het gat en die moest overnieuw. Maar alles slaagde uiteindelijk glansrijk. Het draaide vandaag op gepensioneerde vrijwilligers. Vriendinnetje en haar moeder waren er ook bij en ze was apentrots, samen gaan ze in de volgende vakantie binnen een week voor het C-diploma. Daarna werd het feest want we gingen met elkaar naar een van de vele pannenkoekenhuizen in Lage Vuursche. Broer en tevens een vriend van de filosoof en zijn vader schoven ook aan en we hadden een genoeglijke twee uurtjes in die heerlijke ambiance, met speelhoek voor de kinderen en een muntensysteem waarbij ze op het eind speelgoed konden kiezen.

We moesten vreselijk lachen om het senioren-ijsje, die een van de mannen bestelde. Dat kon namelijk zonder seniorenpas, stond op de kaart. Ze waren bovendien ook op matige eters ingesteld, want alle gerechten waren middel of groot. De kinderen renden heen en weer met de hondjes die ze allebei bij zich hadden. Een furby die constant om aandacht bedelde en een klein hondje dat tante Pollewop had gekregen voor het afzwemmen, compleet met hondenhok. De jongens vermaakten zich eveneens opperbest. Er was een uitgebreide kaart met pannenkoeken maar ook met burgers en zo. Ik had een gezonde salade. We bespraken de vakanties, de kwaaltjes van oma’s en opa’s en mijn relatie met Lief, wat ze erg bijzonder vonden. Vriendin haar moeder was pas geopereerd om de Parkinson beter onder controle te krijgen. Een zware ingreep, maar ook razend knap.

Wel een toetje of niet, nou, een thee met iets lekkers dan maar. Vijf zoete hapjes, waarvan ik er één nam en de rest door de anderen werd verorberd. Het was knus aan die lange tafel met al die gesprekken over en weer. De dametjes zijn vriendinnen maar hun moeders ook al heel lang, vanaf de eerste op de middelbare.

Buiten snoven we de frisse lucht op en konden genieten van een prachtige maan als slagroom op het toetje. Hartelijke knuffies voor iedereen en een kleine wandeling naar Truus en naar hun auto. Sommige dagen geven extra energie en deze was er een van.

Overpeinzingen

Een doorn in het oog

Ziezo, het hotel voor mijn trip naar Lief is geboekt. Het is er vast prachtig. Een kamer met uitzicht op de Donau, net voorbij het drie-rivieren-punt. Het zorgt ervoor dat onze hereniging voor mijn gevoel alweer dichterbij is.

Gisteren een appje van dochterlief met de afzwemtijden voor het B-diploma door tante Pollewop. Gisteren bij de kringloop heb ik al het een en ander op de kop getikt om onze lieverd te verrassen. Met al die grappige dingen heb ik mezelf beloofd omdat in ieder geval vaker te doen. Ik vond er tevens twee potjes met een stuk of tien spruiten van de Allium voor 3,50 euro per potje. Geen geld.

Tegelijkertijd was er de app van oudste dochterlief, die gisteren uit Frankrijk is teruggekomen met het hele gezin, met de vraag wie er zin had om te gaan wandelen, nu de zon zich, een tikkeltje onverwacht, van haar beste kant laat zien. Keuzes, keuzes.

De boeken vielen bij de ene kringloop erg tegen, maar de tweede kringloop had een prentenboek over een vegetarisch spinnetje. Kaasje natuurlijk. Ze bestaan ook nog in het echt. Er blijkt een soort van springspinnen te zijn met de welluidende naam Bagheera Kiplingi omdat hij vernoemd is naar de panter uit Jungleboek. Hij leeft op een acacia die beschermd wordt door mieren, want de boom maakt voedselrijke knopjes waar de mieren van smullen en zo tegelijk hun boom beschermen. Het spinnetje hopst aan zijn draadje overal tussendoor en eet een vegetarisch hapje mee. Waar een prentenboek al niet toe kan leiden.

Morgen ga ik toch naar de garage, want Truus geeft weer een te lage bandenspanning aan. Ze moeten maar even naar de linker voorband kijken. Vrijdag komt Agaath en nemen we afscheid van ouwe trouwe Truus. Ze heeft ons maar mooi overal naar toe gebracht.

Met het wereldnieuws van vrijdag ben ik een beetje uit het lood geslagen. Hoe bestaat het dat iemand met een voorbeeldfunctie zo beschamend optreedt. Beschimpen, intimideren, vernederen en liegen zijn al die dingen die verafschuwd moeten worden. Als dan iemand vanuit het belang om vrede de ander dan nog vraagt om op de knieën te gaan, kan ik er met mijn pet niet meer bij. Het hek is van de dam. Nu is alles geoorloofd, juist in de ogen van mensen die alleen maar vanuit handel en wandel denken. De prijs is hoog als je een deal wil sluiten ten koste van de integriteit van de ander. Het heeft me aangegrepen en ik vraag me werkelijk af waar dit naar toe moet gaan.

Ik weef mijn eigen web wel. Met het afzwemmen, met het gevonden boek, met de zon op mijn snoet, met het feit dat alle kleinkinderen weer bijna virusvrij zijn, met twee plakjes ontbijtkoek met dik boter bij de koffie in de ochtend, met het hotel en haar ligging, met de kinderen, en hun gezinnen, met Lief in de Hof.

We hebben een mooi idee om de boze buurman daar te tackelen, zodat hij er nooit meer toe zal overgaan om het braakliggende wilde land plat te branden of bomen uit het achterbos te halen. We gaan op het braakliggende stuk een voedselbos aanleggen. Dat betekent eerst goed inlezen en dan eens kijken of er een ontwerp te maken valt met alles wat we aan tips and tricks kunnen vinden. Een voedselbos is een ecosysteem met verschillende gewassen, als je het duurzaam wilt hebben, is het opgebouwd uit zeven lagen.

  • Grote bomen(7 meter en hoger, hoogstam fruitbomen, notenbomen)
  • Kleine bomen (Laagstam fruitbomen)
  • Struiken(zacht fruit)
  • Kruidachtige planten (eenjarige en meerderjarige groenten en bloemen)
  • klimplanten
  • Bodembedekkers
  • wortelgewassen en paddenstoelen ( Deze info komt uit Borborren.nl )

Het moet een organisch ogend geheel worden lijkt me, zo natuurlijk mogelijk zodat al wat leeft, mens, gewas en dier, zoals de reeën op het achterveld, de pauwen, de andere vogels en de insecten, er plezier van hebben. Het is leuk om een doel na te streven en het komt de natuur daar alleen maar ten goede. Zelfs de barre buurman zal blij zijn omdat we de doornappel aanpakken, want dat is hem, bij wijze van spreken, een doorn in het oog.

Overpeinzingen

Fijne dagen nog

De spontane wandeling op het landgoed Beerschoten was een groot succes. De parkeerplaats was vol maar geregeld ging er iemand weg. Beetje geduld graag. We waren er beiden precies om twee uur. Achter een bruine beukenhaag was een speeltuintje met houten klim en klautergedeelte en een pomp. Daar konden de jongens eerst hun grootste energie kwijt. Schoonzoon die aan het genezen was van een pittige longontsteking en mij niet wilde aansteken bleef voor of achter me lopen. Dochterlief en ik hadden heel wat bij te kletsen en lief en schoonzoon met gepaste afstand er tussen, ook. De jongens renden voor en achter ons uit. Achter het speelterreintje was een Berceaux gemaakt. Prachtig laantje, waar het niet moeilijk was om je verliefd te voelen. Aan het eind stond een van de vrouwenbeelden van Jits Bakker, een Utrechtse beeldhouwer. We naderden zijn beeldentuin.

De jongens renden van beeld naar beeld. Sommige sokkels waren leeg. Ze keken dan wat er op het bijbehorende plaatje stond en gaven een imitatie, bijvoorbeeld een paard, of een standbeeld tot grote hilariteit van Dribbel, die dat onmiddellijk imiteerde. Trouwens, dat deed hij bij alles wat zijn twee grote broers aan hun fantasie lieten ontspruiten.

Tussen alles door was het stap-hink-sprong met de wat drassige grond en de plassen hier en daar. Het water in de gracht of de vijver, wat is het eigenlijk, stond hoog. Beerschoten ligt midden in de Stichtse Lustwarande en over het bruggetje lagen de prachtige bossen en weilanden strekten zich uit tot aan de bossen van landgoed Houdringe.

We kozen een niet al te grote route, ditmaal aan de rand van het bos. Dribbel liep met takken en takjes te sjouwen en had er een in de vorm van een wichelroede. Ik liet hem zien wat dat betekende. Toen wilde hij natuurlijk op het pad in het zand een beetje peuren op zoek naar de een of andere vermeende schat, maar op een gegeven moment kreeg hij gelukkig de ingeving om zijn letter te schrijven met een scherp takje en maakte een keurige M.

Er waren overal bankjes waar schoonzoonlief en ik om de beurt op uit konden rusten, ieder op een eigen bank. We waren opgesplitst in een vrouwengroepje en een mannengroepje, waarbij de middelste zoon bij ons liep en dat zo benoemde. Hij hoorde bij de vrouwengroep, want creatief en kunstminnend, had hij als argument. De onderwerpen waren uiteenlopend. Worteltrekken uit het basiswiskunde naar aanleiding van de zandwortels die Dribbel omhoog wipte, Lief kon het uitleggen, maar moest even graven in zijn geheugen. Over het ouder worden, en hoe oud alle opa’s en oma’s dan wel waren en hoe oud de wereld dan was. Daarna wilde hij weten wat de hoogste toren was in de wereld. Niet de dom maar ergens iets in Dubai of daaromtrent, bedachten we. Kleine hersenkrakertjes dus tussendoor. Het was ook heerlijk om gearmd met dochter wat zaken door te kunnen nemen. Kerstvreugde, vrouweigen akkevietjes en de schoonheid van de natuur. De middelste bleef tussendoor honderduit kletsen en had hele grappige intervallen waar we erg om moesten lachen. Hij is de man van de originele ideeën.

Als uitlaadklep voor de energie was het een wandeling bij uitstek. Net lang genoeg om moe maar voldaan neer te strijken op een bankje voor het, helaas, dichte koetshuis. De warme chocolademelk moesten we mislopen evenals de levende kerststal. Maar toen we weer op de parkeerplaats waren, zagen we bij de hooiberg van de boerderij vooraan het oprijlaantje een rookpluim. Vermoedelijk was de kerststal daar gesitueerd en inderdaad voor mij sowieso een brug te ver met al die rook.

Dikke zoenen, voor schoonzoon een kushand, knuffels voor de kinderen en een kusje-plusje op mijn voorhoofd van de middelste spring-in-‘t-veld(algeleid van mijn kusje-kruisje, zoals mijn vader altijd bij ons deed)en de belofte elkaar gauw weer te zien. Het was een goed begin, lieverds, fijne dagen nog.

Overpeinzingen

Wie weet

Bij het snuffelen in wat memorabilia kom ik ineens mijn eerste missaaltje tegen dat ik ter ere van de eerste communie had ontvangen. Het blauwe smoezelige boekje is door de beschermende DCfix laag, een soort plakfolie, wat verfomfaaid, maar verder nog helemaal in tact. Voorin staat met potlood mijn naam en ouderlijk adres geschreven en daaronder staat bijna onleesbaar, het laatste woord met balpoint overgetrokken; ‘Ter herinnering aan de Eerste H. Communie’ met een zonnetje eronder met een kruis erin. O nee, dat is natuurlijk de monstrans. De H. Staat voor Heilig. Op de een of andere manier ontroert het me. Misschien vond ik het, omdat ik vannacht tijdens een droom in een huis woonde tegenover een majestueuze kerk.

Het staat vol met prentjes want daar bleven we zoet bij tijdens de lange missen. Als je iets uitgebreid kon bestuderen, verveelde het minder. Bij de gebeden en de H. Kruisweg was het afgelopen met die verluchtiging. Dat was het serieuze werk waar wat interactie werd verwacht. Erg positief was het allemaal niet. In de achtste statie zeiden we: ‘Lieve Jezus ook tot mij hebt U dit gezegd. Het spijt me dat ik zo vaak verkeerd heb gedaan. In de toekomst zal ik U niet meer bedroeven. Amen.’ Het boekje is van 1956 en we deden de eerste communie in de tweede klas van de lagere school, dat was in 1958.

Wat ik ook terugvind, is het zakje met de zorgpoppetjes voor onder mijn kussen. Dat heb ik ooit van de middelste dochterlief gehad en heeft in al die jaren de zorgen van me overgenomen en dan ligt er nog iets hilarisch. De twee lidmaatschapskaarten van de Stichting Nederlandse Jeugdherberg Centrale, de NJHC. Met zo’n kaart mocht je overnachten in een jeugdherberg. Als we mijn pa niet hadden beloofd lid te worden, hadden mijn Lief en ik nooit samen op vakantie naar Denemarken en Zweden gemogen. Er staan zelfs stempels van Flensburg in terwijl we daar nooit geslapen hebben. Die waren we speciaal gaan halen. We hebben zes weken lang gekampeerd in een klein legertentje, terwijl we van stek naar stek trokken. Mijn moeder zat in het complot. Van iedere jeugdherberg in de buurt stuurden we een kaart naar Pa en Moe om de schone schijn op te houden.

Mijn gebreide poppenbroekje uit de tweede klas ligt er achter en de omslag met kruissteken. Handwerkles tweede klas van de strenge handwerknon. Ze heeft het breisel wel honderd keer uitgetrokken en ik heb twee jaar over het broekje gedaan. Wat was ik blij toen ik er eindelijk het witte elastiek door kon halen. Een broekje van katoen, bloed, zweet en tranen.

Het dromenboek erachter laat mijn snel neergepende dromen zien: Over een VWO-er en haar Oma. Ze wonen allebei achter elkaar op de Lekdijk. In de voorste woning woont Oma, een keurig gekapte vrouw. Ze vertelt hoe ze vroeger de grote manden gebruikte, die ze, toen ze ze niet meer nodig had, had ingegraven. Ze had ze weer opgegraven en omdat ze van mais waren, waren ze in prima conditie. Met een klein beetje olie erover werden ze prachtig goudgeel. Ze liet het ook gelijk maar zien en inderdaad: Prachtige goudgele manden die met een beetje olie nog veel zonniger werden.’

Herinneringen verweven met de opgedane indrukken van het dagelijkse leven. De droom dateert uit 2008. Toen waren Lief en ik nog niet bij elkaar. Op het terras van de Hof staan wel twee van dergelijke grote manden, maar dan van wilgenteen. Misschien moet ik de buitenkant ook oppoetsen met olie om de zon in huis te halen. Wie weet.

Overpeinzingen

Verhelderende materie

‘O nee, dat is fout. Wat kan mijn kleine broer toch goed krassen. Dat kan ik helemaal niet.’ Mijn lieve kleindochter slaat fluks de bladzijde van het schetsboek om. ‘Laat eens zien’, probeer ik en ze toont de kras tekening. Ze wilde proberen om hetzelfde te doen als ik bij de krastekening van broerlief deed, nl de vakjes inkleuren om zo een mozaïek te maken. Ik prees haar gekras de hemel in en wees haar wat vakjes aan die in te kleuren vielen. Ze ging aan de slag en kwam zelf op het idee om kleurschakeringen te gebruiken in haar kunstwerk. Zo maakte ze er twee achter elkaar. Helemaal gelukkig.

Schone dochter had me uitgenodigd voor een kopje koffie bij een heel leuk koffietentje aan de kanaalweg. Beetje studentikoos, veel natureltinten, twee loungehoeken, grote planten, blank houten meubels. Inmiddels had de uitspanning een parkeerplaatsje aan de zijkant gekregen en dat was een opluchting want in de oude versie moest er twee straten verderop geparkeerd worden. Ze kwam eerst met kleindochter aan en zoonlief bracht even later de kleine Njong. Hij ging door naar een etentje met zijn werk.

Er was koffie voor haar en thee voor mij, koekjes, die de kinderen niet lekker vonden en bij mijn tweede kop thee nam ik een dikke plak Perzische liefdestaart. Haha, dat was waarschijnlijk om me er aan te herinneren waarom ik dergelijke dingen niet meer at. Ik proefde alleen de bonk zoetigheid en niet de kardamom waarop ik zo gehoopt had. Niet omdat het er niet in zat, maar omdat die papillen nu eenmaal aan slijtageslag onderhevig zijn. Tussendoor aandacht verdelen onder de kleine Njong en zijn verheugde uitroepen, ieder keer als hij naar me keek:’Oma!’ En ons meisje die opgekruld in haar stoel haar mozaïeken afmaakte. Schone dochter probeerde nog wat te werken, maar het boeffie zorgde voor de afleiding. Het was een gezellig uurtje. Om vijf uur ging de tent dicht en reden we weer op huis aan na lieve knuffels en kusjes. Dag, dag…

In het Filosofiemagazine staat een artikel met Ariane van Heijningen, een socratisch coach, over haar boek en de socratische benadering van de filosofie. Dankzij het feit dat de socratische practicus Harm van de Gaag op haar pad kwam, is ze zich gaan verdiepen in het Socratisch gesprekken voeren. Ze noemt ze ‘helderdenkengesprekken’: ‘Een gesprek waarin je het een ander bewust en goedbedoeld moeilijk maakt, zodat diegene zijn eigen denken kritisch gaat onderzoeken.’

Vanuit de Socratische grondhouding dat iedereen wijsheid bezit en met bepaalde technieken en goede vragen kan je iemand er toe brengen om het eigen denken aan te scherpen. Bij hoe-vragen wordt doorgaans een aantal stappen overgeslagen, die juist belangrijk zijn voor het proces. Dat en het toepassen op het hier en nu en op een eigen situatie:’Wat betekent dat voor mij’, haalt een verdieping naar boven. Zo komt je tot antwoorden. Niet altijd even leuk om door te moeten, maar wel om tot de essentie te komen.

Het artikel omhelst veel meer, maar dit is voor nu wel even genoeg om op te kauwen. Ik vind het boeiend met name omdat er tegenwoordig soms erg slecht geluisterd wordt. Vanuit een socratische benadering kan verwondering, oordeelloosheid en oprechte nieuwsgierigheid ontstaan’. Iets om na te streven.

Het lijkt me op dit moment van snelle conclusies en ongefundeerde beweringen een uitstekende remedie. Hoeveel stappen zijn er over geslagen en wat zou het betekenen als je daar je energie in zou stoppen. Verhelderende materie

Overpeinzingen

Je stem laten horen

Een hele nieuwe ervaring. Nou nee, dat is niet waar. Een aantal jaar geleden had ik ook eens zo’n bevlieging. Even geen zin om henna te gebruiken met al de rompslomp van het inmasseren en twee uur later uitspoelen erbij, wat er normaliter voor zorgt dat de hele badkamer onder de henna zit. Snel weg te spoelen, maar toch. Nu vond ik het eigenlijk gewoon noodzakelijk, omdat henna niet meer volledig pakt op mijn grijze haren. Dus raad vragen aan een professional als je om antwoorden verlegen zit.

Bij de natuurkapper werken ze met plantenpoeders. Het is een klein fabriekje daar op de plank van de keuken. Grote potten met poeders variërend van bruin tot groen en zelfs kurkuma-geel. Er hangen prachtige brede platte kwasten boven die in een atelier ook niet zouden misstaan. De mij toegewezen kapster brouwt eigenhandig een wenselijk mengsel, waar, als ik me niet vergis, toch nog een deel henna inzit. Vakkundig wordt het haar gespoeld. Vervolgens poetst ze de kleuring met de brede kwast in de strengen haar tot aan de hoofdwortel. Dat is het stukje wat niet meer lukt als je alleen bent en minder soepel.

Ik observeer alles nauwkeurig in de spiegel en bedenk dat dat frotten eigenlijk heerlijk is. Af en toe moet je jezelf kietelen, vond men vroeger al. Het is mij-tijd en dat is heerlijk. De kapster wil een natuurlijke uitstraling van het haar. Ze laat me haar eigen haar zien. Lichtere haren tussen de donkerblonde, net als bij mij, maar op zo’n manier dat het allemaal natuurlijker en zachter wordt.

Terwijl ze bezig is hebben we fijne gesprekken. Eerst in het algemeen met de andere kapster en nog een klant erbij over de politiek en de ons opgedrongen ‘Faber-fabels‘, ongelofelijk dat ze een podium krijgt, vinden we unaniem. En die waanzinnig dure society-kapper in Den Haag heeft niets uitgehaald. Dat laatste was natuurlijk koren op de molen. Maar daarna ook veeel meer op het persoonlijke vlak en geven we beiden een klein inkijkje in het privé-leven. Het schept een band.

Het mocht een uurtje intrekken onder een mutsje van zwart katoen en een warmte lamp, een soort opengewerkte droogkap, die uit drie te richten warmtebronnen bestond. Voor de inwendige mens werd ook gezorgd. Een kleverige brownie en een heerlijke yoga-thee. In de ochtend had ik mijn schetsdagboek en mijn pennensetje in mijn tas gestopt, wetend dat dit moment er aan zat te komen. Er moest nog het een en ander ingehaald worden sinds de tweede dag van Berlijn. Dergelijke verloren uurtjes zijn op die manier goed besteed.

Natuurlijk komt er ook een zelfportret met kapje, snel gemaakt met de spiegel tegenover me. De afspraak was trouwens dat we zouden kijken hoe het resultaat was en dan pas zouden beslissen of er een dubbele kleuring moest volgen. Maar nadat ze het had uitgespoeld en geföhnd was het resultaat zeer tot ieders tevredenheid. De andere kapster gaf er ook haar fiat aan. Twee dagen niet wassen en over een maand, vlak voor Hongarije, nog een keertje met een knipbeurt. Dat laatste vind ik helemaal spannend. Nog nooit laten doen in mijn volwassen leven. De afspraak staat voor 3 april.

Bij thuiskomst lag er een pakje in de bus van de door mij bestelde kimono. Met alle zorg en liefde ingepakt en opgestuurd, dat was duidelijk. Nu met een advies erbij om het vooral niet op de hand te wassen. Wat opmerkelijk. Meestal is het andersom, maar in een handwas zou het teveel verkleuren.

8 maart ga ik met dochterlief en haar gezin meelopen in de

http://watkanikdoen.nl/actie/feminist-march-2025

Het is internationale vrouwendag en het juiste moment om te laten zien dat we in de jaren zeventig niet voor de kat zijn viool hebben gestreden. Het gaat om mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid, om vrede en vrijheid. Iets wat dreigt teruggedraaid te worden. Het is een van de weinige dingen die ik nog kan doen om me minder machteloos te voelen tegenover al die ‘morons’, die zo luid aan het schreeuwen zijn. Je stem laten horen.

Overpeinzingen

Het zekere voor het onzekere

Wat kiest een geheugen toch wonderlijke richtingen door prioriteit te geven aan min of meer onbenulligheden en essentiele zaken te vergeten. Vorige week had de auto een lage bandenspanning aangegeven en zoonlief had er weer lucht ingepompt. Niets aan de hand tot gisteren. Ik stond op het punt om naar zuslief in Houten te gaan voor onze zussendag, die we een aantal keren per jaar proberen te houden. De auto gaf opnieuw een waarschuwing omtrent de bandenspanning. Huh? Oké. Ik had geen zin om in de avond nog te moeten bedenken hoe ik lucht in die band kreeg en besloot naar een pomp te rijden in de buurt van zus. Half Houten door gesjeesd en gevonden. Met veel vijven en zessen, bukken is geen soepele aangelegenheid meer, en met nog wat gehannes met het contactloos betalen, kreeg ik er vervolgens wel lucht in. Bij het starten van de auto nog steeds alarmerend rood. Wel verdraaid.

Uitstappen opnieuw het ritueel herhalen, maar nee hoor. Resultaat nihil. Een, twee,drie in godsnaam dan toch maar naar zus. Zoiets blijft pratten, ergens in je achterhoofd. Bij thuiskomst vertelde ik het de jongste, die mijn vermoeden onderschreef. Er was wel wat met de band. Ik belde de oudste en die gaf me de missing link, namelijk dat, wat het geheugen vol verve uit het systeem had gewerkt. ‘Heb je ‘m wel gereset, ma’. Vaag doemde de garage op en de medewerker die me ooit dat knopje had laten zien. ‘Anders blijft het lampje branden, mevrouw.’ Dat bedoel ik. Geheugen had het licht wel iets eerder kunnen laten schijnen.

Neemt niet weg dat het een topdag was. Op stap met de Zussen betekent overleg en kiezen. Spakenburg voor de laatste Blokker? Of een kleine stad. ‘s Hertogenbosch trok ook. Leiden was een mogelijkheid geweest, want vanaf het station Houten vertrok er eveneens een trein rechtstreeks. Maar we kozen voor de eerste. Treinen vanaf daar is kippie-eitje. Inchecken, nauwelijks wachttijd, aankomen en uitchecken. De jongste wilde met de gratis hop on-hop off bus, maar die liet te lang op zich wachten. Dan maar een zompige lunch in een cafe-restaurant, tikkeltje smoezelig. Het leverde in de spiegelwand wel een grappige foto op. Het was bijna carnaval en in de stad werd derhalve alles hos-bestendig gemaakt met installaties, overkappingen, enorme gifgroene kikkers en wat dies meer zij. Oeteldonk stond in de steigers. Men was er maar druk mee.

We hebben er heel wat afgewandeld, doken af en toe een winkel binnen met leuke hebbe-dingetjes of de laatste 70%-korting, maar zochten ook bijtijds een restaurantje op voor de lichte borrelhap. Er werd gepast, gewikt en gewogen. Hebben we het nodig. Niet echt, dan doen we het niet. Een giletje in de juiste kleur voor 14 euro was echt niet te versmaden voor de jongste en ik nam bij Dille en Kamille wat biologische zaden mee voor op het balkon. Klaproos, een mengsel eetbare bloemen, en lathyrus. We kuierden verder en konden eigenlijk opnieuw zonder wachten in de vertraagde trein stappen. Zuslief vond nog een heel leuk boek in de kleine-te-geef-bibliotheek bij de uitgang, met schetsen en tekeningen, een project, waarbij iedere vinder iets naar behoefte kon maken, een schets, een tekening, een aquarel, en daarna het boek weer te geef neer zou leggen.Wat een leuk idee. Het was al aan het rondgaan sinds 2016, maar zat nog lang niet vol.

Op het rond waren veel restaurants dicht. Maar bij de grootste konden we kiezen uit een deelconcept. Liflafjes op tafel en een bak sla bleek meer dan voldoende. Zo hadden we keuze uit wat garnalen, ravioli, inktvisringetjes, patat, patatas bravas en salade. Naast alle activiteiten ontstonden er tussen alle bedrijven door gesprekken over vroeger, thuis, ieder een eigen vader en een eigen moeder en over hoe om te gaan met assertief zijn. Lik op stuk of meeplooien. Iets om over door te mijmeren. Een warm afscheid. Tot gauw, tot ergens en rond half acht op huis aan. Bevend om de band, maar dat ging goed. En in mijn hoofd is buiten de herinnering nog maar plaats voor een woord. Reset-Retteketet en daarna de garage om het zekere voor het onzekere te nemen.

Overpeinzingen

Voort te gaan

Het is vandaag zussendag, de dag dat mijn drie zussen en ik er opuit trekken, soms gepland en soms ons neus achterna. Vandaag is de invulling nog blanco en de bedoeling is dit keer per trein te gaan. Een dag als een onbeschreven blad. Ben reuze benieuwd waar het ons brengt. We vertrekken vanaf het huis van zuslief, die vlak achter het spoor woont. Het enige wat ik hoop voor vandaag is dat de mist optrekt en er een heerlijk zonnetje achter vandaan komt. Om de lente in te zetten, had ik gisteren al wel een paar blauwe druiven en jonge narcissen voor op het balkon gehaald. Dat is in ieder geval al een begin. En zeker, zoals mijn zus direct onder mij aangeeft: Alles leuk met jullie erbij.’ Een vrijbrief voor een fijne dag.

Lief maakt het goed in de Hof. Hij is inmiddels begonnen met het snoeien van de eerste bomen. Op het achterland in het achterste bos had men fikkie gestookt. ‘Laat je maar veel zien,’ was mijn advies. Dat gebeurt sowieso want hij gaat om de dag per bus boodschappen doen in Szigetvar en traint zichzelf met busje heen, busje terug. Iedere ochtend wenst hij me een ‘goede morgen, lieverd’ ‘Jó reggelt, Kedvezem’. Dat klinkt inmiddels heel vertrouwd, maar voor de rest heb ik nog steeds de vertaling nodig ondanks mijn geploeter met de taal en mijn dagelijkse oefeningen.

Gisteren heb ik de grote computer op de werktafel binnenstebuiten gekeerd op zoek naar twee van mijn verhalen, die ik speciaal voor de kleinkinderen had geschreven in coronatijd. Een verhaal ging over de vakantie in Griekenland met de hele familie die derhalve niet door kon gaan en het andere verhaal ging over addertje onder het gras en virusje. Ik heb alleen nog flarden oude video’s waarin ik steeds een hoofdstuk vertelde en die ik dan opstuurde. Idioot eigenlijk dat we elkaar in die tijd nauwelijks zagen. Soms kwamen ze beneden op het gras staan om kushandjes uit te delen of de dochters kwamen op galerijbezoek met het raampje open, ik binnen in de keuken en zij buiten op het terrasstoeltje met een thermoskan koffie of de theepot en kopjes. Ze waren als de dood dat ik wat op zou lopen. Gekke gewaarwording. Opgedrongen eenzaamheid.

Met stijgende verbazing kijk ik naar de ontwikkelingen van de wereld en put zoveel mogelijk moed uit de mooie kleine vormen van hoop om me heen. Waar is het gezond verstand heen in deze schijnwereld met verwrongen ideeën.

De schrijver Philip Huff schrijft in de Groene over zijn hartstoornis en noemt het ‘Mijn stotterende stuitende hart’. Het is bijzonder om te lezen omdat ik het gevoel van binnenuit ken, het aan den lijve heb ondervonden in de week dat ik per dag een aantal keer een aanval van Angina Pectoris had en die wonderlijke pijn op de borst, afgewisseld met het geflutter, je de schijnzekerheid geeft dat je dood gaat met de bijbehorende angsten. De Stent bracht gelukkig net op tijd verlossing. Men vraagt zich bij de schrijver af hoe het is om te leven met een chronische ziekte-een onzeker hart. De onzekerheid en de angst zijn het ergst. Die houden je in hun greep, eenvoudigweg omdat het pad voor je in mist is gehuld. Bij mij was het voorbij nadat de stent geplaatst werd, maar hij moet straks zijn vijfde grote ingreep laten doen. Geen sinecure als je hart in het leven een andere maat slaat en om daar in voort te gaan.

Overpeinzingen

De lente kan beginnen

In de Verwondering staat een quote van Whitney Hanson, waarin ze zegt dat niets van ons is. Je leent Tijd, Liefde, Vreugde, als boeken in een bibliotheek. Ze gaat nog verder met die vergelijking, want we lezen de boeken en als we de laatste bladzijde ervan omslaan huil je om het einde van het verhaal, legt het boek weg en pakt een volgend boek.

Geleende tijd spreekt me wel aan. Het aantal boeken wordt op die manier natuurlijk wel de bibliotheek van de vergeelde boeken, terwijl ik hoop dat er ergens flarden zijn uitvergroot tot een stukje levenshouding, iets wat je mag vasthouden omdat het de moeite waard is. Mijn liefde voor de kinderen is een boek dat nooit uitraakt. Mijn liefde voor mijn Lief is met deze vergelijking zo’n boek dat op de plank terecht is gekomen en dat nu weer afgestoft en wel opnieuw kan bekoren.

Sommige van die levensboeken veranderen van essentie, sommige zijn niet om door te komen, anders dan met een remedie om je verder te helpen, een goed gesprek met vriendinnen of een psycholoog. Ik zal eens overpeinzen hoe die bibliotheek van mij vorm te geven. Het zwengelt in ieder geval een stroom gedachten aan.

Gisteren wilde ik wandelen, maar dochterlief en gezin waren op een verjaardag, de oudste en haar lieverds zitten in Enghien bij schoonmoeder, een van de drie belhameltjes uit Amersfoort was grieperig en oudste zoon wilde wel met de kleine Njong naar Transwijk, naar de kinderboerderij. Gezellig, maar wel even poot aan spelen want hij zou me binnen een half uur halen. Gelukkig was ik net op tijd klaar met het ochtendritueel.

Een wandelingetje naar de schapen, waarbij er een nogal bokkig reageerde, maar ja ze zijn in opperste staat van Lente, daar zou het wel eens door kunnen komen. Daarna door naar de konijnen, grote vloerkleden van Vlaamse reuzen, die languit gestrekt in het stro lagen. De cavia’s waren er natuurlijk, maar daar kon je niet goed bij en bij de dwergeiten en het ene bokje speelden ook de lentekriebels, maar daar was een verzorger bij en konden we toch het hok in. Hij hield er een oogje op.

Er was kort geleden een kleintje geboren die onder een rode lamp bij moeder melk aan het drinken was met die ontroerende onschuld van pas geboren leven. Het hoort bij de dribbelpasjes, stapperdestap, die kleinzoon en ik aan het maken zijn over de stoeptegels, het gefluit van de kanariepietjes in de volière, die af en toe uithalen met een jubelende triller en het geknor van de nieuwe biggetjes in het hok. Het hoort bij lente en vrede en vreugde en het verbaasde kijken tot er een glimlach over zijn snoetje glijdt.

Na een klein uurtje rijden we op huis aan voor zijn slapie en kan ik eindelijk aan de slag met het balkon nu de zon uitbundig is gaan schijnen en de gekozen trui in de ochtend eigenlijk iets te warm blijkt te zijn. Het buitenkleed is groen uitgeslagen en eigenlijk te onhandig, want als je het mooi wil houden moet het veel vaker schoon geboend worden en tja, als ik niet twee stoelen bij de hand hou om even op uit te rusten is schrobben en boenen nou niet bepaald iets wat me van een leien dakje afgaat. Wie niet sterk is moet slim zijn. Weg met de overtollige versiering, ik zet er wel een aantal fleurige potten neer, dat pept het geheel ook aardig op. Zoonlief roep ik soms om een emmer water en een volle gieter. Het vogelzaad en de spontane mossen en plantjes schep ik op met het blik, de stoffer is een nutteloos zacht modelletje. Ziezo, weer een vuilniszak vol en het balkon weer een stuk leger en her-gegroepeerd. De lente kan beginnen.

Overpeinzingen

Er de rijkdom aan geven

De pakjesbezorger komt aanlopen over de galerij met twee pakjes in de hand. Een voor mij en een voor zoonlief. Dat is mijn nieuwe broek en ook al was ik helemaal klaar om naar het feest van broerlief te gaan, ga ik hem eerst even passen. Heerlijke zachte stof, een draderig motief en mooi zwartwit. Combineert ook goed met mijn andere kleren. Dan toch deze maar. Een beetje dralen voor de spiegel en hop. Vooruit met de geit.

Broer krijgt een envelop, want aan liflafjes heeft hij genoeg. Zo valt er nog een beetje te kiezen. Op de kleine parkeerplaats voor hun huis staan een aantal containers, omdat er huizen worden gerenoveerd. Truus past nog precies in een plekje achter zo’n gevaarte. De deur zwaait al open en Sjors komt me vol vreugde tegemoet, een heerlijke bol wol met zijn gouden krullen.

De kamer zit vol met de lieve familie, kinderen, de grote kleinkinderen. Bijna alle broers op twee na en wij, de zussen. De jongste zal pas na haar werk aanwippen. De gesprekken vliegen over en weer. Bezigheden, een flard voetbal omdat er oude fotoboeken van de voetbalclub rond gaan, vrijwilligerswerk, kwaaltjes en liefhebberijen en broerlief die tussendoor voor de inwendige mens zorgt, waar dankbaar van gegeten wordt. Een van de broers eet alles, volgens zijn vrouw, hij doet ook aan de lijn, maar dan de andere kant op. Als je een bezig baasje bent moet de motor branden, dus dan kan er heel wat in. Handig, want alles wat er over is verdwijnt als sneeuw voor de zon. Voordeel is natuurlijk dat er geen grammetje teveel aanzit.

Tegen een uur of half zes breken we op. Het is mooi geweest. Broerlief was helemaal jarig en wij zijn allemaal bijgepraat. We kunnen er weer even tegen.

Lief is in Nagypeterd alweer geacclimatiseerd. Hij heeft de buitenhaard op het terras aan want het is er aanmerkelijk kouder dan bij ons. Nog altijd een paar graden onder nul en ijs in de voren van het veld. Dochterlief stuurde gisteren een fotootje van mijn tuin en de fluweelboom van de buurman ligt er nog steeds languit gestrekt over mijn vijver heen. Een app met de vraag of hij hem weg kan halen wordt gelukkig bevestigend beantwoord. Volgende week wil ik voort in de tuin met de wilgen, die moeten nog allemaal gesnoeid. Eens kijken hoever ik kom. Wel eerst een goede zaag aanschaffen. Op internet kom ik een Japanse lange afstandszaag tegen, een lichtgewicht want het handvat is van Japans populierenhout. Eens kijken hoe ver ik daar mee kom.

Op de verjaardag kwam ik er achter dat ik een dubbele afspraak had gemaakt. We zouden zussendag houden dinsdag maar door alle gebeurtenissen had ik verzuimd de agenda te raadplegen en nog een bezoek afgesproken. Op de blote knietjes en een mea culpa was zeer op zijn plaats. Het andere bezoek wordt een maand verschoven. Het gebeurt me niet vaak meer, maar door alle hectiek is iets dergelijks denkbaar en wel vervelend om iets af te moeten zeggen. Maar ja, we kunnen geen ijzer met handen breken.
Met zoonlief spreek ik af te gaan wandelen vanmiddag, misschien dat er nog meer mensen zijn die mee willen. Het Julianapark of het Maxima, het ligt allemaal onder handbereik. We gaan het zien en beleven.

In Mezza, een blad dat ik gratis bij de super meenam en dat goede artikelen kent, staat een bericht over het Rouwpad van Terschelling, dat is uitgestippeld door Anemoon Elzinga en Arjan Berkhuysen. Ze noemen het pad hun ‘Walk of Grief’. Een route op terschelling voor iedereen die rouwt. En dat kan over alle soorten van verlies gaan. Zij hebben het in leven geroepen na de dood van hun zestienjarige zoon. De aanhef heet: Rouwen in het ritme van de stappen. Dat delen ze met passie. Wat een prachtig initiatief. Het zijn toch altijd weer deze gevoelvolle benaderingen, die er de rijkdom aan geven.

Overpeinzingen

Er waren juweeltjes bij

Het regent pijpenstelen en toch is de glazenwasser aan de overkant bezig met het wassen van de ruiten. Water naar de zee dragen, lijkt me. Je trekt het streeploos droog en dan lacht Regen je vierkant uit door hard tegen het raam te kletteren.

De nieuwe Groene van deze week staat weer vol met juweeltjes. Een van de biografieën die bovenaan mijn lijstje stond was ‘Vleugelman’ van Gé Vaartjes, een boek over het leven van Godfried Bomans. Mijn moeder was verzot op deze man, zijn uiterlijk, zijn bedaarde manier van praten, de dingen die hij zei en zijn sprookjes. Ik ben zeker fan van zijn Erik of het kleine insectenboek. We hebben een variant erop nog eens gebruikt in een project over kleine beestjes op school.

Niet zelden toonde hij humor dat hij verpakte in zeer beschaafd ABN. Gé Vaartjes opent de biografie met de prachtige zin: ‘Bomans borduurde bonte vlinders op een lijkwade’. en verderop: Een vrijbuitende geest, gekooid door een systeem van wetten en regels, uitgedragen door zijn ouders, school en kerk’. Na het lezen ervan weet ik zeker dat het alsnog door mij besteld zal gaan worden. Voor de gekozen ‘Christiaan Huygens’, die nu op tafel ligt, valt er een kleine drempel over te gaan.

Vóór het artikel over deze biografie geeft Ilse Josepha Lazaroms in de rubriek Dichters&Denkers een inkijkje in het leven van Bell Hooks. Ook dat begint met een opening die ervoor zorgt dat je wel door moet lezen. Ze schrijft: ‘Als jong meisje was Bell Hooks getuige van een ruzie tussen haar ouders. Ze herinnert zich hoe haar vader een pistool trekt en het op haar moeder richt. Ze hoort de klik, de explosie. Ze ziet het lichaam van de vrouw vallen. Nee, het is niet haar lichaam. Het is het lichaam van de Liefde. Voor haar ogen sterft de Liefde.’ Het moge duidelijk zijn. Ook is er een essay over ‘Mijn stotterende stuiterende hart’, van Philip Huff die uit de doeken doet hoe het is om te leven met een chronische ziekte, een onzeker hart. Hiske Versprille heeft een aanstekelijk verhaal over mandarijntjes. Het is allemaal weer zeer de moeite van het lezen waard.

Natuurlijk werd ik vannacht om drie uur in dat grote te ruime bed wakker om me met Hongaarse lessen pas na twee uur weer in slaap te sussen. Dan is de volgende ochtend een genot om op je dooie akkertje elk blad, elk verhaal dat je aandacht trekt, uit te spellen. De tijd is aan mij. Er komen foto’s langs van Lief die over de beijsde grond loopt, het prille zonnetje, en de koude omgeving, onze geliefde werkplek in de keuken, het zicht op de stallen en de berken. Het gemis kruipt mee langs al die vertrouwde beelden.

Vandaag viert broer zijn verjaardag, een feest dat met regelmaat goed bezocht wordt door de meeste broers en zussen. Broer haalt zijn frituurpan tevoorschijn en tovert steevast de hele middag met snelheid zijn favorieten op borden die langs geschoven worden of op de tafels neergezet. Doorgaans valt er veel over en weer te vertellen. Ik vermoed dat hij nu 76 wordt. De vlag kan uit.

Bij Dribbel is er een tand uit, Hij laat het vol trots met wijdopen gesperde mond op de foto zien. Dochterlief stuurt een filmpje van de carnavalsopening door de leerkrachten op haar school. Het is hilarisch om te zien. Even ben ik weer terug op zo’n bewuste carnavalsmiddag in ons geliefde schooltje. Echt carnaval wilden we niet, dus hadden we in iedere groep optredens bedacht door de leerlingen, waar de andere groepen dan op bezoek konden gaan. Chaotisch maar evenzo ook heerlijk om mee te maken. De afsluitende hospartij, of was dat aan het begin van de middag, was nooit mijn ding. Verkleden was wel leuk. In de onderbouw hielden we per groep dan een modeshow met de kinderen die zich wel wilden laten zien. Carnaval is mijn lievelingsfeest niet al heb ik het met volle overtuiging geprobeerd.

De voorjaarsvakantie is voor ons begonnen en ik hoop dat we nog met deze of gene naar een kindertheater-voorstelling kunnen. Sinds ik niet meer in de klankbordgroep van Kunst Centraal zit, komt het er niet meer van. Jammer, want er waren juweeltjes bij.