Overpeinzingen

Schoonheid tot over alle grenzen

Twee pannen met spaghetti gemaakt. Een zonder korrels, brokjes, frutsels en wat nog meer als obstakels voor kleine rakkertjes zullen dienen en een bak mét voor pa en ma. Dit alles omdat zoonlief me had verzekerd dat het anders niet gegeten werd. Dus alle groenten glad gepureerd. Twee bakjes en op pad. Rond twee uur kwam ik aan.

Een van de rakkers was bij Nene gebleven, maar twee waren evenzo vrolijk goed voor drie. De oudste van de twee had de bokkenpruik op. Ik vermoedde dat hij ook bij zijn oma had willen blijven. Daar zijn nog twee voetballende broers, die ze met het grootste gemak op sleeptouw nemen. Als je dan met zuslief mee moet naar huis, kan dat een domper zijn. Het duurde even en ik moest alles op alles zetten om het tij te keren, maar dan heb je ook wat. Hij werd een kusjesmonster en ik werd er mee overladen, allemaal op mijn rug, haha.

We hebben het hele arsenaal aan kinderliedjes gezongen, Annie M.G. kwam voorbij, waarbij ik hier en daar wel even een tekst moest ophalen, want zo vaak zing ik ze nou ook niet meer. Alles zong mee, voor zover ze het liedje kenden, zoonlief incluis op een volstrekt andere toonhoogte, maar dat mocht de pet niet kreuken. Daarna gleden kussens van de bank en werd ineens de vloer lava. Alle energie kwam eruit. Ik vertelde dat dat spelletje vroeger apenkooien heette en moest denken aan de groep in het speelllokaal en het gesjouw met banken en klimrekken om het lokaal apenkooienproof te maken. Altijd succes en spierballen verzekerd. De vloer is lava kwam pas op het laatst erin.

Lieve schoondochter was ook aan het apenkooien en sjouwde in haar eentje een bed naar beneden. Ik mocht maar een beetje bijspringen, toen ze de draai om de bocht bij de trap niet makkelijk kon maken. Het was eigenlijk veel te zwaar om in je eentje te doen, maar ze wilde mij niet belasten en zoonlief kon niet uit de voeten. Nood breekt wetten. Ik ken het wel, had vroeger waarschijnlijk hetzelfde gedaan, maar toen we allen moe maar voldaan aan de spaghetti zaten, kwam ze net terug van de masseur en stond haar witte gezichtje op ‘even-helemaal-niks-meer’, met al die ballen die ze hoog te houden had.

Kinderen zijn het betere rek-en strekwerk. Er kan geen sportschool tegenop. Tegen vijven schepte ik de borden op en was verbaasd over de eetlust van de twee. Samen met de komkommer ging het als een speer naar binnen. Verborgen groenten werken best, dan kan je er in stoppen wat je wilt. Behalve mais, want dan moet je gaan zeven. Iets wat ik aan den lijve had ondervonden.

Nog meer kusjes als afscheid en de belofte om er zondag weer te zijn, want dan was de kleine meid jarig en wordt ze al weer twee. De weg terug was opmerkelijk rustig. Geen files zowaar en al helemaal niet op de kruip-door, sluip-door route. Dat alles misschien door de poppenkast in Den Haag, waar het halve land voor is stil gelegd.

De stokroos bloeit in Nagypeterd. Ik mocht er mee wakker worden door een appje van Lief. Het leven begint daar nog steeds via het tropenrooster heel vroeg in de ochtend. Gisteren bij het uitstappen ontdekte ik een kleine, dappere, verdwaalde viool tegen de stoeprand aan tussen de tegels.

Vandaag vliegen de gierzwaluwen extra laag en vlak voor het raam. Het is alweer te lang geleden dat ze op een 25 juni voorgoed haar ogen sloot. Maar elk jaar is de herinnering er. Frêle, scherend, gierend met hun hoog en schril geluid en teer. Schoonheid tot over alle grenzen.

Overpeinzingen

Missie geslaagd

Oude tuinbroek, oud shirt, sokken over de pijpen, oude schoenen…Klaar voor de rimboe. Gewapend met een fles water en een weckpot vol nootjes stapte ik de deur uit en prompt vielen er dikke druppels op mijn hoofd. Agaath stond verder weg. Omdat het regen was waar met gemak tussendoor te lopen viel kwam ik vrij droog bij de auto aan. Toch dochterlief even polsen, wat wijsheid was. De lucht betrok nog meer en ook mijn helder verstand. Aflasten maar, geen zin om in drijfnat struweel te werken. Maar er is niets veranderlijker dan het weer. Twee straten verder was er een stralend zonnetje aan een blauwe hemel. Bij het huis van dochterlief hakten we de knoop door. Kom, we zijn niet van suiker. Gaan!

En zo wandelden we een half uurtje later over het pad naast de sloot, waar twee jonge meerkoeten schril piepend door hun ouders van de kant gelokt werden, richting oerwoud. Het viel allemaal reuze mee. Alles was op het eerste gezicht gras, brandnetel of nog hoger gras, maar bij nader onderzoek bleken heel wat planten het toch te hebben overleefd. Drie hosta’s en de schoenlapper bijvoorbeeld, vier mini zonnebloemen, de lavendel en de Hebe, de hortensia, de rozen, de lisse, de lievevrouwebedstro, de geraniums. Dochterlief maakte in hoog tempo het een en ander vrij van de ballast.

Ik wilde de structuur terug en begon met maaien in mijn eigen tempo. Dat betekende maaien/zitten/maaien/zitten. Zo snel als dat lukt. De plaats voor de nieuwe composthoop hadden we ook al bepaald, maar ik aarzel nog altijd of het slim is. Na een korte studie composteren daarnet lees ik de richtlijnen en die verschillen van mijn aanpak. Laagjes groen en bruin afval, het liefst kleiner geknipt, regelmatig omwoelen en dus niet achter elkaar al het overtollige onkruid in bossen erop gooien zoals tot nu toe gebeurde.

Dat betekent dat ik de oude compostberg, hoop is het juiste woord niet, af ga graven en in zakken mee ga nemen naar de groenafval-container op de gemeentewerf. Daar zal ik woensdag aan beginnen. Vandaag de basis. In het record tempo van dochterlief zijn er aan het eind van de ochtend nog eens drie overvolle kruiwagens opgegaan. Deze tuin vereist sluwe slimmigheid. Het is een bijzonder aangename constatering dat de dochters op precies dezelfde snelle en grondige manier te werk gaan net zoals ik het vroeger zelf ook deed. Een zekere verbetenheid ligt eraan ten grondslag. Bikkelen tot het klaar is. Bijzonder om dat waar te nemen. Tussendoor houden we pauze met water en een handvol noten en aan het eind kunnen we voldaan neerkijken op de gedane arbeid. Hard gewerkt, bergen verzet.

Resultaat twee gemaaide tuinen, drie onkruidvrije bedden en voldoende gesprekstof tussendoor. Het is een meerwaarde dat we telkens even kunnen sparren, wikken en wegen, de plantenapp erbij om te kijken of we het goed hebben gezien. Zo is de phlox is in ieder geval gered van het overheersende leverkruid.

Volgende keer ruimen, de keer erop de wilgen aan het doorgaande pad snoeien. Alle keren een afgebakende taak, dan blijft het behapbaar en overzichtelijk. Voor nu is de missie geslaagd.

Overpeinzingen

Traag maar gestaag

De wind trok met regelmaat aan het open raam, onrustig, razend, rammelend. Terwijl het al verder waaiend onder de deur door een hoge zangerige toon gaf. Iets om wakker van te worden. Dat gebeurde ook. Vastbesloten om slaap in te halen trok ik het raam dicht en viel de stilte in. Ogen sluiten en pas rond vijven weer open. Zo was het goed. De avond er voor had ik, met een hele nacht hanenwaken, al vroeg het bed opgezocht. Te moe om ‘om het even wat’ nog te volgen.

Regen tegen het raam. Na al die droge dagen een welkome afwisseling, maar dochterlief en ik zouden vandaag wel naar de tuin gaan. De temperatuur is prima. Rond de twintig graden en bewolkt. Nu duimen dat we het tegen die tijd droog houden. We willen een andere plek voor de composthoop bedenken. Dat zal niet al te makkelijk zijn. Ik weet eigenlijk niet meer of ik er een riek heb staan, want dat is een uitstekend middel om de berg leeg te scheppen. Misschien toch maar afvoeren naar de gemeentelijke biobak. In ieder geval ruimte scheppen, de tuin ophogen en meer bloeiende vaste planten erin. Er is werk aan de winkel.

Gisteren was er al een omslag van het weer. Het begon voor het eerst te druppelen, toen ik met Agaath en twee bakjes soep in een tas met een vers gebakken Turks brood richting zoonlief ging. Alleen thuis dus alle tijd voor een goed gesprek. Het sfeertje als vanouds, diepe genegenheid. Het gesprek kabbelde vrijuit over de paden van het leven met bergen en dalen, obstakels en heerlijkheden, over kinderen en groter groeien, over verschillen en overeenkomsten. Het is fijn om ervaring te delen en om dat in die vertrouwde sfeer te mogen doen. Vroeger zei mijn moeder altijd: ‘Maak van je hart geen moordkuil.’ Met andere woorden maak je hoofd leeg. Zijn knie deed al veel minder pijn. Het ergste was achter de rug, vanaf hier kan hij weer omhoog kijken.

Soep, kringloop en balkonbloeiers

De Harira viel in goede smaak en er was nog voldoende voor de avond, want de drie rakkertjes en zijn vrouw kwamen pas de volgende avond terug. Tegen vieren namen we met een warme omhelzing afscheid. Dinsdag zal ik met een pan vol spaghetti opnieuw er heen gaan.

Lief videobelt straks. Ik kijk er naar uit. Het gemis is er, maar de leegte wordt hier met genoeg reuring opgevuld, toch is het fijn om even tegen hem aan te leunen en omgekeerd, want in de Hoff is het alleen-zijn in de natuur de afleiding. Er is meer dan genoeg te doen, maar toch.

De Nomade is ondertussen uitgelezen. Het is de opvolger van de Camino. Ik kreeg het gevoel een format te zien, dat in haar vorige boek ook gebruikt was. Het kostte moeite me te verplaatsen in de beschreven locatie. Onbekend gebied uiteraard. Het plot warrig en toch voorspelbaar. Nu door met Krekel, waar ik ineens een sprookje doorheen zie schemeren. Nee, ik verklap niet welke. Dat zou de spanning wegnemen.

Na zoonlief ben ik de kringloop binnengewipt. Doelloos een beetje struinen tussen de kleding, de uitgestalde waar en de meubeltjes en resoluut langs de boeken gelopen. Bewust, want eerst moet de stapel ‘nog te lezen’ slinken. En dat doet het. Traag maar gestaag.

Overpeinzingen

Tijd om wat verloren slaap te sprokkelen

Het wil vannacht maar niet lukken. Er kloppen allerlei wereldproblemen aan mijn deur en vragen om mijn aandacht. Maar ze zijn onheilspellend en veel te omvangrijk om te bevatten. Rond vieren, negen over om precies te zijn, snavelt de merel zijn ochtendtrillers het zwerk in. Het is een troostrijk geluid, een geluid van alle tijden.

Het leidt me naar de nachtdiensten op KNO in het oude gebouw van het Academisch ziekenhuis in Leiden eind jaren zeventig. Tegen die tijd zat ik bij het open raam mijn rapport te schrijven. De mooie en minder mooie kanten van zo’n nacht, waarin altijd van alles gebeuren kon. Dat vroege uur alleen in het kantoortje was even een rustpunt in de hectiek. De merel en zijn ochtendzang brachten er balans in en nu weer.

Zoonlief had gisteren de auto nodig en dat zorgde ervoor dat er een mooie gelegenheid geschapen was om in alle rust alles op een rijtje te zetten. Vanaf mijn thuiskomst tot nu had ik me mee laten voeren door de waan van de dag. Zo’n moment van bezinning was zeer wenselijk.

Mijn immobiele kind was vandaag alleen, want de rakkertjes en zijn vrouw waren naar de andere oma, dus leek het hem gezellig als ik kwam eten. Ik beloofde hem om alvast in het voren een soep te maken, want dat was een wens. Omdat er een enorme hoeveelheid cherry-tomaten lag, koos ik voor harira met zelfgemaakte tomatenpulp. De rest was allemaal in huis. Ik hou van koken. Dit paste geheel en al in het programma van mij-tijd.

Het was heerlijk koel binnen, terwijl buiten de dertig graden werd aangetikt. Ik had het idee dat de voorspelde smog wel meeviel. Er stond nog altijd een windje. Af en toe wierp ik een blik op de televisie, waar de Amsterdammers hun asfaltfeest aan het vieren waren ter ere van het 750 jarig bestaan. Onze piepjonge hoofdstad deed qua grootte allesbehalve onder voor oude vestingen als Nijmegen en Utrecht. Het was een vrolijke bedoening ondanks de hitte. Iedereen wilde de kans grijpen om over de snelweg te lopen en geschiedenis te schrijven. Sommige luitjes liepen onder een kleurrijke paraplu. Helemaal geen gek idee. Met deze hitte en de ongenadige zonnestralen is er veel te zeggen voor een baldakijn boven je hoofd.

De tomaten waren aan het pruttelen, de vaat was gedaan en de was opgehangen. Tijd om het nieuwe boek te bekijken wat we met de biografie-club hebben uitgekozen. ‘Het Kwartet’ van Claire Mac Cumhaill & Rachael Wiseman met de ondertitel: Hoe vier vrouwen de filosofie opnieuw tot leven wekten.

‘Het Kwartet is een prachtige groepsbiografie van vier briljante vrouwen die niet alleen ideeën met elkaar deelden maar ook huizen, sofa’s, schoenen en zelfs geliefden. In de wanorde van de oorlog en van de jaren daarna schiepen de vriendinnen een manier van ethisch denken die ons vandaag de dag nog steeds veel heeft te bieden.‘ staat er op de achterflap. Het lijkt me een onderwerp dat voor nu ook heel heilzaam kan zijn.

Er zeilde een luchtballon voorbij die precies de ondergaande zon ving. Terug naar de keuken. De Harira krijgt vorm met Ras el Hanout, de uien, de tomatenpulp, de gedroogde kruiden, de kikkererwten en de bouillon. De hoeveelheden zijn zoals gewoonlijk geschikt voor een weeshuis.

De merel fluit nog altijd. Tijd om wat verloren slaap te sprokkelen

Overpeinzingen

Met gouden randjes

Het werd niet alleen een wandeling door dat prachtige bosrijke gebied, maar met het ophalen van de herinneringen en het aanroeren van waarachtige gevoelsonderwerpen ook een wandeling door het verleden. Direct al bij binnenkomst was er een opmerking die duidelijk maakte hoezeer ik haar gemist had, hoe goed we het samen hadden en hebben als duopartner en als vriendin. Een van die olijke noten, die door ons hele gesprek heen geborduurd zitten en zo heerlijk eigen voelt. Ons kent ons. Jawel, echte zielsverwantschap.

Ze had een route uitgestippeld die ik aankon, maar eerst was er koffie met enorme schuimkraag, die we langzaam genietend oplepelden, net als de verhalen om de te lange tijd van gemis te overbruggen.

We kuierden en soms stonden we even stil, om op adem te kunnen komen als er sprake was van een hochie. Ze ving me op toen de schoen bleef steken achter een omhoog staand randje van een stoeptegel. Zo hadden we elkaar jaren opgevangen bij elk schurend randje van het bestaan. We haalden herinneringen op aan de projecten die we samen hadden bedacht, maar konden ook even stil blijven luisteren naar de vogels om ons heen en ze vertelde dat bosbaden zo heerlijk was, het Japanse Shinrin-Yoku waarbij je jezelf onderdompelt in de natuur, een bijzondere meditatievorm waarbij je stilstaat bij de specifieke geuren van het bos, de kleuren, de frisse buitenlucht, het ritselen van de blaadjes, het fluiten van de vogels.

Heel herkenbaar en iets wat Lief en ik in Hongarije dagelijks doen, Lief zelfs nog intenser dan ik, omdat hij soms in moet grijpen in weelderige groei. Het herinnerde me aan een wandeling die ik ooit maakte met een kennis, waarbij we afgesproken hadden niet te praten. Het heeft net zo’n effect, want je beleeft de aanwezigheid van de natuur intenser.

Bij het boscafé streken we neer en na een poosje kwam een vriendelijke vrouw de bestelling op nemen. Het personeel bestond voor een groot gedeelte uit mensen met een beperking. Enthousiast in hun verantwoordelijkheid en vrolijk. We zaten op het terras vlak bij de ingang naar het buffet en een van de vrouwen keek ons iedere keer als ze langskwam stralend aan en vroeg of we het naar ons zin hadden, of het smaakte en meer van dergelijke opbeurende opmerkingen.

Nu konden we nog verder de diepte in, want als er iets is wat troost vermag zijn dat de uitgesproken momenten. Samen, op het terras, te midden van anderen en toch heel intiem, wij tweeën.

Terug waren er in mijn beleving nog meer hochies, maar het kon ook komen omdat de zon ongenadig en rechtstandig de straat bescheen zonder ook maar een schaduw te trekken. Kuieren, even pas op de plaats en weer een stukje kuieren.

We dronken nog een kop thee, manlief kwam erbij en samen vertelden ze wat een geweldige keuze het was geweest om de randstad te verlaten voor deze plek, temidden van die heerlijke bos en hei waar naar hartelust gefietst en gewandeld kon worden.

Rond een uur of twee stapte ik op met een hartelijke omhelzing en een belofte voor de herhaling. Nog geen files, dus waagde ik de snelweg, waardoor ik aan tijd won en even bij zoonlief aanwipte, die een gigantisch zwembad in zijn tuin had staan. De kleine Njong, inmiddels bijna klein af, sliep de slaap der onwetenden. Zijn zus en moeder zaten beneden onder het overdekte terras te knutselen, te werken en bij te komen van school. Het was een wisselen van de wacht, want even later kon ik met zoonlief een aantal zaken doornemen. Zo heerlijk om ze weer te zien.

Het slaapje duurde lang, dus ik beloofde volgende week nog eens langs te komen maar langer, om samen met elkaar bijvoorbeeld een hapje te eten. Prompt belde zoonlief toen ik naar huis reed, dat de kleine me nog even wilde zien, voordat ze alle vier het zwembad in zouden springen. Even wachten tot ik op de bank zat, maar daar werd ik dan ook bedolven onder telefoonkusjes en met een grote grijns. Heerlijk. Zo’n dag dus…Met gouden randjes.

Overpeinzingen

Je eigen stille veste

Het was me het dagje wel. Bij zoonlief trof ik eerst volmaakte rust. De kleinste lag nog lekker te slapen en schoondochter was samen met de middelste de oudste van school aan het halen. We hadden ruim de tijd om bij te praten en zijn oorlogswonden uitgebreid te bestuderen. Hij is er inmiddels van overtuigd dat voetbal oorlog is, later dan, als alle spieren en banden niet meer zo soepel willen regenereren. De pijn viel hem tegen, hij had er lichter over gedacht. Het was fijn even zo samen te zijn.

Toen de twee rakkertjes binnen kwamen waaide er een hele andere wind door de kamer. De oudste was verongelijkt van school gekomen en wilde even helemaal niets. Het was nee in alle toonaarden.

Het was voor het eerst dat ik steeds tegen mijn beperkingen aan liep. Niet snel even iets kunnen pakken, niet bukken, niet achter ze aanrennen waar dat soms wel nodig was. Het is een handicap en als paps dan ook nog immobiel op de bank zit en hoogstens alleen kan strompelen met krukken, zie ze dan maar eens in bedwang te houden. Niet te doen. Ik dacht aan mijn eigen vijf en het feit dat je ogen, oren en handen te kort kwam om ze in het gareel te krijgen, maar conform de tijd waren ze op nog vollere sterkte aanwezig. Het stond me nog helder voor de geest. Zijn lieve schatje holde van hot naar her.

Het enige wat te doen viel was te sussen en af en toe een hartig woordje te spreken met deze of gene, want de oortjes stonden verkeerd en daar hielp geen lieve vader of moedertje aan. Alleen als er getroost moest worden, omdat er ergens een miniem wondje was opgelopen ter grootte van een speldenprik, was ik in beeld. Hè gelukkig en de toverkusjes op de ‘wond’ hielpen ook nog steeds.

Moeders mocht in haar eentje op pad. Even de vrijheid in, want het was allemaal wel pittig natuurlijk. Ze ging voor een parasolvoet maar kwam met heel veel andere dingetjes weer terug. Kringloopje gepakt. Haha.

Zoonlief en ik hadden het rijk alleen met de drie rakkertjes. De kleine meid was inmiddels ook wakker geworden en wilde in eerste instantie helemaal niets weten van die digitale oma. Maar de komende weken gaan ze me wat vaker zien en dan loopt het wel weer los, is de ervaring. Ik stond op het punt om spaghetti te gaan maken, toen moeders weer thuiskwam. Maar ze zou op poffertjes trakteren, want dat hadden ze al heel lang niet gegeten. De oudste ging minutieus aan het stofzuigen en de jongste ontdekte een manier om heel handig speelgoed op te zuigen en op tafel te leggen. Ze schaterde iedere keer als het lukte. Het was een koddig gezicht. Met moeders lekkernij werden het drie zoete schatjes, van binnen en van buiten. Als de katjes muizen dan mauwen ze niet

De weg naar huis was druk. Mijn kruip door-sluip door weggetjes doen het nog altijd prima. Thuis in alle rust op de bank even bijkomen om kalm de dag nog eens te overpeinzen. Dat is het fijne van op bezoek gaan. Je kan altijd terug naar je eigen stille veste.

Overpeinzingen

Het geeft lucht

We moesten in Oud-Zuid zijn en de lieverd naast me had een half leven juist daar op school gewerkt. Ik zwaaide prompt te vroeg een straat in, maar daar was mijn reddende engel in nood, want anders dan de tomtom aangaf leidde ze me door de wirwar van straatjes recht naar een mooie parkeerplek en konden we wandelen naar een stukje verderop.

Iedereen had de dikke ‘Greet Hofmans’ meegesjouwd. Het duurde even voor ook de laatste van ons groepje er was, zij had een bus gemist. Onder het genot van liters thee en kletskoppen namen we de schrijver van het boek Han van Bree en zijn onderwerp onder de loep. We waren het unaniem eens over het feit dat het boek wel een tikkeltje dunner had gekund en dat er erg veel namen in stonden, maar over het algemeen waren we toch wel gunstig gestemd omtrent de grondigheid van de schrijver, alle foto’s die in het boek stonden en die zorgden voor het verlevendigen van de details.

Nergens maar dan ook nergens was deze vrouw uit geweest op eigen gewin en had ze als een orakel altijd een positieve aanmoediging gegeven. Een van ons vertelde dat iemand in haar omgeving had gezegd, dat er in elk leven eigenlijk een ‘Greet Hofmans’ zou moeten zijn. Je wilt allemaal wel bevestiging en aanmoediging krijgen. De mensen uit haar omgeving, haar rol in het paleis, de conferenties die daar uit voort vloeiden werden uitgebreid besproken. Verbazingwekkend bekende namen zaten onder de deelnemers, maar dat kon ook aan het spirituele klimaat liggen van dat moment met, onder andere, de opkomst van de parapsychologen. Haar eigen wensen zouden naadloos passen als kritische noot op het huidige beleid. Ze was erg humaan in die zin. Onze vage negatieve ideeën over deze vrouw hadden we allen bijgesteld, ongeacht of je het eens was met de door haar ‘opgedragen’ rol.

De terugweg verliep tot Utrecht soepeltjes, daarna moesten we vooral file ontwijken, wat wel glorieus lukte op het laatste stukje na.

Tijd voor de tweede boekenclub met het boek van Lieke Marsman: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’. We reden met vieren vanaf de carpool naar het kleine dorp midden tussen de weilanden. Het was een warm weerzien midden tussen de dahlia’s en de bloeiende lavendelstruiken. Buiten moest er eerst grondig bijgekletst worden. We moesten toch wachten op de laatste die een half uurtje later zou komen. Thee en koffie, madeleines of chocoladekoekjes met later een uitgebreide borreltafel om de inwendige mens te versterken en toen we compleet waren, het boek van Lieke Marsman.

Stof tot praten genoeg en een onderwerp waar je sowieso de diepte mee inging, namelijk het thema Leven en Dood en haar gedachten daarover. Er kwam van alles voorbij, wat niet anders kan als ieder na gaat denken over eigen leven, eigen lijden en de dood. Wat betekent het voor je partner, de kinderen, de omgeving, hoe het te verwerken. Niemand weet wat er in je hoofd gebeurt bij zo’n zwaard van Damocles boven je hoofd, als hoop en troost zich voedt met allerlei nieuwe gedachten, die je daarvoor nooit hebt gehad. In het geval van Lieke over God en genade, kwantummechanica en christelijke denkers.

Hoe staan we daar zelf in.Denken we na over het moment dat er afscheid genomen moet worden en hoe willen we dat dan. Vragen waar lang over door te bomen valt. Er zijn zoveel wensen, als er mensen zijn. Als je voor de kleine kring kiest, benadeel je dan iemand of niet of vier je de dood groot en is dat dan een meerwaarde en zo ja, voor wie. Stof te over om nog lang over door te denken. Naar mijn gevoel is een ding zeker. Maak het bespreekbaar. Het geeft lucht.

Overpeinzingen

Dus is een opfrisbeurt gewenst

Wat is het toch altijd fijn als je je kan laten vertroetelen. Een ligstoel met massage terwijl je haar door zachte handen wordt gespoeld met heerlijk lauwwarm water. Daarna een kop thee met een brownie met een paar stukjes gember erop, terwijl de natuurlijke kleurtjes als poeder door elkaar worden gemengd en aangelengd met water. Ingekwast en dan anderhalf uur volmaakt op jezelf aangewezen mogen zijn terwijl het haar in een zilverkap gaat. Kostbare mij-tijd.

Anderhalf uur om weg te dromen, verhalen te lezen in glossy’s die je nooit koopt. Het tekendagboek met fineliner bij te werken en ver weg te reizen in je hoofd. Dat voelt goed. De kleuring wordt gecontroleerd en tien minuten later mag het worden uitgespoeld. De Koreaanse stagiaire krijgt die opdracht mee. Opnieuw een hele fijne, grondige, maar zachte aanpak met het uitspoelen van de kleur. Er wordt behoedzaam een crème in gemasseerd en daarna föhnt ze het droog.

We hebben een klein gesprek. Ze leert Nederlands met Duo-Lingo en ik zeg dat ik Hongaars aan het doen ben. Dan vertelt ze enthousiast dat ze in het najaar naar Budapest zal gaan. Het schept een band. Ik wissel op haar vraag wat Hongaarse woorden uit. Ze vindt Nederlands net zo moeilijk als ik Hongaars. We keren terug naar de haarperikelen. De kleur zit er prachtig in en de krullen veren op. Ik maak een nieuwe afspraak met haar, terwijl er iemand meekijkt en volgende keer knipt en kleurt ze mij. Spannend voor haar, maar ik heb er wel vertrouwen in.

Onderweg naar de parkeergarage, die ik tot mijn vreugde heb ontdekt, elf minuten lopen en driekwart minder duur dan op straat parkeren, loop ik door het Grifpark en langs de geveltuinen van de huizen in de wijk. Prachtige bloeiende planten staan er. Een gele abutilon, een prachtige volle struik met talloze gele bellen, en een plant die hot lips wordt genoemd maar van oorsprong een salvia is. Iets verderop bloeit een enorme hydrangea. In het griftpark loop ik langs de bloementuin vol kleur en waarschijnlijk ook geur, want ik zie de lathyrus. Wat een cadeau.

Ik was 7,20 kwijt voor tweeëneenhalf uur parkeren in de binnenstad. Eindelijk een makkelijk te bereiken garage voor weinig. Thuis had schone dochter alle voorbereidingen voor het eten getroffen en was dochterlief er met Dribbel, een klein beetje voor de niet-vierende jarige en een klein beetje voor mij. Haha. Dribbel was op schoolreisje geweest naar Oud-Valkeveen en was eigenlijk bijna aan het eind van zijn latijn.

Zij bleven niet eten, maar andere dochterlief kwam met het hele gezin. Knellende armpjes van tante Pollewop en de filosoof om me heen. Zo fijn om weer samen te zijn. Er werden cadeau’s uitgewisseld en we konden aanschuiven. Een luxe dat ik niets hoefde te doen. Er was heerlijk gekookt en vooral de pasta met rode saus ging er bij de kinderen in als koek. Al met al toch een verjaarsfeest.

Daarna met de benen op de bank in rust alles nog eens overpeinzen. De reis, de overgang van daar naar hier, het verschil en de bulk ellende op het nieuws. Lief stuurt een foto van de rode kersen en de frambozen in de Hof die er dus al stonden. Geen probleem, met de extra struiken staan er zo meer. De ruimte is er. Straks naar de bioclub en eerst eens speuren naar wat ik over Greet Hofmans heb opgeschreven in mijn blogs. Het is al wat weggezakt dus is een opfrisbeurt gewenst.

Overpeinzingen

Dat dan weer wel

We staan voor het raam in het oude huis en kijken uit op de achtertuin beneden ons. De deur staat open. Het is een heerlijke zomerse dag en de zon laat zich van haar beste kant zien. In de vensterbank staan drie bronzen musjes dicht bij elkaar. Tegen het blauwe zwerk scheren ranke snelle gierzwaluwen en we luisteren naar hun hoge schrille gieren. Ze kijkt ze na als een groepje al dartelend voorbij scheert. ‘Hier hou ik zo van,’ zegt ze en daarmee zet zich dit moment voor altijd vast in mijn hoofd. Het is bijna de dag waarop het afscheid komen zou.

Er staat een kleine bronzen mus uit de vensterbank voor het oude enorme computerscherm op de werkkamer hier. Met het beeld in mijn hoofd dat erbij hoort en al die andere mooie momenten samen waarin we stukje bij beetje afscheid namen van elkaar, en voor haar, van de natuur om zich heen, vormen ze haarfijn en scherp de herinnering. Voor eeuwig. Bram Vermeulen zong het zo mooi. ‘En als ik dood ben, huil maar niet. Ik ben niet echt dood moet je weten. ‘T is maar een lichaam dat ik achterliet. Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten.’

Gisteren liep ik door de supermarkt en genoot alleen al van het zien van al die vertrouwde producten en tegelijkertijd viel de enorme verscheidenheid me op. Wat een luxe. Pastasauzen in alle smaken. Ze staan er rijen dik, twee schappen vol. Keuze te over. ‘Keuzestress’ zou Lief zeggen. Ik zoek naar het vertrouwde van daar en hier. Het maakt niets uit, omdat de meest basale simpele variant er bij beiden is en garant staat voor een even lekkere saus als de meest ingenieuze. Waarom men voor een steeds groter wordende verscheidenheid kiest, blijft verwonderlijk. Het maakt de keuze niet makkelijker als je er gevoelig voor bent.

Vandaag is zoonlief jarig en dat brengt me altijd weer terug in de tijd, bij het moment, dat we, alledrie werkzaam in de onderbouw, de directeur zouden gaan vertellen dat we toevallig tegelijk zwanger waren en ook nog rond dezelfde tijd zouden bevallen. De hele onderbouw in een keer uit het zicht verdwenen. Hilarisch en schokkend tegelijk. Het baarde ons ook zorgen. Wie zou dat stokje van ons overnemen en waren dat dan ook Jenaplanners. De zorgen voor de directeur waren groter, want die moest het gaan regelen. Qua bevalling kwam de tweeling van vriendinlief een maand te vroeg, een dag voor zoonlief zijn opwachting maakte, en twee maanden later was de derde bevalling een feit.

Het is goed gekomen. Ik keerde na twee jaar terug naar dezelfde groep en moest wel slikken toen ik merkte dat er in essentie toch nog veel veranderd was, maar van lieverlee viel het terug te draaien of te verbeteren.

De koffers zijn uitgepakt, de boeken staan op hun plek, het stof is van Agaath gewassen en vanmiddag is mijn haardos aan de beurt. In de vroege avond komt er een kleine delegatie familie op bezoek. Schone dochter maakt een hapje klaar en in bescheiden mate vieren we zoonlief zijn jubileum. De tijd vliegt net zo snel als de zwaluwen scheren.

Lief heeft een mooie mindset gemaakt doordat voor- en achterland vloeiend in elkaar op aan het gaan zijn en het één geheel aan het worden is. Voorheen was er altijd een scherpe scheidslijn. Hij zal de voortgang middels foto’s tonen, zo kan ik er toch van meegenieten. Het is fijn en een mooi vooruitzicht, dat het ‘straks’ een grote Hof zal zijn. Een kwestie van de lange adem. Dat dan weer wel.

Overpeinzingen

Alle drie trouwens

De nacht was zoals alle eerste en enige nachten in een hotel. Wennen aan het uitzicht, een licht zoemend geluid van de ventilator, raam iets en niet te ver open, zoals geboden is op een aanplakvel op het raam in alarmerend rood. Het zorgt er altijd voor dat ik rond drieën klaar wakker ben en dan om de gedachte-stroom te stelpen, Hongaars ga leren. Het werkt als een soort ontspanning. Veel is herhalen, want ik doe dit, op drie dagen na, bijna een jaar lang iedere ochtend en nog zit de vermaledijde constructie niet in het hoofd. Woorden wel hoor. Ik ken er heel veel, maar al die vervoegingen. Terwijl het hoofd zich daarover breekt, ontspant het lijf.

Gelukkig val ik doorgaans daarna in slaap en wordt dan toch verkwikt wakker. Ik lees in de gegevens van het hotel dat het ontbijt op zondag vanaf half zeven wordt geserveerd, dus rond kwart voor acht zit ik aan tafel. Er is breed uitgepakt met allerlei lekkernijen. Niet te geloven. Bij mij gaan dan altijd direct de gedachten uit naar het tijdstip dat het ontbijt is afgelopen. Wat gebeurt er met al die uitgestalde waar. Wordt het aangevuld en de volgende dag weer gebruikt, is het nodig om zoveel luxe uit te stallen. Ikzelf ben sober met mijn ene broodje kaas, een minicroissant met jam en twee koppen capuccino, maar sommige mensen lopen tot wel vier keer toe naar de heerlijkheden toe. Wat ik mis zijn de crackers. Zo’n enorm aanbod en toch nog wat te missen. Ik hoor mijn moeder zeggen: T’is ook nooit goed of het deugt niet.’ En dat kan ik alleen maar beamen. Maar ik heb niet geklaagd en het feit vrouwmoedig gedragen.

De reis was opnieuw een zonnetje. Weliswaar twee files, die in Duitsland met regelmaat uit de lucht komen vallen omdat er niet altijd matrixborden zijn. Ze zijn te verwachten in het drukke Ruhrgebied, dus is de geest extra alert. Rond drieën reed ik bij Arnhem het land binnen en dan gaat het voor je gevoel op een sukkeldrafje verder, richting huis.

Zoonlief had in de ochtend al geappt hoe laat ik terug dacht te komen. Tussen drie en vier had ik geantwoord. Klokslag vier uur was ik er. Zoon sjouwde de koffers. Ze hadden goed op het huis gepast en het tot in de kleinste hoeken schoongemaakt. Het zag er allemaal spic en span uit. Zo groot, zo ruim, zo licht, wat op zichzelf opmerkelijk is, want het huis in Hongarije is drie keer zo groot. Het komt door dat lichte van een bovenwoning, iets wat ik altijd bijzonder heb gevonden. Nergens valt er zoveel lucht in alle toonaarden te bewonderen dan hier, hoog en droog.

Er is een alarmerende brief over de auto en een slangetje, wat niet correct zou kunnen zijn. Vandaag maar eens de garage bellen wat het euvel is. De rest van de post is vooral veel lekker leesvoer. Een stapel groenen, de Zin en wat bedelbrieven. Ik kom de dag wel door. Morgen is zoonlief jarig, maar hij viert het niet. ‘S Middags staat er een afspraak met de kapster. Ondertussen kan ik even bedenken, hoe er stiekem te verwennen valt. De dag daarna zijn er twee boekenclubs. Bij het horen van mijn komst was de agenda binnen de kortste keren aan het vollopen. De rem erop heb ik nog niet kunnen vinden. Dat is voor later.

Zo. Ook deze nacht kende haar wen-uren. Ik probeer nog wat slaap in te halen nu het hoofd leeg geschreven is. Het uitzicht is als vanouds met een reversibele zonsopkomst in de spiegelramen van het grote kantoor. Door het open raam koert dikke Dollie duif en fluit de merel haar lied. Geen wielewaal, geen nachtegaal, die zijn voor Lief die ik node missen zal. Alle drie trouwens.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vanmorgen ging de wekker af toen ik al lang en breed een douche nam. Altijd een beetje de kriebels bij het opstarten van een reis. Lief had koffie gemaakt. Ochtendritueel, medicijnen en de joghurt erin en gaan. Drie koffertjes, dus plek zat. Dikke knuffies. Tot gauw. Ook niet te heftig maken.

En op pad. Zon scheen uitbundig. De wegen waren zaterdags leeg. Oh, ik hou van het weekend. Heel Hongarije en heel Oostenrijk ook waren uitgestorven. Nou ja, er reden wat einzelgängers en tot mijn verbazing ook nog wat vrachtwagens, maar ook niet meer dan dat.

Mijn hotel was net een 100 kilometer verder dan normaal, maar dat had ik gedaan om de laatste dag door Duitsland heen wat kalmer aan te kunnen doen. Te beginnen met een ontbijt. Rond drieën kwam ik aan in het dorp en met het zoeken naar de parkeergelegenheid van het hotel in een grote winkelcentrumgarage was het even uitvogelen, maar om vier uur stapte ik de kamer binnen. Eindelijk even bijkomen en de familie en lief op de hoogte stellen.

Het uitzicht op een blinde muur maakt makkelijk. Kalm verpozen op de kamer en de berichten volgen over Israel en Iran. Tussendoor de nodige hazenslaapjes. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

Koffers

Vanmorgen om kwart voor vijf liepen Lief en ik samen naar het achterland, waar het begin van de voedselhof is gemaakt. De laatste dag samen, want morgen reis ik af. We hebben de koffie meegenomen en zitten vlak bij de poort om te genieten van de zonsopkomst. Achter het Mecsekgebergte verschijnt een vuurrode zon. Langzaam ontwaakt het land, terwijl de zomertortel zachte krasgeluidjes maakt in het struweel. Een vredig tafereel. We zitten samen ruim een uur te genieten op de meegenomen stoelen en zien de zwaluwen komen, de merel begint aan een ochtendlied, de wielewaal laat zich horen en een grote reiger vliegt statig voorbij. De rode gloed verandert langzaam in goudgele warmte. In de verte blaft een hond. Het is goed zo.

Daarna probeer ik nog wat te slapen, maar de buurvrouw heeft een man op bezoek die het hek schoonkrabt en ondertussen met luide stem praatjes aanknoopt met een aantal voorbijgangers. Goedlachs en overduidelijk in zijn hum. Het hek beslaat de hele voortuin. Het gekakel houdt nog wel even aan. Ik kan er geen woord uit ontcijferen want het blijft acacadabra ondanks mijn lessen. Zo lastig ook, deze taal.

Vandaag pak ik de koffers in. Een boekenkoffer, een hotelkoffertje en een grote koffer voor de kleding, die ik hier weer nauwelijks gedragen heb, maar wat ik iedere keer meesleep voor ‘jekannieweten’. De schilderspullen laat ik hier. In die anderhalve maand komt er niets van, dat weet ik zeker en dan zijn we hier weer een tijd. Het grote doek van oma met kleinkind is af en kan in de kamer worden opgehangen. Dan heeft Lief weer wat nieuws om naar te kijken

Op internet barst de reeks ‘geslaagden’ los. Heel veel kinderen van mijn groep komen langs. In die lieve opgeschoten koppies filter ik het kind uit dat ik onder mijn hoede had. Niets veranderd als je goed kijkt. Ik sluis mijn gedachten naar de groep waar ze inzaten. Zo heerlijk om weer even terug op school te zijn. Te weten dat je eigen waarden in hun rugzak zitten is een groot goed. Het zijn er zoveel en ze zijn me allen even lief.

Zoonlief belt op. Hij is onderweg naar zijn tweelingbroer, die eergisteren onder het mes is geweest en nu met een gerestaureerde voetbalknie aan het revalideren is. Gelukkig zijn zijn schoonmoeder en een zus van mijn schone dochter achter de hand om te helpen. Met de drie rakkertjes in huis is het lastig om mobiel niet over grenzen te gaan. Het gaat vast goed komen. Maandag kan ik er in ieder geval een kijkje nemen.

Zo’n laatste dag is altijd dubbel. Afscheid is nooit leuk maar er staat een weerzien tegenover. En het is voor niet al te lang want eind juli trekken we er samen op uit naar Slowakije. Een week op de camping waar we echt zin in hebben. Ben benieuwd hoe we dat gaan ervaren. We hebben er weliswaar een caravan gehuurd, maar het zal toch even wennen zijn. Vroeger hebben we samen altijd primitief gekampeerd en dit is veel luxer met eigen toilet en douche en er is iemand, die daarna alles weer spic en span zal afleveren. Dat is eens wat anders dan een sheltertje zonder grondzeil. Maar toen waren we nog piep.

De man is nu het hek van de buurvrouw in de verf aan het zetten. Die is nog wel even bezig. Ik stort me op de koffers.

Overpeinzingen

Het straalt vooral rust uit

Op internet lees ik dat antiquariaat Colette in 2021 is gered door zes boekenliefhebbers uit Den Haag. Samen met zo’n 100 vrijwilligers runnen ze de volgestouwde winkel in de Reinkenstraat. Ze publiceren artikelen aan de hand van iets wat ze tegenkomen in de boekwinkel of als er bijvoorbeeld een nieuw boek uit komt dat de moeite van het vermelden waard is. Zo worden evergreens, interessante vindsels en boeken onder de aandacht gebracht. Zes gelijkgestemde zielen. Ter behoud van de winkel hebben ze een vereniging opgericht. Colette is te vinden op Instagram.

Als ik het interieur van de winkel zie, schiet me ineens een tafereel uit het verre verleden te binnen van een lange donkere gang met stapels kranten. De deur naar de kamer ging nog maar net open en daarachter lagen eveneens stapels kranten en boeken hoog opgetast. Het was het huis van een man die ik leerde kennen tijdens de algemene volksdansavonden en die gespecialiseerd was in Griekse dansen. Hij was geen prater maar we schreven elkaar brieven. Misschien omdat we allebei lezers waren. Het beeld is vaag. De herinnering zal moeten worden scherpgesteld, maar ik weet niet of dat nog mogelijk is. Er ligt een stoffige waas overheen, net als in dat huis eigenlijk.

Hij was een aimabele man en eigenlijk ook een beetje een zonderling en straalde een tikje eenzaamheid uit, ondanks al die gezamenlijke dansavonden. Hij stelde bandjes voor me samen van Grieks Macedonisch muziek. Wonderlijk dat hij temidden van zo’n druk bezocht festijn alleen bleef. Het is dé manier om contact te maken die maandelijkse volksdansavonden. Toute Utrecht kwam er dansen en iedereen danste naast iedereen. Het maakte niet uit hoe jong of oud je was, lang, dik, dun, klein, kleur of niet, geen probleem. Volksdansen is verbinding.

‘Kom naar het boeken-labyrint’ zegt het artikel over Colette. Zo ziet het ook uit. Hoge kasten vol, maar ook bergen boeken, stapels boeken, waartussen veel creativiteit. En de beheerders zijn boekenwurmen, journalisten, werkzaam in de media of het onderwijs en allen wonen ze in Den Haag. De oude eigenaar had een briefje op de ruit geplakt en zo om overname gevraagd. Juist omdat het het charmantste winkeltje van Den Haag was, heeft de kern een reddingsplan opgesteld met als doel er een soort buurtfunctie van deze uitnodigende omgeving te maken. Er kwam een crowdfunding en men haalde het benodigde kapitaal voor de overname. Als culturele activiteit wilden ze schrijvers uitnodigen, Singer-songwriters laten optreden, voordrachten laten geven en koffie en thee schenken. Afgelopen mei was er nog een Dichters-top. Wat een prachtig initiatief. Er schijnen meer van dergelijke acties onder de boekenwinkels plaats te vinden, in Amsterdam en in Bemmel bijvoorbeeld. Het is alleen maar toe te juichen.

Boekenwinkels zijn vaak te mooi om uit het straatbeeld te verliezen en er is al genoeg van hetzelfde in de straten.

Hier in Hongarije heb je, buiten de grote winkelketens, alleen maar van die grappige, geheimzinnige winkeltjes. Ze zijn vaak piepklein of hebben nog een bovenverdieping en alles ligt er wel, maar min of meer kriskras door elkaar. Het is vooral het gemoedelijke dat het uitstraalt. Je bent welkom, kijkt rond en zie je iets van je gading, dan koop je wat en anders niet. Ook hier zijn er volgestouwde boekwinkeltjes met boeken en meer in de kleine uitstalling achter de ramen van die gekleurde gevels. Het oogt anders, het is kalmer en ook al kan een straat druk zijn, dan zijn ze zo breed, dat je dat niet echt in de gaten hebt. Het ademt nostalgie, een beetje vroeger en het straalt vooral rust uit.

Overpeinzingen

Dubbel genieten dus

Fietsen is hier een uitdaging. De wegen zijn zo slecht, dat het een bepaalde techniek vereist, heb ik gemerkt. Had ik na de eerste fietstocht nog een verstuikt staartbeentje, nu overkomt me dat niet meer. Ik benader elke oneffenheid een klein stukje van het zadel af. Geen gehobbel en gebobbel, staand op de trapper vang ik de meeste klappen en we rijden zoveel mogelijk op het meest gladde wegdeel als er geen auto, bus of tractor achterop komt

Maar wat is het heerlijk om langs die goudgele tarwevelden te rijden, waar groene hagedissen voor je uit schieten en snel de greppel induiken, waar roofvogels speurend boven onze hoofden zweven en bij elk dorp de honden luid blaffend gewag maken van deze vermeende indringers. Geen greintje spierpijn meer gehad na deze tocht van tien kilometer. We rijden elke weg in om er zeker van te zijn dat het eindwegen zijn die overgaan in beemd en bos. Het zijn er nog al wat. Vandaar kan je alleen lopend verder.

We speuren langs de typische Hongaarse erfjes, die vol liggen met van allerhande oude, versleten of vervallen gebruiksvoorwerpen en aanbouwsels, hier en daar wat kippen op het erf en daartussen weer wonderlijk goed onderhouden woonstedes. Het contrast kan erg groot zijn. We rijden langs dorpen met onuitsprekelijke namen zoals: Nyogotszenterzsébet, wat letterlijk ‘Sint-Elizabeth van de rust’ betekent.

Er wonen 240 inwoners. Ze wilden daar graag een bushokje, maar daar was geen geld voor. Wel voor een uitkijktoren, want dat is een toeristische ontwikkeling. Nu staat er een bushokje met een torentje erop en een ladder er tegenaan met negen treden. We zijn er niet alert op geweest, omdat er tegenover, naast de kerk, een houten Maria staat, of is het een Elizabeth. Ze trok onze aandacht in ieder geval. Volgende keer een foto. Door het gehobbel ben ik wel het voorste gedeelte van de koplamp kwijt geraakt, helaas. Dat wordt een ritje fietsenmaker.

Het mooie van het fietsen is de nabijheid van alles. Niet qua afstand, maar qua beleving. Je voelt de wind door je haren, de brandende zon op je vel en snuift de schone lucht. Hier ben ik aanmerkelijk minder benauwd dan in de Randstad en heb energie te over. Lief rijdt op zijn race-fiets en ik op de laagste stand van de E-Bike. Alleen op de terugweg had ik meer ondersteuning nodig. We zijn één met de natuur in dat overweldigende landschap, dat reikt tot aan de einder waar blauwgrijs het Mecsekgebergte opdoemt.

Thuis bekijken we de foto’s en ik laat Lief zien hoe hij het beeld op zijn toestel kan vergroten. Zo leuk om te merken dat er een nieuwe wereld voor hem open gaat. Die van de macrofotografie. Zijn telefoon kan tot 20x vergroten, nog veel meer dan dat ouwetje van mij. Als ik hem mijn bezig bijtje van dichtbij laat zien, gaat ie zelf aan de slag. Zelfs de structuur van de werkbroek komt duidelijk in beeld en ik herinner mijn eigen verbazing weer bij het zien van dergelijke mogelijkheden.

Het geeft extra veel voldoening, deels door zijn verwondering en deels door mijn herbeleving. Dubbel genieten dus.

Overpeinzingen

Even tot leven

Het heerlijke van Lief en mij samen is, dat we in een gesprek moeiteloos kunnen refereren aan vroeger. Als er een weerwoord op het een of ander komt, of een licht protest, dan zegt de ander onmiddellijk ‘Wat? Happen naar de baas?’ en dan schieten we onbedaarlijk in de lach, want we zien beiden de figuur voor ons die dat vroeger te pas en te onpas meldde en dan drie keer met zijn voet op de grond stampte. Onvoorstelbaar grappig als je het in een context kan plaatsen. En anders denk je: Huh, waar gaat dit over.

We reizen bij tijd en wijle graag af naar die jeugd van ons samen. De zeilvakanties met de mensen van het koffiekeldertje De Metro, waar ze echt alleen maar koffie schonken en waar ik een blauwe maandag werkte onder de supervisie van Rinie met de lange Henna-geverfde glanzende vlechten, een klein vrouwtje, kwikzilver, met scherpe trekken en haar grote blonde goedlachse vriend altijd aan haar zijde.

De stamgasten waren de vrienden die mee gingen zeilen bij Bon, wij noemden hem kassa-Bon, waar een eiland was gehuurd op de Vinkeveense plassen. Catweazle had een BM-er en voer ons er naar toe, door de Utrechtse grachten heen. Er stond een grote legertent en we bleven er doorgaans een weekend, ieder stelletje in een eigen shelter. In de grote legertent was het feest. Muziekinstallatie en veel drank. Het was een onbezorgde en heerlijke tijd en er was zoveel bevrijdende humor. Een van ons, lange Cor, had wat hij noemde, ‘een gipsen poot’. Bij een van de tochtjes op het schip, stond hij op de voorplecht vlak naast de afvalemmer en stapte met zijn hak op een boterpapier dat er uit gevallen was. Met een vaartje gleed hij met gipsen poot en al zo het water in, werd aan de kant geholpen en zei:’ Zo, dat wordt nooit meer wat het was’. Druipend gips, je kan het je zo niet voorstellen.

We hadden een jongen ontmoet die op het Groot Seminarie Rijsenburg in Driebergen woonde in de pastorie, aan de rechterkant van het immens grote gebouw. Lief en ik logeerden daar of pasten op het huis en de gebouwen. Soms wandelden we door de verlaten kamertjes van de studenten, bekeken de geplunderde bibliotheek en de kapel, dat was de reden waarom onze vriend was aangesteld. Lief hakte de houtjes voor de open haard in blote bast, hartje winter. Ook daar liep een ree rond, die in de vroege ochtend nieuwsgierig poolshoogte nam. In 1971 werd het gebouw afgebroken. Wij waren inmiddels verhuisd naar Leiden, naar een piepklein appartement op de Hoge Rijndijk. Lief studeerde medicijnen en ik ging de opleiding Verpleegkundige doen in het Academisch ziekenhuis.

AZL Leiden, vrienden, Hoge Rijndijk

Daar hadden we een aantal Antilliaanse vrienden waar we mee om gingen, allen studenten. Het leven bestond uit studeren, mensa-eten of voor elkaar koken en elke avond mondde uit in een feestje met muziek, drank en domino. Fietsen door de duinen en wandelingen langs die heerlijke vloedlijn. Wassenaar was het meest geliefd.

We verhuisden naar Voorschoten en daar werd het studeren serieuzer, de diensten zwaarder en het uitgaan geminimaliseerd. Als je zoveel jaar lief en leed gedeeld hebt, dan is er niets mooiers dan terug te denken. ‘Weet je nog…’.

Er is een scène uit De Stille Kracht een verfilming van ‘Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan’ van Louis Couperus. Gisteren zaten we onder de dennen in de oude rotan stoelen en moesten lachen omdat ‘Happen naar de Baas’ om de hoek kwam kijken. Toen schoten die twee oudjes me te binnen, gespeeld door Caro van Eyck en Paul Steenbergen. Ze haalden herinneringen op. Dat waren wat zwaarmoedige beelden. Wij zijn alleen maar extra gelukkig dat we die tijd samen hebben doorgemaakt en beleefd. Er is niets fijner dan te kunnen zeggen: ‘Weet je nog..’ in de wetenschap dat dat, beeld en beleving, in alle facetten even tot leven komt.

Overpeinzingen

Het resultaat zal er zijn

Ik kom een column tegen van Sinan Can waar hij het over geduld heeft. Tijdens het reizen door het Midden-Oosten heeft hij vooral geleerd geduld te betrachten. ‘Geduld,’schrijft hij ‘is niet opgeven en niet forceren.(…)In het begin voelde dat wachten wat ze zoveel moesten doen als een verlies. Alsof we stilstonden. Maar langzaam begon ik te begrijpen dat wachten ook een beweging kon zijn. Een opening. Een oefening in vertrouwen. Geduld is niet niets doen. Het is het leven de ruimte geven om zich te ontvouwen zoals het wil.

Een bekende soefistische uitdrukking is ‘Su gibi ol‘, dat betekent ‘Wees als water’.

Daar raakt de schrijver me omdat ik gisteren van de oude vrouw dezelfde wijsheid had gehoord, zonder dat ze het water noemde. Het leven moet stromen. Water stroomt ook ‘Water zoekt geen strijd maar vindt zijn weg. Het past zich aan aan de bedding zonder zichzelf te verliezen(…) Water is zachtaardig en onstuitbaar. Wat Sinan het meest raakt is de gedachte: ‘Water heeft nooit haast maar komt altijd aan. Het weet wat het zoekt, maar dwingt niets af.’

Hij heeft het opgevat als een levensles. Het heeft zijn ongeduld, dat hij bezat, doen verminderen en hij heeft er belangrijke levenslessen uit getrokken. Als ik denk aan dat water, dan denk je aan een meanderende rivier door een vriendelijk landschap en niet aan het woest kolkende alles meesleurende stromen zoals de wateroverlast van de laatste tijd met zich meebrengt. Vooralsnog ben ik er niet over uitgedacht. Maar als we dat vriendelijke meanderen als leidraad voor het leven nemen, dan is het inderdaad zo dat ‘Als je als water beweegt, je misschien langzamer gaat, maar altijd dieper komt’.

Op school kenden we allemaal de uitdrukking: ‘Het kwartje is gevallen.’ Kinderen hadden dan ineens door hoe of iets in zijn werk ging. Vanaf zo’n punt konden ze letters leren, schrijven, lezen. Ze waren er aan toe in hun eigen tempo en naar eigen ontwikkeling. Methodes willen dat alle kinderen van de groep op hetzelfde moment hetzelfde resultaat behalen en dat forceert de boel. Voor sommige kinderen zijn het de grote struikelblokken, omdat het op de tenen lopen veel frustratie met zich meebrengt. Als het een eigen weg mag volgen, zal het zoveel meer opleveren. Als die schellen van de ogen zouden vallen en we de sluizen openzetten, hoeveel rivieren zullen dan al meanderend in eigen tijd en eigen uur hun doel bereiken.

Lief gaat gestaag door. Gisteren is er een doorgang gemaakt tussen de Hof en het achterland. Vanmorgen hebben we bedacht dat het ‘De Voedselhof’ zal gaan heten. Met de twee tamme kastanjes naast de toegangspoort, twee olijven, vier bessen en frambozenstruiken, drie walnotenbomen, de vlieren en de twee catalpa’s als drachtboom voor de bijen en als waardboom voor de vlinders is Lief al hard op weg. Ook hier is het een kwestie van laten stromen. De volgende stap dient zich vanzelf aan. Er kunnen nog heel wat nakomelingen van het bos zelf komen. Daar staan nog een moerbei, meerdere wilde krieken en morellen. Alles bij elkaar doet het me denken aan de Geheime tuin met de poort als toegang. Ik ben benieuwd of we het allemaal nog mogen meemaken.

Vroeger zou men zeggen: Gods water over Gods akker laten vloeien. Laat het maar stromen, die goede ideeën. Het resultaat zal er zijn.

Overpeinzingen

Balsem voor mijn oren

Je begint te lezen. Langzaam kruip je in het hoofd van het kind van tien. Op elke zin die hij schrijft in zijn dagboekje blijf je hangen. Omdat het zo prachtig is. Omdat het gedachten zijn die je blind kan volgen. Omdat het voorstellingen zijn die geen moeite kosten om je te verplaatsen in datgene wat het ziet. Je ziet de kever, je voelt de kever, je kan hem welhaast aanraken, je wordt dat parmantige beestje met zijn schitterend gekleurde schild. Als er dan ook nog een groot issue aan bod komt, vanuit het kind gezien en gedacht, dat zo van deze tijd is, dan is dit boek een ademloos boek, waar iedereen de tijd voor wil nemen om het van voor naar achter tot op de laatste letter, nee, tot het laatste beeld uit te lezen. Magistraal zoals hij aan dit alles handen en voeten weet te geven. Oever van Ludwig Volbeda. Onthou de naam en deel het boek.

De vlinders zijn weer terug. Eerst vlogen er steeds een paar hier en daar of fladderden om elkaar heen onder de wilde vruchtbomen, maar nu zijn ze op zoek naar meer. Gisteren meende ik al de kolibrievlinder te zien, maar toen ik haar op de kiek wilde zetten, behoedzaam, om niet te storen, ging ze er vandoor. Nieuwe ronden, nieuwe kansen. De bloemen lokken en de warmte. Rond de fijnstralen vliegen vooral veel kleine wespen, zweefvliegen, kevertjes en lieveheersbeestjes. Het is er een drukte van belang.

Lief maakt de grote oude wilde kastanje vrij en laat de boom herrijzen in zijn kracht en pracht. Vrijwaren van wilde roos, de hop, de heggenrank. Een ongerept stuk bos is niet altijd alleen maar ongerept, maar ook een tikkeltje verwaarloosd, omdat er iets in de groei belemmerd wordt. Ik vraag me af hoe de natuur het oplost als hele stukken woud verbramen, of ver’heggeranken’. Ze werken namelijk verstikkend op andere vegetatie. Misschien walst een everzwijn normaal gesproken wel door dat soort stukken bos en maakt zo de weg voor de boom weer vrij. Het is fijn om op die manier je gedachten op de loop te laten gaan, want dat kan ik uren volhouden.

Ik zag via FB op Youtube een mooie filmpje over een man, Peter, ‘growing over in the wild’ en die vertelt over zijn manier van de herfst in zijn leven. Hij is zeventig. Er zijn mensen die de herfst negatief bekijken, maar het is juist rijk aan de oogst die je gezaaid hebt en dat gegroeid is en vrucht heeft gebracht. Dat voelt eveneens zo voor hemzelf. Hij oogst nu in het leven wat hij gezaaid heeft. Hij kan genieten van alles zonder nog opgedreven te worden door eventuele doelen of deadlines die gehaald moeten worden. Niets moet en alles mag. Hij kende, toen hij jong was, een oude vriendin van negentig aan wie hij vroeg wat haar mooiste periode in het leven was geweest. Mooie vraag en een weloverwogen antwoord. Dat was inderdaad tussen zeventig en tachtig. Na tachtig wordt het fysiek moeilijker.

‘Hoe of ze het leven zag?’ Na je dertigste ga je patronen ontdekken in je zelf. Zorg ervoor dat die blijven stromen. Kijk ernaar, verander wat, zet er iets nieuws tegen over, maar als je zestig bent en je hebt er niets mee gedaan, dan worden het kristallen. Kristal groeit heel langzaam, is hard, verandert in niets. Zorg dat je leven vloeiend blijft.

Het is een wijze overpeinzing en suddert nog even door als ik straks onder de schaduwrijke dennen zit met het pinkster-klokgelui. Zo is het balsem voor mijn oren.

Overpeinzingen

Zo is het toch weer eigen

Al jaar en dag zijn er wissels in het hoge gras van het achterland. En toen Lief een tijd in Nederland was om een beetje van het isolement door corona te bekomen, ook veel in het lange gras van de Hof zelf. Bij terugkomst was er vrij rigoureus gemaaid door vriendlief. Op karakter want er was eigenlijk geen tijd door zijn drukke werkzaamheden, maar het bos achter de Datsja lag er ongerept en onaangeroerd bij met het gevolg dat we daar diverse legers van de reeën ontdekten.

Nu, bij het omwerken van dat weerbarstige stuk grond tot voedselbos, maait Lief zich banen door de vegetatie en plant bomen waar het kan. Wilde pruim en kersenboompjes genoeg, want die komen overal oppiepen onder de stamhouders. Er bleek ook nog een Catalpa en een tamme kastanje in de rand te staan en een paar redelijk grote walnotenbomen, die nu naarstig vrij zijn gemaakt van wilde roos, brandnetel en grassen. We hebben een paar vijgetakken in het water gezet, in de hoop dat ze wortel gaan schieten.

Gisteren zat Lief in de namiddag in zijn stoel en wat schetst zijn verbazing toen er ineens een ree over het brede pad tussen voor en achterbos kwam gelopen, dwars over het veld heen. De foto’s zijn niet heel scherp maar de ree, vermoedelijk een mannetje, was duidelijk te onderscheiden. Wij wisten het allang dat ze hier rondliepen, maar zelfs de nachtcamera van de filosoof had er geen ontdekt. Nu hebben we het bewijs en toen Lief vanmorgen vroeger dan vroeg naar achter trok, zag hij in het laatste bos er een aantal lopen.

Net even Agaath een wasbeurtje gegeven. Met de Franse slag, want het water is hier zo kalkrijk dat je, als je niet gelijk het water wegpoetst, weer opnieuw kan beginnen door de witte spetters. Toch maar eens die wasstraat opzoeken, maar niet op zaterdag lijkt me.

De lathyrus in de pot begint al aardig op te komen. We hebben er twee oude hekjes achter geplaatst en grappig is hoe ze halsreikend (of is het stengelreikend) naar die mogelijkheid gaan om te klimmen. Natuur regelt zichzelf over het algemeen. De twee pollen sieruien blijken achteraf kantige look te zijn. Die is een stuk kleiner dan haar zussen, maar het is wel een volle pol, die straks mooi in bloei zal staan. Wielewaal laat zich weer horen en de boerenzwaluwen dartelen boven mijn hoofd. Tortel staat parmantig op de uitkijk op de schoorsteen van de keuken. Ik zit in de schaduw van de grote vijg.

Vanmorgen vroeg al twee kaarten geregeld. Een voor de overleden oudste nicht in de familie, voor zover ik weet. Ze is maar liefst 97 geworden. Ik kwam haar nog weleens tegen in de stad en in het ziekenhuis waar ze ook vrijwilligerswerk deed. En een voor een jarige. Dat is wel handig hier, dat je de trage bezorging kan ontwijken door een kaartje online te sturen, die ik altijd met een eigen foto en tekst meer persoonlijk maak. Je kan geen ijzer met handen breken en versturen komt altijd te laat. Zo is het toch weer eigen.

Overpeinzingen

En goedkoper

Wakker worden rond een uur of vijf, samen met Lief die uit bed stapt omdat er werk aan de winkel is, volgens het tropenrooster. Vanmiddag houden we om een uur of één op en brengen de dag in kalme stilte door op de veranda van de Datsja. De 32 graden vraagt om kalmte, onthaasting, om alles uit je handen te laten vallen. Gisterenmiddag maakte ik toch wat nieuwe aanpassingen aan het doek en het water liep me, bij drie streken, al tappelings over de rug, terwijl ik echt nooit transpireer. Blokhut+Hitte=Sauna.

Het prachtig geschreven ‘Oever’ een debuut van Ludwig Volbeda leest als een trein. Er staat op iedere bladzijde wel een zinsnede of een woord waar langer over te denken valt. Zo wordt er gemijmerd over onkruid, meikevers, tekeningen op bushokjes en hoe anders er tegenaan gekeken wordt als bijvoorbeeld die tekeningen in een museum hangen, waar ze ah’s en oh’s zouden scoren. Grappig om door te mijmeren en te bedenken dat Banksy dan eigenlijk het omgekeerde doet. Hij laat kunst op plekken bloeien waar onkruid groeit of zelfs helemaal niets. Die laatste ingeving is van mezelf en niet van Ludwig. Op die manier blijven boeken een bron van inspiratie.

Buurvrouw maait voor de tweede keer deze week het gras in haar voortuin. Het moet milimetertjes-kort van haar en naar mate ze ouder wordt, wordt die gedachte versterkt, zo lijkt het. Ze heeft waarschijnlijk te weinig om handen, nu haar man in een opvanghuis zit na zijn afasie. Het stuk grond aan de achterkant had ze uitbesteed aan een man met een bosmaaier, professioneel, met oordempers op en een perspex kap voor zijn ogen.

Gisteren een appje van zoonlief. Ze hadden de poes laten inslapen. De drie rakkertjes hadden hem de hele week nog flink geknuffeld. Hij heeft een mooi plekje gekregen. Ik moest denken aan de kringen over rouw in de groep. Alles van zielig en dood mocht gedeeld worden. Oma’s, opa’s, maar ook cavia’s, tamme ratten, poezen, honden, en hamsters, een tante, de buurman, een lievelingsboek dat verdwenen was. In een notendop kwam boven tafel hoe verdriet werkt en hoe je het handen en voeten kon geven. Soms duurt het heel lang, soms is het slechts een momentopname, soms is er fysieke pijn, soms waait het voorbij als een stormwind. Wat hielp was het feit dat je je verhaal kon doen. Gedeeld verdriet is minder zwaar. Het tekenen of schilderen erover hielp ook altijd.

Als iemand een dier dood gevonden had, bijvoorbeeld een muis of een mol, en het mee naar school genomen had, dan gingen we het ritueel begraven. Wel eerst goed bekijken natuurlijk, en niet zoals een stagiair had bedacht, die zijn gevonden mol met scalpeltjes open wilde maken om van binnen te bekijken. ‘Daar waren ze nog net niet aan toe’, legde ik hem uit. Maar ontdekken dat er verschil is tussen dode en levende oogjes is ook al heel wat waard. De mol werd op een kussentje gelegd, die door een vrijwilliger werd gedragen en met de lange rij van kinderen er achter, die op de wijs van de dodenmars van Chopin, de Marche Funèbre, tam tam tadam tam tam tadam tam tam tada dam tafam tam tadam, met statige schreden achter het elektriciteitshuisje werd gebracht en daar in een piepklein kuiltje begraven. Niet zelden met een mooie steen, een takje of een of andere gevonden markering erop. Daarna waaierde het stel weer uiteen om lekker verder te spelen. Zo werkt dat. Dood en leven naast elkaar.

Ziezo. Lief heeft de bekeuring betaald in het kleine postkantoortje om de hoek. Het is drie keer per week van 8 tot 10 geopend. Nu kan het van ons afglijden, anders blijft het als een zwaard van Damokles boven je hoofd hangen. Niets is zo heerlijk als een onbezorgd gemoed en goedkoper.

Overpeinzingen

Ik kon weer voort

De eerste van de tien tips uit ‘De kracht van de kwetsbaarheid’, een boek van Brené Brown, luidt als volgt: Kies voor authenticiteit. Laat je angst voor wat anderen vinden los.’

Alsof het me onder ogen moest komen op dit moment. Gisteren zag ik de reacties op een profielfoto van mij op FB. Het was op onze wandeling naar het museum in Kaposvár. Ik had mijn zwarte broek aan, mijn nieuwe witte wijde bloes voor de gelegenheid en mijn haar gekruld door het nat te maken. Ik verzuchtte tegen Lief: Hoe komt het toch dat ik mezelf nooit zo er uit vind zien als op de foto. Die foto is echt. Het bewijs dat ik er zo uitzag. Maar van binnen voelt het anders. Wat is dat dan.

Nou ja, mijn tenen zaten tegen de punt van mijn schoenen gekneld omdat mijn voeten door de hitte natuurlijk, ouderdomsgewijs, weer wat waren opgezet. Mijn longen zochten zuurstof in de brandende hitte, maar toch. Mijn gedachten op dat moment: ‘O, die bloes is veel te groot. Had ik anders moeten doen. Mijn tenen doen zeer. Waarom kijken ze zo. Waar schort het aan’.

Wonderlijk dat vanbinnen nooit als vanbuiten voelt. Je altijd laten leiden door vermeende gedachten van derden is hondsvermoeiend. Bij al die lieve reacties overweldigt de spijt. Niet een trotse gedachte over wie je bent, maar altijd zoeken naar spijkers op laag water. In plaats van jezelf op een sokkeltje te hijsen, zoek je dat hoekje maar weer eens op.

Eigenlijk wil ik niets liever dan de balans. Lief helpt als geen ander door me iedere dag wel ergens om te prijzen. Maar het is een hardnekkig virusje diep van binnen. Het heet gebrek aan eigenliefde, vrees ik. Met dat ik het op schrijf denk ik al, is dat niet te hoogdravend. Wie zullen nu denken ‘Je stelt je aan. Doe niet zo zot. Je schouders eronder en hup.’ Ja, ja. Het zijn zeker hersenspinsels verworden tot stofnesten, maar hardnekkig. Hoofd leegmaken met schrijven, hoofd met fijne dingen vullen door lezen, hoofd los van gedachten maken door te luisteren naar de natuur om me heen.

Die sfeer van het oordelen viel vooral op bij dit demissionaire kabinet die de gifbeker tot op de bodem uitwrong. Goeie genade. Wat men een ander niet toe kan wensen. De keerzijde van mijn medaille is dan ook, hoe zit het met jouw oordeel over anderen?

Ooit liepen de oude lieve bijzondere vrouw en ik aan de voet van de Belgische Ardennen. Zij strompelde en ik ondersteunde. We moesten een dal door en een heuveltje op. We hijgden uit bij een weiland waar drie van die schattige ‘Nono Nono-ezeltjes stonden met hun zachte grote ogen en hun lange wimpers. We aaiden ze en ze zei: ‘Ik hou heel veel van ezeltjes’. We ploeterden voort, want we wilden naar het kasteel toe. Er was een kapelletje, waar we naar binnen konden. Daar rustten we uit op een van de eenvoudige houten bankjes. Geen opsmuk, wat veldbloemetjes en een povere Maria boven ons. ‘Ik hou van deze eenvoud’, zei ze. Maria keek zoetgevooisd op ons neer.

We gingen voort en na iets wat een eeuwigheid leek, zei ze, terwijl ze de grote batik lap om haar schouder sloeg. ‘Waar ik het meest van hou? Van het spreekwoord: Oordeel niet’. Ze keek me aan en glimlachte met dat lieve hoofd van haar. Ik kon weer voort.