Overpeinzingen

De tijd tikt door

Terwijl moeder aarde haar onverstoorbare gang gaat en de natuur zich opmaakt voor de naderende winter, zijn wij bezig met de laatste loodjes om alles en iedereen aan plant en dier tegemoet te komen, qua schuilplaatsen, qua zaden en bollen, qua tuingereedschap en tuinmeubilair her en der. Ook de schuur en de Datsja wordt in stelling gebracht om een periode van rust zonder al te veel schade te kunnen doorstaan.

Daarnaast moet ook het huis haar aanpassingen krijgen. Al het voedsel in de koelkast of in potten, zodat muis er niets te zoeken heeft, nog een keer de hele tent stoffen en stofzuigen, straks gaan de luiken dicht en moeten ze het even alleen zien te stellen, al die meubels, schilderijen, de kreupele vleugel en de boeken. Maar niet voor lang, want Lief gaat na de week in de Ardennen en de vier dagen in Brussel met de nachttrein terug, terwijl ik de reis naar huis met Agaath en Piep de muis voortzet, de kinderen achterna.

Er zijn veel leuke activiteiten in het vooruitzicht gepland. Er zijn al afspraken gemaakt over een lang weekend met de twee dochters in Overijssel en een brunch bij dochterlief en haar gezin op tweede kerstdag voor de hele famille staat ook al vast. Er is een bijeenkomst met de biografie-club en het boek over Eise Eisinga, dat wordt doorlezen dus. Er wordt vanavond vast een nieuwe boekenbabbel gepland. Deze moet ik helaas missen, maar wat hebben Lief en ik genoten van de schrijfstijl van Judith Fanto en wat konden we meegaan in dit doordringende verhaal. Welk nieuw boek het wordt, hoor ik nog.

De kapper staat op het lijstje. Veel verjaardagen, de sterfdag van de vader van de kinderen, feestjes en ontmoetingen met mijn lieve vriendinnen en vrienden, zussendagen, de gebruikelijke sinterklazen-acties en de voorbereidingen voor de komst van Lief in December en Kerst. Cadeautjes zijn de extra’s. Museum-, theater- en bioscoopbezoek, maar ook een weekendje Hoek van Holland naar broer van lief en Texel, naar vriendinlief om haar de doos vol verrassingen te brengen, die ze hier heeft achtergelaten , toen ze haar wijnhuisje verkocht had.

We dachten eerst dat we die kwijt waren geraakt, maar het stond verstopt achter zoveel andere spulletjes in het hok van de ketel op zolder. Ze is als een kind zo blij, want is natuurlijk allang vergeten welke kleine prulletjes ze er allemaal als herinnering aan die goeie ouwe tijd had ingestopt, omdat ze dacht dat de doos verdwenen was. Waar je verdriet van hebt qua spulletjes, kun je beter maar dieper wegstoppen, maar niet te diep. Mijn gedichtenboekje en beer en looppop liggen ergens in de schuur en ik kan ze maar niet vinden. Steeds doet het pijn als ze met regelmaat in mijn gedachten zijn.

Het tekendagboek is bijna vol. Een nieuwe heb ik alweer gevonden in het tuincentrum hier. Het blijft een heerlijke manier van herbeleven als ik er doorheen blader.

Gisteren heb ik Agaath gestofzuigd. Dat wilde ik eerst met de kruimeldief doen, maar die kon onmogelijk in de vele hoekjes en gaatjes komen. Dus kwam haar grote blauwe broer eraan te pas. Dat was beter. Daardoor ontdekte ik ook weer dat je de kofferbak-klep kan verlagen of verhogen, we hadden hem altijd op laag staan, maar ik moet eens kijken of de koffers er onder ook passen, dat zou nog beter zijn.

Nu eerst maar langzaamaan gaan prakkizeren wat mee moet en wat hier kan blijven. Nog drie nachten. De tijd tikt door.

Overpeinzingen

Een tikkeltje kleurlozer

Een van de ingangen is ‘Wie ruikt lekker‘. De vingers vlogen over de toetsen, want daar had ik een duidelijk beeld bij met mijn reukloze neus:

‘De wereld ruikt alleen nog maar scherp. Scherp zoet, zout of bitter, scherpe rook of chemisch en verder gaat het leven reukloos voorbij, al een paar jaar. Verliezen van geuren gaat geleidelijk, tot voor twee jaar terug waren lekkere geuren als knoflook, vanille of anijs nog bij me. Maar nu vult mijn geheugen alles voor dat werkloze trilhaarepitheel in. Vooral zonder kookgeuren als kruiden te moeten, is een verlies. Maar daarom niet getreurd. Het staat me nog vers voor de geest hoe alles geurt. Combinaties kan ik feilloos op mijn herinnering maken. Koken is een van mijn liefste bezigheden.

Nu ik terug wil naar mijn jeugd en naar hoe mensen roken en wie, wordt het diep graven. De eerste geurherinneringen die opkomen zijn de mottenballen in mijn moeders klerenkast. Maar dat rook minder aangenaam toen, dan dat ik me nu voor de geest kan halen. Elke zondag naar de kerk. Daar waren mensen die naar kamfer roken met hun zwarte kamgaren winterjassen, waarbij die geur zich bij de mannen nog mengde met sigarenrook of pijp. Zo’n zware lucht. Niet echt lekker maar wel heel vertrouwd, want zo rook opa ook. Naar sigaar en kamfer. Opa was lief. 

Iets later lagen er maja-zeepjes uit Spanje tussen mijn moeders kleren in hun zwart met rode papiertjes en kwamen er zakdoekjes met eau de cologne erop, een paar druppels uit de grote fles met het blauwe etiket en de krullerige letters. Als ze de was deed rook zijzelf en de hele keuken naar sunlight zeep, die wij dan mochten kloppen. Zachte geuren. Later werd dat vervangen door Dreft en Biotex, mijn moeder zwoer bij Biotex. Dat waren de lekkere geuren van het verleden, samen met de wierook, de brylcreem en de scheerzeep.

Ze werden extra lekker, die geuren van vroeger, omdat er een groot contrast was met de hele nare geuren van die tijd. Die van de fabriek van de Benenkluif op de Lange Lauwerecht, een penetrante geur van verbrande botten en verschroeid vlees die over alle straten hing en de zware koolraap- en bloemkoollucht in huis, als ze tot pap gekookt werden. 

In Frankrijk leerde ik de frisse Marseille-zeep kennen. Wat een heerlijk goedje was dat. Je waande je in een veld vol bloemen als je een bloes aanhad, die gewassen was met Marseille-zeep. 

Met mijn puberteit kwam er een heerlijke geur bij, die van Musk, Patchouli en Afghaanjassen. De allerlekkerste grond-geuren die je maar kan bedenken, zelfs als de jassen nat waren. Musk rook heel sterk en stoer, maar de patchouli maakte alles in me los wat er aan beleving te halen was. Ik droeg een druppel achter mijn oor of op een van de polsen met verve. Dat je zo in een geur past.

Toen ik ‘m in de verpleging niet meer opdeed, omdat sommige mensen het vies vonden ruiken, vergat ik het een beetje en werd die eigen-wijze geur gesmoord in de heftige Chanel 5 om me heen, die in de verpleging in de mode was in die dagen, maar eenmaal opnieuw mijn aardse geurtje geroken wist ik, dat dat voorgoed de mijne was. Daar wil ik alleen nog maar in wonen. Vanaf die tijd in de jaren negentig nooit meer zonder mijn Patchouli de deur uit. Ook dat ruik ik niet meer, zelfs niet uit het flesje, maar wat zou ik dat nog graag een keer willen opsnuiven.

Pas gewassen baby-haartjes met Zwitsal, iets mooiers en onschuldigers bestaat niet. Zijdezacht en heerlijk om tegen je aan te koesteren en diep op te snuiven opdat je nooit vergeten zal hoe dat intense gevoel was. Je weet pas wat je mist als het er niet meer is. 

Er gloort hoop aan de horizon, want er is iets uitgevonden tegen deze kwaal. In de wintermaanden ga ik daar achteraan. Wie weet wat het oplevert. Vroeger zei men bij het moeten maken van een keuze: ‘Ja kan je krijgen, nee heb je’. Zo is het maar net. Het is de moeite van het proberen waard, want zonder geur en smaak is het leven een tikkeltje kleurlozer.

Overpeinzingen

In volle glorie

Als wij ‘s nachts liggen te slapen of althans proberen de slaap te vatten, spelen zich op de Hof gruwelijke filmtaferelen af. Nietsvermoedend gaat rat uit wandelen op zoek naar kippenvoer, dat alom aanwezig is bij de twee wederzijdse buren van de Hof. Maar er is nog iemand op rooftocht. De kleine sluwe steenmarter, en die wil het maximale uit de duisternis zien te halen. Ze heeft de rat allang zijn oversteek zien wagen en besluit een poging te doen. Als ze het dier bespringt, bijt ze rücksichtlos en in een beweging de kop eraf. Vermoedelijk is ze toen midden in haar gruwelijke daad betrapt of dreigde er een ander gevaar, maar de rest van de rat lag nog warm op het pad toen Lief de ongelukkige vond. We konden een conclusie trekken. De poepjes die steeds ontdekt worden, zijn die van de steenmarter, een klein vraatzuchtig diertje dat maar een kleine ruimte nodig heeft onder de grond, tussen de takken of onder een beschutting om te wonen.

Vannacht hoorde ik het hondje van de buurvrouw weer schel en woedend blaffen, ik kon niet nalaten door het slaapkamerraam dat aan de buurvrouws tuin grenst, te kijken of er ergens een rat of martertje rondscharrelde, beide hebben me weer danig uit mijn slaap gehouden. Waar blijft de zandman als je hem nodig hebt.

Gisteren hebben we de voorstelling van Van der Laan en Woe bekeken met de titel NG en we hebben genoten. Het is een ijzersterk staaltje satire wat daar bedreven wordt, waarbij er niets ontziend alles wordt aangepakt om de belachelijkheid van de daad of het oordeel daarover aan te tonen, want beiden zijn even verwerpelijk. Petje af voor de beide mannen en ik kan niet wachten tot 1 november. Dan zijn ze er weer iedere week. Zo naar gesnakt, als tegenhang voor al dat politieke gesnoef. Een mens zoekt vooral naar vrede, rede en humor.

De krullebol is jarig, ik kan hem niet meer klein noemen, want hij is zes jaar geworden. Vanuit hier stuur ik zo veel mogelijk een kaart met een klein cadeautje bij verjaardagen, lang leve de instellingen die dat mogelijk maken, want normaliter over de post duurt het lang eer zoiets aan gekomen is en nu kan ik het in twee of drie dagen regelen. Een vrolijke kaart en een mooi kras-je-dino-boek, dat hij vrijdag al kreeg en waar hij gisteren, stralende snoet via het videobellen, dolblij mee was. Een kleine demonstratie hoorde erbij. Wat heerlijk als het zo goed ontvangen wordt.

Vandaag ga ik de Datsja gereedklaar maken voor een lange rustperiode, dat betekent nog een laatste hand aan de drie doeken, palet schoonmaken, een paar doeken meenemen naar het huis, die van de serie Hongaarse oudjes, die mogen bij hun vriendinnen. De zussen worden weer verbannen naar achteren. Nog een seizoen en dan schilder ik ze over en komt er wat anders op het vermaledijde doek. ‘Kill your Darlings’ als het niet lukt, dat lijkt me uiteindelijk evident.

Een tochtje over de binnendoor-weggetjes achter Szigetvar brengt ons naar een rondje om de wijnberg. Een stukje Hongarije waar de tijd al jaren is stilgezet met hier en daar wat voorzichtige of uitbundige noviteit. De vervallen wijnhuisjes, die door de natuur zijn overgenomen, staan er aandoenlijk bij. Het duurt even voor we via eindwegen de weg naar Becefa vinden. Daar was het wijnhuisje van vriendinlief, dat er nog net zo bij ligt, maar waar pal naast met een grote houten schutting een vesting is verrezen. Het maakt het huisje iet of wat verloren. De tocht was er een van herkenning.

Lief is de potplanten aan het ingraven, de lobelia’s en de herfstasters, en zaait her en der alvast wat veldbloemen uit. Daarvoor moet hij soms nieuwe grondjes bedenken en ontginnen, want overal staan veel bollen. Ik ben heel nieuwsgierig hoe het allemaal zal uitpakken. Een paar maanden in rust en veel geduld, want straks barst de lente los in volle glorie.

Overpeinzingen

Om die verbeelding te voeden

‘Onze Lieve Heertje/Geef mooi weertje/ geef een mooie dag/ dat het zonnetje weer schijnen mag.’

Een versje van lang geleden. Iets wat we, als het nodig was om dat Lieve Heertje aan te roepen, te berde werd gebracht ingefluisterd door oma en mijn moeder. Net zo lang geleden overigens, als de overpeinzingen naar aanleiding van wat ik las als schrijfingang van gisteren. Jezus Christus. Het is me wat.

Onze lieve Heertje, geef mooi weertje

In mijn dagboekje staat een verhaal over een film van Jezus, die kennelijk destijds diepe sporen achterliet, weliswaar niet diep genoeg om het verhaal niet hier en daar door de jaren heen bij te stellen, maar toch. Destijds was ik als veertienjarige behoorlijk onder de indruk van het lijden van Jesus dat Pierre Paolo Pasolini me voorschotelde in Matteo (in 1965) naar het evangelie van Matteüs, ik schreef erover, knipte de beeltenis uit de televisiegids, plakte dat bij mijn gedachtenspinsels en heb vast en zeker die zondagmorgen met meer aandacht in de Nicolaaskerk gezeten. Enrique Irazoqui speelde Jezus. 

Dat was kenmerkend voor het geloof en ook waarom ik later enigszins kon bedenken waarom protestanten en gereformeerden zo’n hekel aan de beeltenissen hadden. Je fantasie kon er aardig door op hol slaan. Aan de andere kant was het grote voordeel dat nergens de verbeelding zo geprikkeld werd als in de katholieke kerk. Neem alleen maar de kruisweg die in elke kerk ruimschoots gevisualiseerd werd. Ademloos kon je de plaatjes bestuderen terwijl de priester op de preekstoel zijn woorden over de beminde gelovigen heen liet donderen. Zo ontsnapte je samen met de Latijnse liederen aan de saaiheid van een geloof. Er was weinig voor nodig om mijn fantasie aan te zwengelen. Dat bleek ook wel uit wat ik bij de plaatjes in het dagboek had geschreven, zwijmel, zwijmel. Er sprak grote eerbied uit, maar meer voor het dromerige lijdende voorkomen van die lieve man dan ontzag van binnen uit. 

En gelukkig was er in 1970 Jesus Christ Superstar, de Rockopera over het leven van Jezus. Heerlijk eigentijds waarin we onszelf moeiteloos tussen het volk mengden en zelfs misschien wel tussen die hippe apostelen, maar Judas was toch wel mijn grote adorabele vriend. Omdat hij iets stoms gedaan had, terwijl hij alleen maar wilde waarschuwen, en daar wroeging over kreeg. Ik deed ook vaak iets stoms. Maar ook omdat hij er in mijn ontluikende ogen uiterst onweerstaanbaar uitzag. Wat een prachtige man, van binnen en van buiten. 

We leerden alle songs uit het hoofd en nog komt de tekst nagenoeg foutloos uit mijn mond. Eens geleerd, altijd geleerd. Voor het leven deze ‘Jesus Christ’. Ik denk dat ik de film wel drie keer gezien heb. 

Tja, wat is te geloven. Het lijden, het leven van hun kleine gezinnetje, Maria op een ezel, Jozef ernaast en Jezus in de kribbe in de stal. In ieder geval zijn er mooie en warme kinderlijke herinneringen aan Kerstnacht, de honger, drie missen en je moest nuchter blijven, dan het lekkere en bijzondere eten midden in de nacht met warm brood en onvoorstelbaar lekkere vleeswaren, katenspek en rosbief. Luxe ten top. Eén keer per jaar luxe. Geen kerstman, maar wel een stalletje met de engel erboven en de schapen, de herders en de drie koningen en het liedje ervoor. Kindertjes op een rij, schoongeschrobd met natte haartjes en zingen maar: ‘Het is kinderbedtijd zegt vader vooruit, de kaarsjes die moeten nog uit, wie heeft er de beurt om te blazen vandaag, dat is kleine conie dat doet hij zo graag, fuut fuut fuut fuut fuut fuit, dan blaast hij de kaarsjes uit’, en zo verder, tot we allemaal aan de beurt waren geweest.

Later met het eigen gezin, hetzelfde ritueel en ook de kaarsjes in de kerk. Voor wie we allemaal liefhebben en die niet meer bij ons zijn. Waar we ook op vakantie gingen, een bezoek aan een kerk was er steevast een onderdeel van. Doorgaans het kaarsje voor Maria, een eerbetoon aan moeders over de hele wereld en haar dochters en zonen, Jezus nog steeds een aardig verhaal in de orde van grootte van de sprookjes. Gruwelijk eigenlijk en toch goed om die verbeelding te voeden.  

_

Overpeinzingen

Er leiden vele andere wegen naar Pécs of Szigetvár

Op een van de blogs die ik bij hou en lees stond een bericht over paddenstoelen. Dat is iets wat ik hier een beetje mis. We hadden wel twee grote zwammen, maar niet die alleraardigste vliegenzwammen, parasolzwammen, boleten, porseleinzwammen en pruikzwammen. Heerlijke namen. Het kietelt de verbeelding. Paddenstoelen horen bij sprookjes, verhalen, kabouters, en kinderen én ik mogen er graag in verdwijnen. Het was altijd heerlijk om met school op pad te gaan in dat kleine stukje bos aan de rand van IJsselstein en er daar een paar te ontdekken samen met de verkleurde bladeren en de vruchten van de bomen. Kampen werden met regelmaat in een beginnende herfst of midden in de herfst georganiseerd. Rijker en mooier natuur om op ontdekkingstocht te gaan kan je je niet bedenken.

Een van de kampen met To en Bep in het bos in de jaren ‘90

Hongarije heeft veel paddenstoelen, maar er wordt wild geplukt, soms door het hele gezin. Eekhoorntjesbrood, cantharellen en champignons en als je weet waar je ze zoeken moet, de truffel. Er zijn veel mensen die onder de armoedegrens leven en de gevonden paddestoelen worden doorverkocht aan tussenhandelaren of gebruikt voor eigen levensonderhoud. Toen de regering belasting wilde heffen op wildplukken werd er veel misbaar gemaakt en werd ze ervan beschuldigd mensen hun schamele eten en inkomen af te pakken.

Met paddenstoelen is het mogelijk om een heerlijke vegetarische Pörkölt te maken. Een stoofpot met zonnebloemolie, paddenstoel, uien, paprikapoeder, knoflook en paprika en zure room. Als dit gerecht met vlees wordt gemaakt noemen wij het goulash, maar de Hongaarse Gulyas-leves is een soep met schaap of rund en vegetarisch met paddenstoelen.

Volgende week zitten we én met paddenstoelen én met heel veel (10) kleinkinderen in de Ardennen en dan kunnen we los. Ik zal het arsenaal aan herfst opentrekken. Voor mij is dat een tikkeltje nostalgie.

Toevallig hadden we gisteren na het eten een verhaal over Béla Bartok om voor te lezen. Het speelde zich net als ‘Narcis’ van Judith Fanto net voor de aanvang van de tweede wereldoorlog af, niet in Oostenrijk maar in een Hongarije dat zich had aangesloten bij de AS-mogendheden, een alliantie met Duitsland en Italië en zo kwam het dat Béla met zijn (Joodse) vrouw Ditte besloot naar Amerika te gaan. Van hem is de uitspraak: ‘Alle mensen zijn Joden’. Hij weigerde dan ook een Ariërverklaring te ondertekenen. In 1944 sloot Hongarije zich alsnog aan bij de geallieerden.

Omdat we eigenlijk zelf wat grond bezitten, komen we nog te weinig in de enorme bossen die ons omringen. Wandelen is altijd een goed gerichte actie, want ze moet niet teveel hoogteverschil kennen. Dan leg ik het te gauw af. Een van de nadelen. De Baranya in deze contreien is nogal vlak, ook al hebben we de Wijnberg hier achter het dorp liggen en is er het Mecsek gebergte, maar zodra je in Szomogy komt, dan heuvelt het maar aan. Dat is de reden dat een van de wensen nog een elektrische vouwfiets is, ook geen overbodige luxe. Maar dat blijft voorlopig nog in de pen. Eerst is het goed de omgeving hier in de buurt per fiets te ontdekken. We zijn nog lang niet overal geweest.

Lief wel hoor, die heeft vroeger vooral veel afgefietst en gelopen. Maar toen reden er voornamelijk paard en wagen en een handvol auto’s over de wegen. Nu is het een drukte van jewelste. Er kleven nadelen aan, want over de weg 6 kan je alleen met gevaar voor eigen leven fietsen. We laten die beker zoetjes voorbij gaan. Er leiden vele andere wegen naar Pécs of Szigetvar.

Overpeinzingen

Het beschouwelijke groeien

We moesten op zoek naar een nieuw boek om voor te lezen en gaan nu voor het boek van Jan Brokken en zijn ‘De weemoed van een reiziger’ waarin 14 verhalen over dichters, musici en schilders. Daar had ik er zelf al een paar van gelezen, maar voorlezen heeft zoveel voordelen, dat we daar eigenlijk een nieuwe traditie van willen maken. Voorlezen na het eten zorgt voor zorgvuldiger aandacht voor hetgeen je leest of beluistert, het geeft stof tot praten en het verhaal trekt als een film voorbij.

Brokken schrijft boeiend en informatief, het eerste verhaal is dat van de brievenbus bij het graf van de dichter Antonio Machado, waar ik al eerder over geschreven heb. Er is een lied over deze dichter van Jean Ferrat ‘Les Poétes’ genaamd. Natuurlijk hebben we daar naar geluisterd. De zanger was ons onbekend, maar hoort thuis in dezelfde orde van grootte als George Moustaki. Dat muzikale intermezzo verhoogde de feestvreugde.

Lief is nu de grond achter aan de voedselhof zaairijp aan het maken. We zaaien een deel van de veldbloemen nu nog uit en de rest in het voorjaar. Het blijft al met al een groot experiment. Als verjaarscadeau krijgt hij twee kiwi’s van mij, die zijn winterhard en zullen goed aanslaan.

Gisteren was er ineens weer een aangenaam zonnetje bij windkracht 3, dat dan weer wel, maar het was uitstekend weer voor een wandelingetje achter de hof. Als ik de landweg afloop, waan je je al gauw in de oneindigheid met het zicht op akkers en velden en dat prachtige blauwige Mecsek gebergte er achter. Dochterlief belde me onderweg en al wandelend hebben we de week weer even bijgebabbeld. Altijd fijn. Nog maar tien nachten slapen en dan kunnen we ze allemaal weer in de armen sluiten. In die vakantieweek zullen we ook een fotoshoot houden, omdat er weer kleintjes bij zijn. De dresscode is bruintinten in alle gradaties. Dat hebben we gelukkig in de kast hangen. De foto’s van de vorige shoot staan allemaal hier op mijn kabinetje te pronken. Zo zijn ze toch allemaal altijd in de buurt.

De schrijfingang van vandaag was ‘In de berm’ en zo kon het zijn dat ik een wijle vertoefde in de zestiger jaren, toen we al op vakantie gingen naar verre oorden. Een volkswagenbus met een motor van een Taunus 15M vol kinderen, volgestouwd met blikvoer en tent. Hoe anders waren de wegen toen, realiseerde ik me daardoor. Geen raststätte of autohöf, maar gewoon een bossig plekje of een weiland om de benen te strekken, bomen waarachter je kon plassen, picknicken. Auto’s reden nog niet zo hard, dus het kon allemaal, geen vier of vijfbaanswegen en ruimschoots tijd om kaart en route te bestuderen op het gras, geen veiligheidsriemen, anders hadden we er nooit allemaal in gekund. Er zaten er altijd wel twee boven op de bagage achterin. Acht of negen van de elf waren er doorgaans bij. Het kon allemaal.

Een andere berm is die, waar ik tegenwoordig graag sta in een gezelschap. Een beetje aan de zijlijn, dan zie je zoveel meer en het levert mooie gedachten op. Het is goed voor het beschouwelijke groeien.

Overpeinzingen

Nu de avonden lengen

Narcis van Judith Fanto is uit, het parfum besteld, de evaluatie gedaan. Wat een boek én wat een schrijfster. Ik neem een kijkje op haar website en kom erachter hoe ze haar kennis opdoet over Wenen dat uitvoerig beschreven wordt en bijvoorbeeld klassieke auto’s uit de jaren dertig en verbaas me ook over haar openheid in haar verhalen op deze website.

Bij Lief en mij blijft vooral het thema ‘vriendschap’ hangen. Wat doe je als je een groot geheim met je meedraagt dat een onuitwisbare invloed heeft op die vriendschap van de zes vrienden in het boek.

Ik denk aan Covid en het verschil van opvattingen, de complottheorieën en cruciale beslissingen over wel of niet vaccineren, die naast vriendschappen ook families uit elkaar hebben getrokken. Omstandigheden trekken een grote wissel op het verloop van zo’n vriendschap.

Zo ook in dit boek waar de opkomst van het nationaal socialisme een grote rol speelde en wat uiteindelijk de rekening presenteerde. Daardoor voelde het verloop van het plot als onoverkomelijk. Kwam het omdat geheimen niet gedeeld werden? Als dat wel was gebeurd had het dan wat uitgemaakt? Mag je eigenlijk wel geheimen hebben binnen een relatie of moet alles op ieders bordje terecht komen?

Bij het beschrijven van de vragen, die het boek ‘Mama. Ik wil graag alles over je weten’ van Paper Life voor zoonlief stelt en die ik tracht te beantwoorden, op zich al een hele klus, zijn er bij, waar ik absoluut niet te diep op wil ingaan. Bijvoorbeeld omdat het niet relevant is voor de beeldvorming of omdat ik vind dat dat specifiek alleen mij persoonlijk aangaat. Schiet ik dan tekort. Onthoud ik mijn schatjes belangrijke informatie over mijn leven. Dat denk ik niet.

Judith krijgt daarover in een interview met Frénk van der Linden (geen familie van mij) van Kunststof Radio deze keuze voorgeschoteld: ‘Vriendschap is dat je alles deelt’ of ‘Vriendschap is juist elkaar geheimen gunnen’. Haar antwoord is ‘dat ze toch zou gaan voor de geheimen en het respect voor de geheimen van een ander, ondanks dat ze nieuwsgierig is en een open boek’. Aanvullend geeft ze aan ‘Het gaat er niet eens om óf er geheimen zijn, maar om het respect of er geheimen mogen zijn’.

Het werpt een nieuw licht op het boek. Vanuit die optiek bekeken weet je nu beter wat ze voor ogen had om de hoofdpersoon in dit verhaal jaren met een groot geheim te laten rondlopen. Eigenlijk mee te torsen, zo zwaar is het.

De ontknoping is vele malen heftiger. Ik kan niet wachten om het te bespreken met ‘de Boekenbabbel’, maar helaas ben ik dan nog niet in Nederland. Ze komen de veertiende weer bij elkaar. Ik heb beloofd te schrijven wat mijn bevindingen zijn. Het nadeel van een algemene blog is dat je geen tips van de sluier wil oplichten. Zo wordt het nu al met al misschien een onsamenhangend geheel. Maar als jullie het boek gelezen hebben, vallen de stukken vanzelf op de juiste plek. Het is in ieder geval een aanrader en niet in de laatste plaats om de beeldende schrijfstijl.

Al met al heb ik door het vorsen naar informatie over Judith Fanto Kunststof Radio herontdekt en haar website vol boeiende verhalen. Een welkome aanvulling nu de avonden lengen.

Overpeinzingen

Dromen maken er dankbaar gebruik van

Hieperdepiep in de gloria. Lief is jarig en we vieren het in alle eenvoud door samen te zijn. Misschien zit er nog een etentje in, maar straks in de week met de kinderen zijn er zoveel leuke vooruitzichten, dat we ook de dag de dag kunnen laten. Samen in deze kalme sfeer is al voldoende, dat zijn voortdurend de cadeautjes, het hele jaar door zijn er van die mooie momenten. We hebben alles wat het leven aangenaam maakt, zoals een lieve blogvriendin zegt: ‘Het goede van twee werelden’ en dat is zo veel waard.

Trouwens als cadeau kreeg hij in ieder geval ochtendzon. Die brengt wat meer warmte en licht het groen op, geeft de bloemen nog meer kleur. Gisteren heb ik de zaadjes van de basilicum verzameld en met de laatste goede blaadjes, wat peterselie, olie, pardano en knoflook een lekkere pesto gemaakt voor in de pasta.

Er komen allemaal foto’s binnen van vrienden en vriendinnen, die mee gelopen hebben op zondag om de rode lijn te vormen. Benijdenswaardig. We hadden er graag bij geweest. Het moet toch een belangrijk vredelievend teken zijn geweest. We hopen dat het iets in gang zet.

Ik droomde vannacht van twee van mijn vrienden en uitgerekend vandaag schreef een ervan aan Lief met de vraag, wanneer we weer in Nederland zouden zijn. Bijzonder toch. Vlak daarvoor wist ik waar het over ging, maar toen lief me vertelde van het mailtje wist ik alleen nog maar dat ik van hen samen gedroomd had. Vroeger schreef ik ze op. Zodra je wakker wordt papier en pen pakken en schrijven maar. Van lieverlee ga je je alles veel meer herinneren. Altijd weer opmerkelijk hoezeer voorwerpen in detail kunnen terugkomen, zelfs van die, die je nooit in werkelijkheid heb gezien, maar waarschijnlijk dan wel onbewust. In een museum of zo, als decor bij een toneel, in een etalage, want hoe kom je anders aan die details.

Juist die onbewuste waarnemingen doen er toe, ze kleuren het geheel zo onopvallend in, maar als ze er niet zijn zou je een bepaalde sfeer missen. Aan de andere kant, als je er teveel van hebt, raak je erin verstrikt.

Dankzij de vele voorstellingen die ik gezien heb, als lid van de klankbordgroep van Kunst Centraal, is het arsenaal aan bewuste en onbewuste rekwisieten uitgebreid aanwezig. Een van de mooiste was die in een voorstelling, die gebruik maakte van een ouderwets kabinet met heel veel laatjes. Die laatjes schoven uit zichzelf open en dicht. Ik weet niet meer hoe het stuk heette, maar het kabinet kan ik uittekenen.

Hier staat een zusje ervan, waar wat spulletjes en prulletjes in zijn opgeborgen. Wat linnengoed, t-shirtjes, de föhn en het strijkijzer, een extra deken. Ze is mooi oud en hoort bij de grote linnenkast. De foto’s van de kinderen staan erop.

Bij een kabinet denk ik ook steevast aan het lied van Herman van Veen. Omaatje.

Wat ben je toch lief/Wat ben je toch aardig
Wat is het gezellig bij jou/Want jij hebt altijd koekjes
En kleine kadootjes/Je hebt zoveel kastjes
Met laatjes en doosjes/Vol zilverpapier
Vol plaatjes en foto’s/Van opa’s en oma’s
De vader van tante dur neef

Zo’n kabinet dus. Het exemplaar op het toneel was ook een fraai en oud geval. In het lied van Herman overweegt het kleinkind om een knikker in de soep te stoppen. Dan zouden zijn ouders misschien wel…En dan kon ie voor altijd bij zijn oma blijven. Een mooie vertolking van een stil en kinderlijk verlangen. Daar hóórt een kabinet bij en dromen maken er dankbaar gebruik van.

Overpeinzingen

Zeeën van tijd

Gisteren kwam vriendlief langs. We hadden hem al die tijd nog niet gezien, want sinds hij met pensioen is heeft hij het drukker dan ooit met zijn klussen. We kennen het wel. Pensioen opent deuren en slokt tijd. Fijn dat hij er was, want de verwarmingsketel gaf geen druk aan en moest worden bijgevuld. Dat moet in de badkamer gebeuren terwijl iemand op zolder de ketel in de gaten moet houden. Fijn dat dit nu mogelijk was. Het werd heerlijk warm in huis. We hebben genoeglijk zitten babbelen. Met een hapje en een drankje erbij. Tegen zes uur ging hij weer en beloofde op het huis te passen als wij straks een week weg zijn.

Het was een guur dagje hier. Nat en koud, een 12 graden. Vorige week was het nog 24, dus de overgang is allesbehalve geleidelijk. Tijd voor een goeie film. Een Arthouse film dan maar. ‘His three Daughters’ van Azazel Jacobs. Drie dochters en een op sterven liggende vader. De dames verschillen hemelsbreed van elkaar en beoordelen elkaar voornamelijk op aannames, waardoor een en ander minder soepel loopt, dan ze zich hadden voorgenomen. Het inlevingsvermogen in elkaar is ook niet erg groot. Ze beschouwen hem allen als hun vader en daarmee staan ze elkaar danig in de weg. Aan het einde neemt het verhaal een onverwachte wending.

Lief leest ‘Een eeuw van licht’ en filtert Christiaan Huygens onder zijn vader Constantijn vandaan die zoveel ruimte inneemt in het boek. Ik lees wat van andere bloggers en bedenk dat we toch en vooral een volk van schrijvers zijn. Of is hier de moeder de wens van de gedachte(in variatie op een thema).

Het boek ‘Narcis’ van Judith Fanto is bijna uit. Mijn boekenleggersvoetjes moeten er nu omgedraaid in, anders zouden ze nog breken bij het wegleggen van het boek. Het is vrij confronterend met de komende verkiezingen in het kielzog, maar haar stijl van schrijven is onovertroffen. Het eerste boek, haar debuut ‘Victor’ is nu welhaast een must om te lezen.

Yvonne Keuls vraagt zich in haar column in Plus-Magazine af, wanneer iets een hobby is. Haar zus geeft aan: ‘Als je er niet voor betaald wordt’. Dan merkt Yvonne snedig op dat vrijwilligerswerk ook niet betaald wordt. Zus dient haar van repliek door te zeggen dat dát wel echt werk is, want ‘hoog aangeslagen en gewaardeerd!’ Dat is vaak waar, maar daarnaast is het ook niet vrijblijvend. Bij vrijwilligerswerk rekenen mensen op je. Kan je niet zeggen ‘Ik heb vandaag even iets anders te doen of geen zin’. Bij een hobby kan dat wel. ‘Een hobby heeft iets lulligs’, vond zus ook nog.

Dat is maar hoe je het bekijkt, want dat is afhankelijk van de waarde die je er zelf aan hecht. Als borduren iemand regelrecht een opwaardering geeft, vervult met trots over het eindresultaat, doet groeien, wie zijn anderen dan om te zeggen dat het iets lulligs is. Schilderen en schrijven zijn sinds ik het vrijblijvend mag beoefenen, in eigen tijd en eigen uur, een echte hobby geworden. Iets wat ik heerlijk vind om te doen. Net als koken overigens. Verliest het zijn waarde dan? Het voelt als een opwaardering van de vrije tijd, die er hier in de Hof voldoende gelegenheid toe geeft. Zeeën van tijd.

Overpeinzingen

Heerlijk hoeft niet lang te duren

Het was een onderwerp in een van de blogs, die ik lees. ‘Waarom schrijf je eigenlijk.’ Ik denk dat het vooral te maken heeft met de aanzet tot je schrijven. Door de dagboeken van mijn moeder, vijf in totaal, die ik uit ging werken voor de familie en waarvan ik er, om regelmaat erin aan te brengen, één dag van haar per dag uitschreef. Vijf jaar lang iedere dag een bladzijde. Als daarna de bladzijde wit blijft, omdat ze plotseling was overleden, val je niet alleen in het gat van een moederloze wereld, maar ook in het gat van een schrijfloze dag en bemerkte ik dat er nog zoveel vragen lagen te wachten op antwoord.

Tijdens dat uitwerken van haar schrijfsels bemerkte ik nog iets bijzonders. Al die tijd verkeerde ik in twee werelden, het verleden en het heden. De dagen raakten verweven met elkaar en de gebeurtenissen ook. Bovendien kwam het gemis weer in volle hevigheid boven. Toch had het twintig jaar geduurd voordat ik aan deze klus begonnen was. Om de schrijfleegte op te vullen, beschreef ik onze tijd in antwoord op vraagstukken en passages uit mijn moeders dagboeken, die ik, na langdurig getwijfel, wereldkundig maakte via wordpress. Vanaf dat moment was het bloggen een feit.

Het lezersaantal loopt terug. Ik wijt het aan de frequentie of misschien omdat het hier meer over natuur en bezinning gaat dan in Nederland, waar veel meer door mij en ons ondernomen wordt en er tal van andere onderwerpen aan de orde komen. Aanvankelijk twijfelde ik over het bloggen an sich.

Toen bedacht ik me dat ik het schrijven toch zou blijven doen. Schrijven is zo waardevol voor mij, omdat ik er mijn eigen gedachten door kan stroomlijnen en het een uitlaatklep is voor alle fantasieën en ideeën die spontaan opborrelen. Bovendien is er af en toe iemand die aangeeft er inspiratie door op te doen. Zelfs als dat maar een handjevol is dan blijf ik dat doen. Zo vergaat het mij bij het lezen van andere bloggers ook. Vandaag kwam het onderwerp van het schrijven uit een andere blog.

Gisteren leek het een gure dag te gaan worden,maar ineens was de wind gaan liggen en scheen er een hartverwarmende zon aan een strakblauwe hemel. Dus wandelde ik naar achteren, waar Lief bezig was met de kappel. Even in de stoel met de zon op de toet en daarna nog een kleine gang langs de velden, waar de mais was geoogst en het afval voor de dieren die langs kwamen, reeën vooral, bleven liggen.

Ik moest denken aan het boekje wat ik lang geleden aan de kinderen voorlas, over een meisje in een Zuid Amerikaans land dat als speelgoed een maispopje had, die Kurumin of Koeroemin heette. Maar het boek vond ik niet meer terug op internet. De verdroogde bladeren nam ik mee net als een afgekloven maiskolf. Wie weet, kan ik die kleine Kurumin nieuw leven inblazen.

Terwijl ik over de vlakte van de voedselhof heenkeek werd de aandacht getrokken door de bladeren van de wilde bramen, wat een prachtige diep rood en oranje waren ze, echte blikvangers. Over het filosofenpad liep ik terug en bewonderde de trofeeën die Lief allemaal een plek had gegeven in de natuur. De herfstzon trok lange schaduwen van de bomen, de kousenbeentjes van Vasalis, en hier en daar lichtte een zonnestraal extra op.

Daarna wilde ik de maaltijd voorbereiden met feta en appel, die ik op voorraad had. Het werd een schotel van rode ui, paprika, courgette, Italiaanse kruiden en, in plaats van olijven, appelschijven. Een kwartier in de oven op 200 graden en daarna de feta in stukken er bovenop en nog eens tien minuten. Het bleek een dijk van een combinatie te zijn.. Een beetje van een recept en een beetje van mezelf. Heerlijk hoeft niet lang te duren.

Overpeinzingen

Een veilige plek

Ik vermoed dat de Aalmoezenier, de Guido en de Rea voor me stonden toen ik in mijn bruine uniformpje met de bijpassende kalot mijn wijs-en middelvinger opstak en eerbiedig en oprecht zwoer trouw te zijn aan de kabouterwet, daarbij sprak ik plechtig de woorden: 

(Nederland rond 1959) ‘Ik zal mijn best doen een echte kabouter te zijn,
iedereen te helpen waar ik kan, vooral thuis’.

Dat ik heel serieus was, weet ik nog goed. Het was mijn eerste eed en het voelde als eindelijk volwaardig zijn. Ik denk dat ik zeven of acht jaar was. Een echte eed. Daar moest je wel trouw aan blijven. Ik werkte hard bij de kabouters, deed vol overgave mee aan alles wat de Rea verzonnen had. Achteraf was het een deel van mijn leerschool als het om de omgang met kinderen gaat. Kinderen voor vol aanzien, ze in hun waarde laten, ze prijzen en wijzen op hun kwaliteiten. Was het omdat ik met mijn onzekerheid daarom werd uitverkoren tot hoofdkabouter van een volkje? De volkjes bestonden uit zes meisjes onder leiding van een hoofdkabouter en een hulpkabouter. Ik kreeg twee gele ringen op de bovenarm van mijn bloes genaaid en groeide daar twee meter door. 

We kwamen iedere zaterdagmiddag bij elkaar in een blokhut achter de Monicakerk, die gebouwd was op de kruising van de Oude Noord en de Herenweg in Utrecht. Daarbij moest je langs de imposante pastorie. Alleen dat gaf al een rijk gevoel. Je hoorde erbij, je deed er toe, je was een van de insiders. Rea was zachtaardig en lief. Ze leidde met zachte hand en zo deden wij, hoofdkabouters, dat ook in onze volkjes. Wij knutselden veel, waren te vinden in de tuin achter de hut in de natuur, deden zang-en dansspelletjes. De aalmoezenier kwam langs in zijn lange bruine habijt met de puntmuts achter op en een koord om zijn middel. Hij sprak met een zachte -g-, want hij kwam oorspronkelijk uit Limburg. Guido was de leidster van de Gidsen die na de kabouters hun middag hadden. 

Er werd tijdens een kamp, die een week duurde, ergens bij een boer in Brabant, veel toneel gespeeld. Het hele kamp was één grote belevenis, net zoals de projecten en kampen die later op school werden georganiseerd. Een van de verhalen, die van Knikkertje Lik, was absoluut een van de spannendste en is me altijd bijgebleven. Er was een scène, waarbij er allemaal bekers klaar stonden op een tafel met warme chocolademelk. Dat was al bijzonder. Je mocht er een pakken. Ik nam de volste, niet erg aardig maar geboren uit de stelregel van een kind uit een groot gezin, ‘Pakken, voor de ander het pakt’. Het bleek dat de beker het volst was, omdat daar een steen met een briefje, met plastic eromheen, in zat. Dat was een gedichtje met een raadsel erin. Met dat briefje gingen we op pad als soldaten van de koning, met een zelfgevouwen krantenhoedje op het hoofd en een stok in je hand. Onverschrokken en niet bang. Het was er vertrouwd en we waren vriendinnen van elkaar. Je kon er naar hartelust jezelf zijn, een veilige plek.

Overpeinzingen

Eerst zien en dan geloven

Wat ons nou toch overkwam gisteren. Op de eerste plaats vond Lief op zijn gebruikelijke ochtendwandeling een dode wit/grijze rat. Dat is op zich niet vreemd, want er worden links en rechts van ons kippen gehouden en de beestjes komen op het voer af. De rat was overduidelijk door een vogel te grazen genomen. Er vloog een gaai op, maar die was bijna net zo groot als het dode dier. Die kon het niet zijn geweest.

Ik wilde met koek en zopie naar de Datsja en Lief besloot eerst het diertje uit de weg te ruimen. Hij wilde hem naar het open veld brengen. Ineens was er een gekrakeel van jewelste boven zijn hoofd en er zaten zeker drie buizerds die misbaar aan het maken waren. Ging die onverlaat er nu met hun prooi vandoor? Op zijn hoede stapte hij voort en dropte de vermeende prooi over de wal heen. Dan konden ze het daar gaan zoeken. Wij vermoeden dat het een ‘gezin’ is en deze drie de jongen zijn, die wat onhandig foerageren in de buurt van de Datsja, waardoor ze al vaker gespot zijn. Het zou een reden kunnen zijn voor de andere vogels om weg te blijven. Normaliter doen de wielewalen in deze tijd zich tegoed aan de overdadige vijgenoogst, maar ze hebben zich nog niet laten zien of horen. Alles zwijgt tot en met de tortels toe en dat is opmerkelijk.

Terwijl Lief het prieel aan het opschonen was, scheerde er nog een buizerd over het huis. Ze zijn imposant met hun grote spanwijdte van vleugels.

De druif is aardig gekortwiekt en nu is goed te zien hoe prachtig de oude druiventronken zich verhouden tot elkaar als een grillig vlechtwerk van moeder natuur. Langzaamaan wordt de Hof voorbereid op de winter. Het bladerentapijt wordt allengs dikker, waar nodig is wordt gesnoeid en de bollen zitten in de grond.

Het werd al met al een gure dag met een koude wind. We konden nog wel thee drinken op de veranda van de Datsja met de appelflapjes van gisteren erbij, maar al om vier uur trok het venijnig koud op. Trek in een hele warme soep, dus weer dwars door de koelkast heen en met de anderhalve courgette, doperwtjes, uien, knoflook en de laatste drie aardappelen een soepje getrokken met wat Italiaanse kruiden en een bouillonblokje. Heerlijk.

We vorderen gestaag in het boek van Judith Fanto: ‘Narcis’. Door het voorlezen en met het enige gehoor, mijn Lief, is het net of we elke avond naar een spannende film zitten te kijken. Fanto schrijft heerlijk beeldend, de dertiger jaren in het Oostenrijkse Wenen van de vorige eeuw met de daarbijbehorende oorlogsdreiging, met een vriendschap daar doorheen geweven van mensen met ieder hun eigen ideeën over die ontwikkelingen, wat een extra geladenheid geeft aan het geheel. Knap gedaan om de aandacht zo vast te houden.

Na de herfstweek met de kinderen gaan we vier dagen naar een hotel in Brussel centrum. Dan hebben we nog een paar fijne dagen samen, waarna Lief weer terug gaat naar de Hof en ik door naar Nederland. In December komt hij dan weer over. Dat overleven we nog net.

De zon schijnt uitbundig in het stralende blauw. Het warmt snel op. Volgende week wordt het weer 18 graden. Eerst zien en dan geloven.

Overpeinzingen

Avontuur genoeg

Het is kinderboekenweek. Het thema is ‘Vol Avontuur’. Tijdens dit soort hoogtepunten van het jaar vind ik het altijd jammer om geen groep te hebben. Zo’n thema maakt het dubbel uitdagend om aan de slag te gaan. Bij Jaapleest.nl wordt het boek Oskar en ik van Maria Parr aangeprezen, als bewijs dat er heel veel avontuur in en rondom het huis te vinden is. Het doet me denken aan de tijd dat we op kamp gingen. Doorgaans in de maand september. Daarbij werd steevast het projectverhaal gespeeld en verder uitgediept door ons en de ouders. Dat was op zich al spannend genoeg.

Er waren perioden met heel veel toeters en bellen om een decor te maken, maar er was ook een tijd dat we het bos zelf als decor gebruikten en dan blijkt dat je, heel simpel, met één bomenlaantje al een heel spannend avontuur kan beleven, door bij iedere derde boom of zo een opdracht te geven, of iets kleins te laten gebeuren. Tijdens de tocht werden we altijd weer geboeid door de kinderen zelf die vol vuur met het verhaal aan de haal gingen en er hun eigen grote avontuur van maakten. Voor ieder verschillend, afhankelijk van het inlevingsvermogen.

Het allerleukste is natuurlijk om je eigen avontuur te verzinnen. Wat vind jij spannend, hoe zie je dat voor je, wie kom je tegen, hoe loopt dat af. Kinderen zijn er meester in en hoe jonger hoe onbevangener. De wereld kan niet vol genoeg zitten met die plotselinge wendingen en verhalen op je pad.

In deze tijd mis ik natuurlijk ook mijn werk van nog niet zo lang geleden. Het recenseren van jeugdboeken voor het blad Mensenkinderen. Met ons redactieteam heerlijk brainstormen over de nieuwe items, boeken die over het thema gaan, alles wat niet gemist mag worden. Gelukkig zijn mijn kinderen volop met de kleinkinderen in de weer met boeken en kan ik af en toe uitpakken met een van die ‘klassiekers’ zoals het nieuwste boek ‘Krekel’ van Annet Schaap, die je als aanvulling met een gerust hart kan aanschaffen net als haar eerste boek ‘Lampje’. Een en al avontuur, deze nieuwbakken klassiekers.

Hier op de Hof hebben we zo onze eigen avonturen. Gisteren tijdens de brunch liep er een kleine Heidewitvlakvlinder over de tafel. Dat heb ik, met een foto erbij, natuurlijk opgezocht. Het was zo grappig om het beestje zijn acrobatische toeren te zien verrichten terwijl hij alle voorwerpen aan het verkennen was. Een afbeelding van het beestje liet een vrij stoere nachtuil zien met een kop vol ‘manen’ in dezelfde bruine kleur als de leeuw. Indrukwekkend. Ook als rups met al zijn wolligheid.

Lief was de bollen in de grond aan het stoppen en ondertussen droomden we het voorjaar in de Hof bij elkaar. Een waterval aan boshyacinthen, anemonen, irissen, Siberische tulpen, sneeuwklokjes die zich natuurlijk als een kleed van tere vrolijkheid zou uitspreiden. En met hun komst de Flower Fairies van Cicely Mary Barker. Dat kan niet anders.

Uit de grond die klaargemaakt werd voor de bollen kwam het oude puin naar boven, die de slopers van de grote paardenstallen overal hadden achtergelaten toen Lief het huis pas in zijn bezit had. Enorme bakkeien en stapstenen. Opnieuw een stukje geschiedenis dat was gaan leven in zijn hoofd. Zo is immers de hele Hof ontstaan, door het puin stukje bij beetje eigenhandig op te graven en te hergebruiken waar mogelijk om daarna een boom te kunnen planten en voort te borduren op de kleine verwaarloosde boomgaard die er lag.

De snel in elkaar geflanste bladerdeeg-appel/vijg baksels bij de thee maakten luilekkerland op de veranda van de Datsja met uitzicht op de bosnimf en haar zonnige bos. Terwijl ik terugliep naar huis pakte de hemel zich in donkere grijsblauw tinten samen. Avontuur genoeg.

Overpeinzingen

Mijn dagelijkse voeding

Een van de schrijfingangen van een tijdje terug had als thema: ‘Waar je geen genoeg van krijgt’. Er stonden wat voorbeelden bij van allerhande snoepgoed, gekke luchtjes, bezigheden. Vooraf laat ik er mijn gedachten op los. Chocola met advocaat kwam voorbij, patat met veel mayonaise, patchouli, de kinderen op school, mijn eigen schatjes, mijn grote liefde. Maar dat was niet wat ik zocht. De chocoladerepen en de patat waren een bevlieging en van voorbijgaande aard, de andere elementen had ik allang in mijn hart gesloten. Nee, er was iets wat er met kop en schouders boven uitstak. Bij de eerste aanslag op de Ipad, gingen de vingers los. Dit was het resultaat.

Taal, taal in al haar vormen. Geschreven, gesproken, gedrukt, gedacht. Gedicht, verhaald, gezongen, getekend, uitgebeeld, voorgelezen, voorgedragen. Taal in haar meest intense aanwezigheid. Een lettervreter, een woordenhapper, als er maar wat te lezen valt. Boeken, tijdschriften, artikelen, internetnieuwtjes, luisteren naar kritische stukken en schrijven, mijn hele ziel en zaligheid uitschrijven voor wie het lezen wil. Dit hier bijvoorbeeld. Voor de kinderen, voor later en voor mezelf, voor nu, om nog beter te leren verwoorden wat ik voel, om beter te leren schrijven, om het hoofd vol gedachten en ideeën leeg te maken. 

Het is het hoogste goed om te kunnen communiceren, te verbinden. Dat idee heeft zich vooral ontwikkeld toen ik op de afdeling Neurologie werkte in het Academisch ziekenhuis in Leiden. Daar lagen mensen na een hersenbloeding, waaraan sommige een afasie over hadden gehouden. Weten wat je wilt zeggen en het met geen mogelijkheid meer duidelijk weten te maken is een van die aandoeningen die als een gruwel zijn. Woorden die opgesloten blijven zitten in je brein. Hoe je ook probeert ze eruit te gooien. Ze komen eruit als ‘ruhderuhderuh’, zuchten, met grote ogen blijven kijken omdat de ander niet weet wat je bedoelt. Zo machteloos, zo opgesloten, zo naar. Zelfs woorden op papier willen niet lukken. De slagbomen zijn dicht en gaan óf helemaal nooit meer open óf moeizaam op een kier door veel te oefenen. 

Ik schrijf misschien dan ook wel om, als ik dat niet meer kan, toch nog iets te hebben waaraan te refereren valt. Hier ben ik ten voeten uit. Lees mij maar. 

Al van jongs af aan ben ik met taal bezig geweest. Gedichten voordragen op de Ulo, opstellen schrijven, aan de schoolkrant verbonden zijn, verhaaltjes verzinnen in een schriftje, dagboeken vol pennen, boeken verslinden, later Nederlands MO-A en genieten van het middeleeuws en het zeventiende eeuws, de boekdrukkunst, de naturalisten, nog veel meer gedichten. Ostaije, Slauerhof, Achterberg, Kinderboeken en jeugdliteratuur, verslonden heb ik het.

De verhalen tijdens de projecten op school schreef ik uit, of verzon ik samen met mijn lieve collega’s of helemaal zelf, niet voor niets was ‘Het Verhalend Ontwerp’ me zo op het lijf geschreven. Later verhalen maken en voorlezen per video voor de kleinkinderen tijdens de corona-periode en het recenseren van jeugdliteratuur voor het blad Mensenkinderen. Tussendoor de tekendagboeken waar ook handgeschreven een stukje van de dag wordt uitgelicht. Nu het voorlezen aan elkaar en discussiëren over de verschillende onderwerpen, de biografie-club, de boekenbabbel. Handen en voeten proberen te geven aan gedachten middels de mijmeringen en nu deze cursus. Het is een voorrecht om er mee behept te zijn, want taal in haar essentie is mijn dagelijkse voeding.

Overpeinzingen

Het blijft altijd afwachten

Het tuincentrum heet ‘Oázis’. Wat scherts mijn verbazing dat mijn oog door het linker portierraam onmiddellijk valt op de vlinder die daar de bloeiende witte lavendel bezoekt. Een opvallende soort, maar ook nog eens een betamelijk groot exemplaar, de kolibrivlinder. Uitgebreid gaat haar lange roltong tijdens het foerageren in elke kelk die ze ziet, zelfs als ik heel dichtbij kom, blijft ze wapperen met de vleugels. Dankbaar maak ik gebruik van deze gelegenheid om haar op de foto te zetten.

Hier is het een oase aan bloemen en planten. Voor buiten zijn de herfstasters, de violen en de heidesoorten in grote getale aanwezig, van de laatste komen er drie in de kar voor de heidetuin. De bomen laten we voor nu links liggen. We willen naar de bollen. Het blijft dwalen, zelfs hier in dit tuincentrum dat nauwelijks eenderde groot is vergeleken met de tuincentra in Nederland. Er is een afdeling rimram, vinden wij dan, protserige paddestoelen, plastic elven en kabouters, grote kikkers van beton, polyamide bladslingers, een grote pauw, buddhabeelden en beeldjes, nepvogeltjes, halloweenversieringen compleet met spinrag en plastic pompoenen en ga zo maar door.

De bollen liggen in een schap verderop. De enorme tulpen en narcissen exemplaren vooraan, maar als we verder zoeken komen de scilla, de sneeuwklokjes, de kievietsbloemen, de boshyacinthen, de anemonen en de irissen tevoorschijn en springen in ons karretje. Een grote zak gemengd bloemenzaad voor de voedselhof en een mengsel voor de bloementuin. Lief tikt nog een solide bladhark op de kop en na een vriendelijke caissière laden we alles tevreden in Agaath. Mooie foto’s, en mooie vooruitzichten rijker.

Het boek ‘De Narcis’ van Judith Fanto bevalt goed. Dat wil zeggen, ik lees iedere avond een of twee hoofdstukken voor. We zijn getroffen door haar prachtige manier van schrijven, erg op het detail, humoristisch en met kennis van een heleboel onderwerpen en historische feiten. De kern van het verhaal wordt, naarmate we in het boek vorderen, steeds aangrijpender. De eerste barstjes in de vriendschappen ontstaan al, maar op een hele subtiele wijze. Tijdens dat ene sfeervolle uurtje in de vroege avond zitten we allebei volledig in het verhaal en leven met de vriendengroep mee. Het voorlezen is inmiddels een meerwaarde geworden.

Lief is nu in de ochtend de landjes in orde aan het maken, hij noemt ze de ladang, zoals er vaker eigen namen komen voor hele delen van de tuin. Het filosofenpad loopt in een keer van voor naar achter in het bos en nu de bomen hun blad verliezen kan je zelfs nog verder naar achteren toe kijken. Al mijmerend over alles wandel je er overheen, langs wat objecten die de natuur zelf kunstig heeft opgeworpen met hier en daar een object door Lief toegevoegd. Oude houten Afrikaanse beelden bijvoorbeeld op of aan een stam. Met straks dan sneeuwklokjes en boshyacinthen onder het uitbottende groen. Daar droom ik graag over, al dan niet wandelend. We gaan eens even een paar geschikte ladangs uitzoeken. En dan maar hopen dat het aanslaat. Het blijft altijd afwachten.

Overpeinzingen

Ook dat maakt de wereld een stukje mooier

Het wordt toch een echte herfstweek. Gisteren zag ik de buurvrouw al houtblokken uit de stapel naast het huis trekken. Er is een toom ganzen neergestreken in de tuin van de buurman, of heeft hij ze gekocht. Ze snateren zich door het gras. Dat hadden we nog niet eerder gezien.

We gaan naar het tuincentrum in Pécs om bollen te kopen. Lief heeft een aantal perken of grondjes vrijgemaakt, dus ze kunnen er zo in. Een aantal bollen bij het beeld op de Olympus en de rest in de drie grondjes op de citadel. We gaan voor de stinzenplanten, de boshyacinthen en de sneeuwklokjes en kopen zaden van inheemse planten die nu in het najaar te zaaien zijn, waaronder de daslook, het vergeet-me-nietje, het grasklokje, de zonnehoed, de klaproos en de papaver.

Via de proeftuin van Anke Riesenkamp, omdat we toch altijd naar nieuwe inspiratie en andere proeftuinen of voedselbossen speuren, kom ik terecht bij de Dorodango, het zijn modderballetjes, die gedraaid worden van grof gezeefde grond die daarna met fijn gezeefd zand glanzend worden gemaakt. Ik zocht er naar, omdat ik aanvankelijk dacht dat het zaadballen waren, maar dat is het dus niet. Het is een Japanse kunstvorm en het uitgangspunt spreekt me aan, want het was in Japan een bezigheid voor kleine kinderen op school.

Professor Fumio Kayo bezocht een ‘nurseryschool’ in Kyoto in 1990, waar kinderen en zelfs leraren deze ballen van klei aan het maken waren. In een notendop leer je een flinke dosis geduld te hebben, je doorzettingsvermogen te sterken en te leren van je fouten. Mooie eigenschappen voor kinderen om zich eigen te maken. De techniek door Kayo geïntroduceerd bij groter publiek, viel in de smaak en werd vervolmaakt tot een kunstvorm ‘Hikaru Dorodango’, door de kleiballen na het uitharden met verfijnd zand te polijsten.

Kleien in de lek, de vlasbek, de abutilon en de toom ganzen

Geen zaadballetjes dus, wel mooie objecten. Het lijkt me enig, omdat eens uit te proberen met een hele groep kinderen. Een aantal jaren geleden waren vriendinlief en ik aan het spelen met rivierklei in de uiterwaarden van de Lek. Het was een heerlijke bezigheid. Er stond een harde wind, er was voortdurende beweging in het water. Onze haren wapperden in ons gezicht, alles was zon, wind, wolken en water. Klei uit de rivier opgediept en boetseren maar. Soms ronde vormen, soms om het even wat het worden zou, het gaf zo veel voldoening om letterlijk een met de natuur te zijn. Het is een prachtige herinnering en heeft natuurlijk ook niets met zaadballetjes te maken en heel in de verte misschien iets met de Dorodango.

Met dat in mijn achterhoofd, één zijn met de natuur, gaan we naar dat grote tuincentrum aan de rand van de stad en zullen eens kijken of ze ook die inheemse soorten hebben, waarmee wij zo graag onze andere inheemse kruiden en planten, die nu vanzelf opkomen in de voedselhof, aan te zouden willen vullen en uitbreiden.

Een leuk alternatief voor de vindstenen en vindschelpen die je als vriendelijke groet achterlaat voor wie het maar vindt, zijn de zelfgemaakte zaadbommetjes, die je overal waar maar grond te vinden is, kunt lanceren. Bloemenvelden toveren, hoe leuk is dat. Ook dat maakt de wereld een stukje mooier

Overpeinzingen

Ik teken ervoor

Gisteren was het een dag van de bijzondere ontmoetingen. Ik liep naar de Utvar om de crackerkruimels uit de broodtrommel voor de mussen te strooien, toen ik nog net op tijd een juveniel slangetje weg zag glijden. We waren verheugd. Na onze vondst van vader of moeder slang in de caravan van ruim een meter twee jaar geleden en de grote esculaapslang in het bos had ik ze niet meer gezien. Dit was een teken aan de wand dat er veel meer zullen zijn en dat de Hof nog altijd garant staat voor een zeer divers leven.

Na de brunch was het atelier aan de beurt. Ik liep het pad af en het trapje op en daar zag ik een keutel op de mat liggen. Een hard en langwerpig drolletje. Peinzend haalde ik de stoelkussens en de schapenvachten te voorschijn en vestigde me op de veranda in de grote witte rotan stoelen om eens te bekijken wie er dit keer bij wijze van spreke ‘Op mijn kop gepoept had’. (ken Uw klassiekers).

Peinzend keek ik af en toe op om eens goed na te denken over vorm, consistentie en kleur, toen er plotseling een roofvogel op ooghoogte voor de bomenrij tegenover de veranda wegvloog, zo op het eerste gezicht qua kleur een buizerd. Zo dichtbij, ik had hem bijna kunnen aanraken of hij mij. We hebben er al langer een in de bomen op de Hof gezien, maar hij is ons telkens te snel af voor een foto. Heel bijzonder, want zo dichtbij zag ik hem nooit.

Bij een wandeling naar het achterbos kwamen we nog twee keer van dergelijke keutels tegen. Bij de thee analyseerden we dat het waarschijnlijk van een egel zou kunnen zijn, al dacht ik eerst dat het niet mogelijk was vanwege het trappetje dat hij dan had moeten beklimmen. Het blijkt dat ze over een groot territorium beschikken en heel goed kunnen klimmen. Dan zou het kunnen. Drie leuke ontdekkingen tilt de dag een eindje op.

De opdracht voor vandaag zorgde ervoor dat ik in de wereld van de Bumperstickers werd gezogen. Nooit, maar echt nooit, zelfs het woord zelf niet, is iets dergelijks in mijn gedachten komen rondzingen. Ik las even daarna de column van Lidewij Edelkoort. ‘the Future is Handmade’. Ze schrijft over Birgitta de Vos. Zij is een vriendin en een creatief talent die uitgroeide tot een succesvol en vernieuwend ondernemer met een reeks voortdurende successen. Dat zorgde na 15 jaar ervoor, dat ze zich afkeerde van de marketing. Ze stapte er uit en ging sabbatical waarmee ze gehoor gaf aan haar innerlijke zelf. Ze ging terug naar minimalisme en natuurlijke stoffen en besloot te kiezen voor het leven en de liefde en de vrijheid om te gaan waar de wind haar naar toe zou voeren. Ze maakte fotografische reizen naar India en Afrika, die gebundeld werden tot een boek: ‘Out of Fashion/The New Fashion en ging ‘handgemaakte iconische boeken maken.’ Er volgden meer publicaties. All InNothing/Nothing In All is haar meest radicale boek tot nu toe, dat draait om principes met het oog op minder doen om meer te worden – een pelgrimstocht waarbij papier het conceptuele materiaal van expressie wordt’.

Dat zou een mooie bumpersticker zijn: ‘Minder doen om meer te worden‘.

Ik teken ervoor.

Overpeinzingen

Lieflijk als de nachtegaal

‘Er kan er maar één de liefste zijn.’ Dat zeiden ze vroeger altijd. Met elf kinderen thuis begreep ik de uitspraak maar snappen deed ik het niet. Mijn vader had duidelijke lievelingetjes en daar hoorde ik niet bij. Of was hij altijd zo boos omdat we juist de lievelingetjes waren en hij wilde dat we het goed deden. Ik weet het niet. Wat wel zeker is: Van mensen heb ik teveel lievelingetjes en om met Annie. M. G. Schmidt te spreken, die zijn me allen even lief. (uit: De zeven beren van mijn vader’).

Nee, in eerste instantie gingen mijn gedachten uit naar de poezenelletjes die we hebben gehad. Coco, Vledder en Nemo samen, en Pluis, die allerliefste Pluis. Maar daar wilde ik het niet over hebben, want er is nog iets waardoor er een grote vreugde door mijn aderen stroomde en dat was het geluid van een nietig bruin vogeltje. 

Jaren geleden hoorde ik het voor het eerst, of misschien werd ik er toen pas opmerkelijk op gemaakt. Het was een heerlijke zonnige zinderende ochtend. Ik zat met een kop oploskoffie op de hoogste tree van het trappetje naar ons logeerverblijf, de kelder van de grote verbouwde zijdefabriek in Ambroix, een riant verblijf met pigeonnier, waar vriendin woonde en doorgaans in de kamers en het terras boven vertoefde. Als ik op dat plekje zat, keek ik uit op de zonnige gele tegels en de enorme tuin, een landgoed eigenlijk, naast de rivier. Van over de rivier, waar nog meer bossen glooiden tegen de heuvels, klonk het gezang van een vogel. ‘Het is de nachtegaal’ wist vriend. ‘In het Frans ‘Le Rossignol’. Beide woorden dekten de lading, want ze klonken in mijn oren zo melodieus als die wonderschone zang zelf, mooier nog dan de merel of de lijster. Ieder jaar dat we een week daar naar toe gingen, wachtte ik op de eerste tonen ervan en nooit werd ik teleurgesteld. 

Toen ik met mijn lief jaren later voor het eerst de Hof in Hongarije bezocht en hij me trots de Datsja toonde, waar ik mijn atelier kon maken, was ik in de wolken. We toverden het alras om tot een sfeervolle en fijne plek, sleepten twee oude rieten stoelen naar de veranda en zochten er een schapevelletje bij die ook op zolder had gelegen. Ik had uitzicht op ons bos.  Daar zat ik te werken met het raam open, toen ik plotsklaps een wonderschoon gezang hoorde, vlak boven mijn hoofd. Het waren de nachtegalen. Niet één, maar meer. Een van hen begon met zingen en de anderen gaven antwoord. Hun klanken waren buigzaam als de halmen van het wuivende riet op het achterland. Ze zongen van ‘s morgens heel vroeg tot in de middag, dan werd het stil en om vier uur begon het concert weer tot in de avond. Zo adembenemend prachtig, dat ik niet anders kon doen dan zitten en luisteren naar die kleine bruine vogeltjes, waar ik af en toe een glimp van op mocht vangen in die boom boven ons hoofd.

En bijna elk jaar zijn ze er weer en jubelen hun blijdschap om het weerzien en klinken ze ons verlangen in, om, als we niet hier zijn, te wensen dat we daar waren. Niets is zo lieflijk als de nachtegaal

Overpeinzingen

De vervoering van de kinderen

Ik las net in de boekenrubriek van het NRC dat Thomas de Veen zich afvraagt hoe we de verbitterde geest weer in de fles kunnen krijgen. Stel je voor dat er een Aladin is die dat voor je kan bewerkstelligen. Na het debat van gisteren zou ik er onmiddellijk gebruik van maken. Niet de geest in de fles, maar alle demonen van het kwaad graag en anders nemen we de Hasselbramen uit het Hasselbramenbos van Pluk en onze befaamde Annie M.G. Schmidt, zodat iedereen weer gaat touwtje springen, tollen, steppen, flierefluiten, kaatseballen, krijgertje spelen of bokkie Pié met z’n allen, zodat ze alles wat kwalijk is, vergeten zijn. Dromen van vergetelheid helpen een beetje, maar als ik dan in de ochtend wat dingen lees, zakt me de moed nog meer in de schoenen.

De Datsja, geen Hasselbraam te vinden.

Klein berichtje. Hans Rijkhof, oud-eigenaar van drogisterij Woortman op de Neude, is afgelopen vrijdag overleden. Voor Utrechters was hij een begrip. We zijn er allemaal wel eens aan de hand van vader of moeder binnengelopen, om kamfer te halen of talkpoeder, uierzalf of haarlemmerolie. Hij stond ruim vijftig jaar lang in zijn witte jas in de winkel. Aan het interieur was al die tijd niets veranderd. De tijd had er stil gestaan. Toen hij vorig jaar ziek werd, was er niemand die de iconische drogisterij zou overnemen en na 174 jaar sloot de winkeldeur zich voorgoed en daarmee ook een hoofdstuk uit het verleden.

De bioclub kwam vanmorgen bij elkaar. We hebben afgesproken om niet meer te gaan zoomen. Het is niet goed verstaanbaar en ook te onrustig, omdat een gesprek opgang komt waaraan het moeilijk deelnemen is. Wel heb ik een brief gestuurd met mijn bevindingen, waarbij ik aangaf vooral in het boek te missen hoe de dames het voor elkaar kregen om én een gezin te hebben, kinderen te krijgen, Elizabeth Anscombe had er zeven, les te geven, te blijven studeren en filosie-lezingen te houden, boeken te schrijven en nachten door te halen. Daarnaast verzette ze bergen werken voor de filosoof Wittgenstein. Hoe dan, vroeg ik me af.

Toen ik twee dochters had en zwanger was van de tweeling zat ik in het laatste jaar van MOA Nederlands. Ik studeerde ‘s nachts en het gebeurde meer dan eens dat ik dan de tijd vergat en in de vroege ochtend nog snel een hazenslaapje kon doen alvorens het gewone leven weer een wending nam. Maar bij deze vrouwen was de keuze voor het leven.

Ik hoor het de volgende keer. De biografie die nu uitgekozen werd, is die van De Machineman, de tijden van Eise Eisinga door Sandra Langereis. Eise was een amateur astronoom en bouwer van het planetarium in Franeker, dat in 2023 aan de Unesco-Werelderfgoedlijst werd toegevoegd. Geen lichte kost stel ik me zo voor. Wel weer leuk om te bezoeken. Het komt op de lijst.

Met de beide dochters hebben we viltpakketten aangeschaft. In November gaan we een weekend naar Staphorst en dan zorgen we altijd voor wat huisnijverheid, zo heb ik ze voor twee jaar terug leren etsen in tetra en wordt het nu wolvilten. Ik koos voor een muisje, zodat Piep gezelschap heeft onderweg, als ik en route ben.

Op FB zie ik een filmpje van mijn lieve vriendin in zinnige zaken, waarin de 84 jarige Tamahara Nagata uit Tokyo te zien is. Hij is een verhalenverteller en hij heeft een concept bedacht om eerst met twee kleppende houtstaven door het buurtje te wandelen om vervolgens, als de rattenvanger van Hamelen kinderen uit de buurt op zich toe te zien snellen, die hij allemaal voorziet van een zelf samengestelde lollie waarop de voorstelling kan beginnen. Een verhalenverteller met op zijn kar een Kamishibai. Het is te vinden op Street Storytellers[Kamishibai} op YouTube. De kinderen kijken ademloos toe. Prachtig om te zien en dan in het bijzonder de vervoering van de kinderen.

Overpeinzingen

Wat een luxe

Door een van mijn inspiratiebronnen vond ik uit dat je tortilla-wraps ook kon frituren. Bakken wist ik wel en enchilada kende ik ook, maar aan frituren had ik nooit gedacht en zou ik ook niet verzinnen als ik het niet had gezien. Ook leuk voor het voorjaar. Gefrituurde vlierbloesem. Leuk om te weten, al die nouveauté’s. Ik krijg bijna weer zin in een periode zoals de 80 dagen om de wereld in gerechten, of een ‘Dwars-door-de-koelkast’-cyclus.

Maar gisteren maakte ik een lekker prutje bonen en bakte de overgebleven drie wraps een voor een in een laagje olie. Wat een grappig proces is dat. Net als de Indiase Chapati zwellen ze op. Als de olie goed op temperatuur is krijgen ze binnen een paar seconde een fantastische bruine kleur. Knapperig en heerlijk was onze unanieme mening. Daar gaan we meer mee doen.

Dochterlief aan de lijn. Ze zitten een week in de caravan op een camping in de buurt van Amelisweerd en vieren nog even het leven. De kinderen gaan wel gewoon naar school en zij naar hun werk, maar daar tussenin is het ineens weer een beetje vakantie. Na deze week gaat het schatje de winterstalling in om er pas volgend voorjaar weer uit te komen. Sinds ze 7 maanden en route zijn geweest, missen ze dat leven samen op die paar kleine meters. Je raakt zo op elkaar ingesteld. In huis kan je je wel eens verliezen.

Ondertussen denk ik na over het vervolg als zoonlief en schone dochter iets gevonden hebben om te kunnen wonen. Ik ben er de helft van het jaar niet, maar wil toch een eigen stek. Niet te groot en ruim genoeg voor ons tweeën. Een klein huisje in de natuur is onze grootste, waarschijnlijk, onvervulbare wens, denken wij al op voorhand. Een en ander moet financieel natuurlijk wel op te brengen zijn, ook in je eentje. Daar zijn we realistisch genoeg in. Een mooi en betaalbaar appartement zou zeker kunnen lukken. Ik gooi hier vast een balletje op. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.

Ik zit in de keuken op mijn vertrouwde plekje bij het raam. De was draait. Buiten sluipt de herfst op rasse schreden naderbij, al hadden ze ons eerst nog twee weken warmte beloofd. Die voorspellingen zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Als de bladeren gaan vallen gaat het hard. Boven de druif torenen de fluweelbomen met hun grote prachtige parasol vol in de vlammende herfsttinten. Je zou er mee willen verven, maar het sap kan bij mensen met een cashew-allergie een reactie veroorzaken.

Met het voorlezen van iedere avond gaan we gewoon door. Ik vind het heerlijk om te doen en Lief luistert bedachtzaam. Bovendien gaat het boek nog veel meer tot de verbeelding spreken. We lezen het boek Narcis van Judith Fanto. We dwalen met de hoofdpersoon mee door het huis van zijn benepen tante en leren een deel van Wenen van dichtbij kennen, zien de kroeg op de hoek, de Paulanerkerk en haar verval, de engelenbron, de lantaarns en alles wat tot in detail humoristisch en helder beschreven wordt. Een heerlijk boek tot zoverre. Wenen staat op het verlanglijstje. Misschien wel met dit boek in de hand.

Het hotel in Regensburg is geboekt. Nog drie weken en dan zien we ze allemaal tegelijk. Wat een luxe.