Uncategorized

De combinatie bleek onsterfelijk

Ellie Schmitz schreef in haar blog over de Sacramentsprocessie. Dat wandelt al weer een aantal dagen met mij mee en steeds weer krijg ik een flashback van het begin van de jaren tachtig. We gingen in de vakantie naar Hombourg. Een dorpje in Wallonië, waar een groot huis van de Paters uit Limburg als onderkomen diende voor ons met dochter, hond lazy en familie en vrienden van de Oude. Bij elkaar waren we met zo’n 20 mensen en dochterlief was tot dan toe het enige kleintje.

lazy in hombourgLazy in Hombourg

Het was een bijzonder samengeraapt stel van zeer uiteenlopend pluimage. We waren jong, creatief, ondernemend en hielden wel van een gebbetje. De wijn en het eten hadden een bourgondisch niveau bereikt, de maaikersen vielen als rijpe appelen van de takken in de boomgaard en het leven bestond uit picknicken, kampvuren aanleggen, lange wandelingen door bos en beemd en strooptochten op de vuilnisbelt een dorpje verder op. Het leven lachte.

hombourgVrije expressie te over.

Op een van die verstilde zondagmiddagen hadden we het plan opgevat om rond de berg te trekken en zo weer uit te komen bij onze residentie. Daarvoor moesten we een deel door het dorp met een paar kroegen en een kerk, een kinderspeeltuin bestaande uit een schommel en een wipkip. Verder herbergde de hoofdstraat een bakker en een winkel van Sinkel, waar alles te koop was, maar vooral diende om het Frans te oefenen. ‘Wat is aansteker ook al weer…’De mevrouw achter de toonbank keek dwars door ons heen. ‘En gist, wat is gist dan’. Ze keek omhoog en weg, maar gaf geen antwoord en wachtte tot wij met iets kwamen wat er op leek om dan haar schouders op te halen en ons verder te laten soebatten. Nee, heel coöperatief was men in het dorp niet als het op Hollanders aankwam. Plus léger en levure leerden we, doordat er altijd wel iemand bij zat, die het licht had gezien tijdens de Franse lessen op school.

Er was een samenloop in het dorp. Bewoners liepen uit, kinderen stonden langs de kant met opgewonden snoetjes en zwaaiden met hosanna takken. Hier liepen de priester en zijn engelen in de mottige gewaden van weleer met kransen om het hoofd en het groen in hun hand, terwijl de wierookwalm bij vlagen onze neusgaten bereikten. Nostalgie vermengde zich met rebellie, waar het opgelegde verleden weer boven kwam drijven. Schamperende opmerkingen tot uitlachen toe, waar de plaatselijke historie en Folklore als een in ere gehouden levend bewijs langs ons liep. Vooral de engel met de mottige vleugels moest het ontzien. Wat een gotspe, deze poppenkast, vonden sommige van ons.

Barokke monstrans uit 1773, St-Gerlachuskerk, Houthem

Ik was, diep van binnen, geroerd. Hier liep mijn verleden in volle glorie, herinneringen werden aangeraakt. De communiejurk met de grote kraag van tule en kant door ons alle vier gedragen, de opwinding en trots, zo klein als ik was, om in de buurt te mogen lopen van het Heilige der Heilige. De Monstrans, die de priester met zich meedroeg, blikkerde goudglanzend in de zon. Ik wist mijn broers als misdienaars in de buurt. Wat hadden we veel toeschouwers. Er werden vast en zeker psalmen gezongen, maar die ebden samen met de betekenis weg boven mijn hoofd. Wat bleef waren de mooie melodieuze klanken, die dribbelvoeten plechtig droegen en het gevoel er toe te behoren.

Ik ontwaakte uit het verleden toen de groep aanstalten maakte om verder te trekken. De hele week hadden we pret om de mottige vleugels, die bij ieder woordgrap om de hoek kwamen kijken. Het werd een top vakantie, waaraan het Vermeende Rijke Roomse Leven bijdroeg omdat schandalen regelrecht in het Heilige der Heilige besloten bleven, tot de beerput decennia later open ging. Hombourg en de vreemde vogels verdwenen nimmer meer uit de gedachte. De combinatie bleek onsterfelijk.

 

Uncategorized

Avontuur voor het leven

Luid toeterend trekken de bussen op. De kakofonie aan geluiden van de achterblijvers trekken een muur van geluid op in de straat, tot aan het raam van mijn slaapkamer toe, tweehoog van de maisonnette. In een oogwenk neemt de ruis af en raast het autoverkeer weer in een lint achter de twee bussen aan, die hen het doorrijden belemmerd hadden. Ouders haasten zich naar huis, groep-achters die mee stonden te joelen en te juichen zijn in het niets opgelost achter de bomenrij en peuters in buggy’s krijsen niet langer. Alsof er een groot vlakgom over het plaatje heen is geschoven. Wat naar school moest, richting park, wat naar huis ging, richting woonwijk en de stilte keert weer.

School gaat op kamp. Even daarvoor. Zenuwachtig roepende kinderen, rugzakjes met proviand, begeleiders, oma’s en opa’s, vaders en moeders en opgewonden kinderschaar. Joelend, duwend, trekkend, de uitdaging van het vreemde. Spanning is voelbaar en mijn blik stijgt van het plaatje op de grond mee met het gejoel de lucht in en droomt weg. De Overkant, die nooit op schoolreis ging maar op kamp. De onderbouw een dag, de midden-en bovenbouw een halve of hele week ooit, later ieder de helft.

005Liesje Herfstbriesje

We schrijven een willekeurig begin van een schooljaar in de goede oude tijd. Vier weken lang was er in de onderbouw een spannend verhaal opgevoerd. De diepvriesdames van Annie M. G., het Schaduwrijk, het land van Kijk-je-Rijk met de zuchtende koning en zijn verdwenen dukaten, Kwasiba, over een Afrikaans meisje, het Sprookjesboek en alle verdwenen hoofdpersonen  los in het bos, de avonturen van Liesje Herfstbriesje, de avonturen met de hoofdfiguren uit ZieZo, Dikkertje Dap en de Spin Sebastiaan, juffrouw Helderder en Aagje, Mol en de sleutel van de schatkist, Pollonia de heks.

De ultieme climax, de onthulling van een spannend avontuur vond plaats op het ‘kamp’. Daar kwam alles weer op zijn pootjes terecht, maar alleen met behulp van de kinderen. Die waren de sleutel tot de oplossing van welk probleem dan ook. We deinsden er niet voor terug om het bos een ware metamorfose te laten ondergaan, compleet met natuurveranderingen. In een mum van tijd waren we in een landschap van ijs en sneeuw, in het oerwoud of onder water. Lagen er draken of nijlpaarden in het bos, zat de giraffe van Dikkertje dap in de boom en dorst niet meer naar beneden, veranderde de bosweg in het Afrikaanse landschap waar Kwasiba water moest halen, regeerde het afval in het land van Kijk-je-Rijk en viel er totale duisternis in het Schaduwrijk.

Er was niet voor niets bewust gekozen voor het begin van het schooljaar, waar de groepen nog aan het zoeken waren naar de groepsdynamiek en de kinderen elkaar leerden kennen in de probleemstellingen als het op samenwerken aan kwam door een lijn te trekken, door het omgaan met verschillen, als elkaars kwaliteiten duidelijk werden. Er was drama, muziek, dans en hele verkleedpartijen, spel en beeldend, catering in het thema, kluiven bij oer, gifgroene soep als heksenbrouwsel, Afrikaanse pannenkoekjes en eten met de vingers. Maar bovenal was er de beleving en de spanning, de ontlading en de opluchting, het feest aan het eind van het avontuur, hoofse of hossende dansen en gegiebel.

Terug in de auto’s van meedenkende ouders en heel veel helpende handen en de blik op een onvergetelijke dag was de dankbaarheid navenant. Wat een top ervaring. Geen onvertogen woord, (bijna)altijd mooi weer omdat de zon gebeld was en een prachtig einde aan het heerlijke ontdekken van de weken er voor. De kroon op het werk. De onderbouwkampen waren een afspiegeling van de grote kampen in de latere bouwen en volgden hetzelfde concept.

Kant en klare pretparken en dierentuinen zijn zegge en schrijve twee keer te beurt gevallen en waren qua doel en sfeer van een totaal andere discipline. Het echte avontuur lag daar, in de bossen van Zeist in de muffige padvindershutten, met een omgeving die dankbaar mee bewoog met het grote Avontuur. Vol verwachting kwam, zag en overwon de groep het probleem. Voor eeuwig werd er een nieuw hoofdstuk bijgeschreven en in de rugzak gestopt. Indringend en onuitwisbaar, een avontuur voor het leven.

Uncategorized

Dan valt het doek

Het is een vroege zaterdagochtend. In het kleine inhammetje in de gang is een geïmproviseerde wachtkamer gemaakt. Er staan drie gewone stoelen en daarachter, aan elk oog ontrokken, hangen een zestal klapstoelen aan een grote haak. Aan de overkant van deze ‘mini zijbeuk’ zijn dichte deuren. Af en toe gaat de dichtstbijzijnde open en valt het steriele licht van de onderzoekskamer binnen.

Vlak voordat we er zijn aangeland, horen we een geweldig gekrijs en het protest dringt tot in elke vezel door. Een vader en een dokter in spé proberen een jongetje van een jaar of acht in alle toonaarden te bewegen, mee te gaan naar de onderzoeksruimte. Hij gilt het uit. ‘Nee, nee, nee.’ Uit zijn gekrijs vallen woorden als ‘Naar huis, ga niet, wil niet, naar huis.’ Een mantra van verzet. Hij kijkt niemand aan, helt wrokkig en gespannen over naar links en probeert zijn afgewende hoofd zo ver mogelijk uit de buurt van vader en dokter te houden.

Als de oude naast hem gaat zitten, probeert deze nog een gesprek aan te knopen. Begint over zijn eigen ogen en hechtingen, stelt onschuldig lijkende vragen, maar het jongetje zuigt, in zijn wrok, elke valkuil op. Hij wil niet benaderd worden en zeker niet vriendelijk. Zijn gemoed is met gewapend beton ommuurd. Er valt niet doorheen te komen. Zijn dikkige lijfje blijft gespannen. Pas als zijn vader beloofd, dat hij met de rolstoel naar de kamer wordt gereden, wil hij meewerken. In de tweede kamer achter de dichte deur staakt het gekrijs en gesnik. Boven alles wint het gemak het van zijn angst.

Aan de overkant zit een man uit Mijdrecht. Zijn chauffeur zou een zoon kunnen zijn. Zelfde mond, zelfde ovale vorm van gezicht, een oog matcht. Het andere is bij de vader afgeplakt met een dik verband en een harde plastic doorzichtige kap. Hij wrijft zijn grote handen ineen. Tuindershanden, denk ik. Een veldwerker, verraadt zijn verweerde buitenkop. Zijn stem scheurt de stilte uiteen en openbaart de dove binnenkant van zijn oren. Als de zoon een opmerking maakt over het voor hem zware jaar, valt de ernst van zijn opmerking weg in het dwingende en opeisende gesprek tussen de oude en de vader. Beiden zijn gewend gehoord te worden. De zoon doet er het zwijgen toe en mompelt soms nog ja en nee.

Dan wordt er een vrouw binnen gereden door een lid van de brandweer van het ziekenhuis. Ze wordt met rolstoel en al naast me gepoot, krijgt het zuurstofkastje aan haar voeten. Ze zit voorover gebogen met het afgeplakte oog en een zuurstofslangetje in haar neus. Ze heeft een plastic tas in de handen en rommelt erin, haalt er af en toe een brief of een kaartje uit, rommelt, kijkt met het linkeroog dicht op het drukwerk, zucht en rommelt verder. Zo verdwijnt ze in zichzelf. Haar haar hangt als vettige coulissen langs haar gezicht. Af en toe zucht ze en strijkt met een vrije hand haar vermeende zevertjes weg.

023Pierebadje Noorderbad

We praten over zwemles. De aanleiding is het vele water in de polder en dat zwemles onontbeerlijk is. De vader vertelt over zijn capriolen aan de haak. We knikken instemmend, daar hebben we allemaal aan gehangen. De oude peinst, ik zie het aan het levende oog. Omdat de vader spreekt over een hengel, denkt hij aan een vishengel en kan het niet rijmen. Als de haak gestalte krijgt, daagt het hem. Opluchting en herkenning.

Zwembaden uit een grijs verleden trekken voorbij, de oude vertelt van Zwembad de Kikker en het zwemmen in koud natuurbad. De vrouw heeft tot dan toe nog niets gezegd en is verder blijven rommelen. Als ik het Noorderbad noem, veert ze op, bijna vief onder de omstandigheden. ‘Daar zwom ik altijd’. De woorden murmelden opvallend helder achter het gordijn. ‘Mijn eerste vriendje is daar verdronken’ Groot lief en leed in één zin verpakt. Ze zegt nog: ‘De jongens en de meisjes waren gescheiden.’ Dan valt het doek.

Uncategorized

De hiërarchie van het verleden

Met vriendin naar Parnassos. Een voorstelling met de intrigerende titel ‘The Dark Shades of Light’ gespeeld door Clownsspirit Productions. We volgen mijnheer de Wit als hij zich bevindt in de tussentijd van leven op dood. In vogelvlucht trekt zijn leven aan hem voorbij, terwijl zijn veerkracht terug komt en leven in hem vloeit. Hij maakt een vreugdesprong van geluk.

039

Wat is er doder. Het leven op aarde of dat in de tussentijd. Onder hem opent het wolkendek en wij kijken mee naar beneden, reizen met hem terug naar de diep tragische omstandigheden, waar hij zichzelf ten leste in herkent. Dwars door de verschillende verhaallijnen loopt zijn leven in een fractie van seconden, die, voor ons zeker, uren lijken te duren, Of nee…Een leven lang.

054 Een blik op het verleden, heden en de toekomst.

Het voert langs oorlogstijd en haar verschrikkingen, het regime van nonnen in weeshuizen, de valer wordende kleuren van een ooit zo’n bloeiende liefde, de ouderloosheid van een kind, de kinderloosheid van de ouders, de vreugde om een nieuw leven, het gebrek aan vreugde in het leven en de verstikkingen van het doodse bestaan op aarde. Lichtwieren waaien in een absurdistische voorstelling door leven en dood heen, licht en vrolijk. Ze steken de draak met de serieuze ondertoon, nemen de valkuilen met het grootste wapen dat er is, de liefde en de humor, de lichte kanten van het bestaan. ‘Wie licht geeft, zal langer branden’, zeg ik nu, in een variatie op een zinsnede van een Auschwitz-overlevende Viktor Frankl op de aankondiging, die luidde: ‘Wie licht wil gaan geven, moet het branden verdragen’. Waarop mijn branden licht draagt en die van hem diepe duisternis.

De ‘Yiddische liedele’ klinken zoals het hele Joodse volk geleden heeft in die donkere periode, een mijl op zeven ver weg, maar nooit vergeten. De variatie in muziekstijlen zorgt ervoor dat de aangeduide perioden in volle glorie blijft hangen. In de groef van een triomfantelijke Piaff, met het hoofd in de nek, tot een bijtende rap vol levensvragen.

Het lijf deint mee op de klanken en hangt ademloos tegen het spel aan. In twee uur lees ik een boek uit, zie ik een film voorbij trekken, voltrekken zich de levens van de moeder, de kampcommandant en Mijnheer de Wit en dat van mij. Betrekkelijkheid, het belang van het maken van keuzes, het gewicht dat telt. Ik ben ontroerd en geroerd door het spel. Hun allergrootste kracht is de woordloosheid. We worden met stomheid geslagen en omhelsd

Mimiek , ogen, elke grimas, het lijdzame lijden worden subtiel uitvergroot. Daarmee raakt het het hart des te meer. Geen van ons drieën heeft moeite met de voorstelling en even zou ik willen dat ik de ogen had van jeugd. Hoe zien zij de verhaallijn, waar een ongekende en nooit gehoorde oorlog in meespeelt. Als ze afgaan op de muziek, valt er veel te weven.

Even ben ik weer terug in de dagen van weleer, een optreden. Ik word wakker op het podium, de lichten, de ogen van het publiek die ons nauwgezet volgen, de weg ebbende muziek, onuitputtelijke energie tot aan het laatste applaus, de triomftocht terug naar de kleedkamer en het eufore gevoel betekenis te hebben gegeven aan zoveel mensen. Een diepe buiging en weg is de droom. Net als het leven van mijnheer de Wit.

041

 

Als we de trap aflopen in het gebouw van de Rijks HBS trilt de hiërarchie van het verleden ten volle door.

Uncategorized

Het allergoudste goud

‘Stilstaan bij je gedachten is vooruitgaan in je denken’ is de titel van een blog van Elke Wiss, oprichter van de ‘Denksmederij’. Die naam is een gouden vondst voor een filosofische blog.( http://www.denksmederij.nl ). Gedachten smeden, aaneen smeden, nieuwe gedachten oproepen, oude verbinden.’ Je moet het ijzer smeden als het heet is’ oreerde mijn opa in een totaal ander verband. Dat gaat bij het filosoferen over de aard der dingen als vanzelf. Als je de tijd neemt te luisteren, kust de ene gedachte de andere wakker. Gedachten als Doornroosjes. Het ommuurde woud van stekelige doornen slechten zodat je als vanzelf bij de kern komt.

34675012_10212619364819193_5700394497783889920_n

De blog gaat over een filosofiegesprek en het thema ‘tijd’, waarbij in aanvang, men over elkaar heen rolt om de haperende spreker aan te vullen en te helpen. Elke wijst hen op het luisteren naar elkaar, elkaar de tijd gunnen om te mogen denken. Hoe vaak komt het niet voor dat onze gedachten als hazen te voorschijn springen en met ons op de loop gaan in hinkstapsprongen. Vergeten is de authentieke gedachte van de ander, wat telt is onze eigen waterval aan ideeën en intervallen. Rucksichlos dendert Haas als het witte konijn uit Alice in Wonderland voort.

time warpedTime Warped: Claudia Hammond

Gisteren was ik met oude vriend in het ziekenhuis ter controle. Ademloos, woordeloos ook, volgde ik de capriolen van de arts. Het apparaat voor het meten van het zicht en de oogdruk stond klaar. Er was een lade met verschillende imposant gekleurde oogdruppel-pipetjes. De oude zat in de stoel. Ik twee stoelen terug bij de deur. Dat maakte me toehoorder van buitenaf. Ik kon de samenspraak goed volgen, omdat ik letterlijk en figuurlijk een buitenstaander was. De oude grapte zijn zenuwen weg in een waterval aan geestige opmerkingen. Als de arts iets opmerkte, sneed zijn eigen verhaal er dwars doorheen, gefocust als hij was op het vertellen van de clue. Zonder clue geen grap.

img_4460 Meetapparatuur.

In mijn schoenen krommen mijn tenen zich plaatsvervangend. In de auto durf ik erover te beginnen. Ik wil het niet als kritiek brengen, maar als overpeinzing meegeven. De inleiding gebeurt met schroom. Hij hoort mij aan, nu wel zwijgend, graaft in zijn gedachten en komt met het feit dat een andere gemeenschappelijke vriendin ooit hetzelfde heeft gezegd. Het is dus een opvallende terugkerende eigenschap. Op mijn vraag of hij het herkende, de situatie terug kon halen, schudde hij zijn hoofd. Nee. Het was hem totaal niet opgevallen. In het vuur van zijn verhaal werden dergelijke details weggevaagd. Het doel, de geestige clue bereiken, was hetgeen dat telde en dat was gelukt. Met roeien en ruiten dwars door het advies van de arts heen.

zjeraartHet hoogste woord…

Mijn aarzeling hem er opmerkzaam op te maken, gold mijn angst voor het begrenzen van het ongedwongen woord. Zodra je je bewust wordt van iets, kan het een krampachtige situatie opleveren, dat bij een volgende keer belemmert, waar hij nu de totale vrijheid voelde. Dat wil je eigenlijk niet. Het doel heiligt de middelen. Die arts heeft iets te zeggen, dat vele malen belangrijker is dan het wegvluchten in geestig jargon. Richtlijnen waar voordeel mee te behalen valt. Dat laatste wil ik hem niet onthouden. De oude blijft zwijgen en denkt na. ‘Stilstaan bij je gedachten is vooruitgaan in je denken’.

Als ik, los van het gesprek van de blog van Elke, er mijn gedachten over laat gaan kom ik tot een conclusie, die men vroeger uit en te na voor het voetlicht bracht. Ook toen wist men het al en de volle betekenis van de spreuk dringt tot in elke vezel door. Spreken is zilver, maar zwijgen is vaak van het allergoudste goud!

 

Uncategorized

De hoogste tijd

Gisteren kreeg ik de opdracht van zoonlief om even langs de grootgrutter in huishoudelijke apparaten te trekken ten einde de waterkoker terug te brengen. Ze is al een paar jaar in ons bezit, maar er is aan dit serienummer een mankement vastgesteld aan de greep. Het fijne weet ik er niet van, maar we mogen haar omruilen. Zodra ik zo’n winkel binnen kom, heb ik maar een doel. Hoe kom ik er zo snel mogelijk weer uit. De locatie was helemaal een brug te ver, want deze winkel bevond zich op het, in een aanval van voorzienigheid gebouwde, grootsprakerige ‘The Wall’. De Whintonlaanversie was ten onder gegaan naast het ultramoderne nieuwe van der Valkhotel.

The Wall in aanbouw op 18-3-2009Foto: Wiki

De enorme ruimte op het parkeerdek zou een perfecte plaats kunnen zijn voor een nieuwe misdaadroman. Het is er enorm met relatief weinig volk. De winkels liggen op de begane grond en daar moet je twee winderige roltrappen voor af. Ik begreep ineens, waarom de sleutel tot succes was uitgebleven. Na een troosteloos faillissement van een enorme sportwinkel vond ik de ingang.

Ik hecht aan apparaten en zeker als die dagelijks in het gebruik zijn. Had ik eerst mijn blauw gespikkelde emaille ketel, die braaf haar werk deed en waar ik maar met moeite afscheid van kon nemen, nu was haar rode ‘elektrieke’ collega aan de buurt.

buisman

Met haar overtuigende, glimmende karakter, haar design uiterlijk, haar opgepoetste glansrijke voorkomen kwam, zag en overwon ze. Ze was er voortaan de oorzaak van dat ik des morgens een heerlijke kop koffie kon drinken en dat is heel wat waard in een mensenleven.Sinds jaar en dag ben ik, tot gruwens van de echte Barista’s toe, een oplosdrinker. Nadat mijn geliefde merk door de Lidl uit mijn leven werd gescheurd, vond ik weer een nieuwe met een nostalgische naam. Ze doet in geen geval meer denken aan de kleine Buisman, waar ik vroeger een schep van bij de koffie placht te doen, maar het schept een band

Ik ging net naar beneden om, vanwege de warme loden zomernacht, een karnemelk in te schenken en de leegte op mijn keukenkabinet overviel me. O ja, de waterjuffer had ik teruggebracht naar de winkel met haar glanzende en voor sommige mensen verleidelijke waar. Een nacht moest ik overbruggen eer haar evenknie zou worden bezorgd aan huis. Het blauwe emaille keteltje stond nog in de kast. Niets weerhield me om haar te voorschijn te halen, wat op te poetsen en haar in ere te herstellen voor deze ene keer. Ze kon weliswaar niet fluiten, zoals de Annie M. G. Schmidt-versie, maar wel een nostalgische dikke pluim van gekookt water te voorschijn toveren. Daar ontstonden ter plekke de dromen, terwijl ik er de fluit bij dacht. Zo gaat dat met ons beelddenkers, vroeger fantasten geheten. Het lied van de fluitketel zong door mijn hoofd.

waterkoker

De meneer van de winkel was aardig en behulpzaam en bleek achteraf te hengelen naar een goede beoordeling, getuige de email met een tevredenheids-enquête, die zou volgen op mijn bezoek. Ik zou hem toch al de hemel in prijzen, omdat hij zonder aarzelen de lieve oude rode in beslag nam en er een gestroomlijnde nieuwe voor in de plaats zou laten bezorgen. Een nachtje nostalgie in het vooruitzicht met de oude getrouwe ketel. Nieuwe dagdromen, een nieuwe titel: ‘Murder on the roof’, zo ik die van plan was te schrijven. Ik stak het bewijs in mijn tas, waaide de roltrappen op en uit mijn hemmetje op het bijkans verlaten dek. Naast mij grijnsde een vlekkeloos geklede meneer in gestreken vouwen met een gouden horloge aan zijn pols, dat opblikkerde in de zon. Verbeeldde ik het me nou, of lachte hij een gouden tand bloot? De hoogste tijd om huiswaarts te gaan.

Uncategorized

Onvolprezen wijze levenslessen

Eergisteren kwam de vuistdikke biografie van Het leven van Albert Helman  geschreven door Michiel van Kempen, op mijn pad. Het is de vader van een oude vriendin met wie ik een tijd heb mogen oplopen. Helman is een synoniem voor Lou Lichtveld.  De vriendin heet Noni Lichtveld en zij heeft in de korte tijd dat ik haar meemaakte een aantal bijzondere wijsheden bijgebracht, die ik onmiddellijk kon toevoegen aan mijn levensbagage. Ze was oud, maar had óók een oude wijze sjamanenziel. Ik hield van haar, ook al ben ik haar weer kwijt geraakt.

088

Zijn zeven zeeën die hij bevaren heeft zijn allemaal opgetekend. Dat werk lezen is een tocht door de geschiedenis van de vorige eeuw. Ik ben zeer benieuwd naar zijn bevindingen en handelwijzen. Waar heeft de dochter haar levenswijsheid vandaan gehaald. Is dat dankzij of ondanks de vader geweest. ‘Het bewogen leven van Noni Lichtveld’ lijkt me een mooi vervolg erop. Noni was de eerste die de impressionist in mij naar boven haalde.

Een groep mensen op schilderweekend. Ik als onervaren penseelhouder nieuw in de groep. De grote verbinding was de oude vriend, die grapte en grolde en het leven aan elkaar verbond. Noni was klein, had een hoedje op, een bril met dikke brillenglazen en ogen die glimlachend de wereld bestudeerden. Ze had lappen en lapjes aan, die altijd refereerden aan haar mondiale leven. De print was niet zelden Surinaams of Afrikaans. Noni was een prachtige en zeldzame verschijning. Ze was wat stram en moeizaam ter been en als de anderen vooruit stapten op de wandeling liepen wij voetje voor voetje door die Belgische Ardennen heen om bij elk bijzonder voorval stil te staan. Dat kon bij de ezels zijn of bij een steen, een kapelletje, een uitzicht vanaf een heuvel. We bespeurden de salamanders, de pissebedden, de libellen, de vlinders. Niets bleef onopgemerkt. Noni woonde in het kleine leven.

Als ze ging schilderen koos ze beelden in haar hoofd. Dat kon een impressie van een bekend schilderij zijn, een ervaring, een observatie. Het kwam loepzuiver op het doek. Kwasten in de aanslag, hoedje op, lap over de arm heengeslagen in de schaduw, altijd in de schaduw. Stil en bescheiden. Ik zou het liefst de hele tijd aan haar voeten zitten.

040Lelieblad.

Gisteren, decennia verder, schilderden we in de voetsporen van Monet. De week daarvoor was ik druk bezig geweest om waterlelie en gele lis te vangen en met name de bladen van de onopgemerkte schoonheid. Ze verstilden in een drukke nieuwe woonwijk, waar dagelijks verkeer langs raasde en niemand de tijd nam een ogenblik stil te blijven staan bij de openbaring van die wonderschone wereld, die door de weerspiegelingen van de kantoorpanden in de hectiek van alle dag paste, maar juwelen in zich droeg. Bezaaid met wit, geel en roze kleinoden wiekten libellen met hun ronkende vleugels, kwaakten kikkers hun lokroep, overstemd door het verkeer, maar onmiskenbaar. Vangen met het toestel om later uit te werken de beelden liggen op straat of er naast en alles is meer dan de moeite waard om mee aan de slag te gaan.

IMG_8913.JPG

‘Oordeel niet, maar verwonder U slechts’ was het motto van Noni Lichtveld, schrijfster, illustrator, schilder van het leven, in de schaduw van de vuistdikke biografie van haar vader, modest, maar groots in haar onvolprezen wijze levenslessen.

Uncategorized

Een oase van rust

Omdat de dagelijkse beslommering zich niet meer verder uitstrekt dan huis en tuin, heeft al het andere dat zich voordoet of plotseling aandient, prioriteit gekregen. Juist omdat het zo heerlijk is om op die manier de stilte van de gedwongen rust te doorbreken. Ineens is er voldoende tijd om bewust te zijn. Het lezen van een tijdschrift krijgt daarmee een volstrekt andere dimensie. Ik kan een blad nu uitspellen, zoals mijn moeder vroeger de krant deed. Woord voor woord, zin voor zin en blijven hangen op de artikelen, die je bezig houden.

007

Even ben ik terug in de huiskamer van de Amandelstraat. Mijn moeder wacht tot het laatste kind de voordeur heeft dichtgetrokken. Pas als de rust in huis is weergekeerd, trekt ze haar kanten peignoir over haar pyama aan, zwart kant met rood is eigenlijk frivool, maar omdat mijn moeder haar droeg werd het een huis, tuin en keuken peignoir. Hij was ook te wijd en zwierig. Het zwart met rood deed denken aan de Spaanse danseres op het kastje bij de telefoon, die haar mantilla  en haar lange jurk met verve droeg en over de rand van de kuise beloftes heen stapte, een waaier in de hand om haar blik te verbergen. Verder was er geen gelijkenis.

Mijn moeder zette een bakje koffie, pakte de Telegraaf, een andere ochtendkrant wilde mijn vader niet en dook op haar knieën op de grond. Ze plantte haar ellebogen voor zich, hoofd gedragen door de handen en spelde de krant. Letter voor letter. Het was zo kenmerkend voor haar begin van de dag. De enige keer dat ik daar een foto van heb gemaakt, werd ze een wazige schim. De karakteristieke houding bleef zichtbaar, gelukkig wel. Ik koester de overigens mislukte foto, juist omdat het tot in de details vroeger zo dichtbij brengt. Verlangen gesust.

Mijn geheugen heeft zich met het beeld vermengd. In mijn gedachte was het in de Amandelstraat en hingen haar ellebogen niet in de lucht. Wonderlijk hoe voorstellingen vervolmaken in je hoofd en de beleving vervormen. Waarschijnlijk schuiven alle verschillende houdingen over elkaar heen. De karakteristieke manier van iets uitspellen klopt, daar doen kleine details niets aan af.

014

Ik heb ook nog een foto van de zwoele peignoir. Sterker nog, ik had hem zelfs aan, toen ik een weekend aan het logeren was in het oude huis. Dit is wel de vertrouwde kamer met het behang, dat nu retro heet en het bescheiden kruisje aan de muur met de buxus, al dan niet verdord, erachter. Mijn moeder trok aan de zoom van de peignoir opdat ik zedig op de foto stond. Wie de foto maakte weet ik niet.

Na het spellen van de krant vloog ze door de dag heen. Ongelooflijk hoeveel bergen werk ze kon verzetten en haar rusteloosheid van de dag is ook in mij gevaren. Bezig zijn gaat nooit met mate. Ik kan het niet. Kalmpjes aan en pas op de plaats komen maar mondjesmaat toe in het bestaan. Bij tijd en wijle voel ik zelf dat ik over grenzen heen ga en fluit ik mezelf bestraffend terug door een dag op de bank of in het bed voor te schrijven. blijf ik aan het broeden, want gehele ledigheid is er zelden. Tijdschriften uitspellen hoort er nu bij. Bijzonder en rustgevend. Soms word ik er wijzer van, vaker zet het iets in werking en ga ik er mee ‘breien’. Niet op de knieën overigens , want daar toveren de bloedverdunners grillige blauwe plekken van.

Het leven spellen. Een oase van rust.

 

Uncategorized

Morgen is er weer eendag

Vandaag ga ik de oude vriend uit het ziekenhuis ophalen, nadat hij geopereerd is aan zijn oog. Het zicht was rechts al aanzienlijk verbeterd en met zijn bril van vier en een half kon hij weer lezen.  In de periode van het moeizame lijden van de afgelopen tijd was het lezen naar een nul komma nul geschoven. Lezen verruimt. Letterlijk.

IMG_8928Aandoenlijke muis

Gisteren heb ik de hoek van de witte regen drastisch gesnoeid om straks al het afvalhout en het groen een plek te kunnen geven. Muis kwam, zag dat zijn villa gesloopt was en zocht in alle toonaarden naar de bekende plekken. Ze huppelde de bamboe in en schoot vederlicht over de vele stengels heen. Verdwaasd bleef ze zitten. Haar hele veilige behuizing was weg. Buiten zou slechts prooi betekenen voor uil en buizerd. Ik hoorde haar een ‘gilletje’ slaken vlak voor ze haar veilige holletje in het grote huis weer op zocht. Sorry muis. Zo gaan die dingen.

IMG_8932

De oude zal de tuin nauwelijks meer herkennen als het zicht weer geheeld is. Ben benieuwd of de pogingen om het leefbaar te houden gewaardeerd worden. Hoe zeer ik ook van muis hou, ik ben toch blij dat mijn spullen die zolang in het grote huis mogen staan veilig in plastic bakken zitten. Muis gaat het nog lastig krijgen. That’s life.

IMG_8936Seagull

De Seagull en de Guirlande haken zich drastisch in het vel met hun felle doornen, ondanks hun wonderschone waterval aan witte bloemen als ik het kleine prieeltje ga vrijwaren. Ook hier schiet er allerhande voor mijn handelen uit. Muis, heggenmussen en merel. Ze vinden wel weer nieuw, want in de bostuin zijn er heel veel onbestendige veilige hoeken te vinden en is er nog heel veel snoeiwerk te verrichten.

IMG_8922

Het is zoet kersen eten bij de buren achter. Even een lafenis. En een wonderijk verhaal van het verstoten worden als  je niet van plan ben mee te deinen op de digigolf van het bestaan. Iemand die geen whats-app heeft weigeren een sms te sturen is ronduit ongepast. Wat een dwingelandij en wat een onprofessionele houding. De whats-app voor het meedelen van veranderingen op het werk is ronduit een  overprikkeling van het arbeidzaam leven. We hebben recht op vrije tijd, om te lezen, om te snoeien, om muizen de schrik van hun leven te bezorgen, zonder aan het heilige moeten te worden herinnerd. We schieten met z’n allen qua bereikbaarheid door. Ik snap mijn broer goed, die in zijn uppie zijn pelgrimstocht aan het lopen is en er net een tocht van eenzaamheid op grote hoogte(letterlijk) op heeft zitten en zich Remi voelde. Heerlijk om dat een tijdje te kunnen.

Het gesprek bij de achterbuuffies gaat daar ook een beetje over. Kan je zo’n last hebben van je pelgrimsbestaan, dat je verzandt in de eenzaamheid. Broer nooit, want die heeft verrijking genoeg aan beelden en beleving, contact met de andere pelgrimmers en zal straks een oude wijze vraagbaak voor het jonge grut zijn als doorgewinterde. De oude gaat straks misschien weer helder zien. Dan vallen wellicht de schellen van zijn ogen en vind hij de tuin niet meer de muur van onhoudbaar groen, zeker niet nu ik een weg door het struweel gekapt heb. We gaan het hopen. Vooralsnog ga ik hem zo, ziende blind met een extra lap voor de ogen, halen. Geen tijd te verliezen, vandaar de kabbel-babbel. Morgen is er weer een dag.

Uncategorized

De kracht van de ‘Meester’

Een discussie op Facebook over de vrijheid die het kind moet hebben om te komen tot individuele expressie. Het begon met een verhandeling over een prentenboek van de onvolprezen Eric Carle, die allerlei dieren, te beginnen met het blauwe paard, er gekleurd had opgezet. Door erover te filosoferen en te kijken werd de aandacht van een jongen getrokken door de gele koe, die blij was. Dat bleek daadwerkelijk het geval dus hij ging er voor zitten. Hij scheurde met geel vloeipapier de gele koe bij elkaar en alleen zijn poten konden er niet op. Maar dat feit was te verwaarlozen. Het ging om de weergave van zijn vreugde en het feit dat zijn werk dat uitstraalde.

Iemand reageerde heftig met op te merken dat dit een voorbeeld was van de zoveelste kopieerles. Geen creatieve en bruisende activiteit, waarbij het kind los kon gaan, maar een voorbeeld, dat hij na moest maken. Het wil dat Eric Carle zich juist bij dit boek had laten inspireren door Frans Marc, die onderdeel uitmaakte van der Blaue Reiter, het kunstgezelschap dat werd opgericht in 1911 door Wassily Kandinsky, Frans Marc, August Macke en Alexej von Jawlensky. Ze wilden ontsnappen aan de academische kunst en bijvoorbeeld Frans Marc legde zijn emotie met kleuren vast. Van zijn hand was het kunstwerk ‘Die gelbe Kuh’ uit 1911.

Foto: Wiki

Carle ving het thema kunst in de onorthodoxe kleurstellingen van zijn dieren. Dat is waar kunst om gaat. Alles, maar dan ook álles, is mogelijk. Zo’n boek is geen voorbeeldenboek. Juist door erover te filosoferen met kinderen krijgt het diepgang. Dat de jongen de koe als voorbeeld nam, is geen halszaak. Het verschil tussen scheppen en kopieren zit met name in het aanbod.

050Vogels door de eekhoorns gemaakt.

Ooit, in het grijze verleden, toen ik aan de opleiding begon, waren er fanatieke leerkrachten die kinderen verwoed mooie dingen lieten maken. Het criterium mooi werd langs de maatstaven van de docent zelf en de ouders gelegd. Er mocht geen valse vouw of scheur inzitten. Het moest allemaal natuurgetrouw worden nagebootst. Als je bij de voorbeeldles een verkeerde handeling maakte, ging het mis en werd het ‘kunstwerk’ zwaar bekritiseerd. Dankzij de trauma’s die ik in de eerste en tweede klas van de lagere school heb opgelopen over een te breien poppenbroek naar authentiek model, wat niet in mijn vingers zat en er dus ook nooit uit zou komen, ben ik grenzenloos gaan denken. De ideale aansluiting was niet het doorsnee kleuteraanbod, maar de ervaringsgerichte aanpak van jaren later. Onderwijs heeft tijden op een lager pitje gestaan vanwege het doorsnee strakke keurslijf van regels waar het in gegoten zat.

012

Later kwam ik de onzekerheid over het aanbod vooral tegen in de voorgekauwde lessen. Ze werd door de leerkracht gevangen in een klaarleggen van alle mogelijke, zelfs voorbewerkte, onderdelen ten einde het hoogste succespercentage te halen. De gedrevenheid was groot. In enkele gevallen kwamen ze al om zeven uur op school om alles in de juiste stelling te brengen. Er zat nul aan creativiteit bij en 100 % aan opgelegde techniek. Het kenmerkt mijn aversie voor vouwlessen en consorten. Het voorbeeld en ik  zijn nooit vrienden geworden.

Ik ben gek op het proces. Laat het gaan. Als dat jongetje naar aanleiding van de koe die hij zag in het boek van Carle, geïnspireerd raakt en aan de slag gaat, is dat geweldig. Geef hem de vrijheid. Daar zit de creativiteit in. Biedt alle ruimte, met een poot, zonder poot, geel dat groen, oranje of pimpelpaars kleurt, twee ogen, een oog  het maakt allemaal niet uit. Hij had aangegeven dat de koe hem blij maakt. De kleur geel trok hem. Zorg voor een rijk aanbod, waaruit hij kan kiezen naar hartenlust en als het in het laatste moment iets anders wordt, dan is dat alleen maar toe te juichen. Dan buigt resultaat voor Het Proces.

Daar draait het om, de weg die er bewandelt wordt, alle ontdekkingen en opgedane ervaringen, die we, in het volgen ervan, aan onze bagage mogen toevoegen. Dat daar techniek aan ten grondslag mag liggen is evident. Het is aan de coach, leerkracht, spirituele aanvuller om daar handvatten aan te geven door een ruim aanbod aan materialen te leveren en subtiele verwijzingen te geven op het juiste en enige moment. Dat aanvoelen is de kracht van de ‘Meester’.

 

Uncategorized

In vervoering en met kennis

En sacrale stilte in de kleine ruimte. Af en toe wordt ze verstoord door het aanzwellende geraas van een trein die langs komt denderen. Boven hoofdhoogte als in een achtertuin. Niemand kijkt op, niemand schrikt. Ze zijn er aan gewend. Af en toe klinkt er een zuchten, een ontsnapping van een inspannend gemoed. Er wordt driftig met een doekje geveegd, om dan weer stil te vallen, terwijl de haardunne penselen hun minuscule werk doen. Toets voor toets vindt kleuring plaats, diepte, eenheid. Soms worden er wederwaardigheden uitgewisseld, oreert iemand de onmacht van de hemel, maar vaker zoekt de stilte haar weg.

0081.jpg

Mijn geploeter, mathematische verhoudingen in perspectieven vangen, levert een overkill aan concentratie op en een turende blik, die de verhoudingen in een totaal ander licht zet, omdat het beeld in het hoofd, zich er tussen wringt. ‘Naargeestige spelbreker’, verwijt ik haar mild en begin weer overnieuw. Kijken en meten, meten is weten, potlood, oog half dichtgeknepen om het object te vangen, arm gestrekt, duim laten zakken tot ik weet hoe hoog, hoe breed, hoe afstanden zich verhouden tot elkaar. Geen dooie hoek, maar een tussenvorm. Als de meester aanschuift en met een gemak van een potlood zijn duim uitschuift tot een liniaal bij uitstek, duim en potlood die een worden, versmelten, denk ik dat ik het kan.

005

Mijn hortende duim verliest zich in andere hulpstukken, een tweede potlood, een verschuiving van de overhellende lijn, een denkbare hoek. Het lijkt niet en moedeloosheid wroet zich tussen de vele malen dat ik over en over en weer probeer het simpele beeld, rechthoek, kegel, bol te vangen, mijn eigen aannames. Er komt verlichting in de dubbele betekenis van het woord, grijs karton en wit en zwart pastel.  Schakeringen aanbrengen en bedenken waar het witste wit en het zwartste zwart moet, lukt zonder meer. Iedereen roept om zijn alziende kritische meesteroog, dat af en toe moet kijken of een menging juist is, een kleuring klopt, er diepte is, of stof zich plooit. Of het deel wordt opgenomen in het geheel. Leven scheppen in de natuurlijke verstilde beelden.

004

Hoe anders is het als het penseel dansend haar werk mag doen, niet het beeld maar de impressie vangt, niet de werkelijkheid maar het gevoel oppoetst. Het oog, dat waakt, roept de schuchtere dertienjarige op met een mijnheer Link als mathematicus, die toen gewoon wiskundeleraar heette en hoofdschuddend mijn vragen pareerde. Ja maar waarom is er een A en een B, raakvlakken, gezichtspunten, denkbare logica als ze er niet daadwerkelijk is. Algebra een gotspe, net als de boomdiagrammen bij het verklaren van een gedicht. De poëet in mij zoekt het gevoel zelf, niet de haken om het aan te hangen. Link heeft ze me niet kunnen schenken.

Hier heb ik het idee, dat ik vanaf het begin weer mag opbouwen, fouten maken en telkens weer, tot in het oneindige, niet vanuit den treure maar met voortvarendheid en vreugde, het eigen kan maken, tot de kern mag doordringen ten einde de essentie te bereiken. Het is de ultieme inwijding tot het geheim van de smid, die ik decennia geleden ben misgelopen. Het is nog niet te laat, daarna zal het penseel vrijelijker dansen, in vervoering en met kennis.

Uncategorized

Wie weet

Ik roep mijn hele leven al, dat ik later -wat nu is- in de stad wil wonen. Als ik door Witte Vrouwen of door de binnenstad van Utrecht wandel, zondag-stilte pak als ik op weg ben naar een ochtendfilm in het Louis Hartlooper en dan de grachten in hun volle glorie, zonder jakkerend verkeer, de rust en de eerste zonnestralen zie absorberen, versterkt het verlangen. De stad ligt er in haar monumentale grootheid verleidelijk bij. Het gebeier van de klokken en de volkomen rust dragen daar aan bij. Ik ben mijn hele leven al een stadsmens.

Jaren terug, verhuisde ik van Leiden naar Voorschoten. Het eerste wat opviel, was de aankomst. Vanuit mijn nachtdienst reed ik met de trein naar het dorp toe. Mijn eerste voet op Voorschotense bodem op die ochtend is mij mijn hele leven bij gebleven. Ik rook de geur van het land. Nadat het gevaarte achter me was weg gedenderd, daalde de rust letterlijk neer. Ik rook het vee, zag wuivende velden in de lentebries, hoorde niet alleen merel, spreeuw en mus zoals op de Hoge Rijndijk boven het autogeraas uit, maar hier kwinkeleerden vink en mees in grote getale, dartelden kieviten boven het veld en zweefde reiger majestueus van sloot naar sloot. De frisse ochtenddauw stroomde vrijelijk over het weidse uitzicht. Het was alsof ik vanuit het compartiment decennia terug in de tijd stapte. Ik was het platte land duidelijk ontwend na alle stadse jaren.

007De tapuit

Die ervaring, het terugglijden in de tijd was helemaal aanwezig toen ik in Hongarije over de steppes reed. Geen aangelegde wegen, maar zandweggetjes, die over de dorre velden naar verlaten huizen toe leiden. Daar kon je verdwaalde wilde zwijnen tegen komen, kleine dorpen met een straat en een schoolgebouw, oude kleine winkeltjes met groenten ingemaakt in het zuur in de enorme potten. De bewoners bogen zich diep in het stof, met tandeloze lachende monden wezen ze murmelend de weg, een kromme hand, die uit de bloemetjesstof naar de verte wuifde. De akkers en de velden waren grassig en soms droog en verzand. Kuddes schapen graasden de laatste plekken kaal. Reizen in de tijd was een Aha-erlebnis. Ik was weer even het kind van weleer in een wereld waar ruimte en vrijheid gelijk stond aan autoloos en oneindig veel tijd voor elkaar.

016De molen achter het huis

Gisteren ging ik op bezoek bij vriendin in een dorp vlak bij Tiel. Ik was er al eerder geweest, toen de wind nog om het huis guurde en de kou ons noodgedwongen binnen dreef. Nu jubelde het huis me tegemoet in een oase van kleur en geur. De kas stond vol met overheerlijke goed groeiende groenten en kruiden, de weldaad aan rozen overal en de authentieke boerentuin met haar buxus, solidago en hortensia’s. We wandelden het weggetje achter het huis af naar het weiland met aan de horizon een rij peppels en een molen. Grote libellen dansten als kleine helikoptertjes boven het veld en ik nam me voor om eens op huis en hond te passen, als ze op vakantie moesten, zodat ik de gelegenheid had om alles vast te leggen met camera. Wat een rijkdom.

008Penseelkever in de tuin van een kunstvrouwe…

Het atelier achter het huis in een mooie verbouwde schuur was de perfecte plek om te werken en volkomen rust te vinden. Daar, op die werkplek, begon het idee van stadse bewoner te schuiven en te trillen. Ik kon aanwijzen en benoemen, herkende zoveel uit mijn opgeslagen arsenaal van wetenswaardigheden der natuur, dat het voelde als thuiskomen. Het ging even niet om een split second, maar een split person met mijn postzegeltuin en mijn betonnen paleisje in een voorstad. Of is het gras altijd groener. Ik ga er eens uitgebreid over mijmeren in deze laatste keuze van woongenot, die ik straks moet maken. De tapuit, die geen paapje bleek, had haar lied al klaar, maar ook de groenvink in mijn volkstuin zingt verlangen. Wie weet.

Uncategorized

Steekt elkaars wensen aan

‘De wens is de vader van de gedachte’, dat zei mijn moeder altijd, als ik vurig verlangde naar iets en het uitkwam. Je kan er zo naar verlangen, smeekbeden ten hemel richtten, onze lieve Vrouwe aanspreken, desnoods, hoewel je er niet in geloofde of toch een klein beetje, bidden op je blote knieën, later kwam daar een rozenkrans, een mala  of een tasbih bij. Ongelovige Thomas bleef een beetje dralen in het achterhoofd en al die moeite was zelden voor niets. Alleen onmogelijke wensen, de toto, de wonderbaarlijke genezing van je oma, het uitstellen van het vertrek naar huis om het vakantievriendje, die bleven ondanks een aantal schietgebeden altijd uit. Ik kwam er op omdat het #WOT woord van DrsPee van deze dag ‘Wens’ was. #WOT staat voor Write on Thirsday.

Dat mijn moeder dat zo zei, was een manier om door haar fameuze gezegden, op momenten dat je het nodig had, in jezelf te kunnen blijven geloven. De constatering werd vaak pas na de vervulling gedaan. Dat was handig, want dat leidde altijd tot bevestiging. Niets is beter dan dit om het geloof in jezelf te versterken. Niet de wens verdwijnt met het ouder worden, wel haar hoedanigheid. Mijn huidige verlangens hebben een ommekeer gemaakt van jewelste, 180 graden om, een wenteling. Het karma wentelde mee. Ook dat was iets waar men vroeger al achter was.Het werd vertolkt in een cliché, door ruwe Zeemanssymbolen die in gouden aanschijn op de bonkige borst schitterden.

geloof, hoop en liefde

Geloof, hoop en liefde. Geloof in jezelf is een waardevol goed, daar kunnen weer allerlei linken aan gekoppeld worden. Of dat nu een bepaalde godsdienst is, een vertrouwen of een wens is om het even. Eerst en vooral dat eigenwaarde opvijzelen. Je bent er, je mag er zijn, je bent de moeite waard. Dat idee. Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Dan de hoop. Het zwemt, wat mij betreft, tussen wens en verlangen in. De hoop zit vooralsnog in de kinderen met de wens voor hen op een lang leven. Natuurlijk zet je groots in op wereldbelangen, maar dichtbij ligt de aanraakbare hoop. Liefde is er nauw mee verbonden, onlosmakelijk voor mij. Ik kan me niet voorstellen, dat ik niet van mijn kinderen en versgebakken aangewaaide kinderen en hun kinderen zou houden, de zussen, familie, vrienden, ach ja, vrienden vooral, maar ook van de kinderen uit de groep en hun ouders en mensen, dieren, natuur en kunst in het algemeen. Liefde ingebed in hoop. Dat is nog eens een loffelijk streven.

010

Stel dat je de wensen niet op anderen zou betrekken, op niemand, wat dan. Dan zou ik voor mezelf wensen dat ik, zolang ik leef, mag genieten van dat wat me nu zo gelukkig maakt. Schrijven, schilderen, tekenen en bovenal handen en voeten geven aan mijn scheppingsdrang. Er de vreugde uit halen en dat mogen delen met anderen, die er hopelijk ook weer vreugde uit halen. Niets meer en niets minder.  Dat alles op de vierkante kilometer. Verder neigt mijn wens naar utopie, want dat zou ik voor ieder wensen. Hou het klein, hou het bij jezelf, hou het geluk bereikbaar voor iedereen en alles om je heen. Mijn wenssteen, die kringelt en groter wordt en zich almaar wijder verbreidt. Steekt elkaars wensen aan.

Uncategorized

Of de dag daarop of daarop…

Te veel opgeschept over de nachtrust van de drie laatste nachten, dan krijg je dat. Vannacht ineens weer benauwd wakker geschoten, want ik was van vermoeidheid wel omgevallen. Wat is dat toch voor een wonderlijk mechanisme, dat maar autonoom regelt en reilt en zeilt, zonder rekening te houden met een mooie teint, walloze ogen, scherpzinnige geest, maar die rucksichlos voortdendert in een eigen grillig patroon.

Vanavond heb ik geprobeerd waterdruppels te vangen en daar was ik zo heerlijk moe van geworden, dat inslapen perfect ging. Door de hitte die in huis hangt en maar niet verdwijnen wil toch een staartje droom, waarin de benauwdheid al levensecht meespeelt, maar ze zich vermomt als onderdeel van het spannende verhaal waar ik in verkeerde. Uiteindelijk is het tekort aan zuurstof toch de noodbel die geluid wordt. Rechtop ziet de wereld er wakker uit en kost het moeite om weer onder zeil te gaan, zeker omdat het zuurstofgehalte nog niet op peil is.

Ook heb ik hoog opgegeven van de positieve energie, die ik krijg van de schilderlessen in de cursus. Het is echt zo. Dat het CO2 gehalte in de kamer niet deugd of mijn longinhoud problemen schept , doet daar niets aan af. Zolang ik wakker ben kan ik de tijd maar beter benutten. Rechtop biedt sowieso soelaas, liggen is even geen optie. Ik wil de foto’s inladen, maar zowel laptop als PC vertikken het, dus het euvel zou ook nog gewoon in het toestel kunnen zitten. Op zulke momenten heb ik zin om het verwende prinsesje naar boven te halen. Even ongegeneerd lopen drenzen en dreinen, languit op de grond liggen en handen en voeten staccato op de te harde grond neer laten dalen onder een hoop gekrijs, gemekker en gejammer. Alleen al het idee lucht op.

128Skyspace van James Turrell: Museum Voorlinden

Als zoonlief wakker wordt van een mug, moet hij stante pede beloven om het euvel van de foto’s de volgende dag te verhelpen. Hij bromt een ja, om maar weer snel de ogen te mogen sluiten. Ik ben tevreden en keer op mijn schreden terug. O ja, slaaptekort, zuurstofgebrek en foto’s die niet willen. De computer of een boek. De eerste besluit ik en dat bleek wijsheid. Want vanuit het niets komt de datum oppoppen. 30 Mei, help, dat was die ene dag in 1982, dat ik aan het weeën was onder luid gezang met Carole King mee en geloof me, pijnsensatie is dan niet bevorderlijk voor de zuiverheid van de hoge uithalen.

Mijn lieve een na oudste dochter is jarig samen met mijn lieve zus. Ik ben al dagen vergeten op de datum te letten en dat het al zo ver in de maand is, is me totaal ontgaan.  Dat is eenmaal een van de na-of de voordelen van het niet meer leven op de agenda, al moet ik bekennen dat ik niet zonder kan. Het blijkt een overvol balboekje te zijn, waarbij het tijd wordt om beter te gaan doceren. De geest kan alles en het lijf sleept zich er berustend achteraan.

Het allerbelangrijkste is de zin en de letterlijke vreugde in het doen. Die is helemaal terug en is de oorzaak voor nachten als deze. Er razen weer ideeën door het hoofd, inspiratie, de spirit is terug, nou het lijf nog. Ik moet een beter voorbeeld nemen aan Poes Pluis. Ze ligt languit verkoeling te zoeken op het laminaat. Ik ben niet de enige die nadeel ondervindt van de warmte. Daarbij wisselt ze alertheid en slaap met het grootste gemak af. Adem in, adem uit. En je vooral nergens druk om maken, want komt het niet vandaag, dan toch zeker morgen, of de dag daarop of daarop…

 

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

Vanavond duiken we met het schilderen weer het diepe in. Het is als met schrijven, al vliegen woorden aan. Dat doen de beelden met schilderen niet. Die moet ik soms uitgebreid zoeken. Ik had de geweldige foto van de bubbeltjes, een schilderij waardig. Maar probeer nu maar eens datzelfde beeld vast te leggen op doek. Daar moet ik, met mijn beperkt vermogen, heel wat halsbrekende toeren voor uit halen. Dat is tevens de uitdaging. Alles wat aan komt vliegen is de moeite waard om vorm te geven, maar als het een ware verovering wordt, dan is de zegetocht nog vele malen groter.

004    016   065

Toch zijn er vooral de twijfels die maken, dat je wankelt. Je zal maar je hele leven een schilderij met bubbeltjes aan de wand hebben hangen. Met de beste wil van de wereld haal je de stroom water er niet uit. Het lijkt eerder op kikkerdril. Hè, dat is een grappig gegeven. Drieluik: de bubbeltjes, de impressie van de doorschijnende vijver met de donderkopjes en de kikker, bedenk ik me nu of alles op een doek. Het beeld van ‘Shape of Being’ van Robert van Zandvliet blijft ook op het netvlies hangen. Kennelijk wil ik daar mee breien. Niet het beeld maar het concept ombuigen tot een eigen concept. Water is leven, is letterlijk al.

0221.jpgRobert van Zandvliet in Museum Voorlinden: State of Being

Ik blijf rondtollen op gedachten. Vooralsnog maak ik me een beetje zorgen over het weer, dat straks, dat is beloofd en voorspeld, hagelstenen en slagregens zal bevatten. Mijn hart is bij het jonge ontluikende groen op de volkstuin van dochterlief. Die overleven dergelijk natuurgeweld niet. Moet ik vandaag terug om toch maar een plastic mandje als afdak en beschermengel over hun tere koppetjes te steken. Het is wijsheid vrees ik. Zo werkt dat met natuur en natuurgeweld, of dat nu gebrek aan water is of een teveel aan water. Ondanks alle gekanaliseerde beheersbaarheid stroomt het grillig een eigen weg.

Leonardo* verzuchtte dat het water even vaak van aard verandert als die van het landschap waar het doorheen stroomt. Na een uiteenzetting over alle tegenstrijdigheden die je water kan aanrekenen, besluit hij zijn relaas met een belangrijk gegeven. ‘Met de tijd en het water verandert alles.’ Niets is meer ongrijpbaar. Het meandert haar hele eigen leven, al hebben we op alle fronten geprobeerd het te kanaliseren en te beheersen. De fonteinen zijn bij uitstek het symbool van de overwinning van de beschaving op de natuur. De Griekse geograaf Pausanias* schreef al, dat geen ene stad zichzelf een stad mocht noemen, als het centrum niet gesierd werd door een fontein, juist door bovenstaand gegeven.

In Friesland wil men elf fonteinen verwezenlijken, die alles van doen hebben met het eeuwig gemis aan het ijs en de Elfstedentocht. Daar krijgen ze vooral een andere symbolische betekenis mee. Het verbindt de elf steden, die al zo lang deel uit maken van de Nederlandse cultuur. Met de fontein schrijven ze voor eeuwig geschiedenis, een onderstrepen van hun namen, die hoorden in het opdreun-rijtje. Het is een loffelijke streven naar symbolisering van verbondenheid. Een verrijking en een verdieping van een cultureel gegeven, dat steeds sporadischer voor komt en dat de eigenzinnigheid van het water weergeeft.

Water houdt me nu al een paar weken bezig. Niet alleen om de zorgen om de tuin, de noden van het balkon en de watertoevoer voor het vege lijf bij deze hitte, maar ook om de diverse beelden die het oproept bij de vormgeving. Zee, waterstraal, beek, regen en de groene wondere wereld van de vijver, ze komt in golven, in peilloze diepte, in rimpeling, in spiegeling, in stroom. Als het vast te leggen is in woord, dan ook met beeld. Wat doet het met me, waar mond ik in uit. Valt impressie vast te leggen en toch de ongrijpbaarheid weer te geven of moet ik het vertalen naar de bron van het leven. Ik laat het gaan. Zoals men vroeger zei, door ‘Gods water over Gods akker te laten vloeien’, naar mijn leven vertaald: ‘Go with the flow.’ Het overspoeld, omwoelt, doordrenkt en vervuld en daar is alles mee gezegd.

*De wijsheid van Leonardo en Pausanias komen uit ‘Het Waterboek’ van Alok Jha

 

Uncategorized

Zo wordt een eyeopener een eyecatcher

Gisteren was het een dag van toevalligheden. De tuin moest, want ondanks dat er onweer was voorspeld, kun je er niet blind op varen. Dus zowel de tuin van dochter lief behoefde een slok en die van mijzelf kreeg ongevraagd de margrieten die al twee weken braaf stonden te wachten op een breder bed, dan het potje waar ze in gewurmd waren. Op de tuin was het groen voller en dichter dan ooit met de grijze wolkenpartijen erboven. Zon brengt doorgaans ruimte mee en bewolking timmert alles dicht. De kleine grasmus trillerde haar uithalen naar hartenlust, want bij dergelijk weer is haar territorium van ongestoord genieten groter omdat iedereen, in afwachting van slechter weer, thuis blijft. In de verte klonk de koekoek. Huh, die had ik nog niet gehoord.

Kuckuck (Cuculus canorus) by Tim Peukert.jpg

Met een zwaai zat ik op het grote terras van de Filature en keek over het weidse uitgestrekte landschap, met links de berg en rechts het uitzicht op de notenbomen en de rivier. In de verte, maar steeds dichterbij, klonk de koekoek. Koffie op een terras met de blote voeten op de tegels, de koele nachtbries, die aanstalten maakte om op te lossen in de steeds hoger klimmende eerste zonnestralen en haar dauwtrouw uitstrooide over mijn uitzicht, zorgde voor een innerlijke rust, waar geen enkel Zenmoment tegen bestand was. Geen doen alsof je ergens bent waar die weldaad over je heen trekt, maar het ondergaan in dat hier en nu. Wat kan ik er naar verlangen.

Ook daar waren de braamstruiken het ondoordringbare paradijs voor kleine heggenmussen. Maar ook voor de wilde zwijnen die zich ver uit het zicht hadden teruggetrokken en in de late avond en ’s nachts al knorrend en wroetend brutaal verhaal kwamen halen in het zijportaal van de kelders, waar de slaapvertrekken aan grensden. We hoefden hun spoor maar te volgen om te zien waar ze huisden in hun ondoordringbare vesting. Ik hou van wilde zwijnen, nachtegalen, koekoeken, kiekendieven en morgensterren, juist omdat ze me meenemen en terugvoeren naar de gelukkige tijden van weleer. Een paradijs op aarde was die grote verbouwde zijdefabriek met haar majestueuze trappen en bordes, haar terras, de pigeonaire en de enorme raampartijen met de ontelbare ruitjes.

img_41331

Het woekerend verlangen van de oude vriend had een wig gedreven in de onbezorgde vakantiemodus, omdat hij er het hele jaar wilde toeven. Voorgoed voorbij was  het onbezorgde verblijf. Nu in de tuin naast mij, woekerde het brandnetelgeweld, de braam en de heermoes onverdroten voort en had de heer des gronds verjaagd tot een moedeloos wegkwijnen in zijn stadse woning.  Voor de derde keer in twee weken opende ik de aanval om bos tuin te maken. Precies, bostuin het juiste woord. De achterbuuf bekeek de resultaten en zei: Wat is het prachtig en wat is het een lieflijke en romantische plek. Die buitenveldse blik had ik op dat moment nodig om de onkruidschellen van de ogen te laten vallen en het resultaat van het aanhoudende geploeter te kunnen zien. Soms is verlichting dichterbij dan je denkt.

img_4134

Het is waar. Het hele terrein heeft de grandeur van de tuin bij de Filature. Dezelfde woeste natuurlijke aanwezigheid van plant en dier, de rust en de weldaad van eeuwige overwoekering met een klein beetje geleide chaos van mijn kant. Iedere keer een stukje. De knop om en het te zien als een romantische plek was precies waar ik in die enorme opruimbubbel behoefte aanhad. De meerwaarde ervan, de moeite van het natuurlijk bewerken waard. Groei geven aan wat kan bloeien en de sfeer ongemoeid laten. Zo wordt een eyeopener een eyecatcher.

Uncategorized

Een eeuwig literair leven

Ik ben de literaire autobiografie aan het lezen van Renate Dorrestein. Ze is alweer een paar weken dood en begraven en als ik daar niet over nadenk, dan leeft ze op alle fronten voort. Ik zag haar immers nooit, ik las haar. En lees haar en dat is de reden dat ze literair niet kan sterven. Zodra je haar omvangrijke oeuvre hebt gelezen, kan je weer opnieuw beginnen. Het verveelt nooit omdat het niet verbleekt. Schrijvers die na aan het hart liggen, hebben die gave. Passages, voorvallen, zinnen die het hart raken, woorden die rechtstreeks binnen komen en tot gemeengoed gaan behoren, stukjes Dorrestein die deel zijn uit gaan maken van de persoonlijkheid. Zoals Annie M.G. Schmidt, Vasalis, Vestdijk, Carry van Bruggen, Hugo Claus, Slauerhoff, Saint-Exupery, Lobel, Vogels, Daehl, Carrol, die allemaal een woord, een gedachte, een overpeinzing, een filosofie hebben achtergelaten op het brede pad der literatuur, dat ik bewandelde. Ze vullen hart en hoofd en zo het leven.

035.JPG

Wat een weergaloos afscheid om niet een nieuwe roman te schrijven, maar ons een terugblik op die kostbare kleinoden te geven, die er voor gezorgd hebben dat Dorrestein schreef. De voeding bij uitstek. Ze maakt ons, zoals ze het zelf zegt’, bondgenoot. Quoot: ‘De lezer is de bondgenoot van de schrijver’ In essentie komt het er op neer, dat ze elkaar meer dan nodig hebben. Ze haalt in het essay A.F.TH van der Heiden aan, die ooit gezegd heeft: ‘Elk boek is au fond een doos vol dode woorden – totdat een lezer zich bereid toont ze met zijn ogen tot leven te wekken.’

Mijn ogen zijn verwend in de loop der  jaren. Ze hebben al zo vaak het licht mogen aanschouwen van weer een nieuw verhaal, weer een nieuwe ervaring. Dat het toch steeds maar weer mogelijk blijkt om jezelf te verheffen door veel te beleven met relatief  weinig middelen. Je hoeft er niet voor te reizen, je hoeft er geen college voor te volgen, je hoeft er niet zelf voor aan de slag te gaan. Het enige dat telt, is het nieuwe boek, de schrijver, waarover je hebt nagedacht, of een titel die je bij je haren het boek in  sleurt.

IMG_2174

Er zijn heel wat motieven te vinden, maar bovenaan staat de beleving. Het meest kostbare wat ik bezit zijn niet de boeken zelf in de wandkasten hier in dit huis, maar de beleving die ik er uitgefilterd heb en me eigen heb gemaakt of die al dat hele leven meelopen. Ze zijn een onderdeel van mijn vorming, van de persoon die ik nu ben. Zij hebben in een interval met het leven betekenis gekregen. Als ik alle boeken kwijt zou raken, dan nog heb ik de passages, de beelden, het weten achter alle deuren in het hoofd. Pas als ik dat vergeten zou, begint het grote verlies. Het hart kan stoppen, dan is het klaar, de longen kunnen het begeven en dan is het geworstel, maar als het hoofd roestig wordt en de scharnieren niet meer werken, herinneringen vervagen en verbleken of vergeten, wat dan? Stopt dementie of Alzheimer de lezer in de mens?

Renate heeft over haar grenzen heen haar leven in de dood, aan ons lezers, gegeven met deze mooie laatste doorkijk, de literaire autobiografie. Een vol en afgerond bestaan. Een eeuwig literair leven.

 

Uncategorized

Een topdag zo’n Tomdag

Gisteren was het Tomdag. Luca was op kamp en diende opgehaald te worden in Bennekom. Tom had een heel dagprogramma af te werken met school, musical lessen en zwemmen. Daar kon ik verlichting brengen. Iets wat een mensenleven leuker maakt. Het streelt. Terwijl ik voor de deur van school aan het wachten was, schoten er oudercontacten met mijn eigen schatten door het hoofd. Het mocht altijd licht chaotisch lijken, maar hoe warm was het contact van ouders in school. De inloop was die van het hoogste goed. Ooit, op een blauwe maandag toen het de heer Rutte, in zijn gewone zelf vóór zijn premierschap, betaamde een bezoek te brengen aan ons onvolprezen schooltje, heb ik geprobeerd het ‘en plein public’ uit te leggen. Helaas kon ik dat nooit onverdeeld zonder emoties over het voetlicht brengen. Het belang van ouders in school is de oplossing voor het integratiebeleid. Juist daar ontmoet men elkaar echt. De boodschap zwom half in tranen.

008Klaar voor ontvangst

Herinnering: Iedereen zit aan de mini-tafels dubbelgevouwen met of zonder slaap nog in de ogen en de alledaagse futiliteiten komen voor het voetlicht. Kinderen spelen er doorheen, worden door helpende handen, die in de buurt zijn, naar juiste wegen geleid. Afspraken worden gemaakt, verschillen besproken, raad gegeven. Iedereen vaart er wel bij. Als er ergens sprake is van een grote familie, dan wel daar, in de groep, aan die kleine tafels. Geen ‘Juf Ank’-achterdocht en achterklap, maar gezonde belangstelling en interesse.

Ouders in de school werden op handen gedragen. Het is de basis van de betrokkenheid en ouderparticipatie en een noodzaak voor de goede verstandhouding en het persoonlijk contact. Helaas zijn maar weinig leerkrachten en scholen daarvan overtuigd. Ze vinden het chaos en herrie. Zet een andere bril op en zie ouders als onderdeel van het geheel. Het geeft een bijzonder licht en een verrijking.

Tom stond al van het ene op het andere been te wiebelen en naar me te kijken, toen hij nog in de rij stond om de juf een hand te geven. De hand zou leiden tot gezien worden, contact maken, persoonlijke aandacht. Ook dat was er allemaal terwijl we aan de tafel zaten en knuffies uitdeelden aan deze of gene, een high five voor de non knuffelaars, een aai over de bol voor de superverlegen schoorvoeters. De gouden regel: ‘Zorg dat je elk kind hebt gezien’ ging altijd op, meer was niet nodig.

4aa479d5-71dd-4930-9636-441b4768c1f1

Hij vloog vanaf de juf regelrecht met een vaartje in mijn armen. Haha, dat is nog eens een binnenkomer! Onderweg naar de auto begon hij een verhandeling over wat hij lekker vond. Hij vroeg nergens naar, maar zijn beschrijving, ‘een hoge witte en dan met stekeltjes met zo’n leuk rond koekje erop, zo grappig. En ook nog eens in die ijswinkel waar we toen geweest waren, hier vlakbij, weet je nog wel, Oma’ sprak boekdelen. Alsof ik het ooit vergeten zou. Ik wist het absoluut en omdat we nog een uurtje te overbruggen hadden was dat een uitgelezen moment voor zo’n hoge witte. Dat vonden twee witte eenden voor het bankje, waarop hij van het lekkers te genieten zat, ook. Ze belaagden hem, de aandacht gleed in dikke druppels van zijn ijs af, toen hij ging staan in een poging de opdringers te ontwijken. Het rode skai bankje binnen gaf soelaas. Beter! Door het raam volgde hij zijn belagers. Ze vlogen teleurgesteld naar park Rijnzicht aan de overkant. Op zijn wit-besnorde snoet stond de triomf te lezen. Om het ijs en om het afschudden van de belagers.

3b2f9bcd-a362-4820-ac36-cf974cab1c06

De gezonde tomaten-groentensoep kwam later, met echte balletjes, zoals het een echte Oma-soep betaamde. Dat wist de meneer van het sportclub-restaurant gelukkig ook. Daar kon ik nog meer geleende sier mee maken. Er kon geen Maccie tegenop. Triomf op alle fronten. Een topdag, zo’n Tomdag.

Uncategorized

Het is de moeite meer dan waard

Het werd een bijzondere avond. De dag was na de fysio voornamelijk in rust verlopen. Vermoeidheid speelde parten en een wegdoezel moment in de late namiddag zorgde even voor wat extra energie. Vriendin had gemaild over een balletvoorstelling. We wilden er samen graag heen,de afspraak was snel beklonken met een uitnodiging voor een etentje bij haar. Daarna waren we klaar voor het grote avontuur.

Het was op het Berlijnplein. Een plein met zo’n naam kan alleen maar een kunstzinnige uitstraling hebben. Het grenst pal aan het station en voldoet in alle opzichten. Het station is modern, maar vlak ervoor ligt perron 9. De oude gietijzeren kap van het Utrechtse Centraal Station. Dat is niet het enige markante. Het Berlijnplein ligt boven op het dak van de tunnel  van de A2. Alle puzzelstukken bij elkaar geven een nostalgisch beeld door, dat ik niet voor mogelijk zou hebben gehouden als het destijds was voorspeld. Nu liep ik met een tas met warme trui en deken, over dat, wat in mijn jeugd weiland was en waar straks de legendarische dansvoorstelling ‘Wiek’ in de open lucht plaats zou vinden en had tegelijkertijd mijn oude Centraal in ogenschouw, waar de immer trouwe Pinda-Chinees zijn standplaats had met zijn koek en zopie op een bak voor zijn buik. ‘Excusez les mots’ maar zo heette hij in de volksmond. ‘Pinda Pinda, lekkah lekkah’ riep hij en mijn kinderogen omarmden hem vol  ontzag om de beloften aan een onbekende wereld. Het was mijn eerste ontmoeting met iemand uit een ander werelddeel..

Onder die monumentale kap galmden onze stemmen als we op weg waren naar de kleuterkweek in Amersfoort en bij slecht weer van de trein gebruik maakten. We zongen het ‘Piu Non Si Trovano’ met Italiaanse hartstocht driestemmig. Deels omdat Spaan, de muziekleraar, wilde dat we het uit ons hoofd kenden en deels omdat het zo’n heerlijke klankvolle samenzang bleek onder de gietijzeren gebinten.

Nu was er een tent, een spiegelcontainer, twee huisjes met een tuin op een dak, een absurdistische film waardig. We figureerden dapper mee, nadat we de kleine blauwe prins gestald hadden en na een staartje van de gemiste opening en een glaasje wijn schuifelden we in een lange rij mee naar de ons bedisselde plaatsen in een stalen rondo, waar de voorstelling plaats vond. Drie groepen mensen werden door drie openingen naar hun plek gebracht. Doordacht concepten passend in de voorstelling.

Het begon pas om negen uur en eindigde om half elf. Vanaf de eerste tonen en passen werden we het stuk ingezogen en meegenomen tot aan het allerlaatste versterven van de klanken. Een staande ovatie omlijstte de spirit van de dansers. Wat een magistrale voorstelling van Schweigman&. Het is een stuk uit 2009, in de herhaling,  maar het heeft niets aan zeggingskracht ingeboet.

De wassende maan werd overstemd door de ingenieuze verlichting. Bij het uitsterven van de muziek zag ik plots een licht branden in de torenhoge cabine van een hijskraan, waar een eigen voorstelling zich afspeelde op een groot scherm. In die doodse nastilte sijpelden nog wat klanken van Raum door. Diep geraakt en nog ondergedompeld onder de indrukken constateerden we dat we twee zielen met een gedachte waren, het hoogste goed. Ternauwernood corrigeerde ik een verkeerde afslag uit de macht der gewoonte ingeslagen en de rest van de avond en een halve nacht bleef voor de verwerking. De vermoeienis had plaats gemaakt voor het afdraaien van de beelden, als een film in de herhaling, details, finesses, emoties en het einde. Laat je verrassen, het is de moeite meer dan waard.

Uncategorized

Haar energie naar het opperste geluk

Gisteren was het dan eindelijk zover. De eerste serieuze pogingen om wat olieverf op doek te krijgen. Nee, wacht even. Dat lukt altijd wel, maar om het beeld in je hoofd te vertalen naar de arm die het penseel vast houdt, dat is een lastige. Bovendien hobbel ik met mijn hele impressionistische ziel en zaligheid nog tussen de fijnschilders van het afgelopen jaar in mijn hoofd. Het is daar hartgrondig in de war en het zal nog een flink robbertje wikken en wegen kosten voor er uitsluitsel en helderheid over te geven is.

004Een glas vullen met water

Geen probleem hoor. Sinds dit half jaar, waarbij elke verovering een extra glans geeft aan het bestaan, is het toeven in de diepste dalen van het onvermogen een langzame overwinningsslag geworden. Ze valt te maken, maar het kost tijd. In het begin kwam het op millimeters aan, maar nu mag ik al meters maken. Hart en longen zijn voornamelijk van plan om ’s nachts op te spelen. Dat heeft als voordeel dat overdag met een gerust hart…O, de werkelijke betekenis ervan…van allerhande uit mijn handen komt. Er zijn mensen in mijn omgeving die bezorgd zijn en die zich afvragen of ik niet een tandje minder moet bijzetten. Ik weet eigenlijk bijna zeker van niet. Door niets te doen blijf ik rondjes draaien in afwegingen maken en verdwijnt elke energie in een afvoerputje met mijn goede humeur erbij.

0212.jpg Afvoerputje

Mijn jongste zus zei optimistisch: ‘Dan ga je maar een paar jaar eerder dood, maar dan heb je het wel leuk gehad’. Niet letterlijk, maar haar soelaas had die strekking. Ik kan het alleen maar beamen. Je kan me tot een kasplantje bombarderen, maar dat wil dan niet zeggen dat ik daar baat bij heb. Een mens wil graag zijn eigen mogelijkheden en grenzen leren kennen. Ik spreek voor mezelf. Deze mens in ieder geval wel. Liever struikelend zelf over de eindstreep dan gedragen.

Het water vloeide rijkelijk afgelopen dinsdag. Dat was het thema waar we mee aan de slag waren gegaan. De schoonheid van haar beweging proberen te vangen of vast te leggen waar de kern ligt van de noodzakelijkheid van haar aanwezigheid. Zonder water geen leven. Als literatuurstudie houdt het waterboek van Alok Jha me al een paar dagen in de ban. Mijn kijk op water verandert totaal door zijn weergave over de ontdekking van de structuur van water en de strijd die het opleverde over de eeuwige vraag, wie de eerste was, die dat ontdekt had. Het is er de oorzaak van dat water, zelfs tot op grote hoogte, verdeeldheid kon veroorzaken tussen volkeren: Engeland versus Schotland, tussen milieus: Aristocratie versus arbeidersklasse en door de strijd over het issue, wanneer men van wetenschap kon spreken versus de rommelaars, de speculatieve denkers.

img_4127

Water zaait dus letterlijk en figuurlijk verdeeldheid, terwijl het tegelijkertijd alles, maar dan ook alles verbindt. Het slaat waterstofbruggen en bij het lezen van het woord alleen al openen zich talrijke nieuwe beelden in mijn hoofd. Waterstofbruggen zijn waterminnend, ze omgeven letterlijk alles en zorgen ervoor dat de verbinding tussen watermoleculen tot stand komt, maar ook tussen watermoleculen en de zuurstof-of stikstofatomen en ze fungeren als transportmiddel. Ze hebben het vermogen om snel te ontstaan en even snel weer los te laten. Water is de katalysator tussen de moleculen, ze weeft het leven. Zonder water zou het leven uiteen vallen.

0322.jpg

Deze zin blijft hangen. Zonder leven ben je dood. Water maakt dus ook energie vrij. Energie om het leven aan te gaan, om tegenslagen te overwinnen, om jezelf te kunnen herwinnen. Energie zorgt ervoor dat je geestelijk weer tot leven komt. Ik wil de verbinding schilderen in dat glas met bruisend water, opdat het gaat leven. Laat het water maar stromen en haar belangrijke brug slaan met het leven zodat we meedelen en meedeinen in haar energie naar het opperste geluk.