Overpeinzingen

Afwachten maar

Een echte omslag van het weer heeft vannacht pas plaats gevonden. Door de openstaande ramen waait een frisse wind en hier en daar vallen druppels op de ruiten. Het regent en vandaag hoeft er niet gegieterd te worden. Gisteren wandelden we bij de Oostvaarderplassen. De grond vertoonde er grote scheuren en barsten. Zo droog is het kennelijk hier de afgelopen periode geweest. Het idee om natuur te zoeken kwam van lief. De overgang naar het stadse leven en het gemis aan het land en het bos achter de hof was net iets te abrupt. Er moest even ruimte zijn, vrijheid, frisse lucht, de wind door je haren. We waren er alletwee al lang niet meer geweest. Lief niet vanaf de afgravingen toen Almere nog in de kinderschoenen stond en ik een aantal jaren geleden voor het laatst voor school. Toen stond er slechts in het midden van niemandsland een educatief centrum. Nu was er een restaurant in gevestigd. Boven bleek er een expositie te zijn,. Het restaurant zweefde voor een deel boven de plassen, waar eilanden met verscheidene ganzen te bewonderen waren en daar scheerden de zwaluwen af en aan vanuit hun nesten onder de overkapping, over het water heen vlak langs de ramen. Er was geen verrekijker nodig om ze te volgen.

De vrouw die ons van koffie met ouderwetse appeltaart voorzag ontpopte zich als een echte gastvrouw. Ze knoopte praatjes aan met iedereen en kwam tussendoor vragen of het allemaal naar onze zin was. We hadden een van de beste plekken, vonden we. Zicht op de uitgestrekte plassen en heel dicht bij de zwaluwen. Allengs werd het drukker en het werd tijd om aan de wandel te gaan. Anders dan in Hongarije was het hier vlakker dan vlak, met af en toe een bank om uit te rusten en met een uitzicht dat altijd de moeite waard was. De rietkragen, de plassen, de koolzaad die met losse hand over de velden leek gestrooid en de engelwortel, een berenklauw-lookalike, maar dan veel platter van scherm en kleiner. Zwaluwen, ganzen, eenden en zelfs een zilverreiger aan de overkant van het riet. Ergens hoog boven ons cirkelde een roofvogel, te ver weg om in te schatten wat het was. De waarschuwende roep van de buizerd ontbrak. Misschien was het een glimp van de zeearend die in het gebied huisde. Buiten wind en vogelgeluiden heerste er vooral de stilte en de wijdsheid van het landschap deed weldadig aan.

Er waren fietspaden en wandelpaden, en ons pad leidde regelrecht naar het Oostervaardersbos. Er was een wildrooster aangebracht om de Heckrunderen die er zouden lopen tegen te houden, want het bos grensde aan bewoond gebied. Helaas kwamen we ze niet tegen. De bomen strekten zich hoog en statig uit en onmiddellijk werd daar de stilte verbroken door het gekwinkeleer van diverse vogelsoorten. Een klein stukje Nagypeterd.

Alles bij elkaar hadden we bijna zes kilometer gewandeld. Vermoeid maar voldaan borrelden we gezellig na bij de zwaluwen en de gastvrouw, die ons als oude bekenden begroette en wilde weten waar we vandaan kwamen. Het borrelplankje bestond uit kleine lekkere hapjes, een courgette soep, een vingerhoed vol, en net zo’n glaasje gevuld met overheerlijke couscoussalade, noten en olijven. Terwijl we zo gemoedelijk bij elkaar zaten ontstond het plan even bij de hoogzwangere schoondochter langs te gaan en een bloemetje te brengen, een beetje zon in spannende dagen. Amersfoort lag half en half op de route, per slot van rekening. We troffen haar alleen en konden bijkletsen over bevallingen, inleiden en de nieuwe methodes van tegenwoordig. Toen zoonlief met de kinderen thuiskwam gingen we er, na de nodige knuffels, vandoor. Rust in de tent voor het gezin, die straks weer volop aan de komst van de kleine zullen moeten wennen. We zijn benieuwd naar hoe het een en ander verloopt. Afwachten maar.

Overpeinzingen

De juiste balans

Zoonlief belt. ‘Vinden jullie het leuk als we tegen vijven langs komen. Ik maak pompoen-en-pindasoep’. Zo’n aanbod is van goud, zeker als je daarbij de lieve kleine man mag vertroetelen met een flesje. Dus eerst de boodschappen doen. Het is in Hongarije een stukje duurder geworden, maar hier in Nederland rijzen de prijzen de pan uit. Hoe pakken we onze uitgaven slim aan. Kijk en vergelijk is het streven. In een aantal apps zoeken we naar wat bekend staat als ‘ de goedkoopste supermarkt’. Die ligt hier in het grote stadscentrum waar je voor het parkeren moet betalen. We passen en meten en komen nog altijd op dertig euro uit. Hoe doen gezinnen dat tegenwoordig, vraag ik me af. Wij zijn maar met z’n tweeën, hebben een beperkte eetlust en snoepen niet tussendoor. Het blijft vooralsnog een raadsel.

‘Zullen we even naar het tuincentrum gaan’, opper ik en voor we het weten staan we midden tussen de verleidelijke hoeveelheid aan de mooiste bloemen en planten. Het balkon heeft een opfrisser nodig en de planten in de bakken aan de galerij ook. Franse geraniums doen mijn hart smelten. Overvallen door nostalgie besluiten we er twee te nemen en eveneens de witte stralende hydrangea macrophylla, omdat die zo hartveroverend mooi staat te pronken met haar vele bloemen. De ideale plant om de donkere hoeken op te fleuren. Er tegenover vinden we een paarse lupine en een grote pot met lobelia. Het zijn in de tuin mijn lievelingskleuren.

Lief sjouwt ze naar boven, ik de kleine tas met boodschappen en samen bekijken we het balkon. Voorzichtig merkt hij op dat er nogal wat verwaarloosd spul tussen zit. Ik kan niet anders dan het beamen. Het is al een tijdje een ondergeschoven kindje gebleven. Voortvarend gaan we te werk. Zes vuilniszakken vol oud zeer kwamen er vanaf. Heerlijk zoals het ruimte maakte voor het nieuwe spul. Gewapend met schepje en aarde werden potten leeg gemaakt en vervolgens weer gevuld, de nieuwe aanwas erin gezet en liefdevol toegesproken en een passende plek gezocht. Daarbij werd het balkon natuurlijk ook gelijk geveegd. Toen we bijna klaar waren en lief al een paar zakken had afgevoerd, stonden de oudste en de jongste zoon voor de deur. Ze kwamen de kast brengen, die de oudste wegdeed en die wij weer goed op de werkkamer konden gebruiken. Wat heerlijk. De twee spierballen hadden het zo naar boven getransporteerd. Hoofdschuddend, dat wel, omdat wij zo druk bezig waren en het niet kalmer aan deden. Maar als je het eenmaal op je heupen hebt, kun je er maar beter gevolg aangeven. Dan is al het werk met voortvarendheid en in een oogwenk gedaan.

Ze namen de resterende zakken mee op één na en wij puften even uit. Na gedane arbeid was het zoet rusten. Dochterlief kwam spontaan aanwaaien met twee van de drie zonen. Dribbel stortte zich onmiddellijk op de autootjes en de trommel met kleine dieren en onze lieve entertainer had nog een paar stoere verhalen in petto. Op de vragen die er tijdens het gesprek rezen, zocht hij terstond de antwoorden in zijn telefoontje. Dochterlief bracht hem naar Free Run en Dribbel bleef bij ons. Een paar minuten later al kwam de complete familie van zoonlief binnen gedruppeld met tassen vol etenswaar, baby-behoeften, knutselspullen voor kleindochter en heel veel dikke pakkerds voor ons. Binnen no time zat ik op de bank en kon een goed gesprek aanknopen met de kleine pork, terwijl zijn gekolfde flesje op temperatuur werd gebracht. Wat heerlijk om deze knapperd, die alweer drie maanden is, te kunnen knuffelen en vasthouden. Wat gaat het hard.

Er werd gekookt, gebakken en de tafel gedekt in een flink tempo. Dochterlief en Dribbel aten ook mee, een tafel vol. De kinderen kregen een vel papier en aquarelverf, Lief spoelde de vaat en de kleine en ik genoten van elkaars brabbeltjes en klanken. Heerlijke hectiek, afgewisseld met de broodnodige rust toen het huis weer stil viel. De juiste balans.

Overpeinzingen

Zoals te doen gebruikelijk

We zitten op het bed en kijken naar het oude vertrouwde uitzicht over de kleine stadse metropool met haar flatgebouwen en groenpartijen, de uitgestrekte daken ervoor. Gisteren reden we rond zessen de stad binnen. Heerlijk om al dat vertrouwde weer te zien. Er was nog tijd voor een boodschap bij de buurtsuper en daarna konden we op huis aan. De routine, alle bagage in het halletje en lief die dat vervolgens naar boven sjouwt terwijl ik de auto op een mooi plekje zet en en wat licht spul meeneem, werkt als een tierelier. Eerst maar de schade opnemen aan droogte en de planten. Het viel reuze mee. In de gauwigheid zag ik wat verdorde salie, hier en daar wat uitgedroogde bloemetjes, en een enkele kamerplant vertoonde tekenen van een moeizame tijd, maar het merendeel zag er nog steeds florissant uit.

Eergisteren was het even zoeken naar onze Airbnb. Het bleek uiteindelijk een zolderkamer van een hotel te zijn midden in een Beiers dorpje. Daar moesten we een eindje de deelstaat voor in en eigenlijk was dat een mooie en nieuwe ervaring. Het was prachtig weer en dat hielp mee. Hoera, de keuken was open en er kon na de aankomst en een opfrisbeurt heerlijk gegeten worden. Er was een vega-keuze menu bij. Die luxe hebben we niet vaak gehad. Kennelijk was het een echt ons-kent-ons verhaal, want alle mensen die in de binnentuin hadden plaatsgenomen, konden goed met de eigenaar overweg en het leek wel een persoonlijke kennis van iedereen die overal en met iedereen een praatje aanknoopte. Veel Beierse klanken klonken op.

In die binnentuin was het fijn en niet te warm. Er waren wat muggen, maar daar draaiden we ons hand niet meer voor om. Het was al met al een warm welkom na de lange rit. We dachten in Hongarije een nieuwe weg te hebben uitgestippeld, maar volgden toch weer de lange route heel het land door richting Wenen. De ochtend had in het teken van weemoed en afscheid nemen gestaan. Nog een foto hier en een spijtige blik daar. Alle spullen inladen, die van de globetrotters en die van ons, omdat wij ruimte genoeg hadden en gemoedelijk rond achten ons weegs. Het weer werkte op alle fronten mee. Wat een bof. Alleen in Oostenrijk hingen er wat dreigende wolkenpartijen boven de bergen, wat een prachtig schouwspel in donkere grijstinten opleverde.

De tweede dag moesten we vanuit ons Beierse dorp een aantal B-wegen nemen tot aan Nürnberg en daar gingen we de A3 weer op. Al gauw hadden we besloten vaker naar andere wegen op zoek te gaan, want het was heel afwisselend en fijn rijden. Je maakte op die manier deel uit van het landschap zelf omdat je midden tussen de bossen door reed, langs de immens hoge dennen op hun bevallige stramme stammen, door de kleine sluimerende dorpen her en der en het dalen en stijgen over de glooiende heuvels.

De afstand begint vertrouwder te raken. In de nieuwe Truus is het goed te doen. Er is muziek en er is koelte. Het enige waar we beter rekening mee moeten houden zijn de losse euromunten voor de toiletten. Sommige automaten lusten onze de bankpassen soms niet en niet overal is een wisselautomaat.

Dochterlief heeft haar relaas over Budapest uitgebreid in haar reisverslag gezet. Zo fijn om op die manier hun reis te kunnen blijven volgen. Het relaas zorgt ervoor dat we binnenkort eens een hotelletje zullen huren om de stad te gaan bezoeken, want er is veel moois te zien. Dat de Donau er dwars doorheen loopt is een bijzonder aantrekkelijk idee.

Maar nu eerst de huishoudelijke zaken. Een wasje, wat stoffen en zuigen en alle planten een opfrisbeurt. Kleindochter wordt vermoedelijk deze week geboren en we zijn prachtig op tijd. Goed gelukt dus. Koffie op bed van lief en kalm bijkomen, maar daarna aan de slag. Zoals te doen gebruikelijk.

Overpeinzingen

Tel uw zegeningen

Het verhaal gisteren wekte een andere indruk bij zuslief en misschien bij meer lezers, dan bedoeld. Voor de duidelijkheid: Het feit dat ik in een chagrijnige bui schoot en de overweging om eventueel naar Nederland te gaan stonden volkomen los van elkaar. Het idee om op te splitsen was vooral vanwege het vele werk dat hier dagelijks te wachten ligt. Als we zouden willen, zouden we beiden de handen vol hebben aan alleen al het bijhouden van alles wat hier groeit en bloeit. Dat is ten enenmale niet mogelijk en wij moeten zelf daar een weg in zien te vinden. Dat groeit vanzelf, net als al die lieve natuur hier.

Gisteren een nieuwe dag met veel binnenwerk en de laatste loodjes. De wasmand leeg maken, want de zon is zo heet dat de dikste kledingstukken in een paar uur droog over het rek bungelen, ideaal om ook het dekbed er door te gooien, maar daar kwam het even niet van. Het nieuwe boek voor de bioclub bestuderen. Dat bleek Geld, geloof en goeie vrienden van Laura van Hasselt over de weldoener van Amsterdam, Piet van Eeghen. Hij is onder andere een van de grondleggers van het Vondelpark. Ik ben benieuwd, wat ik lees, boeit nu al.

Bij het koken was het zaak in ‘een lege koelkast’ te denken. Tegenwoordig, of eigenlijk al veel langer, willen we niets meer weg gooien. Er is al verspilling genoeg in deze wereld. Dus worden het frietjes met broccoli, vega schnitzels en een feta, tomaat en yoghurt salade, die heerlijk verfrissend is.

Lief maait voor de laatste keer het gras zo kort als het kan en nu kunnen we straks een wandelingetje maken tot ver achter in het bos, de oude rozenstruik bewonderen en de bloeiende yucca en stokrozen her en der. Altijd onder het opbeurende gezang van nachtegaal, wielewaal, merel, groenling, de kneu en alles wat maar neerstrijkt.

Het bloementuintje naast het terras met haar deels wilde aanwas, de korenbloemen, het bloeiende koekruid, de opkomende dahlia’s en daarnaast de struise Alsem, de stokrozen, de Citroenmelisse, de maagdenpalm, de enorme Hosta en de pol siergras zijn een grote speeltuin voor de vlindersoorten hier. Maar ook allerlei andere insecten en vooral de bijen. Het is natuurlijk de garantie voor het aantal vogelsoorten. In deze tuin valt vooral de samenhang op en het onverstoorde evenwicht in flora en fauna.

In de vroege ochtenduren zitten we nog op het terras. Ik schrijf, Lief puzzelt en leest in het boek ‘Schemerleven’ van Jaap Robben, of een of ander boeiend artikel. Af en toe kijken we op, luisteren naar de vogels, genieten van de zon die door de bladeren heen filtert, kijken elkaar aan en knijpen in elkaars arm, het is fijn en het is rijkdom, dit bezit. Straks redder ik door het huis, zal alles bij elkaar graaien dat eventueel mee gaat. Er kan ook veel hier blijven. Wat niet vergeten mag worden zijn de knutsels van kleindochter, die hier al die tijd sinds hun vertrek in de vensterbank stond te pronken.

Verder is alles gedaan. Alle (lees veel) ramen gezeemd, grondig gestoft en gezogen, er gaat nog een laatste dweil door de lange gang en dan is het klaar. Terug naar die andere behuizing, veel kleiner, maar ook knus en groen en naar de tuin op het volkstuinencomplex, een postzegel vergeleken bij dit stuk land, maar daardoor navenant minder werk. Een geluk bij een ongeluk. Tel uw zegeningen.

Overpeinzingen

Laat los wat niet in de hand te houden is

Een hoop gerommel komt door de luiken heen en het open raam. In de slaapkamer is het koel en donker. Een heerlijkheid want buiten heeft de zon de temperatuur al opgetrokken tot zo’n dertig graden. Naast het geluid van autodeuren, gerommel met ijzer en het schuivende geluid over de vloer van het vrachtwagentje klinken de Hongaarse klanken. Lief verstaat ze bij flarden als het duidelijk doorklinkt. De rest van het verhaal gaat verloren in de geluiden van de tractoren die op de hun gebruikelijke manier langs komen racen. Het is nog vroeg, maar vanwege de hitte nemen de werkzaamheden nu al een vlucht. Straks is het niet meer te doen. Dat merkten we gisteren.

In de middag hadden we bioclub en zou ik, begreep ik te laat, zelf in moeten zoomen. Dat was lastig, want normaal word ik uitgenodigd. Snel wat videootjes bekeken en halverwege aangeschoven zonder beeld van hun kant, ik was daar wel in beeld. Volgende keer nog even oefenen. Kennelijk was er bij de inleiding al veel gepraat over het boek en veel kritiek gespuid. Nadat ik opgewekt mijn verhaal hield, over hoe boeiend ik de materie had gevonden omdat het me zo beroerd had en veel losmaakte aan emoties, verontwaardiging verbazing, woede, verdriet, ontzetting, alles was wel eens langs gekomen, bleek dat mijn lieve academische clubgenoten veel meer in waren gegaan op het werk van de biograaf en vonden dat hij het een en ander te weinig had uitgediept. Bovendien kenden ze bijna allemaal de kringen van de jaren zeventig en tachtig, waar een groot deel van de ommekeer van Kuipers had plaatsgevonden en, ook niet onbelangrijk, de gereformeerde bond kenden van zeer nabij.

Ik was duidelijk de leek, maar ook misschien wel een broodnodige schakel omwille van het relativeren. De biografie was vlot en goed geschreven, pretendeerde geen wetenschappelijk werk te zijn, trad niet al te diep in details, maar hield, wat mij betrof, wel de belangrijkste rode draad vast en gaf ruimte aan die voornoemde emoties. Misschien had de kant meer belicht moeten worden van de tegenstanders voor de de rol die de vrouw werd toebedeeld in de psycho-analyse als tegenhang bij het relaas van Kuipers, evenals de stemmen van protest die opgingen vanuit het COC omtrent de benadering van homoseksualiteit in Kuipers boek ‘Neuroseleer’.

Halverwege viel de zoom uit en wist ik niet snel genoeg het weer aan de praat te krijgen. Daar volgt natuurlijk een studie uit voor een volgende keer, want dat overkomt me niet meer. Ineens zat ik zonder klankbord en zonder meeting. Buiten was het onaangenaam warm en daar kon ik niet zijn. Lief was hard aan het werk achter op het land ondanks de hitte en in kleine straaltjes kroop de gram onder mijn huid. Geen goede basis voor een gesprek bleek, toen lief de keuken inzeilde, tot en met zijn denim broek drijfnat. Vanuit mijn grote zorg kreeg hij een portie narigheid over hem heen zonder dat ik hem verteld had waar dat ineens vandaan kwam. Niet handig en moeilijk om om te slijpen tot luchtigheid.

Verloren tijd of toch niet. Deze ochtend nog eens wat dingen rustig op een rijtje gezet en doorgepraat met elkaar. Gisteren had ik geopperd alleen naar Nederland te gaan en over twee maanden weer hier te zijn, omdat duidelijk was hoeveel werk er te doen was, maar nu kwam het hele idee me absurd voor. Natuurlijk moest de tuin maar wachten en konden we deze twee dagen nog wat puntjes op de -i- zetten om de schade door afwezigheid te beperken, maar twee maanden zonder elkaar was helemaal niet wenselijk, niet voor mij en vice versa ook niet voor hem. Dat voorstel werd teruggedraaid tot de juiste proporties. Ook hier was relativeren belangrijk. Iets in de trant van ‘Laat los wat niet in de hand te houden is’.

Overpeinzingen

Een nieuwe dag

Net een klein onderonsje met kleinzoon, nieuwste aanwinst in de familie en met zijn vader natuurlijk. Zo heerlijk. Die weetgrage oogjes, die gulzige mond, oortjes die gretig de klanken opslurpen. Baby’s zijn de bron van verwondering. Als je wilt weten waar het in het leven allemaal omdraait, kijk dan vooral naar hun verrukking.

Gisteren waren we voor tienen al op weg, richting Balatonmeer. Je moet het gezien hebben, zeggen ze hier en buiten dat het heel toeristisch is aan deze zijde, toch nog altijd op twee uur rijden, was het zeer de moeite waard. De kleuren, de dobberende en bedelende(helaas)zwanen. Het zwanenmeer zonder de stervende zwaan in een prelude van turquoise/azuurblauw. Met de schemerachtige grijsblauwe bergen als decor, adembenemend. Zeilende, zwemmende, pootjesbadende en flanerende mensen en rustige bankzitters, de terrasjesspeurders, ze waren er allemaal. In de grote stad Siofog was alles overgoten met een sausje van toeristengunsten. Een prachtig bloembed, een klaterende fontein en een heuse schommel in een guirlande van kunsstof rozen om groeten uit Siofog te brengen op een foto, dat dus en niet bepaald de stijl die we zochten. Langs stranden en strandjes op zoek naar beter, campings vermijdend, jachthavengeweld omzeilend.

Onmiddellijk verliefd op de kleuren die over ons heen spoelden en dat is niet meer overgegaan tijdens deze toeristenparty. Eten bij een haventje en wat kies je als je in Hongarije bent?. Juist, een vegetarische Griekse salade en lief een camembert van de grill.We beloven onszelf, tussen neus en lippen door, nog eens echt vegetarisch Hongaars zo het te krijgen is. Maar de keuze op de kaart is al reuze, dus je hoort ons niet klagen. Een wandelingetje door een laan van platanen, ernaast een pad vlak langs het meer. De uitbundige zonnestralen lagen als een bonte deken op het schaduwpad. Hoog zomer in Frankrijk, dat was het gevoel erbij. Een vermeende ringadder in het meer, maar bij terugkomst zat hij nog op dezelfde plek, dus het vermoeden is achteraf toch anders.

Het enige obstakel deze middag vormde de parkeermeter. Het werkt iets anders en eigenlijk toch hetzelfde als bij ons. Maar een vriendelijke parkeerwachter zette zijn scooter naast die twee aarzelende buitenlanders en legde ons tot twee maal toe geduldig uit hoe het werkte. Het ouderwetse systeem met het kaartje op het dashbord. Een stroomstoring in het restaurant was er de oorzaak van dat we een kwartiertje later pas wegreden, maar de wachter had ons welgevallig met rust gelaten.

Dochterlief had gevraagd of we niet gingen zwemmen en ik antwoordde dat ik misschien zou pootje baden. Een van de voordelen van het meer aan de zuidkant is de ondiepte, het is een heel stuk lang kniehoog. De behoefte was er niet. Liever de sfeer inademen, de stemmen horen klateren tegen de bomen, het uitgelaten lachen, de spelende kinderen in het gras, lezende, slapende en turende ouders die hun kroost in de gaten hielden.

De huizen die aan de laan grensden, meest hotels en pensions, ademden grandeur van een statig kuuroord van vroeger. Geen huis is hetzelfde. Het lijkt of de architecten zich tegoed hebben gedaan aan buitenissige torens, gevels, raampartijen. Sommige waren versierd met guirlandes van Cherubijntjes. In Siofok konden bij een hotel de gasten aanliggen in een hemelbed-achtige ambiance, de decadentie ten top. Voor ons ‘lelijk van schoonheid’, in variatie op een thema, de bedbanken in hun lichtwitte zwierige gordijnen, een reclame voor een wasmiddel was er niets bij.

Het was een heerlijke dag en thuis overviel de vermoeidheid van de lome warmte en de opgedane indrukken. Vroeg naar bed. Morgen is er een nieuwe dag.

Overpeinzingen

Zowel voor plant als dier

Moe wakker worden omdat je heel druk bent geweest in je droom. De bovenbouw was op bezoek en tegelijkertijd waren er heel veel ouders, die bleven hangen in de groep. Ze hielpen met knuffels uitzoeken. De meest afgeknuffelden mochten weg. Verder was er nog een videograaf die opnames kwam maken, een Chinese vaas die sneuvelde, waarbij ik de ‘dader’ gerust moest stellen, er was een hoosbui toen we in de pauze naar buiten gingen en er kwam een ouder met nieuwe knuffels. Aan het eind bedacht ik me dat het natuurlijk de grote wen-ochtend was geweest. Middenbouwers gaan naar de bovenbouw, onderbouwers naar de middenbouw en de achtste jaars komen op bezoek in de onderbouw. Ik moest ze allemaal terug in de kring roepen en afspraken gaan maken. Iedere bovenbouwer koppelen aan een onderbouwer en samen laten werken. Bovendien moest de kast met elektronica open, daar kon dan mee geknutseld worden.

Nu met een kop koffie en de zon vol op de rode prunus in het midden van de tuin, de kwinkelerende lijster, de nachtegaal in het bos, is het goed bijkomen. Er is veel lawaai van de weg, maandagmorgen, dat zijn de luitjes die echt hard moeten werken vandaag. Als we willen is er een hele dag rust. De Turkse Tortels houden niet op met koeren, die roepen de hele dag naar elkaar. De zwaluwtjes vliegen laag. Dat begrijp ik wel met al die muggen die her en der zitten. Ze laten het terras voor het grootste deel met rust. Alleen als je je in het struweel begeeft, willen ze hinderlijk vervelend zijn, maar ja, wij zijn per slot van rekening de verstoorders van de natuurlijke habitat.

In de Groene van vorige week staat een interview van Ewald Engelen met Martha Nussbaum over dat onderwerp. Haar boeiende kijk op de biodiversiteit van de aarde, met name gericht op het welzijn van dieren, vraagt om bewustwording en tegelijkertijd roept het nog vele vragen op. Leven en laten leven zou de norm moeten zijn. Wie zijn wij dat we een ander levend wezen de hersenen mogen inslaan. Het is moeilijk om je te houden aan een dergelijk denkbeeld, want het geldt even zo vrolijk voor de, in onze ogen, hinderlijke muggen. De techniek zou zich eigenlijk moeten richten op het uitvinden van manieren om met elkaar te kunnen leven zonder hinder van elkaar te ondervinden. Uit deze complexe materie valt er toch hoop te putten. Met name de bewustwording is groeiende. Daaruit zullen allerlei nieuwe ontwikkelingen vloeien, waarbij het vooral zaak is om te onthouden dat alles wat leeft, mens, plant en dier, in samenhang zijn met elkaar.

We hadden al een boeiende discussie naar aanleiding van hoe het onderwijs is ingericht. Ergens sijpelde het nieuws door dat in Amersfoort de eerste Middelbare islamitische school was opgericht en dat men er trots op was. In mijn optiek zou een school neutraal onderwijs moeten geven, zonder dogmatiek. Dat betekent niet dat het zonder normen en waarden zou moeten zijn. Dan zijn we weer terug bij af. In de jaren zeventig is geprobeerd met laissez-faire scholen te werken en dat mislukte jammerlijk. Kinderen willen wel degelijk begrensd worden, maar het ligt eraan of ze dat zelf mogen ontdekken ja dan nee en hoe biedt je dat aan zonder regels van bovenaf er op te plakken. Er zijn heel veel ja-maars die je er op af kan vuren, maar er zijn even zovele antwoorden mogelijk. Om te overdenken.

Gisteren wandelde hagedis doodleuk over het terras. In een glimp zonlicht ving mijn blik hem net op tijd om een foto te kunnen maken, voordat hij in de grote rietplant wilde verdwijnen. Normaal zitten ze het meest in de rotstuintjes en tussen de stapels dakpannen die er zijn. Na de boodschappen ‘schilderde’ lief verder aan het lieflijk en begaanbaar maken van de omgeving, zoals de wilde rozenstruiken achteraan in de buurt van de oude bomen. Daar viel een hoop brandnetel te slechten. Ik peinsde nog over een goede achtergrond voor kleindochter met het geitje en kleinzoon met zijn muffin. De ramen van het atelier stonden open om het zuchtje wind dat er op deze broeierige dag waaide, te vangen. Het was heerlijk toeven met de nachtegaal in de boom er vlak voor. Opmerkelijk hoeveel decibellen ze uit kunnen stoten. Lieflijk gezang, wat wil een mens nog meer. Vredig ook.

De druiven die aan het prieel hangen worden al groter en groter. Ook de stokrozen zijn een en al belofte. In de bloementuin staan knopjes op barsten. Waar Nussbaum het over heeft geldt eigenlijk voor alles wat leeft, zowel voor plant als dier.

Overpeinzingen

Wat het leven zo de moeite waard maakt

Vaderdag vandaag en wat wonderlijk is, ik kan me de moederdagen van vroeger wel herinneren, maar de vaderdagen niet. Heel vroeger was er natuurlijk een wensje voor papa. Zo deden we dat. Op de kleuterschool mochten we het inkleuren en het versje werd er in geschreven door de non die voor de klas stond. Vervolgens werd het in het hoofd geprent door het meermalen met elkaar op te dreunen. Op de grote dag stond je voor vader in je zondagse jurk met gekamde haartjes en schoon geboende wangen. Een eerste optreden voor een groter publiek. ‘Lieve papa’ haperend, verlegen en beetje bij beetje vrijer, opgelucht als je de zes regeltjes of meer verstaanbaar te berde had gebracht. Ontbijt op bed daar deden we niet aan. Ook niet op moederdag.

Met de kinderen was dat het grootste feest. Ontbijt klaarmaken. Kleine zelfgemaakte cadeautjes erbij en mooie tekeningen paraat. Een eigenhandig geplukt bloemetje en een eenvoudig ontbijt op bed. Beschuit met suiker, een beker thee. Feestelijk in alle eenvoud. Meer was niet nodig. Zo officieel als het vroeger was, zo informeel ging het toen.

Toen hij er niet meer was, kreeg de dag een veel grotere betekenis, een extra herdenken, al was hij geen dag uit hoofd en hart. Er werden foto’s van vroeger gedeeld, net als bij de verjaardag en zijn sterfdag. Alles leefde een beetje voort in de tradities die we zelf hadden gevormd in de dagen van samenzijn. Dus ook met Pasen en met Kerst, alles wat destijds belangrijk was voor de beleving. De nadruk lag op het vieren van de jaren dat we allemaal samen waren en op zijn geleefde leven.

Vaderdag en ik luister naar de vogels die elkaar vertellen het zo goed te hebben in dit kleine paradijsje. Elke dag is een feest om de vrijheid waar de natuur hier haar eigen weg kan gaan, met wat kleine aanpassingen van onze kant. De kinderen zijn elders. Aan het thuisfront viert de oudste zoon zijn eerste vaderdag. Hij is laat vader geworden en daardoor krijgt het een dimensie extra. De één na laatste op rij, alleen de jongste heeft geen kinderen. De globetrotters vieren vaderdag in Boedapest, eerst nog een rondje kerk in het vrijwilligerswerk dat ze daar nu tien dagen hebben gedaan en daarna is er tijd voor vaderdag door twee dagen alleen met elkaar in de stad te bivakkeren. Lief en ik vieren vooral elkaar en in gedachten ben ik bij ieder kind afzonderlijk. Zo werkt dat bij mij en met mij bij vele andere ouders.

In je hoofd gaat geen moment voorbij dat je niet heel even aan iets speciaals of iets doodgewoons denkt, geholpen door de familie-app en facebook en Instagram waar foto’s op verschijnen. De globetrotters zijn te volgen in een speciale app en gretig lezen we de verhalen, bekijken de foto’s en worden meegezogen op hun rondreis door Europa. Levens delen als je niet bij elkaar woont is nu zoveel simpeler dan vroeger. Ik denk aan de ellenlange brieven die ik schreef naar huis en hoe mijn moeder iedere week trouw een brief terugstuurde. Ja ook aan Lief, omdat we destijds samen in Leiden woonden. Er werd alleen maar geschreven over het wel en wee van zo’n doorsnee week, maar tussen de regels door stond altijd de goede raad, de moederzorg, de betrokkenheid met haar kroost.

Elke dag is het vier-het-leven-dag van het kleine geluk. Met je vader, met je moeder, met je broers en zussen, met je vrouw en de kinderen, met de natuur in al haar facetten om je heen, met alles wat het leven zo de moeite waard maakt.

Overpeinzingen

Vertrouwen hebben in je eigen kroost

Vandaag is de jongste jarig. Bij de anderen denk ik ook nog wel eens, ‘gut we worden ouder’, maar bij de jongste helemaal. Hij wordt vandaag 28. Zo veel jaren meer dan ik jong was toentertijd. Alhoewel, ik was een ‘ouwe’ zeiden wij als verpleegkundigen altijd oneerbiedig onder elkaar als er iemand van 43 of daaromtrent kwam bevallen. Meestal werden alle zeilen bijgezet, omdat complicaties logischerwijs verwacht konden worden. Maar mijn moeder was ook veertig toen ze de tweeling kreeg en daar keek niemand van op. In die tijd kwam zoiets vaker voor.

Het was een gezellige bevalling, met twee goede vriendinnen, de vader en een fijne crew. De broers en zussen mochten allen nog na de bevalling ‘s nachts op bezoek komen en de volgende dag kon ik naar huis. Gek genoeg weet ik van daarna niet zo veel te herinneren, alleen dat het heel druk was met bezoek, onder andere door school. Mijn hele groep kwam op een middagje langs en allemaal wilden ze met dat kleine vertederende baby’tje op schoot op de foto. De tweeling en de jongste scheelden tien jaar. ‘Help wat moet ik met zo’n pork’. Het leven laat zich niet leiden, het leven leidt en binnen de kortste keren was er een nieuwe hiërarchie in huis. De baby en zes vaders en moeders. Zo handig hoe het tij gekeerd kan worden als er zoveel invallers voor handen zijn.

28 Jaar waarvan een lange tijd alleen en met de grote en kleine zorgen. Hoe combineer je als alleenstaande moeder van vijf kinderen dan bijvoorbeeld een ziek kind met je werk. De tweeling was thuis. Goed op het broertje letten want die was ziekies. Ik moest werken, zij waren, God zij geloofd en geprezen, vrij. Na school al het werk laten liggen en naar de kleine. Hij was inmiddels vier. Doodziek en suf trof ik hem aan. Halsoverkop naaar de huisarts. Dan maar een standje, zorg gaat voor. Ze keek, zag en concludeerde. In conclaaf met het ziekenhuis. In allerijl moest die kleine er naar toe. Daar werd ‘De Ziekte van Kawasaki’ vastgesteld, dat ik alleen maar als motormerk kende. Heftig. Voor we het wisten zaten we een hele week in de isolatie in het ziekenhuis. Dat was het enige wat een moederhart kon doen. Erbij blijven.

Hoge dosis eiwit moesten hem er weer boven op laten klauteren en mij ook. Stukje voor beetje en dag voor dag. Och arm ziek vogeltje. Na een week ging het beter en kon de quarantaine eraf. Vrijheid voor bjna iedereen. Dat hij daarna een tijdje zijn wenkbrauwen kwijt was, was maar een wissewasje. Zo ging dat destijds.

Hij is stoer, heeft zich een sportmodel aangemeten, zijn eigen weg gevonden in maatschappelijke ontwikkeling en vooruitgang. Vanaf jongsaf aan wist hij wat hij zelf wilde. ‘Nee mam, ik game niet, ik haal de computers uit elkaar’. Prima, vond ik. Een lief en eigenzinnig karakter. In vrijheid opgevoed, zoals de vier er voor. Altijd de overtuiging: ‘Ze vinden hun weg wel, ik leer hen de basis en zij doen de rest’. Nooit getwijfeld. Misschien was dat het grote goed. Vertrouwen hebben in je eigen kroost.

Overpeinzingen

Een indrukwekkende ervaring

Wandeldag nummer twee. Oorspronkelijk was het plan om naar het Madar es Elmenypark af te reizen, dat ligt bij het dorpje Zsippo. Daar tussen de vele poesta’s zou het vlak genoeg zijn en kon er flink gewandeld en bezichtigd worden. Het pakte uit zoals zo vaak hier. Na een lange boeiende rit. Langs de glooiende heuvels en nog best flinke klimmers en dalers, reden we door voorbij Szippo naar het beloofde oord. Daar aangekomen was het hek dicht, zag de begroeiing er wat verwaarloosd uit en kregen we uiteindelijk nul op request. Teleurgesteld reden we stapvoets verder over de smalle bochtige landweggetjes en kwamen bij een brugje aan, dat leidde naar…Tja naar wat. Die brug was nou niet bepaald van de kloeke degelijkheid die we zo van Nederland gewenst zijn. Het hout was hobbelig en kierde nogal. Ik weet het niet hoor, met die zware tante Truus van ons. Die kleine Blauwe had het glorieus gehaald, maar met onze nieuwe Truus?

Tijdens het weifelen en twijfelen reed een snelle rode voiture van nieuwe makelij zonder aarzelen over het houten bruggetje en stopte vervolgens naast de onze om te vragen of ie ons verder kon helpen. Als je even doorrijdt zijn er wat dieren te zien, was zijn raad. Nog een auto passeerde. Vooruit met de geit en niet kinderachtig zijn. Het bruggetje hield het gewicht met kraken en zuchten, maar zonder tegensputteren. Karakter hoor, die grijsaarden. Iets verderop bij een verlaten pand met een werkzame tractor erachter zagen we de poestarunderen. Hoera. Alleen de vogels al, de stilte, de overweldigende natuur en de herkauwende beesten. De eerste honger was gestild.

Wandelingetje langs het grut en door naar Szenna, waar lief een museum wist dat te vergelijken was met het open luchtmuseum bij Arnhem. Hier werd een samenstelling van Pustadorpen uit het vroegere Hongarije getoond, compleet met ingerichte boerderijen, handwerktuigen, oude stallen en erven en ingenieuze hulpmiddelen voor een overlever in die tijd. We mochten zelfs nog de kerk in voor de somma van omgerekend vier euro twintig. We bleken de twee enige bezoekers en het was heerlijk om er rustig te kunne lopen, te genieten van de lemen huisjes, de oude volkse handarbeid en de overleving in die kleine bedompte huisjes, met gevelkachels en fornuizen van formaat.

In de educatieve ruimte was het heerlijk uitrusten op kleine houten stammetjes op rustiek geweven kleden met het oog op de vele soorten handarbeid dat het land rijk was. Lief heeft daarvan veel in bezit gehad, maar even zo vrolijk is ook heel veel weer verdwenen. De kerk was zo prachtig van eenvoud en tegelijk zo rijk aan folklore. Devoot was het meest op haar plek als omschrijving. Hier kon je je een voelen met alles wat kosmisch iets te vertellen had. Alles was versierd met een indrukwekkend tegeltableau, maar ook weer net niet zo uitbundig dat het schreeuwerig werd. Buiten knipperden we tegen de volle zon. We groeten de drie vriendelijke dames en zetten de tocht voort.

Ergens onderweg zagen we een opstelling voor een marktje, toen we het tegenovergelegen bos inliepen zag ik een Hop. Net te laat voor de foto. En daarna was het een kakofonie aan geluiden van bijzondere vogels met de wielewaal als de luidste. Wat voortdurend opvalt bij wat we hier voor uitstapjes maken is de volledige stilte buiten de vogelgeluiden. Nergens is natuur zo overheersend als op het Hongaarse platteland. Stilte hoor je pas als het geluid verstomd, en als dat gebeurt hoor je haar op volle sterkte. Een indrukwekkende ervaring.

Overpeinzingen

Kijken en lezen met argusogen

Na de vermoeidheid door het wandelen van gisteren, lichte twijfel over de uiteindelijke oorzaak, duurde het even voor ik me er overheen kon zetten. Hoe werkt dat in zo’n zwaar en log lijf dat noopt tot slapen en gapen. Na de boodschappen in de hitte, thee in de luwte van de veranda en met een lief die vrolijk aan zijn klussen in de tuin was begonnen, besloot ik alles wat er nog in zat aan energie bij elkaar te graaien en niet toe te geven aan wat lijf en leden wilden.

Schilderen kon daarbij van betekenis zijn, zolang het muggengespuis me niet zou afleiden door de agressieve aanvallen op het blote vel. Ondanks de hitte maar sokken over de broek heen, omdat ze het doorgaans vooral op de onderdanen hadden gemunt. Het mooie bruinlinnen doek, dat we in Kaposvar hadden gekocht, stond kalm en afwachtend in een hoek. Heerlijk om weer op linnen te schilderen. Het duurde lang voor ik een hele geschikte foto van de lieve Dribbbel had gevonden, maar op één van de tochten met hem en dochterlief waren we vorig jaar in Rhijnauwen een muffin gaan eten in het pannekoeken-restaurant. Dat glunderende koppie dat verlekkerd naar de cake keek. Opzetje in sepia en dan maar kneden, net zo lang tot wangetjes ineens de juiste vorm kregen, de neus op z’n plek, het kind er langzaam maar zeker in kwam. Morgen verder.

Lief schilderde op zijn manier in de tuin, door te snoeien, te knippen, te zagen. Het was evenzo een in model kneden van de geleide wildernis. Onze globetrotters hadden het ons paradijs genoemd. Zoiets komt niet vanzelf langs. Er moet wel degelijk aan gesleuteld worden. Het is een passen en meten met de maanden van afwezigheid tussendoor. Vooralsnog is er, iedere keer als we komen, aardig achterstallig onderhoud, voordat we weer achterover kunnen leunen.

In de Groene van vorige week stond een heerlijke column van Esther Naomi Perquin. Het ging over de boze buien van haar dochter en wat een net afgestudeerde pedagoog haar daarover had verteld. Eigenlijk moest ze het zien als een compliment, omdat haar dochter haar zo vertrouwde dat ze boos kon worden in haar aanwezigheid. Daarop beschreef ze een nieuwe uitbarsting: ‘Er wordt op de grond gestampt. Een houten theepot rolt, kloenk, kloenk, kloenk, over de vloer. Mijn dochter vertrouwt me vandaag weer hevig, zie ik. Ze complimenteert me als een dolle. ‘Niet die broek, ik wil die niet!’. Welbeschouwd heel vleiend allemaal, ook voor de buren.’

Zo’n fragment, ik zie het voor me. Al die keren dat de kinderen boos zijn weggelopen en die daarmee een bevestiging van het vertrouwen in mij zijn. Wat een enorm vertrouwen hebben ze gehad. Een dergelijke kijk op de zaak maakt het leven betrekkelijker. Je kan het opvatten zo je het wilt. Het kleine leven dan natuurlijk. In een interview van Esther met een jonge vrouw die haar vragen stelt over haar poezie en die in de dichters relatie met het geloof een tweeslachtigheid opmerkt, zou ze tegen de vrouw willen roepen: ‘Uiteindelijk is het leven gewoon vaak een broek die iemand anders voor je heeft klaargelegd en die je pertinent niet aan wil trekken.’ Om over te mijmeren.

De tuin herbergde gisteren een aantal schatten, die je pas opvallen als je let op het detail. Tussen de prachtige kleine wonderen vond ik een zwart gestipte vlinder met een zwart en geel gestreept lijf. Volgens de afbeeldingen die ik zocht op internet was het een boktor. De kennis van een willekeurig iemand kennelijk. Dit keer had ik het niet geverifieerd. Het bleek helemaal niet zo te zijn maar te gaan over de kleine nachtvlinder, die overdag actief is en de Phegeavlinder heet, maar ook melkdrupje wordt genoemd. Met dank aan mijn schoonzus en wikipedia. Altijd de bronnen controleren, dat blijkt maar weer eens. In ieder geval is het een schoonheid om uitgebreid te bewonderen. Gratis en voor niets vliegt, loopt en kruipt het allemaal rond. Daar bewust van te zijn en kijken en lezen met argusogen.

Overpeinzingen

Een brug te ver

In de ochtend was lief druk met het snoeien en ik voornamelijk met de geest scherpen en het zoeken naar een kamer voor de terugreis. Dat lukte wonderwel, maar pas in de avond. Onze vorige heerlijke adres was al volgeboekt, maar in Zandt in Beieren was een kamer voor weinig. Een klein dorp, laat de foto zien en daarom des te leuker.

Kleine dorpen genoeg hier in de omtrek. Onze eerste wandelervaring sinds lang gingen we opdoen in de Groene Vallei in Ibafa, een dorp dat zo’n half uurtje van ons vandaan lag. De weg er naar toe was op z’n Hongaars, lees met de nodige hobbels, kuilen en vol stof. De natuur er omheen zoals altijd prachtig. Roofvogels in de lucht, die slagschaduw op de autoruit maakten, twee ondefinieerbare watervogels in de vlucht, en het kleine grut kwetterend in het gewas langs de weg. Glooiende heuvels en lieflijke dorpen er tussenin.

Bij het dorp aangekomen zagen we een Hollands kenteken, een wagen met een opschrift van een Nederlands bedrijf. Er werd in diverse huizen flink geklust, ook in het pijpenmuseum, waar achter het oude gebouw een groot en nieuw gevaarte verrees. We vroegen naar de wandelpaden aan een van de bouwvakkers die net naar buiten kwam. Hij keek ons vanonder een dikke rimpel zwijgend aan, en wees toen op het bord aan de overkant, terwijl hij ‘Kart’ baste. Daar hadden we al op gekeken en die gaven alleen de bezienswaardigheden in de omgeving weer, maar geen wegen. De man had er verder niet zo’n zin in. Op de bonnefooi dan maar. De telefoon had geen bereik, dus moesten we wel voorzichtig zijn en goed de weg inprenten. Tenminste, toen we nog het idee hadden een heel stuk te gaan lopen, net als vroeger, ‘de paden op, de lanen in’.

De eerste weg eindigde in de modder. Aan het begin blafte een hond langdurig naar ons en ik meende iemand ‘af’ te horen roepen. Later ook nog ‘Kom hier’. Nederlanders dus. Na een kraal met twee schonkige paarden liepen we de weg terug en namen de volgende weg. Een wit met rode aanwijzing markeerde het wandelpad. Het begon gelijk in stijgende lijn. Weliswaar niet heel hoog, maar voor mijn aangedane longinhoud toch al pittig. De confrontatie was er weer even, zoals altijd als je ontegenzeggelijk tegen de beperkingen aanloopt. Maar stug doorzetten was het credo.

Een verlaten stallencomplex bleek toch bij de een of ander te horen getuige de kudde geiten die langs de achterpoort liepen, daarna hoorden we een enorm gezoem. Het bleek er vol met bijenkasten te staan. Die hadden hier een goed leven want de omgeving herbergde de prachtigste veldbloemen. Hoera, er was een bospad in de schaduw. Alleen een Hollander verzint een wandeling op het heetst van de dag. Ondanks de vele insecten konden we prikvrij doorlopen of liever gezegd kuieren, terwijl ik bij tijd en wijle moest bijkomen. Maar…Het lukte. De top verscheen in zicht en daarbij een prachtig uitzicht over het dal en de heuvels er tegenover. Zoveel vlinders waren er in alle soorten en maten. Ieder had een voorkeursstruik of bloem zo leek het. We zagen bloeiende wikke, slangenkruid, ruige lathyrus, koebraam, distels, klaver en alles werd druk bezocht.

Het pad kwam uit op wat eens een geasfalteerde weg was geweest, maar nu waarschijnlijk volkomen uitgesleten door het water wat van de berg kwam als het regende en in kleine greppeltjes er langs werd geleid en door achterstallig onderhoud. Die weg strandde letterlijk in dikke slik en modder. Tijd om dezelfde weg terug te gaan. Een andere optie was dwars door de manshoge brandnetels. Dat lieten we over aan het wild, waar her en der de sporen van te vinden waren, een afdruk van een hoef, wat platgelegen grashalmen met erachter een ondoordringbaar bos met hele oude bomen, een prima schuilplek dus.

Terug naar beneden waren we niet ontevreden over deze eerste tocht. Langzaam opbouwen is het devies en we weten dat het Mecszek gebergte het nu nog niet gaat worden. Dat is voorlopig een brug te ver.

Overpeinzingen

Waar een wil is, is vaak een weg

Gisteren zou ik de boodschappen alleen gaan doen en had de belangrijke woorden in mijn hoofd geprent, die ik nodig zou hebben om te kunnen betalen, in het Hongaars natuurlijk. Doorgaans vraagt de caissière: ‘Kartya’. Dan zou ik moeten antwoorden ‘Kartya Val’ en dan kan ik met de telefoon betalen.

Nu zat er een jongen achter de kassa en tot mijn grote schrik zei hij een hele volzin. Ik wuifde met de telefoon en iedere poging, tot vier maal toe, mislukte. We schakelden over op het Engels. Hij vroeg of ik contant geld had. Ontkenning van mijn kant. Ik kon geld pinnen bij de automaat om de hoek. De boodschappen mocht ik laten staan tegenover de kassa. Rode konen, zweet in mijn nekharen, stuntel, stuntel en naar de aangewezen plek. Het bleek dat daar met slechts drie soorten bankpassen gepind kon worden en uiteraard niet met de mijne. Terug naar de man achter de kassa, geduldig wachten op de klanten die aan de beurt waren en in het vizier gaan staan van de beste man, zodat hij zou weten dat ik er was. Ik verontschuldigde me dat het niet gelukt was. Diepe zuchten en een ‘Probeer het nog maar eens dan’. God zij geloofd en geprezen was het schietgebedje naar omhoog, want hij deed het en wel op de telefoon. Pfff, wat een commotie. Het hele Hongaars was verder naar achteren geschoten in het brein.

In de winkel was er kennelijk Oosterse week. Ineens lagen er kant en klare Nasi en Bami-maaltijden in de schappen, was er ketjap te koop, kurkuma en djahe, noodles en instant soep, alsook alles voor sushi en nog wat Indiase kruiden.De sambal ontbrak helaas. Alles lag gebroederlijk naast de Griekse ingrediënten. Het hart maakte een sprongetje, bij het zien van al die bekende waar. Grappig hoe dat werkt.

Thuis was lief nog bezig aan het laatste stukje van de graskanten voor. Hij hanteerde de maaier als een bosmaaier en dat was een koddig gezicht. Zo krijg ik het niet voor elkaar. Natuurlijk was er commentaar van de buren, die dat apparaatje drie keer niks vonden. Het lukte hem uiteindelijk toch. Vandaag haalt hij de overtollige lange takken weg en schoont het verder op.

In de avond keken we de documentaire over Jon Bluming. Wat een verhaal. Als zevenjarige jongen getekend door de tweede wereldoorlog en de verschrikkingen die hij had gezien, groeide hij op als een straatjochie. Hij vocht als zeventienjarige vrijwilliger in de oorlog tegen Korea. Met dat alles tesamen was zijn vechtersmentaliteit een feit. Hij deed aan judo en karate en kon meedogenloos zijn. Hij werd het beest van Amsterdam genoemd. De aanblik van de broze man, die aan Alzheimer en vasculaire dementie leed en volledig naar binnen gekeerd was, stond in schril contrast met zijn vervulde leven. ‘Een man die iedere nacht nachtmerries had’, vertelde zijn vrouw. Dat laatste werd indringend verwoord in de grafische voorstellingen tussen de verhalen door. Goed om te zien dat zijn vechtschool de oude meester met de grootste eerbied onthaalden.

Vanmiddag gaan we aan een wandeltocht beginnen bij Ibafa. Het is een einddorp. Vanuit daar is er een route in een rondje, die ongeveer vier kilometer lang is, niet te moeilijk qua stijgen en met redelijk begaanbare paden. Het wordt een test. Dankzij dochterlief en co hebben we de wandelroutes ontdekt. Lief heeft ze allemaal gelopen, maar vaak op de bonnefooi en alles is een beetje ondergesneeuwd door de corona-tijd, waarin hij veelal thuis zat en alleen voor de boodschappen erop uit trok. Steeds vaker komt alles weer terug in zijn herinnering. Fijn om dat te merken, want er zijn zoveel mooie plekken hier. Natuurlijk had ik zelf initiatieven moeten nemen, maar het verkennen van het thuisfront nam al aardig wat tijd in beslag. Bij de routes staat de klimhoogte aangegeven. Dat is fijn, want heel hoog zal ik niet komen. Wel kunnen we een en ander natuurlijk langzaam opnieuw opbouwen. Ik haalde de Amerongse berg ook per slot van rekening. Waar een wil is, is vaak een weg.

Overpeinzingen

Voer voor vogels

Gisteren was het wat bewolkt en minder warm. Dat betekende gras maaien voor het huis. Een pittige klus want je hebt er eigenlijk de bosmaaier voor nodig, maar die is er nog niet. Ik ploeter voort met de kleine maaier en trotseer de muggen die opvliegen uit het struweel. Als beide batterijen op zijn, is er een moment van rust. Lief schoonde in de tussentijd de aandoenlijke oude muur van de varkens-en-geitenstallen op, die dapper de tand des tijds verdragen heeft. De aangewaaide vijg moet er tussenuit en de brandnetels die mee gelift zijn in haar schaduw. De grote vijg moet hier en daar bijgeknipt. Zo ontstaat er weer een mooie doorkijk en ontdekt lief dat de cactus bloemen aan de uiteinde heeft, aan de achterkant van de spar.

De dahlia’s komen in bloei en de stokrozen dragen dikke knoppen. De druif hangt vol met trosjes. Als je daarin snoeit, regent het kleine bolletjes. Is dat de natuurlijke manier van krenten? Je zou het denken. We gaan er in ieder geval vanuit en proberen door langs de trossen te glijden met de handen een natuurlijke mooie tros te krijgen. Het zijn er sowieso te veel om allemaal te doen. Bovenop zijn ze onbereikbaar en gaan hun eigen gang.

Vriendlief kwam gisteren op de thee. Bij de Aldi hadden we Hollandse stroopwafels gevonden die hier karamel-koeken heten en heerlijk smaken. Drie glazen thee en de stroopwafels als een dekseltje er bovenop. Voor vriend die al jaren uit Nederland weg is, een heerlijke lekkernij boordevol nostalgie. Hij zucht ervan. ‘Zo lekker, een kopje thee’, zijn vrouw wil in in de middag altijd koffie en kennelijk schiet het er dan bij in.

Het sijpelde een beetje, maar we zaten onder het terras. Toen hij weg ging, brak er een hevig onweer los, gevolgd door een flinke stortbui. Regen op het golfplaten dak van de serre betekent een luid en woest geroffel. Het werd ook een tikkie te koud.

Voor het eerst sinds dagen zochten we na de pasta binnen de laptop op voor een documentaire over de wolf. Het gaf een goed beeld op welke natuurlijke wijze de wolf is afgezakt naar Nederland en hoe het leven op de Veluwe eindelijk weer een mooie habitat vormt voor plant en dier. De herten en reeën en ander groter wild laten hun gezapig gedrag varen en zijn alerter dan ooit. Het zwijn is niet meer alleenheerser, hun kuddes worden opnieuw uitgedund. Lief dacht trouwens gisteren een plek te hebben ontdekt waar flink in gewroet was, misschien een verstoten everzwijn, dacht hij, of een verdwaald jong. Hij kwam het opgewekt vertellen. In het onontgonnen woeste achterland achter het bos, dat ook nog tot het onze behoort, zit van alles aan wild en deze erbij zou wel heel mooi zijn. Wolven zijn er diep in de bossen en tegenwoordig komen de beren ook terug, vertelde vriendlief.

Zoonlief had gisteren inspectie gehouden in ons huis daar. Ik vreesde dat alles behoorlijk uitgedroogd en dood zou zijn. Hij maakte een film en tot mijn vreugde ademt alles nog groen en blakend. Bijzonder, de temperaturen in aanmerking genomen. Dochter appte dat het aantal bijzondere vogels in Nederland is toegenomen door de enorme droogte in Spanje, waar ze niet meer kunnen nestelen. Een uitgelezen kans om ze te spotten. Pas hier merkte ik, hoezeer het vogelbestand in Nederland was afgenomen vergeleken bij alles wat er alleen al in deze tuin rond vliegt aan soorten en niet alleen de vogels, maar ook allerlei insecten in prachtige kleuren en maten. Van de grote drone, zoals de filosoof de zwarte houtbij noemde, tot zweefvliegen, torren en wantsen, bijen en kevers, vliegen en uiteraard de mug. Voer voor vogels.

Overpeinzingen

Een subtiele ingreep voor een groot verschil

Het Arboretum. Eerst de weg gezocht, in Truus de Tom-tom geklopt en op pad. Op naar Pécs, dat was bekend, daarna een buitenwijk in. Via een oud gedeelte, dat eerst een losstaand dorp moet zijn geweest, kwamen we temidden van prachtige maar ruige natuur uit, een weg, waarvan het asfalt in barrels en brokken uiteen was gevallen, daarna nog een zandweggetje met slechts een paar gebouwen, sommige nog een begaanbaar woonhuis, anderen totaal overwoekerd en aan het eind een pracht huis dat te koop stond met een tuin er omheen, ooit heel goed onderhouden en nu al een tikkie overgeleverd aan de weergoden en de grillige groei van de natuur zelf. Een wandelpad rechtdoor, een autoweggetje naast een bos. Lief ging poolshoogte nemen of daar dan het Arboretum zou zijn, want Truus gaf aan dat de bestemming bereikt was. Er bleek een autosloperij en nog wat aggenebbisj zaakjes te zitten, allesbehalve een arboretum.

Niet getreurd. Pécs kende ook een Hortus Botanicus. Dezelfde rommelweg terug en richting het ziekenhuis en de universiteit, alles met Truus, anders kom je er niet uit. Een zegen zo’n bewegwijzering. Toen we daar aankwamen was er alles behalve een Hortus te vinden. Thuis nog maar eens goed bekijken waar ze zou moeten zijn. ‘We zijn vlak bij de radiomast op de top van het gebergte, vandaar uit hebben we een mooi zicht over Pécs en het omliggende gebied. Zullen we er gaan kijken,’ zei Lief. Zo gezegd, zo gedaan. Wat volgde was een weg met heel veel onvervalste haarspeldbochten op z’n Hongaars, dus hele stukken middenstreep ontbraken. Een spannende tocht en alsnog de afslag van het weggetje omhoog gemist zonder gelegenheid tot keren. Het was zo’n dag. Voor de volksdansgroep waren we al te ver afgedwaald.

De Aldi bracht een eerste zonnestraal van die dag. Stroopwafels, Garam Massala, Italiaanse kruiden en mijn eigen Soave had ze in de schappen liggen. Dat was boffen. Bovendien was het er rustig, ruim opgezet, met een groot aanbod. Fijn om aan de lijst met winkels toe te voegen. Met de buit reden we op huis aan. Thuis een belletje van zoonlief. Alles ging goed daar, hij was natuurlijk druk maar beloofde toch even naar de planten thuis te kijken. Het balkon is vast niet meer te redden, maar als het goed is heeft dochterlief toch regelmatig wat water gegeven aan de binnenplanten. De jongste had het beloofd, maar met onze lieve schoondochter die nog niet uit de voeten kan, werd het een beetje teveel van het goede. Keuzes maken is dan raadzaam. Hij houdt ook de tuin van zuslief bij.

Opgetogen bericht uit Budapest, daar was een Hop gesignaleerd. Ze zijn inmiddels al een beetje ingeburgerd. Er kwam een fotootje langs van de filosoof en Bikkeltje die hielpen bij het koffie en thee schenken voor de dak-en-thuislozen. Een zinvolle en mooie ervaring. Om trots te zijn op onze lieve globetrotters natuurlijk.

We hebben de dame met de kruik bevrijd van haar begroeiing ervoor, Dat betekende dat de grote den ervoor aan de zijkanten moest worden gesnoeid. Daardoor is de zichtlijn weer helder en de dame staat nu goed in het zicht. Het geeft de diepte aan de tuin. Een subtiele ingreep voor een groot verschil.

Overpeinzingen

Om daarna pas te kunnen genieten

Het is inderdaad wel afkicken zonder klaterende kinderstemmen in de gordijnen, de filosoof die ergens verdekt opgesteld je probeert te laten schrikken door naar voren te springen en heel hard boe te roepen of Bikkeltje horen bedelen om een spelletje te spelen, doorgaans dieren kwartet. Je moet van goede huize komen om haar te laten winnen, dus vroeg ik diverse malen om dezelfde kaart, terwijl ze me verzekerd had, die niet in haar bezit te hebben. Hilarisch en strelend voor haar ego.

Lief heeft de scheef gevallen fluweelbomen omgezaagd en stoeit nu met de takken, om ze te kortwieken en een plekje in de omheining te krijgen. De plannen zijn gemaakt. Vandaag willen we naar het Arboretum. Dat ligt in een voorstad van Pécs en de omgeving schijnt ook bijzonder mooi te zijn. Even ontsnappen aan de muggenplaag.

De avonden zijn stilletjes, we proberen onze glazen, half leeg en half vol, op hetzelfde level te krijgen, maar het is moeizaam door de vele diepe gedachten die lief koestert en waarbij ik kennelijk net niet de essentie van het verhaal begrijp. Mijn idee is om toch vooral de dag te nemen zoals ze zich aandient en de spontaniteit te bewaken. Door er te lang over na te denken, doemen er natuurlijk onbeantwoorde vragen op, maar ‘wie dan leeft, die dan zorgt’ is mijn motto. Ik koester de vrolijke afwisseling van de afgelopen dagen. Praten erover helpt, maar maakt het soms nog moeilijker, nog dieper. Het vindt haar weg wel. Het moet even betijen allemaal.

Ik observeer het koolwitje die van de nietige gele bloemetjes van de akkerkool fladdert en vergenoegd bij tijd en wijle de vleugels strekt. Het juiste moment krijg ik niet te pakken en ik ben steeds een fractie van een seconde te laat. De hele week belooft de weer-app al hagel en storm, maar als dit het moet zijn, zon tussen de wolken door uitbundig schijnend, dan is dat zo gek nog niet. Laat het dan maar de hele week aanhouden. In de nacht regent het met regelmaat. Goed voor alles wat groeit en bloeit.

Er is alweer een bosmaaier aan het dreinen. In de weekenden omarmen ze dat gevaarte en kunnen de hele dag ermee in de weer zijn, rechts, links, voor, verderop in de straat, overal zeuren ze hun lied. De vogels houden meteen hun snavels, tegen zulk lawaai valt niet op te fluiten.

Vanmiddag is er een uitvoering van een Hongaarse volksdansgroep in het theater. Als we op tijd weg kunnen komen uit het Arboretum gaan we daar ook langs. Dochterlief had al gevraagd, of we wel eens naar het theater gingen om bijvoorbeeld een concert bij te wonen. Dat is een nieuwe mindset. Het zou wel leuk zijn, want Szigetvar heeft een klein aantal inwoners, dus bezoekers leer je op die manier ook kennen.

Gisteren een fijn gesprek met dochterlief in Utrecht. Het is het einde van het schooljaar en tegen de rust en de stilte hier steekt de wedloop op school met eindfeesten, musicals, sportdagen, rapporten er hectisch tegen af. Eigenlijk proppen we die laatste maand te vol met van alles wat nog moet. Verdeeld over het jaar zou voor eenieder toch prettiger zijn en ik kan het weten want ik heb jarenlang dezelfde race gelopen. Wel is de euforie over gedane arbeid heel groot als het eindelijk allemaal achter de rug is. De eerste week van de vakantie is bijkomen en opladen voor gezin en de vrijheid, om daarna pas te kunnen genieten.

Overpeinzingen

Extra leesvoer is nooit weg

Er wordt hard gewerkt in de tuin. Een jonge man met zijn haar in een staartje en een wit t-shirt over zijn buik gespannen sjouwt met de grote ronde flexibele pijpen. Zijn baas, neem ik aan, een oudere man, helpt om de drie delen weer op de wagen te takelen. Ze praten niet met elkaar, maar brullen. De hele dag brullen en dit soort tanks leeg halen. Wat een vermoeiend beroep. Afwisselend is het wel. De oude keek met gefronste blik naar de scheve fluweelbomen die straks nog neergehaald gaan worden. Verder zei hij er niets over. Ziezo, de sceptic-tank is leeg. Niet het meest schone karwei zal ik maar zeggen. Lief is opgelucht. De put kan hem af en toe hoofdbrekens bezorgen. We waren met zessen die gebruik maakten van toilet en douche en dan stijgt het peil snel. Mooi werk. Nu kunnen we weer een hele tijd voort.

Onze globetrotters zijn aangekomen in Budapest en hebben een fijn plekje toegewezen gekregen met een klimboom naast de caravan en een schommel. Ze zijn onder de indruk van de voorgeschotelde armoede en beginnen vandaag aan het hulp bieden. De kinderen kunnen gewoon mee.

De hele week wordt er al hagel en onweer voorspeld en we hebben als grap dat er toch maar vaak hagel en onweer mag zijn, want dan bedden de dagen zich in stralend zomerweer. De enige wolken die aanwezig zijn, zijn in grote getale de agressieve muggen. Het is een ware plaag, want ze zijn overal. Lief dacht eerst dat het door de vegetatie kwam maar het is eerder een gevolg van het klimaat, denk ik zo. Zodra je je verplaatst, moet je je een weg banen.

Gisteren was er de boekenclub, maar helaas was de verbinding heel slecht. Jammer, want ik had graag gehoord wat ze er allemaal van vonden. Jaap Robben schrijft in schemerleven indringend en vanuit het perspectief van de vrouw, waar het om draait, dat is al bijzonder op zich. Er ontspon zich een boeiend gesprek, waarbij de essentie toch een beetje verloren ging omdat hun woorden af en toe een gesmoorde klank kregen. Toen ze aan de borrel gingen, haakte ik af. Die doe ik liever in levende lijve mee. Lief zat in de keuken nog wat te lezen en ik schoof aan met mijn boek over Kuipers. Niet voor lang. Na één glaasje was het welletjes met al die emoties van afscheid nemen en vertrek van die ochtend.

Vanmorgen vroeg, nog voor het ontbijt, keken we aan de keukentafel om de muggen te omzeilen, Adriaan van Dis in gesprek met Piet Kuipers, die een interview hield over diens boek ‘Ver heen’. Welke hoogleraar in de psychiatrie krijgt een diepe psychotische depressie en kan van binnen uit ervaren wat zijn patiënten hebben doorstaan. Dat vond Kuipers zelf een bijzondere ontwikkeling. Het was een boeiend gesprek en de man in levende lijve te zien, gaf een extra dimensie aan de biografie zelf. Op internet vond ik zijn boek ‘Ver Heen’ digitaal. Een mazzel, want nu kon ik het voor volgende week woensdag nog lezen. Er wordt lovend over gesproken en er zijn veel mensen die schrijven er baat bij gehad te hebben omdat ze zelf depressief waren of bijvoorbeeld een depressief kind of een depressieve partner beter konden begrijpen. De auteur besluit zijn epiloog met de woorden: ‘Moderne Psychoanalytische opvattingen over homoseksualiteit, mannelijkheid en vrouwelijkheid negeerde hij. Had hij die omarmd en was hij meegegaan in een nieuwe tijdgeest, dan had hij zichzelf veel leed kunnen besparen’. Het zou ook eerlijker geweest zijn tegenover zichzelf en de anderen. Ik ben benieuwd wat de loutering van zijn verblijf in de psychiatrische kliniek hem opleverde. Extra leesvoer is nooit weg.

Overpeinzingen

De stilte is overweldigend

Aan alle mooie dingen komt een eind, is ons vroeger vaak voorgehouden. Voor mezelf heb ik er de aanvulling ‘en dat maakt ruimte voor nieuwe energie en ervaringen’ achter aangeplakt. Wat hebben we genoten van de afgelopen week met z’n zessen en wat gaan we de lieve knuffels en de goede gesprekken, het samen delen en het samen beleven missen. Tegelijkertijd zijn het zoveel bijzondere momenten geweest dat we er lang op zullen blijven teren. Door het hele huis heen zijn nog memorabele knutsels te vinden. Twee schelpenkoorden door dochterlief geregen, waarbij de filosoof hielp om de gaatjes erin te maken, een prachtig slakkenhuismobiel in turquoise en goud, creaties van de lieve Bikkeltje op piepschuim met mooie flonkerende plakkertjes erop en natuurlijk de prachtige mozaïek-tafel waar we alle zes letterlijk en figuurlijk ons steentje aan hebben bijgedragen. De hele week is er geen onvertogen woord gevallen. Wat een zalig samenzijn.

Vanmorgen hebben we ze uitgezwaaid. De caravan werd routineus achter de auto geplaatst door alle vier. De kinderen mochten het gevaarte hoger draaien om de blokjes er onderuit te halen die voor de stabiliteit moesten zorgen, mams reed de auto naar de caravan, Paps koppelde hem eraan en daarna kon de grote reis beginnen. Dochter reed. De laatste omhelzingen en strakke armpjes om de nek, zwaaiende armen uit de open ramen en weg waren ze, de hoek om, op weg naar Budapest via Pecs. Onze nieuwe witte nam haar vrijgekomen plekje weer in en alles viel stil.

Gisteren hadden we nog een wonderschone dag in Kaposvar beleefd. De overdekte markt was de aanleiding en tot mijn grote verdriet was maar weer de helft van het aantal kramen gevuld met koopwaar, groenten, vlees, fruit, en kleding. Bij een kraampje kochten we meloen en rode en oranje cherry-tomaatjes. Daarna liepen we het gebouw uit en besloten naar het centrum te lopen. De auto’s hadden we in de parkeergarage onder de markt gezet. Het park door met haar statige oude bomen, langs het imposante theatergebouw. We kuierden door de brede straten langs de gevels met hun immens grote deuren en als er een poort open stond konden we een blik werpen op de mooie binnentuinen her en der. Toen we het centrum met zijn winkelstraten naderden kon je goed merken dat het een universiteitsstad was. Overal liepen groepjes jonge mensen te praten, modern gekleed, met of zonder rugzak of boekentassen. Het maakte de stad levendiger dan waar ze geweest waren in Frankrijk en Italië, de wereldsteden daar gelaten. Kaposvar is half zo groot als Pecs, maar hier waren de Habsburgse invloeden duidelijk herkenbaar. Groots en meeslepend met veel beeldende kunst en twee grote fonteinen, die Bikkeltje wel van heel dichtbij wilde bekijken. We probeerden de kerk, die uitnodigend de deuren open had, maar waar we niet verder mochten dan de hal. In een hoekje zat een oude vrouw, kenmerkend met sjaaltje onder de kin geknoopt en lange rokken voor het Mariabeeld, waar vijf waxinelichtjes waren aangestoken en prevelde haar gebeden.

Aan de overkant van de kerk waren de terrassen. We hadden afgesproken ergens te gaan lunchen. We vonden een zeer betaalbare Italiaanse keuken, dat bij een hotel hoorde en waar plaats genoeg was voor ons allen, dus streken we er neer en kregen van een uiterst vriendelijke gastvrouw drankjes snel geserveerd. Op de bestelde pizza’s en pasta moesten we langer wachten. We kregen het vermoeden dat de keuken pas om twaalf uur openging. Het werd een echte smulpartij, waarbij één Margaritha weer mee naar huis kon voor de lunch de volgende dag. In Hongarije is het de gewoonte om overgebleven voedsel mee te geven. Iets waar Nederland een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Zo wordt er veel minder voedsel verspild.

Op de terugweg gingen we nog het kleine hobby-en-kunstwinkeltje in die we op de heenweg gezien hadden. Met drie mooie linnen doeken en een vlinder-stans voor een vrolijk bikkeltje gingen we voldaan op huis aan.

Ze zijn vertrokken. Nu eerst de kaarten schudden. Natuur zoemt, ruist en vliegt om ons heen, maar de stilte is overweldigend.

Overpeinzingen

Wat een heerlijke nieuwe missie

Vanochtend begon het leven vroeger dan de andere negen dagen. De laatste dag met ons zessen. Daarna zal alleen de echo van de kinderstemmen, de kletsende voetstapjes in de gang, het boeroepen van de filosoof als hij Lief weer eens liet schrikken, de nieuwsgierige kijken om de slaapkamerdeur of we al wakker waren tot het verleden behoren. Wat een heerlijke tijd was het.

Gisteren hadden we per ongeluk een top dag. In de ochtend was er school voor de filosoof en voor kleindochter en mij een spelletjesochtend met hier en daar een aquarelletje tussen, waar broerlief later op de ochtend nog bij aanschoof.

Na de lunch besloten we naar Szigetvar te gaan om het park en de burcht te bezoeken.Lief was daar al heel lang niet meer geweest en we waren dan ook allen hooglijk verbaasd over het diverse aanbod. Er was een museum die de slag om Szigetvar in beeld had gebracht middels foto’s. Schilderijen, poppen in kostuum, maquettes en audiomateriaal maar het allerleukste, dat vlak bij een kleine uitbaterij was, waren de gewelven waarin een heel educatief centrum gericht op de kinderen was ingericht. Ze zaten onder de borstwering. Er was enorm veel interactief materiaal voor handen. Er was een maquette waarbij je met de VR-bril terug kon reizen naar de laat vijftiende eeuw en je het landschap voor ogen zag veranderen in een groot moerasgebied. In een antieke autobus waren filmpjes te zien van diverse veldslagen, in een kamer daarnaast kon je liggend een filmpje kijken boven je hoofd over de geschiedenis. Er was een grote tafel met kneedzand, waar lichtschijnsel in de kleuren grasgroen, zandgeel, moerasbruin aangaven hoe het eruit had gezien vroeger. Met dat speciale zand waren een paar goeie burchten te kneden compleet met torens en donjons. Het was eigenlijk een groot doe-feest.

In de nagemaakte middeleeuwse eetkamer stond een rek met middeleeuwse kostuums en complete ridderuitrustingen die je aan mocht trekken onder begeleiding van een van de vele gidsen die er rondliepen. Dat hebben we maar niet gedaan. Liever haalden we in het restaurantje ernaast eindelijk de lekkere koffie waar we intussen naar verlangden en een ijsje voor het kroost.

Langs de weg er naartoe liep een riviertje waar de filosoof met zijn onderzoekende argusogen een nest m et jonge waterslangen ontdekt. Toen we het nakeken bleek het waarschijnlijk om een nest jonge adderringslangen te gaan. Ze kronkelden af en toe half tegen de steile wanden op of staken parmantig maar waakzaam hun kopjes boven water. De kinderen konden er geen genoeg van krijgen en de filosoof was licht teleurgesteld dat hij er niet een mocht vangen.

Gelukkig bleek de burcht daarna genoeg afleiding en tot groot plezier van de twee marcheerden ze in soldatenpas over de lange borstwering heen, hoog boven de oude Wodanseik en de platanen verheven en zwaaiden triomfantelijk voor hen op dat moment naar de twee mensjes beneden, op dat moment uit een andere dimensie.

Lief en ik namen ons stilletjes voor om samen nog een keer deze hele tentoonstelling in alle rust te gaan bekijken, zodat er tijd te over zou zijn om de diverse films en beschrijvingen te zien en te lezen. Dat was het grote goed met sprankelende jeugd om je heen. Automatisch werden er toch weer deuren geopend, die we eenvoudig weg vergeten waren, ook omdat lief de trekpleisters nog wel kent, maar alles in een veel modernere jas is gestoken en daardoor vele malen boeiender is geworden om te bezoeken. We beloofden onszelf om er meer op uit te trekken. Dochterlief vroeg bijvoorbeeld of we wel eens naar een concert gingen in het theater van Szigetvar of Pecs. Eenvoudigweg nooit aan gedacht. Goed om eens uit de ivoren toren van natuur en boeken te komen en cultuur te gaan snuiven. Wat een heerlijke nieuw missie.

Overpeinzingen

Toch nog een paar kleine monstertjes gezien

De filosoof had school in de ochtenduren. Dat betekende van negen tot ongeveer twaalf uur samen met zijn moeder de vakken doorspitten, die hij als schoolwerk opgekregen had. Dat hij daarvoor in de werkkamer van lief mocht zitten was een extra feestelijke bijkomstigheid. De grote draaistoel achter de met pluche geklede tafel was gebombardeerd tot zijn werkplek en zijn moeder zat er tegenover. Het vergulde hem zeer en hij had er zowaar weer zin in.

Bikkeltje wilde natuurlijk ook naar school. Een half uurtje was voldoende, daarna was het tijd voor wat creativiteit. Per slot van rekening moesten er nog twee aquarelletjes gemaakt worden op de ansichtkaarten die dochterlief bij de babycadeautjes wilde doen en die ik mee zou nemen. Een voor haar petekind en een voor ons ongeboren kleine wonder dat eind juni zou komen.

Voor de rest van de dag werden er plannen gesmeed. Een hike of een wandeling in het Mecsek-gebergte en we kwamen bij een makkelijke(voor oma)route uit bij Abaliget, waar ook een meer en een vleermuizengrot was. De rit er naar toe was prachtig. Dochterlief vertolkte het goed. ‘Als ik er doorheen rij, doet het landschap me denken aan Toscane’, vertelde ze. En dat klopt. Hier zijn de overbekende cipressen verkleed als grote populieren, de heuvels glooien lieflijk, een prachtige lappendeken van kleuren en groentinten. Gelukkig misten we een afslag, waardoor we nog meer het landschap van binnen uit konden bekijken.

Het meer bleek nu ook zwemwater te zijn. Kennelijk was er toch iets veranderd binnen de wetgeving. Als je er van hield om tussen de grote karpers te zwemmen was het een perfecte plek. Het lag aan de voet van de bergen. De wandelpaden die aangegeven werden door duidelijke aanwijzingen gingen eigenlijk praktisch stijl omhoog. Goed voor mijn schatjes, maar niet voor mij. De filosoof was in de ban van de grot en wilde maar wat graag vleermuizen zien, omdat het ook de vleermuizengrot heette. Voor de ‘kabouter’ingang, een laag hol, sprongen hele kleine mini-padjes rond. Favoriet bij de kleintjes die er niet genoeg van konden krijgen om ze te observeren en te aaien.

De vrouw achter het loket gaf aan dat een rondleiding om twee uur zou beginnen. Bikkeltje had allang de speeltuin ontdekt achter het restaurant, dat er ook was. Het bleek bij de camping te horen, waar nu niemand stond. Kennelijk was het seizoen nog niet geopend. Een meisje, ietsje jonger, keek verlangend naar haar en bleef in het Hongaars van alles aan mij vragen, terwijl ze vliegensvlug deed wat Bikkeltje ook deed. Schommelen, klimmen, glijden, hangen aan de rekstok. Haar moeder vertelde haar dat wij een andere taal spraken en lachte ons vriendelijk toe.

Er kwam beweging in het gezelschap dat kennelijk ook mee de grot in zou gaan. We hadden een audio in het Duits en de kinderen in het Hollands. De Hongaarse familie kreeg direct uitleg door de gids. Dat maakte het verstaan van de audio voor ons moeilijker omdat in de grot het geluid nogal galmde. De eerste 40 meter moesten we bukkend lopen en dat bezorgde me een flink benauwd moment, zo erg dat ik bijna terug wilde lopen. Alleen al de gedachte nog een keer te moeten bukken deed me anders besluiten. De gang door de grot was indrukwekkend, alleen al het idee dat het eeuwenoude steen aan te raken was, druilerig en nat, het pad echter goed begaanbaar met stalen leuningen aan weerskanten. Men bleek ontdekt te hebben dat er sinds kort otters in de grot kwamen. Dat was opzienbarend en nog niet eerder geweest. De verhalen waren angstaanjagend, over boze en stoute kinderen die met hun moeders onder een gesteente doorgingen, die vervolgens dan de grond liet beven. Sussend bagatelliseerden we de woeste verhalen. Ook de draak die je mee zou slepen in zijn hol en het gruwelijke beest met de open bek. Het laatst stuk, twee grote trappen omhoog, bleven lief en ik beneden. Hij offerde zich ter wille van mij belangeloos op.

Het was een belevenis, door de kleine groep en de persoonlijke aandacht. Het bukken naar buiten ging makkelijker. Ik stootte in ieder geval niet meer mijn hoofd bij de laagste overkapping zoals op de heenweg wel gebeurde. IJsje op het terras en daarna door naar het vleermuizen museum die we in de grot hadden moeten ontberen. Toch nog een paar kleine monstertjes gezien.