Overpeinzingen

De spijker op de kop

Typisch een gevalletje van leeshonger, ondanks Zebedeus de Beer van Koos Meinderts. Dus snufte ik de boekenrijen af naar een titel die me zou uitnodigen het boek ter hand te nemen en ik stuitte op de biografie van Vasalis aan de hand van Maaike Meijer, een heerlijke dikke pil van 898 bladzijden in dundruk, de voetnoten niet meegerekend. Daarnaast nam ik en passant ook de Victoriaanse taal van bloemen mee naar mijn geliefde schrijfplek, het grote bed, waar lief en ik allebei de ochtenden samen zo gaarne slijten in een kalme bubbel van literatuur, schrijfsels en gepuzzel. Dat ik op zoek ging, kwam door het boek ‘Geld, geloof en goede vrienden’ van Laura van Hasselt, dat we in de bioclub zouden lezen, maar wat al sinds half juni niet geleverd kon worden. Die bestelling heb ik per telefoon geannuleerd en ergens anders wederom geplaatst.

In die tussentijd van ‘ledigheid’ is er dus nu de verlossende Vasalis, waar ik al diverse keren aan ben begonnen, maar altijd weer de draad ben kwijtgeraakt door andere beslommeringen. Zo werkt dat nu eenmaal. In het hoofdstuk Psychiatrie speur ik naarstig naar haar vriendschap met Piet Kuipers, de psychiater van de vorige biografie, maar vindt hem niet temidden van alle andere bekende namen. Wel is er een koddig verhaal over een van haar honden, die sinds hij een hap had genomen uit ‘A la recherche du Temps Perdu’ van Proust ‘de geleerde hond’ werd genoemd.

De wilde haren van lief liggen sinds gisteren op een hoopje bij de kapper. Hij kwam met een fris koppie naar buiten, niet te lang en niet te kort, precies goed eigenlijk. Eindelijk een vrouw, die begreep hoe hij het wilde hebben en ook gekeken had naar de vorm van het hoofd. Belangrijke aanvulling is dat.

Zoonlief met zijn gezin is aangekomen op de bestemming vlakbij Kopenhagen en hebben een echt Scandinavisch huis gehuurd. Heerlijke plek lijkt me, want vlak bij het bos en vlak bij het centrum. De Globetrotters zitten in Praag en dochterlief en haar franse jongens surfen ergens aan het Lac de Leon in Les Landes.

Vandaag is het de beurt aan de tuin. Waarschijnlijk weer maaien en de laatste twee bedden ontgrassen. Hier en daar moet er nog iets gesnoeid worden. Dan zijn we aardig bij. Als de accu’s het redden doe ik de grasmat van dochterlief er ook bij, anders gaan we nog een keertje terug van de week.

Broerlief laat een foto zien van de leegte die de sloop van de rij woningen van zijn geboortehuis heeft achtergelaten. Daar zijn mijn vader en moeder gestart. Het was aan de Laan van Chartroise. De oude buurt tegen de vlakte zien gaan roept wel het sentiment en de nostalgie wakker. Het langst woonden ze in de Amandelstraat, waar de vijf jongsten, waaronder ik, geboren zijn. Dat blijft voorlopig nog even bestaan, geloof ik.

Vernieuwing en vooruitgang is uiteindelijk een goede zaak. Het waren kleine huizen die economischer beter gebouwd kunnen worden, zodat meer mensen woonruimte hebben, maar toch. Waar ligt de grens van het in ere houden van wat bijzonder was voor de oude bewoners en waar moet het wijken voor nieuwbouw. Straks kent de oude buurt een nieuw aangezicht. Dan wordt het speuren naar de voetstappen van onze jeugd, die er eigenlijk nog liggen. Alles is aan verandering onderhevig en vaak is er ontwikkeling en vooruitgang in te zien. Voor de schoonheid en de memorabilia die daarbij verdwijnen, zijn er de beelden in het hoofd. De Duitsers zeggen bij dergelijke gelegenheden: ‘Das war einmal’. Nostalgie, heimwee en verlangen samengebald in één zin. De spijker op de kop.

Overpeinzingen

Een om in te lijsten

We hebben Truus tijdelijk omgeruild voor de stoere bak van zoonlief. Een hybride met de nieuwste technische snufjes. Truus heeft er al veel van, maar deze sloeg alles. Eerst maar een filmpje op Youtube bekeken om te zien waar alles zat en daarna het dashbord aan een nauwgezet onderzoek onderwerpen. De proefrit ging naar Amelisweerd, omdat er in het landhuis Oud Amelisweerd een tentoonstelling was van Hannah Bart. Dat het meer dan een goede keuze was, bleek uit de aangename uren die we er konden verpozen. Niet alleen de tentoonstelling was erg boeiend, maar ik wilde lief de pluktuin laten zien en in het bos erachter wandelden we op ons tempo kalm naar een bank, ergens middenin, tussen de zo vertrouwde en oude bomen, zonder al te veel mensen tegen te komen in dit gedeelte van het landgoed.

De auto zoefde over de weg zonder geluid en we vonden het een verwenexemplaar, maar waren ook een beetje beschaamd om de enorme ruimte die hij innam.

De tentoonstelling vonden we heel boeiend. Ik kende de kunstenaar niet en een film maakte duidelijk hoe ze aan het werk ging. Wat ons opviel was dat de doeken indringende figuren toonden die bijna allemaal een zweem van gelijkenis met de maakster hadden. Boeiend om te zien. Ze gaat uit van een moment, iets wat in een oogwenk voorbij gaat. Ze probeert dat kostbare ogenblik vorm te geven door te voelen, de ervaring vast te leggen op geheel eigen wijze. Ze werkt zeer gelaagd en schuurt en schaaft net zo lang tot de structuur een zacht welhaast fluwelige ondergrond krijgt en dan schildert of tekent ze haar mysterieuze figuren op het doek, mensen in allerlei toonaarden met ouderwetse kleding aan, maar ook geheimzinnige bospartijen, donkere en diepe wateren tussen het struikgewas, de hoge bomen. De doeken zijn sfeervol opgehangen in die entourage van het huis, dat tot in alle hoeken de sfeer van haar verleden met zich meedraagt. De muren lenen zich uitstekend voor het kleurgebruik van de kunstenaar. Genieten pur sang en zeer de moeite waard.

Vanuit een van de stijlvolle hoge ramen zag ik een klein jongetje met een rood petje op een groene driewieler parmantig en helemaal alleen, zo leek het, de wijde wereld in fietsen, terwijl het oranje vlaggetje aan de bagagedrager parmantig achter hem aanzweefde. Altijd te herkennen op grote afstand. Ook zo’n moment, waarbij het beeld met een groter gedachtegoed samenvalt en iets magisch krijgt.

Hetzelfde overviel me op het nostalgische ijzeren bankje, waar tussen het groen de zon ineens spikkels op de weg toverde en een tak van de bomenrij oplichtte door er vol op te schijnen. Vloeiende momenten noem ik ze, die nauwelijks te pakken zijn. Knap als je daarvan toch de essentie weet vast te leggen.

De tuinderij was dicht, maar er voor konden we even uitrusten en genieten van de stilte en de oude attributen die in een overdekte ruimte stilletjes de wacht hielden. Een bos vers geplukte bloemen, een biezen mand, een papieren zak die onderuitgegleden op de tafel wat stronken broccoli bevatte.

Inmiddels was het wat later op de middag geworden en de dikke rijen bezoekers van de Veldkeuken waren drastisch geslonken. We konden zelfs zomaar een tafeltje uitkiezen. Temidden van kleine vink en koolmees, die hun angst voor de mensheid overwonnen hadden en hun kostje aan kruimels bij elkaar scharrelden onder de tafels, dronken we nog wat en waren het er over eens dat het al met al een waardevolle dag was geweest. Een om in te lijsten.

Overpeinzingen

Oorspronkelijk en even bijzonder

Naar Bussum voor het binnenslepen van een cadeau aan mezelf. De wateroplosbare verf, een doos met tien 40 ml-tubes. Daarnaast nam ik er een extra grote tube titaan-wit bij. Toen ik het later nader inspecteerde, bleek dat de omber ontbrak. Dat wordt nog een rondje Swaak hier in Utrecht. Dat Utrecht net zo goed te doen was, zelfs met de parkeerperikelen, hadden we besloten nadat we in een onooglijke parkeergarage in dit stadje ten lange leste de auto kwijt konden, waarbij een grote hummer zich tussen mijn Truus en een andere auto wrikte, de bestuurder uitstapte en wegbeende en ik via de passagiersdeur alleen nog maar de auto uitkon. Tikkie op zichzelf gericht, deze meneer. Voor de prijs kan je beter wel naar Bussum want we waren voor een half uur slechts 20 eurocent kwijt. Dat is in Utrecht wel anders.

De wind is venijnig rond het huis aan het blazen en zingt haar eigen klagelijke lied, maar de zon schijnt uitbundig. De gierzwaluwen laten zich niet zien.

Op de terugweg gingen we bij kasteel Groeneveld aan en arriveerden net in een grote plensbui. Even wachten tot het meeste gevallen was en daarna snel, onder de bomen door, naar het Koetshuis, waar we binnen een gemoedelijk plekje vonden. De vriendelijke jongen achter de kassa kwam bij ons tafeltje het concept van de zelfbediening uitleggen. We besloten onszelf te trakteren op de oesterzwam-bitterballen. Lief nam er een Leckere bij, een wit bier van de Utrechtse brouwer die net in het nieuws was omdat hij failliet was en mensen naarstig zochten naar een mogelijkheid om dat noodlot af te wenden. Ik hield het bij mijn sauvignon. De jongen kwam nog speciaal vragen of de bitterballen hadden gesmaakt. Wat een cadeau is een dergelijke attentie toch.

Daarna gingen we nog even de tuin in. Het beeld aan de vijver was van Hans Bayens. Een vrouw die steunend op haar benen voorovergebogen de vijver in tuurde. Altijd even checken waar zo’n beeld de hele dag naar staat te kijken. Een koddig gezicht bleek op de foto, die lief had genomen. Er zwom een eend met drie pulletjes tussen de plompenbladen en haar gele bloemen. Broers en zussen gakten zich ondertussen naarstig een weg naar het midden van de vijver. Aan de zijkant liep een kabouterpad. Op een stronk stond een gouden kabouter daarna kon het speurwerk beginnen. Een kleine wandeling door het bijbehorende bos van zo’n 2,5 kilometer met grote en kleine vrolijke kaboutertjes, laag en hoog, al naar gelang de leeftijd en de lengte van de kinderen. Het riep onmiddellijk het kind in ons wakker. We verzonnen er zelf nog wat leegstaande woningen voor deze kleine aardbewoners bij in de mooie stronken en gekliefde bomen die her en der er tussen stonden of lagen. Er was plek genoeg.

Overal zaten mensen buiten op de terrassen, die binnen de kasteelpoort aanwezig waren, zowel voor als achter het koetshuis bij het bos en de vijver. Onthouden voor de volgende keer, want dat wist ik niet meer. Ook voor de kinderen was er een kleine zandbak en wat speelgoed. Op de wandelpaden zelf heerste er een serene stilte.

Helaas bleek de expositie ‘Botanical Tales’ gesloten te zijn. Maar voor iedereen die er oog voor heeft: In het bos bij de vijver vind je de mooiste kunstwerken van moeder natuur zelf. Oorspronkelijk en even bijzonder.

Overpeinzingen

Dierbare herinneringen

Het belooft een mooie dag te worden met de gierzwaluwen hoog in de lucht. Gisteren kabbelde de dag voort. Truusje gestofzuigd en gewassen, Lief heeft een afspraak bij de kapper staan, planten bij dochterlief water gegeven, boodschappen gedaan, gekookt en dan is zo’n dag alweer om. Onze schone dochter heeft een recept opgestuurd van haar eigen sausje, naar aanleiding van mijn blog van gisteren. Het uitwisselen is de leuke kant van social media.

De jongste zoon heeft sinds twee nachten een soort slurf aangemeten gekregen in verband met zijn slaapstoornis. Het is een zuurstoftankje, dat hem blijft voorzien van zuurstof en er voor zal zorgen dat de apneus verminderen. Als je per uur heel vaak wakker wordt door zuurstof tekort ben je in de ochtend al zwaar vermoeid. We gaan voor hem duimen. Het lijkt me niet makkelijk slapen met zo’n gevaarte op je hoofd, maar als het helpt is dat overkomelijk.

Vandaag gaan we waarschijnlijk nieuwe verf halen. Ik wil veel meer tubes van de wateroplosbare olieverf en ik zag dat er naast het geijkte merk, ook andere merken met hetzelfde aanbod volgen, wat alleen maar beter is voor de prijs. Het kriebelt alweer een tijdje en hier kan ik best uit de voeten in de Bernagie, het atelier op de tuin. De laatste dagen verlang ik soms erg naar ons paradijs in Verweggistan. Ik wil weten of de Oost Indische kers al in bloei staat en de andere bloemen hebben doorgezet. Ik wil de vele vogels weer horen en door de tuin wandelen in de serene rust. Ik wil schilderen in de Datsja en de nachtegaal horen zingen. Misschien komt het ook omdat ik via een online cursus probeer het Hongaars machtig te worden. Dat valt nog niet mee, maar omdat ik al aan de klanken gewend ben, klinkt het me nu veel vertrouwder in de oren. Eigenlijk is het een grappige taal, heel anders dan onze Europese talen. Van oorsprong is het een Fins-Oegrische taal en daarom wijkt het af van wat we gewend zijn.

Ik droomde vannacht dat ik een lange fietstocht aan het maken was. Ik zat ergens in Belgie en wilde naar Nederland. Iemand hielp me toen ik gestrand was en niet meer wist hoe verder te fietsen. ‘Even doorfietsen. Rij met me mee, dan komen we in Hasselt. Morgen begint de carnaval. Dan kan je het gelijk meevieren’ bood hij aan. Daar moest ik echt niet aan denken. De fiets werd steeds moeilijker te sjouwen en ik had geen zuurstof meer. (Waarom liep ik naast de fiets?)Het was in ieder geval beslist geen elektrische fiets. Achterop hing mijn zware zwarte weekendtas met nog een tas er bovenop, scheef, zoals tassen hangen onder een snelbinder. Steeds weer verbaas ik me over het gedetailleerde van dergelijke beelden. Tot in de kleinste finesses zie ik het nu nog voor me. De geest slaat veel details op zonder dat je het in de gaten hebt.

Misschien komt het door de zussenweek die we in Limburg gaan houden. Steevast huren we fietsen voor een week en trekken er dan op uit. Het is altijd weer een belevenis. Misschien maakte ik me onbewust zorgen over het heuvelachtige landschap, al hanteer ik liever het principe: ’Wie dan leeft, die dan zorgt’, Lief gaat in die week een paar dagen naar zijn broer. Dat is een fijn idee, want hij heeft er ook zin in. Het is aan zee, dus beide mannen kunnen bomen op de terrassen terwijl de zee haar eigen verhaal vertelt.

Het duurt nog twee weken, maar dan kunnen we los. Zin in. Nieuwe inspiratie en nieuwe ervaringen opdoen om daarna te kunnen teren op dierbare herinneringen.

Overpeinzingen

Lanterfanten en geslenter

Soms verlang ik terug naar de tijd waarin ik in tachtig dagen om de wereld kookte. Ik zocht vegetarische recepten op door blind op de wereldkaart te prikken om met het land onder mijn vinger culinair aan de slag te gaan. Ook de kunstenaars van het land zocht ik op en tekende of schilderde iedere dag een werk van de betreffende artiest na. Soms een beeldhouwer, dan weer een schilder, een graffiti-artiest of anderszins. Foto van de heerlijkheden op het bord erbij met het hele recept. Tachtig dagen vol gehouden en ziedaar mijn reis. Overheerlijke maaltijden en een tekenboek vol kunst van over de hele wereld.

‘In 80 dagen de wereld rond‘

Gisteren was er weer zo’n moment waarop ik een recept uit probeerde van udon noedels met een zelfgemaakte woksaus en paksoi, spinazie, prei, gele wortel en kastanje-champignons. Super licht en snel klaar te maken. De saus was gemaakt van ketjap Manis, ketchup en voor de vervanging van de worchestersaus, waar ansjovis in is verwerkt nam ik ketjap, sambal en rijstazijn. Het was zeer succesvol. Daardoor en doordat mijn vrienden hun rondreis door Indonesie zo smakelijk hadden beschreven, heb ik nu het idee opgevat om de periode dat we hier zijn vooral die Vegetarische Aziatische keuken onder de loep te nemen. Een leuke uitdaging. In ieder geval zal ik vanaf nu de woksauzen zelf maken. Dat is goedkoper, maar belangrijk, veel lekkerder. Helaas mis ik dan mijn smaakpapillen wel. Zoet, zuur, zout en scherp proef ik wel, maar of al die smaken in balans zijn is de vraag. Eerst maar minder uit de losse hand werken en meer met de recepten, net zo lang tot het in mijn vingers zit.

Lief is bang dat ik me teveel op de hals haal, maar voor iemand die van koken houdt is het het werk niet en de lol des te groter. Hij is wel een dankbare afnemer en wat is nu leuker dan voor gezelschap te koken. Opnieuw twee vliegen in een klap.

Gisteren stonden trouwens mijn lieve zussen op de stoep. Ze hadden geen kattebelletje gegeven van te voren omdat ik anders het hele huis spic en span had gemaakt. Ze kennen hun pappenheimer. Met lede ogen zag ik de kruimels op de bank en de grond, het stof overal, maar ach. Door het werk in de tuin hadden we nog maar weinig tijd besteed aan het huis. Lief had gisteren wel de hele bovenverdieping gedaan maar was nog niet aan beneden toegekomen. Dat gaat vandaag gebeuren. Het was even gezellig om bij te praten en uit te wisselen. Ze zagen er goed uit alle twee. Fijn om ze even te knuffelen.

In de middag brachten we lieve schone dochter naar de fysio. Utrecht doorkruisen is tegenwoordig mijl op zeven. Het is een grote bouwput. Alsof er geen bouwvak aan zit te komen. Alle wegen zijn afgesloten omdat ze verbreed worden en ingangen naar straten toe zijn versperd. Terug dwars door de stad in de spits ging tien keer vlugger. Dan ben ik zo blij dat ik de weg op mijn duimpje ken.

Gisteren heb ik alle overtollige medicijnen bij elkaar gesprokkeld en in een zak gedaan om terug te brengen. Helaas weet ik dat ze allemaal nog steeds vernietigd worden. Jammer, want er zijn ongebruikte bij, die nog in de verpakking zitten. Ze zijn voor tijdelijk gebruik geweest of sloegen niet aan. Eigenlijk smijt je dan met geld over de balk. Zo zonde. Er is een actie om de apothekers te bewegen om ongebruikte medicijnen in hun verpakking weer te hergebruiken. Helaas is het nog niet zo ver. Ik hoop vurig dat het ooit zo ver komt.

Vandaag gaat Truusje door de wasstraat en zijn er een aantal kleine boodschappen. Plantjes water geven bij dochterlief, lief maakt een afspraak voor de kapper, een nieuwe wokpan kopen, en nog meer van die kleinigheden. Een dag van lanterfanten en geslenter.

Overpeinzingen

Daar gaan we voor

De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dat werd me maar weer eens duidelijk, toen ik gistermorgen besloot, na een ochtendje lanterfanten door de rugpijn, om een kringloop of iets dergelijks op te zoeken. Zodra ik met lopen begon, wandelde de pijn meer en meer mijn rug uit. Ergo, bewegen is beter. Af en toe schuurt het nog iets, dat dragelijk is. Ook dat gaat voorbij weet ik. Het werd het centrum, waar ik in mijn uppie langs de rekken doolde van diverse kledingzaken zonder iets te vinden. Wel twee confetti-ballonnen voor de jarige jongens, want daar wilde ik een kaartje aanhangen om ze uit te nodigen met lief en mij te gaan eten.

We reden eerst naar Amersfoort, waar de kraamverpleegkundige op visite was. Glaasje water en een taartje, samen met de ondernemende krullebol en de benjamin. Zuslief lag in de box en droomde zoete dromen. Af en toe vloog er zo’n lief en heimelijk lachje over haar gezicht of ontsnapte een kreuntje als de darmpjes aan het werk waren. Het zwembadje in de tuin werd ingezet om ze bezig te houden en daarna een stikkervel, goed voor de fijne motoriek met eindeloos gepulk. Na anderhalf uur namen we afscheid en reden door naar het volgende feestvarken.

Utrecht en omgeving is in de spits een ramp. Alle snelwegen staan aan alle kanten vast. Als rechtgeaarde Utrechter ken ik gelukkig de binnendoor-weggetjes goed, dus reed ik de vertrouwde weg langs bos, statig landgoed en nog meer bos. Zo waren we tenminste niet oeverloos lang onderweg. Ook daar was het een heerlijke rust. Er werd vandaag niets gevierd, maar taart was er ook hier, en een heerlijke pasta. Er waren werkmannen bezig met de kozijnen boven. Dat gaf ons de gelegenheid om een goed gesprek te houden met de kleine pork en heerlijk te knuffelen. Kleindochter had de waxinelichtjes mogen aansteken en terwijl we luid zongen voor de jarige bliezen hij en zij de kaarsjes weer uit.

Bij thuiskomst lag het eerste boek al in de bus. Een filosofisch verhaal van Koos Meinderts over de beer Zebedeus. Niet te dik en geïllustreerd met prachtige heldere tekeningen van Annette Fienieg. Nieuw leesvoer is altijd welkom.

In de avond keken we naar ‘Reis door onze wereld’ van het filmechtpaar Lataster, die tijdens de pandemie het leven om en nabij hun huis filmden. Het bleek een boeiend relaas te zijn van het grote en kleine leed in de tuin en via de zoom van hun vrienden tijdens het geïsoleerde bestaan, dat iedereen gedurende het rondwaren van het virus, toegeworpen kreeg. Een huisspin die haar buit verloor aan een stekelige wesp, de poezen, een rups aan een gesponnen draad, de kraaien met hun jong. Groei en bloei in een haast serene rust. Indringende gesprekken via de zoom en later: Bezoek met mondkapjes op, eten en drinken met die dingen terzijde geschoven, omhoog of omlaag. Potsierlijk als het niet zo troosteloos was. Het lijkt intussen alweer zo lang geleden, maar op die manier roept het vele herinneringen tot leven. De vele bezoekjes op de galerij, ik aan de ene kant van het raam en het bezoek aan de andere kant. Een thermoskan thee op het blauwe tafeltje met een kop. Verwaaide gesprekken door een kier van het steekraampje.

Straks kijk ik het laatste stukje af, want halverwege tolde ik van de slaap, moe van alle indrukken en belevenissen. Lief bleef kijken. Voordat hij boven was, verbleef ik al ruim in mijn eigen dromenland.

De lucht is boeiend vanochtend. Alle kleurschakeringen grijs, blauw, paars met een zweem van roze. Aangekondigde regen op de buienradar, waarvan het grootste deel net hier buiten de stad zal vallen, beloven ze. De enorme blauwe pieken die het beeld weergaf, bleken reuze mee te vallen. Het blijft met de voorspelling van het weer: ‘Eerst zien en dan geloven’. De zon doet nu een duit in het zakje, waardoor het nog dreigender lijkt, met als beloning misschien een regenboog. Daar gaan we voor.

Overpeinzingen

Moe, voldaan en een tikkie gehavend

Vandaag is het 38 jaar geleden dat ik in de vroege ochtend met drie gedichtenbundeltjes van Vasalis en een fles wijn voor de dokter op de stoep stond van het Antonius. Manlief was de dochters naar zijn ouders aan het brengen. De weeën waren zo’n beetje in gang gezet en het werd tijd om de juiste stek op te zoeken. Vier uur later stonden we samen te kijken naar de uitbreiding in ons leven. Twee jongetjes, beide nog even in de couveuse. Een maand te vroeg geboren, klein maar fijn en , niet onbelangrijk, helemaal compleet. Wie had gedacht dat die kleine wurmen vandaag de dag twee trotse vaders en ondernemende mannen zouden zijn.

Dat het bijzonder was om een tweeling te krijgen, merkten we aan de niet aflatende visite-stroom die volgde. Mensen die ik nauwelijks kende, familie uit het grijze verleden, vrienden en kennissen en de naasten kwamen het heuglijke feit meevieren. Trots als een pauw, weet ik nog en stralend zeven dagen lang in het ziekenhuis. Wat een rust schonk het feit dat het er twee waren en wij als, met de twee oudste meiden, volleerde ouders, de rust hadden om ze kalm één voor één te helpen. Een hele goede reden om aan te leren dat iets niet op stel en sprong kon gebeuren maar dat je soms op je beurt moest wachten.

Wat is van toen naar nu de tijd onderhevig geweest aan veel veranderingen, niet alleen binnen ons kleine leven, maar ook landelijk en mondiaal. Vandaag vieren we die heugelijke dag met een taartje, terwijl een aantal gezinnen op vakantie is. Zussen ontbreken op het feestje omdat de globetrotters in Tsjechië zitten en de oudste en haar man en de kinderen bij de schoonfamilie in La Douce France aan het logeren zijn. In gedachten zijn ze er natuurlijk wel bij, net als hun lieve vader in warme herinnering..

Gisteren hadden we de tuin nog steeds in het vizier. Even doorpakken dan konden we de rest van de zomer genieten van de aanblik.. In drie bedden trok ik voor het grootste gedeelte de grassen en de dagkoekoeksbloemen eruit. Die bloeien werkelijk overal en ontnemen andere parels de ruimte. Ook het leverkruid en de brandnetels werden in het achterste bed grondig verwijderd. De haag die tussen de ouwe en de onze staat moest nodig worden gesnoeid en lief voerde alle zakken met kortgeknipte takjes af naar de auto. Opgeruimd staat netjes en sinds we geen vuur meer mogen en willen ontsteken, is dat de beste aanpak. Zo houden we het nog enigszins in de hand. Wilg in het midden kreeg een keurige kappersbeurt. Nu is er stam zichtbaar en is er een doorkijk gecreëerd met nieuw zicht zoals lief ook had gedaan achterin, nu daar de wilgen waren opgeschoren en het leverkruid en de brandnetels verwijderd. De compost-berg werd allengs groter

Ergens tijdens de laatste handelingen schoot het ineens in mijn rug. Ik voelde het gaan. Een verkeerde beweging, een draai of iets dergelijks. Teken aan de wand om het kalmpjes aan te doen. Nog even zitten om na te genieten van het resultaat en dan op huis aan, maar niet zonder de mooie witte moederkloek en haar twee pulletjes in de sloot te spotten en hoe het mooie licht in het water weerspiegeld werd. Dat namen we mee. Moe, voldaan en een tikkie gehavend.

Overpeinzingen

De liefde voor dat alles

Langzaam maar zeker voegt de tuin zich weer naar onze zinnen voor zover het in de mogelijkheden ligt. Dat betekent ook veel snoeien en waar moet je dan met wat daar van afkomt naar toe. Het wilgenhout ontdoen we van de zijtakken zodat we mooie staketsels overhouden. Daarmee vlecht ik een hek om de composthoop uit het zicht te houden. Drie staken in de grond en aan de slag. Het oogt goed. Roodborst komt even aanwippen om te kijken. Even later zie ik haar weer bij de oude rotan stoelen achterin.

Het gras is gemaaid op de laagste stand. Nu zie je pas weer vormen en oogt het ruimer. Veel bloemen zijn ‘ondergesneeuwd’ door de snelle groeiers. De perken komen vandaag aan de beurt. Het tempo ligt laag, want werken in deze hitte is vermoeiend. Kalmpjes aan en steeds maar uitrusten. Water bij de hand om de dorst te lessen. Lief en ik zijn goed op elkaar ingesteld. Wat ik niet kan door lucht tekort, neemt hij over. Zo fijn om te weten.

Lief ontdekt een druif achter bij de regenton. Vaag weet ik ineens weer, dat ik lang geleden daar een druif had neergezet, maar dat die volledig verdwenen was in de jaren daarna. Dacht ik. Niet dus, vasthoudend en sterk heeft ze haar ranken over het hek heen geslagen dat de tuinen scheidt van de achterbuuf en die van ons. Opnieuw zijn we verwonderd over de kracht van de natuur. Steeds meer wordt de samenhang der dingen duidelijk. Ruimte scheppen geeft groei.

De zijtakken van de wilg knippen we samen klein en stoppen het in een grote zak om mee te nemen. De tuin is te klein om alles een plek hier te geven. Een versnipperaar hebben we niet. Dan maar naar de groenbak van de gemeente voor een volgend leven.

Thuis op het balkon heeft lief in de ochtend de grote sierprunus van de buren beneden ons ook kort gezaagd. De lange takken kwamen ver boven de balustrade uit en bij het stormachtige weer van de laatste dagen zwiepen ze dan woest heen en weer. Het maakt het binnen donker en geeft vooral veel onrust. Lief heeft van dat laatste minder last. Maar bij mij werkt het onmiddellijk op het gemoed. Juist ook omdat de weg de nodige geluiden met zich mee brengt. In de lente is het een aanwinst met haar witte bloesempracht maar nu is het beter om in te korten.

In de app stuurde zoonlief een interview van hem met een verslaggever van de krant over zijn voetbalcarrière in de topklasse, waar hij voorgoed een punt achter heeft gezet. Volgend jaar vormt hij met vrienden een team en gaan ze om de lol voetballen. Zo komt er langzaam maar zeker een eind aan de tochtjes op zaterdag naar de voetbalvelden. Sinds hun vader is overleden heb ik altijd alleen langs de lijn gestaan. Als je niets van het spelletje wil missen, kijk je alleen, is mijn opinie. Geen spreekkoren aanhoren of gepoch, maar de aandacht bij de jongens in het veld, het volgen van de bal, de spanning van de wedstrijd. En daarna direct naar huis. Geen kantinewerk voor mij, omdat de akoestiek vaak niet al te best is en ik met mijn gemis aan gehoor niemand kan verstaan in het geroezemoes. Ach ja, aan alles komt een eind, maar waar een deur dicht gaat, opent zich een nieuwe. De herinnering blijft en de liefde voor dat alles.

Overpeinzingen

Van een onschatbare waarde

Storm in een glas water, dat bleek in deze streken qua weer de aangekondigde code oranje te zijn. Maar heel plaatselijk ging het goed los. Een en ander resulteerde in het bij elkaar harken van mijn lijst met kinderboeken voor het komende nieuwe nummer van ons blad. Lief zat achter de computer met zijn genealogie-lijnen. Samen ieder voor zich aan het werk schept een band.

Om vier uur werd het inktzwart en regende het even flink. In de verte klonk er gerommel. Het was zo’n echte zomerse onweersbui na een hete dag. Het deed me denken aan de vakantie-ontspanning van vroeger, waar we in de zomer een hele week naar toe gingen. Het was op de velden van het oude DOS-terrein Er stonden nog altijd bunkers als grauwe stenen wachters. De voetbalclub had er de kleedkamers van gemaakt en als er onweer dreigde in die week met al die kinderen op het open veld werden we haastig ondergebracht in de bunkers. Dicht op elkaar gepakt met huilende en angstige kinderen tijdens de rollende donder was niet zo bevorderlijk voor het kalm ondergaan van de bui op zich.

Met het naarstig speuren vond ik vier mooie nieuwe boektitels die allen de moeite waard leken, aangevuld met het spontaan toegestuurde boek over het ontstaan van het schaafijs. Half augustus moeten de recensies geschreven zijn. Het is te doen, helemaal omdat de komende dagen de drukte weer een beetje zal luwen nu iedereen op vakantie gaat.

De globetrotters zijn gisteren inmiddels in Tsjechië aangekomen. De afgelopen twee weken op de boerderij-camping in Slovenië waren uitstekend bevallen. Er was alleen al op de camping voldoende te doen. Een rustpunt op zich omdat je er niet op uit hoefde te trekken. Het wordt het laatste staartje van hun lange reis. Van de filosoof had ik de boeken mee teruggenomen die hij uitgelezen had. Daar waren vier delen van de waanzinnige boomhut bij. Twee delen had ik voor hem nieuw gekocht en in die week dat ze bij ons in Hongarije waren, werden ze direct verslonden, rode oortjes en een en al aandacht voor de plaatjes en de zinnen. Zijn neef die echt niet van lezen houdt, dyslectisch als hij is, vindt deze boeken heerlijk. In die zin vervullen ze een belangrijke functie. Het is een beetje te vergelijken met de stripboeken die wij vroeger verslonden. Een eigenschap waar volwassenen misprijzend over konden praatten op de vele familieverjaardagen van toen. Dat was toch geen lezen.

Tijdens het etentje met de boekenclub waren er onder ons, die steevast Kuifje-fan waren gebleven of Suske en Wiske nog altijd koesterden. Zo werkt dat met boeken en de bijbehorende nostalgie, een herinnering aan de onschuldige kindertijd en het verslinden van het nieuwste deel opgekruld in een stoel, zo warm en vertrouwd. Ze zijn achterhaald maar de beleving blijft als de allereerste kennismaking uit een andere tijd stamt.

Stef Bos verhaalt in Zin-magazine over een bezoekster van een van zijn shows die op haar mobiel bezig is, terwijl hij praat. Hij haalt zijn vader aan, die hem antwoord gaf op de vraag wat hij vond van deze tijd, refererend aan Stefs mobiel-gebruik. ‘We kijken elkaar te weinig in de ogen en daar verliezen we onszelf. Want je leert jezelf pas echt goed kennen door de ogen van een ander.’ Vroeger kreeg je nog al eens te horen, zeker bij een standje: ‘Kijk me aan als ik tegen je praat’. Beschaamd keek je dan op naar degene die de donderpreek gaf. Beschaamd ja, omdat het onbeleefd was de ander niet aan te kijken. Diezelfde bewustwording terug te halen zou niet gek zijn. Tijdens een voorstelling of in een gesprek met de ander, in ieder geval tijdens die zaken waar luisteren het grote goed zou moeten zijn. Aandacht delen met elkaar, elkaar horen. Het blijft van een onschatbare waarde.

Overpeinzingen

Holland op z’n mooist

Vandaag is het bijkomen van de overweldigende hitte van gisteren. Om nog een beetje koelte op te doen waren we naar het bos te gaan. Eigenlijk ook omdat het aan het water razend druk zou zijn. Bij aankomst in het bos van Heidestein, die wonderlijke plek midden tussen de woonwijken met grote nieuwe appartementenflats hoog boven het bos uittorenend, bleek onze vergissing. De warmte hing, ondanks de schaduw, praktisch roerloos tussen de statige oude bomen, de grond onder onze voeten was droog, af en toe een vleugje wind, lauw en allesbehalve verkoelend. We hadden bedacht de schaapskooi op te zoeken, die iets verderop in het bos moest liggen. Nauwkeurig bekeken we de paden die we kozen en sloegen ze zorgvuldig op, om straks niet te verdwalen als we de auto weer gingen opzoeken.

Terwijl we het pad afliepen en ons verbaasden hoe de stilte zich bombastisch openbaarde, zagen we in de verte wat hekken. Daar moest het zijn. Truusje tomtom op de telefoon liet ons dwalen. Ze werd terzijde geschoven. Wat overbleef was het goeie gesternte, waar op te vertrouwen viel zolang we de markeringen maar opsloegen in het hoofd. Een boom met een vlek, een gevallen exemplaar met een bijzonder uiterlijk, een opslagruimte op het grote doorgaande pad. Twee paden naar de hekken toe.

De schaapskooi lag er roerloos bij. Geen schaap te bekennen. Aan het hek van de ingang hing slechts, roerloos en ongemakkelijk, een kleine vuilwitte olifant, afgeknoedeld en verloren. Het informatiebord voor de kraal van de schaapskooi vertelde ons dat het complex op zondag geopend was. Hier en daar klonken stemmen door van een paar wandelaars, vogels waren nauwelijks te zien en horen, op een klein exemplaar na, dat van tak naar tak hipte. Naast de mooie gerestaureerde kooi was een dierenpad voor de kinderen gemaakt. Met borden werd aangegeven welke dieren zich hier bevonden, terwijl hun hardhouten zelf tegen de boom geleund stond of door de lucht vloog. Vleermuis, das, haas, wezel, hert, ree, wild zwijn, hermelijn, bosmuis, konijn en eekhoorn. Als je ze wilde spotten moest je tegen de avond komen in de vroege schemering. Geen krul van een schapevacht te bekennen tussen de bomen. Zou de schaapsherder op pad zijn.

We liepen verder langs het schapenhek en kwamen uit bij een afgezet graasgebied met klaphek. Misschien waren ze daar. De open plekken gaven volop ruimte aan de brandende zon. Als ze zich daar ophielden hadden ze vast en zeker de schaduw van de hoge dennen langszij opgezocht en warempel. Lief ontwaarde iets wittigs tussen de bomen. Daar bleek de kudde te zijn neergestreken achter een gespannen lint om aan te geven waar het rustgebied voor de dieren begon. Ram lag vooraan en de dames erachter. Ze oogden net zo loom als het weer. Met enige triomf omdat we ze hadden gevonden begonnen we aan de terugweg. Er was wat gesteggel over het pad, maar we kwamen eruit en vonden moeiteloos de weg terug onder, eindelijk, het gezang van een roodborst

Bij het uitverkoren restaurant aan de waterkant, langs een vaart die uitmondde iin de Schalkwijkse wetering, was ruim zicht over de landerijen met haar glanzende paardenlijven, schalks en speels. Het was er aangenaam toeven. Hier was het, tot dan toe ontbrekende, verkoelende briesje wel aanwezig. Met een koud glas witte wijn en een portie groentebitterballen kwamen we bij. De strakblauwe hemel weerspiegelde tussen de gele plomp met haar grote statig drijvende bladeren, de rietkraag aan de oevers, de paarden in het weiland, de fladderende vlinders en de scherende libel. Holland op z’n mooist.

Overpeinzingen

Kalm bewegen

Vanuit een kalm stadje kwam ik midden in de chaos van het Utrechtse wegennet terecht. Ik zou schoondochter ophalen om naar de fysiotherapie te brengen. De dag ervoor had ze er twee uur over gedaan om een afstand van tien minuten te overbruggen. Maar de aanpak van de gemeente had er voor gezorgd dat alle directe toegangswegen tot haar straat waren afgesloten en je om het industrieterrein heen moest. Het duurde even, maar uiteindelijk kwamen we gelukkig toch op tijd op de plaats van bestemming.

Daarna door naar de nieuwste kleine telg. Moeder en kind waren nog boven aan het voeden. Zoonlief had een auto gekocht en moest nog wat dingetjes regelen. Ik herkende heel veel van mezelf in hem. De onverkwikkelijkheid van te moeten onderhandelen. We zijn er niet gewiekst genoeg voor. Uiteindelijk komt het er op neer dat je 1, 2, 3, vooruit met de geit, op je goeie gesternte gaat vertrouwen en dan tot koop overgaat.

De ondiepe bak voor het huis was gevuld met een geranium op stam die er eigenlijk te groot voor was. Hij lag er nu bijna naast te zieltogen. Zoonlief plantte hem over in de achtertuin en ik reed naar het plaatselijke tuincentrum om met mooie campanula’s in alle paars-schakeringen terug te keren. Ziezo, tijd om Zoonlief naar de garage te brengen, even te knuffelen met lieve schoondochter en nog net de wakkere oogjes te vangen van kleindochter.

In de vroege avond had de boekenclub afgesproken bij het allerkleinste restaurant van Nederland, het brugwachtershuisje aan het begin van het centrum achter de ophaalbrug van IJsselstein. De twee lieve eigenaren waren, evenals de meeste leden van de club, oude schoolgenoten, ouder, teamlid of anderszins. Dat tekende onmiddelijk de sfeer. Ons kent ons. Bovendien als er rechtgeaarde IJsselsteiners bij zijn, is het een ontmoeten van allerlei bekenden die langs komen fietsen of lopen. Af en toe schoof de lieve jeugd met een sneltreinvaart op de scooters voorbij. Op weg naar een zwoele zotte zomeravond op een van de vele terrassen die het stadje rijk was.

We waren er alle zes en mochten heerlijk buiten toeven in de schaduw van de grote boom tegen een beschutting van een grote haag. Er waren drie kleine terrastafels tegen elkaar geschoven en met de stoelen uit het huisje was het comfortabel wachten op de uitleg van het driegangen menu met twee losse schotels ernaast. De kok had zijn roots gevolgd en was gespecialiseerd in de Minahassa-keuken, een uitgekiende balans van kruiden, kleuren en smaken, aangevuld met drie zelfgemaakte sambalans en heerlijke wijnen of Bintang-bier ter verhoging van de feestvreugde.

Het gesprek vloeide naadloos in elkaar over en gaf ruimte aan allerlei onderwerpen, luchtig en gevat of diepzinnig en bedachtzaam, kenmerkend voor deze vriendengroep bij elkaar. Niet alleen de vreugde, maar ook het leed, zonder in diepe somberheid te vervallen. Door het delen wordt het lichter dragen. Het was een voorbeeldige temperatuur. Lekker warm met een zwoele bries, af en toe, tot in de late uurtjes. Uitgebreid tafelen gaat met het grootste gemak op deze bijzondere plek in dit fijne gezelschap. Inspirerend, verheffend en soms ook ontroerend, maar altijd het gevoel van verbondenheid waarin alles genoemd mag worden.

Na een zielsverwarmende avond was het goed thuiskomen. Lief was aan het bijkomen van een bezoek aan zijn broer in het verre Hoek. Met trein en metro goed voor minstens twee uur reizen. Een heerlijk dagje aan het strand. Waar twee plezier hebben is de vreugde dubbel zo groot. Natuurlijk moesten we nog even refereren aan het laatste nieuws, een gevallen kabinet. Een geslepen strategie of een gegroeide impasse.

De gierzwaluwen scheren langs de ramen van onze slaapkamer. Nijver en voortvarend in de nu nog koele ochtendlucht. Straks stijgt de temperatuur en wordt het een kwestie van kalm bewegen.

Overpeinzingen

Wat zich aandient

We werden opgewacht door een bloeiende akker met wilde peen, kaardenbollen, klaver, zuring/ Aan de overkant van de sloot stond een statige oude heer, een enorme blauwe reiger, die roerloos tuurde in het water op zoek naar een teken van leven.

Het was bijna uitgestorven op een enkele fiets of auto na, die de aanwezigheid van meer mensen verraadde. Vakantie op het complex. Op onze rij waren we tot dan toe de enige. Een grote verrassing was dat de phlox vooraan in volle bloei stond. Voor de rest was er een overvloed aan groen. Uitgedijde bomen, uitbundig grasveld, warrige perken met veel kleefkruid, brandnetel en springbalsemienen. Weinig terug te vinden van het spul, dat we vlak voor ons vertrek er nog haastig in hadden gezet. Te haastig waarschijnlijk. De dahlia’s hadden de kou vermoedelijk niet overleefd. Braam en framboos, zwaar van de vruchten, en de ruim bloeiende paarse bloedooievaarsbek hadden hun terreinen aanzienlijk vergroot. De geel bloeiende kerrie met haar mooie grijze blad had haar plek bevochten en bloeide uitbundig. Tot mijn schrik zag ik dat de houttuynia cordata uit de stenen bak ontsnapt waren en waarschijnlijk met hun sterke wortels dwars door de bodem zijn gegaan. Je wilt ze niet wild in de tuin, want dan is het einde zoek.

Werk aan de winkel. We zouden dat varkentje wel wassen, niet ‘even’ want daarvoor was de chaos te groot geworden. Verstand op nul en gaan. Ik achter de maaier en lief gewapend met snoeischaar en kruiwagen. De grootste boosdoeners waren het eerst aan de beurt.. De grasmaaier ging op standje 5 en ploegde zich net zo zwoegend als ik een weg door het rommelige tapijt. Het was tijd voor wat orde en structuur.

Een van de buurvrouwen had geappt dat ze een grote vos had gezien aan de overkant van de tuin in het weiland. En een ander dat het nest van de fuut enkele weken geleden was gezonken in een hevige regenbui. Natuur bewandelt zo haar eigen wegen.

We werkten gestaag door. Af en toe hoorden we ergens in de andere tuinen een merel, maar veel vogels waren er niet. Aan het eind van de middag waren in ieder geval de contouren weer zichtbaar van de oorspronkelijke indeling. Klaar was het nog lang niet. Wat niet is kan nog komen, maar dan wel de volgende keer. In de tuin van onze globetrotters was het niet veel beter. Er waren pogingen gedaan om hier en daar nog wat aan te pakken. In de kruidenspiraal staken sommige kruiden hun kopjes fier op. Maar ook hier veel brandnetel en braam. Ik hoop dat we daar ook nog aan toe komen en een beetje orde kunnen scheppen.

De file op de terugweg was goed te omzeilen. Vandaag beginnen de vakanties hier in Midden Nederland en zal het allengs minder druk worden.

In de nieuwe zin haalt Stef Bos mensen van het midden aan, de mensen die tijdloos zijn noemt hij ze. Waar mensen ergens vóór zijn in plaats van tegen en zelf de handen uit de mouwen steken en niet alleen maar op social media negatief spuien. Die bedachtzame mensen halen het nieuws nooit en je zou bijna vergeten dat ze er wel zijn. Het zet me aan het mijmeren. Over ons leven nu. Als je ouder wordt, glijd je als vanzelf de tijdloosheid binnen. In onze beleving wordt tijd eeuwigheid. Er is geen wet van Meden en Perzen die uitmaakt hoe je het leven moet indelen. Dat bewust te zijn, levert ons tweeën een boeiend gesprek op. Dat bedoel ik. We kunnen wiegen op de golven van wat zich aandient.

Overpeinzingen

Een bruisende stortvloed aan nieuwe ideeën

Afgelopen maandag lag er een grote verrassing in de brievenbus. Of liever gezegd hing. De enveloppe was een beetje groot en slap en de postbode had hem niet helemaal doorgeduwd. Het was een secuur en handgeschreven brief van de filosoof, die ons vertelde dat ze in Slovenië waren en het erg naar de zin hadden, met op de achterkant de boodschap dat ze ons misten, niet een klein beetje maar heel veel. Smelt. Potloodletters netjes tussen de voorgetrokken lijntjes van het schoolschriftenblaadje. Ik zag hem in verbeelding zitten. Diep over zijn blad gebogen, ijverig spellend, tongpuntje tegen de tanden, ingespannen rode konen. School was afgelopen en ze konden volop gaan genieten na dit meesterwerk.

De storm zorgde gisteren nog even voor spannende momenten of de meeting en het etentje met de redactie wel door kon gaan. Heen en weer zwiepende boomkruinen vertelden vooralsnog een ander verhaal. Iemand moest uit West-Friesland komen waar de hel was losgebarsten. Maar dit begin van de dag was ook een staaltje: Geen zorgen voor de dag van morgen. Tegen het moment dat het tijd was te vertrekken was Poly lief gaan liggen, gromde nog wat na hier en daar onderweg, en spatte uiteen in een regenbui waarna de zon doorbrak. Iemand die uit Nijmegen moest komen reed met een regenboog voor de neus van zijn auto mee. Nooit proberen in te halen want dat lukt je niet.

We hadden in Vierhouten afgesproken in een restaurant schuin tegenover het terrein van de Paasheuvel. Veel te vroeg was ik binnendoor er naar toegereden. Ik had eigenlijk nog naar de nieuwste telg gewild, maar Truus de tomtom had haar zinnen ergens anders op gezet en herhaalde eindeloos de weg die ik net gereden had. Daardoor werd ik dwars door Amersfoort naar de wegen rond de dorpen Garderen en ‘t Harde geleid en vanaf daar ging het van een leien dakje. Zo snel dat ik ruim een uur te vroeg was. Dan maar een beetje rondkarren over de kleine bospaden en genieten van al het natuurschoon. De uitgestrekte heide, de enorme bossen met als beloning de zon die doorbrak. Tien over zes reed ik de parkeerhaven van het restaurant in en zag een vertrouwd en bekend gezicht. Altijd fijn om aan te haken.

Binnen de kortste keren rolden naast de alcoholvrije biertjes de grappen en kwinkslagen over en weer over de tafel met vooral het besef dat we in al die jaren zo naar elkaar waren toegegroeid en hoezeer we , eerst door corona en later door andere omstandigheden, elkaar veel te lang elkaar allemaal tegelijk niet gezien hadden. Sparren met elkaar is zo broodnodig voedend en een bron van associatie en inspiratie. Nu ook werd het eten op zich een bijkomstigheid, maar moeiteloos laafden we ons aan de vele verhalen die kleurrijk werden opgelepeld.

Na afloop liepen we nog even het terrein van de Paasheuvel op. Daar spiegelde de nostalgie zich in elk gebouw op de velden en tussen de heuvels waar we langs liepen. Waar eens de tenten van de bezoekers van het jaarlijkse volksdansfestival hadden gestaan lag nu een groot ven met houten klim-constructies in het water. De grote zonnehal was aan de voorkant al in luister hersteld, maar de zijkant vertoonde de weersbarstige sporen van weleer. Afgebladderd, kapot glaswerk en droeg onmiskenbaar het verleden.

De twee openluchttheaters, een kleine en de grote vertoonden ook sporen van verwaarlozing. Ooit streken we hier met elkaar neer om een of andere buitenlandse dansgroep op te zien treden in die wervelende tijd van muziek, dans en saamhorigheid. Vooral dat laatste. Precies dat waar de Paasheuvel meesterlijk in was. Het samenbrengen van mensen van allerlei pluimage uit allerlei culturen in harmonie en vrede. Geen betere plek dan daar om straks het grote jubileum van de vereniging te vieren.

Het dorp had inmiddels ingezet op het vieren van de kerst midden in de zomer, zo leek het. Pittoresk met twinkelende lampjes overal en warm kaarslicht waarmee de hemel een weddenschap aanging in zalmroze tot lila tinten. De juiste omlijsting voor een gemeend en warm afscheid na een avond vol voeding voor de geest en een bruisende stortvloed aan nieuwe ideeën.

Overpeinzingen

Niets aan de hand

De storm raast over het land. Af en toe rukt de wind woedend aan de ramen. Het levert een spookachtig geluid op. Vannacht werd ik wakker door geklop. Eerst meende ik buiten stemmen te horen, maar in de schimmigheid van de nacht maken zich de vreemdste geluiden en wezens los op je netvlies. Wat was het gebonk?

Ik herinnerde mij de buurman die ooit kwam vragen of ik de rieten mat aan zijn kant van ons huis vast kon zetten omdat het bij straffe wind overal tegenaan bonkte. Hij bleek gek te worden van het geluid dat dat opleverde. ‘Tuurlijk buurman, even goede vrienden hoor en sorry voor de overlast’. Midden in de nacht stond ik op het balkon de mat te checken, maar daar lag het grote betonblok van de oude parasolhouder tegenaan, dus dat was niet de boosdoener.

Terug in bed, de kussens hoog om meer zuurstof te kunnen happen, begon het gebonk even later opnieuw. Het kwam van hierboven en wel uit de kamer naast de onze. Het dunne gipswandje liet op volle sterkte de trillingen tegen het kozijn horen. Daar stond het raam op een miniem kiertje en dat deed de luxaflex schommelen tegen het hout aan. Dat had veroorzaakt dat ik pardoes uit de droom alert was gaan luisteren.

Gisteren begon de dag vroeg, want om twaalf uur zouden we bij zoonlief zijn om op de kleine pork te passen. Installeren op de bank, kleinkind in de armen, kussens ter ondersteuning eronder en een flesje verse moedermelk. Lief, klein en gulzig zogen de wangetjes het zoete lekkers naar binnen. Boertje en door tot de bodem van de fles bijna te zien was. Toen werkte het mondje met veel misbaar het speentje naar buiten. Genoeg is genoeg.

Nog een boertje en even op het speelkussen, daarna nog even in het wipper en bij een tweede of derde gaap in de armen en wiegen, want dat was hij zo gewend. Een dun huiltje en nog wat en geleidelijk aan werd het stiller. Lief installeerde de kussens weer op de bank en toen kon er vredig geslapen worden op de harteklop van oma, warm en vertrouwd.

Normaal houdt hij het wel drie tot vier uur uit op zo’n fles, maar vandaag was alles anders, dus vlak voor zijn moeder thuis zou komen, meldde hij zich op volle sterkte. Ik kwam een gevulde borst te kort. Lief probeerde het te sussen met wiegen en lopen. Soms viel hij even stil, maar een speen wilde hij onder geen beding en zijn duim had hij slechts per ongeluk, terwijl hij op mijn arm bleef zoeken naar alles wat hem vertrouwd was. Ach ja, die zuigbehoeften.

Zo werkt dat met kleine porkies en hun eerste levensbehoeften. Koestering en aandacht was er voldoende, maar het meest vertrouwd is toch de troost van de moederborst. Tevreden geluiden omdat het leed geleden was. Appeltje voor zijn grote zus met een toverschil aan bijna één stuk waardoor je een wens mag doen. Daarna gingen we weer op huis aan. Dag lieve schatjes.

Lief leest in ‘ De man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen en heeft er de juiste ruige entourage bij met de regen die onophoudelijk tegen de ramen spoelt zoals ze dat deed tegen het spatzeil van de vouwkajak waar Jaco in klem zat. Water in overvloed en zeedieren vlak naast hem tot walvissen toe. Goedmoedige kolossen, die geen vlieg kwaad doen. Hier speelt slechts een enkele meeuw of kauw een spelletje met de valwinden af en toe. Naar boven vliegen en je mee laten voeren in een glijvlucht naar beneden, dan de herhaling, tot ze er klaar mee zijn.

Je voordeel halen uit iets is een van de lessen die we eruit peuren. Al is het weer nog zo onstuimig. Lief besluit niet af te reizen naar Hoek van Holland in verband met code rood voor de kustgebieden en ik kijk het nog even aan. Straks is er een etentje en een jaarafsluiting met de redactie van Mensenkinderen. We zien elkaar al zo weinig. Het zou fijn zijn als dat door kon gaan. Het is voor mij maar een uurtje rijden er zijn leden bij die 2 1/2 uur onderweg zijn. Als de wind gaat betijen, is er niets aan de hand.

Overpeinzingen

Reuring genoeg

De volle maan van gisteren bezorgde me behoorlijk wat last en vannacht kon Klaas Vaak de weg naar onze kamer niet direct vinden. Hij besloot pas tegen tweeën hier en daar wat zand te strooien. Te weinig, want om vijf uur zat ik al weer rechtop. Of kwam het door de twee afleveringen van de Wallander-serie die we gisterenavond hadden gekeken. Het zou zo maar kunnen zijn.

Hoera, de globetrotters hebben weer een post geplaatst op polarsteps. Ze stonden in Slowakije en het verhaal en de foto’s vertonen bruisende bezigheden op deze vriendelijke Hollandse camping vol met dieren zoals een zeug die luid protesteerde en nog een vietnamees zwijntje, geitjes, paarden en pony’s, en de kippetjes plus al de levende have die gewoonlijk al te vinden is in het zwerk. Vlindertjes, de bijeneter en in de steengroeve een enorme grote pad en waar hele oude en fossiele haaientanden te vinden waren. Naar hartelust kon er kampvuur gemaakt worden omdat elke kampeerplaats een eigen plek daarvoor had, perfect om je eigen vegaburgers te bakken. Aangevuld met de radijzen en de sla uit de moestuin, waar naar hartelust geoogst mocht worden, zag het eruit als een delicatesse van moeder natuur zelf. Het nodigde uit tot een week bijtekenen. Nu zijn ze op weg naar Praag.

Gisteren was de musical en ik was ruim op tijd. Achteraf had lief ook mee gekund want de helft van de stoelen was niet bezet, kinderen van school zaten in het rechtse deel van de aula. In dergelijke ruimtes merk ik, door de omgevingsgeluiden, dat alles moeilijker te verstaan is. Maar kleinzoon speelde en danste de sterren van de hemel. Gevoel voor ritme, de choreografie, zijn tekst, het ging hem moeiteloos af. Ik was trots op hem. Voor een zevende jaars had hij een behoorlijke rol. Hij zocht met regelmaat oogcontact wat extra warm aanvoelde en soms een traantje opriep. Een mengeling van heimwee, trots en het strelende idee, dat hij aardig wat entertainment had geërfd. Dribbel zat met zijn kroon op helemaal jarig te zijn op de eerste rij en had me enthousiast begroet. Kleindochter, die een jaar ouder is zat twee rijen achter hem. Dat leverde zwaaiende handjes en heimelijke blikken op. Voor de jongsten duurde de musical best lang, ruim anderhalf uur met alle wisselingen en kleine foutjes. Even doorbijten voor het grut. Na de voorstelling zat zijn kroon om zijn nekkie.

Na de musical reed ik door naar de kringloop om te neuzen tussen de kleding, maar ik belandde ten slotte bij de boeken om met ‘Rinkeldekink’ van Martine Bijl, een biografie van Sting en het biografische boek ‘Van Indisch meisje tot Haagse dame’ van Yvonne Keuls weer huiswaarts te keren. Verbazingwekkend hoe weinig spulletjes me nog doen. Ooit was dat anders toen ik zelf in de kringloop werkte. Elk nieuw vrachtje dat binnenkwam was steevast een verrassing. Zat er nog wat bij wat wenselijk of gewild was? In het begin waren het niet die ongelooflijke hoeveelheden van een paar jaar later. Bergen kleding, spullen, meubels, apparaten werden steeds meer zwijgende getuigen van de mate aan overvloed van onze consumptiemaatschappij.

Ik ben wel heel blij met de drie boeken, al had ik vaag het idee dat ik ‘Rinkeldekink’ zelf ooit had aangeschaft. Altijd goed om dit aangrijpende relaas van een nare aandoening dan voorts cadeau te doen aan een ander bij een of andere gelegenheid. Straks passen we een paar uur op de kleine pork van drie maanden. Drie uurtjes met een gekolfde moedermelk en de nodige knuffeltjes achter de hand moet te doen zijn. Dribbel en kleindochter zijn op schoolreis met hun moeders. Rond drieën is het stel weer thuis. We hoeven niet bang te zijn om in de sleur te zakken. Er is reuring genoeg.

Overpeinzingen

Om trots op te zijn

Vol verwachting klopt ons hart. Dat sloeg op Dribbel, die ongeduldig de deur had opengezwaaid en nu op de galerij stond te wachten. Een kreet van vreugde en knellende armen om de benen. Trots in een groen nieuw Puffinshirt. Het schilderij dat hij al gezien had en dat ontvangen was met ‘C’est moi’, een nuchtere kijk op het leven die kleine, wilde hij eerst zelf vasthouden maar wij ontfutselden het kwetsbare doek toch maar even gezien zijn enthousiasme over het jarig zijn en het op hand zijnde feestje.

Buiten een vriendje van de oudste was er nog niemand. Dus klonken er af en toe woeste kreten van beneden waar de slaapkamers waren, dat onwaarschijnlijke spel dat stoeien met vier opgewonden jongens heet.

We hadden daardoor wel de tijd om even rustig een kop thee te drinken. Taart kwam later als de visite zou opdraven. Dribbel moest nog een stief uurtje wachten, maar toen was het eindelijk zo ver. In een klap een kamer vol, omdat iedereen tegelijk aanbelde. Tijd voor de prachtige chocolade verjaardagstaart, kant en klaar versierd met kaarsjes en al. Het leven wordt op sommige fronten steeds makkelijker. Al was elke taart met één of vijf kaarsjes goed geweest. Zolang er gezongen en geblazen kon worden, kan het feest niet meer stuk. Dus schetterde een koor aan stemmen ‘Lang zal hij leven’, werd er gretig geblazen en vervolgens gesmuld. De cadeautjes waren al gretig opengegrist en met gejuich ontvangen. Wanneer krijg je nou zo’n mooi dino-waterpistool, of een Magic Coblo en al die andere glimmende speeltjes. Taart uitdelen, drinken erbij, jongetjes weer naar beneden, ouders keuvelend op de bank. Handig zo’n aparte kinderafdeling.

Dochterlief had goed haar best gedaan met het maken van twee quiches, geleerd van haar Franse schoonvader. Schoonzoon zorgde uitgebreid voor de inwendige mens en droeg chips en plateaus met hapjes rond, speelde voor kelner en grapte zich door de volle kamer heen. Elke nieuwe bel werd met gejuich ontvangen in de wetenschap dat er aandacht, knuffels en pakjes achter zouden schuilen, die vervolgens liefdevol in ontvangst werden genomen, al moest je dat laatste tussen het haastig gescheurde papier zoeken. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Dribbel was op en top jarig. Oma kon, tussen alle beroering door, op de bank achter de eettafel in alle rust een flesje geven aan de kleine pork van drie maanden. Hij stal de show met zijn wijze koppie, de mooie grijs/blauwe met een tikkeltje bruine kraalogen, het mummelende mondje klaar voor het grote gesprek. In alles een kind van zijn vader en zijn moeder.

Thuis lag er een mooie kaart in de bus. Verrassing van vriendinlief die ons, handgeschreven, mooie felicitatie-wensen voor de geboorte van het tiende kleinkind toebedeelde. De afbeelding een grote plantenoogst met Pluis slapend op een van de planken. Zo’n bedachtzaam gekozen lief kaartje met een hartjespostzegel. Wij houden ook van jullie lieverds.

Vandaag is er een generale repetitie van de musical van de Spring -in-het-veld. Omdat er bij de eigenlijke uitvoering maar twee bezoekers mogen, mag ik vandaag bij hoge uitzondering kijken samen met zijn oudste broer. Groep zeven vervult ook een aantal rollen. Hij zit al ruim een jaar op de theaterschool, dus dat zal wel loslopen. Ik was het bijna vergeten en we hadden al afspraken voor de tuin, maar dat gaat nu even niet, of misschien later. Dan wordt het waarschijnlijk pas donderdag. Het werk wacht ons toch wel en komt niet op een dag of wat aan.

De nieuwste kleine telg doet het goed. Ze lijkt in alles op haar oudste broer, de kleine krullebol vinden haar ouders. Als ze de mooie krullen erft van moeders kant en diens dikke haardos, dan heeft ze niets te klagen. Fijn als het leven zich zo uitrolt. Om trots op te zijn.

Overpeinzingen

Een soepje met liefde

De vermoeidheid resulteerde in een dag pas op de plaats. ‘Man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen zorgde voor een kalme tijdpassering terwijl er in het hoofd voldoende gebeurde. Eindeloos genieten van de reis, die deze man heeft ondernomen. Ondernemingslust, eenzaamheid, natuurkrachten, oorverdovende stiltes, luisteren naar je diepste binnenste en antwoorden vinden. In het tweede deel is hij op Papoea-Nieuw-Guinea en vindt daar een totaal nieuwe wereld, die zo anders is dan wij ons kunnen voorstellen. Ontmoet er vooral tevreden en hele vriendelijke mensen met schamel bezit, die niet gehecht lijken te zijn aan het materiële en met een levensfilosofie die is gebaseerd op eenvoud. Het zet aan het denken.

Terwijl ik diep in het verhaal zat, had lief de stofzuiger gevonden en nam het hele huis onder handen, want daar was het nog niet van gekomen. Na een uitgebreid toilet maken was het tijd voor de volgende ontspanning, een vroege avondbioscoop ter plekke. Zo werd het toch een beetje geestelijke en lichamelijke koestering wat bij tijd en wijle broodnodig is. Iets in de trant van ‘jezelf kietelen’ zo nu en dan.

Drankje, hapje en de film ‘Gifted Hands’ op Netflix. Een verhaal gebaseerd op de werkelijkheid met als ondertitel ‘The Ben Carson Story’ uit 2009. Het ging over een jongen die op school gepest werd om zijn domheid. Zijn moeder deed er alles aan om hem in zichzelf te laten geloven en stimuleerde hem en zijn broer op alle fronten. Uiteindelijk werd hij een beroemd neurochirurg die op succesvolle wijze vijf keer een Siamese tweeling wist te scheiden. Een mooi en wat sentimenteel verhaal. Het juiste rustpunt in roerige tijden. Daarna nog de wonderlijke film ‘Paprika’, een Japanse psychologische thriller anime, met science fiction elementen uit 2006, die toch tot het einde bleef boeien. Dromen die tot leven komen en zich verweven met de werkelijkheid, dat was de strekking. Het werd een knusse avond.

Beneden ons hadden de buren een feest en af en toe kroop het geroezemoes langs de prunus omhoog, maar verder was hier in huis de stilte een perfecte omlijsting voor een dag van helemaal niets.

Over de app en op de social media stromen de foto’s binnen van onze lieve kleine meid en haar blije ouders en broers. Op dergelijke momenten lenen deze kanalen zich voor hartelijke wensen en felicitaties en zijn dan een uiterst plezierige aanvulling op deze heugelijke gebeurtenis. Vandaag is de kleine Dribbel jarig en is bijna ‘klein’ en zeker ‘dribbel’ af. Hij wordt alweer vijf. Zo vullen de dagen zich hier als vanouds. Verjaardagen, afspraken, laatste bijeenkomsten met de diverse clubs, ontmoetingen met vrienden voor ze op vakantie gaan.

Onze globetrotters stuurden een foto van een houtvuurtje waarboven een grote ketel hing met Dahl erin, die ze daarin kookten. Ooit zag ik die ketels in grote getale in gebruik in Koprivstitsa in Bulgarije, waar de mannen in hun ruige kostuums hun maaltijden aan het bereiden waren tijdens het grote jaarlijkse volksfestival.. Dat werd een soort vage wens, om ook eens zo te koken, vertelde ik lief. Die antwoordde laconiek dat hij zoiets ook in de schuur had staan. Nu weten we wel wat we een keer gaan proberen straks als we terug zijn. Koken op een zo natuurlijk mogelijke wijze, een snufje oer, een piezeltje avontuur, ergo, een soepje met liefde.

Overpeinzingen

Zo klein, zo teer, zo prachtig

Langzamerhand zakt de eerste euforie weer wat weg. Het was ook zo spannend en snel allemaal. Moe liggen we nog in bed. We lezen gretig en rusten uit. Ik ben totaal ingepakt door het boek ‘De man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen. Een nieuwe wereld openbaart zich voor me. Het doet me denken aan het zoutpad. Eenzelfde verbazing en een toenemende bewondering voor deze man die zich één met de wilde natuur en de zee kan voelen, die al die ontberingen doorstaat en daar vreugde en de nodige levenslessen uitput. Je wordt er vanzelf filosoof door. Hij heeft de meest bijzondere ontmoetingen met zowel dier als mens. Een jaloersmakende vanzelfsprekendheid waarmee hij zijn doel gekozen heeft. Lief leest de biografie van Kuipers en er vallen hem dezelfde dingen op als ik. Een rustdag in ons veilige holletje, terwijl we toch de meest uitgesproken avonturen beleven. Reizen en tijdreizen zonder een vin te verroeren, kan het aangenamer?

Ik had in een opwelling tijdens de boodschappen een kwart ontbijtkoek aangeschaft, dus vanmorgen hadden we koffie op bed met plakken zoete koek met dik boter. Nostalgie ten top. Het bracht me bij het verleden, toen ik in de wijk werkte. Daar bezocht ik iedere dag een patiënt die in een houten huisje woonde, wiens vrouw steevast de koffie klaar had en daar altijd een dikke plak koek bij afsneed besmeerd met dik boter en voordat ik begon met wassen eerst mij vertroetelde met deze opkikker. Alleen de geur al van verse koffie en de kruidige koek.

Gisteren was Dribbel, die ik uit school haalde om twaalf uur, hard toe aan een ijsje. Hij wordt eigenlijk te groot voor wat ik thuis aan vermaak heb liggen. De mand met autootjes ontgroeit en doodmoe van de drukke week schoot de verveling toe. Hij wilde eigenlijk het liefst op zijn telefoon, maar de batterij was leeg. Een tosti met kaas en de sinaasappelsap konden het leed niet verhelpen. Toen we zijn broer gingen halen kwam er nog een tosti en een krentenbol aan te pas, daarna vond hij de rust voor de autootjes. Hij vond een helikoptertje ertussen. Op hetzelfde moment ronkte er een helikopter over ons heen. We bestudeerden het gevaarte en hij zei, terwijl hij naar de propeller van het kleine ding in zijn hand keek, dat daar het verschil met de grote in zat, die had maar een zo’n ding. Uitleggen dat hoe sneller de propeller draaide er maar een te zien was. Hij liet zijn eigen propellertje draaien en warempel. Een mooi klein pareltje waar het leven zo vol mee zit.

Om vier uur werden ze door dochterlief weer opgehaald. Ze had haar mooiste jurk aan, want er was juffendag geweest op school. Waarom proppen ze toch altijd al die feesten in de laatste weken van school. Doodmoe was ze van alles wat was geweest en van wat nog stond te gebeuren. Hectiek aan de lopende band, daarna vakantie en minstens een week bijkomen.

Gauw naar de buurtsuper voor de boodschappen. Thuis kon ik de telefoon niet vinden. ‘In de auto laten liggen’ dacht ik berustend. Ik had geen zin om nog eens de vesting met vier trappen te nemen. Lief was thuisgekomen en we gingen op weg. Geen telefoon in de auto. Een en een is twee. Snel naar de supermarkt. Ja hoor ze hadden een telefoon gevonden. Te druk met van alles in het hoofd als dit soort dingen gebeuren. Opgelucht ademhalen en weer door om de nieuwste telg in het gezin te bewonderen. Ze had alweer naar huis gemogen omdat alle bloedwaarden goed waren. Daar wachtte ons Turkse thee, een zorgzame oma, neef, de kleine krullebol, trotse zoonlief en een bank vol dino’s. Moeder en kind waren boven aan het voeden. Beneden lag een baby in de wagen, die oma aan het wiegen was. Nee, nee, dat was de zoon van de zus van de versbakken moeder. O haha. Ik vond haar al zo goed bijgekleurd.

Daarna konden we op bed zitten, knuffelen en mochten we allebei de baby vasthouden . Zo klein, zo teer, zo prachtig.

Overpeinzingen

Een feestelijk nieuw begin

Een allerliefste film van de krullebol en de benjamin, die samen, hand in hand, door de lange gang van het ziekenhuis lopen op zoek naar de kamer van mama. Met het lied ‘You’ve got a friend in me’ van Randy Newman er onder. Dat lied paste als een handschoen erbij. Zo aandoenlijk wordt het dan.

Dat was in de ochtend. Wij gingen ‘s middags even langs bij onze lieve zwangere. De dag zou lang duren. De weeën moesten opgewekt worden met een pilletje en om de tijd te doden was afleiding al voldoende. De entree van dit ziekenhuis oogt een beetje deprimerend. Niet door de architectuur want daar ontbreekt niets aan, maar omdat er in de ontvangsthal beneden, dat aan de parkeergarage grenst, langs de kant een rij mensen op vervoer zit te wachten. Bijna allen waren boven een gemiddelde leeftijd en hadden iets aan oog of oor, getuige het verse verband. Daarbij keken ze sip of pijnlijk of verdrietig. Boven passeerde een vrouw, waarbij de tranen over de wangen rolden. Kennelijk een slecht bericht ontvangen. De temperatuur was drukkend binnen en dat verbaasde ons. In de enorme hal haalden we een blad voor toekomstige ouders, dan was er wat te lezen in de verloren uren.

Daarna op zoek naar de kamer op afdeling B. Daar was het heerlijk koel en aangenaam. Gedichten van Monique en Hans Verhagen op de muren met een lieve boodschap erin. De juiste sfeer. Overal liep of zat personeel. Bij de bewuste kamer hing een papier met daarop ‘niet storen’. De kamer was donker. Dan maar iets gaan drinken beneden en de mensenmassa observeren. Altijd een welkome bezigheid. Een wand had een vrolijk geschilderd en kleurrijk behang met twee hagelwitte zwanen, een zwemmend in een meer en de ander die op de kant met zijn vleugels stond te wapperen. Alle tafels waren bezet en we streken neer op twee vrolijk oranje fauteuiltjes in de hoek bij een houten tafeltje. Lief en fleurig.

Het grote wachten begon, want toen we weer boven kwamen hing het papier er nog altijd. In de familie app liet ik weten dat we er waren. Ze zou als ze wakker werd op haar telefoon kijken en het begrijpen. Eindelijk kwam ze op ons toegesneld. We zijn naar buiten getrokken en hebben op het terras in alle rust kunnen praten in een hele kalme en fijne sfeer. Dat is het voordeel van onverwacht aanwippen. Zoonlief was met de kinderen thuis en zou wachten tot ze op bed lagen al was zijn schoonmoeder er ook om op te passen. Daarna zou hij naar het ziekenhuis gaan. Om met z’n tweeën te wachten tot de weeën zouden beginnen was niet nodig, vond onze dappere dame. Er was licht gerommel en verder niets. Ze voelde zich opperbest, maar de verpleging had haar min of meer gedwongen te rusten. Er zou nog genoeg werk aan de winkel zijn.

Gerustgesteld namen we afscheid. Een vrolijke zuster kwam haar weer aan de cardiotocograaf leggen. Ze beschikte over humor en dolde wat met iedereen.. Handig omzeilden we de files door de oude Utrechtse weg te nemen. Een weg die in het verleden vaak was gereden op de brommer en met de oude Daf 33, omdat de opleiding in Amersfoort was.

Om tien uur die avond kwam er een belletje. De kleine meid was om half tien ‘s avonds geboren. We konden het nauwelijks geloven. Toen we om vijf uur weggingen was er nog helemaal niets aan de hand. Dat was snel gegaan. Nu is Benjamin benjamin-af. Lief heeft vanmiddag een afspraak met zijn oude vriend. Vandaag haal ik de kleine Dribbel en zijn broer van school, die worden rond vijven weer opgehaald en tegen zessen gaan wij over de oude weg er nogmaals heen. Wat een rijkdom om dit tiende kleinkind te mogen knuffelen. Kleindochter op reis had enthousiast uitgeroepen: ‘Dit is de leukste dag van de wereld’. Daar in Slowakije lagen de beschuiten met muisjes al op een bordje. Ze heeft gelijk, die kleine. Als er een nieuw wonder wordt geboren, kan de dag niet meer stuk. Een feestelijke nieuw begin.

Overpeinzingen

Niets is minder waar

Nog geen alarmbellen bij zoonlief en zijn gezin. De baby heeft besloten om, ondanks alle hulpmiddelen, nog een dagje langer te blijven zitten. Nu gaan ze een pilletje in de strijd gooien. Wat ze tegenwoordig niet allemaal uit hun medische hoge hoed toveren. We blijven duimen.

Gisteren heb ik in de vroege ochtend de kast op haar plek geschoven. Daarvoor moest ik wel eerst een heleboel spullen een andere plek geven. De helft in het kastje, en de andere helft op zolder en aardig wat kringloop-en-grof vuilspullen. . De la in de kast dient weer als la voor majo’s, sokken en ondergoed. Daardoor kwamen twee grote bakken vrij. Uit de grote onhandige plastic bakken konden de foto’s daar naar toe worden getransporteerd. Ze zijn nu hanteerbaarder bij het uitzoeken. Voor alle schoolfoto’s moet ik nog eens een goede oplossing bedenken. Ze zijn te talrijk en niemand hier kent de kinderen nog die er op staan, behalve ik. De dozen met memorabilia, brieven, tekeningen, mappen met bedankjes, oud schoolwerk, plakboeken van de jongste mogen in de grote onhandige bakken en dan naar zolder. Heel veel brieven van mijn moeder aan lief en mij uit de jaren zeventig nog, die op de een of andere manier niet bij de map met brieven van mijn moeder is gekomen. Het doornemen hiervan betekende weer een reis door het verleden.

Er waren nog aardig wat brieven met verhalen die de oude buurt te voorschijn riepen, zowel die van het ouderlijk huis als die van ons in Leiden. Er was een hilarisch verhaal bij over zuslief, die haar contactlens verloren was in een pashokje van C&A. Ze had daar met een verkoopster alles nagezocht en niets gevonden. De volgende dag is mijn moeder op haar fietsje met haar leesbril bij zich naar de winkel gefietst en heeft net zolang met argusogen over de vloer gekropen en elke millimeter afgezocht tot ze hem in het laatste hok had gevonden. ‘f 80,00 gulden gewonnen’, schreef ze triomfantelijk.

Dat was mijn moeder ten voeten uit. Door het grote gezin was ‘zuinigheid met vlijt’ een van haar eerste stokpaardjes. Elk dubbeltje werd vroeger omgedraaid. Handig om dat mee te krijgen, want toen ik in zo’n periode zat, had ik daar ook geen moeite mee. ;Het moet uit de lengte of uit de breedte’ hoorde daar ook bij, Ze wist er altijd en overal wel een mouw aan te passen.

Gisteren brachten we bij zoonlief en de familie even het pakje van de globetrotters voor de kleine pork. We hadden het over gezondheid en ik vertelde lieve schoondochter dat ze aan de bel moest trekken als dat nodig was. ‘Welke bel’, vroeg bijdehante kleindochter. ‘Wel, dan ga je zo staan en trek je aan een willekeurige bel, kijk zo’. ‘Met de dokter kunt u even op bezoek komen’ riep ik terwijl ik aan ‘de bel’ trok. Ze lag dubbel van het lachen en deed het prompt na. Sommige kleine potjes hebben grote oren.

Het eerste boek is binnen. ‘Man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen. Fijn, weer wat leesvoer. De strekking is duidelijk. Op de achterkant staat: ‘Man in het Wild is een verhaal over alleen leren zijn, meebewegen met de golven en het aangaan van een diepe fysieke verbintenis met de omgeving’. De ondertitel zegt ook; ‘Langs de rafelranden van de wereld’. Jaco maakte met zijn vouwkajak drie solotochten langs wilde kustgebieden en ruige eilandengroepen. Hij had er bijzondere ontmoetingen en moest enorme fysieke inspanning leveren. Dat belooft wat.

Vandaag gaan we dus nog even in de wachtstand en hopen op een voorspoedige bevalling. Ze is in goede handen. Al mijn bevallingen vonden in het ziekenhuis plaats op indicatie. Daardoor voelde ik me dan ook wel gelijk heel veilig. Bijzonder dat iedereen een eigen weg vindt daarin, weliswaar soms zonder een echte keuze over het ‘hoe’ te hebben.

De gierzwaluwen scheren laag over, dat betekent straks regen in de sloot. Een flinke slok water kan moeder aarde wel gebruiken. Als alles achter de rug is kunnen we op de tuin aan en ons verbazen over wat we daar aan treffen. In ieder geval nemen we de zaag en de grote snoeischaar mee om de boom voor het balkon hier en daar wat in te korten, want haar takken rijzen de pan uit en nemen langzamerhand veel licht weg. Zo volgen de dagen elkaar in een aardig tempo op. In een van de brieven stond: ‘Zo’n dag rolt zich vanzelf uit’ en niets is minder waar.